Foto's verhuizen en herschrijven

Enkele jaren geleden heeft Google de stekker uit Picasa getrokken en tot nu toe ondervind mijn blog daar nog steeds problemen van. Omdat ik voorlopig toch niet meer op reis ga ben ik de verhalen uit 1999 aan het herschrijven en de foto's aan het verhuizen naar Flickr. Veel leesplezier met mijn avonturen van alweer ruim 18 jaar geleden!

donderdag 30 april 1998

Wordt vervolgd!

Er zijn nog meer verhalen over deze reis, ze worden in de toekomst gepubliceerd.

dinsdag 7 april 1998

Australië: Ik ben op weg

Katoomba (Katoomba YHA)

Na het vermoeiende uitstapje naar de Royal Easter Show in Sydney heb ik op paasmaandag maar eens rustig aan gedaan. Althans, een goede poging gewaagd! Op deze paasmaandag ben ik na het middageten met ome Kees een stevige wandeling gaan maken rond Long Jetty.
En dat is een aangename en mooie plaats om te wonen wanneer je gepensioneerd bent en jezelf goed kan vermaken. Je kan er gaan zwemmen, vissen, bowlen, wandelen, fietsen en bier drinken in het clubhuis van de plaatselijke bowls club. Een sport die een Europeaan niet kan bevatten! Mannen verkleed in witte slagerskleding en vrouwen in witte lange jurken rollen zware ovale ballen naar een klein balletje en wie er het dichtst bij ligt wint, een soort petanque alleen je rolt de bal.
De sfeer in het kleine clubhuis is er een van armoede. De kleinste glaasjes bier die ik ooit in mijn leven heb gezien worden genuttigd in een snelheid waar een mus nog van zou opkijken. Oude dames sippen een huiswijn die waarschijnlijk smaakt als verschraalde azijn. Je kan de armoede zien die een pensioen met zich meebrengt. Vooral hier is het verschil tussen het (staats)pensioen en het salaris van de werkende mens heel groot. Net als door de oude mensen in Nederland wordt er ook hier veel geklaagd over de politiek, de kinderen en de gezondheid.
Ik vraag me af of ik later zelf ook zo zal klagen wanneer ik oud ben, terwijl ik mijn tanden in het dikke schuim van een “Schooner Beer” zet. De glazen hebben hier in Australië namen die zijn verbonden met een inhoudsmaat bier. De “Schooner” heeft een inhoud van 425 mL (15 imp. fl. oz., of driekwart van een Imperial pint), een oude inhoudsmaat. De ouderen in Australië houden nog steeds vast aan het oude Engelse systeem - Australië is in 1971 begonnen met de “Metrication” en was in 1988 klaar met de omschakeling - van maten en afstanden. Ik moet er wel om lachen want nu drink ik gewoon twee in plaats van vier glazen, voor de bejaarden in het clubhuis is het oude Imperialistische systeem een principe waar ze mee het graf in gaan.

Dinsdag gaan ik dus op pad. Het is niet gemakkelijk om afscheid te nemen maar ik moet nu eenmaal een begin maken aan mijn zwerftocht rond Australië.

Op het parkeerterrein van het treinstation in Gosfort nemen we afscheid van elkaar. Het is een beetje een geforceerd afscheid. Kees en Betty willen me vast- of tegenhouden terwijl ik me los wil scheuren uit de comfortabele greep van mijn onbekende familie. Zij willen me vertroetelen en volstoppen met alle heerlijkheden die Australië biedt en ik wil op ontdekkingsreis op dit enorme continent en in mijn onderbewustzijn. Als een wild dier dat na een lange slopende ziekte weer is opgeknapt en de roep van de wildernis niet kan weerstaan. Ik zwaai nog een keer naar de auto - waarin mijn familie op het vertrek van de trein zit te wachten -  wanneer de trein het station verlaat en mijn avontuur in Australië echt is begonnen. Vanaf nu ben ik op mezelf aangewezen.
Tijdens het eerste stuk naar het Centraal Station van Sydney slaat de euforie over het vertrek om in angst voor de twee maanden alleen zijn met mezelf. Mijn depressieve gevoelens weten weer een weg naar buiten te vinden. Het is alweer enkele maanden geleden dat ik de Temazepam en Cipramil vaarwel heb gezegd om op eigen kracht weer de oude te worden. Dat dat zo’n moeilijke strijd zou worden had ik nooit kunnen bedenken. Je kan niet over depressies oordelen als je ze zelf niet hebt meegemaakt!
De eindeloze bossen - met hier en daar een enorme eenzame bungalow op een kale plek - schieten buiten voorbij. Plaatsnamen met exotische vreemde namen die soms op Chinese roerbak gerechten lijken. Ik speel nerveus met mijn rugzak en controleer onafgebroken de ritssluitingen en gespen of ze wel dicht zijn. Ik ben alleen. Dat wilde ik ook, maar ik wil ook samen met anderen zijn. En daar gaat deze reis over. Het leren om weer alleen te zijn. Na de breuk met mijn vriendin Petra en het overlijden van mijn grootmoeder is het me allemaal teveel geworden. Nu ben ik ook nog mijn baan kwijt. Het verdrinken van mijn problemen in de alcohol was ook geen goed idee. Dus ga ik op ontdekkingsreis in mezelf. Drie maanden, om als herboren terug te keren naar mijn geboortegrond.
Op het Centraal Station koop ik snel een beker koffie, koop een nieuw kaartje, en stap ik over op de volgende trein die al snel weer vertrekt voor de twee uur durende reis naar “Katoomba”, de hoofdstad van de “Blue Mountains”.
Volgens de Lonely Planet is dit een plaats in Australië om niet te missen. Zo dichtbij Sydney en toch zover weg van de stad. De stad met hoogbouw gaat al snel over in de buitenwijken met straat na straat grote lelijke bungalows met nog lelijkere hekken en enorme grasvelden - met twee of drie auto’s - voor het huis. Hier in Australië is er ruimte genoeg. Waarom zou je dan een boven- of onderbuurman willen hebben?
De ruimte tussen de huizen wordt steeds groter totdat we in de wildernis terecht komen. Eindeloos, vormloos, troosteloos en in een landschap dat ik nog nooit het gezien. Het is ook geen mooi bos. De bomen lijken allemaal op familie van de in Nederland bekende treurwilg. Het is een treurig landschap en voor de zoveelste keer vraag ik mezelf af waar ik aan ben begonnen. Zou ik niet beter terug kunnen gaan naar mijn familie en daar drie maanden niets doen?
Alleen al het opkomen van die gedachte jaagt me de schrik op het hart. Dit is een bijzondere reis en een kans waar velen hun hele leven van dromen. Ik moet deze reis tot een goed einde brengen, voor Petra, voor mijn grootmoeder en voor mezelf, zodat ik eindelijk weer verder kan met mijn leven.
En daar sta ik dan op het kleine station van dit dorp. Een stad is het zeker niet. De eerste beelden op mijn netvlies zijn allemaal op de een of andere manier verbonden met het toerisme. Reclames voor hotel’s, restaurants, excursies, auto-huur, live muziek, souvenirwinkels en nog meer bedrijven die je graag van je meegebrachte toeristendollars willen afhelpen.
‘Tonight, Live Music, Buy 3 get one Free!’, schreeuwt een enorm spandoek op een louche bar achter het station.

Wat ongemakkelijk loop ik de eerste paar honderd meter met mijn, te zware, rugzak naar mijn eerste “YHA” jeugdherberg. Een franchise van goedkope slaapplaatsen rond Australië en de rest van de wereld. Het is allemaal nieuw voor me en wat onwennig zoek ik de receptie van het hostel om tot de ontdekking te komen dat de receptie pas om vier uur weer open gaat.
In de keuken raak ik in gesprek met wat andere mensen die hier slapen en die me meteen ook de weg wijzen. Gratis koffie en thee, zet je rugzak daar maar neer, ga maar even mee naar buiten, ik rook zelf niet maar ik wil niet alleen in de keuken achterblijven.
En dan komt die eindeloze reeks vragen die ik voor de eerste keer - maar zeker niet voor de laatste keer - moet beantwoorden. De vragen klinken alsof er een cassettebandje in een antwoordapparaat wordt afgespeeld.

‘Wat is je naam?’
‘Waar kom je vandaan?’
‘Hoe lang blijf je hier?’
‘Ben je al lang op reis?’
‘Waar ben je allemaal geweest?’
‘Waar wil je nog naar toe?’

