Posts tonen met het label Zuid-Korea. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zuid-Korea. Alle posts tonen

donderdag 7 mei 2026

Zuid-Korea: Twintig graden lager dan gisterenochtend

Gimhae International Airport

Busan (So Yu Hotel) 209), donderdag 7 mei 2026

Nadat de passagiers bij gate 22 zijn vertrokken naar Frankfurt hebben we eindelijk een zitplaats gevonden op de speciaal gereserveerde stoelen voor zwangere vrouwen en mensen die een respectabele leeftijd hebben bereikt.
‘Oude van dagen’, klinkt in mijn oren een stuk slechter dan: ‘Senior Citizens.’
Het zal best wel goed bedoelt zijn maar de airconditioner blaast recht naar beneden op onze hoofden. Het voelt alsof we in Helsinki op onze aansluitende vlucht zitten te wachten!
We zitten er samen al helemaal doorheen en het is ons aan te zien. Ook op de laatste vlucht krijgen we voorrang om aan boord te gaan. Het is sowieso geen probleem omdat onze stoelen zich achter in het vliegtuig bevinden op de laatste rij in het midden. Gelukkig met de rug tegen de keuken en niet tegen het toilet.
Het aan boort gaan van de passagiers gaat snel en we gaan op de geplande tijd de lucht in. Er wordt gecontroleerd of we de veiligheidsgordels vast hebben en het licht in de cabine gaat uit voor het opstijgen naar onze bestemming, Busan in Zuid-Korea.
Mijn lichten gaan tegelijker tijd ook uit. Ik glij meteen in een diepe slaap die ik echt nodig heb. De jaren beginnen voor mij te tellen en ik heb mijn slaap echt hard nodig.
Ik heb geen enkele herinnering aan de drie uur in de lucht totdat de stewardess mij wakker maakt: ‘Wilt u misschien wat drinken? U heeft niets gegeten en gedronken tijdens de hele vlucht!’
Ik kijk de aantrekkelijke stewardess aan alsof ik in de ogen van een fee kijk. Ik kan geen woord uitbrengen. Een fantastische service van Vietnam Airlines.
‘Een bekertje koud water is voldoende voor mij nu’.
Lyka ligt nog tegen mij aangeschurkt zachtjes te snorren als een poes. De boodschap van de kapitein dat de landing is ingezet waakt op de rest van de passagiers op. De lichten in de cabine gaan aan en de schuiven voor de patrijspoorten moeten omhoog. Op het beeldscherm in de achterkant van de stoel voor me zie ik dat we iets ten zuiden van Jeju-do vliegen. Een eiland waar Lyka en ik warme herinneringen aan hebben.
Na een harde landing, het vliegtuig slingerde over heel de landingsbaan, zijn we eindelijk weer op de grond. Ik ben nog steeds moe maar ik heb het gevoel dat het wel gaat lukken om zonder brokken in ons hotel in de stad te komen. We hebben vier uur gevlogen en zijn zes uur verder in ons leven. Dat is de oorzaak dat veel mensen last hebben van een jetlag wanneer je richting het oosten vliegt.
Gimhae International AirportEnorme motor We gaan (helaas) niet naar een Gate maar we staan geparkeerd op de grote parkeerplaats tussen andere vliegtuigen. Busan is niet een hele grote luchthaven en wordt vaak gebruikt voor het overstappen naar andere bestemmingen binnen Zuid-Korea. Parkeren van het vliegtuig is dan een betere optie voor de luchtvaartmaatschappijen.
Onderaan de trap staan de bussen op de passagiers te wachten. Eenmaal buiten wacht ons een positieve verrassing. De buitentemperatuur is hier twintig graden lager dan bij ons vertrek uit Thailand! Wij zijn er op voorbereid met mijn fleece en Lyka met haar wollen vest. Andere toeristen staan beteuterd te kijken op hun slippers, korte broek en mouwloos t-shirt!
De immigratiedienst lijkt op het eerste oog niet zo efficiënt voor een eerste wereldland. Ik blijf de aankomende passagiers observeren en probeer, terwijl wij in de wachtrij te staan, te raden wie een extra controle krijgt. Ik raad ongeveer de helft goed! Om welke reden? Geen idee, gewoon een onderbuikgevoel of noem het intuïtie.
Zuid-Korea houdt haar grenzen streng dicht voor ongewenste vreemdelingen. Ook in Zuid-Korea krimpt de inheemse bevolking. Linkse ideeën, om bijvoorbeeld Indonesiërs en Indiërs werkvergunningen te geven om openstaande vacatures in de productie en de industrie te vullen, hebben hopeloos gefaald.
De inheemse bevolking kwam in opstand omdat de Koreaanse identiteit werd vervuild met ideeën uit anders denkende landen. In Zuid-Korea werd het beestje gewoon bij de naam genoemd! Met als gevolg dat er strengere regels kwamen voor de immigratie en de werkvisaas zonder enige verantwoording per onmiddellijk konden worden ingetrokken.
Er lijkt een verschuiving naar arbeiders uit de Christelijke Filipijnen en het Chinese Maleisië te gebeuren. Het verbaasd mij dat er heel weinig Thaise arbeiders aan boord lijkt te zijn. De reden laat zich raden! Thai zijn ook niet echt te vertrouwen.
Ik loop als eerste op de officier van de immigratiedienst af. Ik overhandig haar alleen mijn paspoort. Mijn hoed zet ik op het uitgetrokken handvat van mijn rolkoffertje. Ze knikt goedkeurend en kijkt mij doordringend in de ogen.
Ik hoor de toetsen op het toetsenbord klikken en even later kijkt ze op van het beeldscherm en inspecteert mijn gezicht nog een keer. Haar ogen gaan terug naar het beeldscherm en daarna naar mijn paspoort. Er wordt geen woord gewisseld. Er ligt een ondoordringbare stilte tussen ons. Is dat een goed of een slecht teken?
Ze plakt een stickertje in mijn paspoort en knikt glimlachend terwijl ze met haar arm een zwaai gebaar maakt dat ik verder mag gaan. Dat viel dus erg mee! Op een afstandje bekijk ik hoe Lyka dezelfde handelingen ondergaat. Ook hier zijn geen problemen en wij zijn nu officieel in Zuid-Korea.
Onze koffers komen van band vier en met die twee monsters van 46 kilogram totaal gaan we richting de douane waar ik eerlijk gezegd toch wel mijn billen een beetje tegen elkaar knijp. De kaas zeker, en de koffie misschien, zouden problemen kunnen geven.
Links voor ons lopen twee Aziaten met beide een trolley vol met opgestapelde koffers en dozen. Ze zijn al van verre opgemerkt door de douaniers die dieren- en plantenziekten buiten de landsgrenzen moeten houden. Beide douaniers lopen op de Aziaten af en wij maken van die mogelijkheid gebruik om rustig door het rechtse kanaal naar de aankomsthal te lopen.
Hello BusanWave Busan Elke aankomsthal in de wereld lijkt hetzelfde voor mij! Autoverhuur, geldwisselkantoor, simkaart voor de telefoon, toeristeninformatie en een eindeloze rij ATM’s waar je als toerist bestolen wordt met absurde transactiekosten en slechte wisselkoersen!
Wacht even? Er is geen enkele ATM te bekennen! Wat nu? Vooral rustig blijven Jielus, zeker wanneer je doodvermoeid bent! Eerst naar de toeristeninformatie om te vragen waar we de trein naar de stad kunnen vinden.
De treinroute naar het hotelDe treinroute naar het hotelDe treinroute naar het hotel
Armgebaren, Koreaanse stationsnamen en slecht Engels worden op mijn vermoeide hersenen afgevuurd. Ik kan proberen om het op te schrijven maar ik weet zeker dat ik zo moe ben dat ik mijn eigen handschrift niet meer kan lezen. Mede omdat schrijven met je hand uit de tijd is en bijna alles tegenwoordig met een toetsenbord wordt gedaan.
