Posts tonen met het label Zuid-Korea. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zuid-Korea. Alle posts tonen

maandag 19 november 2012

Zuid Korea: Paniek bij McDonald’s

Zuid Korea: Paniek bij McDonald’s
Seoul (Songwontel (301)

Het is vandaag alweer de laatste dag is Seoul, en om eerlijk te zijn vindt ik het na ruim een week in deze stad - en vier weken in dit land - ook een juist moment om weer te vertrekken. Zelf zal ik zeker nog wel een keertje hier terugkomen maar of Lyka dan meegaat weet ik zo net nog niet.
Het weer zit ons in ieder geval niet mee op deze laatste dag in Seoul. De regen komt gestaag uit de hemel - niet dat het stortregent maar het blijft een stevige hoeveelheid water die naar beneden komt - zodat we ons zonder een woord tegen elkaar te zeggen naar de gouden bogen haasten voor het laatste ontbijt. De paraplu hebben we maar in het hotel gelaten want de weersvooruitzichten zijn beter en in de loop van de dag moet het weer droog worden.
In neem plaats in de voor mij nu ondertussen wel bekende rij en zie meteen dat er geen enkele van de bekende gezichten op deze ochtend aanwezig is. Jammer! Ik had ze graag bedankt voor de goede en vriendelijke service en afscheid van de verlegen meisjes genomen.
Maar ik zou meer krijgen dan me lief is! Na ongeveer 13 nachten in Seoul te hebben doorgebracht en hier zeker zeven keer het ontbijt te hebben gebruikt dan zou je niet verwachten dat je problemen krijgt bij het bestellen! Mede omdat de bestelling elke keer exact hetzelfde was als de keer ervoor!
Ik ben dus aan de beurt en bestel twee “Sausage McMuffin with Egg”, een zwarte koffie en een koffie met melk. Het meisje achter de kassa slaat de broodjes aan en en slaat bij het horen van de koffie met melk op tilt. Voor een moment gebeurt er niets. Ze kijkt me alleen maar schaapachtig aan. Dus ik denk dat ze me niet heeft verstaan en ik ratel de bestelling nog maar een keer - deze keer met een nog duidelijkere uitspraak - op terwijl de rij klanten achter mij langzaam aangroeit. Er gebeurt nog niets. Ik kijk haar recht in de ogen aan en met twee vooruitgestoken armen maakt ze een schuifbeweging naar rechts als teken dat ik èven aan de kant moet gaan staan. Verbaast stap ik aan de kant en de volgende klant wordt geholpen. Terwijl ik daar sta kijk ik verbaasd over mijn schouder naar Lyka die net zo verbaasd is als ik dat er niets gebeurt.
De eerste klant na mij verlaat de counter met een  “Sausage McMuffin with Egg” en een zwarte koffie! Er is in ieder geval voorraad! De tweede klant wordt geholpen en verlaat even later de counter met haar bestelling.
Om te voorkomen dat ik er volgende week nog sta, stap ik voor de volgende klant weer in de rij. Die klant heeft mijn probleem waarschijnlijk herkend.
‘Kan ik u misschien helpen?’, vraagt hij behulpzaam.
Ik leg hem uit wat we willen bestellen en na een korte discussie tussen het meisje achter de kassa en de behulpzame man komt de aap uit de mouw! Koffie met melk kan niet in combinatie met het broodje. De twee moeten apart besteld worden. Dat kost niet alleen een euro meer maar je krijgt ook geen hashbrown!
Ik krab me op mijn hoofd omdat ik het nu even ècht niet meer begrijp. De vorige zes keer was er absoluut geen probleem en nu is het op deze regenachtige maandagochtend in november onmogelijk. Zodra ik het hele verhaal aan de behulpzame man heb uitgelegd begint hij opnieuw een discussie met het meisje achter de kassa. Tevergeefs! Nou, doe dan maar twee “Sausage McMuffin with Egg” en twee zwarte koffie. Het meisje lacht beduusd nu ze zichzelf uit deze moeilijke situatie heeft gewurmd.
Met de bestelling op het bekende bruine dienblad loop ik even later naar het tafeltje aan het raam waar Lyka op me zit te wachten. Die wil ook graag wil weten wat er nu weer aan de hand was. Ze kan haar oren niet geloven en we beginnen hard lachend aan het ontbijt.
In mijn ooghoek zie ik de - mij bekend voorkomende - manager achter de counter verschijnen. Ik sta rustig op en vraag of ik een beetje melk kan krijgen voor in de koffie. En dat is geen enkel probleem. Dan breekt mijn klomp. Het meisje achter de kassa kijkt me verontschuldigend en verlegen aan. En op dat moment valt het kwartje en begrijp ik wat er aan de hand is.
Dit is McDonald’s! Discipline is streng en de lijst met regels is langer dan de lijst met werknemers. Ooit geprobeerd een hamburger zonder augurk te bestellen? Da’s haast onmogelijk! Dat werkt als zand in de soepel draaiende raderen van de geoliede hamburgermachine. Alles in de keuken bij de gouden bogen is geteld en wanneer er tijdens de dagelijkse inventarisatie blijkt dat er een schijfje augurk teveel is - of te weinig - dan zijn er fouten gemaakt! Ontevreden klanten gemaakt! Die kunnen gaan klagen op twitter en facebook dat het schijfje augurk niet op hun broodje zat! En dat is iets dat het hoofdkantoor in Oak Brook (Chicago), IL, niet leuk vinden!
