dinsdag 14 november 2017

Filippijnen: Groene vingers

San Antonio (Pilar) Mamsi House, dinsdag 14 november 2017

De grootste tegenstander die een westers mens in de tropen vindt is de verveling. Overwin de verveling, overwin de onrust in je innerste zelf en het leven in een ver vreemd land zal van een golvende kolkende oceaan veranderen in een kalme zee.
Persoonlijk ken ik mensen die tijdens een verblijf van enkele jaren in verre warme landen honderden duizenden euros hebben verspeeld om de doodeenvoudige reden dat ze zich kapot verveelden. Mooi weer en het witte tropische strand hebben maar een verdomd dun laagje chroom! Niets verveeld sneller dan het eindeloos staren naar een lege blauwe zee.
Het aller vreemdste is toch wel dat deze grote verliezers elkaar, ook weer uit pure verveling, opzoeken en tijdens het drinken van veel bier tegen elkaar gaan zitten klagen hoeveel geld ze wel niet hebben verloren. Alsof het een wedstrijd betreft wie de domste is en wie het meeste geld heeft verspeeld. Een groepje oude, en ook enkele jongere, verbitterde mannen die de hele wereld en iedereen waar ze ooit mee te maken hebben gehad de schuld geven van hun kapitale verlies. Ze zijn zo verblind door zelfmedelijden dat ze alle gevoel voor de werkelijkheid hebben verloren. Hun verveling en pure hebzucht zijn de twee belangrijkste redenen voor hun tegenspoed, maar zij zijn de laatste die dat zullen bekennen!
Ik zal zeker niet ontkennen dat ik in het verleden tijdens mijn verblijf in de tropen geen geld heb verspild. De verveling en eenzaamheid heeft ook mij tijdens enkele periodes met huid en haar opgevreten! Domme impulsieve aankopen en overmatig drankgebruik als gevolg. Het enige verschil is dat ik niemand anders de schuld geef of ooit heb gegeven, ik heb het allemaal zelf gedaan en ik ben de enige die daar schuldig aan is, wat de drijfveer of het doel ook mocht zijn.
Waar ik wel enige spijt van heb is dat ik in het verleden mensen op sleeptouw heb genomen om met mij Azië te ontdekken. Enkele zijn me nog steeds dankbaar en we bespreken nog regelmatig onze gezamenlijke avonturen. Japan en Taiwan waren zeker hoogtepunten waar ik nog veel aan terugdenk.
Anderen zijn kwaad!
Kwaad omdat ik ze op sleeptouw heb genomen?
Kwaad omdat ze geld hebben uitgegeven aan andere zaken dan waarvoor ze waren gekomen?
Kwaad omdat ze zelf nooit zo ver hadden kunnen komen?
Kwaad omdat een ander alles voor ze heeft geregeld?
Ik heb duizenden euros van mijn eigen geld uitgegeven om het iemand anders, die niet op eigen houtje op ontdekkingsreis kon, naar zijn zin te maken. Alles plannen, alles boeken en voorschieten, luisteren naar zijn klagen, de verhalen op mijn weblog afzwakken zodat hij niet voor gek staat en aan het einde krijg je stank voor dank.
Het is tenslotte allemaal mijn schuld!
Ik kan het niet begrijpen dat iemand zo vol met boosheid kan zitten over zijn eigen gedrag!

Dit verhaal begint eigenlijk al een week of drie geleden wanneer ik ook sterke sporen van verveling bespeur. Mijn bier gebruik liep op en er ontstond een onrust in mijn geest die ik meteen herkende. Wandelen helpt, maar rond het middaguur is het veel te warm dus dan zocht ik in de wind van de ventilator op het internet een doel om de dagen door te komen.
Het internet is zeer slecht en tergend langzaam! Het directe gevolg is dat je zo een paar uur bezig bent waar je in Nederland aan een kwartiertje genoeg zou hebben. Het zonnepanelen project loopt nog maar het project van een kleine groentetuin is vandaag gestart.
Een groentetuin brengt me terug naar mijn jeugd aan de Nonnenstraat in Zaltbommel. Mijn grootvader besteedde veel tijd en liefde aan “het land” zoals de enorme tuin achter mijn ouderlijk huis werd genoemd. Wij hadden altijd verse groente op tafel die zelden bij de groenteboer vandaan kwam. Groente kost in de Filippijnen meer dan in Nederland! Groente is in de Filippijnen een luxe die maar weinig mensen buiten de stad zich kunnen veroorloven. Zelfs in de restaurants kan je het merken. Ze zijn gul met kip- en varkensvlees maar de portie groenten op je bord is meestal minimaal.
Na wat heen en weer te hebben geklikt, en vier koppen koffie verder, kwam ik uit bij “Zaadhandel Roozen” in Haarlem. Daar verkopen ze zaden waar ik wel interesse in had. Mijn lijstje was snel gemaakt, de enige beperking die ik had was het gewicht. Ik moest namelijk onder de 250 gram blijven om in het gunstige posttarief van een envelop te vallen.
Mijn email werd nog op dezelfde dag beantwoord waarna ik direct een bestelling plaatste. Snijbonen, slabonen, paprika, courgette en Spaanse pepers zouden het in het Filippijnse klimaat zonder problemen goed moeten doen. Het is hier warm genoeg, er valt hier regen genoeg en er is hier zon genoeg.
Untitled
Nog dezelfde dag volgde mijn betaling en ging de envelop in Nederland op de post. Ik moet eerlijk toegeven dat ik de post in derde wereld landen niet geheel vertrouw. Er zal hier en daar best een poststuk verdwijnen dat niet is aangetekend.
Precies drie weken na het eerste email contact arriveerde de envelop uit Nederland. We moesten die wel zelf in het dorp, tien kilometer verderop, gaan ophalen in het postkantoor omdat er in de nederzetting waar we verblijven geen postbezorging plaatsvind! Trots als een pauw kwam mamsi met de envelop uit Nederland, waar haar naam op stond, thuis. Vanzelfsprekend ging de envelop direct open en werden de zakjes kwaliteitszaad door iedereen bekeken.
Maar we konden nog niet aan de slag! Eerst moest er nog een vrachtwagen met grond worden besteld om de voortuin op te hogen. Wegens de grote drukte kon die pas in het weekend worden bezorgd. Dat ging wel op zijn Filipijns! Op vrijdag geen vrachtwagen, op zaterdag ook niet, op zondag wordt er niet gewerkt en op dinsdag ging mamsi maar eens vragen wanneer we de vrachtwagen grond konden verwachtten. Wanneer we vandaag zouden betalen dan zou de grond op woensdag worden geleverd.
‘Woensdag?’
Dat is de dag van ons vertrek naar Angeles City! Het zaaigoed zal dus twee weken langer moeten wachten voordat het in de grond kan.

dinsdag 17 oktober 2017

Filippijnen: 300.000 keer bezocht!

300.000 bezoekers

maandag 16 oktober 2017

Filippijnen: Een ongeluk zit in een klein hoekje

San Antonio (Pilar) Mamsi House, maandag 16 oktober 2017

En wanneer je na twee en een halve week helemaal geïnstalleerd bent. Weer aan (haast) alles gewend bent. De simpele maaltijden waardeert en ’s nachts slaapt als een roosje slaat geheel onverwacht het noodlot toe!

Het was vandaag een dag als alle anderen dagen van de week die eindigen op een “Gee”. s’ Morgens ben ik samen met mamsi naar de markt geweest om boodschappen te doen. En ook tot de conclusie gekomen dat het niet uitmaakt op welke dag je boodschappen gaat doen, er is altijd wel iets uitverkocht in de supermarkt. Vandaag was er geen kip en op een andere dag is er weer geen varkensgehakt. Dan sla je dat maar gewoon een paar dagen over! Vegetarisch eten voor een paar dagen kan tenslotte ook geen kwaad.
Ik voelde me bij terugkeer in San Antonio al niet helemaal lekker waardoor ik de middagmaaltijd maar oversloeg. Gewoon geen trek terwijl de speklappen in mungbonensoep (kleine groene boontjes die wij ontkiemt kennen als taugé) toch heerlijk rook. Misschien had de wandeling door de “Steeg des Dood” er wat mee te maken?
Om de (mid)dag wat in te korten heb ik besloten om voortaan elke dag zo rond vier uur naar de nieuwe brug in Ogod te wandelen. Een mooie rechte weg en een afstand van ongeveer vijf kilometer heen en weer. Een klein uurtje inclusief de korte pauze op het midden van de brug. Een beetje beweging kan sowieso geen kwaad. Ik ben hier tenslotte om wat gewicht te verliezen. De afgelopen maanden heb ik alleen maar op mijn krent gezeten en zijn de kilo’s er aan gevlogen.
Lezen voor Mamsi house
Bij terugkomst, zo rond vijf uur, kan ik dan meteen op het trapje voor het kleine huisje gaan zitten om van de eerste koude literfles San Miguel Beer te genieten. Ook hier liep alles zoals gewoonlijk. Ik kreeg een stevige trek van het koude gerstenat en de heerlijke geuren die uit het huisje naar buiten dreven.
Kwart voor zes klinken de eerste tonen van de tv-serie: “The Wildflower”. De Filippijnse tegenhanger van “Goede tijden, slechte tijden”, de soap serie die iedereen, van jong tot stokoud, hier kijkt! Dus ik ook. Ik moet er wel een beetje om lachen want ik kan meer dan de helft niet verstaan maar de beelden spreken voor zich en zijn vaak ook hilarisch. Van kung-fu tot slapstick, er is van alles wat.
Mijn tweede fles bier is ondertussen geserveerd en wanneer ik tijdens een reclame onderbreking naar de keuken loop springt de hoogzwangere huiskat voor mijn voeten. Mijn natuurlijke reactie is om het opgezwollen dier te ontwijken en de combinatie van weinig eten, twee literflessen “San Miguel” geven opgeteld een vreemde beweging waarbij ik mijn grote teen stoot aan de stalen geleider van de schuifdeur.
Verward blijf ik staan terwijl het hele gezin naar de tv kijkt. Ik zie het in slow motion gebeuren! Mijn grote teen barst open als een overrijpe tomaat en het bloed begint te stromen met een hoeveelheid waar een ambulancebroeder misselijk van kan worden. Ik voel geen enkele pijn en vraag me voor een moment af of ik niet droom. Het bloed blijft maar stromen en ik voel helemaal niets!
Omdat het opvalt dat ik lang op dezelfde plaats blijf staan groeperen mijn huisgenoten zich om de plas bloed die zich ondertussen op de ruwe cementvloer heeft gevormd. Met vereende handen wordt ik voorzichtig naar mijn zitplaats gevoerd terwijl de zwangere kat van de plas bloed begint te drinken. Haar kleine ruwe tong schiet als een bliksem door het felrode vocht.
Eenmaal in mijn stoel neem ik, waarschijnlijk nog steeds van de schrik, een flinke slok koud bier. De drie anderen kijken mij verbaasd aan en beginnen in het Bicol, het plaatselijke dialect, te overleggen wat ze met me gaan doen. Gelukkig heb ik direct bij aankomt negen rollen wc-papier gekocht die nu heel goed van pas komen. Rol na rol wordt gebruikt om het overtollige bloed te verwijderen en de beschadigde teen droog te deppen.
Mamsi komt omhoog en haalt in de keuken de pot Nescafé oploskoffie, een beproefd middel tegen infecties in de Filippijnen. Ik kijk het allemaal maar aan en laat ze begaan. Ik heb het gevoel, en de wetenschap, dat de mening van het slachtoffer niet telt en daarmee dus ook onbelangrijk is. En geloof het of niet? Na twee flinke scheppen  oploskoffie op mijn grote teen lijkt het bloeden minder te worden.
Mamsi gaat ook meteen op pad naar Magna, de vrouw van het kleine winkeltje op de hoek, om verbandartikelen te kopen. Met een rolletje gaas, een rolletje plakband en een klein flesje Betadine is ze enkele minuten later weer terug.
Ik ben nog steeds versuft en verbaasd over wat er met me is gebeurd. Ik realiseer me zeker niet dat een klein ongeluk hele grote gevolgen kan hebben. De medische hulp is in deze landen, en met nadruk in deze afgelegen dorpen, niet wat wij gewend zijn. In meer dan de helft van de gevallen wanneer er een ambulance te hulp wordt geroepen overlijd de patiënt op weg naar het ziekenhuis. Wat voor piepkleine ziekmakers leven hier in en om het huis waar het een komen is van zwerfkatten en zwerfhonden?
Ik neem nog maar een slok bier voor de schrik en kijk naar mijn verbonden teen. Een grote witte bol van watten, Betadine en verbandgaas op de plaats waar ik normaal mijn grote teen zou moeten zien. Het vreemde is en blijft dat ik helemaal niets voel. Geen prikje, geen pijntjes en geen kloppende teen.
De film kan me ook niet meer boeien en zodra mijn fles bier leeg is zoek ik mijn bed op. In de gematigde avondstilte kijk ik naar het in het maanlicht badende dak van de buren. Er schieten veel vragen door mijn hoofd. Geen antwoorden. Ik kan nu alleen maar afwachten hoe dit zich weer zal gaan ontwikkelen. Morgen zien we wel verder.

