Zaltbommel,
Dagen later zien we voor het eerst de zee. Welke zee? We hebben geen enkel idee. We kunnen ons ook gelukkig overdag weer eens vertonen en maken dankbaar gebruik van de enorme plas water die aan onze voeten ligt. Zout water! We wassen ons uitbundig en spelen in de branding.
We spoelen onze angsten weg en de golven nemen die angsten mee naar open zee. Wanneer we bij vrachtwagens terugkomen kunnen we onze ogen niet geloven. Er hangen een stuk of tien geiten boven een open vuur te roosteren. Er is vers fruit, brood, dadels en thee. Voor een moment denk ik dat ik in de branding ben verdronken en dit het paradijs moet zijn.
Een luide knal uit de loop van een geweer brengt me weer terug in de werkelijkheid en bij de realiteit van de dag. Een ongewoon lange man gekleed in een lang wit gewaad kijkt verbaasd naar de rokende loop van de Kalashnikov. Onze bewakers zitten in een ring om hem heen om hem tegen ons te beschermen, mocht dat nodig zijn. Wij zijn hongerig en de wil om te overleven is door de afgelopen weken alleen maar sterker geworden.
‘Assalamu alaikum! Welkom in Libya.
Jullie zijn nu aan de grens van het geluk aangekomen. Aan de grens van het westerse paradijs dat gebouwd is op de fundering van hebzucht en agressie tegen de koran, tegen ons en tegen onze broeders. Het paradijs van de ongelovige honden die onze kinderen, vrouwen en broeders in veel landen onderdrukken, uitbuiten en doden in onrechtvaardige oorlogen zoals in Israël, Syria en Afghanistan.
Eet, drink, bid en rust uit voor het laatste stuk van jullie reis naar het hart van de westerse duivel. Aan het einde van deze middag krijgen jullie de laatste instructies. Yallah, bismillah (eet smakelijk), Allahu Akbar!
De grote metalen borden en schalen, overvloedig gevuld met de heerlijkste vruchten en enorme stukken geroosterde geit, gaan gebroederlijk van hand naar hand. Het voelt als een beloning voor de ontberingen die we afgelopen weken hebben moeten doorstaan. Wanneer ik om me heen kijk naar al die etende mannen, vraag ik me af of er ook maar een van deze mannen nog aan thuis denkt. De kleine nederzetting in de bergen waar hun vrouwen en kinderen zijn achtergebleven. Òf zijn de thuisblijvers al vergeten en zijn de mannen nu verandert in eenzame overlevers? Hebben ze nog wel een binding met hun geliefden die ze enkele weken geleden in hun dorpen hebben achtergelaten?
Na de overvloedige maaltijd zoeken we de schaduw van een dadelpalm op en rollen onze gebedsmatten uit voor het middaggebed. Er is onder ons een voorganger die verzen uit de koran voorzingt waarna een golf van mannenruggen zich ter aarde werpt en even later in een soepele beweging zich weer recht als de golven op de oceaan. Later is er thee en er is twijfel. Twijfel over wat ons verder te wachten staat. De schaduwen rekken zich steeds langer over het hete zand. Het schemer nadert en het duurt niet lang en de nacht breekt aan.
Net na het vallen van de duisternis verschijnt de man in het lange witte gewaad weer op het toneel. Zodra hij onaangekondigd uit de beschermende duisternis opduikt wordt hij weer, onnodig, omringt door onze bewakers. Wij zijn na de overvloedige maaltijd en de luie middag te loom om nog rechtop te gaan zitten! Laat staan deze onbekende man aan te vallen. In de duisternis breken onzichtbare zware golven onheilspellend luid op het zachte zand van het strand. Het is nieuwe maan en er is geen lichtje om ons heen te zien. De vlammen van de houtvuren werpen vreemde gele schaduwen over het woestijnlandschap dat grenst aan de zee. Ze geven de toespraak die ons te wachten staat een spookachtig decor, het is alsof de duivel zelf uit de vlammen van de hel opstijgt. Na een tijdje te hebben gezwegen en ons alleen maar te hebben geobserveerd schraapt de lange man zijn keel als teken dat hij met zijn toespraak gaat beginnen.
‘Assalamu alaikum! Broeders, de nacht is aangebroken dat jullie naar Europa varen. Het tij en het weer is goed! De duisternis van de nieuwe maan en Allah zal jullie beschermen op deze laatste etappe van jullie moedige tocht. Jullie weten wat er van jullie wordt verwacht! Voordat jullie aan land gaan gooien jullie alles overboord wat jullie op enige manier kan koppelen aan jullie herkomst of familie. Vrees niet! De foto’s van jullie vrouwen, kinderen en familie, jullie dierbare herinneringen, zullen duizenden malen worden gecompenseerd. Jullie nieuwe leven in Europa, en we hopen in Holland, zal jullie moed en godsvrees belonen. Hou je vast aan de Taqwa, want degene die Allah vreest zal nooit alleen zijn! Allahu Akbar!’
Er stijgt een applaus op uit de groep bange mannen. Ik voel dat we onze grootste angsten onderdrukken. Er zijn er maar enkelen onder ons die tegen hun zin in deze reis gaan maken. Het bulderende water in de verte en de duisternis boezemt me angst en ontzag in. Ik ben bang, heel bang, maar niet alleen.
‘Broeders! Aangekomen op jullie eindbestemming zal er op een dag een vreemdeling voor jullie verschijnen. Misschien steeds dezelfde of misschien steeds een ander. Vrees niet, hij kent jullie maar jullie kennen hem niet!
Hij zal jullie indringend aanstaren en maar één woord spreken: “Chadidja”.*
Hij verwacht maar één antwoord: “Aisha”.**
Dan is het contact tussen jullie en jullie achtergebleven vrouwen, kinderen en ouders gelegd en de geheime ring is gesloten. Hij is de man die het geld bij jullie ophaalt. Hij is de man die verslag aan ons uitbrengt. Hij is het contact tussen jullie en jullie families! Hij is jullie herder en beul! Vergeet nooit dat jullie daar in een ver vreemd land zijn voor een hoger doel! Allahu Akbar!’
Een applaus blijft uit. We kijken elkaar aan en prevelen de twee woorden. De vraag en het antwoord. “Chadidja” en “Aisha”. Twee woorden die we nooit meer mogen vergeten! De man in het lange witte gewaad maakt van de verwarring gebruik om weer in de duisternis te verdwijnen. We zijn vanaf nu overgeleverd aan onze bewakers en we weten waar we aan toe zijn. Vanavond gaan we weer op reis.
Hoeveel tijd er is verstreken weet ik niet maar een vreemd donker gebrom klinkt door de duisternis uit de richting van het strand. Het is voor de soldaten het moment om ons allemaal op het been te zetten en een laatste telling uit te voeren. De bewakers verdwijnen in het donker en onze groep wordt door enkele met machinegeweren bewapende soldaten samengedreven. Van onze bewakers is geen spoor meer te herkennen. We worden in drie groepen opgesplitst en uit elkaar gedreven. We zoeken in de groep wanhopig naar bekende gezichten. Ik zie er maar enkele uit mijn dorp. De rest zal wel in een van de andere groepen zitten. De velen onbekende gezichten geven me ook een onaangenaam gevoel. Onze bewakers hebben zich nu anoniem onder ons gemengd. We kunnen hun gezichten zien maar wij weten niet wie ze zijn. Ieder onbekend gezicht kan een duivelse bewaker zijn. Collectieve angst neemt bezit van de groep bange mannen.
Door het mulle losse zand marcheren we als een leger soldaten richting de steeds luider wordende branding en brommende dieselmotoren. Onze ogen zijn langzaam aan de duisternis gewend en kunnen nu drie boten onderscheiden die met de boeg op het strand zijn gevaren. Er is geen bemanning te zien! Daar in de branding op het strand liggen drie lange smalle boten met draaiende motoren op ons te wachten. We zien nu ook de anderen groepen maar de duisternis maakt het onmogelijk om gezichten te herkennen. In de duisternis zien we alleen maar vervaagde menselijke gedaanten die langzaam op de andere boten toelopen.
Onze boot is ongeveer twee vrachtwagens lang en boezemt ons angst in, maar weinigen in de groep zijn bekend met boten en water. Meer dan honderd ogen staren over de boot heen in de zwarte diepte van de nacht over de onbekende zee. We hebben geen idee hoe ver we moeten gaan varen of hoe lang we aan boord van die boot zitten voordat we weer vaste grond onder de voeten hebben. Smalle strepen van wit zeeschuim verschijnen als onheilspellende witte geesten die over het zwarte water zweven. De wind van zee speelt door onze haren en probeert wat van onze onze angst weg te blazen. We zijn bang, heel bang, dat kan je goed voelen. Maar we hebben geen keuze, we kunnen niets anders doen dan onze levens en onze toekomst in de handen van Allah te leggen.
Wordt vervolgd
* Toen Mohammed 25 jaar oud was trouwde hij met de vijftien jaar oudere weduwe “Chadidja”
** “Aisha” is waarschijnlijk de bekendste vrouw van Mohammed
Posts tonen met het label Kort verhaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kort verhaal. Alle posts tonen
woensdag 4 februari 2015
vrijdag 26 december 2014
Nederland: Regendruppels aan de waslijn deel 4
Zaltbommel,
Een half uur, of misschien wel een uur, later onderneemt de beer van het dorp nog een poging. De kou van de nacht heeft hem een beetje gek gemaakt! Een sterke man als hij deinst toch niet terug voor zo’n klein mannetje met een mes! In alle stilte sluipt hij dichterbij en net voordat hij voor de twee onbekende mannen staat komt er een mes vanonder zijn wollen Djellaba (lang woestijngewaad) tevoorschijn. Het blanke staal glimt angstaanjagend in het koude licht van de maan. Onze dorpsgenoot schrikt en deinst een stukje achteruit.
De andere van de twee nieuwelingen is nu ook wakker geworden en haalt ook zijn dolk tevoorschijn. Zonder twijfel, zonder enige angst en met de kreet, Allahu Akbar!, werpen ze zich samen tegelijk op de ongewapende opstandeling. Het is een ongelijke strijd, het staal flitst en bloed stroomt. Binnen een minuut is de oneerlijke strijd voorbij. Ze grijpen de gewonde man en gooien hem zonder enige aarzeling en ook maar een moment naar ons te kijken uit de laadbak van de rijdende vrachtwagen. Slechts voor enkele seconden zien we het gewonde, òf dode, lichaam op de zandweg achter ons liggen. Dan heeft de duisternis het lichaam verzwolgen en nemen de bezoekers in alle rust weer hun plaatsen in.
We hebben geen verdere woorden nodig om te begrijpen dat het vanaf nu menens is. Dit zijn dus de handlangers van de duivelse kolonel die ervoor moeten zorgen dat er niemand ontsnapt of lastig wordt! Dit zijn onze bewakers! Dit is de boodschap aan ons wat ons te wachten staat wanneer we niet meewerken of wanneer we proberen te ontsnappen. Iedereen aan boord van de vrachtwagen heeft de boodschap begrepen! We begrijpen allemaal dat het beter is om in het verre onbekende Nederland in leven te zijn dan door wilde dieren in het midden van de nacht levend of dood te worden opgevreten.
Dagen en nachten rijgen zich als een kralen ketting aaneen. Meestal brengen we de dagen slapend door, zwetend onder een brandende zon in afgesloten gebouwen. Of een enkele keer in de dikke jungle waar de vrachtwagens gemakkelijk verstopt kunnen worden. ’s Nachts wordt er altijd verplaatst, ook dan proberen we te slapen. De tijd gaat dan wat sneller. Veel komt er niet van want regelmatig worden we gecontroleerd, of beter gezegd, geteld. Wanneer we weer eens van hand op hand gaan. Wisseling van de wacht! We kunnen nooit weten hoe aardig of wreed de volgende commandant van het konvooi voor ons zou zijn. Wij zijn voor hem slechts handelswaar! Hij wordt per hoofd betaald en de twee vreemdelingen in de lange woestijngewaden met hun kromme dolken zorgen dat de handelswaar niet aan bederf onderhevig is.
Over het algemeen zijn de overdrachten gemakkelijk. Gewoon overstappen van de ene vrachtwagen naar de andere en soms een korte tijd in een gammel bootje naar de overkant van een smalle rivier! Slechts eenmaal wordt onze groep opgedeeld. Een helft van elke vrachtwagen blijft achter in de laadbak terwijl de andere helft, zoals ik met een van de bewakers, gedwongen word om uit te stappen. We hebben geen enkel idee wat er zal gaan gebeuren. Zouden ze ons midden in het bos gaan vermoorden. Het is zwaar bewolkt en er hangt regen in de lucht. Van de maan is er geen spoortje licht te bekennen. Nadat onze ogen aan het donker zijn gewend vertrekken we te voet het onbekende tegemoet. Er mag absoluut niet worden gesproken! Zelfs een ongecontroleerd hoestje of een kuchje kun je met je leven betalen.
Het is ons al snel duidelijk dat dit een lange en moeilijke nacht zal worden. De grond wordt drassig en verraderlijk. Mijn geoefende neus als geitenherder vangt de karakteristieke geur van roofdieren op, grote roofdieren die met hun sterk ruikende urine hun territorium afbakenen. Het is beter om hierover te zwijgen en de mannen om me heen niet banger te maken dan ze al zijn! En dan komt het water! Het donkere, onberekenbare water met al haar gevaren! Eerst onze enkels, en dan onze knieën verdwijnen in de gitzwarte koele vloeistof. Geen enkel normaal denkend mens zal zich op dit tijdstip in het water hebben begeven.
Het water wordt met elke stap dieper totdat we tot aan ons middel in het water staan. Onzekerheid heerst onder de mannen uit mijn dorp en de eerste vragen en klachten glijden zachtjes als fluisteringen over het water naar onze bewaker. Hij weet waarschijnlijk uit ervaring dat die eerste vragen en klachten ongeveer op dit punt van de reis door het donker zouden komen. Hij staat al klaar in het midden van de groep en legt zijn gestrekte wijsvinger over de plaats waar zijn lippen zouden moeten zitten. Het puntje van zijn wijsvinger raakt de punt van zijn neus. Het is hier niet de plaats om uitleg te geven! Zijn taak is om ons zo snel als mogelijk en compleet naar het volgende opstap punt te brengen.
Als makke schapen naar de slachtbank volgen we de man onder de sluier. Het water bereikt onze borsten en nu worden de mannen nog banger. Velen van hun kunnen niet zwemmen en de onzekere diepte van het duistere water boezemd hun meer angst in dan de mogelijke roofdieren die zich onder het donkere wateroppervlak bevinden. De bewaker steekt zijn rechterarm op met een gebalde vuist als teken dat we moeten stoppen en ons stil moeten houden. Met een schok komen we allemaal tot stilstand, kleine golfjes makend die door de dikke stengels van de begroeiing in de rivier worden gedempt en geneutraliseerd.
We spitsen onze oren terwijl onze ogen de planten voor ons doorzoeken. Een zacht gezoem gaat over in een gebrom en zwelt aan totdat we het geluid goed kunnen onderscheiden als het geluid van een dieselmotor in een boot. Enkele seconden later schijnen er stralen fel licht over de toppen van het riet boven onze hoofden. De bewaker zinkt snel weg in het water totdat alleen nog de bovenkant van zijn hoofd, vanaf zijn ogen, boven de gladde zwarte spiegel uitsteekt. Wij hebben geen bevel nodig! Zonder een geluid volgen we zijn voorbeeld, houden onze adem in en wachten af wat er zal gaan gebeuren. Ik weet zeker dat velen onder ons onder water een gebed in stilte spraken en smeekte om niet ontdekt te worden, èn op een goede afloop van deze oversteek.
Een glimmende Rolex verschijnt boven het water en de bewaker neemt het tijdstip van het vertrek van de patrouille boot in zich op. Hij weet nu precies hoeveel tijd we hebben voordat de patrouilleboot weer terugkomt. Een klein stukje verder krijgen we drijvers toebedeeld. Drijvende fuiken met een speciale vulling zodat het een volwassen man boven water zal kunnen houden. Je ziet de angst in de ogen van de mannen. Dit donkere zwarte water is al angstaanjagend genoeg, maar nu ook nog naar de overkant drijven in de wetenschap dat je niet kan zwemmen maakt het tot de perfecte nachtmerrie. Maar hebben we een keuze? Nee! Voor een moment denk ik aan mijn vrouw en kinderen. Dat terwijl ik me nog zo had voorgenomen om niet meer aan thuis te denken! Een traan welt in mijn ogen. Mijn traan vermengt zich met het water van de rivier. Mijn traan van verdriet vloeit met het water van deze onbekende rivier naar de oceaan waar het zich vermengt met miljoenen andere tranen.
De tocht naar de overkant van de onbekende rivier valt mee. Afstanden kunnen we in het donker niet schatten maar de afstand naar de veilige overkant valt ons mee. Weer op het droge wordt de blijdschap en opluchting zichtbaar. Wel in alle stilte want het gevaar is nog niet geweken. We sluipen zo dicht langs een kamp van de soldaten dat we hun kunnen horen praten. We kunnen ze zelfs verstaan en in het donker zien we de fel oranje opgloeiende uiteinden van hun sigaretten. Snel weg hier!, is het teken van onze bewaker.
Onze kleding is alweer gedroogd door de warme wind die ’s nachts over de steppen en door de bossen waait wanneer we vrachtwagens in de verte horen aankomen. De smalle strookjes wit van de oorlogsverlichting worden zichtbaar en voor het eerst zie ik het gezicht van onze bewaker. Niet voor lang! Zodra hij zich realiseert dat zijn gezicht aan me is blootgesteld trekt hij zijn sjaal weer voor zijn gezicht. Zijn anonimiteit is van levensbelang zodra hij in Nederland is.
We klimmen weer achterin onze vrachtwagen en begroeten de achtergebleven mannen uit ons dorp. Zo te zien zijn ze er nog allemaal. Onze bewakers groeten elkaar ook uitbundig. Ik realiseer me dat we heel gevaarlijke operatie hebben overleeft. Wat zouden de anderen hebben meegemaakt?
Wordt vervolgd
Een half uur, of misschien wel een uur, later onderneemt de beer van het dorp nog een poging. De kou van de nacht heeft hem een beetje gek gemaakt! Een sterke man als hij deinst toch niet terug voor zo’n klein mannetje met een mes! In alle stilte sluipt hij dichterbij en net voordat hij voor de twee onbekende mannen staat komt er een mes vanonder zijn wollen Djellaba (lang woestijngewaad) tevoorschijn. Het blanke staal glimt angstaanjagend in het koude licht van de maan. Onze dorpsgenoot schrikt en deinst een stukje achteruit.