In mijn geval ging het dus om de melk. Een ingrediënt dat je niet kan tellen. De een gebruikt het en de ander niet. Het is dus minder gevoelig dan de tot in procenten uitgerekende andere ingrediënten. Het nieuwe meisje, met strikte opdrachten kon/mocht nog niet haar gezonde verstand gebruiken om een scheutje melk aan de hete koffie toe te voegen. De manager, die haar strepen in de keuken al heeft verdient, verbuigt de regels een beetje met gevolg dat er toch weer een tevreden klant is. En zo zijn we weer waar we moeten zijn. Wanneer we het restaurant voor de laatste keer tijdens ons bezoek verlaten kijk ik nog een  keer over mijn schouder.
‘Tot ziens, en hopelijk tot weerziens.’
Nu, op deze laatste dag in Seoul realiseer ik me meer dan ooit te voren hoe fijn ik het hier in Zuid-Korea vindt. Bijna alles is - zoals in Japan - tot in de puntjes geregeld in de onbekende land, met prijskaartjes die je in Thailand zou verwachten. Dit is mijn tweede bezoek, de eerste keer was ik hier ongeveer vijf jaar gelden in het voorjaar.
De drang om nog een keer terug te gaan naar plaatsen die ik al eens heb bezocht wordt steeds sterker. Niet omdat ik geen nieuwe bestemmingen meer over heb maar omdat ik in een ander jaargetijde wil gaan. Terwijl ik dit schrijf, in Bangkok 30 januari 2013, kijk ik snel naar de weersverwachting voor Taipei (Taiwan). 22, 24, 24, 26, 25, 24 graden in de middag. Dat zou best wel eens mijn bestemming voor volgend jaar kunnen zijn.
Met de ondergrondse gaan we net als gisteren naar het “Yongsan Station”, niet voor de trein maar voor de enorme elektronica markt die er in een winkelcentrum naast het station is. Vier oneindige verdiepingen met Koreaanse - en tegenwoordig ook heel veel Japanse - elektronica. Niet dat ik ècht wat nodig heb maar een nieuwe riem voor mijn camera zou welkom zijn want de reserve schoenveters beginnen nu uit te rekken en lijken meer op elastiek dan schoenveters.
De “Yongsan Electronics Market” is niet wat ik ervan gehoopt had. Eindeloze rijen toonbanken, opgezet in het vierkant als een fort, om je van alle kanten van dienst te kunnen zijn. Honderdduizend digitale camera’s zonder een prijskaartje! De lastige altijd roepende verkopers kijken je aan en het rad van fortuin met de vraagprijzen begint in het hoofd van de verkoper te draaien. Duizelingwekkende bedragen in Koreaanse won waar een normaal mens een rekenmachine voor nodig heeft. Nee schudden en een vraagprijs die onmiddellijk wordt gehalveerd. Nee, dit is het niet!
Dan maar een bakkie koffie onderaan de roltrap van het “Yongsan Station” en mensen kijken. Observeren van een erg vreemd ras, een vreemde samenleving en eigenlijk is alles hier vreemd en ons onbekend. Observatie: Slechts één op de honderd heeft grijs haar! Aandelen in een fabriek van haarverf blijkt een soliede investering.
Misschien wel de allermoeilijkste opdracht van deze reis staat me nu te wachten. We gaan te voet op het hotel aan. Onderweg wacht het “Seoul War Museum” op ons en ik moet Lyka van mijn goede bedoelingen zien te overtuigen. Het is een dag om door te komen.
Het is een gure dag, de regen heeft plaats gemaakt voor een alles doorklievende ijskoude wind uit het noorden. Met elke stap - onze neuzen recht in de wind - komt de winter een stukje dichterbij. Het duurt dan ook niet zo erg lang voordat Lyka begint te klagen. Diep in me kan ik haar geen ongelijk geven, het is afzien! Maar om de een of andere onverklaarbare reden hou ik ervan om mezelf deze dingen aan te doen. Het bewust opzoeken van een meteorologische marteling zodat de warmte straks extra goed aanvoelt. Maar voor Lyka is harde poolwind een extra moeilijke hindernis. Ze smeekt al weken om sneeuw maar is zich er niet van bewust dat de ijzige kou een bijproduct is dat je ook voor lief moet nemen.
Gelukkig weet ik haar te overtuigen van mijn goede bedoelingen voor deze wandeling. Een kwartier later slaan we rechtsaf een zijstraat in, de ijzige wind verandert in een koele bries. Het “Seoul War Museum” ligt in de luwte van de berg die “Namsan Park” heet. Het is er op dit tijdstip van de dag opvallend rustig en een herinnering van vijf jaar geleden komt weer in me boven. Op maandag gesloten! Zonder hierover ook maar een woord tegen Lyka te zeggen, en alleen maar om tijd te rekken om deze dag vol te kunnen maken, lopen we op het enorme grijze gebouw af.
Een enorme tempel om het kapitalisme te vereren en het communisme te verketteren. Een tempel ter verheerlijking van de oorlog en tegelijk een monument voor de velen soldaten, uit meer dan twaalf verschillende landen onder de vlag van de Verenigde Naties, en de burgers die voor de vrijheid hun leven hebben gelaten op de kale slagvelden van het Koreaanse schiereiland.
Buiten staat al het grote oorlogstuig opgesteld. Indrukwekkend door de enorme afmetingen en aantallen. Zoals het hier staat zijn ze zo ongevaarlijk als een opgezette leeuw maar ze zijn zo dodelijk als een tijger in de strijd! Gelukkig maken de opgestelde vliegtuigen en pantservoertuigen een enorme indruk op Lyka en ze raakt geïnteresseerd in de geschiedenis van het Koreaans conflict. Mede omdat er op de Filipijnen ook stevig is gevochten tijdens de tweede wereldoorlog. Met veel plezier vertel ik haar alles wat ik weet over het Koreaanse conflict.
