dinsdag 23 maart 2004

Maleisië, Kuala Lumpur

Kuala Lumpur, 17-23/03/2004

Op woensdagochtend werd ik gewekt door mijn mobiele telefoon die nu zijn werk deed als wekker. Acht uur dus. Opnieuw waren er enkele jumbojet's in de douche naast mijn kamer opgestegen. Zoals verwacht kwam de taxi die ik gisteren had besteld niet opdagen. Ik zou dat stukje wel even lopen! Ik had vier broodjes ei gemaakt de vorige middag. Dat zou mijn lunch en snack zijn voor de dag. Onderweg nam ik een afslag te laat en mijn wandeling werd een kilometer langer dan ik verwacht had. Met een nat voorhoofd en een natte rug kwam ik bij het busstation aan. Een uurtje te vroeg, maar je weet nooit in deze landen. En als Nederlander ben ik natuurlijk altijd ruim op tijd. De bus van de "Transnational" stond al op de parkeerplaats te wachten. Ik hing wat rond en bekeek mijn mede passagiers die één voor één hun bagage in de buik van de bus plaatste. Ik hield natuurlijk meteen ook mijn eigen rugzak goed in de gaten.
Om kwart voor twaalf opende de chauffeur de deur en de passagiers snelden naar binnen. Eindelijk airconditioning! Toen het er op leek dat iedereen zijn plaats had ingenomen was de bus nog niet eens half vol. Ik had sowieso twee plaatsen voor mijzelf gehad. Toch was ik blij dat ik voor nog geen twee euro de gok om naast een ander te zitten niet had genomen. De chauffeur liep door de bus en controleerde de plaatsbewijzen. Achter mij ontstond een beetje commotie. Er zat een groep Vietnamese bouwvakkers in de bus. Ik had ze gadegeslagen toen ze alles wat ze bij hun hadden in de bagageruimte lieten verdwijnen. Rijst koker, ventilatoren, potten en pannen en nog meer van dat huishoudelijk spul. Waarschijnlijk sjouwden ze heel hun hebben en houden mee van bouwplaats naar bouwplaats. Zij spraken geen Maleis en de chauffeur geen Vietnamees. Vol interesse keek ik wat er zou gaan gebeuren. Ze zaten op de verkeerde stoelen. Snel een stoelendans opgevoerd en alles was opgelost.
Toen de chauffeur weer voor in de bus aankwam verwachtte ik dat we zouden vertrekken. Nee dus, de chauffeur stapte de bus uit en begon een sigaret te roken. Hij keek voortdurend om zich heen alsof hij op iemand stond te wachten. Hij keek nog eens goed op de passagierslijst, die in zijn kontzak was gestoken, en rookte nog een sigaret. Een Vietnamees probeerde een gesprek met mij te beginnen. Ik spreek helaas geen Vietnamees en hij geen andere taal. We waren dus zo uitgesproken, ook met alle goede wil in de wereld kwamen we geen steek verder. Ondertussen was het al kwart over twaalf en we waren dus 15 minuten te laat. Ik begreep er niets van. Toen hij de bus binnen kwam vroeg hij aan mij in kreupel Engels waar mijn vriend was. Ik begreep er niets van en probeerde voorzichtig iets meer te weten te komen wat hij nou precies bedoelde. Nou, dat was eenvoudig. De stoel naast mij was leeg dus hij miste een passagier! Toen ik hem had uitgelegd dat ik twee kaartjes voor mijzelf had gekocht keek hij mij onbegrijpend aan en nam kwaad plaats op de chauffeurs stoel. Met een zuurkijkende mopperende chauffeur gingen we richting Kuala Lumpur.
De reis ging voorspoedig en we stopten een enkele keer om passagiers op te pikken of af te zetten. Ook werd er een tweede chauffeur opgepikt die konstant in de deuropening stond te roken. Altans, totdat hij achter in de bus ging liggen slapen. De Vietnamesen achter mij waren meteen in een diepe slaap geraakt. Het was nu de eerste keer dat ik mijn nieuwe I-pod aan de test zou onderwerpen. En ik kan nu zeggen dat het één van de beste dingen is die ik op mijn reizen kan meenemen. Ik genoot meer dan vijf uur onafgebroken van mijn favoriete muziek terwijl ik naar buiten keek en het landschap in mij op nam. Toen ik in de verte de "Petronas Towers" en de "Menara Tower" zag opdoemen was ik blij om weer in KL te zijn. Net na een tol station stopte de bus en de Vietnamezen werden met hun hele handel in de berm van de autosnelweg afgezet. Een telefoontje van de buschauffeur en we reden weer verder het centrum van KL in. De twee chauffeurs gemeen en achterbaks lachend terwijl ze in het Maleis naar elkaar schreeuwden.
De bus reed direct naar het "Puduraya busstation" en daar was dan ook meteen het eindpunt van de busreis. Ik gooide mijn grote rugzak op de schouder en nam de kleine in mijn hand. Het was maar een ruime honderd meter naar de taxistandplaats. Ik probeerde een taxi te krijgen maar geen van de bandieten was geïnteresseerd in een korte rit naar mijn hotel. Nou ja, ze wilden wel maar ik moest dan meteen de hoofdprijs betalen. Vier maal het gewone tarief. Daar had ik geen trek in. Dan maar lopen. Ik liep met de volle bepakking richting mijn hotel. Een minuut of vijftien lopen. Best wel lekker na een hele dag in de bus te hebben gezeten. Het hotel was niets veranderd. De receptionist herkende mij meteen en begroette mij als een oude vriend, dat strijkt toch wel een beetje je ego. Ik begroette de hele staf van het hotel en nadat ik de formaliteiten had afgewikkeld ging ik naar mijn kamer. Het was een kamer naast die van vorig jaar. Het uitzicht was niet zo mooi maar het is toch een heerlijk hotel midden in het cetrum.
Ik friste mezelf op en liep een uurtje later het hotel uit voor mijn eerste avond in Kuala Lumpur. Zoals alle steden veranderd ook Kuala Lumpur elk jaar. Er was nu een nieuwe Ierse pub op de hoek en het guesthouse waar ik enkele jaren geleden met Kris een mooie tijd had gehad was gesloten. Of misschien nog open maar er was toch zeker niemand thuis. De grootste schok kreeg ik echter toen ik in China Town kwam. De vroegere o zo gezellige markt was nu overdekt en één van de belangrijkste straten was afgesloten wegens een renovatie om alles met een waas van kitsch te overgieten. Onbegrijpelijk!!! Één van de belangrijkste weekeinden in het jaar en het centrum is gewoon afgesloten. Gelukkig was mijn favoriete Chinese restaurant gewoon open en ik werd begroet door mijn oude vrienden, Mr. Lee zag er nog steeds gezond uit. Ik nam een stoel aan een tafel op het geïmproviseerde terras. Ik liet mij de grote fles Tiger Beer goed smaken. Na een snackje en nog een biertje ging ik terug naar mijn kamer. Het zou morgen een drukke dag worden.
