Foto's verhuizen en herschrijven

Enkele jaren geleden heeft Google de stekker uit Picasa getrokken en tot nu toe ondervind mijn blog daar nog steeds problemen van. Omdat ik voorlopig toch niet meer op reis ga ben ik de verhalen uit 1999 aan het herschrijven en de foto's aan het verhuizen naar Flickr. Veel leesplezier met mijn avonturen van alweer ruim 18 jaar geleden!

vrijdag 17 september 2004

Spanje, Terminal

Amsterdam, 17/09/2004

Ik had tijdens mijn treinreis ongeveer zes en een half uur de tijd om mijn mislukking te analyseren.
“Waar was het misgegaan?”
“Was ik wel goed voorbereid?”
“Had ik mij wel genoeg verdiept in de tocht?”
“Was ik wel getraind genoeg voor de tocht?”
“Hadden mijn depressies parten gespeeld?”
“Was ik geestelijk wel fit geweest?”
“Was ik wel op het juiste moment gegaan?”
En nog een half dozijn onduidelijke vragen.
Ik kwam er dus niet uit.
Ruim zes en een half uur later reed de trein het “Barcelona Sains Station” binnen en ik had nog steeds niet de antwoorden gevonden waarna ik op zoek was. Moe, heel erg moe slenterde ik de ontvangsthal binnen voor de volgende fase in dit drama. Ik moest op zoek naar een slaapplaats. Er was een informatiebalie waar ik probeerde een redelijk hotel te vinden. Vol, vol en nog eens vol waren de antwoorden die de vriendelijke dame mij gaf.
“Waarom probeert U het stationhotel niet?”, stelde ze voor.
“Die hebben kamers vanaf € 65,-, de lift is daar om de hoek“, en ze wees richting een korte gang.
“Waarom ook niet?”, dacht ik bij mijzelf.
De korte rit in de lift bracht mij op een verdieping waar het er druk was, het bleek bij navraag de verkeerde verdieping te zijn.
“Één hoger”, antwoordde de man.
Nog één verdieping hoger dan maar en daar stond ik in een lobby die mij meteen verraadde dat dit geen hotel van € 65,- was. Ik zag nergens een prijslijst dus schraapte ik al mijn moed bij elkaar en vroeg aan de receptie of er nog kamers vrij waren.
“Jazeker, wij hebben nog enkele kamers vrij”, antwoordde de man achter de receptie terwijl hij mij vanachter een John Lennon brilletje van top tot teen inspecteerde.
Waarschijnlijk kon hij mij ook ruiken en rugzakken zouden hier zeker een zeldzame verschijning zijn.
Wij hebben nog enkele DeLuxe kamers voor € 145,- per nacht”, zei hij terwijl hij opnieuw opkeek van zijn beeldscherm.
Daar schrok ik van, ik was natuurlijk andere prijzen gewend in Azië.
“Ik zal er even over nadenken”, antwoordde ik en ging op zoek naar wat eten.
De gouden bogen van McDonalds zagen er erg aantrekkelijk uit en tijdens het nuttigen van mijn “Big Mac menu” besloot ik om het toch maar te doen. Ik was vies en moe, een heerlijk warm bad en een zacht bed was onweerstaanbaar. Ik gooide mijn zak weer op mijn rug en sleepte nu mijn oververmoeide lichaam opnieuw naar de hotellobby.
“Sorry, maar we zijn vol”, was nu het antwoord van de receptiemedewerker.
“Ik heb de laatste kamer net verhuurd, maar er zijn enkele andere goede hotels in de buurt.”
“Ze zijn wel wat duurder en U moet een taxi nemen om er te geraken, maar zij hebben zeker nog plaats”, stelde hij mij gerust.
Daar stond ik dan! Ik hoorde in mijn gedachten mijzelf een honderd keer advies geven aan anderen, “In het geval van een bed twijfel nooit maar sla meteen toe, voordat je het weet slaap je op straat.”
En nu zat ik zelf in dat schuitje.
“Wat nu?”
Uiteindelijk besloot ik om maar de trein naar de luchthaven te nemen en daar te overnachten. Gewoon met je hoofd op de rugzak en zo wachten tot zeven uur ’s avonds mijn vlucht naar Amsterdam zou vertrekken.
En zo gezegd, zo gedaan. Er heerste een drukte van jewelste op de perrons en ik kon met moeite op tijd de trein betreden. Eenmaal binnen slaakte ik een zucht van verlichting. Ik was aan het laatste hoofdstuk van deze dramatische reis begonnen.
Echter de grootste tegenslag moest nog komen!
Eenmaal op de luchthaven zocht ik naar redelijke plaatsen om te slapen. Een doodlopende gang met niet teveel licht zou het wel doen. Ik kon er helaas geen één vinden en de tweede optie was een rij stoelen midden in de goed verlichte vertrekhal.
Net voordat de winkels zouden sluiten werd het tijd om wat eten en drinken in te slaan voor de nacht. En hier kreeg ik de schrik van mijn leven. Ik was mijn kleine portemonnai kwijt en mijn zak was open. Ik was gerold! Waar? Wanneer? Wat nu? De stoot adrenaline ontwaakte mijn lichaam en mijn hersenen gingen in overdrive. Mijn gedachten werden nu automatisch gevormd in de stand “overleven”.
“Eerst bellen en blokkeren”, schoot mij meteen te binnen.
Ik belde mijn broer in Nederland en hij zorgde ervoor dat mijn Creditcard werd geblokkeerd.
“Aangifte doen”, was de tweede gedachte.
De politiepost was nog open en een half uur later stond ik weer buiten met een Proces Verbaal in de hand.
Nou, daar zat ik dan met mijn problemen die waren voortgekomen uit valse zuinigheid. Dit zou mij nooit meer overkomen, nam ik me voor.
Ondertussen waren de winkels dicht en de vierentwintig Euro die nog in mijn notitieboekje zaten waren nutteloos. Ik had honger en dorst en geld maar alles was waardeloos. Totdat ik nog een koffietent zag waar ze aan het schoonmaken waren. Gelukkig kon ik de vriendelijke dikke Spaanse dame er van overtuigen dat ik een slachtoffer was geweest en zij gaf mij twee flesjes water en twee “Muffins”. Ik gaf haar tien Euro want ik was al blij genoeg dat ik nog wat te eten en te drinken had. De overgebleven veertien Euro zou voldoende moeten zijn om morgen de dag door te komen.
Ik heb niet veel geslapen maar alle hazenslaapjes bij elkaar hadden toch de grootste vermoeidheid bij me weggenomen. Wachten en rondlopen, wat eten en drinken en eindelijk kon ik naar het vliegtuig. Ik kan onmogelijk alle gedachten die ik heb gehad opschrijven, maar één ding was zeker. Ik had weer veel geleerd en die kennis had me een stuk wijzer en kennis rijker gemaakt.
Schiphol kwam als een verlossing en ik was blij dat mijn goede vriend William me kwam ophalen. Hij was ook heel nieuwsgierig wat er allemaal was gebeurd. Met een biertje in de hand hebben we er samen in een bar op Schiphol hartelijk om gelachen. Deze reis was nu voorbij maar wat er was gebeurd zal me nog lang bezig houden.

donderdag 16 september 2004

Spanje, De grote beslissing

Pamplona, 16/09/2004

Dromen en draaien. Wikken en wegen. En af en toe door de schemer in de niet uitnodigende diepte kijken. Tientallen snurkers, een onderbuurman die ook niet kon slapen en de hele nacht lag te draaien. Ik wist het gewoonweg niet meer, ik voelde me eenzaam en verloren in de grote kudde.
Het licht ging om half zes aan en de slaapzaal kwam tot leven als een brandweerkazerne. Rennende schreeuwende mensen om als eerste onder de douche te staan en/of één van de waterketels te bemachtigen voor een kop thee of koffie. Binnen vijf minuten was iedereen bezig met pakken, eten of een andere voorbereiding voor de dag die ons te wachten stond. Mensen verdwenen in horden naar beneden in de kelder, het leek wel de trappen van een metrostation in de ochtend.
Ik kreeg het maar niet op zijn plaats gezet en bekeek vanaf mijn bed het Breugeliaanse schouwspel. Rust! Nadat ik een dit schouwspel een uurtje had aanschouwd was mijn beslissing gemaakt. Ik zou proberen te starten en dan maar kijken waar het zou eindigen. Ik had al twee dagen niet gedouchte en een snelle blik in de gemeenschappelijke ruimte, die nu bijna verlaten was, was voldoende om te besluiten dat het de derde dag ook nog wel kon. Met lood in de schoenen stapte ik naar buiten terwijl ik een droge boterham die ik van gisteren had overgehouden naar binnen werkte. De regen daalde neer over een donker groen en grijs berglandschap. Overal liepen mensen die supergemotiveerd aan de tocht begonnen.
Deze aanblik was de druppel die de emmer deed overlopen. Ik schoot in een depressie en maakte onmiddellijk een einde aan mijn “Camino”. Ik was niet eens gestart! Het kon mij ook geen moer meer schelen, ik zou wel gaan proberen om met de bus in “Santiago de Compostela” te geraken.
De buschauffeur keek mij vreemd aan toen ik weer in de bus stapte en een plaatsje achterin aan het raam zocht. Hij was het misschien niet gewend dat er mensen niet starten. Het duurde wel dertig minuten voordat de bus in beweging kwam en ik was ondertussen ook niet meer de enige passagier. Ongeveer tien mensen, het meeste lokale bevolking, zat zwijgend in de bus naar buiten de kijken. Een man die op de bank zat aan de andere kant van het gangpad begon in het Spaans tegen mij te praten. Het duurde niet lang of we waren overgeschakeld naar het Engels. De vriendelijke Amerikaan was ook teleurgesteld in wat hem was overkomen gisteren en vandaag. Hij was op ontdekkingstocht in het land van zijn moedertaal en geloof. Ik was dus niet de enige die teleurgesteld was.
Wat nog het meest cruciale tijdens de busreis was de beslissing om maar alles af te blazen. Ik had er genoeg van en wilde naar huis. In Nederland zou ik dan wel weer zien wat er verder zou gebeuren. In de trein was er nog plaats en ik vond een internetaansluiting en het omboeken van mijn ticket was zo gebeurd. Het kostte me wel € 250,- extra maar dat kon me niets meer schelen. Ik wilde gewoon naar huis, hergroeperen en een andere bestemming zoeken. De gedachten over wat me was overkomen gierden door mijn hoofd, het was echt niet leuk geweest.
Om 12:33 vertrok de trein uit Pamplona naar Barcelona. Het was bijna voorbij en ik kon mij weer op de toekomst richten.

