woensdag 13 juni 2007

Korea, nog één tussenstop?

Jongju, 12/06/2007

Mijn trip is nu over de helft en ik kan niet zeggen dat ik het erg vindt. Sinds mijn vertrek uit Seoul heb ik misschien vijf blanken gezien, de eenzaamheid begint nu zwaar te wegen. Het alleen reizen in geen probleem voor mij maar het niemand om je heen om even wat tegen te praten is wel moeilijk. Vandaar dat ik nu nog niet weet wat de laatste acht dagen zullen brengen.
Mijn busreis naar “Jongju” was aangenaam, ik hoefde geen één keer over te stappen. Ruim vier en een half uur over een kleine 160 kilometer door een mooi berglandschap. Het “Sydney Hotel” in Jeonju is erg goed en op een makkelijke plaats gesitueerd. Naast het grote busstation wat mijn uitstapjes naar de NP’s zal vergemakkelijken. Alleen de buurt is een beetje vreemd. Ik ben natuurlijk heel wat gewend maar een tarief per uur voor de kamer en een condoomautomaat op de kamer zet je wel aan het denken. De kast met videobanden aan het einde van de gang was ook een grote verrassing, er stond van “The Godfather” tot en met “Zachte Porno” op de planken. Aan het einde van de dag is het tenslotte maar een bed om in te slapen en ook het grootste bed tot nu toe hier in Korea.
Jongju is eindelijk weer een vriendelijke stad. Er zijn veel meer mensen op de been en het ziet er niet armoedig uit. Grote troepen ouderen gewapend met een plastic zak en gekleed in rode hesjes van de gemeente zwerven door de stad om alles op te ruimen wat ze maar kunnen vinden. Ik begrijp zelf niet dat ze geen vuilnisbakken plaatsen. De markten zijn hetzelfde overal waar ik ga met grote bergen knoflook en zakken uien. Het lijkt wel of ze hier niets anders eten. Het is maar goed dat ik beter weet.

Jongju, 13/06/2007

Mijn eerste echte dag had een wandeling op de agenda staan naar de oude stad. Er is hier in “Jongju” namelijk nog een wijk die bijna geheel uit authentieke huisjes bestaat. De weersverwachting was niet best maar misschien had ik toch nog geluk vandaag. Nee dus, de regen was net genoeg om onaangenaam te zijn maar het regende toch niet hard genoeg. Iets over de helft op weg naar de stad besloot ik om terug naar het hotel te gaan, ik droeg tenslotte alleen maar een overhemd met korte mouwen en dat was toch wat aan de koele kant als je vochtig was.
Na een uurtje of twee ondernam ik een tweede poging alhoewel het nog steeds spetterde. Ik had de tijd gebruikt om een route uit te stippelen door de stad en die had ik nu in mijn “Garmin GPSmap 60CSx” geladen. Dit met een stukje software dat nieuw voor mij was. Het werkte allemaal perfect.
De oude huisjes zijn op sommige plaatsen de moeite waard maar er zal nog veel moeten gebeuren om er een mooie buurt van te maken. Opnieuw, het lijkt wel of toerisme hier volledig onbekend is! De mensen trekken in het weekend massaal de natuur in als ze vrij hebben en de cultuur en architectuur blijft links liggen.
Plotseling werd mijn aandacht aangetrokken door een voorwerp waarvan ik op voorhand het idee had om er één van te kopen. Een wierookbrander van porselein, ik heb nu mijn aandenken (souvenir) van Korea in mijn rugzak.
De dag was vruchtbaar en uiteindelijk niet zo verregend als het er naar had uitgezien. Mijn plannen voor morgen zijn eenvoudig. Het “Maisan NP” ook wel bekend als het paardenoren park is mijn doel. Eerst een busreis door de bergen en dan een trek van een uur of vier. Ik ben benieuwd.
Morgen zal ik ook besluiten wat ik verder ga doen, er is namelijk nog een park wat ik graag wil bezoeken. Op maandag wil ik uiterlijk weer in Seoul zijn om mijn laatste dagen wat te rusten en wat inkopen te doen. Misschien is er nog tijd voor een laatste tussenstop?

maandag 11 juni 2007

Korea, een dag aan zee

Yeosu, 10-11/06/2007

Ik was erg moe maar wel goed voorbereid deze keer. Het gebrek aan slaap was gecompenseerd met een lange leessessie in de LP en ik zou nu op weg gaan naar de zee in het zuiden. De “dramatische mooie kusten”, zoals de LP het beschreef, klonken mij als muziek in de oren.
De namen van de plaatsen die ik zou doorkruisen en waar ik zou overstappen stonden nu als Koreaanse tekens in mijn notitie boekje, ik wilde voorkomen dat ik in een gehucht terecht kwam waarvan ik de naam had uitgesproken. Het was heel rustig deze ochtend. Vanaf de brug keek ik naar wat voetballende mensen in geel en rood gestoken shirts. Er speelde weinig door mijn hoofd maar het feit dat ik al zo lang geen blanke had ontmoet, ik had er wel één gezien vanuit de bus, begon nu een beetje op te spelen. Ik begon nog niet in mijzelf te praten maar ik was er niet ver vanaf.
Ondertussen heb ik in de gaten gekregen hoe de bussen het gemakkelijkst werken, gewoon de naam van de bestemming in het Koreaans laten zien en ongeveer dertig minuten, geef of neem tien minuten, ben je weer onderweg. Nadat ik van noordwest naar noordoost en daarna naar middenwest en zuidwest ben gereisd kan ik zeggen dat het landschap niet veel veranderd. De bergen zijn de ene keer wat hoger dan de andere keer en de ene keer staan er wat meer bomen dan de andere keer maar verder is het allemaal hetzelfde. Na 18 dagen ik Korea is de glans er dan ook wel een beetje vanaf. Het landschap is hetzelfde, de forten zijn hetzelfde en het eten is hetzelfde. Ik vraag me nu dan ook af of vier weken niet een beetje teveel van goede is? Of komt het omdat ik alleen reis? Komt het omdat er geen buitenlanders zijn? Ik weet het niet. Één ding is mij wel duidelijk, het ontbreken van een avond en buitenleven is een gebrek. s’Avonds na zeven uur is er, buiten de echt grote steden, geen hond meer op straat. Cafés en bars zoals wij ze kennen zijn er niet dus het enige vertier is een restaurant. Vandaar dat ik dan ook meestal om een uur of half negen alweer op mijn kamer ben. Ik heb in de laatste week meer TV gekeken dan ik de drie maanden ervoor tezamen.
“Yeosu” was mij tweede teleurstelling van deze reis. Het is een industriestad aan het water en is zeer uitgespreid. Zij ligt verspreid over het hele eiland en alleen de bergen zijn onbebouwd gebleven. Het intercitybusstation is dan ook ruim vier kilometer van mijn hotel. De stad ziet er ook erg onvriendelijk uit en overal zijn lege winkels.
Nadat ik een hotel had gevonden bekeek ik in de stad wat mijn mogelijkheden waren en die waren beperkt. Een paar kleine bezienswaardigheden in de stad en een NP een kilometer of twintig buiten de stad. Mijn plan was dus om één dag de stad te doen en één dag het park.
Een sandwich en een bakkie koffie vanuit de supermarkt was mijn ontbijt. Toen ging ik op pad naar de “Jinnamgwan”. Het is het grootste traditionele gebouw in Korea, het is 75 meter lang en 14 meter hoog en gebouwd in de 18e eeuw. Het was mooi, maar weer veel van hetzelfde. Het lopen beviel mij uitstekend ondanks dat ik weer problemen heb met mijn rechterbeen. De pijn in mijn bil is terug en zodra die verdwijnt is de pijn in mijn middelste teen weer daar.
Op weg naar “Odongdo”, een mooi eiland, kocht ik nog wat te drinken en liep in een omweg naar de dam die het eiland met het vaste land verbind. Ook hier was het geen Ooe’s of Ahh’s, ik had dit allemaal al eens gezien. De klim naar de top van de vuurtoren was een keerpunt. Ik keek eens goed om mij heen en na het zien van de 360 graden van het uitzicht nam ik een besluit. Morgen verkassen! Het is nevelig en de kust is niet bijzonder. Het waterballet op keiharde rockmuziek van Queen, “We will rock you”, maakte wel gevoelens in mij los maar die waren zeker niet waar de architect van deze attractie opgehoopt had. Later besloot ik om ook Busan maar links te laten liggen. Ik kan nog twee keer op een plaats stoppen tijdens deze reis en waarom zou ik dan niet richting Seoul gaan. Dus eenvoudig gezegd ga ik weer naar het noorden en mijn eerste stop zal een plaats zijn die “Jeonju” heet. Meer tempels en forten, dat is nu eenmaal niet anders in Korea. Lekker eten en twee flessen bier en ik zie wel hoe laat ik op pad ga. Ik heb tenslotte nog tijd genoeg.

zaterdag 9 juni 2007

Korea, twee musea en nog een fort

Gongju, 08/06/2007

Vandaag zou een rustige en eenvoudige dag worden. De twee flessen bier hadden hun werk gedaan en ik stond vandaag dus pas om tien uur op de stoep van het hotel. Dit zouden twee dagen worden die voor jullie vast niet zo opwindend zijn.
Het eerste museum was nog geen kilometer van mijn hotel dus besloot ik om maar de langere weg naar het museum te nemen. Rustig wandelde ik door het rivierenlandschap. Het leek wel een beetje op de Moezel.
Bij aankomt in het museum was het hemels rustig. Alleen een TV ploeg was er opnamen aan het maken voor de BBC. Bijna in mijn eentje liep ik door de galerijen die een expositie over een koningsgraf uit de zesde eeuw bevatte. Erg indrukwekkend! De volgende logische stop was het graf zelf, nou ja, het paviljoen waar het graf is nagebouwd. Het echte graf is meteen weer gesloten om de invloed van licht en het koolzuur in onze adem zo klein mogelijk te houden. Ook hier was het een erg indrukwekkende expositie.
Ik verkende het dorp aan de andere kant en liep rustig al genietend van deze plattelandsgemeente weer terug naar mijn hotel. Na een paar uur in deze musea was ik kapot en mijn oogjes verlangden naar slaap. Ik kneep dan ook de oogjes een uurtje dicht, ik had in deze kleine slaperige provinciestad sowieso weinig meer te doen.
Om vier uur stond ik weer buiten om het plaatselijke fort te bekijken, en om eerlijk te zijn, dit is waarschijnlijk het laatste fort dat ik op deze reis in Korea bezoek. Het wordt allemaal een beetje veel van hetzelfde. Het rondje van twee en een halve kilometer was zo gemaakt. Mijn dag zat er op, alleen nog avondeten bij mijn vaste restaurant en wat TV kijken. Morgen naar “Buyeo” waar ik meer van hetzelfde ga bekijken.

