woensdag 25 juli 2007

Sabah, op weg naar Thailand

Kota Kinabalu, 25/07/2007

De maandagochtend stond geheel in het teken van de grote beslissing. We zouden niet via Tawau naar Kota Kinabalu vliegen maar rechtreeks met de bus gaan. In het kantoor van “Air Asia” was alles zo geregeld. De medewerkers waren meer dan vriendelijk maar konden mij helaas geen antwoord geven waarom het via het internet niet was gelukt. Ons oude ticket zou worden gewijzigd en wij moesten een flink bedrag bijbetalen. Alhoewel dit bedrag lager zou zijn dan het uitzingen van ons verblijf! Alles moest nu snel gebeuren.
Het was net tien uur toen we weer buiten stonden. Het was nu pakken, uitchecken en zo snel mogelijk naar het busstation. Pakken is niet veel werk als je een kilootje of zeven bij je hebt. Uitchecken duurde ietsjes langer maar nog voor half elf zaten we in een taxi. RM 10 voor een ritje van vier kilometer, het wordt zo langzamerhand duurder dan in Nederland! Er zou een bus om twee uur vertrekken, dat wist ik nog van de aankomst enkele dagen geleden. Maar elke minuut die we eerder konden vertrekken was verdiend. En we hadden geluk. We hadden een bus van half één. Dat betekende toch nog dat we bijna twee uur moesten wachten.
Zelf had ik weinig trek in eten of drinken. Het brood met de vette boterhamworst uit blik had zijn charmes verloren en ik moest op mijn hoede zijn voor mijn stoelgang. Om de beurt liepen we ergens naar toe en doodde de tijd met allerlei onzinnigheden. Tot het punt waar de chauffeur verscheen en zijn rituelen voor de start van de rit begon. Geïnteresseerd liep ik met hem mee naar de achterkant van de bus waar zich de enorme motor bevond. Olie, water, en nog een paar andere mechanische elementen werden gecontroleerd en goed gekeurd. Hij stapte achter het stuur en bracht het monster tot leven. En daar was de koelte van de airconditioning die langzaam de bus vulde. Eindelijk, dat zou het wachten een stuk aangenamer maken.
Om iets over half één verlieten we het kleine busstation en waren onderweg. Ik was aan de rechterkant gaan zitten omdat ik de berg toch nog wel wilde zien. Ik had hem op de heenweg niet gezien door de wolken en nu wilde ik een soort afscheid nemen. Een vaarwel tot aan mijn terugkeer, dan zal ik wel op de top staan.
We hadden een busreis van ongeveer 330 kilometer voor de boeg die een zes uur in beslag zou nemen. Tijd genoeg om te denken, overdenken en te evalueren wat er in de laatste twee en een halve week allemaal was gebeurd. De iPod ging op en ik ging in trance terwijl de kilometer na kilometer palmolieplantages voorbij gleden. De tijd ging tergend langzaam en Tettje was na een half uur alweer in diepe slaap. Aan de horizon hing de lucht als een dikke grijze deken over het land en het zou waarschijnlijk niet lang duren of het zou gaan regenen. De regen kwam als verwacht en beperkte het zicht tot een paar honderd meter. Ik probeerde ook wat te slapen maar dat lukte van geen kant, er speelde teveel door mijn hoofd.
Een korte stop langs de weg, de meisjes begeleidde ons onder grote paraplus, gaf me de mogelijkheid om de benen wat te strekken en wat nootjes en kroepoek te kopen. De magen werden in ieder geval weer wat gevuld. En twintig minuten waren we weer op weg door het donkere regenachtige landschap. Zou ik de berg wel te zien krijgen? Ik baalde als een stekker van het weer, het had niet zo mogen zijn. De volgende keer maar beter als ik alleen op pad ben. En inderdaad, bij de afslag naar de berg was het zicht nog geen driehonderd meter. Aangeslagen en teleurgesteld probeerde ik dwars door de nevel heen te kijken. Niets, en ook maar niets was er te zien. Plotseling, als een wonder opende de lucht zich en daar was de berg. Het was maar voor misschien vijf minuten, maar ik had genoeg gezien. Volgend jaar doe ik opnieuw een poging. Gesprekken met verschillende mensen die hem dit jaar wel waren beklommen hadden mij in ieder geval een stroom aan goede tips opgeleverd.
Door het donker reden we uiteindelijk na zes en een half uur Kota Kinabalu binnen. Een taxi van buiten het busstation bracht ons naar het nieuwe “King Park Hotel”, ik kan het aanbevelen, en wij namen een kamer op de tiende verdieping in ons bezit. De reis zat er op. De laatste twee dagen kwamen we niet meer verder dan een tochtje naar de Starbucks en een korte wandeling voor het avondeten.
Het was dus een week korter dan gepland. Van alles wat ik had willen doen op deze reis waren er maar twee onderdelen overeind gebleven: 1. Het “Bako NP” in Kuching en 2. De “orang-oetangs in Sepilok”. Noem het pech of probeer er een andere verklaring voor te vinden. Het is nu eenmaal een waarheid dat op de ene reis alles gewoon op zijn plaats valt en op de andere alles tegen zit. Dit was er één van de laatste catagorie, we hebben toch nog redelijk wat kunnen zien en hebben ook nog genoeg leuke mensen ontmoet. Nu drie weekjes Thailand en ik ben weer op weg naar Zaltbommel (Nederland).