Een serie korte vragen die zo snel en onafgebroken op je afkomen dat het lijkt dat ze niet eens een antwoord verwachten of willen horen. Het lijkt er meer op dat de vraag belangrijker is dan het antwoord. De vraagsteller staat in het middelpunt, niet de gevraagde! Een pure poëtische vorm van egoïsme van de vraagsteller die een medeslachtoffer vraagt om een bevestiging van de goede bedoelingen van zijn reis. Vreemd? Het is allemaal toch heel erg oppervlakkig? Als ik niet met iemand wil praten dan zeg ik gewoon niets!
Natuurlijk zijn we allemaal vreemden voor elkaar - in een vreemde keuken - op een vreemde plaats. Maar toch, die duidelijk in het oog springende oppervlakkigheid verbaasd me. Voor de eerste keer krijg ik het idee dat iedereen onderweg in dit rode landschap op zoek is naar zichzelf.
Zodra de receptie open gaat zie ik dat ik niet de enige ben die op zoek is naar een slaapplaats in dit hostel dat ook veel groter is dan ik had verwacht. In de rij - wachtend op mijn beurt - raak ik opnieuw in gesprek en krijg ik al snel enkele goede tips. Gewapend met al die kennis stap ik zelfverzekerd op de balie af wanneer ik eindelijk aan de beurt ben.
Als eerste wordt ik voor tien dollar lid van “Hostelling International”. Als tweede koop ik een boekje met tien vouchers voor overnachtingen in de deelnemende hostels overal in Australië. Voor $160,- krijg je tien overnachtingen waarvan je er maximaal twee in Sydney kan gebruiken, deze twee vouchers hebben een afwijkende kleur. De minimale korting van $ 2,- per nacht is een welkome opsteker waarvoor ik nog geen fles bier maar wel een eenvoudige maaltijd kan kopen!
Achter me in de rij blijft het opvallend rustig. De mensen wachten gelaten op beurt en praten met elkaar terwijl ik alle zaken rustig op mijn gemak regel. Niemand in het hostel lijkt haast te hebben en dat geeft een ontspannende sfeer. De manager van het hostel overhandigd me twee lakens, een kussensloop en een deken. Op mijn sleutelhanger staat het kamer- en bednummer! De kamer is snel gevonden en nog helemaal leeg.
Als ik voor de eerste keer binnen stap wordt ik overvallen door herinneringen uit mijn diensttijd. De kamer is schoon en alleen gevuld met de hoogstnodige meubels. Twee stapelbedden, vier kasten - van een afmeting waar een flinke rugzak in past en die je kan afsluiten met je eigen hangslot - en twee stoelen. Overgordijnen met een verduisterende zilverlaag aan de buitenkant hangen voor het raam.
Ik zoek naar mijn bed voor de komende drie nachten. Op het stalen frame zijn stickers met nummers geplakt en zodra ik mijn bed heb gevonden ga ik eerst voor een moment op het matras zitten. Dat oorspronkelijke idee over het dagelijkse budget steeds in mijn broekzak te stoppen is al van tafel! Ik laat het vanaf vandaag gelijk lopen met mijn voucher boekjes voor de overnachtingen. Die $ 35,- per dag was wel heel optimistisch gerekend! Ik weet het op de eerste dag al voor 100% zeker dat ik hier niet voldoende aan zal hebben. Ik kijk verder wel wat we doen en hoe we hier mee omgaan. Ik heb tenslotte een VISA kaart als vangnet voor noodgevallen en mocht ik aan het einde geld tekort komen.
Voordat de eerste kamergenoot de slaapzaal binnenstap is mijn bedje al gemaakt. Toch blijft hij een beetje vreemd voor mijn bed staan. Ik heb geen idee wat hem bezield totdat hij opmerkt dat ik zijn slaapplaats heb ingenomen. Ik kijk nog eens goed en zie nu dat mijn nummer correspondeert met het bovenbed van stapelbed. Ik verontschuldig me in de hoop dat hij er geen probleem mee heeft dat ik beneden slaap. We ruilen van sleutels en zo klopt alles weer. Hij blijft ook drie nachten! Enthousiast verteld hij over bushwalks en grotten die niet al te ver weg zijn. Misschien kunnen we samen iets ondernemen.
‘Ja misschien, ik weet het nog niet!’
Het is ondertussen al ruim na zes uur en ik kan na al die drukte wel een biertje gebruiken. Bij de bottleshop naast de “Coles Supermarkt” koop in een six-pack (6 flesjes) en kom tot de conclusie dat die nog duurder zijn dan een slab (24 flesjes). Het systeem gaat ongeveer zo: 1 flesje kost 2 dollar, 6 flesjes  zijn 9 dollar en 24 flesjes kosten 30 dollar! Rare jongens die Australiërs! Morgen toch maar eens kijken of ik andere bierdrinkers kan vinden om samen een hele slab te kopen en zo $ 0,25 per flesje uit te sparen.
Voor het slapen eet in nog wat brood met kaas en maak een praatje in de keuken. Enorme koelkasten van muur tot muur gevuld met zakken en dozen met namen en datums. Het is allemaal vreemd en nieuw voor me. Bier blijkt het meest gestolen goedje uit de koelkasten dus het is een goed idee om ze alle zes maar op te drinken voordat je ze toch kwijt bent! Daar gaat meteen mijn goede voornemen om niet teveel te drinken!
De kamer is aardedonker en ergens in de duisternis snurkt er iemand zachtjes. Het is een mannenslaapzaal. Australiërs zijn zo puriteins en ouderwets dat gemengde slaapzalen een zeldzaamheid zijn. In het donker kleed ik me op de tast uit, rol mijn kleren op en schuif ze samen met mijn laarzen en hoed onder het bed. Mijn portemonnee gaat onder mijn hoofdkussen. Voor een moment lig ik wakker op mijn rug - met mijn handen onder mijn hoofd op het kussen - en staar in de duisternis boven me die zich als een mini kosmos heeft omsloten. Het lijkt wel of ik zweef in de duistere kamer. De alcohol brengt enkele verwarde gedachten in mijn hoofd maar werkt ook genezend tegen de onwelkome depressies.
In alle stilte vraag ik me in mijn gedachten luid schreeuwend af: ‘Waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen?”

zondag 5 april 1998

Australië: Royal Easter Show

Long Jetty (The Entrance)

Vandaag maak ik een stap dichter bij het èchte Australië! Al vroeg wordt de auto gereed gemaakt voor de anderhalve uur durende rit naar het park waar in 2000 de olympische spelen worden gehouden. Ons doel is de “Royal Easter Show”.
We zijn nog geen half uur op weg wanneer de auto vreemde geluiden begint te maken en zachtjes te schokken. Het zijn hier in Australië bijna allemaal automatische versnellingsbakken waardoor de techniek in de auto’s toch wat ingewikkelder dan in Europa is. Het tikken gaat over in ratelen en nog geen tien minuten later staan we stil langs de autosnelweg - die de mooie naam “Pacific Highway” draagt - naast de auto die niet meer vooruit òf achteruit wil.
Voor mijn eigen gevoel is dit ook een een gênante vertoning want ik heb - voor een kort - moment het idee dat ik verantwoordelijk ben voor het technische mankement. Ik ben tenslotte het middelpunt èn de reden dat we nu op weg zijn naar Sydney. Hoewel ik nog had voorgesteld om met z’n allen met de trein te gaan kon ik mijn familie er niet van overtuigen en zijn we toch met de auto gegaan. En daar staan we dan langs de weg.
De “The Australian Automobile Association (AAA)” wordt opgeroepen en een half uurtje later verschijnt er een - over de hele wereld bekende - gele bestelauto met zwaailichten bovenop het dak. De motorkap staat al open en de man kan zo aan het werk. Ik wil me niet bemoeien met het werk of overleg vooraan de wagen en heb weer plaatsgenomen in de auto in afwachting van de reparatie. Tenminste, ik ga er wel vanuit dat de auto gerepareerd kan worden en dat we niet zomaar in het midden van niets langs een autosnelweg zijn gestrand.
De monteur en Peter overleggen in een Australisch dialect dat zo sterk is dat ik er maar enkele woorden van kan thuisbrengen. Peter schudt steeds zijn hoofd en de monteur strekt zijn armen - met de binnenzijde naar boven gekeerde handen - als de Messias voor zijn borst. Maar ook de hogere macht kan de auto niet ter plaatse repareren. Er wordt wat heen we weer gebeld en ongeveer een half uur later verschijnt er ongeveer dezelfde auto in dezelfde kleur als die van ons met een vriendelijke man achter het stuur.
Peter onderhandeld, wij verplaatsen - na een signaal van Peter - onze spullen naar de net gearriveerde auto, een laatste controle of we niets vergeten zijn in de kapotte auto en we zijn weer onderweg. Verbaasd als ik ben vraag ik aan Peter, die naast me achter het stuur zit, wat er is gebeurd.
‘Automatische transmissie kapot’, antwoordt hij. ‘Dus hebben we deze auto maar gekocht en de kapotte ingeruild.’
Van verbazing verval ik in een zwijgen. Dus wat ik net voor mijn neus heb zien bebeuren was de aankoop van een andere auto? En die werd zo langs de snelweg met de credit card betaald! Ik voel automatisch en ook onbewust of mijn credit card nog op de juiste plaats zit en besef de kracht en de macht van dit kleine stukje plastic. Er rust een krediet van 5000 gulden op mijn kaart. Daar moet ik dus heel voorzichtig mee omgaan en er voor zorgen dat ik de kaart niet verlies of kwijt raak.