woensdag 15 september 2004

Spanje, De valse start in Roncesvalles

Roncesvalles, 15/09/2004

Die twee uurtjes slaap hebben me goed gedaan. Ik heb nog drie uur voordat de bus naar Roncesvalles vertrekt en dat geeft me de tijd om nog wat rond te lopen in de stad.
De stad ziet er anders uit als je niet doodvermoeid bent. Een mooie kathedraal waarvan ik de naam niet meer weet slokt me op in haar enorme stille lichaam. Gelovig of niet, deze enorme bouwwerken uit de middeleeuwen maken je stil en vullen je met respect.
Mijn rugzak was achter gebleven in het pelgrimshuis en werd op de terugweg opgehaald. Eindelijk ging ik nu naar de start van mijn tocht. Ik voelde mij goed alhoewel ik wel kleine problemen had met mijn gemoedswisselingen. Ik twijfelde nog een beetje en een minuut later wist ik het weer zeker. Het was echt moeilijk om boven in mijn kleine kamertje alles op een rijtje te houden.
Ik was al bekend met het kleine busstation en de plaats waarvan de bus zou vertrekken. Een snelle kop koffie in de cafetaria en dan op weg. Er waren wel wat medepassagiers die er ook uitzagen alsof ze de tocht wilden gaan lopen. Ik schat een persoon of twintig stapten uiteindelijk in de bus.
De tocht zou ruim een uur duren en voerde ons over een geasfalteerde weg door een berglandschap. Het pad liep voor 80% naast deze weg en het zag er allemaal heel zwaar uit. Het begin was volgens het boek ook het zwaarst.
“Gewoon rustig aan beginnen”, stelde ik mijzelf gerust.
Toen ik uitstapte in Roncesvalles werd mijn romantische beeld van de pelgrimstocht ruw verstoort. Honderden mensen stonden in een rij voor een slaapplaats, vreemde taferelen met scheldende en voordringende personen uit alle landen van de wereld.
“Wat is dit in hemelsnaam?”, vroeg ik mij verbaasd af. Ik kon mijn ogen niet geloven en probeerde mee te gaan in de ruwe stroom. Of het geluk was weet ik niet maar ik kreeg uiteindelijk een stuk papier met een nummer er op geschreven tegen vertoon van mijn pelgrimspas en een briefje van twintig euro. Vele armen wezen in alle richtingen en ik deed mijn best om te begrijpen wat er nu van mij werd verwacht. Ik volgde een man uit Argentinië en samen belandden we in een groot gebouw aan de overkant van de weg. Er was geen enkele vriendelijkheid te bekennen in de medewerkers/vrijwilligers die alles in goede banen moesten leiden. De controle was strenger dan op menige luchthaven die ik had bezocht.
Achter een lange tafel vol met papieren en grote dikke registers zaten vier of vijf mensen die je papier controleerden en je een nummer voor je bed gaven. Ik keek verbaasd in een grote ruimte waar honderden stapelbedden stonden opgesteld. Een enorme groep mensen gekleed in alle kleuren van de regenboog GORE-TEX® en Spandex® krioelden als mieren door elkaar heen. Ik was er niet meer bij met mijn hoofd. Er was mij een bovenbed toegewezen naast een brede trap die naar de kelder leidde waar de douches/toiletten en keukens waren. Ik zette mijn rugzak naast het bed en klom omhoog. Niets scheidde mij van de afgrond, ik keek zeker zes meter naar beneden waar ik nog net de laatste trede kon zien. Een val in dit gat zou dodelijk kunnen zijn. Het was allemaal te ongelofelijk om depressies te veroorzaken.
Ik ging op mijn rug liggen en staarde naar het vijftien meter hoge plafond van het oude gebouw en probeerde mijn gedachten te ordenen.
“Dus als al die mensen morgen van start gaan wie van die honderden starters slapen er dan in het eerste pelgrimshuis?”, vroeg ik me af.
“Waar slaapt de rest?”
“In één van de dure hotels die als paddenstoelen uit de grond schijn geschoten?”
Ik zat vol met vragen en had zeker een uur nodig om alles te verwerken.
De overige taken werden met militaire precisie op tijd afgewerkt. Dat moet waarschijnlijk ook wel als je met zo’n grote groep idiote mensen te maken hebt. Er zijn natuurlijk ook logistieke problemen. Het eerste probleem is het voeden van de kudde. Dat ging als volgt in zijn werk. Je kocht een kaartje voor het diner. Bij aankoop moest je aangeven wat je wilde eten, varkenskotelet of forel, en je kreeg een tijd toegewezen. Mijn tijd was van negen tot tien uur, ik nam aan dat het de laatste groep was en dat we wat langer konden blijven zitten. De bevestiging van deze veronderstelling zou ik later krijgen. Eerst werd er nog de mis bijgewoond in een kapel niet ver van het restaurant. De mis was in het Spaans aangevuld met Engelse anekdotes. Het was erg indrukwekkend met al die kaarsen en het gregoriaans gezang. Ik was er niet echt met mijn hoofd bij, ik had het nog te druk met het verwerken van de uiteengespatte droom.
Het eten was goed en het was gezellig aan tafel. De gesprekken gingen veelal over wat ons in de komende dagen te wachten stond en wat er was aangetroffen aan de start. De “Camino” is nu heel populair geworden. Het internet heeft hier zonder twijfel aan bijgedragen. Van de romantiek was weinig meer over. Er waren deelnemers die beter waren getraind dan deelnemers aan de olympische spelen.
Met gemixte gedachten ging ik in de grote drukke hal slapen. Licht uit om elf uur! Licht aan om half zes! Welterusten.

Spanje, Dromend in Pamplona

Pamplona, 15/09/2004

Ik ben moe, heb een enorme honger en voel me vies. Gewapend met mijn reisgids en een toeristen kaart van Pamplona liep ik de verlaten stad in. Wat was deze stad leeg zeg! Pleinen, oude stadmuren, oude gevels en natuurlijk de arena voor het stierengevecht. Wie heeft er nooit de beelden gezien van de in het wit geklede mannen met een rode sjerp die voor een kudde wilde briezende zwate stieren uitlopen? Nou, daar liep ik nu dus.
Op weg naar een enorm plein in het midden van de stad passeerde ik een klein cafétje waar enkele mensen binnen zaten de krant te lezen en koffie te drinken. Daar had ik dus ook wel trek in. Ik nam plaats aan een tafeltje langs de muur en wachtte wat er zou gaan gebeuren. Zou ik worden bediend of was het een zelfbediening? Ik koos voor het laatste en liep naar de bar. "Buenas Dias", geen slecht begin vond ik zelf. "Uno café con letce, por vavor?" De man keek mij aan alsof ik van een andere planeet was en draaide zich toen om om een kopje koffie voor mij te brouwen. Het zette het voor mij neer en zei, "one euro fifty". Ik betaalde en ging weer naar mijn plaats en bestudeerde de mensen die binnen zaten. Er werd geen woord gesproken. Toen ik opstond en nog een keer om mij heen keek realiseerde ik mij dat ik alleen meer had gezegd dan de vijf anderen bij elkaar. Gezellig hier!
Ik was dus weer wakker en besloot om eerst een rondje dorp/stad te doen. De stadsmuur was indrukwekkend en het was voor mij duidelijk dat het vroeger een belangrijke stad moet zijn geweest. De historie straalde er van af. Ik genoot van wat ik zag en ik was blij dat ik ook weer eens buiten Azië een reis kon maken. Al slenterend en foto's makend zag ik de kleine oude kern van de stad. Een paar uur later was het dan ook eindelijk tijd om wat te eten. Een kleine sandwich met aardappel omelet erop. Vet genoeg en vullend vond ik. Een loperamide spoelde ik naar binnen met een Pepsi Max. Voorkomen is beter dan diarree.
Ondertussen was het nu twaalf uur en de vermoeidheid in combinatie met de warme nazomer zon maakte mijn vermoeidheid ondragelijk. Daar zat ik dan te dutten op een bankje in de zon. De bus zou dus pas om zes uur vertrekken, de pelgrimsherberg zou pas over twee uur open gaan en ik zat er helemaal doorheen. De moraal werd hoog gehouden met twee bananen en een chiabatta met kaas en harde worst, kopjes koffie en Pepsi Max.
Eindelijk kon ik terug naar de pelgrimsherberg. Ik hoopte dat ik even kon gaan liggen. Toen ik de hoek omging richting de herberg wist ik niet wat ik zag. Er stonden zeker dertig mensen met elkaar te praten voor de herberg. Nog voordat ik bij de groep was aangekomen had de oude non, dezelfde als die van vanochtend, de deur al geopend en de groep verdween uit mijn zicht. Toen ik zelf naar binnen stapte was het een chaos met een schreeuwende non in de hoofdrol.
Werd er gevochten voor de slaapplaatsen?
Waar kwamen deze mensen vandaan?
Waren ze allemaal vanochtend vroeg gestart?
Met veel vragen in mijn hoofd liep ik langs de groep en ging op ontdekking in het enorme gebouw. Tientallen kamers met met meer dan honderd bedden. Ik koos het onderste bed van een stapelbed aan het einde van een gang en ging slapen. Ik kon niet meer. Ik moest nu even slapen en dan zou ik vanavond met de bus naar Roncesvalles gaan.

dinsdag 14 september 2004

Spanje, Barcelona op doorreis

Pamplona, 14/09/2004

Ik ben al twee weken in Nederland en heb met gemengde gevoelens de tijd gedood. De aankomst met de gebruikelijke ontvangst en het bezoeken van de huisarts voor een complete controle van mijn gezondheid zijn de eerste hoogtepunten. De uitslag van mijn bloedtest liet zien dat het allemaal een beetje beter met mij gaat. Op één puntje na, mijn cholesterol en daar wordt nu aan gewerkt. Cholesterol verlagende tabletten dus.
De braderie was ook een hoogtepunt, heel veel oude vrienden en bekenden gezien, en dan een gat. Weer die twijfel! Zal ik het wel doen? Ik wordt zelf gek van die twijfels. Ben ik nu wel depressief of niet? Vindt ik het wel leuk om alleen op pad te gaan of hou ik mijzelf voor de gek? Thuis in Zaltbommel is het geen plaats om opgewekt te raken. Het negativisme straalt van iedereen af. Weinig mensen zijn nog echt blij en dat is goed te zien. Geen goede plaats voor mij. Ik ben dan ook snel al mijn energie kwijt en voel me zo leeg dat ik ook depressief wordt. Het laatste weekend in Amsterdam heeft mij veel goed gedaan. Op zaterdagavond wist ik het zeker. Ik zou gaan! Punt uit!
Het pakken was deze keer ook een nieuwe ervaring. Ik ging wel drie keer door mijn spullen en kwam al snel op het punt dat ik niets meer kon vinden dat ik nog achter wilde laten. De rugzak was echter nog steeds veel te zwaar. Tijdens een drinkpauze ging ik nog maar eens virtueel door mijn rugzak. Ik bedacht nog enkele dingen die ik wel kon achterlaten, zij het met pijn in mij hart. Mijn geliefde iPod viel af, inclusief de lader en kabels. De tweede handdoek bleef achter. Mijn zwembroek en omslagdoek. Een paar onderbroeken en mijn l'eau de toilette. Maar dat was het dan toch. Ik kon niet meer achterlaten. De minder betrouwbare weegschaal in de badkamer gaf 12 kilo aan. Ik was hier tevreden mee, alhoewel dit zonder mijn laptop computer was. Met een tevreden gevoel ging ik rustig slapen.
De wekker zou om half acht aflopen. Ik had nog een paar kleine dingen te doen en zou dan om een uur of elf de trein naar Schiphol nemen. Een snel bezoek aan de huisarts en nog wat tabletten opgehaald bij de apotheek. Een kopje koffie en een broodje. Mijn rugzak voor de laatste keer geïnspecteerd en ik was klaar. Omdat het geen nut heeft om maar een beetje rond te hangen stapte ik na het afscheid om vijf over tien de deur uit. Een heerlijke ochtend met jagende wolken aan een blauwe lucht en de zon die er af en toe even tussendoor stak. Eindelijk op weg.
In de trein dacht ik na over wat ik nu eigenlijk van plan was. Ik wilde een bedevaart gaan maken. Naar Santiago de Compostela. De afstand bedraagt afhankelijk van wie je wil geloven tussen de 764 en 786 kilometer. Ik weet niet of die 22 kilometer verschil aan het einde nog wat uitmaakt. Mijn doel was simpel. Ik wilde "de Camino", zoals hij ook wel genoemd wordt, uitlopen. Maar mocht het me niet lukken dan maak ik er gewoon wat moois van. Natuurlijk is uitlopen het mooist.
Bij het inchecken kreeg ik de schrik van mijn leven. 20,9 kilo bagage! En ik moet dat gewicht meezeulen! Er zit een kilo of twee bij dat onderweg langzaam zal verdwijnen. Maar toch, een volle bepakking. Een te volle bepakking!
Bij de paspoort controle bleek dat het terreur alarm toch wel serieus wordt genomen. Lange rijen mensen die schoorvoetend door de paspoort controle gingen. Daarachter een röntgenmachine waar werkelijk alles doorheen moest behalve je bovenkleding. Een metaaldetector en dan nog even om de twee gefouilleerd door een beveiligingbeambte. Je mocht je spullen pas weer oppakken als een te dikke onvriendelijke vrouw in een net iets te klein uniform je hiervoor toestemming gaf. Ik was blij dat ik uit Nederland weg kon.
Na een niet zo'n bijzondere vlucht landde mijn vliegtuig om tien over zes, twintig minuten te laat. De aansluiting met de trein zou perfect zijn. Geen probleem, mijn trein zou om half elf vertrekken. Ik raapte mijn veel te zware rugzak van de band en ging op zoek naar de trein. Goed geregeld, een trein meteen naar het station waarvan mijn trein naar Pamplona zou vertrekken, Barcelona-Sants.
Alles liep op rolletjes. Mijn kaartje voor de trein was € 38,- en de trein zou precies om half elf vertrekken. Genoeg tijd dus. Eerst het meest belangrijke. Een simkaart voor mijn telefoon. De "Telefonica Movistar" winkel leverde mij de simkaart en meldde mijn telefoon aan. Zo, ik was weer bereikbaar. Mijn eerste telefoontje naar Nederland, om mijn nieuwe nummer door te geven, wilde maar niet lukken. Na alles te hebben geprobeerd ging ik terug naar de winkel waar het een drukte van jewelste was. Ik wilde de winkel niet verlaten voordat mijn telefoon werkte. De verkoopster die geen enkel woord Engels sprak zag mijn vastberadenheid. Met frisse tegenzin wierp ze zichzelf op de hopeloze taak. Een paar keer kreeg in mijn telefoon terug en iemand met een "Manuel" accent vroeg mij om wat details. Ik had meestal geen idee wat hij nu eigenlijk bedoelde. Een behulpzame klant die wel Engels sprak hielp mij uit de nood. De verkoopster had een "carte blance" zolang mijn telefoon maar werkte. Vijftig minuten later was ze zover dat mijn telefoon eindelijk werkte. Pffffff. Daar was ik dus erg gelukkig mee.
Wat mij nu na twee uur Spanje al meteen was opgevallen! Niemand spreekt Engels buiten de toeristen gebieden. Dat zou dus moeilijk worden. Ik vergreep mij aan een te dure Big Mac die ook niet smaakte. "Toeristen prijzen of is Spanje echt zo duur", dacht ik bij mijzelf. Nu was het nog een uurtje of twee wachten en dan zou het echt beginnen.
De nachttrein dus. Goedgemutst en redelijk fit stapte ik de moderne trein binnen. Een coupé met alleen maar Spanjaarden dus een gesprek kwam niet verder dan Que en Si. Ik schakelde de verlichting uit en probeerde wat te slapen. Dat was dus onmogelijk. Na elk station kwam de conducteur even kijken of er iemand was bijgekomen. Geen nieuwe passagiers? Nee, bedankt. Elke twintig minuten was hij daar en het slapen was onmogelijk, ik kon niet wachten totdat ik in Roncesvalles was. Ik verlangde naar een bed en een douche. Precies om zeven over half zes reed de trein het station van Pamplona binnen. Ik genoot, alles leek erop dat mijn plan zou lukken en dat ik voor twaalf uur op mijn plaats van bestemming zou zijn.
Ik wreef het slaapzand uit mijn ogen en keek eens goed op de kaart waar ik was. Het kwam mij niet bekend voor maar een kaart is een kaart en zodoende stapte ik de nacht in. Door het pikkedonker liep ik door de verlaten straten op zoek naar het busstation. Zelfs de afstand had ik goed geschat. Moe maar voldaan stapte ik het verlichte busstation binnen. De cafétaria was al open en een kopje koffie zou er dus wel ingaan. Voorzichtig probeerde ik te vragen waar ik een kaartje kon kopen naar Roncesvalles. Een Spaanse zondvloed viel mij steeds ten deel. Ergens anders proberen dan maar. Zo kwam ik bij de kiosk in de hal terecht, de verkoper was zijn kranten aan het uitstallen. Ik stelde ook aan hem dezelfde vraag. Hij keek niet eens op en met zijn rug naar mij toe wees hij in de richting van de loketten en sprak hij iets dat op Spaans leek, alleen de "sei" kon ik verstaan. Ik veronderstelde dat hij loket zes bedoelde.
Een snelle blik op de kaart en ik begreep dat het loket om zeven uur open zou gaan. Nog een half uur dus. Dan eerst nog maar een kopje koffie! Ook mijn tweede kopje smaakte goed en ik was tenminste weer wakker. Ik was de derde aan het loket en vroeg vriendelijk om een kaartje naar Roncesvalles. Weer werd er gewezen, nu in de richting van de vertrekhal, en opnieuw de Spaanse zondvloed. Ik had het goed gehoord, weer was die "sei" van de partij.
Ik zocht in de vertrekhal naar het perron met het nummer zes. Tevergeefs, ik begon nu in het wilde weg aan jonge mensen te vragen of ze misschien wat Engels spraken. Uiteindelijk had ik geluk. Ik vroeg of de jongen misschien even tijd had om het verhaal van de man achter het loket te vertalen. Dat wilde hij wel doen. Met een zuur gezicht herhaalde de oude man zijn verhaal. Ik stond te popelen om te weten wanneer ik kon vertrekken. Vanavond om zes uur dus, ik moest elf uur wachten voor mijn aansluiting!
Dan maar op zoek naar de pelgrims herberg. Ik wilde even douchen en misschien een uurtje slapen. Dat was niet zo gemakkelijk als ik had gedacht, opnieuw liep ik om half acht alleen door de donkere straatjes van Pamplona. Het leek wel een spookstad om dit tijdstip, er was absoluut niemand op straat. Ik de verte zag ik twee mensen aankomen met rugzakken. Pelgrims waarschijnlijk! En ja hoor, ze waren net op weg en de herberg was een paar straten verder op. Ondertussen was ik zo moe dat ik mij slecht kon concentreren en niet meer wist of ik nu de tweede of derde straat aan mijn linkerhand moest nemen. Uiteindelijk was het de derde.
Daar stond ik dan in de herberg. Zet je rugzak daar maar neer want we gaan sluiten. Kom om één uur maar weer terug dan zijn we zover. Ik liep om kwart over acht opnieuw de iets mindere donkere stad in, op zoek naar wat te eten.

