vrijdag 12 februari 1999

Thailand, de tweede vreemde avond op rij

Chiang Khan, 12/02/1999

Het zou een heel vreemde avond worden, het begon allemaal zo.
Nadat mijn eerste biertje op had kon ik nog wel een tweede gebruiken. Ik bestelde mijn tweede fles bier en zag de eigenaar op zijn brommer stappen en vertrekken. Ik was erg verbaasd dat hij mij zo alleen achterliet in het guesthouse, tenslotte was ik de enige gast. Nadat hij was teruggekeerd met een koude fles bier gingen we over tot de orde van de dag en begonnen met het inchecken. De gegevens uit mijn paspoort werden zo goed mogelijk overgeschreven en de overnachtingen moesten vooruit worden betaald.
“Een goed idee als je er zelf weinig bent”, dacht ik nog.
“Dat is dan honderdzestig baht voor twee nachten inclusief ontbijt”, zei de man nadat hij klaar was met de rekenmachine.
Ik krabde eens aan mijn oor want ik kon niet geloven wat hij net had gezegd. Voor de zekerheid herhaalde ik wat hij tegen mij had gezegd.
“Honderzestig baht voor twee nachten inclusief ontbijt?”
Hij knikte met een brede glimlach alsof hij net de 64000 dollar vraag goed had beantwoord. Het geld ging van hand op hand en ik was nog steeds bezig met het verzinnen van wat er achter zou kunnen zitten. Mijn hersenen draaiden op volle toeren terwijl ik mijn intrek nam in de kamer. De kamer had een prachtig uitzicht over de Mae Kong. Alleen de vloer liep zo sterk af dat wanneer je iets liet vallen je meteen naar de lager gelegen hoek kon lopen om het weer op te pakken.
Ik had wel trek in een derde fles maar ik wilde nu eerst wat eten. In het restaurant werd het menu tevoorschijn gehaald en na een korte blik in de lijst van de bij de toeristen populaire gerechten koos ik voor gebakken groenten met kip. De eigenaar schreef het op een stukje papier en stapte weer op de brommer en verdween pruttelend in de nacht.
“Afhaal Chinees?”, lachte ik in mezelf.
Na ongeveer tien minuten keerde hij terug met een vrouw achterop de brommer die later zijn zuster bleek te zijn. Ze verdween in de keuken om mijn eten te bereiden. Nu was het wel tijd voor mijn derde, en waarschijnlijk niet mijn laatste, biertje van de avond. En weer stapte hij op zijn brommer om even later met een koude fles bier in de zijtas terug te keren. Ik moest hier wel heel erg om lachen. Zou hij zelf niet op het idee komen om te vragen hoeveel flessen bier ik van plan was om te drinken? Ik verwachtte het niet.
Het eten en de fles bier smaakten mij uitstekend en ik was gevuld en voldaan én blij dat ik weer een dag van zwaar onderweg zijn tot een goed einde had gebracht. Een heel klein beetje aangeschoten zat ik onderuitgezakt na te genieten op de sofa in de receptie van het guesthouse.
“What you do tonight?”, waakte mij uit mijn droomwereld.
“Eh, excuse me?”
“What you do tonight?”, herhaalde de baas.
“Eh, drink one or two more beers and than go to sleep”, antwoordde ik.
“Tonight my family have big party, you want to come?” klonk het uitnodigend.
“Why not, as long as we do not come back to late”.
“I want to get up early to make a tour on a motorbike”, vertelde ik hem.
“OK, we will back before twelve o clock”, en opnieuw verscheen die brede glimlach op zijn gezicht.
Na snel per telefoon een brommer voor mij te hebben geregeld gingen we op pad. Eerst werd zijn zuster naar het feest gebracht en even later kwam hij mij ophalen. Ik had ondertussen alle waardevolle spullen bij me want het lege guesthouse vertrouwde ik niet zo.
Na een korte rit achterop de brommer kwamen we aan bij een open veld aan de andere kant van het dorp. Er stonden oneindig veel brommers en pick-uptrucks geparkeerd rond het veld en op de achtergrond klonk traditionele muziek. Ik was nu tenslotte in “de Isaan”, in het echte Thailand in het noordoosten aan de grens met Laos.
Ik zat amper en er werd al een klein glaasje met een doorzichtig goedje voor mij neergezet waarna de mannelijke helft van de groep mij met gebaren suggereerde dat ik het in één keer achterover moest slaan. Ik wierp het goedje in één keer achterover waarna ik hoestend en proestend overeind sprong. De smakeloze vloeistof brandde zich een weg naar mijn maag zoals gootsteenontstopper op zoek gaat naar de verstopping in de afvoerpijp. Ik wilde wel eens weten wat dit was! Niet om het zelf te kopen maar om in de toekomst het drinken ervan te vermijden. Het was “Lao Khao”, een zelfgestookt drank gemaakt van gefermenteerde kleefrijst. Spiritus van een blindmakende kwaliteit. Het duurde niet zo lang voordat mijn gastheer het begreep dat ik liever wat anders dronk. Een colaatje met een beetje Thaise Whisky. Een beetje zoet maar in ieder geval beter dan dat bocht dat ik eerder had geproefd.
De baas van het guesthouse tilde mij aan mijn arm op om mee te gaan naar de tafels waar het buffet op stond uitgestald. Isaan voedsel in de breedste zin van het woord. Het enige wat ik kon herkennen op de grote tafel was een pan met rijst. Natuurlijk kreeg ik uitleg over wat het allemaal was. Orgaanvlees, rauw in reepjes gesneden en vermengd met knoflook en chilipepers. Natuurlijk zal er ook wel vissaus en limoensap inzitten. Mijn verontschuldigingen dat ik net had gegeten werden geaccepteerd en zo kwam ik goed weg. Vooral de schaal met “Dog” vlees vond ik minder aantrekkelijk.
Ik was ondertussen wel nieuwsgierig geworden waarom dit feest werd gegeven. Bij navraag kreeg ik een brok in mijn keel en ik wist niet goed of ik nu moest lachen of huilen. De gelegenheid waarom dit feest werd gegeven was omdat zijn schoonmoeder honderd dagen dood was. Het klinkt bij ons als een oude belegen grap maar hier waren ze serieus. Later heb ik uitgevonden dat het allemaal om geld draait. Des te rijker je bent des te uitbundiger wordt dit honderd dagen feest gevierd, als je heel rijk bent hou je ook nog een tweehonderd dagen feest.
Ondertussen was de muziek een paar tandjes hoger gezet en iedereen aanwezig zat uit volle borst de Thaise smartlappen mee te zingen. De tekst was mij onbekend en verder dan een beetje meeneuriën kwam ik niet. Het was al laat en ik vertelde mijn gastheer dat ik het wel tijd vond om terug te gaan. Dat was geen probleem, maar niet voordat ik nog een liedje in het Nederlands had gezongen. Er werd een microfoon in mijn handen gedrukt en ik dacht even na wat ik zou gaan zingen. Daar zat ik dan naast het podium “Eenzame Kerst” van André Hazes te zingen. Ze vonden het prachtig, mijn stem klonk als van een hese ezel.
Lachend in mijzelf zat ik achterop de brommer op weg naar mijn bed. Morgen vroeg op om een hele dag van de brommer te kunnen genieten.
Copyright/Disclaimer