zondag 31 januari 1999

Thailand, reisdag

Chiang Mai (Eagle Guest House 2)

We hadden besloten om de eerste bus van de dag, om 07:30, te nemen maar toen de wekker van zich liet horen bleven we toch maar liggen. We hadden per telefoon een kamer gereserveerd dus dat zou geen probleem zijn. "Een leugen voor goedwil" laten we het maar zo noemen. Sam, de ober moest er wel hartelijk om lachen dat we pas om half tien aan het ontbijt verschenen. Zeker na het uitgebreide afscheid van gisterenavond.
De eindrekening viel wel een beetje tegen ondanks het ontbijt en een zak vol schone was. Tijdens de korte rit naar het busstation dacht ik eens goed na over wat ik nu zo spendeerde per dag en of ik het misschien kon terug brengen. Zelf schommelde ik zo rond de 700 Baht (fl 44,-) per dag en dat was duidelijk meer dan de 500 Baht die ik me had voorgenomen. Natuurlijk begreep ik wel dat de uitgaven aan de alcohol veel te hoog is maar het is nu eenmaal heel gezellig met Marieke en en als we over een week of twee uit elkaar gaan zal dat wel weer teruglopen.
De Busreis was OK met twee hobbeltjes. De eerste was dat de eigenaar van het "Eagle Guest House 2" gewoon vijftig Baht vroeg voor het ritje naar het busstation terwijl we duidelijk hadden afgesproken dat het een service van het guesthouse was.
De tweede was minder! Marieke zat ineens te huilen, haar geklaag ging zelfs over het geluid van mijn Walkman heen. Ik had wel een idee waarover het ging en het leek me veel beter om het maar zo te laten en vanavond er over te praten.
In het "Eagle Guest House 2" was er een kamer op de eerste verdieping voor ons geserveerd met een tweepersoonsbed. En we hadden nog wel zo nadrukkelijk gevraagd om een kamer met twee eenpersoonsbedden. We keken elkaar aan en konden er samen om lachen. Alles was weer goed!
Voor het eten belandden we in het "American Restaurant", Marieke deed zich te goed aan een Italiaanse maaltijd terwijl ik zelf lokaal bleef met een groene curry. Tijdens de wandeling belandden we in het "Riverside Restaurant" waar we de avond gezellig afmaakte.

We praatten, dronken, dansten en zongen op de gezellige klanken van de band. Helaas dronken we zoveel dat ik volledig de weg kwijtraakte en Marieke over de reling van de galerij in het guesthouse moest overgeven. Maar het ergste was nog dat het zo donker was dat we het slot niet openkregen. Zo'n combinatieslot met rolletjes, een drama in het donker.
Gelukkig nam de eigenaar het allemaal luchtig op toen ik hem om één uur wakker maakte voor een aansteker. Dronken en ziek konden we eindelijk gaan liggen. Voordat ik in slaap viel nam ik me voor om nooit meer zoveel Mae Khong Rum te drinken.

zaterdag 30 januari 1999

Thailand, rondhangen in Chiang Rai

Chiang Rai (Pitamorn Guesthouse)