De andere van de twee nieuwelingen is nu ook wakker geworden en haalt ook zijn dolk tevoorschijn. Zonder twijfel, zonder enige angst en met de kreet, Allahu Akbar!, werpen ze zich samen tegelijk op de ongewapende opstandeling. Het is een ongelijke strijd, het staal flitst en bloed stroomt. Binnen een minuut is de oneerlijke strijd voorbij. Ze grijpen de gewonde man en gooien hem zonder enige aarzeling en ook maar een moment naar ons te kijken uit de laadbak van de rijdende vrachtwagen. Slechts voor enkele seconden zien we het gewonde, òf dode, lichaam op de zandweg achter ons liggen. Dan heeft de duisternis het lichaam verzwolgen en nemen de bezoekers in alle rust weer hun plaatsen in.
We hebben geen verdere woorden nodig om te begrijpen dat het vanaf nu menens is. Dit zijn dus de handlangers van de duivelse kolonel die ervoor moeten zorgen dat er niemand ontsnapt of lastig wordt! Dit zijn onze bewakers! Dit is de boodschap aan ons wat ons te wachten staat wanneer we niet meewerken of wanneer we proberen te ontsnappen. Iedereen aan boord van de vrachtwagen heeft de boodschap begrepen! We begrijpen allemaal dat het beter is om in het verre onbekende Nederland in leven te zijn dan door wilde dieren in het midden van de nacht levend of dood te worden opgevreten.
Dagen en nachten rijgen zich als een kralen ketting aaneen. Meestal brengen we de dagen slapend door, zwetend onder een brandende zon in afgesloten gebouwen. Of een enkele keer in de dikke jungle waar de vrachtwagens gemakkelijk verstopt kunnen worden. ’s Nachts wordt er altijd verplaatst, ook dan proberen we te slapen. De tijd gaat dan wat sneller. Veel komt er niet van want regelmatig worden we gecontroleerd, of beter gezegd, geteld. Wanneer we weer eens van hand op hand gaan. Wisseling van de wacht! We kunnen nooit weten hoe aardig of wreed de volgende commandant van het konvooi voor ons zou zijn. Wij zijn voor hem slechts handelswaar! Hij wordt per hoofd betaald en de twee vreemdelingen in de lange woestijngewaden met hun kromme dolken zorgen dat de handelswaar niet aan bederf onderhevig is.
Over het algemeen zijn de overdrachten gemakkelijk. Gewoon overstappen van de ene vrachtwagen naar de andere en soms een korte tijd in een gammel bootje naar de overkant van een smalle rivier! Slechts eenmaal wordt onze groep opgedeeld. Een helft van elke vrachtwagen blijft achter in de laadbak terwijl de andere helft, zoals ik met een van de bewakers, gedwongen word om uit te stappen. We hebben geen enkel idee wat er zal gaan gebeuren. Zouden ze ons midden in het bos gaan vermoorden. Het is zwaar bewolkt en er hangt regen in de lucht. Van de maan is er geen spoortje licht te bekennen. Nadat onze ogen aan het donker zijn gewend vertrekken we te voet het onbekende tegemoet. Er mag absoluut niet worden gesproken! Zelfs een ongecontroleerd hoestje of een kuchje kun je met je leven betalen.
Het is ons al snel duidelijk dat dit een lange en moeilijke nacht zal worden. De grond wordt drassig en verraderlijk. Mijn geoefende neus als geitenherder vangt de karakteristieke geur van roofdieren op, grote roofdieren die met hun sterk ruikende urine hun territorium afbakenen. Het is beter om hierover te zwijgen en de mannen om me heen niet banger te maken dan ze al zijn! En dan komt het water! Het donkere, onberekenbare water met al haar gevaren! Eerst onze enkels, en dan onze knieën verdwijnen in de gitzwarte koele vloeistof. Geen enkel normaal denkend mens zal zich op dit tijdstip in het water hebben begeven.
Het water wordt met elke stap dieper totdat we tot aan ons middel in het water staan. Onzekerheid heerst onder de mannen uit mijn dorp en de eerste vragen en klachten glijden zachtjes als fluisteringen over het water naar onze bewaker. Hij weet waarschijnlijk uit ervaring dat die eerste vragen en klachten ongeveer op dit punt van de reis door het donker zouden komen. Hij staat al klaar in het midden van de groep en legt zijn gestrekte wijsvinger over de plaats waar zijn lippen zouden moeten zitten. Het puntje van zijn wijsvinger raakt de punt van zijn neus. Het is hier niet de plaats om uitleg te geven! Zijn taak is om ons zo snel als mogelijk en compleet naar het volgende opstap punt te brengen.
Als makke schapen naar de slachtbank volgen we de man onder de sluier. Het water bereikt onze borsten en nu worden de mannen nog banger. Velen van hun kunnen niet zwemmen en de onzekere diepte van het duistere water boezemd hun meer angst in dan de mogelijke roofdieren die zich onder het donkere wateroppervlak bevinden. De bewaker steekt zijn rechterarm op met een gebalde vuist als teken dat we moeten stoppen en ons stil moeten houden. Met een schok komen we allemaal tot stilstand, kleine golfjes makend die door de dikke stengels van de begroeiing in de rivier worden gedempt en geneutraliseerd.
We spitsen onze oren terwijl onze ogen de planten voor ons doorzoeken. Een zacht gezoem gaat over in een gebrom en zwelt aan totdat we het geluid goed kunnen onderscheiden als het geluid van een dieselmotor in een boot. Enkele seconden later schijnen er stralen fel licht over de toppen van het riet boven onze hoofden. De bewaker zinkt snel weg in het water totdat alleen nog de bovenkant van zijn hoofd, vanaf zijn ogen, boven de gladde zwarte spiegel uitsteekt. Wij hebben geen bevel nodig! Zonder een geluid volgen we zijn voorbeeld, houden onze adem in en wachten af wat er zal gaan gebeuren. Ik weet zeker dat velen onder ons onder water een gebed in stilte spraken en smeekte om niet ontdekt te worden, èn op een goede afloop van deze oversteek.
Een glimmende Rolex verschijnt boven het water en de bewaker neemt het tijdstip van het vertrek van de patrouille boot in zich op. Hij weet nu precies hoeveel tijd we hebben voordat de patrouilleboot weer terugkomt. Een klein stukje verder krijgen we drijvers toebedeeld. Drijvende fuiken met een speciale vulling zodat het een volwassen man boven water zal kunnen houden. Je ziet de angst in de ogen van de mannen. Dit donkere zwarte water is al angstaanjagend genoeg, maar nu ook nog naar de overkant drijven in de wetenschap dat je niet kan zwemmen maakt het tot de perfecte nachtmerrie. Maar hebben we een keuze? Nee! Voor een moment denk ik aan mijn vrouw en kinderen. Dat terwijl ik me nog zo had voorgenomen om niet meer aan thuis te denken! Een traan welt in mijn ogen. Mijn traan vermengt zich met het water van de rivier. Mijn traan van verdriet vloeit met het water van deze onbekende rivier naar de oceaan waar het zich vermengt met miljoenen andere tranen.
De tocht naar de overkant van de onbekende rivier valt mee. Afstanden kunnen we in het donker niet schatten maar de afstand naar de veilige overkant valt ons mee. Weer op het droge wordt de blijdschap en opluchting zichtbaar. Wel in alle stilte want het gevaar is nog niet geweken. We sluipen zo dicht langs een kamp van de soldaten dat we hun kunnen horen praten. We kunnen ze zelfs verstaan en in het donker zien we de fel oranje opgloeiende uiteinden van hun sigaretten. Snel weg hier!, is het teken van onze bewaker.
Onze kleding is alweer gedroogd door de warme wind die ’s nachts over de steppen en door de bossen waait wanneer we vrachtwagens in de verte horen aankomen. De smalle strookjes wit van de oorlogsverlichting worden zichtbaar en voor het eerst zie ik het gezicht van onze bewaker. Niet voor lang! Zodra hij zich realiseert dat zijn gezicht aan me is blootgesteld trekt hij zijn sjaal weer voor zijn gezicht. Zijn anonimiteit is van levensbelang zodra hij in Nederland is.
We klimmen weer achterin onze vrachtwagen en begroeten de achtergebleven mannen uit ons dorp. Zo te zien zijn ze er nog allemaal. Onze bewakers groeten elkaar ook uitbundig. Ik realiseer me dat we heel gevaarlijke operatie hebben overleeft. Wat zouden de anderen hebben meegemaakt?
Wordt vervolgd
Meer verhalen over:
Kort verhaal,
Nederland
maandag 22 december 2014
Nederland: Regendruppels aan de waslijn deel 3
Zaltbommel,
Twee, veel te korte, dagen later verscheen het onheilspellende lint van stof opnieuw aan de horizon. Het was nog vroeg maar haast iedereen was klaar om op die moeilijke en toch ook spannende reis te gaan. Het donkere brullende geluid van de zware diesel motoren zwol aan totdat het lawaai de woorden van afscheid overstemde. Twee dagen om vaarwel te zeggen tegen alles dat je lief is is niet genoeg!
Aan dezelfde straat, bijna op dezelfde plaats, waar ons lot werd bezegeld klonteren groepjes mannen samen omringt door hun geliefden. Er vloeien tranen en een enkeling kijkt naar de zwarte vlek opgedroogd bloed midden op de straat waar twee dagen geleden het vermoorde gezin lag. Zij zijn gisteren begraven in het droge zand aan de rand van het dorp. Zij zijn verlost van de gevaren en angsten die ons nog te wachten staan.
De laatste minuten en seconden voor je vertrek zijn het dierbaarst, deze momenten zijn je herinneringen die de rest van je leven je bijblijven. Ik kijk mijn kinderen een voor een recht in hun ogen. Zij zijn nog zo jong maar ze begrijpen, of beter gezegd, ze voelen dat er iets onheilspellends op het punt staat te gebeuren.
‘Let je goed op je moeder?’, vraag ik mijn oudste zoon die net acht jaar is geworden.
Hij is nu de oudste man in het gezin en is volgens de geldende wetten en regels de baas in huis en de leider van het gezin. Zijn woord is vanaf mijn vertrek de wet! Ook al is zijn moeder ruim vijfentwintig jaar ouder dan hem. Hij knikt terwijl hij zijn rug strekt en rechtop gaat staan om een enkele centimeter groter te lijken in een poging om nog meer op een èchte man te lijken.
Ik sluit mijn vrouw in mijn armen om haar nog een keer tegen me aan te voelen, voor een laatste keer de zoete geur van haar huid op te snuiven. Wij hadden het geluk dat we elkaar al kenden toen onze ouders beslisten dat we met elkaar moesten trouwen. We mogen dan wel arm zijn maar we hebben geiten en kippen, een klein stukje vruchtbaar land waar we mais en groenten kunnen verbouwen. Ons oude leven was zo slecht nog niet.
Mijn lieve vrouw en kinderen, ik zal ze waarschijnlijk nooit meer in mijn armen kunnen sluiten. Waarschijnlijk? Dat hele kleine beetje kans dat we over een paar jaar toch weer herenigd kunnen worden doet leven, het houdt je in leven, sterkt je instincten om te overleven, wat er ook mag gebeuren op deze lange gevaarlijke reis.
De eerste mannen klimmen met hun weinige bagage in de vrachtwagens en het door alles heen snijdende geklaag en geween van de achterblijvende vrouwen en kinderen is begonnen. Het is nu zaak om hier zo snel als mogelijk weg te komen. Het lijden over het afscheid achter je te laten. Het lijden van je geliefden te minimaliseren. Er is geen andere uitweg! De dood is het enige andere uitweg en daar schiet je gezin ook niets mee op.
Zodra de laatste man in een vrachtwagen is geklommen komt de colonne vrachtwagens in tegengestelde richting op gang. Deze keer zie ik geen lint van stof aan de horizon verschijnen of verdwijnen. Nee, deze keer zie ik voor de laatste keer mijn geboortedorp door een wolk van stof aan de horizon verdwijnen. Allahu Akbar! Wat staat ons op deze moeilijke en gevaarlijke reis naar Nederland allemaal te wachten?
Het is vreemd hoe snel de moraal van een groep mensen kan omslaan! Na enkele uren door elkaar te zijn geschud in de laadbak van een vrachtwagen, onderbroken door een drink en plas pauze, worden we in een verlaten school opgevangen. We hebben geen idee waar we zijn. Om de regeringstroepen te desoriënteren hebben de rebellen alle wegwijzers vernield en vernietigd. De school lijkt nog niet zo lang geleden verlaten. Slechts een dun laagje stof bedenkt te berg tafels en stoelen die op een hoop in een hoek van een klaslokaal zijn geworpen.
De soldaten zijn vriendelijker dan we hadden verwacht. De duivelse kolonel en zijn sergeant zijn in geen velden of wegen te bekennen. De soldaten die de leiding geven werken met een ongekende nauwkeurigheid en ijver de opdrachten op hun lijsten af. Het is duidelijk dat ze dit vaker hebben gedaan. Hoe vaak? Dat kan niemand zeggen! Met zekerheid heeft de kolonel enkele van deze pelotons onder zijn leiding. Pelotons die niet van elkaars bestaan afweten. Pelotons die denken dat zij de elite zijn die de eer hebben om onder de kolonel te mogen dienen.
De stress van het afscheid is met elke kilometer die we verder van onze geliefden wegreden afgenomen. Het voelt nu meer als een schoolreisje! Er hangt een geur van eten rond de school. Die geur maakt ons hongerig. Het duurt niet al te lang en er stapt een rij mannen met grote pannen het klaslokaal binnen. Een enorme pan met gekookte rijst is de laatste. De geur van gestoofde geit verspreid zich tussen de mannen door en de magen beginnen te knorren.
Als geiten op een haverkist duiken we op de pannen. De geëmailleerde schaaltjes zijn niet al te groot maar al het eten wat we krijgen is welkom, er is voldoende en sommige gaan zelfs voor een tweede portie. We hebben tenslotte geen enkel idee wanneer we weer te eten krijgen. Op elk gezicht in het klaslokaal staat een glimlach! Boeren vliegen door het klaslokaal en de soldaten moeten om ons lachen. Nog een slok water en dan even slapen! Niemand, behalve de soldaten, heeft een idee waarom we hier zijn.
Met een klap zwaait de deur van het klaslokaal open en in de deuropening verschijnt het onmiskenbare gestalte van de kolonel. Het binnendringende harde zonlicht doet pijn aan onze ogen. Met de kolonel stappen ook de twijfel en angst het donkere klaslokaal binnen. We voelen, we weten, dat er opnieuw bloed zal vloeien. Het witte krijt krast schel op het zwarte schoolbord.
“Libya”
Als bange kinderen zitten we bij elkaar gekropen op de vuile vloer. De monoloog begint!
‘Assalamu alaikum! Ik hoop dat jullie een goede reis hebben gehad! Maar dit is pas het begin van een lange reis naar Libya!’
Een golf van zuchten glijdt door het klaslokaal. De mannen kijken elkaar aan, Libya, dat is haast de andere kant van de wereld. Niemand in dit klaslokaal is ooit zo ver van huis geweest!
‘Jullie vertrekken vannacht. Er zal alleen ’s nachts worden gereisd om zo uit de handen van opstandelingen, de politie en andere corrupte ambtenaren te blijven. Veertien lange dagen zal deze reis duren. Soms per vrachtwagen, maar ook stukken te voet wanneer we ongezien een grens of rivier moeten oversteken. Jullie krijgen eten en drinken onderweg, het zal jullie aan weinig ontbreken, jullie zijn de hoop en toeverlaat van jullie dorp. Jullie zullen voorspoed en rijkdom over jullie dorp uitgieten! Allahu Akbar!
Eenmaal in Libya zullen jullie verdere instructies ontvangen. Laat jullie volk en gezinnen niet in de steek, vlucht niet uit deze groep want dan zal de dood gaan regeren! Allahu Akbar!’
Zo onverwacht als de kolonel was gekomen verdwijnt hij weer. We blijven in vertwijfeling achter. We kijken elkaar onbegrijpend aan en halen onze schouders op. Wat kunnen we nog meer doen? De beslissingen zijn genomen, ons doel staat vast en we hebben geen enkele inspraak. We moeten ons lot nemen zoals het komt.
Zodra de zon in het westen begint te zakken en de lucht boven de steppen oranje kleurt worden we ruw door de soldaten gewekt. We moeten ons klaarmaken voor het vertrek. Enkele geitenleren waterzakken worden overhandigd wanneer we achter in de vrachtwagens klimmen. Zonder eten, zonder dekens, alleen met de liefde van Allah. Schokkend komt onze vrachtwagen in beweging. De achtergebleven soldaten zwaaien ons uit met een blik op hun gezicht alsof ze weten dat ze ons meer zullen zien. In de koude van de woestijnnacht kruipen de mannen dicht tegen elkaar. Verbonden door het lot en vol verlangen naar hun vrouwen die al honderden kilometers bij hun vandaan eenzaam in bed liggen.
Tijd en licht zijn samen te meten, tijd en donker daartegen verstrengelen zich en lossen op in het niets. Hoelang we hebben gereden weet ik niet, twee uur, drie uur, òf nog meer? Ik weet het echt, dat ene moment van slaap heeft mijn gevoel voor de tijd verstoord. Weer wordt er bij een klein huisje gestopt. Zodra we het teken van de chauffeur krijgen om uit te stappen rennen de mannen zo snel als hun voeten ze kunnen dragen naar de rand van de weg. De blaas doet pijn en de druk moet worden verlicht. Achter ons horen we de mannen de tanks van de vrachtwagens met dieselolie vullen. Brandstof is duur zo ver van de bewoonde wereld, maar de kolonel heeft op veel plaatsen zijn handlangers.
Wanneer we het bevel krijgen om weer in te stappen zien we niet dat er twee nieuwe passagiers zijn ingestapt. Pas wanneer onze ogen weer aan het donker zijn gewend zien we de twee met hoofddoeken getooide mannen achterin tegen het motorschot aanzitten. De warmste plaats van de laadbak, de plaats gereserveerd voor de sterksten. Alleen het wit van hun ogen is achter hun omhoog gerolde omslagdeken zichtbaar. Het is een luguber gezicht! Een van de grootste en sterkste mannen uit ons dorp probeert zijn oude zitplaats op te eisen. Tevergeefs! De twee nieuwelingen beschikken over korte gekromde, en ongetwijfeld vlijmscherpe, messen. Dat zijn wapens waar niemand met blote handen tegen wil vechten.
Wordt vervolgd
Twee, veel te korte, dagen later verscheen het onheilspellende lint van stof opnieuw aan de horizon. Het was nog vroeg maar haast iedereen was klaar om op die moeilijke en toch ook spannende reis te gaan. Het donkere brullende geluid van de zware diesel motoren zwol aan totdat het lawaai de woorden van afscheid overstemde. Twee dagen om vaarwel te zeggen tegen alles dat je lief is is niet genoeg!
