donderdag 29 oktober 2015

Filippijnen: De vloer Deel 2

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

dinsdag 27 oktober 2015


Vier dagen later dan beloofd is de vrachtwagen klapzand geleverd en kan het eerste serieuze werk aan “Project de betonnen woonkamervloer” beginnen. Vier pezige jonge Filipino’s in tanktop’s en op flip-flops bespreken de klus naast de berg klapzand. Sigaretten uit het pakje van mijn schoonmoeder worden gerookt en even later begrijp ik waar ze op wachten. Een gezette man verschijnt die de voorman lijkt. Mamsi haalt een stapel lege rijstzakken tevoorschijn en het werk kan beginnen. Verbaasd kijk ik de woonkamer in waar er nog geen enkel meubelstuk is verplaatst of weggehaald.
In een hoog tempo worden de zakken vol geschept door de gezette man die binnen enkele minuten zo nat is van het zweet dat hij glinstert in het zonlicht. Zodra de jongens bij het eerste meubelstuk komen, ik weet niet eens of ik het nog wel zo mag kwalificeren maar bij de kringloopwinkel zou het worden geweigerd, wordt het vierkant opgepakt en na de aanwijzingen van mamsi op een andere plaats weer neergezet. De twee kleine slaapkamers lopen vol. Het is volgens de planning maar voor twee dagen dus het ongemak valt wel te dragen.

Binnen twee uur is de berg klapzand verplaatst en de vloer in de woonkamer opgehoogd. De nieuwe laag wordt met stuk van een dikke boomstam van ongeveer 50cm hoog aangestampt. Het dreunt in het kleine huisje alsof er een kudde dinosaurussen voorbij komt.
300 peso (€ 6,00) en een fles Filippijnse gin, de mannen worden betaald en bedankt. De gin is voor de mannen en het geld, € 1,20 per persoon, is voor het huishouden. De vrouwen en/of moeders kunnen weer eten voor het gezin gaan kopen!

woensdag 28 oktober 2015

De rest van het huishouden, met uitzondering van mamsi, is nog in diepe slaap wanneer om zeven uur het alarm op mijn iPhone afgaat. Ik zit al drie kwartier met een kop koffie naast me in de deuropening. Mamsi is naar Pilar om materialen voor de elektrische installatie te kopen. De mannen voor de vloer zijn langs geweest en hebben plechtig beloofd om morgen om zes uur voor de deur te staan om de klus in een dag te klaren.
Eigenlijk komt dat wel goed uit omdat eerst de elektriciën zijn werk nog moet doen. Zelf heb ik ook wel wat kijk op het aanleggen van elektriciteit maar hier begin ik niet aan. Alle draden zijn appelgroen! Dit kan alleen maar mis gaan! De elektriciën verschijnt met zijn etui met gereedschap. Een etui iets groter dan een schooletui? De hoeveelheid gereedschap is dus wel erg beperkt. Gereedschap dat in Nederland al lang in het oud ijzer was beland. Met een geleende bamboeladder begint hij de rest van de installatie aan te leggen en te controleren.
Ik moet het ze nageven, het zijn mensen met een beperkte opleiding maar het werkt allemaal wel en dat is op dit moment in de tijd en op deze plaats op aarde het belangrijkste. Op deze plaats zijn de huizen en werkzaamheden van de mensen nog niet met regels en wetten overspoeld.
Zoals Kris en ik altijd in Bangkok tegen elkaar zeiden: “Hier in Thailand is niets geregeld en alles werkt! Thuis in Nederland en België is alles geregeld en niets werkt!”
En dat klopt toch? In Nederland staat bij elke zucht wind, de eerste nachtvorst, de eerste sneeuwvlok en de eerste vallende bladeren die de komst van de herfst aankondigen de helft van het materieel van de Nederlandse Spoorwegen stil.
Halverwege de middag Pakt hij zijn gereedschap in omdat er een noodklus is, hij wordt weggeroepen door een jongen op een rode brommer. Zelf denk ik dat het met een probleem te maken heeft met de, door een andere elektriciën aangelegde, buizen.
‘No supply! No supply!’, bleef hij maar tegen iedereen in huis zeggen die het wilde horen.
Het probleem was duidelijk, een oranje flexibele pvc buis was verkeerd in de muur en het beton verwerkt. Dat werd hem voor vandaag teveel en hij vond het tijd om naar huis te gaan.


donderdag 29 oktober 2015

Ik ben nog brak wanneer ik om half acht uit bed stap. Die vier literflessen bier van gisterenavond tijdens het film kijken hebben me goed geraakt. De mannen waren dus klokslag zes uur hier. Het staal van de grote schop schraapt over het beton en mengt het zand, grind en cement. Daarna komt het water. Tegen de tijd dit ik aanspreekbaar ben gaat de eerste emmer water in het kuiltje midden in de berg van het mengsel.

Vier jongens scheppen als een machine het mengsel om. Een betonmolen zou een prima investering zijn maar dan zitten de andere drie kameraden thuis. De twee smeerders verdelen de grotere brokken rots over het klapzand en beginnen aan het ijzerwerk. Ze vormen grote ruiten op het klapzand. Zo heb ik het nog nooit gezien maar “Andere landen, andere gebruiken”.
Mijn tweede kop koffie smaakt beter dan de eerste maar de spijker in mijn kop zit nog muurvast. Een nylon draad, die zigzag door de kamer/keuken is gespannen, geeft de hoogte aan. Goedkeurend kijk ik de mannen toe. Zij voelen zich ongemakkelijk omdat ik op hun handen kijk. Zwijgen is belangrijk Emmer voor emmer lopen drie jongens het beton naar binnen. Pezig en mager als ze zijn halen ze een benijdenswaardige kracht/gewicht ratio.
En daar is de regen! De eerste regen van ons verblijf in San Antonio. Buiten gaat het werk gewoon door. De betonvloer passeert de slaapkamer en vanaf dat moment kan ik nergens meer naar toe totdat het beton voldoende is uitgehard. De lichtgewichten dansen op hun schuimrubber badslippers over de langzaam harder wordende betonlaag. Wegens een misverstand heb ik het ontbijt gemist. Ik dacht dat de panchit, Filippijnse bami, voor de werkers was. Dus heb ik hem onaangeroerd in de slaapkamer laten staan.

Een korte pauze om wat te eten en te roken volgt en van dat moment rust wordt gebruik gemaakt om snel voor ons eten te koken. De kip kerrie van mamsi is een winnaar en zal zeker een keer per week op het menu staan. De andere helft van de kip wordt in kip adobo verandert. Jullie lezen het goed! Van een kip van ongeveer een kilo worden acht porties gemaakt.

Zonder dat ik een woord heb gezegd over de ruwe vloer kijkt Lyka me aan en zegt, ‘Er komt nog een schuurlaag overheen.’
En ja hoor, een dunne laag, haast vloeibare cementspecie gaat over de ruwe betonnen vloer. De mannen mogen mij wel en beginnen tegen mamsi over het aansmeren van de muren en het leggen van een granieten vloer.
‘Kassa!’, ziek ik ze denken, ‘Van die buitenlander met zijn dikke portemonnee moeten gebruik maken voor het kerstmis wordt!’
Als bouwvakkers onder elkaar kan ik met ze mee lachen! Een haast tandloze man, met altijd een brandende sigaret in zijn mond, laat mij zijn veertig peso, twee vuile briefjes van twintig, zien als teken dat hij wel wat geld kan gebruiken.
‘Dan heb je meer dan ik!’, lach ik hem toe! ‘Je weet het toch? Zodra je een vrouw hebt kun je gedag zeggen te je geld!’

De andere bouwvakkers moeten allemaal hard lachen terwijl het werk zijn einde nadert. Er is nog genoeg beton over om twee treden naar de deur voor het huis te storten. Mamsi is een slimme vrouw en zal niets verspillen!
Het gereedschap wordt in een emmer schoongemaakt en het werk voor de mannenzit er op. Ze zijn wel teleurgesteld dat ze geen opdracht hebben kunnen binnenslepen voor de muren. Maar dat kon ook niet voor de prijs die ze vroegen. Dat bedrag was volgens mamsi het dubbele van prijs die ze eerder had gekregen. Ik zal nog even in de slaapkamer moeten blijven totdat de vloer hard genoeg is om over te lopen dus luister ik naar muziek. Tot nu toe heb ik het hier prima naar mijn zin.

zondag 25 oktober 2015

Filippijnen: Mercado

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

Half zeven mensen! Om half zeven sta ik alweer naast mijn bed! Hier op het platteland van de Filippijnen begint de dag vroeg en eindigt de dag vroeg! Domingo umaga mercado Pilar. Oftewel, Zondagochtend markt in Pilar. Zonder een mok koffie direct uit bed in de kleren en op weg naar de markt.
Voor de bamboepoort van het huisje wachten we op een tricycle. We hoeven gelukkig niet lang te wachten. Binnen enkele minuten stopt er een brommer met zijspan en het is haast vanzelfsprekend dat de chauffeur op de brommer een bekende is. Het zijn de onderwijzer en zijn vrouw, die ook nog les aan Lyka heeft gegeven, en mijn schoonmoeder en het onderwijzerspaar zijn het snel eens over de prijs. Honderd peso voor een retour, er wordt op ons in Pilar gewacht.
De snelheid van het gammele rokende voertuig, bevolkt door vier volwassenen en twee kinderen, is moeilijk in te schatten. Het zal wel rond de 25 Km/u liggen. Door het lawaai van de motor lijkt het sneller dan in werkelijkheid. De piepende trommelremmen schreeuwen om nieuwe remvoeringen. Hoewel ik het heb afgezworen, en diep weggestopt, moet ik toch weer aan die arme vluchtelingen denken die met honderdduizenden per maand in Europa arriveren.
Ik zit achter de chauffeur in amazonezit op de buddyseat en probeer mijn teenslippers niet te verliezen. Een Filippijns landschap glijdt aan mijn ogen voorbij dat maar weinig toeristen te zien krijgen. Er is hier namelijk niets tot zeer weinig toeristisch te zien! Bamboe huisjes met palmbladeren daken. Hekwerken van gevlochten bamboe. Een kind wast zich langs de weg aan een pomp. Een koe zo mager dat je er met moeite twee bouillonblokjes van kan maken. Een brommer met een lege tank wordt voortgeduwd door drie jongens in versleten basketbal shirts, gebruinde armen en benen. Een meisje van een jaar of acht draagt haar zes jaar jongere broertje of zusje op haar buik, op blote voeten, met op haar rug een vijf literfles water, gehaald bij de waterpomp of publieke kraan. Een wateraansluiting in huis is hier nog niet vanzelfsprekend. Bij een stenen gebouwtje worden halve liters benzine gekocht, haast alles gaat voor deze mensen per dag. Haast alles in kleine verpakkingen omdat er gewoonweg geen geld is om groter in te kopen. Op grote stukken plastic zeil op de weg wordt rijst gedroogd. Kinderen hoepelen met oude bromfietsbanden. Het is teveel om het allemaal te onthouden en op te schrijven.