Lyka heeft ontdekt dat er gratis ‘WijFij’ in de aankomst hal is. Met Google Maps zet ik onze treinreis uit en maak beeldschermafdrukken. De namen zijn nu duidelijk leesbaar en het moet ons wel lukken om zonder problemen bij het hotel te komen. Op weg naar het treinstation!
We zijn erg moe Buiten worden we verrast door de stralende zon. Het mengsel van de koele ochtend zeelucht met de warmte van de stralende zon brengt meteen een brede glimlach op mijn gezicht. Ik voel me al thuis hier! Lyka heeft het er zichtbaar moeilijker mee. Ze is nog steeds doodmoe en verlangt naar een warm bed.
Op weg naar de trein Op weg naar de trein zit ik nog steeds met het probleem van contant geld. Waar is die ATM die we broodnodig hebben? Aan de overkant van de weg zie ik een kleine winkel genaamd CU, daarvoor staat in het Engels ‘Nice to’. Marketing op zijn best.
Het personeel in de CU is heel erg behulpzaam en het meisje achter de kassa zoekt op haar telefoon waar we een ATM kunnen vinden. Bij uitgang 4 moeten er enkele ATM’s zijn. Ik bedank haar en ga op zoek naar contante “Koreaanse Won”. Op het eerste gezicht zijn geen ATM’s maar machines waar je papieren buitenlandse valuta kan omwisselen. Ik heb wel wat Euro’s bij me maar die houdt ik liever voor noodgevallen achter de hand.
Tijdens een tweede poging ronde bestuur ik de machines opnieuw en ontdek ik het VISA logo op een sticker. Er is ook een opening, met een waarschuwing in het Engels voor het skimmen, waar een bankpas in kan. Daar gaan we dan! Mijn Wise kaart verdwijnt in de gleuf en op het beeldscherm verschijnt de vraag in welke taal ik verder wil. Engels dus!
Eerst de pincode, dan het bedrag en het verzoek of je akkoord gaat met ₩ 3.600 transactiekosten. Die ₩ 3.600 is ongeveer € 2,50 dus daar kan ik wel mee leven. Niet veel later sta ik met vijftig biljetten van ₩ 10.000 in mijn hand verbaasd om mij heen te kijken. Dat is een stevige bundel bankbiljetten die zeker niet in mijn portemonnee passen. Mijn oorspronkelijk begroting is ₩ 100.000 per dag voor ons samen. Een dag of drie is meer dan realistisch om eens te bezien hoeveel Korea per dag kost voor een koppel uit het peperdure Islamitische Hamasstan (voorheen Nederland).
Met contant geld op zak ga ik terug naar de winkel waar ik zo goed ben geholpen. Snel een kleine snack en een flesje drinkwater. Kun je kraanwater drinken in Zuid-Korea? Ik neem aan van wel. Net als in Japan wordt er hier niet gespeeld met het milieu.
Onze eerste rit is met de paarse lijn van de Light-Rail, beter gezegd de Metro, naar een station genaamd “Sasang”, daar stappen we over op de groene lijn naar “Seomyeon” waarna we met de rode lijn naar “Jung-Ang”. Bij het kopen van de treinkaartjes leer ik meteen dat er alleen met contant geld voor het openbaar vervoer kan worden betaald. Een Koreaanse “Senior Citizen” vrijwilliger staat klaar om arriverende toeristen in gebroken Engels te helpen. Ik laat haar weten dat ons eindstation “Jung-Ang” is.
Ze schud met haar hoofd en verteld dat we over moeten stappen in “Sasang”, daar kopen we een kaartje tot “Jung-Ang”. haar vingers glijden over het aanraak-beeldscherm en er verschijnt een bedrag van ₩ 1.700. Ik hou twee vingers omhoog als teken dat ik twee kaartjes wil. Ze drukt op 2 passagiers en mijn bankbiljet van ₩ 10.000 wordt door de automaat ingeslikt. Er ratelt het een en ander in de automaat waarna er twee plastic muntjes in een bakje vallen gevolgd door het muntgeld en een stapeltje bankbiljetten.
Dit is geen hogere wiskunde en ondanks mijn vermoeidheid heb ik het allemaal opgeslagen en ik kan straks in “Sasang” met zekerheid zelf de kaartjes voor het vervolg van onze treinreis kopen.
Eenmaal in de eerste trein zien we de problemen met onze hoeveelheid bagage die luchtreizigers over het algemeen met zich meevoeren. Een grote en een kleine (rol)koffer per persoon is de norm. Er zijn enkele Koreanen in de trein die afkeurend naar ons kijken, maar over het algemeen is er begrip onder de treinpassagiers over de de hoeveelheid bagage die we meeslepen.
Op het station van “Sasang” wordt me veel duidelijk. Zoals op veel plaatsen in de wereld is de verbinding van de luchthaven naar het openbaar vervoer netwerk afgescheiden. In Sasang kan ik gewoon een kaartje kopen voor het openbaar vervoer van de stad Busan. Ook hier is de prijs ₩ 3.400 voor twee kaartjes naar Jung-Ang. Nog een keer overstappen en we kunnen op zoek naar het warme bed in ons hotel.
Bij het overstappen op het station van Seomyeon gaat het fout! Net als tweeëntwintig jaar geleden met Andy in Seoul lopen we de poortjes door naar het verkeerde perron en stappen in de trein die in de tegenovergestelde richting gaat. Drie stations verder ontdek ik onze fout en we verlaten de trein.
Voordat we door de poortjes het perron verlaten vraag ik aan een paal om hulp. Niet veel later verschijnt er een vrouw die ons naar het andere perron begeleid. Nu zitten we eindelijk in een veel drukkere trein die ons naar het laatste station zal brengen. Hier maak ik de volgende denkfout, het zal de vermoeidheid wel zijn!
‘Laten we maar een station verder nemen? Nampo ligt volgens mij iets dichter bij het hotel!’, zeg ik tegen een doodvermoeide Lyka en ze knikt goedkeurend.
Zo gezegd zo gedaan. Alleen willen, zoals verwacht, de poortjes van het perron niet open omdat er op onze kaartjes een ander station staat dan waar we uitstappen. Er gaat een alarm af en een oudere man verschijnt. Die verteld ons in redelijk Engels dat we ₩ 400 (€ 0,23) moeten bijbetalen. Ik moet er zelf om lachen. Voor ₩ 7.200 (€ 4,48) hebben we anderhalf uur in de trein gezeten van de luchthaven naar de stad. Waarom zou het openbaar vervoer in Zuid-Korea zo vol zitten?
Eenmaal boven de grond zijn de eerste indrukken van Busan overweldigend. Het is heerlijk weer, het is er niet druk, het is er relatief stil en het is zeer heuvelachtig. Met mijn richtingsgevoel als een postduif lopen zonder een foute afslag in een keer naar ons onderkomen voor de komende 27 dagen.
So Yu Hotel Het So Yu Hotel mag er aan de buitenkant wat vreemd uitzien maar vanbinnen is het een luxe drie sterren hotel. We worden verwacht maar het is nog geen kwart over elf. De kamers zijn volgens de geldende regels pas vanaf twee uur beschikbaar. We gaan vermoeid zitten en zit niets anders op dan te wachten tot onze kamer beschikbaar is.
So Yu Hotel (209) De jongen achter de receptie is meer dan behulpzaam. Ik krijg het idee dat er wat broeit. Ruim twintig minuten later krijgen we het bericht dat er een kamer voor ons gereed is. We krijgen kamer 209 toebedeeld.
Ik ben een beetje teleurgesteld, ik vraag altijd om een kamer op een hoge verdieping zo ver als mogelijk bij de lift vandaan. Hij is op mijn vraag voorbereid. Hij verteld ons dat we zaterdag kunnen verhuizen naar kamer 609 voor de rest van ons verblijf. Tevreden stappen we in de lift en verbazen ons over de luxe kamer/badkamer. Wij gaan het hier goed naar ons zin hebben.