Buyeo, 09/06/2007

De busreis op zich was al een avontuur, ze zijn niet gewend aan buitenlanders en zeker niet aan Europeanen. De Toeristen Informatie kon ik niet vinden dus besloot ik om maar een foto te maken van een plattegrond op een enorm billboard langs de weg. Deze kaarten zijn nooit op schaal! De ene keer denk je, “ik ben er zo”, en dan is het drie kilometer lopen. De andere keer dank je, “ik moet even flink doorstappen”, en dan sta je binnen honderd meter voor de attractie. Het zou dus wel weer een verrassing worden wat deze wandeling mij zou brengen!
In “Buyeo” werd de dynastie van de koningen uit “Gongju” voortgezet. De hoofdstad werd om onbekende redenen verplaatst. Het museum hier was ook de moeite waard zei het dat ik alleen niet veel interesse had in al die aardewerk potjes en pannetjes die waren opgegraven. De bronzen wierookbrander was wel een kunstwerk van ongekende schoonheid. Meer dan 1400 jaar geleden gemaakt! Het was nog te vroeg om naar huis terug te keren dus keek ik nog maar eens op mijn plattegrond en bedacht dat het misschien wel leuk zo zijn om het oorlogsmonument, iedere stad en dorp heeft er één, en de vijver met het paviljoen te bezoeken. Het monument heb ik nooit gevonden en de vijver werd eerst voorbij gelopen. Ik moest terug. Dan maar eerst een “Kim Bap” eten. Ja, het bestellen is nu al uitgebreid tot vijf a zes gerechten. De Kim Bap was goed en met een voldaan gevoel ondernam ik een tweede poging om de vijver te vinden. En dat was gelukt binnen vijftien minuten.
Dat was dan Buyeo en ik kon de bus weer opzoeken voor mijn terugreis.
Op de terugweg werd er twee keer gestopt om passagiers uit te laten stappen. Toen ik vlak bij mijn hotel was vroeg ik ook of hij wilde stoppen. Helaas mocht hij niet binnen de stadsgrenzen stoppen en ik moest mee naar het busstation aan de overkant van de rivier. Nou ja, het was niet anders en het was tenslotte ook een plezierige wandeling naar het hotel.
Na mijn avondeten kocht ik weer twee koude flessen bier en mijn plan was om na die twee flessen onder de dekens te kruipen. Om half elf was ik bijna klaar om te gaan slapen. Het meeste was al gepakt dus zou ik morgenvroeg zo klaar zijn. Als het programma op het “Discovery Channel” was afgelopen ging het licht uit. Helaas bleek ik om kwart voor elf in “Love Hotel” te slapen. Links en rechts van mij werd er geschreeuwd en gekreund en ook het ritmisch bonken van het hoofdeind van het bed tegen de muur was overal in het hotel goed te horen. Uit ervaring sprekend duurt dit geen uren! Een half uurtje zou al een flinke prestatie zijn. En ik zat er niet ver vanaf. Het hoofdkussen werd opgeschud en ik maakte me gereed om te gaan slapen. En daar begon om kwart over elf in het restaurant recht tegenover een dronken Koreaan karaoke te zingen. Binnen vijf minuten werd het een duet met een vrouw. Het klonk zo hard dat ik er zeker van ben dat ze in het restaurant gehoorbeschermers droegen. Ik vroeg mezelf hard op af wanneer ze zouden sluiten. Ervaring had ik hier niet mee want ik ben nog niet op pad geweest in Korea. Twaalf uur? Half één? Uiteindelijk werd het tien over één toen de dronken Frank Sinatra, hij eindigde met “My Way” in het Koreaans, de microfoon neerlegde.
Wat ik nog het ergste had gevonden was dat ik geen bier meer had aan het einde van de avond. Morgen dus maar een uurtje later op pad. Ik ga nu naar een plaats aan de zee, Yeosu. Een verandering in landschap.

donderdag 7 juni 2007

Korea, geen blanke te bekennen

Gongju, 07/06/2007

Ik werd om kwart over vijf wakker van het eerste zonlicht dat door de kieren van de gordijnen naar binnen drong. Ik was moe en ik moest nodig naar het toilet. De overblijfselen van de twee flessen bier moesten er uit. Twee flessen, twee liter, twee plastic literflessen “Hite Pitcher”. Man, dat was lekker.
Maar nu, een uur of zeven later voelde ik me geradbraakt. Ik was echt moe. Dit was dag veertien van mijn reis en misschien moest ik maar een rustdag inlassen. Het denken aan een rustdag was genoeg om weer op te staan en door te gaan. Ik rust wel uit als ik weer thuis ben.
Snel mijn weinige spullen die ik nodig had weer gepakt en naar beneden. De receptie was leeg dus liet ik mijn sleutel achter op de balie en vertrok. Ik schonk nog snel een kopje koffie in voor mijzelf en mijn eerste stop was de “Family Mart” waar ik proviand in sloeg voor de dag. Snel had ik berekend hoe laat ik in “Gongju” zou arriveren. Half twee vanmiddag was de gok. Sandwiches, rijstdriehoekjes en cola light. Ik zou de dag wel doorkomen.
Over de reis kan ik weinig vertellen, alles ging van een leien dakje. En om iets over één uur stopte de bus in “Gongju”. Dat was natuurlijk aan de andere kant van de rivier en ik moest eerst nog een kilometer of twee lopen met de rugzak. Dat was een genot, na twee dagen in de bus was ik blij dat de benen weer wat werk hadden.
Aan de andere kant was een hotel zo gevonden, en het werd alleen maar beter. Ook hier had ik een computer met internet gratis op mijn kamer. (Je zou dit perfect vinden Kris) Snel de netwerkkabel in mijn laptop en ik was on-line. Na een uurtje of twee schrijven vond ik het genoeg en ging de stad in om wat boodschappen te doen. Fruit, ontbijt voor morgen en twee flessen bier.
Nog een verhaal geschreven en toen werd het tijd voor fatsoenlijk eten, de LP had het over een “Bulgogi” restaurant. Dat was moeilijker te vinden dan het leek maar toen ik het uiteindelijk had gevonden was de beloning groot. Het eten was fantastisch, ik had alleen pech dat ik mijn laatste stukje rundvlees in mijn bouillon liet vallen. Een grote plons was het resultaat en mijn schone shirt had een gratis panter desing opgebouwd uit vette bouillon. Morgen gaat er toch een berg in de was dus het viel wel mee.
De wandeling om het eten te laten zakken voerde mij door de hoofdstraat, de zijstraten waren erg donker en onaantrekkelijk. Ik hoorde een doffe klap en was getuige van een aanrijding. Benieuwd naar wat er zou gaan gebeuren postte ik mijzelf op het trottoir. De schuldige stapte uit en maakte een diepe buiging naar het slachtoffer. Waarschijnlijk verontschuldigde hij zich, ik kon het helaas niet verstaan. Als ik dan de Nederlandse kranten lees besef ik pas goed hoe fout het in Nederland is gegaan. De heren politici moeten maar eens zelf naar een ander land om te kijken hoe het ook kan. Na een tweede dag niets gedaan te hebben maakte ik een einde er aan door mijn derde verhaal te schrijven. Ik ben nu bij en jullie kunnen die verhalen deze week verwachten.
Twee weken ik Korea:
Hele kleine handdoekjes
Ik heb nog nooit zoveel christelijke kerken gezien!
Als je geen Koreaans kan lezen dan heb je geen idee wat ze in dat restaurant verkopen!
Menu’s zonder prijzen!
Vaak zijn de gerechten voor twee personen
Gratis water en bijgerechten zoveel je kan eten en drinken
Twee dagen zonder een blanke te hebben gezien!
Welterusten.

woensdag 6 juni 2007

Korea, het is niet altijd spannend!

Danyang, 06/06/2007

De bergen waren niet zo goed zichtbaar toen ik de luiken voor de ramen opende. Toch stak het zonlicht in mijn ogen, het was opnieuw een stralende dag. Snel een douche en inpakken. Tijdens het inpakken genoot ik van de eerste twee boterhammen die ik in de koelkast had bewaard, twee kopjes koffie maakte het ontbijt compleet. De instant noedelsoep bleef in de kom en is achtergebleven in Sokcho.
Mijn eerste doel was nu om op het busstation te komen en een kaartje te kopen naar Samcheok, vandaar zou ik dan Danyang gaan. De eerste hindernis was zo genomen, ik stapte net voor half negen op een stadsbus naar het intercity busstation en nog voor half tien was ik al onderweg. Mijn plastic tasje met de andere twee boterhammen en twee bananen voor mij in het netje.
We reden langs mooie stranden en groene heuvels. Toe we eenmaal het binnenland in reden kreeg ik een onophoudelijk reeks van wegenbouwprojecten te zien. Dit duurde tot aan Danyang! Het lijkt echt of ze het hele wegennet aan het vernieuwen zijn. Een paar uur later was het raak, er ging geen bus naar Danyang maar ik moest overstappen in Taebeak. Ik had een zak chips en drie gekookte eieren gekocht, ik had zout nodig. Die eieren waren erg vreemd, ze hadden een bruine kleur als een elastiekje. Ze smaakten prima overigens, vooral met een flinke hoop zout.
Nou ja, als het niet anders kan dan moet het maar. Deze etappe nam mij nu echt de bergen in. Het was schitterend! Maar ook bergen gaan nu eenmaal vervelen dus had ik moeite om de oogjes open te houden. Mijn eten was op en ik was ook aan mijn laatste flesje water begonnen. Ik was blij dat we uit de bus konden en dat ik nu mijn benen even kon strekken.
Vanuit Taebaek zouden we naar Jecheon gaan. Ik probeerde zo goed mogelijk de naam uit te spreken en de dame verstond mij. Da’s niet slecht! Het was 1900 won voor de enkele reis. Na een paar minuten begon ik te twijfelen. Eerst was het 11.100 won, toen 4.500 won en nu 1900 won voor twee keer de afstand van de vorige etappe. Vriendelijke glimlachende gezichten alom. De eerste drie, officials die in het busstation werkte, keken net of ik van een andere planeet kwam. Ik realiseerde mij dat ik nu in de jungle was en de kans dat er iemand engels sprak was zeer klein. Ik haalde alles erbij wat duidelijkheid zou kunnen verschaffen over mijn doel van deze busreis. Een kaart van Korea, de LP en mijn kleine rode notitieboekje. Een dominee redde mij. Hij verklaarde dat er een plaatsje dichtbij was dat ongeveer dezelfde naam had. Eenmaal aan het loket werd mijn kaartje omgeruild en ik paste het verschil bij. Nu klopte het, 11.500 won.
Ergens onderweg tijdens een rookpauze wist ik nog twee van die rijstdriehoekjes te scoren, ik had geen idee wat er voor vulling in zat maar uiteindelijk interesseerde mij dat ook niet. Ik trok nu eenmaal weer krom van de honger. Als ik niet drink dan heb ik een ongelofelijke honger. Het was tegen half zes toen de bus mijn laatste tussenstop op zocht. Nog een half uurtje en ik zou in Danyang zijn.
Danyang was een teleurstelling op het eerste gezicht. Er stond geen water in het meer en de overeenkomst met de toeristenplaatsen in Luxemburg is zeer groot. Het hotel dat ik op het oog had was snel gevonden. De eigenaar die overigens goed engels sprak hielp mij een beetje op weg. Mijn twee en misschien drie nachten was instant overgegaan in één en misschien wel twee nachten. Nee dus, morgen gewoon weer verder naar de bewoonde wereld.
Het is verbazingwekkend hoe efficiënt de bussen in Korea zijn. Ik heb tenslotte nooit meer dan een uur hoeven te wachten op mijn aansluiting. € 25,00 voor een busreis van 320 kilometer is niet zo slecht. Ik ga snel bekijken hoe ik mijn laatste dertien dagen ga invullen.
Natuurlijk moest er vanavond ook nog worden gegeten. Het aanbevolen restaurant weigerde mij resoluut. Ik was gewassen en geschoren maar het aanzicht van een blanke zou misschien de Koreanen wegjagen. Nu ik dat zeg schiet mij te binnen dat ik vandaag geen één blanke heb gezien! Waar zou je dat nog kunnen overkomen? Ik liep nog wat rond door het dorp en alle restaurants met foto’s in het raam waren gesloten. Dan maar naar het restaurant dat mij vanmiddag een Engelstalig menu had laten zien. Voorzichtig koos is een gerecht dat mij wel OK leek. Iets met rundvlees. Het serveren werd gestart en ik kon mijn ogen niet geloven, er stond genoeg op tafel voor twee personen. Één van de serveersters was zo vriendelijk om mij voor te doen wat er van mij verwacht werd als ik ging eten. Nou, dat was nu echt lachen op zijn Koreaans.
Ik had nog niet de helft op toen ik terugkeerde naar het hotel, nog een laatste biertje en dan slapen. Morgen weer verder naar een hoofdstad van een verleden koninkrijk.

