vrijdag 17 september 2004

Spanje, Terminal

Amsterdam, 17/09/2004

Ik had tijdens mijn treinreis ongeveer zes en een half uur de tijd om mijn mislukking te analyseren.
“Waar was het misgegaan?”
“Was ik wel goed voorbereid?”
“Had ik mij wel genoeg verdiept in de tocht?”
“Was ik wel getraind genoeg voor de tocht?”
“Hadden mijn depressies parten gespeeld?”
“Was ik geestelijk wel fit geweest?”
“Was ik wel op het juiste moment gegaan?”
En nog een half dozijn onduidelijke vragen.
Ik kwam er dus niet uit.
Ruim zes en een half uur later reed de trein het “Barcelona Sains Station” binnen en ik had nog steeds niet de antwoorden gevonden waarna ik op zoek was. Moe, heel erg moe slenterde ik de ontvangsthal binnen voor de volgende fase in dit drama. Ik moest op zoek naar een slaapplaats. Er was een informatiebalie waar ik probeerde een redelijk hotel te vinden. Vol, vol en nog eens vol waren de antwoorden die de vriendelijke dame mij gaf.
“Waarom probeert U het stationhotel niet?”, stelde ze voor.
“Die hebben kamers vanaf € 65,-, de lift is daar om de hoek“, en ze wees richting een korte gang.
“Waarom ook niet?”, dacht ik bij mijzelf.
De korte rit in de lift bracht mij op een verdieping waar het er druk was, het bleek bij navraag de verkeerde verdieping te zijn.
“Één hoger”, antwoordde de man.
Nog één verdieping hoger dan maar en daar stond ik in een lobby die mij meteen verraadde dat dit geen hotel van € 65,- was. Ik zag nergens een prijslijst dus schraapte ik al mijn moed bij elkaar en vroeg aan de receptie of er nog kamers vrij waren.
“Jazeker, wij hebben nog enkele kamers vrij”, antwoordde de man achter de receptie terwijl hij mij vanachter een John Lennon brilletje van top tot teen inspecteerde.
Waarschijnlijk kon hij mij ook ruiken en rugzakken zouden hier zeker een zeldzame verschijning zijn.
Wij hebben nog enkele DeLuxe kamers voor € 145,- per nacht”, zei hij terwijl hij opnieuw opkeek van zijn beeldscherm.
Daar schrok ik van, ik was natuurlijk andere prijzen gewend in Azië.
“Ik zal er even over nadenken”, antwoordde ik en ging op zoek naar wat eten.
De gouden bogen van McDonalds zagen er erg aantrekkelijk uit en tijdens het nuttigen van mijn “Big Mac menu” besloot ik om het toch maar te doen. Ik was vies en moe, een heerlijk warm bad en een zacht bed was onweerstaanbaar. Ik gooide mijn zak weer op mijn rug en sleepte nu mijn oververmoeide lichaam opnieuw naar de hotellobby.
“Sorry, maar we zijn vol”, was nu het antwoord van de receptiemedewerker.
“Ik heb de laatste kamer net verhuurd, maar er zijn enkele andere goede hotels in de buurt.”
“Ze zijn wel wat duurder en U moet een taxi nemen om er te geraken, maar zij hebben zeker nog plaats”, stelde hij mij gerust.
Daar stond ik dan! Ik hoorde in mijn gedachten mijzelf een honderd keer advies geven aan anderen, “In het geval van een bed twijfel nooit maar sla meteen toe, voordat je het weet slaap je op straat.”
En nu zat ik zelf in dat schuitje.
“Wat nu?”
Uiteindelijk besloot ik om maar de trein naar de luchthaven te nemen en daar te overnachten. Gewoon met je hoofd op de rugzak en zo wachten tot zeven uur ’s avonds mijn vlucht naar Amsterdam zou vertrekken.
En zo gezegd, zo gedaan. Er heerste een drukte van jewelste op de perrons en ik kon met moeite op tijd de trein betreden. Eenmaal binnen slaakte ik een zucht van verlichting. Ik was aan het laatste hoofdstuk van deze dramatische reis begonnen.
Echter de grootste tegenslag moest nog komen!
Eenmaal op de luchthaven zocht ik naar redelijke plaatsen om te slapen. Een doodlopende gang met niet teveel licht zou het wel doen. Ik kon er helaas geen één vinden en de tweede optie was een rij stoelen midden in de goed verlichte vertrekhal.
Net voordat de winkels zouden sluiten werd het tijd om wat eten en drinken in te slaan voor de nacht. En hier kreeg ik de schrik van mijn leven. Ik was mijn kleine portemonnai kwijt en mijn zak was open. Ik was gerold! Waar? Wanneer? Wat nu? De stoot adrenaline ontwaakte mijn lichaam en mijn hersenen gingen in overdrive. Mijn gedachten werden nu automatisch gevormd in de stand “overleven”.
“Eerst bellen en blokkeren”, schoot mij meteen te binnen.
Ik belde mijn broer in Nederland en hij zorgde ervoor dat mijn Creditcard werd geblokkeerd.
“Aangifte doen”, was de tweede gedachte.
De politiepost was nog open en een half uur later stond ik weer buiten met een Proces Verbaal in de hand.
Nou, daar zat ik dan met mijn problemen die waren voortgekomen uit valse zuinigheid. Dit zou mij nooit meer overkomen, nam ik me voor.
Ondertussen waren de winkels dicht en de vierentwintig Euro die nog in mijn notitieboekje zaten waren nutteloos. Ik had honger en dorst en geld maar alles was waardeloos. Totdat ik nog een koffietent zag waar ze aan het schoonmaken waren. Gelukkig kon ik de vriendelijke dikke Spaanse dame er van overtuigen dat ik een slachtoffer was geweest en zij gaf mij twee flesjes water en twee “Muffins”. Ik gaf haar tien Euro want ik was al blij genoeg dat ik nog wat te eten en te drinken had. De overgebleven veertien Euro zou voldoende moeten zijn om morgen de dag door te komen.
Ik heb niet veel geslapen maar alle hazenslaapjes bij elkaar hadden toch de grootste vermoeidheid bij me weggenomen. Wachten en rondlopen, wat eten en drinken en eindelijk kon ik naar het vliegtuig. Ik kan onmogelijk alle gedachten die ik heb gehad opschrijven, maar één ding was zeker. Ik had weer veel geleerd en die kennis had me een stuk wijzer en kennis rijker gemaakt.
Schiphol kwam als een verlossing en ik was blij dat mijn goede vriend William me kwam ophalen. Hij was ook heel nieuwsgierig wat er allemaal was gebeurd. Met een biertje in de hand hebben we er samen in een bar op Schiphol hartelijk om gelachen. Deze reis was nu voorbij maar wat er was gebeurd zal me nog lang bezig houden.

donderdag 16 september 2004

Spanje, De grote beslissing

Pamplona, 16/09/2004

Dromen en draaien. Wikken en wegen. En af en toe door de schemer in de niet uitnodigende diepte kijken. Tientallen snurkers, een onderbuurman die ook niet kon slapen en de hele nacht lag te draaien. Ik wist het gewoonweg niet meer, ik voelde me eenzaam en verloren in de grote kudde.
Het licht ging om half zes aan en de slaapzaal kwam tot leven als een brandweerkazerne. Rennende schreeuwende mensen om als eerste onder de douche te staan en/of één van de waterketels te bemachtigen voor een kop thee of koffie. Binnen vijf minuten was iedereen bezig met pakken, eten of een andere voorbereiding voor de dag die ons te wachten stond. Mensen verdwenen in horden naar beneden in de kelder, het leek wel de trappen van een metrostation in de ochtend.
Ik kreeg het maar niet op zijn plaats gezet en bekeek vanaf mijn bed het Breugeliaanse schouwspel. Rust! Nadat ik een dit schouwspel een uurtje had aanschouwd was mijn beslissing gemaakt. Ik zou proberen te starten en dan maar kijken waar het zou eindigen. Ik had al twee dagen niet gedouchte en een snelle blik in de gemeenschappelijke ruimte, die nu bijna verlaten was, was voldoende om te besluiten dat het de derde dag ook nog wel kon. Met lood in de schoenen stapte ik naar buiten terwijl ik een droge boterham die ik van gisteren had overgehouden naar binnen werkte. De regen daalde neer over een donker groen en grijs berglandschap. Overal liepen mensen die supergemotiveerd aan de tocht begonnen.
Deze aanblik was de druppel die de emmer deed overlopen. Ik schoot in een depressie en maakte onmiddellijk een einde aan mijn “Camino”. Ik was niet eens gestart! Het kon mij ook geen moer meer schelen, ik zou wel gaan proberen om met de bus in “Santiago de Compostela” te geraken.
De buschauffeur keek mij vreemd aan toen ik weer in de bus stapte en een plaatsje achterin aan het raam zocht. Hij was het misschien niet gewend dat er mensen niet starten. Het duurde wel dertig minuten voordat de bus in beweging kwam en ik was ondertussen ook niet meer de enige passagier. Ongeveer tien mensen, het meeste lokale bevolking, zat zwijgend in de bus naar buiten de kijken. Een man die op de bank zat aan de andere kant van het gangpad begon in het Spaans tegen mij te praten. Het duurde niet lang of we waren overgeschakeld naar het Engels. De vriendelijke Amerikaan was ook teleurgesteld in wat hem was overkomen gisteren en vandaag. Hij was op ontdekkingstocht in het land van zijn moedertaal en geloof. Ik was dus niet de enige die teleurgesteld was.
Wat nog het meest cruciale tijdens de busreis was de beslissing om maar alles af te blazen. Ik had er genoeg van en wilde naar huis. In Nederland zou ik dan wel weer zien wat er verder zou gebeuren. In de trein was er nog plaats en ik vond een internetaansluiting en het omboeken van mijn ticket was zo gebeurd. Het kostte me wel € 250,- extra maar dat kon me niets meer schelen. Ik wilde gewoon naar huis, hergroeperen en een andere bestemming zoeken. De gedachten over wat me was overkomen gierden door mijn hoofd, het was echt niet leuk geweest.
Om 12:33 vertrok de trein uit Pamplona naar Barcelona. Het was bijna voorbij en ik kon mij weer op de toekomst richten.