woensdag 6 mei 2026

Zuid-Korea: Een lange dag

Inpakken voor het vertrek

Hanoi (Noi Bai International Airport), woensdag 6 mei 2026

Is het de laatste dag in Thailand of de eerste dag op weg naar Zuid-Korea? Deze vraag speelt op deze ochtend van ons vertrek uit Thailand door mijn hoofd. Eerlijk gezegd hou ik niet zo van een einde aan een verblijf maar meer van een begin aan een nieuw avontuur. Daarom is deze dag, wanneer ik om iets over acht uit bed stap het begin van en nieuw avontuur. Het is alweer veertien jaar geleden dat Lyka en ik voet op Koreaanse bodem hebben gezet. Er wordt in de Verenigde Nietsnutten gesproken over Zuid- en Noord-Korea maar eigenlijk is er maar een Korea dat gewelddadig in tweeën is gebroken door een duivels socialistisch regime!
Het laatste ontbijt van tosti's en een dubbele varkensburger met kaas. We weten uit ervaring dat dit ontbijt tijdens de reis geen problemen met de spijsvertering zal geven. Dan begint het jachtige klokkijken en het eindeloos wachten totdat de minibus van “Bell Travel” ons komt ophalen om naar de grote touringcar op het busstation te brengen.
Inpakken voor het vertrek Nadat ik bij “Subway” een footlong sandwich “Chicken Teriyaki” heb gehaald, voor de verlate lunch op het vliegveld in Bangkok, beginnen we met het inpakken van de bagage. Altijd een spannend moment! Er is ruim anderhalve kilo kaas en koffie verbruikt dus zou het gewicht minder moeten zijn dan de vijfenveertig kilo bagage die we op Schiphol hebben afgeleverd. Er is helaas ook wat bijgekomen maar ik heb er alle vertrouwen in dat we onder de zesenveertig kilo bagage blijven die de twee koffers mogen wegen!
We hebben een nieuwe manier bedacht om de koffers te pakken! We beginnen beiden met onze eigen koffer, natuurlijk krijg ik twee zware spijkerbroeken aangereikt van Lyka, en dan sluiten we de koffers en wegen ze. Dat handweegschaaltje met een grote haak blijkt een goede aankoop te zijn bij Aliexpress.
Lyka zit op 24,4 kilogram en ik op 21,3 kilogram. Dat is ruim drie kilo verschil, dat maakt dat er anderhalve kilo van Lyka naar mij moet. Zo gezegd zo gedaan. Een oranje reep ducttape eromheen en de grote koffers zijn gepakt en beveiligd tegen het ongewenst open gaan tijdens het laden.
Wij zijn graag op tijd en om iets over twaalf zijn we uitgeboekt uit ons hotel en heb ik de borg weer in mijn zak. We wisselen wederzijds met het personeel grapjes uit dat we bijna familie zijn. Zo vaak hebben we al in het Nakorn Siam Boutique Hotel verbleven!
Mijn telefoon piept en ik zie een boodschap dat een onbekend nummer mij heeft geprobeerd te bellen. Ik bel het nummer terug en het is zoals verwacht de chauffeur van de minibus van Bell Travel die net uit ons zicht om de hoek op ons staat te wachten. De koffers gaan in de minibus en na nog drie andere passagiers te hebben opgehaald komen we tien minuten voor een aan bij de grote touringcar die ons naar de Suvarnabhumi luchthaven in Bangkok zal brengen.
We zijn nog maar net op de motorway wanneer de sandwich eraan moet geloven. Het smaakt prima en hap voor hap, met een oog op het voorbij schuivende Thaise landschap, geniet ik van de malse kip en de knapperige groenten. De touringcar doet er een uur en drie kwartier over voordat we op onze bestemming zijn. De touringcar rijdt verder na Hua Hin en zal ongetwijfeld nog wat passagiers aan boord nemen voordat zij verder rijd.
Klaar voor het vertrekIn de rode stoel Ruim op tijd lopen we de drukke vertrekhal binnen. We zijn nu bijna verlost van de drukkende warmte van de regentijd in Thailand. Onze vlucht met Vietnam Airlines, die ik overigens kan aanbevelen, staat nog niet eens op het bord met de vertrektijden dus zoeken we een rustig plaatsje achteraf in de vertrekhal.
Helaas bestaat er geen achteraf meer! De grote 7-11 en FamilyMart waar we jaren geleden een drankje en een hapje kochten voor een eerlijke prijs zijn weggesaneerd. Je kan daar nu je belasting terug krijgen die je in een van de grote Thaise winkelcentra voor je souvenirs hebt betaald. Hele kuddes lopen met stapels A4'tjes rond in de hoop veel geld terug te krijgen. Probeer maar eens bloed uit een steen te knijpen?
Zodra ik op het bord zie dat we incheckbalie L moeten zijn staan we op en gaan weer op pad. Het is duidelijk dat wij een van de eersten, zo niet de eersten, zijn die hebben gezien dat we naar incheckbalies L moeten om onze bagage af te leveren. Het is er stil, heel erg stil, terwijl meer dan de helft van de balies bezet zijn. Laat ik het maar even vragen!