17 maart betekend St. Patricksday en dat is geen goed moment om een kamer in een hotel tegenover een Ierse pub te hebben. Ik werd gek van het lawaai. Ik was het lawaai juist ontsnapt in mijn huis in Pattaya. Het was een obsessie voor me geworden. Ik lag wakker en luisterde naar het zingen en het juichen. Ik vroeg mezelf af wat ze aan het doen waren. Uiteindelijk viel ik toch in slaap en had een slechte nachtrust.
De donderdag begon goed en slecht. Ik wilde om een andere kamer vragen. Dat zou alleen niet zo gemakkelijk zijn. Het was Formule 1 weekend en het hotel zat zo goed als vol. Twijfel door die verdomde herrie die ik thuis al maanden aan het bevechten was. Ik was kwaad op mijzelf en kon niet bevatten dat ik dit niet kon veranderen. Uiteindelijk gaf ik de kamer nog een tweede kans. Ik voelde me uiteindelijk ook wel een beetje eenzaam. Vorig jaar was ik hier met William en ik miste hem wel een beetje. Ik zou hem begroeten in Thailand als ik weer thuis was. Morgen zou Jeff komen, dan had ik een vriend hier en alles zou bijna weer normaal zijn. Vandaag had ik een volgepakt programma. Eerst wat ontbijt eten en dan de torens op. Nou ja, de brug tussen de torens. Het zou mijn 17e keer zijn. Ik weet het klinkt belachelijk maar deze torens zijn niet te beschrijven. Een ongekende architecture schoonheid in roestvast staal en glas. Islamitische symbolen verweven tot een oogverblindende constructie. Je moet het gezien hebben.
Mijn kaartje voor de torens was zo opgehaald en ik had voldoende tijd om een ontbijtje in de kelder te scoren. Na de brug te hebben bezocht was ook de verkoopbalie voor de Grand Prix in de kelder van het KLCC open. En ik kon het niet geloven maar ze hadden de kaartjes die ik wilde hebben! Het was nog niet eens twaalf uur en ik had bijna alles al gedaan. Nog even kaartjes ophalen voor de ultra snelle trein en de bus naar het circuit in het "Sentral Stesien" en ik was klaar. Halverwege de middag legde ik mijn hoofd op mijn kussen en sliep een paar uur. Mijn missie was geslaagd.
De avond bracht ik door met wat rondslenteren door de stad. Een stad veranderd als je het meeste al hebt gezien. Als je niet bekend bent met de stad kan je nog op ontdekking uit gaan. Ik ken het centrum van KL zo ondertussen van binnen en buiten. Er schiet voor mij weinig meer over dan een Indiase maaltijd bij Juzoef, een paar bier in Chinatown en met de ondergrondse naar KLCC, het shoppingcentre onder de torens, voor een kopje koffie. Dan naar bed. Ik keek er naar uit om niet meer alleen te zijn.
De volgende ochtend at ik mijn ontbijt in mijn gebruikelijke luxe broodjeszaak. Een soort DeliFrance alleen in een Aziatische stijl. Ik genoot van de lokale krant, vol met nieuws over de verkiezingen, en had natuurlijk al mijn kaartje voor de brug op zak. Ik kan het niet beschrijven maar die rit in de lift naar de 45ste verdieping is gewoon een rit naar de hemel. Eenmaal op de brug zie je steeds weer wat anders. De stad komt tot leven als het ware en zijn aanzicht vanaf 170 meter hoogte veranderd keer op keer. 20 minuten later stond ik weer op de begane grond. Ik zocht de zo lang mogelijkste weg, om tijd te doden, naar het centraal station. Ik zou Jeff gaan ophalen die middag. Hij kwam met Air Asia, een nieuwe budget maatschappij die vanuit Kuala Lumpur opereerd. Het liep op rolletjes. Ik had de tijd goed ingeschat en ik had mijn laatste slokje koffie nog niet doorgeslikt en ik zag Jeff al in de verte aankomen. Ik was blij hem te zien.
In een mum van tijd waren we in het hotel en Jeff installeerde zich in de kamer. Hij was duidelijk onder de indruk van wat hij allemaal zag. Ik was van mijn kant blij dat ik hem dit allemaal kon laten zien. Het eerste waar we aan toe waren was een koud biertje en dat is eigenlijk de lijn van het verhaal vanaf hier. We keken wat rond in de stad en hadden een goede avond in de Ierse pub. Er was namelijk rugby op tv. Het werd erg laat.
De kater die volgde was een goede. We schrapten de kwalificatie van zaterdag op Jeff's verzoek en hingen wat rond in de stad. Jeff was duidelijk aangeslagen. De zaterdagavond gingen we dan ook vroeg naar bed. Ook op zondagochtend was mijn vriend nog niet hersteld van de vrijdag. Gelukkig is het vervoer van en naar het circuit goed geregeld. Altans, als de chauffeur weet waar hij heen moet. In ons geval wist de chauffeur niet welke route hij moest rijden. Een paar verkeerde afslagen en we zaten op de tolweg terug naar Kuala Lumpur. In de bus werd er gemord door de passagiers en de chauffeur werd gesommeerd om om te keren. Maar waar? Deze tolweg gaat kilometer na kilometer verder zonder een afslag. Uiteindelijk na een kilometer of vijfentwintig konden we omdraaien en weer richting het circuit gaan. Na een lange omweg kwamen we aan op de plaats van bestemming. Het had wel een uur langer geduurd maar het belangrijkste was dat we er waren. Geleerd van de fouten in de voorafgaande jaren was het punt van afzetten en ophalen gewijzigd. We moesten nu een kilometer of vier lopen naar onze plaatsen. Natuurlijk bezochten we eerst de markt voor de hoofdingang. De race op zich was niet zo spannend maar om er bij te zijn is toch iets bijzonders.
De laatste twee dagen gingen wat rond de stad en deden inkopen. We kochten veel etenswaren die in Thailand niet te krijgen zijn. Jeff herstelde langzaam en hij kocht ook nog een Playstation 2 voor zichzelf. Daar zaten we dan met zijn tweëen, de dinsdagavond voor het vertrek, te golfen op de kamer. Het bezoek van de brug op de dinsdag, maandag gesloten, maakte nog de grootste indruk op mijn vriend. Ik was teleurgesteld omdat dit mijn 20ste had moeten worden. Ik had zaterdag verzaakt en daarom ben ik nu één bezoek te kort. Volgend jaar dan maar. Uiteindelijk kwamen we terug in Pattaya. Het was een geslaagde reis. Volgend jaar gaan we weer en dan drinken we iets minder zodat we iets meer kunnen doen.

dinsdag 16 maart 2004

Maleisië, Johor Bahru

Johor Bahru, 13-16/03/2004

Mooi niet dus, ik zag Johor Bahru alleen vanachter een venster in de bus op weg naar het JB Express Busstation.

