donderdag 18 juni 2015

Thailand: Goedemiddag Pattaya

Pattaya (Phil's Place)

Na een redelijke nacht, de oordoppen hebben hun werk in ieder geval goed gedaan, schrik ik wakker wanneer mijn buurman zijn ontbijt krijgt geserveerd. Binnen enkele seconden ben ik helemaal bij de tijd en een verbaasde buurman staart naar me hoe ik de doorzichtige deksels van mijn ontbijt verwijder en me vol overgave op de eerste maaltijd van de dag stort.

Onbewust kijk ik op mijn horloge hoe laat het is. Maar hoe laat is het eigenlijk in het vliegtuig? Er zijn namelijk drie verschillende tijden aan boord! Ten eerste de tijd op de luchthaven van vertrek, ten tweede de tijd in de tijdzone waar zich het vliegtuig op dat moment bevindt en ten derde de tijd op de luchthaven van aankomst. Om het allemaal gemakkelijk te houden stel ik mijn horloge altijd direct in het vliegtuig op de tijd van mijn bestemming.
Het is dus kwart voor zes in Bangkok en we hebben nog drie en een half uur te gaan. Lange rijen tandenpoetsers en vroege poepers stellen zich op bij de, toch wel wat weinige, toiletten aan boord van de airbus. Voor mij is het contactlenzentijd en ik maak van de gelegenheid ook gebruik om de uitgezette gassen in mijn darmen de vrije loop te laten. In gedachten zie ik ze aan de andere kant van de dunne deur verbaasd naar elkaar kijken wat deze geluiden zouden kunnen zijn.
De klok tikt langzaam en de virtuele bladzijden op mijn Kobo Glo worden gestaag omgeslagen. Bijna elke bladzijde moet ik wel twee of drie keer lezen. Steeds dwalen mijn gedachten af naar gebeurtenissen in de afgelopen zestien maanden. Het heeft Lyka en mij niet echt meegezeten. Laten we maar hopen dat het nu allemaal achter ons ligt en dat we met een brede glimlach de toekomst tegemoet kunnen gaan.
En daar is Thailand! De grens van Thailand met Myanmar is hoog vanuit de lucht haarscherp te zien in de groene heuvels. Aan de ene kant nog groen en maagdelijk, aan de andere kant kaalgeslagen, bebouwd en doorkruist met asfalt, alles in de naam van vooruitgang. Volgens mij toch ook wel overgoten met een dikke saus van pure hebzucht! Nog een uurtje te gaan! De stewards en stewardessen beginnen met opruimen en het vliegtuig wordt gereed gemaakt voor de landing. Vandaag is voor hun ook de ramadan begonnen en dat maakt hun werk niet gemakkelijker.

We hebben de grond nog niet geraakt of de eerste strepen regenwater trekken over het kleine ronde raam van de tot de nok toe gevulde drukcabine. Het kan ook niet anders want het is nu regentijd in Thailand en omringende landen. Ik bespeur enige teleurstelling bij de toeristen om me heen omdat de zon niet hoog aan de hemel staat maar mij kan het eigenlijk niet zoveel schelen. Thailand is nu eenmaal Thailand en daar hoort wat regen op zijn tijd bij!
Ik blijf tot het laatste moment aan boord en kijk dubbel goed of ik niets ben vergeten in de bergruimte in de stoel voor me. Alles is gepakt en goedgehumeurd verlaat ik het toestel. Ik heb er zin in. Met mijn islamitische kennis wens ik iedereen aan boord een fijne en zuiverende ramadan en dat wordt door het cabinepersoneel van Turkish Airlines duidelijk op prijs gesteld. Turken zijn toch wel speciale moslims!
Bij de immigratie kan ik zomaar doorlopen omdat je immigratiekaart al ver van tevoren wordt gecontroleerd en je alleen maar door mag lopen wanneer de kaart helemaal en goed is ingevuld. Veel mensen staan aan de nieuwe hoge tafels, die aan beide zijden van de entree naar de aankomsthal zijn opgesteld, hun kaarten in te vullen, te verbeteren of te wijzigen. Zo streng heb ik het hier nog nooit meegemaakt.
Tijdens een normale aankomst in Thailand kan ik altijd zo doorlopen maar nu moet ik op de koffer wachten. Het duurt wel vijf en twintig minuten voordat de eerste koffer op de carrousel verschijnt, enkele minuten later verschijnt mijn gele koffertje en een gevoel van euforie overvalt me. Alles is goed gegaan en alles is in Bangkok.
Het wachten op de koffer heeft me wel de eerste bus gekost en dus koop ik maar gelijk een kaartje voor de volgende van 12:00. Er gaat er ook nog een eerder een andere bus! Die is goedkoper en je komt ergens in Jomtien terecht. Mij niet gezien, ik betaal liever wat meer waarna ik per comfortabele minibus naast de “Boxing Roo” wordt afgezet. Anderhalf uur heb ik te verdoen dus ga ik eerst maar op zoek naar wat te eten.
Het Thaise foodcourt naast de balies voor de buskaartjes is na al die jaren door iedereen ontdekt en hele kudde’s Chinese toeristen volgen de gekleurde vlaggetjes naar de tafels en counters. Het is ondertussen een hele opdracht om voor honderd baht coupons te bemachtigen laat staan om een maaltijd naar keuze te vinden.
De Thaise keuken is zeker geen slechte maar ik vindt toch wel dat hij wat overgewaardeerd is. Zodra mijn neus zich vult met de geuren van gekruide gerechten, gegrilde kip, limoen en knoflook gebeurt er wat vreemds en nieuw in mijn hoofd. Ik vindt het niet lekker ruiken! Ik vindt het zelfs wat onaangenaam in mijn neus! Is dat wat er gebeurt wanneer je zolang niet in Thailand bent geweest?

Ik kies voor een oude bekende, rijst met groente en kip in een dunne kokos kerrie. De Spaanse pepers beginnen meteen mijn tong te wurgen en mijn tanden proberen mijn mond te ontvluchten. Wat is dit eten pittig zeg! Snel wat rijst en een slok Coke Zero. Met parels van zweet op mijn voorhoofd bestudeer ik het gerecht dat voor me op tafel staat. Ik sta nog steeds achter mijn keuze maar de romantiek van vroeger is toch wel verdwenen en het smaakt me ook niet zoals ik verwacht, misschien gehoopt, had. Misschien is het wel de spanning of mijn vermoeidheid?
Tijdens de twee uur durende busreis val ik direct als een blok in slaap zodat ik niets van het steeds veranderende Thaise landschap zie. Pas in Pattaya schiet ik wakker. En daar heeft de tijd niet stilgestaan! De horizon is doorsneden met hoge woontorens die er zestien maanden geleden nog niet stonden! Het is niet te zeggen of het hier nu werkelijk goed of slecht gaat. Een ding valt me wel meteen op: het verkeer is een stuk minder dan ik me herinner.
Snel een douche, een snack, een koude beer Leo en veel oude vrienden en bekenden opzoeken.