De laatste passagiers van de Vietnam Airlines vlucht naar Da Nang zijn net afgehandeld en ze wachten op het bericht van de bagageafhandeling dat ze met de vlucht naar Hanoi mogen beginnen. Het is geen bezwaar dat wij alvast een plaatsje innemen. Inchecken gaat sneller dan verwacht ondanks dat we de “Korean e-Arrival Card” op mijn telefoon moeten laten zien! Een kwartier later zijn we douane en de immigratie ook al gepasseerd. We hoeven alleen maar onze paspoorten te scannen! Dat is gelukkig een hele verbetering in Bangkok.
Eenmaal achter de immigratiedienst slenteren we langs eindeloze zogenaamde Tax-Free winkels die duurder zijn dan de winkels in de stad of het internet. Voordat we bij Gate F4 gaan wachten willen we eerst nog een bakkie koffie drinken bij het ons bekende koffietentje.
En wat blijkt? De extreem hoge renovatie waanzin op de luchthaven van Bangkok heeft alle eenvoudige horeca verbannen of verplaatst naar een hoek waar ze onvindbaar zijn.
Bij een onvervalste kopie van Starbucks gaan we op het terras zitten en Lyka neemt de Visa kaart mee omdat plastic het nieuwe normaal is geworden. Een euro betalen met je debiet/kredietkaart lijkt de normaalste zaak van de wereld geworden in Zuidoost-Azië. En om eerlijk te zijn is het ook heel erg gemakkelijk. Je blijft niet zitten met dikke stapels vreemde bankbiljetten aan het einde van de vakantie. “Wise”, en in iets mindere mate “Bunq” zijn een welkome aanvulling voor de reiziger die ook nog eens aardig wat geld kan besparen.
Aardbeien Milkshake
Nadat Lyka is teruggekomen met een aardbeien Milkshake ga ik op onderzoek uit. Het gewone bakkie zwarte koffie, Americano genaamd in deze contreien, is weggesaneerd van de kaart. Waarschijnlijk omdat ze dan niet genoeg suikers en vetten kunnen verkopen. Het is geen wonder dat de mensen bijna overal in de wereld elke dag dikker en vetter worden. Verkoop en omzet zijn belangrijker dan de gezondheid van de mensheid. Er rest mij niets anders om bij de gouden bogen aan de overkant een beker cola zonder suiker te bestellen. De kleinste beker is iets meer dan een kwart liter. Meer dan de helft verdwijnt in de prullenbak! Over het smerige papieren rietje wil ik niet eens beginnen.
Rij 19 stoelen A en B in de nieuwe “Airbus A321neo”. Een van de beste plaatsen in het vliegtuig, we zitten net voor de vleugels en bijna op het kantelpunt van het vliegtuig. Op deze plaats voel je heel weinig bewegingen van het toestel.
Mijn buurman is een Fransman die mangaan stalen wisselstukken verkoopt. Laat mij nu vijfenveertig jaar geleden dagelijks met die stukken te hebben gewerkt. Er is meteen de klik van de liefde voor het oude massavervoermiddel: De trein!
We babbelen over de oude stoomtreinen, spoorbreedtes en de hogesnelheidstreinen buiten Europa. We hebben er beiden veel bereden en kijken altijd uit naar nieuwe ervaringen met het ijzeren paard.
Carbonara Vietnam Airlines De vlucht duurt maar ongeveer 75 minuten en dan moet het cabine personeel haast maken om de verplichte maaltijden te serveren, en natuurlijk ook weer op te ruimen. “Noedels met kip” volgens een van de zeer aantrekkelijke stewardessen van Vietnam Air. Een verklede versie van “Spaghetti Carbonara” voor de kenner. De smaak is goed en het is voldoende ondanks dat de porties in de vliegtuigen tegenwoordig ook kleiner lijken te worden.
Bánh mì Chicken We moeten vier uur wachten in de overbevolkte terminal 2 van de “Gimhae International Airport”. Het is wachten totdat de internationale reizigers de vliegtuigen hebben gevuld richting Europa.
Onze magen willen dat we wat knagen! We houden het op een Vietnamees broodje, de bekende Bánh mì Chicken, een zwarte koffie en een flesje lauw water.
‘Dat is dan € 15,- graag?’
Mensen leren snel, na-apen is overal op de luchthavens in de wereld de nieuwe norm. Je zit gevangen binnen een gecontroleerd en afgesloten gebied, ontsnappen is onmogelijk. Daarom kan je als een citroen worden uitgeknepen tot er geen druppel meer in je zit!
Het gaat richting middernacht. We zijn moe en wachten tot het moment dat we aan boord kunnen van onze vlucht naar Busan in Zuid-Korea. We hebben een lange dag achter de rug en zijn allebei erg vermoeid. Straks hopelijk een paar uurtjes slapen in het vliegtuig.

maandag 19 november 2012

Zuid Korea: Paniek bij McDonald’s

Zuid Korea: Paniek bij McDonald’s
Seoul (Songwontel (301)