woensdag 15 september 2004

Spanje, De valse start in Roncesvalles

Roncesvalles, 15/09/2004

Die twee uurtjes slaap hebben me goed gedaan. Ik heb nog drie uur voordat de bus naar Roncesvalles vertrekt en dat geeft me de tijd om nog wat rond te lopen in de stad.
De stad ziet er anders uit als je niet doodvermoeid bent. Een mooie kathedraal waarvan ik de naam niet meer weet slokt me op in haar enorme stille lichaam. Gelovig of niet, deze enorme bouwwerken uit de middeleeuwen maken je stil en vullen je met respect.
Mijn rugzak was achter gebleven in het pelgrimshuis en werd op de terugweg opgehaald. Eindelijk ging ik nu naar de start van mijn tocht. Ik voelde mij goed alhoewel ik wel kleine problemen had met mijn gemoedswisselingen. Ik twijfelde nog een beetje en een minuut later wist ik het weer zeker. Het was echt moeilijk om boven in mijn kleine kamertje alles op een rijtje te houden.
Ik was al bekend met het kleine busstation en de plaats waarvan de bus zou vertrekken. Een snelle kop koffie in de cafetaria en dan op weg. Er waren wel wat medepassagiers die er ook uitzagen alsof ze de tocht wilden gaan lopen. Ik schat een persoon of twintig stapten uiteindelijk in de bus.
De tocht zou ruim een uur duren en voerde ons over een geasfalteerde weg door een berglandschap. Het pad liep voor 80% naast deze weg en het zag er allemaal heel zwaar uit. Het begin was volgens het boek ook het zwaarst.
“Gewoon rustig aan beginnen”, stelde ik mijzelf gerust.
Toen ik uitstapte in Roncesvalles werd mijn romantische beeld van de pelgrimstocht ruw verstoort. Honderden mensen stonden in een rij voor een slaapplaats, vreemde taferelen met scheldende en voordringende personen uit alle landen van de wereld.
“Wat is dit in hemelsnaam?”, vroeg ik mij verbaasd af. Ik kon mijn ogen niet geloven en probeerde mee te gaan in de ruwe stroom. Of het geluk was weet ik niet maar ik kreeg uiteindelijk een stuk papier met een nummer er op geschreven tegen vertoon van mijn pelgrimspas en een briefje van twintig euro. Vele armen wezen in alle richtingen en ik deed mijn best om te begrijpen wat er nu van mij werd verwacht. Ik volgde een man uit Argentinië en samen belandden we in een groot gebouw aan de overkant van de weg. Er was geen enkele vriendelijkheid te bekennen in de medewerkers/vrijwilligers die alles in goede banen moesten leiden. De controle was strenger dan op menige luchthaven die ik had bezocht.
Achter een lange tafel vol met papieren en grote dikke registers zaten vier of vijf mensen die je papier controleerden en je een nummer voor je bed gaven. Ik keek verbaasd in een grote ruimte waar honderden stapelbedden stonden opgesteld. Een enorme groep mensen gekleed in alle kleuren van de regenboog GORE-TEX® en Spandex® krioelden als mieren door elkaar heen. Ik was er niet meer bij met mijn hoofd. Er was mij een bovenbed toegewezen naast een brede trap die naar de kelder leidde waar de douches/toiletten en keukens waren. Ik zette mijn rugzak naast het bed en klom omhoog. Niets scheidde mij van de afgrond, ik keek zeker zes meter naar beneden waar ik nog net de laatste trede kon zien. Een val in dit gat zou dodelijk kunnen zijn. Het was allemaal te ongelofelijk om depressies te veroorzaken.
Ik ging op mijn rug liggen en staarde naar het vijftien meter hoge plafond van het oude gebouw en probeerde mijn gedachten te ordenen.
“Dus als al die mensen morgen van start gaan wie van die honderden starters slapen er dan in het eerste pelgrimshuis?”, vroeg ik me af.
“Waar slaapt de rest?”
“In één van de dure hotels die als paddenstoelen uit de grond schijn geschoten?”
Ik zat vol met vragen en had zeker een uur nodig om alles te verwerken.
De overige taken werden met militaire precisie op tijd afgewerkt. Dat moet waarschijnlijk ook wel als je met zo’n grote groep idiote mensen te maken hebt. Er zijn natuurlijk ook logistieke problemen. Het eerste probleem is het voeden van de kudde. Dat ging als volgt in zijn werk. Je kocht een kaartje voor het diner. Bij aankoop moest je aangeven wat je wilde eten, varkenskotelet of forel, en je kreeg een tijd toegewezen. Mijn tijd was van negen tot tien uur, ik nam aan dat het de laatste groep was en dat we wat langer konden blijven zitten. De bevestiging van deze veronderstelling zou ik later krijgen. Eerst werd er nog de mis bijgewoond in een kapel niet ver van het restaurant. De mis was in het Spaans aangevuld met Engelse anekdotes. Het was erg indrukwekkend met al die kaarsen en het gregoriaans gezang. Ik was er niet echt met mijn hoofd bij, ik had het nog te druk met het verwerken van de uiteengespatte droom.
Het eten was goed en het was gezellig aan tafel. De gesprekken gingen veelal over wat ons in de komende dagen te wachten stond en wat er was aangetroffen aan de start. De “Camino” is nu heel populair geworden. Het internet heeft hier zonder twijfel aan bijgedragen. Van de romantiek was weinig meer over. Er waren deelnemers die beter waren getraind dan deelnemers aan de olympische spelen.
Met gemixte gedachten ging ik in de grote drukke hal slapen. Licht uit om elf uur! Licht aan om half zes! Welterusten.

Spanje, Dromend in Pamplona

Pamplona, 15/09/2004

Ik ben moe, heb een enorme honger en voel me vies. Gewapend met mijn reisgids en een toeristen kaart van Pamplona liep ik de verlaten stad in. Wat was deze stad leeg zeg! Pleinen, oude stadmuren, oude gevels en natuurlijk de arena voor het stierengevecht. Wie heeft er nooit de beelden gezien van de in het wit geklede mannen met een rode sjerp die voor een kudde wilde briezende zwate stieren uitlopen? Nou, daar liep ik nu dus.
Op weg naar een enorm plein in het midden van de stad passeerde ik een klein cafétje waar enkele mensen binnen zaten de krant te lezen en koffie te drinken. Daar had ik dus ook wel trek in. Ik nam plaats aan een tafeltje langs de muur en wachtte wat er zou gaan gebeuren. Zou ik worden bediend of was het een zelfbediening? Ik koos voor het laatste en liep naar de bar. "Buenas Dias", geen slecht begin vond ik zelf. "Uno café con letce, por vavor?" De man keek mij aan alsof ik van een andere planeet was en draaide zich toen om om een kopje koffie voor mij te brouwen. Het zette het voor mij neer en zei, "one euro fifty". Ik betaalde en ging weer naar mijn plaats en bestudeerde de mensen die binnen zaten. Er werd geen woord gesproken. Toen ik opstond en nog een keer om mij heen keek realiseerde ik mij dat ik alleen meer had gezegd dan de vijf anderen bij elkaar. Gezellig hier!
Ik was dus weer wakker en besloot om eerst een rondje dorp/stad te doen. De stadsmuur was indrukwekkend en het was voor mij duidelijk dat het vroeger een belangrijke stad moet zijn geweest. De historie straalde er van af. Ik genoot van wat ik zag en ik was blij dat ik ook weer eens buiten Azië een reis kon maken. Al slenterend en foto's makend zag ik de kleine oude kern van de stad. Een paar uur later was het dan ook eindelijk tijd om wat te eten. Een kleine sandwich met aardappel omelet erop. Vet genoeg en vullend vond ik. Een loperamide spoelde ik naar binnen met een Pepsi Max. Voorkomen is beter dan diarree.
Ondertussen was het nu twaalf uur en de vermoeidheid in combinatie met de warme nazomer zon maakte mijn vermoeidheid ondragelijk. Daar zat ik dan te dutten op een bankje in de zon. De bus zou dus pas om zes uur vertrekken, de pelgrimsherberg zou pas over twee uur open gaan en ik zat er helemaal doorheen. De moraal werd hoog gehouden met twee bananen en een chiabatta met kaas en harde worst, kopjes koffie en Pepsi Max.
Eindelijk kon ik terug naar de pelgrimsherberg. Ik hoopte dat ik even kon gaan liggen. Toen ik de hoek omging richting de herberg wist ik niet wat ik zag. Er stonden zeker dertig mensen met elkaar te praten voor de herberg. Nog voordat ik bij de groep was aangekomen had de oude non, dezelfde als die van vanochtend, de deur al geopend en de groep verdween uit mijn zicht. Toen ik zelf naar binnen stapte was het een chaos met een schreeuwende non in de hoofdrol.
Werd er gevochten voor de slaapplaatsen?
Waar kwamen deze mensen vandaan?
Waren ze allemaal vanochtend vroeg gestart?
Met veel vragen in mijn hoofd liep ik langs de groep en ging op ontdekking in het enorme gebouw. Tientallen kamers met met meer dan honderd bedden. Ik koos het onderste bed van een stapelbed aan het einde van een gang en ging slapen. Ik kon niet meer. Ik moest nu even slapen en dan zou ik vanavond met de bus naar Roncesvalles gaan.

dinsdag 14 september 2004

Spanje, Barcelona op doorreis

Pamplona, 14/09/2004

Ik ben al twee weken in Nederland en heb met gemengde gevoelens de tijd gedood. De aankomst met de gebruikelijke ontvangst en het bezoeken van de huisarts voor een complete controle van mijn gezondheid zijn de eerste hoogtepunten. De uitslag van mijn bloedtest liet zien dat het allemaal een beetje beter met mij gaat. Op één puntje na, mijn cholesterol en daar wordt nu aan gewerkt. Cholesterol verlagende tabletten dus.
De braderie was ook een hoogtepunt, heel veel oude vrienden en bekenden gezien, en dan een gat. Weer die twijfel! Zal ik het wel doen? Ik wordt zelf gek van die twijfels. Ben ik nu wel depressief of niet? Vindt ik het wel leuk om alleen op pad te gaan of hou ik mijzelf voor de gek? Thuis in Zaltbommel is het geen plaats om opgewekt te raken. Het negativisme straalt van iedereen af. Weinig mensen zijn nog echt blij en dat is goed te zien. Geen goede plaats voor mij. Ik ben dan ook snel al mijn energie kwijt en voel me zo leeg dat ik ook depressief wordt. Het laatste weekend in Amsterdam heeft mij veel goed gedaan. Op zaterdagavond wist ik het zeker. Ik zou gaan! Punt uit!
Het pakken was deze keer ook een nieuwe ervaring. Ik ging wel drie keer door mijn spullen en kwam al snel op het punt dat ik niets meer kon vinden dat ik nog achter wilde laten. De rugzak was echter nog steeds veel te zwaar. Tijdens een drinkpauze ging ik nog maar eens virtueel door mijn rugzak. Ik bedacht nog enkele dingen die ik wel kon achterlaten, zij het met pijn in mij hart. Mijn geliefde iPod viel af, inclusief de lader en kabels. De tweede handdoek bleef achter. Mijn zwembroek en omslagdoek. Een paar onderbroeken en mijn l'eau de toilette. Maar dat was het dan toch. Ik kon niet meer achterlaten. De minder betrouwbare weegschaal in de badkamer gaf 12 kilo aan. Ik was hier tevreden mee, alhoewel dit zonder mijn laptop computer was. Met een tevreden gevoel ging ik rustig slapen.
De wekker zou om half acht aflopen. Ik had nog een paar kleine dingen te doen en zou dan om een uur of elf de trein naar Schiphol nemen. Een snel bezoek aan de huisarts en nog wat tabletten opgehaald bij de apotheek. Een kopje koffie en een broodje. Mijn rugzak voor de laatste keer geïnspecteerd en ik was klaar. Omdat het geen nut heeft om maar een beetje rond te hangen stapte ik na het afscheid om vijf over tien de deur uit. Een heerlijke ochtend met jagende wolken aan een blauwe lucht en de zon die er af en toe even tussendoor stak. Eindelijk op weg.
In de trein dacht ik na over wat ik nu eigenlijk van plan was. Ik wilde een bedevaart gaan maken. Naar Santiago de Compostela. De afstand bedraagt afhankelijk van wie je wil geloven tussen de 764 en 786 kilometer. Ik weet niet of die 22 kilometer verschil aan het einde nog wat uitmaakt. Mijn doel was simpel. Ik wilde "de Camino", zoals hij ook wel genoemd wordt, uitlopen. Maar mocht het me niet lukken dan maak ik er gewoon wat moois van. Natuurlijk is uitlopen het mooist.
Bij het inchecken kreeg ik de schrik van mijn leven. 20,9 kilo bagage! En ik moet dat gewicht meezeulen! Er zit een kilo of twee bij dat onderweg langzaam zal verdwijnen. Maar toch, een volle bepakking. Een te volle bepakking!
Bij de paspoort controle bleek dat het terreur alarm toch wel serieus wordt genomen. Lange rijen mensen die schoorvoetend door de paspoort controle gingen. Daarachter een röntgenmachine waar werkelijk alles doorheen moest behalve je bovenkleding. Een metaaldetector en dan nog even om de twee gefouilleerd door een beveiligingbeambte. Je mocht je spullen pas weer oppakken als een te dikke onvriendelijke vrouw in een net iets te klein uniform je hiervoor toestemming gaf. Ik was blij dat ik uit Nederland weg kon.
Na een niet zo'n bijzondere vlucht landde mijn vliegtuig om tien over zes, twintig minuten te laat. De aansluiting met de trein zou perfect zijn. Geen probleem, mijn trein zou om half elf vertrekken. Ik raapte mijn veel te zware rugzak van de band en ging op zoek naar de trein. Goed geregeld, een trein meteen naar het station waarvan mijn trein naar Pamplona zou vertrekken, Barcelona-Sants.
Alles liep op rolletjes. Mijn kaartje voor de trein was € 38,- en de trein zou precies om half elf vertrekken. Genoeg tijd dus. Eerst het meest belangrijke. Een simkaart voor mijn telefoon. De "Telefonica Movistar" winkel leverde mij de simkaart en meldde mijn telefoon aan. Zo, ik was weer bereikbaar. Mijn eerste telefoontje naar Nederland, om mijn nieuwe nummer door te geven, wilde maar niet lukken. Na alles te hebben geprobeerd ging ik terug naar de winkel waar het een drukte van jewelste was. Ik wilde de winkel niet verlaten voordat mijn telefoon werkte. De verkoopster die geen enkel woord Engels sprak zag mijn vastberadenheid. Met frisse tegenzin wierp ze zichzelf op de hopeloze taak. Een paar keer kreeg in mijn telefoon terug en iemand met een "Manuel" accent vroeg mij om wat details. Ik had meestal geen idee wat hij nu eigenlijk bedoelde. Een behulpzame klant die wel Engels sprak hielp mij uit de nood. De verkoopster had een "carte blance" zolang mijn telefoon maar werkte. Vijftig minuten later was ze zover dat mijn telefoon eindelijk werkte. Pffffff. Daar was ik dus erg gelukkig mee.
Wat mij nu na twee uur Spanje al meteen was opgevallen! Niemand spreekt Engels buiten de toeristen gebieden. Dat zou dus moeilijk worden. Ik vergreep mij aan een te dure Big Mac die ook niet smaakte. "Toeristen prijzen of is Spanje echt zo duur", dacht ik bij mijzelf. Nu was het nog een uurtje of twee wachten en dan zou het echt beginnen.
De nachttrein dus. Goedgemutst en redelijk fit stapte ik de moderne trein binnen. Een coupé met alleen maar Spanjaarden dus een gesprek kwam niet verder dan Que en Si. Ik schakelde de verlichting uit en probeerde wat te slapen. Dat was dus onmogelijk. Na elk station kwam de conducteur even kijken of er iemand was bijgekomen. Geen nieuwe passagiers? Nee, bedankt. Elke twintig minuten was hij daar en het slapen was onmogelijk, ik kon niet wachten totdat ik in Roncesvalles was. Ik verlangde naar een bed en een douche. Precies om zeven over half zes reed de trein het station van Pamplona binnen. Ik genoot, alles leek erop dat mijn plan zou lukken en dat ik voor twaalf uur op mijn plaats van bestemming zou zijn.
Ik wreef het slaapzand uit mijn ogen en keek eens goed op de kaart waar ik was. Het kwam mij niet bekend voor maar een kaart is een kaart en zodoende stapte ik de nacht in. Door het pikkedonker liep ik door de verlaten straten op zoek naar het busstation. Zelfs de afstand had ik goed geschat. Moe maar voldaan stapte ik het verlichte busstation binnen. De cafétaria was al open en een kopje koffie zou er dus wel ingaan. Voorzichtig probeerde ik te vragen waar ik een kaartje kon kopen naar Roncesvalles. Een Spaanse zondvloed viel mij steeds ten deel. Ergens anders proberen dan maar. Zo kwam ik bij de kiosk in de hal terecht, de verkoper was zijn kranten aan het uitstallen. Ik stelde ook aan hem dezelfde vraag. Hij keek niet eens op en met zijn rug naar mij toe wees hij in de richting van de loketten en sprak hij iets dat op Spaans leek, alleen de "sei" kon ik verstaan. Ik veronderstelde dat hij loket zes bedoelde.
Een snelle blik op de kaart en ik begreep dat het loket om zeven uur open zou gaan. Nog een half uur dus. Dan eerst nog maar een kopje koffie! Ook mijn tweede kopje smaakte goed en ik was tenminste weer wakker. Ik was de derde aan het loket en vroeg vriendelijk om een kaartje naar Roncesvalles. Weer werd er gewezen, nu in de richting van de vertrekhal, en opnieuw de Spaanse zondvloed. Ik had het goed gehoord, weer was die "sei" van de partij.
Ik zocht in de vertrekhal naar het perron met het nummer zes. Tevergeefs, ik begon nu in het wilde weg aan jonge mensen te vragen of ze misschien wat Engels spraken. Uiteindelijk had ik geluk. Ik vroeg of de jongen misschien even tijd had om het verhaal van de man achter het loket te vertalen. Dat wilde hij wel doen. Met een zuur gezicht herhaalde de oude man zijn verhaal. Ik stond te popelen om te weten wanneer ik kon vertrekken. Vanavond om zes uur dus, ik moest elf uur wachten voor mijn aansluiting!
Dan maar op zoek naar de pelgrims herberg. Ik wilde even douchen en misschien een uurtje slapen. Dat was niet zo gemakkelijk als ik had gedacht, opnieuw liep ik om half acht alleen door de donkere straatjes van Pamplona. Het leek wel een spookstad om dit tijdstip, er was absoluut niemand op straat. Ik de verte zag ik twee mensen aankomen met rugzakken. Pelgrims waarschijnlijk! En ja hoor, ze waren net op weg en de herberg was een paar straten verder op. Ondertussen was ik zo moe dat ik mij slecht kon concentreren en niet meer wist of ik nu de tweede of derde straat aan mijn linkerhand moest nemen. Uiteindelijk was het de derde.
Daar stond ik dan in de herberg. Zet je rugzak daar maar neer want we gaan sluiten. Kom om één uur maar weer terug dan zijn we zover. Ik liep om kwart over acht opnieuw de iets mindere donkere stad in, op zoek naar wat te eten.