De naam “General Douglas McArthur” brengt een brede glimlach op haar gezicht en wakkert haar nieuwsgierigheid aan. De generaal sprak op 20 maart 1942, na zijn miraculeuze ontsnapping per boot van “Corrigador Island” in de baai van Manila, bij aankomst in Australië de volgende woorden: ‘I came through and I shall return’, een uitspraak die hij op 20 oktober inloste met het voet aan wal zetten op “Leyte Island”. Een actie die hem onsterfelijk maakte op de Filipijnen en die hem voor altijd in alle Filipijnse harten sloot. Er is geen stad of dorp zonder een weg of straat die naar “General Douglas McArthur” vernoemt is.
De beroemdste uitspraak van MacArthur is voor ons is waarschijnlijk: Old soldiers never die, they just fade away. Die hij sprak tijdens zijn ontslag uit de actieve dienst.
Na deze korte geschiedenisles kijken we nog wat rond en gaan op zoek naar de lunch. De laatste lunch! Alles is of wordt nu de òf het laatste, de dag waar ik het meeste hekel aan heb. Afscheid nemen gaat me na al die jaren reizen steeds slechter af. Het is bijna altijd of ik een stukje van mezelf achterlaat.
Zodra we weer rechtsaf slaan, de lange brede Hangang-dearo op, en in de volle wind terecht komen merken we meteen dat de wind is aangezwollen tot een stevige storm. Zelfs ik vindt het guur met mijn drie lagen outdoorkleding. Wat moet mijn vrouw, een orchidee uit de tropen, hier wel niet van vinden? Lang hoef ik niet te wachten op het antwoord.
‘Wat is het koud! Ik kan mijn eigen gezicht niet meer voelen!’, roept ze luid om de wind die rond haar capuchon raast te overstemmen.
‘Het is niet zo ver meer!’, roep ik terug.
‘Waar is de metro?’, vraagt ze lichtjes aangebrand.
‘Een eindje verderop!’, antwoord ik terwijl ik vooruit recht in de snijdend koude wind wijs, ‘maar we gaan eerst eten!’
Ze knikt instemmend en haar ijskoude - haast bevroren wangen - proberen samen met haar mond een glimlach te vormen. Ze heeft nog nooit zo wit gezien!
Na een worsteling van ruim een half uur met de winterse elementen stappen we een restaurant binnen waar de grootste groep lunchers net is vertrokken. Het is al bijna twee uur en ik hoop dat er nog wat warms in de pot zit. Gimbap met tonijn is lekker maar niet wanneer je tot op het been toe verkleumd bent! De dames in restaurant spreken prima engels en onze lunch is snel besteld. Twee maal pittig varkensvlees op rijst! We moeten er verkleumd uit hebben gezien want we krijgen extra soep van de vriendelijk glimlachende serveerster.
De chilisaus in combinatie met de warme soep verspreiden hun gloed door de koude lichamen. De een met de pittigheid van de gemalen chilipepers en de andere met haar temperatuur. Lyka’s humeur, dat evenredig met de thermometer flink was gedaald, wordt ook weer beter en een flink meningsverschil wordt maar net voorkomen. Zonder ook maar een woord te wisselen lepelen we de heerlijke lunch naar binnen. De zwarte aardewerken potten zijn leeg en wij zijn vol.
‘Wat gaan we nu doen?’, vraagt ze terwijl ze tegelijk met een dodelijke blik duidelijk maakt dat het vandaag niet gekker moet worden.
‘Metro, een doughnut met een koffie en dan naar de kamer!’
Haar gezicht klaart op en ze beseft dat onze reis in Zuid-Korea er op zit. We hebben voldoende moeilijke momenten gekend maar ook veel mooie herinneringen om naar terug te kijken.
Op onze vaste plaats - achter het glas van Dunkin’ Donuts - kijk ik voor de laatste keer naar de elektronische melder die gaat trillen en piepen wanneer je koffie op het buffet klaarstaat. En terwijl je wacht draaien er de eindeloze reclames voor de doughnuts en koffie van Dunkin’ Donuts op het kleine apparaat.
Lyka vindt weer een open netwerk en verdwijnt op het internet.
De eindeloze stroom mensen die buiten aan me voorbij trekt vindt ik veel interessanter! Mensen op weg naar huis, mensen op weg naar hun werk door het koude winterweer dat hier heel normaal is.
Zelf heb ik ook genoten van het weer. Het frisse knapperige winterweer - ik kan er geen ander woord voor vinden - en niet het kleffe dampige vochtige klimaat dat we gewend zijn  van de tropen. Hap na hap, slok na slok komen de herinneringen van de afgelopen vier weken aan me voorbij. Ik kijk over mijn schouder en zie dat Lyka nog steeds druk met facebook bezig is.
‘We hebben het samen zo slecht nog niet!’
‘We moeten allebei nog veel van, en over elkaar leren!’
Het schoteltje en de papieren beker zijn leeg. Nu nog de rugzakken inpakken en avondeten, de allerlaatste loodjes.
Er zijn nog voldoende Koreaanse won over om “hem voor de laatste keer eens flink uit de broek te laten hangen”. Ik weet niet waar het gezegde vandaan komt maar wel wat het betekend: Nog een keer flink de bloementjes buiten te gaan zetten.
Na een kort overleg komen we uit op een restaurant net om de hoek. De beef BBQ in combinatie met de super Dolsot. En die smaakt alsof we vandaag in Korea zijn aangekomen. Ja, Zuid-Korea is een bestemming die ik iedereen met een gerust hart kan aanbevelen. Cultuur, natuur, strand, bergen, bossen en heel veel lekker eten.