woensdag 11 oktober 2017

Filippijnen: Het geschreeuw van een ten dode opgeschreven

San Antonio (Pilar) Mamsi House, woensdag 11 oktober 2017

Later dan gewoonlijk ben ik deze ochtend opgestaan. Een frisse wind speelt door onze kleine slaapkamer. De wind is gedraaid maar ik heb nog steeds geen gevoel voor de kompasroos. De zon zou in het oosten moeten opkomen maar voor mijn gevoel komt ze op in het zuiden. Niet dat het hier erg belangrijk is, zolang de zon maar elke ochtend opkomt.
Met een kopje koffie in de hand posteer ik me op het kleine bordes voor de nieuwe voordeur van het kleine huisje en kijk door de bamboe tralies naar de ontwakende buitenwereld. Ik kan wel zeggen dat ik, na twee weken op reis te zijn, het gevoel voor Azië, en met nadruk voor de Filippijnen, alweer aardig over me heen heb.
Ik heb honger, de hele dag zit dat gevoel in mijn lichaam. Het vreemde is dat na een kleine lichte maaltijd dat gevoel voor een half uur verdwijnt waarna het weer langzaam terug komt. Ik probeer dat gevoel te onderdrukken, ik wil niet teveel eten om verscheidende redenen. Ik moet afvallen, om mijn diabetes terug te dringen, en mijn kleren zitten gewoon te strak van al die maanden op mijn krent zitten.
Ik kan zonder problemen elke dag wel een koelkast vol eten kopen maar mijn huisgenoten zullen dat dan ook elke dag proberen op te eten. Om de simpele reden dat een gevulde koelkast voor deze mensen niet vanzelfsprekend is. Ondertussen heb ik wel opgegeven om ze steeds te vragen welke groente ze willen eten. Ze eten geen groenten en daarmee is de kous af.
Eieren met spek en kaas
Ik hou het maar op een paar gebakken eieren als ontbijt. Zolang deze me blijven smaken zal ik de ochtend wel doorkomen. Mijn tafelgenoten doen zich te goed aan kleine zoete broodjes van de plaatselijke bakker. Bij voorkeur met een soort sandwich spread met een bacon smaak. De zoete broodjes zijn erg compact en liggen zwaar op de maag, van de sandwich spread wordt ik al misselijk wanneer ze de pot openmaken.
“Na opening in de koelkast bewaren!”, staat er duidelijk op het etiket. Het is de weerstand tegen de gevestigde orde in ze die ze juist het tegenovergestelde influistert. Dat ze eigenwijs zijn was me al bekend, dat ze juist steeds het tegenover gestelde van het gegeven advies uitvoeren is ook nieuw voor mij.
Mamsi huis - Slaapkamer VIP One
Ik ga weer lekker op de planken van ons bed liggen en ga verder met “Tunnelrat” van Michael Connolly. Het is al mijn vierde boek tijdens deze reis! Er is hier in het dorp dan ook heel weinig te doen. Ergens rond pagina vijf en negentig van deze moord en doodslag thriller klinkt buiten ‘Het geschreeuw van een ten dode opgeschreven’! Ik twijfel geen moment en spring op van het bed. Door de open ramen kan ik niets ontdekken terwijl het volume van het geschreeuw alleen maar aanzwelt.
Wachten op de dood
Ik grijp mijn camera, die altijd geladen èn opgeladen binnen handbereik ligt, en storm naar buiten. Tegenover het kleine huisje, aan de andere kant van de weg, is een kleine oploop van mensen zichtbaar. Ik zie twee oude mannen die bovenop een varken zitten en met vereende kracht proberen de poten aan elkaar te binden. Een oud vrouwtje staat een stapeltje bankbiljetten te tellen. Mamsi heeft het al drie keer uitgerekend op haar mobiele telefoon, het totaalbedrag voor het varken, dat per kilo wordt verkocht, moet Php 5.130 zijn. Het stapeltje bankbiljetten wisselt van hand en een volgende goedlachse oude dame begint het geld na te tellen. Partners in crime.
De twee mannen zijn ondertussen klaar en het varken blijft maar schreeuwen alsof het weet wat haar te wachten staat. De mannen wassen de modder van zich af en hebben het grootste plezier met elkaar. De klus is geklaard en het is nu wachten op het vervoer naar de steeg des doods in Pilar. Het is ook vandaag weer “Fiesta" in het dorp en dat betekend een oploop van bezoekers van heinde en ver. De barbecue zal vanavond branden en het varken zal morgen bij zijn schepper zijn.
Mamsi huis - Woonkamer
Ik meld me weer in het huisje voor een kop koffie wanneer mamsi opmerkt dat de helft van de kip, die op de keukentafel stond te ontdooien, is verdwenen. Paniek wil ik het niet noemen maar het zit er toch verdomt dicht tegenaan! En dan krijg ik de schuld! Waarom?
Nou, ik had bij de ontdooiende kip op de tafel moeten blijven. Ik herinner me dat die kip al verdwenen was toen ik met de camera naar buiten liep. Tegenspraak wordt niet geduld en ook de dochter van mansi, mijn Lyka, bemoeid zich ermee en sluit zich zonder een seconde er over na te denken automatisch bij haar moeder aan. Daar sta ik dan in mijn eentje terwijl de twee onder de tafel, de kasten en al het andere oude meubilair zoeken of de diepvries kip misschien nog in het huis is.
Ik kan er alleen maar om lachen! Die kip was toch al afgeschreven en vandaag zouden we weer boodschappen gaan doen in Pilar. Het eerder vermelde “Fiesta” heeft roet in het eten gegooid dus gaan we morgen boodschappen doen. Terwijl de twee naar de schat zoeken probeer ik nog maar eens om contact met het internet te maken. En tot mijn grote verbazing lukt het nu wel. Ik heb geen idee wat ze hier aan het doen zijn maar vandaag heb ik eindelijk weer een verhaal kunnen publiceren.
Ongemakkelijke reis Klaar voor het feest
Een ratelende tricycle verschijnt aan de overkant van de straat en dat is voor mij het signaal om afscheid te gaan nemen. De chauffeur, in een jolige bui, bindt het varken achterop het voertuig. Waarom? Simpel, omdat er nog een handjevol mensen meegaat naar de “steeg des doods” om de slacht te zien en die moeten nu eenmaal ìn de zijspan. Hoewel er nooit over wordt gesproken weet ik uit andere bronnen dat ze de toekomst voorspellen uit de val van de ingewanden op de vloer van de slachtplaats. Oud bijgeloof dat terug gaat naar de tijd toen de Polynesiërs en Chinezen zich op deze uitgestrekte eilandengroep vermengden. In een blauwe mist van onverbrande motorolie verdwijnen de tricycle en het schreeuwende varken uit het zicht. Een voorbestemde toekomst tegemoet.
Rijst, boontjes met kerriesaus
Mamsi heeft ondertussen al de lunch voor ons gekookt. Ze is heel blij met het Surinaamse kerriepoeder dat ik uit Nederland voor haar heb meegebracht. De “Rijst, boontjes met kerriesaus” komt op tafel en voor deze keer laat ik het vlees maar in de pan, of aan de drie wolven aan tafel. Niet om emotionele of principiële redenen maar gewoon omdat ik er even geen zin in heb. Een keertje vlees op je bord overslaan kan helemaal geen kwaad.

vrijdag 6 oktober 2017

Filippijnen: Warmte

San Antonio (Pilar) Mamsi House, vrijdag 6 oktober 2017

Na ruim een week in de warmte krijg je langzaam het gevoel dat je aan het tropische weer gewend bent. Je lichaam beseft nu dat je geen koorts hebt, dat de snelheid van je vloeistofwisseling moet worden opgevoerd en dat je minder voedsel als brandstof nodig hebt om je lichaam te verwarmen. Mijn voedsel inname is geminimaliseerd en mijn korte broek zit niet meer zo strak als bij ons vertrek.
Toch blijf je als Europeaan instinctief dicht in de buurt van een langzaam heen en weer zwaaiende ventilator! Mijn neus is al verstopt en ik wordt ’s nacht regelmatig wakker van de kou. Het is en blijft heel verraderlijk om ook met de ventilator aan te gaan slapen!
Om half vijf wordt ik alweer wakker. De hemel achter het raam boven het gegalvaniseerde golfplatendak van de buren veranderd langzaam van zwart naar staalblauw en de zon komt straks weer boven de horizon om de lucht op te warmen. Deze eerste vroege uren is het genieten van de koelte van de nacht. Drie en twintig graden Celsius volgens het weerbericht.
Buiten het huis komt het dorp ondanks het vroege tijdstip tot leven. Tricycles, brommers en fietsen rijden af en aan. Leeg heen naar het strand en met volle manden vis terug naar de dorpen in de omgeving. Een beproefde manier van overleven. Een eerste audio versterker laat zich gelden in het dorp, of je het leuk vindt of niet maar je wordt verplicht mee te luisteren naar de zoete klanken van Amerikaanse evergreens.
Ontbijtje
Een eerste en een tweede beker zwarte koffie voordat het ontbijt wordt geserveerd. Gebakken eieren met knakworsten van een kwaliteit die in Nederland voor eeuwig in de winkel zouden blijven liggen. Ik klaag niet, ik roei met de riemen die ik heb en honger maakt rauwe bonen zoet. Ik maak me op voor een hele lange dag van lezen en schrijven, nooit ver weg van de verkoelende ventilator.
Op de achtergrond speelt de, tijdens de vorige reis meegebrachte, transistorradio het radiostation MOR 93.9 Legaspi ook zoete muziek met hier en daar al een kerstplaatje. “Rudolph the red nose raindeer" en “I wish you a merry, merry Christmas” zijn ook dit jaar alweer vroeg populair.
En dan klinkt onverwacht uit het niets, een schreeuw als in een doodstrijd, van de discjockey. De transistorradio zwijgt en de ventilator naast met bed valt stil. Dat de stroom hier uitvalt heb ik wel vaker meegemaakt maar die schreeuw op de radio is nieuw voor me! Lyka komt naar onze kamer, “VIP One”, en legt uit wat er aan de hand is. Voor een moment speelt in mijn hoofd het atoomoorlog scenario tussen Noord-Korea en de Verenigde Staten van Amerika. Gelukkig blijkt het minder erg!
De discjockey kon nog net op tijd aan de luisteraars doorgeven dat de radiozender op elk moment uit de lucht kon gaan in verband met werkzaamheden aan het interprovinciale elektriciteitsnetwerk. De hele provincie zou tot vanavond zes uur zonder elektriciteit zitten!
Verbaasd staar ik nog steeds naar de stilgevallen ventilator, mijn beste vriend in de warme tropen van Azië. Het is nog geen tien uur in de ochtend en het lijkt nu wel een heel lange dag te worden. Alles wat mijn dag onder normale omstandigheden enigszins draagbaar maakt wordt gevoed door elektriciteit. Mijn Kobo ereader, mijn MacBook en mijn ventilator. Ik realiseer me hoe afhankelijk we zijn geworden van onnatuurlijke bronnen van energie. Hoe onze samenleving verslaafd wordt gemaakt aan zaken waar we best buiten kunnen. Energiebesparing? Verbied dan die miljoenen mobiele telefoons die allemaal moeten worden opgeladen! Vijftien jaar geleden konden we toch ook zonder? En wat dacht je van twee dagen met temperaturen van boven de dertig graden? Heel Nederland gaat op zoek naar mobiele airconditioners, of ze nu werken of niet. Het is tenslotte de suggestie die het volk afkoelt en de zakken vult van de fabrikanten en energie leveranciers.
In het dorp is er geen enkel spoor van paniek te bekennen, hun wereld draait gewoon door, ook zonder elektriciteit. Niet langzamer of sneller, gewoon anders, maar hun wereld draait gewoon om het overleven van weer een door god geschonken dag. Dunne slierten rook trekken door de stilstaande lucht in de straten. Er worden tientallen kleine houtskool vuurtjes opgestookt om rijst te koken nu de elektrische rijstkokers onbruikbaar zijn geworden. Er is geen zuchtje wind. Het lijkt dat ook de winden boven zee door elektriciteit worden aangewakkerd zijn gaan liggen.
Ik ga weer rustig op het bed liggen. Met mijn ogen open kijk ik recht omhoog naar het plaatstalen dak. Ik voel de warmte in de vorm van infrarood straling op mijn huid, die nu nat is. Geen zweetparels maal egaal bezweet alsof in ben ingesmeerd met een dun laagje zweet. Het zweet kleeft, het water verdampt en de lichaamsoliën en zouten blijven achter op mijn huid. De concentraties nemen toe met elke seconde die verstrijkt en elke druppel water die verdampt.
Een koude douche zou welkom zijn!
Helaas werken de grote drukpompen van de watermaatschappij ook op elektriciteit. Daarmee is ook de kans op een verkoelende douche voor me verkeken. Met een ruk kom ik omhoog. Ik ben alleen, de andere drie zijn de warmte in het huisje ontvlucht en zoeken elders verkoeling. Koffie dan maar, ik heb wel eens gelezen dat een warme drank ook verkoelend werkt in de tropen.
Terwijl ik een Albert Heijn Perla koffiepad tevoorschijn haal uit de doorzichtige plastic voorraadbus kijk ik naar de koelkast waarop de koffiebus staat. Daarbinnen is het nog koel. Ik ben te groot òf de koelkast is te klein. Dit ongemak zal ook daar niet worden opgelost. Een ander ongemak kan wel ontstaan! Het ontdooien van het weinige opgeslagen vlees in het vriesvak. Mijn bacon in het bijzonder baart me zorgen.
Zodra ik de koelkast open zie ik het water al uit het vriesvak druppelen. Het druppelt langzaam in de kleine trechter aan de achterzijde van het interieur. Twee keer per week het vriesvak ontdooien is het advies van de fabrikant. Ik sta er nooit meer bij stil maar de luchtvochtigheid is in de tropen zo groot dat er ècht na drie/vier dagen al een dikke laag ijs in het vriesvak is gevormd. Mijn bier is nog goed op temperatuur dus sluit ik weer snel de deur.
De warmte begint steeds zwaarder te drukken en het besef dat er geen ontsnappen mogelijk is knabbelt aan mijn geestelijke vermogens. Mijn oog valt op een rieten waaier, zo een die je voor € 0,99 bij de Xenos koopt, naast de houtskoolbrander en ik hoef er niet lang over na te denken. Het zou mogelijk mijn ontsnapping uit deze warmte kunnen zijn.
Ik ga weer op het bed liggen en met mijn rechter arm, met behulp van de zojuist gevonden waaier, fabriceer ik een kunstmatige wind. Heerlijk verkoelend! Zo kom ik de dag wel door! Tenminste, dat dacht ik! Na een kleine vijf minuten verhuisd de waaier naar mijn andere hand. De kunst is: voldoende wind maken om verkoelend te werken met zo min mogelijk inspanning om het niet warm te krijgen. Mijn rustende arm doet pijn. Niet gewend aan deze repeterende beweging. Na enkele minuten wissel ik weer van hand en kom tot de conclusie dat deze oplossing ook niet zaligmakend is. Nu zijn mijn beide armen verzuurd en liggen verlamd naast me op het matras.
Ik staar naar het plafond dat er niet is, in het niets, terwijl mijn oververhitte hersenen tevergeefs zoeken naar een verkoelende oplossing. Een zonnesteek moet je niet onderschatten. Als een geschenk uit de hemel ploffen er grote waterdruppels op het plaatstalen dak. Als het geroffel op een kleine trommel klinken de druppels als de slagen van de drumsticks op het strakke vel. Een blik naar rechts laat me ook de grote druppels zien! Snel mijn zijden boxershort aan en naar buiten om optimaal gebruik te maken van de verkoelende regen.
De weg is verlaten en ik ben de enige levende ziel die in de verre omtrek zichtbaar is. De lucht is blauw en er is geen wolk aan de lucht. Toch regent het! “Een Chinese bruiloft”, noemen ze dat verschijnsel hier in de Filippijnen. De weg wordt niet eens nat van de regen, zo warm is het beton, het water is al verdampt voordat de volgende druppel op dezelfde plaats neervalt. De weinige waterdruppels die mijn lichaam raken zijn ook warm. Een warme regen zonder enige verkoelende werking. Het bladerdak van de enorme mangobomen is bewegingsloos als op een schilderij. Het tikken van de waterdruppels op het dak verstomd, de wind blijft weg en mijn lichaamstemperatuur loopt snel op in de brandende zon.
Het bed lijkt me toch maar weer de beste oplossing. De rieten waaier ligt nog op het matras en ik onderneem een nieuwe poging. Ver kom ik niet. Met een onbeschrijfbaar geluid, ergens tussen een plof en een klik, begint de ventilator aan het voeteinde van het bed te draaien. Buiten komen ook de geluidsversterkers met hun grote speaker boxen weer tot leven.
“Yes Sir, I can Boogie, Boogie Woogie, If you play a different Song”
Ervaring heeft me geleerd niet te vroeg te juichen. Wanneer na enkele minuten de ventilator nog steeds draait lijkt het er op dat ik deze uren in de wurgende hitte ook weer heb overleeft. “It’s more Fan in the Philippines!”