Aan dezelfde straat, bijna op dezelfde plaats, waar ons lot werd bezegeld klonteren groepjes mannen samen omringt door hun geliefden. Er vloeien tranen en een enkeling kijkt naar de zwarte vlek opgedroogd bloed midden op de straat waar twee dagen geleden het vermoorde gezin lag. Zij zijn gisteren begraven in het droge zand aan de rand van het dorp. Zij zijn verlost van de gevaren en angsten die ons nog te wachten staan.
De laatste minuten en seconden voor je vertrek zijn het dierbaarst, deze momenten zijn je herinneringen die de rest van je leven je bijblijven. Ik kijk mijn kinderen een voor een recht in hun ogen. Zij zijn nog zo jong maar ze begrijpen, of beter gezegd, ze voelen dat er iets onheilspellends op het punt staat te gebeuren.
‘Let je goed op je moeder?’, vraag ik mijn oudste zoon die net acht jaar is geworden.
Hij is nu de oudste man in het gezin en is volgens de geldende wetten en regels de baas in huis en de leider van het gezin. Zijn woord is vanaf mijn vertrek de wet! Ook al is zijn moeder ruim vijfentwintig jaar ouder dan hem. Hij knikt terwijl hij zijn rug strekt en rechtop gaat staan om een enkele centimeter groter te lijken in een poging om nog meer op een èchte man te lijken.
Ik sluit mijn vrouw in mijn armen om haar nog een keer tegen me aan te voelen, voor een laatste keer de zoete geur van haar huid op te snuiven. Wij hadden het geluk dat we elkaar al kenden toen onze ouders beslisten dat we met elkaar moesten trouwen. We mogen dan wel arm zijn maar we hebben geiten en kippen, een klein stukje vruchtbaar land waar we mais en groenten kunnen verbouwen. Ons oude leven was zo slecht nog niet.
Mijn lieve vrouw en kinderen, ik zal ze waarschijnlijk nooit meer in mijn armen kunnen sluiten. Waarschijnlijk? Dat hele kleine beetje kans dat we over een paar jaar toch weer herenigd kunnen worden doet leven, het houdt je in leven, sterkt je instincten om te overleven, wat er ook mag gebeuren op deze lange gevaarlijke reis.
De eerste mannen klimmen met hun weinige bagage in de vrachtwagens en het door alles heen snijdende geklaag en geween van de achterblijvende vrouwen en kinderen is begonnen. Het is nu zaak om hier zo snel als mogelijk weg te komen. Het lijden over het afscheid achter je te laten. Het lijden van je geliefden te minimaliseren. Er is geen andere uitweg! De dood is het enige andere uitweg en daar schiet je gezin ook niets mee op.
Zodra de laatste man in een vrachtwagen is geklommen komt de colonne vrachtwagens in tegengestelde richting op gang. Deze keer zie ik geen lint van stof aan de horizon verschijnen of verdwijnen. Nee, deze keer zie ik voor de laatste keer mijn geboortedorp door een wolk van stof aan de horizon verdwijnen. Allahu Akbar! Wat staat ons op deze moeilijke en gevaarlijke reis naar Nederland allemaal te wachten?
Het is vreemd hoe snel de moraal van een groep mensen kan omslaan! Na enkele uren door elkaar te zijn geschud in de laadbak van een vrachtwagen, onderbroken door een drink en plas pauze, worden we in een verlaten school opgevangen. We hebben geen idee waar we zijn. Om de regeringstroepen te desoriënteren hebben de rebellen alle wegwijzers vernield en vernietigd. De school lijkt nog niet zo lang geleden verlaten. Slechts een dun laagje stof bedenkt te berg tafels en stoelen die op een hoop in een hoek van een klaslokaal zijn geworpen.
De soldaten zijn vriendelijker dan we hadden verwacht. De duivelse kolonel en zijn sergeant zijn in geen velden of wegen te bekennen. De soldaten die de leiding geven werken met een ongekende nauwkeurigheid en ijver de opdrachten op hun lijsten af. Het is duidelijk dat ze dit vaker hebben gedaan. Hoe vaak? Dat kan niemand zeggen! Met zekerheid heeft de kolonel enkele van deze pelotons onder zijn leiding. Pelotons die niet van elkaars bestaan afweten. Pelotons die denken dat zij de elite zijn die de eer hebben om onder de kolonel te mogen dienen.
De stress van het afscheid is met elke kilometer die we verder van onze geliefden wegreden afgenomen. Het voelt nu meer als een schoolreisje! Er hangt een geur van eten rond de school. Die geur maakt ons hongerig. Het duurt niet al te lang en er stapt een rij mannen met grote pannen het klaslokaal binnen. Een enorme pan met gekookte rijst is de laatste. De geur van gestoofde geit verspreid zich tussen de mannen door en de magen beginnen te knorren.
Als geiten op een haverkist duiken we op de pannen. De geëmailleerde schaaltjes zijn niet al te groot maar al het eten wat we krijgen is welkom, er is voldoende en sommige gaan zelfs voor een tweede portie. We hebben tenslotte geen enkel idee wanneer we weer te eten krijgen. Op elk gezicht in het klaslokaal staat een glimlach! Boeren vliegen door het klaslokaal en de soldaten moeten om ons lachen. Nog een slok water en dan even slapen! Niemand, behalve de soldaten, heeft een idee waarom we hier zijn.
Met een klap zwaait de deur van het klaslokaal open en in de deuropening verschijnt het onmiskenbare gestalte van de kolonel. Het binnendringende harde zonlicht doet pijn aan onze ogen. Met de kolonel stappen ook de twijfel en angst het donkere klaslokaal binnen. We voelen, we weten, dat er opnieuw bloed zal vloeien. Het witte krijt krast schel op het zwarte schoolbord.
“Libya”
Als bange kinderen zitten we bij elkaar gekropen op de vuile vloer. De monoloog begint!
‘Assalamu alaikum! Ik hoop dat jullie een goede reis hebben gehad! Maar dit is pas het begin van een lange reis naar Libya!’
Een golf van zuchten glijdt door het klaslokaal. De mannen kijken elkaar aan, Libya, dat is haast de andere kant van de wereld. Niemand in dit klaslokaal is ooit zo ver van huis geweest!
‘Jullie vertrekken vannacht. Er zal alleen ’s nachts worden gereisd om zo uit de handen van opstandelingen, de politie en andere corrupte ambtenaren te blijven. Veertien lange dagen zal deze reis duren. Soms per vrachtwagen, maar ook stukken te voet wanneer we ongezien een grens of rivier moeten oversteken. Jullie krijgen eten en drinken onderweg, het zal jullie aan weinig ontbreken, jullie zijn de hoop en toeverlaat van jullie dorp. Jullie zullen voorspoed en rijkdom over jullie dorp uitgieten! Allahu Akbar!
Eenmaal in Libya zullen jullie verdere instructies ontvangen. Laat jullie volk en gezinnen niet in de steek, vlucht niet uit deze groep want dan zal de dood gaan regeren! Allahu Akbar!’
Zo onverwacht als de kolonel was gekomen verdwijnt hij weer. We blijven in vertwijfeling achter. We kijken elkaar onbegrijpend aan en halen onze schouders op. Wat kunnen we nog meer doen? De beslissingen zijn genomen, ons doel staat vast en we hebben geen enkele inspraak. We moeten ons lot nemen zoals het komt.
Zodra de zon in het westen begint te zakken en de lucht boven de steppen oranje kleurt worden we ruw door de soldaten gewekt. We moeten ons klaarmaken voor het vertrek. Enkele geitenleren waterzakken worden overhandigd wanneer we achter in de vrachtwagens klimmen. Zonder eten, zonder dekens, alleen met de liefde van Allah. Schokkend komt onze vrachtwagen in beweging. De achtergebleven soldaten zwaaien ons uit met een blik op hun gezicht alsof ze weten dat ze ons meer zullen zien. In de koude van de woestijnnacht kruipen de mannen dicht tegen elkaar. Verbonden door het lot en vol verlangen naar hun vrouwen die al honderden kilometers bij hun vandaan eenzaam in bed liggen.
Tijd en licht zijn samen te meten, tijd en donker daartegen verstrengelen zich en lossen op in het niets. Hoelang we hebben gereden weet ik niet, twee uur, drie uur, òf nog meer? Ik weet het echt, dat ene moment van slaap heeft mijn gevoel voor de tijd verstoord. Weer wordt er bij een klein huisje gestopt. Zodra we het teken van de chauffeur krijgen om uit te stappen rennen de mannen zo snel als hun voeten ze kunnen dragen naar de rand van de weg. De blaas doet pijn en de druk moet worden verlicht. Achter ons horen we de mannen de tanks van de vrachtwagens met dieselolie vullen. Brandstof is duur zo ver van de bewoonde wereld, maar de kolonel heeft op veel plaatsen zijn handlangers.
Wanneer we het bevel krijgen om weer in te stappen zien we niet dat er twee nieuwe passagiers zijn ingestapt. Pas wanneer onze ogen weer aan het donker zijn gewend zien we de twee met hoofddoeken getooide mannen achterin tegen het motorschot aanzitten. De warmste plaats van de laadbak, de plaats gereserveerd voor de sterksten. Alleen het wit van hun ogen is achter hun omhoog gerolde omslagdeken zichtbaar. Het is een luguber gezicht! Een van de grootste en sterkste mannen uit ons dorp probeert zijn oude zitplaats op te eisen. Tevergeefs! De twee nieuwelingen beschikken over korte gekromde, en ongetwijfeld vlijmscherpe, messen. Dat zijn wapens waar niemand met blote handen tegen wil vechten.
Wordt vervolgd
Meer verhalen over:
Kort verhaal,
Nederland
vrijdag 19 december 2014
Nederland: Regendruppels aan de waslijn deel 2
Zaltbommel,
We luisterden aandachtig naar wat er zou gaan komen!
‘Beste mannen van dit dorp. Ik ga jullie een genereus aanbod doen! Een aanbod dat jullie leven, het leven van je vrouw en kinderen voor altijd zal verbeteren. Jullie kinderen zullen geen armoede en geen honger meer kennen. Jullie kinderen zullen in de toekomst naar onze scholen kunnen en zich ontwikkelen tot intellectuelen die zichzelf, de nieuwe staat en Allah zullen dienen. Soldaten van Allah zullen storten in een nieuwe Jihad om de ongelovige honden uit westen te bekeren. Samen kunnen wij met onze strijd het ultieme doel van het islamitisch wereldrijk bereiken. Allahu Akbar!
De weg naar het ultieme doel van het islamitisch wereldrijk is lang en kostbaar. Jullie gaan, als soldaten van onze grootste god, als dienaars van de puurste islamitische staat het geld en goud samenbrengen om ons gemeenschappelijke doel te bereiken. Jullie zijn arme en vrome boeren die geen geld of rijkdom te schenken hebben! Maar jullie zijn kinderen en strijders van Allah. Samen zijn jullie een krachtig wapen dat het benodigde fortuin bij elkaar kan verdienen. Allahu Akbar!
Mijn vrienden en geloofsgenoten, jullie gaan op reis. Op reis naar het hart van de ongelovige westerse hond. Jullie gaan naar Nederland. Een land van ongelovige honden die strijden tegen onze moslimbroeders in velen gerechtvaardigde heilige oorlogen. Jullie gaan het land destabiliseren en dan een tweedeling in de samenleving op gang brengen.
Eenmaal in Nederland aangekomen zullen jullie worden opgenomen in de duivelse samenleving. Als beloning zullen jullie geld van de regering van de honden ontvangen. Soms zelfs tot 2.000 Amerikaanse dollars per maand. Allahu Akbar!
Vanaf de dag dat jullie het geld ontvangen moeten jullie minimaal honderd dollar per maand terug sturen naar jullie vaderland. Wij beheren de sharia banken, elke maand bezoeken wij het dorp en overhandigen aan jullie vrouwen en kinderen zeventig dollar. Dat is veel geld! Dat is de beloning aan jullie vrouwen en kinderen voor de grootste opoffering met als het ultieme doel van het islamitisch wereldrijk. Allahu Akbar!
Van de dertig dollar belasting die wij achterhouden betalen we jullie reis, de nieuwe islamitische scholen, de imam’s die de Koran aan jullie kinderen zullen onderwijzen, de moefti’s die de strengste sharia wetten uitvoeren en de strijdt tegen de ongelovige honden in de hoofdstad! Het zal niet voor iedereen even gemakkelijk zijn maar de kracht van Allah zal jullie in moeilijke tijden helpen. Allahu Akbar!’
‘En wat als we niet willen’, klonk het onverwacht uit de groep mannen.
De kolonel keek verbaasd op en trok zijn revolver voor de tweede keer uit zijn holster. Ik kon de met ivoor ingelegde handgreep nu goed zien. Het roomkleurige ivoor stak vreemd af tegen het glimmende chroom. Zijn ogen zochten door de menigte of hij iets ongewoons kon ontdekken dat naar de opstandige aanhoorder kon leiden. Niets! Helemaal niets!
Hij stak zijn revolver hoog in de lucht, ik zag de menigte mannen weerspiegeld in de glimmende trommel, en sprak zacht en langzaam: ‘Dan zal deze kleine nederige dienaar van Allah recht spreken! Allahu Akbar!’
Als een donderslag bij heldere hemel werd de stilte doorbroken! Een oorverdovend geruis van honderden stemmen die met elkaar overlegden en elkaar probeerden te overstemmen bespraken het aanbod van de rebellen kolonel. De kolonel liep achteruit terug naar zijn geïmproviseerde troon terwijl al zijn soldaten hun machinegeweren in de aanslag hadden. Zij wisten uit ervaring dat dit het gevaarlijkste moment was van de hele operatie.
Zodra de stilte weer van het lawaai had gewonnen leek de zaak beklonken. Met enige terughoudendheid en hun machinegeweren nog steeds in de aanslag voegden zich een dozijn soldaten bij de groep mannen. De kolonel zat weer op de klapstoel, met de sergeant staand aan zijn zijde, en zijn duivelse glimlach op zijn gezicht.
‘Oh ja, ik was nog een kleinigheid vergeten! Voor diegene die denken dat ze kunnen ontsnappen op weg naar Nederland. In jullie groep zullen enkele van mijn mannen in burger aanwezig zijn. Zij hebben tevens het geluk dat zij een nog hoger doel dienen! Zij gaan de honden in Nederland in het hart raken met zelfmoord aanslagen. Een grootse daad die ze een martelaar van Allah zal maken. Zij zullen worden opgewacht door zeventig maagden in het paradijs! Zij zullen tot in de eeuwigheid leven in rijkdom en geluk. We kunnen misschien niet zo snel winnen, maar we kunnen wel zorgen dat de vijand ook verliest! Allahu Akbar!
Er is maar een straf voor de moenafik (ongelovige) vluchter, of voor diegene die verzaakt maandelijks geld naar huis te sturen. Bij terugkomst in je dorp zal je een leeg huis òf een lege hut aantreffen! We schieten je hele gezin naar jahannam (de hel) zodra ons het bericht van je ontsnapping bereikt, dus terugkomen naar het dorp heeft geen enkele zin. Er wacht alleen maar leegte en eenzaamheid, en grafmonumenten in het zand! Mijn mannen zullen je ook in Nederland of ergens anders weten te vinden want onze ogen, oren en macht reiken tot het einde van wereld! Allahu Akbar!’
We keken elkaar aan. Het was duidelijk! We hadden geen keuze. De meningen over het onverwachte aanbod van de kolonel in de groep liepen ook uiteen. Er waren mannen die er 100% voor waren om zich op te offeren voor hun gezin en voor Allah. Er waren ook mannen die op voorhand al fluisterden dat ze van alles zouden proberen om er onderuit te komen.
De selectie procedure begon! Een soldaat met een brede rode streep op zijn mouw leek de leiding te hebben. Hij porde een boer in zijn ribbenkast en gebaarde met zijn wiebelende hoofd dat hij zijn vrouw en kinderen aan de overkant van de straat moest gaan halen. Met zijn zessen liepen ze stil en onderdanig op de kolonel toe. Van de korte woordenwisseling tussen de kolonel en de man konden we niets horen. De man knikte naar de kolonel, de vrouw begon zachtjes te huilen en de kinderen om hun heen begrepen er waarschijnlijk niets van.
De soldaten hadden hun aanvoer voor de selectie al snel op orde. Je kon zien dat zij het niet voor de eerste keer deden! Terwijl de kolonel zijn beslissing aan het slachtoffer kenbaar maakte stond er aan de overkant van de weg al een gezin klaar om direct voor de kolonel te verschijnen zodra hij zijn beslissing had genomen. Aan onze kant van de straat stond er dan ook meteen weer een man klaar om zijn gezin aan de andere kant bij elkaar te zoeken.
Het ging snel en zonder een enkelprobleem! Ik had geen idee wat er door de kolonel gezegd werd totdat ik zelf met mijn gezin voor de vorst van de hel stond.
‘Assalamu alaikum! U gaat naar Nederland!’, ik knikte en keek naar mijn vrouw, ‘u stuurt elke maand honderd dollar naar uw vrouw! Het kan ons niet schelen hoe u aan dat geld komt. Zie het als een belasting voor een hoger doel en een beter leven voor uw vrouw en kinderen! Wanneer u ons aanbod weigert of probeert te ontsnappen schieten we meteen uw vrouw en kinderen dood in de naam van Allah. U wordt over twee dagen door een vrachtwagen opgehaald. Neem niet teveel bagage mee want u bent een vluchteling! Onderweg wordt u verteld wat uw verhaal is aan de autoriteiten zodra u in Europa en Nederland bent aangekomen. Begrepen?’
Ik knikte en keek op naar het gezicht van de man die mijn leven voorgoed had veranderd. Ik zag haat, de dood en hebzucht in zijn ogen. Het was me meteen duidelijk dat hij serieus was met zijn bedreigingen en dat hij een harteloze soldaat van het fortuin was. Dit had niets met Allah en de liefde uit de Koran te maken. Dit was een moordenaar die alleen maar dacht aan zijn eigen gewin. Helaas had ik geen keuze. Voor mezelf zou ik de kogel hebben gekozen, maar de dood is het laatste dat ik zou willen voor mijn vrouw en mijn kinderen.
‘Ga! Allahu Akbar!’, schreeuwde hij terwijl ik zijn speeksel op mijn gezicht voelde.
In stilte verwijderden we ons van de plaats des onheils. We waren nog geen vijftig meter ver toen onze diepste gedachten wreed werden verstoort door het geluid van een revolver. We keken om en zagen hoe onze buurman zijn laatste stuiptrekkingen had. Zijn hysterische vrouw was de volgende. In stilte en met afschuw keek de overgebleven menigte naar het schouwspel. Er volgde nog twee schoten waarna de revolver hard en luid klikte. De kamers van de trommel bevatten alleen nog lege hulzen. De kwade kolonel greep de Kalashnikov van de sergeant, die ongeroerd naast hem tegen de vrachtwagen stond, en liet de met staal beklede houten kolf met een klap op het kleine hoofd van het laats overgebleven kind van het gezin neerkomen. Het geluid van het kraken van de nog onvolgroeide schedel ging door merg en been. Het voorbeeld was gesteld! Er zou vanaf nu geen enkele man de opdracht van de kolonel weigeren!