Mersing, 13-16/03/2004

Nadat ik mij op een redelijk tijdstip uit mijn bed had gesleept stond ik onder de douche het slaapzand uit mijn ogen te wassen. Zeven uur was vroeg vergeleken met de tijden die ik eerder deze week was opgestaan. Ik was wel zeker dat ik vandaag zou vertrekken. Terwijl ik mijn haar droogde keek ik naar de georganiseerde hoop bagage midden in de kamer. Pakken is een fluitje van een cent. Binnen tien minuten stonden mijn twee rugzakken recht op tegen de muur. Er lag niets meer waar het niet thuishoorde en mijn spullen zaten allemaal op een plaats waar ik ze meteen kon pakken als dat nodig was. Ik greep mijn computer en ging voor de laatste keer op weg naar het internetcafé. Ik wist tenslotte niet wanneer ik de volgende kans had om mijn e-mail te bekijken. Ontbijt schoot er deze ochtend bij in want ik moest voor twaalf uur uit mijn kamer zijn. Gelukkig was ik om kwart over elf alweer terug. Ik kocht twee pakketten sandwiches bij de 7-11 om de hoek. Dat zou voldoende zijn totdat ik in Mersing was.
Ik nam afscheid van de behulpzame man achter de receptie en liep naar buiten. Ik had meteen een taxi. "Het busstation aan de Victoria street graag", zei ik terwijl ik instapte. Aangekomen bij het busstation schrok ik van wat ik zag. Er stonden minimaal 300 mensen te wachten op de bus. Ik twijfelde en speelde met het idee om terug te gaan en opnieuw intrek te nemen in mijn vertrouwde kamer. Waarom zou ik mijn vertrek uitstellen? Er waren toch geen goedkope vluchten van Singapore naar Kuala Lumpur! Je moet wel met de bus! Een andere optie, de taxi, was ook snel uit het zicht. Ze vroegen woekerprijzen, tot wel drie maal de normale prijs. Er waren namelijk maar weinig taxi's die buiten het centrum mochten opereren.
Mijn laatste kans was met de MRT naar Kranji. De receptionist had mij verteld dat het de beste keuze was op een zaterdag. Ik liep met volle bepakking naar het dichtstbijzijnde station van de MRT. De rit van het Bugis station naar het Kranji station begon in een overvolle trein. De kou van de aircondition in de trein beet in mijn natte lichaam. De menigte nam langzaam af en begon zich weer op te bouwen toen we dichter bij Kranji kwamen. Singapore was groter en groener als ik ooit verwacht had. Er waren zelfs open velden en een beetje jungle. Als een kudde verlieten we de trein. Ik liep met de stroom mensen mee en voordat ik het wist zat ik voorin de gele bus naar Johor Bahru. Beter zelfs, naar het express busstation van Johor Bahru.
Ik sprak onderweg met een medepassagier die mij het loket zou wijzen waar ik mijn kaartje naar Mersing kon kopen. Geluk dus. Ik kwam om kwart voor twee aan in het busstation. Ik had gehoopt dat ik een bus van twee uur kon nemen. Bijna goed! Ik had de bus van half drie en ik had het voorlaatste kaartje. De bus zag er goed uit en de reis zou drie uur duren. "Maak er maar vier van", dacht ik nog bij mijzelf. Het was nu ook tijd om mijn laatste sandwich naar binnen te werken. Er zaten opvallend weinig blanken in de bus. Drie om precies te zijn. Een ander stel en ikzelf. Het was een vreemd stel? Een oudere man met een grijze baard en een jong meisje, Halverwege de twintig schatte ik. Ik vroeg mij af wat de relatie zou zijn. Vader en dochter? Een verliefd paar? Iets ertussen in?
De bus nam ons mee over slingerende wegen. Eindeloze oliepalm plantages afgewisseld met rubberplantages en jungle. Echte jungle! Kamerplanten die hier huizenhoog staan. Af en toe slingerde er een aap door de kruinen van de bomen. Er zaten ook wat apen langs de kant van de weg. Genietend van het voedsel dat een automobilist uit het raam had gegooid. Je moet het gezien hebben om het te geloven.
Mersing. Het dorp zag er op het eerste gezicht vriendelijk uit. Nog voordat we op het busstation waren had ik het "Embassy Hotel" al gezien. Ik had besloten dat ik daar zou slapen. Ik kwam als laatste uit de bus en gooide de heel wat zwaarder geworden rugzak voorzichtig op mijn rug. Ik kon merken dat er een paar kilo boeken bij was gekomen. Het vreemde stel had waarschijnlijk hetzelfde idee als ik. Ze liepen vlak achter mij op weg naar het hotel. Ik nam snel een kortere weg en stond als eerste aan de receptie. "Een dubbel met aircon graag"? "Dat is dan RM 45",zei de vrouw, inclusief hoofddoek, vanachter de receptie. "Kan ik even kijken", vroeg ik? "Natuurlijk, hier is de sleutel van C8", en ze gaf mij de sleutel. Ik liep naar de derde verdieping en kon mij vinden in de kamer. Goed genoeg voor een paar nachten. Schoon, fris en aan de achterkant van het gebouw.
Eenmaal weer beneden bleek dat het vreemde stel ook al was ingeboekt. Twee kamers? Nu werd het nog vreemder! Eerst een koud biertje dacht ik hardop bij mezelf. De mannelijke zijde van het vreemde stel vond dit ook een goed idee. Een minuut later zaten we met zijn tweeën aan een tafel in het restaurant onder het hotel aan een ijskoude Tiger bier. Ik wilde natuurlijk weten wat het nou was! Het meisje voegde zich bij ons en nam ook een biertje. Nou daar gingen we dan.
Ze waren vreemden voor elkaar en hadden elkaar op het express busstation in Johor Bharu ontmoet. Eenmaal te weten gekomen dat ze dezelfde bestemming hadden hebben ze besloten om een stukje samen te gaan. Niets bijzonders dus.
De man was erg vriendelijk en vrolijk van aard. Hij grapte vaak en het gesprek ging langzaam richting zijn doel in het leven. Hij zei het niet direct maar doelde op het overleven van een bomaanslag in Londen in het begin van de jaren zeventig. De IRA waarschijnlijk. De bomaanslag had hem invalide gemaakt. Hij was er zich sindsdien wel bewust van hoe kostbaar het leven eigenlijk wel is. Een levenslang staatspensioen zorgde voor de nodige financiën.