Al piekerend over wat ik heb gezien bereiken we de parkeerplaats van het enorme terrein waar over twee jaar de Olympische Spelen zullen worden gehouden. Het is nog een enorme bouwput en er moet nog veel werk worden verzet. Direct na het passeren van de toegangspoort splitsen ze de groep op in “Vrouwen en meisjes” en “Mannen en jongens”. Ik val van de ene in de andere verbazing. Zouden we dan niet een dag met z’n allen - het complete gezin - doorbrengen? Maar ik wil ook niet zo brutaal zijn dat ik de mensen die ik bijna of nog nooit heb gezien het hemd van het lijf vraag. Ik stroom maar een beetje met ze mee en pas me gewoon aan.
De “Royal Easter Show” mag dan voor de agrarische Australiër het hoogtepunt van het jaar zijn, het is hier “Down Under” nu bijna herfst, voor de nuchtere en ontwikkelde Europeaan is het niets meer dan een uit zijn proporties gegroeide braderie. Kraam na kraam worden de lokale producten aangeprezen. Van biologische boterkoekjes tot Aziatische groenten, van poppenhuizen tot hoeden en van kaas tot wijnen. Vanuit de hele oostkust zijn de verkopers hier naar toe gestroomd om hun waren op de - ongetwijfeld zeer dure - marktkramen te slijten.
Het is een leuke dag maar ik ben nu klaar voor het èchte Australië. Ik heb het zo prima naar mijn zin maar dit is niet waarom ik naar Australië ben gekomen. Uit verveling koop ik ook nog een grote Australische hoed zoals veel toeristen een souvenir kopen waar ze later ook nog wat aan hebben.
Ik heb ook twee ontmoetingen die ik mijn leven nooit meer zal vergeten! De eerste is met de goden van het Australische rugby. Deze sport is hier populairder dan het voetbal. Wat zeg ik? Deze sport is hier nog veel populairder dan het voetbal in Europa. De spelers worden vereerd als halfgoden en verdienen fortuinen met de sport en de reclames. De helft van de tv-reclames die ik heb gezien bevat een of meer bekende sportfiguren. Ik moet even op het onvermijdelijke plaatje met Matt Burke, Cam Blades (NSW Waratah en Wallabies).

Indrukwekkend, maar ook zo druk dat ik de kraam met de andere - voor mij net zo onbekende - sportmensen aan me voorbij liet gaan. Bij de kraam van de cricketspelers stond een nog veel langere rij te wachten op een foto en een handtekening.

De tweede ontmoeting was er een met een zachtmoedige reus. "David Foster", god weet hoeveel wereldkampioenschappen houthakken en een graag geziene gast in heel Australië.

Een reus van een kerel waar je gewoon bang van wordt wanneer je er naast staat.
En zo loopt deze dag langzaam naar het einde waar ik eigenlijk niet naar durf te vragen. Bij de eerste voorzichtige aanwijzingen van Peter dat het bijna tijd is om weer naar huis te gaan haak ik meteen in. Na een half uurtje zit de hele club weer met z’n alle in de auto op weg naar huis.
Ik heb een leuke dag gehad maar ik kan niet wachten om weer verder te gaan. Ik ben er nu klaar voor. Ik voel me goed en heb al drie dagen geen depressie gevoeld. Tot nu toe lijkt deze reis een goed medicijn voor mijn geestelijke toestand te zijn.
Waar ik minder blij mee ben is dat er een gat zo groot als “morgen heel de dag” in mijn geschatte begroting is geschoten. Australië is duur! Zeker een biertje en wat eten op zo’n braderie. Ik hoop dat het allemaal wel wat goedkoper wordt wanneer ik onderweg ben want in dit tempo ben ik over 45 dagen al door mijn geld heen!

zaterdag 4 april 1998

Australië: En daar is de familie

Long Jetty (The Entrance)

Je zal het bijna niet geloven maar de familie zou vandaag bijna 600 kilometer rijden om mij te begroeten. Denk daar eens goed over na? Een stukje verder dan Parijs om hallo tegen iemand te zeggen die je je haast niet kan herinneren. Het is een vreemde wereld en opnieuw wordt me duidelijk hoe uitgestrekt dit land is! De pionierscode is in in Australië sterker dan ik ooit had kunnen denken.
Mijn eerste kennismaking met de jetlag is meteen een goede. Ik heb wel geslapen maar de hele wereld om me heen voelt vreemd aan. Mijn geest zegt dat het dag is maar mijn lichaam denkt dat het nacht is. Na het ontbijt zit de dag er al bijna op, er is geen programma behalve wat rusten en eten. Ik voel me al een beetje verveeld want om eerlijk te zijn hebben we alles al gezegd wat er gezegd kan worden.
De familie uit Sydney en Bemboka arriveert in de ochtend en iedereen is blij om de rest van de familie weer te zien. Ik vindt het een beetje vreemd en gênant dat de aankomst van mijn persoon in Australië het middelpunt èn de reden is voor een familiebijeenkomst.

Na het eten vraag ik aan Kees en Peter of we misschien wat kunnen gaan wandelen. Ik ben hier tenslotte om wat te zien. Bier drinken kan tenslotte vanmiddag nog wel. Tijdens de wandeling val ik van de ene verbazing in de andere. Het is hier echt mooi, heel mooi! Maar waar zijn de mensen? De straten zijn verlaten als na een aanval met kernwapens. Er is echt niemand te zien op straat! Kees verteld me dat alle mensen achter hun huis en achter hoge schuttingen in hun tuin weggescholen zitten. Een vreemde gedachte voor een sociaal beest uit Nederland. In de supermarkt pikken we snel nog wat laatste boodschappen op voor het eten van vanavond. Ook in deze enorme winkel is het heel anders dan in Nederland. Wat je meteen opvalt zijn de enorme verpakkingen! 3½ liter melk in een plastic fles. Dozen met van alles en nog wat in het formaat “weeshuis”!
Peter roept me en verbaasd ga ik kijken wat er aan de hand is. Hij wijst tussen twee rekken door naar een spin die daar zijn web heeft gesponnen.
‘Redback spider’, zegt hij fluisterend. ‘Een van de meest giftige spinnen in de wereld’
Ik kijk nog een keer goed en prent het kleine insect goed in mijn geheugen. Ik weet in ieder geval dat ik contact met die beestjes de komende drie maanden moet zien te vermijden.