Besmeurd met bloed en een lege revolver beval de kwade kolonel zijn boosaardige handlanger, die glimlachend naast hem stond, dat hij de selectie moest voortzetten. De duivel zelf liep rustig en onbewogen naar een vrachtwagen en klom aan de achterkant naar binnen. Niet iedereen moest mee op reis! Er werden enkele oude, gekke en kreupelen gespaard. Of dat een betere lot was wist ik ook niet zeker!
Zodra het laatste gezin voor de sergeant had gestaan kwam de kolonel, gestoken in een fris uniform en met een gevulde revolver, weer uit de vrachtwagen tevoorschijn. Zijn voorbeeld had gewerkt! Minachtend keek hij naar de vijf lichamen die midden op de straat lagen. Een duivelse en voldane glimlach verscheen op zijn mond. De sergeant maakte oogcontact en nam meteen die duivelse grijns van zijn meerdere over! De zaken voor vandaag waren afgehandeld!
‘Laat die ongelovigen maar midden op de straat liggen! Zij zullen een goed voorbeeld zijn voor de weinigen die misschien nog twijfelen om op reis te gaan!’
De kolonel rees zijn armen totdat ze niet verder omhoog konden, keek naar de blauwe lucht en schreeuwde uit volle borst, ‘Allahu Akbar!’
Deze woorden van zijn zware stem rolden als een aansnellend onheil over de heuvels en door de dalen van het dorp. Het oordeel was uitgesproken! De soldaten klommen weer in de voertuigen, motoren werden gestart, en het geluid van de colonne des doods doofde bij elke meter die de duivel verder van het dorp vandaan reed! Een lint van stof aan de horizon achterlatend.
Wordt vervolgd
We luisterden aandachtig naar wat er zou gaan komen!
‘Beste mannen van dit dorp. Ik ga jullie een genereus aanbod doen! Een aanbod dat jullie leven, het leven van je vrouw en kinderen voor altijd zal verbeteren. Jullie kinderen zullen geen armoede en geen honger meer kennen. Jullie kinderen zullen in de toekomst naar onze scholen kunnen en zich ontwikkelen tot intellectuelen die zichzelf, de nieuwe staat en Allah zullen dienen. Soldaten van Allah zullen storten in een nieuwe Jihad om de ongelovige honden uit westen te bekeren. Samen kunnen wij met onze strijd het ultieme doel van het islamitisch wereldrijk bereiken. Allahu Akbar!
De weg naar het ultieme doel van het islamitisch wereldrijk is lang en kostbaar. Jullie gaan, als soldaten van onze grootste god, als dienaars van de puurste islamitische staat het geld en goud samenbrengen om ons gemeenschappelijke doel te bereiken. Jullie zijn arme en vrome boeren die geen geld of rijkdom te schenken hebben! Maar jullie zijn kinderen en strijders van Allah. Samen zijn jullie een krachtig wapen dat het benodigde fortuin bij elkaar kan verdienen. Allahu Akbar!
Mijn vrienden en geloofsgenoten, jullie gaan op reis. Op reis naar het hart van de ongelovige westerse hond. Jullie gaan naar Nederland. Een land van ongelovige honden die strijden tegen onze moslimbroeders in velen gerechtvaardigde heilige oorlogen. Jullie gaan het land destabiliseren en dan een tweedeling in de samenleving op gang brengen.
Eenmaal in Nederland aangekomen zullen jullie worden opgenomen in de duivelse samenleving. Als beloning zullen jullie geld van de regering van de honden ontvangen. Soms zelfs tot 2.000 Amerikaanse dollars per maand. Allahu Akbar!
Vanaf de dag dat jullie het geld ontvangen moeten jullie minimaal honderd dollar per maand terug sturen naar jullie vaderland. Wij beheren de sharia banken, elke maand bezoeken wij het dorp en overhandigen aan jullie vrouwen en kinderen zeventig dollar. Dat is veel geld! Dat is de beloning aan jullie vrouwen en kinderen voor de grootste opoffering met als het ultieme doel van het islamitisch wereldrijk. Allahu Akbar!
Van de dertig dollar belasting die wij achterhouden betalen we jullie reis, de nieuwe islamitische scholen, de imam’s die de Koran aan jullie kinderen zullen onderwijzen, de moefti’s die de strengste sharia wetten uitvoeren en de strijdt tegen de ongelovige honden in de hoofdstad! Het zal niet voor iedereen even gemakkelijk zijn maar de kracht van Allah zal jullie in moeilijke tijden helpen. Allahu Akbar!’
‘En wat als we niet willen’, klonk het onverwacht uit de groep mannen.
De kolonel keek verbaasd op en trok zijn revolver voor de tweede keer uit zijn holster. Ik kon de met ivoor ingelegde handgreep nu goed zien. Het roomkleurige ivoor stak vreemd af tegen het glimmende chroom. Zijn ogen zochten door de menigte of hij iets ongewoons kon ontdekken dat naar de opstandige aanhoorder kon leiden. Niets! Helemaal niets!
Hij stak zijn revolver hoog in de lucht, ik zag de menigte mannen weerspiegeld in de glimmende trommel, en sprak zacht en langzaam: ‘Dan zal deze kleine nederige dienaar van Allah recht spreken! Allahu Akbar!’
Als een donderslag bij heldere hemel werd de stilte doorbroken! Een oorverdovend geruis van honderden stemmen die met elkaar overlegden en elkaar probeerden te overstemmen bespraken het aanbod van de rebellen kolonel. De kolonel liep achteruit terug naar zijn geïmproviseerde troon terwijl al zijn soldaten hun machinegeweren in de aanslag hadden. Zij wisten uit ervaring dat dit het gevaarlijkste moment was van de hele operatie.
Zodra de stilte weer van het lawaai had gewonnen leek de zaak beklonken. Met enige terughoudendheid en hun machinegeweren nog steeds in de aanslag voegden zich een dozijn soldaten bij de groep mannen. De kolonel zat weer op de klapstoel, met de sergeant staand aan zijn zijde, en zijn duivelse glimlach op zijn gezicht.
‘Oh ja, ik was nog een kleinigheid vergeten! Voor diegene die denken dat ze kunnen ontsnappen op weg naar Nederland. In jullie groep zullen enkele van mijn mannen in burger aanwezig zijn. Zij hebben tevens het geluk dat zij een nog hoger doel dienen! Zij gaan de honden in Nederland in het hart raken met zelfmoord aanslagen. Een grootse daad die ze een martelaar van Allah zal maken. Zij zullen worden opgewacht door zeventig maagden in het paradijs! Zij zullen tot in de eeuwigheid leven in rijkdom en geluk. We kunnen misschien niet zo snel winnen, maar we kunnen wel zorgen dat de vijand ook verliest! Allahu Akbar!
Er is maar een straf voor de moenafik (ongelovige) vluchter, of voor diegene die verzaakt maandelijks geld naar huis te sturen. Bij terugkomst in je dorp zal je een leeg huis òf een lege hut aantreffen! We schieten je hele gezin naar jahannam (de hel) zodra ons het bericht van je ontsnapping bereikt, dus terugkomen naar het dorp heeft geen enkele zin. Er wacht alleen maar leegte en eenzaamheid, en grafmonumenten in het zand! Mijn mannen zullen je ook in Nederland of ergens anders weten te vinden want onze ogen, oren en macht reiken tot het einde van wereld! Allahu Akbar!’
We keken elkaar aan. Het was duidelijk! We hadden geen keuze. De meningen over het onverwachte aanbod van de kolonel in de groep liepen ook uiteen. Er waren mannen die er 100% voor waren om zich op te offeren voor hun gezin en voor Allah. Er waren ook mannen die op voorhand al fluisterden dat ze van alles zouden proberen om er onderuit te komen.
De selectie procedure begon! Een soldaat met een brede rode streep op zijn mouw leek de leiding te hebben. Hij porde een boer in zijn ribbenkast en gebaarde met zijn wiebelende hoofd dat hij zijn vrouw en kinderen aan de overkant van de straat moest gaan halen. Met zijn zessen liepen ze stil en onderdanig op de kolonel toe. Van de korte woordenwisseling tussen de kolonel en de man konden we niets horen. De man knikte naar de kolonel, de vrouw begon zachtjes te huilen en de kinderen om hun heen begrepen er waarschijnlijk niets van.
De soldaten hadden hun aanvoer voor de selectie al snel op orde. Je kon zien dat zij het niet voor de eerste keer deden! Terwijl de kolonel zijn beslissing aan het slachtoffer kenbaar maakte stond er aan de overkant van de weg al een gezin klaar om direct voor de kolonel te verschijnen zodra hij zijn beslissing had genomen. Aan onze kant van de straat stond er dan ook meteen weer een man klaar om zijn gezin aan de andere kant bij elkaar te zoeken.
Het ging snel en zonder een enkelprobleem! Ik had geen idee wat er door de kolonel gezegd werd totdat ik zelf met mijn gezin voor de vorst van de hel stond.
‘Assalamu alaikum! U gaat naar Nederland!’, ik knikte en keek naar mijn vrouw, ‘u stuurt elke maand honderd dollar naar uw vrouw! Het kan ons niet schelen hoe u aan dat geld komt. Zie het als een belasting voor een hoger doel en een beter leven voor uw vrouw en kinderen! Wanneer u ons aanbod weigert of probeert te ontsnappen schieten we meteen uw vrouw en kinderen dood in de naam van Allah. U wordt over twee dagen door een vrachtwagen opgehaald. Neem niet teveel bagage mee want u bent een vluchteling! Onderweg wordt u verteld wat uw verhaal is aan de autoriteiten zodra u in Europa en Nederland bent aangekomen. Begrepen?’
Ik knikte en keek op naar het gezicht van de man die mijn leven voorgoed had veranderd. Ik zag haat, de dood en hebzucht in zijn ogen. Het was me meteen duidelijk dat hij serieus was met zijn bedreigingen en dat hij een harteloze soldaat van het fortuin was. Dit had niets met Allah en de liefde uit de Koran te maken. Dit was een moordenaar die alleen maar dacht aan zijn eigen gewin. Helaas had ik geen keuze. Voor mezelf zou ik de kogel hebben gekozen, maar de dood is het laatste dat ik zou willen voor mijn vrouw en mijn kinderen.
‘Ga! Allahu Akbar!’, schreeuwde hij terwijl ik zijn speeksel op mijn gezicht voelde.
In stilte verwijderden we ons van de plaats des onheils. We waren nog geen vijftig meter ver toen onze diepste gedachten wreed werden verstoort door het geluid van een revolver. We keken om en zagen hoe onze buurman zijn laatste stuiptrekkingen had. Zijn hysterische vrouw was de volgende. In stilte en met afschuw keek de overgebleven menigte naar het schouwspel. Er volgde nog twee schoten waarna de revolver hard en luid klikte. De kamers van de trommel bevatten alleen nog lege hulzen. De kwade kolonel greep de Kalashnikov van de sergeant, die ongeroerd naast hem tegen de vrachtwagen stond, en liet de met staal beklede houten kolf met een klap op het kleine hoofd van het laats overgebleven kind van het gezin neerkomen. Het geluid van het kraken van de nog onvolgroeide schedel ging door merg en been. Het voorbeeld was gesteld! Er zou vanaf nu geen enkele man de opdracht van de kolonel weigeren!
Besmeurd met bloed en een lege revolver beval de kwade kolonel zijn boosaardige handlanger, die glimlachend naast hem stond, dat hij de selectie moest voortzetten. De duivel zelf liep rustig en onbewogen naar een vrachtwagen en klom aan de achterkant naar binnen. Niet iedereen moest mee op reis! Er werden enkele oude, gekke en kreupelen gespaard. Of dat een betere lot was wist ik ook niet zeker!
Zodra het laatste gezin voor de sergeant had gestaan kwam de kolonel, gestoken in een fris uniform en met een gevulde revolver, weer uit de vrachtwagen tevoorschijn. Zijn voorbeeld had gewerkt! Minachtend keek hij naar de vijf lichamen die midden op de straat lagen. Een duivelse en voldane glimlach verscheen op zijn mond. De sergeant maakte oogcontact en nam meteen die duivelse grijns van zijn meerdere over! De zaken voor vandaag waren afgehandeld!
‘Laat die ongelovigen maar midden op de straat liggen! Zij zullen een goed voorbeeld zijn voor de weinigen die misschien nog twijfelen om op reis te gaan!’
De kolonel rees zijn armen totdat ze niet verder omhoog konden, keek naar de blauwe lucht en schreeuwde uit volle borst, ‘Allahu Akbar!’
Deze woorden van zijn zware stem rolden als een aansnellend onheil over de heuvels en door de dalen van het dorp. Het oordeel was uitgesproken! De soldaten klommen weer in de voertuigen, motoren werden gestart, en het geluid van de colonne des doods doofde bij elke meter die de duivel verder van het dorp vandaan reed! Een lint van stof aan de horizon achterlatend.
Wordt vervolgd
Meer verhalen over:
Kort verhaal,
Nederland
donderdag 18 december 2014
Nederland: Regendruppels aan de waslijn
Zaltbommel
Wanneer ik om half twaalf mijn ogen open en naar buiten kijk zie ik buiten regendruppels aan de waslijn hangen. In een dorp op het platteland, een klein dorp waar we niet ècht welkom zijn. Ondanks dat we hier niet welkom zijn zijn er hier toch heel veel aardige mensen. Onze komst heeft de lokale economie doen opleven. We hadden nooit kunnen denken dat er in het rijke Nederland ook mensen moeten zien te overleven!
Tien maanden, tien lange maanden, ben ik nu in Nederland. In opvangcentrum “het Weiland”. Mijn gedachten dwalen direct af naar thuis, mijn geboortedorp in de heuvels van mijn geboorteland dat ik ruim een jaar geleden heb moeten verlaten. Mijn vrouw en kinderen, mijn familie en vrienden, ver weg in een land dat ik waarschijnlijk nooit meer zal zien. Ik zal nooit van mijn leven vergeten hoe deze hel, deze onwerkelijke nachtmerrie begon.
Een lang lint van stof waaide op in de verte en trok een grijze streep tussen het gele zand en de blauwe lucht. Bezoekers, op weg naar onze kleine slaperige nederzetting ver weg van de vijandige wereld. De grote grove banden van de legervoertuigen wierpen het stof op de vleugels van de wind totdat het stof te zwaar was geworden en zachtjes neerdaalde op de dorre heuvels. Het zwarte staal van de wapens glinsterde angstaanjagend in de vroege ochtendzon.
Met een luide doffe schuiver van de banden op het fijne grind van de hoofdstraat kwamen de jeep en vrachtwagens tot stilstand. Een voor een klommen de in het groen geklede mannen uit de voertuigen en stelden zich op in een lijn. Het was een vaag voorteken van de dreiging die zich aanbood. De meeste soldaten waren fatsig van het vele eten en drinken. Het was duidelijk te zien dat het de rebellen aan niets ontbrak.
Terwijl mijn dorpsgenoten langzaam toestroomden om de bron van het lawaai te bekijken stapte er een dikke, overdreven vriendelijk glimlachende, man op de menigte af. Afgezien van een verchroomde revolver in een leren holster aan zijn koppel was hij ongewapend. Zoals zijn glimlach ook ontwapenend moest zijn. Hoelang hij daar zwijgend en glimlachend in het zachte aangename licht van de opkomende zon heeft gestaan weet ik niet. Het leken voor mij wel uren.
Hij stak zijn rechter hand op als teken dat de over zijn aankomst en doel van de colonne speculerende menigte moest zwijgen. Intimiderend zweeg hij en lachte ons minachtend toe. Het was muisstil in het dorp. De enige geluiden die de stilte doorbraken waren het mekkeren van een geit en het brommen van een vlieg.
Zijn stem sneed door de stilte!
‘Ik ben de kolonel! Mijn naam is niet belangrijk! Wanneer jullie mij aanspreken gebruiken jullie alleen kolonel en niets anders!’ Iedereen die me niet met kolonel aanspreekt schiet ik persoonlijk een kogel door zijn kop! Ik wens geen tegenspraak en jullie spreken alleen wanneer ik jullie daar om vraag!’
Geluidloos knikte de toegestroomde mensen als teken dat ze het hadden begrepen. Dit waren de rebellen die een groot gedeelte van het land onder controle hadden. De haast democratische gekozen regering en het officiële leger hadden alleen de hoofdstad en omstreken onder controle. Een klein gebied waar alle machtige en rijken van het land zich hadden verzameld om onder het veiligheidsscherm van het leger hun decadente leven voort te zetten. Wij arme boeren telden voor die rijken niet mee, wij waren overgeleverd aan de grillen van de rebellen.
De kolonel keek eens goed om zich heen en wachtte tot een soldaat met een houten, en groen canvas beklede, klapstoel verscheen. In de schaduw van een vrachtwagen zeeg de dikke kolonel op zijn denkbeeldige troon neer. Als een vorst uit de hel, als de duivel zelf zat hij daar in stilte glimlachend te wachten. Te wachten waarop? Een duivelse gedachte die voor eeuwig en altijd ons leven zou veranderen? Ze waren hier niet om ons te helpen, dat was duidelijk.
Zonder een woord te zeggen wees de kolonel een man in het toegestroomde publiek aan. Drie van zijn manschappen stapten op hem af en haalde hem uit de menigte. Ondanks dat de tenger gebouwde man niet tegenstribbelde werd hij met bruut geweld op zijn knieën in het zand voor de kolonel neergezet. De kolonel was geen man die zijn adem verspilde aan zinloze woorden! Hij haalde zijn chromen revolver uit de leren holster aan zijn koppel en zette met zijn duim de haan op scherp. Een magere kleine vrouw slaakte een kreet van wanhoop, rende op de knielende man af en wierp zich als een beschermende deken op weerloze boer.
De stilte werd doorbroken door twee luide knallen uit de vuurspuwende revolver. Bloed vermengde zich met zand. Zo stonden we daar geluidloos in de dorpsstraat totdat de kolonel een teken aan zijn manschappen gaf om de dode lichamen op te ruimen. Vier soldaten grepen elk een voet en sleepten de levenloze lichamen weg, een lang spoor van bloed achterlatend in het fijne grind als teken dat de kolonel geen tegenspraak wenste.
Opnieuw viel de stilte over het dorp. Met elke seconde die we naar de glimlachende moordenaar keken werd onze angst groter. Ze waren hier niet om ons allemaal te vermoorden, dat was zeker! Anders waren we nu allang dood geweest door een kogelregen uit de geladen Kalashnikov’s van de rebellen.