Een laatste biertje op de kamer en slapen. Morgen moeten we echt vroeg op!

zondag 18 november 2012

Zuid Korea: Suwon

Bangkok (93 Mansion (210) 30 januari 2013

Lyka is naar school en ik heb tijd om de hele ochtend te schrijven. Het boek over Steef blijft vandaag gesloten! Dus de voorlaatste dag van onze reis, vorig jaar november, in Korea geschreven vandaag. Het is ruim twee maanden later nu ik dit verhaal in Bangkok schrijf. Zo maar uit mijn geheugen. Gebeurtenissen waar de scherpe kantjes als bij gebroken glas in de branding vanaf is gesleten. Zodra ik weer nieuws heb uit Bangkok gaat dat vanzelfsprekend weer voor.


Seoul (Songwontel (301)

De liefde en verdraagzaamheid tussen ons is weer teruggekeerd. Wat haar drijft is me nog steeds onduidelijk dat zal waarschijnlijk ook wel voor altijd zo blijven. Maar we genieten er maar van zolang het duurt. Zodra ik het kleine raam boven het bed open schuif vallen me twee dingen meteen op. De lucht buiten is weer staalblauw en de koude buitenlucht raakt me als een vuistslag. Het is echt koud! De winter komt nu snel dichterbij en het wordt tijd om afscheid te nemen van Zuid-Korea. Lyka heeft kunnen proeven van de winter in Nederland, inclusief de vrieskou en de ijzige regen.
Na de burgers en een gebakken eitje van McDonald’s gaan we op pad naar Suwon. Een oude vestingstad ten zuiden van Seoul. Vijf jaar geleden heb ik daar een fijne dag gehad met Andy. Herinneringen borrelen op in mijn geheugen. Andy, een vriendelijke maar wat verwarde jongen die op de vlucht was voor iets uit Japan.
De meisjes achter de counter zijn nu gewend aan mijn dagelijkse verschijning maar nog steeds een beetje verlegen zwaaien ze naar me wanneer we het fastfood restaurant verlaten.
‘De bus!’, roep ik luid terwijl we op het trottoir stappen.
Lyka kijkt me verbaasd aan alsof ik net mijn verstand heb verloren.
‘Ja, we nemen de bus!’, leg ik haar uit.
‘Weet jij dan hoe dat werkt?’, vraagt ze.
‘Nee, geen idee! Maar dat maakt het juist avontuurlijk’
Lyka schud haar hoofd alsof ik voor de zoveelste keer mijn verstand heb verloren. Op een display aan een paal naast de bushalte probeer ik het “Yongsan Station” te vinden. Tachtig procent van de informatie is in het Koreaans maar de belangrijkste bushaltes zijn ook in het engels. Ik ben al een tijdje bezig wanneer ik hulp krijg van een kleine Koreaanse man.
‘Waar moet u heen?’, vraagt hij in gebrekkig engels.
‘Yongsan Station!’
‘Ohh, dan moet u bus nummer 501 hebben!’
‘Now, bedankt!’, Lyka staat erbij en kijkt er naar.