En zo was er dan na ruim twee weken in Azië/Thailand de eerste rustdag, echte rustdag.
De dag begon met eens flink uitslapen en het hergroeperen van de rugzak. De vuile was werd afgeleverd bij de wasserij en de kontakten met het thuisfront werden vernieuwd. Het dagboek en de Lonely Planet werden bijgewerkt. Even bellen naar Nederland en een lange e-mail sessie naar veel vrienden. Maar het belangrijkste van vandaag was ruimte! We waren allebei aan een dag alleen toe en na het ontbijt namen we afscheid.
Mijn dag bestond uit rondhangen in de stad. Eten en koffie drinken. Ik noem het geen verveling maar omdat je weinig anders te doen hebt ga je toch winkelen of in ieder geval kijken of je iets interessants kan vinden. Nieuwe muziekcassettes of een wereldontvanger, zo kon ik tenminste naar de Nederlandse Wereld Omroep luisteren in den verre. Niets van dat alles werd gevonden of gekocht en na een dag lummelen stapte ik aan het einde van de middag het guesthouse weer binnen waar mijn reisgenoot ook net was gearriveerd.
Het oude verhaal over de gezelligheid kwam weer boven water en dat betekende dat voor mij de gezelligheid meteen weer weg was. Ik gaf wat toe en we aten in een restaurant met een leuke tuin. Het was wel zaterdag vandaag en dat betekende dat er Engels voetbal op de TV was. Ik wilde dus iets sneller teug naar het “Pitamorn Guest House” dan normaal en tegen al mijn verwachtingen in was Marieke het daar mee eens. Ik haalde mijn wenkbrauwen op maar besteedde er verder geen aandacht aan.
Bij aankomst in het guesthouse kwam de aap uit de mouw. Ze had een flesje “Mae Kong Whisky” gekocht om samen gezellig met mij op de kamer te legen. Toen ik vertelde dat ik samen met een Engelsman naar het voetbal zou kijken was ze natuurlijk niet blij. Ze was eigenlijk heel kwaad.
Na afloop van de wedstrijd ben ik gaan slapen en het is toen allemaal fout gelopen. Ik vind het heel jammer want mijn reisgenoot zal nooit meer dezelfde zijn.
Na deze rustdag gaan we morgen verder naar “Chiang Mai” vanwaar Marieke een trekking gaat maken en ik alleen achterblijf om enkele van mijn dromen te vervullen.

vrijdag 29 januari 1999

Thailand, met de boot naar Chiang Rai

Chiang Rai (Pitamorn Guesthouse)

De boot zou pas na half één vertrekken en wij waren al heel vroeg uit de veren. Niet zo vreemd als je om kwart over tien al op bed ligt. Het gaf ons voldoende tijd om met de bus terug te gaan naar “Fang” om cheques in te wisselen en de tempel, die uitnodigend op een heuvel naast het dorp lag, te gaan bezichtigen.
Het werd tijd om wat van mijn travellercheques in te wisselen omdat het geld toch wel wat sneller mijn buidel verliet dan dat ik had verwacht. De bank bleek ergens in het midden tussen “Thaton” en “Fang” te staan, zomaar, midden in het niets. Het omwisselen van de cheques was een fluitje van een cent en nog geen dertig minuten later zaten we weer in de “Songtaew”, zo heet zo’n omgebouwde pick-up truck, op weg naar Ban Thaton.

Bij terugkomst in het dorp was de tempel aam de beurt. Vanaf een afstand zag alles er al anders uit dan dat ik tot nu toe gewend was. Hier waren veel meer Chinese invloeden. Het leek een beetje op “de Efteling” met al zijn zoete kleuren. De tempel was ook niet echt oud maar wel interessant om te zien.

Terwijl wij er rondliepen op een ontdekkingsreis in het Chinese Buddhisme hoorden wij in de verte zingen. Een monotoon gezang op het ritme van grote trommels. We volgen een pad dat richting het gezang liep en belanden op een binnenplaats tussen verschillende tempels en gebouwen waar de monniken verbleven. Een groep kleurig geklede mensen dansten in een cirkel en zongen in een taal die ik nog nooit had gehoord. Een korte uitleg van een monnik die ook stond te kijken vertelde dat het hier om mensen ging van de “Lahu” stam. Ze waren nieuwjaar aan het vieren en de bij hun horende kalender was gebaseerd op de stand van de maan, net als bij de Chinezen. Het was een indrukwekkend gezicht en als je zoiets wilt meemaken dan moet je gewoon dom geluk hebben. Of zou Buddha dit sturen?

De tijd was omgevlogen en het werd ondertussen ook tijd om richting de aanlegsteiger te gaan vanwaar de boot naar “Chiang Rai” zou vertrekken. We haalden onze spullen op in het guesthouse en slenterden langzaam, nog onder de indruk van wat we hadden gezien in de tempel, naar de steiger.