dinsdag 5 juni 2007

Korea, een zware dag in het "Seoraksan Park"

Sokcho, 05/06/2007

De zon scheen vol op en de bergen lagen er schitterend bij toen ik vanuit mijn hotelraam naar mijn bestemming voor vandaag keek. Mijn ontbijt bestond uit de nu zo gewone supermarkt sandwiches. Gewoon gemakkelijk en lekker, een kopje koffie en een banaantje maakte het allemaal compleet. De weersvoorspelling voor vandaag was goed en alleen de sterke wind zou een probleem kunnen zijn. Ik ging er van uit dat het allemaal wel zou meevallen en ik liet dan ook mijn fleece in de kamer. We zijn tenslotte geen mietjes.
Ik had al bekeken hoe ik in het park zou geraken, bus 7 of 7-1 zou mij tot aan de poort van het park brengen. Normaal is het hier zo druk dat er speciale bussen rijden, gelukkig was dit vandaag niet het geval. De bus liet me ook een stuk van het stadje zien waar ik nog niet was geweest, onder andere “Sokcho Beach” zag er aantrekkelijk uit. Maar dat was voor later, ik stond te popelen om eens met die grote rots te spelen.
Op de parkeerplaats van het park stond een grote verzameling bussen, ik had niet zoveel bussen bij elkaar gezien sinds Shenzen in China (1999). Overal rennende en schreeuwende kinderen. Dat zag er bepaald niet goed uit! Maar ik moest het toch alleen doen, de tocht naar boven. De entree werd betaald en nog geen twee meter verder scheurde een parkmedewerker het kaartje weer doormidden, over arbeidsverschaffing gesproken.
Het eerste gedeelte was meteen het drukste, naarmate ik verder het pad op ging des te rustiger het werd. Het asfalt ging over in beton en weer later in gewoon zand en rots. Toen het serieuze klimmen begon waren er in heinde en ver geen kinderen meer te bekennen. Gelukkig maar. Links en rechts van het hoofdpad passeerde ik zijpaden die leidde naar tempels, monumenten en altaren. Deze zou ik voor op de terugweg bewaren. Wat is er tenslotte beter dan lekker uitrusten terwijl je een beetje rondlummelt in een tempel.
Het grootste gedeelte van het pad liep ik alleen. Af en toe kwam er een groepje de berg af maar het leek wel of ik alleen op de wereld was. De wind pikte op en begon nu koud door mijn overhemd te snijden. Op de eerste heuvel werd het zelfs onaangenaam, gelukkig bracht een kleine afdaling mij weer onder het bladerdak dat mij beschermde tegen de wind. Af en toe stopte ik om even uit te rusten en een slokje water te drinken. De omgeving was adembenemend, ik was echt blij dat ik voor deze bestemming gekozen had.
Op de top van de tweede heuvel was de wind niet ver meer van onaangenaam. Ik was nu eenmaal al hier en dan zou ik het ook afmaken. Als je alleen bent geef je nu eenmaal sneller op. Ik keek nog eens omhoog naar de witte rotsen die scherp afstaken tegen de blauwe lucht. Mijn hoogtemeter gaf nu 540 meter aan en dat betekende dat ik nog ruim 300 meter moest klimmen op de steile bergpaadjes. Het werd nu erg steil en de wind werd onaangenaam. Het was koud en de wind sneed dwars door mij heen. Ik was nog steeds omringd door bomen en af en toe ging de wind liggen, dat was het moment dat ik weer een beetje opwarmde in de zon.
Op het moment dat ik boven de boomgrens uit kwam moest ik een keuze maken, doorgaan of terug. Ik wilde niet terug, want ik was niet voor niets hier naar toe gekomen. Ongeveer veertig meter hoger had ik het niet meer. De wind was een storm geworden die mij af en toe bijna omver blies. De laatste treden van de stenen trap die naar de stalen trap leidde nam ik heel voorzichtig. Daar stond ik dan naast het bord met “You are at 680 mtrs”. Nu nam ik wel een zinnige beslissing, ik keerde om. Dan de volgende keer maar.
Omlaag kijkend is het een heel ander verhaal. De wind gierde om mij heen en ik was het enige lichaam in de wijde omtrek waar hij vat op zou kunnen krijgen. Hij blies mij bijna omver en al in de diepte starend ging ik op mijn kont zitten. Langzaam schoof ik op mijn kont naar beneden totdat ik weer aan de boomgrens was en iets had om mij aan vast te houden. Dat was dan het einde, dat doet de deur dicht.
Teleurgesteld zette ik de afdaling in, steeds mezelf geruststellend dat het de juiste beslissing was geweest. Ik kwam nog steeds groepjes tegen die omhoog gingen. Zouden zij wel naar de top gaan? Uiteindelijk heb ik het maar uit mijn hoofd gezet. Mijn bloedsuiker was ondertussen ook op de reservestand gekomen en ik kocht bij grote uitzondering een chocolade reep met vulling. Ik voelde de kracht weer terug in mij vloeien en ook de kou was nu weg. Fluitend liep ik door de bossen.
Onderweg bezocht ik enkele tempels en genoot van de omgeving, nogmaals, het is schitterend hier. Omdat het pas half één was toen ik weer bij de poort van het park stond koos ik er voor om de negen kilometer (hemelsbreed) maar terug naar het hotel te lopen en iets van de sfeer van het platteland op te snuiven.
Voldaan en vermoeid kwam ik om drie uur terug in hotel. Er was wat brood en fruit gekocht dat als late lunch zou dienen. Even een uurtje de oogjes dicht.
Om kwart over vier stond ik weer in de zon om het stukje naar “Sokcho Beach” te lopen. Ik moest tenslotte de dag nog volmaken. Onderweg kwam ik iets tegen wat ik al eerder had gezien maar geen aandacht aan had besteed. Een grote kleurige zuil met foto’s van een Koreaanse TV serie of film. De mensen zijn hier zo bezeten van de soapseries en lokale films dat niet alleen de acteurs en actrices als goden worden vereerd maar ook de plaatsen waar ze zijn opgenomen. Deze plaatsen worden bedevaartsoorden. Vol onbegrip stond ik naar deze plek te kijken. Het lunapark achter mij schalde luide Koreaanse popmuziek uit voor niemand. Het park was leeg.
“Sokcho Beach” is een mooi breed strand, maar ik heb beter gezien. Ik zou ook niet weten wie er nu vanuit Europa naar Korea zou komen om op het strand te liggen.
Ik maakte rechtsomkeer en ging terug naar het hotel. Na een dag met wandelingen, bijna 26 kilometer bij elkaar opgeteld, had ik geen trek meer in Koreaans Italiaans eten. Het werd een kom instant noedels en een paar bananen, gevolgd door één biertje.
Sokcho zat er op en morgen zou ik een flinke reis met de bus maken naar een plaats die “Danyang” heet. Gelegen aan een breed stuwmeer met rondvaarten en genoeg mooie wandelingen lijkt mij dit een geschikte plaats om afscheid te nemen van de natuur waarna ik mij weer in de cultuur ga storten aan de westkust. Maar dat is voor later.