Langs de zee zoeken we een bankje om even in de zon te genieten van wat Australië te bieden heeft. Wat me direct opvalt wanneer we zijn gaan zitten zijn de eindeloze stroom verbodsborden langs de wegen en paden. Je mag dit niet, je mag dat niet, en alles met boetes waar je in Nederland maanden voor moet werken. Ik vraag me af wat hier nog wel mag!
Na het uitbundige avondeten drinken we nog wat, ondanks de hoge bierprijzen wordt er stevig door de mannen gedronken, maar niet voor al te lang. Ik heb het excuus dat ik nog moe van de reis ben en ga niet al te laat naar bed. Morgen staan we vroeg op om naar de “Sydney Royal Easter Show” te gaan. Peter en Johanna hebben me uitgenodigd, de kinderen gaan vanzelfsprekend ook mee. Dus morgen is eigenlijk mijn eerste echte dag in Australië.

vrijdag 3 april 1998

Australië: Een emotioneel weerzien

Long Jetty (The Entrance)

Na een uurtje in de lucht komt de aap uit de mouw waarom we allemaal bij elkaar zijn gedreven. De nootjes en het l’eau de Cologne doekje had ik vooraf al overgeslagen - ik had de stewardess laten weten mij niet wakker te maken voordat het eten zou worden geserveerd - dus werd ik door een leuk jong chinees meisje gewekt om te controleren of ik wel mijn veiligheidsgordel goed - met de nadruk op goed - vast had zitten. Ik wrijf het slaapzand uit mijn ogen en kijk eens goed om me heen en zie tot mijn grote verbazing alleen maar bezorgde gezichten. Naast de keuken zitten aan beide kanten in het gangpad twee stewardessen zij aan zij ingesnoerd.

Een mededeling van de gezagvoerder brengt duidelijkheid over wat er aan de hand is en wat ons staat te wachten:
‘Goedenavond dames en heren, hier spreekt uw gezagvoerder. Er zijn berichten binnengekomen van andere gezagvoerders die melden dat er zware turbulentie op dit traject is te verwachten.
Wij gelasten u om ten alle tijde uw veiligheidsgordel vast te laten en alleen wanneer het hoognodig is gebruik te maken van het toilet.
Vraag voordat u naar het toilet gaat eerst assistentie van een stewardess en wacht met het opstaan dat zij bij uw stoel zijn? Zij zijn opgeleid om u bij te staan tijdens de moeilijke omstandigheden.
Ook zullen er tot een nader te bepalen tijdstip geen maaltijden of drankjes worden geserveerd.
Wij houden u regelmatig op de hoogte over de omstandigheden zodra die veranderen. Wij wensen u een prettige vlucht en verontschuldigen ons voor de ongemakken tijdens deze vlucht.’

Nou dat was het dan, er werd in de business klasse geen woord meer gesproken en iedereen zat elkaar maar een beetje aan te staren. Het viel tenslotte allemaal wel mee, in ieder geval tot nu toe. Het vliegtuig schudde en schokte een beetje maar niet iets waar we ongerust om zouden moeten worden.
Als een donderslag bij heldere hemel valt het vliegtuig tientallen meters omlaag in het luchtruim. Beelden uit alle rampenfilms waarin een vliegtuig de hoofdrol vervulde schieten door mijn hoofd. Verdoofd en verward door het ongeloof van de onverwachte val zijn we niet voorbereid op de volgende val. Deze lijkt nog wel dieper dan de eerste val en ik krijg het gevoel dat mijn maag door mijn slokdarm mijn lichaam wil verlaten. Ik zie in gedachten huilende en lachende mensen om mijn graf staan, en dat terwijl ik niet eens begraven wil worden.
De schokken komen nu steeds sneller achter elkaar en het licht in de cabine wordt gedimd tot een niveau dat we elkaar nog wel kunnen onderscheiden maar onze gezichten niet meer kunnen zien. Er zijn er zeker onder de passagiers die nu bidden tot een hogere macht om ons veilig naar onze bestemming te leiden. Zelf denk ik of het technisch wel mogelijk is om een vliegtuig zo sterk te maken dat de vleugels er niet afbreken tijdens deze zware turbulentie.
Het is ijzig stil in het vliegtuig, je hoort alleen het ruisen van de wind - die met ruim 800 Km/u langs de buitenkant van de romp glijdt - en het onregelmatig draaien van de vier enorme straalmotoren die onder de vleugels hangen. In een ongemakkelijke situatie als deze worden al je zintuigen scherper omdat ze door je onderbewustzijn in de stand “OVERLEVEN” worden geschakeld. Elk geluid, elk gekraak en elke zucht of schreeuw van een medepassagier klinkt onheilspellend helder en luider dan normaal.
De tijd wordt als een rubberen elastiek uitgerekt en gaat steeds langzamer, wanneer ik - voor mijn gevoel - een uur later op mijn gele HEMA horloge kijk zijn er pas tien minuten voorbij. Dit is niet leuk!
Vier paar ogen houden ons - als een soort gevangenisbewaarders - onafgebroken in de gaten. Ik wil dat we in Sydney aan de grond staan, de stewardessen hopen dat er geen paniek uitbreekt. Eén schreeuw van een bange passagier kan een oncontroleerbare paniek onder de overige passagiers laten uitbreken met gevaarlijke gevolgen. Als één vonk statische elektriciteit die een hele silo gevuld met stof kan laten ontploffen.
De afgelopen zes uur zijn een absolute hel geweest! Ik heb geen seconde kunnen slapen en het drinken van een flesje water was ook geen succes. Het natte t-shirt kleeft aan mijn borst terwijl de airconditioning het weinige geabsorbeerde vocht tot een koude onzichtbare plaat heeft omgetoverd.
De turbulentie stopt net zo abrupt als het is begonnen. Maar de reis wordt niet comfortabeler, diep in mijn onderbewustzijn wachten we totdat de volgende serie schokken komt. Gelukkig blijven die ons bespaart en na een half uur rustig stil op je stoel te hebben gedommeld klinkt opnieuw het belletje uit de speakers dat een mededeling aankondigt.

‘Goedemorgen dames en heren, hier spreekt uw gezagvoerder.
Onze excuses voor het ongemak van de afgelopen nacht. We zijn in rustiger weer terecht gekomen en het cabine personeel zal binnen niet al te afzienbare tijd het ontbijt gaan serveren.
Ontspan uzelf en geniet van het ontbijt en de laatste uurtjes op weg naar “Kingsford Smith International Airport” van Sydney.’

Iedereen aan boord van vlucht CX 101 - inclusief het cabinepersoneel - slaakt een zucht van verlichting. Het is eindelijk voorbij! Ik sluit voor een moment mijn ogen en ben meteen vertrokken naar dromenland. De twee slapeloze nachten achter elkaar hebben me in een wrak veranderd. Ik heb het gevoel dat ik wel 24 uur aan een stuk kan slapen.
Veel kans om te slapen krijg ik niet want voordat ik het weet wordt het tafeltje achterin de stoel voor me naar beneden geklapt en een klein groen dienblad met het ontbijt voor mijn neus gezet. De geur van omelet en bacon kruipt in mijn neus en activeert mijn smaakpapillen. Het water loopt me in de mond en de honger overwint de slaap.
We worden onafgebroken overstelpt met etenswaren en drankjes die de afgelopen nacht noodzakelijk in de koelkasten zijn gebleven. Ik eet mijn buikje rond en ben de angstige momenten van de afgelopen nacht alweer vergeten. Nog zo’n aluminium bakje met ontbijt wordt voor me neergezet en verdwijnt met veel smaak. We kunnen maar beter eten want anders verdwijnt het toch maar in de vuilnisbak na aankomst in Sydney. De stewardessen overhandigen ons zelfs enkele gesloten blikjes frisdrank per persoon, als compensatie voor de oncomfortabele vlucht. Het cabinepersoneel zet haar beste beentje voor om ons in de overgebleven tijd tot Sydney zo goed mogelijk te verzorgen.
Ik kijk uit het kleine raampje naar buiten en zie de karakteristieke rode aarde van Australië bespikkelt met kleine groene stippen begroeiing, een eeuwenoud continent aan de andere kant van de aarde. Het is moeilijk te bevatten dat onze aarde zo groot is. Na een hazenslaapje zet de gezagvoerder de daling naar de luchthaven in. De opluchting is groot bij iedereen dat het allemaal goed is afgelopen in de wetenschap dat deze vlucht bijna voorbij is en dat Sydney niet ver meer weg is.
Op mijn weg naar de uitgang van het vliegtuig vraag ik nog snel aan een stewardess waarom het vliegtuig zo leeg was. Het antwoord had ik niet voor mijn vlucht naar Sydney moeten horen! Er waren namelijk gewonden gevallen door de turbulentie en het vliegtuig had lichte schade opgelopen. Daarom hadden veel passagiers ervoor gekozen om op een later tijdstip te vliegen wanneer de turbulentie verdwenen was.