Het was een leuke boottocht maar hij had leuker kunnen zijn als er wat meer jonge mensen aan boord waren geweest. We hadden nu een groep oudere Amerikanen aan boord die de bootreis als dagtrip vanuit “Chiang Rai” hadden geboekt. We vaarden door vlakke gebieden, langs steile bergwanden en groene bamboebossen. Het ging allemaal erg langzaam waardoor we goed het leven langs een kleine rivier konden aanschouwen. Af en toe moesten de mannen de boot verlaten om de boot een stuk over zandbanken te duwen en op één plaats moesten we zelfs allemaal een vierhonderd meter lopen omdat de kapitein de stroomversnellingen niet vertrouwde. Uiteindelijk was ik zo door en door nat dat ik de krampen in mijn darmen kreeg van de kou.
Aan het einde van de boottocht is er echter een domper.

Ze hebben het weer zo met elkaar afgesproken dat de boot drie kilometer buiten de stad stopt bij een aanlegsteiger. Voor de Amerikanen staat er netjes een geairconditioneerde minibus klaar maar de onafhankelijke reizigers zijn het slachtoffer van de te dure “Songtaews” die staan te wachten. Maar eigenlijk heb je geen keuze. Je kan onmogelijk gaan lopen met je (te) zware bagage en het risico nemen dat je in het donker arriveert in “Chiang Rai”. We wilden niet toegeven aan deze toeristenval en gingen dus toch lopen. Uiteindelijk bleek dit een verkeerde keuze. Het was een zware wandeling van drie kwartier.
Ook het vinden van een guesthouse op dit tijdstip aan het einde van de middag is een groot probleem. We proberen een lijst vanuit de LP na te lopen maar elke keer is het antwoord, “Sorry, we zijn vol”. Steeds zagen we mensen die bij ons aan boord waren geweest al rustig aan tafel zitten eten. Als we na twintig minuten zeulen door de stad eindelijk een kamer hebben gevonden maken we ons er niet druk over dat er een tweepersoonsbed in staat. We zijn allang blij dat we na deze lange vermoeiende dag een slaapplaats hebben gevonden.
Over het eten ontstaat er weer een kleine woorden wisseling met als hoofdonderwerp, “Pizza”. Mijn reisgenoot wil graag Pizza eten maar ik heb daar geen trek in, ik heb liever rijst met de bijbehorende groenten en vlees. Volgens haar moet ik mij maar een keer aanpassen aan wat een ander wil. En zo begint het machtspel weer van voor af aan.
Het duurde niet lang voordat we allebei begrepen hoe dom we bezig waren. We moesten er dan ook hartelijk om lachen. Na het eten duurde het niet lang voordat we naar bed gingen en sliepen als een os. Ik ben geen één keer wakker geweest en morgen zou de eerste rustdag zijn in de “Tour de Thailandia”.

donderdag 28 januari 1999

Thailand, een onverwachte wending

Ban Thaton (Chan Kasem)

Er stond weer een blauwe lucht aan de hemel en de storm die tussen ons had gewoed was overgewaaid. We waren opnieuw vroeg opgestaan om de bus van half negen te halen.
Tijdens het inpakken merk ik nu al dat ik teveel rotzooi bij me heb. Ik vraag mij af van welke bagage ik in de toekomst afscheid ga nemen, met deze 25 kilo kan het niet verder. Gisterenavond laat waren we ook nog gewekt door een ruziënd stel in de kamer naast ons. Het werd zo luid dat ik ben opgestaan en op de deur heb geklopt om te vragen of ze misschien wat stiller ruzie konden maken. Een lange dunne slungel met van die zwarte krulletjes deed open. Ik vroeg of ze misschien ‘Palestijnen” waren. De “Israëliërs”, weer van die lastige rotzakken, vonden dat ik me met mijn eigen zaken moest bemoeien. Ik was het daar in zijn geheel mee eens zolang ze elkaar maar in stilte probeerden te vermoorden. Ze keken daar wel raar van op.
Voor het ontbijt, je raad het al! Roereieren met toast. Ik ben nu twee weken op reis en ik heb zoveel eieren als ontbijt op dat ik veren krijg. Maar ja, er is nu eenmaal weinig anders als ontbijt te krijgen. Ik heb al een keer van die rijstsoep, zeg maar een zoute rijstebrij, geprobeerd maar die kan ik helemaal niet door mijn strot krijgen. Ik moet ook op zoek naar bananen! De Thaise Whisky en Chiang beer hebben de ontlasting heel vloeibaar gemaakt.
De bus was overvol en er waren zelfs meer kaartjes verkocht dan dat er zitplaatsen waren. Dat was dus viereneenhalf uur staan voor enkele van onze Israëlische vrienden maar een goede les voor ons. Zorg dat je vroeg in de bus bent. Gelukkig arriveerden na vier uur in een godverlaten uithoek waar we op een ander bus zouden overstappen naar “Ban Thaton”. Meer dan een paar huisjes en een truckstop was er niet in “Mae Malai”. Ongelovig zagen we onze bus in een grote stofwolk wegrijden. Daar zaten we dan te wachten op het grote onbekende.

