Posts tonen met het label Sri Lanka. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sri Lanka. Alle posts tonen

donderdag 13 maart 2008

Sri Lanka, een korte nacht

Melaka, 13/03/2008

Over de laatste dagen aan het zwembad in Negombo kan ik onmogelijk nog wat vermelden. Ik heb de lange dagen gevuld met het niets doen en lange slaapsessies uit de brandende zon. Het enige wat ik kan melden is dat de schoonmaker tijdens het schoonmaken van mijn kamer ook de binnenkant van mijn zakken heeft schoongemaakt en mij van 2000 Roepies (USD 20.-) heeft verlost. Het “Sunset Beach Hotel in Negombo” is dus niet zo romantisch en gezellig als het leek. Het is voor mij de eerste keer dat het gebeurd zolang ik me kan herinneren. De serie bittere nasmaken die ik op deze reis heb geproefd is weer met één verlengd en zijn tot aan een lange ketting geregen.


Na vier weken met mijn rugzak op Sri Lanka te hebben doorgebracht ben ik tot de volgende conclusie gekomen. Het is mijn persoonlijke mening en gebaseerd op mijn persoonlijke ervaringen. Het antwoord op de vraag of ik het in het algemeen zou aanraden om Sri Lanka te bezoeken is: Nee.

Om een beetje specifieker te zijn. Sri Lanka kan een leuke bestemming zijn voor een georganiseerde reis van een week of twee/drie. Zeker wanneer je nog nooit of weinig in Azië bent geweest. Heb je al het één en ander in Azië gezien dan zal Sri Lanka je waarschijnlijk zeer tegenvallen. Ben je een fan van strand en zee dan kom je op Sri Lanka zeker aan je trekken. De stranden in het zuiden zijn mooi en de faciliteiten doen niet onder voor de Europese tegenhangers.
Wat mij juist het meeste tegenviel was het eten. Ik heb op een uitzondering na op de meeste plaatsen steeds slecht gegeten. Westerse restaurants, Pizza Hut en McDonalds zijn meer dan één keer bezocht voor het avondeten omdat de keuze voor een Srilankaanse maaltijd te kort schoot.
Voor backpakkers in het bijzonder zijn er tientallen bestemmingen in Azië die interessanter, beter en goedkoper zijn. Natuurlijk is het moeilijk om over prijsniveaus te praten maar als ik mezelf als uitgangspunt neem dan vindt ik dat het geleverde plezier/genot te kort schiet in verhouding met het bestede budget. € 27,- per dag voor goedkope guesthouses, slecht eten en zonder een paar biertjes.
Het staat als een paal boven water dat ik persoonlijk hier nooit meer zal terugkeren. Ik heb het gevoel dat ik al het culturele heb gezien en de rest is het in mijn ogen niet waard om er nog meer tijd en geld aan te besteden.

Ik moet in alle eerlijkheid wel vermelden dat op dit moment het land in staat van oorlog verkeerd en een inflatie kent van ruim 27% op jaarbasis. Lege winkels en restaurants geven niet bepaald een vakantiegevoel. Het land doet me nog het meest denken aan Birma dat ik jaren geleden heb bezocht. Met het grootste verschil dat de mensen hier wel van de relatieve welvaart hebben geproefd en nu met lede ogen moeten toezien hoe ze weer afglijden naar de armoede van weleer. Geld en een goed leven zijn nu eenmaal erg verslavend.
Misschien dat vrede en een betere economie de bestemming Sri Lanka zullen verbeteren.

Mijn vliegreis verliep zonder echte problemen. De laatste uren bracht ik door aan de bar met Richard en Raymond. Ik dronk niet te veel want ik had geen geld meer en mijn vlucht zou pas rond half vier (Kuala Lumpur tijd) vertrekken. Een vlucht van 3 uur en 35 zou te kort zijn om te slapen. De controles op de luchthaven waren de scherpste die ik in jaren heb ondergaan. Alles moest uit, tot de schoenen toe. Alle metalen onderdelen gingen door de scanner inclusief mijn metalen naamplaatjes. Het was wel vreemd dat ik een halve literfles water zonder problemen mee naar binnen kon nemen. Een laatste biertje in de bar en op weg naar het toilet bots ik zo weer tegen Mark aan in de luchthaven, een laatste biertje en opnieuw een afscheid. Volgende maand zie ik hem waarschijnlijk in Thailand weer.
De vlucht was erg onaangenaam, turbulentie op zijn best, het vliegtuig schudde zo hard dat er geen eten en drinken werd geserveerd, er waren ook heel weinig mensen aan boord.
Bij aankomst op het KLIA was ik blij en opgelucht. Eindelijk eten! Lekker eten! Ik kon niet wachten en kocht een Nasi Lemak terwijl ik op de bus zat te wachten. Wat kan eten toch lekker zijn na vier weken slechte kost.
Via Kuala Lumpur kwam ik om een uur of twee aan in Melaka waar Mr. Aw van de “Heeren Inn” de sleutel voor mijn kamer al klaar had liggen. De rugzak werd in de kamer gezet en ik ging meteen op weg om wat broodjes halen bij de bakker in het Makotha Shopping Center. In de bus had ik ook al mijn ogen een uurtje dichtgeknepen en ik voelde me een stuk beter. Ik was dus klaar voor de avond.
Na het eten van de bekende Mie met Saté werd het Discovey Café vereerd met een bezoek. Iedereen was nog in goede gezondheid en ze waren blij om me weer te zien. Een set heerlijke biertjes en de bekende grapjes. Ook Pieter was nog in de buurt en ik denk zelf dat hij niet meer in Nieuw Zeeland terecht komt, hij zal hier wel een bestaan op bouwen. Een klein beetje aangeschoten en met een volle maag stapte ik om half twaalf in bed. Sri Lanka zat er op en de anderhalve week voor de Grote Prijs Formule 1 zou een heerlijke worden. Lekker ontspannen en goed eten, natuurlijk met een paar biertjes elke avond.

maandag 10 maart 2008

Sri Lanka, de rommel van Negombo

Negombo, 10/03/2008

De laatste excursiedag vandaag. De kwaliteit van het ontbijtbuffet is dusdanig laag dat ik het idee heb dat ik morgen weer dezelfde broodjes en beleg gepresenteerd krijg. Broodjes met een hardheid die kan worden vergeleken met staalsoorten en een kaas met uitgedroogde randen die steeds breder worden. Gewoon wegspoelen met een bakkie slechte koffie en er niet over nadenken.
Negombo, een ander bolwerk uit de tijd van de “Verenigde Oost-Indische Company”. De wandeling naar het dorp ging over de weg die meteen de slagader is voor het verkeer langs de kuststrook. Tuk-tuks en bedelaars in een rij wachtend op die ene rijke toerist. Voor de rest gewoon iedereen lastig vallen die langs komt. Je wordt moe van het beleeft zijn en iedere keer netjes antwoord te geven. Het “Hallo Money” klinkt iedere keer weer irritanter. Bedelen is gemakkelijker dan werken en hier uitgegroeid tot een complete industrie!
In de stad aangekomen werd ik ingehaald door een toergroep die ook nog uit Nederland bleek te komen. Ze waren ook op weg naar de vismarkt die een bezienswaardigheid zou moeten zijn.