zaterdag 30 september 2017

Filippijnen: Lege planken

San Antonio (Pilar) Mamsi House, zaterdag 30 september 2017

Dan weet je dus dat je lichaam helemaal van slag is! Terwijl de sporen alcohol nog nagalmen in mijn lichaam ben ik om kwart voor vijf klaarwakker. Buiten is er een wedstrijd hanen kraaien aan de gang die het eerste zonlicht verwelkomt. Zaterdag, de eerste èchte dag van ons familiebezoek aan de Filippijnen! Naast me ligt Lyka ook ongemakkelijk te draaien op de gestoffeerde planken die ze matras noemen. Zij heeft geen slok bier gedronken maar gaat ook gebukt onder een jetlag.
Pancit Canton als ontbijt
De eerste, zelf uit Nederland meegebrachte, kop koffie wordt gezet en het ontbijt wordt voor me bereid. Pittige Pancit Canton met twee gekookte eieren. Er is maar heel weinig in huis en daar moeten we het voor nu maar mee doen! Het advies van Dokter Barek om tijdens mijn verblijf in de Filippijnen een kilo of tien af te vallen zal op deze manier zeker geen probleem zijn!
Samen met mamsi en Lyka maken we een boodschappenlijst waar je zelfs in Nederland bang van zou worden. Haar huisje heeft alleen maar lege planken op het moment dat wij arriveren. Niet dat dat een probleem is maar de dagelijkse boodschappen kosten hier net zoveel, en soms wel meer, dan in Nederland. Ja, jullie lezen het goed! Ik denk zelfs dat de dagelijkse boodschappen in het algemeen in Nederland nog wel eens wat goedkoper zouden kunnen zijn. Elke keer wanneer ons wat te binnen schiet zeggen we het hardop waarna Lyka het op de boodschappenlijst zet. Gemengd in het Nederlands, Engels en Tagalog (Filippijns), in de winkel kijk ik wel wat we voorlopig even over moeten slaan. Het bier voor de belangrijkste bezoeker staat vanzelfsprekend helemaal bovenaan!
‘Zorg ervoor dat je meester het goed heeft dan krijg je het zelf vanzelfsprekend ook goed.’
Tricycle
Al voor acht uur zitten mamsi en ik, samen met drie anderen, in een tricycle op weg naar de markt en winkels in Pilar. Oude mensen in het zijspan, kinderen op het dak en de lange buitenlander achterop de buddyseat bij de chauffeur. Ze proberen het als “de beste plaats” aan me te verkopen maar ik weet wel beter. Opgevouwen onder het veel te lage dakje kijk ik de zestien kilometer naar het beton van de steeds slechter wordende weg. De aankomst is een verlossing voor deze passagier!
Ook in Pilar lijkt het alsof de tijd hier heeft stilgestaan. De tandloze dorpsgek rent nog steeds rond door de hoofdstraat en vraagt iedereen om geld dat hij vanzelfsprekend van niemand krijgt. De straten zijn aan weerszijden behangen met werkeloze Filipinos die het druk hebben met het niets doen. Een geliefde nationale bezigheid.
Opportunisme is hier het motto. Snel een onverwacht klusje en een kilo rijst is weer binnen. De lokale economie in deze kleine havenstad, of beter gezegd “havendorp”, is zo klein dat het geld maar rond blijft gaan totdat het is het helemaal in het niets is opgelost. Hier op het platteland zie je ook de muntjes van “Php 5 cent”! Dat zegt jullie waarschijnlijk weinig dus reken ik het maar even om, een muntje van € 0,0009. Ik moet er ook even goed naar kijken maar er gaan meer dan 1.000 muntjes in een Euro!
Op weg naar de markt loop ik met mamsi door de steeg van de dood. Ik weet de echte naam niet maar je kan de doordringende geur van de dood gewoon proeven. Links en rechts van me worden dagelijks varkens geslacht op een manier die in Nederland het nieuws zou halen en een week later in de tweede kamer zou worden besproken.
Dichter bij de zee wordt dagelijks de vers aangevoerde vis gesorteerd, gewogen en in piepschuimen boxen verpakt voor de beter bedeelden in de steden. Een kleine ijsfabriek zorgt voor het geschilferde ijs dat de verse vis goed moet houden tijdens het transport. Tientallen katten en schurftige honden wachten op hun kans. Een smakelijk toegeworpen stukje slachtafval of een gestolen stukje vlees of vis wanneer de inpakkers niet goed opletten.
Als eerste gaan we de groenten kopen. Ook een onvergetelijke ervaring! Mamsi heeft overal haar eigen leveranciers, vaak een verre neef of een nicht, en daar stormt ze zonder verder om zich heen te kijken naar toe. Onderweg staren honderden ogen de blanke man na. Die komen hier namelijk niet zo vaak. Hier in Pilar is niets te zien èn niets te doen, er is niet eens een hotel of een andere instelling waar een toerist veilig zou kunnen overnachten. De veerboot naar het volgende eiland in de Filippijnse archipel is het enige dat een buitenlandse toerist zou kunnen aantrekken.
Het aanbod van de groenteman is niet erg breed maar dat kan je ook niet verwachten, een kilo diepvrieskip is hier goedkoper dan een kilo groenten of fruit! De paksoi en Chinese kool vallen bij mij altijd in de smaak dus die worden gekocht in de eenheden van “one fourth”, 250 gram of ouderwets gezegd: ‘een half pond’.
Terwijl wij staan te kopen sluiten een tiental gebruinde mensen aan bij de kraam. De armoede is duidelijk zichtbaar. Goedkope teenslippers, veel te grote korte broeken en kapotte t-shirts met opvallende spelfouten. Ik herinner me het shirt nog van “David Backham”, nummer 7! Er wordt breeduit naar me gelachen en een gaaf gebit is net zo zeldzaam als een echte Rembrandt op het Waterlooplein.
De “Empire Bakery” heeft in de afgelopen twee jaar wel een metamorfose ondergaan. De tegenhanger van de landelijke supermarktketen kan nog steeds op veel plaatselijke klandizie rekenen. Er heeft een uitbreiding aan de achterkant van de winkel plaatsgevonden en de paden tussen de stellingen zijn nu ook op een breedte dat ik me geen zorgen meer maak dat ik er een omverstoot en daarmee een dominosteen effect in de winkel veroorzaak. Ik vraag me af of het assortiment is uitgebreid, ik denk het niet.
Logistiek is hier op het platteland van de Filippijnen het grote toverwoord. Het komt vaak genoeg voor dat de opslagloodsen in Manilla en Sorsogon vol liggen met goederen maar dat ze het niet voor elkaar krijgen om het naar de winkels van bestemming te sturen. Enkele weken zonder basis producten is in deze uithoek van de Filippijnen echt geen uitzondering! En dat terwijl de 7-11 nooit zonder zit, die hebben het wel allemaal goed geregeld.
We lopen samen de boodschappenlijst af en de boodschappenmand vult zich gestaag met boodschappen die de rest van het jaar maar heel sporadisch kunnen worden gekocht. Het is alweer ruim een maand geleden dat ik de laatste ondersteuning voor mijn schoonfamilie met Western Union naar mamsi heb gestuurd. Het beeld van de lege planken in het kleine huisje verschijnt in mijn hoofd.
Nadat we hebben afgerekend verlaten we de “Empire Bakery” en gaan we verder naar de tweede supermarkt, “LCC Market Savers”. Hier verkopen ze weer boodschappen die de “Empire Bakery” niet kan bemachtigen of veel duurder in de schappen legt. Opnieuw vullen we een mand met boodschappen.
Zodra we klaar zijn met het winkelen voor vandaag trommelt mamsi een tricycle op die we helemaal alleen voor ons charteren. De twee kratten bier gaan op het dak, de jerrycans met drinkwater achterop en mamsi wurmt zich met de volle doos van “Empire Bakery” en twee volle boodschappentassen, een van de Albert Heijn en de ander van de HEMA, in de zijspan.
Ik klim weer achter de motorrijder op de buddyseat en schokkend en stotend gaan we gebukt onder de zware last van de gekochte boodschappen weer op huis aan. Deze tricycle chauffeur is wat ruwer dan de vorige! Hij heeft duidelijk meer haast en ik moet dat bekopen met een pijnlijk hoofd. Door de abrupte stuurbewegingen en de slechte weg slaat mijn hoofd om de tien seconden tegen het stalen dak of een onderdeel daarvan. Ik voel de bulten met mijn vrije hand opkomen. Maar niet voor lang, het is veiliger om me met twee handen vast te houden.
Het einde van de rit voelt als een verlossing. De motorrijder sjouwt de boodschappen naar binnen en ik overhandig hem de afgesproken Php 120, zeg maar twee euro, voor zijn verleende diensten. Dat mag voor jullie dan wel niet veel lijken maar voor het gezin van de chauffeur betekend het drie kilo rijst of een kilo vlees. Het is in ieder geval een budget om een gezin van vier à vijf personen en dag van eten te voorzien.
De lege planken van mamsi worden weer gevuld, het is nog geen negen uur in de ochtend en we hebben er al, voor mijn gevoel tenminste, een hele dag opzitten. Ik trek wat luchtige kleding aan terwijl Lyka een kopje koffie voor me zet. Mamsi probeert in haar hoofd uit te rekenen hoeveel we vandaag hebben uitgegeven. Mij maakt het weinig uit, in Nederland moeten we ook eten. Woensdag gaan we weer want verse zaken zoals vlees en groenten zijn in deze hitte, ook in de koelkast, niet lang goed te houden.
Speklap met paksoi
’s Avonds kookt mamsi voor ons een speciale welkoms maaltijd. Speklappen met Hollandse “Karbonade kruiden” (Verstegen) met heerlijke paksoi en rijst. Het is een feestmaal en iedereen aan tafel zit met een brede glimlach te genieten. Helaas zijn we het beloofde mango ijs vergeten! Dat stond niet op de boodschappenlijst dus ik was mijn handen in onschuld. Volgende week dan maar. Een koffie en twee kleine biertjes om de maaltijd af te ronden en nog voor negen uur liggen we allemaal op bed. Het is een lange dag geweest.
Teentjes knoflook per stuk
Teentjes knoflook per stuk verpakt en verkocht, gewoonweg omdat een heel bolletje knoflook voor deze arme mensen teveel kost!