maandag 13 september 2004

Spanje, de tocht naar Santiago de Compostela

Zaltbommel, 13/09/2004

Wat moeten jullie je daar in hemelsnaam bij voorstellen? Wat zijn Jiel zijn plannen? Volle Costa's met te dikke mensen behangen met goud die in de zon liggen bruin te bakken? Verlaten lege bergdorpjes waar een blaffende hond het enige geluid in de late middagzon is? Oude kastelen en vergeten middeleeuwse krijgsheren die in een ver verleden probeerden de Islamitsche Moren te verslaan?
Er zijn twee boeken die mij hebben doen besluiten om deze reis te gaan maken. De eerste van Cees Noteboom, "De omweg naar Santiago" en de tweede van Shirly MacLaine "Voettocht naar Santiago de Compostela ". Boeken die gaan over Spanje. Niet over de Costa's of over de wereldsteden Madrid en Barcelona, maar de schoonheid van de gewone alledaagse dingen. Stille stadjes met slingerende kromme straatjes. Oude vrouwen gekleed in het zwart in de schaduw onder een dikke boom. Vette worst, geitekaas en een homp brood. Witte wijn en tapas.
Na de vele reizen in Azië en Australië had ik ook een beetje heimwee naar Europa.

donderdag 6 mei 2004

Wordt vervolgd!

Er zijn nog meer verhalen over deze reis, ze worden in de toekomst gepubliceerd.

woensdag 5 mei 2004

Vietnam, Ho Chi Minh City aka Saigon

Ho Chi Minh City, 05/05/2004

Ik zou om half vijf worden opgehaald. Het grote dilemma was dus: vroeg gaan slapen of opblijven. Beiden een drama. Mijn buren maken zoveel kabaal ‘s avonds dat ik gewoon niet kan slapen. Op blijven betekend naar de kroeg en met een kater op weg. Uiteindelijk werd het een compromis. Ik kwam om half twee thuis en kroop snel mijn bed in. Twee en een half uur later werd ik door de deurbel gewekt. De taxi was daar. Ik nam snel een douche en redelijk fit liep ik voor de laatste keer door het huis. Nu bijna een routine klus. Mijn rugzak verdween in de kattenbak van de Toyota en ik was klaar voor Vietnam.

