
Sandakan (City View Hotel), donderdag 19 juli 2007
We kiezen gemeenschappelijk voor de “Mangrove Forest Walk”, we weten op voorhand dat we deze wandeling nooit in zijn geheel kunnen lopen. Tien kilometer heen en terug betekend al gauw een uur of vier lopen door de dichte jungle.
We hebben in totaal maar drie uur tot onze beschikking en we moeten ook nog wat te eten zien te vinden, het voeren van de mensapen vanmiddag is belangrijker dan de wandeling. Ik overtuig de caissière van het park om voor ons het “Sabah Wildlife Department” te bellen voor de benodigde vergunning om het pad deze ochtend te lopen. De vergunning is gratis maar het bellen vanuit een telefooncel met een Maleisiër in de jungle is een omslachtige manier om de vergunning naar de kassa van het park gefaxt te krijgen.
Tien minuten later, en twee Maleisische Ringgit lichter, sta ik met de vergunning voor alle drie van ons in mijn hand en wij kunnen op weg naar de mangrove bomen.
De wandeling begint aangenaam. Hier en daar stappen we over kleine poelen water met modder. Wat minder is zijn de grote aantallen bloedzuigers die leven op de vochtige vloer van de jungle en in de kleine modderpoelen. Onafgebroken moeten wij de benen van diegene voor ons loopt in de gaten houden. We slaan direct alarm wanneer er een bloedzuiger zijn weg omhoog naar het zachte vlees in de gewrichtsholtes zoekt.We hebben tijdens onze wandeling tientallen bloedzuigers verwijdert en tijdens het stilstaan om een bloedzuiger te verwijderen vielen andere hordes soortgenoten ons weer aan. Er zijn maar drie bloedzuigers die uiteindelijk in dit verhaal worden vermeld!
De eerste bloedzuiger is voor mij persoonlijk de meest beruchte. Al balancerend lopend over een omgevallen boom, die over een kleine stroom ligt, voel ik een vreemde kriebel in mijn lies. Mijn hand gaat automatisch naar de plaats waar het kriebelt en vol verbazing voel ik iets dat ik niet verwacht en dat er niet hoort te zijn. Het voelt alsof ik twee piemels in mijn broek heb!Tettje, die nog naar een plaats zoekt om zelf op de boom te klimmen, kijkt wat het is wanneer ik mijn broekspijp voor hem open en hij recht omhoog kan kijken. Er blijkt één bloedzuiger door de verdediging heen te zijn gebroken. Hij heeft de weg naar mijn edele delen gevonden!
Ik probeer de opgezwollen worm tussen mijn duim en wijsvinger te pakken maar ik krijg maar geen grip op die gladde zwarte kleine rakker. Ik voel hem nog steeds zuigen en groeien dus is het nu de hoogste tijd voor meer rigoureuze maatregelen.
Zonder ook maar één moment te twijfelen laat ik mijn broek, en onderbroek, in een flits tot op mijn knieën zakken. Daar sta ik dan in mijn blote kont midden in de jungle van Borneo! Tettje probeert de hardnekkige gladde rotzak met beide handen te pakken maar het lukt hem van geen kant. Het zal best een grappig tafereel zijn geweest maar ik voel mij toch wel zeer ongemakkelijk.
Het tapijt van rottende planten en dieren in de jungle is nu eenmaal niet de meest hygiënische plaats voor een bloedzuiger die aan je edele delen hangt! Gelukkig lukt het mij om met een bankkaart, ik heb dat ooit eens ergens gelezen, de zuigende worm van mijn scrotum te schrapen. Gevuld met mijn bloed valt de dikke zwarte bloedzuiger op de grond. Hij heeft voldoende voedsel voor de komende dagen opgezogen. Dat staat als een paal boven water. Op dit moment realiseer ik pas dat Karin een stukje verderop in alle stilte staat te kijken wat er allemaal voor haar ogen gebeurt.
‘Sorry hoor, maar nood breekt wet!’, roep ik haar toe.

De tweede bloedzuiger is er één in Tettje zijn knieholte. Hij poseert naast een woudreus die wij in Nederland kennen als tropisch hardhout. Bomen met giftig en smerig smakend sap zodat de insecten er niet aan willen beginnen. Wij hebben verzaakt om zijn benen goed in de gaten te houden mede omdat hij zich ook steeds als laatste in lijn een weg door de jungle baant. Wij hebben de verdediging aan de achterkant niet goed in de gaten gehouden en Tettje moet daar nu de prijs voor betalen. Zodra ik de bloedzuiger met mijn bankkaart heb weg geschraapt gutst het bloed uit Tettje zijn knieholte.