Markt in Pilar, mijn iPhone blijkt leeg en daarom heb ik geen foto’s kunnen maken. We laten het maar tot volgende week. Op de markt aangekomen moet ik denken aan de discussie over de LIDL die in Zaltbommel bij de nieuwe watertoren zou moeten verrijzen. Vooral de opmerking van de sofa toerist in “het Brabants Dagblad” dat supermarkten in Zaltbommel zo duur zijn stuit me nu verschrikkelijk tegen de borst.
Bij het eerste groentestalletje is de boodschap al duidelijk. € 2,20 voor een kilo uien, € 1,60 voor een kilo grote sperziebonen en € 2,00 voor een kilo groene kool. Maar de bloemkool spant de kroon! Voor slechts € 4,00 per kilo kan ik mezelf de nieuwe eigenaar noemen van een bloemkooltje dat bij de voedselbank in de groene Kliko zou verdwijnen!
Opnieuw spoken de migranten door mijn hoofd. Zouden deze mensen alles achter willen laten om in Nederland een nieuwe start te maken? Ik denk van wel, en daarom krijgen de mensen uit de Filippijnen, Thailand en Indonesië zo moeilijk een visum! Er is geen terugreis garantie.
We gaan verder naar de vis en vlees afdeling van de markt. Niet gekoeld, maar wel overdekt, ligt de vangst en slacht van de afgelopen nacht uitgestalt. Prijzen zijn vaak voor een half pond (250 gram) vermeld omdat de mensen vaak toch niet meer kopen. Kerstliedjes galmen als stemmen van spoken uit de oude omroepinstallatie.
De vis is dan wel weer relatief goedkoop! Tenminste, je koopt alle vis vuil, dus niet schoongemaakt met alle ingewanden er nog in, met uitzondering van de grote barracuda’s en papegaaivissen, die wel in stukken worden verkocht. Ik kan maar weinig vissen herkennen, een klein stapeltje lijkt op makreel maar ze hebben felgele vinnen aan het einde van hun lichaam. Glinsterende zilveren lange dunne vissen liggen als Japanse zwaarden naast elkaar op de kraam. Ik ben kwaad op mezelf dat ik mijn Nikon camera niet heb meegenomen. Lyka had me nog geroepen!
Na een kort bezoek aan de plaatselijke supermarkt, oppervlakte geschat op ongeveer 150 m2 inclusief een verse slagerij, dus veel hebben ze niet, rijden we met een voorraad voor een week richting San Antonio. De kassabon was hoger dan Lyka en ik in Nederland uitgeven aan de wekelijkse boodschappen!
Ik zie het al voor me. Zodra de kilo kip en de kilo varkensvlees en de anderhalve kilo vis op zijn wordt het de rest van de week vegetarisch. Of we moeten het geluk hebben dat we aan het einde van de week nog wat vis van een lokale visser kunnen kopen die van deur tot deur gaat om zijn handel aan te prijzen.
Achterop de buddyseat gaan we weer richting San Antonio. De wind streelt zachtjes mijn gezicht en brengt me enige verkoeling. Het verbaasd me een beetje hoe eenvoudig mijn lichaam zich weer heeft aangepast aan de tropische warmte, gelukkig lijkt het hier minder vochtig.
Overdag is de ventilator af en toe wel lekker want het wordt toch wel erg warm. Maar ’s Nachts, wanneer Lyka er op staat om de ventilator van de woonkamer naar de slaapkamer te slepen, sterf ik het af van de kou. De constante straal bewegende lucht blaast me koud en ik wordt ’s morgens hoestend en kuchend wakker alsof ik elke dag een zak zware shag rook.
“Alice” van Smokie galmt over de zonovergoten rijstvelden, ik moet er hard om lachen en de chauffeur kijkt om wat er zo leuk is. Er gebeurd zoveel om me heen dat ik het onmogelijk allemaal in me kan opnemen. Maar een ding staat als een paal boven water! Hoe arm ze hier ook zijn je ziet ze haast allemaal lachen. Ze dragen hun armoede en geloven blind in de liefde van Jezus en dat hij hun aan het einde zal redden van de armoede.

En het is feest in Mamsi Homestay! Varkenskarbonade gebakken in de roomboter met de kruiden van Verstegen uit Holland. Ze smikkelen en smullen van de lekkernij en dat geeft me een goed gevoel van binnen.
‘Ik heb nog nooit varkenskarbonade gegeten kraait de kleine John!’
Gevolgd door een opgestoken duim en een, ‘LEKKERRRR!’

Dat Nederlandse woord kennen ze al na enkele dagen. Na het eten begin ik aan mijn derde boek van deze reis! Het tweede boek, “13” van Pieter Aspe, is een aanrader. In mijn mening zijn beste boek tot nu toe met “Inspecteur van In” in de hoofdrol. Ik ben begonnen aan “Zuidas” van Patty Stenger. Een boek over corruptie, zwart geld en drang naar macht. Goed leesbaar en soms grappig.


Even terugkomend op die prijzen voor voedingswaren die ik vanmorgen op de markt en in de supermarkt heb gezien. Ik heb de hele terugweg er over nagedacht om dat simpel aan jullie te kunnen uitleggen.
Wanneer jullie je willen voorstellen hoe deze mensen leven hier op het platteland van de Filippijnen zouden jullie de de prijzen in jullie plaatselijke Nederlandse supermarkt moeten vertienvoudigen! Natuurlijk wanneer je het inkomen in de Filippijnen gelijk wil stellen aan een inkomen in Nederland! Denk daar maar eens aan wanneer je in Nederland boodschappen gaat doen?
En van die € 42,- die een vluchteling per week, voor zichzelf alleen, krijgt van de Nederlandse regering moet hier een heel gezin, met vaak meer dan vier monden, voeden, onderdak geven en kleden! Misschien begrijpt u nu waarom ik, na enkele dagen op het platteland van de Filippijnen, niet zoveel op heb met de migrantenknuffelaars in Europa!

vrijdag 23 oktober 2015

Filippijnen: De vloer Deel 1

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

We hebben het er voor ons vertrek in Nederland samen vaak en lang over gehad wat we mamsi cadeau wilden doen voor haar gastvrijheid en haar uitnodiging voor ons lange verblijf. Veel zaken zijn de revue gepasseerd. Nu we hier in de Filippijnen aangekomen zijn hebben we uiteindelijk de platte tv met een nieuwe tv-antenne omgewisseld voor een betonnen vloer in de woonkamer. Na enkele jaren te hebben geleefd op een vloer van zand en de klei zou ze beretrots zijn wanneer er een betonnen vloer komt. De kosten liggen aardig wat hoger dan we hadden begroot maar ik moet eerlijk zijn dat ik het nut van zo’n betonnen vloer hoger inschat dan dat van een platte tv.

Donderdag 22 oktober:

De plannen zijn aan tafel onder het eten van de lunch gesmeed. Ik moet wel lachen om het natte vingerwerk voor de schatting van de kosten.
Ik moet vooral lachen om de opmerking: ‘Meer dan tienduizend peso!’
Ja, dat begrijp ikzelf ook wel! Wanneer ik uitleg dat 15.000 ook meer dan 10.000 is net zoals 500.000 ook meer dan 10.000 is kijken zowel Lyka als mamsi mij verbaasd aan. Het heeft wel wat tijd nodig voordat ik Lyka en mamsi kan overtuigen dat ze een planning en een begroting nodig heeft. In het dorp werken ze waarschijnlijk anders: Ze komen werken wanneer ze zin hebben en gaan door totdat het materiaal op is. Ik heb geen zin om weken in de rotzooi te zitten en bij tij en ontij overlopen te worden door tientallen verschillende bouwvakkers.
Het eerste lijstje voor de benodigde materialen wordt voorzichtig gemaakt en een telefoongesprek gevoerd. ’s Middags verschijnt er een man die met zijn timmermansoog de zaak opneemt en een lijst maakt van de benodigde materialen. Terwijl de balpen over het papier glijd kijkt Mamsi kijkt steeds op van de lijst en houdt me goed in de gaten. Ik versta geen woord van het Bicol dialect dus van mij heeft ze weinig te vrezen.
De man bergt zijn blauwe wegwerp balpen weer op met de flair alsof het een gouden DuPont is en presenteert de lijst aan mamsi die de lijst direct, met enige verlegenheid, aan mij laat zien. 11.590 peso voor de benodigde materialen.
Daar kan ik wel mee leven! Arbeid is relatief goedkoop hier in de Filippijnen en de arbeidskosten zullen me zeker de kop niet kosten. De eerste stap is gezet en ik moet niet te snel toegeven met de financiering, anders is het hek van de dam. Na een kort telefoontje zijn ook de arbeidskosten bekend. Voor 2.500 peso komen ze de vloer storten en afwerken. Hoe het er uit gaat zien moet ik maar afwachten maar de vloer in de slaapkamer ziet er in ieder geval prima uit.

Onder het avondeten wordt het hele project, inclusief de kosten voor de materialen en de arbeid, nog eens doorgenomen. We zijn het ermee eens dat de kosten meevallen, dat is logisch want het gehele bedrag komt tenslotte uit mijn budget, en we besluiten dat we de materialen maar direct moeten bestellen.
Nog voor de tafel is afgeruimd komt de mobiele telefoon tevoorschijn en wordt er klapzand besteld voor het opvullen van de vloer. Voor slechts 1.000 peso wordt er morgen een vrachtwagen vol geleverd. Mamsi verteld me dat er een paar jongens in het dorp wonen die het voor een klein bedrag wel naar binnen brengen. De eerste stap naar de betonnen vloer is gezet!

Vrijdag 23 oktober:

De dag begint met een kort telefoontje aan de leverancier van de bouwmaterialen. Hij wil dolgraag leveren maar dan moet er wel vooruit worden betaald. Mamsi speelt de vraag naar me door en ik knik op mijn beurt goedkeurend “Ja”.
En ze heeft ook nog goed nieuws voor me. De kosten vallen 140 peso lager uit omdat de leverancier een fout in zijn berekening heeft gemaakt. Dat is twee flessen bier dus een mooie meevaller!
Net na de lunch verschijnt de man opnieuw en ik overhandig hem het gepaste bedrag. Daarna gaat het gesprek in een taal of dialect die ik niet kan verstaan. Er wordt formeel om elkaar gelachen maar ik heb het gevoel dat ze achter mijn rug om mij uitlachen. Ik haal mijn schouders op en laat het maar over me heen komen. Ik kan het niet laten om te vragen wanneer we de materialen kunnen verwachten.
‘Zondag worden de materialen geleverd! 100% zeker!’, antwoord mamsi resoluut en zonder enige twijfel in haar stem. Dan zal het allemaal wel goed komen.
Terwijl de middag langzaam in geschiedenis verandert vraag ik mamsi eens naar die levering klapzand.
‘Er is een probleem, ze hebben wel zand maar zijn op zoek naar een vrachtwagen die het bij het huis kan afleveren!’
‘En wat gaat dat kosten?’, vraag ik voordat ik het zelf in de gaten heb.
Mamsi kijkt me verbaast aan, draait zich om en loopt naar buiten. Ik haal mijn wenkbrauwen op want ik ben wel het een en ander gewend.

De was hangt te drogen

Filippijnen: Naar de kapper

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

Niet elke dag in het dorp is een avontuur. De flessen “Red Horse Beer” van gisteren hebben hun tol geëist! Pas om zeven uur kom ik uit bed. Buiten is het nog windstil. over enkele uren zal waarschijnlijk de wind opsteken en een verfrissende bries brengen die de drukkende tropische warmte naar de bergen wegdrijft. Ik zit met mijn koffie in de deuropening. De mensen bekijken me wel maar groeten niet. Ik begrijp niet waarom. Zijn ze verlegen? Of misschien jaloers?

Ik heb me volgens mij al goed aangepast aan het leven in het dorp. Mijn oude theorie dat tijd van elastiek is klopt als een zwerende vinger. De afgelopen dagen leken oneindig lang. Niets doen en toch druk! Er lijkt geen einde aan de dagen te komen en slapen is het enige dat de dag enigszins versneld.
Mijn schoonmoeder verschijnt en begint een uur of twee later dan normaal aan haar dagelijkse bezigheden. John John is al naar school! De bezem die ze gebruikt bestaat volledig uit zelf bij elkaar gezocht organisch materiaal, nerven van een bepaalde soort palmbladeren. Geen Blokker of Action hier waar je wordt overladen met nutteloze kunststof consumenten artikelen. In het westen kunnen we nog veel van deze arme mensen leren. “Overdaad schaad!” is een waarheid als een koe. Wanneer we de wereld willen redden zullen terug moeten naar de kern van het bestaan en leven in symbiose met de natuur om ons heen.
De bezem ruist zachtjes door het zand en mamsi borstelt de gevallen bladeren bijeen. Het lijkt voor veel westerlingen onnodig omdat het kleine erf voor het huisje morgen toch weer vol ligt. In de tropen hebben de bomen geen herfst die ze verteld om hun bladeren te laten vallen om zich klaar te maken voor de winter. Het vernieuwen van het bladerdek gaat het hele jaar door. Elke nacht laat de boom de, van voedingsstoffen ontdane, bladeren vallen en ontluiken er elders aan de takken verse groene blaadjes. Een oneindige cirkel van dood en nieuw leven.
Bladblazers schieten door mijn hoofd. Wanneer de regering ècht met het milieu bezig was dan zouden ze die onnodige gehoorbeschadigers wel verbieden! Samen met het flessenwater want dat is toch wel grootste milieuvervuiler in Nederland!
De bladeren zijn op een hoopje beland en gaan via een in tweeën geknipt oud vierkant olieblik in een emmer. Vijftien stappen verderop is een brandplaats langs de straat. Een lucifer strijkt over de rode fosfor en even later stijgt een dunne grijze rookpluim kaarsrecht op naar de blauwe hemel.