maandag 4 juni 2007

Korea, met de bus naar Sokcho

Sokcho, 04/06/2007

Ik had uitstekend geslapen en weet niet of het door de vermoeidheid of de twee biertjes kwam. Maar het belangrijkste was dat ik fit was en een goed gevoel had om op pad te gaan. Ondertussen was mijn bestemming ook bekend, ik zou naar het noordoosten gaan. Een plaats genaamd Sokcho, het natuurpark dat er vlak bij lag was één van de belangrijkste in Zuid Korea. Het “Seoraksan National Park is thuis voor onder andere de “Heundeulbawi” en “Sinheungsa”, de eerste is een grote rots die je met de hand heen en weer kan bewegen en de tweede is een belangrijke tempel van bijna 1500 jaar oud.
Maar zo ver was het nog niet, zonder problemen had ik mijn spullen gepakt en was klaar voor mijn ontbijt. De tweede boterham was net gesmeerd toen David de keuken binnen kwam. Een krom verhaal en een uitleg dat hij dacht dat ik geen zin had gisteravond. Hij was dan ook om vijf voor half acht vertrokken. Vijf minuten voordat we hadden afgesproken! Ik nam afscheid van de eigenaar en maakte nog voor de laatste keer duidelijk dat ik op twintig juni weer terug zou zijn. Dat was begrepen en ze zou er voor zorgen.
Dat was dat en ik dacht er niet lang meer over na, tijdens de korte wandeltocht van het hotel naar het metrostation genoot ik van de warme lentezon. Het was spitsuur in de ondergrondse en een drukte van jewelste. Met moeite kon ik mijn rugzak afdoen en naar de vloer laten zakken., laat staan dat er een zitplaats was voor de dertig minuten naar het express busstation.
Eenmaal in het busstation was het veel gemakkelijker dan ik had verwacht. Alles was in het engels en de bus was zo gevonden. Snel nog wat te drinken en twee doughnuts gekocht en nog geen dertig minuten later reed de bus het grote busstation uit richting Sokcho. Geïnteresseerd keek ik naar het voorbij glijdende landschap waarin alle kleine vlakke en open stukjes werden gebruikt voor de landbouw. Het leek nog het meest op de Ardennen die langzaam overgingen in het Zwarte Woud, het werd steeds meer bergachtig.
Na een uurtje of drie stopte de bus in Sokcho, in een uithoek van de stad waar nu eenmaal meestal de busstations zich bevinden. Ik keek eens rustig om mij heen en werd meteen aangesproken door een Koreaan. Hij was op weg naar Seoul maar was de manager van een Motel. De prijs was goed, er was draadloos internet en het lag ongeveer halverwege tussen de busstations. Dus het leek perfect voor mij. Bij aankomst stond de man achter de receptie te lachen, de manager had hem al ingelicht dat ik onderweg was.
De kamer was goed en ik was zo weer op weg om de buurt te verkennen. Ik liep wat rond en kocht een kleinigheidje om te eten. Ik moest natuurlijk nog warm eten en kwam in een Italiaans op zijn Koreaans restaurant terecht. Ik vond het al gauw goed, zolang ik maar gevuld was. De avond bracht ik door met studeren at verder te doen deze week en ik lag al voor tien uur onder de lakens. Morgen de berg op, de weersverwachting ziet er goed uit.

zondag 3 juni 2007

Korea, een zondagmiddag in het “Namhansanseong park”

Seoul, 03/06/2007

Vandaag was mijn laatste dag aangebroken in Seoul, althans voorlopig. Ik zat hier al tien dagen en had gemakkelijk nog een week kunnen volmaken. Het is een fijne stad waar overdag wat gebeurd, doordeweeks is het s’avonds erg rustig. De stad is zo groot dat je elke dag wel wat te doen hebt, en dan praat ik nog niet over de eenmalige attracties zoals concerten en exposities.
Mijn ochtend was niet anders dan de andere voorheen en na het ontbijt zocht ik mijn weg door het enorme netwerk van metrolijnen in Seoul. Ik ben lui van natuur en hou er niet van om de LP overal mee naar toe te slepen en ook aan zo’n klein rugzakje heb ik een broertje dood. Aantekeningen zo duidelijk mogelijk overgenomen uit de LP stonden nu in mij kleine rode notitieboekje. Het zou een makkie worden. Ik volgde de aanwijzingen en verliet het metrostation met dezelfde naam als het park via uitgang nummer één, en hier ging het al fout. Er waren geen bussen met het nummer dat was aangegeven. Een brede stroom in Goretex gestoken wandelaars ging heuvel opwaarts en dat kon geen slecht teken zijn. De achtervolging werd ingezet en ik dreef mee in de stroom wandelaars.
Onderweg was er van alles te koop zodat iedereen de wandeling zonder problemen kon voltooien. Eten en drinken, loopstokken, schoenen en sokken, kleding en nog veel meer. Het leek wel een braderie! Het was al een stevige wandeling tot aan de poort van het park, dacht ik. Puffend en naar adem happend liep ik met de groep mee. Hier brak er iets in me. Waar was ik in hemelsnaam mee bezig? Wilde ik dit wel? Was het niet gemakkelijker om naar de dierentuin te gaan? Twijfels, dat gebeurd als ik alleen op pad ben. In een groep is het veel gemakkelijker om jezelf te motiveren. Onderaan een trap, waarvan ik de bovenste trede niet kon zien, moest ik mijzelf opnieuw moed inspreken. En daar ging ik dan. Na ongeveer vier kilometer stond ik nu aan de poort van het park, en ik was al meer dan 350 meter geklommen. Mijn rug was kletsnat en mijn fles water al half leeg. Kom op jongen, doorgaan!
Doordat mijn aantekeningen niet geheel klopten en ik een geasfalteerd pad voor een parkeerplaats had aangezien startte ik de wandeling ergens halverwege. Jammer, toen de fout mij eenmaal duidelijk was geworden had ik ook geen trek meer om weer van voor af aan te beginnen. De drukte was enorm en ik moet het nogmaals vertellen, de gemiddelde leeftijd lag zeer hoog. Hele troepen oude van dagen die in Europa zouden zijn weggestopt in verzorgingstehuizen lopen hier met elkaar de berg op en gaan zitten picknicken met een paar flesjes bier om alles weg te spoelen. Een indrukwekkend en onbegrijpelijk gezicht voor een westerling.
De wandeling was plezierig maar het werd uiteindelijk een beetje teveel van hetzelfde, het leek op de eerste wandeling in de bergen en ook de wandeling in Suwon had enige gelijkenis. Aangekomen bij wat eigenlijk het beginpunt zou moeten zijn geweest vond ik het genoeg. De oorspronkelijke tien en een halve kilometer was nu ongeveer vijf en een halve kilometer geworden. Tel daar twee keer vier kilometer bij op en dan kwam je toch nog tot een respectabele afstand van dertien en een halve kilometer, en de wandeling had me boven de vijfhonderd meter gebracht.
Voldaan zette ik de terugweg in, dromend van een rijstdriehoekje met tonijnvulling. Dat was dan wel heel jammer, de winkels zagen eruit als in de hoogtij dagen van de Russische Communistische Republiek. Lege schappen en planken, er was niets meer fatsoenlijks te eten te krijgen. Bij de restaurants stonden rijen zo lang dat de laatste klanten buiten stonden te wachten voor een plaatsje aan tafel. Een cola light en een mini Snickers stilde mijn trek maar dat was niet voor erg lang, dat wist ik.
De terugreis duurde langer dan ik had verwacht en uiteindelijk moest ik ook nog twee keer overstappen. Goed om mij heen kijkend werd mijn aandacht getrokken door een grote kast met bruine papieren zakken er in. Een tweede inspectie vertelde mij dat het om gasmaskers ging, zo maar midden in de metro. Dan besef je pas echt dat dit land nog steeds in hoge paraatheid is voor een aanval van het noorden. Volgens mij zijn ze zelfs officieel nog steeds in oorlog. Dat is wel even schrikken.
Ik had de vele mogelijkheden voor een late lunch door mij heen laten gaan en McDonalds was geen optie. Het eten is hier gewoon te goed. Mijn keuze was gevallen op mijn nu favoriete restaurant “Soma 1095”, gisteren had ik een andere gast een soort Koreaanse sushi zien eten. Niet van die driehoekjes maar echte, van die gerolde met een gemixte vulling. Daar stond mijn maag wel naar. En het smaakte zoals verwacht, hemels.
Dat was dan mijn dag naar het “Namhansanseong National Park”. Seoul zat er op en vanavond zou ik nog met David gaan eten en hij zou me nog wat van de stad laten zien. Helaas is daar niets meer van gekomen en ik ben alleen de stad in gegaan. Een langere route leek mij een goed idee en hier kwam mijn geluk weer om de hoek. Al van verre zag ik podium en hoorde een groot publiek applaudisseren. Live muziek en acrobatiek op een touw gespannen tussen enkele palen. Dit was het juiste moment voor mijn eerste biertje in Korea, een “Hite Beer”. Hij smaakte mij uitstekend en deed mij naar een tweede smaken. Daar is het dan bij gebleven. Na het avondeten was er weer het traditionele ijsje en toen naar bed. Ik was best een beetje aangeschoten van die twee flesjes. Morgen gaat het nu echt beginnen, de eerste verplaatsing met het openbaar vervoer. Ik heb geen idee van wat me allemaal te wachten staat en wat ik allemaal ga zien. Om eerlijk te zijn weet ik niet eens welke bus ik morgen neem. Wordt het met de klok mee of tegen de klok in reizen. Morgen op het busstation als ik het kaartje in mijn hand heb weet ik meer.
Welterusten.

zaterdag 2 juni 2007

Korea, het “Korean Folk Village”

Suwon (Seoul), 02/06/2007

Ik had geslapen als een varken toen om zeven uur de wekker afliep. “Nog tien minuten”, dacht ik. Uiteindelijk werd het een uur. De twee wandelingen hadden duidelijk hun tol geëist ☺. Snel een douche en dan naar beneden waar je zelf het ontbijt moet maken. Je kan ook niet veel eisen voor € 22,00 per nacht midden in het centrum. Mijn gebruikelijke ontbijt van vier geroosterde boterhammen met een kop koffie en een banaan ging zonder probleem naar binnen. Hier kan ik wel een uurtje of twee op draaien.
Een andere gast, een Engelsman, zat achter de computer in de keuken om zijn laatste e-mails te controleren. Een aardige man die altijd een beleefd praatje maakte als je s’morgens in de keuken kwam, zo ook nu. “Wat zijn je plannen voor vandaag”, vroeg hij. “Eh, ik ga naar het Korean Folk Village”, was mijn antwoord. “Heb je bezwaar als ik meega”? Voordat ik het wist was ik weer met iemand op pad. Niet dat ik er iets op tegen heb want met zijn tweeën is nu eenmaal gezelliger dan alleen maar ik wilde een keer niet op de overlegtour maar mijn eigen dingen doen.
Misschien later dan maar alleen! We waren al snel op weg naar Suwon, voor mij was het de tweede keer deze week. Ik liep door het aangrenzende warenhuis recht naar de voetgangersbrug, David bleef duidelijk achter en had problemen met zijn knie. Verdraaid, verontschuldigde hij zich al schouderophalend. Mijn moed zonk mij in de schoenen en in mijn gedachten zag ik me al lopen met een half kreupele gast. Ik kon met alle moeite en aanwijzingen uit de reisgids het kantoor, en de gratis shuttlebus, van het “Korean Folk Village” niet vinden. Wat nu? Heel eenvoudig, terug naar het begin en dan de andere kant op. Bij navraag bleek dit het juiste idee te zijn en tien minuten later stonden we met de kaartjes in de hand naast de shuttlebus die vijfentwintig minuten later zou vertrekken.
Eerst nog naar het toilet en wat eten, wij waren tenslotte al meer dan drie uur onderweg. Tijdens mijn ontdekkingsreis van Korea had ik in de supermarkt iets ontdekt dat een heerlijk, en gezond, tussendoortje was. Een driehoek van kleefrijst met een hartige vulling, tonijn deze keer. Zeg maar een soort sushi. Één is genoeg om de trek voor een tijdje te stillen, ik spoelde alles weg met een flesje cola light. De busreis duurde ongeveer twintig minuten en iets voor twaalf stonden we voor de poort van het park.
Het zag er veelbelovend uit, het leek niet druk. Eenmaal binnen was dat ook het geval. Langzaam liepen we door het park langs de nagebouwde oude huisjes uit een ver verleden. En dat bleek tegen te vallen. Tijdens één van mijn gesprekken met de Koreaanse Amerikanen bleek dat het een jaar of vijfentwintig geleden nog echt zo was. Zij kon zich goed herinneren hoe ze vroeger naar haar familie op het platteland ging en die woonden echt nog in van die dorpjes met van die huisjes. Het bracht tranen in haar ogen. Erg indrukwekkend. Korea is tenslotte pas in de laatste vijftien jaar uitgegroeid tot een economische gigant. Ze staan tenslotte ook niet meer in de schaduw van Japan.
Er was ook een grote arena/ring waar shows werden opgevoerd variërend van dansen tot acrobatiek met paarden. Allemaal erg leuk om te zien maar de pauzes waren eigenlijk te lang. Het enige onderdeel wat voor mij interessant zou kunnen zijn, de Koreaanse Traditionele Bruiloft, werd maar twee keer per dag opgevoerd in een soort oud gerechtsgebouw. Twee en een half uur wachten hadden wij er dan ook niet voor over.
Na een uurtje of twee begon het park zijn flair te verliezen. Het werd allemaal een beetje van hetzelfde. De reisgids had gewaarschuwd dat drie uur ruim voldoende zou zijn. Helaas kon ik op de oude traditionele markt niet mee-eten met de horde Koreanen. Het menu was volledig in het Koreaans en in de kiosk waar je een bonnetje moest kopen voor het gerecht was engels onbekend. Jammer dan, dan eten we vanavond maar weer uitgebreid.