Het is vandaag alweer de laatste dag is Seoul, en om eerlijk te zijn vindt ik het na ruim een week in deze stad - en vier weken in dit land - ook een juist moment om weer te vertrekken. Zelf zal ik zeker nog wel een keertje hier terugkomen maar of Lyka dan meegaat weet ik zo net nog niet.
Het weer zit ons in ieder geval niet mee op deze laatste dag in Seoul. De regen komt gestaag uit de hemel - niet dat het stortregent maar het blijft een stevige hoeveelheid water die naar beneden komt - zodat we ons zonder een woord tegen elkaar te zeggen naar de gouden bogen haasten voor het laatste ontbijt. De paraplu hebben we maar in het hotel gelaten want de weersvooruitzichten zijn beter en in de loop van de dag moet het weer droog worden.
In neem plaats in de voor mij nu ondertussen wel bekende rij en zie meteen dat er geen enkele van de bekende gezichten op deze ochtend aanwezig is. Jammer! Ik had ze graag bedankt voor de goede en vriendelijke service en afscheid van de verlegen meisjes genomen.
Maar ik zou meer krijgen dan me lief is! Na ongeveer 13 nachten in Seoul te hebben doorgebracht en hier zeker zeven keer het ontbijt te hebben gebruikt dan zou je niet verwachten dat je problemen krijgt bij het bestellen! Mede omdat de bestelling elke keer exact hetzelfde was als de keer ervoor!
Ik ben dus aan de beurt en bestel twee “Sausage McMuffin with Egg”, een zwarte koffie en een koffie met melk. Het meisje achter de kassa slaat de broodjes aan en en slaat bij het horen van de koffie met melk op tilt. Voor een moment gebeurt er niets. Ze kijkt me alleen maar schaapachtig aan. Dus ik denk dat ze me niet heeft verstaan en ik ratel de bestelling nog maar een keer - deze keer met een nog duidelijkere uitspraak - op terwijl de rij klanten achter mij langzaam aangroeit. Er gebeurt nog niets. Ik kijk haar recht in de ogen aan en met twee vooruitgestoken armen maakt ze een schuifbeweging naar rechts als teken dat ik èven aan de kant moet gaan staan. Verbaast stap ik aan de kant en de volgende klant wordt geholpen. Terwijl ik daar sta kijk ik verbaasd over mijn schouder naar Lyka die net zo verbaasd is als ik dat er niets gebeurt.
De eerste klant na mij verlaat de counter met een  “Sausage McMuffin with Egg” en een zwarte koffie! Er is in ieder geval voorraad! De tweede klant wordt geholpen en verlaat even later de counter met haar bestelling.
Om te voorkomen dat ik er volgende week nog sta, stap ik voor de volgende klant weer in de rij. Die klant heeft mijn probleem waarschijnlijk herkend.
‘Kan ik u misschien helpen?’, vraagt hij behulpzaam.
Ik leg hem uit wat we willen bestellen en na een korte discussie tussen het meisje achter de kassa en de behulpzame man komt de aap uit de mouw! Koffie met melk kan niet in combinatie met het broodje. De twee moeten apart besteld worden. Dat kost niet alleen een euro meer maar je krijgt ook geen hashbrown!
Ik krab me op mijn hoofd omdat ik het nu even ècht niet meer begrijp. De vorige zes keer was er absoluut geen probleem en nu is het op deze regenachtige maandagochtend in november onmogelijk. Zodra ik het hele verhaal aan de behulpzame man heb uitgelegd begint hij opnieuw een discussie met het meisje achter de kassa. Tevergeefs! Nou, doe dan maar twee “Sausage McMuffin with Egg” en twee zwarte koffie. Het meisje lacht beduusd nu ze zichzelf uit deze moeilijke situatie heeft gewurmd.
Met de bestelling op het bekende bruine dienblad loop ik even later naar het tafeltje aan het raam waar Lyka op me zit te wachten. Die wil ook graag wil weten wat er nu weer aan de hand was. Ze kan haar oren niet geloven en we beginnen hard lachend aan het ontbijt.
In mijn ooghoek zie ik de - mij bekend voorkomende - manager achter de counter verschijnen. Ik sta rustig op en vraag of ik een beetje melk kan krijgen voor in de koffie. En dat is geen enkel probleem. Dan breekt mijn klomp. Het meisje achter de kassa kijkt me verontschuldigend en verlegen aan. En op dat moment valt het kwartje en begrijp ik wat er aan de hand is.
Dit is McDonald’s! Discipline is streng en de lijst met regels is langer dan de lijst met werknemers. Ooit geprobeerd een hamburger zonder augurk te bestellen? Da’s haast onmogelijk! Dat werkt als zand in de soepel draaiende raderen van de geoliede hamburgermachine. Alles in de keuken bij de gouden bogen is geteld en wanneer er tijdens de dagelijkse inventarisatie blijkt dat er een schijfje augurk teveel is - of te weinig - dan zijn er fouten gemaakt! Ontevreden klanten gemaakt! Die kunnen gaan klagen op twitter en facebook dat het schijfje augurk niet op hun broodje zat! En dat is iets dat het hoofdkantoor in Oak Brook (Chicago), IL, niet leuk vinden!
In mijn geval ging het dus om de melk. Een ingrediënt dat je niet kan tellen. De een gebruikt het en de ander niet. Het is dus minder gevoelig dan de tot in procenten uitgerekende andere ingrediënten. Het nieuwe meisje, met strikte opdrachten kon/mocht nog niet haar gezonde verstand gebruiken om een scheutje melk aan de hete koffie toe te voegen. De manager, die haar strepen in de keuken al heeft verdient, verbuigt de regels een beetje met gevolg dat er toch weer een tevreden klant is. En zo zijn we weer waar we moeten zijn. Wanneer we het restaurant voor de laatste keer tijdens ons bezoek verlaten kijk ik nog een  keer over mijn schouder.
‘Tot ziens, en hopelijk tot weerziens.’
Nu, op deze laatste dag in Seoul realiseer ik me meer dan ooit te voren hoe fijn ik het hier in Zuid-Korea vindt. Bijna alles is - zoals in Japan - tot in de puntjes geregeld in de onbekende land, met prijskaartjes die je in Thailand zou verwachten. Dit is mijn tweede bezoek, de eerste keer was ik hier ongeveer vijf jaar gelden in het voorjaar.
De drang om nog een keer terug te gaan naar plaatsen die ik al eens heb bezocht wordt steeds sterker. Niet omdat ik geen nieuwe bestemmingen meer over heb maar omdat ik in een ander jaargetijde wil gaan. Terwijl ik dit schrijf, in Bangkok 30 januari 2013, kijk ik snel naar de weersverwachting voor Taipei (Taiwan). 22, 24, 24, 26, 25, 24 graden in de middag. Dat zou best wel eens mijn bestemming voor volgend jaar kunnen zijn.
Met de ondergrondse gaan we net als gisteren naar het “Yongsan Station”, niet voor de trein maar voor de enorme elektronica markt die er in een winkelcentrum naast het station is. Vier oneindige verdiepingen met Koreaanse - en tegenwoordig ook heel veel Japanse - elektronica. Niet dat ik ècht wat nodig heb maar een nieuwe riem voor mijn camera zou welkom zijn want de reserve schoenveters beginnen nu uit te rekken en lijken meer op elastiek dan schoenveters.
De “Yongsan Electronics Market” is niet wat ik ervan gehoopt had. Eindeloze rijen toonbanken, opgezet in het vierkant als een fort, om je van alle kanten van dienst te kunnen zijn. Honderdduizend digitale camera’s zonder een prijskaartje! De lastige altijd roepende verkopers kijken je aan en het rad van fortuin met de vraagprijzen begint in het hoofd van de verkoper te draaien. Duizelingwekkende bedragen in Koreaanse won waar een normaal mens een rekenmachine voor nodig heeft. Nee schudden en een vraagprijs die onmiddellijk wordt gehalveerd. Nee, dit is het niet!
Dan maar een bakkie koffie onderaan de roltrap van het “Yongsan Station” en mensen kijken. Observeren van een erg vreemd ras, een vreemde samenleving en eigenlijk is alles hier vreemd en ons onbekend. Observatie: Slechts één op de honderd heeft grijs haar! Aandelen in een fabriek van haarverf blijkt een soliede investering.