Een tweede mok koffie pruttelt in de espresso maker op het gas. HEMA koffiepads in een espresso maker van de Xenos op het Filippijnse platteland. Ik besef terdege dat ik ook verpest ben door de westerse maatschappij en aan de gemakken verslaafd ben. Is het het gemak? Het gebrek aan tijd? Of een verslaving aangeleerd door een op hol geslagen consumptie maatschappij?
Het tweede e-boek van deze reis komt aan een einde. Het voelt alsof we hier al weken zijn terwijl de datum op mijn horloge zegt dat dit pas de tweede dag is. “13” van Pieter Aspe is tot nu toe zeker zijn beste boek. Een goed en ingewikkeld verhaal dat tot het laatste moment spannend blijft! “Zuidas” van Patty Stenger is het volgende boek, een verhaal over de drugsbaronnen die enorme hoeveelheden zwart geld wit wassen met onroerend goed. Een verhaal over het verval in onze samenleving. Het begin is veelbelovend!
Twee jeepney’s, waarvan de achterste “Daddy Cool” is gedoopt, rijden met hun donkere motorgeluid langs ons huis het dorp in. Dan moet er wat te doen zijn want Jeepney’s komen hier nooit. Ik kijk over mijn schouder en mamsi kijkt een beetje bedroeft. Het is bijna de afgesproken tijd om naar de kapper te gaan dus kleedt ik me verbaasd aan en breng alles in gereedheid om op pad te gaan.
Zodra ik aanstalten maak om naar buiten te stappen grijpt een rimpelige vrouwenhand mijn schouder en trekt me terug naar binnen. Verbaasd kijk ik om en wordt gepasseerd door mamsi die de deur sluit, haar hoofd draait schuin omhoog naar het niet bestaande plafond lijkt om een vreemd geluid op te vangen. In de verte hoor je de twee jeepney’s aankomen maar deze keer omgeven door muziek.
Mamsi kijkt me bedroeft aan en zegt: ‘begrafenis, een nicht van mijn wijlen man.’ Familiebanden zijn in de Filippijnen veel sterker dan in het westen maar zeker niet onbreekbaar. Er is wat gebeurt in het verleden en dat valt niet meer te lijmen.  Terwijl een tot lijkwagen omgebouwde vrachtwagen, met de kist zichtbaar achter glas, langzaam voorbij rolt klinkt er uit grote luidsprekers: “Dancing with my father again.” Zeg maar het “Waarheen, waarom?” van de Filippijnen, het wordt haast bij elke begrafenis gespeeld. De vader is hier de belangrijkste persoon.Of het nu om de vader in de hemel, de vader in de kerk of de vader in huis gaat.
Dan is het eindelijk tijd om naar de kapper te gaan. Samen met mijn schoonmoeder zijn we een vreemde verschijning. Zover bekend is er maar een andere buitenlander in het dorp. Een Oostenrijker met een enorme villa aan de andere kant van het dorp. Aan zulke mensen heb ik voorlopig geen behoefte, laat mij maar gewoon lokaal doen. Na een flink stuk over een smal betonnen pad komen we bij “Roger de kapper”.
Mijmerend over 45 jaar geleden! Hans de kapper (Hans van de Wetering) was de man die bij onze familie elke maand alle kinderen op een woensdagmiddag of zaterdagochtend knipte, steeds bij een ander thuis. Daar zaten we dan, een schaars gemeubileerde keuken of woonkamer met minimaal een kind of tien en we hadden allemaal een kwartje, vijfentwintig guldencenten, in de hand. Besef van geld hadden we als kinderen nog niet, behalve bij de sigaretten/snoep winkel van “Statie van Diggelen” of de “frietzaak van Jan van Santen” maar logistiek was het wel. Er hoefde maar een keuken te worden ontdaan van een enorme berg haar en Hans zat niet de hele middag op de fiets.
Bij Roger aangekomen moeten we wachten aan het bamboe hek terwijl twee valse honden onafgebroken naar ons staan te blaffen. Een jong meisje komt uit het half uit grijze betonstenen en half uit bamboe opgetrokken huis tevoorschijn. Uit het gesprek tussen haar en mamsi kan ik opmaken dat het hele gezin ligt te slapen. Als een toeschouwer van een tenniswedstrijd gaat mijn hoofd heen en weer tijdens het gesprek tussen de twee vrouwen. Mijn conclusie blijkt de juiste! Voor 50 peso wil Roger wel uit bed komen. Niet veel later zit ik op een tot kappersstoel omgedoopte oude gedroogde boomstronk met een plank als zitting. In een spiegel, met meer barsten dan het Holocaust momument van Jan Wolkers, zie ik mezelf met een lange wilde witte haardos zoals ik lang niet heb gedragen.
‘Soldier cut?’, vraagt hij slaperig.
‘No, officer cut!’, antwoord ik en het ijs lijkt gebroken, hij kan er om lachen. Even later wordt ik geschoren/geplukt door een tondeuse die het einde van de Vietnamoorlog nog heeft meegemaakt. Een onduidelijke lotion gaat langs mijn oren en een scheermes komt tevoorschijn! Alarm! Alarm! Een scheermesje voor de hele bevolking van San Antonio? En dan ben ik aan de beurt? Trots haalt mamsi een nieuw scheermesje, kosten tien eurocent, tevoorschijn om een eventuele besmetting met Hepatitus A/B/C en god weet wat nog meer te voorkomen! Voor dat geld moet je gewoon voorzichtig met je gezondheid zijn!
Roger is blij met de bonus van de dag en maakt zijn werk af. Ik weet nog steeds niet of ik blij moet zijn met mijn coupe maar alle anderen lijken blij dus laat ik maar voor wat het is en overhandig hem de 50 peso, een euro!
‘See you next month!’
Hij kijkt me verrukt aan en wenst me een prettige dag verder. Het is tijd voor de lunch en ik heb er al een heel avontuur opzitten.

De lunch is simpel maar voedzaam. Over het algemeen genomen geniet ik van de maaltijden die me worden voorgezet.

En zo kabbelt de dag weer verder. Ik besef me dat het zaterdagmiddag is en neem een biertje terwijl ik met mijn verhalen en foto’s bezig ben. Ik maak me niet druk en ik heb het hier prima naar mijn zin.

donderdag 22 oktober 2015

Filippijnen: Vis op het menu

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

Om iets over half vijf wordt de nachtelijke stilte verbroken door de eerste haan. Het zonlicht is nog ver weg maar het netwerk van hanen verkondigt dat de volgende dag spoedig zal aanbreken. Er komen steeds meer geluiden. Vanuit de verte hoor ik het klik-klak van goedkope badslippers langzaam dichterbij komen. De wereld komt hier al vroeg op gang omdat hier de vroege vogels nog wel de dikste worm vangen samen met de meest corrupte vogels.
Het is een vreemd gevoel zo primitief met z’n tweeën in een eenpersoonsbed wakker te worden. Het is geen hele nieuwe ervaring want er zijn toch wel enkele overeenkomsten met het Thailand dat ik zestien jaar geleden bezocht. Een eerste brommer komt knetterend voorbij en de klamboe wordt nu ook zichtbaar. 05:35 en de dag is begonnen. Een lange dag waarvan ik me afvraag wat ik vandaag zal gaan doen.
De eerste kop koffie duurt een oneindigheid op het houtskoolvuur. De geur van het verbrande aanmaakpapier verspreid zich door het kleine dorp. Flarden rook hangen stil tussen de kokospalmen. Het is een vreemde wereld! Maar tegelijk ook een intrigerende wereld. Ik probeer zoveel mogelijk in me op te nemen.
Om half zeven komen de eerste met schoolkinderen afgeladen tricycles, brommers met een overdekte zijspan, op weg naar school in Pilar voorbij. Enkele kinderen op het dak zijn al zo wakker dat ze spontaan naar me zwaaien. Zich pas verder, wanneer ik al lang uit het zicht ben, realiserend dat ik een buitenlander in San Antonio ben. Kleine John is ook klaar voor school en krijgt zijn ontbijt met een Milo vermengt met melkpoeder, overkill op zijn sterkst.

Eindelijk een tweede kop koffie en daar is mijn ontbijt. Het eerste brood dat ik gisteren heb gekocht is dus van dat zoete brood. Opeten, niet meer kopen en op zoek naar ander brood! De eieren zijn zo klein dat ik er wel vier zou lusten en de de knakworst is van een kwaliteit waar nog wel aan gewerkt kan worden. We zijn op reis dus moeten niet over het eten klagen!
Na het ontbijt zie ik eenstukje van de best dankbare recycling die ik ooit heb gezien. Wat er aan rijst overblijft op de borden is als eerste voor de zwangere kat die het huis vrijhoud van muizen en kakkerlakken.Dan is de hond van de buren aan de beurt die zonder het te weten ook het huis van mijn schoonmoeder bewaakt! Een enkele rijstkorrel die is blijven liggen wordt met veel smaak door een enkele witte kip met een tikkend geluid van het stalen blik gegeten. De kip kijkt nog een keer rond en dan komen de mieren! Binnen enkele minuten is het groene blik zwart gekleurd door mieren van reuzen tot lilliputters. Een half uurtje later is het blik schoon en weer klaar voor gebruik.
Nog maar een koffie! Mijn schoonmoeder gaat vandaag naar de stad om een twee pits gaskookplaat te kopen. Compleet, inclusief fles, slang en drukregelaar! Wat ik uit oude plastic tassen heb zien komen geeft me weinig vertrouwen! “Better safe then sorry”, is hier zeker op zijn plaats. De ochtendspits in het dorp is voorbij en de wegen en velden rond het kleine huis komen tot rust.
Mijn gedachten drijven af naar het Nederlands Indië van 100 jaar geleden. Geen radio, geen nieuws, alleen de rust en het groen. Vreemde geluiden en de stille kracht. Ik zal de film met Pleuni Touw een dezer dagen maar eens kijken. Ik kan het me goed voorstellen dat je langzaam gek kan worden van de drukkende hitte, de ijzige stilte en de vreemde blikken van de lokale bevolking.

woensdag 21 oktober 2015

Filippijnen: Wanneer begon de ochtend?

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

Zoals de titel al aangeeft ben ik na 22 uur aardig gaar en laten we de landing in Manila maar als ijkpunt nemen voor het begin van de dag? De laatste twee uur van de goede vlucht heb ik knikkebollen afgewisseld met hazenslaapjes. Die laatste blijken na academisch onderzoek vaak beter voor je concentratie dan een goede lange nachtrust!
Een enorme lange wandeling van het platform naar de immigratie en douane geeft me voldoende twijfels over de inhoud van onze koffers. Het stond er duidelijk zwart op wit dat ik alle agrarische producten en verwerkte agrarische producten moest aangeven. De kilo Old Amsterdam schreeuwt in mijn koffer en voor een moment ben ik zelfs bang dat mijn visum na de ontdekking van een leugen voor goedwil ook nog geweigerd zou kunnen worden. Ik blijf maar vriendelijk lachen en loop als een van de eersten door de medische controle die sinds de vogelgriep in de Filippijnen in leven wordt gehouden.
De eerste vraag die rijst is een gemakkelijke maar tegelijk ook een moeilijke! Voor een gezamenlijk “Balikbayan visum” moet je samen aan de balie van de immigratiedienst staan. Maar welke balie? Die voor Filipijnse paspoort houders of die voor buitenlanders? We kiezen voor de eerste. De jonge besnorde beambte van de immigratiedienst inspecteert ons beiden van top tot teen en vraagt aan Lyka of we de benodigde papieren bij ons hebben. Die hebben we! Na de huwelijksacte en onze paspoorten twee keer te hebben vergeleken komt de stempel met een zachte tik neer in mijn nog haast maagdelijk paspoort. Een stempeltje ter grootte van een oude postzegel. Ik ben er niet van onder de indruk en eerlijk gezegd een beetje teleurgesteld. Ik had een mooiere stempel verwacht!
Er valt een zware last van me af. Ik had stilletjes gehoopt dat het gemakkelijk zou gaan maar zo gemakkelijk had ik nooit durven dromen. De drie koffers van de lopende band en snel door naar het inchecken voor onze volgende vlucht naar Legazpi. Hier rijst wel een probleem! De 4,7 kilo overgewicht die in Bangkok met een knipoog was goedgekeurd wordt hier streng bekeken en beloond met een boete van 1.000 peso. Ik laat me niet zo maar naar de slachtbank leiden!
‘In Bangkok hadden ze geen probleem meet die drie kilo overgewicht!’
‘De bebrilde zeer jonge medewerker van Cebu Pacific kijkt me door zijn zwarte hoornen bril verbaasd aan. ‘U zegt dat er in Bangkok drie kilo overgewicht was?’
‘Ja, zeg ik standvastig’, een glimlach van de overwinning verschijnt op het gladde gezicht dat nog nooit bezoek van een scheermes heeft gehad.
‘Dat is dan 600 peso! Bij de kassier betalen en daarna krijgt u uw boarding pass.’
Vierhonderd uitgespaard denk ik, terwijl Lyka me aankijkt en 100% zeker denkt 600 peso verloren. Lyka gaat de boete betalen terwijl ik bij de rugzakken blijf.