maandag 13 september 2004

Spanje, de tocht naar Santiago de Compostela

Zaltbommel, 13/09/2004

Wat moeten jullie je daar in hemelsnaam bij voorstellen? Wat zijn Jiel zijn plannen? Volle Costa's met te dikke mensen behangen met goud die in de zon liggen bruin te bakken? Verlaten lege bergdorpjes waar een blaffende hond het enige geluid in de late middagzon is? Oude kastelen en vergeten middeleeuwse krijgsheren die in een ver verleden probeerden de Islamitsche Moren te verslaan?
Er zijn twee boeken die mij hebben doen besluiten om deze reis te gaan maken. De eerste van Cees Noteboom, "De omweg naar Santiago" en de tweede van Shirly MacLaine "Voettocht naar Santiago de Compostela ". Boeken die gaan over Spanje. Niet over de Costa's of over de wereldsteden Madrid en Barcelona, maar de schoonheid van de gewone alledaagse dingen. Stille stadjes met slingerende kromme straatjes. Oude vrouwen gekleed in het zwart in de schaduw onder een dikke boom. Vette worst, geitekaas en een homp brood. Witte wijn en tapas.
Na de vele reizen in Azië en Australië had ik ook een beetje heimwee naar Europa.

donderdag 6 mei 2004

Wordt vervolgd!

Er zijn nog meer verhalen over deze reis, ze worden in de toekomst gepubliceerd.

woensdag 5 mei 2004

Vietnam, Ho Chi Minh City aka Saigon

Ho Chi Minh City, 05/05/2004

Ik zou om half vijf worden opgehaald. Het grote dilemma was dus: vroeg gaan slapen of opblijven. Beiden een drama. Mijn buren maken zoveel kabaal ‘s avonds dat ik gewoon niet kan slapen. Op blijven betekend naar de kroeg en met een kater op weg. Uiteindelijk werd het een compromis. Ik kwam om half twee thuis en kroop snel mijn bed in. Twee en een half uur later werd ik door de deurbel gewekt. De taxi was daar. Ik nam snel een douche en redelijk fit liep ik voor de laatste keer door het huis. Nu bijna een routine klus. Mijn rugzak verdween in de kattenbak van de Toyota en ik was klaar voor Vietnam.

