woensdag 11 juli 2007

Sarawak, een lange zit naar Miri

Miri, 11/07/2007

Het was onvermijdelijk dus klagen had geen zin. We moesten terug over de rivier zoals we waren gekomen. Zes uur stonden we naast het bed en een kwartier later wekten we de nachtwacht van het hotel die op de bank in de receptie lag te slapen. Slaapdronken opende hij de deur zodat we wat konden gaan eten. De twee toast met “butter and jam” vielen nu niet zo goed. Het was te zoet en dat kan ik nu eenmaal moeilijk weg krijgen als ik net wakker ben. Ik doopte met wanhoop mijn eerste helft van de toast nu maar in de sterke koffie om wat van de smaak weg te nemen. Het werd iets beter maar het bleef maar bij één helft. Met de mogelijkheid van een laatste toiletstop opengelaten hadden wij de rugzakken nog in de kamer laten staan. Eenmaal op weg was de mogelijkheid voor een normaal toilet voorgoed verkeken.
Er hing een dichte mist over de jungle toen we bij de aanlegsteiger arriveerden. De eerste boot naar Sibu zou over een kwartier vertrekken, we zochten opnieuw een plaatsje boven op de boot. De romp was nat, de combinatie van de airconditioning binnen en de vochtige warme lucht buiten. Het bekende ritueel van het blazen van de toeters en even later waren we op weg. Het was koud boven op de boot, maar het was waarschijnlijk nog kouder binnen in. We verplaatsten ons bij de eerste stop naar een plaats waar we iets minder wind zouden vangen, het verschil in temperatuur was minimaal. De lucht veranderde van een even staalgrijs naar grijs met gaten van blauw. Waar de zon eindelijk door de wolken kwam werden we beetje bij beetje opgewarmd. Het was niet aangenaam maar het moest gewoon gebeuren. We spraken ook niet veel met elkaar. Het was gewoon uitzitten.
Na ruim twee uur kwam Sibu in zicht en wij waren blij dat we mooi op tijd in de stad waren. We liepen de bootterminal uit op weg naar een bus die ons naar het express busstation zou brengen. Een behulpzame man plaatste ons op een bank en zei dat we op bus 21 moesten wachten. Mijn GPS vertoonde ondertussen geen kaarten meer, ik vroeg mij af wat er gebeurd zou kunnen zijn. Het belangrijkste was dat mijn reserve geheugenkaart wel werkte. We zaten nu al 25 minuten te wachten en ik begon nerveus te worden. Het was al over tien uur en er was nog geen bus. Met de minuut werd ik nerveuzer en ik vond dat het tijd werd om nog maar eens rond te vragen. Elk dorp heeft er één zeg ik altijd, een dorpsgek. Maar het klopte, wachten op bus 21 en die zou hier verschijnen. Om iets over half elf werd ik verlost van mijn twijfels. Het bleek dat we de vorige bus op een paar minuten na hadden gemist. Dat was jammer.
In het express busstation hadden we wat meer geluk. De bus zou binnen een kwartier vertrekken naar Miri. Ik had nog met het idee gespeeld om een nacht in Bintulu te blijven maar na alles te hebben te overwogen was Miri toch de beste bestemming. Stoel 19 en 20 was er op de kaartjes gedrukt en ik had al een voorgevoel dat deze bus niet vol zou vertrekken. Misschien zou hij onderweg nog meer passagiers oppikken maar voor nu was het leeg achter ons. Ik vroeg Tettje om naar de twee lege stoelen naast ons te verhuizen. Daar zaten we dan, twee stoelen per persoon en genoeg ruimte voor onszelf en onze rugzakken. We waren op weg naar Miri.
De reis was eentonig, jungle, heuvels en palmolieplantages. De tijd kroop langzaam vooruit en elke keer als ik op mijn GPS keek zag ik dat er wat kilometers van het totaal waren afgeknaagd. Af en toe stopte de bus voor een korte pauze en ik kocht steeds wat te drinken en te eten voor ons. Tettje begon nu ook de gestoomde broodjes lekker te vinden en wij lieten die ons dan ook goed smaken.
Tijdens de laatste stop, ruim honderd kilometer voor Miri, pikte de bus de laaste passagiers op. Twee jongens die in Groningen studeerden gingen voor ons zitten en het gesprek versnelde de reis aanzienlijk. We wisselden wat tips uit over Thailand en de “Batu Niah”, grotten die de jongens die dag hadden bezocht. Bij aankomst in Miri bleek weer eens hoe ver die verdomde busstations buiten de stad liggen. Je moet gewoon een taxi nemen om in de stad te komen. De laatste taxi was gekaapt door de Hollanders terwijl wij in het toilet waren. Een jonge “snorder” bracht ons naar het “Pacific Oriënt Hotel”. Onze eerste keuze uit de LP. En dit hotel had wel heel slecht moeten zijn hadden we hier nog weggelopen. We waren tenslotte bijna dertien uur onderweg geweest vandaag.
Waar we nu zin in hadden was een warme maaltijd en een koude fles bier. Op nog geen vijftig meter afstand van de deur van het hotel was een chinees restaurant. Twee bami goreng met gebakken groente en citroenkip. Met twee lauwe flessen Tsingtao bier, maar dat kon me geen moer schelen. We aten en dronken en spraken wat met Ryan, een rauwe Australiër die ook een beetje aan het rondreizen was. Maar wel op een andere manier, met een huurauto namelijk. We waren vol en moe, slapen zou geen probleem zijn en dan morgen eens kijken wat Miri te bieden heeft.
Copyright/Disclaimer