zondag 22 juli 2007

Sabah, het roer gaat om na dit drama

Sabah, het roer gaat om na dit drama

Sandakan, 22/07/2007

Opnieuw hadden de oordoppen hun werk goed gedaan. Ik was mij er niet van bewust geweest dat de “nachtwandeling” na 45 minuten al weer terug in het kamp was, volgens Tettje zijn observaties. Maar ik werd wel wakker van het schudden van het slaapvertrek. Het duurde dan ook niet lang voordat we beiden op waren. Tien over zes! Meer dan twee uur wachten tot het ontbijt zou worden geserveerd. Nou ja, in het slechte oneven bed liggen was ook geen betere oplossing dus trokken wij dezelfde kleren weer aan en gingen naar het restaurant op zoek naar een kop koffie.
In het restaurant was er al redelijk wat activiteit te bespeuren. Waarschijnlijk omdat een wat gezette Maleisiër was komen opdagen. Zijn dure gouden brilmontuur, horloge en mobiele telefoon vielen meteen op. Wij waren dus de eerste bezoekers van het restaurant en iedereen keek ons zeer verbaasd aan. Ja, die Aziaten kunnen altijd wel slapen maar voor ons ligt dat anders! Gelukkig riep de gezette Maleisiër een paar opdrachten richting het personeel en het duurde niet lang voordat de oploskoffie en heet water op het tafeltje verscheen. Dat was lekker.
Tettje en ik keken wat over de langzaam wakker wordende rivier uit. De zon kroop stilletjes boven de bergen aan de overkant van de rivier uit. De warme ochtendzon deed mij goed. Het duurde echter niet lang voordat mijn gedachten weer over deze trip zweefden. Was ik wel objectief? Was ik niet te negatief? Er speelde veel door mijn hoofd. Wat gingen we morgen doen?
De tijd kroop maar langzaam verder en onze magen begonnen nu te knorren. Ik kon niet langer wachten en met mijn verhaal over de diabetes kon ik waarschijnlijk wel wat te eten versieren voor Tettje en mijzelf. Het was een complete verrassing wat ik in de keuken aantrof. Een enorme hoeveelheid borden met daarop één gebakken ei, twee sneetjes brood en twee gebakken knakworstjes. Er werden meteen twee borden in mijn handen geduwd en het bestek in mijn borstzakje gestoken. Dat was dus mooi, en we hoefden niet te wachten totdat de anderen terug kwamen van de boottocht. We waren nog niet halverwege het ontbijt en er werden nog een paar cake balletjes, een lokale delicatesse, bij ons op het bord gelegd. Ook deze smaakte uitstekend en na een twintig minuten zaten we weer, nu gevuld en voldaan, naar de overkant van de rivier te staren.
Het geluid van de boten zwelde langzaam aan en het duurde niet lang voordat ook de boten zichtbaar werden. Heftig pruttelend verschenen ze om de bocht in de rivier. Wat mij verbijsterde was het feit dat er een aantal mensen van onze groep aan boord waren. Zij hadden dus gewoon de boottocht meegemaakt in plaats van aan de kant te blijven. De gidsen hadden hier dus niets van gezegd bleek later. Slechte organisatie en informatie! Wij waren ook nog liever een keer meegegaan.
Gelukkig duurde ons verblijf nu nog maar een half uur en dit drama zou voorbij zijn. Wij waren al gepakt en gezakt toen de grote groep aan het ontbijt begon. Het arriveren van de eerste boot die ons naar de overkant zou brengen was voor mij het signaal om te vertrekken. Met Tettje in mijn kielzog ging ik aan boord en vroeg vriendelijk of hij ons al weg kon brengen. Dat was geen probleem en vijf minuten later stonden we naast de bus die ons weer naar het park zou brengen. In deze laatste vijftien minuten evalueerde ik ons verblijf in het “Sepilok Jungle Resort Experience” en kwam tot de conclusie dat het flink overprijsd was en geen kwaliteit voor ons geld was geweest. Ik kan het dan ook aan niemand aanbevelen om hier naar toe te gaan. Maar, mocht je geen enkele boottrip hebben gemaakt en/of een wandeltocht in één van de Nationale Parken (wat haast onmogelijk is) dan zou je voor je dure geld de één nacht voor RM 250 kunnen doen.
De bus startte en reed de zandweg op. In de bus heerste eerst een bedeesde stemming maar het duurde dan ook niet erg lang voordat we onze ervaringen met elkaar deelden. De conclusie was bijna unaniem! Wij zouden het niet aanbevelen aan anderen. Maar er was ook een uitzondering op de regel. Drie Deense meisjes hadden de tijd van hun leven gehad. Zij waren pas twee dagen op Borneo en waren van Sandakan rechtstreeks naar Sepilok gegaan en dit was dus hun eerste ervaring. Het is maar dat je het weet. Voor ons was het een verlossing.
Ergens halverwege namen we afscheid van Tim en Rachel uit Canada. Leuke mensen waar ik tenminste nog een beetje mee had kunnen lachen. De rest van onze eigen reis terug naar Sandakan is niet noemenswaardig. Bij aankomst in het “City View Hotel” was onze oude kamer weer gereed en ik moet ook een compliment voor de was maken. Alle bloedvlekken waren verdwenen en de shirts roken weer fris. Daar lagen we dan in de A/C en nu was het tijd om de rest te plannen. We hadden tenslotte nog tien dagen te gaan. Tettje haalde wat slaap in en ik werkte nog wat aan mijn verhalen.
Die avond namen we een rigoureuze beslissing. Onder het genot van kippensateetjes en grote flessen Tiger bier maakten we een virtueel einde aan onze reis. Morgen gaan we naar het “Air Asia” kantoor en bekijken wat de mogelijkheden zijn om zo snel mogelijk terug te vliegen naar Bangkok. Het zit er op!