vrijdag 29 september 2017

Filippijnen: Op de plaats van bestemming

San Antonio (Pilar) Mamsi House, vrijdag 29 september 2017

Om kwart voor zes schuift Lyka de gordijnen van onze hotelkamer open als teken dat de nacht er op zit. Zo werkt dat nu eenmaal wanneer je getrouwd bent! Niet dat ik nog in diepe slaap verkeerde maar een half uurtje langer had me best kunnen bekoren. We hebben tenslotte geen haast. Met een beschaafde drang wordt ik uit bed gejaagd en met de opdracht voor een ontbijt naar de gouden bogen gestuurd. Wat kan ik er aan doen? Jetlag 2.0 bij mijn vrouw terwijl ik me al redelijk aangepast voel aan de fIlippijnse biologische klok.
Bij MacDonald’s slaat de vlam in pan wanneer ik me om iets over zes uur aan de counter meld voor een bestelling! Bij de jonge keukenbrigade slaat de angst op het hart en ze duiken weg als kleiduiven op een schietwedstrijd. Een manager herkend het probleem en jaagt zijn personeel terug naar de rij computer gestuurde kassa’s op de counter.
Om de meisjes gerust te stellen maak ik eerst een grapje, bestel daarna in het meest zuivere engels dat ik op dit vroege tijdstip kan uitspreken een ontbijt voor twee en besluit met een nieuw grapje over de onzekerheid bij de binnenkomst van een blanke. Iedereen achter de kassa gniffelt omdat ze de waarheid in mijn woorden herkennen.
De broodjes met ei en een platgeslagen worstje smaken uitstekend, ook de in Nederland wat minder bekende hashbrown’s gaan er goed in! Maar het belangrijkste op deze eerste ochtend in de Filippijnen is de prima koffie die MacDonald’s tegenwoordig in heel Azië serveert! Starbuck’s mag dan wel de bekendste, en de duurste, zijn maar de koffie van Ronald MacDonald doet er tegenwoordig niets voor onder.
De eerste trek van mijn vrouw is gestild en daarna wordt vanzelfsprekend de hogere god van het Facebook aangesproken. Zodra haar lichaam en haar geest zijn verzadigt heb ik weer tijd voor mezelf. Ik duik op het verhaal van onze vertrekdag en het verbaasd me dat het zo gemakkelijk uit mijn geest tevoorschijn komt.
Slok na slok verdwijnt de koffie en zodra mijn beker leeg is wordt het tijd om de gratis beker koffie in het restaurant te gaan gaan halen. Ik schaam me daar helemaal niet voor en ik heb het ook niet bedacht. Zonder enige schaamte presenteer ik het bonnetje aan de manager die zelf zonder enige twijfel twee nieuwe bekers koffie inschenkt. Zo gemakkelijk kan het hier dus gaan. Een gratis tweede beker koffie voor de oudere generatie! De klok tikt langzaam de seconden weg en mijn verhaal neemt langzaam haar definitieve vorm aan.
Zodra ik klaar ben met de eerste ruwe versie heeft het weinig nut meer om nog op de kamer te blijven. Het is iets over negen en ook mijn echtgenoot is klaar voor de derde, en laatste, etappe naar haar geboortegrond. Met onze drie drie koffers, twee rugzakken en wat kleinere handbagage dalen we af naar de receptie.
De bekende handelingen voor het uitchecken worden verricht en niet veel later staan we met onze bagage op de stoep van het hotel langs de straat. Gehuurde taxi’s rijden voorbij en de eerste lege stopt direct zodra hij mijn handsignaal heeft opgemerkt.
‘Terminal 3?’
Het is geen probleem. Lyka zit al in de airconditioning terwijl ik het laden van onze bagage in de taxi overzie. De Filippijnen is nog een arm en ruw, en soms ook onbetrouwbaar, land dat haar sporen in de vakantie industrie nog moet verdienen. Het blijft opletten! De Php 47 wordt ruimschoots aangevuld naar Php 120, twee euro, voor de korte rit van het hotel naar de luchthaven en daar staan we al naast de vertrekhal.
Ook hier leren ze snel om de passagiers en bagagestromen in goed geoliede en logestieke banen te leiden! We kunnen direct inchecken aan een moderne computergestuurde zuil en met weinig oponthoud zijn we ook van onze drie koffers verlost. Omdat het een binnenlandse vlucht betreft lopen we na de röntgen controle van onze handbagage zo naar de terminal voor binnenlandse vluchten. Op deze manier besteden de passagiers meer geld in de terminal dan dat ze lang moeten wachten in de vertrekhal èn tegelijker tijd op hun bagage moeten letten!
In de terminal lijkt het alsof de airconditioning is uitgezet òf defect is. Het ligt zeker niet aan ons want ik hoor in vele Europese talen om eens heen klagen over de drukkende vochtige warmte. We maken ook maar direct gebruik van de mogelijkheid om sim-kaarten voor ons verblijf aan te schaffen. We weten dat het mobiele internet buiten de steden erg slecht is maar een mogelijkheid om te testen hebben we niet.
De afwezigheid van de “Globe” verkoper werpt ons direct in de armen van de “SMART” verkoopster! Een meisje zo klein en iel dat ik een stoot adrenaline door mijn lichaam voel gaan wanneer ze me aankijkt. Rond de een meter vijftig en een kilo of vijfendertig schat ik! Met een klantvriendelijkheid die in Nederland al heel lang niet meer vanzelfsprekend is beantwoord ze al mijn vragen. Het is me allemaal duidelijk en bij terugkomst in het koffiehuis geef ik Lyka de opdracht om onze telefoons van nieuwe sim-kaarten te gaan voorzien. Zij spreekt een beetje Tagalog, de lokale taal, en dat zou eventuele misverstanden gelijk uit de wereld helpen.
Een klein kwartier later zitten we simultaan te testen of de 3G verbinding ons geeft wat SMART heeft beloofd. Vijf en twintig euro mag dan wel geen enorm bedrag zijn voor twee maanden internet op je telefoon maar je bent toch ook blij wanneer ze doen wat ze beloven.
Om Lyka bij het reizen te betrekken, en ook om haar wat te leren, is ze in het bezit van onze instapkaarten. Ik laat het gewoon aan haar over en zie wel waar we stranden. We zoeken een plaatsje bij Gate 117 en wachten op wat er gaat gebeuren. Facebook neemt over en van enig sociaal contact tussen ons is geen sprake meer. De klok loopt naar het tijdstip dat we toch ècht aan boord van het vliegtuig zouden moeten gaan en er staat nog steeds een rij passagiers te wachten voor een andere bestemming.
Ik ontwaak haar uit haar Facebook trance en vraag of we hier wel goed zitten. Ze knikt bevestigend, ik vraag me af of ze mijn vraag wel heeft gehoord, en ze gaat verder met haar communicatie op Facebook. Over mijn schouder zie ik dat de slurf van Gate 117 nog steeds slap naar beneden hangt. En snelle blik op mijn horloge en het angstzweet breekt me bijna uit. Zonder dat Lyka het opmerkt ga ik toch zelf maar eens vragen wat er aan de hand is.
‘Legaspi?’, vraag ik.
‘Ja, die zijn al aan het boarden aan gate 134A!’, antwoord ze vriendelijk.
Als een razende Roeland loop ik zo snel als mijn manke enkels me kunnen dragen terug naar de Facebook verslaafde. Verbaasd kijkt ze op. Nadat ze heeft begrepen wat er aan de hand is gaan we op zoek naar Gate 134A, en die ligt vanzelfsprekend niet naast Gate 117!
Twintig minuten voor het geplande vertrek van het vliegtuig naar Legaspi overhandigd ze onze instapkaarten in een leeg aquarium, zoals ik de glazen wachtruimte op vliegvelden altijd pleeg te noemen, aan een verbaasde medewerkster van Cebu Pacific. Met een bezweet en rood aangelopen hoofd kijk ik naar de kleine monitor waar een rood kruis op verschijnt wanneer een van onze instapkaarten wordt gescand.
Het zweet van de inspanning wordt vermengd met het zweet van de angst. De andere instapkaart wordt langs de scanner gehaald en opnieuw verschijnt er een groot rood kruis. Precies op het moment dat ik mijn pleidooi, doorspekt met duizend smoesjes en verontschuldigingen, wil beginnen schakelt het meisje over op het toetsenbord van de terminal en tot mijn grote opluchting verschijnt er een groene V, als in aangevinkt, op het scherm. Ik kan zonder mijn bril niet lezen wie er is goedgekeurd maar ik ga er toch wel van uit dat ze ons beide aan boord laat. Niet veel later verschijnt er ook een tweede grote groene V op de monitor en het meisje maakt een galant armgebaar, met een lichte buiging, dat we door kunnen lopen naar de gereedstaande bus.
Als laatste betreden we de Airbus A310 met als bestemming Legaspi. De spanning is alweer verdwenen want ook dit probleem hebben we weer overleefd. We zijn nu ongeveer 42 uur onderweg en we kijken uit naar het einde van deze vermoeiende heenreis. Gelukkig hebben we straks in de Filippijnse jungle voldoende tijd om uit te rusten!
De vlucht van slechts 65 minuten begint aan haar tweede segment, de daling naar het vliegveld van Legaspi, voordat we realiseren dat de eerste al is begonnen. Het is zwaar bewolkt en dat komt niet als een verrassing. De weerberichten zijn niet al te best. Zware onweersbuien afgewisseld met regen. Donkergrijze wolken, afgewisseld door haast zwarte wolken met hier en daar een pluk maagdelijk wit, schuiven gehaast langs de ramen van het kleine vliegtuig. Er valt weinig te zien en de Mayon vulkaan heeft geen zin om ons te begroeten. Dat is erg jammer want het beeld van die eenzame vulkaan aan de horizon is een indrukwekkende ervaring.
Mamsi staat al te zwaaien wanneer wij nog aan de lopende band staan om onze bagage op te vangen. Onze koffers lijken ook deze laatste geseling goed te hebben doorstaan! Het welkom is vriendelijk en ik ontdek veel emotie in de ontmoeting tussen mijn vrouw en haar moeder. Stel je maar eens voor om steeds bijna twee jaar van huis te zijn?
Op de terugweg kopen we de grote geschenken waarvoor we samen lang voor hebben gespaard. Het is nu eenmaal beter om iets te kopen waar ze echt wat aan hebben dan zomaar geld te sturen of een koffer vol met rotzooi uit Nederland mee te slepen. Goedkope Chinese rotzooi hebben ze hier ook in overvloed!
De koelkast en platte TV zijn aardig wat goedkoper dan hun soortgenoten in Nederland! Het zijn de bekende Koreaanse merken LG en Samsung. Het prijsverschil noemen we in Nederland belasting en verwijderingsbijdrage! Het idee achter belasting vindt ik nog steeds niet onaardig maar de uitvoering in Nederland is me wel wat te ver doorgeschoten!
De twee grote huishoudelijke apparaten krijgen een plaatsje in de gehuurde minibus en daarna gaan we linea directa naar een restaurant. Het broodje ei en worst van acht uur geleden is nog maar een vage herinnering en we kunnen alle vier wel een hapje gebruiken! Het lijkt dat het geserveerde eten in de afgelopen twee jaar veel is verbeterd. Het kan natuurlijk ook aan mij liggen nu ik voor de afwisseling weer eens haast stress vrij Nederland heb kunnen verlaten.
Op weg naar het vissersdorp waar mijn vrouw is geboren vecht ik tegen de opkomende slaap. De heerlijke noedelsoep met rundvlees heeft me rozig gemaakt en knikkebollend probeer ik zoveel als mogelijk van de laatste etappe van deze lange reis in me op te nemen. De enige weg, een zeer drukke tweebaansweg, naar het zuiden slingert als een slang door de groene jungle van Luzon. De armoede van de bewoners kruipt stroperig de weg op. Het is geen prettig gezicht maar het is de realiteit. De mensen nemen het gelaten zoals het komt en geloven vast in de liefde van Jezus Christus.
De weg naar San AntoinioDe weg naar San Antoinio
Bij aankomst ligt het dorp er nog even vredig bij zoals we het ruim achttien maanden geleden verlieten. Er heerst rust, er is weinig verkeer en een stukje verderop speelt een groep jongens basketbal op de weg. Beelden uit een ver verleden voor Nederlandse begrippen. In Nederland heeft het internet, videospelletjes, de mobiele communicatie en de oneindig saaie tv de interesses van de jeugd over genomen. Het is er volgens mij niet beter op geworden.
Als eerste worden er een paar flesjes bier voor mij gehaald en bij gebrek aan koud bier in de lokale winkel wordt er ook een zakje bevroren water gekocht. Ouderwets, op koloniale wijze sip ik aan het kleine glas bier waarin twee stukken ijs drijven. Thailand, alweer bijna twintig jaar geleden, herinneringen komen langzaam boven in het hoofd van deze oude romantische gek.
De vermoeidheid glijd weer van me af en de nieuwe tv moet ook worden aangesloten en getest. Na wat Filippijnse beelden, in een taal waar ik geen touw aan kan vastknopen, houdt Lyka het voor gezien. Ze is aan het einde van haar latijn en zoekt ons harde bed op. Samen met mamsi kijk ik in stilte de eerste aflevering van “Westworld”. Een SF-serie lichtjes gebaseerd op een boek van Michael Crighton. Dan slaat de vermoeidheid ook bij mamsi toe en verontschuldigend zoekt ze ook haar matras op.
Dat matras ligt op de grond want het bed is aan ons afgestaan. Zodra ik alleen ben schakel ik naar een ander tv-programma op mijn USB-stick. “De stille kracht”, de bekende tv-serie uit 1974, met Pleunie Touw. Buiten is het stil maar er scharrelt iets dat wij in de moderne wereld niet meer kunnen horen. Een gekko klikt, een hond huilt en een gekwelde geest zweeft over de met dun vloeibaar maanlicht overgoten rijstvelden. Hier in de Filippijnse jungle, op het platteland van Luzon, tikt de eeuwenoude klok van de cultuur, langzaam opgewonden door de geesten van de natuur.
Bij hoge wijze van uitzondering schenk ik op deze eerste avond een borrel uit de maagdelijke fles Jameson Ierse Whiskey. Hoewel mijn neus op de eerste dag verstopt is door de lange vlucht ruik ik het bouquet, ‘Bucket’, in het engels, van de godendrank. Mijn vingers dansen over het toetsenbord en mijn gedachten staan in overdrive. Wat kan het simpele leven toch mooi zijn!