Misschien wel de allermoeilijkste opdracht van deze reis staat me nu te wachten. We gaan te voet op het hotel aan. Onderweg wacht het “Seoul War Museum” op ons en ik moet Lyka van mijn goede bedoelingen zien te overtuigen. Het is een dag om door te komen.
Het is een gure dag, de regen heeft plaats gemaakt voor een alles doorklievende ijskoude wind uit het noorden. Met elke stap - onze neuzen recht in de wind - komt de winter een stukje dichterbij. Het duurt dan ook niet zo erg lang voordat Lyka begint te klagen. Diep in me kan ik haar geen ongelijk geven, het is afzien! Maar om de een of andere onverklaarbare reden hou ik ervan om mezelf deze dingen aan te doen. Het bewust opzoeken van een meteorologische marteling zodat de warmte straks extra goed aanvoelt. Maar voor Lyka is harde poolwind een extra moeilijke hindernis. Ze smeekt al weken om sneeuw maar is zich er niet van bewust dat de ijzige kou een bijproduct is dat je ook voor lief moet nemen.
Gelukkig weet ik haar te overtuigen van mijn goede bedoelingen voor deze wandeling. Een kwartier later slaan we rechtsaf een zijstraat in, de ijzige wind verandert in een koele bries. Het “Seoul War Museum” ligt in de luwte van de berg die “Namsan Park” heet. Het is er op dit tijdstip van de dag opvallend rustig en een herinnering van vijf jaar geleden komt weer in me boven. Op maandag gesloten! Zonder hierover ook maar een woord tegen Lyka te zeggen, en alleen maar om tijd te rekken om deze dag vol te kunnen maken, lopen we op het enorme grijze gebouw af.
Een enorme tempel om het kapitalisme te vereren en het communisme te verketteren. Een tempel ter verheerlijking van de oorlog en tegelijk een monument voor de velen soldaten, uit meer dan twaalf verschillende landen onder de vlag van de Verenigde Naties, en de burgers die voor de vrijheid hun leven hebben gelaten op de kale slagvelden van het Koreaanse schiereiland.
Buiten staat al het grote oorlogstuig opgesteld. Indrukwekkend door de enorme afmetingen en aantallen. Zoals het hier staat zijn ze zo ongevaarlijk als een opgezette leeuw maar ze zijn zo dodelijk als een tijger in de strijd! Gelukkig maken de opgestelde vliegtuigen en pantservoertuigen een enorme indruk op Lyka en ze raakt geïnteresseerd in de geschiedenis van het Koreaans conflict. Mede omdat er op de Filipijnen ook stevig is gevochten tijdens de tweede wereldoorlog. Met veel plezier vertel ik haar alles wat ik weet over het Koreaanse conflict.
De naam “General Douglas McArthur” brengt een brede glimlach op haar gezicht en wakkert haar nieuwsgierigheid aan. De generaal sprak op 20 maart 1942, na zijn miraculeuze ontsnapping per boot van “Corrigador Island” in de baai van Manila, bij aankomst in Australië de volgende woorden: ‘I came through and I shall return’, een uitspraak die hij op 20 oktober inloste met het voet aan wal zetten op “Leyte Island”. Een actie die hem onsterfelijk maakte op de Filipijnen en die hem voor altijd in alle Filipijnse harten sloot. Er is geen stad of dorp zonder een weg of straat die naar “General Douglas McArthur” vernoemt is.
De beroemdste uitspraak van MacArthur is voor ons is waarschijnlijk: Old soldiers never die, they just fade away. Die hij sprak tijdens zijn ontslag uit de actieve dienst.
Na deze korte geschiedenisles kijken we nog wat rond en gaan op zoek naar de lunch. De laatste lunch! Alles is of wordt nu de òf het laatste, de dag waar ik het meeste hekel aan heb. Afscheid nemen gaat me na al die jaren reizen steeds slechter af. Het is bijna altijd of ik een stukje van mezelf achterlaat.
Zodra we weer rechtsaf slaan, de lange brede Hangang-dearo op, en in de volle wind terecht komen merken we meteen dat de wind is aangezwollen tot een stevige storm. Zelfs ik vindt het guur met mijn drie lagen outdoorkleding. Wat moet mijn vrouw, een orchidee uit de tropen, hier wel niet van vinden? Lang hoef ik niet te wachten op het antwoord.
‘Wat is het koud! Ik kan mijn eigen gezicht niet meer voelen!’, roept ze luid om de wind die rond haar capuchon raast te overstemmen.
‘Het is niet zo ver meer!’, roep ik terug.
‘Waar is de metro?’, vraagt ze lichtjes aangebrand.
‘Een eindje verderop!’, antwoord ik terwijl ik vooruit recht in de snijdend koude wind wijs, ‘maar we gaan eerst eten!’
Ze knikt instemmend en haar ijskoude - haast bevroren wangen - proberen samen met haar mond een glimlach te vormen. Ze heeft nog nooit zo wit gezien!
Na een worsteling van ruim een half uur met de winterse elementen stappen we een restaurant binnen waar de grootste groep lunchers net is vertrokken. Het is al bijna twee uur en ik hoop dat er nog wat warms in de pot zit. Gimbap met tonijn is lekker maar niet wanneer je tot op het been toe verkleumd bent! De dames in restaurant spreken prima engels en onze lunch is snel besteld. Twee maal pittig varkensvlees op rijst! We moeten er verkleumd uit hebben gezien want we krijgen extra soep van de vriendelijk glimlachende serveerster.
De chilisaus in combinatie met de warme soep verspreiden hun gloed door de koude lichamen. De een met de pittigheid van de gemalen chilipepers en de andere met haar temperatuur. Lyka’s humeur, dat evenredig met de thermometer flink was gedaald, wordt ook weer beter en een flink meningsverschil wordt maar net voorkomen. Zonder ook maar een woord te wisselen lepelen we de heerlijke lunch naar binnen. De zwarte aardewerken potten zijn leeg en wij zijn vol.
‘Wat gaan we nu doen?’, vraagt ze terwijl ze tegelijk met een dodelijke blik duidelijk maakt dat het vandaag niet gekker moet worden.
‘Metro, een doughnut met een koffie en dan naar de kamer!’
Haar gezicht klaart op en ze beseft dat onze reis in Zuid-Korea er op zit. We hebben voldoende moeilijke momenten gekend maar ook veel mooie herinneringen om naar terug te kijken.
Op onze vaste plaats - achter het glas van Dunkin’ Donuts - kijk ik voor de laatste keer naar de elektronische melder die gaat trillen en piepen wanneer je koffie op het buffet klaarstaat. En terwijl je wacht draaien er de eindeloze reclames voor de doughnuts en koffie van Dunkin’ Donuts op het kleine apparaat.
Lyka vindt weer een open netwerk en verdwijnt op het internet.
De eindeloze stroom mensen die buiten aan me voorbij trekt vindt ik veel interessanter! Mensen op weg naar huis, mensen op weg naar hun werk door het koude winterweer dat hier heel normaal is.
Zelf heb ik ook genoten van het weer. Het frisse knapperige winterweer - ik kan er geen ander woord voor vinden - en niet het kleffe dampige vochtige klimaat dat we gewend zijn  van de tropen. Hap na hap, slok na slok komen de herinneringen van de afgelopen vier weken aan me voorbij. Ik kijk over mijn schouder en zie dat Lyka nog steeds druk met facebook bezig is.
‘We hebben het samen zo slecht nog niet!’
‘We moeten allebei nog veel van, en over elkaar leren!’
Het schoteltje en de papieren beker zijn leeg. Nu nog de rugzakken inpakken en avondeten, de allerlaatste loodjes.
Er zijn nog voldoende Koreaanse won over om “hem voor de laatste keer eens flink uit de broek te laten hangen”. Ik weet niet waar het gezegde vandaan komt maar wel wat het betekend: Nog een keer flink de bloementjes buiten te gaan zetten.
Na een kort overleg komen we uit op een restaurant net om de hoek. De beef BBQ in combinatie met de super Dolsot. En die smaakt alsof we vandaag in Korea zijn aangekomen. Ja, Zuid-Korea is een bestemming die ik iedereen met een gerust hart kan aanbevelen. Cultuur, natuur, strand, bergen, bossen en heel veel lekker eten.

