zaterdag 27 januari 2018

Thailand: Op weg naar de provincie

Nang Rong (Smile Home Resort) 8), zaterdag 27 januari 2018

Iets over zes roept mijn blaas dat ik uit bed moet. In het schemer kan ik weinig herkennen in mijn hotelkamer maar eenmaal gezeten op de porseleinen troon kijk ik op mijn horloge en besluit om toch nog maar even te gaan liggen. Van slapen komt weinig meer omdat ik me steeds blijf afvragen waar ik aan ben begonnen. Het lijkt eeuwen geleden dat ik op de drempel stond om met mijn oude rugzak op pad te gaan. De twijfels willen me maar niet verlaten! Onder de douche om iets over zeven spoelen mijn baardharen tijdens het scheren door het putje maar de twijfels zijn veel hardnekkiger. Zij blijven in mijn hoofd spoken ondanks het vele douchewater dat over mijn hoofd stroomt. Ik weet het ècht niet meer. Ik mis mijn vrouw en sta op het punt om waarschijnlijk iets heel doms te doen. Waarom zou ik het moeilijk doen wanneer ik het de komende vier weken ook gemakkelijk had kunnen doen?
Tijdens het ontbijt voel ik de kansen ietsjes naar de positieve zijde verschuiven. Het gebakken eitje, de twee knakworstjes en de oploskoffie geven me enige moed. Dan moet het toch maar gaan gebeuren! Zodra ik na het ontbijt de rugzak op mijn rug slinger en de heuptas en camera positioneer voel ik de moed weer in mijn schoenen zakken. Het is een aardig gewicht dat ik moet meezeulen. Nu is het gewoonweg doorbijten. Watjes zijn nu eenmaal niet vaak succesvol.
De afstand naar de bushalte van bus 3 naar Mo Chit blijkt veel verder dan ik me kan herinneren. Met elke stap weegt mijn bagage enkele grammen zwaarder, en dat telt op na enkele honderden meters. Tot overmaat van ramp zie ik, terwijl ik voor een rood voetgangerslicht sta te wachten, bus nr. 3 net voor mijn neus vertrekken. Het zou een kantelpunt kunnen zijn maar ik hou me sterk. Ik weet dat er elk moment een nieuwe bus met nr. 3 op de lichtbalk kan verschijnen. Bezweet, bepakt en vol met twijfels sta ik in de vroege ochtendzon langs Thanon Phra Athit op een bus nr. 3 te wachten.
Zodra een oude vrouw me aanspreekt over mijn grijze haar weet ik dat er geen weg meer terug is. Ze moet hard lachen dat we beiden wit haar hebben. Dat is iets wat je in Thailand niet vaak zal zien want wit haar is een teken van ouderdom en zwakte. Ik mag dan wel acht en vijftig jaar zijn maar dat is geen reden om op te geven. De ene na de andere oude rode stadsbus komt voorbij maar geen van de bussen draagt het bevrijdende nr. 3. Wanneer de bus eindelijk verschijnt is geen weg terug! Ik stap in, ontmantel mezelf in de rijdende, slingerende en schokkende, bus van mijn bagage en betaal de zeven baht aan de meer dan vriendelijke conductrice. Het kleine muntje van 25 satang dat ik van de conductrice terug krijg leg ik op een randje naast mijn zitplaats.
De ruim veertig minuten durende rit naar de Mo Chit busterminal is een oogopener. Wat ik enkele dagen geleden heb gemist straalt me nu tegemoet. Bangkok is ècht veranderd, Bangkok wordt mooier zonder iets van haar oude charmes te verliezen. Wat hou ik van deze stad die zo lang goed voor me is geweest. Ik weet zeker dat ik hier in 2020 weer terugkom om te doen wat ik de afgelopen negentien jaar heb gedaan.
De bus naar Nang Rong
Het kopen van een kaartje is nog net zo eenvoudig als vroeger. Twee kaartjes voor 482 baht. Voor nog een dertien euro ga ik een busreis, zonder een van tevoren in te schatten reistijd, naar de Isaan tegemoet. De bus is niet de jongste meer maar ik heb goede hoop dat het allemaal in orde zal komen. De geofferde bloemen worden gerangschikt achter de voorruit om de geesten goed te stemmen. De Boeddhabeelden worden vereert en de motor dreunt door om de airconditioning te voeden. Ik vraag me af wanneer de oude dieselmotor voor het laatst een pauze heeft gehad.