De reden voor het overstappen was simpel, er was namelijk een verandering in onze plannen gekomen. We hadden in de Lonely Planet gelezen over een mooie boottocht van “Ban Thaton” naar “Chiang Rai”. In plaats van er direct en snel met de bus naar toe te reizen hadden we voor de meer romantische boottocht gekozen. Met veel handen en voetenwerk kregen we uiteindelijk uitgelegd dat we de bus naar “Fang” zochten. De eerste de beste bus werd ons aangewezen en al zwaaiend naar de mensen langs de weg vertrokken we naar “Fang”. De eerste hindernis was zonder problemen genomen.
In “Fang” begon het hele spektakel opnieuw. We stonden naast een grote overdekte markt te wachten op de volgende bus. Dit was volgens de LP de plaats waar de bussen vandaan zouden vertrekken. De lokale motortaxi’s vertelden echter een compleet ander verhaal. Er waren geen bussen meer naar “Ban Thaton” en we zouden beter af zijn als we met de motortaxi gingen. Ik wilde dit graag geloven maar de blikken naar ons en het gelach onderling bracht mij aan het twijfelen.

Ik zei tegen Marieke dat we echt de indruk moesten geven dat we zeker niet op hun aanbieding in zouden gaan.
We kochten wat te drinken en plaatsten ons opzichtig in de schaduw op de stoeprand voor de markt. Na drie kwartier hadden de mannen eindelijk door dat we niet zouden toegeven en één van hen riep uiteindelijk, “Ban Thaton”, en wees naar een auto die maar heel even zou wachten voordat hij weer verder ging. We sprongen op en grepen onze rugzakken. Een korte sprint met vijfentwintig kilo bagage en ik zat samen met Marieke zwetend en hijgend achterin de pick-uptruck die was omgebouwd tot een soort minibus. Dat was de tweede hindernis en die hadden we ook zonder problemen genomen. Een klein uurtje later arriveerden we zonder problemen in “Ban Thaton” waar we de nacht zouden doorbrengen.

De avond was rustig in het lokale restaurant om de hoek van ons GH. Ik had ook even geen zin om te drinken, het was allemaal een beetje teveel geweest de afgelopen dagen/weken.

Tijdens het wachten op ons avondeten rook ik een brandlucht, zeg maar een PVC brandlucht. Ik dacht dat ze misschien ergens afval aan het verbranden waren. Het duurde niet lang of met een klap en een lichtflits uit de groepenkast midden in het restaurant werd duidelijk dat de elektrische installatie niet helemaal aan alle eisen voldeed. Ik zag de bedrading zelfs nog even nagloeien! Koken in het donker gaat nu eenmaal niet en zo moesten we wachten met eten totdat de lokale smid het probleem kwam repareren. Toen hij arriveerde had ik mijn zaklantaarn al opgehaald in onze kamer en zodoende had hij voldoende licht om de reparatie uit te voeren en dat ging als volgt te werk. Hij nam een dikke spijker en zaagde die op maat. Hij plaatste het dikke stuk ijzer op de plaats waar normaal gesproken een zekering zit en zette de hoofdschakelaar weer over. “En daar was het licht”! Een korte kreet van bewondering van de eigenaar en een gratis koude bier Leo voor de reparateur. Met open ogen en mond bleef ik naast de groepenkast staan. Ik kon dit moeilijk bevatten.
Ik was blij dat alle lichten uitgingen om tien uur en dat we eindelijk konden gaan slapen. Ik had nu in ieder geval geen angst meer dat we levend zouden verbranden als er weer een kortsluiting was. Morgen met de boot!