zaterdag 21 juli 2007

Sabah, de “Sepilok Oliepalm Plantage Resort Experience”

Kampong Bilit, 21/07/2007

Kwart over vijf lieten wij de wekker aflopen. Tettje zette het verschrikkelijke apparaat, alleen als het zo vroeg is, uit en schakelde het licht aan. De barre TL verlichting wekte mij. Ik hoorde niets en werk wakker in een stille wereld. Ergens tussen het naar bed gaan en het wakker worden was ik opgestaan en had mijn oordoppen opgezocht (bedankt Ars, ze kwamen nu echt van pas!). In de wereld van absolute stilte had ik in ieder geval nog redelijk geslapen. Het was wel moeilijk geweest om de slaap te vatten want het onafgebroken heen en weer verloop veroorzaakte een beweging van de hut die te vergelijken was met een boot. Er was gelukkig niemand zeeziek.
Tettje en ik waren de eerste in het restaurant en ik schopte de gids wakker die op het podium lag te slapen. Dit stond mij meteen al tegen. De gidsen moeten fris en wakker klaar staan als de eerste gasten verschijnen. Snel werden de meiden in het kamp gewekt en te werk gesteld in de keuken. De “Maleisische Koffie” in de ochtend is een aangename ervaring. Deze koffie wordt tijdens het branden vermengd met ghee (ghee is boter waarvan het vet en water gescheiden zijn) en zout of suiker. Het resultaat is een erg milde koffie die er uit ziet als teer. Vele scheppen koffiecreamer hebben nauwelijks resultaat en de kleur van de koffie blijft donker. De smaak is moeilijk uit te leggen, sterk maar mild en niet zo bitter. Het smaakt mij in ieder geval naar meer en de stoelgang is er ook bij gebaat.
Langzaam druppelden de late opstaanders binnen, sommigen op de grens van het tijdschema. Wat heb ik een hekel aan die gasten die altijd net te laat komen en er van uit gaan dat iedereen wel op ze wacht. Tettje en ik stonden als eerste klaar op de aanlegsteiger met de oranje zwemvesten aan. De eerste boot voorin en als eerste weg. Het was mistig en zon was net boven de horizon verschenen. De boten kozen nu een andere richting en deze keer gingen we stroomopwaarts. Het pruttelend geluid van de buitenboordmotor joeg opnieuw de vogels van hun stekkies in de opkomende zon. We zagen de meeste dan ook weer in vlucht of misschien wel op de vlucht. Door de dunne rij bomen aan de oevers zagen we duidelijk de rijen oliepalmen er achter. Het was niet de jungle die we ons hadden voorgesteld! Het was ook een beetje fris, de zwemvesten verwarmden ons zodat de tocht niet echt onaangenaam was. We zagen een enkele krokodil en nog wat meer apen. Van zwemmende olifanten, zoals van tevoren besproken. of mooie meisjes in bikini was geen spoor te bekennen. De tocht in zijn geheel viel enorm tegen, eerlijk gezegd had ik er op dit moment al spijt van dat we voor twee nachten hadden geboekt.
Bij terugkeer in het kamp kregen we een ontbijtbuffet geserveerd dat opnieuw goed was te noemen en de koffie smaakte wederom magnifiek. Maar vanaf een uur of tien viel er een enorm gat in het schema. Er vertrokken gasten en alles werd in gereedheid gebracht om de nieuwe groep te verwelkomen. Ik hoorde iemand praten over dertig nieuwe gasten! Dit zou toch niet waar zijn? Voor de achterblijvers was er niets meer te doen. Er werd van ons verwacht dat we drie uur zouden niets doen of gaan slapen. Erg verveeld hingen er groepjes mensen in en om het restaurant, sommige kozen toch maar voor een korte slaap. De tijd gaat dan eenmaal sneller! Eindelijk was het moment aangebroken dat we de middagtrek gingen maken. De deelnemers klommen in de boten, niet iedereen ging mee, en we gingen op weg naar het droppingspunt. Dat lag een 500 meter verder rivieropwaarts. We klommen op de modderige oever en gingen op weg naar een afgesloten rivierbocht in de jungle. De gids was onder de indruk, maar niet zo blij, met mijn GPS. Ik wist namelijk precies hoe ver, hoe lang en waar naar toe we waren geweest. Het viel dan ook verschrikkelijk tegen. De 1200 meter van de trek door de jungle was een lachertje en de anderhalf uur wachten bij het water veel te lang. Het nuttigen van de lunch maakte het nog een beetje dragelijk maar verder was het gewoon saai. Ik klaagde maar dat we moesten gaan want uiteindelijk zat ik liever in het restaurant dan hier op een steiger mij te vervelen. Uiteindelijk gingen we weer op weg. Om de trek wat spannender te maken werd er soms even gestopt om naar een spoor van een olifant of een orang-oetang te kijken, er werd zelfs een orang-oetang nest in een boom gespot. Overal lagen olifanten drollen en waren er duidelijk voetstappen in de modder te zien. Toen ik eindelijk het kamp weer in zicht kreeg stond er 2465 meter op de teller. Ik heb in Nederland door tuinen gelopen die wilder waren begroeid dan de jungle die ik deze middag heb gezien. Tettje was niet meegegaan op de middagtrek en na mijn verhaal kon hij er alleen maar blij om zijn.
De nieuwe groep arriveerde en inderdaad zal het aantal dicht tegen de dertig hebben gelegen. De middag boottocht werd nu een opschuiven en inpassen. De boten werden niet breder of langer. Opnieuw veel van hetzelfde en de nieuwelingen waren zo blij als wij gisteren, niet wetend dat het vanaf nu allemaal hetzelfde zou zijn.
Net voor het eten kregen wij te horen dat we morgenvroeg niet met de boottocht mee mochten. Er waren teveel mensen dus moesten wij maar uitslapen! Jammer, maar echt zouden wij het toch niet missen.
Bij het avondeten was de koffie veranderd in oplospoeder en het eten kon niet snel genoeg worden aangevoerd. Er waren teveel mensen en de organisatie was hier niet op voorbereid. De kwaliteit van het avondeten was opnieuw erg goed. Het werd een anticlimax aan het einde van een dag die veel mooier had kunnen zijn. Deze dag was de reisorganisatie duidelijk tekort geschoten. De avondwandeling lieten we maar schieten, dat zou toch niets zijn. We dronken twee biertjes en gingen maar naar bed, hopend dat het verblijf zo snel mogelijk voorbij zou zijn.