Het meisje was halverwege de twintig en wilde wat meer van de wereld zien. Ze had al haar spaarcentjes opgenomen en had een vervelende en zinloze baan achter gelaten. Ze was naar Azie vertrokken omdat het haar wel gaaf leek. Ik moet eerlijk zeggen dat ik haar een beetje kwetsbaar vond. Ze had duidelijk van die aanwijzingen dat ze een aanklamper was. Van die mensen die alleen gaan en dan altijd een ander aanklampen om maar niet alleen te zijn. Nou ja, wat kon het mij ook schelen. De Bon Jovi tatoeage onderaan haar rug vertelde mij genoeg.
Na de bieren gingen we onze eigen weg. Zij zochten de zeekant op om wat seafood te gaan eten en ik dronk nog een paar bier en at chinees in het restaurant onder het hotel. Een beetje grappen met de lokale bevolking en vroeg naar bed.
Zondagochtend stond ik uitgerust op, morgen dus naar de eilanden. Lekker uitgeslapen! Na mijn douche ging ik op zoek naar een plaats waar ik kon ontbijten. Het hele dorp was behangen met posters en vlaggetjes. Het was verkiezingstijd. Niet dat Maleisië een democratie is maar voor de buitenwereld worden er toch schijnverkiezingen gehouden. Ik liep wat rond en nam zoveel mogelijk van Mersing in mij op. Behalve een ontbijtplaats. De plaatselijke banketbakkker had alleen de voor Azië zo normale overzoete broodjes en daar hou ik nu eenmaal niet zo van. Onderweg informeerde ik ook naar de mogelijkheden om hier weg te komen. Ik kocht meteen een buskaartje bij een reisburo voor mijn reis naar Kuala Lumpur. Het kon maar gebeurd zijn. Tegenover het reisburo lag de de pier waar de boten vertrekken naar Pulau Tioman. Ik slenterde langzaam die kant op om eens te zien wat daar allemaal gebeurde. En daar zaten ze! Het vreemde stel. Verdwenen zonder afscheid te nemen. Dat zet je toch wel aan het denken. Misschien hadden ze toch wel wat te verbergen.
Ondertussen begreep ik nu ook waarom het overal zo druk was geweest. Er werd mij verteld dat er een week schoolvakantie voor Singapore en Maleisië was begonnen. En natuurlijk waren er schoolreisjes naar de eilanden. Na een uur te hebben rondgelopen en weinig te hebbben gezien kwam de KFC als winnaar uit de bus voor een ontbijt. Een broodje kip met wat dikke friet. Gezien het feit dat mijn achillespees nog een beetje opspeelde besloot ik om na het ontbijt maar een kopje koffie op mijn kamer te gaan drinken en wat te gaan rusten.
Mijn middag wandeling zou een rondje dorp worden. En dat ging gelukkig goed. Ik maakte een flinke tocht rond het dorp. Wat mij meteen opviel was dat de meeste winkels op zondag gesloten waren. Ook veel restaurants waren niet open. Vreemd, in Azië is meestal alles open! Ik slenterde langs de boulevard, langs de modder/zand vlaktes vol met drijfvuil. Vol onbegrip keek ik naar die rotzooi. In een soort shopping/booking centrum liet ik de luch goed smaken. Een restaurant genaamd H & H Kitchen. Indonesisch deze keer. Ik weet ook niet waarom dat is maar aan de oostkust is het voedsel hoofdzakelijk Indonesisch. OK, telor is telur, maar dan toch. Ze noemen het wel Maleis.
Zondagavond betekende voetbal kijken. In het restaurant onder mijn hotel zat een mooie grote groep Chinese Maleisiërs te gokken op de uitslagen van die avond. Ik dronk rustig mijn Tiger biertjes en genoot van de wedstrijd. Totdat het nieuwe Carlsberg meisje binnen kwam. Gisteren was het een ouwe taart van in de veertig, nu was het een fris jong meisje. Bulat merkte meteen mijn blikken op. "Dat is de negentien jarige dochter", zei hij. "Haar moeder heeft gisteren waarschijnlijk voor haar ingesprongen". Op het moment dat ze binnen kwam begon ze zo overdreven met haar kont te draaien dat ik er bijna zeeziek van werd. Je kon je ogen gewoon niet van haar af houden. De Chinesen zagen het niet. Zij waren duidelijk teleurgesteld dat Manchester United verloor. En natuurlijk dat zij dan ook verloren.
Ik dronk nog een paar bier en at een Singapore Noedels. Tijdens mijn laatste bier was Bulat plotseling verdwenen. Bulat was mijn drinkmaat in dit dorp waar niemand langer als een nacht blijft. Ik had geen idee waar hij plotseling gebleven was. Ik maakte mijn glas leeg en op het moment dat ik de serveerster wilde roepen om te betalen kwam Bulat weer binnen. Zijn handen vol met plastic tassen. Er werd wat Maleis heen en weer geschreewd en voordat ik wist wat er gebeurde stond de tafel vol met heerlijke stokjes saté. Nou, dat had je nu niet moeten doen ;). Ik bestelde nog een bier voor mijzelf en een Guiness voor Bulat. Saté ajam (kip) en saté kambing (geit). Heerlijk gewoon. Half dronken en erg vermoeid ging ik slapen.
Het was geen wonder dat ik op maandagochtend pas om tien uur uit mijn bed kwam. Ik liep naar de bakker om toch maar wat van die broodjes te proberen. KFC elke ochtend was ook geen aantrekkelijke gedachte. Een zakje van zes zachte half zoete witte bolletjes voor € 0.35. "Dat zal ondertussen in Nederland wel wat meer kosten", dacht ik nog. Gisteren tijdens de lunch had ik gebakken eieren gezien. Twee broodjes gebakken ei met veel zout werd dan ook mijn ontbijt vandaag. Een banaan en een Diet Coke maakte mijn ontbijt compleet. Ik voelde me goed en vond het geen slecht idee om te kijken of ik misschien ook nog naar het eiland kon. Een paar uur lekker lui op een boot hangen leek mij een goed idee voor de maandagmiddag.