donderdag 28 september 2017

Filippijnen: Een verdwaalde taxi

Manila (Condotel Newport Boulevard (3U), donderdag 28 september 2017

De tweede etappe van Istanbul naar Manila in een tot aan de rand gevulde Boeing 777-200 was van mindere kwaliteit! We vertrokken om iets voor 02:00 voor een vlucht van bijna 12 uur. Iedereen aan boord was meteen in diepe slaap totdat er een lichte maaltijd werd geserveerd. Mijn slaap, versterkt door de rode wijn, was sterk genoeg om deze lichte maaltijd maar over te slaan en zoveel mogelijk van deze nacht te maken. Over drie uur zou het tenslotte alweer licht zijn.
Dat laatste viel een beetje tegen! Het werd wel licht rond de verwachtte tijd maar de schuifgordijnen van het vliegtuig bleven omlaag. Terwijl drie honderd duizend kilo, het startgewicht Boeing 777-200, aluminium, brandstof, passagiers en bagage boven de wolken in de zon richting het oosten vliegen liggen binnen ruim driehonderd passagiers als zombies te slapen. Des te langer de passagiers liggen te slapen des te gemakkelijker het cabine personeel het heeft.
Met één oog open worstel ik me door de onnatuurlijke duisternis van de dag. Steeds wanneer ik naar buiten wil kijken en het gordijn een beetje omhoog schuif klinkt er een onaangenaam en angstaanjagend gekreun uit mijn omgeving, inclusief Lyka die slaapt als een roosje. Het zonlicht lijkt te branden op de huid van de slapende passagiers.
Het wordt een lange onaangename dag, dat voel ik nu al. Het is nog te vroeg voor een glaasje rode wijn, te laat voor een ontbijt en tv kijken heb ik geen zin in. Ik sluit mijn ogen in een ultieme poging de tijd wat te versnellen. Hazenslaapje na hazenslaapje, de tijd kruipt als een manke schildpad richting de verwachtte aankomsttijd.
Een sandwich met kaas en kalkoenham breekt de tijd, vult de maag en aan de koffie te proeven is die tijdens de vorige vlucht al gezet. Dit zijn de duidelijke nadelen van het reizen. Dit is een marteling die iedereen moet ondergaan op weg naar verre oorden, voordat het genot van de exotische reiservaring je in euforie brengt.
Ontbijt (Turkish Airlines)
En dan, plotseling uit het bekende niets gaat de verlichting langzaam aan in de cabine. De passagiers aan de raamzijden openen voorzichtig als vampieren de schuifgordijnen om te zien of het buiten ook licht is. De gordijntjes gaan sneller dicht dan ze werden geopend omdat het felle zonlicht brand in de ogen.
Het geserveerde ontbijt valt me niets tegen. Ik trek krom van de honger en kan wel wat energie gebruiken. Gelukkig is de geserveerde koffie nu wel vers! Het traditionele tweede en derde bakkie volgen, zwart, zoals koffie bedoelt is. Op mijn horloge is het nu 16:00 uur, Manila tijd, mijn lichaam en biologische klok zijn het daar niet helemaal mee eens. Mijn gevoelens zijn moeilijk te omschrijven maar dat ik me slecht voel staat als een paal boven water.
Goede avond Manila
Wanneer we boven de Filippijnen arriveren is de zon alweer achter de horizon verdwenen, tussen de zee en de onweerswolken hangen honderden tinten oranje. Vanuit de duisternis in de cabine staren honderden ogen in de duisternis boven Manila. Verlichte strepen geven de slingerende straten aan van deze wereldstad. Een metropool met bijna 13 miljoen inwoners. Het wachten is eindelijk voorbij en we zijn bijna op de plaats van bestemming.
Terminal 1 van Ninoy Aquino International Airport is absoluut onbekend terrein voor ons. Na al onze bezoeken aan de Filippijnen komen we voor het eerst aan op de èchte internationale terminal. Niet dat er tussen de terminals 1 en 3 veel verschil is! Bij de immigratie gaat het van een leien dakje en na enkele minuten staan we beiden met een gratis jaarvisum in onze paspoorten op onze koffers te wachten. Een voor een komen ze op de lopende band tevoorschijn en opgelucht gaan we door de douane op zoek naar een taxi.
En daar hoeven we niet lang naar te zoeken! Beter nog, we hoeven er niet eens om te vechten. Het couponsysteem is ook bij deze terminal op zijn plaats en de prijs wordt van tevoren kenbaar gemaakt, de fooi mag je zelf bepalen! Voor Php 340 brengt de oude Chinees ons naar het hotel waar we een nachtje moeten slapen voordat we morgen weer verder vliegen. Ik overhandig hem meteen na het instappen, nog voor het wegrijden, een knisperend vers geel briefje van Php 500. Verbaasd kijkt hij me aan terwijl ik mijn wijsvinger haaks op mijn mond leg. Het topje van mijn vinger raakt de punt van mijn neus.
Tijdens de korte rit naar ons hotel neemt mijn enthousiasme voor deze taxi snel af! De chauffeur lijkt de buurt waar ons hotel zich zou moeten bevinden voor geen centimeter te kennen. Na twee keer een verkeerde afslag te hebben genomen stopt hij bij de inrit van een “MacDonald’s Drive Thru" restaurant en verteld me met een stijf gestreken dat we er zijn. Verbaasd kijk ik hem aan en in de hoop dat ik me heb vergist kijk ik nog een keer naar rechts door het zijraam van de taxi. Misschien heb ik me vergist? Ik weet van mezelf dat ik in zulke situaties heel erg koppig kan zijn. Er is geen nummeraanduiding, geen hotelnaam en zelfs geen licht achter de gouden bogen te ontdekken. We stappen hier dus ècht niet uit met onze drie koffers en twee rugzakken!
Zodra de chauffeur doorheeft dat we niet zijn gevallen voor zijn slinkse plannetje trekt hij hortend en stotend de oude taxi op en gaat langzaam in de richting vanwaar we zijn gekomen. Gelukkig ziet hij iets in mijn advies om bij de eerste weg rechtsaf te slaan. Ik heb de kaart van de buurt grof in mijn hoofd dus details kan ik me niet herinneren. Een oude regel onder verdwaalde reizigers is om bewakers of taxi’s de juiste richting te vragen.  Helaas valt onze eigen taxichauffeur af! Ik moet in mezelf lachen. Ietsjes te hard zodat het lijkt dat ik de chauffeur uitlach en hij er niet gelukkiger van wordt.
Gelukkig kan de taxichauffeur zich ook in het wijzigen van de richting vinden en bij de eerste bewaker, die zit op een krukje voor zijn wachthuisje de krant te lezen, komt de taxi tot stilstand. Dan gebeurt er even niets! Ik blijf rustig zitten en wacht op wat er gaat gebeuren. Die taxichauffeur verwacht toch zeker niet dat ik de weg ga vragen? Of toch wel? Uiteindelijk komt hij met enige tegenzin in beweging en stapt uit. Na een kort gesprek met veel armgebaren stap hij, zonder een woord te zeggen, weer in de taxi en rijdt langzaam weg.
Zijn hoofd draait als het licht van een vuurtoren in het rond en ik krijg sterk de indruk dat hij geen idee heeft waar hij heen moet. De vermoeidheid van de reis begint in mijn hoofd te zeuren en ik verlang nu naar wat te eten en een comfortabel bed. Hij stopt voor de tweede keer bij een langs de weg zittende bewaker en het ritueel met de zwaaiende armen herhaald zich. Wanneer hij weer instapt kijkt hij nog steeds hopeloos in het rond, en dan naar mij. Ik glimlach verontschuldigend en geruststellend. Hij begrijpt meteen dat wij zijn taxi niet gaan verlaten voordat we voor ons hotel staan!
Hij slaat, met geluk denk ik, plotseling links af en ik zie met grote verlichte letters “Newport Boulevard” op de gevel van een glazen toren staan. De straat hebben we in ieder geval gevonden! Nog een stukje verder maan ik hem te stoppen in een parkeerhaven voor een andere glazen toren. In een grote fel verlichte lobby zit een bewaker, ik zal het hem zelf wel eens gaan vragen. In alle opwinding heb ik het getal “150” op het glas boven de deur over het hoofd gezien! We zijn er!
Condotel at 150 Newport Boulevard
Binnen enkele minuten staan we in de kamer, 3U. Een mooie schone kamer met een hoog IKEA gehalte en daardoor ook erg modern voor Filippijnse begrippen. Helemaal opgebrand vallen we neer op de kleine sofa en het bed. Toch zit voor mij de dag er nog niet op! Terwijl Lyka de douche opzoekt ga ik meteen weer op pad om wat te eten en bier te halen. Daar heb ik nu wel zin in en dat hebben we wel verdient! De tweede etappe zit er ook op en gelukkig is alles goed gegaan!
Om de hoek vindt ik een MacDonald’s en een stukje verder een kleine karaoke bar vol met jonge mensen. Ik moet de hoofdprijs betalen voor drie kleine flesjes “San Miguel Beer” maar eigenlijk kan me dat op dit moment geen moer schelen. We staan er veel beter voor dan twee jaar geleden en dan kun je wel wat extra betalen.
Tijdens het wachten tot de flesjes bier zijn ingepakt flirt een tafeltje vol met jonge Filippijnse schonen met de onbekende buitenlander. Ik glimlach vriendelijk terug dat weer wordt beantwoord met gegiechel. Ik maak een handbeweging alsof ik een trouwring om mijn ringvinger schuif en het gegiechel gaat over in lachen en verontschuldigingen. Alles in lichaamstaal zonder een gesproken woord!
Met een plastic tasje gevuld met drie flesjes bier en een bruine kartonnen zak met een Big Mac en friet arriveer ik weer in de kamer waar Lyka me aanvalt als een hongerige wolf. Een flesopener ligt op een tactische plaats en niet veel later gutst de eerste stroom ijskoud Filippijns bier door mijn slokdarm naar beneden. Zodra het voedsel verdwenen is en de flesjes bier leeg zoeken we het bed op. Douchen Jielus? Ja, morgen, een dag meer of minder kan geen kwaad!

woensdag 27 september 2017

Filippijnen: De geur van een gevulde luier

In het vliegtuig, woensdag 27 september 2017

Met ons vertrek lieten we ook de sfeer van het afgelopen jaar achter ons in Zaltbommel. Er lagen geen gemakkelijke tijden achter ons maar achterom kijken heeft geen nut want we gaan toch de andere kant op! Ik vertrek ook met enige schuldgevoelens. Schuldgevoelens over ons sociale gedrag en dat ik me de laatste tijd niet erg vaak als een goede vriend heb gedragen. Financieele en geestelijk problemen liggen daar aan ten grondslag. Het lijkt misschien een dun excuus maar zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Ik heb er moeite mee om naar de kroeg te gaan wanneer ik weinig geld in mijn zak heb. Mijn vrienden begrijpen wel waar ik het over heb, dus laten we het allemaal achter ons en wanneer we weer terug zijn van ons familiebezoek gaan we het dubbel en dwars inhalen.
De bagage
Bert stond al vroeg voor de deur en nog voor twaalf uur reden we al richting Düsseldorf. Turkish Airlines naar Manila is het plan voor vandaag. Het is alweer de vierde keer dat we via Istanbul naar het verre oosten vliegen. Wij zijn er in ieder geval erg content mee en zolang de prijs competitief blijft zullen we ook in de toekomst van deze maatschappij gebruik blijven maken.
De kilometers asfalt glijden onder ons door en wij lullen elkaar de oren van het hoofd. Bert heeft zijn broer Sjaak meegebracht als gezelschap voor de terugweg. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd denken we dan maar. Ik ken Bert en Sjaak al sinds de lagere school dus er is duidelijk sprake van een band. Met uitzondering van Lyka, zij zit in gedachten verzonden en luistert naar muziek op haar telefoon. Zij is hyper gespannen en kijkt er naar uit om na bijna twee jaar weer haar moeder te zien.
Klein en groot
Ruim vijf uur voor het vertrek zitten we, in een overigens niet onaantrekkelijke vertrekhal/winkel passage, aan de eerste koffie van deze reis. We hebben nog een lange taaie zit voor de boeg maar wie veel heeft gereisd is daaraan gewend en klaagt niet. Om de beurt maken we een wandelingetje langs de winkels en door de vertrekhal. Lyka om haar kooplust aan te wakkeren en ikzelf om uit te vinden waar we moeten inchecken. Gratis wijfij, en die werkt ook nog goed ook!
Een bericht van Turkish Airlines op mijn telefoon brengt me voor een moment van slag. Ik kan vanaf nu on-line inchecken! Dat is het bekijken in ieder geval waard. Ik slalom door de met Turkse woorden gevulde pagina’s totdat ik in het engels wordt gevraagd welke stoelen ik graag zou willen voor de twee vluchten naar Manila. Dan gaat het fout op mijn telefoon en er zit niets anders op dan mijn MacBook tevoorschijn te halen en daar het inchecken af te maken. Zo gezegd, zo gedaan! Voor Düsseldorf naar Istanbul gaat alles naar wens maar voor de vlucht van Istanbul naar Manila zijn onze favoriete stoelen allemaal al bezet. Uit nood kies is voor een noodoplossing en ik kan alleen maar hopen dat die oplossing voor ons gaat werken.
Wachten in Düsseldorf
Het on-line inchecken heeft er in ieder geval voor gezorgd dat we een hele lange rij medepassagiers vermijden en dat we als eerste aan de beurt zijn aan incheck balie 271. De koffers verdwijnen op de lopende band uit het zicht en onze reis is nu echt begonnen. Tot ziens koffers! Tot in Manila! De rest is een formaliteit en ietsjes later dan volgens het schema neemt de Airbus A330 bezit van het luchtruim. Vanaf dit punt is het een paar uur relaxen tot aan Istanbul!
Tenminste, dat dacht ik! Nog voordat ik mijn eerste rode wijntje van de stewardess heb ontvangen komt er een klein donker hoofdje achter de hoofdsteunen voor ons omhoog. Twee grote witte ontdekkende en onderzoekende ogen staren me aan. Een korte blik om de stoel voor me heen onthult me zijn even zo donkere moeder die er een dagtaak aan heeft om Facebook en WhatsApp bij te werken. Het kind is aan zijn lot overgelaten en moet de wrede wereld om zich heen alleen ontdekken. Naast mij zit ook zo’n Facebook/WhatsApp zombie zonder enige emotie op het virtuele toetsenbord te ratelen. Als dit de toekomst is geef mijn portie dan maar aan Fikkie!
Zodra de kleine ècht lastig wordt verkast mijn lieve vrouw naar een andere stoel in een middenrij van het grote maar half gevulde vliegtuig. Probleem opgelost! Ik hou mijn hart vast hoe ze zelf met een baby zal omgaan. Mijn grap over de getatoeëerde aan/uit knop op de buik van de baby raast voor een moment door mijn hoofd.
Mijn eerste rode wijntje wordt tegelijkertijd geserveerd met een potje Olvarit babyvoeding voor de kleine donkere man. De kleine voor me is voor enkele minuten uit mijn zicht verdwenen en ik hoop dat de kant en klaar maaltijd hem voldoende zal vermoeien zodat hij tot Istanbul uit het zicht blijft. Helaas! Een gekrijs als uit de donkere Afrikaanse oerwouden zwelt aan van achter de rugleuningen voor me. Een korte blik naar de nog steeds in een digitale trance verkerende medicijnman voor me voorspelt weinig goeds. Snel nog een tweede wijntje bestellen om het ongemak enigszins dragelijk te maken. De moeder ontwaakt voor een moment uit haar trance en selecteert een cartoon op het beeldscherm voor de kleine man waar ik nu zelfs medelijden mee begin te krijgen. Hij heeft tenslotte zijn moeder niet zelf kunnen kiezen.
Kip met rijst (Turkish Airlines)
De avondmaaltijd voor de rest van de passagiers wordt geserveerd en de kleine verlegt zijn interesse naar de maaltijd van zijn moeder die ook met één hand haar activiteiten op haar telefoon voortzet terwijl ze met de andere hand probeert te eten. Ik weet niet wat ze aan het doen is maar volgens mij moet haar telefoon in het vliegtuig toch niet werken? Of heeft ze voor enkele tientallen euro’s een wifi verbinding tijdens de vlucht? De maaltijd is erg smakelijk zei het een beetje te zout, maar toch, de Turkse rode wijn maakt veel goed en verzacht mijn gevoelens.
Met mijn ogen dicht en muziek van Robert Cray op de achtergrond geniet ik van het werk van enkele Turkse wijnboeren. En dan pikt mijn neus een geursliert op die me maar aan een ding kan laten denken. Een goed gevulde luier! Voorzichtig open ik langzaam mijn linkeroog en zie langzaam de glimlach van de kleine jongen voor me scherper worden.
De geur ervaring duurt gelukkig niet zo lang! Ook de moeder lijkt de ouderwetse analoge ervaring op te pikken en na een tiental minuten tovert ze een schone luier uit haar cabine bagage tevoorschijn. De moeder loopt met de kleine over haar schouder naar het toilet om de luier te verschonen. De kleine zwaait alsof hij blij is om afscheid van me te nemen.
De terugkeer van de twee heb ik niet meer ervaren! De vermoeidheid heeft toegeslagen en me in een diepe slaap geworpen.
De stewardess maakt me wakker. Snel opdrinken en me gereed maken voor de landing. De eerste vlucht van deze lange reis zit er op.