Een klein bakje met twee gebakken eieren, een paar strippen spek en drie sneetjes geroosterd brood zijn het ontbijt voor vandaag. Samen met een bekertje koffie is het voor mij voldoende. Terwijl ik achterover geleund naar de nooit haperende voorbijtrekkende optocht van passagiers kijk krijg ik een voldaan gevoel. Het is allemaal prima gelopen! We zitten in de Filippijnen, ik heb een jaarvisum in mijn paspoort en over een paar uur staan we naast mijn schoonmoeder in Legazpi.
Ik kijk om me heen en het beeld van de Filippijnen is ook anders dan de vorige twee keer was! De Filippijnen lijken vriendelijker, in kleur en een uitdaging. Zou ik het hier dan toch nog naar mijn zin krijgen? Drie maanden op het platte land in een dorp met een paar honderd inwoners is niet voor iedereen het idee van een leuke reis of vakantie!
Na drie kwartier landen we iets te vroeg op de kleine luchthaven van Legazpi waar elke dag hetzelfde tafereel zich afspeelt. Drommen taxichauffeurs op zoek naar een klant om een goed begin van hun werkdag te maken. Ze zijn zichtbaar teleurgesteld wanneer de grote witte buitenlander al vervoer heeft! Voor ons is het een rit naar het dorp waar we twee jaar niet zijn geweest. Onderweg valt het meteen op dat er veel geld wordt besteed aan het verbeteren van de wegen. De weg naar het dorp krijgt nu zelfs voor een groot traject een ruime voldoende. De secundaire weg is ook opgeknapt en op een stukje aardverschuiving na ook prima in orde.
Het kleine huisje van mijn schoonmoeder is nog precies zoals we het hebben achtergelaten! Het is klein, nog niet af maar het straalt een gastvrijheid uit die je alleen maar in straatarme landen bij straatarme mensen tegenkomt. Hier tikt de klok nog overleven! Elke dag is een gevecht voor eten op tafel en overleven. Een andere vorm van overleven dan de migranten die een klein fortuin betalen voor een plaats in een rubberboot. Overleven om de volgende dag te halen. Het is ontroerend om de arme kinderen lachend en spelend in hun oude schooluniformen naar school te zien lopen. Soms wel tien kilometer heen en terug.
Mijn schoonmoeder gaat snel nog even met me boodschappen doen in de dichtstbijzijnde stad en terwijl wij weg zijn komt de koelkast op temperatuur. Een koelkast is een luxe in dit dorp waar de meeste mensen amper de elektriciteitsrekening voor de verlichting en de tv kunnen betalen. Om vijf over half zes moet het licht aan en laat ik even wat bier halen. Na deze lange dag zal het me goed smaken en het zal me zeker sneller laten inslapen.

Een sobere maaltijd van kip adobo en kousenband, een stukje Pieter Aspe’s boek “13” en misschien nog een aflevering van de X-files en mijn dag zit er op. Het is lief om mijn schoonmoeder, mijn vrouw en kleine John zo blij te zien. Mijn dag dag was goed en ik vraag me af wat morgen weer zal brengen.

dinsdag 20 oktober 2015

Thailand: Naar de Filippijnen

In het vliegtuig (16E)

Opgelucht wordt ik wakker op deze vertrekdag. Een week in Pattaya zit er al weer op en om eerlijk te zijn is het ook meer dan genoeg! We moeten om half zeven vanavond bij de “Boxing Roo” klaarstaan dus we hebben de hele dag om de drie koffers en twee rugzakken in te pakken.

Met nog enige verbazing denk ik aan het diner van gisteren. Mijn vrouw keurde mijn idee om maar een keer Thais te eten goed. Hoewel het niet goedkoop was was het toch een succes. Heerlijk om weer eens een perfecte rode Thaise kerrie, Laab moo en Pad Thai te eten.
Met zelfs een hele dag om alles in gereedheid te brengen voel ik toch enige stres. Ik kijk nog eens naar het doorzichtige plastic tasje met tien zakjes Conimex Nasi kruiden. Een verzoek op de valreep van een vriend in Pattaya. Eigenlijk neem ik nooit voor anderen spullen mee op een uitzondering na. De andere uitzondering ligt nu al week naast mijn rugzak! Ik heb, op een kort facebook bericht na, de hele week niets van hem gehoord. Het zal wel niet belangrijk zijn geweest denk ik. Mijn schoonmoeder kan ze ook wel gebruiken voor de Nasi Goreng. Een stukje Nederlandse Indonesische keuken op het platteland van de Filippijnen.

Onze laatste lunch is weer bij Big C want er staat nog voldoende geld op de restaurantpas. Yakisoba en Gyoza, niet van de hoogste kwaliteit maar toch wel te pruimen. Soms moet je gewoonweg wat te klagen hebben om de lat weer wat lager te leggen!
Het was ons gisterenmiddag niet gelukt om enkele films van de ene harde schijf naar de andere te brengen. Mac en Windows maken nog steeds ruzie met elkaar en dat geld voor soft- en hardware. Er moet een systeem voor de harddisk zijn dat beide rivaliserende systemen kunnen lezen. Moet ik me maar eens in verdiepen wanneer ik weer in Nederland ben. Ik realiseer me dat ik toch niet zoveel USB-sticks nodig heb en dus heb ik maar voor Jan een 64Gb gevuld. Laat ik die stick nu precies even gaan afgeven bij de apotheek en van de gelegenheid gebruik maken om een samen een afscheidsbiertje te drinken.
Precies op tijd ben ik op de kamer om als een razende Roeland te gaan pakken. Ingewikkeld kan het niet zijn want de spullen van het hotel en onze spullen zijn streng gescheiden. Plastic tasje na plastic zakje verdwijnen in de koffers en rugzakken. De kaas en chocolade zijn uit de koelkast direct in de koffers verdwenen die op hun beurt direct worden omwikkeld met vershoudfolie en plakband. Het is een operatie met militaire precisie die alleen wordt onderbroken wanneer mijn vrouw toegeeft aan haar internetverslaving.
Twee minuten te laat verschijnen we in de “Boxing Roo” en de chauffeur is al naar ons op zoek. Wat heeft die man een verschrikkelijke haast! Hij is ècht hyper! Ik heb in Thailand al heel wat zenuwlijders meegemaakt maar hij slaat alles. En waarom? Zijn werktijden staan vast en de bus naar de luchthaven vertrekt pas over een half uur? Het zal wel in de genen van het beestje zijn vastgelegd.
In het donker rollen we over de motorway richting Suvarnabhumi International Airport. Lyka speelt met haar telefoon en ik neem een slokje van mijn nu al lauwe Coke Zero. In mijn gedachten probeer ik de donkere omgeving van jaren geleden voor mijn ogen te halen. Wat is Thailand toch snel verandert. Niet alleen is er veel gebouwd maar zeker rond de toeristengebieden heeft de vriendelijkheid plaats gemaakt voor hebberigheid en haast. En nu ook de crisis hier heeft huisgehouden wordt het steeds slechter. De door Thaksin Shinawatra met open armen binnengehaalde Russen zijn al weer verdwenen. Tot grote tevredenheid van alle andere toeristen! De roebel heeft flink verloren, voor een Rus is het hier nu vier keer, ja ongelofelijk maar waar, vier keer zo duur als enkele jaren geleden.
De vriendelijkheid heerst gelukkig nog wel in de buitengebieden die we aan het einde van deze reis nog hopen te bezoeken. Daar kabbelt de tijd en het leven nog rustig langs de bamboe huisjes aan zandwegen temidden van rijstvelden. Ik voel me bevoorrecht dat ik dit allemaal heb mogen aanschouwen en ervaren. En nu mijn AOW gerechtigde leeftijd met rappe schreden dichterbij komt besef ik ook dat het niet lang meer zal duren voordat ik in zo’n heerlijk rustig buitengebied in Azië veel tijd zal kunnen doorbrengen. Omringt door vrienden, lekker eten en ijskoude biertjes.
De incheckbalies zijn nog niet open dus zit er niets anders op dan snel wat eten en drinken bij de “Family Mart” aan de noordzijde van de luchthaven. Een smakeloze vegetarische magnetron bami wordt weggespoeld met het laatste restje lauwe Coke Zero.
Op de laatste zitting van onze bank neemt een wat zenuwachtige man, hij loenst ook een beetje, plaats die schichtig om zich heen kijkt terwijl hij steeds in de microfoon die geïntegreerd zit in de kabel van zijn oordopjes spreekt. De grote zwarte rolkoffer is er een van dertien in een dozijn. Geen enkel opvallend kenmerk! Geen sticker, geen streepje, geen label of veiligheidsriem. De koffer is zo onopvallend dat hij gewoon opvalt. De man bespeurt mijn interesse in zijn persoon en zijn koffer, er is een moment oogcontact en de man lijkt steeds zenuwachtiger te worden.
Zodra hij de koffer op de hoek van de zitbank achterlaat en wegloopt is het voor ons tijd om ook te verkassen! Na een meter of twintig kijkt de man achterom en ziet ons opstaan en aanstalten maken om te vertrekken. Hij draait zich om en loopt terug naar zijn koffer. In het moment van passeren is er opnieuw oogcontact en nu bespeur ik enige verontschuldiging.
De waarschuwingen die ik wel duizend keer heb gezien in de ondergrondse van Singapore over koffers, rugzakken en terroristen zitten in mijn systeem gebakken. Voorzichtigheid is altijd geboden, hoe klein de kans ook is. Vlakbij de lokatie zijn de incheckbalies van El-Al (Israel Airlines) en die man kan ook een beveiliger van de Mossad zijn geweest. Maar een mens kan niet voorzichtig genoeg zijn?
Bij het inchecken komt er toch nog een hobbel op ons pad.
‘Heeft u een visum voor de Filippijnen?’, vraagt het meisje.
‘Nee, bij aankomst vraag ik om een “Balikbayan visum” voor een jaar omdat wij getrouwd zijn. De benodigde papieren zitten in mijn rugzak’, antwoord ik beleefd.
‘Maar heeft u een visum voor de Filippijnen?’, vraagt het meisje nog een keer.
Ik ben verbaasd en leg haar nog een keer, nu wat langzamer en duidelijker, uit wat de bedoeling is en hoe ik aan mijn visum zal komen. Ze lijkt niet erg overtuigt en grijpt de hoorn van de telefoon. Voordat ze een nummer intoetst, waarschijnlijk om assistentie te vragen, waagt ze nog een poging.
‘Wanneer verlaat u weer de Filippijnen?’, vraagt ze vriendelijk en zichtbaar onzeker.
‘U heeft toch mijn ticket?’
‘Nee!’, glimlacht ze, ‘Dat heb ik terug gegeven aan uw vrouw.’
Mijn blik gaat van haar naar mijn vrouw en Lyka kijkt me verbaasd aan: ‘Wat is er kul?’
‘Heb jij het ticket?’
‘Ja!’, is het antwoord terwijl ze het weer uit haar rugzak haalt.
Bij het zien van het ticket is het probleem opgelost! Het zit namelijk zo. Je mag alleen de Filippijnen betreden wanneer je een uitreisticket hebt. M.a.w., je kan gemakkelijk een ticket kopen wanneer je weet wanneer je weer wil vertrekken maar daar gaat de Filippijnse immigratie niet mee akkoord. Je dient ten alle tijde een uitreisticket te kunnen overleggen.
Snel verder door de veiligheidscontrole en immigratiedienst. Bam! Nog een uur te gaan en dan zitten we in het vliegtuig op weg naar de Filippijnen. Een koffie en chocolademelk bij mijn favoriete koffietentje, even bijkomen, er kan nu weinig meer misgaan.
De Airbus A320 is net als alle andere toestellen die uit Toulouse komen, goed, goedkoop en betrouwbaar. Ik moet nog steeds wennen aan de kleurstelling van de uniformen aan boord. Dat beige van Cebu Pacific vindt ik maar niets, het is natuurijk persoonlijk.