woensdag 17 juni 2015

Thailand: Op weg naar het oosten

In het vliegtuig

Na ongeveer zestien maanden maak ik weer eens de gang naar Schiphol. Het voelt vreemd en ongemakkelijk om twee eenvoudige redenen, ik ben zonder mijn geliefde echtgenoot ik heb geen afscheid van mijn moeder kunnen te nemen. Eenzaamheid en blijdschap wisselen elkaar in mijn hoofd in een hoog tempo af.
Onbewust gaan mijn handen onafgebroken langs mijn zakken en bagage! Paspoort, portemonnee, iPhone, camera, GPS, drinkfles, medicijnen, zonnebril en leesbril. Alles zit nog steeds op de voor mij vertrouwde plaatsen op mijn lichaam en in mijn rugzak. Eigenlijk kan er maar weinig mis gaan, maar na die haast oneindige aaneenschakeling van tegenslagen in het afgelopen jaar zou het me niet verbazen wanneer het weer mis zal gaan. Niet dat Jielus de eeuwige optimist nu een pessimist is geworden! Nee, ik ben slechts wat onzekerder en voorzichtiger geworden.
De treinen brengen me zonder oponthoud naar Schiphol waar ik direct mijn bagage kan inchecken. Een vriendelijke donkere dame met een enorme bos zwart kroeshaar en een ontwapende glimlach neemt mijn koffer aan. Achttien kilo! Achttien kilo Hollandse delicatessen voor mijn vriend Jan in Pattaya. Het gaat te ver om alles op te noemen maar neem maar van me aan dat het een feest wordt in Thailand.
Het is zolang voor me geleden dat het me meteen opvalt hoe enorm Schiphol veranderd en verbeterd is. Het voelt vreemd zo eenzaam en alleen op deze enorme luchthaven en dat terwijl er honderden mensen om me heen zijn, maar ik ben toch blij dat ik na die zestien moeilijke maanden een paar weken stoom kan afblazen in mijn geliefde Thailand.
Mijn eigen rugzak wordt van alle kanten bekeken en gewogen, negen kilo, het argument dat mijn laptop er ook in zit is voldoende om een langgerekte rode sticker te ontvangen met daarop “Turkish Airlines  CABIN/KABIN”.
Gelukkig geen enkel probleem en de eerste hindernis is zonder problemen genomen. De controle van de handbagage is nu gecentraliseerd en zeker een enorme verbetering. Binnen twintig minuten ben ik vanuit de trein tot achter de marechaussee, en dat is in het verleden wel eens anders geweest!
Schiphol zonder Cees Nolles is Schiphol niet meer. Ik heb ook geen trek in een biertje en omdat ik zo bij de gate naar binnen kan/mag lopen besluit ik om een grote koffie te nemen en de eerste regels van dit verhaal te schrijven. Een discipline waar ik thuis maar moeilijk aan toe kom. Er gebeurt te weinig en er is teveel afleiding om mijn fantasie haar vrije loop te laten.
Turkish Airlines? Ik zie al enkele van jullie een wenkbrauw ophalen! Een goede aanbieding! € 490,- voor een retour naar Bangkok met een uur overstappen op de heenweg en twee en een half uur op de terugweg. Turkish Airlines is lid van “Star Alliance” en dat is niet het eerste de beste samenwerkingsverband. Een paar jaar terug heeft mijn vertrouwen in de “Star Alliance” zich al een keer terugbetaald toen mijn vlucht met Egypt Airlines wegens technische problemen niet kon worden uitgevoerd. Binnen zes uur was ik overgeboekt op een vervangende vlucht met EVA Airlines naar Amsterdam! De eerste vlucht van Schiphol naar Istanbul is precies wat ik er van verwachtte. Net niet vol, een half uur te laat en het eten krijgt een zeven.

De kip met saté kruiden en groenten, er had wel wat meer saus op gemogen!
Het uur om in Istanbul over te stappen is net voldoende. Een flinke afstand tussen de twee pieren terwijl is volgens mij maar slechts een terminal is. Onderweg zie ik grote pullen Efes bier in een soort an Irish Pub. Die zullen me op de terugweg wel prima smaken!
Ik ben als een van de eersten aan boord omdat ik, wanneer het ook maar enigszins mogelijk is, het liefst achterin het vliegtuig zit. De Airbus 330-300 is tot op de laatste stoel gevuld. Dit is tegenwoordig eerder een regel dan een uitzondering. Mijn buurman is een Amerikaan van in de dertig die twee weken vakantie in Thailand zou gaan vieren. Dat is dan wel inclusief de drie dagen aan boord van het vliegtuig! Dat zet me toch ook wel even aan het denken dat ik die vier weken ontsnapping uit Zaltbommel zo maar voor lief neem. Er zijn heel veel anderen die het met minder moeten doen. En dan te bedenken dat we over een paar maanden waarschijnlijk weer gaan.
Het eerste boek van deze vakantie werd gesloten. “Elke dag een druppel gif” gaat over NSB kinderen na de tweede wereldoorlog. Een interessant verhaal dat toch ook wel ontroert.
Het tweede boek is een Pieter Aspe detective waarin Commissaris van In weer een ingewikkelde moord gaat oplossen. “Pandora” is de titel. Na enkele pagina’s op mijn Kobo Glo was het gelukkig al weer tijd om te eten. En ook deze maaltijd krijgt een voldoende.

Aubergine gevuld met rundergehakt, een smakelijk gerecht dat ik met plezier naar binnen werk. De kip van mijn buurman ziet er ook goed uit maar het lijkt hem niet te smaken. Na het eten hebben we nog een kort gesprek over Thailand. Hij is duidelijk zenuwachting. Het is voor hem de eerste keer in Azië en hij bestookt me met de bekende vragen. Over de veiligheid in Bangkok en het eten op straat, tot het reizen met de trein en het vliegen naar Chiang Mai. Het is me duidelijk: hij wil teveel in een te korte tijd. Een beetje advies is voldoende omdat hij aan zijn volgende buurman waarschijnlijk weer dezelfde vragen stelt.
Voor mij is deze dag afgesloten. Buiten is het aardedonker en in de cabine gaan de lichten uit. Ik kan nog niet slapen dus probeer ik een film te kijken. “Gravity” heeft een dunne verhaallijn maar de speciale effecten zijn heel spectaculair. Nog wat water en slapen. Morgen wordt ik wakker in Thailand.

maandag 16 maart 2015

Nederland: De eerste korte broekendag

Zaltbommel

Eindelijk is hij daar! De zon. De verwarmende zon die veel depressiëisten uit hun wintergemoedstoestand haalt. De energie die onze eigen ster uitstraalt ontwaakt de natuur en overal zie je de voorzichtig openende groene knoppen. Heerlijk! Mijn spijkerbroeken zijn verdwenen in de bananendoos waar mijn korte broeken uit tevoorschijn zijn gekomen. Vanaf vandaag is het officiële korte broeken seizoen begonnen!
De donkere dagen van de herfst en de winter hebben negen kilo op mijn lichaam achtergelaten en die moeten er nu ook weer af. Dat zal natuurlijk geen probleem zijn. Het winterdieet maakt plaats voor een lente- en zomerdieet. Heerlijk licht, gezond en veel rauwe groenten. Lekker wandelen en genieten van het mooie Nederland.
Ik voel me zelfs weer zo goed dat ik wil schrijven. Ik heb, of maak weer tijd om te schrijven. Het kriebelt weer in mijn hoofd en veel gedachten wachten om vereeuwigd te worden in binaire getallen. Er gebeurt zoveel in de wereld en iedereen is met zijn eigen micro cosmos bezig dat ik niet achter kan blijven. Ik ga de donkere winterdagen achter me laten en 2015 eindelijk eens openen. Een blik op mijn weblog verklaart het drama dat zich de laatste maanden van 2014 en het begin van 2015 heeft afgespeeld. Slechts 24 verhalen in zes maanden! Die heb ik wel eens in een maand gepubliceerd!
Alles gaat weer beter en laten we hopen dat het lang mooi weer blijft. De kop is er af, ik voel veel positieve energie en dat is een goed teken.

donderdag 12 februari 2015

Nederland: Zijn we de weg kwijt? deel 2

Zaltbommel

"Vegetarisch eten op schoolkamp", kopt de Telegraaf.


Een staaltje bemoeizucht van de bovenste plank!

Wat een leuk, onschuldig, motiverend en constructief schoolkamp voor de leerlingen van “het Kranenburg College” had moeten worden werd opgemerkt door de lokale politiek die tussen de drukte van het besturen, declaraties indienen en zakkenvullen, toch nog wat vrije tijd en bemoeizucht had kunnen vinden in hun drukke agenda.
Als eerste begon de PvdA zich te roeren, en dat terwijl ze het eigenlijk te druk hebben met het likken van hun politieke wonden en de komende verkiezingen voor de eerste kamer/waterschappen die hoogstwaarschijnlijk het einde van het socialisme zoals we uit de vorige eeuw gewend waren in zullen luiden.
Een struisvogel die zijn kop uit het zand trekt pikt aan de eerste steen die ze ziet! Kortzichtigheid en een soort horizon blindheid.

“Een school zou geen religieuze keuzes moeten opdringen aan leerlingen”, stelt de Utrechtse fractie van de PvdD in een brandbrief aan de directie van het Kranenburg College.

"geen religieuze keuzes moeten opdringen aan leerlingen”?

Wat bedoelen ze daar nu weer mee? Omdat het om een brandbrief gaat begrijpen wij direct hoe belangrijk dit onderwerp is!