De openbaar vervoer chipkaarten zijn ook in de bus te gebruiken en zo zoeven we even later door de ochtendspit van Seoul.
De truc op het “Yongsan Station” kan ik me nog van de vorige keer herinneren.
De treinen die hier voorbij komen gaan verderop op de lijn ombeurten links en rechtsaf. De ene gaat naar Incheon en de andere richting Suwon. Het is dus belangrijk dat je weet in welke trein je moet stappen. Ik kijk nog eens goed op mijn kaart en zie dat het eerste Koreaanse teken van Suwon (수원역) op een kleine kerstboom lijkt. Ik weet het! Het is behelpen. Je had het ook kunnen vragen! Maar vanaf nu zoeken we die mini kerstboom voorop de trein.
Bij aankomst in het enorme station van Suwon, in Korea hebben ze ook, net als in Japan, geprobeerd de vorige crisis op te lossen door veel en heel groot te bouwen, komt het me meteen bekend voor. Voor een moment of twee denk ik na terwijl ik eens goed om me heen kijk. Lyka bedenkt op haar beurt wat we voor vandaag nog nodig hebben. De hoofdstraat tegenover de uitgang van het station kunnen we niet missen en ik weet zeker dat die naar het oude fort van Suwon leidt. Tientallen restaurants gaan er aan ons voorbij totdat we een vrouw dikke gimbap’s in de etalage van het restaurant zien rollen. Een blik naar elkaar is voldoende en we stappen naar binnen.
‘Kamchi Gimbap?’, vraag ik en de vrouw kijkt me verbaasd aan.
Ze knikt zonder een woord te zeggen en ik steek op mijn beurt twee vingers op. We staan erbij en we kijken er naar. De vrouw rolt soepel twee polsdikke gimbap’s met tonijn. Onze lunch voor vandaag. We zijn nu helemaal klaar voor de wandeling over de oude stadsmuren van Suwon. Nou ja oude, ze zullen ook wel hersteld zijn de allesvernietigende Koreaanse burgeroorlog in de begin jaren vijftig van de vorige eeuw.
Zodra we de muur hebben gevonden, we waren helaas een keer verkeerd gelopen, vallen we op een bankje in de zon neer om wat te rusten. Het is al bijna half een dus een goed moment om ook meteen maar te lunchen. We halen de hete thee, bananen en gimbap’s tevoorschijn. Wat een heerlijke lunch op een heerlijke dag op een mooie lokatie! Geen enkele Koreaan die langs wandelt kijkt raar van die twee toeristen op! Het is de Koreaanse stijl om zo te lunchen en te genieten van de natuur.

Na het eten laten we de lunch nog voor een moment zakken en gaan dan op zoek naar het pad. Eenmaal op het pad kan je niet meer verkeerd lopen! De muur klimt en daalt met de glooiing van de berg. Mooie vergezichten worden afgewisseld met lelijke moderne betonnen kolossen die het uitzicht verpesten. Vanzelfsprekend ligt het oude fort nu midden in de stad.
Ergens langs de route wordt er plotseling entree geheven voor de UNESCO Heritage Site. Ons maakt het niet zoveel uit om 2000 Won (€ 1,36) voor ons tweeën te betalen voor het onderhoud van zoiets moois maar de vijf Russische jongens die achter ons lopen zouden het liefst op de vlucht zijn geslagen. Vol ongeloof volg ik al hun pogingen om onder het betalen van het entreegeld uit te komen. Uiteindelijk moeten ze toch capituleren en betalen met tegenzin € 1,36 per persoon, want anders zouden ze het hele pad terug hebben moeten lopen. Ja, het is niet altijd even mooi met die onbeschofte schreeuwlelijkerds in de buurt.

Even terzijde: Dit probleem heeft volgens mij alles te maken met de ongeschreven wet van de grote valuta bedragen. Het zou veel beter zijn als we op de wereld de verschillende waardes op elkaar zouden afstemmen. Een voorbeeld voor een biertje in de supermarkt in verschillende landen die ik heb bezocht:

Nederland 1 euro, Maleisië 8 ringgit (€ 1,94), Thailand 34 baht (€ 0,85)
Japan 120 yen (€ 0,90), Zuid-Korea 1500 won (€ 1,02), Indonesië 13000 roepia (€ 1,00)

Wanneer je deze rij afloopt zal de ene prijs hoger aanvoelen dan de andere terwijl ze allemaal, met uitzondering van Maleisië, rond de euro liggen. En vaak speelt dat gevoel een hoofdrol wanneer je in een van die landen op bezoek bent. Dus als Japan een nul, Zuid-Korea twee nullen en Indonesië drie nullen van hun valuta zouden schrappen dan zou het allemaal een stuk gemakkelijker gaan.