Binnen tien minuten wordt de op voorhand bestelde maaltijd, ik wist niet eens meer dat ik die had besteld, op het kleine opklaptafeltje gezet en om de klagers over het vliegtuigeten bij te vallen: ’Het was dus niet te pruimen!’ “Chicken Inasal” zoals het product heet is een juiste afspiegeling van de Filippijnse keuken. Of die überhaupt wel bestaat kunnen we over twisten maar stel jezelf maar eens deze vraag: Wanneer heb ik voor de laatste keer een Filippijns restaurant gezien? Of nog beter: Heb ik ooit wel eens in een Filippijns restaurant gegeten?
Zodra de resten van de maaltijd en de lege flesjes zijn opgehaald gaat het licht uit in de cabine en kunnen we nog wat slaap pakken. Een paar uurtjes zou voldoende moeten zijn om morgen door te komen.

zondag 18 oktober 2015

Thailand: Wandelen

Pattaya (Almost Free Hotel (Top Floor), zondag 18 oktober 2015

Online betalen wordt steeds normaler maar het betalen voor een buskaartje in Thailand vertrouw ik nog niet helemaal. Mede omdat er ook geen printer in mijn rugzak zit. De zondag van onze relatie begint waar de zaterdag is geëindigd! Gelukkig kan ik tegenwoordig gemakkelijker en zonder wroeging afstand nemen van deze situaties. Ze is nu eenmaal zo en ik laat me niet meer van de wijs brengen.
Villa Oranje is het eerste doel tijdens deze wandeling. Er is me gevraagd om deze accommodatie te bekijken en te beoordelen. Het enige probleem dat haast elke Nederlander van “Villa Oranje” heeft gehoord maar niemand precies weet waar ik hem kan vinden. Met de weinige concrete aanwijzingen die ik heb ga ik goedgemutst op pad.
Het is warm en het is stil op straat in Pattaya. Overal zie ik restjes van de schade die de laatste overstromingen hebben aangericht. Op meer dan een plaats zijn ze muurtjes aan het metselen tegen het wassende water dat volgend jaar zeker weer komt. Mini deltawerken op zijn Thais. De regentijd en de overstromingen gaan, ondanks de harde beloften van de burgemeester, na de vijftien jaar die ik persoonlijk ik Pattaya kom, nog steeds hand in hand.
De soi, betekend zijstraat in Thailand, waar Villa Oranje zou moeten liggen is snel gevonden en om eerlijk te zijn was het ook de soi die ik in gedachten heb. In het restaurant op de hoek heb ik tientallen keren overheerlijk Thais, tegen redelijke prijzen, gegeten. Ik loop rechtstreeks op het hotel af maar tref geen enkele levende ziel aan. Na wat geroep verschijnen er twee schoonmaaksters/keukenbrigade met het slaapzand nog is de ogen. Het antwoord op mijn vraag of ik misschien Martin kan spreken is ook gelijk het antwoord waarom de vrouwen op dit tijdstip met dikke ogen van het slapen na vijf minuten roepen verschijnen.
‘Martin go Sattahip!’, klinkt het in koor.
Gelukkig kan ik nog wel een kamer zien en die is wel te doen voor € 20,- p/n. Alleen de airconditioning is een beetje zwart van de schimmel van binnen wat een garantie is voor een fikse verkoudheid, griep of infectie aan de luchtwegen. De twee zwaaien me uit en zodra ik weer op de warme straat staat gaat voor het eerst de telefoon!
Het is de hotelkamer, ze is klaar met het kijken van de tv-serie en ik moet zo snel als mogelijk terugkomen om de memorystick opnieuw te vullen met nieuwe afleveringen. Mijn antwoord dat ik over een uur of twee weer terug ben wordt niet in dank afgenomen. Tenminste, dat denk ik want we worden plotseling zonder een afscheid verbroken.

Via een tempel kom ik op 3rd Road terecht. Tien jaar geleden nog een rechte betonnen weg door rietvelden. Nu een rechte betonnen weg omzoomd met oerlelijke betonnen shophouses die eigenlijk een prijs verdienen voor de lelijkste architectuur van de 21st eeuw! Een Coke Zero van de 7-11 en ik loop in een gelijke tred verder. Het is warm maar toch geniet ik van de oefening waaraan het de laatste maanden in Nederland wel heeft ontbroken.
Ik ben nog geen minuut binnen bij het busstation en daar gaat weer de telefoon. Op mijn scherm zie ik dat het opnieuw mijn geliefde vrouw is.
‘Waar ben je?’
‘In het busstation.’
‘Wat doe je daar?’
Verbaasd kijk ik naar mijn iPhone, ‘Buskaartjes kopen.’
‘Waar naar toe?’
‘Naar het vliegveld.’
‘Hoe laat ben je terug?’
‘Over ongeveer een uur.’
‘Kan dat niet sneller?’
‘Nee, tot straks’, en deze keer breek ik het gesprek af.
Vijfhonderd baht voor twee personen met de bus, je wordt ook nog voor de deur van je hotel opgehaald, is nog steeds een koopje. De taxi is drie keer zo duur en vaak ook minder betrouwbaar. Voor het gemak wordt ik op de kaartjes Jielus en Jielus Hendrik genoemd!
Ik ben bijna vier kilometer van het hotel dus het moet in een uur te doen zijn. In een stevige pas baan ik me een weg door de hete vochtige, met uitlaatgassen vermengde, lucht van Thailand. Thailand, waar de voetganger arm is en dus onderaan de ladder van de weggebruikers staat. Deze status maakt dat geen enkele andere weggebruiker ook maar enige rekening met je houdt. Ik ben er aan gewend om dubbel op te letten en heb ook al die extra ogen in mijn achterhoofd ontwikkeld die absoluut noodzakelijk zijn om te overleven. Enkele keren moet ik snel opzij stappen om een brommer of een auto te ontwijken. Het hoort er nu eenmaal bij in Thailand. Zodra ik op de kamer ben vul ik de USB-stick en maak mijn vrouw ook weer gelukkig!

Na een vochtige sessie bij de apotheek gaan we weer eten bij Jocky’s. Voor tien euro met z’n tweeën blijft het een prima waarde voor zijn geld. De “Sunday Roast” is voor ons precies genoeg en ook deze keer kunnen we patat nemen in plaats van gekookte aardappels. Op de terugweg naar het hotel scoor ik nog een chocolade ijsje van € 0,25 en kijk uit naar ons vertrek. Drie maanden in de jungle van de Filippijnen! Hoe zal dat voelen? Kan ik dat wel uithouden? Het wordt in ieder geval een unieke ervaring.

zaterdag 17 oktober 2015

Thailand: Lome warmte

Pattaya (Almost Free Hotel (Top Floor)

Het was me de zaterdag weer wel. De nodige huiselijke ruzie met de tropische verrassing nadat haar smeltzekering, misschien wel door de tropische hitte, was doorgebrand en er geen beweging meer in mijn geliefde was te krijgen.
Op vrijdag hadden zich de eerste symptomen al aangekondigd! Met temperaturen van boven de 30 graden gaan de oosterse vrouwen wat slechter en langzamer lopen. Kleine parasolletjes komen tevoorschijn om de weke huid te beschermen en te vermijden dat ze donker worden. In het verre oosten betekend donker nog steeds arm en de daarbij behorende dure bleek crème gaat in grote hoeveelheden over de toonbank.
De echtgenoot of partner wordt tot slaaf gedegradeerd en kan zich om de twee uur naar de dichtstbijzijnde 7-11 haasten om de nodige hapjes en drankjes te halen terwijl hare majesteit de tijd in de schaduw, onder het genot van een ventilator of airconditioner, vult met Clash of Clans, TV kijken of slapen. Elke keer als de prinses zich omdraait gaat er een schok door me heen en spring ik op om haar wensen zo snel als voor een mens mogelijk in vervulling te laten gaan.
Ze is nu alles zat! Alles is te ver en het is te heet. Het Thaise eten moet het ontgelden en ondanks het debacle van gisteren, ik heb nog steeds moeite met die € 40,- voor twee slechte biefstukjes, kan het haar niet schelen wat het kost. Het ontbijt wordt overgeslagen en een conflict sluimert.

Met tegenzin volg ik in haar spoor naar een MacDonald’s waar ze zich tegoed doet aan een Big Mac menu. Ik moet eerlijk bekennen dat ik daar vroeger ook wel van kon genieten maar het is wel veel minder geworden. De laatste keer in Holland, eind augustus, heb ik hem zelfs afgeslagen en zat mevrouw alleen achter die dubbele burger, frieten en met die grote beker frisdrank bij Breda.
Ook in de avond wanneer een warme zwoele wind door Pattaya waait is ze niet van haar plaats te krijgen. Pizza wordt het! Ik ben zo kwaad dat ik vergeet een foto van dit gerecht te maken. Een pizza ter grootte van een ontbijtbordje, 4 kipkluifjes en een bak lauwe smakeloze spaghetti carbonara voor de mooie prijs van € 12,50, inclusief bezorging en fooi. Zonder een woord te zeggen vullen we onze monden, kauwen en slikken. Een slok Coke Zero en alle handelingen herhalen zich tot er geen hap meer over is.
Zaterdagavond in een vakantieparadijs en de familie Kuijntjes ligt op bed in de koelte van de airconditioning! De zoveelste aflevering van “The 100” verschijnt op het scherm, tegenwoordig hebben veel van die hotel platte schermen een USB aansluiting waar je een film op een memory stick kan kijken. De stilte is te snijden. Voor een moment denk ik dat ik er nog een keer op uit moet maar het blijkt slechts een onregelmatige ademhaling van mijn geliefde vrouw.

vrijdag 16 oktober 2015

Thailand: Biefstuk

Pattaya (Almost Free Hotel (Top Floor)

Op deze tweede dag rommelt mijn maag toch wel wanneer ik de eerste instant koffie van de dag inschenk. Dat Nescafé gedoe is haast niet te drinken maar na twee dagen wen je er aan. In Thailand is een 7-11 nooit ver weg. Dus ik ga maar om zeven uur op pad om eens te bekijken of er een simpel ontbijt valt te regelen. Twee tosti’s ham/kaas en twee krentenbollen maken de start van de dag. Een lome dag.
We zijn hier al zo vaak geweest dat er weinig meer valt te bezichtigen en ook het strand hebben we wel gezien. Lyka wil blank blijven en ik heb geen trek om eindeloos naar de rollende golven op het zoute water te kijken. Zout en zand zijn slechte metgezellen voor dure elektronica. Dan zit ik liever op het balkon met een ebook. “Het bittere kruid” van “Marga Minco”, een boek over de Jodenvervolging.
Met de migranten crisis in volle gang worden er door de voor- en tegenstanders in Nederland veel nare woorden naar elkaar gegooid. Het valt me op dat ook beide kanten door stemming makende ongefundeerde websites in een richting worden geleid. Een nadeel van het internet waar iedereen die een betrouwbaar ogende website kan maken wordt geloofd.
Na het lezen van het boek realiseer ik me hoe slecht mensen die Wilders met Hitler vergelijken zijn ingelicht of onderwezen. Het lijkt haast wel dat de, als domme onderlaag weggezette, aanhangers van de PVV nog slimmer zijn dan de vergelijking makende aanhangers van de PvdA, Groen Links en SP. Iedereen die zulke domme dingen zegt zou verplicht naar een avondcollege moeten waar dit boek wordt besproken!
Ik wil niet zeggen dat mijn vergelijking, ACCEPTEREN, ZWIJGEN en WEGKIJKEN!, helemaal op zijn plaats is maar het is wel de realiteit dat dat in 40/45 gebeurde. Net als nu met de migranten crisis wordt er niet realistisch naar het probleem gekeken. Idealisme is een mooi goed maar realisme moet niet onder het kleed worden geschoven. Heerlijk op het balkon in de schaduw schrijf ik mijn gedachten, de koffie is nooit ver weg.