Helaas is de mentaliteit van de mensen hier zo verslechterd dat ze nu geld eisen voor een foto van een bergje vissen. Niet betalen, geen foto! Ze blijven gewoon voor de camera heen en weer bewegen totdat je betaald.
Na de vismarkt was het fort van Negombo aan de beurt. Het fort bestaat uit niet meer dan een per ongelijk bewaard gebleven poort tegenover de gevangenis. Hier was het nog erger! Personen gingen steeds midden in je foto staan totdat je betaalde, dan gingen ze pas aan de kant. En dat brengt me meteen tot het hoogtepunt van de tocht naar Negombo vandaag. Een lange stoet aan elkaar geketende gevangenen werden door een klein leger gevangenisbewaarders met getrokken revolvers naar de rechtbank aan de andere zijde van de poort geleid. Een machtig schouwspel in de zich langzaam opwarmende stad. Van andere gebouwen die interessant hadden moeten zijn kon ik geen spoor ontdekken. Met een tros bananen in de hand ging ik voor twaalf uur alweer richting mijn hotel.

Een lange middag aan het zwembad van mijn hotel was het enige dat mij restte tot het einde van de dag. Weer daalde de regen neer in grote hoeveelheden. Nu had ik een drinkmaat in de vorm van Richard, een vriendelijke jongen uit Zoetermeer. Later meldde ook Mark zich nog bij ons en we hadden een smakelijk gesprek over de “Engelse Humor”. Om acht uur ging het licht weer uit.

Ik tel de uren die ik nog te gaan heb. Ik zal blij zijn als het vliegtuig voor me klaarstaat en vertrekt naar Maleisië.

zondag 9 maart 2008

Sri Lanka, Strand!

Negombo, 09/03/2008

Ja, wat kan ik nu schrijven over dit strand? Na een korte wandeling in de omgeving moet ik helaas weer tot de conclusie komen dat hier niet veel te doen is. De lijn die in Colombo is begonnen trekt zich verder door, er zijn haast geen toeristen en er is geen moer te doen. Het strand, dat om de paar honderd meter doorsneden wordt door de uitloop van een open riool, ligt vol met zwerfvuil en hondenpoep. Het strand van Negombo is dus geen romantisch Bounty strand met wuivende palmen en een diepblauwe zee.
Na de korte wandeling wilde ik eigenlijk niets anders meer doen dan een beetje uitrusten en aan het zwembad liggen. Er zijn maar vier andere gasten in het hotel voor zover ik het kan zien. Twee Hollandse jongens spelen een bordspel dat ik eerder in Birma heb gezien aan de rand van het zwembad. Bier vanaf half elf in de ochtend voorspeld weinig goeds voor de avond.
Die avond viel sowieso in het water. De lucht begon te betrekken rond een uur of vijf en binnen een half uur viel de regen met bakken uit de hemel. Wel jammer want ik had wel zin gehad in een wienersnitzel met friet. Nu zat er niets anders op dan om acht uur naar bed te gaan met drie bananen als avondmaal in de maag. Morgenvroeg ga ik het dorp bekijken en dan zit ook de laatste excursie er op. Ik heb nu echt het gevoel dat het einde nabij is en kijk er naar uit om naar Maleisië te gaan.

zaterdag 8 maart 2008

Sri Lanka, mijn laatste treinreis

Negombo, 08/03/2008

De laatste dagen en de laatste geneugten. Ik wilde nog één maal met de trein reizen, het was in de afgelopen weken steeds de meest aangename manier van transport geweest. Mijn informatie over de vertrektijden bleek totaal verkeerd. Ik moest meer dan een uur wachten maar dat kon me niets schelen. Ik had de hele dag en ik wilde nog één keer met de trein.
Toen eindelijk het loket opende kon ik een tweede klasse kaartje kopen naar Gampaha vanwaar ik zou overstappen op een bus naar Negombo. Goede planning en tijd genoeg. De enige tweede klasse wagon van de trein vulde zich sneller dan verwacht en al voor het vertrek zat ik bekneld in mijn stoel naast een dikke Srilankaan die op pad was met zijn vrouw, dochter en kleinkind. De laatste maakte een geluid dat zelfs een dove tot waanzin kon drijven. En zo ging ik in een nog voller gepakte dan een derde klasse wagon op weg naar Gampaha.
Het was de express trein dus verwachtte ik niet dat er veel zou worden gestopt. Die laatste veronderstelling was dus geheel verkeerd. De trein stopte bij elk klein station en ik vroeg me af op welke tijd ik vanavond in Negombo zou arriveren. Met de rugzak tussen mijn benen, die nu een pijnlijk werden, genoot ik van het geboden landschap. Sri Lanka heeft nu eenmaal een mooie natuur en schitterende vergezichten.
Dertig kilometer voor Colombo begon ik voorzichtig aan mijn overburen, de dikke man naast mij was in diepe slaap, te vragen wanneer we in Gampaha zouden zijn. Synchroon schouderophalend en met hun hoofd schuddend glimlachten ze naar mij. Ik weet niet of ze me niet verstonden of dat ze niet wisten wanneer we in Gampaha zouden zijn. De trein verloor snelheid en de oude vrouw met slechts twee voortanden als een konijn keek uit het raam en las voor mij het naambord van het station. Nu schudde ze met haar hoofd alsof hij nog maar met één bout vast zat en ik dacht dat het deze keer “Nee” betekende.
Bij het volgende station gingen haar ogen open en verscheen er een brede glimlach, die weer de twee konijnentanden liet zien, en ze begon weer met haar hoofd te slingeren. Deze keer verwachtte ik dat het “Ja” betekende en ik stond op en greep mijn rugzak. Het bloed vloeide weer terug in mijn gevoelloze benen en met kleine voorzichtige stapjes ging ik, al afscheidnemend van de hele wagon, richting de uitgang. Nu zag ik het zelf ook, “Gampaha” stond er in het engels op de stationsborden. Het enige probleem was dat de trein geen snelheid verminderde, ik dacht voor een moment dat hij misschien wel aan het einde van het perron zou stoppen. Nee dus, de treinmachinist gaf weer gas en de snelheid nam toe.
Daar stond ik dan in het gangpad met de rugzak tussen mijn benen. Mijn plaats was al ingenomen door een kleine Srilankaan, die zeker niet zou opstaan voor mij, en de trein denderde verder. Ik wist gelukkig dat we steeds dichterbij Colombo kwamen en dat een aansluiting niet moeilijk was te vinden. De dikke man was door de plaatswisseling wakker geworden en keek met slaapzand in zijn ogen en een gekreukt gezicht mij heel verbaasd aan. De vrouw met de twee voortanden lachte nog steeds naar mij en ik moest even denken aan een “Duracell” reclame. Ze mompelde wat in haarzelf en de dikke man maakte haar zinnen af in het engels.
“At the next station you can switch for a train to Negombo”, sprak hij met een iele hoge stem die je niet van een man van zijn omvang zou verwachten.
Het duurde niet lang of de trein kwam tot stilstand in een plaats die niet op mijn kaart was vermeld. Ik kon natuurlijk blijven staan tot aan Colombo maar de vier sporen van het station haalden me over om toch maar uit te stappen. Eerst het station verlaten om buiten weer een kaartje te kopen naar Negombo.
“14 Roepies meneer”, klonk het vanuit het loket.
De trein was opnieuw bomvol en als sardientjes in een blik gingen we richting Negombo. Mensen hingen uit de trein en stonden op uitsteeksels halverwege tussen de deuren. Evenwicht bewarend en zich met twee handen strak vasthoudend aan de rand van de openstaande ramen. Het was erg warm. Ik was dan ook erg blij toen ik in Negombo arriveerde en dat ik weer een reis tot een goed einde had gebracht zonder wat van mijn bagage te verliezen.
Het is al meerdere malen gezegd maar alles ziet er hetzelfde uit. Ik had wel een idee in welke richting ik zou moeten gaan en liet dus alle vragen van de taxichauffeurs onbeantwoord. Met een stevige pas ging ik naar het noorden richting de strook strand die Negombo haar rijkdom heeft gebracht. “Beach Villa’s” zag er goed uit en voor USD 9,- kreeg je een mooie kamer met uitzicht. Het probleem was alleen dat er geen warm water was. Graham had mij verteld over een hotel naast “Beach Villa’s” met een zwembad en een leuke bar. Daar zouden ze wel geneigd zijn om een beetje korting te geven omdat er helemaal niets te doen was. Vragen staat vrij en na een kort gesprek met de receptiemedewerker was ik een prijs overeen gekomen die mij goed genoeg was. USD 38 inclusief ontbijt en airconditioning. Een beetje prijzig maar de laatste vier dagen zou ik gepaste luxe doorbrengen aan het strand (zwembad).
Op de eerste avond werd er wat bier gedronken en ik bracht een bezoek aan de “Rodeo Pub”, die zou het hart van het uitgaansleven moeten zijn. Het hotel was bijna leeg dus verwachtte ik ook in de pub niet al teveel volk. Mijn verwachtingen bleken uit te komen en een mix van Srilankanen en Duitsers bevolkte de barkrukken. Homoseksueel Sextoerisme, ik ben heel wat gewend maar dit kon ik niet aanzien. Na één biertje ging ik weer richting het hotel om mijn bed op te zoeken. Het was weer een lange mooie dag geweest.