Speedboten waren er voldoende. Maar dat was niet wat ik zocht, ik wilde met de slowboot. Eenmaal een veerdienst gevonden kocht ik de twee kaartjes die samen het retourtje naar Pilau Tioman vormden. Naarmate de vertrektijd naderde werden de passagiers steeds ongeduldiger. Een enkele ging naar het loket en vroeg wanneer die boot nu eindelijk eens kwam. Ik had gisteren al gezien dat de boot een uur later vertrok in verband met waterstand. Laag water dus. Ik volgde geïnteresseerd wat er allemaal ging komen. Het deed de man van de veerdienst absoluut niets dat hij door wel tien man tegelijk met een verheven stem werd aangesproken en tot uitleg werd gesommeerd. "Boat come in ten minutes, sure", zei hij met een grote glimlach op zijn gezicht. Tien minuten later speelde hetzelfde tafereel zich nogmaals af. En nog een keer, en nog een keer. Tot uiteindelijk in de verte de contouren van een grotere boot zichtbaar werd.
In een recordtijd was iedereen aan boord en zou de boottocht beginnen. Echt niet, eerst moest er dieselolie worden ingenomen. Één uur en derig minuten later werd er aan de overtocht begonnen. Ik hou van die boottochten. Lekker niets doen, een beetje kletsen en wat om je heen kijken. Langzaam werd het eiland groter aan de horizon. Het was echt een mooi eiland. Ik vond het nu jammer dat ik niet meer tijd had om er een paar dagen door te brengen. "De volgende keer", beloofde ik mezelf.
Ik begon mij nu wel zorgen te maken. Het was al half vier en we waren nog geen één keer gestopt. Om vier uur zou mijn speedboot terug naar Mersing vertrekken. Vanaf de andere kant van het eiland wel te verstaan. Om kwart voor vier verlieten de eerste passagiers de veerboot. Aan een voorbij lopend bemanningslid merkte ik op dat ik met de speedboot mee terug zou gaan. Verbaasd keek hij me aan en liep verder. Om vijf voor vier verlieten er weer enkele passagiers de boot en ik begon hem nu wel te knijpen. Ik had weinig trek om hier een nacht door te brengen. Ik sprak hetzelfde bemanningslid weer aan en hij verzekerde mij dat alles onder controle was. Ja ja, dat zal wel. Ondertussen voeren we rustig door het heldere smaragd groene water. Vijf over vier!! Ik had het niet meer en ging naar de brug. Ik had de deur nog niet opengeschoven of de kapitein zei in perfect Engels dat hij met de radio de speedboot had gemeld om op mij te wachten. Ik slaakte een zucht van verlichting toen ik de speedboot zag liggen.
Er waren een paar blanken aan boord die niet konden lachen toen ik aan boord kwam. Zij hadden tenslotte 25 minuten op mij moeten wachten. Met gezichten vol onbegrip keken ze mij aan. Ik lachtte schuchter en ging achterin zitten. Toen werd het allemaal nog genanter. De speedboot ging precies dezelfde route terug en stopte bijna overal om een paar passagiers op te pikken. Deze mensen hadden dus allemaal een half uur op mij moeten wachten! Hé, wacht eens even. Waarom had die slimme kapitein mij niet op de eerste pier afgezet? Dat was dom geweest van hem om mij helemaal mee te nemen naar het einde van zijn route. Ik voelde mij nu een stuk beter en langzaam vielen mijn ogen dicht. De warme zon, het wiegen van de boot op de golven en het monotone gezoem van de motoren wiegde mij langzaam in slaap.
Ik schrok wakker toen de boot abrupt snelheid verminderde. We voeren langzaam de rivier op. Het restaurant onder het hotel was dicht vandaag en ik was genoodzaakt om ergens anders te eten. Waarom niet bij H & H Kitchen? De eigenaar stond al te zwaaien toen ik de paar treden opliep naar het restaurant. Ik nam een blikje frisdrank uit de grote koelkast en ging zitten. "Nasi"? "Eh, ja graag, maar niet zoveel",antwoordde ik. Ik wees wat gerechten aan die rond de witte rijst op mijn bord werden gelegd. Dat zag er weer heerlijk uit. Ik leegde mijn bordje en at de gebruikelijke banaan als toetje. Het afrekenen was ook een waar genoegen. Elke keer als ik weer terug kwam voor een maaltijd kreeg ik meer korting. De vele westerlingen die mij zagen zitten in het restaurant waren op één of andere manier gerustgesteld en namen ook plaats. Meer business dus. En dat werd beloond! Mijn laatste maaltijd kostte me iets meer dan een euro. Misschien had het iets te maken met de broodjes die ik na het ontbijt achterliet voor de eigenaar. Ik hield het droog die avond en na een lekker kopje thee en een half uurtje lezen deed ik het licht uit.
Het gedonder en bliksem maakte mij om zes uur in de ochtend wakker. Ik was niet de enige die door het noodweer was gewekt. De kamer naast mij was nu ook bezet, en wel door zes mensen. Toen de eerste de douche inging was het slapen voorbij. De warmwaterleiding maakte zoveel kabaal dat het leek dat ik midden op een startbaan stond. Dan maar koffie. Een heerlijk bakkie op de kamer, met een glimlach keek ik naar het borrelende water. Kan ik iedereen aanraden zo'n dompelaar. Nadat de zesde jumbojet was opgestegen werd het weer wat rustiger. Buiten viel de regen gestaag op het asfalt. Ik had geen plannen en kon ook niet slapen.
Ik pakte mijn paraplu, die ik Singapore van de man achter de receptie had gekregen, en liep de regen in op weg naar de bakker en het zo ondertussen vertrouwde restaurant. Een krantje erbij en de regen deerde mij niet. Ik was wel blij dat ik de bootreis niet had uitgesteld tot vandaag. Dat zou een ramp zijn geweest. Broodje, gebakken eitje, kopje koffie, Diet Coke, krantje en een banaantje. Mijn ontbijt was een succes. Ondertussen had ik ook wat zitten denken. Zes uur in de bus! Met god weet wie naast je? Een kaartje kost iets meer dan twee euro. Ik ga de stoel naast die van mij ook boeken!
Na het ontbijt liep ik door de ondertussen iets minder geworden regen naar het reisburo. De stoel naast mij was nog vrij en het kaartje was zo geprint. Nou dat was het dan voor vandaag. Het regende de hele dag. Ik liep er nog één keer uit om mijn e-mail te controleren maar het netwerk was down. Niets dus, met uitzondering van een taxi die ik reserveerde om mij de volgende dag om tien uur s'ochtends op te halen. De bus zou om twaalf uur vertrekken. Dat zou dus ruim genoeg moeten zijn.