En opnieuw die stilte en die duivelse glimlach van de kolonel. Zijn manschappen stonden als zwarte helpers van de duivel bijeengepakt in de schaarste schaduw van hun vrachtwagens. Het duistere spel van de kolonel werkte en de angst van de arme boeren groeide met het verstrijken van elke seconde. Hij wenkte naar een van zijn manschappen, die aan het zien van het goud op de schouder van zijn groene overhemd een hogere rang bezat, dat hij dichterbij moest komen.
De slungelige soldaat slenterde naar de kolonel en boog zich voorover om de gefluisterde bevelen aan te horen. Hij rees weer recht op! Zijn hand ging naar de rand van zijn baret en terwijl hij de kolonel salueerde klikte hij de hakken van zijn hoge legerkisten tegen elkaar. Een hartverscheurend geluid dat de angst in de arme omstanders deed oplaaien als een storm aan een vuurzee. Hij draaide zich om zijn as op de plaats en maakte zich gereed om de bevelen van de kolonel aan ons door te geven.
‘Ik ben de sergeant!’
Om ons op ons gemak te laten voelen werden we aangesproken in ons eigen eeuwenoude dialect. En het werkte! Er viel wat van mijn angst weg en voor een kort moment voelde ik me zelfs op mijn gemak. Maar niet voor lang! Hij schreeuwde luid zijn bevelen in een ander dialect en alle soldaten kwamen in beweging. Ze wierpen zich als een troep hongerige wolven op de menigte. Onze armageddon was begonnen!
De mannen en vrouwen werden gescheiden, beter gezegd, de mannen en vrouwen met hun kinderen werden gescheiden en plaatsen zich ieder aan een kant van de straat. De kolonel rechtte zijn rug en stond op.
‘Een voor een gaat er een man naar de overkant om zijn vrouw en kinderen op te halen. Dan komen jullie met jullie gezin naar me toe en zal ik een beslissing nemen. En denk niet om vals te spelen want alle vrouwen en kinderen die overblijven schieten we aan het einde van de selectie dood!’, klonk er uit zijn keel.
Enkele vrouwen in de groep begonnen zachtjes te huilen. Getroost door hun kinderen luisterden ze naar de kolonel die naar ze toe was gelopen om zijn duivelse plannen te onthullen.
‘Wie is er weduwe?’, vroeg hij zacht en vol medelijden.
Enkele huilende vrouwen omringt door hun kinderen staken hun hand op.
‘Ga naar jullie huizen en hutten! Wij zijn geen monsters. Wij willen alleen het beste voor ons land en ons volk!’
Duidelijk opgelucht maakten de weduwen, achtervolgd door hun kroost, zich snel uit de voeten voordat de kolonel zich zou bedenken. De rest van het dorp in onzekerheid aan beide kanten van de straat achterlatend. Iedereen vroeg zich in angst en een geforceerde stilte af wat er met de overgebleven bevolking uit het dorp zou gaan gebeuren.
De kolonel stond op en met de sergeant aan zijn zijde beende hij naar de groep afgezonderde mannen. Enige minuten stond hij naar ze te grijnzen. Het leek dat de kolonel zich moest bedenken wat te zeggen. De bange mannen wisten beter. Deze duivel had al heel lang geleden zijn snode plannen gesmeed.
‘Luister goed’, maande hij, terwijl zijn gezichtsuitdrukking nu in een serieuze was veranderd, ‘ik vertel dit verhaal maar één keer!’
Wordt vervolgd
Wanneer ik om half twaalf mijn ogen open en naar buiten kijk zie ik buiten regendruppels aan de waslijn hangen. In een dorp op het platteland, een klein dorp waar we niet ècht welkom zijn. Ondanks dat we hier niet welkom zijn zijn er hier toch heel veel aardige mensen. Onze komst heeft de lokale economie doen opleven. We hadden nooit kunnen denken dat er in het rijke Nederland ook mensen moeten zien te overleven!
Tien maanden, tien lange maanden, ben ik nu in Nederland. In opvangcentrum “het Weiland”. Mijn gedachten dwalen direct af naar thuis, mijn geboortedorp in de heuvels van mijn geboorteland dat ik ruim een jaar geleden heb moeten verlaten. Mijn vrouw en kinderen, mijn familie en vrienden, ver weg in een land dat ik waarschijnlijk nooit meer zal zien. Ik zal nooit van mijn leven vergeten hoe deze hel, deze onwerkelijke nachtmerrie begon.
Een lang lint van stof waaide op in de verte en trok een grijze streep tussen het gele zand en de blauwe lucht. Bezoekers, op weg naar onze kleine slaperige nederzetting ver weg van de vijandige wereld. De grote grove banden van de legervoertuigen wierpen het stof op de vleugels van de wind totdat het stof te zwaar was geworden en zachtjes neerdaalde op de dorre heuvels. Het zwarte staal van de wapens glinsterde angstaanjagend in de vroege ochtendzon.
Met een luide doffe schuiver van de banden op het fijne grind van de hoofdstraat kwamen de jeep en vrachtwagens tot stilstand. Een voor een klommen de in het groen geklede mannen uit de voertuigen en stelden zich op in een lijn. Het was een vaag voorteken van de dreiging die zich aanbood. De meeste soldaten waren fatsig van het vele eten en drinken. Het was duidelijk te zien dat het de rebellen aan niets ontbrak.
Terwijl mijn dorpsgenoten langzaam toestroomden om de bron van het lawaai te bekijken stapte er een dikke, overdreven vriendelijk glimlachende, man op de menigte af. Afgezien van een verchroomde revolver in een leren holster aan zijn koppel was hij ongewapend. Zoals zijn glimlach ook ontwapenend moest zijn. Hoelang hij daar zwijgend en glimlachend in het zachte aangename licht van de opkomende zon heeft gestaan weet ik niet. Het leken voor mij wel uren.
Hij stak zijn rechter hand op als teken dat de over zijn aankomst en doel van de colonne speculerende menigte moest zwijgen. Intimiderend zweeg hij en lachte ons minachtend toe. Het was muisstil in het dorp. De enige geluiden die de stilte doorbraken waren het mekkeren van een geit en het brommen van een vlieg.
Zijn stem sneed door de stilte!
‘Ik ben de kolonel! Mijn naam is niet belangrijk! Wanneer jullie mij aanspreken gebruiken jullie alleen kolonel en niets anders!’ Iedereen die me niet met kolonel aanspreekt schiet ik persoonlijk een kogel door zijn kop! Ik wens geen tegenspraak en jullie spreken alleen wanneer ik jullie daar om vraag!’
Geluidloos knikte de toegestroomde mensen als teken dat ze het hadden begrepen. Dit waren de rebellen die een groot gedeelte van het land onder controle hadden. De haast democratische gekozen regering en het officiële leger hadden alleen de hoofdstad en omstreken onder controle. Een klein gebied waar alle machtige en rijken van het land zich hadden verzameld om onder het veiligheidsscherm van het leger hun decadente leven voort te zetten. Wij arme boeren telden voor die rijken niet mee, wij waren overgeleverd aan de grillen van de rebellen.
De kolonel keek eens goed om zich heen en wachtte tot een soldaat met een houten, en groen canvas beklede, klapstoel verscheen. In de schaduw van een vrachtwagen zeeg de dikke kolonel op zijn denkbeeldige troon neer. Als een vorst uit de hel, als de duivel zelf zat hij daar in stilte glimlachend te wachten. Te wachten waarop? Een duivelse gedachte die voor eeuwig en altijd ons leven zou veranderen? Ze waren hier niet om ons te helpen, dat was duidelijk.
Zonder een woord te zeggen wees de kolonel een man in het toegestroomde publiek aan. Drie van zijn manschappen stapten op hem af en haalde hem uit de menigte. Ondanks dat de tenger gebouwde man niet tegenstribbelde werd hij met bruut geweld op zijn knieën in het zand voor de kolonel neergezet. De kolonel was geen man die zijn adem verspilde aan zinloze woorden! Hij haalde zijn chromen revolver uit de leren holster aan zijn koppel en zette met zijn duim de haan op scherp. Een magere kleine vrouw slaakte een kreet van wanhoop, rende op de knielende man af en wierp zich als een beschermende deken op weerloze boer.
De stilte werd doorbroken door twee luide knallen uit de vuurspuwende revolver. Bloed vermengde zich met zand. Zo stonden we daar geluidloos in de dorpsstraat totdat de kolonel een teken aan zijn manschappen gaf om de dode lichamen op te ruimen. Vier soldaten grepen elk een voet en sleepten de levenloze lichamen weg, een lang spoor van bloed achterlatend in het fijne grind als teken dat de kolonel geen tegenspraak wenste.
Opnieuw viel de stilte over het dorp. Met elke seconde die we naar de glimlachende moordenaar keken werd onze angst groter. Ze waren hier niet om ons allemaal te vermoorden, dat was zeker! Anders waren we nu allang dood geweest door een kogelregen uit de geladen Kalashnikov’s van de rebellen.
En opnieuw die stilte en die duivelse glimlach van de kolonel. Zijn manschappen stonden als zwarte helpers van de duivel bijeengepakt in de schaarste schaduw van hun vrachtwagens. Het duistere spel van de kolonel werkte en de angst van de arme boeren groeide met het verstrijken van elke seconde. Hij wenkte naar een van zijn manschappen, die aan het zien van het goud op de schouder van zijn groene overhemd een hogere rang bezat, dat hij dichterbij moest komen.
De slungelige soldaat slenterde naar de kolonel en boog zich voorover om de gefluisterde bevelen aan te horen. Hij rees weer recht op! Zijn hand ging naar de rand van zijn baret en terwijl hij de kolonel salueerde klikte hij de hakken van zijn hoge legerkisten tegen elkaar. Een hartverscheurend geluid dat de angst in de arme omstanders deed oplaaien als een storm aan een vuurzee. Hij draaide zich om zijn as op de plaats en maakte zich gereed om de bevelen van de kolonel aan ons door te geven.
‘Ik ben de sergeant!’
Om ons op ons gemak te laten voelen werden we aangesproken in ons eigen eeuwenoude dialect. En het werkte! Er viel wat van mijn angst weg en voor een kort moment voelde ik me zelfs op mijn gemak. Maar niet voor lang! Hij schreeuwde luid zijn bevelen in een ander dialect en alle soldaten kwamen in beweging. Ze wierpen zich als een troep hongerige wolven op de menigte. Onze armageddon was begonnen!
De mannen en vrouwen werden gescheiden, beter gezegd, de mannen en vrouwen met hun kinderen werden gescheiden en plaatsen zich ieder aan een kant van de straat. De kolonel rechtte zijn rug en stond op.
‘Een voor een gaat er een man naar de overkant om zijn vrouw en kinderen op te halen. Dan komen jullie met jullie gezin naar me toe en zal ik een beslissing nemen. En denk niet om vals te spelen want alle vrouwen en kinderen die overblijven schieten we aan het einde van de selectie dood!’, klonk er uit zijn keel.
Enkele vrouwen in de groep begonnen zachtjes te huilen. Getroost door hun kinderen luisterden ze naar de kolonel die naar ze toe was gelopen om zijn duivelse plannen te onthullen.
‘Wie is er weduwe?’, vroeg hij zacht en vol medelijden.
Enkele huilende vrouwen omringt door hun kinderen staken hun hand op.
‘Ga naar jullie huizen en hutten! Wij zijn geen monsters. Wij willen alleen het beste voor ons land en ons volk!’
Duidelijk opgelucht maakten de weduwen, achtervolgd door hun kroost, zich snel uit de voeten voordat de kolonel zich zou bedenken. De rest van het dorp in onzekerheid aan beide kanten van de straat achterlatend. Iedereen vroeg zich in angst en een geforceerde stilte af wat er met de overgebleven bevolking uit het dorp zou gaan gebeuren.
De kolonel stond op en met de sergeant aan zijn zijde beende hij naar de groep afgezonderde mannen. Enige minuten stond hij naar ze te grijnzen. Het leek dat de kolonel zich moest bedenken wat te zeggen. De bange mannen wisten beter. Deze duivel had al heel lang geleden zijn snode plannen gesmeed.
‘Luister goed’, maande hij, terwijl zijn gezichtsuitdrukking nu in een serieuze was veranderd, ‘ik vertel dit verhaal maar één keer!’
Wordt vervolgd
Meer verhalen over:
Kort verhaal,
Nederland
woensdag 23 februari 2005
Trouwen in Thailand
Pattaya, 23/02/2005
Dit zijn de belevenissen van een goede vriend van mij en zijn vriendin. Zij hadden besloten om in Thailand te trouwen. Niet gewoon op zijn Nederlands met een stadhuis en familie, nee, gewoon op een romantische plaats die ze samen zouden bepalen. Hun belevenissen brachten me terug naar de tijd dat ik zelf voor de eerste keer door Thailand trok. Hilarisch en soms serieus. Hier is hun verhaal.
23 januari
Heerlijk om in Thailand te zijn en nee wij zijn absoluut niet afgeschrikt door de drukte van Bangkok.... Super juist. We zitten nu in een hotel in de wijk pratunam. Morgen verkassen we naar een guesthouse op soi sukhumvit. We gaan zo dadelijk richting het oude centrum van Bangkok in een yukkie yukkie. Morgen moeten we naar de Nederlandse ambassade en een vertaalbureau. We hopen woensdag Bangkok achter ons te laten om naar Chiang Mai te gaan. Ik bel je vanavond wel ff. Groet, Jeroen en Romy.
1 februari
Hallo daar zijn we weer met een tweede verslagje, want daar is het echt wel weer tijd voor. Allereerst willen we iedereen bedanken voor alle leuke reacties, gelukswensen e.d. Het doet ons erg veel plezier van jullie allemaal te horen, het is zo leuk om de mailbox te openen en allerlei nieuwe berichtjes ontvangen te hebben!
Sinds de laatste mail zijn we nog wat blijven rondkijken in Ayuthaya en zijn we nog naar een ander stadje geweest waar allemaal apen rondliepen. Dat was erg grappig. We zijn echt op vakantie want we weten niet meer welke dag het is (onderhand), maar we zijn volgens ons donderdagavond met de trein naar Chiang Mai gegaan, helemaal in het Noorden. 's Avonds om 21.00 uur vertrok de trein en kwam om 9.00 uur 's morgens aan. Het was een slaaptrein en we hebben best behoorlijk kunnen slapen.
Daar aangekomen begon de gekte weer, we werden meteen overvallen door 3600 tuk-tuk drivers en gasten die ons perse in hun guesthouse wilden hebben, om gestoord van te worden, zeker als je net relaxed uit de trein komt. Dus wij de boel afgeschud en verderop een tuk-tuk driver gevonden die ons naar een guesthouse heeft gebracht (uit de Lonely Planet). Kamer voor 3 euro per nacht, het kost niks en dan heb je ook niks zeg maar. Tja, een bed van hard hout (en ook wel een matras hoor, maar niet echt de meest zachte) en een soort van badkamer waar je alles in 1 keer kan doen (snappie?). We kwamen daar aan en de eigenaresse (goede zakenvrouw) had ons binnen 2 minuten een trekking aangesmeerd van drie dagen en 3 overnachtingen in haar guesthouse.
In ieder geval hebben we lekker rond gesjokt in Chiang Mai, maar zoals zovelen ons al hadden verteld is het niet echt een superstad, heel druk (Bangkok-madurodam-syndroom) en behalve tempels, tempels en nog eens tempels (oh en veel veel toeristen en vervelende opdringerige verkopers). We zijn lekker boven naar een berg geweest om een hele mooie grote tempel te bezoeken en daardoor hebben we een heel leuk Duits stel leren kennen (die bestaan ook hoor). Leuke lui met wie we nu al een tijdje optrekken. Samen met hen gegeten 2 maal en veel gelachen (komt ook door het lekkere Thaise bier). Zij hadden ook dezelfde trekking geboekt en we zijn zondagmorgen met een groep van 12 mensen vertrokken: allemaal Duitsers en Zwitsers, dus viel Deutsch geswanscht. Erg leuke groep, maar dat Duits komt je op een gegeven moment een beetje de keel uit, maar ja. De trekking was helemaal fantastisch en de gids ook, Mr. Chang. Prachtig figuur met de mooiste verhalen en zelf verzonnen grappen. Allemaal vool toelist.
Eerste dag: met de auto naar de markt inkopen doen voor drie dagen eten (wij niet hoor, wij waren aan het luieren en wc papier kopen), daarna naar eerste stop. Na lunch een stukje gelopen naar een grote waterval voor een douche, was erg erg koud, maar voor de foto toch even eronder. Daarna verder met de auto naar het eerste dorpje, van daaruit een flink stuk gelopen, bijna alles berg op berg af, dus best pittig. Warm en met die rugtas erbij. maar we hebben niet voor niets getraind het hele jaar dus de Hollanders liepen altijd voorop. Aangekomen bij een dorp van een stam gedoucht (primitief, maar toch.....) en bedden gemaakt e.d. Enorm veel lol gehad, iedereen was nog lekker fit en erg dronken van de Thaise rum. Bij kampvuur gezeten en Thais geleerd. Vroeg naar bed, want we waren toch wel moe
Tweede dag: flink gelopen weer, na de eerste rustpauze kwamen we op en stuk, stijl omhoog (allemaal traptreetjes), ontzettend zwaar maar bikkels als we zijn weer voorop. Jeroen als Vliegende Hollander, want die ging helemaal als een speer! Daarna kwamen we bij een andere stam bij een rivier. Lekker gezwommen (koud, maar zeer welkom) en geluncht. Daarna hadden we 1.5 uur relaxtijd en op de olifanten gewacht. Daarna met 2 of 3 mensen op de olifant (op een stoeltje) en anderhalf uur gelopen langs en in de rivier, dat was supertof. Bij het derde dorp weer alles geïnstalleerd en 's avonds gegeten. We waren allemaal goed moe, maar hebben nog wel de hele avond bij het kampvuur gezeten en dat was ontzettend gezellig. Mr. Chang had allemaal raadseltjes en grapjes (zelf bedacht) en met dat Thaise Engels lig je helemaal dubbel. Heerlijk geslapen (ook al was het op een houten vloer op een heel dun matrasje). s' Morgens (en 's nachts) was het heel erg koud, maar overdag met de zon warmde het weer goed op. Vanmorgen met een bamboeraft een heel stuk gevaren (vooral de stroomversnellingen waren tof) en geluncht. We wilden allemaal douchen en terug naar het guesthouse, maar we hadden ook nog een butterfly-en Orchidfarm op het programma staan. Daar even doorheen gelopen en toen weer terug naar het guesthouse. We zijn weer lekker gedoucht, schoon en voldaan en 6 kg. wasgoed naar de wasserette gebracht. Die kunnen we morgenmiddag om 14.00 uur ophalen en dan gaan we nog wat verder naar het Noorden reizen, dicht naar de grens met Laos. We hebben nog even nagevraagd hoe het zit met trouwen, maar we kunnen dus in elk klein dorpje in elk gemeentehuis trouwen, iedereen die daar werkt is ertoe bevoegd, ook de grootste idioot zo hebben we ons laten vertellen. Chiang Mai vinden we zeker niet geschikt, dus we blijven zoeken. Spannend.....