vrijdag 7 maart 2008

Sri Lanka, weer de tand gemist

Kandy, 07/03/2008

Depressief van het slechte weer werd ik wakker van de wekker. Hand op de knop, snel naar de wc en weer naar bed. De tand zou er morgen ook nog wel zijn. Een uurtje later werd ik op natuurlijke wijze wakker en het eerste wat ik zag was een helle zonnestraal die een harde lijn wierp op de deur van mijn hotelkamer.
Het weer zat mee vandaag! Vanaf de veranda waar ik mijn gebruikelijke ontbijt van geroosterd brood met roerei en een pot sterke koffie nuttigde zag de wereld in de zon er een stuk beter uit. Mijn stemming was ook meteen beter en de depressiviteit als sneeuw voor de zon verdwenen.
Ik kon nu tenminste wat doen vandaag. Ik had nog maar twee onderdelen op mijn agenda staan en één van die twee was de “British Garrison Cemetery”. Een oude begraafplaats die haast onvindbaar was en ook niet op de gratis toeristenkaart van Kandy stond.
Ik bestudeerde de kaart in de Lonely Planet en legde de gratis kaart ernaast. Op de gratis kaart waren hele straten weggelaten, geen wonder dat het zo moeilijk was geweest om het één en ander te vinden. Met de kaart in mijn geheugen geprint ging ik onderweg en ontdekte haast onmiddellijk waarom mijn eerdere pogingen vruchteloos waren geweest.
De splitsing van de weg waar ik naar had gezocht lag binnen het politie/leger cordon dat om de tempel “Sri Dalada Maligawa” heen was gelegd. Dan blijf je zoeken niet waar? Een kort stijl pad leidde langs een publiek toilet, waar ik volgens de eigenaar voor moest betalen om het te passeren. Jammer maar helaas, ik ben dat geld uit mijn zak kloppen op Sri Lanka nu spuugzat en zal het weigeren zover het mogelijk is.
De begraafplaats lag er in alle stilte en eervol bij. In de verte was een oude man bezig met het onderhoud van de tuin. Geruisloos en zonder abrupte bewegingen betrad ik de kleine begraafplaats. Links en rechts las ik op de grafstenen de historie van Sri Lanka. Voordat ik het me realiseerde was de man dichterbij gekomen en sprak mij met een zachte stem, als vanuit het graf, aan.
“Where you come from, Sir?”, begon hij.
“Holland”, antwoordde ik met een nu bijna engels accent.
“Oh, you don’t sound like Holland”, grapte hij zachtjes.
Het ijs was gebroken en ik kon vragen stellen en hij zou mij vertellen over het leven van de personen die hier begraven liggen.
“Do you like to see a special grave?”, vroeg hij.
“Yes, the Captain who survived Waterloo and got killed by a mosquito”,
was mijn antwoord.
Hij nam mij mee naar de verre zijde achterin de begraafplaats en bleef stilstaan bij een grote zandstenen grafsteen. Als een bandopname begon hij met een monotone stem de tekst op de grafsteen voor te lezen. Het was niet echt meer te lezen maar de man had de tekst van buiten geleerd. Ik verstond hem maar half, maar ik wist wat er aan de hand was want ik had het verhaal gelezen voordat ik naar de begraafplaats ging. Hier lag een 24 jarige Kapitein van het Engelse leger. Hij had de slag van Waterloo overleeft en had meerdere medailles en erkenningen ontvangen voor zijn getoonde moed op deze gedenkwaardige dag. Bij aankomst in “Trincomalee”, een van de mooiste natuurlijke havens in de wereld, kreeg hij zijn orders en werd doorverwezen naar het regiment in Kandy. Hij ontving van zijn meerdere de regels en aanbevelingen voor de 150 kilometer lange mars van “Trincomalee” naar Kandy. Bij aankomst had hij al hoge koorts en op de tweede dag liet hij zijn commandant de dominee roepen.
“I am not gonna make it through the day”, zei hij.
Niet veel later slipte hij in een coma en werd nooit meer wakker. Hij had de aanbevelingen over de muggen in de jungle in de wind geslagen en dat had hem uiteindelijk zijn leven gekost. “Hoogmoed komt voor de val” in het best mogelijke voorbeeld.
Een ander graf bevatte vijf baby’s, een heel vroege vijfling die natuurlijk honderdvijftig jaar geleden helemaal geen kans hadden.
“Dertien kinderen had de familie in totaal”, vervolgde de begraafplaats medewerker op dezelfde monotone wijze.
Er moest hierna nog één graf worden getoond. Van een lafaard en een verrader! Het ging over een regeringsmedewerker in Matale die zijn post had verlaten tijdens een opstand. De opstandelingen brandden regeringsgebouwen plat en plunderden de voorraden
die eigendom waren van de kroon. Iedereen kwam om het leven behalve de gezant die bij het zien van de gewapende opstandelingen in de verte het hazenpad had gekozen en op de vlucht was geslagen. Hij had zich in het oerwoud verborgen en was de enige overlevende van de aanval. Het werd hem niet in dank afgenomen en in plaats van heldenroem kreeg hij het verraderschap opgespeld. Alle onderscheidingen en rangen werden hem afgenomen en hij werd oneervol ontslagen uit de dienst van onder de kroon. Hij heeft Kandy nooit verlaten en overleed op zestigjarige leeftijd. Het graf is bijzonder omdat het zijn vrouw werd geweigerd om haar lichaam na haar dood bij haar man te voegen. Zij ligt dan ook eenzaam in een graf naast haar gedeserteerde man begraven.
Mijn dag zat er alweer op en ik nam afscheid. Een briefje van honderd om de zaak in goede staat te bewaren en terug nar het hotel. Lekker rusten, een beetje lezen en thee drinken. Natuurlijk maakte een laatste wandeling langs het meer in Kandy een einde aan de middag en de avond werd doorgebracht in “The Pub”. De mixed grill was echt een verrassing en smaakte opperbest. Dat was het weer voor vandaag. Morgen moet ik echt naar de tand, het is mijn laatste kans.