Het Kranenburg College is namelijk een openbare school en dan is het statistisch aannemelijk dat er ook islamieten en aanhangers van andere geloofsovertuigingen tussen de leerlingen zitten. Om de organisatie wat gemakkelijker te maken en het aantal koks, en daarmee ook de kosten, in de hand te houden hebben de organisatoren ervoor gekozen om de maaltijden Halal te houden.
En dan gaat uitgerekend de meest moslim vriendelijke partij aan het Nederlandse politieke firmament dwars liggen, de PvdA dus. Zouden die twee afvallige Turken in de tweede kamer er misschien wat mee te maken hebben, de eerste sporen van Islamvrees of is het ouderwetse bemoeizucht? Die blazen het eten van kip met sla en patat op tot “het opdringen van een religieuze keuze”! Gaan ze straks ook nog verplichten om Kosher maaltijden, vegetarische maaltijden en veganistische maaltijden te serveren aan die personen die denken daar recht op te hebben?

Het politieke vuurwerk heeft ook anderen politieke partijen gewekt en ook de PvdD roert zich! “dus’ vlees eten afkomstig van ritueel geslachte dieren, die zonder verdoving aan hun einde komen” is de eerste gedachte die hun te binnen schiet wanneer het gaat over een maaltijd bestaand uit spaghetti met gehaktsaus, stokbrood en broccoli.
Notabene een wet die met uitzonderingen op religieuze gronden is ingevoerd!  Het zou volgens de PvdD beter zijn om vegetarisch te eten op het schoolkamp. Ik wil het woord ziekelijk niet in de mond nemen maar over het algemeen zien de veganistische stemmers op de PvdD er niet ècht gezond uit.

Onduidelijk is wat het Kranenburg College van het voorstel vindt. De directie was gisteren niet voor commentaar bereikbaar. Waarschijnlijk vergaderen ze eerst over het annuleren van schoolkamp?

In het Kranenburg College zit men dus met de handen in het haar! De organisatoren spitten elke ochtend de (lokale) kranten en de brievenbus door of er misschien nog andere politieke partijen en/of milieu instanties zich niet kunnen verenigen met de plannen van het Kranenburg College om op schoolkamp te gaan.

Zou zouden er tegenstanders kunnen zijn voor de gebruikte bussen die op het sterk vervuilende diesel rijden en elk jaar miljoenen tonnen fijnstof in de atmosfeer pompen. Een beter en schoner alternatief zou bijvoorbeeld een bus op aardgas, de trein, de fiets of te voet zijn.

En àls er dan vegetarische maaltijden worden voorgeschoteld moet de groente wel bij gekwalificeerde biologische boeren worden ingekocht!

Is er misschien ook nog een (religieuze) instelling die gaat klagen over de onevenwichtige samenstelling van de groep en dat mannen en vrouwen streng gescheiden dienen te blijven.

Is er een gebedsruimte en wasplaats aanwezig voor de islamitische minderheid omdat er een vrijdag in het programma zit? Gaat er een rabbijn mee voor de joden bij te staan die nog steeds worstelen met het oorlogsverleden?  Zijn er op zondag een katholieke, protestante, gereformeerde en Nederlands hervormde priesters beschikbaar voor de kerkdienst?

Is er hulp aanwezig voor die leerlingen die worstelen met hun homoseksuele, zelfmoordneigingen, religieuze problemen, pedofiele gedachten en hun afkeer van spruitjes?

Met angst in gedachten en lood in de schoenen gaan de organisatoren van het schoolkamp elke ochtend naar het Kranenburg College om te zien of er nog meer bemoeizuchtige hebben gemeld. Wat een onschuldig schoolkamp en gezellig uitstapje voor de leerlingen zou moeten worden is door de politiek correcte dictators vakkundig vermoord!

En waarom? Het begon allemaal met het magische woord “HALAL”!

Dit zou zo maar het menu voor het schoolkamp kunnen zijn!

Donderdag: Kip saté met nasi goreng en sperziebonen
Vrijdag: Gestoofde kabeljauw met aardappelpuree en worteltjes
Zaterdag: Aloo Gobi met Dahl Makhani en Naan
Zondag: Spaghetti met (runder)gehaktsaus, stokbrood en broccoli
Maandag: Kip met patat en sla

Ik zie persoonlijk geen enkele reden voor paniek maar een politiek verlicht persoon ziet hier iets gevaarlijks en religieus in. Maar heeft de Utrechtse fractie van de PvdD wel een idee wat het woord “HALAL” inhoudt en dat het woord “HALAL” een term is waar je helemaal niet bang voor hoeft te zijn?

Veel mensen aan de onderkant van de maatschappij zouden blij zijn met zo’n overheerlijk en gevarieerd menu. Kan de politiek daar misschien eens wat aan gaan doen?

Ik heb het even moeten opzoeken want ik ben geen politicus en dus ook niet alomwetend!

Halalvlees dient uitgebloed vlees te zijn van een beperkt aantal toegestane dieren, die volgens de islamitische voorschriften geslacht worden (dhabiha). Vlees van carnivoren en van dieren die spontaan gestorven zijn, evenals het expliciet in de Koran vermelde varkensvlees, zijn enkel toegestaan als er niets anders voorhanden is om in leven te blijven. Paardenvlees is niet verboden, maar het slachten van paarden is onder moslims niet gebruikelijk. Dieren die nog zogende jongen hebben evenals de zogende jongen zelf mogen niet geslacht worden. Het doden van een dier is enkel toegestaan voor consumptie of om het uit zijn lijden te verlossen indien het ziek of gewond is.
Alles wat uit de zee komt is volgens de meeste madhhabs zonder meer halal, het hoeft niet op een speciale wijze gedood te worden. De madhhabs kennen kleine verschillen, bijvoorbeeld over de vraag of garnalen en muildieren toegestaan zijn voor consumptie, met name de hanafitische madhhab kent beperkingen op wat uit de zee gegeten mag worden.
Insecten zijn zonder meer haram evenals stoffen gewonnen uit insecten zoals bijvoorbeeld karmijnrood (E120) dat wordt gewonnen uit de cochenilleluis.
Alle andere soorten voedsel (groenten, vruchten en dranken, met uitzondering van alcoholische dranken en verdovende middelen) zijn zonder bijzondere bewerkingen toegestaan voor consumptie.

(Bron: Wikipedia)

Met verbazing heb ik de definitie van “HALAL” op Wikipedia gelezen. Wat mij het meest opvalt is de passage: “zijn enkel toegestaan als er niets anders voorhanden is om in leven te blijven”.

Dus op het menu staan plofkippen, oude melkkoeien, Alaska Pollock, en groenten en peulvruchten uit de Oekraïne. (Oops! Oekraïne? Snel doorschrijven anders begint er een net wakker geworden lid van een kleine politieke partij over de mensenrechten, journalistieke vrijheid en de burgeroorlog!)

M.a.w., men schreeuwt moord en brand uit politieke en religieuze correctheid voordat er zelfs maar een slachtoffer is gevonden. De angst voor politieke incorrectheid zit diep en het gebrek aan kennis van de democratisch gekozen politieke vertegenwoordigers is weer aangetoond. Òf wil men lawaai maken om zo de aandacht op te eisen van een kwetsbare groep kiezers zo vlak voor de verkiezingen?

“Halal” betekend in een islamitisch land als Maleisië dat de handen van de slager/kok, het mes en de tafel van de slager/kok èn het busjes van de slager/kok/restaurant nooit in aanraking zijn geweest met “Haram” voedsel! En dat wordt zeer streng gecontroleerd voordat de slager/restauranthouder zijn “Halal certificaat” ontvangt wat hij trots achter zijn raam in de etalage  hangt!
Volgens mij had het meisje achter de kassa bij de HEMA, getooid met de Hijab” (hoofddoek), geen enkel probleem bij het afrekenen en inpakken van de “Haram” worstenbroodjes!


En wanneer u mij vraagt? Ja, we zijn in Nederland compleet de weg kwijt!



(Bron: De telegraaf)

woensdag 11 februari 2015

Nederland: Zijn we de weg kwijt?

Zaltbommel

Ik denk van wel!