Thai Airways, Terminal 1. Dit is wel even andere koek. Hier wordt voor je gezorgd! Er waren wel twintig incheckbalies open en ik kon meteen inchecken en mijn bagage, 9,5 kg, was ik al snel kwijt. Wel een enorme rij mensen bij de immigratie dienst. Deze oploop maakte dat ik besloot door te lopen naar Terminal 2 omdat daar bijna geen vliegtuigen vertrekken in de ochtend. En inderdaad, er stonden maar een paar mensen te wachten. Toen ik aan de beurt was moest ik tot mijn grote verbazing met mijn paspoort naar een speciale balie. Het was geen groot probleem maar de beambte mocht of kon mijn paspoort niet stempelen. De nu traditionele fles “Hennessy Cognac” werd gekocht in de taxfree shop en ik begaf mij naar de gate. Alles ging snel en ik zat voordat ik het mij realiseerde in de Airbus 320 naast een Nederlander die naar Vietnam ging voor zaken. Hij kocht stukjes en beetjes van de failliete boedel van Parmalat in zuidoost Azië. We praatten wat en een andere man benaderde mij en vroeg of ik er bezwaar tegen had om van plaats te ruilen.
Ik had geen bezwaar natuurlijk. Het werd nog beter, ik moest naar de business class. Alleen tegen het opnieuw van plaats verwisselen net voor de landing maakte ik bezwaar. Het was alles of niets. Hij stemde ermee in en ik ging naar de business class in de voorkant van het vliegtuig. Een goed begin van de reis, dat zeker.
Waarom zitten er altijd dikke mensen in business class? Hebben zij meer geld of zijn zij bereid meer te betalen voor wat meer stoel breedte? Nu ook weer enkele dikke medemensen. Ik genoot van mijn ontbijt met echt metalen bestek. Terroristen vliegen namelijk nooit business class! Mijn dag kon niet meer kapot.
Een uurtje later landen we op het " Ho Chi Minh City International Air port". Vanuit het vliegtuig zag ik niet veel verschil met andere landen in de buurt. Ik was benieuwd wat ik hier zou aantreffen. Het verlaten van het vliegtuig door een slurf had ik zeker niet verwacht en dat betekende dat het toch wel modern was. Een enorm lange galerij met aan beiden kanten glas moest ik door voordat ik bij de immigratie aankwam.
Infrarood camera's stonden klaar om mensen met een verhoogde temperatuur eruit te vissen, dit natuurlijk in verband met SARS. Wat me meteen opviel waren de enorme hoeveelheid petten en oerlelijke groene uniformen. Een kleur die zeker niets met camouflage te maken had. Ze zouden minder opvallen in rode pakken! Wie ze droeg of wat ze waren wist ik nog niet. Logistiek was de immigratie dienst nog niet zo ver ontwikkeld. Tergend langzaam ging de rij langs de twee beambten. Toen ik na ruim dertig minuten eindelijk aan de beurt was kon ik mijn ogen niet geloven. Hier achter het bureau had de tijd niet stilgestaan! Mijn paspoort werd gescand door een ambtenaar en de software deed de rest. De tweede keek over zijn schouders mee. Mijn gegevens werden automatisch ingevuld en ook mijn paspoort foto verscheen op het scherm, alleen de geldigheidsduur van het visum werd met de hand ingevuld. Mijn gezicht werd gecontroleerd met de foto en een goedkeurende knik viel mij ten deel. Dat was het dan, ik was in Vietnam.
De luchthaven zag er op het eerste gezicht primitief uit. De afhandeling van de bagage was echter wel in orde. Alle bagage lag op een grote hoop naast de band die al stil stond. Mijn rugzak, een kilo of tien, was snel gevonden en met half dichtgeknepen ogen stapte ik het felle zonlicht en de hitte van de dag binnen. Onmiddellijk was ik omgeven met Vietnamezen die mij de meest uiteenlopende diensten aan boden. Taxi? Lady? Change Money? Hotel? Eerst mijn Oakley! Met de zonnebril op mijn neus zag Saigon er al een stuk beter uit. Ik liep weg van de troep en ging ergens in de brandende zon zitten, wetend dat zelfs de hardnekkigste tout hier wel een heel grote hekel aan had.
En ja hoor, ik was voor een paar momenten alleen. Ik las snel in mijn LP waar ik heen moest en wat het mocht kosten. De eerste taxichauffeur die nu de moeite nam om mij aan te spreken mocht mij naar een hotel rijden. Wetend in mijn achterhoofd dat hij daar een provisie voor zou ontvangen. US$ 7 voor het ritje, en het hotel waar hij mij naar toe bracht zag er goed uit. US$ 25 voor een nacht, mijn limiet voor deze reis. Ik was blij dat ik even op mijn bed kon gaan liggen. Een hazenslaapje zou mij goed doen.
Na een korte rust was ik klaar om Saigon in te gaan. Ik vroeg aan de receptie mijn paspoort terug en volgde de aanwijzingen van de receptionist op om bij de bank te komen. Mijn eerste ervaring met de Vietnamese Dong. Het geld zag er vreemd uit en je kreeg er ook enorm veel van. 1.675.000 voor honderd US dollar, ik moest het wel twee keer natellen voordat ik het eindelijk goed had gekeurd. Met het lokale geld op zak stapte ik de nieuwe wereld binnen. Saigon.
Een stroom van indrukken kwam bij mij binnen. Ik had de plattegrond van Saigon in mijn gedachten geprent en liep nu in het wilde weg door deze miljoenenstad. Bijna vijf miljoen mensen op een hoop is wat de LP mij vertelde, deze zat natuurlijk als back-up in mijn broekzak. Ik liep richting de rivier en die kon je niet missen. De Saigon rivier, deze loopt door Ho Chi Minh City. De lokalen noemen de stad nog steeds Saigon, regeringsafgevaardigden en officials blijven het HCMC noemen. Dit waarschijnlijk om de overwinning op het slechte zuiden en de superioriteit van het noorden een extra glans te geven.
Wat mij het eerste opviel was de stank van urine. Binnen enkele minuten had ik ook meteen gezien waarom dit zo was. De mannelijke helft van de bevolking pist waar ze staan. Het maakt niets uit of het op een markt is, een park, een zijstraat of een plein. Als de natuur roept gaat ie uit de broek en laat maar lopen. Het tweede waar je absoluut niet omheen kan is het aaneengesloten concert van toeters. Er wordt niet getoeterd om gevaar aan te kondigen maar meer om te zeggen, "Ik kom eraan"! Met 2.000.000 brommers en wat auto's en bussen kun je begrijpen wat een kabaal dat geeft.
Langzaam slenterde ik richting de rivier. Een opstootje trok mijn aandacht en ik wilde wel eens zien wat die mensen bezielde. Het ging snel! Het geld ging van hand op hand. Twee hanen werden losjes langs elkaar gestreken. Ze werden op elkaar losgelaten. In een gejuich van de mensen vlogen ze op elkaar af. Er vlogen wat veren in de rondte en al snel lag één van de hanen gewond op de grond. De overwinnaar werd gegrepen door zijn baas en ging terug onder de bamboe kooi. De gewonde haan bloedde dood. Al vloekend en duidelijk teleurgesteld verliet de eigenaar met de dode vogel het strijdtoneel. Waarschijnlijk was die haan gepromoveerd tot het avondeten. Alles was in een flits voorbij. De menigte loste zich op en enkele seconden later stond ik weer alleen aan de stoeprand.
Ik liep verder richting de rivier en werd wel om de twee minuten aangesproken door een fiets of motortaxi. "Where you go"? "Very cheap!". "One hour, 10000". Ik probeerde dit niet te zien maar soms gingen ze gewoon voor je staan en sneden al rijdend met hun voertuig je de pas af. Ik wilde niet kwaad worden en bewaarde mijn rust. Ze gingen meestal na enkele tientallen seconden weer weg. Ik wist dat ik was verdwaald toen ik bij een smal stroompje aankwam. Dit kon nooit de rivier zijn die de Fransen had gemotiveerd om Vietnam in te lijven. Mijn gevoel zei links af en dat volgde ik dan ook meteen op.
Ik passeerde een paar jongens die even een motor van een Renault 4 uit elkaar hadden gehaald. Ik dacht aan de tijd dat ik hielp bij een garage in Zaltbommel. Dat was eeuwen geleden dus. Deze auto had waarschijnlijk al miljoenen kilometers op de klok en was duizend keer gerepareerd. In onze westerse samenleving is deze auto al tien keer afgeschreven en de weinige die nog over zijn worden als oldtimers vertroeteld. Hier is het gewoon een automobiel. Niets wordt hier verkwist!
Een wel erg volhardende fietstaxichauffeur kreeg mijn sympathie tenslotte. Hij was ook meteen vriendelijk op een vreemde manier. Een brede glimlach vanonder zijn grijze pet. Ik boekte hem voor de volgende dag en vertelde dat hem dat hij om negen uur bij mijn hotel moest zijn. Ik liet het visitekaartje zien en hij wist meteen waar het was. "Ik ben er al om acht uur", lachte hij en verdween in de verte. Eindelijk kwam ik aan bij de Saigon rivier. Ik stak de drukke straat over en ging weer links af de boulevard op. Ik dronk wat water aan een geïmproviseerd terras langs de rivier en keek nog eens goed om mij heen. Het was veel anders dan ik mij had voorgesteld. Meestal maak ik geen voorstelling over wat ik ga zien. De meeste mensen die ik tegenkom zijn altijd teleurgesteld. "Ik had het mij veel anders en mooier voorgesteld", hoor je dan ook erg vaak.
Vandaag moest ik ook nog wat shoppen. Ik wilde voor een mini statief kijken en ook een paar postkaarten moesten worden gekocht. Een goede vriend, Peter Hermens, was jarig en dat kon ik niet overslaan. Ik was verder niet echt op zoek maar als ik iets zag dat me aanstond dan kon ik het kopen. En een statief vond ik. 45.000 Dong, niet slecht. Postkaarten vond ik in een boekenwinkel die mij meteen een hoop vertelde over de staat van het communisme en de vrijheden van de bevolking. Daar stonden de boeken op een plank. Van de beste kameraden tot de grootste schurken, wel in het Vietnamees en ik kon natuurlijk niet lezen of het wel of geen propaganda was. Maar toch, ik had meteen een goed gevoel over Vietnam. Ook stond het borstbeeld van uncle Ho op een prominente plaats. De postkaarten waren van een enorm formaat, maar ik heb er toch maar een paar gekocht. Postzegels waren niet op voorraad dus moet ik de volgende dag naar het postkantoor, dat zou op zich wel weer een klein avontuur zijn.
Ik keek in mijn LP en probeerde uit te vinden waar ik mij op dit moment bevond in de stad. Het was niet eenvoudig maar ik kwam er toch uit. Ik ging richting mijn hotel, gooide alles op het bed in mijn kamer en ging op weg naar het backpakkers gebied van Saigon. Het "Khao San van Saigon" wel te verstaan. Cheap, cheap en nog eens cheap. Een café op een hoek met een klein terras zag er aantrekkelijk uit. Er zaten ook wat buitenlanders, wat meestal zegt dat het eten er goed is en de prijzen redelijk. En dat klopte dan ook. Ik gebruikte een kleine maaltijd met een paar bier en voldaan ging ik weer richting mijn hotel voor mijn douche beurt en een korte rust.
Eenmaal wakker en opgefrist kreeg ik de schrik van mijn leven. Het kabaal in het hotel was van die kwaliteit dat zelfs mijn buren zouden gaan klagen.
Even een korte uitleg: ik heb sinds mijn terugkomst uit Australië in december 2003 veel overlast van mijn buren. Ze werken elke avond van vijf tot twee. Bij thuiskomst gaan ze gezellig Karaoke zingen en eten koken. Tel daar nog drie honden bij op die liggen te janken totdat de baas weer thuis komt en je begrijpt dat het moeilijk is om in slaap te komen. Het geheel blijkt onbespreekbaar met de buren wat als resultaat heeft dat ik van de dag de nacht moet maken en hun dagritme moest overnemen. Ik ben daar erg gefrustreerd uitgekomen en geluidsoverlast is een obsessie voor mij geworden.
Ik wilde onmiddellijk weten waar dat kabaal vandaan kwam. Ik opende de deur van mijn kamer en een zondvloed van Aziatische muziek kwam mijn kamer binnen. In Paniek keek ik om mij heen in het trappenhuis en het leek overal vandaan te komen. Ik snelde verward terug naar mijn kamer. Was het de tv? Had ik een karaoke bar over het hoofd gezien? Hoelang zou dit duren? Ik wilde tenslotte niet de hele avond opblijven! Uiteindelijk kwam ik tot mijzelf en besloot te gaan eten. Ik liep de kamer uit en nam de lift naar de begane grond. Met het dalen van de lift nam ook het lawaai af. Eenmaal op de begane grond bij de receptie hoorde ik bijna niets meer, ook niet in het trappenhuis. Ik besloot af te wachten en mij later te beklagen als ik wilde gaan slapen.
Ik liep al weer een beetje meer opgewekt richting het café dat ik die middag had gevonden. Een tweede test zou het ondergaan vanavond. De eerste hindernis op mijn weg was het oversteken van een brede straat. Honderden brommers die van alle kanten langzaam op je af komen. Niemand stopt en ik kan op dat moment ook geen voetgangers oversteekplaats ontdekken. Langzaam maar met een volharding naar de overkant dan maar.
Ik stap toch wel met een beetje angst het zwarte wegdek op en kijk naar links. Ze rijden namelijk rechts in Vietnam. Ik kan mijn ogen niet geloven. Bij elke langzame stap vooruit opende het voorbij razende verkeer zich als de rode zee voor Mozes. Ik krijg er zelfs plezier in. In het midden van de 20 meter brede weg wordt het wel een beetje oppassen geblazen. Hier gaat mijn hoofd van links naar rechts als bij een versnelde tenniswedstrijd. Ik moet ze nu aan beide kanten in de gaten houden. Een paar stappen verder wordt het dan weer gemakkelijker en ik hou het van rechts aanstormende verkeer in de gaten. Vermoeid maar voldaan sta ik na te genieten aan de overkant van de weg.
En ook de bron van mijn ongemak, het lawaai, was gevonden. Een groot podium stond niet ver van mijn hotel op een plein met een paar honderd Vietnamezen ervoor. Op het podium, dat ter ere was van de vijftigste verjaardag van de slag om “Dien Bien Phu”, werden liederen ten horen gebracht over de glorie en de kracht van het communisme. Plaatselijke grootheden uit de entertainment industrie waren gehuurd, waarschijnlijk kunnen ze toch geen nee zeggen, om de boodschap uit te dragen. Mooie meisjes, kuis gekleed, dansten op de ritmes van de band. Ik keek het schouwspel een kwartiertje aan en toen won de honger van mijn nieuwsgierigheid.
Mijn tweede maaltijd bij het café bestond uit een pizza. Ik had die middag al een ex-pat gadegeslagen die hem met veel smaak en plezier naar binnen had gewerkt. Ik moet ook eerlijk zeggen dat de rijst en groente die middag goed waren. Maar toch het zekere voor het onzekere genomen. Niet teveel van die lokale gerechten. Om en om! Ik wil de loperamide nog een tijdje in de medicijnentas houden. Ik dronk nog een paar bier en kletste wat om mij heen met verschillende mensen. Vol en voldaan liep ik terug naar mijn hotel. Het concert was inmiddels afgelopen en door lege halfdonkere straten ging ik richting het hotel. Tijdens mijn nachtwandeling vielen twee dingen mij op. Ten eerste, de straten waren schoon. Ja, echt schoon. Op bijna een onAziatische manier. Het andere was het rechts rijden. Ik moest steeds op mijn hoede zijn bij het oversteken. Het was een nieuwe wereld. Ik kon terugkijken op een geslaagde eerste dag in Vietnam. Als de trend nu was gezet dan zou het zeker een leuke reis worden. Morgen de tempels.

maandag 3 mei 2004

Vietnam, een inleiding

Vietnam 2004

Ik weet eigenlijk niet wat ik moet verwachten. De verhalen die ik heb gehoord zijn allemaal in de orde van. You'll love it or you'll hate it. Vietnam is communistisch met een knipoog. China de grote broer kijkt over zijn schouder toe. De toeristen kunnen bijna niet op eigen gelegenheid reizen maar zijn toegewezen op staatsondernemingen die alles nauwlettend in de gaten houden. Saigon betekend voor mij de beelden van de laatste Huey tijdens de evacuatie van de Amerikaanse ambassade in 1975. Een verscheurd land achterlatend. Hanoi brengt mij terug naar de kerstmis bombardementen van 1972. De hele wereld schreeuwde om vrede en Nixon moest uiteindelijk toegeven. En alles daartussen in namen van veldslagen en oude paleizen. Ik ben benieuwd.