maandag 15 maart 2004

Maleisië, Melaka verlenging

Melaka, 12-15/03/2004

Ik had besloten om ook de laatste vier dagen ook maar in Melaka door te brengen. Uiteindelijk was het hier zo slecht nog niet en ik moest ook nog wat bezienswaardigheden bezoeken. De beste tijd om dit te doen waren op de maandag en de dinsdag wanneer hier niets te doen is.

zaterdag 12-3

traditie voor het ontbijt. krant, 2 koffie en een cola light. ochtend wandeling en een sessie achter de computer. de stinkende zwarte rivier. Een drukte van je jewelste. Mooie satefondu met de man uit India en Patrick. Toren van 15 millioen en een luchthaven van 120 millioen. 12 millioen tuoristen per jaar. Een man uit Melaka die in Europa heeft gereisd in de 70's. Later een paar bier in de geographer.

zondag 13-3

Lang geslapen. gewandeld en fastfood. Geen sightseeing. Een ongekende drukte. Het avond eten schoot erbij in. Weinig goede restaurants. Weer een paar bier bij de bekende plaatsen. Bandlid verteld me dat hij een jazz cafe gaat openen. Ontmoeting met Patrick die mij de plaats achter een oud chiunees huis laat zien. t-shirt gekocht. regen eindigt de pasar malam.

maandag 14-3

Weer heerlijk uitgeslapen. gebruikelijk ontbijt. de sharia in de krant. wierrook gekocht. de wc, lekker dun. poeppillen. middagwandeling. bukit sina, portugese nederzetting. fastfood en rusten. zeker 8 kilometer gelopen. de regen in de middag. het hotel betaald. Opnieuw naar discovery cafe. Engelsman Nick. Patrick verteld opnieuw over de oude hollanders en de wijzigingen door de gekken van KL. Een paar heerlijke bier. Morgen de laatste dag.

dinsdag 15-3

Toch nog wat gezien. Het stadhuis en de st paul hill. Patrick heeft het maar over de duitsers van kelantan. Waarom hebben mensen die india hebben bezocht wat tegven toilet papier. De eigenaar over vriendelijk. j\Ik kon mijn wierrook al op de trap ruiken. een kamer als een sikh tempel. De laatste avond rustig aan gedaan.

12/15 maart 2004

vrijdag 12 maart 2004

Singapore, Singapore verlenging

Singapore, 09-12/03/2004

Het weer is een beetje opgeklaard en ik heb besloten om nog een dag in Singapore te blijven. Ik wil gewoon eten. Ik heb een honger die niet te beschrijven is. Gisteren met die regen ben ik de deur niet meer uitgegaan. Ik heb net gegeten en ik heb alweer honger.
Ik heb ook slecht nieuws. Mijn ouder worden en de diabetis hebben weer een slachtoffer gemaakt in mijn mond. Een halve kies, nu voor de tweede keer, afgebroken tijdens het ontbijt. Een paar overstromingen door de regen, echte diarree en een achillespees blessure. Voor de rest heb ik het naar mijn zin. Singapore is een aangename stad. Ik slaap s'morgens lekker uit. Erg veel zin om iets te doen heb ik niet. Maar ik trek er ongetwijfeld toch wel op uit. Johor is mijn volgende bestemming.
Het is alweer woensdag. Ik heb me vandaag verslapen en kwam pas on elf uur mijn bed uit. Na mijn gebruikelijke ontbijt bij de DeliFrance in de Funan IT Tower slenterde ik weer een beetje door de stad. Ik heb mijn LP nog eens doorgekeken maar echt veel is er niet te doen in Singapore. Er is natuurlijk het Sentosa eiland met zijn pretparken maar daar ben ik niet voor gekomen. Ik geniet meer van de chinese shophouses die de regering van Singapore gelukkig beschermd. Aan het einde van de middag zoek ik, zoals gewoonlijk, weer mijn favoriete internetcafé aan de Orchard Road op. Ik kan hier met mijn laptop inloggen, dat scheelt me veel werk. Na mijn avondmaal van kip in zwarte pepersaus in een Hawker markt en een chocolade ijsje van McDonalds zoek ik weer mijn kamer op. Het was een fijne rustige dag. Morgen vertrek ik! Waarschijnlijk?
Donderdag. Ik ben nog steeds hier en moet nu om mijzelf lachen. Ik heb al mijn shirts meerdere dagen gedragen en ze beginnen te ruiken. Ik heb zelfs nieuwe moeten kopen. Twee shirts met korte mouw voor € 6.-. Ik loop nu zelf rond in een lichtblauw shirt met de verpakkingsvouwen er nog in. Ik moest altijd lachen als ik zo iemand zag lopen! Vanaf nu zal ik alleen nog glimlachen. Ik kan gewoon geen wasserij vinden, en normaal zijn die overal.
Het regent weer. En niet zo'n beetje ook. Nadat ik mijn buikje had gevult ging ik maar weer naar mijn kamer. Ik zit uit het raam te kijken en zie de regen onafgebroken neerkomen op het natte wegdek. Uren en uren regent het. Ik heb dus genoeg tijd om aan mijn website te werken.
Het is uiteindelijk acht uur in de avond en ik zie ik de plassen op straat dat het bijna droog is. Ik besluit om voor de laatste keer Indiaas te gaan eten. Voor de laaste keer slenter ik langs de Serangoon Road. Het is niet echt druk. De meeste mensen zijn waarschijnlijk thuis. Mijn maaltijd is als altijd voortreffelijk, als uitzondering drink ik nu een Tiger bier bij de maaltijd. De vis pakora is overheerlijk en de kip Korma is heerlijk mild. Ik heb eigenlijk genoeg van dat Indiase voedsel. Indiaas eten gaat snel vervelen. De specerijen zijn, voor mij, bijna altijd hetzelfde. Alleen in een andere verhouding.
Morgen is het vrijdag. De heilige dag voor de moslims. Het lijkt me geen goed idee om op die dag te gaan verkassen en Maleisië in te gaan. Het is een goedkoop excuus! Nee, zaterdag ga ik echt op pad. Het is te gemakkelijk om in te kakken en gewoon de hele dag niets te doen in een stad als Singapore. Alleen rondhangen, eten en slapen.
Vrijdag, mijn laatste dag in Singapore. Weer dezelfde routine als in de vorige dagen met als uitzondering dat ik een computer beurs heb bezocht in Sun Tech City. Ik heb mijn nieuwe laptop gezien en wat belangrijker is, ik heb de scanner gevonden waar ik al langer naar op zoek was. Nergens te krijgen en ineens loop ik er tegen aan. Ik had laat gelunched en eigenlijk geen zin in de avond maaltijd. Na in mijn eentje een paar bier te hebben gedronken in de "Penny Black" pub besluit ik dat het avond is en dat ik ga slapen. Ik verwen mijzelf met een Big Mac en ik heb zelfs echte mayonaise bij mijn patat. Morgen moet het dan echt gaan gebeuren.