vrijdag 20 juli 2007

Sabah, de “Sepilok Jungle Resort Experience”

Kampong Bilit, 20/07/2007

We konden uitslapen want ik had wel een idee waar we moesten opstappen. We hadden ervaring met de rit naar Sepilok en ook de tijdsduur zat in het systeem. Zolang we maar om een uur of tien op de bus zouden stappen dan zou het wel goed komen. Om zo licht mogelijk te reizen hadden we de vuile was in het hotel achter gelaten en die zou zondagavond bij onze terugkeer schoon klaarliggen.
Om precies tien uur zaten we in een veel grotere bus dan gisteren en pas om half elf vertrokken we richting Sepilok. Ik zat in mijn hoofd uit te rekenen hoe het nu met het tijdschema zou zitten en kwam tot de conclusie dat het maar krap aan zou zijn. Een snelle blik op de GPS stelde mij weer op mijn gemak. De snelheid lag veel hoger dan normaal en om tien over elf stonden op de kruising van de hoofdweg en de weg naar Sepilok. Ik gooide het marstempo er in met de rugzak op mijn rug en Tettje volgde. Ruim twintig minuten voor de tweeënhalve kilometer inclusief tien kilo bagage, niet slecht. Tettje was uit het beeld verdwenen en volgde later.
Bij aankomst werden we niet opgevangen maar doorgestuurd naar de cafetaria. We zochten een plaatsje en wachtte af wat er zou gaan gebeuren. Uiteindelijk werden we opgemerkt en toegevoegd aan de groep voor de “Sepilok Jungle Resort Jungle Experience”. Na de lunch zouden we per bus vertrekken naar ons verblijf ruim twee uur verderop in de jungle. De lunch was OK en we waren allemaal blij toen wij uiteindelijk richten het kamp gingen.
De bustocht verliep niet zo snel als wij hadden verwacht. De regen, die voorspeld was, viel met bakken uit de hemel en vertraagde het verkeer op de tweebaans autoweg. Vijftig kilometer verder verlieten we het asfalt en reden een onverharde weg op die ons tot diep in de jungle zou brengen. Aan het einde viel het allemaal wel mee want we reden twee uur door palmolie plantages. Na ruim drie uur rijden arriveerden we heel nieuwsgierig in “Kampong Bilit”. Een korte boottocht over de rivier met al ons hebben en houden en daar stonden we dan bij ons jungle kamp waar we twee nachten zouden verblijven.
Het cafetaria/restaurant gedeelte was bijna volledig opgetrokken uit hout en stond naast de rivier met uitzichten op een kleine heuvelrug. Het zag er leuk uit. Nog voordat we een ontvangstbijeenkomst hadden werden de kamers ingedeeld en wij kregen kamer nummer 6. Het zag er erg primitief uit!
Tijdens de ontvangstbijeenkomst was er koffie en thee en die kon je onbeperkt drinken, voor de rest zoals frisdranken en bier was de prijs redelijk. De vriendelijke manager/gids vertelde met een brede lach wat ons vandaag nog te wachten stond en alle nieuwelingen stonden te popelen om met de eerste boottocht mee te gaan. Houten bootjes die een passagier of twaalf konden vervoeren lagen klaar om de rivier op te gaan. Iedereen pakte een fel oranje zwemvest van de stapel en het viel me hier op dat er enkele van de “oude” gasten, die hier al voor de tweede dag waren, achterbleven en niet gebruik maakten van de mogelijkheid van een tweede middagboottocht.
We voeren stroomafwaarts en zagen troepen apen die in de ondergaande zon het laatste voedsel zochten. Er voegden zich meer en meer boten bij de groep en het waren er misschien wel een stuk of negen aan het einde. Het gebrom van de buitenboordmotoren joeg waarschijnlijk veel dieren weg en de meeste vogels die we zagen sloegen voor ons op de vlucht of stegen op zodra wij verschenen. Het was een aangename boottocht. Het junglegevoel bleef echter achterwege omdat je op plaatsen door de dunne bomenrand de oliepalmen kon zien staan.
Net voor zonsondergang kwamen we enthousiast weer terug in het kamp. We zouden nu een uurtje moeten wachten totdat het eten om half acht zou worden geserveerd. Enkelen gingen terug naar de kamer maar de meeste bleven in het restaurant en kletsten wat met de andere gasten. Natuurlijk zie je hier wat bekenden. Het is weer een enkele weg die iedereen bewandeld, dus zie je altijd weer bekende gezichten.
Het eten was gewoonweg fantastisch, en wat belangrijker was, er was genoeg voor iedereen zodat een tweede ronde met plezier werd opgeschept. Er was opnieuw een briefing over wat we de volgende dag konden verwachten. De ochtendboottocht zou om zes uur vertrekken! Dat was dus om half zes op en snel een kop koffie voordat we aan boort gingen. Het idee dat je zo vroeg op moest tijdens de vakantie dreef de meeste naar de kamer om maar zo snel mogelijk te gaan slapen. Een kleine groep koos voor de “avondwandeling”, deze werd los van het geheel georganiseerd en kon worden gedaan voor de kleine bijdrage in de kosten van RM 10 per persoon. Ik vond het wat overdreven na de RM 400 die wij per persoon hadden betaald! Wij pasten voor deze optie omdat wij eerst de dagtrek wel eens wilden zien. De wandeling zou een uur duren maar Tettje was er zeker van dat de groep al na drie kwartier weer terug was.
In onze hut waren de muren zo dun dat je letterlijk elk woord kon horen. De vloeren hadden kieren van wel een centimeter breed zodat het gebruik van een muskietennet onvermijdelijk was, en wat heb ik een hekel aan die dingen. Elke keer als ik mij omdraai scheur ik dat ding weer van de muur en ik kan dan opstaan om hem weer opnieuw op te hangen. O ja, en de badkamer? Die was van een kwaliteit dat wij er meteen voor kozen om maar twee dagen niet te douchen. Het idee van een heerlijke warme douche met een harde straal in het “City View Hotel” in Sandakan was op zich al een fijn uitzicht. Morgen dus heel vroeg op.