Een laatste biertje op de kamer en slapen. Morgen moeten we echt vroeg op!

zondag 18 november 2012

Zuid Korea: Suwon

Bangkok (93 Mansion (210) 30 januari 2013

Lyka is naar school en ik heb tijd om de hele ochtend te schrijven. Het boek over Steef blijft vandaag gesloten! Dus de voorlaatste dag van onze reis, vorig jaar november, in Korea geschreven vandaag. Het is ruim twee maanden later nu ik dit verhaal in Bangkok schrijf. Zo maar uit mijn geheugen. Gebeurtenissen waar de scherpe kantjes als bij gebroken glas in de branding vanaf is gesleten. Zodra ik weer nieuws heb uit Bangkok gaat dat vanzelfsprekend weer voor.


Seoul (Songwontel (301)

De liefde en verdraagzaamheid tussen ons is weer teruggekeerd. Wat haar drijft is me nog steeds onduidelijk dat zal waarschijnlijk ook wel voor altijd zo blijven. Maar we genieten er maar van zolang het duurt. Zodra ik het kleine raam boven het bed open schuif vallen me twee dingen meteen op. De lucht buiten is weer staalblauw en de koude buitenlucht raakt me als een vuistslag. Het is echt koud! De winter komt nu snel dichterbij en het wordt tijd om afscheid te nemen van Zuid-Korea. Lyka heeft kunnen proeven van de winter in Nederland, inclusief de vrieskou en de ijzige regen.
Na de burgers en een gebakken eitje van McDonald’s gaan we op pad naar Suwon. Een oude vestingstad ten zuiden van Seoul. Vijf jaar geleden heb ik daar een fijne dag gehad met Andy. Herinneringen borrelen op in mijn geheugen. Andy, een vriendelijke maar wat verwarde jongen die op de vlucht was voor iets uit Japan.
De meisjes achter de counter zijn nu gewend aan mijn dagelijkse verschijning maar nog steeds een beetje verlegen zwaaien ze naar me wanneer we het fastfood restaurant verlaten.
‘De bus!’, roep ik luid terwijl we op het trottoir stappen.
Lyka kijkt me verbaasd aan alsof ik net mijn verstand heb verloren.
‘Ja, we nemen de bus!’, leg ik haar uit.
‘Weet jij dan hoe dat werkt?’, vraagt ze.
‘Nee, geen idee! Maar dat maakt het juist avontuurlijk’
Lyka schud haar hoofd alsof ik voor de zoveelste keer mijn verstand heb verloren. Op een display aan een paal naast de bushalte probeer ik het “Yongsan Station” te vinden. Tachtig procent van de informatie is in het Koreaans maar de belangrijkste bushaltes zijn ook in het engels. Ik ben al een tijdje bezig wanneer ik hulp krijg van een kleine Koreaanse man.
‘Waar moet u heen?’, vraagt hij in gebrekkig engels.
‘Yongsan Station!’
‘Ohh, dan moet u bus nummer 501 hebben!’
‘Now, bedankt!’, Lyka staat erbij en kijkt er naar.