donderdag 6 maart 2008

Sri Lanka, Cheezy Bits en zure shirts

Kandy, 06/03/2008

De titel suggereert misschien eten maar het heeft van alles te doen met de staat van mijn kleding. In drie weken tijd heb ik slechts één keer mijn vuile kleren kunnen laten wassen. Het resultaat is dat ik nog één schone onderbroek, één schoon paar sokken en één schoon overhemd heb. Wat er nu om en aan mijn lijf zit heb ik vandaag voor de zesde dag op rij aangetrokken. Wanneer ik onder de douche vandaan kom heb ik ook niet echt het gevoel dat ik schoon ben geworden van het lopende water, mijn zure shirt ontneemt me dat gevoel onmiddellijk.
Ik heb niet veel keus want zelf de was doen is geen optie. Ik zou het wel willen maar ik heb geen plaats om de natte kleding te laten drogen. Hier op vierhonderd meter hoogte is de lucht vochtig en koel en niets droogt. Zelfs als ik ’s avonds een beetje nat ben geworden van de regen dan is mijn broek in dezelfde staat ’s morgens als ik opsta. Nat en klam, hij droogt pas als ik hem aantrek en een stukje ga lopen.
Ik hoop dat zaterdag in Negombo de mogelijkheid aanwezig is om de was te doen, zoniet dan zal ik een paar dagen in mijn zwembroek moeten doorbrengen. Ik wil mijn schone setje bewaren tot mijn vertrek naar Maleisië. Elf dagen in hetzelfde shirt is ook voor mij een record, maar wel één om niet zo trots op te zijn.

woensdag 5 maart 2008

Sri Lanka, winterslaap in Kandy

Kandy, 05/03/2008

Na een hele lange nacht had ik voor het eerst uitgeslapen. Ik was er aan toe om eerlijk te zijn. Mijn reis is ten einde hoewel ik nog ruim een week in Sri Lanka verblijf. Ik heb gezien wat ik wilde zien en gedaan wat ik wilde doen met uitzondering van één of twee dingen.
Winterslaap voor een backpakker betekend gewoon rustig blijven waar je bent, bij voorkeur in een goedkoop hotel waar je het erg naar je zin hebt, en de dag vullen met kleine zaken en eten. Je laat de wereld eigenlijk gewoon aan je voorbijgaan terwijl je de lokale bevolking observeert.
Jullie begrijpen dat de verhalen misschien ook korter en minder spannend zullen worden naarmate de tijd verstrijkt. Waarschijnlijk zullen de verhalen na aankomst in Negombo weer een beetje langer en interessanter worden.
Neem nu vandaag!
Nadat ik mijn gebruikelijke ontbijt van een sneetje geroosterd brood met roerei had gegeten liep ik mijn rondje langs het meer. Er hing weer regen in de lucht en tussen de buien door presteerde ik het om droog mijn lunch in de vorm van een paar broodjes te kopen. Een internetsessie van twee uur sloot mijn dag af en dat was dat. Weer een dag om en niets gedaan.
Natuurlijk heb ik nog een paar biertjes gedronken na het avondeten en de avond was niet vermeldenswaardig omdat ik die in mijn eentje heb doorgebracht. De weersverwachting zal niet veranderen voor de komende dagen dus zal ik heel veel uurtjes in de middag doorbrengen op de veranda van het hotel.
Morgen misschien wel naar de tempel van de tand (Sri Dalada Maligawa)?