maandag 8 maart 2004

Singapore, Singapore

Singapore, 05-08/03/2004

Ik was al vroeg op en had een waslijst met opdrachten die ik vandaag zou afhandelen. Mijn ontbijt zou ik gebruiken in een Indiaas restaurant die een ontbijt buffet aanbood voor S$ 5.-. Dat wilde ik wel wel proberen. Onderweg naar het restaurant spookte de droom van de vorige nacht nog door mij heen. Onneembare zandhelllingen en PVC waterkranen. Mijn hoofd was op hol. Ik had erg onrustig geslapen. Ook wel te begrijpen na die halve middag op bed. Het ontbijt viel niet tegen en met de krant op tafel en een kopje koffie in de hand zat ik rustig en relaxed te genieten van de ochtend in Little India.
Mijn ritje in de ondergrondse was een belevenis. Het was de totale belevenis van Azië. De ene helft van de passagiers zat te slapen en de andere helft zat of met zijn mobiele telefoon te spelen of te bellen. De stations waren overvol met mensen op weg naar hun werk. Net geen Japanse taferelen maar wel erg druk. Efficiëntie was overal het doel, en het werkte. Als een leger macherend in de maat ging het bataljon van trein naar trein. Ik was gefaschineerd door dit geheel. Overstappen was geen probleem, overal stond aangegeven waar de ruime en in wit tl verlichting gehulde galerijen heen leiden.
Orchid Road, gewoon een andere buurt met enorme shopping centra en kantoren. Dit is de manier waarop deze dure grondstukken optimaal worden benut. Op de eerste twee of drie verdiepingen zijn er winkels. Dan volgen een aantal verdiepingen met kantoren met soms daarboven dure exclusieve appartementen. Orchid road is tevens de buurt waar zich veel ambassades bevinden. Eenmaal boven de grond keek in met half dicht geknepen ogen of ik misschien een herkenningspunt zag. Nee dus. Ik zag wel een neon reclame van een Apple center en dat had meteen mijn eerste opdracht opgelost. Het Sushi restaurant tegenover het Apple center kon mij melden dat het center om 11 uur zou openen. Ik had dus nog tijd genoeg.
De Thaise ambassade was ook zo gevonden. 5 maart 2004, de ambassade gesloten wegens Makkha Buddha Day. Dat was de tweede opdracht die ik had vervuld. Geen informatie over mijn O-visum.
Ik had genoeg tijd te doden voordat het Apple center zou openen en ik had best zin in een bakkie koffie. Als er één ding is waar Aziatische steden zeker geen tekort van hebben dan is dat fastfood restaurants. Koffie bij McDonalds! Nee, geen burgers. Gewoon koffie. Ik bladerde wat door mijn lonely planet en moest wel lachen toen ik las dat het de 1996 uitgave was. Nee, ik deed mijzelf hier geen plezier mee. Voordat ik naar het Apple center ging bezocht ik een boekenwinkel en deed mijzelf de 2004 editie kado. Zo, dat zou een stuk gemakkelijker zijn.
In het Apple Centre kocht ik de accesoires voor mijn I-pod en vroeg om wat informatie. De winkelbedienden waren meer dan vriendelijk. Dit lijkt de regel te zijn in de Apple wereld.
Nu nog de derde opdracht, inloggen met mijn laptop. Ik had recht tegenover de ambassade een shopping mall met op de eerste verdieping een internetcafé gezien Inloggen was geen probleem. Ik had zelfs nog meer geluk. De eigenaar van het internetcafé loste het netwerk probleem op mijn computer op. Ik had al weken met dat probleem geworsteld. Het was nog geen half één en ik was bijna klaar voor de dag. Ik ging op weg naar mijn hotel om mijn laptop terug te brengen en mijzelf klaar te maken voor de eerste middag in Singapore. De ochtend was in ieder geval een vruchtbare geweest.
Nadat ik een Chinese maaltijd had genuttigd in het restaurant onder mijn hotel ging ik op weg naar de EXPO. Zeg maar de RAI van Singapore. Ik had in de metro een reclame gezien over een expositie van ontlede mensen. Ja, ontlede mensen. Echte lichamen die op een of andere manier ontleed en met plastic geimpregneerd zijn. Ik wist eigenlijk niet goed wat ik ervan moest denken maar mijn nieuwschierigheid won. Schoorvoetend ging ik de ontvangsthal binnen. Mijn eerste ontmoeting met foto's over te tentoonstelling was niet eng. Ik besloot dan ook om naar binnen te gaan. Eenmaal binnen was ik gefaschineerd door wat ik allemaal zag. Ja, het waren mensen. Echte mensen! Maar door de manier waarop de tentoonstelling was opgezet hadden ze ook wat van hun menselijkheid verloren. Het is heel moeilijk uit te leggen. Het was in ieder geval niet eng. www.bodyworlds.com.sg mocht je geïntresseerd zijn.
Later in de middag op de terugweg wist ik niet wat ik hoorde in de metro. Het was een concert van beltonen. Alsof het NOKIA philharmonisch orkest optrad. Een onafgebroken stroom van beltonen. Het kunnen er wel duizend verschillende zijn geweest. Ik was een paar stations vroeger uitgestapt om eens lekker door de stad te slenteren. In de Aziatische steden is altijd wel wat nieuws te ontdekken. In Bugis wist ik weer meteen waar ik was en ik was écht blij.
Die vrijdagavond ging ik op pad door het zwoele Singapore. Ik slenterde door Chinatown en dronk een paar cider in een Engelse pub, de "Penny Black" genaamd. Onderweg nuttigde ik de ene na de andere heerlijke snack. Eigenlijk deed ik gewoon niets, alleen wat rondhangen. Genieten van Singapore.
De zaterdag en de zondag stelden eigenlijk niet zo veel voor. Ik liep wat rond en genoot. Ik keek de Formule 1 race in de pub na een volledig Engels ontbijt. Ik slenterde wat rond en at van alles wat, dat was voor mij het echte leven. Ik had alles gedaan wat ik wilde doen en ruste een beetje. Het enige probleem was dat ik last had van kiespijn. Net voor mijn vertrek was er een kies gerepareerd. Ik dacht er zelfs aan om een nagelvijl te kopen en hem zelf af te vijlen. Aan de andere kant kan ik het nog wel een weekje of twee volhouden.
De zondagavond wist ik niet wat ik zag. Klein India was veranderd in één grote mensenmassa. Rijen voor de telefoons, rijen voor de ATM's, rijen bij de man die de betelnut verkocht. Overal mensen. Het was zondagavond en dat betekend voor de vele mensen uit India, Sri Lanka en Bangladesh dé avond om naar huis te bellen en om vrienden te ontmoeten. Alles draaide om de telefoon kaarten. Letterlijk en figuurlijk, er was zelfs een rad van avontuur waar je voor een dollar een telefoonkaart van tien dollar kon winnen. En druk natuurlijk! Ik maakte het niet te laat, morgen zou ik naar Johor Bahru vertrekken.
Ondanks dat ik op maandag wilde vertrekken besloot ik om toch maar de ambassade te bezoeken. Je weet tenslotte nooit. En de informatie die ik wilde hebben kreeg ik dan ook. Neen! Geen visum, alleen als ik met een Thai getrouwd ben. Misschien moet ik dat dan maar doen ;). Ondertussen was het begonnen te regenen en het regende de hele dag. Ik heb gewoon de dag in mijn hotel doorgebracht achter de computer. Nu om 22.30 regent het nog. Er waren vandaag zelfs overstromingen geweest. Een paar straten verderop. Morgen ga ik verder, mischien Johor Bahru maar het meer noordelijke Mersing is waarschijnlijk een betere optie.