Thai Airways, Terminal 1. Dit is wel even andere koek. Hier wordt voor je gezorgd! Er waren wel twintig incheckbalies open en ik kon meteen inchecken en mijn bagage, 9,5 kg, was ik al snel kwijt. Wel een enorme rij mensen bij de immigratie dienst. Deze oploop maakte dat ik besloot door te lopen naar Terminal 2 omdat daar bijna geen vliegtuigen vertrekken in de ochtend. En inderdaad, er stonden maar een paar mensen te wachten. Toen ik aan de beurt was moest ik tot mijn grote verbazing met mijn paspoort naar een speciale balie. Het was geen groot probleem maar de beambte mocht of kon mijn paspoort niet stempelen. De nu traditionele fles “Hennessy Cognac” werd gekocht in de taxfree shop en ik begaf mij naar de gate. Alles ging snel en ik zat voordat ik het mij realiseerde in de Airbus 320 naast een Nederlander die naar Vietnam ging voor zaken. Hij kocht stukjes en beetjes van de failliete boedel van Parmalat in zuidoost Azië. We praatten wat en een andere man benaderde mij en vroeg of ik er bezwaar tegen had om van plaats te ruilen.
Ik had geen bezwaar natuurlijk. Het werd nog beter, ik moest naar de business class. Alleen tegen het opnieuw van plaats verwisselen net voor de landing maakte ik bezwaar. Het was alles of niets. Hij stemde ermee in en ik ging naar de business class in de voorkant van het vliegtuig. Een goed begin van de reis, dat zeker.
Waarom zitten er altijd dikke mensen in business class? Hebben zij meer geld of zijn zij bereid meer te betalen voor wat meer stoel breedte? Nu ook weer enkele dikke medemensen. Ik genoot van mijn ontbijt met echt metalen bestek. Terroristen vliegen namelijk nooit business class! Mijn dag kon niet meer kapot.
Een uurtje later landen we op het " Ho Chi Minh City International Air port". Vanuit het vliegtuig zag ik niet veel verschil met andere landen in de buurt. Ik was benieuwd wat ik hier zou aantreffen. Het verlaten van het vliegtuig door een slurf had ik zeker niet verwacht en dat betekende dat het toch wel modern was. Een enorm lange galerij met aan beiden kanten glas moest ik door voordat ik bij de immigratie aankwam.
Infrarood camera's stonden klaar om mensen met een verhoogde temperatuur eruit te vissen, dit natuurlijk in verband met SARS. Wat me meteen opviel waren de enorme hoeveelheid petten en oerlelijke groene uniformen. Een kleur die zeker niets met camouflage te maken had. Ze zouden minder opvallen in rode pakken! Wie ze droeg of wat ze waren wist ik nog niet. Logistiek was de immigratie dienst nog niet zo ver ontwikkeld. Tergend langzaam ging de rij langs de twee beambten. Toen ik na ruim dertig minuten eindelijk aan de beurt was kon ik mijn ogen niet geloven. Hier achter het bureau had de tijd niet stilgestaan! Mijn paspoort werd gescand door een ambtenaar en de software deed de rest. De tweede keek over zijn schouders mee. Mijn gegevens werden automatisch ingevuld en ook mijn paspoort foto verscheen op het scherm, alleen de geldigheidsduur van het visum werd met de hand ingevuld. Mijn gezicht werd gecontroleerd met de foto en een goedkeurende knik viel mij ten deel. Dat was het dan, ik was in Vietnam.
De luchthaven zag er op het eerste gezicht primitief uit. De afhandeling van de bagage was echter wel in orde. Alle bagage lag op een grote hoop naast de band die al stil stond. Mijn rugzak, een kilo of tien, was snel gevonden en met half dichtgeknepen ogen stapte ik het felle zonlicht en de hitte van de dag binnen. Onmiddellijk was ik omgeven met Vietnamezen die mij de meest uiteenlopende diensten aan boden. Taxi? Lady? Change Money? Hotel? Eerst mijn Oakley! Met de zonnebril op mijn neus zag Saigon er al een stuk beter uit. Ik liep weg van de troep en ging ergens in de brandende zon zitten, wetend dat zelfs de hardnekkigste tout hier wel een heel grote hekel aan had.
En ja hoor, ik was voor een paar momenten alleen. Ik las snel in mijn LP waar ik heen moest en wat het mocht kosten. De eerste taxichauffeur die nu de moeite nam om mij aan te spreken mocht mij naar een hotel rijden. Wetend in mijn achterhoofd dat hij daar een provisie voor zou ontvangen. US$ 7 voor het ritje, en het hotel waar hij mij naar toe bracht zag er goed uit. US$ 25 voor een nacht, mijn limiet voor deze reis. Ik was blij dat ik even op mijn bed kon gaan liggen. Een hazenslaapje zou mij goed doen.
Na een korte rust was ik klaar om Saigon in te gaan. Ik vroeg aan de receptie mijn paspoort terug en volgde de aanwijzingen van de receptionist op om bij de bank te komen. Mijn eerste ervaring met de Vietnamese Dong. Het geld zag er vreemd uit en je kreeg er ook enorm veel van. 1.675.000 voor honderd US dollar, ik moest het wel twee keer natellen voordat ik het eindelijk goed had gekeurd. Met het lokale geld op zak stapte ik de nieuwe wereld binnen. Saigon.
Een stroom van indrukken kwam bij mij binnen. Ik had de plattegrond van Saigon in mijn gedachten geprent en liep nu in het wilde weg door deze miljoenenstad. Bijna vijf miljoen mensen op een hoop is wat de LP mij vertelde, deze zat natuurlijk als back-up in mijn broekzak. Ik liep richting de rivier en die kon je niet missen. De Saigon rivier, deze loopt door Ho Chi Minh City. De lokalen noemen de stad nog steeds Saigon, regeringsafgevaardigden en officials blijven het HCMC noemen. Dit waarschijnlijk om de overwinning op het slechte zuiden en de superioriteit van het noorden een extra glans te geven.
Wat mij het eerste opviel was de stank van urine. Binnen enkele minuten had ik ook meteen gezien waarom dit zo was. De mannelijke helft van de bevolking pist waar ze staan. Het maakt niets uit of het op een markt is, een park, een zijstraat of een plein. Als de natuur roept gaat ie uit de broek en laat maar lopen. Het tweede waar je absoluut niet omheen kan is het aaneengesloten concert van toeters. Er wordt niet getoeterd om gevaar aan te kondigen maar meer om te zeggen, "Ik kom eraan"! Met 2.000.000 brommers en wat auto's en bussen kun je begrijpen wat een kabaal dat geeft.
Langzaam slenterde ik richting de rivier. Een opstootje trok mijn aandacht en ik wilde wel eens zien wat die mensen bezielde. Het ging snel! Het geld ging van hand op hand. Twee hanen werden losjes langs elkaar gestreken. Ze werden op elkaar losgelaten. In een gejuich van de mensen vlogen ze op elkaar af. Er vlogen wat veren in de rondte en al snel lag één van de hanen gewond op de grond. De overwinnaar werd gegrepen door zijn baas en ging terug onder de bamboe kooi. De gewonde haan bloedde dood. Al vloekend en duidelijk teleurgesteld verliet de eigenaar met de dode vogel het strijdtoneel. Waarschijnlijk was die haan gepromoveerd tot het avondeten. Alles was in een flits voorbij. De menigte loste zich op en enkele seconden later stond ik weer alleen aan de stoeprand.
Ik liep verder richting de rivier en werd wel om de twee minuten aangesproken door een fiets of motortaxi. "Where you go"? "Very cheap!". "One hour, 10000". Ik probeerde dit niet te zien maar soms gingen ze gewoon voor je staan en sneden al rijdend met hun voertuig je de pas af. Ik wilde niet kwaad worden en bewaarde mijn rust. Ze gingen meestal na enkele tientallen seconden weer weg. Ik wist dat ik was verdwaald toen ik bij een smal stroompje aankwam. Dit kon nooit de rivier zijn die de Fransen had gemotiveerd om Vietnam in te lijven. Mijn gevoel zei links af en dat volgde ik dan ook meteen op.
Ik passeerde een paar jongens die even een motor van een Renault 4 uit elkaar hadden gehaald. Ik dacht aan de tijd dat ik hielp bij een garage in Zaltbommel. Dat was eeuwen geleden dus. Deze auto had waarschijnlijk al miljoenen kilometers op de klok en was duizend keer gerepareerd. In onze westerse samenleving is deze auto al tien keer afgeschreven en de weinige die nog over zijn worden als oldtimers vertroeteld. Hier is het gewoon een automobiel. Niets wordt hier verkwist!
Een wel erg volhardende fietstaxichauffeur kreeg mijn sympathie tenslotte. Hij was ook meteen vriendelijk op een vreemde manier. Een brede glimlach vanonder zijn grijze pet. Ik boekte hem voor de volgende dag en vertelde dat hem dat hij om negen uur bij mijn hotel moest zijn. Ik liet het visitekaartje zien en hij wist meteen waar het was. "Ik ben er al om acht uur", lachte hij en verdween in de verte. Eindelijk kwam ik aan bij de Saigon rivier. Ik stak de drukke straat over en ging weer links af de boulevard op. Ik dronk wat water aan een geïmproviseerd terras langs de rivier en keek nog eens goed om mij heen. Het was veel anders dan ik mij had voorgesteld. Meestal maak ik geen voorstelling over wat ik ga zien. De meeste mensen die ik tegenkom zijn altijd teleurgesteld. "Ik had het mij veel anders en mooier voorgesteld", hoor je dan ook erg vaak.
Vandaag moest ik ook nog wat shoppen. Ik wilde voor een mini statief kijken en ook een paar postkaarten moesten worden gekocht. Een goede vriend, Peter Hermens, was jarig en dat kon ik niet overslaan. Ik was verder niet echt op zoek maar als ik iets zag dat me aanstond dan kon ik het kopen. En een statief vond ik. 45.000 Dong, niet slecht. Postkaarten vond ik in een boekenwinkel die mij meteen een hoop vertelde over de staat van het communisme en de vrijheden van de bevolking. Daar stonden de boeken op een plank. Van de beste kameraden tot de grootste schurken, wel in het Vietnamees en ik kon natuurlijk niet lezen of het wel of geen propaganda was. Maar toch, ik had meteen een goed gevoel over Vietnam. Ook stond het borstbeeld van uncle Ho op een prominente plaats. De postkaarten waren van een enorm formaat, maar ik heb er toch maar een paar gekocht. Postzegels waren niet op voorraad dus moet ik de volgende dag naar het postkantoor, dat zou op zich wel weer een klein avontuur zijn.
Ik keek in mijn LP en probeerde uit te vinden waar ik mij op dit moment bevond in de stad. Het was niet eenvoudig maar ik kwam er toch uit. Ik ging richting mijn hotel, gooide alles op het bed in mijn kamer en ging op weg naar het backpakkers gebied van Saigon. Het "Khao San van Saigon" wel te verstaan. Cheap, cheap en nog eens cheap. Een café op een hoek met een klein terras zag er aantrekkelijk uit. Er zaten ook wat buitenlanders, wat meestal zegt dat het eten er goed is en de prijzen redelijk. En dat klopte dan ook. Ik gebruikte een kleine maaltijd met een paar bier en voldaan ging ik weer richting mijn hotel voor mijn douche beurt en een korte rust.
Eenmaal wakker en opgefrist kreeg ik de schrik van mijn leven. Het kabaal in het hotel was van die kwaliteit dat zelfs mijn buren zouden gaan klagen.
Even een korte uitleg: ik heb sinds mijn terugkomst uit Australië in december 2003 veel overlast van mijn buren. Ze werken elke avond van vijf tot twee. Bij thuiskomst gaan ze gezellig Karaoke zingen en eten koken. Tel daar nog drie honden bij op die liggen te janken totdat de baas weer thuis komt en je begrijpt dat het moeilijk is om in slaap te komen. Het geheel blijkt onbespreekbaar met de buren wat als resultaat heeft dat ik van de dag de nacht moet maken en hun dagritme moest overnemen. Ik ben daar erg gefrustreerd uitgekomen en geluidsoverlast is een obsessie voor mij geworden.
Ik wilde onmiddellijk weten waar dat kabaal vandaan kwam. Ik opende de deur van mijn kamer en een zondvloed van Aziatische muziek kwam mijn kamer binnen. In Paniek keek ik om mij heen in het trappenhuis en het leek overal vandaan te komen. Ik snelde verward terug naar mijn kamer. Was het de tv? Had ik een karaoke bar over het hoofd gezien? Hoelang zou dit duren? Ik wilde tenslotte niet de hele avond opblijven! Uiteindelijk kwam ik tot mijzelf en besloot te gaan eten. Ik liep de kamer uit en nam de lift naar de begane grond. Met het dalen van de lift nam ook het lawaai af. Eenmaal op de begane grond bij de receptie hoorde ik bijna niets meer, ook niet in het trappenhuis. Ik besloot af te wachten en mij later te beklagen als ik wilde gaan slapen.
Ik liep al weer een beetje meer opgewekt richting het café dat ik die middag had gevonden. Een tweede test zou het ondergaan vanavond. De eerste hindernis op mijn weg was het oversteken van een brede straat. Honderden brommers die van alle kanten langzaam op je af komen. Niemand stopt en ik kan op dat moment ook geen voetgangers oversteekplaats ontdekken. Langzaam maar met een volharding naar de overkant dan maar.
Ik stap toch wel met een beetje angst het zwarte wegdek op en kijk naar links. Ze rijden namelijk rechts in Vietnam. Ik kan mijn ogen niet geloven. Bij elke langzame stap vooruit opende het voorbij razende verkeer zich als de rode zee voor Mozes. Ik krijg er zelfs plezier in. In het midden van de 20 meter brede weg wordt het wel een beetje oppassen geblazen. Hier gaat mijn hoofd van links naar rechts als bij een versnelde tenniswedstrijd. Ik moet ze nu aan beide kanten in de gaten houden. Een paar stappen verder wordt het dan weer gemakkelijker en ik hou het van rechts aanstormende verkeer in de gaten. Vermoeid maar voldaan sta ik na te genieten aan de overkant van de weg.
En ook de bron van mijn ongemak, het lawaai, was gevonden. Een groot podium stond niet ver van mijn hotel op een plein met een paar honderd Vietnamezen ervoor. Op het podium, dat ter ere was van de vijftigste verjaardag van de slag om “Dien Bien Phu”, werden liederen ten horen gebracht over de glorie en de kracht van het communisme. Plaatselijke grootheden uit de entertainment industrie waren gehuurd, waarschijnlijk kunnen ze toch geen nee zeggen, om de boodschap uit te dragen. Mooie meisjes, kuis gekleed, dansten op de ritmes van de band. Ik keek het schouwspel een kwartiertje aan en toen won de honger van mijn nieuwsgierigheid.
Mijn tweede maaltijd bij het café bestond uit een pizza. Ik had die middag al een ex-pat gadegeslagen die hem met veel smaak en plezier naar binnen had gewerkt. Ik moet ook eerlijk zeggen dat de rijst en groente die middag goed waren. Maar toch het zekere voor het onzekere genomen. Niet teveel van die lokale gerechten. Om en om! Ik wil de loperamide nog een tijdje in de medicijnentas houden. Ik dronk nog een paar bier en kletste wat om mij heen met verschillende mensen. Vol en voldaan liep ik terug naar mijn hotel. Het concert was inmiddels afgelopen en door lege halfdonkere straten ging ik richting het hotel. Tijdens mijn nachtwandeling vielen twee dingen mij op. Ten eerste, de straten waren schoon. Ja, echt schoon. Op bijna een onAziatische manier. Het andere was het rechts rijden. Ik moest steeds op mijn hoede zijn bij het oversteken. Het was een nieuwe wereld. Ik kon terugkijken op een geslaagde eerste dag in Vietnam. Als de trend nu was gezet dan zou het zeker een leuke reis worden. Morgen de tempels.

maandag 3 mei 2004

Vietnam, een inleiding

Vietnam 2004

Ik weet eigenlijk niet wat ik moet verwachten. De verhalen die ik heb gehoord zijn allemaal in de orde van. You'll love it or you'll hate it. Vietnam is communistisch met een knipoog. China de grote broer kijkt over zijn schouder toe. De toeristen kunnen bijna niet op eigen gelegenheid reizen maar zijn toegewezen op staatsondernemingen die alles nauwlettend in de gaten houden. Saigon betekend voor mij de beelden van de laatste Huey tijdens de evacuatie van de Amerikaanse ambassade in 1975. Een verscheurd land achterlatend. Hanoi brengt mij terug naar de kerstmis bombardementen van 1972. De hele wereld schreeuwde om vrede en Nixon moest uiteindelijk toegeven. En alles daartussen in namen van veldslagen en oude paleizen. Ik ben benieuwd.