dinsdag 4 maart 2008

Sri Lanka, langzaam richting de luchthaven

Kandy, 04/03/2008

Zoals de titel al suggereert zit het gedeelte bezichtigen van oude tempels en paleizen er nu op. Nu gaan we rustig richting de luchthaven via een paar dagen in Kandy en een paar dagen op het strand.
De zon wekte me op een natuurlijke manier en ik was al bijna klaar met pakken toen de wekker om half zeven zijn luid piepende signaal gaf. Dat was het dus voor Anuradhapura! Nog een laatste inspectie van de kamer en een kort afscheid van de eigenaar die nog nadrukkelijk vroeg of ik een goede recensie voor hem wilde achterlaten op mijn weblog.
Het leek net of mijn rugzak een stuk lichter was geworden. Misschien was ik wel een stuk fitter en ook een paar kilo afgevallen? Mijn schouder was nog steeds erg pijnlijk na het probleem van een week gelden. De bakker had net zijn deuren geopend en de meisjes in het keurig geelgroene uniform gestoken waren bezig de vitrine te vullen met verse heerlijkheden uit de bakkerij. Een kleine fles drinkwater en een Nescafé waren de start van de dag. Ik zit weer aan de suiker! Jaren heb ik koffie gedronken met zoetjes maar nadat ik heb gelezen dat je er spijsverteringsproblemen van kan krijgen zit ik weer aan het volle spul. Ook de cola is weer van de oude originele kwaliteit. Ik verbrandt veel met het lopen dus ik denk dat het wel goed zit.
Nadat de vitrines waren gevuld bestelde ik twee broodjes knakworst met nog een Nescafé. Op de stoep zittent in de vroege ochtendzon sloeg ik het wakker worden van het oorlogsgebied gade. Aan elke kant van de straat liepen een agent en een soldaat naar verdachte objecten te zoeken. Een vreemd gezicht en zeker geen geruststellend begin van de dag. John was ook niet komen opdagen dus zou ik de reis in mijn eentje gaan maken.
Op het station aangekomen kocht ik mijn kaartje voor 157 Roepies en na het wisselen van mijn tweehonderd Roepies was de prijs met tien Roepies toeristenbelasting verhoogd. De prijs was nu 167 Roepies geworden. Geen geld om problemen over te maken maar het klopt niet. De trein werd ook nog even ondersteboven gekeerd door een heel leger van politie en soldaten voordat wij de trein konden betreden. Wel een veilig gevoel moet je maar denken. Drie monniken op weg naar huis waren mijn enige medepassagiers in de 2e klasse op weg naar Kandy.
Het duurde niet lang voordat mijn rommelende ingewanden het signaal gaven dat ze wilden worden geleegd. Met zweet op mijn voorhoofd realiseerde ik me dat ik het toiletpapier had achtergelaten in Anuradhapura. Dat wordt improviseren! Misschien een onderbroek of overhemd opofferen en als toiletpapier gebruiken? Ik had nog geen toilet op de trein van binnen gezien en ik hield mijn hart vast na al de verhalen van Graham en John. Wat is aantrof na het openslaan van de deur was een verrassing als in een quizshow. Het toilet was schoon en zelfs de vloer rond het toilet was schoon. Helder water stroomde uit een kraan in een klein fonteintje en ik kon mijn kont dus gewoon met water wassen. Maar eerst de daad! De hevig schuddende trein bemoeilijkte mijn pogingen dusdanig dat ik mijn broek maar helemaal uit deed en in een hoek op de grond legde. Mijn onderbroek werd om mijn dijbeen geknoopt zoals ik menig gogodanseres had zien doen op het podium en al staand blies ik de noedels van gisteren avond in het gat. Het was een soort van “Het gulden schot” zoals ik mij de show in het zwart/wit met Kees Schilperoort herinnerde. Een paar keer met water door de bilnaad en het probleem was zonder veel moeite opgelost.
Na een saaie treinreis en een geïmproviseerde overstap naar een bus arriveerde ik net over twee uur in het “Olde Empire Hotel” in Kandy. Mijn kamer nummer vijf was nog vrij dus hoefde ik niet lang na te denken en binnen vijf minuten was ik weer op weg om wat te eten en een rondje om het meer te lopen.
Avonden zijn voorspelbaar in Kandy, een pizza en een paar bier en dan naar bed. Het is niet anders dan dat ik hier mijn tijd moet doden met niets doen.

maandag 3 maart 2008

Sri Lanka, de laatste lange dag

Anuradhapura, 03/03/2008

Het was een dag met twee gezichten. Precies een week nadat ik voor het eerst met Graham op pad was gegaan was het nu tijd voor afscheid. Zoals jullie wel eens vaker in mijn verhalen hebben gelezen, ik vind afscheid nemen altijd weer moeilijk. Zo dus ook vandaag. Het plan was om gelijk met Graham op pad te gaan en samen nog wat te ontbijten maar na een halve kilometer ontdekte ik dat ik mijn Rabobank telebankieren computer was vergeten. Ik moest terug om het ding op te halen want ik had al in geen drie weken mijn financiële situatie bekeken. Dat was het dan! Langs de weg ergens in Anuradhapura schudden we elkaar de hand en zeiden vaarwel en wensten elkaar een goede reis. Een laatste blik en dat was dat. Graham riep me nog na dat hij me aan het einde van het jaar zou komen opzoeken, dat zou leuk zijn want we hebben samen veel plezier gehad en hij lijkt in erg veel opzichten op mij.
Nadat ik mijn Rabobank apparaat had opgehaald en de nodige handelingen had verricht in een internetcafé kon ik op pad. Het zou een lange wandeling worden. Twee personen hadden mij ervan proberen te overtuigen om toch maar een fiets te huren maar ik ben nu eenmaal erg eigenwijs en ik hou van wandelen.
Vanaf hier heb ik de keuze om jullie of een droge opsomming te geven van de bezochte tempels of gewoon wat algemene indrukken op papier te zetten. Ik begin met de laatste gevolgd door een opsomming van de tempels die ik vandaag heb bezocht.
Aangekomen bij de tempels vielen twee dingen mij meteen op. Het wemelde van de bedelaars met de steevaste opmerking, “Goodmorning Money” en ik was de enige toerist in de eerste tempel. Dat laatste moet voor de gehele bevolking hier verschrikkelijk zijn. Er komt absoluut geen toeristengeld meer binnen in deze toeristenstad. Om hier nu als toerist te zijn is ook geen pretje. De mensen zijn hard en vechten om elke Roepie die wordt uitgegeven door toeristen en de lokale bevolking. Je ziet de wanhoop in de ogen van de mensen.
Mijn eerste fout was ook meteen ontdekt toen ik de tempel van de heilige “Bohdi boom” wilde betreden. Ik was mijn broekspijpen vergeten klaar te leggen. De toegang tot de tempel werd mij dus resoluut geweigerd. De GPS gaf aan dat ik al vier komma één kilometer had afgelegd en mijn broekspijpen even ophalen zou een kleine twee uur in beslag nemen. Met een heel klein beetje aandringen kreeg ik het voor elkaar dat ik twee witte lappen stof kreeg die ik om mijn benen moest knopen. Het moet een grappig gezicht zijn geweest hoe ik gebukt met beide handen al lopend de lappen stof op de plaats probeerde te houden. Eenmaal uit het zicht van de bewaking deed ik ze af en liep veel gemakkelijker over het tempel terrein.
Ik heb nog nooit zoveel politie en soldaten in het openbaar bij elkaar gezien, zelfs niet toen ik in 2001 Birma bezocht. Ze waren ook niet altijd vriendelijk! Soms werd ik gewoon geroepen en ze lieten me een paar minuten voor ze staan zonder wat te zeggen.
Dan kwam het onvermijdelijke en voorspelbare, “Where you come from?”.
Het antwoord “Holland” verbaasde en verwarde ze tegelijkertijd, door mijn hoed hadden ze waarschijnlijk Australië verwacht.
Je hoorde de straaljagers in de lucht en die scheerden onzichtbaar door de grote witte wolken, er hing ook regen in de lucht. Maar niet voor de opstandelingen van de “Tamil Tijgers”, het geluid in de verte leek op luchtafweergeschut gevolgd door het zware geluid van exploderende bommen. Geen prettig geluid als dat op ruim twintig kilometer van je gebeurd. Ik ben niet echt bezorgd maar ik wil hier wel zo snel mogelijk weg.
Het ritueel van de omslagdoek, nu uit één stuk, werd bij de meer belangrijke tempels nog een paar keer herhaald maar eenmaal in de noordelijke ruines kon ik vrij rondlopen en had van niemand last. Het was zo rustig dat ik zelfs de mogelijkheid om een keer te wildpoepen toen moeder natuur riep en ik het niet meer kon ophouden. Zo struinde ik van tempel naar tempel en aan het einde had ik 22,4 kilometer op mijn teller staan. Het was een fantastische dag geweest en morgen ga ik met de trein terug naar Kandy. Ik wil gewoon rustig mijn dagen volmaken op Sri Lnaka en de laatste vier dagen heerlijk in een viersterren hotel doorbrengen aan het strand van Negombo.
Onderweg in het tempelpark was ik ook John nog tegengekomen en half/half was er afgesproken om vanavond samen wat te eten in “Casserole”, een restaurant dat Chinees zou serveren en ik was wel weer aan wat fatsoenlijks te eten toe. Vroeg als ik altijd ben betrad ik het koele restaurant. Geen bier bij het Chinees! Nou ja, een flesje gemberbier dan maar, limonade zonder alcohol met een exotische afdronk. John was een kwartier te laat en ik had net mijn eten besteld. Hij kwam niet verder dan een boord gebakken rijst van een Euro. Ik snap die gasten persoonlijk niet die altijd op het eten bezuinigen maar wel roken en bier drinken.