Het “Kingsford Smith International Airport” van Sydney is een heel onvriendelijke luchthaven. Alles is er zo strikt en streng dat je er bang van wordt, je zou haast gaan denken dat je als toerist niet welkom bent in Australië en de ambtenaren allemaal - zonder ook maar één uitzondering - hun opleiding zijn begonnen als gevangenisbewaker. Echt alles wordt gecontroleerd op plantendelen, vruchten, zaden, tabak, alcohol, medicijnen en dierlijke producten. Voor me wordt een pakje thee en een zakje lolly's in beslag genomen om te worden vernietigt. Het zal best wel een goede reden hebben maar voor een buitenstaander uit Europa blijft het een vreemd beeld.
De dikke medewerkster van de immigratiedienst stelt me enkele vreemde vragen die ik niet spontaan kan beantwoorden. Er hapert iets in mijn hoofd en dat maakt me op een of andere manier een verdacht persoon in de ogen van de vrouw aan de andere kant van het glas. Ik betrap mezelf dat ik voor een moment naar haar besnorde bovenlip sta te staren en draai snel mijn ogen weg. De vrouw bekijkt me nog eens goed van top tot teen en vraagt of alles wel goed met me is en of ik misschien drugs heb gebruikt. Die vraag verward me nog meer dan dat ik al was. Uit het niets - en ik weet zelf niet waarom - vertel ik haar dat ik met de vlucht van Cathay Pacific uit Hong Kong ben gekomen. Er verschijnt een smalle glimlach op haar lippen en ze stempelt mijn paspoort. Ik ben eindelijk in Australië!

Ik slinger me door de enorme ondoorzichtige glazen wanden naar de ontvangsthal en daar staan ome Kees en tante Betty al op me te wachten. We vallen elkaar in de armen en begroeten elkaar zoals vrienden en familie elkaar altijd op een luchthaven ontmoeten. We hebben niet veel tijd want we hebben nog maar tien minuten om de bus te halen. De eerste indruk van Australië die me altijd bij zal blijven is het weer. Er is geen wolkje aan de lucht maar het is fris. Fris op een manier dat je geen enkele luchtvervuiling ruikt. Het is hier erg schoon.
In de bus verteld Betty dat we eerst met de bus en daarna met de trein verder gaan. Ze hebben de auto bij een station geparkeerd want ze rijden niet graag in de stad, ze hebben ook beiden een “pensioner card” - zeg maar een 65+ pasje - waarmee ze heel goedkoop met het openbaar vervoer kunnen reizen.
Alles is nieuw en ik kijk mijn ogen uit om zoveel mogelijk te kunnen opslaan in mijn geheugen. De treinen zijn heel erg breed en geheel van roestvast staal. Deze treinen zijn gebouwd om lang mee te gaan en aan het interieur te zien zijn ze ook al heel oud. Vreemde harde banken waarbij je de rugleuning kan verplaatsen zodat je altijd met je gezicht in de rijrichting kan zitten, en dat met z’n drieën naast elkaar!
We stappen over op een onbekend station in de stad. Ik neem plaats aan het raam en zie de Sydney langzaam overgaan in wildernis. Het is hier wel heel erg mooi, en er is genoeg ruimte voor de 17.000.000 inwoners van dit enorme land. De reis duurt en duurt en duurt maar voort en ik vraag nieuwsgierig hoe ver we nog moeten.
‘Nog ruim een uur!’, antwoord Betty. ‘En dan nog een half uurtje met de auto’
Verward door het slaapgebrek en de jetlag kan ik de afstanden in dit uitgestrekte continent nog niet bevatten. Ze wonen ongeveer 120 kilometer ten noorden van Sydney maar noemen het nog steeds “vlakbij Sydney”! Hoe ver is dan in hemelsnaam “ver weg van Sydney”?
Na ruim drie uur stap ik over de drempel van het huis van mijn familie waar ik de eerste twee nachten van mijn reis door Australië zal slapen. Aan het einde van mijn reis zal ik hier wat meer tijd met mijn familie doorbrengen maar voor nu staat een samenkomst met mijn familie op het programma.

Een hapje en een drankje en we gaan weer op stap want ik moet eerst Australische Dollars in mijn portemonnee hebben! Zonder geld in mijn zak voel ik me naakt en kwetsbaar! Ik heb voor zesduizend gulden aan travellercheques in Amerikaanse dollars gekocht en daar moet ik nu wat van omwisselen zodat ik eindelijk wat geld ik mijn zak heb.
We gaan met de auto? En dat is meteen de tweede keer dat ik met mijn neus op de uitgestrektheid van dit enorme land wordt gedrukt. Alles gaat hier met de auto, openbaar vervoer is dun en werkt alleen in de grote steden. Het omwisselen gaat met een voor een Nederlander onbekende vorm van voorzichtigheid die er zeker voor zorgt dat er twee keer zoveel mensen in dit filiaal van de bank werken dan er echt nodig is. Een soort werkverschaffing in het kwadraat. Ik wissel drie cheques van honderd dollar om en ik ga er van uit dat dat voldoende is om tot Katoomba in de “Blue Mountains” te geraken.
Ik heb dus 6000 gulden tot mijn beschikking voor ongeveer 90 dagen. Met een budget van ongeveer 50 gulden per dag zou ik voldoende overhouden om onderweg nog wat leuke dingen extra te doen! Alles is thuis en onderweg meerdere keren doorberekend, zelfverzekerd en met een stapeltje Australische dollars in de zak stap ik weer bij ome Kees in de auto.
‘We gaan eerst naar de “Bottle Shop” wat bier kopen!’, zegt Kees en rijdt weg.
Brede verlaten straten. Grote bungalows op enorme lappen grond, ruimte hebben ze hier genoeg! Ik weet nog steeds niet goed wat ik me hierbij moet voorstellen, beelden van Florida en andere Amerikaanse staten schieten door mijn hoofd. Het lijkt hier niet op het oude Engeland zoals ik had verwacht.

Bij de slijterij krijg ik de schrik van mijn leven. Vol ongeloof kijk in naar de prijslijst die boven de toonbank hangt. Er binnen radertjes in mijn hoeft te draaien om uit te rekenen wat een kratje bier hier kost. De eerste uitkomst lijkt me onmogelijk dus voer ik de gegevens voor een tweede keer in de virtuele rekenmachine in. De tweede keer krijg ik dezelfde uitkomst! Drie keer is scheepsrecht, en ook deze keer kom ik op dezelfde prijs uit! 22 Dollar is ongeveer 35 harde Nederlandse guldens voor een kratje bier! Nog duizelig van het hoofdrekenen overhandig ik het bruine plastic bankbiljet aan de grote man aan de andere kant van de toonbank.
Terwijl hij het wisselgeld natelt lees ik op een de muur achter hem de volgende tekst:

LIQUER ACT 1982

Het is een overtreding voor elk persoon om
een aangeschoten persoon alcohol te verkopen of te geven.

Penalty $ 2000

Dat is dus ruim 3.000 gulden! De helft van mijn budget voor de komende drie maanden! Effe een laat biertje halen zal er hier dus wel niet in zitten.
Het is stil in de auto op de terugweg naar huis. Kees weet niet goed wat te zeggen over de dood van zijn zuster en mijn missie om haar as naar Australië te brengen. Zelf zit ik - terwijl ik het voorstedelijk landschap van een Australische stad in me probeer op te nemen - onafgebroken te hoofdrekenen. Mijn budgetberekeningen zijn in een klap aan flarden geschoten. Ik ben minder dan twaalf uur in Australië en moet al naar plan B schakelen, een plan B dat ik eigenlijk niet heb. Ik heb alleen een VISA kredietkaart voor noodgevallen, en is dit wel een noodgeval?
Op onze eerste avond in The Entrance (NSW) eten we “Chook roast” uit de oven en vloeit het bier rijkelijk en laat de vermoeidheid zich al snel gelden. Het is nog geen tien uur als ik onder de dekens kruip, de reis naar de start van mijn zwerftocht rond Australië is volbracht! Welterusten.