De lunch is weer van de Big C. Deze keer is het een kruidige gele rijst met een zoete, op kokosmelk gebaseerde, kerrie. In de kerriesaus liggen grote stukken aardappel en een kippendij die zo gaar en sappig is dat het vlees zo van het bot valt. De Indiase Thaise keuken op haar best. Voor slechts € 1,40 hebben we weer een vol buikje.
Door de brandende middagzon slenteren we door de Soi Buakao richting de kapper. Helaas verandert het hier in Pattaya zo snel dat het niet meer is bij te houden. Crazy Dave’s met zijn prima ontbijt is verdwenen en nu is ook mijn kapster, na meer dan veertien jaar, verdwenen. Ze heeft plaats gemaakt voor een massagesalon met een happy ending. Die happy ending hoeven ze niet op de etalageruit te adverteren! Dat stralen de dames op de krukjes voor de massagesalon zelf uit.
Een korte navraag wijst uit dat ze vertrokken is en niemand weet waar naar toe. Het Thaise gezichtsverlies vermijden op zijn best. Maar ik zit zonder kapster en dan moet ik maar op zoek naar een nieuwe.

Patrick’s Belgian Restaurant staat al lang voor een goede ambiance en lekker eten. Het restaurant zit bomvol wanneer we arriveren en met wat geluk krijgen we een tafeltje voor twee aan het gangpad. Niet ideaal maar bij gebrek aan beter zullen we het er toch mee mee moeten doen.
De kaart is verandert, vernieuwd of aangepast. Het menu straalt wat meer luxe uit. De Engelse meneer aan de andere kant van de bamboe afscheiding beloofd het Thaise meisje aan zijn tafel gouden bergen en koeien met gouden hoorns. Die verhalen heb ik al zo vaak gehoord! Parijs, London, Hong Kong en Sydney komen voorbij als bestemmingen voor een gezellig lang weekend weg. Ik lach zachtjes in mezelf terwijl ik tevergeefs naar de biefstuk zoek die we altijd bestellen.
Het is Patrick opgevallen dat we langer dan normaal over het menu zitten en hij schiet ons te hulp. Na een kort overleg staan de twee biefstukken op het orderblocknote en wij genieten van onze drankjes. De pittige kroepoekjes worden te laat geleverd en ik schuif het maar aan de drukte.
Zodra het vlees arriveert beginnen we aan de biefstukken die verkeerd zijn geserveerd. Patrick ziet ons onhandig jongleren om de biefstukken te ruilen, we hebben al saus op onze borden geschept. Direct staat hij aan tafel om voor de tweede keer zijn verontschuldigingen aan te bieden. Ik kijk eens goed om me heen en ben er niet zeker van dat er wel groente of sla bij de biefstuk wordt geserveerd.
Een half uur later staan we buiten en zijn we € 40,- lichter voor een simpele biefstuk zonder groenten en met een bakje slappe patat. Later deze week zal ik het nog een keer persoonlijk tegen Patrick zeggen maar ik weet haast zeker dat ik voor de laatste keer bij Patricks Belgian Restaurant heb gegeten. De prijs/kwaliteit verhouding is schever dan de toren van Pisa!

Nog even een biefstuk van 2 jaar geleden!

Dat ziet er toch wel anders uit?

donderdag 15 oktober 2015

Thailand: Duiven

Pattaya (Almost Free Hotel (Top Floor)

De eerste dag wil ik niet eens meetellen. Half verdoofd door de lange reis en de andere helft door de jetlag. Om acht uur lagen we al op bed. Voldoende bier ingenomen en afgeblust met “Bangers en Chips”, ik ben nu eenmaal geen liefhebber van aardappelpuree. Aardappelpuree associeer ik om de een of andere reden altijd met zieke of oude mensen.

De donderdag is dus de eerste volwaardige dag van onze reis. Om zes uur kruipen de eerste tropische zonnestralen door de kier van het gordijn. Langzaam wordt de kamer zichtbaar voor mijn ogen. Een bekende kamer, een fijne kamer, een kamer waar ik al meerdere keren gebruik van heb mogen maken.
De bovenste verdieping van het kleine familiehotel heeft zijn voor- en nadelen. Vier trappen op en af voordat je boven of weer beneden bent! Maar niemand passeert je kamer en daardoor is het ’s nachts altijd heerlijk rustig. Op het balkon drink ik ’s morgens naakt mijn koffie in de wetenschap dat niemand me kan zien.
’s Morgens is het maar 27 graden en dat maakt het zeer aantrekkelijk om hier te verblijven. Het koude Nederland met haar problemen lijkt verder weg dan ooit. Zelf lijk ik sinds lange tijd ook verlost van alle stress en dat is een heerlijk gevoel. na een rustige ochtend, door de warmte en de  rust heb ik geen behoefte aan een ontbijt, gaan we op pad voor de lunch in een foodcourt van een groot winkelcentrum.

Wonton noedels voor ongeveer € 1,25 is toch een koopje! De reden waarom het voor deze prijs kan is simpel. Het is hier van 10 tot 10 uur altijd druk. En dan geld de regel dat grote omzetten tot goede winsten leiden. Het smaakt zoals het me gewend is. Heerlijk!
In een tropisch tempo, zonder te zweten, slenteren we weer terug naar ons hotel waar Lyka zich goed vermaakt met de “JBL go”, een vernuftig apparaat dat voor nog geen € 30,- via bluetooth veel muziek plezier onderweg geeft.
Tegen het einde van de middag ga ik op pad naar de apotheek om wat medicinale alcohol in de vorm van Beer Leo tot me te nemen. Te voet, onderweg, neem ik het snel veranderende Pattaya zo goed mogelijk in me op. Op het eerste oog lijken deze landen probleemloos maar het is meer een mix van hun instelling, geloofsovertuiging en onkunde die het vakantiegevoel geven.
Neem nu de duiven? Al tijden wordt er in Nederland op diervriendelijke wijze tegen gestreden. Ze worden door voer vermengd met medicijnen onvruchtbaar gemaakt. Duiven zijn namelijk een plaag. In hun uitwerpselen komen veel ziektes voor en hun uitwerpselen zijn zo zuur dat het alles opvreet, zelfs graniet. Hele gebouwen zijn letterlijk door de duivenstront opgevreten. En dan heb ik het nog niet over het geluidsoverlast van die koerende vliegebeesten.
In Thailand worden dieren niet altijd goed behandeld maar ook niet aangepakt wanneer het fout gaat. Het Boeddhisme leert dat de geest van een overleden mens in een dier kan overgaan. Nu weet ik niet of dat alleen hogere dieren zijn want kippen en vissen eindigen zonder een uitzondering in de pan. Op bijna elk tempelterrein in Thailand hangen troepen vieze schurftige honden rond. Veilig onder de oranje deken van Boeddha.
Maar ook aan die duiven wordt niets gedaan. Het is de plaag van de toekomst die ik jaar na jaar erger zie worden. Overal om me heen kijken duiven vanuit de schaduw van een dakgoot loom naar beneden. Ze hebben nog niets te vrezen. Lange strepen duivenstront langs de gevels van de gebouwen.

woensdag 14 oktober 2015

Thailand: Onderweg

In het vliegtuig (Turkish Airlines (36A)

Een waterig zonnetje klimt langzaam omhoog in de frisse ochtendlucht. Iets na zeven uur staat de eerste kop dampende koffie naast mijn MacBook. De dag van vertrek, verlossing?, is eindelijk gearriveerd. De laatste spullen voor mijn rugzak stal ik uit op het bed. Routine, een rustige routine, denken en automatismen wisselen elkaar oneindig af. Gaskranen worden dichtgedraaid en stekkers uit stopcontacten getrokken.
Na bijna zeshonderd dagen zonder noemenswaardige verplaatsingen voelt de rugzak op mijn rug als een zegen. Iets voor tien uur is het tijd om eindelijk weer eens van huis te gaan. Ik kijk over mijn schouder en ik mis iets. Mijn moeder is er niet meer om ons een goede reis te wensen. Ruim vier maanden zijn verstreken en het besef dringt langzaam tot me door dat ik nooit meer bij mijn vertrek die knuffel zal krijgen vergezeld door een: ‘Doe je voorzichtig?’ Ik bleef toch altijd haar zoon, ondanks dat ik vijfenvijftig jaar ben.
De koude wind snijd door mijn rode fleece en kondigt de komende winter aan. Het op het laatste moment aangetrokken base layer t-shirt houdt me nog enigzins warm totdat de inspanning me echt weer warm maakt.  Het is al half oktober dus hebben we weinig over het weer te klagen. De koffers ratelen op hun wieltjes over de ongelijke stenen. Een auto passeert ons toetert, de bestuurder zwaait, Zaltbommel met al zijn vrienden en bekenden verdwijnt in stilte achter ons.
Op het station voegen zich nog twee koffers bij onze bagage. Zestig kilo in totaal slepen we de trein in. Haast romantisch verdwijnt de St Maarten uit het zicht. De trein brengt rust, innerlijke rust. Ik kan nu niets meer veranderen, niets meer bestrijden of voorkomen. In de trein gonzen de stemmen van vreemden. Het onderwerp is veelal de migranten crisis. Een probleem dat Nederland in tweeën lijkt te splijten. De ene helft roept Nazi tegen de andere helft die terugroept dat ze blind en doof zijn. Iedereen verdedigt zijn eigen belangen.
Binnen tien minuten zijn we onze vier koffers kwijt en door de immigratie. Schiphol, een metropool vol met reizigers. Korte formele gesprekken, vriendelijke begroetingen en kleine ruzies in de vele winkels. Een vriendelijk gesprek met Jaap, een oud marinier, en het blijkt dat we gemeenschappelijke vrienden hebben. Wat is de wereld dan toch klein? Een halve liter water voor de prijs van zes kubieke meter uit de kraan! Ik vind het een grote schande, maar ja, dat is voor sommige het vakantiegevoel.
TK 1958 vertrekt een half uur later dan gepland. Moet ik me zorgen maken? Nee, deze keer laat ik het voor wat het is. Je kan niet alles in de hand houden, soms moet je het lot laten beslissen. Lyka glundert en gloeit nog steeds van de tas die ze op Schiphol heeft gekocht. Het is heerlijk om haar zo blij te zien.
Het wolkendek werkt als een virtueel stomend Turks bad. De problemen van het afgelopen anderhalf jaar glijden van me af als druppels water van een boomblad. Het negativisme is plotsklaps verdwenen en maakt plaats voor positivisme. Geen zorgen meer over het zieke Nederland waar velen stelen alsof het een normale zaak is. De eerste alinea's worden geschreven en ik wacht op mijn eerste wijntje. Rood of wit? We zien wel, ik heb weinig trek om beslissingen op voorhand te nemen. Ik heb me ècht voorgenomen om alles zoveel mogelijk op zijn beloop te laten.

De gegrilde gehaktballetjes in tomatensaus smaken me goed. Mijn gedachten dwalen af en ik denk aan al het geklaag over het vliegtuigeten. Negentig procent van de mensen klaagt over dit eten. Ik geloof dat ik best wel een stevige mening mag hebben met mijn achtergrond als hobby kok. Saai, ja dat vaak wel, maar niet lekker? Alsof moeders en vrouwen thuis allemaal van die keukenwonders zijn?
De eerste vlucht is zo voorbij en we starten binnen een uur na aankomst alweer aan de tweede. De gloednieuwe Airbus 330-200/300 is bijna helemaal vol. Dat kan ook niet anders met deze aanbiedingen van Turkish Airlines, € 452,- voor een halfjaar retourticket naar Bangkok! Het entertainment systeem is helemaal top. Het aanraakscherm reageert zeer snel en de programmering, afgezien van wat Turkse censuur, is prima in orde. Toch blijft die acht en een half uur een hele zit. Mijn horloge staat al op Bangkok tijd en mijn lichaam en geest zijn op Nederlandse tijd blijven hangen. Drie uur ’s nachts en mijn lichaam is nog niet moe. De eerste tekenen van een jetlag.