Gisteren was voor ons een mooie dag. Eindelijk kon mijn allochtone vrouw, sinds die Turken er over klagen vindt ik het een trots woord, haar diploma inburgering binnenland ophalen. Ruim twee jaar, en ongeveer € 1.600,-, later zijn we eindelijk op het belangrijke tussenstation, we gaan ook nog voor een Nederlands paspoort, aangekomen.
In de trein op weg naar Eindhoven vielen haar ogen op de gratis krant die ik opraapte van de grond. De kop kan ik niet meer herinneren maar het artikel ging over “Wakker dier” die nu gaat strijden voor een pijnvrij einde voor de, op de Noordzee en Atlantische Oceaan  gevangen, vissen. Ik kreeg spontaan pijnscheuten aan mijn slapen en wist direct wat er zou komen!
‘Kul, wat bedoelen ze met pijnvrij doden van vissen?’
Ik moet haar wat schaapachtig hebben aangekeken want ze keek nog nieuwsgieriger toen ik voor een moment stil bleef. De gedachten gierden door mijn hoofd. Hoe kan ik aan een jonge vrouw uit een Filippijns vissersdorp, waar elke dag tegen honger, orkanen en armoede wordt gevochten, uitleggen dat er in Nederland door dik betaalde, zogenaamde vrijwilligers van een vereniging, wordt gestreden voor onzinnige zaak?
Voordat ik een antwoord had gevonden werd ik gered door “’s Hertogenbosch Centraal Station”! Zelfverzekerd stapte ik het perron op en hoopte innig dat de moeilijke vraag tezamen met de gratis krant in de vertrekkende trein naar Breda zou achterblijven. Enkele minuten later verscheen de vervuilde intercity naar “Eindhoven Centraal Station” op perron 6b, ik leek gered.
Mijn hoop werd de grond in geboord zodra haar ogen op een andere kopie van de gratis krant, deze keer op de bank tegenover ons, vielen.
‘Kul, wat bedoelen ze met pijnvrij doden van vissen?’, klonk het opnieuw en deze keer was er voor me geen ontsnappen aan!
Met haar mond halfopen en haar ogen bol als hardgekookte eieren hoorde ze mijn poging, om een uitleg voor dit wereldvreemde idee te vinden, aan. Voor mij persoonlijk was het nog moeilijker want ik moest iets uitleggen wat ik onverdedigbaar vindt! Mijn vrouw begreep niet dat er mensen wonen met zoveel vrije tijd dat ze op zulke vreemde ideeën kunnen komen. En daar had ze gelijk in!
Misschien is het beter dat die mensen van wakker dier weer terugkeren naar de natuur? Gewoon met pijl en boog, wilde groenten en vruchten verzamelen en zonder een ruim inkomen, leven in een commune op de Veluwe. Waarschijnlijk worden ze dan een paar jaar later door Greenpeace, ook zo’n verenigingsmonster met twee gezichten, gered voor het uitsterven.

Niet zo erg lang geleden werd ik in Zuid-Korea giechelend gevraagd of er in Nederland ècht een politieke partij was die voor de dieren opkwam. Er waren namelijk in de Koreaanse pers artikelen verschenen dat Nederland vragen aan Zuid-Korea had gesteld over het eten van hond door de Koreanen.
Verlegen lachend en met sporen van schaamte heb ik moeten toegeven dat we in Nederland zo’n partij in de volksvertegenwoordiging hebben. Ik kan u verzekeren dat die Koreanen heel hard hebben gelachen. Zij konden het niet geloven dat wij zulke vreemde mensen met zulke vreemde gedachten aan het roer van een welvarend land lieten!

Zij dachten namelijk ook dat we de weg in Nederland volledig kwijt zijn!

Persbericht Wakker dier: (klik hier)

woensdag 4 februari 2015

Nederland: Regendruppels aan de waslijn deel 5

Zaltbommel,

Dagen later zien we voor het eerst de zee. Welke zee? We hebben geen enkel idee. We kunnen ons ook gelukkig overdag weer eens vertonen en maken dankbaar gebruik van de enorme plas water die aan onze voeten ligt. Zout water! We wassen ons uitbundig en spelen in de branding.
We spoelen onze angsten weg en de golven nemen die angsten mee naar open zee. Wanneer we bij vrachtwagens terugkomen kunnen we onze ogen niet geloven. Er hangen een stuk of tien geiten boven een open vuur te roosteren. Er is vers fruit, brood, dadels en thee. Voor een moment denk ik dat ik in de branding ben verdronken en dit het paradijs moet zijn.
Een luide knal uit de loop van een geweer brengt me weer terug in de werkelijkheid en bij de realiteit van de dag. Een ongewoon lange man gekleed in een lang wit gewaad kijkt verbaasd naar de rokende loop van de Kalashnikov. Onze bewakers zitten in een ring om hem heen om hem tegen ons te beschermen, mocht dat nodig zijn. Wij zijn hongerig en de wil om te overleven is door de afgelopen weken alleen maar sterker geworden.
‘Assalamu alaikum! Welkom in Libya.
Jullie zijn nu aan de grens van het geluk aangekomen. Aan de grens van het westerse paradijs dat gebouwd is op de fundering van hebzucht en agressie tegen de koran, tegen ons en tegen onze broeders. Het paradijs van de ongelovige honden die onze kinderen, vrouwen en broeders in veel landen onderdrukken, uitbuiten en doden in onrechtvaardige oorlogen zoals in Israël, Syria en Afghanistan.
Eet, drink, bid en rust uit voor het laatste stuk van jullie reis naar het hart van de westerse duivel. Aan het einde van deze middag krijgen jullie de laatste instructies. Yallah, bismillah (eet smakelijk), Allahu Akbar!
De grote metalen borden en schalen, overvloedig gevuld met de heerlijkste vruchten en enorme stukken geroosterde geit, gaan gebroederlijk van hand naar hand. Het voelt als een beloning voor de ontberingen die we afgelopen weken hebben moeten doorstaan. Wanneer ik om me heen kijk naar al die etende mannen, vraag ik me af of er ook maar een van deze mannen nog aan thuis denkt. De kleine nederzetting in de bergen waar hun vrouwen en kinderen zijn achtergebleven. Òf zijn de thuisblijvers al vergeten en zijn de mannen nu verandert in eenzame overlevers? Hebben ze nog wel een binding met hun geliefden die ze enkele weken geleden in hun dorpen hebben achtergelaten?
Na de overvloedige maaltijd zoeken we de schaduw van een dadelpalm op en rollen onze gebedsmatten uit voor het middaggebed. Er is onder ons een voorganger die verzen uit de koran voorzingt waarna een golf van mannenruggen zich ter aarde werpt en even later in een soepele beweging zich weer recht als de golven op de oceaan. Later is er thee en er is twijfel. Twijfel over wat ons verder te wachten staat. De schaduwen rekken zich steeds langer over het hete zand. Het schemer nadert en het duurt niet lang en de nacht breekt aan.
Net na het vallen van de duisternis verschijnt de man in het lange witte gewaad weer op het toneel. Zodra hij onaangekondigd uit de beschermende duisternis opduikt wordt hij weer, onnodig, omringt door onze bewakers. Wij zijn na de overvloedige maaltijd en de luie middag te loom om nog rechtop te gaan zitten! Laat staan deze onbekende man aan te vallen. In de duisternis breken onzichtbare zware golven onheilspellend luid op het zachte zand van het strand. Het is nieuwe maan en er is geen lichtje om ons heen te zien. De vlammen van de houtvuren werpen vreemde gele  schaduwen over het woestijnlandschap dat grenst aan de zee. Ze geven de toespraak die ons te wachten staat een spookachtig decor, het is alsof de duivel zelf uit de vlammen van de hel opstijgt. Na een tijdje te hebben gezwegen en ons alleen maar te hebben geobserveerd schraapt de lange man zijn keel als teken dat hij met zijn toespraak gaat beginnen.
‘Assalamu alaikum! Broeders, de nacht is aangebroken dat jullie naar Europa varen. Het tij en het weer is goed! De duisternis van de nieuwe maan en Allah zal jullie beschermen op deze laatste etappe van jullie moedige tocht. Jullie weten wat er van jullie wordt verwacht! Voordat jullie aan land gaan gooien jullie alles overboord wat jullie op enige manier kan koppelen aan jullie herkomst of familie. Vrees niet! De foto’s van jullie vrouwen, kinderen en familie, jullie dierbare herinneringen, zullen duizenden malen worden gecompenseerd. Jullie nieuwe leven in Europa, en we hopen in Holland, zal jullie moed en godsvrees belonen. Hou je vast aan de Taqwa, want degene die Allah vreest zal nooit alleen zijn! Allahu Akbar!’
Er stijgt een applaus op uit de groep bange mannen. Ik voel dat we onze grootste angsten onderdrukken. Er zijn er maar enkelen onder ons die tegen hun zin in deze reis gaan maken. Het bulderende water in de verte en de duisternis boezemt me angst en ontzag in. Ik ben bang, heel bang, maar niet alleen.
‘Broeders! Aangekomen op jullie eindbestemming zal er op een dag een vreemdeling voor jullie verschijnen. Misschien steeds dezelfde of misschien steeds een ander. Vrees niet, hij kent jullie maar jullie kennen hem niet!