donderdag 2 april 1998

Hong Kong: In een andere wereld

In het vliegtuig

Onderweg - van Amsterdam naar mijn eerste stop in Hong Kong - had ik niet zo heel veel geslapen. Ik was erg opgewonden van de drie maanden die voor me lagen en tijdens de lange periodes dat ik in het vliegtuig wakker was probeerde ik me een voorstelling te maken van wat me in dat vreemde land te wachten stond. Tijdens de landing op de Kai Tak luchthaven van Hong Kong had ik al een voorproefje genomen op wat ik eenmaal op de grond kon verwachten.
In de terminal van de oude luchthaven was het direct duidelijk dat de terminal op zijn laatste benen liep en dat de verhuizing naar de nieuwe “Chek Lap Kok” luchthaven van Hong Kong niet ver meer weg was. De sfeer was er bedrukt en veel winkels en restaurants waren al gesloten en lagen als donkere gaten in de winkelgalerijen. Mijn gedachten raasden door mijn hoofd toen ik me in de levendige massa chinezen in de aankomsthal stortte. Een ding stond als een paal boven water! Het was absoluut anders dan ik me had voorgesteld. De tv kan de werkelijkheid naar believen verdraaien of veranderen!
Wat was er dan precies anders? Nou, alles! De mensen, het geld, het openbaar vervoer, de taal, het eten en nog veel meer. Het is een heel andere wereld dan Nederland waar ik in terecht ben gekomen. Ik zoek mijn weg door het doolhof van de terminal en op een grote plattegrond aan een kale lichtgroene muur zie ik dat ik niet ècht ver weg ben van de haven, slechts enkele kilometers.
Na die lange tijd zitten in het vliegtuig ben ik wel aan een wandeling toe. Maar eerst moet ik geld wisselen! En hoeveel? Ik heb verschillende briefjes in mijn documenttasje - dat om mijn nek onder mijn t-shirt hangt - zitten en peuter voorzichtig, en waarschijnlijk voor de op de loer liggende zakkenrollers zeer opzichtig, een briefje van 25 gulden tevoorschijn. Ik bekijk het rode bankbiljet nog eens goed en vraag mezelf hardop af of dat voldoende voor een dag in Hong Kong zal zijn. Ik denk het uiteindelijk wel, tenslotte is het alleen maar voor wat te eten en te drinken èn heel misschien met de tram naar de top van de “Victoria Peak”.
Ik ben niet de enige die Hong Kong Dollars nodig heb, er staan een paar mensen te wachten voor een loket onder een brede gele lichtbak met daarop de verlossende zwarte letters “Money Changer”. Wanneer ik eindelijk aan de beurt ben schuif ik demonstratief het haast nieuwe Nederlandse bankbiljet door de schuiflade onder het kogelvrije glas van de geldwisselaar door.
Zonder te blikken of te verblozen slaat de man aan de andere zijde van het dikke glas de toetsen op een enorme rekenmachine aan en laat het resultaat van de berekening in grote groene cijfers op de display van de rekenmachine aan me zien. Ik kijk hem verbaasd aan want ik heb geen idee hoeveel Hong Kong Dollars ik zou moeten krijgen. Er worden hier geen kosten berekend dus een snelle blik op het handgeschreven A4tje naast het raam geeft me een ruime indicatie wat ik ongeveer zou kunnen verwachten.
Een handvol vreemde bankbiljetten en munten krijg ik in het schuiflaatje naar me toegeschoven terwijl de besnorde chinees langs me heen kijkt als teken dat ik op moet krassen en de volgende klant aan de beurt is. Ik kijk voor een laatste keer - terwijl ik zo goed als mogelijk de dollarbiljetten tel - naar een grote moedervlek op zijn wang waar een klein dozijn lange zwarte eenzame haren uitgroeien. Even later stop ik met tellen want de muntjes in deze landen zijn zo weinig waard dat ze de moeite van het tellen niet waard zijn. Het eerste wat ik nu wil is wat drinken, een blik cola uit een kiosk vergezeld van een half dozijn ansichtkaarten worden afgerekend. En dat kost toch wel wat meer dan ik had verwacht!
Vol goede moed en met een nieuwe zonnebril op mijn neus tegen het felle tropische zonlicht stap ik naar buiten en probeer me te oriënteren. Een enorme vloot taxi’s en bussen staan op de arriverende passagiers te wachten om ze naar hun definitieve bestemming te brengen. Het is al warm, maar nog niet drukkend. Dat zal straks waarschijnlijk wel komen! Ik slinger al links en rechts door smalle straten en langs groene parken in de richting waar ik de haven verwacht te vinden. Hong Kong is opvallend groen! Dat had ik zeker niet verwacht in een stad met een van de hoogste prijzen voor een vierkante meter bouwgrond.
Ik absorbeer de nieuwe wereld in mijn geheugen en vraag me af waarom ik niet eerder een verre reis heb gemaakt. OK, ik heb veel gezien en meegemaakt in Europa maar daar houdt het wel bij op. Misschien had ik veel beter verre reizen kunnen maken dan het meeste van mijn vrije tijd in de kroegen van Zaltbommel door te brengen?
‘Gedane zaken nemen geen keer!’
Dus daar moet ik maar niet over gaan zitten tobben!
Ik wordt opgeschrikt door het luide en hoge geschreeuw van een varken dat net zo abrupt stopt als het is begonnen. Onderzoekend als ik ben ga ik tussen de hoogbouw op zoek naar de bron van het onverwachte geluid.
Ik ben net te laat! Een dikke chinees met een kaal hoofd gekleed in een blauwe katoenen broek en een witte singlet staat met zijn dikke armen zijn mes aan te zetten terwijl hij naar een enorm roze varken kijkt dat - op een wit betegelde verhoging midden in een soort garagebox - al stuiptrekkend ligt leeg te bloeden. Het bloed uit de nek van het varken loopt in een stroom door een gootje naar een witte plastic emmer die zich langzaam met de warme vloeistof vult. Een surrealistisch tafereel in een vreemde wereld.
Ik friemel zenuwachtig mijn camera tevoorschijn en alsof de slachter ogen in de achterkant van zijn hoofd heeft kijkt hij plotseling om en kijkt naar mijn ritsratsklik camera die ik eindelijk uit mijn heuptasje heb gepeuterd. Een vermanende gestrekte wijsvinger - als een dikke verse worst - gaat heen en weer als teken dat ik geen foto’s van het Breugeliaans tafereel mag maken.
Met het beeld van een zachtjes stuiptrekkend stervend varken op mijn netvlies en een enorme slachter met een vlijmscherp mes in zijn hand is mijn keuze snel gemaakt! In een flits verdwijnt mijn camera weer in mijn heuptasje en de slachter opent zijn mond voor een vriendelijke goedkeurende glimlach die de laatste overgebleven snijtand in zijn mond laat zien.
Hij veegt zijn bebloede handen aan zijn katoenen broek af en gaat op zoek in zijn broekzakken naar een sigaret om de tijd door te komen totdat het varken is leeggebloed! Hij kijkt af en toe nog eens glimlachend om om te kijken of ik er nog sta en of mijn camera nog steeds op mijn heup verborgen zit. Gefascineerd kijk ik naar de verwerking van het dode dier. Voor de moderne mens - waar ikzelf ook toe behoor - heeft het vlees uit de winkel niets meer met dode dieren te maken. Het zou net zo goed uit een fabriek kunnen komen of aan een boom kunnen groeien, wij hebben het contact met de natuur verloren.
De enkels van de achterpoten van het enorme beest worden met een ketting aan elkaar geknoopt en die ketting verdwijnt aan een haak die onder aan een lange ketting uit een takel aan het plafond komt. Hand over hand grijpen de handen van de slachter de dunne ketting die door de versnellingsbak van de takel ratelt. Langzaam gaat het varken als een turner op zijn voorpoten staan terwijl het laatste bloed uit zijn lichaam loopt.
Het kadaver glijdt ongecontroleerd van de verhoging en slaat met een doffe klap tegen de betonnen verhoging die op een altaar gaat lijken. De slachter wrijft - zodra hij klaar is met het takelen - met de bovenkant van zijn onderarm het zweet van zijn voorhoofd, en dat allemaal terwijl er in zijn mondhoek nog steeds die smeulende sigaret hangt. De slachter kijkt breed lachend over zijn schouder in de zekerheid dat de ongenode gast nog steeds staat te kijken. Ik lach terug terwijl ik de 12 tepels van het enorme beest tel.
De slachter transformeert in een slager en hangt een zwart rubberen schort om zijn nek. Hij knoopt de rubberen linten in een grote strik op zijn rug aan elkaar. Als een priester tijdens een religieus ritueel houdt hij het zo juist geslepen mes met zijn gestrekte armen naar het plafond omhoog terwijl hij zijn hoofd in zijn nek legt. Ik hoor niets maar je zou denken dat hij in zijn gedachten een bezwerende spreuk tot de goden spreekt.
Met een onverwachte sierlijke zwaai snijd het mes - precies in het midden tussen de rijen tepels - door de buik van het varken. Met een luide plens vallen de ingewanden en organen van het beest op de vloer van de wit betegelde ruimte onder de enorme woonsilo. Het is net alsof ik enkele spetters op mijn gezicht voel maar het zal wel mijn inbeelding zijn! De slager begint een chinees liedje te zingen en gaat aan het werk. Ik zou best nog wel wat langer willen blijven maar toch voelt dit als het beste moment om verder te gaan. Ik heb genoeg gezien en eerlijk gezegd ben ik ook een beetje verbijsterd over wat ik net heb gezien. De lachende zingende slager kijkt me na terwijl ik in de mensenmenigte verdwijn.
En daar is de haven! De wereldberoemde “Victoria Harbour”, ik kijk naar Hong Kong eiland met haar bijzondere skyline. De “Bank of China Tower” met haar op de “Feng Shui” architectuur gebaseerde constructie steekt met haar 367 meter hoog boven alle andere wolkenkrabbers uit.