5 mei / 3 juni 2004

dinsdag 23 maart 2004

Maleisië, Kuala Lumpur

Kuala Lumpur, 17-23/03/2004

Op woensdagochtend werd ik gewekt door mijn mobiele telefoon die nu zijn werk deed als wekker. Acht uur dus. Opnieuw waren er enkele jumbojet's in de douche naast mijn kamer opgestegen. Zoals verwacht kwam de taxi die ik gisteren had besteld niet opdagen. Ik zou dat stukje wel even lopen! Ik had vier broodjes ei gemaakt de vorige middag. Dat zou mijn lunch en snack zijn voor de dag. Onderweg nam ik een afslag te laat en mijn wandeling werd een kilometer langer dan ik verwacht had. Met een nat voorhoofd en een natte rug kwam ik bij het busstation aan. Een uurtje te vroeg, maar je weet nooit in deze landen. En als Nederlander ben ik natuurlijk altijd ruim op tijd. De bus van de "Transnational" stond al op de parkeerplaats te wachten. Ik hing wat rond en bekeek mijn mede passagiers die één voor één hun bagage in de buik van de bus plaatste. Ik hield natuurlijk meteen ook mijn eigen rugzak goed in de gaten.
Om kwart voor twaalf opende de chauffeur de deur en de passagiers snelden naar binnen. Eindelijk airconditioning! Toen het er op leek dat iedereen zijn plaats had ingenomen was de bus nog niet eens half vol. Ik had sowieso twee plaatsen voor mijzelf gehad. Toch was ik blij dat ik voor nog geen twee euro de gok om naast een ander te zitten niet had genomen. De chauffeur liep door de bus en controleerde de plaatsbewijzen. Achter mij ontstond een beetje commotie. Er zat een groep Vietnamese bouwvakkers in de bus. Ik had ze gadegeslagen toen ze alles wat ze bij hun hadden in de bagageruimte lieten verdwijnen. Rijst koker, ventilatoren, potten en pannen en nog meer van dat huishoudelijk spul. Waarschijnlijk sjouwden ze heel hun hebben en houden mee van bouwplaats naar bouwplaats. Zij spraken geen Maleis en de chauffeur geen Vietnamees. Vol interesse keek ik wat er zou gaan gebeuren. Ze zaten op de verkeerde stoelen. Snel een stoelendans opgevoerd en alles was opgelost.
Toen de chauffeur weer voor in de bus aankwam verwachtte ik dat we zouden vertrekken. Nee dus, de chauffeur stapte de bus uit en begon een sigaret te roken. Hij keek voortdurend om zich heen alsof hij op iemand stond te wachten. Hij keek nog eens goed op de passagierslijst, die in zijn kontzak was gestoken, en rookte nog een sigaret. Een Vietnamees probeerde een gesprek met mij te beginnen. Ik spreek helaas geen Vietnamees en hij geen andere taal. We waren dus zo uitgesproken, ook met alle goede wil in de wereld kwamen we geen steek verder. Ondertussen was het al kwart over twaalf en we waren dus 15 minuten te laat. Ik begreep er niets van. Toen hij de bus binnen kwam vroeg hij aan mij in kreupel Engels waar mijn vriend was. Ik begreep er niets van en probeerde voorzichtig iets meer te weten te komen wat hij nou precies bedoelde. Nou, dat was eenvoudig. De stoel naast mij was leeg dus hij miste een passagier! Toen ik hem had uitgelegd dat ik twee kaartjes voor mijzelf had gekocht keek hij mij onbegrijpend aan en nam kwaad plaats op de chauffeurs stoel. Met een zuurkijkende mopperende chauffeur gingen we richting Kuala Lumpur.
De reis ging voorspoedig en we stopten een enkele keer om passagiers op te pikken of af te zetten. Ook werd er een tweede chauffeur opgepikt die konstant in de deuropening stond te roken. Altans, totdat hij achter in de bus ging liggen slapen. De Vietnamesen achter mij waren meteen in een diepe slaap geraakt. Het was nu de eerste keer dat ik mijn nieuwe I-pod aan de test zou onderwerpen. En ik kan nu zeggen dat het één van de beste dingen is die ik op mijn reizen kan meenemen. Ik genoot meer dan vijf uur onafgebroken van mijn favoriete muziek terwijl ik naar buiten keek en het landschap in mij op nam. Toen ik in de verte de "Petronas Towers" en de "Menara Tower" zag opdoemen was ik blij om weer in KL te zijn. Net na een tol station stopte de bus en de Vietnamezen werden met hun hele handel in de berm van de autosnelweg afgezet. Een telefoontje van de buschauffeur en we reden weer verder het centrum van KL in. De twee chauffeurs gemeen en achterbaks lachend terwijl ze in het Maleis naar elkaar schreeuwden.
De bus reed direct naar het "Puduraya busstation" en daar was dan ook meteen het eindpunt van de busreis. Ik gooide mijn grote rugzak op de schouder en nam de kleine in mijn hand. Het was maar een ruime honderd meter naar de taxistandplaats. Ik probeerde een taxi te krijgen maar geen van de bandieten was geïnteresseerd in een korte rit naar mijn hotel. Nou ja, ze wilden wel maar ik moest dan meteen de hoofdprijs betalen. Vier maal het gewone tarief. Daar had ik geen trek in. Dan maar lopen. Ik liep met de volle bepakking richting mijn hotel. Een minuut of vijftien lopen. Best wel lekker na een hele dag in de bus te hebben gezeten. Het hotel was niets veranderd. De receptionist herkende mij meteen en begroette mij als een oude vriend, dat strijkt toch wel een beetje je ego. Ik begroette de hele staf van het hotel en nadat ik de formaliteiten had afgewikkeld ging ik naar mijn kamer. Het was een kamer naast die van vorig jaar. Het uitzicht was niet zo mooi maar het is toch een heerlijk hotel midden in het cetrum.
Ik friste mezelf op en liep een uurtje later het hotel uit voor mijn eerste avond in Kuala Lumpur. Zoals alle steden veranderd ook Kuala Lumpur elk jaar. Er was nu een nieuwe Ierse pub op de hoek en het guesthouse waar ik enkele jaren geleden met Kris een mooie tijd had gehad was gesloten. Of misschien nog open maar er was toch zeker niemand thuis. De grootste schok kreeg ik echter toen ik in China Town kwam. De vroegere o zo gezellige markt was nu overdekt en één van de belangrijkste straten was afgesloten wegens een renovatie om alles met een waas van kitsch te overgieten. Onbegrijpelijk!!! Één van de belangrijkste weekeinden in het jaar en het centrum is gewoon afgesloten. Gelukkig was mijn favoriete Chinese restaurant gewoon open en ik werd begroet door mijn oude vrienden, Mr. Lee zag er nog steeds gezond uit. Ik nam een stoel aan een tafel op het geïmproviseerde terras. Ik liet mij de grote fles Tiger Beer goed smaken. Na een snackje en nog een biertje ging ik terug naar mijn kamer. Het zou morgen een drukke dag worden.
17 maart betekend St. Patricksday en dat is geen goed moment om een kamer in een hotel tegenover een Ierse pub te hebben. Ik werd gek van het lawaai. Ik was het lawaai juist ontsnapt in mijn huis in Pattaya. Het was een obsessie voor me geworden. Ik lag wakker en luisterde naar het zingen en het juichen. Ik vroeg mezelf af wat ze aan het doen waren. Uiteindelijk viel ik toch in slaap en had een slechte nachtrust.
De donderdag begon goed en slecht. Ik wilde om een andere kamer vragen. Dat zou alleen niet zo gemakkelijk zijn. Het was Formule 1 weekend en het hotel zat zo goed als vol. Twijfel door die verdomde herrie die ik thuis al maanden aan het bevechten was. Ik was kwaad op mijzelf en kon niet bevatten dat ik dit niet kon veranderen. Uiteindelijk gaf ik de kamer nog een tweede kans. Ik voelde me uiteindelijk ook wel een beetje eenzaam. Vorig jaar was ik hier met William en ik miste hem wel een beetje. Ik zou hem begroeten in Thailand als ik weer thuis was. Morgen zou Jeff komen, dan had ik een vriend hier en alles zou bijna weer normaal zijn. Vandaag had ik een volgepakt programma. Eerst wat ontbijt eten en dan de torens op. Nou ja, de brug tussen de torens. Het zou mijn 17e keer zijn. Ik weet het klinkt belachelijk maar deze torens zijn niet te beschrijven. Een ongekende architecture schoonheid in roestvast staal en glas. Islamitische symbolen verweven tot een oogverblindende constructie. Je moet het gezien hebben.
Mijn kaartje voor de torens was zo opgehaald en ik had voldoende tijd om een ontbijtje in de kelder te scoren. Na de brug te hebben bezocht was ook de verkoopbalie voor de Grand Prix in de kelder van het KLCC open. En ik kon het niet geloven maar ze hadden de kaartjes die ik wilde hebben! Het was nog niet eens twaalf uur en ik had bijna alles al gedaan. Nog even kaartjes ophalen voor de ultra snelle trein en de bus naar het circuit in het "Sentral Stesien" en ik was klaar. Halverwege de middag legde ik mijn hoofd op mijn kussen en sliep een paar uur. Mijn missie was geslaagd.
De avond bracht ik door met wat rondslenteren door de stad. Een stad veranderd als je het meeste al hebt gezien. Als je niet bekend bent met de stad kan je nog op ontdekking uit gaan. Ik ken het centrum van KL zo ondertussen van binnen en buiten. Er schiet voor mij weinig meer over dan een Indiase maaltijd bij Juzoef, een paar bier in Chinatown en met de ondergrondse naar KLCC, het shoppingcentre onder de torens, voor een kopje koffie. Dan naar bed. Ik keek er naar uit om niet meer alleen te zijn.
De volgende ochtend at ik mijn ontbijt in mijn gebruikelijke luxe broodjeszaak. Een soort DeliFrance alleen in een Aziatische stijl. Ik genoot van de lokale krant, vol met nieuws over de verkiezingen, en had natuurlijk al mijn kaartje voor de brug op zak. Ik kan het niet beschrijven maar die rit in de lift naar de 45ste verdieping is gewoon een rit naar de hemel. Eenmaal op de brug zie je steeds weer wat anders. De stad komt tot leven als het ware en zijn aanzicht vanaf 170 meter hoogte veranderd keer op keer. 20 minuten later stond ik weer op de begane grond. Ik zocht de zo lang mogelijkste weg, om tijd te doden, naar het centraal station. Ik zou Jeff gaan ophalen die middag. Hij kwam met Air Asia, een nieuwe budget maatschappij die vanuit Kuala Lumpur opereerd. Het liep op rolletjes. Ik had de tijd goed ingeschat en ik had mijn laatste slokje koffie nog niet doorgeslikt en ik zag Jeff al in de verte aankomen. Ik was blij hem te zien.
In een mum van tijd waren we in het hotel en Jeff installeerde zich in de kamer. Hij was duidelijk onder de indruk van wat hij allemaal zag. Ik was van mijn kant blij dat ik hem dit allemaal kon laten zien. Het eerste waar we aan toe waren was een koud biertje en dat is eigenlijk de lijn van het verhaal vanaf hier. We keken wat rond in de stad en hadden een goede avond in de Ierse pub. Er was namelijk rugby op tv. Het werd erg laat.
De kater die volgde was een goede. We schrapten de kwalificatie van zaterdag op Jeff's verzoek en hingen wat rond in de stad. Jeff was duidelijk aangeslagen. De zaterdagavond gingen we dan ook vroeg naar bed. Ook op zondagochtend was mijn vriend nog niet hersteld van de vrijdag. Gelukkig is het vervoer van en naar het circuit goed geregeld. Altans, als de chauffeur weet waar hij heen moet. In ons geval wist de chauffeur niet welke route hij moest rijden. Een paar verkeerde afslagen en we zaten op de tolweg terug naar Kuala Lumpur. In de bus werd er gemord door de passagiers en de chauffeur werd gesommeerd om om te keren. Maar waar? Deze tolweg gaat kilometer na kilometer verder zonder een afslag. Uiteindelijk na een kilometer of vijfentwintig konden we omdraaien en weer richting het circuit gaan. Na een lange omweg kwamen we aan op de plaats van bestemming. Het had wel een uur langer geduurd maar het belangrijkste was dat we er waren. Geleerd van de fouten in de voorafgaande jaren was het punt van afzetten en ophalen gewijzigd. We moesten nu een kilometer of vier lopen naar onze plaatsen. Natuurlijk bezochten we eerst de markt voor de hoofdingang. De race op zich was niet zo spannend maar om er bij te zijn is toch iets bijzonders.
De laatste twee dagen gingen wat rond de stad en deden inkopen. We kochten veel etenswaren die in Thailand niet te krijgen zijn. Jeff herstelde langzaam en hij kocht ook nog een Playstation 2 voor zichzelf. Daar zaten we dan met zijn tweëen, de dinsdagavond voor het vertrek, te golfen op de kamer. Het bezoek van de brug op de dinsdag, maandag gesloten, maakte nog de grootste indruk op mijn vriend. Ik was teleurgesteld omdat dit mijn 20ste had moeten worden. Ik had zaterdag verzaakt en daarom ben ik nu één bezoek te kort. Volgend jaar dan maar. Uiteindelijk kwamen we terug in Pattaya. Het was een geslaagde reis. Volgend jaar gaan we weer en dan drinken we iets minder zodat we iets meer kunnen doen.