Hij zal jullie indringend aanstaren en maar één woord spreken: “Chadidja”.*
Hij verwacht maar één antwoord: “Aisha”.**

Dan is het contact tussen jullie en jullie achtergebleven vrouwen, kinderen en ouders gelegd en de geheime ring is gesloten. Hij is de man die het geld bij jullie ophaalt. Hij is de man die verslag aan ons uitbrengt. Hij is het contact tussen jullie en jullie families! Hij is jullie herder en beul! Vergeet nooit dat jullie daar in een ver vreemd land zijn voor een hoger doel! Allahu Akbar!’
Een applaus blijft uit. We kijken elkaar aan en prevelen de twee woorden. De vraag en het antwoord. “Chadidja” en “Aisha”. Twee woorden die we nooit meer mogen vergeten! De man in het lange witte gewaad maakt van de verwarring gebruik om weer in de duisternis te verdwijnen. We zijn vanaf nu overgeleverd aan onze bewakers en we weten waar we aan toe zijn. Vanavond gaan we weer op reis.
Hoeveel tijd er is verstreken weet ik niet maar een vreemd donker gebrom klinkt door de duisternis uit de richting van het strand. Het is voor de soldaten het moment om ons allemaal op het been te zetten en een laatste telling uit te voeren. De bewakers verdwijnen in het donker en onze groep wordt door enkele met machinegeweren bewapende soldaten samengedreven. Van onze bewakers is geen spoor meer te herkennen. We worden in drie groepen opgesplitst en uit elkaar gedreven. We zoeken in de groep wanhopig naar bekende gezichten. Ik zie er maar enkele uit mijn dorp. De rest zal wel in een van de andere groepen zitten. De velen onbekende gezichten geven me ook een onaangenaam gevoel. Onze bewakers hebben zich nu anoniem onder ons gemengd. We kunnen hun gezichten zien maar wij weten niet wie ze zijn. Ieder onbekend gezicht kan een duivelse bewaker zijn. Collectieve angst neemt bezit van de groep bange mannen.
Door het mulle losse zand marcheren we als een leger soldaten richting de steeds luider wordende branding en brommende dieselmotoren. Onze ogen zijn langzaam aan de duisternis gewend en kunnen nu drie boten onderscheiden die met de boeg op het strand zijn gevaren. Er is geen bemanning te zien! Daar in de branding op het strand liggen drie lange smalle boten met draaiende motoren op ons te wachten. We zien nu ook de anderen groepen maar de duisternis maakt het onmogelijk om gezichten te herkennen. In de duisternis zien we alleen maar vervaagde menselijke gedaanten die langzaam op de andere boten toelopen.
Onze boot is ongeveer twee vrachtwagens lang en boezemt ons angst in, maar weinigen in de groep zijn bekend met boten en water. Meer dan honderd ogen staren over de boot heen in de zwarte diepte van de nacht over de onbekende zee. We hebben geen idee hoe ver we moeten gaan varen of hoe lang we aan boord van die boot zitten voordat we weer vaste grond onder de voeten hebben. Smalle strepen van wit zeeschuim verschijnen als onheilspellende witte geesten die over het zwarte water zweven. De wind van zee speelt door onze haren en probeert wat van onze onze angst weg te blazen. We zijn bang, heel bang, dat kan je goed voelen. Maar we hebben geen keuze, we kunnen niets anders doen dan onze levens en onze toekomst in de handen van Allah te leggen.

Wordt vervolgd


* Toen Mohammed 25 jaar oud was trouwde hij met de vijftien jaar oudere weduwe “Chadidja”
** “Aisha” is waarschijnlijk de bekendste vrouw van Mohammed

woensdag 21 januari 2015

Nederland: Vijf en vijftig, wat een nare leeftijd!

Zaltbommel

Zodra ik op deze donkere en frisse ochtend in Zaltbommel mijn ogen open realiseer ik me meteen dat ik vandaag voor de buitenwereld en de wet 55 jaar ben geworden. En wat klinkt dat als een nare leeftijd! Vijf en vijftig jaar klinkt als oud! Ik voel me ècht niet slechter dan gisteren en eigenlijk ben ik voor mijn gevoel maar een dag ouder geworden. Voor de buitenwereld ben ik wel een heel jaar ouder geworden. Vijf en vijftig? Wat betekend dat eigenlijk vijf en vijftig?

  1. Vijf en vijftig betekend dat ik nog twaalf en misschien zelfs nog dertien òf veertien jaar moet wachten op mijn AOW.
  2. Vijf en vijftig betekend dat ik dichterbij aantrekkelijke kortingen voor ouderen kan komen.
  3. Vijf en vijftig betekend dat ik voorrang kan vragen om aan boord van een vliegtuig te gaan.
  4. Maar boven alles betekend vijf en vijftig dat ik me nu realiseer dat ik waarschijnlijk wel over de helft van mijn leven ben.
  5. Vijf en vijftig, en een doorgewinterde Azië ganger die nog wel enkele jaren met reizen door wil gaan.

Vijf en vijftig is eigenlijk toch gewoon maar een nummer?

Nummers drukken wat uit en zijn altijd relatief. Zo ken ik mensen die hier zonder probleem een patatje met een frikadel eten voor € 4,50 maar die een pizza voor Rp 69.000,- (Indonesische roepia) veel te duur vinden terwijl dat haast hetzelfde bedrag in Amerikaanse dollars is!
Net zoals eenentwintig dagen geleden, net voor het nieuwe jaar, maak ik sinds enkele jaren een lijstje met voornemens voor mijn komende levensjaar Niet alleen goede voornemens, soms zitten er volgens de gezondheid guru’s ook minder goede voornemens tussen. Maar wat maakt mij dat uit?
Het afgelopen jaar zijn er weer heel wat vrienden, kennissen en bekenden naar een betere wereld vertrokken. Vijf en vijftig is de leeftijd dat iedereen zich moet gaan realiseren dat het leven niet oneindig is! Hoewel we dit al weten vanaf onze geboorte proberen we het zo lang mogelijk te ontkennen en weg te stoppen tussen onze grootste angsten. Maar waarom zou je bang zijn voor de dood? Komt het door de Christelijke indoctrine van hemel en hel?

“Het klein orkest” schreef lang geleden de mooie zin: ‘Het leven is maar tijdelijk, en de dood is onvermijdelijk!’

En de meeste maar vechten tegen het onvermijdelijke! Een ongelijke strijd die je zeker gaat verliezen en die zo zeker is als de zon die vanavond weer in het westen ondergaat.
Daarom heb ik me voorgenomen om nog meer van het leven te gaan genieten!
Voor al die vrienden en kennissen die plotseling gezond gaan eten, stoppen met roken en het drinken van alcohol, op zondagochtenden als een bezeten door de koude en de regen door het stadspark rennen heb ik veel respect, maar weinig begrip. Gezond leven is vanzelfsprekend maar het is de overdaad die schaadt!
Vanavond drink ik er waarschijnlijk weer teveel. Rode wijn, vol met goede zuren en ijzer! We houden onszelf allemaal voor de gek maar ik probeer het met een glimlach en een knipoog.


Keep on biking

maandag 5 januari 2015

Nederland: Verdacht

Zaltbommel

Dit is een waargebeurd verhaal ergens in december, in de week voor kerstmis, niet echt schokkend maar wel alarmerend!

Het was een gewone dinsdag. Een dinsdag zoals zovelen in 2014! Op de markt zijn de eerste kooplieden al begonnen met het inpakken van de handelswaar en thuis hikken we tegen het middageten aan. Ook niets bijzonders, gewoon verse tomatensoep met een ham/kaas tosti. Snel nog even de post uit de brievenbus vissen en dan aan tafel!
De normale post met een brief van de politie er tussen. Door mijn belevenissen met afvallige en oplichtende huurders in het afgelopen half jaar ook geen vreemd geval. Routineus scheur ik onder het lopen de envelop open en begin te lezen. Ergens tijdens het lezen hapert mijn tred en ik sta stil. De tosti’s kunnen wel een paar minuten langer hebben dat was geen probleem. Het probleem is de brief van de politie.