Een eenzijdig menu en dan ook nog vis? Turkish Airlines heeft lef! Voor Lyka is het een feest! Zalm met zwarte linzen en aardappelpuree, een delicatesse! Vele neuzen worden opgehaald bij het zien van de zwarte linzen! Een rode wijn bij de vis? Een misdaad in de ogen van veel connaisseurs maar op 12.000 meter hoogte voor mij geen probleem. Een tweede en een derde wijntje volgen terwijl ik een documentaire kijk op het beeldscherm voor me.
Het programma gaat over “De bom op Hiroshima”. Mocht ik daar nu toevallig zijn geweest enkele jaren geleden. In het kort: het programma gaat over de misdragingen van de Amerikanen na het gooien van de bom! Over de Japanse proefkonijnen die zonder schaamte werden onderzocht op de gevolgen van de atoombom. Een verhaal dat verteld moet worden, een verhaal dat de westerse propaganda machine ons niet heeft verteld. Iedereen moet zich realiseren dat veel van de informatie die wij door onze regeringen krijgen toegediend eenzijdig is en zeker in het voordeel van de verstrekkers. Denk na? Neem niet klakkeloos aan wat je wordt verteld?
In het donkere vliegtuig flikkeren beeldschermen en schuifelen enkele passagiers door de smalle gangpaden. Nog een wijntje en mijn oogleden worden zwaarder. Middernacht in Zaltbommel, tijd om te slapen.

Om half zeven schiet het licht aan in de lange aluminium buis en niet veel later land het ontbijt op het opklaptafeltje voor me. ‘Coffee or Tea’, vraagt de stewardess nors, zij heeft er ook al een flinke ploegendienst opzitten. ‘Coffee black’, antwoord ik met de droge smaak van de dood in mijn mond. Zodra er enig vocht uit de klieren mijn mond in stroomt proef ik de droge rode Turkse wijn weer. Buiten is het nog donker en we vliegen op 39.000 voet boven de Indiase laagvlakte van de rivier de Chaghara. Daar beneden krioelen miljoenen Indiërs om aan een nieuwe dag in armoede te beginnen!
Voor de eerste keer sinds lange tijd krijgt het ontbijt in een vliegtuig van mij geen voldoende! De laatste keer was ruim drie jaar geleden van Toronto naar Londen. De bananen/yoghurt havermoutpap brengt kippenvel met bulten zo groot als muggenbeten op mijn armen. Het roerei, hoe krijgen ze het in hemelsnaam voor elkaar, is te zacht en te klef. De smakeloze kaastaart kan me ook niet bekoren dus blijft er een enkel bolletje met twee puntjes kaas en drie olijven over. Weggespoeld met drie bekertjes zwarte koffie.

Buiten komt de zon op en verzorgt een schouwspel met miljoenen kleuren terwijl in mijn hoofd “Here comes the sun” van George Harrison klinkt.
Het blijft toch altijd weer een verlossing wanneer je je bagage op de lopende band zie aankomen. Vier koffers in de vershoudfolie en plakband van “van Beurden Hardchroom”!

Een tip voor iedereen: Voor een paar kwartjes per rol koop je vershoudfolie bij de Action met een rol plakband. Rol de koffer flink in de folie en verzegel het met het plakband. Kost op Schiphol, en andere luchthavens vaak meer dan € 5,- per koffer. Snel verdiend dus!
Van een eerste Thaise maaltijd op de luchthaven komt vandaag niets terecht. Ik heb de kaartjes voor de bus naar Pattaya van “Bell Travel” gekocht en ben nog geen twee stappen van de balie verwijderd en achter me klinkt: ‘Sir, sir?’ Ik kijk om en het meisje achter de balie gaat verder: ‘Ik heb twee stoelen voor de bus van nu! Hij staat te wachten! Maar de stoelen zijn niet naast elkaar!’ Daar hoef ik niet lang over na te denken en ik ruil mijn twee kaartjes om. Een gelukje om de eerste dag in Thailand mee starten! Tien minuten later razen we over de “Motorway” richting Pattaya. Lyka is moe, ze heeft haast niet geslapen en is een beetje kwaad, zeg maar jaloers, op me dat ik zo gemakkelijk kan slapen.
Wanneer ik wakker schiet zijn we al in Pattaya, die twee uur in de bus zijn snel voorbij gegaan! Het minibusje brengt ons naar het hotel. Eindelijk een bed! Van een gesprek komt het niet, ik hoor alleen het rustig ademen van Lyka. Zij is al in een diepe slaap.

zondag 20 september 2015

Nederland: Het vertrek komt langzaam naderbij!

Zaltbommel

Haast negentien maanden verblijven we nu in Nederland. Het waren geen gemakkelijke maanden. In die negentien maanden hebben genoeg ellende en tegenslagen over ons heen gekregen voor tien jaar. Ik wil niet op de details ingaan want dan lijkt het op klagen.
Je hebt het zelf niet altijd voor het kiezen en dan ik ga er maar vanuit dat Boeddha ons wilde testen en voorbereiden op betere tijden. Drie maanden en twaalf dagen geleden moesten we ook, geheel onverwacht, afscheid nemen van mijn moeder, slechts 72 jaar. Ik had al heel wat kleine depressies weg gevochten tijdens ons verblijf in Nederland maar deze was zwaarder dan alle andere depressies bij elkaar opgeteld. Wij zijn al geen al te grote familie maar met dit vertrek kan ik mijn familieleden op twee handen tellen.
Vandaag plukken we de appel van de boom waar mijn moeder zo trots op was. De boom die ze elke ochtend als eerste zag en waar ze af en toe voor opstond om te kijken of het wel goed met de boom ging. De boom waar ze blij mee was. De boom die het leven voor haar symboliseerde als een cyclus van leven, geboren worden en de dood. Het onvermijdelijke zoals zo mooi beschreven door Adriaan van Dis in zijn boek “Ik komt terug”.

Vandaag plukken we de enige appel van deze oogst en eten hem met mijn moeder in onze gedachten. Er is een symboliek aan deze appel verbonden zoals aan de appel die Adam en Eva uit het paradijs verdreef. Deze appel verdrijft ons eindelijk weer voor een paar maanden uit het paradijs dat Nederland heet.
Via Thailand gaan we voor een langere periode naar de Filippijnen. Niet op vakantie maar beter gezegd “in retraite”, we verblijven in een vissersdorp aan de westkust van Luzon, het grootste eiland van de Filippijnen. Ik ga proberen mijn onrustige geest en lichaam tot harmony met de natuur te brengen. Het materialisme uit me te bannen en me voor te bereiden op de laatste jaren van mijn leven. Dat klinkt zwaarder dan ik het bedoel. Dermate je ouder wordt des te meer ga je denken, en beseffen, over de dood. Sommige van ons beginnen aan vreemde diëten of gaan hardlopen of fietsen. Of het nu heeft weet ik niet, maar een gezonde geest leeft in een gezond lichaam.
We gaan enkele maanden leven zoals de arme lokale bevolking in een vissersdorp. We verblijven in een piepklein kamertje in het huisje van mijn schoonmoeder. De koude douche is een van de weinige luxe! Geen ramen of deuren, geen gas en alleen lokaal voedsel. We hopen tijdens ons verblijf wat te kunnen sparen voor de laatste maand van ons verblijf in Azië en wat extra hulp aan mijn schoonmoeder te geven.
We gaan de dagen vullen met een dagelijkse wandeling, schrijven, muziek luisteren, lezen en een film kijken op mijn laptop. Het grootste avontuur zal in de eerste weken bestaan uit het vrijdagbezoek aan een kleine kruidenierswinkel en de markt in een stadje zestien kilometer verderop.
Ik zal zeker weer pogen mijn dagelijkse weblog te schrijven. Ik kan het niet beloven om dagelijks te schrijven maar ik zal toch mijn best doen om het leven in het verre Azië zo goed mogelijk over te laten komen.

dinsdag 14 juli 2015

Thailand: Op weg naar huis

Zaltbommel

Het is pas half vijf in de ochtend wanneer mijn wekker voor de eerste keer vandaag zijn geluid laat horen. Redelijk uitgerust strompel ik uit bed naar de wc om direct met mijn eigen spiegelbeeld te worden geconfronteerd. We hebben het weer overleeft! Vier weken Pattaya! Wat voor de één een heerlijke vakantie is kan voor de ander een straf zijn.
Ik kijk mezelf verbaasd aan en vraag me af wat ik in mijn hoofd had toen ik besloot zonder mijn vrouw naar Pattaya af te reizen. Dat doe ik dus nooit meer! Op de automatische piloot pak ik mijn rugzak en reiskoffertje in. Alles vindt een plaatsje en zodra de wekker om vijf uur voor de tweede keer afloopt realiseer ik me dat het nu middernacht is in Nederland. Met een beetje geluk ben ik over ruim vier en twintig uur weer thuis in Zaltbommel.
De minibus van Bell Travel Service is precies op tijd om me naar het grote busstation van Pattaya te brengen vanwaar er een grote touringcar naar de luchthaven van Bangkok rijdt. Ik probeer me niet te ergeren aan de schofterige chauffeur die me afsnauwt alsof ik een hond ben. Dit is het nieuwe Pattaya denk ik dan maar.
Ik heb twee zitplaatsen gekocht en dan schept de gebruikelijke problemen. Ze tellen de hoofden en komen bij elke telling een passagier te kort  kort terwijl alle buskaartjes zijn ingenomen. Mijn eerste poging om uit te leggen dat ik voor twee mensen heb betaald wordt met een boos ochtendgezicht weggewuifd. Ik laat me weer achterover zakken en terwijl de toiletten en de winkel van het busstation worden doorzocht naar de vermiste passagier onderneem ik een nieuwe poging om de juffrouw met de kaartjes uit te leggen dat ik voor twee plaatsen heb betaald. Ook deze keer spuwen de ogen vuur en het is me duidelijk dat ik mijn mond moet houden totdat de problemen zijn opgelost! Weer zak ik onderuit en laat ze maar zoeken. De kaartjes worden nu op het dashboard gesorteerd in een kakofonie van Thaise (scheld)woorden. Elke stoel wordt nu met de nummers op de kaartjes vergeleken en bij stoel 11 en 12 treffen ze alleen mij aan.
Ik overhandig de twee plaatsbewijzen en met een sjagerijnig gezicht een ondervragingstoon vraagt de juffrouw: ‘Where you friend?’
Rustig wijs ik naar mijn rugzak en op dat moment beseft ze dat ik haar dat al twee keer eerder had willen vertellen! Safe face! Vloekend in het Thais en zeker mij de schuld gevend verteld ze de chauffeur dat de groep compleet is en dat hij eindelijk kan vertrekken.
Met elke kilometer die de grote touringcar dichterbij de luchthaven komt klaren mijn gedachten op. Ik voel de glimlach langzaam weer op mijn gezicht verschijnen, de mist in mijn geest trekt op en de terugreis voelt als een ontsnapping uit deze wereld. Een surrealistische wereld die me doet denken aan het oude Indonesië uit “De stille kracht” van Louis Couperus. Een klamme vochtige wereld waarin menig man ten ondergaat aan de verveling, de eenzaamheid en de drank. Het is moeilijk te begrijpen wat de drukkende vochtige hitte in de tropen met je geest kan doen. In “Ze komt terug” van Adriaan van Dis wordt hetzelfde probleem door de moeder van de schrijver ook zeer precies geschreven.
Op het toilet in de luchthaven ziet mijn spiegelbeeld er voor mijn gevoel heel anders uit. Mijn ogen staan niet meer zo flets, ik denk zelfs een schittering van geluk in mijn ogen te zien. Mijn ontsnapping is gelukt en morgen ben ik weer thuis bij mijn vrouw. Het is belangrijk na deze zware weken de draad weer op te pakken en de depressiviteit uit mijn leven te bannen. Mijn moeder komt, in tegenstelling tot die van Adriaan van Dis, nooit meer terug maar ze zal in mijn gedachten toch wel voortleven.
Haast filosofisch denk ik ook na over mijn eigen toekomst. Ben ik de volgende die het huidige voor het eeuwige verwissel? Of heb ik nog heel wat mooie jaren voor de boeg? Niemand kan dat met enige zekerheid vertellen. Het beeld van een mens die in minder dan een week aftakelt van een strijdbare vrouw tot een leeg vleselijk omhulsel in een goedkope houten fineer kist blijft wel voor eeuwig op mijn netvlies.
Tijdens de vlucht die meer dan tien uur duurt druk ik per ongeluk op een verkeerde knop van mijn KOBO ereader en daarmee is ook de moeder van Adriaan van Dis voor even uit mijn leven verdwenen. Binnensmonds vloekend probeer ik tegen mijn eigen gedachten in het probleem te herstellen. Helaas heeft de KOBO zich geheel in de nieuwstand gezet en daarmee alle instellingen en boeken gewist. Het maakt de tien uur aan boord van het vliegtuig twee keer zo lang.
Hoewel dit een droge dag had moeten worden neem ik bij de laatste maaltijd in het vliegtuig toch maar een rood wijntje. Even ontspannen, vergeten, èn vooral vooruit kijken. Naar de toekomst. Waar ligt die toekomst? Ik weet het zelf even niet meer. Wat ik wel weet is dat met elk persoonlijk verlies er een verbinding, een band met Zaltbommel wordt verbroken. Er is steeds minder dat me aan Zaltbommel bind.
Ik sluit voor een paar minuten mijn ogen en laat mijn gedachten de vrije loop. Hoewel ik de vrouw nooit in levende lijve heb gezien zie ik moeder van Dis toch voor me staan, net als mijn eigen moeder, ook een moeder die er niet meer is. Een paar slokken wijn en ik wordt wat melancholisch. Het licht uit en in het donker denk ik naar de wereld die met acht honderd kilometer per uur onder ons door glijd.
Is het jachtige leven op zoek naar fortuin het eigenlijk wel allemaal waard? Of kun je maar beter een eenvoudig leven leiden? Het antwoord op deze vraag kun je pas geven wanneer je je laatste adem hebt uitgeblazen. Ik geloof in ieder geval in geestelijke rust, en een leven niet gebaseerd op bezittingen maar op geluk.

woensdag 24 juni 2015

Thailand: Opgelicht?