woensdag 27 januari 1999

Thailand, de roadtrip terug naar Soppong

Pai (Charlie’s House)

Het zou een zware dag worden vandaag. Marieke houdt nu eenmaal niet van het antwoord Néé. Ik stapte met mijn verkeerde been uit bed en dat werd natuurlijk meteen opgemerkt door mijn kamergenoot. Het was al een fout begin van de dag en wat er gisterenavond was gebeurd zat mij ook niet lekker, en dat was duidelijk te merken.
Kleine dingen gingen mij nu irriteren. De manier waarop ze die brommer bereed, het vastpakken onder het rijden en nog veel meer. Aangekomen in Soppong was ik gewoon aan mijn ontbijt toe en dat werd met tegenstribbelen genuttigd in het “T-Rex restaurant”. Ik voelde mij een stuk beter en was niet meer zo licht aangebrand. Alhoewel Marieke nog steeds vaak “het is hier niet gezellig” argument aandroeg om maar ergens anders te gaan eten. Mij maakte dat niets uit, als het eten maar goed en niet te duur was.

De grotten van “Tham Lot” waren ongelofelijk en zeker een aanrader als je ooit in de buurt bent. We bezochten later ook nog “Hot Springs” die ook langs de weg stonden aangegeven, niets bijzonders en deze kan je gewoon voorbij rijden.

Op de terugweg begon het hele drama weer van voor af aan. Het proberen vast te pakken onder het rijden en meer van die gevaarlijke caperiolen. Het was dan ook onafwendbaar dat er iets zou gebeuren. En ja hoor, Marieke maakte een smakkerd met de brommer tegen het asfalt. Een paar schaafwonden maar verders niets ernstigs.
Ons gedrag zette wel de toon voor de avond. Het hele gesprek ging alleen over ontwijken, ontkennen, negeren en wat er vandaag was gebeurd. Ik maakte haar duidelijk dat ik haar niet ontweek maar dat het berijden van een brommer in een vreemd land een andere discipline vereist dan wat er vandaag was gebeurd. Ik vertelde haar ook over mijn gevoelens en gedachten over wat er tussen ons aan het gebeuren was.

Uiteindelijk waren we het er wel over eens dat we ons meer volwassen moesten gedragen. Later die avond luisterden we samen in bed nog naar Bon Jovi muziekcassettes en gingen rustig apart slapen. Morgen weer een reisdag en wel naar “Chiang Rai”.

dinsdag 26 januari 1999

Thailand, de hippies in Pai

Pai (Charlie’s House)

De zoveelste reisdag was aangebroken. Wat ik ondertussen al wel had geleerd in deze twee weken was dat je altijd een dag verliest tussen twee bestemmingen. Dus als je erg snel wilt reizen dan heb je maar 50% van de tijd om echt wat te zien. Blijf je ergens een dag langer dan gaat het al snel naar 67% en dat scheelt een slok op een borrel.
De afstand tussen “Mae Hong Son” en “Pai” was niet te groot dus was er geen enkele reden om te haasten. Je kan toch pas na twaalf uur inchecken in een GH. Rond half elf beklommen we de treden van de oude gammele bus die ons voor 47 baht naar “Pai” zou brengen. Een plaatsje aan het open raam, om zoveel mogelijk te kunnen zien met het risico van één verbrande arm.

Het landschap waar we doorheen reden was zo mooi dat we ons op een andere planeet waanden. Na een korte stop in “Soppong” wisten we al dat we morgen brommertjes zouden huren en een heel stuk van deze weg opnieuw zouden rijden. We hadden ook over de grotten in de buurt geïnformeerd en deze waren de moeite waard, ze behoorden zelfs tot de langste ter wereld. Maar dat was voor morgen.