Nou, dit was weer een erg lang verhaal dus zullen we gaan stoppen. We gaan zo nog met onze groep uit eten (we hebben zin in Europees eten voor een keer, dus dat wordt pizza en spaghetti).
We laten gauw weer wat van ons horen wanneer mogelijk.
Heel veel groetjes, J en R
3 februari
Hallo iedereen,
Nog even een " klein berichtje" (lukt toch niet) van ons omdat de oorspronkelijke trouwdatum er aan begint te komen...
We zijn vanmorgen gaan informeren bij het gemeentehuis van Chiang Rai, we werden hier en daar heen gestuurd en kwamen uiteindelijk boven ergens in een klein kantoortje waar een Engels sprekende man was. De papieren hadden we afgegeven aan degene die ons aan het helpen was, zegt die Thai: oke, let's do it. En wij in onze toeristenkleding: no no no, not now. Hadden we even niet opgelet, waren we al getrouwd geweest zonder het zelf door te hebben. In ieder geval zouden we morgen terug kunnen komen om 10.00 uur om het te doen, maar dat gemeentehuis was in een hele drukke straat, daarvoor was een drukke markt met veel verkeer en zo. We voelden ons er niet echt lekker bij, sta je daar in je trouwpak midden in de stad, proberen auto's te ontwijken. We voelden ons een beetje naar bij het idee, maar zijn toch naar de Tourist Information gegaan om een auto te huren en een mooi resort uit te zoeken voor de huwelijksnacht.
Aangezien ze hier nergens Engels spreken en je raar aankijken bij het verzoek begonnen we er echt een beetje de pest in te krijgen. Niemand denkt met je mee en kijken je zo aan van: rare Europeanen, moeten weer zonodig apart doen of zo. Nou, niet echt iets om naar uit te kijken, en na lang beraad besloten om het over een heel andere boeg te gooien. We gaan zo meteen proberen een vliegticket te boeken voor een mooi romantisch eiland wat toch aan de toeristische kant is (Ko Samui bijvoorbeeld), daar kunnen we een mooi resort nemen en voelen we ons gewoon veel beter. We willen nog wel in de buurt blijven een paar dagen want het is hier hartstikke leuk, we kijken of we maandag kunnen gaan vliegen, dan blijven we de rest van de tijd in het Zuiden, misschien een paar verschillende eilanden aan doen.
We zitten nu in een super mooi hotel (Teak Wood House), zoals de naam doet vermoeden is het helemaal van Teakhout, alles is bewerkt hout, van dat handwerk. We hebben een mooie kamer met alles er op en eraan en het is er superrustig. We hebben het voor een prijs van 12 euro per nacht kunnen regelen, dus niet echt duur.
Peter en Hillie, we proberen jullie al de hele tijd uit bed te bellen, maar krijgen geen gehoor. Neem nou es een keer op (haha).
Nou, dat was het weer voor nu.
Groetjes uit zonnig Chiang Rai
9 februari
Hallo iedereen,
We hebben niet veel tijd dus houden het even kort.
Over 10 minuten (13.00 uur plaatselijke tijd) gaan we naar een amphur office (= gemeentehuis) op Ko Pangan, daar gaan we "officieel" trouwen, dus wettelijk met de papieren en zo. Dat zal gewoon op een kantoortje zijn. Vrijdag wordt de ceremoniële bruiloft op ons strandje (bottle beach, een heel mooi stukje paradijs dat alleen per boot bereikbaar is). Er komt een ceremonie aan de branding (als het goed is), mooie bungalow aan de zee en een goed diner. We gaan ook nog snorkelen en Thaise massage. We hebben het dus goed voor elkaar.
Op het moment giet het van de regen, het ziet er niet uit. Maar ja, we houden de moed erin.
Op ons strandje is er alleen s' avonds stroom en internet mogelijkheden zijn er niet (voor zover we weten).
We genieten ons helemaal rot hier, we hebben ieder een hangmatje op ons terrasje bij ons huisje pal aan de zee. Het zand is ragfijn en spierwit en de zee zo blauw als maar kan, veel palmbomen. Het kan gewoon niet mooier. Het strand is vrij klein, heel rustig en allemaal bungalowtjes aan de zee. Het eten is zoals altijd helemaal fantastisch. We gaan proberen zo lang mogelijk te blijven. Lekker niks doen de hele dag, beetje lezen, rondkijken, schelpjes verzamelen en stukjes koraal om de bungalow mee te versieren, beetje spelen met de plaatselijke hondjes (Milo, Noname en Baguette).
Dus over een paar minuten zijn we OFFICIEEL GETROUWD!!!! WE kijken er erg naar uit.
We zullen proberen over een paar dagen weer te internetten, dan laten we weten hoe het vrijdag is verlopen!
Veel liefs, The lovebirds
12 februari
Hallo allemaal,
We zijn weer even van ons droomstrandje af om onze e-mail te checken (en we hadden enorm veel te lezen, dus dat was heel erg leuk)..... en ook om nog een verslagje sturen om onze trouwervaringen te mailen.
Woensdag zijn we dus naar de amphur geweest en zijn we officieel getrouwd. Was erg leuk. De mensen die er werkten droegen allemaal een felgekleurd Hawaï shirt, dat was al een leuk begin. De man die ons ging trouwen was wel wat zenuwachtig, hij vond het in ieder geval prachtig!! Zijn Engels was niet geweldig, maar hij kon ons in ieder geval wel duidelijk maken hoe blij hij was dat we hier op Ko Pha-nang gingen trouwen, hij glom er helemaal van. Het was dus in een kantoor en hij moest inloggen op de computer (op een netwerk), opeens wordt hij eruit gegooid! Hij balen (en wij ook), of we de volgende dag terug konden komen. Dat wilden we natuurlijk niet en hij heeft opnieuw opgestart. Toen ging het beter. Pffff.... was even spannend! Toen heeft hij alle gegevens ingevoerd, ondertussen vertellend hoe blij hij was en zo. De " baas" van het gemeentehuis (zo werd hij genoemd) kwam er ook bij (ook in Hawaï shirt) en begon meteen zijn ressort aan te prijzen. Onze trouwman ook maar meteen reclame maken voor zijn Kodak-shop. Dat was wel lachen. Hij kon in ieder geval goede foto's maken. we hebben ook getekend met een knalroze Kodakpen!! We hebben uiteindelijk een heel mooi document gekregen (het officiële document) met allemaal bloemen er op en zo, supertof! En toen was het zover, man en vrouw! Was erg erg leuk en in ieder geval onvergetelijk.
Terug op ons strandje werden we al enthousiast onthaald door het personeel, die vonden het ook helemaal geweldig! We wilden het vrijdag vieren en ze zouden het e.e.a. voor ons regelen. Vrijdag morgen zijn we eerst gaan snorkelen met een groepje, maar dat was drie keer niks. Jeroen wel de hele tijd met z'n hoofd onder water (er waren wel veel visjes, maar allemaal dezelfde en je kon amper een meter vooruit kijken) en Romy helemaal claustrofobisch van die snorkel en bang van al die visjes, dus die heeft wat rondgezwommen met angstzweet en toen gauw weer terug op de boot. Toen we terug kwamen stond de masseuse te wachten, Romy full-body olie massage (hmmmmmmmmm) en Jeroen de Bikkel traditionele Thaise massage, hij is echt op alle mogelijke manieren uit elkaar getrokken. Maar wel lekker blijkbaar.
Daarna gauw wat gegeten (want we hadden enorme honger om 16.00 uur). Ondertussen was het personeel van alles aan het bekokstoven en Jeroen zat in het complot. Aangekomen bij de bungalow hadden ze de kamer helemaal schoon gemaakt (voor het eerst sinds maandag weer een zandloos bed, joepie), het hele bed vol met rozenblaadjes, een bos rozen, een tafeltje met een koeler met een fles champagne, een kaarsje en een briefje van het personeel; happy married, long love life. Leuk hé? We hebben lekker champagne gedronken (we zagen er zo decadent uit, we hadden het tafeltje buiten gezet met kaarsje erbij), en de ringen uitgewisseld. Iedereen die voorbij liep moest er wel wat van zeggen. Romy had ook op het terrasje met de schelpjes "just married" geschreven en met onze trouwkleding zagen we er wel heel romantisch uit.
Daarna lekker gegeten in het restaurant (allemaal buiten), we wilden onopgemerkt blijven eigenlijk, maar we hadden niet door dat er blacklight hing, en we gingen ermiddenin zitten, dus we gaven helemaal licht. Goeie zet!!
We zijn nu dus al een paar dagen man en vrouw en zijn helmaal happy. We blijven tot maandagochtend op het strandje en gaan dan richting Bangkok. Daar moeten we alles weer laten vertalen, naar de ambassade en het ministerie van buitenlandse zaken (en dat ook weer in Den Haag). Dan is het in Nederland ook geldig.
Nou, dat was het dan weer. We gaan nog even shoppen hier en dan gauw weer teug naar het hangmatje. Iedereen bedankt voor alle leuke reacties!!
Veel liefs,
Jeroen en Romy Fransen (nu echt!!!).
15 februari
Hoi Jiel,
Wij vliegen vrijdagochtend om 3.30 uur terug naar Nederland. We zitten op dit moment in Bangkok. We blijven in een hotelletje op soi sukhomvit 4 (white orchid). Morgen willen we naar de dierentuin. Op dit moment laten we ons trouwdocument vertalen en legaliseren bij het ministerie van BZ. Deze krijgen we morgen terug en dan hebben onze taak in Bangkok volbracht. Helaas hebben wij niet de kans gezien om naar Pattaya te komen omdat we eigenlijk vanaf het begin af aan naar Ko Phanang wilden. 4 weken is echt te kort om te lang rond te reizen. Het was heerlijk op Bottle Beach omdat we niks konden doen daar (geen wegen naar het strand!). Volgend jaar of het jaar erop vliegen we dan ook direct op Samui of Surat thani zodat we Bangkok kunnen vermijden. We checken ons e-mail vanavond nog ff......
Groet, Jeroen en Romy
Dit zijn de belevenissen van een goede vriend van mij en zijn vriendin. Zij hadden besloten om in Thailand te trouwen. Niet gewoon op zijn Nederlands met een stadhuis en familie, nee, gewoon op een romantische plaats die ze samen zouden bepalen. Hun belevenissen brachten me terug naar de tijd dat ik zelf voor de eerste keer door Thailand trok. Hilarisch en soms serieus. Hier is hun verhaal.
23 januari
Heerlijk om in Thailand te zijn en nee wij zijn absoluut niet afgeschrikt door de drukte van Bangkok.... Super juist. We zitten nu in een hotel in de wijk pratunam. Morgen verkassen we naar een guesthouse op soi sukhumvit. We gaan zo dadelijk richting het oude centrum van Bangkok in een yukkie yukkie. Morgen moeten we naar de Nederlandse ambassade en een vertaalbureau. We hopen woensdag Bangkok achter ons te laten om naar Chiang Mai te gaan. Ik bel je vanavond wel ff. Groet, Jeroen en Romy.
1 februari
Hallo daar zijn we weer met een tweede verslagje, want daar is het echt wel weer tijd voor. Allereerst willen we iedereen bedanken voor alle leuke reacties, gelukswensen e.d. Het doet ons erg veel plezier van jullie allemaal te horen, het is zo leuk om de mailbox te openen en allerlei nieuwe berichtjes ontvangen te hebben!
Sinds de laatste mail zijn we nog wat blijven rondkijken in Ayuthaya en zijn we nog naar een ander stadje geweest waar allemaal apen rondliepen. Dat was erg grappig. We zijn echt op vakantie want we weten niet meer welke dag het is (onderhand), maar we zijn volgens ons donderdagavond met de trein naar Chiang Mai gegaan, helemaal in het Noorden. 's Avonds om 21.00 uur vertrok de trein en kwam om 9.00 uur 's morgens aan. Het was een slaaptrein en we hebben best behoorlijk kunnen slapen.
Daar aangekomen begon de gekte weer, we werden meteen overvallen door 3600 tuk-tuk drivers en gasten die ons perse in hun guesthouse wilden hebben, om gestoord van te worden, zeker als je net relaxed uit de trein komt. Dus wij de boel afgeschud en verderop een tuk-tuk driver gevonden die ons naar een guesthouse heeft gebracht (uit de Lonely Planet). Kamer voor 3 euro per nacht, het kost niks en dan heb je ook niks zeg maar. Tja, een bed van hard hout (en ook wel een matras hoor, maar niet echt de meest zachte) en een soort van badkamer waar je alles in 1 keer kan doen (snappie?). We kwamen daar aan en de eigenaresse (goede zakenvrouw) had ons binnen 2 minuten een trekking aangesmeerd van drie dagen en 3 overnachtingen in haar guesthouse.
In ieder geval hebben we lekker rond gesjokt in Chiang Mai, maar zoals zovelen ons al hadden verteld is het niet echt een superstad, heel druk (Bangkok-madurodam-syndroom) en behalve tempels, tempels en nog eens tempels (oh en veel veel toeristen en vervelende opdringerige verkopers). We zijn lekker boven naar een berg geweest om een hele mooie grote tempel te bezoeken en daardoor hebben we een heel leuk Duits stel leren kennen (die bestaan ook hoor). Leuke lui met wie we nu al een tijdje optrekken. Samen met hen gegeten 2 maal en veel gelachen (komt ook door het lekkere Thaise bier). Zij hadden ook dezelfde trekking geboekt en we zijn zondagmorgen met een groep van 12 mensen vertrokken: allemaal Duitsers en Zwitsers, dus viel Deutsch geswanscht. Erg leuke groep, maar dat Duits komt je op een gegeven moment een beetje de keel uit, maar ja. De trekking was helemaal fantastisch en de gids ook, Mr. Chang. Prachtig figuur met de mooiste verhalen en zelf verzonnen grappen. Allemaal vool toelist.
Eerste dag: met de auto naar de markt inkopen doen voor drie dagen eten (wij niet hoor, wij waren aan het luieren en wc papier kopen), daarna naar eerste stop. Na lunch een stukje gelopen naar een grote waterval voor een douche, was erg erg koud, maar voor de foto toch even eronder. Daarna verder met de auto naar het eerste dorpje, van daaruit een flink stuk gelopen, bijna alles berg op berg af, dus best pittig. Warm en met die rugtas erbij. maar we hebben niet voor niets getraind het hele jaar dus de Hollanders liepen altijd voorop. Aangekomen bij een dorp van een stam gedoucht (primitief, maar toch.....) en bedden gemaakt e.d. Enorm veel lol gehad, iedereen was nog lekker fit en erg dronken van de Thaise rum. Bij kampvuur gezeten en Thais geleerd. Vroeg naar bed, want we waren toch wel moe
Tweede dag: flink gelopen weer, na de eerste rustpauze kwamen we op en stuk, stijl omhoog (allemaal traptreetjes), ontzettend zwaar maar bikkels als we zijn weer voorop. Jeroen als Vliegende Hollander, want die ging helemaal als een speer! Daarna kwamen we bij een andere stam bij een rivier. Lekker gezwommen (koud, maar zeer welkom) en geluncht. Daarna hadden we 1.5 uur relaxtijd en op de olifanten gewacht. Daarna met 2 of 3 mensen op de olifant (op een stoeltje) en anderhalf uur gelopen langs en in de rivier, dat was supertof. Bij het derde dorp weer alles geïnstalleerd en 's avonds gegeten. We waren allemaal goed moe, maar hebben nog wel de hele avond bij het kampvuur gezeten en dat was ontzettend gezellig. Mr. Chang had allemaal raadseltjes en grapjes (zelf bedacht) en met dat Thaise Engels lig je helemaal dubbel. Heerlijk geslapen (ook al was het op een houten vloer op een heel dun matrasje). s' Morgens (en 's nachts) was het heel erg koud, maar overdag met de zon warmde het weer goed op. Vanmorgen met een bamboeraft een heel stuk gevaren (vooral de stroomversnellingen waren tof) en geluncht. We wilden allemaal douchen en terug naar het guesthouse, maar we hadden ook nog een butterfly-en Orchidfarm op het programma staan. Daar even doorheen gelopen en toen weer terug naar het guesthouse. We zijn weer lekker gedoucht, schoon en voldaan en 6 kg. wasgoed naar de wasserette gebracht. Die kunnen we morgenmiddag om 14.00 uur ophalen en dan gaan we nog wat verder naar het Noorden reizen, dicht naar de grens met Laos. We hebben nog even nagevraagd hoe het zit met trouwen, maar we kunnen dus in elk klein dorpje in elk gemeentehuis trouwen, iedereen die daar werkt is ertoe bevoegd, ook de grootste idioot zo hebben we ons laten vertellen. Chiang Mai vinden we zeker niet geschikt, dus we blijven zoeken. Spannend.....
Nou, dit was weer een erg lang verhaal dus zullen we gaan stoppen. We gaan zo nog met onze groep uit eten (we hebben zin in Europees eten voor een keer, dus dat wordt pizza en spaghetti).
We laten gauw weer wat van ons horen wanneer mogelijk.
Heel veel groetjes, J en R
3 februari
Hallo iedereen,
Nog even een " klein berichtje" (lukt toch niet) van ons omdat de oorspronkelijke trouwdatum er aan begint te komen...
We zijn vanmorgen gaan informeren bij het gemeentehuis van Chiang Rai, we werden hier en daar heen gestuurd en kwamen uiteindelijk boven ergens in een klein kantoortje waar een Engels sprekende man was. De papieren hadden we afgegeven aan degene die ons aan het helpen was, zegt die Thai: oke, let's do it. En wij in onze toeristenkleding: no no no, not now. Hadden we even niet opgelet, waren we al getrouwd geweest zonder het zelf door te hebben. In ieder geval zouden we morgen terug kunnen komen om 10.00 uur om het te doen, maar dat gemeentehuis was in een hele drukke straat, daarvoor was een drukke markt met veel verkeer en zo. We voelden ons er niet echt lekker bij, sta je daar in je trouwpak midden in de stad, proberen auto's te ontwijken. We voelden ons een beetje naar bij het idee, maar zijn toch naar de Tourist Information gegaan om een auto te huren en een mooi resort uit te zoeken voor de huwelijksnacht.