zondag 7 maart 2004

Singapore: India avond

Singapore (Shing Hotel (414), zondag 7 maart 2004

Het Indiase ontbijt wordt op deze zondagochtend overgeslagen. De reden daarvoor ligt voor de hand. Het restaurant gaat pas om negen uur open en sta om acht uur met een krant onder de arm voor de deur. Naast het restaurant is een 7-11 winkel die hoogstwaarschijnlijk ook wel wat te eten heeft. Dan ontbijten we maar op de kamer.
Met enkele voorverpakte sandwiches, een kartonnen beker oploskoffie en twee flesjes 100+ ga ik richting mijn kamer. De Chinees die op deze ochtend achter de receptie zit knikt vriendelijk en groet me met een ‘Goodmorning’. Hij vraagt nergens om en probeert me ook niets te verkopen. Hoeveel verschillende mensen zouden er wel niet in dit kleine (seks)hotel werken?
De tv met daarop elk half uur het nieuws uit Singapore en omstreken opent deze zondag. En zo zit alleen op mijn kamer. Een hapje brood, een slokje koffie en de krant, de tv speelt op de achtergrond. Een luie zondag ver van huis en ver van Thailand. Het alleen reizen heeft zo ook zijn nadelen. Dit is zo’n moment dat je eigenlijk wil vermijden!
Mijn ervaringen van de afgelopen twee dagen schreeuwen in mijn hoofd om verteld te worden. Maar er is niemand aan wie ik die verhalen kwijt kan, er is niemand in mijn omgeving die de verhalen wil horen. Gelukkig heb ik mijn toetsenbord en mijn website waar ik mijn ervaringen en gevoelens als in een modern dagboek kwijt kan.
Om een uur of elf ben ik het wel zat om op bed te liggen. Buiten op de gang rammelt er een karretje van de schoonmaakdienst. De kamer moet ook worden schoongemaakt en het bed opgemaakt dus moet ik wel op pad. Na een korte douche schiet ik in schone kleren en gewapend met mijn normale wandelbagage stap ik de warmte van de tropen in. Ik kan links- òf rechtsom maar uiteindelijk maakt het allemaal niets uit. Ik loop gewoon wat rond en geniet van alles wat er om me heen gebeurd. Wat ben ik toch een begenadigd en gelukkig mens dat ik dit allemaal mag meemaken en ervaren.
Vandaag is het “Formula One Day”, de opening van het seizoen in Australië. Een tv om de race te kijken is hier in Singapore niet zo vanzelfsprekend als in Thailand. In Singapore is alles gereguleerd en er moet ongetwijfeld een extra vergunning worden gekocht om de beelden in een openbare ruimte te mogen tonen. “the Penny Black” is waarschijnlijk een van mijn beste opties. Met een gemiddeld tempo, net niet snel genoeg om bezweet te raken, loop ik richting de Singapore rivier. Bij the Penny Black aangekomen tref ik een peloton schoonmakers aan die de pub van binnen helemaal ondersteboven zetten en een andere groep die de terrassen aan de rivier voor de middag en avond in gereedheid brengt.
In eerste instantie wordt ik totaal genegeerd, ook wanneer ik plaats neem aan een van de (eet)tafels op het terras langs de rivier. Als een onzichtbare klant wordt ik door een handvol personeelsleden van de Penny Black genegeerd. Totdat er een chinees meisje mij de menukaart brengt. Het is precies twaalf uur! De pub is geopend en er kunnen zaken worden gedaan. Nog voordat ik bestel moet ik me ervan vergewissen dat de tv, op het grote projectiescherm, wel aan gaat en dat er dan ook nog eens de Formula 1 race in Australië wordt getoond. Dat gaat allemaal een stuk gemakkelijker dan ik had verwacht. Binnen enkele minuten zit ik te kijken naar de voorbereidingen voor de start van de race.
Ik kies voor het volledige Engelse ontbijt met een enorm glas cola light. Ik weet wat het gaat kosten en dat bedrag slaat een groot gat in mijn budget voor vandaag. Maar ja, echt veel plannen heb ik toch niet voor deze zondag. Een beetje wandelen en een beetje luieren, dat is het zo’n beetje.
Tijdens het wachten op het ontbijt speelt mijn kies weer op. Net voor mijn vertrek is er een kies gerepareerd. Ik denk er zelfs voor een moment aan om een nagelvijl te kopen en hem zelf af te vijlen. Aan de andere kant kan ik het nog wel een weekje of twee volhouden. Maar dat ik nog terug moet naar de tandarts in Pattaya is wel duidelijk.
De race in Melbourne en het Engelse ontbijt starten haast beiden tegelijk. Ik zit op een schitterende lokatie met heerlijk eten en de Formule 1 race op de tv. Mooier kan het bijna niet worden. Nadat het bord en mijn glas leeg zijn is ook de race bijna afgelopen. De Ferraris hebben een dubbelslag geslagen en de rest van het seizoen lijkt ook al bekend.
Snel de warmte van de middagzon uit en naar de koelte van de ondergrondse! “City Hall”, dan overstappen op “Dhoby Ghaut” waarna “Farrer Park” mijn eindstation is. Op deze middag is de koelte van mijn kamer wel welkom. Mijn bed is opgemaakt en er liggen twee verse handdoeken in de badkamer. Mijn bed is mijn gastheer voor de middag. Even de ogen toe!
India avond
Zodra ik de hoek om ga weet ik niet wat ik zie! Klein India is veranderd in één grote mensenmassa. Voor “Mustafa Shopping Center” staan rijen mensen voor de openbare telefoons, rijen mensen voor de ATM's, rijen mensen bij de man die de betelnoot verkoopt. Overal lange rijen mensen. Het is zondagavond in Singapore en dat betekend voor de vele mensen uit India, Sri Lanka en Bangladesh dé avond om naar huis te bellen, om vrienden te ontmoeten of misschien wel ander, beter betaald, werk te vinden.
Het rad van avontuur
Alles draait vanavond om de telefoon kaarten. Letterlijk en figuurlijk, er is zelfs een rad van avontuur waar je voor een dollar een telefoonkaart van tien dollar kan winnen. En druk natuurlijk! Een gokje is snel gewaagd en er zijn veel winnaars. Door de fascinerende maar ook zeer moeilijk te passeren mensenmenigte ga ik op weg naar een enorm foodcourt dat ik gisteren al heb opgemerkt. Voor diegene die niet bekend zijn met het fenomeen foodcourt zal ik dit beknopt uit leggen:

Een food court is een verzamelplaats van restaurants met een gedeelde zitruimte. Het doel van een food court is om te voorzien in de verschillende eetbehoeftes van een groepje mensen, maar toch de mogelijkheid te bieden om gezamenlijk te eten en te proeven van verschillende keukens. De meest voorkomende plaats van food courts is binnen gelegenheden waar grote groepen mensen zich bevinden, zoals vliegvelden en grote winkelcentra.

Ik kies voor de Mee Goreng (€ 1,50), en die is van en kwaliteit waar je alleen maar gelukkig van kan worden. Een oude moslim vrouw staat in de hoek van de enorme ruimte, in een aparte kleine keuken, portie voor portie vers te bakken. Bij de dranken counter koop ik een grote fles ijskoud “Tiger Beer” voor S$ 4,60, zeg maar € 2,30. Zo zit ik voor nog geen vier euro heerlijk te eten! En dat terwijl iedereen weet dat het in Singapore héél erg duur is, niet uit eigen ervaring maar van horen zeggen.
De andere kant van de rivier
Na het eten slenter ik nog maar een keer de stad in. Het verveelt namelijk nooit om langs de rivier te lopen en te kijken naar de verlichte oude èn nieuwe gebouwen. Ik maak het vanavond niet te laat, het plan is om morgen naar Johor Bahru vertrekken.

zaterdag 6 maart 2004

Singapore: Regen en vochtigheid

Singapore (Shing Hotel (414), zaterdag 6 maart 2004

Het was iets te gezellig en ik had iets teveel gedronken op de vrijdagavond. De MRT, de metro van Singapore, bracht me naar “Farrer Park MRT station”. Een van de zaken die je vooraf moet weten over de metro in Singapore is dat die voor de werkende mensen van de maatschappij is gebouwd. ’s Avonds na, zeg ongeveer, half twaalf vertrekt de laatste trein en dat is het dan, de volgende ochtend rond vijf uur komt alles weer op gang. Er rijden nog wel nachtbussen maar die vertrektijden midden in de nacht zijn zo onaantrekkelijk dat haast iedereen voor een (gedeelde) taxi kiest.
Op het moment dat ik de gordijnen van mijn kamer open trek sta ik oog in oog met dikke, langzaam naar beneden kruipende, waterdruppels. Het regent! Dat is een van de nadelen van de tropen waar ook veel tropische regenwouden zijn te vinden. Buiten gaat het leven gewoon verder, net als op een zonnige dag in de tropen.
Ik kruip weer onder de dunne deken omdat de koelte van de airconditioning in mijn kamer haast onaangenaam is. Ik kan me niet herinneren dat ik een afstandbediening of een thermostaat aan de muur heb gezien. Waarschijnlijk wordt het klimaatsysteem in het oude gebouw centraal geregeld. En de leeftijd van het systeem heeft ook de kwaliteit en betrouwbaarheid aangetast. Het is voor mij in ieder geval te koud.
Met mijn hoofd op mijn handen en mijn blik op het plafond denk ik na. Over van alles en nog wat. Over Thailand en de twijfels over Thailand die ik nu toch wel heb. Het is niet allemaal rozengeur en maneschijn in het land van de lach. Na drie jaar ben ik nog steeds vrijgezel. En hoewel ik liever wat gezelschap om me heen heb lijkt het in dit geval beter voor me. In Pattaya luister ik elke avond naar de verhalen van de teleurgestelde mannen, over schoonmoeders, buffalo’s, slechte seks, gouden kettingen en huizen in de Isaan. Het lijkt het hoofdonderwerp van alle gesprekken te zijn. Alleen zijn in Thailand is zo slecht nog niet.
Ondanks de oneindig neerdalende regen moet ik toch opstaan om voor elf uur mijn plaatsje in het Indiase restaurant voor mijn ontbijt in te nemen! Om tien voor elf storm ik binnen en het lijkt dat het personeel daar niet zo blij mee is. Eigenlijk ben ik zelf ook niet zo blij meer! Ik kijk eens goed om mij heen en het lijkt dat ik op deze regenachtige zaterdagochtend de eerste klant voor het ontbijt ben. Het eiwit van de gebakken eieren ziet er uit als een buitenaardse kunststof en de dooier als een gesmolten tennisbal. De tomatensaus van de kerrie is ingedikt tot een pasta en de koffie valt onder het chemisch afval. Het is voor mij geen goede start van deze zaterdag!
Ik sla de krant open en probeer me te concentreren op het wereldnieuws. Na enkele slokken is de koffie wel te pruimen. Een half dozijn pikzwarte ogen staart naar mijn met margarine besmeerde geroosterde boterham. Het duurt niet lang en de visuele boodschap lijkt aangekomen! Met een glimlach van oor tot oor onder een gitzwarte snor serveert een kok twee vers gebakken eieren. Daar kan ik wat mee! Om het nog beter te maken wordt er ook nog een pot verse koffie voor me gezet. En dat alleen maar omdat ik de enige klant ben op de regenachtige ochtend in Singapore.
De angst dat ze de laatste klant voor de dagelijkse ontbijt gaan verliezen lijkt diep te zitten. Uit beleefdheid eet ik beide eieren en drink een sloot koffie. Dat zal vandaag wel een paar keer toilet zitten worden! ???? Ik kijk door het enorme raam naar buiten naar de ineengedoken stoet mensen onder de paraplu’s op weg naar god weet waar.
Misschien moet ik ook maar een paraplu kopen? Regen is me Australië ook een keer overkomen. Nadat ik een paraplu had gekocht heb ik de hele reis geen druppel hemelwater meer gezien.
Terug op de kamer valt er niets anders te doen dan spelen op de Acer laptop en wat verhalen te schrijven en foto’s te bewerken. En laat ik dan ook nog eens geluk hebben! Bij de eerste speurtocht in het radio spectrum vind ik een open netwerk waar ook nog eens een internet verbinding open staat. Dat is erg ontspannend voor de rest van de middag, of in ieder geval totdat de regen is gestopt. Ik ben hier tenslotte niet om de hele dag op bed te liggen.
Aan het einde van de middag stopt de regen en wordt het tijd om de stad in te gaan. Na een snelle douche steek ik me in de kleren en ga op pad. Bij de receptie wordt ik geroepen door een vadsige chinees met dikke brillenglazen. Hij kijkt naar het kamernummer op mijn sleutelhanger waarna hij een blik werpt in het dikke boek voor hem.
‘Fifty five dollar?’, lispelt hij.
Geen probleem, betalen moet ik toch en wanneer ik per dag betaal kan ik mijn budget beter in de gaten houden! In dit hotel wordt sowieso elke dag betaald, en meestal per uur, dat is me meteen duidelijk wanneer een oudere man met een jongere vrouw recht voor me de lift uit stapt. Die gaan de massage op een hotelkamer afmaken!
Popiah
Ik grijp een popiah als snack om de ergste trek te stillen. Hoe eenvoudig deze verse loempia dan ook mag zijn, deze popiah wordt niet gefrituurd, de explosie van smaken in je mond is er niet minder om. Het begint met een loempiavel, daar gaat een streek zoete zwarte saus overeen. Witte kool, taugé en wat andere groenten, naar wens uit wat uitgebakken vet spek, kaantjes, en nog meer saus en naar smaak chilisaus of sambal. Voor minder dan een euro is er al een bodem voor vanavond gelegd!
Singapore Merlion
Deze keer blijf ik wat langer in de ondergrondse trein zitten en ik kies ervoor om uit te stappen op het “Raffles Place MRT station”. Zodra ik boven de grond kom ben ik alweer verdwaald. Elk metro station heeft drie of meer uitgangen. Het blijft dus een beetje zoeken en gokken waar je weer boven de grond komt. De plattegrond van het metrostation is duidelijk genoeg om me naar de oevers van de “Marina Bay” te brengen.
Na een korte wandeling realiseer je je hoeveel planning er in deze stad zit. Het ene gebouw is nog meer architectonisch doordacht dan het andere. Zeker op deze foto is het ronde dak van “de Durian”, Esplanade - Theatres on the Bay, heel bijzonder om te zien.
Singapore Merlion