Ik koop bij een klein houten stalletje langs het water nog maar een blikje cola en realiseer me dat je hier niet wordt bestolen als je wat wil drinken. De prijzen zijn meer dan redelijk en daar kunnen ze dan in Nederland nog wel wat van leren. De vermoeidheid vreet langzaam aan me en ik moet even gaan zitten. Het is heerlijk weer en een goed moment om de eerste ansichtkaarten te schrijven.

De vermoeidheid besluipt me als een roofdier, langzaam maar zelfverzekerd, gedreven door honger. Ik wil niet opgeven want ik wil nog wel wat van Hong Kong zien. Slaap is nu mijn grootste vijand, ik slaap vannacht wel in het vliegtuig. Langs de esplanade doemt een vreemd gebouw voor me op zonder ramen. Ik heb geen idee waar ik naar kijk, maar mooi is het wel!

Het blijkt een van de uiteinden van het “Hong Kong Cultural Centre” te zijn. Jammer genoeg heb ik niet meer tijd om dit bijzondere gebouw te bezoeken.
Daar doemt de “Star Ferry Pier” van Tsim Sha Tsui voor me op. Als kind heb ik al gedroomd van een ritje met deze iconische veerboten. De oude groene scheepjes - soms meer dan 90 jaar oud - varen al sinds 1889 tussen Hong Kong eiland en het vasteland heen en weer. Ze hebben alle tegenslagen overleefd!

Ik pik onderweg naar de veerboot een foldertje op van de tram die ook al sinds mensenheugenis de “Victoria Peak” op en af rijdt. Een oud rood karretje dat zo schuin is gebouwd dat het op de helling weer in waterpas staat. Grappig om te zien en een hele ervaring om de drukte van Hong Kong langzaam onder je te zien verdwijnen.

De slaap wordt steeds sterker en staat op het punt om de wilskracht te overmeesteren. Voor een moment vraag ik me af of het wel een goed idee is geweest om een stop-over van een dag in Hong Kong te maken. Om wat meer energie in me te krijgen ga ik eenmaal aangekomen op Hong Kong eiland de stad in op zoek naar wat te eten. En dat blijkt dan weer veel moeilijker te zijn dan ik had verwacht. De restaurants zijn me te duur dus zit er niets anders op dan een burger met patat die ik met enige teleurstelling naar binnen werk.

Ik heb nog een paar uur te gaan en stap bij een halte op een dubbeldekker tram. Ik heb niet zoveel geld meer over en een ritje met de tram kost maar twee Hong Kong Dollar. Onbeperkt! Je betaald namelijk wanneer je uitstapt en niet eerder. De tram rijdt op het eiland eindeloos rondjes dus je komt altijd weer terug op het punt vanwaar je bent vertrokken. Het was een prima tip die ik heb gekregen! Vanuit het raam op de bovenste verdieping van de tram zie ik het echte Hong Kong aan me voorbij glijden. Winkels op de begane grond en kleine op elkaar gepropte appartementen op alle verdiepingen daarboven.

Om wakker te blijven klem ik een gekarteld 2 Dollar muntje tussen mijn duim en wijsvinger. Voor een tijdje werkt het ook! Maar dan wint de slaap voor de eerste keer een ronde. Ik knikkebol voor een moment en verlies de greep op het muntje dat op de grond valt en over de houten vloer onder de zitbanken naar de voorkant van de tram rolt. Ik buk me om onder de zitbanken te kijken waar het muntje is gebleven. Voordat ik onder de bank voor me kan kijken wordt ik al door een man in een duur maatpak op mijn schouder getikt. Hij heeft het muntje zien vallen en heeft het voor me opgeraapt.
Voor mij is dit het moment om een einde aan deze rit te maken en zo snel als mogelijk terug te gaan naar de luchthaven! Ik volg dezelfde weg, alleen in tegengestelde richting. De slager is ondertussen bijna klaar met het ontleden van wat ooit een levenslustig door de modder rollend varken is geweest. Met een harde klap komt het hakmes op een groot houten blok neer waarna hij een volgende karbonade inspecteert en in een grote plastic zak naast hem op de grond gooit. Hij werpt me een vaarwel toe alsof hij voelt dat ik over een paar uur weer vertrokken ben.

Ik heb nog net genoeg geld van mijn 25 gulden over om een blikje cola aan de bar van een koffietentje te drinken en de laatste ansichtkaarten te schrijven. Waarom ik die schrijf weet ik eigenlijk zelf niet. Is het voor mezelf als bewijs dat ik onderweg ben? Is het voor de ontvanger om die te laten weten dat ik op weg naar Australië ben? Ik weet het ècht niet! Wat ik wel weet is dat alle in Hong Kong geschreven ansichtkaarten nooit zijn verstuurt!
Ik vraag namelijk aan mijn buurman aan de bar of hij even op mijn kaarten, balpen en cola wil letten terwijl ik snel naar het toilet ga. Geen enkel probleem! Alleen toen ik terug kwam was de buurman, mijn ansichtkaarten, mijn balpen en mijn cola verdwenen. De barman kijkt me verbaasd aan als ik naar mijn spullen vraag en komt later met een stapel kletsnatte en vieze slappe ansichtkaarten, een doormidden gebroken balpen en een leeg blikje cola terug.
Tot ziens Hong Kong, ik zal mijn eerste bezoek aan deze voormalige Britse kolonie voor 100% zeker nooit vergeten!

Niet veel later neem ik plaats aan boord van een onheilspellend lege Boeing 747 jumbojet van Cathay Pacific. Direct nadat we zijn opgestegen en de lampjes “Fasten your Seatbelt” uit zijn gegaan worden we door een stewardess als schapen naar de business class gedreven om het voor het cabinepersoneel van deze vlucht zo overzichtelijk mogelijk te houden. Veel zie ik niet meer nadat ik het verlichte Hong Kong onder me door heb zien schieten. Welterusten!

maandag 30 maart 1998

Australië: Een korte uitleg voor de start

Zaltbommel

Het heeft erg lang geduurd voordat ik aan dit project kon beginnen.
Allereerst ben ik mijn dagboek van deze eerste reis verloren, ik denk zelf in het busstation van Townsville maar het kan ook ergens anders zijn geweest.
Ten tweede heb ik nu pas mijn 35mm filmscanner geïnstalleerd en de negatieven van deze reis gelokaliseerd. Nu ga ik in de komende weken de films één voor één scannen en dan diep terug gaan in mijn geheugen om de bijpassende verhalen en anekdotes op (elektronisch) papier te krijgen. Het enige probleem hierbij is dat ik op het moment van mijn reis depressief was en de bijbehorende medicijnen moest slikken. Een nare bijwerking van de emotie controlerende medicijnen is dat je geheugen niet zo goed werkt. M.a.w., je slaat bepaalde gebeurtenissen gewoonweg niet op.
IK weet dus eigenlijk zelf niet wat ik zo allemaal ga tegen komen op de films omdat ik de fotoboeken zelf ook al in geen 8 jaar heb ingekeken. Daarom zal dit misschien allemaal een beetje langzamer gaan dan normaal.

zaterdag 21 februari 1998

Czech Republic: Een afspraakje

Prague (Kafka Hotel)

Sinds ik begin januari de Temazepam had opgegeven was ik me beter gaan voelen. Maar de slapeloosheid was teruggekeerd. Helaas probeer ik te vaak die slaap weer op te wekken met een flinke dosis alcohol en wat we gisteren, bijna tegen onze zin in, hebben geconsumeerd was meer dan voldoende.
Met een flinke kater werd ik wakker en één korte blik op het ontbijt was genoeg geweest om alleen maar een kop koffie te nemen die ook van twijfelachtige kwaliteit was. Maar ja, wat kan je verwachten voor 29 gulden per nacht inclusief ontbijt?
Nadat ik nog een slokje geprobeerd had vond ik het tijd om mijn tas naar boven te sjouwen want daar was gisteren niets meer van gekomen.