Om drie uur zaten we dan weer bij de poort op de bus te wachten. Helaas is dit de enige tijd dat er geen bus gaat naar het station van Suwon. Dan nog maar een uurtje wachten, David vroeg nog of ik misschien nog een stukje van de show wilde zien. Nee, ik wilde er liever zeker van zijn dat ik in de bus van vier uur zou zitten. Vol is vol, en dat wilde ik voorkomen. Uiteindelijk waren we net over vier uur weer op weg terug naar Seoul. David had een plan opgevat om het fort in Suwon nog te bezoeken en vroeg of ik nog zin had om mee te gaan. Ik vertelde hem dat het zeker een uur heen en een uur terug zou zijn. We zouden dan niet voor half negen terug in het hotel zijn. OK dan maar een andere dag, hij had tenslotte nog een afspraak die avond in Itaewon. De uitgaanswijk voor expats in Seoul. Hij vroeg nog of ik zin had om mee te gaan. “Nee, ik doe rustig aan. Ik zie het niet zitten om tussen de Amerikanen te zijn”, antwoordde ik hem.
We namen afscheid in het hotel en misschien gaan we zondagavond op mijn laatste avond samen eten.
Ik ging nog even heerlijk eten bij een restaurant waar ik per ongeluk terecht was gekomen, het “Soma 1095”. Bijna onder de Millenium Toren in Jong-go. Opnieuw een heerlijke complete maaltijd en dat voor nog geen vijf euro. Na mijn gebruikelijke ijsje ging ik terug naar mijn hotel en keek ik nog naar de tweede helft van de vriendschappelijke voetbalwedstrijd tussen Zuid-Korea en Nederland. Verdomd jammer dat ik daar geen kaartje voor heb kunnen bemachtigen! Half elf gingen de oogjes dicht en het licht uit. Morgen voorlopig de laatste dag in Seoul en dan gaat het echt beginnen.

vrijdag 1 juni 2007

Korea, de stilte voor de storm

Seoul, 01/06/2007

De eerste week zit er op. Een nieuwe maand heeft zich gemeld en ik kan de balans opmaken van mijn eerste week in Korea.
Het is hier fantastisch, het is minder duur dan ik had verwacht en het eten is anders maar goed.
Natuurlijk zijn dit maar de eerste indrukken want verder dan Seoul ben ik niet echt geweest en hier wordt nog een beetje engels gesproken.
Ik kijk uit naar de volgende week wanneer ik op maandag naar de oostkust vertrek. Mijn eerste stop zal een plaats zijn die Sokcho heet en dicht bij de meest belangrijkste berg is Korea ligt. Vanuit hier zal ik dan één of twee dagtochten maken naar het “Seoraksan national Park”, één om te wandelen rond de berg met dezelfde naam en misschien één naar wat tempels. Vandaar gaat het naar het zuiden maar ik ben nog aan het bekijken wat een mooie centrale plaats is om twee of drie Nationale parken te bezoeken.
Vandaag heb ik een beetje, 18 kilometer, uitgelopen in de stad. Mijn enkel voelt alweer beter aan maar is nog niet 100%. Ik heb nog drie dagtochten in mijn gedachten voor de laatste twee dagen in Seoul. Morgenvroeg kies ik wat te doen.
Ik heb maar 2 foto’s vandaag, aardewerk om Kimchi in te maken, zo maar langs de straat en Mt. Seoraksan.
Welterusten.

donderdag 31 mei 2007

Korea, op weg naar de top

Seoul, 31/05/2007

Het was alweer donderdag en na een dagje rustig aan werd het tijd om mijn oude lichaam een keer te geselen. Vandaag stond er een wandeling op het programma. Één van de mooiste kanten van Seoul is dat het een paar Nationale Parken binnen zijn stadsgrenzen heeft. Vandaag zouden we een wandeling gaan maken in het “Bukhansan National Park”.
Ik was een paar minuten later dan normaal maar dat was geen probleem. Andy had ook een verrassing, er zou een andere jongen meegaan. Mike, uit de USA. Het was voor mij geen probleem, het was eigenlijk wel fijn want ik raakte een beetje uitgepraat met Andy. En als hij niets of weinig te zeggen had begon hij meestal wartaal uit te slaan.
De eerste hindernis die we moesten nemen wan het vinden van de juiste bus naar de ingang west van het park. We hadden het nummer van de buslijn en we wisten de plaats waar we moesten opstappen, eenvoudig toch? Helaas werkt het niet zo! De dingen veranderen snel en ook hier was de reisgids achterhaald. Bij het vragen naar de juiste bus liepen de antwoorden uiteen van het schouderophalen tot en met een verhaal in het Koreaans waar we natuurlijk geen touw aan konden vastknopen. Uiteindelijk wees er een vrouw naar de overkant en zei, “green bus, green bus”.
Aan de overkant aangekomen keek ik op de zuilen met informatie om te zien of ik wat kon ontdekken dat het probleem zou vereenvoudigen. En ja, er waren twee groene buslijnen wat inhield dat ik het maar twee keer moest vragen aan de buschauffeurs. Andy stond ondertussen heel wijs de blauwe buslijnen in het Koreaans te bestuderen. “Laat maar”, dacht ik nog. De eerste bus was mis en de tweede was raak! “Bukhansan”? De chauffeur knikte en ik riep de ploeg om snel in te stappen. “Weet je zeker dat dit de juiste bus is?”, zeurde Andy. Ik antwoordde niet eens.
Na ruim een half uur stonden we aan de westelijke ingang van het park. Het zag er veel belovend uit. Een veelvoud van bergtoppen lag voor ons. Mike was bekend met het wandelen in de bergen en Andy zou er zeker geen problemen mee hebben. Ik kocht snel nog twee flessen water en nam een foto van de plattegrond van het park. Je weet nooit of het nog van pas zou komen. Daar gingen we met grote stappen de berg op.
Die grote stappen werden al snel kleiner. Het was een stevige klim. De wandeling zou ons eerst naar een hoogte van ongeveer 450 meter brengen. Eenmaal op de bergkam zouden we het pad blijven volgen en op de top van de “Baekundae” (836 mtr) brengen. In totaal was het een wandeling van ongeveer zes uur inclusief een paar keer rusten.
Na ongeveer driehonderd meter vonden we de eerste tempel, één van de velen die op de berg in de loop van de eeuwen gebouwd zijn. Een korte bezichtiging en we gingen weer verder. Mike, 20 jaar oud, rende zo ongeveer de berg op. Andy, die zich niet wilde laten kennen probeerde hem zo goed mogelijk te volgen. Ikzelf deed het rustig aan en spaarde mijn water. Helaas was ik ook zo dom geweest om mijn sandalen te dragen in plaats van mijn hoge schoenen, iets waar ik later nog spijt van zou hebben.
Mike werd al snel gepromoveerd tot verkenner en hij werd dan ook een paar keer er op uit gestuurd om te kijken of er wel wat te zien was, best handig.
Helaas leverde al dit rennen en op zichzelf lopen ook een probleem op. We hadden het pad naar de top, ons oorspronkelijke doel, gemist. Jammer, dan nog maar een keer later als ik weer hier ben. Des te verder we kwamen des te stiller Andy werd. Ik kan niet zeggen dat ik het gemakkelijk had maar in moeilijkheden ben ik nooit geweest. Alleen mijn sandalen gaven me problemen tijdens het afdalen op stukken met ongelijke rotsen en grote stenen. Weer wat geleerd.
Het was een fantastische wandeling die ons een heel stuk langs de oude stadsmuur van Seoul leidde en ons naar een hoogte van 639 meter heeft gebracht.
Er was voldoende volk op de been en de gemiddelde leeftijd lag hoog. Ik heb het al eerder in mijn verhalen gezegd. Het is ongelofelijk hoe fit de oudere mensen hier in Korea zijn. Het zal wel aan het eten liggen.
Eenmaal weer onder aan de berg stond Andy demonstratief bij een restaurant te wachten, Mike stond erbij te wachten en wist niet goed wat te doen. Hij wilde nu fatsoenlijk eten, ergens zitten en eten. Ik haalde mijn wenkbrauwen op en vertelde hem dat ik daar geen probleem mee had. Ik ging verder en hij zou op zijn eentje ook wel weer in de stad geraken. Mike vond het een goed idee en samen liepen we verder. Het duurde niet lang voordat Andy volgde en tegen dovenmansoren zei dat hij eigenlijk ook wel zin had in een snack. Hij greep naar zijn snackzak droge muesli en begon als een varken te eten. Vreemd hoe iemand kan veranderen als hij weer wat geld in zijn zak heeft. Het was hem gisteren zeker gelukt om met zijn creditkaart nog wat geld te versieren.
Mike en ik liepen voorop en een meter of twintig achter ons liep Andy heel demonstratief zijn vermoeidheid te etaleren. Hij bleef maar vragen waar het station voor de metro was. Wij waren hier ook voor de eerste keer en wij hadden geen idee! Uiteindelijk namen we maar een bus naar de stad en verlieten de bus bij het eerste station wat we zagen. Ik was het nu spuugzat en nam afscheid van de jongens twee stations voordat we bij ons hotel waren. Mike wilde ook wel een stukje lopen en Andy volgde als een schaap. Eigenlijk was ik wel blij dat de dag er op zat.
Ik at heerlijk in mijn bekende restaurant. En slapen zou later geen probleem zijn, ik was echt moe en morgen rustig aan doen. Andy wilde nog één keer met mij op pad. Nou ja, zo erg was het nu ook weer niet.