donderdag 19 juli 2007

Maleisië: Sabah, een bloederige ontmoeting

Sandakan, Sepilok Orang Utan, de rottende jungle

Sandakan (City View Hotel), donderdag 19 juli 2007

We kiezen gemeenschappelijk voor de “Mangrove Forest Walk”, we weten op voorhand dat we deze wandeling nooit in zijn geheel kunnen lopen. Tien kilometer heen en terug betekend al gauw een uur of vier lopen door de dichte jungle.
We hebben in totaal maar drie uur tot onze beschikking en we moeten ook nog wat te eten zien te vinden, het voeren van de mensapen vanmiddag is belangrijker dan de wandeling. Ik overtuig de caissière van het park om voor ons het “Sabah Wildlife Department” te bellen voor de benodigde vergunning om het pad deze ochtend te lopen. De vergunning is gratis maar het bellen vanuit een telefooncel met een Maleisiër in de jungle is een omslachtige manier om de vergunning naar de kassa van het park gefaxt te krijgen.
Permit to enter Sepilok Forest ReserveSepilok Orang Utan Centre TrailsSepilok Orang Utan Centre Trails
Tien minuten later, en twee Maleisische Ringgit lichter, sta ik met de vergunning voor alle drie van ons in mijn hand en wij kunnen op weg naar de mangrove bomen.
De Mangrove Forest Walk De wandeling begint aangenaam. Hier en daar stappen we over kleine poelen water met modder. Wat minder is zijn de grote aantallen bloedzuigers die leven op de vochtige vloer van de jungle en in de kleine modderpoelen. Onafgebroken moeten wij de benen van diegene voor ons loopt in de gaten houden. We slaan direct alarm wanneer er een bloedzuiger zijn weg omhoog naar het zachte vlees in de gewrichtsholtes zoekt.
We hebben tijdens onze wandeling tientallen bloedzuigers verwijdert en tijdens het stilstaan om een bloedzuiger te verwijderen vielen andere hordes soortgenoten ons weer aan. Er zijn maar drie bloedzuigers die uiteindelijk in dit verhaal worden vermeld!
Zweten in de jungle De eerste bloedzuiger is voor mij persoonlijk de meest beruchte. Al balancerend lopend over een omgevallen boom, die over een kleine stroom ligt, voel ik een vreemde kriebel in mijn lies. Mijn hand gaat automatisch naar de plaats waar het kriebelt en vol verbazing voel ik iets dat ik niet verwacht en dat er niet hoort te zijn. Het voelt alsof ik twee piemels in mijn broek heb!
Tettje, die nog naar een plaats zoekt om zelf op de boom te klimmen, kijkt wat het is wanneer ik mijn broekspijp voor hem open en hij recht omhoog kan kijken. Er blijkt één bloedzuiger door de verdediging heen te zijn gebroken. Hij heeft de weg naar mijn edele delen gevonden!
Ik probeer de opgezwollen worm tussen mijn duim en wijsvinger te pakken maar ik krijg maar geen grip op die gladde zwarte kleine rakker. Ik voel hem nog steeds zuigen en groeien dus is het nu de hoogste tijd voor meer rigoureuze maatregelen.
Zonder ook maar één moment te twijfelen laat ik mijn broek, en onderbroek, in een flits tot op mijn knieën zakken. Daar sta ik dan in mijn blote kont midden in de jungle van Borneo! Tettje probeert de hardnekkige gladde rotzak met beide handen te pakken maar het lukt hem van geen kant. Het zal best een grappig tafereel zijn geweest maar ik voel mij toch wel zeer ongemakkelijk.
Het tapijt van rottende planten en dieren in de jungle is nu eenmaal niet de meest hygiënische plaats voor een bloedzuiger die aan je edele delen hangt! Gelukkig lukt het mij om met een bankkaart, ik heb dat ooit eens ergens gelezen, de zuigende worm van mijn scrotum te schrapen. Gevuld met mijn bloed valt de dikke zwarte bloedzuiger op de grond. Hij heeft voldoende voedsel voor de komende dagen opgezogen. Dat staat als een paal boven water. Op dit moment realiseer ik pas dat Karin een stukje verderop in alle stilte staat te kijken wat er allemaal voor haar ogen gebeurt.
‘Sorry hoor, maar nood breekt wet!’, roep ik haar toe.
Tettje ontmoet een woudreusOveral bloedzuigers De tweede bloedzuiger is er één in Tettje zijn knieholte. Hij poseert naast een woudreus die wij in Nederland kennen als tropisch hardhout. Bomen met giftig en smerig smakend sap zodat de insecten er niet aan willen beginnen. Wij hebben verzaakt om zijn benen goed in de gaten te houden mede omdat hij zich ook steeds als laatste in lijn een weg door de jungle baant. Wij hebben de verdediging aan de achterkant niet goed in de gaten gehouden en Tettje moet daar nu de prijs voor betalen. Zodra ik de bloedzuiger met mijn bankkaart heb weg geschraapt gutst het bloed uit Tettje zijn knieholte.
Schimmels in de jungleDe natuur boeit altijdKlimplantenPaddestoelen Ongeveer op de helft van de beschikbare tijd voor de wandeling keren wij weer om. We hebben door het tropisch regenwoud van Borneo gelopen en het is een onvergetelijke ervaring. We hebben flink geklommen en ook weer stevig afgedaald. We zijn langs een diep ravijn gelopen en hebben door de centimeters dikke modder gewaad. Wilde dieren zie je weinig in het oerwoud, de meeste dieren in de jungle zijn s’nachts actief in het oerwoud om zo hun levenskansen aanzienlijk te verhogen.