Later blijkt dat ontwijken ook weinig zin heeft want overal langs de stadsmuur lopen er controleurs in burger die controleren of je een sticker, het bewijs van betaling, op je kleding draagt.
Het is heerlijk wandelweer! Rond het vriespunt en de zon schijnt aan een wolkeloze hemel. Tijd voor weer wat rust in de verwarmende zon en een bekertje koffie uit een van de automaten die je overal in Zuid-Korea kan vinden. De zon maakt me rozig en mijn gedachten dwalen af in mijn geheugen. We zijn al bijna vier weken in Zuid-Korea, nog een dag te gaan en het zit er alweer op. Het was niet altijd even gemakkelijk! We hebben onze momenten van strijd gehad maar gelukkig vergeet ik die snel. Ik ben namelijk ook niet altijd even gemakkelijk! Voor een moment sluit ik mijn ogen en denk aan de toekomst. En dan wordt ik op wrede wijze teruggebracht naar de werkelijkheid. Deze week gaan we voor Lyka weer een visum aanvragen in Kuala Lumpur. Oh, wat het ik een hekel aan dat gevoel om gegijzeld te zijn in afwachting van een visum. Voor mijn gevoel zo onrechtvaardig dat hele visumgedoe over de hele wereld.
‘Zijn er dan zoveel mensen met slechte bedoelingen? Is het zo moeilijk om aan de grens het kaf van het koren te scheiden?’
Wat zal het een opluchting zijn wanneer Lyka over twee jaar haar verblijfsvergunning heeft en later zelfs een Nederlands paspoort! Weg alle grensproblemen!
Lyka haalt me uit mijn gedachten: ‘Kom op, we gaan verder!’

Terwijl we langzaam over de oude stadsmuur verder slenteren blijven mijn gedachten bij de komende maanden. Ik heb het hier allemaal al een keer gezien dus ik kan het me veroorloven om aan andere dingen te denken. Dat visum zou eigenlijk geen problemen moeten geven! Maar wat als Lyka voordat we in 2013 naar Nederland gaan het “Basisdiploma Inburgering” zou halen?
Wat als Lyka mee zou kunnen op een MVV in plaats van een toeristenvisum? Ik kijk naast me en zet het meteen weer van me af.
‘Niet rennen voordat je kan lopen!’, is een wijs gezegde.
De op een na laatste avond in Seoul staat in het teken van de voorraadkast leegmaken. Ik hou van lekker eten maar ik heb ook een hekel aan eten weggooien. Op de kamer gaat de laatste spam met een paar boterhammen eraan. Morgen gaan we dan voor de laatste keer heerlijk Koreaans eten. Voor nu een koud biertje en wat lezen, morgen is onze laatste dag in dit fantastische land. De komende week wordt een belangrijke! Een visum voor Lyka en een diagnose voor mijn kreupele D700.

zaterdag 17 november 2012

Zuid Korea: Koorts

Seoul (Songwontel (301)

Deze nacht was niet zo slecht als de vorige maar toch heb ik liggen zweten als een otter. Een klam laken en dekbed als gevolg. Vandaag ben ik er in alle vroegte alleen op uit gegaan om bij McDonald’s een ontbijt voor ons te gaan halen. In alle rust en vrede eten we de broodjes en genieten van de vers gezette hete koffie.
‘Dat was nog eens een goed idee!’, lacht Lyka me toe.
Het is koud maar zonnig buiten.
We zijn lui en ik ben ziek, weer minder dan gisteren en nog steeds spookt die vraag door mijn hoofd: ‘Waar ben ik in hemelsnaam nu zo beroerd van geworden?’
Lekker ontspannend lezen met een beker koffie binnen handbereik. En plotseling weet ik het! Lyka kijkt me verbaasd aan als ik uit het bed spring en een houding aanneem om haar wat uit te gaan leggen. Met open mond en ogen staart ze me aan.
‘Weet je nog van die gratis soep in de dierentuin?’
Ze knikt.
‘Dat is het enige dat ik gegeten heb en waar jij alleen naar hebt gekeken!’
Ze knikt opnieuw als teken dat ze het begrijpt.
‘Die in stukken geknipte huishouddoekjes en die sponsjes, die moeten de oorzaak zijn!’
Er verschijnt een voorzichtige glimlach op haar mond en we zijn blij dat we eindelijk de oorzaak van mijn probleem hebben gevonden. Tot lunchtijd luieren we op bed in de toch wel comfortabele kamer. Mocht ik hier in de toekomst weer in de buurt zijn dan zou ik zeker weer in dit hotel slapen.
Een snelle boterham met de laatste spam uit het blik en we gaan op pad. We gaan naar het “Children’s Grand Park”. De tweede dierentuin in vier dagen maar dat maakt ons niets uit. Het park is gratis en het is niet al te ver weg. We zijn nu ondertussen bekend met de weg in het ondergrondse station van “Jongno-3(sam)-ga” - een knooppunt van drie metrolijnen onder ons hotel - dus we zitten al snel in een trein richting het park.
Wat me nu plotseling opvalt  -in vergelijking met de vorige keer dat ik in Seoul was - zijn zijn de colporteurs, of beter gezegd het ontbreken van de “uit de koffer verkopers” in de trein. Voor een moment denk ik aan vijf jaar geleden!