woensdag 30 mei 2007

Korea, het Hwaseong fort in Suwon

Suwon (Seoul), 30/05/2007

Het was mijn zesde dag in Korea en het werd tijd om de stad uit trekken. Ik heb na veel nadenken mijn strijdplan gewijzigd voor deze reis. Mijn nieuwe plan is om zo lang mogelijk in een goed hotel te blijven als mogelijk. Veel zaken kunnen per openbaar vervoer binnen een uurtje worden bereikt. Korea is niet zo’n groot land. Het is dan ook beter voor mij om dagtripjes vanuit een vast punt te maken dan elke keer een halve dag te verliezen aan een verplaatsing tussen twee plaatsen.
Met de Metro kun je vanuit het centrum van Seoul tot wel zestig kilometer naar de buitenwijken en aanliggende steden reizen. Zo ook naar Suwon, een stad met meer dan een miljoen inwoners. In het centrum ligt het UNESCO World Heritage “ Hwaseong fort”, een oud fort gebouwd tussen 1776 en 1800. Dat was ons doel voor vandaag. Maar niet voordat we het zoveelste deel uit het drama van het vliegticket naar Londen hadden meegemaakt. Al zichzelf verontschuldigend ging ik met Andy naar het kantoor van “Freedom reizen”. De creditkaart werd weer overhandigd en even later kwam Christine weer vol verontschuldigingen terug. De kaart werkte niet, niet voldoende saldo!
Dus gingen we nu eindelijk op weg naar Suwon. Andy deed wel een beetje vreemd en hij maakte zich duidelijk zorgen, zijn broer had hem verteld dat hij het geld op zijn rekening zou storten. Was dat wel gebeurd? Ik probeerde hem op zijn gemak te stellen en vertelde hem dat het soms wel twee dagen kan duren voordat het verwerkt is. Andy lachte zuur en geloofde hier weinig van. Hij stopte zijn oordoppen in zijn oren en deed net of hij zat te slapen. Nee, hij was gewoon oplossingen voor zijn problemen aan het zoeken. Struisvogelpolitiek?
Na drie kwartier in de metro stonden we op het bordes van het treinstation voor het enorme stationsplein. Een stad met meer dan een miljoen inwoners, en nog minder mensen die engels spreken. Een nieuw avontuur! Na een snelle blik op de kaart in mijn LP had ik de juiste richting te pakken en we waren onderweg naar ons doel. Het was heerlijk weer om te wandelen en in een rustig tempo liepen we richting het toeristen informatie centrum. Het “Anjo Hashido” werkte goed en we kregen meteen een kaart met veel informatie over het fort en de andere attracties in en om het fort. Er is veel te doen en te zien maar voor ons was alleen het fort belangrijk.
Nu konden we dus aan de bijna zes kilometer lange wandeling langs de muur beginnen. De muur is voor bijna 95% gerestaureerd en een magnifiek gezicht. We begonnen eerst aan een flinke klim naar de uitkijkpost op de heuvel. Er was nog niet zoveel te zien, toch viel ons op dat er enorm veel oude mensen op de bankjes zaten te genieten van de voorjaarszon. Zelf vond ik het maar koud, zo koud dat ik schoenen droeg in plaats van sandalen. Eenmaal op de top van de 135 meter heuvel hadden we een mooi uitzicht over een gedeelte van de stad en een flink stuk van de muur.
Nadat we een kilometer of drie hadden afgelegd en al een paar poorten en andere bouwwerken hadden bekeken werd het toch wel tijd om wat te eten. Op zo’n moment heb ik eigenlijk geen trek in een maaltijd in een restaurant, iets kleins uit een supermarkt met een flesje cola is wel genoeg voor mij. Ook Andy zag hier wel wat in want hij zat maar aan zijn budget voor de laatste twee dagen te denken. Een soort driehoekige sushi met tonijn er in smaakte voortreffelijk. We maakten de wandeling af en gingen weer richting Seoul. Maar, nu waren er twee mogelijkheden met vervoer. Een man wees mij naar de trein terwijl een ander Andy naar de Metro verwees. Gelukkig konden we dit met ons eigen gezond verstand oplossen zonder ook maar een persoon te kwetsen. Eerst maar naar het toilet ☺. De reis terug verliep voorspoedig en eerlijk gezegd had ik niet anders verwacht in het efficiënte Korea!
Bij aankomst in Seoul was het weer tijd voor het volgende deel in de soap die mij zo ondertussen ook wel begon te vervelen. Gelukkig nam hij wel wat van mijn adviezen aan maar uiteindelijk wilde hij gewoon zijn eigen ding doen. Misschien had ik al eerder moeten zeggen, “Zoek het zelf maar uit”! Maar ja, je wil nu eenmaal iemand helpen als hij in de problemen zit. Gelukkig had hij wel in de gaten dat hij er niet op moest rekenen om van mij geld te lenen. Op dat gebied moet iedereen het maar voor zichzelf uitzoeken, is mijn filosofie. Ik kon mijn ogen niet geloven toen Christine deze keer terugkeerde met een glimlach breder dan ooit tevoren. Het was gelukt! Hiep, hiep, hoera! De soap was over en de laatste twee dagen zou ik niet meer naar het reisbureau gaan in de ochtend.
Iedereen was blij dat het uiteindelijk toch gelukt was, alleen bood zich nu een ander probleem aan. Andy had zijn restbedrag zo klein gelaten dat hij nu nog ongeveer acht euro per dag te besteden had. Ik werd er moe van. Hij wilde niet gaan avondeten maar een Snickers reep en een bekertje fruit yoghurt zou genoeg zijn voor vanavond. Met hondenogen keek hij mij aan. Nee, jammer maat! Ik betaal geen avondeten voor je, ik had er wat bij willen leggen maar dan had hij met een eenvoudige maaltijd genoegen moeten nemen. Ik zat dus alleen te eten terwijl hij op jacht was naar een pinautomaat om zijn creditkaart opnieuw te proberen, alleen was hij niet zeker van zijn PIN.
Toen hij onverrichterzake terugkeerde kocht ik een ijsje voor hem en hij was oprecht dankbaar. Hij nam afscheid en ging terug naar zijn GH. Nu was het ook tijd voor het laatste gratis advies van de dag: “Probeer geld op te nemen met je creditkaart in je GH”. Normaal willen ze dit niet in verband met het risico en de provisie. Nee heb je, en ja kan je krijgen. Welterusten, ik hoor morgen wel hoe het is gegaan.
Een laatste korte wandeling om de gefrituurde dumplings en noedelsoep te laten zakken en dan terug naar het hotel. Morgen heb ik een zware dag voor de boeg maar daarover meer in het volgende verhaal.

dinsdag 29 mei 2007

Korea, een tweede poging

Seoul, 29/05/2007

Daar gingen we dan voor de tweede poging naar de Seodaemun gevangenis, maar niet voordat we een vervolg hadden gehad van de soap over de aankoop van het vliegticket van Andy. Er moest namelijk worden afgezegd en dat vond hij een beetje moeilijk, waarschijnlijk omdat hij zich zou schamen dat hij geen geld had. Ik legde hem rustig uit dat niet op komen dagen nog veel erger is. En uiteindelijk stemde hij er mee in en samen liepen we eerst naar “Freedom Tours”. De overvriendelijk Christine kon het allemaal wel begrijpen nadat Andy had uitgelegd dat hij o geld zijn broer zat te wachten. Zo dat was een sprankelend begin van de dag.
Andy zat er al zover doorheen dat hij de twee kilometer naar de gevangenis niet wilde lopen maar liever met de metro ging. OK, ik ben gemakkelijk. Dan maar met de metro. Er blies sowieso een erg frisse wind en het dragen van schoenen in plaats van sandalen bleek al een goede keuze te zijn geweest. Daar stonden we dan voor de poort van de gevangenis omgeven door schoolkinderen.
Eenmaal binnen vonden wij het bijbehorende museum, in een nieuw gebouw, wel een beetje schokkerend. De schoolkinderen hadden er helemaal geen problemen mee om de martelingen en andere misdaden tegen de mensheid te zien. Het zette mij wel aan het denken. Ik herinnerde mij de schoolreisjes met de lagere school naar de diverse dierentuinen en pretparken. Hier gaat het anders, hier gieten ze de historie en glorie van je land al met de paplepel in. Geschiedenis staat bovenaan.
We volgden de aangegeven route door de gevangenis en bekeken het één en ander. Het meeste was in het Koreaans en Chinees uitgelegd, twee talen die wij niet beheersten. Het was op zich toch wel de moeite waard geweest. Vooral de lieve kinderen die met veel discipline het “Hello, what is your name”? en het “Hello, where you come from? Oefenen op echte buitenlanders. Ze willen ook allemaal met je op de foto en geven snoepjes. Was het in Nederland nog maar zo! Ik zal wel ouderwets zijn geworden?
Nu werd het tijd voor een stevige wandeling over de berg aan de overkant van de gevangenis. Dit zag er dus niet goed uit! We voelden druppels water en er was regen voorspeld. Ik wilde hier eigenlijk niet aan denken, vooruit met de geit. Daar gingen we dan de steile steeg omhoog. Nog geen tweehonderd meter verder stonden we op een grote bouwplaats waar ze zeker vier torenflats aan het bouwen waren. Nadat we de eerste hindernis waren gepasseerd stonden we nu voor een helling die er mocht wezen. Het schouwspel voor onze ogen liet onze monden open vallen. Een oud vrouwtje liep schoorvoetend naar beneden, alleen dit schouwspel en de gedachte dat ze ook weer omhoog moest deed ons verbazen. In Nederland zitten zulke mensen in verzorgingstehuizen.
Daar was de poort naar de tempel, het gehele dorp maakte onderdeel uit van de tempel. Het druppelen van de regen was nu overgegaan in een motregen, maar wel een dikke. Langzaam zagen wij de hoogbouw in de verte vervagen en tenslotte verdwijnen. Het had nu geen zin meer om terug te gaan! We zouden de wandeling afmaken. We klommen hoger en hoger en kregen steeds meer van het echte leven in Korea te zien. Overal zagen we de traditionele “Kimchi” potten. Hier maken de mensen het zelf nog op de ouderwetse manier. Tempels en kleine altaren zagen we nu rond ons. Er zaten mensen te mediteren, op trommels te slaan of gewoon te picknicken, en dat op een berg midden in de stad tijdens een bui motregen. Het was gewoon ongelofelijk om te zien hoeveel fitte oude mensen hier nog rondlopen. Ik had nu het “Hallo” onder de knie en in mijn beste Koreaans zei ik dan ook elke keer, “Anjo Hashido”. Dat werd dan steevast met een brede glimlach en een “Anjo Hashido” beantwoord. Het was een mooie wandeling, alleen jammer van het weer.
Eenmaal beneden onder aan de berg was het nog te vroeg om terug naar het hotel te gaan. Na overleg met Andy, gisteren had ik nationale schatten nummer 2 en 3 gezien, kwamen we overeen om naar nationale schat nummer één, de “Namdaemun” poort, te lopen. Onderweg kochten wat te lunchen en we lieten het ons goed smaken. Het was tenslotte koud, althans voor mij. Om nog wat meer tijd te doden slenterden we wat rond over de markt die net achter de poort ligt. Maar ja, als je niets wil kopen dan is shoppen eigenlijk niet zo leuk
Op de terugweg kwamen we uiteindelijk weer langs het reisbureau en wij natuurlijk weer naar binnen. Het was deel veel van de soap. Geen geld betekende geen ticket. Andy zat nu zo in de put dat hij meteen na het avondeten weer naar zijn kamer ging, zelf liep ik weer de stad in om de “Namdaemun” poort in het donker te fotograferen. Dat was inderdaad een schitterend gezicht. Om half tien ging het winkelpersoneel naar huis en het was heel druk op straat. Het werd nu voor mij tijd om te gaan slapen, morgen weer een deel van de soap en daarna richting Suwon om het “Hwaseong” fort te gaan bekijken.