zondag 6 augustus 2017

Thailand: Uitslapen

Thailand: Uitslapen

Mae Hong Son (Jong Kham Guesthouse) 24 januari 1999

We hebben in ieder geval geprobeerd om uit te slapen! Ook na die lange vermoeiende eerste weken in Thailand wilde het maar niet lukken. Ik heb in ieder geval een slechte nachtrust achter de rug, en ben dan ook nog eens vroeg wakker. Waarschijnlijk door de Lariam en een gebrek aan alcohol in mijn bloed.
Marieke heeft ook slecht geslapen en blijft nog wat langer op haar bed liggen. Op zoek naar een ontbijt trek ik alleen de stad in. Een ontbijt vinden is niet zo moeilijk, volg gewoon de stroom hippies en bloemenkinderen. Succes is verzekerd wanneer je op zoek bent naar vegetarische gerechten, yoghurt met gedroogde granen en vruchten in verschillende samenstellingen en fruitsalades zijn ook erg populair. Ik heb liever iets hartigs en als het even mogelijk is ook gebakken. In een klein restaurant is het erg druk en gelukkig zijn er nog enkele krukken vrij.
Ik zoek een plekje aan de counter en bestel een (instant) koffie terwijl ik met mijn wijsvinger door de menukaart wandel. Niet veel gerechten spreken me aan! Het jonge meisje achter de counter flirt een beetje met een andere klant en wanneer ik eindelijk haar aandacht heb wenk ik haar dichterbij te komen.
Brood blijkt hier in het noorden een zeldzaamheid dus moet ik fantasierijk zijn. Het wordt voor mij een pannenkoek met bacon en worstjes. Als een zoutpilaar staat ze voor me! Haar pen beweegt niet over het papier en haar mond staat zo ver open dat een tandarts van mijn gezichtspunt uit een diagnose zou kunnen stellen.
Ze schrikt uit haar trance en vraagt verbaasd, ‘een pannenkoek met bacon en worstjes?’
‘Ja!’
‘Geen banaan?’
‘Nee!’
Hoofdschuddend loopt ze weg richting de keuken waar ze achter een gordijn in de deuropening verdwijnt.
Even later verschijnt er een man van middelbare leeftijd in een tanktop die ooit wit was geweest en die nu strak staat van het vet. Een smeulende sigaret hangt in zijn mondhoek. Hij kijkt me aan, hij kijkt het meisje aan, die knikt, en hij kijkt weer naar mij.
Flamboyant neemt hij de sigaret uit zijn mond en herhaalt de bestelling tegen mij. Ondertussen heeft de voorstelling de aandacht getrokken van de gehele clientèle aan de counter. Een klein knikje vergezeld van een glimlach mijnerzijds zijn voldoende om hem terug naar de keuken te dirigeren. Twintig minuten later zit ik achter een bananen pannenkoek met spek en worstjes aan de zijkant!
Eigenlijk kan het me ook niets schelen. De tweede kop (instant) koffie is geserveerd en het heupwiegen van de jonge serveerster is een schitterend schouwspel. Ze flirt met elke klant, dat zal wel goed zijn voor de omzet! Met elke hap van de bananenpannenkoek gaat het me beter smaken en in een poep en een scheet is mijn bord leeg. Een derde koffie vult de laatste openingen in mijn maag en ik ben klaar voor de rustdag.
Eieren
Ik besluit om wat door de stad te gaan slenteren. Nu blijkt dat achteraf een fout te zijn geweest want er is echt niet veel te zien. Een van de weinige foto’s die ik maak is van een vrachtwagen vol met eieren. Vol verbazing volg ik, zittend op een muurtje naast de vrachtwagen, de handelingen van de verkopers. Gezien de enorme hoeveelheid eieren die worden verkocht kan ik alleen maar concluderen dat hier veel eieren worden gegeten.
Zodra het tafereel me begint te vervelen loop ik weer verder richting ons guesthouse. Ik ben benieuwd op Marieke al is opgestaan. Haar bungalow is afgesloten en er is geen spoor van haar te vinden. Een beetje verward zoek ik mijn bed op.
De ventilator draait langzaam en piept een frisse wind over mijn bezwete lichaam. Voor een moment wordt ik gegrepen door een angst dat ze zonder afscheid te nemen naar Laos is vertrokken.  Zo erg zal het toch niet zijn? Na een halftje uur heb ik alweer genoeg van mijn bed en mijn bungalow, ik ga toch liever nog wat wandelen en wat eten. Op weg naar de uitgang zie ik dat de deur van Marieke’s bungalow alweer open staat. Ik laat het maar voor wat het is en loop rustig verder in de warme middagzon.
Verlaten spirithouses
Opnieuw passeer ik die vreemde boom met die kleine poppenhuisjes er tegen aan. Gisteren heb ik me al staan te verbazen over dit tafereel! Zodra ik me neerzijg in een rieten stoel op een verlaten terras, in de schaduw en in de wind van een ouderwetse stalen ventilator, bestel ik een biertje, ondanks alle goede voornemens. Slok na slok krijg ik meer bedenkingen over de situatie waarin ik me nu bevind. Mijn oorspronkelijke doel was om alleen op reis te gaan om een beetje meer van mezelf te ontdekken. Ik mag dan wel een goede jeugd hebben gehad maar het was zeker geen gemakkelijke. Ik hink steeds op twee gedachten! Mijn gevoel zegt dat het beter is om nog een tijdje bij Marieke te blijven en mijn verstand zegt dat het beter is wanneer onze paden zich scheiden.
Bij de volgende grote fles Singha bier wordt mijn budget voor vandaag alweer doorbroken en komt de ober, bij een gebrek aan klanten, bij me zitten. Het eerste wat ik hem vraag is de betekenis van die huisjes naast de boom. Het antwoord blijkt minder ingewikkeld dan dat ik ooit had kunnen vermoeden.
Die boom is een “Bodhiboom” (Banyan tree), dat is de boom waaronder Boeddha verlichting vond. Die bomen zijn in alle Boeddhistische landen heilig. Die huisjes zijn geestenhuisjes. Kleine huisjes die als een vogelhuisje op het land voor een huis worden geplaatst. Het idee erachter is dat de geesten die op het land wonen zelf ook een huisje krijgen wanneer jezelf daar een huis bouwt.
Ik bestel nog een grote bier, het is gezellig en interessant, bezuinigen kan ik altijd nog!
Die geesten wonen dus in dat huisje en kunnen in jouw (grote) huis geen schade aanrichten, ruzies of andere problemen veroorzaken. Die geesten krijgen ook dagelijks eten en drinken, offers in de vorm van wierook en bloemenkettingen.
Wanneer de huisjes vervallen zijn of een nieuwe eigenaar een ander huisje aanschaft worden de oude huisjes bij een Bodhiboom achtergelaten. Die boom is heilig! Die boom heeft een band met de Boeddha en de geesten vinden daar rust en bescherming. Een interessant verhaal met zoveel passie verteld dat het wel waar moet zijn. Mijn fles is leeg en het wordt tijd om verder te gaan, anders zit ik hier vanavond nog.
Aan de hoofdstraat zijn er enkele brommer verhuurders, daar gaan we heen! We hebben het plan om morgen een dagje op de brommer op pad te gaan en het lijkt me een goed idee om te me te oriënteren en te reserveren. Ik wil tenslotte niets aan het toeval overlaten!
Bij de eerste zaak wordt ik meteen besprongen door een overijverige jongeling die in gebrekkig engels een stortvloed van informatie en kortingen, omdat ik zijn vriend ben, over me heen laat komen. De woorden Friend en Discount klinken me als muziek in de oren. Helaas voor hem heb ik twijfels aan de technische staat van de brommers, die hier overigens motors zijn. Teleurgesteld zoekt hij de koelte van zijn geairconditioneerde kantoor weer op.
Bij de volgende heb ik wat meer geluk. De brommers lijken beter onderhouden en ook heb ik een meteen een beter gevoel bij deze verhuurder. Hij geeft me ook een eerlijker antwoord over het huren. Wij zijn in principe verzekerd maar bij een ongeval waar de politie aan te pas komt zijn we op onszelf aangewezen. Mij maakt het persoonlijk weinig uit, ik ben alleen benieuwd hoe mijn reisgenoot hier tegenover staat. Om zeker te zijn van de twee goed uitziende brommers maak ik een reservering van 100 baht die hij morgen in mindering zal brengen op de rekening van 300 baht voor de twee brommers. Hij overhandigt me een stukje papier waarop ik alleen 100 en 300 kan onderscheiden. Voor morgen zijn de brommers dus geregeld.
Onder aan de trap
Bij terugkomst in het guesthouse zit mijn reigenoot voor haar bungalow te lezen. Het heeft verfrissend gewerkt, een dagje alleen. We hebben elkaar het een en ander te vertellen! Nadat ik alles heb uitgelegd omtrent de brommers bespeur ik toch enige twijfel. Ze is het misschien niet helemaal eens met mijn besluit om die brommers te reserveren. Ik laat het maar voor wat het is en ga me opfrissen voor de gezamenlijke avondmaaltijd.
Het is weer erg gezellig met zijn tweeën en het “Singha” of “Chang” bier en de “Mae Kong Whisky” vloeien rijkelijk. In het budget dat ik aan het begin van deze reis voor ogen had zijn hele grote gaten geschoten. Gezelligheid kost nu eenmaal veel geld en ik heb mijn budget voorlopig naar 700 baht (ongeveer veertig gulden) per dag verhoogd. Ik ga wel zuiniger leven na Chiang Mai, zodra Marieke naar Laos is vertrokken.
Het eten bij het “Sunflower Restaurant” is in ieder geval een stuk beter dan het eten van gisteren, het is ook wel weer wat duurder. Ik voel me soms niet op mijn gemak bij wat ik moet betalen voor het eten. Voordat ik in Azië arriveerde was ik ècht in de veronderstelling dat het hier goedkoop zou zijn. Na twee weken Thailand ben ik wel ruw uit deze droom ontwaakt!
Bier is hier duurder dan in Nederland en voor een bordje rijst met een stukje vlees betaal je al snel vier of vijf gulden. Dan praat ik nog niet eens over garnalen en vis, dan betaal je al snel het dubbele! Natuurlijk kun je voor een paar gulden per dag rondkomen wanneer je alleen maar water drinkt, veel fruit en vegetarisch eet en in het “Hotel Hel“ overnacht. Maar daar ben ik niet de persoon voor. Beter veel plezier en eerder naar huis dan een paar maanden vegeteren in de Thaise hooglanden.
Na het eten gaan we weer wat gaan drinken bij de “Lake View Bar” omdat daar een live band speelt. Nou, ik kan je vertellen die speelt daar elke avond, zonder enige uitzondering. Het wordt vanzelfsprekend allemaal te gezellig en het wordt deze keer te intiem. Het is een erg moeilijke situatie voor ons omdat ik de boot probeer af te houden en Marieke gewoon haar gevoelens openlijk tegen mij uit. Er zijn ook veel van die kleine dingen die me gewoon opvallen. Waar gaat dit allemaal toe leiden? Dat is de vraag!
Na ons zoveelste goede gesprek zijn we het er samen over eens dat onze vriendschap het belangrijkste is. Best bijzonder dat je na bijna twee weken al zo dicht bij elkaar staat. We maken het niet te laat vanavond want morgen wordt een lange dag op de brommer.