5 mei / 3 juni 2004

dinsdag 23 maart 2004

Maleisië, Kuala Lumpur

Kuala Lumpur, 17-23/03/2004

Op woensdagochtend werd ik gewekt door mijn mobiele telefoon die nu zijn werk deed als wekker. Acht uur dus. Opnieuw waren er enkele jumbojet's in de douche naast mijn kamer opgestegen. Zoals verwacht kwam de taxi die ik gisteren had besteld niet opdagen. Ik zou dat stukje wel even lopen! Ik had vier broodjes ei gemaakt de vorige middag. Dat zou mijn lunch en snack zijn voor de dag. Onderweg nam ik een afslag te laat en mijn wandeling werd een kilometer langer dan ik verwacht had. Met een nat voorhoofd en een natte rug kwam ik bij het busstation aan. Een uurtje te vroeg, maar je weet nooit in deze landen. En als Nederlander ben ik natuurlijk altijd ruim op tijd. De bus van de "Transnational" stond al op de parkeerplaats te wachten. Ik hing wat rond en bekeek mijn mede passagiers die één voor één hun bagage in de buik van de bus plaatste. Ik hield natuurlijk meteen ook mijn eigen rugzak goed in de gaten.
Om kwart voor twaalf opende de chauffeur de deur en de passagiers snelden naar binnen. Eindelijk airconditioning! Toen het er op leek dat iedereen zijn plaats had ingenomen was de bus nog niet eens half vol. Ik had sowieso twee plaatsen voor mijzelf gehad. Toch was ik blij dat ik voor nog geen twee euro de gok om naast een ander te zitten niet had genomen. De chauffeur liep door de bus en controleerde de plaatsbewijzen. Achter mij ontstond een beetje commotie. Er zat een groep Vietnamese bouwvakkers in de bus. Ik had ze gadegeslagen toen ze alles wat ze bij hun hadden in de bagageruimte lieten verdwijnen. Rijst koker, ventilatoren, potten en pannen en nog meer van dat huishoudelijk spul. Waarschijnlijk sjouwden ze heel hun hebben en houden mee van bouwplaats naar bouwplaats. Zij spraken geen Maleis en de chauffeur geen Vietnamees. Vol interesse keek ik wat er zou gaan gebeuren. Ze zaten op de verkeerde stoelen. Snel een stoelendans opgevoerd en alles was opgelost.
Toen de chauffeur weer voor in de bus aankwam verwachtte ik dat we zouden vertrekken. Nee dus, de chauffeur stapte de bus uit en begon een sigaret te roken. Hij keek voortdurend om zich heen alsof hij op iemand stond te wachten. Hij keek nog eens goed op de passagierslijst, die in zijn kontzak was gestoken, en rookte nog een sigaret. Een Vietnamees probeerde een gesprek met mij te beginnen. Ik spreek helaas geen Vietnamees en hij geen andere taal. We waren dus zo uitgesproken, ook met alle goede wil in de wereld kwamen we geen steek verder. Ondertussen was het al kwart over twaalf en we waren dus 15 minuten te laat. Ik begreep er niets van. Toen hij de bus binnen kwam vroeg hij aan mij in kreupel Engels waar mijn vriend was. Ik begreep er niets van en probeerde voorzichtig iets meer te weten te komen wat hij nou precies bedoelde. Nou, dat was eenvoudig. De stoel naast mij was leeg dus hij miste een passagier! Toen ik hem had uitgelegd dat ik twee kaartjes voor mijzelf had gekocht keek hij mij onbegrijpend aan en nam kwaad plaats op de chauffeurs stoel. Met een zuurkijkende mopperende chauffeur gingen we richting Kuala Lumpur.
De reis ging voorspoedig en we stopten een enkele keer om passagiers op te pikken of af te zetten. Ook werd er een tweede chauffeur opgepikt die konstant in de deuropening stond te roken. Altans, totdat hij achter in de bus ging liggen slapen. De Vietnamesen achter mij waren meteen in een diepe slaap geraakt. Het was nu de eerste keer dat ik mijn nieuwe I-pod aan de test zou onderwerpen. En ik kan nu zeggen dat het één van de beste dingen is die ik op mijn reizen kan meenemen. Ik genoot meer dan vijf uur onafgebroken van mijn favoriete muziek terwijl ik naar buiten keek en het landschap in mij op nam. Toen ik in de verte de "Petronas Towers" en de "Menara Tower" zag opdoemen was ik blij om weer in KL te zijn. Net na een tol station stopte de bus en de Vietnamezen werden met hun hele handel in de berm van de autosnelweg afgezet. Een telefoontje van de buschauffeur en we reden weer verder het centrum van KL in. De twee chauffeurs gemeen en achterbaks lachend terwijl ze in het Maleis naar elkaar schreeuwden.
De bus reed direct naar het "Puduraya busstation" en daar was dan ook meteen het eindpunt van de busreis. Ik gooide mijn grote rugzak op de schouder en nam de kleine in mijn hand. Het was maar een ruime honderd meter naar de taxistandplaats. Ik probeerde een taxi te krijgen maar geen van de bandieten was geïnteresseerd in een korte rit naar mijn hotel. Nou ja, ze wilden wel maar ik moest dan meteen de hoofdprijs betalen. Vier maal het gewone tarief. Daar had ik geen trek in. Dan maar lopen. Ik liep met de volle bepakking richting mijn hotel. Een minuut of vijftien lopen. Best wel lekker na een hele dag in de bus te hebben gezeten. Het hotel was niets veranderd. De receptionist herkende mij meteen en begroette mij als een oude vriend, dat strijkt toch wel een beetje je ego. Ik begroette de hele staf van het hotel en nadat ik de formaliteiten had afgewikkeld ging ik naar mijn kamer. Het was een kamer naast die van vorig jaar. Het uitzicht was niet zo mooi maar het is toch een heerlijk hotel midden in het cetrum.
Ik friste mezelf op en liep een uurtje later het hotel uit voor mijn eerste avond in Kuala Lumpur. Zoals alle steden veranderd ook Kuala Lumpur elk jaar. Er was nu een nieuwe Ierse pub op de hoek en het guesthouse waar ik enkele jaren geleden met Kris een mooie tijd had gehad was gesloten. Of misschien nog open maar er was toch zeker niemand thuis. De grootste schok kreeg ik echter toen ik in China Town kwam. De vroegere o zo gezellige markt was nu overdekt en één van de belangrijkste straten was afgesloten wegens een renovatie om alles met een waas van kitsch te overgieten. Onbegrijpelijk!!! Één van de belangrijkste weekeinden in het jaar en het centrum is gewoon afgesloten. Gelukkig was mijn favoriete Chinese restaurant gewoon open en ik werd begroet door mijn oude vrienden, Mr. Lee zag er nog steeds gezond uit. Ik nam een stoel aan een tafel op het geïmproviseerde terras. Ik liet mij de grote fles Tiger Beer goed smaken. Na een snackje en nog een biertje ging ik terug naar mijn kamer. Het zou morgen een drukke dag worden.
17 maart betekend St. Patricksday en dat is geen goed moment om een kamer in een hotel tegenover een Ierse pub te hebben. Ik werd gek van het lawaai. Ik was het lawaai juist ontsnapt in mijn huis in Pattaya. Het was een obsessie voor me geworden. Ik lag wakker en luisterde naar het zingen en het juichen. Ik vroeg mezelf af wat ze aan het doen waren. Uiteindelijk viel ik toch in slaap en had een slechte nachtrust.
De donderdag begon goed en slecht. Ik wilde om een andere kamer vragen. Dat zou alleen niet zo gemakkelijk zijn. Het was Formule 1 weekend en het hotel zat zo goed als vol. Twijfel door die verdomde herrie die ik thuis al maanden aan het bevechten was. Ik was kwaad op mijzelf en kon niet bevatten dat ik dit niet kon veranderen. Uiteindelijk gaf ik de kamer nog een tweede kans. Ik voelde me uiteindelijk ook wel een beetje eenzaam. Vorig jaar was ik hier met William en ik miste hem wel een beetje. Ik zou hem begroeten in Thailand als ik weer thuis was. Morgen zou Jeff komen, dan had ik een vriend hier en alles zou bijna weer normaal zijn. Vandaag had ik een volgepakt programma. Eerst wat ontbijt eten en dan de torens op. Nou ja, de brug tussen de torens. Het zou mijn 17e keer zijn. Ik weet het klinkt belachelijk maar deze torens zijn niet te beschrijven. Een ongekende architecture schoonheid in roestvast staal en glas. Islamitische symbolen verweven tot een oogverblindende constructie. Je moet het gezien hebben.
Mijn kaartje voor de torens was zo opgehaald en ik had voldoende tijd om een ontbijtje in de kelder te scoren. Na de brug te hebben bezocht was ook de verkoopbalie voor de Grand Prix in de kelder van het KLCC open. En ik kon het niet geloven maar ze hadden de kaartjes die ik wilde hebben! Het was nog niet eens twaalf uur en ik had bijna alles al gedaan. Nog even kaartjes ophalen voor de ultra snelle trein en de bus naar het circuit in het "Sentral Stesien" en ik was klaar. Halverwege de middag legde ik mijn hoofd op mijn kussen en sliep een paar uur. Mijn missie was geslaagd.
De avond bracht ik door met wat rondslenteren door de stad. Een stad veranderd als je het meeste al hebt gezien. Als je niet bekend bent met de stad kan je nog op ontdekking uit gaan. Ik ken het centrum van KL zo ondertussen van binnen en buiten. Er schiet voor mij weinig meer over dan een Indiase maaltijd bij Juzoef, een paar bier in Chinatown en met de ondergrondse naar KLCC, het shoppingcentre onder de torens, voor een kopje koffie. Dan naar bed. Ik keek er naar uit om niet meer alleen te zijn.
De volgende ochtend at ik mijn ontbijt in mijn gebruikelijke luxe broodjeszaak. Een soort DeliFrance alleen in een Aziatische stijl. Ik genoot van de lokale krant, vol met nieuws over de verkiezingen, en had natuurlijk al mijn kaartje voor de brug op zak. Ik kan het niet beschrijven maar die rit in de lift naar de 45ste verdieping is gewoon een rit naar de hemel. Eenmaal op de brug zie je steeds weer wat anders. De stad komt tot leven als het ware en zijn aanzicht vanaf 170 meter hoogte veranderd keer op keer. 20 minuten later stond ik weer op de begane grond. Ik zocht de zo lang mogelijkste weg, om tijd te doden, naar het centraal station. Ik zou Jeff gaan ophalen die middag. Hij kwam met Air Asia, een nieuwe budget maatschappij die vanuit Kuala Lumpur opereerd. Het liep op rolletjes. Ik had de tijd goed ingeschat en ik had mijn laatste slokje koffie nog niet doorgeslikt en ik zag Jeff al in de verte aankomen. Ik was blij hem te zien.
In een mum van tijd waren we in het hotel en Jeff installeerde zich in de kamer. Hij was duidelijk onder de indruk van wat hij allemaal zag. Ik was van mijn kant blij dat ik hem dit allemaal kon laten zien. Het eerste waar we aan toe waren was een koud biertje en dat is eigenlijk de lijn van het verhaal vanaf hier. We keken wat rond in de stad en hadden een goede avond in de Ierse pub. Er was namelijk rugby op tv. Het werd erg laat.
De kater die volgde was een goede. We schrapten de kwalificatie van zaterdag op Jeff's verzoek en hingen wat rond in de stad. Jeff was duidelijk aangeslagen. De zaterdagavond gingen we dan ook vroeg naar bed. Ook op zondagochtend was mijn vriend nog niet hersteld van de vrijdag. Gelukkig is het vervoer van en naar het circuit goed geregeld. Altans, als de chauffeur weet waar hij heen moet. In ons geval wist de chauffeur niet welke route hij moest rijden. Een paar verkeerde afslagen en we zaten op de tolweg terug naar Kuala Lumpur. In de bus werd er gemord door de passagiers en de chauffeur werd gesommeerd om om te keren. Maar waar? Deze tolweg gaat kilometer na kilometer verder zonder een afslag. Uiteindelijk na een kilometer of vijfentwintig konden we omdraaien en weer richting het circuit gaan. Na een lange omweg kwamen we aan op de plaats van bestemming. Het had wel een uur langer geduurd maar het belangrijkste was dat we er waren. Geleerd van de fouten in de voorafgaande jaren was het punt van afzetten en ophalen gewijzigd. We moesten nu een kilometer of vier lopen naar onze plaatsen. Natuurlijk bezochten we eerst de markt voor de hoofdingang. De race op zich was niet zo spannend maar om er bij te zijn is toch iets bijzonders.
De laatste twee dagen gingen wat rond de stad en deden inkopen. We kochten veel etenswaren die in Thailand niet te krijgen zijn. Jeff herstelde langzaam en hij kocht ook nog een Playstation 2 voor zichzelf. Daar zaten we dan met zijn tweëen, de dinsdagavond voor het vertrek, te golfen op de kamer. Het bezoek van de brug op de dinsdag, maandag gesloten, maakte nog de grootste indruk op mijn vriend. Ik was teleurgesteld omdat dit mijn 20ste had moeten worden. Ik had zaterdag verzaakt en daarom ben ik nu één bezoek te kort. Volgend jaar dan maar. Uiteindelijk kwamen we terug in Pattaya. Het was een geslaagde reis. Volgend jaar gaan we weer en dan drinken we iets minder zodat we iets meer kunnen doen.

dinsdag 16 maart 2004

Maleisië, Johor Bahru

Johor Bahru, 13-16/03/2004

Mooi niet dus, ik zag Johor Bahru alleen vanachter een venster in de bus op weg naar het JB Express Busstation.