maandag 28 mei 2007

Korea, op maandag gesloten

Seoul, 28/05/2007

We hadden de beste bedoelingen voor vandaag en we zouden het ook een beetje rustig aan doen. Maar voordat we stad in zouden lopen moest er eerst een ticket worden geregeld voor Andy. Hij had een beetje problemen met het geheel en ik had de indruk dat hij het niet allemaal kon verwerken. Uiteindelijk na lang heen en weer gedraai was het geregeld. Een vlucht voor woensdag met Cathay Pacific naar Londen. We zouden later die dag terugkeren om te betalen. Andy moest nog geld wisselen en het één en ander regelen. Het zou allemaal wel goed komen.
Nu konden wij op weg naar de “Seodaemun gevangenis”. We liepen natuurlijk dit kleine stukje door de stad om de sfeer op te snuiven, en dat gebeurde ook. Al van ver konden we luidsprekers horen die in het Koreaans wat probeerden te verkopen of te vertellen. Het bleek het laatste te zijn. Een groep met spandoeken en heel gemotiveerde spreker brachten hun ideeën naar buiten. Ik herinnerde mij een verhaal dat de lente het seizoen bij uitstek is om te demonstreren. Oproerpolitie en traangas vullen dan de straten in het centrum van Seoul. Het leek mij allemaal niet zo’n vaart te lopen en de oproerpolitie die op twintig meter afstand de zaak in de gaten stond te houden keek rustig om zich heen. Een tweehonderd meter verder op was er nog een demonstratie en nu begon ik toch wel een beetje op te letten. Waarschijnlijk kunnen jullie je ook wel van die beelden herinneren van de demonstraties in Korea?
Met een flinke pas erin liepen we verder naar de gevangenis. Seoul is een gemakkelijke en overzichtelijke stad, leg daar de overal gratis verkrijgbare plattegronden bij en je kan bijna niet verdwalen. Wij liepen dus ook recht naar de gevangenis. Maar, eenmaal bij de poort gebeurde waar ik even te voren bang voor was geweest. Op maandag gesloten! De DMZ op maandag gesloten! En volgens mij is bijna alles in Korea op maandag gesloten.
Wat nu? We waren al aardig richting twaalf uur dus de stad uit gaan was geen optie. Ik had nog wat elektronica nodig dus ik stelde voor om naar één van de grote computer/elektronica markten te gaan. Dat was zo beklonken. Met de ondergrondse was dit al een avontuur op zich omdat het zich buiten het (toeristen) centrum bevindt. Op zich viel het allemaal wel mee, maar ik ben natuurlijk wel wat gewend in Singapore. Ik kocht eerst nog wat oplaadbare batterijen en toen werd het tijd voor de lunch. Ergens achter in een hoek van de kelder bevond zich een kleine foodcourt die duidelijk aleen bedoeld was voor de mensen die daar werken. Vriendelijk werden we overal naar binnen gewuifd maar op mijn verzoek kozen we een restaurant met plaatjes. Aanwijzen is nu eenmaal gemakkelijker dan Koreaans lezen dacht ik. Maar dat viel reuze tegen. De serveerster keurde twee keer mijn bestelling af en dus kozen wij maar voor de oude vertrouwde Tolsot Bibimbap en die smaakte weer uitstekend. Na het eten kocht ik nog een nieuwe batterij voor mijn camera en toen zat voor mij de dag er op.
Ondertussen had Andy al zijn Japanse Yen gewisseld en hij zou de rest uit de ATM halen. Maar dat was een probleem want hij wist zijn pincode niet helemaal zeker meer. Hij is een beetje een warhoofd denk ik maar. Uiteindelijk kon ik hem overhalen om een gedeelte van zijn vliegticket met de creditkaart te betalen. Daar had hij zelf niet aan geacht en hij vond het een goed idee. Helaas voor Andy stond er niet genoeg geld meer op zijn rekening. Wat nu? Hij verontschuldigde zich en ging terug naar zijn GH om te emaillen naar zijn broer zodat die wat geld op zijn rekening kon storten.
We namen afscheid en ieder ging zijn weg. Ik was wel een beetje opgelucht want met de stress van anderen heb ik liever niets te maken. Wat zou ik dan verder gaan doen. “Tapgol Park” had ik gezien in de Lonely Planet. Dit was tien minuten lopen van mijn hotel en had twee cultuurschatten van de hoogste categorie. Namelijk nummer twee en drie. Het was duidelijk minder druk dan op de zondagmiddag, toch was het nog aardig druk in het park. Veel oudjes genoten van de voorjaarszon. Het park is genoemd naar de marmeren pagode uit 1465. Deze wordt nu tegen invloeden van buitenaf beschermd in een glazen huis. Wel mooi, maar het is slecht te zien. Een andere prominent in dit park is Son Pyong-hui , hij wordt door velen gezien als één van de stichters van de republiek Korea. Het verhaal is uitgebeeld op een muur waar elk muur reliëf een stukje van het verhaal verteld. Ze zijn hier wel heel vaderlandslievend!
s’Avonds heb ik rustig aan gedaan en ik ben nu blij dat ik na vier dagen zonder bier weer goed kan slapen. Morgen gooien we de rit naar de gevangenis in de herhaling en voegen daar dan nog een mooie wandeling door de heuvels aan toe.