Op nog geen honderd meter van het busstation vonden we “Charlie’s House” en dat was voldoende voor twee nachten. Helaas was er maar één kamer met twee eenpersoonsbedden beschikbaar. 100 baht per kamer, dus 50 baht per persoon. Mijn avondeten was in ieder geval betaald vanavond! Maar het onafwendbare was nu gebeurd.
Marieke bleef op de kamer en ik liep het dorp in om twee brommertjes voor morgen te regelen. Het was allemaal snel geregeld voor de eerste brommer en na tien minuten had ik de tweede ook gereserveerd, dat wordt morgen dus een “roadtrip terug naar Soppong”.
Het liep al tegen het einde van de middag toen we samen op pad gingen om te eten. We liepen wat rond door het kleine dorpje en uiteindelijk viel onze keuze op een eettentje met de vreemde naam “Be-Bop”. Later op de avond zou daar ook een live band spelen en dus was het voor ons een soort verlenging van onze avonden in “Mae Hong Son”. Het eten was goed en tijdens de maaltijd keek ik eens goed om mij heen wat hier voor mensen rondhingen.
Het was een menselijke dierentuin met hippies die net uit een tijdmachine waren gestapt, wereldverbeteraars die leefden op een kom rijst en een halve papaja per dag en lesbiennes die thuis niet werden begrepen en hier met elkaar het paradijs hadden gevonden. Zeg maar een “Khao San road” op steroids. Sommige van die mensen kwamen je met de meest kleverige verhalen je lastig vallen met als einde van hun verhaal of je misschien een biertje voor ze wilde kopen. Nou, dat was dan jammer maar helaas.
De band was erg leuk en de mondharmonica speler, gestoken in een camouflagepak, die per ongeluk zijn mondharmonica bij hem had was ook de moeite waard. Het was een heel plezierige avond met een onplezierige finale.
Het samenzijn op één kamer was geen goed idee geweest en ik had er erg veel spijt van, ik wilde mijn reisgenoot houden zoals ze van het begin aan was geweest.
Ik wilde gewoon slapen.

maandag 25 januari 1999

Thailand: Tussen de wolken

Mae Hong Son (Jong Kham Guesthouse)

Het was nog pikdonker toen de wekker afliep. Half zes in de ochtend! En dan zonder ontbijt de berg “Doi Kong Mu” beklimmen waar het “Wat Phai Doi” klooster op de top ligt, 1500 meter boven de zeespiegel.

De reden voor deze vroege beklimming was om het opkomen van de zon te zien en de zee van mist die tussen de bergen hangt ‘s morgens. Dit plaatje zie in honderden boeken en op ansichtkaarten. Zelf had ik het op de voorkant van een Thais kookboek staan en er vaak naar gekeken zonder er aan gedacht te hebben hier ooit zelf zou staan. Maar nu wilden wij dit natuurverschijnsel met onze eigen ogen aanschouwen.
We hadden pech, het spektakel van de mist was uiteindelijk niet zo goed als we hadden gehoopt. De zonsopkomst was eigenlijk gewoon.

De tempel was weer wel een pareltje om te zien. Vooral in de schemer van de ochtendzon voelde ik me dichterbij Buddha dan ooit tevoren. Marieke had me gisteren dus verteld dat ze me wel zag zitten en ik was daar in zijn geheel niet blij mee. We konden het heel goed met elkaar vinden en dit resulteerde in gezellige avonden met elkaar. De Thaise whisky en het Singha bier stroomden elke avond rijkelijk. Ik kon mijzelf in de verste verten niet aan mijn geplande budget houden.
“Als ze naar Laos is gaat het wel beter”, dacht ik.
“Als we maar tot Chiang Mai samen zouden blijven!”, hoopte ik.
Het idee om alleen verder te moeten gaan begon me opnieuw te benauwen. Ik zou alles proberen om haar van me af te houden. Dat wist ik zeker. Niet omdat ze niet aantrekkelijk was maar omdat ikzelf er nog niet klaar voor was om alleen verder te gaan.