Aangezien ze hier nergens Engels spreken en je raar aankijken bij het verzoek begonnen we er echt een beetje de pest in te krijgen. Niemand denkt met je mee en kijken je zo aan van: rare Europeanen, moeten weer zonodig apart doen of zo. Nou, niet echt iets om naar uit te kijken, en na lang beraad besloten om het over een heel andere boeg te gooien. We gaan zo meteen proberen een vliegticket te boeken voor een mooi romantisch eiland wat toch aan de toeristische kant is (Ko Samui bijvoorbeeld), daar kunnen we een mooi resort nemen en voelen we ons gewoon veel beter. We willen nog wel in de buurt blijven een paar dagen want het is hier hartstikke leuk, we kijken of we maandag kunnen gaan vliegen, dan blijven we de rest van de tijd in het Zuiden, misschien een paar verschillende eilanden aan doen.
We zitten nu in een super mooi hotel (Teak Wood House), zoals de naam doet vermoeden is het helemaal van Teakhout, alles is bewerkt hout, van dat handwerk. We hebben een mooie kamer met alles er op en eraan en het is er superrustig. We hebben het voor een prijs van 12 euro per nacht kunnen regelen, dus niet echt duur.
Peter en Hillie, we proberen jullie al de hele tijd uit bed te bellen, maar krijgen geen gehoor. Neem nou es een keer op (haha).
Nou, dat was het weer voor nu.
Groetjes uit zonnig Chiang Rai
9 februari
Hallo iedereen,
We hebben niet veel tijd dus houden het even kort.
Over 10 minuten (13.00 uur plaatselijke tijd) gaan we naar een amphur office (= gemeentehuis) op Ko Pangan, daar gaan we "officieel" trouwen, dus wettelijk met de papieren en zo. Dat zal gewoon op een kantoortje zijn. Vrijdag wordt de ceremoniële bruiloft op ons strandje (bottle beach, een heel mooi stukje paradijs dat alleen per boot bereikbaar is). Er komt een ceremonie aan de branding (als het goed is), mooie bungalow aan de zee en een goed diner. We gaan ook nog snorkelen en Thaise massage. We hebben het dus goed voor elkaar.
Op het moment giet het van de regen, het ziet er niet uit. Maar ja, we houden de moed erin.
Op ons strandje is er alleen s' avonds stroom en internet mogelijkheden zijn er niet (voor zover we weten).
We genieten ons helemaal rot hier, we hebben ieder een hangmatje op ons terrasje bij ons huisje pal aan de zee. Het zand is ragfijn en spierwit en de zee zo blauw als maar kan, veel palmbomen. Het kan gewoon niet mooier. Het strand is vrij klein, heel rustig en allemaal bungalowtjes aan de zee. Het eten is zoals altijd helemaal fantastisch. We gaan proberen zo lang mogelijk te blijven. Lekker niks doen de hele dag, beetje lezen, rondkijken, schelpjes verzamelen en stukjes koraal om de bungalow mee te versieren, beetje spelen met de plaatselijke hondjes (Milo, Noname en Baguette).
Dus over een paar minuten zijn we OFFICIEEL GETROUWD!!!! WE kijken er erg naar uit.
We zullen proberen over een paar dagen weer te internetten, dan laten we weten hoe het vrijdag is verlopen!
Veel liefs, The lovebirds
12 februari
Hallo allemaal,
We zijn weer even van ons droomstrandje af om onze e-mail te checken (en we hadden enorm veel te lezen, dus dat was heel erg leuk)..... en ook om nog een verslagje sturen om onze trouwervaringen te mailen.
Woensdag zijn we dus naar de amphur geweest en zijn we officieel getrouwd. Was erg leuk. De mensen die er werkten droegen allemaal een felgekleurd Hawaï shirt, dat was al een leuk begin. De man die ons ging trouwen was wel wat zenuwachtig, hij vond het in ieder geval prachtig!! Zijn Engels was niet geweldig, maar hij kon ons in ieder geval wel duidelijk maken hoe blij hij was dat we hier op Ko Pha-nang gingen trouwen, hij glom er helemaal van. Het was dus in een kantoor en hij moest inloggen op de computer (op een netwerk), opeens wordt hij eruit gegooid! Hij balen (en wij ook), of we de volgende dag terug konden komen. Dat wilden we natuurlijk niet en hij heeft opnieuw opgestart. Toen ging het beter. Pffff.... was even spannend! Toen heeft hij alle gegevens ingevoerd, ondertussen vertellend hoe blij hij was en zo. De " baas" van het gemeentehuis (zo werd hij genoemd) kwam er ook bij (ook in Hawaï shirt) en begon meteen zijn ressort aan te prijzen. Onze trouwman ook maar meteen reclame maken voor zijn Kodak-shop. Dat was wel lachen. Hij kon in ieder geval goede foto's maken. we hebben ook getekend met een knalroze Kodakpen!! We hebben uiteindelijk een heel mooi document gekregen (het officiële document) met allemaal bloemen er op en zo, supertof! En toen was het zover, man en vrouw! Was erg erg leuk en in ieder geval onvergetelijk.
Terug op ons strandje werden we al enthousiast onthaald door het personeel, die vonden het ook helemaal geweldig! We wilden het vrijdag vieren en ze zouden het e.e.a. voor ons regelen. Vrijdag morgen zijn we eerst gaan snorkelen met een groepje, maar dat was drie keer niks. Jeroen wel de hele tijd met z'n hoofd onder water (er waren wel veel visjes, maar allemaal dezelfde en je kon amper een meter vooruit kijken) en Romy helemaal claustrofobisch van die snorkel en bang van al die visjes, dus die heeft wat rondgezwommen met angstzweet en toen gauw weer terug op de boot. Toen we terug kwamen stond de masseuse te wachten, Romy full-body olie massage (hmmmmmmmmm) en Jeroen de Bikkel traditionele Thaise massage, hij is echt op alle mogelijke manieren uit elkaar getrokken. Maar wel lekker blijkbaar.
Daarna gauw wat gegeten (want we hadden enorme honger om 16.00 uur). Ondertussen was het personeel van alles aan het bekokstoven en Jeroen zat in het complot. Aangekomen bij de bungalow hadden ze de kamer helemaal schoon gemaakt (voor het eerst sinds maandag weer een zandloos bed, joepie), het hele bed vol met rozenblaadjes, een bos rozen, een tafeltje met een koeler met een fles champagne, een kaarsje en een briefje van het personeel; happy married, long love life. Leuk hé? We hebben lekker champagne gedronken (we zagen er zo decadent uit, we hadden het tafeltje buiten gezet met kaarsje erbij), en de ringen uitgewisseld. Iedereen die voorbij liep moest er wel wat van zeggen. Romy had ook op het terrasje met de schelpjes "just married" geschreven en met onze trouwkleding zagen we er wel heel romantisch uit.
Daarna lekker gegeten in het restaurant (allemaal buiten), we wilden onopgemerkt blijven eigenlijk, maar we hadden niet door dat er blacklight hing, en we gingen ermiddenin zitten, dus we gaven helemaal licht. Goeie zet!!
We zijn nu dus al een paar dagen man en vrouw en zijn helmaal happy. We blijven tot maandagochtend op het strandje en gaan dan richting Bangkok. Daar moeten we alles weer laten vertalen, naar de ambassade en het ministerie van buitenlandse zaken (en dat ook weer in Den Haag). Dan is het in Nederland ook geldig.
Nou, dat was het dan weer. We gaan nog even shoppen hier en dan gauw weer teug naar het hangmatje. Iedereen bedankt voor alle leuke reacties!!
Veel liefs,
Jeroen en Romy Fransen (nu echt!!!).
15 februari
Hoi Jiel,
Wij vliegen vrijdagochtend om 3.30 uur terug naar Nederland. We zitten op dit moment in Bangkok. We blijven in een hotelletje op soi sukhomvit 4 (white orchid). Morgen willen we naar de dierentuin. Op dit moment laten we ons trouwdocument vertalen en legaliseren bij het ministerie van BZ. Deze krijgen we morgen terug en dan hebben onze taak in Bangkok volbracht. Helaas hebben wij niet de kans gezien om naar Pattaya te komen omdat we eigenlijk vanaf het begin af aan naar Ko Phanang wilden. 4 weken is echt te kort om te lang rond te reizen. Het was heerlijk op Bottle Beach omdat we niks konden doen daar (geen wegen naar het strand!). Volgend jaar of het jaar erop vliegen we dan ook direct op Samui of Surat thani zodat we Bangkok kunnen vermijden. We checken ons e-mail vanavond nog ff......
Groet, Jeroen en Romy
Meer verhalen over:
Kort verhaal,
Thailand
zondag 4 mei 2003
Weerzien met Holland
Na een moeilijk afscheid sinds lange tijd begaf ik me op weg naar de luchthaven. Ik moet eerlijk zeggen dat de taxi service goed was. Het was voor de derde keer dat ik gebruik maakte van de service. Zelfs het laat boeken gaf geen problemen. Een probleem was wel dat de chauffeur de oren van mijn kop lulde. Ik hou niet van de stilte maar de gang naar de luchthaven brengt melancholieke gevoelens in mij los. De regen die tegen de voorruit kletste kon dit alleen nog maar versterken. Het is als het afsluiten van een tijdperk. Ik ga ten slotte naar huis. Alhoewel ik eigenlijk niet naar huis ga. Ik ben nu eenmaal eeuwig onderweg. God weet waar ik uiteindelijk zal neerstrijken, maar voor nu is het toch naar huis.
Het meisje wat ik achterliet gaf mij een goed gevoel. Hoewel ik al wat ouder ben zou ik beter moeten weten. Maar zelfs een veteraan maakt wel eens een foutje. Ik hoop dat het goed zal gaan. Het is niet gemakkelijk voor beide partijen. Ik weet dat het een verstandsrelatie zal zijn bij de aanvang. Later kan het misschien uitgroeien in liefde.
De luchthaven gaf hetzelfde beeld dat ik al tientallen malen gezien had. Buiten de mensen die zich nog even snel volpompen met nicotine. Binnen een grote groep die ervoor kiest om een uur in de rij te staan om als eerste de koffer kwijt te raken. En een klein select gezelschap die er voor kiest om een biertje te drinken en beetje aangeschoten te vliegen. Verschillende redenen drijft deze groep tot het samen drinken. Angst voor het vliegen, afscheid van het meisje maar ik denk vooral de drang om te drinken. Ik vermoed dat menige luchthaven bar een mooie verzameling is van alcoholisten of mensen die ervoor studeren.
De nog jonge gozer die deze keer de aandacht trok was Alex. Een jongen uit het midden van Nederland die meerdere redenen had om heerlijk en lastig dronken te zijn. Hij had al een geruime tijd een Italiaan lastig gevallen en verder dan “we are the same flight” was hij niet geraakt. Toen hij volledig gedesillusioneerd na een paar waarschuwingen tegen het roken in de bar was vertrokken had ik eigenlijk niet verwacht hem nog terug te zien. Hij was van het taaie volk en stevig bezopen. Toen hij voor de tweede keer arriveerde in de bar kon de ober hem zijn agenda terug geven die hij op de weg naar buiten was verloren. Een amicaal rondje voor de hele bar was zijn dank. De Italiaan vertrok en de man in kwestie begon zijn verhaal tegen mij.
De dood van zijn moeder, op haar twee en dertigste overleden. Het moeten achter laten van zijn zwangere Thaise vrouw, al jaren aan de pil en toch door een speling van de natuur zwanger geworden. En hij had ook nog als klap op de vuurpijl de zak gekregen. Ja, die Aziaten werken bijna voor niets! De blanken waren daar het slachtoffer van. Hij had eigenlijk niets meer. Geen huis, geen familie en geen werk. Nee, echt niets om naar terug te gaan. De ober had ondertussen na vier waarschuwingen om niet te roken zijn sigaretten van hem afgenomen en achter hem op de plank gelegd. Hij stak in zijn onbenul steeds automatisch weer een sigaret op. Hij zou ze terug krijgen als hij vertrok. Toen hij zelf bedacht hoe slecht zijn situatie wel niet was begon hij spontaan te huilen. Dit was voor mij voldoende om mijn glas leeg te drinken en dan ook maar te gaan inchecken.
Het laatste wat ik van hem zag toen ik voor de laatste maal omkeek was een gebroken man die dronken met zijn hoofd op de bar lag te slapen. De ober knikte verontschuldigend in mijn richting. Ik heb hem dan ook niet meer terug gezien. Ik ben dan ook nog steeds benieuwd of hij zich aan boord van het vliegtuig naar Amsterdam bevond of dat hij de volgende tegenslag al weer had moeten incasseren door zijn vlucht te missen. Ik zal het waarschijnlijk nooit weten maar ik wens hem veel geluk toe.
augustus 2003
Het meisje wat ik achterliet gaf mij een goed gevoel. Hoewel ik al wat ouder ben zou ik beter moeten weten. Maar zelfs een veteraan maakt wel eens een foutje. Ik hoop dat het goed zal gaan. Het is niet gemakkelijk voor beide partijen. Ik weet dat het een verstandsrelatie zal zijn bij de aanvang. Later kan het misschien uitgroeien in liefde.
De luchthaven gaf hetzelfde beeld dat ik al tientallen malen gezien had. Buiten de mensen die zich nog even snel volpompen met nicotine. Binnen een grote groep die ervoor kiest om een uur in de rij te staan om als eerste de koffer kwijt te raken. En een klein select gezelschap die er voor kiest om een biertje te drinken en beetje aangeschoten te vliegen. Verschillende redenen drijft deze groep tot het samen drinken. Angst voor het vliegen, afscheid van het meisje maar ik denk vooral de drang om te drinken. Ik vermoed dat menige luchthaven bar een mooie verzameling is van alcoholisten of mensen die ervoor studeren.
De nog jonge gozer die deze keer de aandacht trok was Alex. Een jongen uit het midden van Nederland die meerdere redenen had om heerlijk en lastig dronken te zijn. Hij had al een geruime tijd een Italiaan lastig gevallen en verder dan “we are the same flight” was hij niet geraakt. Toen hij volledig gedesillusioneerd na een paar waarschuwingen tegen het roken in de bar was vertrokken had ik eigenlijk niet verwacht hem nog terug te zien. Hij was van het taaie volk en stevig bezopen. Toen hij voor de tweede keer arriveerde in de bar kon de ober hem zijn agenda terug geven die hij op de weg naar buiten was verloren. Een amicaal rondje voor de hele bar was zijn dank. De Italiaan vertrok en de man in kwestie begon zijn verhaal tegen mij.
De dood van zijn moeder, op haar twee en dertigste overleden. Het moeten achter laten van zijn zwangere Thaise vrouw, al jaren aan de pil en toch door een speling van de natuur zwanger geworden. En hij had ook nog als klap op de vuurpijl de zak gekregen. Ja, die Aziaten werken bijna voor niets! De blanken waren daar het slachtoffer van. Hij had eigenlijk niets meer. Geen huis, geen familie en geen werk. Nee, echt niets om naar terug te gaan. De ober had ondertussen na vier waarschuwingen om niet te roken zijn sigaretten van hem afgenomen en achter hem op de plank gelegd. Hij stak in zijn onbenul steeds automatisch weer een sigaret op. Hij zou ze terug krijgen als hij vertrok. Toen hij zelf bedacht hoe slecht zijn situatie wel niet was begon hij spontaan te huilen. Dit was voor mij voldoende om mijn glas leeg te drinken en dan ook maar te gaan inchecken.
Het laatste wat ik van hem zag toen ik voor de laatste maal omkeek was een gebroken man die dronken met zijn hoofd op de bar lag te slapen. De ober knikte verontschuldigend in mijn richting. Ik heb hem dan ook niet meer terug gezien. Ik ben dan ook nog steeds benieuwd of hij zich aan boord van het vliegtuig naar Amsterdam bevond of dat hij de volgende tegenslag al weer had moeten incasseren door zijn vlucht te missen. Ik zal het waarschijnlijk nooit weten maar ik wens hem veel geluk toe.
augustus 2003
Meer verhalen over:
Kort verhaal,
Thailand
donderdag 3 mei 2001
Pattaya Blues
Het moeten haar ogen en wenkbrauwen zijn geweest die mij de eerste keer in haar aantrokken. Een beeldschoon meisje dat duidelijk anders was dan de andere meisjes in de bar. Ze leek een halfbloed, later bleek ze half Thai en half Vietnamees te zijn. Ik had al vaker gehoord dat de meisjes in Vietnam de mooiste van zuid oost Azië waren, zelf had ik er nog nooit één gezien. Amandelvormige ogen en ze was een beetje zwaarder gebouwd dan de andere meisjes.
Zij was op stap voor een paar dagen met een Duitser. Ik vernam van de Mama San, een oudere vrouw die de meisjes begeleid en adviseert, dat de man regelmatig terugkwam voor haar. Hij bezocht haar wel twee tot drie keer per jaar. Het klassieke verhaal dacht ik nog. Een paar vriendjes meer en de kost is verdiend voor de hele familie. Toch, tegen beter weten in, was ik gefaschineerd door haar verschijning en voelde mij ook tot haar aangetrokken.
Op een onbewaakt moment toen de Duitser naar het toilet was sprak ik haar aan. “Hij gaat naar huis, en ik blijf”, zei ik arrogant tegen haar. Naar haar glimlach te oordelen vond ze dit een prettige mededeling met perspectief voor de toekomst. Ik kwam regelmatig terug in de bar om te zien wat de laatste ontwikkelingen waren. De Duitser werd steeds minder vrolijk en op een avond zat hij gebogen over zijn glas Mekong Coke een stevige partij te janken. Ja, te janken. Krokodillentranen, versterkt door drank, rolde over zijn wangen. Hij zou naar huis gaan die avond. Naar zijn vrouw en kinderen wel te verstaan, zoals hij mij later zelf vertelde. Het meisje probeerde ook een beetje droevig te zijn maar had er duidelijk meer moeite mee dan de Duitser. Vanuit een ooghoek hield ze alles in de gaten wat er gebeurde en er kon zelfs een glimlach voor mij af.
“Zij gaat met hem mee naar de luchthaven”, merkte de mama san op. “Komt ze nog terug”, vroeg ik. “Ja maar dat zal laat zijn, zij blijft bij hem tot het laatste moment”, was haar antwoord. Ik probeerde me er een voorstelling te maken van wat er op de luchthaven zou afspelen. Iedereen kende toch die verhalen! Ik had het al enkele malen met mijn eigen ogen gezien. Krokodillen tranen en op de terugweg het geld tellen. Hoe kon je in hemelsnaam zo dom zijn? En dan te bedenken dat de meesten ook nog een aanzienlijke hoeveelheid geld sturen elke maand.
Mijn fascinatie voor haar was ondertussen overgegaan in een obsessie. Ik was blij dat ik morgenavond ongestoord met haar kon praten. De hele dag speelde het in mijn hoofd en toen de avond eindelijk aanbrak haastte ik mij naar de bar. Daar zat ze dan. Mooier te wezen als al die avonden ervoor bij elkaar. Ze had zich zelfs mooi aangekleed en opgedost. Ik vroeg of ze zin had om met me mee te gaan en na een positief antwoord betaalde ik de tweehonderd baht barfee, of bar fine. Beide termen doen de ronde.