woensdag 2 augustus 2017

Thailand: Mae Hong Son

Mae Hong Son (Jong Kham Guesthouse), 23 januari 1999

Vandaag zou het een lange dag worden. Gisterenavond tijdens de maaltijd zijn we overeen gekomen om ook op deze laatste ochtend in Mae Sariang nog een keer vroeg op te staan, half zes. Gelukkig was dat geen probleem omdat we beiden realiseerden dat een avond zonder alcohol en vroeg naar bed een goede afwisseling zou zijn voor de gezellige avonden die achter ons lagen.
Untitled
Samen kijken we in een serene rust naar de achter de bergen opkomende zon. Helaas is er op deze mooie ochtend geen mist maar het blijft wel fijn om zo samen in alle rust naar de opkomende zon te kijken.
Zodra ik de warmte van de zon op mijn gezicht kan voelen vind ik het genoeg zonsopkomst voor vandaag en lijkt het mij een goed idee om toch nog maar een uurtje te gaan liggen. Het bed, ik bedoel matras, is een van de beste van deze eerste twee weken en deze ervaring is uitnodigend genoeg om nog even van het bed gebruik te maken. Van slapen komt er weinig meer. Ik ben klaar wakker na een uurtje zon kijken dus neem de Lonely Planet te hand om wat te lezen over wat ons in Mae Hong Son te wachten staat.
Om kwart voor negen staat Marieke naast mijn bed om me wakker te maken voor het ontbijt. Daar heb ik wel trek in maar ik wil eerst rustig mijn rugzak inpakken. Haast bij het inpakken geeft me altijd een slecht gevoel met achteraf een waslijst met twijfels over wat ik allemaal vergeten ben. Tijdens het inpakken loopt de wekker, drie gulden op de Khao San road markt, af! Het is dus negen uur. Er is nog voldoende tijd voordat de eeuwige toast met roerei zal worden geserveerd. De eigenaar van het “See View Guesthouse” heeft ons gisterenavond beloofd om ons rond een uur of tien naar de bushalte te brengen.
Tijdens het ontbijt nemen we afscheid van Geoff en Carroll, ook Bryan en Simone komen nog even snel afscheid nemen voordat ze de bergen intrekken om te gaan fotograferen. Ze slepen met tassen vol met lenzen en gekoelde fotorolletjes, ik heb er spijt van dat ik mijn spiegelreflex niet heb meegenomen maar daartegen heb ik al voldoende problemen om deze twee overvolle rugzakken mee te slepen. Ik kan alleen maar hopen dat ik in de komende weken afscheid neem van veel spullen die ik toch niet gebruik.
Voor een moment kijk ik naar de doosjes “Lariam", een anti-malaria medicijn dat helemaal niemand gebruikt. Het lijkt wel dat ik de enige in Thailand ben die dat vergif met zich meesleept! Vergif? Ja, vergif, dat is het zeker. Het vergif dat de malaria parasieten in je bloedbaan dood. Alleen het idee al vormt duidelijk beelden van een soort muggenlarven in mijn hersenen! Wat doe ik hier eigenlijk? Waarom ben ik niet gewoon naar Spanje of Italië gegaan? De maandag, de “Lariamdag”, is al een paar weken een slechte ervaring. Ik ben vier weken voor mijn vertrek al begonnen met het slikken van dat vergif. Het duurt namelijk enkele weken voordat je voldoende werkzaam medicijn in je bloedbaan hebt. Nachtmerries met onderwerpen en beelden die zelfs Stephen King een slechte nachtrust zouden bezorgen zijn het directe gevolg.
Buskaartje
Het reizen met lokale bussen is na twee weken een gewone zaak geworden. We weten vanwaar en hoe laat de bus naar Mae Hong Son ongeveer zou vertrekken. Waarschijnlijk heeft de eigenaar van het “See View Guesthouse” een berichtje achtergelaten bij het vertrekpunt van de bus zodat die niet zonder ons zal vertrekken. Er zijn wel tijdschema's in gebruik maar die worden ruim toegepast.Het is me al vaker opgevallen dat er hier in Thailand heel veel onderhand wordt geregeld. Men zorgt voor elkaar en weet dat met op elkaar moet kunnen bouwen en vertrouwen om met elkaar een goed leven te kunnen leiden.
De relatie tussen Marieke en mij is langzaam aan het veranderen. We zijn op zoek naar het leiderschap, het accepteren van de leiding van de andere, op basis van gelijkwaardigheid lijkt er zich een gevoelsrelatie te ontwikkelen. We hebben tenslotte allebei net een moeilijke relatie achter de rug die we open en eerlijk met elkaar bespreken. Het blijft opvallend hoe gemakkelijk je je persoonlijke problemen met iemand bespreekt die je slechts enkele weken kent. Het zal wel de anonimiteit van het reizen zijn.
Er zijn duidelijk gevoelens tussen ons ontstaan die soms ook wederzijds zijn. Ik hou me natuurlijk van verre en wil die, overigens vlijende en fijne, gevoelens niet mijn reis laten beïnvloeden. Vroeger of later komen we toch op het punt dat we een kamer, en misschien zelfs een bed, moeten delen, al dan niet wegens omstandigheden die we zelf niet in de hand hebben.
De korte rit in de bus naar Mae Hong Son is ook weer van grote schoonheid. De bergen met hun slingerwegen worden langzaam hoger en veranderden van kleur. De buitenlucht wordt koeler, de vegetatie wordt groener en er komt meer landbouw in de vruchtbare dalen. De blindheid voor al deze schoonheid heeft vandaag al toegeslagen. Ik ben nog geen twee weken op reis in Azië en ik heb nu al problemen om geconcentreerd te blijven bij alles wat er te zien is. “Scenic Overload”?
Is deze situatie, zijn deze mensen of deze omgeving wel zo belangrijk om op een foto voor eeuwig vast te leggen?, heb ik mijzelf al vele malen afgevraagd.
Tot nu toe heb ik nog geen enkel antwoord kunnen vinden. Wat ik wel weet is dat er nog genoeg westerse haast in mij zit die mij tot een ongezonde hyperactiviteit drijft. Ik wil alles zien èn alles doen in een zo kort mogelijk tijdsbestek. Ik kan het gewoonweg niet bevatten dat ik nog zes maanden te gaan heb. Gelukkig zal deze reisdag al een beetje meer rust brengen en ook de toon zetten voor de rest van mijn reis door zuid-oost Azië.
Wat Jong Kham
Eenmaal aangekomen in Mae Hong Son zoeken we onze weg naar de niet te missen grote vijver in het midden van het stadje. Rond die vijver bevinden zich namelijk de meeste guesthouses. Op de kaart lijkt de stad een stuk groter dan ze in werkelijkheid is, er is wel veel nieuwe bebouwing die het zicht op de muggenkwekerij, zoals we de grote vijver meteen noemen, in het midden van het stadje wegneemt.
Bij het eerste guest house dat we proberen, “Johnny’s GH”, krijgen we een tegenvaller te incasseren. Het populaire guesthouse, met goede reviews in de reisgids, werkt als een magneet op de rondtrekkende rugzakkers en is dus vol. Marieke leid ons verder naar de tweede keuze uit de Lonely Planet. Hier hebben we meer geluk en we krijgen kleine bamboehutjes in een mooie tuin als slaapplaats. De romantiek straalt er vanaf! We nemen snel onze plaatsen in in het “Jong Kham guest house”. Nu kan ik voor de eerste keer deze reis echt uitrusten.
Na een hazenslaapje trek ik ’s middags alleen het slaperige stadje in om wat antischimmel crème te kopen. De hardnekkige uitslag op mijn handen is weer terug. Het vochtige tropische klimaat moet een paradijs zijn voor die rot fungus die op mijn lichaam huist. Je kan douchen en wassen wat je wil maar je wordt hier niet schoon. Het water uit de kraan heeft altijd een kleurtje en/of een geurtje. Na het afdrogen ben je enkele minuten later ook weer vochtig van je zweet dat eindeloos uit je poriën omhoog borrelt om je lichaam te koelen. Gelukkig heb ik tot nu toe geen last van de hitte! Want dan zou het hier helemaal ondragelijk zijn.
De crème tegen de schimmel wordt snel gevonden in een kleine “Pharmacy” zoals dat hier in Thailand heet. Precies zoals uit de film! Grote potten gevuld met pillen en capsules in verschillende vormen en kleuren bevolken de lange planken achter de toonbank. Een vriendelijke kleine vrouw, die redelijk engels spreekt, hoort mijn verhaal aan en scharrelt wat in een van de grote laden onder de toonbank die ik vanaf mijn positie niet kan zien.
Met een triomfantelijke blik op haar gezicht komt ze met een langwerpig doosje in de hand weer omhoog. Ondertussen heb ik de bijna lege tube “Daktarin” tevoorschijn gehaald. Ze neemt de tube uit mijn hand en bestudeert de Nederlandse teksten op het verfrommelde metaal van de tube. Ze glimlacht en wijst naar de tekst. “Miconazol”, dat is de werkzame stof die ook op het doosje leesbaar is. De rest van de tekst is in het Thais en daar kan ik helemaal niets van maken.
Wanneer de werkzame stof dezelfde is als in de Daktarin crème dan moet het wel goed zijn. Ik probeer nog even de uiterste houdbaarheidsdatum op de verpakking te vinden om te controleren of de crème nog wel goed is. Helaas, ik kom geen stap verder omdat ik de datum niet kan vinden. Zestig baht lichter en een nieuwe tube crème rijker stap ik de brandende zon in.
De straten zijn verlaten, in de vroege middag ligt haast iedereen te slapen. Dat is geen slecht idee! Ik ga straks ook meteen weer effe liggen. Eenmaal terug in het GH staat Marieke al op me te wachten. Het is tijd voor een werkoverleg. Er is in Mae Hong Son en haar omgeving veel te zien, dus besluiten we in goed overleg om hier drie nachten te blijven. Onze wegen scheiden zich weer en ik zoek mijn bed op.
Jong Kham Guesthouse
Op het matras met mijn ogen open kijk ik vol belangstelling om me heen. Wat zijn de mensen hier in Thailand toch inventief! Ze zijn helemaal ingesteld op het overleven, op het samenleven met de natuur. Mijn hele hut is opgebouwd uit bamboe met hier en daar een plankje om alles bij elkaar te houden. Buiten ruizen de palmbladeren in een warme zachte wind. Het is een rustgevende omgeving en binnen enkele minuten ben ik vertrokken naar dromenland.
Tijdens het avondeten, wat overigens niet al te best en veel te duur was (100 baht = fl. 6,-), komen er weer heel wat emoties bij mijn reisgenoot naar boven. Ik voel me gevleid maar blijf ook op mijn hoede. Ik wil namelijk niet verstoren wat we nu hebben en ik hoop zeker dat we niet voor Chiang Mai uit elkaar gaan. Ik ben erg in mijn nopjes met mijn reisgenoot en wil dit dan ook graag zo houden.
Drie kleine flesjes “Singha” bier duurt ons gesprek waarin ze steeds sterker begint aan te dringen tot aan het punt waar het niet leuk meer is en het vertrek naar ons guesthouse als een verlossing voor mij voelde. In een angstaanjagend stilzwijgen leggen we de korte weg van het restaurant naar onze slaapplaatsen af. Een zoen op haar wang en welterusten. Slaap lekker! Lekker lang slapen en veel lekker eten, en vooral niets doen. Nou ja, niets doen. Morgen in ieder geval een keer lekker uitslapen.

zondag 30 juli 2017

Thailand: Samen op de motor

Mae Sariang (See View Guesthouse), 22 januari 1999

Hoe mensen op het idee zijn gekomen om voor dag en dauw op te staan om de laaghangende mist tussen de bergen in Noord-Thailand te bekijken is me een compleet raadsel! Met een tong als leer en een smaak in mijn mond of ik een Chinees openbaar toilet heb uitgelikt sta ik om kwart voor zes ’s morgens naast Marieke in de nog donkere verte te staren. De witte slierten gecondenseerde waterdamp blijken zich ook nog eens moeilijk te laten fotograferen! Dus eigenlijk ben ik voor niets opgestaan. Dit was in ieder geval de eerste èn de laatste keer!
Op dit vroege uur wordt ik ook met mijn neus hard op een ander feit gedrukt! Ik ben nu bijna twee weken in Thailand en ik ben elke avond met een flinke slok op in mijn bed gekropen. Daar moet dus ook verandering in komen want anders blijft mijn lever in Thailand achter wanneer ik over een maand of negen weer naar huis ga. Nu nog even terug naar bed en dan gaan we ons voorbereiden op een dag motorrijden.
Na het nimmer veranderende, en tot nu toe ook niet vervelende, ontbijt van gebakken eieren met toast en instant koffie gaan we op weg. Het is al zeker tien jaar geleden dat ik op een motor heb gereden. Ik denk dat het wel zo is als met fietsen, je verleerd het nooit. We besluiten om de valhelmen maar bij Geoff en Carroll te laten! Ten eerste zijn het leenhelmen waar je nooit van weet wie de helm op zijn hoofd heeft gehad en als ik af moet gaan op de optische verschijning lijkt het me zelfs veiliger om ze niet te dragen.
Geoff geeft met de laatste, overbodige, instructies over de motorfiets en dan rollen we met zijn tweeën het avontuur tegemoet. Marieke is toch wel een beetje bang en houd mij stevig vast. Van een kater voel ik weinig meer en op zo’n zandweg zullen we toch wel geen hoge snelheden halen!
We komen langzaam op gang en na enkele minuten voel ik me weer één met de Japanse machine onder me. Motorrijden verleer je dus nooit! Marieke zit stil achterop en houd me stevig vast, misschien wel een beetje tè stevig. Ik voel haar lichaamsrondingen op mijn rug heen en weer rollen.
Groene rijstvelden
We rijden over de enige weg richting de grens naar Mae Sam Laep. Een grensplaatsje aan de Salawin rivier. Van verdwalen kan er dus geen geen sprake zijn, je kan alleen maar rechtdoor! Het valt ook meteen op hoe weinig verkeer hier is. We zijn echt in de jungle, ver van de bewoonde wereld. De zeer rustige weg voert ons over bergen en door dalen en valleien. Langs mooie gifgroene rijstvelden en ritselende bossen die helemaal uit bamboe bestaan.
Ik moet me wel dwingen om wat vaker stoppen. Anders zou me hetzelfde overkomen als in Australië, je komt er dan thuis achter dat je van veel indrukken geen foto’s hebt gemaakt. Simpelweg omdat je op dat moment niet het gevoel had dat het een speciaal moment was. Met een teleurstelling als gevolg. Op de momenten dat we langs de weg stil staan, om te genieten van het uitzicht, en elkaar, is het onheilspellend stil. Het vallen van de grote bladeren van de teak bomen klinken als trommelslagen. Onbewust ben ik steeds op mijn hoede voor ander verkeer. Mijn instincten zijn niet uit te schakelen hoewel je in deze uithoek geen verkeer hoeft te verwachten, een lokale bus is het enige voertuig dat je mogelijk tegenkomt.
Bergdorp aan de grens met BurmaBergdorp aan de grens met Burma
In het dorpje waar de weg eindigt kijken wij vanaf een bergwand uit over de smalle rivier die zich in duizenden jaren een weg door het steen heeft geslepen. Aan de overkant van het water ligt Burma, een gesloten en onderdrukt land dat wordt geregeerd door kwaadaardige generaals. Generaals hebben de macht grepen toen de uitslag van de democratische verkiezingen niet helemaal naar hun wensen was.
De bergvolken zijn een bijzonder gezicht. Hun kleding, uitstraling en gezichtskenmerken gaan helemaal naar de Indiase kant. Mooie donkere vrouwen met lang dik zwart haar gehuld in kleurrijke gewaden. Ik voel me te ongemakkelijk om foto’s van ze te maken. Ik voel me een indringer in hun gesloten wereld. Een wereld zonder stromend water en weinig elektriciteit. Ik kan het deze keer niet laten en ik heb hier dan ook mijn eerste souvenir van deze reis gekocht. Een lendendoek in de kleuren van deze bergstam. Ik weet nog niet goed wat ik er mee moet maar hij kan thuis altijd als tafelkleed dienen.
Tijdens de pauzes praten we veel over ons verleden, onze verbroken relaties en wat we van de toekomst verwachten. Ik heb er allemaal een goed gevoel bij maar ik ben zeker niet verliefd. We zijn meer opgelucht dat we samen over de dingen kunnen praten die ons in de weg staan. Je hart uitstorten bij een vreemde is nu eenmaal gemakkelijker dan bij een bekende. Ik voel dat er een band ontstaat die iets verder reikt dan vriendschap, zelfs verder dan hechte vriendschap. Maar we weten ook dat we het niet te ver willen laten gaan. Dat onze vriendschap alleen maar in de weg staan!
Jielus op de motor
Op de weg terug, wanneer we weer op het asfalt zijn aangekomen, maakt Marieke nog een foto van mij op de motor als souvenir aan deze mooie dag samen.
We zijn doodop na een lange dag op de motor en zoeken na deze intense dag samen onze eigen leefruimte en privacy op. Ik geniet van een ijskoude fles Thais bier en luister naar het cassettebandje dat ik gisteren van Marieke voor mijn verjaardag heb gekregen. Ik staar in het niets over de droge velden richting de toekomst. Wat zal deze reis me nog allemaal brengen? Als het maar niet slechter wordt dan wat ik tot nu toe heb gezien en meegemaakt, dan zit het wel goed.
De avondmaaltijd komt deze keer uit de keuken van het guesthouse. Een gebakken rijst met wat kip voor een appel en een ei wordt weggespoeld met de zoveelste fles ijskoud Thais bier. Het is voor ons voldoende. Na een mooie dag gaan we moe maar voldaan slapen. Morgenvroeg trekken we weer verder naar Mae Hong Son, een slaperig stadje waar Marieke ook nog nooit is geweest. Onze nieuwe Braziliaanse vrienden laten we hier achter omdat Bryan nog wat foto’s van bergstammen wil maken. We zullen elkaar waarschijnlijk nog wel een keer ergens onderweg ontmoeten!