“Ik wordt uitgenodigd voor een verdachtenverhoor!”

Mijn hersenen gaan automatisch sneller draaien en proberen de gebeurtenissen van de afgelopen vijf maanden in miljoenen combinaties te schakelen om zo tot een reden te komen voor deze uitnodiging. In deze staat, bevroren in een wandeling midden in de winkel met een brief in mijn handen, wordt door mijn vrouw gevonden! De tosti’s zijn wat bruiner geroosterd dan normaal en de soep staat al op tafel. Verbaasd kijkt ze me aan. Het moet voor haar ook de eerste keer zijn dat ze me in deze vreemde situatie aantreft, zwijgend, staand, midden in de kamer met een brief in mijn hand.
‘Alles goed, kul?’, vraagt ze voorzichtig.
‘Nee, èh ja, eigenlijk wel en niet, ik weet het zelf nog niet!’
Mijn eetlust is plotsklaps vertrokken en dat terwijl mijn hersenen wel wat extra brandstof zouden kunnen gebruiken. Keer op keer lees ik de brief. Een vreemde brief! Elk woord, elke woordkeuze en combinatie van woorden wordt gewogen en nogmaals gewogen. Het blijft een vreemde brief. Mijn gevoel zegt dat er iets niet klopt aan deze brief! Dit is geen officiële brief? Ik kan er in ieder geval geen touw aan vastknopen. Er zijn ideeën in mijn hoofd maar deze zijn zelfs te gek voor voor een Hollywood film!
Er klopt dus iets niet! Vreemder nog, er klopt geen moer van! Het briefpapier is vreemd, de envelop geeft af en ik moet verschijnen op een politiebureau in het midden van niets. In een gemeente waar ik al jaren niet meer ben geweest en waar ik absoluut geen binding mee heb. Er staat ook geen enkel aanknooppunt in de vreemde brief! Geen nummers, geen telefoonnummer, alleen het algemene telefoonnummer van de politie, en een naam van de behandelende rechercheur die ik niet snel zal vergeten omdat hij dezelfde achternaam draagt als van een dominee uit een ver verleden.
Hoe lang ik daar heb gestaan zal ik nooit weten. De tijd bevriest wanneer je hersenen de spieren in je lichaam links laten liggen en hun volle capaciteit voor het denken gebruiken. Ik kan maar een ding doen! Dat algemene nummer bellen en vragen naar de de rechercheur, en dat heb ik geweten. Na een tiental minuten krijg ik een agent aan de andere kant van de lijn en nadat ik heb uitgelegd wat er aan de hand is schrik ik wel van zijn afsluitende raad:

‘Ik zou maar gaan want anders trappen we om zes uur ’s morgens uw voordeur in en lichten we u van uw bed!’, klinkt er nors en gevoelloos uit de hoorn.

Nou, dan is het wel even schrikken! Ik vraag me ook af of dit wel conform de wet is, in Nederland ben je toch onschuldig totdat het tegendeel is bewezen? We leven hier toch niet in bananenland waar de politie absolute macht heeft over de burgers? Er is minder dan zeven dagen tot het “verdachtenverhoor”! Ik moet dus snel handelen en deze brief goed analyseren, en waar kan ik dat beter laten doen dan op het politiebureau?
Sinds de grootscheepse bezuinigingen en herorganisatie van de Nederlandse Politie is het er niet beter op geworden. Gelukkig is het kleine politiebureau in Zaltbommel nog wel bemand maar niemand weet nog voor hoelang. De dienstdoende receptioniste, die geen agente is want dat kost waarschijnlijk teveel geld, luistert mijn vreemde verhaal aan en bekijkt de brief, de envelop en mij zeer minutieus. Ook hier bespeur ik enig gevoel dat ik al schuldig ben nog voordat ik mijn verhaal heb kunnen doen. Dat is een uiterst onaangenaam gevoel, dat kan ik u verzekeren!
Er verschijnt een agent door de openstaande deur uit de kamer achter de receptie, op verzoek van de receptioniste, die ook eens goed naar de brief kijkt. Ook deze ambtenaar heeft zijn twijfels bij het briefpapier en de envelop. Het lijkt in zijn ogen zelfs bijna een valse brief. Ook deze agent blijft met meer vragen zitten dan er antwoorden uit de vreemde brief kunnen worden geëxtraheerd. Resoluut verdwijnt hij, zonder een woord te zeggen, met de vreemde brief weer door de openstaande deur achter de receptie. Een vijftal minuten laten komt hij terug met een iets vriendelijkere uitdrukking op zijn gezicht.
‘De rechercheur bestaat inderdaad! Ik heb hem net aan de telefoon gehad en hij heeft de uitnodiging voor een verdachtenverhoor bevestigd. Neem contact met hem op om de afspraak eventueel te verzetten wanneer deze niet gelegen komt?’
Nu besef ik voor de eerste keer dat het menens is! Tot nu toe heb ik steeds gedacht op eenvoudige wijze mijn onschuld aan te tonen en deze boze droom snel uit mijn leven te bannen. Deze boze droom zwelt aan tot een nachtmerrie! Ik ben dus serieus verdacht van oplichting! Ik heb nog steeds geen verdere of concrete aanwijzing waar het over gaat, hoewel ik wel enkele wilde en vergezochte ideeën heb waar het over zou kunnen gaan. Deze beschuldigingen zou ik met behulp van onderbouwende en ontlastende documenten zo uit de lucht schieten. Mijn eerste doel is dus opnieuw contact proberen te maken met de rechercheur die het “verdachtenverhoor” gaat afnemen!
Met een vastberadenheid, die ik lang niet heb mogen ervaren, fiets ik weer door de december koude naar huis. Mijn kerstmis is verpest, het kerstgevoel is verdwenen en onze korte vakantie naar de kerstmarkt in Brugge geannuleerd.
‘Of ik de afspraak wil verzetten naar een andere datum? Ik kan er nu al niet van slapen! Ik wil dit grote onrecht zo snel als mogelijk uit de wereld hebben!’
Sinds ik die brief voor de eerste keer las ligt er een vreemd en onaangenaam gevoel over me. Als een iets te strakke en verstikkende deken die met de seconde wat strakker gaat zitten.De adem wordt langzaam, als door de wurgende omhelzing van een Anaconda, uit me geperst. Met weinig oog voor het verkeer om me heen laat ik de gebeurtenissen op het politiebureau nog een keer de revue passeren.
‘Dat is een rechercheur van de afdeling VVC!’, heeft de agent op het politiebureau gezegd.
Dan zullen we dat maar eens gaan opzoeken op het internet. Ik weet niet of ik er wijzer van wordt maar het is in ieder geval een begin!.
Thuis loopt er een mok vol met slappe koffie uit de Senseo terwijl mijn MacBook opstart om dit onderzoek naar een hoger niveau te tillen. Terwijl de opstart schermen komen en gaan voel ik ook een andere spanning in me opkomen. Ik ben tenslotte onschuldig, daar twijfel ik geen moment aan! Van slachtoffer schuift mijn rol naar onderzoeker, een soort rechercheur! Ik moet zoveel mogelijk te weten zien te komen over deze situatie voordat ik plaatsneem in de verdachtenbank.
Met de grootheid en wijsheid van het internet kom ik binnen een uur een flink stuk verder. Maar toch ook weer niet ver genoeg! Op dit moment weet ik wat mijn rechten zijn, ik weet wat mijn plichten zijn en ik weet dat VVC staat voor “Veel Voorkomende Criminaliteit”. Dan toch maar bellen naar dat algemene nummer en proberen opnieuw contact met die rechercheur te maken!
Deze keer gaat het iets beter. Agent M. die mij in het eerste gesprek zo onbeschoft te woord stond wordt omzeild en via twee uiterst begripvolle en aardige agentes, òf receptionistes, kom ik op het juiste politiebureau terecht.
‘Ja, de rechercheur in kwestie bestaat!’
‘Nee, u kunt de rechercheur niet spreken!’
‘Ja, ik kan een boodschap voor hem achterlaten dan belt hij u terug zodra hij tijd heeft!’
Einde gesprek! Dinsdagmiddag net voor vier uur slaat een depressie toe. Ik ben onschuldig, dat is zeker, hoewel ik niet eens weet van welke oplichting ik wordt beschuldigd.

