maandag 25 februari 2008

Sri Lanka, Sri Pada (Adam’s Peak)

Dalhousie, 25/02/2008

Het was opnieuw vroeg opstaan en het zag er niet naar uit dat ik zou kunnen uitslapen in de komende dagen. Ik ben moe, erg moe. De combinatie van een paar dagen erg vroeg opstaan, slecht eten en vijf keer naar de wc in een half uur vannacht had zijn tol geëist. Tel daar bij op dat een medewerker van het hotel om half twaalf als een bezetene de papieren verpakking voor de lunchpakketten begon te stempelen en het hebt een heel slechte nachtrust.
Om half zeven liep de wekker dus af en das was het voor “Haputale”, rustig de rugzak inpakken en een ontbijt nuttigen en daarna op weg naar de laatste van de grote wandelingen “Sri Pada” oftewel “Adam’s Peak”. De trein zou om twaalf voor acht vertrekken vanaf het station dat op nog geen honderdvijftig meter van mijn hotel lag. Ik ben lui van natuur en verblijf nu eenmaal graag in hotels die dichtbij bus en treinstations liggen. Ook al betekend dat vaak dat het niet de beste of mooiste locatie is.
Het afrekenen in Sri Lanka was tot nu toe altijd een verrassing geweest. In mijn kleine notitieboekje had ik bijgehouden was ik had gegeten en gedronken in de laatste drie dagen. Een ruime berekening bracht me op 6000 Roepies totaal, ongeveer € 40,-. De neef van de eigenaar deed zijn best om alles uit te rekenen en presenteerde mij de nota die volgens hem 5945 Roepies bedroeg. Ik kon daar goed mee leven en overhandigde hem de 6000 die ik al had klaargelegd. Dit hoofdstuk was nu beëindigd en ik was klaar om te vertrekken en aan een nieuw hoofdstuk van Sri Lanka te beginnen.
Met de rugzak op mijn rug stapte ik de frisse ochtendlucht in. De zon was al aardig warm en het weer leek nog het meest op een mooie herfstdag in Nederland. Het kaartloket in het station was net open toen ik de entree van het kleine station betrad. Ik hoorde mijn naam in koor roepen en keek verbaasd door de deur naar het perron waar Mohammed en Graham zij aan zij stonden. De twee wisten niet van elkaar dat ze beiden bekenden van mij waren. Ik stel het zeer op prijs dat Mohammed zelf nog een keer afscheid kwam nemen en het was leuk om Graham weer te zien en iemand in de trein te hebben om een praatje mee te maken.
De treinreis naar “Hatton” wordt gezien als één van de mooiste in de wereld, zij het dat je eigenlijk in “Ella” zou moeten beginnen. Mijn oorspronkelijke idee was om deze treinreis per stoomtrein te doen, maar deze treinservice is geschorst bij gebrek aan toeristen hier op Sri Lanka. We hadden goede plaatsen en genoten van het uitzicht dat ik onmogelijk kan beschrijven. Nadat het allemaal een beetje teveel van hetzelfde begon te worden hadden we tijd voor een gesprek en te informeren wat onze verdere plannen waren.
Graham was bijna in zijn laatste week en had een beetje haast om nog wat in het noorden te zien. Zelf had ik voldoende tijd maar geen trek om een dag rond te hangen in een klein dorpje aan de voet van een bedevaartsoord. Na wikken en wegen vonden een gemeenschappelijke oplossing. We zouden proberen om “Sri Pada (Adam’s Peak)” vanmiddag te beklimmen. Het had voor ons geen nut om de zonsopkomst op weer een andere berg of uitkijkpunt te zien.
We hadden geluk! De bus stond met draaiende motor voor het station te wachten om ons naar “Dalhousie” te brengen, het begin van de bedevaart. Ondertussen had het noodlot ook toegeslagen! Bij het verlaten van de trein was ik onder de voet gelopen door een horde Srilankanen die geen enkel respect toonden voor de mensen die de trein wilden verlaten. Ze wrongen zich aan beide zijden langs me heen geen rekening houdend met mijn rugzak en ledematen. Mij schouder werd op brutale, en pijnlijke, wijze uit zijn fatsoen gerukt. Het was geen goed gevoel.
De busreis ging natuurlijk door heuvels met theestruiken en een stuwmeer was de welkome afwisseling in het theelandschap. De lucht was staalblauw en het weer zag er goed uit. “Dalhousie” werd sneller bereikt dan we dachten, met open monden en vol ongeloof zaten we in de bus op een plein in Dalhousie. Er was een kleine twee uur voorbij gegaan zonder dat we het ons eigenlijk hadden gerealiseerd. “Green House” was volgens de LP een goede plaats om te slapen en zijn ligging maakte het een perfecte plaats om de klim naar de 2243 meter hoge “Sri Pada (Adam’s Peak)” te beginnen. Alles liep perfect en in een poep en een scheet stonden we om één uur klaar om aan de klim te beginnen.