Een man rent de trein in. Opent zijn koffer. Vraagt de reiziger door zijn kleine megafoon om zijn aandacht. Legt uit wat en voor hoeveel hij verkoopt. Rekent af en pakt in. Sluit de koffer en binnen enkele minuten is hij weer uit de trein verdwenen. Het waren steeds interessante en grappige momenten.

Wij zijn al overstapt en bereiken het “Children’s Grand Park”. De zon schijnt en een koude wind blaast door de brede straten van Seoul. Uit de wind en in de zon is het nog wel aangenaam dus ik ga eerst op zoek naar een bekertje koffie. Na de ontdekking wat me zo ziek heeft gemaakt lijkt ook het laatste restje pijn uit mijn lichaam verdwenen.
Het park is leuk ingericht en het is er druk. De geasfalteerde paden slingeren tussen paviljoens door en langs kabbelende beekjes. Die Koreanen zijn echte buitenmensen. Hoewel ze zeker 50 Koreaanse tv-kanalen tot hun beschikking hebben trekken de meesten er toch op uit wanneer het weer het toelaat. Via een lange omweg - met twee koffie op een heerlijk beschutte plaats in de zon - komen we aan de achterkant van het park bij de gratis dierentuin terecht.
‘Gratis?’
Dat intrigeert me! Korea heeft dan wel één van de hoogste staatsschulden ter wereld maar  moedertje staat heeft de zorg voor haar bevolking (nog) niet afgestoten. Van kraakheldere openbare toiletten tot schitterende gratis - of voor heel weinig - te gebruiken parken zijn overal aanwezig. Dat is in mijn ogen een schril contrast met Nederland waar je € 0,50 voor een vuil toilet op een station moet betalen - tenminste als het station toiletten heeft - of € 12,50 voor een dierentuin met een handjevol dieren die gefrustreerd in hun kooien heen en weer lopen.
Zoals zo vaak stel ik me opnieuw de vraag: ‘Waar zijn we in Nederland toch fout gegaan?’
Het paviljoen met de zeehonden heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op Lyka. Dat zijn dieren die ze nooit in het echt heeft gezien. Maar nog beter, je kan ze ook onderwater bekijken. Met grote open ogen straat ze vol verbazing en bewondering naar de gracieuze zwembewegingen van de waterzoogdieren te kijken. Ik moet toegeven dat ik zelf ook geniet van de show. Het moet toch heerlijk zijn om je kinderen elke zaterdag hiermee naar toe te nemen?
De rest van de dieren zijn niet echt spectaculair voor een volwassene maar de kinderen vermaken zich prima. Eigenlijk zijn alleen de dieren kinderkamer - een verzameling van net geboren en heel jonge dieren - interessant en de de leeuwen. In de eerste is het drukkend warm, een onaangenaam verschil met buiten zelfs. “Geen foto’s” en “stil zijn” geven de cartoons op de toegangsdeur aan voordat we naar binnen stappen.
De leeuwen zijn schitterend en zelfs beter dan in de dierentuin die we eerder deze week hebben bezocht.
Lyka wil nog wat eten en ik sla deze keer maar over. Ik voel me prima maar ik wil het wankele evenwicht in mijn lichaam nog niet verstoren. In de cafetaria van het park is een restaurant van een bekende Koreaanse fastfood keten gevestigd. Alle Koreaanse klassiekers worden er geserveerd en het is er een drukte van jewelste. Ik overhandig Lyka een briefje van 10.000 Won en vertel dat ze maar alvast in de rij moet gaan staan terwijl ik op zoek ga nar een zitplaats. Verbaasd kijkt ze me aan!
‘Wat moet ik bestellen?’, vraagt ze.
‘Wat je wilt eten!’
‘Wat is hier lekker?’
‘Ja, hoe moet ik dat nu weten?’
‘Wil jij niets?’
‘Nee, na al die koffie doe ik even rustig aan.’
‘Dan hoef ik ook niets!’
‘Waarom niet, je hebt toch trek?’
‘Ja, ik lust wel wat maar ik weet niet wat of hoe te bestellen!’
‘Kom op schat, even nadenken dan lukt het wel!’
‘Kun jij niet voor me bestellen?’
‘Pffffff, OK. Wat wil je eten?’
‘Dat weet ik niet. Ik loop wel even met je mee!’
‘Maar wie loert er dan op een plakje aan een tafel?’
‘Laat maar, ik hoef al niets meer!’, ze geeft me het geld terug, als een blind paard gaat ze er vandoor en laat me alleen in de cafetaria achter.