Mijn Chowmein met noedels was OK maar de kip met cashew noten had ik vaak beter gegeten. Maar ik was ondertussen al gewend aan de middelmatige kwaliteit van het eten op Sri Lanka. We hadden afgesproken om nog een paar biertjes in mij hotel te drinken en door het pikkedonker liepen we terug. Je kon echt geen hand voor je ogen zien nadat in de hele stad de stroom was uitgevallen. Het gebeurde hier wel vaker had ik gehoord maar dat er geen straatverlichting was viel me wel zwaar tegen. In het hotel draaide het noodaggregaat op volle toeren en binnen een mum van een tijd zaten we achter een grote koude fles Lion Bier. Als ik geweten had dat er maar twee flessen in de koelkast stonden had ik rustiger aan gedaan. Het smaakte me zo goed na het eten dat ik de fles in vier teugen naar binnen had laten lopen.
Dat was dus meteen het einde van de avond. John en ik namen afscheid en spraken af dat we elkaar morgenvroeg tussen kwart over zeven en half acht bij de bakker zouden ontmoeten. Als hij kon opstaan zouden we samen naar Kandy reizen met de trein. Op de weg naar mijn kamer had ik nog een kort gesprek met een stel uit Luik die voor de eerste keer in Azië waren. Zij vonden Sri Lanka schitterend. Zo blijft mijn mening nog steeds overeind, aan het einde van mijn reis over ruim een week zal ik in de conclusie alles beter uitleggen.




Dit is de complete lijst van tempels die in mijn fotoalbum staan.
1. Sri Maha Bohdi
2. Brazen Palace
3. Ruvanvelisaya Dagoba
4. Jetavanarama Dagoba
5. Royal Palace
6. Samadhi Boeddha Beeld
7. Abhayagiri Dagoba
8. Mahasena’s Palace
9. Ratnaprasada
10. Elephant Pond
11. Lankarama
12. Thuparama Dagoba
13. Basawakkulama Resevoir
14. Dhakkhina Dagoba
15. Isurumunia Vihara

zondag 2 maart 2008

Sri Lanka, mijn tweede echte rustdag

Anuradhapura, 02/03/2008

Weer om half zeven opstaan! Pffff, het lijkt wel werken als ik zo op reis ben. Nadat ik gisteren een beetje teleurgesteld was in het hele gebeuren ben ik nu weer met een positieve instelling opgestaan. Niks eerder naar Maleisië vliegen maar gewoon rustig aan doen en deze reis netjes afmaken.
Het ontbijt was redelijk en we moesten al om acht uur op het nieuwe, buiten de stad gelegen, busstation zijn. De lokale bus deed wat van hem werd verwacht en zo waren we iets over acht op het busstation. Helaas kregen we te horen dat de bus naar “Anuradhapura” pas om kwart voor negen zou vertrekken. Mij maakte het niets uit maar voor Graham telde elke minuut. Het allerbelangrijkste was toch dat we nu zitplaatsen hadden en niet drie uur hoefden te staan net als gisteren.
Het werd weer een beetje klimmen naar grotere hoogten en op de tweehonderd meter hoog gelegen hoogvlakte zagen we mooie meren en veel rijstvelden. De wegen werden niet echt beter en we hadden steeds meer het gevoel dat we in een derdewereldland waren. Plaggen hutten waren er nu ook regelmatig te zien. Ik heb moeite om nu nog een eerlijk beeld van Sri Lanka te vormen.
Na een busreis van een kleine drie uur stonden we aan de hoofdstraat naast het monumentenpark van “Anuradhapura”. Weer hadden we geen enkele backpakker gezien vandaag! Wel een grote touringcar die halfvol zat met Japanners. Twee blanken die uitstappen zijn ook meteen het middelpunt van alle aandacht. Tuk-tuk chauffeurs komen aangerent met een stevige concurrentie van de ronselaars die je naar een bepaald hotel willen brengen, voor een goed vindersloon natuurlijk. Mijn eerste keuze was gevallen op het “Samanal Lake View Resort”, Graham vond een minibus die ons voor 50 Roepies naar de buren van het “Grand Tourist Holiday Resort” zou brengen. Tijd is geld en haast was geboden.
Nadat ik beide had geinspecteerd koos ik voor de eerste, het “Samanal Lake View Resort” vroeg 1000 Roepies en had warm water. Een mooie grote kamer met twee bedden. Graham huurde bij de buren een fiets en ging op zijn laatste middag de overblijfselen van het oude koningrijk bekijken. Mijn plan was om hier nu drie nachten verblijven en lekker rustig aan doen.
Zes uur, half zeven was de afspraak en ik was de sleutelbewaarder. Graham verdween in de verte en ik zelf slenterde de slaperige stad in op de zondagmiddag. Ik wilde eerst een guesthouse bekijken waarvan ik eerder had gehoord dat het wel OK was en goedkoop eten en bier had. En dat is altijd meegenomen nietwaar? Het “Cottage Tourist Rest” zag er uit als een betonnen bunker uit de jaren vijftig die in frisse kleuren was opgeschilderd. Nadat de kamer gezien had en naar het eten had geïnformeerd wist ik voor negentig procent zeker dat ik morgen zou verkassen en hier mijn intrek zou nemen. In mijn hotel had het eerste probleem zich al aangekondigd in de vorm van een nest grote zwarte mieren en die krengen zaten overal. Het gebouw was ook niet echt schoon wat getuigde van een zeer lage bezettingsgraad.
Nadat ik mijn late lunch had genuttigd die bestond uit vier heerlijke broodjes met verschillende beleg en vulling trok ik me terug op de veranda voor mijn kamer en werkte aan mijn verhalen.