Het begin van het pad was kinderlijk eenvoudig en liep door een kleine braderie waar alle in de wereld geproduceerde goedkope rotzooi aan de man werd gebracht. De eerste tempel verscheen op het hoornvlies en het werd rustiger. Een gestage stroom van bedevaartgangers op weg naar beneden passeerde links en rechts van ons. Graham was superfit en ik vocht na dertig minuten al tegen de pijn in mijn lichaam en de vermoeidheid.
“Ga maar alleen verder”, vertelde ik Graham.
“Maar je komt toch wel naar de top?, vroeg hij.
“Ik zie wel hoe hoog ik kom, mijn hele lichaam doet pijn”, antwoordde ik met een zure glimlach op mijn mond en een onwetende gelaatsuitdrukking.
Graham verdween als een schim in de verte en ik bleef vechtend tegen de vermoeidheid alleen achter. Het zweet liep uit mijn lichaam en er was na de diarreeaanval van vannacht weinig energie achter gebleven. Een paar snoepjes gaven me de brandstof die ik nodig had om verder te klimmen. De totale hoogteverschil van de klim is ongeveer duizend meter over een pad van viereneenhalve kilometer lang. Niet gemakkelijk dus! Een fles zoete limonade gevolgd door een banaan gaven me meer suiker om de tocht naar boven te voltooien. Op één punt in de klim krijg je de top van de berg goed in zicht. Waar het bos overgaat in de rots was mijn nieuwe richtpunt.
“Als ik die rots haal, dan haal ik ook de top!”, plantte ik in mijn hoofd.
Moeizaam ging ik naar boven omgeven door mensen die soms wel anderhalf keer mijn leeftijd hadden. Op een moment werd ik zelfs ingehaald door een drager met een zak rijst van zeker veertig kilo op zijn hoofd. Het was fascinerend om te zien dat alles in de leeftijd tussen pasgeboren en zeer oud de weg naar de top volgde. Meer bananen en zoete frisdrank als brandstof. Mijn dijen begonnen nu echt pijn te doen en dat terwijl het pad een beetje gemakkelijker werd. En daar was ik dan, aan de voet van de kale rots.

Nu zou ik ook helemaal naar boven gaan! Mijn GPS vertelde dat ik nog ongeveer 350 meter moest klimmen. Ik zou het halen! In stappen van twintig meter hoogteverschil begon ik aan de treden van de betonnen trap. De treden waren erg ongelijk, soms tien centimeter en soms wel vijftig centimeter. Ik sleepte me naar boven en het werd steeds moeilijker. De twintig meters werden tien meters en die gingen weer over in tien treden per keer. Het zingen van de monniken kondigde aan dat ik nu dicht bij de top kwam, er was zelfs al een stukje van het gebouw te zien. Het werd steeds moeilijker en het stijgen tussen twee rustpunten steeds korter.
Na drie uur en een kwartier stond ik voldaan op de top van “Sri Pada (Adam’s Peak)”. Graham stond lachend in een hoek met een paar andere bedevaartgangers te praten terwijl ik me op een plaatsje in zon en uit de wind nestelde om op te drogen en mijn adem te hervinden. Ik had het wel gehaald! En dat ondanks ik zou ziek was geweest vannacht. Ongeveer een uurtje heb ik op de top doorgebracht met bidden en rondkijken wat er zo allemaal rond ons heen gebeurde. Ik kreeg de zegening van de priester in de vorm van een gouden stip op mijn voorhoofd en dacht wat na over de zin van het bestaan. Het is een magische plek dat “Sri Pada (Adam’s Peak)”.
Alleen ging ik omhoog en alleen begon ik aan de afdaling. Graham zou me later wel inhalen en ik twijfelde daar geen moment aan. Omlaag was niet veel eenvoudiger dan de tocht omhoog. De knieën moesten de schokken van de ongeveer 8500 treden opvangen en bij elke stap naar beneden voelde ik de pijn in mijn schouder. Het was even doorbijten. Grote groepen kwamen mij tegemoet om de nacht op de top door te brengen. Zij zouden in alle vroegte afdalen na de zonopkomst te hebben aanschouwd. Nadat Graham zich bij mij had aangesloten veranderde het afdalen. Ons gesprek leidde de aandacht wat af en het lopen werd gemakkelijker.
Om half acht melden we ons bij het “Green House” voor het avondeten en dat was het einde van de dag. Een heerlijke combinatie van rijst en verschillende kerriegerechten , en dat voor de pakketprijs van 1430 Roepies voor slapen, avondeten en ontbijt. Ik wilde nu slapen. Voldaan zocht ik mijn bed op en viel meteen als een blok in slaap, trots op wat vandaag had gedaan. Het actieve gedeelte zit er nu op, morgen naar “Kandy” waar we aan het religieuze gedeelte beginnen. Welterusten.
Copyright/Disclaimer