Mersing, 13-16/03/2004

Nadat ik mij op een redelijk tijdstip uit mijn bed had gesleept stond ik onder de douche het slaapzand uit mijn ogen te wassen. Zeven uur was vroeg vergeleken met de tijden die ik eerder deze week was opgestaan. Ik was wel zeker dat ik vandaag zou vertrekken. Terwijl ik mijn haar droogde keek ik naar de georganiseerde hoop bagage midden in de kamer. Pakken is een fluitje van een cent. Binnen tien minuten stonden mijn twee rugzakken recht op tegen de muur. Er lag niets meer waar het niet thuishoorde en mijn spullen zaten allemaal op een plaats waar ik ze meteen kon pakken als dat nodig was. Ik greep mijn computer en ging voor de laatste keer op weg naar het internetcafé. Ik wist tenslotte niet wanneer ik de volgende kans had om mijn e-mail te bekijken. Ontbijt schoot er deze ochtend bij in want ik moest voor twaalf uur uit mijn kamer zijn. Gelukkig was ik om kwart over elf alweer terug. Ik kocht twee pakketten sandwiches bij de 7-11 om de hoek. Dat zou voldoende zijn totdat ik in Mersing was.
Ik nam afscheid van de behulpzame man achter de receptie en liep naar buiten. Ik had meteen een taxi. "Het busstation aan de Victoria street graag", zei ik terwijl ik instapte. Aangekomen bij het busstation schrok ik van wat ik zag. Er stonden minimaal 300 mensen te wachten op de bus. Ik twijfelde en speelde met het idee om terug te gaan en opnieuw intrek te nemen in mijn vertrouwde kamer. Waarom zou ik mijn vertrek uitstellen? Er waren toch geen goedkope vluchten van Singapore naar Kuala Lumpur! Je moet wel met de bus! Een andere optie, de taxi, was ook snel uit het zicht. Ze vroegen woekerprijzen, tot wel drie maal de normale prijs. Er waren namelijk maar weinig taxi's die buiten het centrum mochten opereren.
Mijn laatste kans was met de MRT naar Kranji. De receptionist had mij verteld dat het de beste keuze was op een zaterdag. Ik liep met volle bepakking naar het dichtstbijzijnde station van de MRT. De rit van het Bugis station naar het Kranji station begon in een overvolle trein. De kou van de aircondition in de trein beet in mijn natte lichaam. De menigte nam langzaam af en begon zich weer op te bouwen toen we dichter bij Kranji kwamen. Singapore was groter en groener als ik ooit verwacht had. Er waren zelfs open velden en een beetje jungle. Als een kudde verlieten we de trein. Ik liep met de stroom mensen mee en voordat ik het wist zat ik voorin de gele bus naar Johor Bahru. Beter zelfs, naar het express busstation van Johor Bahru.
Ik sprak onderweg met een medepassagier die mij het loket zou wijzen waar ik mijn kaartje naar Mersing kon kopen. Geluk dus. Ik kwam om kwart voor twee aan in het busstation. Ik had gehoopt dat ik een bus van twee uur kon nemen. Bijna goed! Ik had de bus van half drie en ik had het voorlaatste kaartje. De bus zag er goed uit en de reis zou drie uur duren. "Maak er maar vier van", dacht ik nog bij mijzelf. Het was nu ook tijd om mijn laatste sandwich naar binnen te werken. Er zaten opvallend weinig blanken in de bus. Drie om precies te zijn. Een ander stel en ikzelf. Het was een vreemd stel? Een oudere man met een grijze baard en een jong meisje, Halverwege de twintig schatte ik. Ik vroeg mij af wat de relatie zou zijn. Vader en dochter? Een verliefd paar? Iets ertussen in?
De bus nam ons mee over slingerende wegen. Eindeloze oliepalm plantages afgewisseld met rubberplantages en jungle. Echte jungle! Kamerplanten die hier huizenhoog staan. Af en toe slingerde er een aap door de kruinen van de bomen. Er zaten ook wat apen langs de kant van de weg. Genietend van het voedsel dat een automobilist uit het raam had gegooid. Je moet het gezien hebben om het te geloven.
Mersing. Het dorp zag er op het eerste gezicht vriendelijk uit. Nog voordat we op het busstation waren had ik het "Embassy Hotel" al gezien. Ik had besloten dat ik daar zou slapen. Ik kwam als laatste uit de bus en gooide de heel wat zwaarder geworden rugzak voorzichtig op mijn rug. Ik kon merken dat er een paar kilo boeken bij was gekomen. Het vreemde stel had waarschijnlijk hetzelfde idee als ik. Ze liepen vlak achter mij op weg naar het hotel. Ik nam snel een kortere weg en stond als eerste aan de receptie. "Een dubbel met aircon graag"? "Dat is dan RM 45",zei de vrouw, inclusief hoofddoek, vanachter de receptie. "Kan ik even kijken", vroeg ik? "Natuurlijk, hier is de sleutel van C8", en ze gaf mij de sleutel. Ik liep naar de derde verdieping en kon mij vinden in de kamer. Goed genoeg voor een paar nachten. Schoon, fris en aan de achterkant van het gebouw.
Eenmaal weer beneden bleek dat het vreemde stel ook al was ingeboekt. Twee kamers? Nu werd het nog vreemder! Eerst een koud biertje dacht ik hardop bij mezelf. De mannelijke zijde van het vreemde stel vond dit ook een goed idee. Een minuut later zaten we met zijn tweeën aan een tafel in het restaurant onder het hotel aan een ijskoude Tiger bier. Ik wilde natuurlijk weten wat het nou was! Het meisje voegde zich bij ons en nam ook een biertje. Nou daar gingen we dan.
Ze waren vreemden voor elkaar en hadden elkaar op het express busstation in Johor Bharu ontmoet. Eenmaal te weten gekomen dat ze dezelfde bestemming hadden hebben ze besloten om een stukje samen te gaan. Niets bijzonders dus.
De man was erg vriendelijk en vrolijk van aard. Hij grapte vaak en het gesprek ging langzaam richting zijn doel in het leven. Hij zei het niet direct maar doelde op het overleven van een bomaanslag in Londen in het begin van de jaren zeventig. De IRA waarschijnlijk. De bomaanslag had hem invalide gemaakt. Hij was er zich sindsdien wel bewust van hoe kostbaar het leven eigenlijk wel is. Een levenslang staatspensioen zorgde voor de nodige financiën.
Het meisje was halverwege de twintig en wilde wat meer van de wereld zien. Ze had al haar spaarcentjes opgenomen en had een vervelende en zinloze baan achter gelaten. Ze was naar Azie vertrokken omdat het haar wel gaaf leek. Ik moet eerlijk zeggen dat ik haar een beetje kwetsbaar vond. Ze had duidelijk van die aanwijzingen dat ze een aanklamper was. Van die mensen die alleen gaan en dan altijd een ander aanklampen om maar niet alleen te zijn. Nou ja, wat kon het mij ook schelen. De Bon Jovi tatoeage onderaan haar rug vertelde mij genoeg.
Na de bieren gingen we onze eigen weg. Zij zochten de zeekant op om wat seafood te gaan eten en ik dronk nog een paar bier en at chinees in het restaurant onder het hotel. Een beetje grappen met de lokale bevolking en vroeg naar bed.
Zondagochtend stond ik uitgerust op, morgen dus naar de eilanden. Lekker uitgeslapen! Na mijn douche ging ik op zoek naar een plaats waar ik kon ontbijten. Het hele dorp was behangen met posters en vlaggetjes. Het was verkiezingstijd. Niet dat Maleisië een democratie is maar voor de buitenwereld worden er toch schijnverkiezingen gehouden. Ik liep wat rond en nam zoveel mogelijk van Mersing in mij op. Behalve een ontbijtplaats. De plaatselijke banketbakkker had alleen de voor Azië zo normale overzoete broodjes en daar hou ik nu eenmaal niet zo van. Onderweg informeerde ik ook naar de mogelijkheden om hier weg te komen. Ik kocht meteen een buskaartje bij een reisburo voor mijn reis naar Kuala Lumpur. Het kon maar gebeurd zijn. Tegenover het reisburo lag de de pier waar de boten vertrekken naar Pulau Tioman. Ik slenterde langzaam die kant op om eens te zien wat daar allemaal gebeurde. En daar zaten ze! Het vreemde stel. Verdwenen zonder afscheid te nemen. Dat zet je toch wel aan het denken. Misschien hadden ze toch wel wat te verbergen.
Ondertussen begreep ik nu ook waarom het overal zo druk was geweest. Er werd mij verteld dat er een week schoolvakantie voor Singapore en Maleisië was begonnen. En natuurlijk waren er schoolreisjes naar de eilanden. Na een uur te hebben rondgelopen en weinig te hebbben gezien kwam de KFC als winnaar uit de bus voor een ontbijt. Een broodje kip met wat dikke friet. Gezien het feit dat mijn achillespees nog een beetje opspeelde besloot ik om na het ontbijt maar een kopje koffie op mijn kamer te gaan drinken en wat te gaan rusten.
Mijn middag wandeling zou een rondje dorp worden. En dat ging gelukkig goed. Ik maakte een flinke tocht rond het dorp. Wat mij meteen opviel was dat de meeste winkels op zondag gesloten waren. Ook veel restaurants waren niet open. Vreemd, in Azië is meestal alles open! Ik slenterde langs de boulevard, langs de modder/zand vlaktes vol met drijfvuil. Vol onbegrip keek ik naar die rotzooi. In een soort shopping/booking centrum liet ik de luch goed smaken. Een restaurant genaamd H & H Kitchen. Indonesisch deze keer. Ik weet ook niet waarom dat is maar aan de oostkust is het voedsel hoofdzakelijk Indonesisch. OK, telor is telur, maar dan toch. Ze noemen het wel Maleis.
Zondagavond betekende voetbal kijken. In het restaurant onder mijn hotel zat een mooie grote groep Chinese Maleisiërs te gokken op de uitslagen van die avond. Ik dronk rustig mijn Tiger biertjes en genoot van de wedstrijd. Totdat het nieuwe Carlsberg meisje binnen kwam. Gisteren was het een ouwe taart van in de veertig, nu was het een fris jong meisje. Bulat merkte meteen mijn blikken op. "Dat is de negentien jarige dochter", zei hij. "Haar moeder heeft gisteren waarschijnlijk voor haar ingesprongen". Op het moment dat ze binnen kwam begon ze zo overdreven met haar kont te draaien dat ik er bijna zeeziek van werd. Je kon je ogen gewoon niet van haar af houden. De Chinesen zagen het niet. Zij waren duidelijk teleurgesteld dat Manchester United verloor. En natuurlijk dat zij dan ook verloren.
Ik dronk nog een paar bier en at een Singapore Noedels. Tijdens mijn laatste bier was Bulat plotseling verdwenen. Bulat was mijn drinkmaat in dit dorp waar niemand langer als een nacht blijft. Ik had geen idee waar hij plotseling gebleven was. Ik maakte mijn glas leeg en op het moment dat ik de serveerster wilde roepen om te betalen kwam Bulat weer binnen. Zijn handen vol met plastic tassen. Er werd wat Maleis heen en weer geschreewd en voordat ik wist wat er gebeurde stond de tafel vol met heerlijke stokjes saté. Nou, dat had je nu niet moeten doen ;). Ik bestelde nog een bier voor mijzelf en een Guiness voor Bulat. Saté ajam (kip) en saté kambing (geit). Heerlijk gewoon. Half dronken en erg vermoeid ging ik slapen.
Het was geen wonder dat ik op maandagochtend pas om tien uur uit mijn bed kwam. Ik liep naar de bakker om toch maar wat van die broodjes te proberen. KFC elke ochtend was ook geen aantrekkelijke gedachte. Een zakje van zes zachte half zoete witte bolletjes voor € 0.35. "Dat zal ondertussen in Nederland wel wat meer kosten", dacht ik nog. Gisteren tijdens de lunch had ik gebakken eieren gezien. Twee broodjes gebakken ei met veel zout werd dan ook mijn ontbijt vandaag. Een banaan en een Diet Coke maakte mijn ontbijt compleet. Ik voelde me goed en vond het geen slecht idee om te kijken of ik misschien ook nog naar het eiland kon. Een paar uur lekker lui op een boot hangen leek mij een goed idee voor de maandagmiddag.
Speedboten waren er voldoende. Maar dat was niet wat ik zocht, ik wilde met de slowboot. Eenmaal een veerdienst gevonden kocht ik de twee kaartjes die samen het retourtje naar Pilau Tioman vormden. Naarmate de vertrektijd naderde werden de passagiers steeds ongeduldiger. Een enkele ging naar het loket en vroeg wanneer die boot nu eindelijk eens kwam. Ik had gisteren al gezien dat de boot een uur later vertrok in verband met waterstand. Laag water dus. Ik volgde geïnteresseerd wat er allemaal ging komen. Het deed de man van de veerdienst absoluut niets dat hij door wel tien man tegelijk met een verheven stem werd aangesproken en tot uitleg werd gesommeerd. "Boat come in ten minutes, sure", zei hij met een grote glimlach op zijn gezicht. Tien minuten later speelde hetzelfde tafereel zich nogmaals af. En nog een keer, en nog een keer. Tot uiteindelijk in de verte de contouren van een grotere boot zichtbaar werd.
In een recordtijd was iedereen aan boord en zou de boottocht beginnen. Echt niet, eerst moest er dieselolie worden ingenomen. Één uur en derig minuten later werd er aan de overtocht begonnen. Ik hou van die boottochten. Lekker niets doen, een beetje kletsen en wat om je heen kijken. Langzaam werd het eiland groter aan de horizon. Het was echt een mooi eiland. Ik vond het nu jammer dat ik niet meer tijd had om er een paar dagen door te brengen. "De volgende keer", beloofde ik mezelf.
Ik begon mij nu wel zorgen te maken. Het was al half vier en we waren nog geen één keer gestopt. Om vier uur zou mijn speedboot terug naar Mersing vertrekken. Vanaf de andere kant van het eiland wel te verstaan. Om kwart voor vier verlieten de eerste passagiers de veerboot. Aan een voorbij lopend bemanningslid merkte ik op dat ik met de speedboot mee terug zou gaan. Verbaasd keek hij me aan en liep verder. Om vijf voor vier verlieten er weer enkele passagiers de boot en ik begon hem nu wel te knijpen. Ik had weinig trek om hier een nacht door te brengen. Ik sprak hetzelfde bemanningslid weer aan en hij verzekerde mij dat alles onder controle was. Ja ja, dat zal wel. Ondertussen voeren we rustig door het heldere smaragd groene water. Vijf over vier!! Ik had het niet meer en ging naar de brug. Ik had de deur nog niet opengeschoven of de kapitein zei in perfect Engels dat hij met de radio de speedboot had gemeld om op mij te wachten. Ik slaakte een zucht van verlichting toen ik de speedboot zag liggen.
Er waren een paar blanken aan boord die niet konden lachen toen ik aan boord kwam. Zij hadden tenslotte 25 minuten op mij moeten wachten. Met gezichten vol onbegrip keken ze mij aan. Ik lachtte schuchter en ging achterin zitten. Toen werd het allemaal nog genanter. De speedboot ging precies dezelfde route terug en stopte bijna overal om een paar passagiers op te pikken. Deze mensen hadden dus allemaal een half uur op mij moeten wachten! Hé, wacht eens even. Waarom had die slimme kapitein mij niet op de eerste pier afgezet? Dat was dom geweest van hem om mij helemaal mee te nemen naar het einde van zijn route. Ik voelde mij nu een stuk beter en langzaam vielen mijn ogen dicht. De warme zon, het wiegen van de boot op de golven en het monotone gezoem van de motoren wiegde mij langzaam in slaap.
Ik schrok wakker toen de boot abrupt snelheid verminderde. We voeren langzaam de rivier op. Het restaurant onder het hotel was dicht vandaag en ik was genoodzaakt om ergens anders te eten. Waarom niet bij H & H Kitchen? De eigenaar stond al te zwaaien toen ik de paar treden opliep naar het restaurant. Ik nam een blikje frisdrank uit de grote koelkast en ging zitten. "Nasi"? "Eh, ja graag, maar niet zoveel",antwoordde ik. Ik wees wat gerechten aan die rond de witte rijst op mijn bord werden gelegd. Dat zag er weer heerlijk uit. Ik leegde mijn bordje en at de gebruikelijke banaan als toetje. Het afrekenen was ook een waar genoegen. Elke keer als ik weer terug kwam voor een maaltijd kreeg ik meer korting. De vele westerlingen die mij zagen zitten in het restaurant waren op één of andere manier gerustgesteld en namen ook plaats. Meer business dus. En dat werd beloond! Mijn laatste maaltijd kostte me iets meer dan een euro. Misschien had het iets te maken met de broodjes die ik na het ontbijt achterliet voor de eigenaar. Ik hield het droog die avond en na een lekker kopje thee en een half uurtje lezen deed ik het licht uit.
Het gedonder en bliksem maakte mij om zes uur in de ochtend wakker. Ik was niet de enige die door het noodweer was gewekt. De kamer naast mij was nu ook bezet, en wel door zes mensen. Toen de eerste de douche inging was het slapen voorbij. De warmwaterleiding maakte zoveel kabaal dat het leek dat ik midden op een startbaan stond. Dan maar koffie. Een heerlijk bakkie op de kamer, met een glimlach keek ik naar het borrelende water. Kan ik iedereen aanraden zo'n dompelaar. Nadat de zesde jumbojet was opgestegen werd het weer wat rustiger. Buiten viel de regen gestaag op het asfalt. Ik had geen plannen en kon ook niet slapen.
Ik pakte mijn paraplu, die ik Singapore van de man achter de receptie had gekregen, en liep de regen in op weg naar de bakker en het zo ondertussen vertrouwde restaurant. Een krantje erbij en de regen deerde mij niet. Ik was wel blij dat ik de bootreis niet had uitgesteld tot vandaag. Dat zou een ramp zijn geweest. Broodje, gebakken eitje, kopje koffie, Diet Coke, krantje en een banaantje. Mijn ontbijt was een succes. Ondertussen had ik ook wat zitten denken. Zes uur in de bus! Met god weet wie naast je? Een kaartje kost iets meer dan twee euro. Ik ga de stoel naast die van mij ook boeken!
Na het ontbijt liep ik door de ondertussen iets minder geworden regen naar het reisburo. De stoel naast mij was nog vrij en het kaartje was zo geprint. Nou dat was het dan voor vandaag. Het regende de hele dag. Ik liep er nog één keer uit om mijn e-mail te controleren maar het netwerk was down. Niets dus, met uitzondering van een taxi die ik reserveerde om mij de volgende dag om tien uur s'ochtends op te halen. De bus zou om twaalf uur vertrekken. Dat zou dus ruim genoeg moeten zijn.