woensdag 26 juli 2017

Thailand: De jungletocht

Mae Sariang (See View Guesthouse), 21 januari 1999

Afgelopen nacht was een waar drama. Ik had gisterenavond natuurlijk wel de nodige drankjes genuttigd en het was ook weer veel later geworden dan gepland.
Vannacht werd ik dus wakker van een kloppende volle blaas. In een mengelmoes van desoriëntatie en slaap zocht ik naar een deur die me naar een toilet zou leiden. Het duurde aardig wat tijd voordat ik me realiseerde dat we in een kamer zonder badkamer sliepen. De sanitaire voorzieningen zijn op de begane grond tegen de achterkant van het houten huis gebouwd. Douches en toiletten zijn nog niet vanzelfsprekend in Thailand.
Dus er zat niets anders op dan beneden, door het donker, naar het toilet te gaan! Zodra ik de deur met een griezelig gepiep open kijk ik in een inktzwarte donkere gang vanwaar uit de verte een onzichtbaar angstaanjagend gegrom me tegemoet komt. Stephen King zou hier zeker inspiratie uit hebben gehaald!
Tussen mij en het toilet liggen dus een donkere trap en een grommende hond. De donkere trap kan ik nog wel mee leven, maar die hond, heb ik het niet op! Langzaam sluit ik de piepende deur voordat de hond me te pakken heeft. De adrenaline bereikt mijn hersenen die een versnelling omhoog schakelen. Ondertussen zijn mijn ogen gewend aan de duisternis in de kamer en in het weinige licht van een eenzame lantaarnpaal dat onze kamer binnendringt begin ik vertrouwde silhouetten te herkennen. Marieke slaapt als een roos in de hoek van de kamer. Onze rugzakken staan binnen handbereik naast onze matrassen. Net als de onafscheidelijke flessen drinkwater.
Ik loop snel door mijn mogelijkheden en kom tot de conclusie dat er niets anders opzit dan de bovenkant van een lege plastic waterfles af te snijden en die vol te pissen. Een fles van ongeveer 750ml en een gemiddelde blaas van een volwassen man die 500 ml kan bevatten, althans, ik denk mij dat te herinneren van de biologielessen op school. Marieke slaapt gewoon door en merkt helemaal niets van mijn geschuifel door de schemerige kamer. Ik haal een zachte lege fles uit de kleine prullenbak en vind snel mijn zakmes in de zak aan de zijkant van mijn rugzak. Het geluid van de ritssluiting snijd door de stilte van de Thaise nacht, beneden hoor ik de hond weer zachtjes grommen. Hoewel het schemerig is kan ik zonder problemen de bovenkant van de zachte plastic fles verwijderen. Alles gaat precies zoals ik het mij had voorgesteld. Ik ben verlost van die kloppende blaas en zoek snel mijn bed weer op. Weer een probleem opgelost!
De problemen ontstaan pas ècht wanneer ik vanochtend vroeg met mijn slaperige hoofd de fles omstoot! De geur en kleurloze urine stroomt over de donkerbruine teakhouten vloer en zoekt zich een weg tussen de naden van de vloer door richting de begane grond. De aantrekkingskracht van de aarde is vandaag voor even niet mijn vriend. Door de schrik sta ik verstijfd te kijken naar wat ik heb aangericht. Ik heb niets om het te stoppen of het op te nemen. Marieke staat beneden onder de douche en in stilte zie ik de plas steeds kleiner worden. Binnen enkele minuten is al de vloeistof verdwenen. Alleen een paar vochtige naden tussen de geboende teakhouten vloerdelen zijn aanwijzingen naar de ramp die zich hier heeft voltrokken. Ik zet mijn rugzak er op zodat Marieke in ieder geval niet kan vragen wat er is gebeurt.
Klaar voor het vertrek en beneden aangekomen nemen we in de schemer van de gemeenschappelijke woonkamer afscheid van onze gastvrouw. In mijn hoofd raast er maar een gedachte: niet naar het plafond te kijken! We zeggen voor een laatste keer gedag en verlaten het guest house. Een laatste blik over mijn schouder en ik zie een grote natte plek aan het plafond waar honderden druppels aan hangen te glanzen in het ochtendlicht. De hond likt de plavuizen op de vloer!
Klaar om te vertrekken
We slenteren in stilte naar de vertrekplaats van de bus. Zoals in Ayuthaya en Sukhothai is een plein omringt met shop houses en een kleine markt ook meteen het busstation. We hoeven niet lang te zoeken naar onze bus want Brian en Simone roepen ons al van verre. Zij hebben de bus al gevonden en ook de kaartjes voor ons vieren geregeld. We betalen de schade voor de vervoersbewijzen terug en gaan meteen op zoek naar eten voor onderweg. Jan vertelde ons nog met nadruk om voldoende eten mee te nemen. Je weet namelijk nooit wat je onderweg zal aantreffen!
Het is vandaag mijn verjaardag en we gaan met z’n vieren deze trip naar het noorden van Thailand maken. Een rit van ruim zes uur in de bak van een kleine vrachtwagen. Gelukkig heeft de laadbak van de kleine vrachtwagen wel banken aan de zijkant zodat je toch nog wat comfort hebt.
National Highway 105
Nieuw wegdek
De buschauffeur De rit over de Nationale “Highway 105” is van betoverende schoonheid en laat ons beelden zien die in een steeds sneller dichterbij komende toekomst zullen verder leven als een herinnering. Waarom ben ik niet eerder gaan reizen?, is een vraag die steeds vaker in me op komt. We absorberen het ruige landschap met echte bergen die dor en droog de horizon vullen. Na een flink stuk asfalt komen we op een minder comfortabele verharde zandweg terecht. Tijdens het rijden valt dat nog wel mee maar bij elke halte om iemand aan boort te nemen of iemand te laten uitstappen worden we door de dikke rode stofwolk die ons achtervolgt opgeslokt. Het rode stof zit uiteindelijk overal!
National Highway 105Vluchtelingen kampen
We passeren dorpen, of misschien beter gezegd, officieuze steden, met meer dan 50.000 inwoners die niet op de kaart van Thailand worden vermeld. Het zijn namelijk nederzettingen opgetrokken uit hout en bamboe van bergvolkeren die gevlucht zijn voor het onderdrukkende regime in Myanmar. Deze mensen worden hier in Thailand als slaven gebruikt om voor een paar dubbeltjes per dag onder de altijd brandende zon op de oneindige knoflook en rode pepervelden te werken. Het schijnt hier ook nog gevaarlijk te zijn en regelmatig zijn er schermutselingen tussen de legers van Thailand en Myanmar. Wij hebben hier niets van gezien of gemerkt en genieten van het spektakel dat ons word geboden.
Vreemde vogelsUntitledBergvolk
Bergvolk
Vooral de verschillende bergvolkeren zijn heel bijzonder, zij zijn nog niet bekend met het fenomeen “toerisme”. Ze stapten op de meest verlaten plaatsen in en uit de laadbak gekleed in hun kleurrijke kostuums, kinderen en ouderen. Ze kijken naar ons alsof we van een andere planeet zijn! Voor velen is dit hun eerste kennismaking met een blanke. Dit maakt de lange vermoeiende reis tot een heel pure ervaring.
Bij de aankomst in Mae Sariang staat de eigenaar van het “See View Guest House” al bij de bushalte te wachten. Hij heeft dan toch wel vaker gasten die deze trip hebben gemaakt. Een grote glimmende Amerikaanse 4X4 pick-up truck brengt ons naar zijn guest house.
UntitledMarieke aan het schrijven
Het guest house ligt net buiten het dorp aan een kabbelend riviertje. Het rustig slapende dorpje ligt voor ons in de verte, daarachter zie je de contouren van de bergen in de ondergaande zon. Ja, hier heb ik het meteen naar mijn zin en hier zouden we een kleine rustpauze moeten inlassen. Marieke is het gelukkig met me eens en de eerste geplande rustdag is een feit. Laos zal een dag langer op haar moeten wachten!
Vandaag ben ik ook aan een kleine ramp ontsnapt! Ik was mijn Lonely Planet in de haast vergeten in het restaurant van ons guest house. Gelukkig lag hij er een half uur later nog en kon ik hem ongeschonden oppikken. Pffff, daar moet ik beter voor opletten. Haast is een slechte compagnon wanneer je op reis bent.
Mijn verjaardag met Brian en Simone
’s Avonds bezorgen mijn reisgenoten mij een onvergetelijk en bijzonder verjaardagsfeest. Compleet met taartjes en kaarsjes, èn het “Happy Birthday to you”, zelfs de mensen in het aangrenzende restaurant zingen uit volle borst mee. Nadat de alcohol rijkelijk gevloeid heeft en het restaurant eindelijk wil sluiten lopen we door de zwoele nacht terug naar ons guest house. Vanzelfsprekend wil ik nog niet naar bed en vind het een goed moment om nog “one for the road” te drinken. Tijdens het bestellen in het restaurant van het guesthouse komen er nog wat mensen op de verlichting af waarmee we in gesprek raken. Het maakt de eigenaar van het guest house niets uit. Het is voor hem omzet en we zijn in het midden van niets niemand tot last.
De aangevlogen groep blijkt een verzameling vreemde vogels te zijn. Een Engels stelletje dat de meest onsamenhangende verhalen verteld over drugs en dat ze haast miljonairs zijn. Twee Duitsers met grote kunststof koffers rondreizen die alleen maar over cannabis, magic mushrooms, opium roken en andere geestverruimende middelen praten.
Een joint gaat dus al snel van hand naar hand en ik luister geïnteresseerd naar wat ze zoal te vertellen hebben. Niet veel spannends dus! Ze begrijpen er in ieder geval helemaal niets van dat een Hollander geen cannabis gebruikt. Het is een groot raadsel voor ze dat ik zelfs helemaal geen drugs gebruik! Dat bier drinken vinden zij dan weer helemaal niets! Alcohol is ongezonder dan cannabis roken! Daar zijn ze het al snel over eens. Dat is voor hun de manier om hun verslaving te rechtvaardigen. Ze roken joint na joint en drinken goedkoop drinkwater. Ik zal maar niet over de politie beginnen die in deze landen drugs heel anders aanpakt dan de politie in Europa.
De Engelsman in het bonte gezelschap, Geoff, laat een van zijn ogen op mijn T-shirt vallen, de andere kijkt door de dikke rookwolken zeker in niet in dezelfde richting. Voor deze reis heb ik T-shirts laten maken met een Bart Simpson opdruk. Zijn bijnaam in Engeland blijkt dus Bart Simpson te zijn. Die bijnaam heeft hij verdient met het oneindig nadoen van de stem van Bart Simpson! Een demonstratie kunnen we niet ontwijken. Hij wil graag een T-shirt van mij kopen. En dat is nu juist de clou, ik geef die T-shirts gratis weg aan mensen die wat bijzonders voor mij hebben gedaan of waar ik goede herinneringen aan heb. Mijn T-shirts zijn dus niet te koop!
Hij neemt met mijn uitleg en voorwaarden geen genoegen en hij blijft volhouden dat hij er graag een wil hebben. Dus komt de onvermijdelijke vraag wat ik als tegenprestatie van hem zou kunnen accepteren.
Bij aankomst in het guesthouse had ik een 250 cc motorfiets voor een van de kamers zien staan. En laat die nu van hem zijn! Nou ja, hij heeft die motor voor een paar weken gehuurd om samen met Carroll door het noorden van Thailand te reizen. Zij hebben er voorlopig genoeg van en de bips doet zo veel pijn dat ze wel een rustdag kunnen gebruiken. Hij bied me dus zijn motorfiets aan voor een dag.
Niet nadenken, gewoon doen! Dat is mijn eerste ingeving. Het lijkt mij fantastisch om samen met Marieke voor een dag op de motor de omgeving te verkennen. Marieke is het weer met me eens!
Voor het slapen gaan krijg ik nog een klein cadeau voor mijn verjaardag van Marieke. Ze heeft er zolang mee gewacht omdat ze graag alleen met me was geweest op de avond van mijn verjaardag. Het is een muziekcassette van Bird, een Thais popidool. En daar ben ik heel blij mee!
Copyright/Disclaimer

Gratis eboek downloaden/lezen?