Over een omgevallen boom Het was een mooie wandeling en mocht ik hier ooit nog een keer terug komen dan zal ik de “Mangrove Forest Walk” zeker uitlopen en mij dan door een boot terug naar Sandakan laten brengen. De wilde natuur fascineert altijd en de grote hoeveelheid paddenstoelen, en schimmels, die het rottende tapijt overblijfselen omzetten naar bruikbaar voedsel voor de planten. De wandeling terug gaat zoals gewoonlijk sneller dan de heenweg. We hebben voldoende tijd om nog wat te eten en te drinken voordat we de tweede keer gaan kijken naar het voeren van de mensapen in het “Sepilok Orang Utan Rehabilitation Centre”.
Sandakan, Sepilok Orang Utan, Orang-UtanSandakan, Sepilok Orang Utan, Orang-UtanSandakan, Sepilok Orang Utan, Voeren van de Orang-UtanSandakan, Sepilok Orang Utan, Orang-UtanSandakan, Sepilok Orang Utan, Tettje bij de Orang-Utan Het voeren van de vriendelijke dieren in de middag is vandaag beter dan die van vanochtend. Na er goed over te hebben nagedacht denk ik dat het voeren in de middag altijd het beste is. Er zijn beduidend minder toeristen, dat misschien de dieren minder afschrikt, en meer orang-oetangs komen op het geluid van de lepel en het etensblik af, we zien zeven Orang-Utan deze middag.
Het is opnieuw vertederend maar verder is er weinig nieuws te zien. We nemen afscheid van Karin en ik verwacht niet dat ik ooit nog wat van haar zal horen. Enorm voldaan gaan wij samen in de bus terug naar “Bandar Sandakan”, zoals je het centrum van de stad noemt, om een lekkere hete douche te nemen en een ijskoud biertje te gaan drinken. Dit was de beste dag tot nu toe op Borneo en deze dag maak deze reis tot een onvergetelijke.
Nu het verhaal over de derde bloedzuiger! Tettje ontkleed zich naast zijn bed in de hotelkamer om onder de douche gaan en ontdekt een bloedvlek in zijn onderbroek zo groot als een ontbijtbord! Nee, hier waren niet een paar druppels bloed gelekt maar meer een theekop vol bloed.
Tettje merkt geschrokken en verbaasd op, ‘Ik heb helemaal niets gevoeld’.
Maar het bloed zit er toch. Deze kleine glibberige zwarte etter is waarschijnlijk vermoord toen Tettje met zijn machtige tachtig kilo op de volgezogen bloedzuiger ging zitten. Het ziet er erger uit dan het is! Tettje heeft vandaag weer het meest geleden tijdens onze toch door de modder!
Tabak uitdelen Wat vanavond voor ons belangrijk is: Tettje gaat afscheid nemen van een gedeelte van zijn bagage!
De dertien pakjes halfzware shag moeten er aan geloven en er worden zes pakjes weggegeven aan de lokale bevolking die allemaal roken als schoorstenen van oceaanstomers. Een soort laatste avondmaal maar dan anders! Tettje is tijdens deze reis definitief gestopt met roken en hij voelt zich al een stuk beter. Hij heeft meer lucht en zijn eten smaakt hem ook een stuk beter.
Om de hoek van ons hotel heb ik al een eenvoudig eethuisje ontdekt dat nasi goreng, saté in diverse soorten vlees en ijskoud bier serveert. De ideale plaats om nieuwe vrienden te maken! Zodra Tettje het kleine plastic tasje met de pakjes “Drum halfzware shag” opent stroomt het personeel toe. Tabak is niet duur in Maleisië maar gratis is nog goedkoper!
Tettje deelt de pakjes shag uit en de argwanende medewerkers van het restaurant weten niet goed wat ze moeten denken van deze twee gekke blanken. De kleine pakjes “rode Rizla” vloeipapier trekken veel bekijks! Sigaret papier is hier niet gebruikelijk, hier gebruiken ze gedroogde bladeren van een struik uit het oerwoud.
Sigaretje rollenSigaretje rollenSigaretje rollenGoed gelukt Het spel is snel begonnen en de kaarten liggen op tafel. We gaan plezier maken met de lokale bevolking, een van de belangrijkste redenen waarom we samen op reis zijn. Als eerste moet ik ze gaan leren om een sjekkie te rollen. Dat is lachen om het gepruts van de Maleisiërs. Verbazend snel hebben ze het onder de knie en kunnen ze aan ons eten beginnen. Het smaakt ons goed maar we hebben het wel een beter gegeten.
Een heerlijke dagTettje controleerd zijn foto'sTettje heeft een nieuwe vriendin Ik mijmer wat over wat we vandaag weer allemaal hebben meegemaakt. Het was een mooie en interessante dag. We hebben er samen ook hartelijk om gelachen hoe de Maleisiërs probeerden een sigaretje te rollen. Aan het einde van de avond hebben ze het aardig onder de knie. Een beetje aangeschoten en voldaan gaan wij richting het hotel. We worden door het gehele personeel uitgezwaaid. Morgen gaan we weer de jungle in, we kijken er erg naar uit.