Dat zijn nu van die momenten waar ik nog steeds aan moet wennen! Het is toch niet al te ingewikkeld om eten te bestellen. Je kijkt naar een plaatje, controleert de prijs die er onder of naast staat, wijs het aan als je aan de beurt bent en reken af. Je weet hoeveel geld je terug moet krijgen.
Precies op dit moment staat er een modelechtpaar met twee kleine kinderen op de man in kwestie knikt als bevestiging dat de tafel is vrijgekomen. Ik trek mijn jas uit en ga zitten op een van de vrijgekomen stoelen. Het duurt niet lang of Lyka staat weer naast me met haar uitgestoken hand als teken dat ze het geld weer terug wil hebben. Met een gezicht dat op onweer staat sluit ze achter aan in de rij wachtende mensen.
Een bonnetje met een groot nummer verteld wanneer haar eten klaar is. En wat zou ze hebben besteld? Ik zal nog even moeten wachten want demonstratief wordt het grote zwijgen ingezet. Ik vraag me af wat ik hier eigenlijk aan het doen ben neem me voor dat dit wellicht onze laatste reis samen is.
Ik maak haar er op attent dat het nummer verschijnt op de grote display boven de counter. Met een lang gezicht grijpt ze haar bonnetje en gaat haar verlate lunch ophalen. Vol verwachting blijf ik achter wat ze zou hebben besteld.
De drie gefrituurde kipkluifjes met het bolletje rijst zijn de foto niet waard. Ze schijnen ook niet te smaken want Lyka zit met lange tanden - als een roofdier - aan de goudgele kluifjes te plukken. En natuurlijk is het allemaal mijn fout!
Ik probeer het maar gewoon aan me voorbij te laten gaan maar dat druist tegen mijn natuur in. Zodra ik nog een koffie heb lopen we de cafetaria uit. Het is al bijna vier uur en een goed moment om voorzichtig aan de uitgang op te zoeken. Mijn verhaal over de uitleg is niet welkom, zoals alle opbouwende kritiek overigens. De zoveelste dag is verpest! Om niets! Mijn mogelijkheden raken zo onderhand uitgeput en ik moet me er misschien toch maar bij neerleggen dat het reizen niet voor iedereen weggelegd is. Dan is alleen reizen toch beter dan met een een enorme last op je schouders!
In de metro terug naar het hotel spreken we geen woord. Dit drijft niet meer over! Jammer! Drie grote flessen bier uit de supermarkt en een paar oordoppen in. Radio 2 op de achtergrond zo’n 8.500 Km van huis. Internet en een paar foto’s, van schrijven komt niets want mijn hoofd staat er niet naar. Ik vecht tegen de depressies. Ik ben ook niet meer zo sterk als vroeger.
Zonder een woord te zeggen sta ik op en kleed me aan. Lyka kijkt verbaasd op van haar Facebook.
‘Gaan we eten?’, vraagt ze.
‘Ja, laten we maar gaan eten. Ik heb trek.’
We gaan niet al te ver en niet al te avontuurlijk. GimGaNe is een voortreffelijk restaurant en de prijzen liggen er ook binnen ons bereik. We zouden eigenlijk nog een keer naar de Koreaanse BBQ gaan maar daar staat mijn hoofd vanavond niet meer na.
Na de menukaart voor de zoveelste keer uitvoerig te hebben bestudeert blijven de klassiekers in de keuken en ga ik voor iets nieuws. Udon noedels met rundvlees! Lyka lijkt ook geïnteresseerd in iets anders dan kip met rijst en kiest voor de Creamy Udon seafood. Het is een aangename afwisseling maar Lyka zit te worstelen met haar glibberige dikke noedels. De metalen eetstokjes maken het in ieder geval niet gemakkelijker! Gewoon met de vork door de midden snijden en met de lepel eten. Telepathie op zijn best en ook Lyka zit even later van haar eten te genieten.
We zijn ondertussen vaste klanten en onze klandizie wordt zeker op prijs gesteld. Als toetje krijgen we van de serveerster ieder twee mandarijntjes toegestopt. Vitamine C om de opkomende verkoudheid te lijf te gaan. Ik heb geen idee wat we morgen gaan doen maar ik ga in ieder geval niet de hele dag binnen zitten. Mijn lichaam voelt weer goed en de laatste drie dagen zal ik goed gebruiken in Korea.
Copyright/Disclaimer