Wat een mooie laatste avond voor ons had moeten worden eindigde in een ramp. Het aanbevolen restaurant bleek een ontmoetingscentrum voor jongen alcoholisten en de minder intelligente personen van “Anuradhapura”. Er schoven langzaam en één voor één lokale jongeren bij ons aan tafel en alles onder het excuus wij zijn geïnteresseerd in jullie land en vinden het leuk dat jullie naar Sri Lanka komen. De werkelijkheid was anders! Keek je de andere kant op dan probeerden ze hun glas met jouw bier te vullen. Sigaretten werden gegrepen zonder dat het werd gevraagd en het duurde natuurlijk niet lang voordat de sfeer omsloeg en dreigend werd toen wij weigerden voor hun bier te betalen. Ze hadden het idee opgevat dat wij per persoon even 100.000 Roepies gingen betalen en voor hun sponsoring zouden zorgen om naar Europa te kunnen. 100.000 Roepies is heel weinig geld voor ons, althans in hun kleine belevingswereld. Het werd allemaal nog erger toen ze een flinke hoeveelheid sterke drank hadden genuttigd. Gelukkig nam de dreiging snel af omdat ze na een kwartier hun ogen amper open konden houden, maar de avond was al verpest.
Stilletjes rekenende we af en kwamen tot de ontdekking dat de meeste mensen hier gewoon door en door slecht zijn, oftewel dat de toeristensituatie heel slecht is. Het afgesproken buffet ging van 150 Roepies naar 325 Roepies. Aan de drankjes was niet te tornen maar weer hadden we een bittere smaak overgehouden aan een avond in Sri Lanka. Op bed bedacht ik nu dat ik nog maar één nachtje hier zou blijven en dan terug zou keren naar Kandy.
John, een andere Engelsman die we ontmoette in het restaurant was ook van mening dat hij nooit meer zou terugkeren naar Sri Lanka. Dat maakt het drie uit drie die ik ken en dat is geen toeval.