Om half acht waren we weer onder aan de berg en er werd snel ontbeten. Erg snel, want om iets over acht zaten we op de brommer richting attractie nummer twee van de dag. Het was koel op de brommer, later kreeg ik het zelfs koud. Een vreemde gewaarwording in een land waarvan je verwacht dat het tropisch warm zal zijn. In de bergen is het zeker andere koek en later werd mij verteld dat het soms in het koele seizoen zelfs kan vriezen hier. Slingerende wegen rond hoger wordende bergen. Mooie vergezichten en de mist was grotendeels verdwenen, de zon won nu aan kracht.

Bij de ingang van het “Longneck Karen” dorp moest er een stevige 250 baht entree worden betaald, je kreeg netjes een kaartje en kon daarna vrij door het dorp wandelen. Natuurlijk best goed bedacht als je bedenkt dat het minimum loon nu net boven de 100 baht per dag ligt! Een paar toeristen per dag en niemand hoeft er meer te werken. Het was wel vreemd dat het geld werd geïnd door soldaten van het “Koninklijke Thaise Leger”. We waren hier weer dicht bij de grens met Birma, het leger had ook overal controleposten ingericht om illegalen zoveel mogelijk te ontmoedigen om Thailand in te komen.

We slenterden door het dorp en vergaapten ons aan het vreemde volk met de lange nekken dat ook op duizenden plaatjes en ansichtkaarten staat. In werkelijkheid zijn de nekken net zo lang als bij een ander mens, het is een opties bedrog. Al vanaf jonge leeftijd worden er koperen ringen bij de meisjes aangebracht. Deze ringen verlagen de schouders waarna het lijkt dat de nekken langer zijn geworden. Vandaar de naam de “Longneck Karen”.

We waren snel klaar en gingen op weg naar een waterval die nog verder van “Mae Hong Son” verwijderd was. De “Pha Tua” watervallen waren opgedroogd dit koele seizoen en het pisstraaltje water wat er naar beneden kwam kon weinig indruk maken op de bezoekers van deze plaats.
Onderweg op een mooi punt met een fantastisch uitzicht aten we in de zon de boterhammen die we van het “Sunflower” restaurant hadden meegenomen. Een welkome rust want de billen begonnen al een beetje doof aan te voelen. Toen we opnieuw het zadel kozen ging de reis richting de laatste attractie van de dag.

De vissengrot, oftewel “Tham Plaa”. Na een stukje lopen van de parkeerplaats naar de grot keken we naar een gat in een rotswand, zeg maar een soort raam, en daar zagen we honderden vissen zwemmen. Niemand wist waar de ingang of uitgang van de grot was maar die vissen zaten er al zolang de bevolking uit de buurt zich kon herinneren. Best leuk maar niet zo spectaculair als we hadden gehoopt. Dat was ook wel te begrijpen want de “Oe en Aa” factor kwam steeds hoger te liggen na al die schoonheid die we in de afgelopen twee weken al hadden gezien.

De dag zat er op en we gingen weer richting “Mae Hong Son”. Onderweg kwam ik nog een oud mannetje tegen die op weg was naar een dorp verderop, lopend. Ik heb hem een lift gegeven achter op de brommer en hij was waarschijnlijk meer verbaasd met de lift dan dat hij blij was.
Tijdens het avondeten gebeurde waar ik al die tijd bang voor was geweest. We kwamen tot het punt om samen te gaan slapen. Natuurlijk had ik hier zin in maar mijn verstand zei dat het niet moest gebeuren. Het zou meer kapot maken dan dat het zou toevoegen aan onze vriendschapsrelatie. Na een wel heel lange stilte tijdens het avondeten en bij de “Lake View Bar” waren wij het uiteindelijk er over eens dat het geen goed idee was. Gelukkig maar, en zo kwam er een einde aan een hele interessante en fijne dag. Morgen gaan we op pad naar een hippie paradijs.
Copyright/Disclaimer

Gratis eboek downloaden/lezen?