Het was een mooie avond. We liepen over de boulevard en praatten eindeloos over van alles en nog wat. Dronken koffie en aten rijst met groente in een Thais straat restaurant. Ik had een heerlijke avond, mede omdat ze goed Engels sprak. Onvermijdelijk kwamen dichterbij het einde van de avond en dan moest er onderhandeld worden over de prijs voor de nacht. Ik wilde natuurlijk dat ze bij me bleef. Ik was hier niet mee bekend maar ik was ook slim genoeg om te weten dat ik er geen fortuin aan haar zou betalen. Het viel gelukkig mee en de normale prijs van vijfhonderd baht werd overeengekomen.
De volgende vijf dagen waren we onafscheidelijk. We dansten zwoel dicht tegen elkaar gedrukt in de warme avondlucht. Ik dacht geen moment meer aan de Duitser en wat er met hem gebeurd was. Ik dacht zelfs dat ik alles onder controle had. We gingen samen elke avond uit. We hadden een afscheidsfeest van een meisje dat in Denemarken ging trouwen. Soms ging ik vroeg naar bed en zij kwam dan na haar werk naar mijn kamer. We vreeën met elkaar en werden in elkaars armen wakker.
Ik zat al twee weken in Pattaya en moest nog een keer voor een paar dagen weg. Het kostte me ook klauwen vol met geld om daar te blijven, het geld vloog uit mijn portemonnee. Ik gaf haar duizend baht met de mededeling dat ze een kamer in "den Herberg" voor mij moest reserveren als ik haar e-mailde wanneer ik weer terug kwam. Ze nam mijn geld met een ontwapenende glimlach aan. Ik besloot om een paar dagen naar Bangkok te gaan en misschien nog wel even naar het zuiden.
Het leek of de grote regentijd al was aangebroken en ik voelde me eenzaam in Bangkok. Ik was een beetje ziek en ik dronk als een vis op de voor mij bekende plaatsen. Ik weet dat het het tegenovergestelde moet zijn geweest maar ik vond op dat moment Bangkok in de regen deprimerender als nooit te voren. Bangkok, de stad waar ik zo van hield was plotseling deprimerend? Wat was er met me gebeurd?
Na een tweede dag in mineur besloot ik om terug te gaan Pattaya. Ik had het weer bestudeerd op het internet en het regende eigenlijk overal In Thailand. Als het dan toch regende lag ik liever met haar in bed en keek tv de hele dag. De verrassing was compleet voor haar toen ik twee dagen later plotseling weer in de bar stond. Er was wat veranderd!
Ze negeerde mij en ook de andere meisjes gedroegen zich anders. Ik voelde me in mijn eer aangetast en dat mij onrecht was aangedaan. Ik had niets slecht gezegd of gedaan!
Tevergeefs probeerde ik met haar te praten om uit te vinden wat er aan de hand was. Uit wanhoop ging ik bij de buren haar e-mailen terwijl ze gewoon in dezelfde bar als ik zat. Ik was de controle over de situatie kwijt.
De erecode van de meisjes onder elkaar is ook sterk, maar hij is te breken. Toen verschenen de eerste haarscheuren in de erecode. Een meisje vertelde mij dat haar vriendje uit Engeland binnen een paar dagen kwam. Dus ik was nu verleden tijd. Waarom de erecode brak blijft een mysterie. Was het jalousie of medelijden?
Mijn duizend baht heb ik nooit meer terug gezien. Het meisje kwam naar drie weken weer gewoon terug naar de bar en ging aan het werk. Zelf was ik niet meer geïntresseerd in haar, ondanks dat ik altijd een zwak voor haar zal blijven houden. Ze was tenslotte een droom die uitkwam. Nee, het was geen nachtmerrie geworden, gewoon de harde werkelijkheid.
januari 2001
Zij was op stap voor een paar dagen met een Duitser. Ik vernam van de Mama San, een oudere vrouw die de meisjes begeleid en adviseert, dat de man regelmatig terugkwam voor haar. Hij bezocht haar wel twee tot drie keer per jaar. Het klassieke verhaal dacht ik nog. Een paar vriendjes meer en de kost is verdiend voor de hele familie. Toch, tegen beter weten in, was ik gefaschineerd door haar verschijning en voelde mij ook tot haar aangetrokken.
Op een onbewaakt moment toen de Duitser naar het toilet was sprak ik haar aan. “Hij gaat naar huis, en ik blijf”, zei ik arrogant tegen haar. Naar haar glimlach te oordelen vond ze dit een prettige mededeling met perspectief voor de toekomst. Ik kwam regelmatig terug in de bar om te zien wat de laatste ontwikkelingen waren. De Duitser werd steeds minder vrolijk en op een avond zat hij gebogen over zijn glas Mekong Coke een stevige partij te janken. Ja, te janken. Krokodillentranen, versterkt door drank, rolde over zijn wangen. Hij zou naar huis gaan die avond. Naar zijn vrouw en kinderen wel te verstaan, zoals hij mij later zelf vertelde. Het meisje probeerde ook een beetje droevig te zijn maar had er duidelijk meer moeite mee dan de Duitser. Vanuit een ooghoek hield ze alles in de gaten wat er gebeurde en er kon zelfs een glimlach voor mij af.
“Zij gaat met hem mee naar de luchthaven”, merkte de mama san op. “Komt ze nog terug”, vroeg ik. “Ja maar dat zal laat zijn, zij blijft bij hem tot het laatste moment”, was haar antwoord. Ik probeerde me er een voorstelling te maken van wat er op de luchthaven zou afspelen. Iedereen kende toch die verhalen! Ik had het al enkele malen met mijn eigen ogen gezien. Krokodillen tranen en op de terugweg het geld tellen. Hoe kon je in hemelsnaam zo dom zijn? En dan te bedenken dat de meesten ook nog een aanzienlijke hoeveelheid geld sturen elke maand.
Mijn fascinatie voor haar was ondertussen overgegaan in een obsessie. Ik was blij dat ik morgenavond ongestoord met haar kon praten. De hele dag speelde het in mijn hoofd en toen de avond eindelijk aanbrak haastte ik mij naar de bar. Daar zat ze dan. Mooier te wezen als al die avonden ervoor bij elkaar. Ze had zich zelfs mooi aangekleed en opgedost. Ik vroeg of ze zin had om met me mee te gaan en na een positief antwoord betaalde ik de tweehonderd baht barfee, of bar fine. Beide termen doen de ronde.
Het was een mooie avond. We liepen over de boulevard en praatten eindeloos over van alles en nog wat. Dronken koffie en aten rijst met groente in een Thais straat restaurant. Ik had een heerlijke avond, mede omdat ze goed Engels sprak. Onvermijdelijk kwamen dichterbij het einde van de avond en dan moest er onderhandeld worden over de prijs voor de nacht. Ik wilde natuurlijk dat ze bij me bleef. Ik was hier niet mee bekend maar ik was ook slim genoeg om te weten dat ik er geen fortuin aan haar zou betalen. Het viel gelukkig mee en de normale prijs van vijfhonderd baht werd overeengekomen.
De volgende vijf dagen waren we onafscheidelijk. We dansten zwoel dicht tegen elkaar gedrukt in de warme avondlucht. Ik dacht geen moment meer aan de Duitser en wat er met hem gebeurd was. Ik dacht zelfs dat ik alles onder controle had. We gingen samen elke avond uit. We hadden een afscheidsfeest van een meisje dat in Denemarken ging trouwen. Soms ging ik vroeg naar bed en zij kwam dan na haar werk naar mijn kamer. We vreeën met elkaar en werden in elkaars armen wakker.
Ik zat al twee weken in Pattaya en moest nog een keer voor een paar dagen weg. Het kostte me ook klauwen vol met geld om daar te blijven, het geld vloog uit mijn portemonnee. Ik gaf haar duizend baht met de mededeling dat ze een kamer in "den Herberg" voor mij moest reserveren als ik haar e-mailde wanneer ik weer terug kwam. Ze nam mijn geld met een ontwapenende glimlach aan. Ik besloot om een paar dagen naar Bangkok te gaan en misschien nog wel even naar het zuiden.
Het leek of de grote regentijd al was aangebroken en ik voelde me eenzaam in Bangkok. Ik was een beetje ziek en ik dronk als een vis op de voor mij bekende plaatsen. Ik weet dat het het tegenovergestelde moet zijn geweest maar ik vond op dat moment Bangkok in de regen deprimerender als nooit te voren. Bangkok, de stad waar ik zo van hield was plotseling deprimerend? Wat was er met me gebeurd?
Na een tweede dag in mineur besloot ik om terug te gaan Pattaya. Ik had het weer bestudeerd op het internet en het regende eigenlijk overal In Thailand. Als het dan toch regende lag ik liever met haar in bed en keek tv de hele dag. De verrassing was compleet voor haar toen ik twee dagen later plotseling weer in de bar stond. Er was wat veranderd!
Ze negeerde mij en ook de andere meisjes gedroegen zich anders. Ik voelde me in mijn eer aangetast en dat mij onrecht was aangedaan. Ik had niets slecht gezegd of gedaan!
Tevergeefs probeerde ik met haar te praten om uit te vinden wat er aan de hand was. Uit wanhoop ging ik bij de buren haar e-mailen terwijl ze gewoon in dezelfde bar als ik zat. Ik was de controle over de situatie kwijt.
De erecode van de meisjes onder elkaar is ook sterk, maar hij is te breken. Toen verschenen de eerste haarscheuren in de erecode. Een meisje vertelde mij dat haar vriendje uit Engeland binnen een paar dagen kwam. Dus ik was nu verleden tijd. Waarom de erecode brak blijft een mysterie. Was het jalousie of medelijden?
Mijn duizend baht heb ik nooit meer terug gezien. Het meisje kwam naar drie weken weer gewoon terug naar de bar en ging aan het werk. Zelf was ik niet meer geïntresseerd in haar, ondanks dat ik altijd een zwak voor haar zal blijven houden. Ze was tenslotte een droom die uitkwam. Nee, het was geen nachtmerrie geworden, gewoon de harde werkelijkheid.
januari 2001
Meer verhalen over:
Kort verhaal,
Thailand
donderdag 8 juli 1999
China, de overval
Zhongdian, 8 Juli 1999
Na wat slechte ervaringen met slaapplaatsen in Azië vindt ik het vaak fijn om een hotel of hostel te bekijken dat niet in de Lonely Planet vermeld staat. Op weg naar het Songzanlin klooster, een kilometer of vijf buiten Zhongdian, had ik vanuit de de bus een bord “Bed and Breakfast” gezien. Een ongebruikelijke plaats voor een Bed and Breakfast, zo ver buiten de stad, maar vanuit de voorbij razende bus zag het er allemaal wel uitnodigend uit.
De terugweg van het klooster naar Zhongdian werd te voet afgelegd en na een minuut of veertig stonden we onder het bord aan de poort van het guesthouse. Kris en ik hadden onderweg alle mogelijkheden al besproken en waren tot de conclusie gekomen dat er waarschijnlijk een gesjeesde Engelse man of vrouw er de scepter zou zwaaien.
Hoe anders zou het blijken te zijn toen we door vier, in klederdracht gestoken, Chinezen bij de poort werden opgehaald en het duurde niet lang voordat zich een vijfde Chinees zich bij de groep voegde. Het was de man van het huis die tevens taxichauffeur was.
Nadat we op een zeer bescheiden manier naar de prijzen hadden geïnformeerd vroegen we of we of we de kamers en de bedden mochten zien. De verrassing was compleet toen we de oude Tibetaanse boerderij door de vijf in optocht werden binnengeleid.
De eerste ruimte die we betraden was de keuken met in het midden een zwaar gietijzeren fornuis omringt door een dozijn koperen potten en pannen. In de bijkeuken stonden banken met lage tafels die een gemoedelijke sfeer uitstraalden en niets verhulden over de gezellige tijden die ze in de loop der jaren al hadden gezien.
Langzaam maar zeker werden we door de vijf als schapen door de herder naar de slaapzalen geleid. Grote kamers met zes comfortabele bedden. Ze begrepen er zelf niets van wat er allemaal gebeurde. Die twee vreemde westerse vogels die in hun huis rondkeken, hun de hemd van het lijf vroegen en alles noteerden in kleine notitieboekjes.
Een oude vrouw, die waarschijnlijk de moeder des huises was, nam de vrijheid om het notitieboekje uit mijn handen trekken.
Ze keek met een verbaasde blik naar het Nederlandse handschrift en verontschuldigde zich voor haar onbesuisd gedrag met de opmerking, “I study English!”
Toen ze de woorden “Kangba Hotel” en “Zhongdian” herkende sprak ze een paar woorden Chinees. De monden en ogen van de groep gingen nog verder open en ze werden nog vriendelijker.
Na een gedegen rondleiding die ons alle hoeken en gaten van het gebouw had laten zien probeerden we beschaafd afscheid te nemen. Er was nog maar één ding dat we nog niet hadden gezien! De badkamer met de douche en het toilet.
Toiletten in China zijn niet moeilijk te beschrijven. Het is min of meer een brede sleuf in een betonnen vloer met de geur van een varkensstal waar de stortingen van de vijf laatste dagen nog duidelijk zichtbaar onder je liggen.
Om de hoek van de oude boerderij lag het China van de 21ste eeuw. Een betonnen blokkendoos gestoken in smetteloze witte tegeltjes. Na een blik op de porseleinen wc potten en de schone douches schoten we in de lach. Dit hadden we dus echt niet verwacht! Wel een beetje ongemakkelijk als je midden in de nacht naar het toilet moet! Nadat de Chinezen hadden begrepen dat we het allemaal goedkeurden verscheen er ook een brede glimlach op het gezicht van elke Chinees die ons naar buiten was gevolgd.
Het werd al laat en het was de hoogste tijd om naar de stad te lopen. We wilden natuurlijk voor het donker weer in de stad zijn. Na een kort onderonsje van de gastvrouwen werd ons plotseling thee aangeboden die wij met een verontschuldigende glimlach op onze beurt afsloegen.
“Niemand verlaat ons zonder een gebaar van dankbaarheid!”, is het motto hier.
We kregen als dank van de familie een Tibetaanse gebedssjaal in onze handen gedrukt. Tijdens de laatste blik achterom zagen we de groep vrouwen en mannen nog steeds naar ons zwaaien. Als ik ooit terug kom in deze stad dan weet ik zeker dat ik in het “Living Buddha Guesthouse” verblijf.

http://www.aboutbuddha.org
Na wat slechte ervaringen met slaapplaatsen in Azië vindt ik het vaak fijn om een hotel of hostel te bekijken dat niet in de Lonely Planet vermeld staat. Op weg naar het Songzanlin klooster, een kilometer of vijf buiten Zhongdian, had ik vanuit de de bus een bord “Bed and Breakfast” gezien. Een ongebruikelijke plaats voor een Bed and Breakfast, zo ver buiten de stad, maar vanuit de voorbij razende bus zag het er allemaal wel uitnodigend uit.
De terugweg van het klooster naar Zhongdian werd te voet afgelegd en na een minuut of veertig stonden we onder het bord aan de poort van het guesthouse. Kris en ik hadden onderweg alle mogelijkheden al besproken en waren tot de conclusie gekomen dat er waarschijnlijk een gesjeesde Engelse man of vrouw er de scepter zou zwaaien.
Hoe anders zou het blijken te zijn toen we door vier, in klederdracht gestoken, Chinezen bij de poort werden opgehaald en het duurde niet lang voordat zich een vijfde Chinees zich bij de groep voegde. Het was de man van het huis die tevens taxichauffeur was.
Nadat we op een zeer bescheiden manier naar de prijzen hadden geïnformeerd vroegen we of we of we de kamers en de bedden mochten zien. De verrassing was compleet toen we de oude Tibetaanse boerderij door de vijf in optocht werden binnengeleid.
De eerste ruimte die we betraden was de keuken met in het midden een zwaar gietijzeren fornuis omringt door een dozijn koperen potten en pannen. In de bijkeuken stonden banken met lage tafels die een gemoedelijke sfeer uitstraalden en niets verhulden over de gezellige tijden die ze in de loop der jaren al hadden gezien.
Langzaam maar zeker werden we door de vijf als schapen door de herder naar de slaapzalen geleid. Grote kamers met zes comfortabele bedden. Ze begrepen er zelf niets van wat er allemaal gebeurde. Die twee vreemde westerse vogels die in hun huis rondkeken, hun de hemd van het lijf vroegen en alles noteerden in kleine notitieboekjes.
Een oude vrouw, die waarschijnlijk de moeder des huises was, nam de vrijheid om het notitieboekje uit mijn handen trekken.
Ze keek met een verbaasde blik naar het Nederlandse handschrift en verontschuldigde zich voor haar onbesuisd gedrag met de opmerking, “I study English!”
Toen ze de woorden “Kangba Hotel” en “Zhongdian” herkende sprak ze een paar woorden Chinees. De monden en ogen van de groep gingen nog verder open en ze werden nog vriendelijker.
Na een gedegen rondleiding die ons alle hoeken en gaten van het gebouw had laten zien probeerden we beschaafd afscheid te nemen. Er was nog maar één ding dat we nog niet hadden gezien! De badkamer met de douche en het toilet.
Toiletten in China zijn niet moeilijk te beschrijven. Het is min of meer een brede sleuf in een betonnen vloer met de geur van een varkensstal waar de stortingen van de vijf laatste dagen nog duidelijk zichtbaar onder je liggen.
Om de hoek van de oude boerderij lag het China van de 21ste eeuw. Een betonnen blokkendoos gestoken in smetteloze witte tegeltjes. Na een blik op de porseleinen wc potten en de schone douches schoten we in de lach. Dit hadden we dus echt niet verwacht! Wel een beetje ongemakkelijk als je midden in de nacht naar het toilet moet! Nadat de Chinezen hadden begrepen dat we het allemaal goedkeurden verscheen er ook een brede glimlach op het gezicht van elke Chinees die ons naar buiten was gevolgd.
Het werd al laat en het was de hoogste tijd om naar de stad te lopen. We wilden natuurlijk voor het donker weer in de stad zijn. Na een kort onderonsje van de gastvrouwen werd ons plotseling thee aangeboden die wij met een verontschuldigende glimlach op onze beurt afsloegen.
“Niemand verlaat ons zonder een gebaar van dankbaarheid!”, is het motto hier.
We kregen als dank van de familie een Tibetaanse gebedssjaal in onze handen gedrukt. Tijdens de laatste blik achterom zagen we de groep vrouwen en mannen nog steeds naar ons zwaaien. Als ik ooit terug kom in deze stad dan weet ik zeker dat ik in het “Living Buddha Guesthouse” verblijf.

http://www.aboutbuddha.org
Meer verhalen over:
China,
Kort verhaal
Abonneren op:
Reacties (Atom)