Terug op de kamer blijkt dat de wifi weer eens werkt en daar maak ik snel gebruik van. Ik heb vanavond een vreemde email uit Thailand ontvangen. Volgens de email ben ik vader geworden! Ik weet niet eens dat ik een vriendin heb in Thailand, laat staan dat ik weet dat ze zwanger is. De moeder, waarvan ik de naam niet herken, zal mij zo snel mogelijk een foto van de kleine sturen. Ze zal wel niet weten hoe een digitale camera/telefoon werkt. Ik hou jullie op de hoogte.

Maleisië: Sabah, mijn kinderen in Sepilok

Sandakan, Sepilok Orang Utan, aan een arm

Sandakan (City View Hotel), donderdag 19 juli 2007

Vandaag is de grote dag aangebroken. Ik ga mijn kinderen in het “Sepilok Orang Utan Rehabilitation Centre” ontmoeten. De wekker staat weer op de normale tijd van zeven uur. Er is voldoende tijd voor het ontbijt van brood en boterhamworst uit blik maar te weinig tijd om te lummelen of een beetje “te sudderen” zoals Tettje dat altijd noemt. Nog een lekker derde bakkie koffie op de hotelkamer en dan op pad.
We vertrekken onder een stralend blauwe lucht, dat zou later wel eens kunnen veranderen. We weten dit uit ervaring. In Maleisië en op Borneo is een zware tropische bui in de middag een doodgewone zaak. De buslijn is dezelfde als gisteren alleen deze keer is de bus groter en luxer. Ik begrijp ook niet meteen waarom maar volgens mij ligt het aan het tijdstip van de dag. Des te meer verwachte passagiers des te groter de bus, logisch toch?
Bij aankomst op de kruising met de weg die naar het “Sepilok Orang Utan Rehabilitation Center” leidt stappen we de warme tropische ochtendzon in. Het is warm maar niet zo warm als op het platteland van Thailand. Het is tweeënhalve kilometer lopen naar de ingang van het park. De snorders rijden op en neer en proberen een zakcentje bij te verdienen door luie dikke zwetende toeristen over de smalle weg van en naar het park te vervoeren. Elke auto die passeert toetert of we in willen stappen en wij zwaaien terug. Het is heerlijk om een half uurtje te lopen en de rottende geur van de dichte jungle op te snuiven.
Bij het park aangekomen wordt mijn grootste nachtmerrie werkelijkheid. Grote geairconditioneerde touringcars met hordes toeristen uit alle windstreken staan al te wachten om het park te bezoeken. Het is nog geen kwart over negen en er zullen er dus nog wel veel meer komen! 
De meeste van die toeristen op georganiseerde rondreizen zijn zonder hun schoenen de videoruimte in geleid en zitten daar een DVD te bekijken die aan het einde kan worden gekocht. De opbrengst is natuurlijk voor het park? De collectie dure sportschoenen maken me aan het lachen terwijl ik naar mijn sandalen kijk.
‘We moeten zorgen dat we vooraan staan’, zeg ik tegen Tettje.
De kassa gaat pas over een tiental minuten open dus zet ik Tettje met het gepaste geld in de hand vooraan bij het loket.
‘Ik moet eerst nog even naar de WC, koop twee kaartjes voor RM 80’, laat ik hem weten.
Dat is even schrikken!
‘Stap in de koele wereld in die toilet heet’, zeg ik hardop terwijl ik op zoek ga naar een zit toilet in plaats van een “squat toilet”.
Ik kijk nog eens goed om me heen en ja hoor, ik sta in een airconditioned toilet! Ik wrijf eens door mijn haar, krab aan mijn voorhoofd en was verbaasd dat een organisatie die zogenaamd met de flora en fauna, en het milieu, van Borneo bezig is zich heeft laten verleiden tot deze onzinnige uiting van verspilling en vervuiling alleen maar om toeristen te behagen.
Ik ben echt blij dat ik even door mijn knieën kan zakken om mijn verstoorde spijsvertering weer wat te verlichten. Het is toch te gek voor woorden dat ik medicijnen moet slikken tegen diarree omdat mijn lichaam de goedkope medicijnen tegen een te hoge cholesterolspiegel niet verdraagt?
Bij mijn terugkeer bij de kassa is Tettje ondertussen niet meer de enige die in de rij staat, er is een meisje aangesloten en zij blijkt ook uit Nederland te komen. Het zo onderhand gewone verhaal van “er even tussenuit op wereldreis” van een jonge student. Met zijn drieën staan wij te popelen om als eerste bij de voederplaats voor de Orang Utan aan te komen om een zo goed mogelijke plaats te bemachtigen om het voederen te zien en mooie foto’s te kunnen maken.