zaterdag 1 maart 2008

Sri Lanka, alles op één hoop

Polonnaruwa, 01/03/2008

Goedemorgen, vandaag wordt één van de drukste dagen van mijn reis naar Sri Lanka. We hadden natuurlijk de wekker gezet en de eigenaar laten weten dat we vroeg wilden eten. Om precies zeven uur zaten we aan het ontbijt en hadden een gesprek met als hoofdonderwerp hoe verschrikkelijk dom de regels voor het bezoeken van de bezienswaardigheden in de culturele driehoek waren. Seconden na half acht gingen we op weg, we hadden onszelf twee uur gegund voor de “Lion Rock”. Vandaag zouden we, met de precisie van een militaire operatie, twee belangrijke culturele plaatsen bezoeken.
De toegangsprijzen voor de bezienswaardigheden zijn nu flexibel en beter gezegd “dagprijzen”. De regering heeft met de enorme inflatie in het land besloten om de prijzen nu maar meteen te verdubbelen én in Amerikaanse Dollars te rekenen. Zo zijn deze inkomsten tenminste inflatievrij. Veertig dollar om drie plaatsen te zien is misschien wel een redelijke prijs maar niet als je bedenkt dat je maximaal één dag per plaats mag zijn. Als je ’s middags om twee uur begint en het park sluit om zes uur dan zit je dag er op. Heb je nog niet alles gezien dan kan je altijd nog een tweede kaartje kopen voor twintig dollar. Er is hier niemand maar de weinigen die er zijn reizen als razende Roelands tussen de plaatsen heen en weer, zo ook wij.
Dus op weg naar de “Lion Rock”, via een stevige omweg kwamen we bij de poort aan en kochten de kaartjes. Afscheuren en de nummers opschrijven, heel veel zinloos werk. Er was dus geen levende ziel op de berg, uitgezonderd een oudere Amerikaanse vrouw die ook bij ons in het guesthouse verbleef. Wij waren dus nummer twee en drie van de dag. De souvenirverkopers straalden wanhoop uit, hun inkomsten waren misschien nog maar een tiende van wat het was geweest sinds het conflict opnieuw was aangewakkerd. Ons soort koopt nu eenmaal niets van die rotzooi omdat wij daar niets om geven en het alleen maar plaats inneemt in de rugzak.
De rots lag oppermachtig in de opkomende zon aan het einde van een brede laan. Vroeger waren er hier uitgebreide tuinen geweest met ingewikkelde hydraulische systemen. De Srilankanen praten graag over een paleis op de top maar het is onomstotelijk vastgesteld dat zich hier altijd een klooster heeft bevonden. Het eerste stuk van de beklimming ging tussen rotsen door en leidde tot de eerste stenen trappen. Links en rechts van het pad meer tuinen met exotische namen en beschrijvingen.
Ongeveer halverwege de berg kwamen we bij de “Fresco’s” en vol onbegrip keken Graham en ik elkaar aan. Deze fresco’s hadden we gisteren verwacht te zien bij de gouden tempel als we de entree hadden betaald. Samen hadden we het dus mis gehad en we stonden nu oog in oog met enkele van de belangrijkste kunstschatten van Sri Lanka. Twee bewakers trokken dikke gordijnen aan de kant zodat we goede foto’s zonder flits zouden kunnen maken. De fresco’s zijn van een ongekende schoonheid!
Helaas tikte de klok door en we moesten afdalen over de oude spiraaltrap naar de “Spiegelwand”. Deze gestuukte muur werd vroeger ingesmeerd met bijenwas totdat hij glom als een spiegel. De monniken konden zo duizend jaar geleden hun eigen spiegelbeelden bewonderen. Wij waren niet echt onder de indruk.
De klauwen van de leeuw was na een stukje klimmen het volgende onderdeel van de rondleiding. Ook hier hebben de Srilankanen hun fantasie de vrije loop gelaten en de meest fantastische doeleinden bedacht en beelden gevormd. Niemand heeft het ooit gezien of beschreven en zo is dit het grote onbekende. Wat wel van deze tijd is is het oerlelijke roestende hek dat er omheen is geplaatst. Het dient geen enkel doel behalve het onmogelijk maken van een mooie foto. Dat word een paar uur “Photoshoppen” om dat lelijke hekwerk te verwijderen!
Snel verder naar de top om de grote hal en het reservoir te zien. Op honderdzeventig meter boven de vlakte staan de funderingen van de oude hal waarin zich ongetwijfeld ooit een mooie Boeddha heeft bevonden. Ook hier is de flauwekul troef, voetstukken voor Boeddhabeelden die precies naar het oosten wijzen (opkomende zon) worden aangeduid als de troon voor de koning die hier ooit zou hebben gewoond. Welke koning zou tegen de wand van een gebouw gaan zitten aankijken terwijl twintig meter verderop een zwembad vol met naakte vrouwen is? Aan de andere kant van de rots, naar het westen wijzend (ondergaande zon) wordt dit verhaal ook stug volgehouden. Maar welke koning zou in de koude schaduwkant van paleis gaan zitten kijken? Mannen doken op uit het niets en bleven naast je lopen. Al nonsens uitslaand over de paleizen, koningen en andere fantasie verhalen over de plaatsen die we passeerden. Na een tiental minuten werd de hand dan opgehouden dat ze wel 500 Roepies konden gebruiken voor hun bewezen diensten. Graham en ik keken elkaar aan en liepen onverstoord verder.
De “Lion Rock” in Sigirya zat er op en we hadden iets meer tijd verbruikt dan we dachten. Geen probleem zolang we maar geluk hadden met de aansluiting voor de bus naar “Polonnaruwa”. De rekening in de “Nilmini Lodge” werd betaald en met een groet plaatsten we ons aan de overzijde van de weg. Binnen tien minuten zaten we in de bus op weg naar de splitsing vanwaar we de volgende bus zouden nemen.
We hoefden niet al te lang te wachten op de bus naar “Polonnaruwa”, maar deze was wel bomvol en we moesten staan. Als sardientjes in een blik stonden we in het gangpad van de bus. We stonden schrap om niet om te vallen bij een onverwachte beweging van de bus. Niet teveel nadenken en alles uitschakelen, dan gaat de tijd het snelst! Mijn schouder deed nu weer flink pijn sinds ik met de pijnstillers was gestopt. Nou ja, ik was niet gestopt, ze waren gewoon op. Een schreeuw bij elke pijnscheut deed de bus in een hardop lachende menigte veranderen. Ik moest er zelf ook wel een beetje om lachen.
“Polonnaruwa”, de hongerige troep sjacheraars en Tuk-tuk chauffeurs stond al te wachten op de hulpeloze rugzaktoeristen. Ik kreeg er nu echt genoeg van en elke keer als er één recht voor me ging staan en mijn pad blokkeerde kookte mijn bloed. Rustig aan jongen! Laat het maar aan Graham over, hij is een Indiaganger en dus de rust zelf in deze situaties. Ik vroeg niet eens wat de plannen waren, ik volgde zwijgzaam “Graham de meester”. We kwamen uiteindelijk in het “Manel Guest House” terecht. Ik controleerde de kamer en die was goed genoeg voor één nacht. De rugzakken werden naar binnen geslingerd en wij probeerden om zo snel mogelijk weer op pad te zijn. Nu werd het echt duidelijk dat er helemaal geen toeristen zijn in Sri Lanka en hoe wanhopig de mensen zijn. Het personeel van het guesthouse bleef tot in het treurige maar doorzeuren over allerlei services die ze konden verlenen maar waar wij geen enkele behoefte aan hadden. Het was best zielig maar als ik nu eenmaal wil lopen dan huur ik geen fiets.
Licht geïrriteerd stapten we de hete middagzon in om de ruïnes van “Polonnaruwa” te gaan bezichtigen. In de haast was de eerste fout snel gemaakt, we vergaten om eerst het museum te bezoeken en zo wat meer informatie over de ruines te krijgen. Jammer, maar het maakte uiteindelijk weinig uit. Zonder in details te treden kan ik eigenlijk alleen maar zeggen dat het een schitterend park is en zeker de moeite waard om te bezichtigen. De vier Boeddha’s die je aan het einde van de wandeling bezoekt zijn de mooiste die ik tot nu toe in Azië heb gezien. Het is alleen jammer dat één of andere gek er een lelijk dak boven heeft laten zetten. Het is haast onmogelijk om ze te fotograferen zonder lelijke schaduwen of gedeeltes van het dak.
Het was ondertussen al vijf uur en we hadden dus nog tijd om het museum te bezoeken, we moesten dan wel flink doorstappen om weer in het dorp te komen. Met zweet op mijn voorhoofd en rug waren we precies om half zes bij het museum. Een half uurtje zou voldoende zijn. Op de weg naar binnen passeerde wij het net naar huis gaande personeel van het museum. Wij waren beiden verbaasd want we wisten dat ze pas om zes uur zouden sluiten. Bij navraag bleek dat als het heel rustig was ze wel eens eerder naar huis gingen. Nou, het zou in de toekomst wel eens elke dag heel rustig zijn maar daar hadden wij niets mee te maken. Veertig dollar was er betaald en wij wilden nu ook het museum zien.


Het ging niet van harte en dat schoot bij mij meteen na deze stressvolle dag in het verkeerde keelgat. Ze kwamen demonstratief heel dicht bij je staan en volgde je van vitrine neer vitrine. Toen ze ook nog eens drie keer mijn kaartje moesten controleren had ik er genoeg van. Laat Graham maar alleen door het museum dwalen, misschien voelen ze zich nog slechter als er maar één gast in plaats van twee in het museum is?
Het einde van een zware dag werd gevierd met een ijskoud biertje op een schitterend terras terwijl we naar de ondergaande zon keken. Ik liet Graham alleen met zijn gedachten zodat hij zijn reis van drie maanden nog een keer de revue kon laten passeren.
We spraken wat met een jongen, Pavel, uit de Tsjechische Republiek die een motor had gehuurd en in zijn eentje Sri Lanka rondscheurde. Na een aanbeveling van ons ging hij ook naar het “Manel Guest House”. Een gezamenlijke maaltijd van redelijke kwaliteit gevolgd door een paar biertjes. De zwaarste dag zat er op. Morgen naar “Anuradhapura”, voor de laatste ruines.


Mijn gevoelens voor dit land zijn niet echt positief. Ik had altijd in mijn achterhoofd dat het één keer zou gaan gebeuren en het is nu dus gebeurd. Ik ben in een land waar ik het minder naar mijn zin heb. Ik ben in twee weken meer keer genaaid dan in de afgelopen twee jaar. Wat je ook doet en hoe goed je het afspreekt de Srilankanen vinden altijd weer een manier om de kosten op te hogen. Ik vertrouw niemand meer in dit land. Mijn plan is nu om maandag naar Kandy terug te keren en te kijken of ik eerder naar Maleisië kan vliegen mits het niet te veel extra kost. Indien het niet mogelijk blijkt dan blijf ik een paar dagen in Kandy rusten en daarna een paar dagen aan het strand om de tijd te doden. Het is jammer maar ik heb nu eenmaal na vandaag een heel slecht gevoel bij alles wat er om me heen gebeurd.
Copyright/Disclaimer