donderdag 4 maart 2004

Singapore, de aankomst

Singapore, 04/03/2004

Het had geen nut om vroeg naar bed te gaan. Nadat ik klaar was met het pakken van mijn rugzak ging ik nog een paar biertjes drinken. Ik zat er al helemaal doorheen toen ik om twee uur in de ochtend mijn huis binnen stapte. "Taxi om drie", dacht ik nog. Snel onder de douche en een paar broodjes smeren. Ik moest wel wat te eten meenemen want aan boort van het vliegtuig van die prijsvechters wordt niets geserveerd.
De taxi stond om half drie precies voor de deur. Beter te vroeg dan te laat. Ik liep nog rond in mijn blote kont toen de chauffeur aanbelde. Snel een zijden boxer aangeschoten en de aardige man binnen gelaten. Ik was nu bijna klaar en na een laatste controle door het huis zaten we samen in de ijskoude taxi. We reden de stille nacht in. Ik had moeite om mijn ogen open te houden en het was dan ook niet verwonderlijk dat ik een onafgebroken serie van hazeslaapjes in de taxi had. Ik was blij toen we eindelijk bij de luchthaven aankwamen. Het inchecken ging normaal. Geen computers maar het ouderwetse pen en papier. We werden drie keer naar een andere gate geleid voordat we in de bus konden stappen die ons naar het gereedstaande vliegtuig bracht.
Geen stoelnummers, dus wie het eerst komt die het eerst maalt. Dit werkte zonder problemen. Zo gelijk de vlucht. Ik had weer een paar korte slaapjes. Maar dat was niet genoeg. Ik zat er helemaal doorheen. Eenmaal door de immigratie en na een bezoek aan de ATM voor wat lokale Singapore dollars ging ik op zoek naar de bus die mij in het centrum zou brengen. De eerste persoon die ik de vraag stelde waar ik de bus kon vinden keek mij vol ongeloof aan en draaide zich om en liep weg. De tweede beantwoordde mijn vraag met een vraag! "De bus, waarom"? "Eh, nou,om in de stad te komen". "Waarom neemt u de metro niet vanuit Terminal 2? Metro"? Mijn lonely planet sprak niet over een metro. Dus maar naar Terminal twee en de metro in. De 35 minuten in een langzaam heen en weer wiegende metro waren moeilijk. De overstap na tien minuten wekte me uit mijn trance. De vijfentwintig minuten daarna waren moeilijker. Mijn ogen vielen kontstant dicht en ik viel steeds om. Ik wilde eruit!
Ik had een paar hotels van het internet af geplukt en daar zou ik naar op zoek gaan. Eenmaal boven de grond sloeg de angst me om mijn hals. Ik kon geen touw vastknopen aan de omgeving en van een herkenning was helemaal geen sprake. Ik was verloren midden in een betonnen jungle met miljoenen mensen. De winkelcentra gingen in elkaar over en een gewone straat kon ik niet vinden.
Chinatown dus, suf van de slaap liep ik rond in de winkelcentra en ik kon niet meer denken. Ik wist het gewoon niet meer. Eenmaal terug in de metro werd mijn belevingswereld kleiner en overzichtelijker. Maar ik realiseerde mij dat dit ook niet de oplossing was. Mijn rugzakken werden met de minuut zwaarder en ik had het gevoel dat ik onder hun last zou bezwijken als ik niet snel met een oplossing kwam. Weer terug naar buiten en snel een taxi in. Binnen een paar minuten had ik er een gevonden. Deze bracht mij in een flits naar het hotel dat ik voor ogen had. Voor een paar euro was ik gered.
Het hotel vroeg gewoon de dubbele prijs als geadverteerd dus moest ik weer op zoek naar een ander hotel. Mijn shirt kleefde ondertussen kletsnat op mijn uitgeputte lichaam. Ik liep richting het volgende hotel op mijn lijst toen ik pal naast het "New Park Hotel" een klein chinees hotel zag. Ik moest het bekijken! En het was de moeite waard. Mooie, maar kleine, schone kamers. € 22,- p/n, een koopje in Singapore. Ik sleurde mezelf naar mijn kamer, 414. Ik lag uren op mijn bed en probeerde de batterij weer op te laden. Ik was half in slaap en half in trance. Ik sliep met mijn ogen open. Mijn vermoeidheid deed pijn, veel pijn. Maar het ergste was nog de twijfel, de onzekerheid. Die was nergens voor nodig! Ik moest opnieuw leren om ten aller tijden de rust te bewaren en niet in paniek te raken.
Eenmaal bijgetrokken slenterde ik de stad in. Een mooi Indiaas maal met een paar blikjes frisdrank vulde mijn lege lichaam. De geur van wierrook vermengd met specerijen, de kruidnagel cigaretten en de overal aanwezige muziek van de Bollywood films. Klein India, een andere wereld in een andere stad. Ik liep en liep en herkende steeds meer van mijn omgeving. Ik slenterde langs de rivier en dronk een cider. Ik maakte het niet te laat. Ik was nog steeds heel moe. Morgen vroeg op.

Singapore/Maleisië

Singapore/Maleisië 2004

Een weerzien met Singapore. Ik heb gemengde gevoelens bij mijn laatste bezoek. Ik kon er niet echt wennen. Heel anders dan Hong Kong of Bangkok. Schoon? Ja, heel schoon en steriel. Een model staat naast het chaotische Maleisië.

Maleisië betekend dit maal een stukje oostkust. Eerst naar Johor Bahru, dan Mersing en het Tioman eiland voor een paar dagen, dan naar Kuantan en Cherating. Als de tijd daar is vertrek in naar Kuala Lumpur voor de formule 1 grand prix.

4 / 24 maart 2004
Copyright/Disclaimer

Gratis eboek downloaden/lezen?