Een gids van een grote groep toeristen probeert voor te dringen om een groot aantal toegangsbewijzen te kopen. Hij heeft Tettje onderschat die zich niet zomaar aan de kant laat zetten. Wanneer ik er naast ga staan, mijn borst wat breder maak, vooruit steek en met priemende ogen op de kleine gekleurde islamitische Maleisiër neerkijk, kiest hij eieren voor zijn geld en sluit achter in de hele korte rij aan. Zo gaat het wel vaker met gidsen die de taal spreken en bekend zijn met de lokale bevolking. Morgen meer geluk maat!
Sandakan, Sepilok Orang Utan, toegangsbewijsSandakan, Sepilok Orang Utan, toegangsbewijs De toegangsbewijzen naar het heiligdom voor de “Bos mensen” zijn kunstwerken op zich. De glimmende papiertjes warmen ons op voor de ontmoeting met de Orang Utan.
Sandakan, Sepilok Orang Utan, vergunning voor fotocameraSandakan, Sepilok Orang Utan, vergunning voor fotocamera Om deze onvergetelijke dag, en ontmoeting, met de mensapen vast te kunnen leggen moeten we ook toegangskaartjes voor onze fotocamera's kopen. Je mag er van denken wat je wil maar uiteindelijk lijkt het voor een goed doel.
Tettje met de Orang Utan Tettje loopt voorop over de verhoogde houten vlonder een beetje aan zijn camera te peuteren en is zich er niet eens van bewust dat hij zo langs een jonge Orang-Utan loopt die op de reling zit. Ik kan mijn ogen niet geloven! De kans dat je zo dichtbij een wilde mensaap komt is kleiner dan het winnen van een loterij.
Sandakan, Sepilok Orang Utan,Sandakan, Sepilok Orang Utan, Karin en ik roepen in koor naar Tettje ,die zich een hoedje schrikt, en zo niet meer verbaasd is dan het jonge beestje. Wij kijken naar het jonge beestje en hij naar ons. Het is net alsof je een kind in de ogen kijkt, echt ongelofelijk! Je ziet het beestje denken! Anders dan bij een hond of een kat, je ziet dit zoogdier denken!
Sandakan, Sepilok Orang Utan,Sandakan, Sepilok Orang Utan, je ziet hem nadenkenZo dichtbij moet je dus niet komenSandakan, Sepilok Orang Utan, en weg is hij We schieten snel wat foto’s en wat mij persoonlijk betreft kan deze dag al niet meer kapot. Met zijn drieën oog in oog met een Orang-Utan is een onvergetelijke ervaring. Helaas heeft onze Nederlandse reisgenoot Karin weinig gevoel voor etiquette om met wilde dieren om te gaan. Ze komt wel heel erg dichtbij en probeert het apenkind zelfs aan te raken. De overdracht van een voor de mensen ongevaarlijk virus kan dit kind zo maar zijn dood worden! Zodra het jonge beestje ons zat is klimt hij langs een blad van een palm en verdwijnt in het bladerdak van de dichte groene jungle.
Op het platform voor de toeristen is al een parkwachter aanwezig die ons snel vertelt wat we straks tijdens het voeren kunnen verwachten. Met deze informatie in ons achterhoofd zoeken we een plaatsje vooraan en gaan op de reling zitten wachten tot het tien uur word. Tijdens het wachten wordt het steeds drukker en drukker. Bij aanvang van het voeren staan er zeker 150 à 200 mensen met de camera’s klaar om het voeren van de mensapen vast te leggen.
Sandakan, Sepilok Orang Utan, Er komt bezoek Eerst komt er een troep Makaken naar het platform die bananen krijgen gevoerd. Dan begint het hoofdprogramma waar we voor naar het “Sepilok Orang Utan Rehabilitation Centre” zijn gekomen. Een slag met een metalen lepel op de achterkant van een etensblik kondigt het voeren van de mensapen aan.
Sandakan, Sepilok Orang Utan, Waar hang je uit? Het duurt niet lang voordat de eerste orang-oetang zich al slingerend aan een dik touw naar het voederplatform beweegt en de diverse opstartmuziekjes van de digitale camera’s klinken. Het is ontroerend om die mooie mensapen in het wild te zien. Na drie kwartier van de show te hebben genoten vertrekken de meeste orang-oetangs weer. We hebben zes Orang-Utan gezien tijdens het voeren en één kleintje voor het voeren, de eerste was zonder enige twijfel de beste ontmoeting!
Sandakan, Sepilok Orang Utan, Nu weten we ook zeker dat we het voeren om drie uur vanmiddag willen bijwonen. Ook Karin heeft dit idee en wat voor ons nu belangrijk is is dat we de vier uur wachten goed door komen. Ik heb over een paar wandelingen in het park gelezen en natuurlijk wil ik die niet zo maar aan ons voorbij laten gaan. We gaan met z’n drieën in de jungle wandelen. Nieuwe batterijen in mijn Garmin en we zijn veilig in de dichte groene jungle!
Copyright/Disclaimer