Maar ook “de Merlion”, de officiële mascotte van Singapore, een vis met een leeuwenhoofd is in zijn nieuwe verschijning heel bijzonder om te zien! Zeker met op de achtergrond de hoge gebouwen van het financiële district en het oude postkantoor, tegenwoordig het “Fullerton Hotel Singapore”, op de achtergrond.
Esplanade Bridge
Het is verfrissend om te zien dat de regen veel van de weinige toeristen binnen heeft gehouden. Singapore is nog steeds een stad waar je overstapt op een vliegtuig op weg naar Australië en Nieuw Zeeland. De meeste reizigers zullen nooit weten wat ze hebben gemist! De “Esplane brug” over de Singapore rivier is ook vanaf de onderkant heel bijzonder.
Cricket op zaterdagmiddag
Dat Singapore een oude engelse kolonie is wordt meteen duidelijk wanneer je op zaterdag over het enorme groene grasveld midden in het centrum loopt. Het clubhuis van de “Singapore Cricket Club” is dan ook een architectonisch pareltje dat tot in de puntjes wordt onderhouden. Oude en jonge mannen gekleed in smetteloos wit spelen een partijtje Cricket.
Singapore Financial District
Vanaf “het Padang”, zoals het grote grasveld officieel heet, heb je ook een schitterend zicht op de kantoor torens van het “Financial District”. Singapore is het economische wonder van zuid-oost Azië. Veertig jaar dezelfde politieke leider heeft het modderige eiland, zonder enige grondstoffen in de bodem, getransformeerd in een moderne sociale stadstaat met een bloeiende economie. Het is de perfecte mix van economisch inzicht, geloofsovertuigingen en sociale achtergronden. Conflicten op basis van die laatste twee worden niet getolereerd en streng bestraft. Persoonlijk zou ik hier wel kunnen wonen, helaas worden buitenlanders niet toegelaten en in slechts een enkel uitzonderlijk geval kan een persoon de Singaporese nationaliteit krijgen wanneer hij niet in òf uit Singaporese ouders is geboren.
Raffles Hotel
Ik slenter langs de brede straten en boulevards. Op “Beach Rd.”, de naam zegt het al, passeer ik een ander icoon van Singapore. Het “Raffles Hotel” is een begrip over de hele wereld. Elke grote naam op welk terrein dan ook heeft tijdens zijn verblijf in Singapore hier geslapen. Voor de prijs per nacht in dit hotel ben ik zelf minimaal een week onder de pannen.
Toeristen, in de hoop een bekend persoon tegen het lijf te lopen, komen absoluut niet verder dan de bar waar ze steevast een “Singapore Sling”, een cocktail op basis van gin en ananassap die hier door Ngiam Tong Boon, een Hainanese barkeeper in de “Long Bar van het Raffles Hotel” rond 1914 is bedacht, bestellen.
Vreemde menukaartVreemde menukaart
Gezien de prijzen in het “Raffles Hotel” sla ik voor deze keer de “Singapore Sling” maar over en ga op zoek naar een heerlijke Chinese maaltijd voor hetzelfde geld. Bij het eerste de beste overvolle Chinese eethuis bestudeer ik de twee menukaarten die op de gevel zijn aangebracht. Vooral de “levende dronken kikker in een kleipot” springt in het oog. Die sla ik voor deze keer maar over en ik kies voor de “Black Papper Chicken in Hot Plate”. Taalfouten zijn nog steeds heel gewoon en geven ook een beetje charme aan het bestelde gerecht.
Groene en zwarte thee wordt gratis geserveerd bij het eten, jasmijn thee kost weinig maar wordt wel op je rekening bijgeschreven, en ik geniet van het gerecht dat voor me staat. Een kippenpoot, inclusief de botten, is in stukken gehakt en met een combinatie van stukken verschillende kleuren paprika en ui gebakken. Het wordt geserveerd op een gloeiend hete gietijzeren ovale plaat overgoten met een zwarte pepersaus. Zoiets heb ik in Nederland nog nooit gezien! Mijn rijstkom en “hot plate” gaan helemaal leeg. Voldaan en een beetje vermoeid zit ik een beetje om me heen te kijken. Singapore! Singapore? Wordt er thuis dan door helemaal niemand gekookt?
Hoewel de duisternis al invalt besluit ik om eerst nog maar even terug te gaan naar mijn hotel. Het is nog te vroeg om nu al bier te gaan drinken. De wacht achter de receptie is gewisseld en de chinees die ik nu aantref is een handelaar van nature. Binnen zestig seconden krijg ik zoveel verschillende goederen aangeboden dat “de Wehkamp” er jaloers op zou worden. Zodra hij zich realiseert dat deze blonde Hollander geen interesse heeft verdiept hij zich weer in het magazine dat voor hem ligt. Chinese meisjes in bikini’s en badpakken met bovengemiddelde borstomvang.
Singapore by night
En dan schrik ik plotseling wakker!
Vermoeidheid in combinatie met een goede maaltijd en ontspanning hebben me in slaap gesust. Nu is het wel de juiste tijd om op deze zaterdagavond in Singapore uit te gaan en een biertje te drinken. Hoewel de enorme lichtreclame van de ondergrondse lonkt kies ik ervoor om weer terug te lopen naar het centrum. Ik wandel nu eenmaal graag. Je ziet veel nieuwe dingen onderweg en in een moderne veilige stad als Singapore is het nu eenmaal heerlijk wandelen.
Deze keer laat ik Little India voor wat het is en kies voor een andere route via de Jalan Besar, de kleine straat, en Victoria/Hill street. Een heerlijke wandeling met mooie beelden in een verlichte stad.
Raffles Landing SiteBoat Quay
Voordat ik me in het nachtleven stort maak ik nog een wandeling langs de “Singapore River”, het maakt niet uit hoe vaak je hier bent geweest, het blijft altijd fascinerend en mooi om langs het water te lopen en naar de weerspiegelingen van de lichtjes op het water te kijken. Aan de overkant van de rivier is het uitgaansleven!
The Penny Black
Mijn voorkeur gaat uit naar “the Penny Black”, een heerlijke bar met het gevoel van een oude engelse pub. Alles is namaak maar de sfeer is goed, het bier is koud en de prijzen zijn acceptabel. Het is er niet goedkoop, het is geen Thailand! Maar toch, een verblijf in Singapore is niet compleet zonder een paar biertjes aan de Quay’s!