zondag 27 mei 2007

Korea, de tocht naar de grens

Seoul, 27/05/2007

Het was vandaag zondag en het zou mijn eerste georganiseerde excursie worden. Ik ben persoonlijk niet zo weg van tourgroepen maar af en toe kom je er niet onderuit. Zo ook vandaag niet. De tour van vandaag zou gaan naar een erg gevoelig gebied. Het grensgebied tussen noord en zuid Korea. De grens ligt maar ongeveer 55 kilometer van Seoul en jullie begrijpen dat bij een invasie de hoofdstad binnen een uur is bereikt. Dat is ook de reden waarom er een grote troepenmacht in samengebracht ten noorden van Seoul om een aanval/invasie af te slaan. Velen denken dat het niet meer zal gebeuren maar de Zuid Koreanen zijn daar niet zo zeker van en blijven ongelofelijk op hun hoede voor een verrassingsaanval.
Ik was op deze zondag al om zes uur wakker, ik had nog steeds moeite om te slapen. Nog niet vermoeid genoeg denk ik. Nog even blijven liggen en op de wekker blijven wachten, die zou namelijk om zeven uur af gaan. En daar was dan de wekker. Er waren nog dertig minuten te gaan voordat we zouden worden opgehaald bij de Backpackers voor de tour. Snel gedouchte, aangekleed, gepakt en om 07:22 stapte ik de koele ochtend in. Andy zat al te wachten achter de computer en na een paar slokken koffie stond daar een klein mannetje die ons naar het ophaal punt zou brengen.
De touringcar was bijna vol toen we de snelweg opreden richting Munsan. Onze gids voor de dag, Sike, begon meteen uit leggen wat we allemaal konden verwachten die dag. Wel zei hij eerlijk dat hij een paar zaken niet zou verklappen. De ongeveer 55 kilometer vanuit het centrum van Seoul naar het “Paju Park” zou ongeveer een uur in beslag nemen. Andy en ik hadden strategische plaatsen voorin. Als eerste er uit en als laatste er in. Zo gaat dat op zo’n tour. We keken naar de “Han” rivier die zich als een mysterieus onding als grens had opgedrongen. Water als grens bestaat al sinds de oudheid maar hier is het anders. De rivier kan niet worden gebruikt voor het vervoer, hij hangt namelijk vol met anti duikers en onderzeeër netten. Op één plaats hebben ze zelfs een muur van de ene naar de andere kant gebouwd. Normaal steekt die muur een centimeter of dertig boven het water uit. De rivier loopt eigenlijk gewoon over.
Bij aankomst in het park was ikzelf een beetje verbaasd over het hoge amusementspark gehalte van die serieuze zaak. Een reuzenrad en een draaimolen trokken voldoende publiek. Het monument en de spoorbrug in de verte trokken mijn aandacht. De brug was in het verleden gebruikt om POW’s en spionnen uit te wisselen. Een trein reed dan naar de andere kant waar de twee vijandige staten vol argwaan de zaken afhandelden. Het was ook meteen de eerste, “over vijfentwintig minuten weer in de bus” oproep aan de deelnemers. Nu gingen we dus echt op weg naar de DMZ.
Iedereen moest zijn naam, paspoortnummer en nationaliteit op een vel papier schrijven en zijn paspoort in gereedheid brengen. “Hier wordt met scherp geschoten”, vertelde de gids. Daarna worden er pas vragen gesteld. Niet te bevatten dat er nog zoiets bestaat in de 21st eeuw. In mijn gedachte zag ik al een grote Koreaan, want die zijn wel groot, achter de computer zitten om alle namen te controleren. Een streng kijkende soldaat betrad de bus en inspecteerde onze paspoorten, een kritische, vergelijkende blik werpend op onze gezichten en foto’s in het paspoort.
Er mag namelijk maar één bus elke tien minuten naar binnen. Dit om grote ophopingen van mensen te voorkomen. Als eerste zouden we een film gaan bekijken over de geschiedenis van de DMZ en de Koreaanse oorlog. “Fijne anticommunistische propaganda”, lachten Andy en ik elkaar nog toe. Maar dat bleek uiteindelijk reuze mee te vallen, de film was zelfs wel een beetje interessant. Er zijn twee belangrijke plaatsen in dit streng bewaakte gebied. De 3e tunnel en het complex in “Panmunjeom”. De laatste is eigenlijk zo belangrijk dat bezichtigen alleen bij hoge uitzondering wordt toegestaan. We moesten het dus doen met de 3e tunnel. Al afdalend in de donkere, koele, vochtige tunnel begrijp je pas goed wat hier allemaal gaande was in de jaren 70. Als deze tunnel voltooid had kunnen worden dan had er waarschijnlijk een aanval op Zuid Korea plaats gevonden. Een perfecte tijd want Amerika likte nog steeds de wonden van de oorlog in Vietnam en die hadden dus waarschijnlijk niet meteen te hulp geschoten. Die Noord Koreanen waren zo maf dat ze die hele tunnel met kolen hadden bekleed voor in het geval dat ze zouden worden ontdekt. Het excuus was dan ook dat ze op een kolenmijn waren gestoten. Erg indrukwekkend als je de soldaat op wacht ziet midden in de tunnel.
Ik liep in een flink tempo omhoog en kwam puffend en zweten weer in de warme lentezon. We waren ondertussen alweer op de helft van de tour en ik kon nu moeilijk geloven dat we pas om vier uur weer terug zouden zijn in Seoul. Bij navraag bleek dan ook dat we al om twee uur weer terug zouden zijn, in ieder geval konden we dan nog wat doen. De uitkijkpost was de volgende bestemming. De ruim 800.000 landmijnen die hier nog liggen maakt de steile tocht naar de top van de 152 meter hoge heuvel een beetje griezelig, overal hangen de bordjes “Mine”. Als hier ooit wat gebeurd met een bus dan gaat het “Boem”, “Boem”, “Boem” naar beneden. Bovenop is maar heel weinig te zien. Een mist hangt over het landschap waardoor zelfs de altijd zichtbare 160 meter hoge vlaggenmast van Noord Korea niet meer zichtbaar is. Andy heeft mij reeds ingelicht over dit fenomeen. Het is een ultra fijn stof dat uit de woestijnen van Noord China door de wind wordt meegevoerd naar het zuiden. In Japan en Zuid-Korea is het zelfs op het nieuws en er wordt speciaal aangegeven hoe groot de “vervuiling” is. Ik begrijp nu waarom ik zo’n last heb van mijn neus de laatste dagen.
De laatste bezienswaardigheid laat je mond openvallen. Misschien hebben jullie gelezen dat er vorige week treinen als test van Zuid naar Noord en terug hebben gereden om te testen. Nou, die test ging vanaf een ultra modern station aan de Zuid-Koreaanse zijde naar een (waarschijnlijk) oud station in Noord Korea over een afstand van ongeveer achttien kilometer. De Kosten? +/- US$ 800.000.000.
Dat is een heel bedrag! Het zuiden is nog niet klaar voor een hereniging maar wil wel graag met het noorden praten over de spoorweg die ze uiteindelijk met het grote wereldnetwerk zou verbinden. Amsterdam-Seoul met de trein zou dan mogelijk zijn! Het probleem is alleen dat het noorden, volgens de betrokkenen, nogal koppig is over deze zaak. De leuke kant voor ons was dat je een paar stempels in je paspoort kon krijgen zodat het leek dat je al de reis had gemaakt. Iedereen deed mee en ik vond het ook wel heel erg leuk om eerlijk te zijn.
De tour zat er nu op en binnen een uur stonden we alweer bij het stadhuis midden in de stad. Een leuke trip en we hadden nog wat tijd over. We besloten snel om naar de Seoul Tower te gaan maar niet voordat we wat hadden gegeten. Het strakke schema had dit niet toegestaan. We liepen een uur rond en konden maar niet een plaats vinden die we beiden goedkeurden. Uiteindelijk zei ik tegen Andy, “ga jij maar eten waar jij wil, ik ga hier terug naar boven en lekker noedels eten”. “Om kwart over vier hier onder de fruitboom”. Dat was volgens hem ook de beste oplossing. De noedels smaakte mij uitstekend en ik probeerde na te denken waarom hij nu niet hier had willen eten. Was het te duur? Vond hij noedels niet lekker? Onmogelijk, er was zoveel te krijgen. Ik gaf het op en genoot van mijn maaltijd.
Met een volle maag werd het nu wel moeilijk om de berg op te lopen en ook Andy had duidelijk minder snelheid dan voor het eten. We kozen voor een tussen oplossing. De kabelbaan naar de top en terug lopen. Zover is het nooit gekomen. Het was al een flinke klim naar de basis van het kabelbaan station. Het was er ook zo druk dat er een rij van zeker honderd meter stond. We keken elkaar aan en zijn rustig verder gelopen door het park en uiteindelijk zijn we weer bij ons hotel/GH beland. Het avondeten werd, op mijn verzoek, in een soort Koreaans Fast Food restaurant genuttigd. Ik vond de noedels heerlijk en Andy en Chris vonden het volgen mij ook niet zo slecht.
Ik wil nog een paar dingen kwijt.
Het stinkt hier nergens, dit heb ik in Azie nog nooit meegemaakt.
Er zijn hier een soort slagbanen waar je voor € 0,40 tien ballen met een honkbalknuppel kan slaan in een kooi. Het is daar een drukte van jewelste, jongens en meisjes proberen elkaar de loef af te steken wie er nu het beste is in honkbal. De nationale sport van Korea.
Ik kan geen kaartje bemachtigen voor de voetbalwedstrijd Zuid-Korea Nederland deze zaterdag. Ze zijn veel te duur zou ik er überhaupt één kunnen bemachtigen. Het plan is dus om ergens een groot scherm te vinden en tussen de Koreanen en Koreaanse de wedstrijd te kijken.

zaterdag 26 mei 2007

Korea, de wandeling tussen de paleizen

Seoul, 26/05/2007

Daar was ik dan, eindelijk bij mijn positieven en in Zuid Korea. Ik was om zeven uur opgestaan want ik had om negen uur afgesproken met Andy. Eerst wilde ik nog even ontbijten en daarna zouden we samen de stad in trekken. Ik was nog wel wat vermoeid maar ik voelde me wel al een stuk beter. Nadat ik tussen een horde Amerikanen met twee kleine kinderen een paar eieren had gebakken kon ik eindelijk de keuken verlaten. De kinderen maakten er een enorme puinhoop van en ook de ouders lieten alles vallen waar het ze zo uitkwam. De keuken was een slagveld.
We hadden plannen om een wandeling door de stad te gaan maken die van een paleis naar een ander paleis zou leiden. Maar eerst moesten we nog even voor Andy op pad om zijn vliegticket naar Londen te regelen. Het werd een tevergeefs tocht want op zaterdag zijn hier veel winkels/kantoren dicht. Dat was dus dat en we begonnen iets later als gepland aan onze wandeling. We sneden een stuk weg af en kwamen een stukje verder dan het begin op het oorspronkelijke route van de wandeling. Opnieuw verraste de frisse aangename ochtendlucht mij. Dat was echt heerlijk, ik zweet hier geen druppel.
Al pratend kwamen we aan bij het Gyeongbokgung paleis. Een indrukwekkende muur met een gapende opening. Het was allemaal een beetje geïmproviseerd, later vonden we uit dat de hoofdpoort wordt gerestaureerd en dia zal in 2009 klaar zijn. We kochten onze kaartjes en het was drukte vanjewelste. De Koreanen trekken er in het weekend met zijn allen op uit. Het is overal druk en in het weekend worden ook de meeste schooluitstapjes georganiseerd. Het was grappig om hele groepen te zien met een sticker op het shirt met het mobiele nummer van de leraar of lerares. Ik greep nog snel een brochure en we stonden op het punt om naar binnen te gaan. Eerst wilde ik nog een foto van de poort naar het paleis maken. Ik stond daar in het midden van een groot plein toen drie, in traditionele kledendracht gestoken, mannen het plein begonnen leeg te vegen. We moesten allemaal achter de zware rode touwen gaan staan. Er werd ons verteld dat over vijf minuten de wacht zou worden gewisseld.
In een hoek van het plein sloeg een als antieke Koreaanse soldaat met alle kracht op een grote trommel. Als een honkballer werd er aangehaald om een dreun als een kanonschot te produceren. Bij de tweede dreun werd het geluid gevolgd door het getrommel van een paar kleinere trommels. En daar kwamen ze de hoek om. Een kleurrijk gezelschap in het blauw, groen en rood. Alles had zijn betekenis in deze eeuwenoude ceremonie. Nadat we hele schouwspel hadden gezien gingen we zo’n twintig minuten later naar binnen. Over het paleis kan ik verder weinig vertellen dan dat het handig was om Andy bij me te hebben. Hij kon namelijk veel van de Chinese karakters voor mij vertalen. De info in het paleis was veelal in voor mij onbekende talen. Het was zeker de moeite waard en we waren allebei zeer tevreden.
Vanaf nu zouden we een wandeling in de buurt maken, maar dit gebeurde niet voordat we hadden geluncht. We waren het er al snel over eens dat we weer de lokale keuken zouden proberen in een klein Koreaans restaurant, en die zijn er duizenden in Seoul. Andy bestelde voor ons beide Bibimbap want hij had enige ervaring met dit eten. Ik vond het al snel goed. Ondertussen had ik al lang in de gaten dat de Koreaanse keuken voor mij weinig problemen zou opleveren. Heerlijke rijst met groenten en een gebakken ei er boven op. Het leukste was eigenlijk dat de vrouw die het restaurant runde tussen de bestellingen door met haar eigen Kimchi bezig was, het nationale bijgerecht in Korea. Na het eten zwierven we rustig door de stad richting onze slaapplaatsen, we hadden wat rust nodig. Natuurlijk werd er onderweg veel gestopt en onderzocht. Er is hier in Korea zoveel nieuws te zien dat je tijd te kort komt. Na een wandeling van 18,3 kilometer kwamen we voldaan aan bij ons beginpunt. Effe liggen!
s’Avonds voegde een Canadese student zich bij ons en we trokken opnieuw de stad in om te eten. Ik weet dat het nu eentonig begint te worden maar het is elke keer weer een avontuur. Chris heeft Koreaans gestudeerd en die weet dus nog veel meer van wat er allemaal erg lekker is, hij raadde mij de Bulgogi aan. Rundvlees in een sterke bouillon met rijst. Super de luxe en erg lekker. Een ijsje toe en naar bed. Morgen om zes uur op want de toerbus komt ons om half acht ophalen om naar de DMZ (DeMilitarized Zone) te gaan.
Copyright/Disclaimer