Zodra we de busterminal verlaten ligt 95% van de hoofdzakelijk Thaise passagiers te slapen. Sterker nog, ik blijk de enige buitenlander te zijn die aan boord is. De wereld buiten heeft mijn aandacht. Het duurt bijna twee uur voordat we Bangkok hebben verlaten. Maar dan komt er snelheid in onze reis. 265 Km te gaan geeft mijn GPS aan! Op de tv speelt een ongelofelijke wrede gewelddadige film terwijl ik me tegoed doe aan de eerste van mijn drie snacks voor deze reis. De tonijn salade sandwich van Oishi smaakt nog hetzelfde als tien jaar geleden. Groene thee spoelt de dode vis naar mijn maag.
En dan slaat ook bij mij de verveling toe! Knikkebollen, een tweede snack, een Japanse rijstrol met zeewier en viseieren. Je kan niets anders doen dan de rit uitzitten. Drie banken voor me braakt een peuter en de zure lucht alarmeert de conductrice van de bus. Na een stevige uitbrander begint de moeder aan het opruimen van het braaksel met een rol toiletpapier. Een tweede rol moet er aan te pas komen en ik zie de moeder tien baht betalen voor het witte rolletje.
Het braaksel mag dan worden opgezogen door het dunne zachte papier, de zure geur blijkt een stuk hardnekkiger. Twee jongens aan de andere kant van het gangpad beginnen nu ook te kokhalzen en ik moet denken aan een busreis in Laos van negentien jaar geleden. Toen kwam er ook nog een volle luier aan te pas! Aziaten kunnen nu eenmaal slecht tegen het slingeren van voertuigen met als gevolg dat er altijd wel een of twee onderweg moeten kotsen. Nog maar een slok koude thee en het tweede, en laatste, rijstrolletje moet er ook aan geloven.
In “Nang Rong” wordt ik langs de hoofdweg uit de bus gegooid, zomaar langs de weg zonder een aanknoop punt. Er zit niets anders op dan Peter te bellen. Peter is een oude vriend die ik hier ga bezoeken. Veel woorden worden er niet gewisseld want hij weet precies waar ik ben. Na drie kwartier wachten begin ik toch te twijfelen en besluit om nog maar een keer te bellen. En wat blijkt, hij zoekt me op de verkeerde plaats, namelijk in het busstation. De luie chauffeur heeft ervoor gekozen om de omweg naar het busstation niet te maken en me gewoon aan de hoofdweg te lozen.
Smile Home ResortSmile Home Resort 8
Het is een hartelijk welkom en we maken snelheid om mijn bagage in het “Smile Home Resort” af te gooien. Ik heb de hele dag niets gedaan en ben toch helemaal verzuurd! De kamer is fantastisch! Voor slechts 300 baht (€ 7,95) per nacht ben ik weer een paar dagen onder de pannen. We hebben elkaar genoeg te vertellen na zes jaar, het blijkt namelijk zo lang geleden dat we elkaar voor het laatst hebben gezien. Een bier, twee bier, en dan moeten we toch wat gaan eten. De drie snacks zijn niet genoeg na zo’n lange dag van reizen!
Pad Krapow Moo Kai Dao
Peter weet een leuk tentje, typisch Isaan, geen poespas maar gewoon goed eten voor een eerlijke prijs. Op dit moment voel ik me weer helemaal onderweg en thuis tegelijk. Dit is de geest van het reizen. Wat ben ik blij dat ik vanochtend niet op mijn bed ben blijven liggen!
Dus het is vandaag een spetterend begin aan mijn “Isaan Adventure 2018”! “Bob Seeger Greatest Hits” en een koude beer Leo op het nachtkastje terwijl ik dit schrijf, het leven kan haast niet mooier worden!
Copyright/Disclaimer