Pattaya (Phil's Place)

Mijn eerste week zit er bijna op en er gebeurt maar weinig. Of misschien beter gezegd, ik doe maar weinig! Wat moet ik hier in Pattaya hemelsnaam nog doen? Na al die dagen, weken, maanden en jaren die ik in Thailand heb rondgezworven is het eigenlijk wel allemaal gedaan en gezegd. Mijn motivatie is dan ook tot onder het vriespunt gedaald. Ik mis mijn vrouw nog het meest, eenzaamheid is niet het gevoel dat ik wil omschrijven maar het is meer het gemis. Steeds vaker realiseer ik me dat mijn moeder er ook niet meer is om me te begroeten wanneer ik weer eens van een reis terugkom.
In het begin van dit jaar schreef ik ook al over vijf en vijftig, een vreselijke leeftijd voor mijn gevoel. Het besef dat het leven eens zal eindigen is opgelaaid en ik denk dat het een proces is die de meesten van ons doormaken. Het verliezen van je ouders is de laatste psychologische stap naar het besef dat nu jou leven zal eindigen. Gelukkig krijgen we geen bericht over wanneer het zal eindigen maar we hopen stilletjes wel dat het snel en pijnloos zal zijn want uiteindelijk is ieder mens gedoemd om weer een te worden met de kosmos.
Ik vul mijn dagen met lezen, een beetje op bed liggen in een verkoelende bries uit de ventilator. Radio2 altijd op de laptop en mijn vrienden en familie in mijn gedachten. Gelukkig kan ik nog steeds genieten van de heerlijke goedkope gerechten die hier overal worden aangeboden.

En dan op een woensdagavond wordt ik geconfronteerd met de donkere zijde van Thailand! Na een gezellige middag met Peter en Jan bij de apotheek besluit ik om eindelijk maar eens bij dat Japanse straattentje aan de Third road te gaan eten.

Het eten was heerlijk en de bediening vriendelijk totdat ik moest betalen. Ik haal demonstratief mijn zuurstokroze Filofax tevoorschijn en laat nadrukkelijk het briefje van 1000 baht aan de ober zien. Aan de ongeïnteresseerdheid van de ober lees ik af dat ik vanavond aan de beurt ben.
En ja hoor! Hij komt terug met de rekening en een schaaltje met 500 baht te weinig. Mijn eerste beklag valt op doveman’s oren. Het volume van mijn stem gaat met twee stappen omhoog en de eerste andere gasten raken geïnteresseerd in het meningsverschil dat ik met de ober heb. Niet veel later komt hij kijken wat er fout is. Voorzichtig en met veel respect en theatrale armgebaren leg ik hem uit dat hij een fout heeft gemaakt. Ik heb hem een briefje van 1000 baht gegeven en hij heeft mij van 500 baht teruggegeven.
In Thailand bestaat er een ongeschreven wet dat je nooit, en dan ook nooit een fout zal toegeven. “Losing Face” heet dat zo mooi, ik weet niet eens of er wel een Thais woord voor bestaat maar dat betwijfel ik want daar zijn ze dan ook weer veel te narcistisch voor. Na enkele minuten welles en nietes te hebben gespeeld en wij beiden onze argumenten aan elkaar kenbaar hebben gemaakt loopt hij zonder wat te zeggen weg. Voor hem is het probleem opgelost!
Een voorbij lopende serveerster pakt het schaaltje met geld op en wil het begeleidende bonnetje nog een keer afrekenen. Een luide kreet van een dikke jongen, die later de bedrijfsleider blijkt te zijn, is voldoende voor haar om het schaaltje direct weer los te laten alsof het gloeiend heet is.
De dikke jongen houdt me, vanuit zijn ooghoeken, nauwlettend in de gaten. Zodra hij beseft dat ik geenszins van plan ben om de zaak te verlaten voordat ik mijn geld heb komt hij polshoogte nemen. Ik vertel hem netjes, op een volume dat de gehele clientèle mee kan luisteren, dat ik 100% zeker ben van mijn zaak. Hij roept de betrokken ober erbij en ze beginnen samen een gesprek is het Thais waarbij het glimlachen van de twee weinig goeds voorspeld. En dat lost niets op want ook de oplichtende ober claimt 100% zeker te zijn van zijn zaak.
Als scherprechter begint de dikke jongen de balans van de kassa op te maken om zo aan te tonen dat er geen kasverschil is! Alsof ik voor zoiets doms zou vallen? Die 500 baht zitten bij de dief in zijn zak of onder de lade wanneer ze allemaal meedoen in het complot. Hij laat me een strook papier met een hoop getallen zien en met een triomfantelijke grijns van een misdadiger verteld hij me dat de kassa klopt.
Ik sta plotseling op en voor een moment gun ik hem het zoete gevoel van de overwinning. Hij kijkt triomfantelijk naar het bedienend personeel en de koks die alle activiteit nauwlettend in de gaten houden. Wanneer hij weer bij de les is kijkt hij opnieuw naar het schaaltje geld dat ik nog steeds niet heb aangeraakt. Hij voelt dat er iets mis is!
Mijn rechterhand verdwijnt in mijn broekzak en ik haal mijn kleingeld tevoorschijn, ‘Tang Lek!’ Ik zie angst in zijn ogen verschijnen want nu blijkt de opgelichte en lichtelijk aangeschoten “Falang” ook nog eens wat Thais te praten. Mijn kleingeld verdwijnt weer in mijn broekzak en nu haal ik mijn roze agenda tevoorschijn, ‘Tang Yai! Pan Nueng!’ Ik haal een stuk of vier briefjes van 1000 baht uit mijn agenda en ik voel zijn ogen door de geopende portemonnee gaan waar hij nog meer briefjes van 1000 baht ziet zitten.
Als laatste speel ik de troefkaart van mijn Thaise rijbewijs. Het is de bedrijfsleider nu wel duidelijk dat hij niet met een dronken toerist heeft te maken. Ik spui nog wat woorden en termen die alleen mensen kunnen kennen wanneer ze veel tijd in Thailand, en met name niet in de toeristengebieden, hebben doorgebracht.
Hij voelt zich betrapt, dat is duidelijk aan zijn lichaamshouding af te lezen. Hij is duidelijk niet geamuseerd en roept kort maar krachtig dat de gewraakte ober ‘Ha Roi’, 500 baht, moet komen brengen. Nadat ik mijn geld in mijn broek heb weggestopt bedank ik uitgebreid de troep dieven in spé met de vermelding dat ik overmorgen weer kom eten!
Dat hoef ik dus niet meer te doen. Ik weet uit ervaring dat ik dan gewoon niet meer zal worden bediend. Het is jammer dat zo’n leuke dag met zo’n heerlijke maaltijd aan het einde zo in mineur moet eindigen. Maar toch heb ik er weer wat van geleerd: “Zorg dat je altijd voldoende kleingeld bij je hebt om je maaltijd gepast te kunnen betalen!”

En dan verval ook ik in de meest zinloze bezigheid die hier in Pattaya aan de orde van de dag is: Het zinloos bier drinken uit pure verveling.

vrijdag 19 juni 2015

Thailand: Thaise taferelen

Pattaya (Phil's Place)

Ik loop op schuimrubber en het zonlicht, ondanks mijn zonnebril, doet pijn aan mijn ogen. Het was een gezellige middag/avond met veel oude vrienden en bekenden. Het is voor mij of de tijd het afgelopen jaar heeft stilgestaan. Toch zie ik ook grote verschillen met anderhalf jaar geleden. Laat ik maar meteen een open deur intrappen, er is helemaal niets te doen! Lege barren en lege restaurants.
Op mijn badslippers betreed ik de bekende paden. Hoevaak zou ik hier al hebben gelopen? Honderden? Misschien wel duizenden malen liep ik door Soi Chayapoom. Mijn ogen sporen de lelijke lichtbakken af en een lichte paniek overvalt me! Het zal toch niet waar zijn? De voor mij zo bekende korenblauwe lichtbak lijkt van de gevels verdwenen! Een stukje verder zie ik dat het stalen frame, inclusief tl-verlichting nog aan de gevel hangt maar de blauwe borden zijn ècht weg. Ik probeer mezelf nog wijs te maken dat ze aan vervanging toe waren.
Maar nee! Het onmogelijke is toch gebeurd. Het tijdperk van “Crazy Dave’s Diner” is ten einde gekomen en daarmee ook een van mijn favoriete ontbijtgelegenheden in Pattaya. Wat nu? Twee huizen verder steek ik aan de overkant van de straat mijn hoofd door de deur van mijn vaste kapster die gelukkig nog wel op haar vaste stek zit. Een Thaise vrouw en een Engelse arbeider ondergaan een pedicure terwijl de kapster me vriendelijk begroet.
De man kijkt me onschuldig aan met een uitdrukking op zijn gezicht alsof zijn vrouw hem heeft gedwongen. Zelf heb ik er nooit wat mee gehad, zo’n pedicure of een voetmassage maar er zijn drommen toeristen die denken dat het onlosmakelijk verbonden is met een vakantie in Thailand.
Het is vrijdag, dus marktmiddag met veel slappe klets, een grap en koude bieren. Voordat het zover is moet ik eerst nog even langs Jan om de sleutels van de koffer langs te brengen en eerst een hapje eten. De tropische warmte heeft me bevangen en mijn trek is absoluut verdwenen. Ik vecht om eten naar binnen te krijgen. Dan toch maar een sandwich van Subway. De special van € 1,75 gaat er normaal gesproken altijd wel in!

Met de nieuwe knellende Teva sandalen aan mijn voeten schuifel ik richting de markt waar de bekende marktgangers al druk bezig zijn met het nuttigen van light biertjes. Zelf blijf ik toch maar bij de Leo bieren, lekker zoet en lekker vol met dat spul dat veel mannen in Thailand gelukkig maakt en het meeste van hun ellende doet vergeten. Het is een prima middag en het doet me goed om zoveel oude vrienden bij elkaar te zien.
De tijd is voorbij gevlogen en het wordt tijd om te eten! Het bitterhop zuur heeft haar werk gedaan want ik trek krom van de honger. Waar anders dan bij Jocky’s ga ik vanavond eten? De aanbieding van de dag is niet te versmaden, dat had ik vanmiddag al gelezen!
Elke vijftig meter wordt ik door een slecht opgemaakte eenzame vrouw van lichte zeden aangeklampt, en aangesproken.
‘Where is Hang? When Hang come?’, ik zie de wanhoop en armoede in hun ogen en vertel ze maar snel dat “Hang” is getrouwd en dat hij nooit meer naar Thailand komt. Teleurgesteld druipen ze af en nemen als kleurrijke papegaaien weer plaats op hun krukken die in een lijn, zeg maar hinderlaag, staan opgesteld.

Fish & Chips! Zeg het maar? Kan ik me voor 149 baht hier een bult aan vallen. Het smaakt me uitstekend! Een laatste biertje, een ijsje en dan naar bed. De laatste restjes van mijn jetlag weg slapen zodat ik fris aan het weekend kan beginnen.
Copyright/Disclaimer