maandag 15 maart 2004

Maleisië, Melaka verlenging

Melaka, 12-15/03/2004

Ik had besloten om ook de laatste vier dagen ook maar in Melaka door te brengen. Uiteindelijk was het hier zo slecht nog niet en ik moest ook nog wat bezienswaardigheden bezoeken. De beste tijd om dit te doen waren op de maandag en de dinsdag wanneer hier niets te doen is.

zaterdag 12-3

traditie voor het ontbijt. krant, 2 koffie en een cola light. ochtend wandeling en een sessie achter de computer. de stinkende zwarte rivier. Een drukte van je jewelste. Mooie satefondu met de man uit India en Patrick. Toren van 15 millioen en een luchthaven van 120 millioen. 12 millioen tuoristen per jaar. Een man uit Melaka die in Europa heeft gereisd in de 70's. Later een paar bier in de geographer.

zondag 13-3

Lang geslapen. gewandeld en fastfood. Geen sightseeing. Een ongekende drukte. Het avond eten schoot erbij in. Weinig goede restaurants. Weer een paar bier bij de bekende plaatsen. Bandlid verteld me dat hij een jazz cafe gaat openen. Ontmoeting met Patrick die mij de plaats achter een oud chiunees huis laat zien. t-shirt gekocht. regen eindigt de pasar malam.

maandag 14-3

Weer heerlijk uitgeslapen. gebruikelijk ontbijt. de sharia in de krant. wierrook gekocht. de wc, lekker dun. poeppillen. middagwandeling. bukit sina, portugese nederzetting. fastfood en rusten. zeker 8 kilometer gelopen. de regen in de middag. het hotel betaald. Opnieuw naar discovery cafe. Engelsman Nick. Patrick verteld opnieuw over de oude hollanders en de wijzigingen door de gekken van KL. Een paar heerlijke bier. Morgen de laatste dag.

dinsdag 15-3

Toch nog wat gezien. Het stadhuis en de st paul hill. Patrick heeft het maar over de duitsers van kelantan. Waarom hebben mensen die india hebben bezocht wat tegven toilet papier. De eigenaar over vriendelijk. j\Ik kon mijn wierrook al op de trap ruiken. een kamer als een sikh tempel. De laatste avond rustig aan gedaan.

12/15 maart 2004

vrijdag 12 maart 2004

Singapore, Singapore verlenging

Singapore, 09-12/03/2004

Het weer is een beetje opgeklaard en ik heb besloten om nog een dag in Singapore te blijven. Ik wil gewoon eten. Ik heb een honger die niet te beschrijven is. Gisteren met die regen ben ik de deur niet meer uitgegaan. Ik heb net gegeten en ik heb alweer honger.
Ik heb ook slecht nieuws. Mijn ouder worden en de diabetis hebben weer een slachtoffer gemaakt in mijn mond. Een halve kies, nu voor de tweede keer, afgebroken tijdens het ontbijt. Een paar overstromingen door de regen, echte diarree en een achillespees blessure. Voor de rest heb ik het naar mijn zin. Singapore is een aangename stad. Ik slaap s'morgens lekker uit. Erg veel zin om iets te doen heb ik niet. Maar ik trek er ongetwijfeld toch wel op uit. Johor is mijn volgende bestemming.
Het is alweer woensdag. Ik heb me vandaag verslapen en kwam pas on elf uur mijn bed uit. Na mijn gebruikelijke ontbijt bij de DeliFrance in de Funan IT Tower slenterde ik weer een beetje door de stad. Ik heb mijn LP nog eens doorgekeken maar echt veel is er niet te doen in Singapore. Er is natuurlijk het Sentosa eiland met zijn pretparken maar daar ben ik niet voor gekomen. Ik geniet meer van de chinese shophouses die de regering van Singapore gelukkig beschermd. Aan het einde van de middag zoek ik, zoals gewoonlijk, weer mijn favoriete internetcafé aan de Orchard Road op. Ik kan hier met mijn laptop inloggen, dat scheelt me veel werk. Na mijn avondmaal van kip in zwarte pepersaus in een Hawker markt en een chocolade ijsje van McDonalds zoek ik weer mijn kamer op. Het was een fijne rustige dag. Morgen vertrek ik! Waarschijnlijk?
Donderdag. Ik ben nog steeds hier en moet nu om mijzelf lachen. Ik heb al mijn shirts meerdere dagen gedragen en ze beginnen te ruiken. Ik heb zelfs nieuwe moeten kopen. Twee shirts met korte mouw voor € 6.-. Ik loop nu zelf rond in een lichtblauw shirt met de verpakkingsvouwen er nog in. Ik moest altijd lachen als ik zo iemand zag lopen! Vanaf nu zal ik alleen nog glimlachen. Ik kan gewoon geen wasserij vinden, en normaal zijn die overal.
Het regent weer. En niet zo'n beetje ook. Nadat ik mijn buikje had gevult ging ik maar weer naar mijn kamer. Ik zit uit het raam te kijken en zie de regen onafgebroken neerkomen op het natte wegdek. Uren en uren regent het. Ik heb dus genoeg tijd om aan mijn website te werken.
Het is uiteindelijk acht uur in de avond en ik zie ik de plassen op straat dat het bijna droog is. Ik besluit om voor de laatste keer Indiaas te gaan eten. Voor de laaste keer slenter ik langs de Serangoon Road. Het is niet echt druk. De meeste mensen zijn waarschijnlijk thuis. Mijn maaltijd is als altijd voortreffelijk, als uitzondering drink ik nu een Tiger bier bij de maaltijd. De vis pakora is overheerlijk en de kip Korma is heerlijk mild. Ik heb eigenlijk genoeg van dat Indiase voedsel. Indiaas eten gaat snel vervelen. De specerijen zijn, voor mij, bijna altijd hetzelfde. Alleen in een andere verhouding.
Morgen is het vrijdag. De heilige dag voor de moslims. Het lijkt me geen goed idee om op die dag te gaan verkassen en Maleisië in te gaan. Het is een goedkoop excuus! Nee, zaterdag ga ik echt op pad. Het is te gemakkelijk om in te kakken en gewoon de hele dag niets te doen in een stad als Singapore. Alleen rondhangen, eten en slapen.
Vrijdag, mijn laatste dag in Singapore. Weer dezelfde routine als in de vorige dagen met als uitzondering dat ik een computer beurs heb bezocht in Sun Tech City. Ik heb mijn nieuwe laptop gezien en wat belangrijker is, ik heb de scanner gevonden waar ik al langer naar op zoek was. Nergens te krijgen en ineens loop ik er tegen aan. Ik had laat gelunched en eigenlijk geen zin in de avond maaltijd. Na in mijn eentje een paar bier te hebben gedronken in de "Penny Black" pub besluit ik dat het avond is en dat ik ga slapen. Ik verwen mijzelf met een Big Mac en ik heb zelfs echte mayonaise bij mijn patat. Morgen moet het dan echt gaan gebeuren.