‘IK BEN GEEN OPLICHTER!’, schreeuwt mijn geweten eindeloos.

De rest van de dinsdag en de hele woensdag blijft deze beschuldiging in mijn onderbewustzijn malen. Mijn geheugen blijft onbewust zoeken naar gebeurtenissen die met de beschuldigingen van oplichting te maken zouden kunnen hebben. Tevergeefs! Er zijn kleinigheidjes, schoonheidsfoutjes, maar daar zou de officier van justitie zijn kostbare tijd zeker niet aan besteden! De woensdag tikt langzaam weg en het met smart verwachte telefoontje van de rechercheur blijft uit. Dat is niet zo leuk. Ik heb alle eetlust verloren en ik ben niet te genieten! Lyka blijft zo ver als mogelijk uit mijn buurt. Ik heb steun nodig maar ik gedraag me als een leeuw die zijn prooi beschermd.
De dure rechtsbijstand verzekering die ik heb afgesloten blijkt een farce! Na een kort gesprek met “even Apeldoorn bellen” krijg ik een nieuw telefoonnummer van een juridische dienstverlener en wat ik daar te horen krijg maakt me niet blij.
‘U bent verdacht van oplichting?’, vraagt de jurist.
‘Ja, maar wel ten onrechte!’
‘Een moment?’
‘Oké, ik wacht’, antwoord ik met een vreemd voorgevoel in mijn maag.
‘Het spijt me, dit valt buiten de polis!’, ratelt de jurist alsof ze de stem uit het keuzemenu is die ik enkele minuten eerder heb aangehoord.
‘Wat zegt u?’, vraag ik verbaasd, ik kan mijn oren niet geloven.
‘Omdat u verdachte bent in een strafzaak kunnen we u niet van hulp zijn! Dit staat duidelijk in de polisvoorwaarden te lezen!’, klinkt het klinisch koel uit de iPhone.
‘Maar ik ben onschuldig! Waarom heb ik een dure rechtsbijstand verzekering wanneer u mij niet helpt wanneer onschuldig ben in een strafzaak?’
‘Een moment?’, klik.
‘Ik stuur u een email met daarin alle relevante details en mogelijkheden. Heeft u nog andere vragen?’, alle warmte is uit haar stem verdwenen, ook hier krijg ik het gevoel dat ik al schuldig ben voordat ik ook maar een woord heb kunnen zeggen.
Ik begrijp ook wel dat verder praten geen zin heeft en dat ik er vanaf nu alleen voorsta.
‘Bedankt!’, zeg ik cynisch en hang op.
Niet veel later krijg ik een voorgekauwde email op mijn beeldscherm met daarin mijn mogelijkheden. En dat zijn er niet al teveel! De beste is nog dat ik op eigen kosten een advocaat in de arm kan nemen. Mocht ik worden vrijgesproken dan kan ik een declaratie indienen bij de rechtsbijstand verzekering waarna zij bekijken of die declaratie ook gehonoreerd kan worden. Probeer maar eens binnen een week een advocaat te regelen die een paar uur met je meegaat naar een “verdachtenverhoor”? Wanneer je er uberhaupt al een kan vinden dan is het er een van de volgende smaken: Òf hij is niet te betalen òf hij is heel slecht! En dat zijn precies de twee smaken waar ik niet van hou!
Met andere woorden: Hier schiet ik niets mee op en ik betaal € 153,- per jaar voor Jan met de korte achternaam. De rechtsbijstand verzekering is ondertussen al opgezegd!

Na weer een nacht heel slecht te hebben geslapen biedt zich op donderdagochtend ogenschijnlijk de reden aan voor de oorzaak van de beschuldigingen. In een brief van de ING wordt gemeld dat de bank aangifte heeft gedaan van internet oplichting. Een vorige huurder wordt op de hoogte gebracht door dit schrijven en zijn bankrekening en tegoeden zijn bevroren tot nader bericht. Op hetzelfde woonadres! Dus dat zal het wel zijn.
Ik stel snel een set documenten samen die mijn onschuld bewijzen en hoop daarmee nog net voor het weekend van deze onaangename zaak verlost te zijn. In gedachten wandel ik samen met Lyka voor een moment over de kerstmarkt in Brugge. Met elke omwenteling van de trappers op weg naar het politiebureau laat ik wat van de depressie achter me. In mijn hoofd loop ik nog eens door de documenten die ik in mijn fietstas heb zitten. Mijn humeur fleurt op en nog voor ik mijn fiets voor het politiebureau op slot zet ben ik bijna van het onaangename gevoel verlost.
Helaas, zo gaat het niet! Er kàn en màg niets over de beschuldigingen gezegd worden. Mijn documenten verlaten niet eens de envelop! Nu ben ik wel heel erg teleurgesteld en ik voel me meer slachtoffer dan ooit tevoren. Na twee hele slechte nachten had ik stilletjes op een goede afloop gehoopt. Gelukkig hebben de dienstdoende receptioniste en agent begrip voor mijn zaak en er wordt nog een keer gebeld met de rechercheur die het “verdachtenverhoor” gaat afnemen.
‘Hij was gisteren te druk en hij zal morgen contact met u opnemen’, en daar kan ik het mee doen.

De envelop met onderbouwende en onschuld aantonende documenten wordt alleen maar dikker. De klok tikt op deze vrijdag langzamer dan normaal terwijl ik wacht op het verlossende telefoontje van de rechercheur. “Anoniem”, verschijnt er op mijn beeldscherm. Het is in de middag en dit zou het dan moeten zijn. Jammer, helaas, het is mijn broer die wil weten of er al nieuwe ontwikkelingen zijn. Na een zeer kort gesprek verbreken we de verbinding en ik ga verder met het wachten.
“Anoniem”, verschijnt er voor de tweede keer op mijn beeldscherm en deze keer is het wel raak. Drie en een halve dag verder heb ik eindelijk persoonlijk contact met de rechercheur die me heeft uitgenodigd voor het “verdachtenverhoor”. Het is een verhelderend gesprek met slechts een kanttekening: Hij kàn en màg niets inhoudelijk zeggen over de beschuldigingen en/of mijn betrokkenheid en andere verdachten in deze zaak. Dinsdagochtend zal ik worden verhoord en zal ik ter plaatse worden ingelicht over de zaak waarvan ik verdacht wordt.
Ook zijn er enkele goede ontwikkelingen te melden. Ik mag naar het hoofdkantoor komen, niet al te ver van het treinstation, en ik ben medeverdachte, dus geen hoofdverdachte. Met dat laatste kun je alle kanten op maar ik voel me in ieder geval een stuk beter. Dan zou ik met anderen een misdaad hebben gepleegd. Ik werk met niemand samen dus het raadsel wordt groter maar het gevoel van onschuld ook. De volgende vier nachten slaap ik met deze kennis in mijn achterhoofd onrustig maar in ieder geval beter dan eerst. Het hele internet wordt afgezocht en ontelbare pagina’s gelezen totdat ik weet wat mijn rechten zijn en wat ik in ieder geval wel en niet moet doen tijdens het “verdachtenverhoor”.

Het weekend en de maandag zijn flets en trekken maar langzaam aan me voorbij. Ik heb een onrustige rust in me gevonden. Als een pendulum slinger ik tussen hoop en wanhoop heen en weer! Ik hoop dat de mensen die deze uitnodigingen schrijven zich realiseren hoe eerlijke burgers zich voelen wanneer zij onschuldig zulke brieven ontvangen. Het gaat je niet in je koude kleren zitten. Je verliest namelijk al snel het vertrouwen in de maatschappij en het politie en opsporingsapparaat. Die onzekerheid over de strafzaak maakt dat je je niet 100% onschuldig kan voelen terwijl je 100% zeker weet dat je onschuldig bent. Twijfel in de menselijke geest is de oorzaak. Onzekerheid en twijfel zijn moeilijk te bestrijden wanneer je geen concrete aanknopingspunten kan vinden.