De openbaar vervoer chipkaarten zijn ook in de bus te gebruiken en zo zoeven we even later door de ochtendspit van Seoul.
De truc op het “Yongsan Station” kan ik me nog van de vorige keer herinneren.
De treinen die hier voorbij komen gaan verderop op de lijn ombeurten links en rechtsaf. De ene gaat naar Incheon en de andere richting Suwon. Het is dus belangrijk dat je weet in welke trein je moet stappen. Ik kijk nog eens goed op mijn kaart en zie dat het eerste Koreaanse teken van Suwon (수원역) op een kleine kerstboom lijkt. Ik weet het! Het is behelpen. Je had het ook kunnen vragen! Maar vanaf nu zoeken we die mini kerstboom voorop de trein.
Bij aankomst in het enorme station van Suwon, in Korea hebben ze ook, net als in Japan, geprobeerd de vorige crisis op te lossen door veel en heel groot te bouwen, komt het me meteen bekend voor. Voor een moment of twee denk ik na terwijl ik eens goed om me heen kijk. Lyka bedenkt op haar beurt wat we voor vandaag nog nodig hebben. De hoofdstraat tegenover de uitgang van het station kunnen we niet missen en ik weet zeker dat die naar het oude fort van Suwon leidt. Tientallen restaurants gaan er aan ons voorbij totdat we een vrouw dikke gimbap’s in de etalage van het restaurant zien rollen. Een blik naar elkaar is voldoende en we stappen naar binnen.
‘Kamchi Gimbap?’, vraag ik en de vrouw kijkt me verbaasd aan.
Ze knikt zonder een woord te zeggen en ik steek op mijn beurt twee vingers op. We staan erbij en we kijken er naar. De vrouw rolt soepel twee polsdikke gimbap’s met tonijn. Onze lunch voor vandaag. We zijn nu helemaal klaar voor de wandeling over de oude stadsmuren van Suwon. Nou ja oude, ze zullen ook wel hersteld zijn de allesvernietigende Koreaanse burgeroorlog in de begin jaren vijftig van de vorige eeuw.
Zodra we de muur hebben gevonden, we waren helaas een keer verkeerd gelopen, vallen we op een bankje in de zon neer om wat te rusten. Het is al bijna half een dus een goed moment om ook meteen maar te lunchen. We halen de hete thee, bananen en gimbap’s tevoorschijn. Wat een heerlijke lunch op een heerlijke dag op een mooie lokatie! Geen enkele Koreaan die langs wandelt kijkt raar van die twee toeristen op! Het is de Koreaanse stijl om zo te lunchen en te genieten van de natuur.

Na het eten laten we de lunch nog voor een moment zakken en gaan dan op zoek naar het pad. Eenmaal op het pad kan je niet meer verkeerd lopen! De muur klimt en daalt met de glooiing van de berg. Mooie vergezichten worden afgewisseld met lelijke moderne betonnen kolossen die het uitzicht verpesten. Vanzelfsprekend ligt het oude fort nu midden in de stad.
Ergens langs de route wordt er plotseling entree geheven voor de UNESCO Heritage Site. Ons maakt het niet zoveel uit om 2000 Won (€ 1,36) voor ons tweeën te betalen voor het onderhoud van zoiets moois maar de vijf Russische jongens die achter ons lopen zouden het liefst op de vlucht zijn geslagen. Vol ongeloof volg ik al hun pogingen om onder het betalen van het entreegeld uit te komen. Uiteindelijk moeten ze toch capituleren en betalen met tegenzin € 1,36 per persoon, want anders zouden ze het hele pad terug hebben moeten lopen. Ja, het is niet altijd even mooi met die onbeschofte schreeuwlelijkerds in de buurt.

Even terzijde: Dit probleem heeft volgens mij alles te maken met de ongeschreven wet van de grote valuta bedragen. Het zou veel beter zijn als we op de wereld de verschillende waardes op elkaar zouden afstemmen. Een voorbeeld voor een biertje in de supermarkt in verschillende landen die ik heb bezocht:

Nederland 1 euro, Maleisië 8 ringgit (€ 1,94), Thailand 34 baht (€ 0,85)
Japan 120 yen (€ 0,90), Zuid-Korea 1500 won (€ 1,02), Indonesië 13000 roepia (€ 1,00)

Wanneer je deze rij afloopt zal de ene prijs hoger aanvoelen dan de andere terwijl ze allemaal, met uitzondering van Maleisië, rond de euro liggen. En vaak speelt dat gevoel een hoofdrol wanneer je in een van die landen op bezoek bent. Dus als Japan een nul, Zuid-Korea twee nullen en Indonesië drie nullen van hun valuta zouden schrappen dan zou het allemaal een stuk gemakkelijker gaan.

Later blijkt dat ontwijken ook weinig zin heeft want overal langs de stadsmuur lopen er controleurs in burger die controleren of je een sticker, het bewijs van betaling, op je kleding draagt.
Het is heerlijk wandelweer! Rond het vriespunt en de zon schijnt aan een wolkeloze hemel. Tijd voor weer wat rust in de verwarmende zon en een bekertje koffie uit een van de automaten die je overal in Zuid-Korea kan vinden. De zon maakt me rozig en mijn gedachten dwalen af in mijn geheugen. We zijn al bijna vier weken in Zuid-Korea, nog een dag te gaan en het zit er alweer op. Het was niet altijd even gemakkelijk! We hebben onze momenten van strijd gehad maar gelukkig vergeet ik die snel. Ik ben namelijk ook niet altijd even gemakkelijk! Voor een moment sluit ik mijn ogen en denk aan de toekomst. En dan wordt ik op wrede wijze teruggebracht naar de werkelijkheid. Deze week gaan we voor Lyka weer een visum aanvragen in Kuala Lumpur. Oh, wat het ik een hekel aan dat gevoel om gegijzeld te zijn in afwachting van een visum. Voor mijn gevoel zo onrechtvaardig dat hele visumgedoe over de hele wereld.
‘Zijn er dan zoveel mensen met slechte bedoelingen? Is het zo moeilijk om aan de grens het kaf van het koren te scheiden?’
Wat zal het een opluchting zijn wanneer Lyka over twee jaar haar verblijfsvergunning heeft en later zelfs een Nederlands paspoort! Weg alle grensproblemen!
Lyka haalt me uit mijn gedachten: ‘Kom op, we gaan verder!’

Terwijl we langzaam over de oude stadsmuur verder slenteren blijven mijn gedachten bij de komende maanden. Ik heb het hier allemaal al een keer gezien dus ik kan het me veroorloven om aan andere dingen te denken. Dat visum zou eigenlijk geen problemen moeten geven! Maar wat als Lyka voordat we in 2013 naar Nederland gaan het “Basisdiploma Inburgering” zou halen?
Wat als Lyka mee zou kunnen op een MVV in plaats van een toeristenvisum? Ik kijk naast me en zet het meteen weer van me af.
‘Niet rennen voordat je kan lopen!’, is een wijs gezegde.
De op een na laatste avond in Seoul staat in het teken van de voorraadkast leegmaken. Ik hou van lekker eten maar ik heb ook een hekel aan eten weggooien. Op de kamer gaat de laatste spam met een paar boterhammen eraan. Morgen gaan we dan voor de laatste keer heerlijk Koreaans eten. Voor nu een koud biertje en wat lezen, morgen is onze laatste dag in dit fantastische land. De komende week wordt een belangrijke! Een visum voor Lyka en een diagnose voor mijn kreupele D700.
Copyright/Disclaimer