vrijdag 5 maart 2004

Singapore: Ondergrondse kunst

Singapore (Shing Hotel (414), vrijdag 5 maart 2004

Ik ben vroeger wakker dan ik had gehoopt. Het was ook niet erg donker in mijn kamer de afgelopen nacht en de duisternis heb ik toch wel nodig om goed te kunnen slapen. Onwennig kijk ik om me heen door de uitgeleefde hotelkamer. De romantiek en de kleur van de kamer zijn binnen vier en twintig uur verdwenen. Het is geen slechte kamer maar voor dit geld zit je in Thailand in een vier sterren hotel! Niet meer klagen, ik ben in Singapore, niet in Thailand!
Voor vandaag heb ik een waslijst met taken die ik vandaag ook het liefst helemaal zou willen afhandelen. Verschillende taken waarvan de ene belangrijker is dan de andere. Maar toch, ook de onbelangrijkere taken moeten nu eenmaal worden afgehandeld. Lange reizen blijken in de praktijk minder romantisch dan dat je ze voorstelt voor je vertrek. Vooral het gedoe met al die visa voor de verschillende landen is een hoofdpijn dossier. Ben je eindelijk ergens waar je het prima naar je zin hebt en dan moet je tien dagen later een twee daagse busreis gaan maken voor een nieuwe, meestal betaald, stempel in je paspoort. Of je bent een week kwijt in een onaardige stad in afwachting van een stempel voor het volgende land dat je wil bezoeken.
Het zal wel aan mij liggen maar handig is het niet! Soms krijg ik het idee dat deze tweede en derde wereld landen in Azië helemaal niet willen dat je hier op reis bent. Ze willen wel dat je op vakantie komt en twee weken op het strand enkele maandlonen uitgeeft. Het reizen op budget is niet erg gewenst. En dan denk ik weer aan die duizenden ambtenaren die elke avond rijst op tafel zetten omdat ze de hele dag visumaanvragen zitten te controleren en te stempelen.
Het prijspeil in Singapore ligt duidelijk hoger dan in de rest van de landen rond Thailand. Gisterenavond in de bar heb ik dus al besloten om mijn budget een beetje te verruimen maar tegelijkertijd ook een beetje te bezuinigen waar dat mogelijk is. Gisteren, op weg naar de stad, heb ik om de hoek van het hotel een Indiaas restaurant gezien dat een ontbijt buffet aanbied voor S$ 5.-, zeg maar drie euro, dat ontbijt wil ik op deze eerste ochtend in Singapore wel wel proberen.
Onderweg naar het restaurant spook de droom van de afgelopen nacht nog door mijn hoofd. Onneembare hellingen van los heet zand en enorme PVC waterkranen. Mijn hoofd is duidelijk op hol. Er gebeurt teveel of er is teveel gebeurt. Ook het alleen op reis zijn blijkt deze keer moeilijker dan bij andere gelegenheden. Ik heb erg onrustig geslapen. Ook wel een beetje te begrijpen na die halve middag op bed. De “Pattaya Jetlag”, wanneer je in de stad van de zonden de dag voor de nacht hebt verruild, speelt me parten. Te laat naar bed en tot het middaguur slapen in de airconditioning is geen levensstijl voor een gezonde jongeman!
Een half peloton in smetteloos wit geklede Indiase obers, waarschijnlijk op een visum met een werkvergunning, staat me net achter de tweede rij glazen schuifdeuren op te wachten in het lege restaurant. De gedachte achter het goedkope ontbijt is me al snel duidelijk: De huur is betaald, de Indiase werknemers zijn (onder)betaald dus alles wat er in de kassa ligt voordat de avond begint is meegenomen. Bollywood deuntjes vullen de lege ruimte.
Het ontbijt valt me niets tegen en met een verse krant op tafel en een kopje koffie bij de hand zit ik rustig en relaxed te genieten van de ochtend in Little India. De “Chola”, oftewel “Chana Masala”, een kerrie op basis van tomaten met hele kikkererwten gaat er in als zoete koek. Geen Indiaas brood voor mij maar gewoon wittebrood in de geroosterde versie. Gebakken eieren zoveel als ik wil! Maar het belangrijkste is de koffie, die is van een kwaliteit die elke toerist weet te waarderen.
Na het ontbijt neem ik uitgebreid afscheid van de obers en de koks en ik vind het best vervelend voor ze dat ik al die tijd de enige bezoeker voor een ontbijt in het restaurant was. Plechtig beloog ik dat ik morgen weer kom ontbijten. Ik hoop in ieder geval voor ze dat het vanavond een stuk drukker is in het restaurant.
Mijn ritje in de ondergrondse van Singapore is op zich al een hele belevenis. Het is de totale belevenis van het moderne Azië. De ene helft van de passagiers zit te slapen en de andere helft zit òf met zijn mobiele telefoon te spelen òf te bellen. De ondergrondse stations zijn overvol met mensen op weg naar hun werk. Het zijn nog net geen Japanse taferelen maar het is wel heel erg druk.
Efficiëntie is overal het doel in Singapore, efficiëntie bespaart kosten en het werkt. Efficiëntie maakt een ieders leven gemakkelijker. Als een leger marcherend in de maat van een stille trom lopen de bataljons passagiers van trein naar trein. Ik ben gefascineerd door dit geheel. Overstappen is geen probleem, overal staat duidelijk aangegeven waar de in wit tl-licht badende gallerijen heen leiden. Er lijkt geen enkele ruimte te zijn voor fouten. "Foutloos” is hier de gedachte, en er is heel goed over nagedacht!
Ondergrondse kunstOndergrondse kunst
Elk ondergronds station in Singapore is een museum op zich. Beeldende kunst is overal. Beeldende kunst geeft rust. Beeldende kunst dwingt respect af. Beeldende kunst geeft geen ruimte voor vandalisme. Beeldende kunst houdt de publieke ruimtes schoon. Beeldende kunst is voor en van iedereen. Je wandelt er met plezier doorheen.
“Orchard Road” is gewoon een andere buurt in Singapore met enorme shopping centra en kantoren. "Orchard Road” is de P.C. Hooftstraat van Singapore. In deze winkelcentra zijn alle grote modemerken van de wereld vertegenwoordigd. Hier kan ik binnen een uur een modaal inkomen uitgeven en dan ook nog zelf alle tasjes dragen met wat ik gekocht heb!
De manier waarop deze dure grondstukken optimaal worden benut is ook simpel maar doeltreffend. Op de eerste drie of vier verdiepingen zijn er winkels. Dan volgen een aantal verdiepingen met kantoren met soms daarboven dure exclusieve appartementen.
Mosaic muur geschiedenis SingaporeMosaic muur geschiedenis SingaporeMosaic muur geschiedenis Singapore
Eenmaal boven de grond kijk in met half dicht geknepen ogen of ik misschien een herkenningspunt zie. Nee dus.
Singapore is een stadstaat die voor je zorgt, die je verzorgt, maar dan moet je je wel aan de regels houden en ook voor je medeburgers in Singapore zorgen. Het is een zeer streng land wanneer het gaat om drugs en andere genotsmiddelen. Een pakje onbelaste sigaretten uit een ander land komt je zo maar op een boete te staan in de richting van een Europees maandsalaris. Aan de andere kant zijn er ook voldoende vrijheden die je leven heel plezierig maken.
Teer in je longen
Ook het onderhoud van je lichaam en het daarbij behorende gedachte: “iedereen moet gezond leven want anders ben je later een last voor de maatschappij” gedachte wordt je hier vanaf de kleuterschool af aan ingeprent. Voor een voetgangers verkeerslicht zie ik deze boodschap op het asfalt voor het zebrapad staan.
Ik zie gelukkig wel een enorme reclame van een Apple Center. De witte appel, met de hap er uit, op de zwarte achtergrond is nadrukkelijk aanwezig op de gevel van het winkelcentrum. Een bezoek aan een Apple Center staat ook op mijn lijst met opdrachten. Snel naar binnen! Ontsnapt aan de relatief koele ochtendlucht kom ik in een nog koelere omgeving. De glazen schuifdeuren zijn een sluis naar een heel ander , kunstmatig, klimaat en naar een heel andere wereld.
Er is geen levende ziel in het hele gebouw te bekennen. Ik dwaal door lege gangen en over lege gallerijen. Links en rechts achtervolgt door mijn spiegelbeeld. Glazen wanden van de vloer tot aan het plafond met daarachter de luxe koopwaar. De eenzaamheid benauwd me en ik voel me voor een moment in een apocalyptische science fiction film. Alle winkels zijn op dit vroege tijdstip nog gesloten, zo ook het Apple Center. Een schoonmaker in het Sushi restaurant tegenover het Apple Center kan mij melden dat de winkels in dit winkelcentrum om 11 uur openen. Ik heb dus nog tijd genoeg.
“Orchard Road” is ook de buurt waar zich veel ambassades bevinden. “Orchard Road” is een merknaam met een zeer exclusieve uitstraling. De Thaise ambassade is ook snel gevonden. In het aankondigingen kastje naar de gesloten poort hangt een duidelijke boodschap:

5 maart 2004
De ambassade is gesloten wegens
Makkha Buddha Day.


Dat was dus de tweede opdracht die ik al had vervuld. Vandaag geen extra informatie over mijn O-visum. Ik heb genoeg tijd te doden voordat het Apple center open gaat en ik heb best zin in een lekker bakkie koffie.
Als er één ding is waar de grote Aziatische wereldsteden zeker geen tekort aan hebben dan is dat fastfood restaurants. Koffie bij McDonalds! Nee, geen burgers, gewoon een dampende beker koffie. Even later zit ik aan een counter met uitzicht op de kruising van Orchard en Scotts/Paterson road. Een fascinerende stroom mensen en in mindere mate voertuigen trekt aan me voorbij. Ik blader wat door mijn Lonely Planet en moet wel lachen wanneer ik lees dat het de uitgave uit 1996 blijkt te zijn. Nee, ik doe mezelf hier geen plezier mee! Voordat ik naar het Apple Center ga bezoek ik eerst de boekenwinkel in “Wheelock Place” en doe mezelf de 2004 editie van Maleisië en Singapore cadeau. Zo, dat zal de rest van deze reis  een stuk gemakkelijker maken.
In het Apple Centre koop ik enkele accessoires voor mijn I-pod en vraag om wat informatie over de belachelijk dure maar wel heel mooie Apple laptops. De winkelbedienden zijn meer dan vriendelijk. Dit lijkt de regel te zijn in de Apple wereld. Alles wordt me met veel geduld tot in de kleinste details uitgelegd. Helaas ben ik nog niet toe aan zo’n vlaggeschip van de draagbare computer wereld.
Nu nog de derde opdracht voor vandaag, inloggen met mijn laptop en controleren of er belangrijke faxen en/of emails zijn. Het nieuwe reizen bevalt me prima, telefoneren is bijna niet meer nodig. Haast alle informatie gaat geknipt in enen en nullen over het wereld wijde web. In de toekomst kan het alleen maar mooier en beter worden.
Ik heb recht tegenover de Thaise ambassade een internetcafé op de eerste verdieping eenshopping mall gezien. Ik zoek een plaatsje in het donker tussen de computerspelletjes spelende jeugd van Singapore. Ik kijk mijn ogen uit! Koptelefoons, inclusief microfoons, verbinden de leden van de verschillende teams met elkaar. Internet gaat hier per uur, drie euro voor het eerste uur en een euro voor elk volgend uur! Daar kan ik niet wakker van liggen. Ik moet contact met thuis maken.
Inloggen is absoluut geen probleem. Wifi of kabel, het is maar wat je prefereert. Dat is ook meteen het bewijs dat het internet in Thailand nog maar in de kinderschoenen staat. Ik heb zelfs nog wat meer geluk. De eigenaar van het internetcafé lost het netwerk probleem op mijn computer voor me op. Ik worstel al weken met het probleem dat ik zeer moeilijk kan inloggen en dat er (enkele) tegenstrijdigheden in het netwerk protocol zitten, en tot nu toe heeft niemand in Thailand me kunnen helpen. Ik kijk mee over zijn schouder en probeer zijn dansende vingers op mijn toetsenbord bij te houden. Tevergeefs, kennis is macht en de kennis op dit gebied is onmisbaar in de toekomst. Het hele internet staat nog maar in de kinderschoenen en ik heb nu al moeite om het allemaal bij te houden. Ook hier begint mijn leeftijd te tellen! De email en faxen bevatten geen alarmerende berichten dus ik kan het weekend ontspannen beginnen.
Het is nog geen half één en ik ben klaar met alle taken die ik voor vandaag had gepland. Ik ga snel op weg naar mijn hotel om mijn laptop terug te brengen en mijzelf klaar te maken voor de eerste middag en avond in Singapore. De ochtend is in ieder geval een vruchtbare geweest. Onderweg in de MRT besluit ik om al bij het station “Little India” uit te stappen. Ik hou nu eenmaal van wandelen en de wereld boven de grond is ontelbare keren interessanter dan de wereld in de ondergrondse MRT.
Vreemde talen in Singapore
De kleuren van IndiaDe kleuren van India
“Little India”, rond Serangoon Road, is een explosie van cultuur, kleuren en geuren brengen je naar een heel andere wereld!
Specerijen malen
De geuren worden sterker, de rook van de wierook worstelt zich een weg naar buiten bij de “Sri Srinivasa Perumal Tempel” en voordat ik het zelf in de gaten heb sta ik naast een molen waar de verschillende specerijen voor de Indiase kerries en andere gerechten worden gemalen. De twee mannen die de machines bedienen kijken me vreemd aan. Zij zijn namelijk geen toeristen attractie, nou, voor mij wel, dit is namelijk de cultuur waarna ik altijd op zoek ben.
Chinese ShophousesChinese Shophouses - modern en ouderwets
Omhoog kijken kan op heel belonend zijn! Gelukkig heeft de regering van Singapore al jaren geleden beslist dat niet zo maar alles kan worden plat gewalst om plaats te maken voor betonnen blokkendozen. De gevels van de oude Chinese Shophouses zijn dan ook pareltjes om naar te kijken! Ook het contrast tussen nieuw en oud zet je aan het denken. Singapore is een mooie stad om te bezoeken, al is het maar een keer in je leven.
Body Worlds
Nadat ik een eenvoudige Chinese maaltijd, bestaande uit rijst met groenten en een gerecht van varkensvlees in sojasaus, heb genuttigd in het restaurant onder mijn hotel ga ik op weg naar de EXPO, zeg maar de RAI van Singapore. Ik heb in de metro een reclame gezien over een expositie van ontlede mensen. Ja, ontlede mensen, èchte lichamen die op een of andere manier ontleed en met plastic geïmpregneerd zijn. Ik weet eigenlijk niet goed wat ik ervan moet denken maar mijn nieuwsgierigheid wint van mijn afschuw. Schoorvoetend ga ik de ontvangsthal binnen. Mijn eerste ontmoeting met foto's over te tentoonstelling blijkt niet eng. Ik besluit dan ook om naar binnen te gaan.
Eenmaal binnen ben ik enorm gefascineerd door wat ik allemaal zie. Ja, het zijn mensen, èchte mensen! Maar ook hele paarden en zelfs een koe staan tentoongesteld op een manier waarvan mijn oude biologie onderwijzers helemaal gek van blijdschap zouden worden. Gelukkig heb ik altijd goed opgelet in de klas, veel van de tentoongestelde onderdelen herken ik direct. Door de manier waarop de tentoonstelling is opgezet hebben ze ook wat van hun menselijkheid verloren. Het is heel moeilijk uit te leggen. Het is in ieder geval niet eng. www.bodyworlds.com mocht je geïnteresseerd zijn.
Later in de middag op de terugweg naar mijn hotel weet ik niet wat ik hoor in de metro. Het is een concert van beltonen. Alsof het NOKIA filharmonisch orkest in de trein optreed, een onafgebroken stroom van beltonen. Het kunnen er wel duizend verschillende zijn geweest. Een paar stations vroeger dan gepland ben ik maar weer eens uitgestapt om eens lekker door de stad te kunnen slenteren. In alle Aziatische steden is altijd wel wat nieuws te ontdekken. In “Bugis” weet ik ook weer waar ik me bevind en ik ben écht blij. Singapore was een juiste goede keuze om een visa run te doen.
Boat Quay
Na een korte rust op bed en een lichte Indiase maaltijd ga ik te voet richting de Singapore rivier. Het middelpunt waar de velen toeristen samen komen. Die vrijdagavond ga ik op pad door het zwoele Singapore. Ik slenter door Chinatown en drink een paar cider in een Engelse pub, de "Penny Black" genaamd. Onderweg nuttig ik de ene na de andere heerlijke snack. Eigenlijk doe ik gewoon niets, alleen wat rondhangen. Genieten van Singapore.

Copyright/Disclaimer

Gratis eboek downloaden/lezen?