Snel douchen en omkleden. Cultureel zou het vandaag worden! Praag is een mooie stad met veel oude Boheemse gebouwen waarvan er veel, helaas, nog moeten worden gerestaureerd. Het communistische tijdperk heeft hier veel armoede veroorzaakt en het land is er slecht aan toe. Het is gewoon wachten op meer geld dat er in de toekomst zeker zal komen.
Op het oude plein in het centrum van de stad schoten we onze plaatjes en vonden we gelukkig een broodjeszaak waar we een gecombineerde ontbijt en lunch kochten. Samen met een blikje cola vochten we tegen de katers. Met de rug tegen het “Jan Hus monument” zagen we de zon langzaam langs het firmament bewegen.

Vanavond zouden we het druk hebben! Het internet stond nog in haar kinderschoenen en één van de zaken die al snel haar weg op het net had gevonden waren de chatrooms. IRC was de naam en je kon met iedereen over de hele wereld communiceren. Het was leuk en het was tegelijk vreemd! Er waren nog geen plaatjes en laat staan webcams. Iedereen kon een persoon zijn die hij wilde zijn!
En zo had ik Zora ontmoet en veel met haar gekletst, via mijn toetsenbord, op het internet. Het had iets van Science Fiction weg. De afstanden deden er niet meer aan toe. En ik voelde dat Zora oprecht en eerlijk tegen me was geweest. Tijdens onze laatste chatsessie had ze me een plaats en een tijd gegeven waar we elkaar zouden ontmoeten. Ze wist dat Dean erbij zou zijn dus Zora zou ook voor een vriendin zorgen. We zouden elkaar ontmoeten in de “Red Hot Blues”.

Het eten smaakte uitstekend en ook het bier in Tsjechië is van hoge kwaliteit. Het was een gezellige avond maar de meisjes waren kuise katholieke meisjes die op tijd naar bed gingen en nadat we afscheid hadden genomen gingen Dean en ik op stap om nog een laatste biertje te drinken.
In één van die kroegen liepen we een engelse stewardess tegen het lijf die met haar zusje een weekend Praag deed. En dat werd gezellig!

Het werd nog gezelliger toen we door een buitenstaander mee werden genomen naar een nachtclub niet ver van het plein. De trap naar beneden was al eng maar eenmaal in de kerkers aangekomen was het er top. Je moest er alleen niet aan denken dat er brand zou uitbreken want dan ging je er allemaal aan.

Maar het was voor ons nog niet op! Als toetje keken we naar de olympische finale van het ijshockey tussen de Czech Republic en Rusland in Nagano. Bij de 1-0 door “Petr Svoboda” explodeerde de menigte op het plein!
‘Svoboda! Gol! Gol! Gol!’, klonk het uit tientallen luidsprekerboxen op het plein.
De menigte begon te dansen en er vloeide menig traantje. Het was de laatste periode en niet alleen Rusland was verslagen maar ook het gevoel van de jarenlange onderdrukking van het communisme. Eerlijkheid gebied me om nog wel te vermelden dat ook de goalie “Dominik Hašek” en “Jaromir Jagr” hun steentje hebben bijgedragen.

vrijdag 20 februari 1998

Czech Republic: Op de vlucht voor de carnaval

Prague (Kafka Hotel)

Genietend van mijn rust maak ik niet zoveel mee en heb dus weinig stof om over te schrijven. Omdat ik bijna al mijn foto’s om mijn MacBook heb staan is het leuk om af en toe eens in die oude albums te kijken en een verhaaltje bij de foto’s te schrijven. Dit is meer dan 13 jaar geleden en ik moet eerlijk zijn dat ik me nog veel kan herinneren van deze trip. (Pattaya, 10 juli 2011)

Het is alweer meer dan drie maanden geleden sinds mijn grootmoeder is overleden. Het is me niet in mijn koude kleren gaan zitten en ik kan, of misschien wel wil, niet meer goed functioneren. Mijn uitstapje naar Schotland met het oud en nieuw smaakte naar meer. En met de carnaval voor de deur hadden Dean en ik al snel besloten om een weekend uit op uit te gaan. Praag trok ons aan zeker omdat de hotelprijzen niet al te hoog waren en we er met de auto naar toe konden.
De avond voor ons vertrek hadden we de tassen gepakt en nadat we afscheid hadden genomen van Chris en Dorrie in Café de Spin waren we klaar om op pad te gaan.

We zijn in één ruk naar Praag gereden waar we het hotel al redelijk snel hadden gevonden. De kamer was niets bijzonders maar goed genoeg voor een paar nachten. Zodra we onze intrek hadden genomen liepen we de stad in om nog snel wat te eten en een beetje van Praag in het donker te zien.

Die Karels brug is een schitterende omgeving die bij avond alleen nog maar mysterieuzer wordt. Een paar biertjes kan geen kwaad en zo vielen we een kroeg binnen waar een besloten feestje van de Canadese ambassade op een eind liep. We verontschuldigden ons en probeerden stilletjes weer te vertrekken. Maar zover kwam het niet. Vers bloed is gelijk aan vers vertier en met een koud biertje in de hand begonnen aan verschillende gesprekken. Een beetje dansen en een beetje eten!
De tijd vloog om en het werd ook tijd voor ons om terug naar het hotel te gaan, we zouden morgen een culturele dag maken.

Voordat we het hotel bereikten passeerden we een kroeg waar de deur van openstond en waar ook nog getapt werd! Een laatste afzakkertje en dan naar bed.

donderdag 1 januari 1998

Copyright/Disclaimer

Niets van deze weblog mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur/fotograaf verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, offset, fotokopie of microfilm of in enige digitale, elektronische, optische of andere vorm of (en dit geldt zonodig in aanvulling op het auteursrecht) het reproduceren ten behoeve van een onderneming, organisatie of instelling of voor eigen oefening, studie of gebruik welk(e) niet strikt privé van aard is of voor het overnemen in enig dag-, nieuws- of weekblad of tijdschrift (al of niet in digitale vorm of online) of in een RTV-uitzending. 

Bij het samenstellen van deze weblog is de grootste zorg besteed aan de juistheid van de hierin opgenomen informatie. De auteur kan echter niet verantwoordelijk worden gehouden voor enige onjuist verstrekte informatie via deze publicatie.

Wij kunnen op geen enkele wijze aansprakelijk gesteld worden voor de publicatie van teksten of afbeeldingen. Teksten en afbeeldingen op onze site worden, voor zover mogelijk, in goed overleg met de eigenaar daarvan geplaatst. Maar wij kunnen niet altijd de bron van de gebruikte afbeeldingen van derde personen achterhalen om toestemming te kunnen vragen. Mocht u een afbeelding aantreffen, waar copyright op rust, neemt u dan contact met ons op. De afbeelding wordt dan onmiddellijk verwijderd.

Foto verwijderen
Mocht u ergens op onze weblog staan afgebeeld, en u wilt dit niet, neem dan per email contact met ons op. Dan wordt uw afbeelding of de foto zo snel mogelijk verwijderd.

Copyright!
Op alle foto's en teksten op “Travels and Troubles” rust een copyright. Foto's kunnen/mogen gedownload worden, maar uitsluitend voor privé gebruik en mogen niet voor publicatie gebruikt worden zonder voorafgaande toestemming.
Ook bij overname op een andere website, weblog of bulletin board altijd eerst contact opnemen met de auteur/fotograaf.
In uitzonderlijke gevallen kan een foto overgenomen worden mits de bron in de foto duidelijk leesbaar blijft en er een link naar het origineel bij wordt geplaatst.

Foto's voor publicatie
Zou u een of meerdere foto's voor publicatie willen gebruiken, neem dan contact met ons op voor prijzen en voorwaarden.

Vragen of opmerkingen? Neem kontact met ons op via de email?

Vormgeving weblog: Jielus Hendrik Kuijntjes

Fotografie : Jielus Hendrik Kuijntjes
Copyright/Disclaimer

Gratis eboek downloaden/lezen?