maandag 8 maart 2004

Singapore, Singapore

Singapore, 05-08/03/2004

Ik was al vroeg op en had een waslijst met opdrachten die ik vandaag zou afhandelen. Mijn ontbijt zou ik gebruiken in een Indiaas restaurant die een ontbijt buffet aanbood voor S$ 5.-. Dat wilde ik wel wel proberen. Onderweg naar het restaurant spookte de droom van de vorige nacht nog door mij heen. Onneembare zandhelllingen en PVC waterkranen. Mijn hoofd was op hol. Ik had erg onrustig geslapen. Ook wel te begrijpen na die halve middag op bed. Het ontbijt viel niet tegen en met de krant op tafel en een kopje koffie in de hand zat ik rustig en relaxed te genieten van de ochtend in Little India.
Mijn ritje in de ondergrondse was een belevenis. Het was de totale belevenis van Azië. De ene helft van de passagiers zat te slapen en de andere helft zat of met zijn mobiele telefoon te spelen of te bellen. De stations waren overvol met mensen op weg naar hun werk. Net geen Japanse taferelen maar wel erg druk. Efficiëntie was overal het doel, en het werkte. Als een leger macherend in de maat ging het bataljon van trein naar trein. Ik was gefaschineerd door dit geheel. Overstappen was geen probleem, overal stond aangegeven waar de ruime en in wit tl verlichting gehulde galerijen heen leiden.
Orchid Road, gewoon een andere buurt met enorme shopping centra en kantoren. Dit is de manier waarop deze dure grondstukken optimaal worden benut. Op de eerste twee of drie verdiepingen zijn er winkels. Dan volgen een aantal verdiepingen met kantoren met soms daarboven dure exclusieve appartementen. Orchid road is tevens de buurt waar zich veel ambassades bevinden. Eenmaal boven de grond keek in met half dicht geknepen ogen of ik misschien een herkenningspunt zag. Nee dus. Ik zag wel een neon reclame van een Apple center en dat had meteen mijn eerste opdracht opgelost. Het Sushi restaurant tegenover het Apple center kon mij melden dat het center om 11 uur zou openen. Ik had dus nog tijd genoeg.
De Thaise ambassade was ook zo gevonden. 5 maart 2004, de ambassade gesloten wegens Makkha Buddha Day. Dat was de tweede opdracht die ik had vervuld. Geen informatie over mijn O-visum.
Ik had genoeg tijd te doden voordat het Apple center zou openen en ik had best zin in een bakkie koffie. Als er één ding is waar Aziatische steden zeker geen tekort van hebben dan is dat fastfood restaurants. Koffie bij McDonalds! Nee, geen burgers. Gewoon koffie. Ik bladerde wat door mijn lonely planet en moest wel lachen toen ik las dat het de 1996 uitgave was. Nee, ik deed mijzelf hier geen plezier mee. Voordat ik naar het Apple center ging bezocht ik een boekenwinkel en deed mijzelf de 2004 editie kado. Zo, dat zou een stuk gemakkelijker zijn.
In het Apple Centre kocht ik de accesoires voor mijn I-pod en vroeg om wat informatie. De winkelbedienden waren meer dan vriendelijk. Dit lijkt de regel te zijn in de Apple wereld.
Nu nog de derde opdracht, inloggen met mijn laptop. Ik had recht tegenover de ambassade een shopping mall met op de eerste verdieping een internetcafé gezien Inloggen was geen probleem. Ik had zelfs nog meer geluk. De eigenaar van het internetcafé loste het netwerk probleem op mijn computer op. Ik had al weken met dat probleem geworsteld. Het was nog geen half één en ik was bijna klaar voor de dag. Ik ging op weg naar mijn hotel om mijn laptop terug te brengen en mijzelf klaar te maken voor de eerste middag in Singapore. De ochtend was in ieder geval een vruchtbare geweest.
Nadat ik een Chinese maaltijd had genuttigd in het restaurant onder mijn hotel ging ik op weg naar de EXPO. Zeg maar de RAI van Singapore. Ik had in de metro een reclame gezien over een expositie van ontlede mensen. Ja, ontlede mensen. Echte lichamen die op een of andere manier ontleed en met plastic geimpregneerd zijn. Ik wist eigenlijk niet goed wat ik ervan moest denken maar mijn nieuwschierigheid won. Schoorvoetend ging ik de ontvangsthal binnen. Mijn eerste ontmoeting met foto's over te tentoonstelling was niet eng. Ik besloot dan ook om naar binnen te gaan. Eenmaal binnen was ik gefaschineerd door wat ik allemaal zag. Ja, het waren mensen. Echte mensen! Maar door de manier waarop de tentoonstelling was opgezet hadden ze ook wat van hun menselijkheid verloren. Het is heel moeilijk uit te leggen. Het was in ieder geval niet eng. www.bodyworlds.com.sg mocht je geïntresseerd zijn.
Later in de middag op de terugweg wist ik niet wat ik hoorde in de metro. Het was een concert van beltonen. Alsof het NOKIA philharmonisch orkest optrad. Een onafgebroken stroom van beltonen. Het kunnen er wel duizend verschillende zijn geweest. Ik was een paar stations vroeger uitgestapt om eens lekker door de stad te slenteren. In de Aziatische steden is altijd wel wat nieuws te ontdekken. In Bugis wist ik weer meteen waar ik was en ik was écht blij.
Die vrijdagavond ging ik op pad door het zwoele Singapore. Ik slenterde door Chinatown en dronk een paar cider in een Engelse pub, de "Penny Black" genaamd. Onderweg nuttigde ik de ene na de andere heerlijke snack. Eigenlijk deed ik gewoon niets, alleen wat rondhangen. Genieten van Singapore.
De zaterdag en de zondag stelden eigenlijk niet zo veel voor. Ik liep wat rond en genoot. Ik keek de Formule 1 race in de pub na een volledig Engels ontbijt. Ik slenterde wat rond en at van alles wat, dat was voor mij het echte leven. Ik had alles gedaan wat ik wilde doen en ruste een beetje. Het enige probleem was dat ik last had van kiespijn. Net voor mijn vertrek was er een kies gerepareerd. Ik dacht er zelfs aan om een nagelvijl te kopen en hem zelf af te vijlen. Aan de andere kant kan ik het nog wel een weekje of twee volhouden.
De zondagavond wist ik niet wat ik zag. Klein India was veranderd in één grote mensenmassa. Rijen voor de telefoons, rijen voor de ATM's, rijen bij de man die de betelnut verkocht. Overal mensen. Het was zondagavond en dat betekend voor de vele mensen uit India, Sri Lanka en Bangladesh dé avond om naar huis te bellen en om vrienden te ontmoeten. Alles draaide om de telefoon kaarten. Letterlijk en figuurlijk, er was zelfs een rad van avontuur waar je voor een dollar een telefoonkaart van tien dollar kon winnen. En druk natuurlijk! Ik maakte het niet te laat, morgen zou ik naar Johor Bahru vertrekken.
Ondanks dat ik op maandag wilde vertrekken besloot ik om toch maar de ambassade te bezoeken. Je weet tenslotte nooit. En de informatie die ik wilde hebben kreeg ik dan ook. Neen! Geen visum, alleen als ik met een Thai getrouwd ben. Misschien moet ik dat dan maar doen ;). Ondertussen was het begonnen te regenen en het regende de hele dag. Ik heb gewoon de dag in mijn hotel doorgebracht achter de computer. Nu om 22.30 regent het nog. Er waren vandaag zelfs overstromingen geweest. Een paar straten verderop. Morgen ga ik verder, mischien Johor Bahru maar het meer noordelijke Mersing is waarschijnlijk een betere optie.

donderdag 4 maart 2004

Singapore, de aankomst

Singapore, 04/03/2004

Het had geen nut om vroeg naar bed te gaan. Nadat ik klaar was met het pakken van mijn rugzak ging ik nog een paar biertjes drinken. Ik zat er al helemaal doorheen toen ik om twee uur in de ochtend mijn huis binnen stapte. "Taxi om drie", dacht ik nog. Snel onder de douche en een paar broodjes smeren. Ik moest wel wat te eten meenemen want aan boort van het vliegtuig van die prijsvechters wordt niets geserveerd.
De taxi stond om half drie precies voor de deur. Beter te vroeg dan te laat. Ik liep nog rond in mijn blote kont toen de chauffeur aanbelde. Snel een zijden boxer aangeschoten en de aardige man binnen gelaten. Ik was nu bijna klaar en na een laatste controle door het huis zaten we samen in de ijskoude taxi. We reden de stille nacht in. Ik had moeite om mijn ogen open te houden en het was dan ook niet verwonderlijk dat ik een onafgebroken serie van hazeslaapjes in de taxi had. Ik was blij toen we eindelijk bij de luchthaven aankwamen. Het inchecken ging normaal. Geen computers maar het ouderwetse pen en papier. We werden drie keer naar een andere gate geleid voordat we in de bus konden stappen die ons naar het gereedstaande vliegtuig bracht.
Geen stoelnummers, dus wie het eerst komt die het eerst maalt. Dit werkte zonder problemen. Zo gelijk de vlucht. Ik had weer een paar korte slaapjes. Maar dat was niet genoeg. Ik zat er helemaal doorheen. Eenmaal door de immigratie en na een bezoek aan de ATM voor wat lokale Singapore dollars ging ik op zoek naar de bus die mij in het centrum zou brengen. De eerste persoon die ik de vraag stelde waar ik de bus kon vinden keek mij vol ongeloof aan en draaide zich om en liep weg. De tweede beantwoordde mijn vraag met een vraag! "De bus, waarom"? "Eh, nou,om in de stad te komen". "Waarom neemt u de metro niet vanuit Terminal 2? Metro"? Mijn lonely planet sprak niet over een metro. Dus maar naar Terminal twee en de metro in. De 35 minuten in een langzaam heen en weer wiegende metro waren moeilijk. De overstap na tien minuten wekte me uit mijn trance. De vijfentwintig minuten daarna waren moeilijker. Mijn ogen vielen kontstant dicht en ik viel steeds om. Ik wilde eruit!
Ik had een paar hotels van het internet af geplukt en daar zou ik naar op zoek gaan. Eenmaal boven de grond sloeg de angst me om mijn hals. Ik kon geen touw vastknopen aan de omgeving en van een herkenning was helemaal geen sprake. Ik was verloren midden in een betonnen jungle met miljoenen mensen. De winkelcentra gingen in elkaar over en een gewone straat kon ik niet vinden.
Chinatown dus, suf van de slaap liep ik rond in de winkelcentra en ik kon niet meer denken. Ik wist het gewoon niet meer. Eenmaal terug in de metro werd mijn belevingswereld kleiner en overzichtelijker. Maar ik realiseerde mij dat dit ook niet de oplossing was. Mijn rugzakken werden met de minuut zwaarder en ik had het gevoel dat ik onder hun last zou bezwijken als ik niet snel met een oplossing kwam. Weer terug naar buiten en snel een taxi in. Binnen een paar minuten had ik er een gevonden. Deze bracht mij in een flits naar het hotel dat ik voor ogen had. Voor een paar euro was ik gered.
Het hotel vroeg gewoon de dubbele prijs als geadverteerd dus moest ik weer op zoek naar een ander hotel. Mijn shirt kleefde ondertussen kletsnat op mijn uitgeputte lichaam. Ik liep richting het volgende hotel op mijn lijst toen ik pal naast het "New Park Hotel" een klein chinees hotel zag. Ik moest het bekijken! En het was de moeite waard. Mooie, maar kleine, schone kamers. € 22,- p/n, een koopje in Singapore. Ik sleurde mezelf naar mijn kamer, 414. Ik lag uren op mijn bed en probeerde de batterij weer op te laden. Ik was half in slaap en half in trance. Ik sliep met mijn ogen open. Mijn vermoeidheid deed pijn, veel pijn. Maar het ergste was nog de twijfel, de onzekerheid. Die was nergens voor nodig! Ik moest opnieuw leren om ten aller tijden de rust te bewaren en niet in paniek te raken.
Eenmaal bijgetrokken slenterde ik de stad in. Een mooi Indiaas maal met een paar blikjes frisdrank vulde mijn lege lichaam. De geur van wierrook vermengd met specerijen, de kruidnagel cigaretten en de overal aanwezige muziek van de Bollywood films. Klein India, een andere wereld in een andere stad. Ik liep en liep en herkende steeds meer van mijn omgeving. Ik slenterde langs de rivier en dronk een cider. Ik maakte het niet te laat. Ik was nog steeds heel moe. Morgen vroeg op.

Singapore/Maleisië

Singapore/Maleisië 2004

Een weerzien met Singapore. Ik heb gemengde gevoelens bij mijn laatste bezoek. Ik kon er niet echt wennen. Heel anders dan Hong Kong of Bangkok. Schoon? Ja, heel schoon en steriel. Een model staat naast het chaotische Maleisië.

Maleisië betekend dit maal een stukje oostkust. Eerst naar Johor Bahru, dan Mersing en het Tioman eiland voor een paar dagen, dan naar Kuantan en Cherating. Als de tijd daar is vertrek in naar Kuala Lumpur voor de formule 1 grand prix.

4 / 24 maart 2004
Copyright/Disclaimer

Gratis eboek downloaden/lezen?