Ongeveer op de helft van de beschikbare tijd voor de wandeling keren wij weer om. We hebben door het tropisch regenwoud van Borneo gelopen en het is een onvergetelijke ervaring. We hebben flink geklommen en ook weer stevig afgedaald. We zijn langs een diep ravijn gelopen en hebben door de centimeters dikke modder gewaad. Wilde dieren zie je weinig in het oerwoud, de meeste dieren in de jungle zijn s’nachts actief in het oerwoud om zo hun levenskansen aanzienlijk te verhogen.
Het was een mooie wandeling en mocht ik hier ooit nog een keer terug komen dan zal ik de “Mangrove Forest Walk” zeker uitlopen en mij dan door een boot terug naar Sandakan laten brengen. De wilde natuur fascineert altijd en de grote hoeveelheid paddenstoelen, en schimmels, die het rottende tapijt overblijfselen omzetten naar bruikbaar voedsel voor de planten. De wandeling terug gaat zoals gewoonlijk sneller dan de heenweg. We hebben voldoende tijd om nog wat te eten en te drinken voordat we de tweede keer gaan kijken naar het voeren van de mensapen in het “Sepilok Orang Utan Rehabilitation Centre”.



Het voeren van de vriendelijke dieren in de middag is vandaag beter dan die van vanochtend. Na er goed over te hebben nagedacht denk ik dat het voeren in de middag altijd het beste is. Er zijn beduidend minder toeristen, dat misschien de dieren minder afschrikt, en meer orang-oetangs komen op het geluid van de lepel en het etensblik af, we zien zeven Orang-Utan deze middag.Het is opnieuw vertederend maar verder is er weinig nieuws te zien. We nemen afscheid van Karin en ik verwacht niet dat ik ooit nog wat van haar zal horen. Enorm voldaan gaan wij samen in de bus terug naar “Bandar Sandakan”, zoals je het centrum van de stad noemt, om een lekkere hete douche te nemen en een ijskoud biertje te gaan drinken. Dit was de beste dag tot nu toe op Borneo en deze dag maak deze reis tot een onvergetelijke.
Nu het verhaal over de derde bloedzuiger! Tettje ontkleed zich naast zijn bed in de hotelkamer om onder de douche gaan en ontdekt een bloedvlek in zijn onderbroek zo groot als een ontbijtbord! Nee, hier waren niet een paar druppels bloed gelekt maar meer een theekop vol bloed.
Tettje merkt geschrokken en verbaasd op, ‘Ik heb helemaal niets gevoeld’.
Maar het bloed zit er toch. Deze kleine glibberige zwarte etter is waarschijnlijk vermoord toen Tettje met zijn machtige tachtig kilo op de volgezogen bloedzuiger ging zitten. Het ziet er erger uit dan het is! Tettje heeft vandaag weer het meest geleden tijdens onze toch door de modder!
Wat vanavond voor ons belangrijk is: Tettje gaat afscheid nemen van een gedeelte van zijn bagage!De dertien pakjes halfzware shag moeten er aan geloven en er worden zes pakjes weggegeven aan de lokale bevolking die allemaal roken als schoorstenen van oceaanstomers. Een soort laatste avondmaal maar dan anders! Tettje is tijdens deze reis definitief gestopt met roken en hij voelt zich al een stuk beter. Hij heeft meer lucht en zijn eten smaakt hem ook een stuk beter.
Om de hoek van ons hotel heb ik al een eenvoudig eethuisje ontdekt dat nasi goreng, saté in diverse soorten vlees en ijskoud bier serveert. De ideale plaats om nieuwe vrienden te maken! Zodra Tettje het kleine plastic tasje met de pakjes “Drum halfzware shag” opent stroomt het personeel toe. Tabak is niet duur in Maleisië maar gratis is nog goedkoper!
Tettje deelt de pakjes shag uit en de argwanende medewerkers van het restaurant weten niet goed wat ze moeten denken van deze twee gekke blanken. De kleine pakjes “rode Rizla” vloeipapier trekken veel bekijks! Sigaret papier is hier niet gebruikelijk, hier gebruiken ze gedroogde bladeren van een struik uit het oerwoud.



Het spel is snel begonnen en de kaarten liggen op tafel. We gaan plezier maken met de lokale bevolking, een van de belangrijkste redenen waarom we samen op reis zijn. Als eerste moet ik ze gaan leren om een sjekkie te rollen. Dat is lachen om het gepruts van de Maleisiërs. Verbazend snel hebben ze het onder de knie en kunnen ze aan ons eten beginnen. Het smaakt ons goed maar we hebben het wel een beter gegeten.

Ik mijmer wat over wat we vandaag weer allemaal hebben meegemaakt. Het was een mooie en interessante dag. We hebben er samen ook hartelijk om gelachen hoe de Maleisiërs probeerden een sigaretje te rollen. Aan het einde van de avond hebben ze het aardig onder de knie. Een beetje aangeschoten en voldaan gaan wij richting het hotel. We worden door het gehele personeel uitgezwaaid. Morgen gaan we weer de jungle in, we kijken er erg naar uit.Terug op de kamer blijkt dat de wifi weer eens werkt en daar maak ik snel gebruik van. Ik heb vanavond een vreemde email uit Thailand ontvangen. Volgens de email ben ik vader geworden! Ik weet niet eens dat ik een vriendin heb in Thailand, laat staan dat ik weet dat ze zwanger is. De moeder, waarvan ik de naam niet herken, zal mij zo snel mogelijk een foto van de kleine sturen. Ze zal wel niet weten hoe een digitale camera/telefoon werkt. Ik hou jullie op de hoogte.