De grote dag is eindelijk aangebroken! Met de envelop vol met onderbouwende en ontlastende documenten zit bij Lyka in haar schoudertas. Deze komt pas tevoorschijn tijdens het “verdachtenverhoor” wanneer ik weet waar het over gaat. Geen moment eerder!
‘Minder is meer!’, is de wijsheid tijdens een “verdachtenverhoor”
Er schijnt een waterig zonnetje over de ontwakende weilanden terwijl de trein door het Hollandse landschap raast. Lyka en ik zitten stilletjes naast elkaar in de trein en kijken naar buiten. De gratis Metro krant in mijn hand blijft ongeopend. In mijn hoofd loop ik voor de laatste keer door de feiten zoals ze voor me liggen. Op zoek naar iets wat ik over het hoofd heb gezien. Niets! Ik kom geen stap verder en er zit niets anders op dan daar op het politiebureau te gaan zitten en te luisteren!
En daar zit ik dan tegenover een vriendelijke rechercheur in een hokje van twaalf vierkante meter zonder een raam. Zelfs de cellen van de gevangenis die ik op tv heb gezien zijn vriendelijker! Ik begrijp dat intimidatie hier een bekend en veel gebruikt wapen is. Ik vindt het wel vreemd dat ik maar een persoon tegenover me heb. Dat laatste stelt me wel op mijn gemak. Het geeft me het gevoel dat de zaak niet zo serieus is als ik vooraf had verwacht.
De rechercheur, die hiervoor speciaal is opgeleid, voelt mijn afstand en gesloten geest. Met enkele vriendelijke woorden probeert hij me op mijn gemak te stellen en legt hij uit wat er van me wordt verwacht. Ik knik, praten zal ik zo min mogelijk.
De eerste vragen komen voorbij. Simpele vragen over mijn naam, vrouw, auto, woonplaats, vakanties en nog meer koetjes en kalfjes. We draaien om de echte vragen en de oplichting heen. Er wordt nog steeds gepoogd om me meer op mijn gemak te laten voelen en daarmee ook mijn verdediging te verzwakken. Eigenlijk is dat laatste niet nodig want zover ik weet ben ik nog steeds onschuldig! Maar ook voorzichtig!
Eindelijk beginnen we aan de kern van de zaak, de oplichting. De vragen die op me afkomen gaan allemaal over adressen, mensen, bedrijven en voertuigen waar ik niets vanaf weet en mij dus helemaal onbekend zijn. Nu ik weet waar het over gaat laat ik mijn verdediging zakken en geef mijn volledige medewerking.

In een vriendelijker en meer open gesprek wordt me verteld waar het precies over gaat!

Er is een kopie van mijn paspoort gebruikt als identificatie voor de aankoop van goederen, een aanzienlijk bedrag met zes cijfers. Alles op de kopie van mijn paspoort is vervangen met uitzondering van mijn naam en de foto van mijn paspoort. Ik wijs de rechercheur op de wijzigingen en wat er fout aan deze slechte kopie is! Maar in mijn geval, en die van de gedupeerde leverancier, is het te laat!

Ik ben het onschuldige slachtoffer van een identiteitsdiefstal!

Een diefstal waar je regelmatig over leest maar waarvan je denkt dat het jouw toch niet zal overkomen.
Twee en een half uur later zijn we klaar met het “verdachtenverhoor”. De rechercheur zal zijn rapport naar de officier van justitie sturen nadat ik het heb nagelezen en ondertekend. De sfeer is ondertussen gemoedelijk en ik voel me stukken beter, toch voel ik me ook nog steeds slachtoffer en we bespreken dit gevoel nog kort voordat we afscheid nemen.
Ik heb begrip voor de aanpak. Maar heeft justitie ook begrip voor mij? Voor mij persoonlijk is de zaak nu gesloten. Voor de officier van justitie nog niet! Die moet eerst nog bepalen of ik verder wordt vervolgd of niet. Afwachten is het enige wat ik nu nog kan doen. Wachten tot de brief van het openbaar ministerie mij schriftelijk onschuldig verklaard en ontslaat van verdere vervolging.

De les uit dit waar gebeurde verhaal?
Wees zeer zuinig op uw paspoort en/of andere identiteitsbewijzen! Laat deze niet zomaar door Jan en alleman kopiëren in Nederland en/of het buitenland!


Nawoord: In het belang van het oplossen van deze zaak heb ik geen details, namen of plaatsen vermeld. Ik hoop dat het verhaal ook zonder deze cruciale informatie te begrijpen is. De boodschap blijft echter hetzelfde!

woensdag 31 december 2014

Nederland: Een jaar om snel te vergeten!

Zaltbommel

2014, een jaar waar ik niet veel van kan èn wil onthouden!

Ik had al een enorm klaagzang geschreven over onze tegenslagen van het afgelopen jaar die mijn depressieve gedachten alleen maar aanwakkerden als een stormwind die vuur hoger en hoger oplaait. Gelukkig ben ik een mens van een kort geheugen. Ik kan nooit lang kwaad zijn en ook negatieve gedachten poog ik zo snel als mogelijk uit mijn hoofd te zetten.

Bij elke regel die ik van mijn klaagzang las werd mijn glimlach breder en besefte ik hoe goed wij het eigenlijk hebben in Nederland. Ik trap een open deur in wanneer ik nu ècht voor het laatst over de zwarte Pieten discussie begin. In veel andere landen hebben mensen helemaal geen tijd voor onzinnige discussies die de democratie afbreken. Zij zijn elke dag weer druk met het overleven. Zoals mijn schoonmoeder en mijn zwager in de Filippijnen die na de zoveelste tyfoon weer hun leven proberen op te pakken. En dat terwijl ze weten dat er waarschijnlijk volgende maand weer een tyfoon een bezoek zal brengen.

In Nederland hebben de kleine groepen met afwijkende gedachten de strijdbijl weer opgegraven. Nadat de zwarte Pieten discussie, gestart door een groep anarchisten die de democratie afwijzen, weg ebde klonterde andere groepen bij elkaar en namen hun kans waar om op de achtergebleven chaos mee te rijden.
Nu is het vuurwerk weer aan de buurt! Honden en Siamese Kempvissen schijnen volgens hun geadopteerde ouders, die hun huisdieren adoreren als velen hun bloedeigen kinderen, een enorme stress op te lopen van de eeuwenoude Chinese traditie om tijdens op nieuwjaarsavond vuurwerk af te steken. Ook doktoren en andere medische adviseurs pleiten voor een algeheel vuurwerkverbod. Waarom?

“Wanneer je het vuurwerk niet juist gebruikt kan het gevaar opleveren voor de gebruikers en omstanders.”

Maar geld dat ook niet voor de meest belastinggeld genererende vloeistoffen? Juist, benzine en dieselolie!

Nu hoor ik in mijn gedachten de tegenstanders van het vuurwerk al denken: Maar vuurwerk is in Nederland helemaal geen traditie! Maar voor de Nederlandse Chinezen, of Chinese Nederlanders, wel. En wanneer je hun culturele tradities gedwongen verbied is er sprake van discriminatie. Dat magische woord: Discriminatie!
Een woord dat vroeger werd gebruikt om de medemens te helpen. Tegenwoordig wordt het bij tij en ontij overal bij gehaald. Discriminatie? Het had zo mooi kunnen zijn wanneer een afgedwaalde ambtenaar in hun werkzucht niet positieve discriminatie hadden bedacht. En dan ook nog stigmatiseren! Daar wordt ik helemaal moe van!

Na lang filosoferen ben ik ook tot de conclusie gekomen dat discriminatie inderdaad bestaat! Ik geef open on onomwonden toe dat ik er jaren over heb gedaan om tot deze conclusie te komen.Tijdens mijn lange omzwervingen over onze mooie planeet ben ik regelmatig in aanraking gekomen met discriminatie, of wat daar voor door moest gaan.

Maar ik laat mij niet discrimineren! Ik laat mijn trots spreken wanneer ik een blank varken of neusaap wordt genoemd. In mijn beleving komt discriminatie pas tot bloei wanneer de ander het aangrijpt omdat hij niet met de situatie kan omgaan! Niemand kan mij discrimineren omdat ik me niet gediscrimineerd voel. Anders behandeld, dat wel! En of ik me daar kwaad over maak? Soms, maar haast altijd loop ik door en heb medelijden met de ander. Het is alsof de aanstichter een rots van graniet en een stapel hout probeert aan te steken met een fakkel. Ik ben de rots, ik zal nooit branden dus wordt ik niet gediscrimineerd!

‘I am a Rock’, zongen Simon and Garfunkel als heel lang geleden.

Ik heb het eerder geschreven onnodige klaagzang met een klik van mijn muis gewist en ben overnieuw begonnen. Positief denken en positief het jaar afsluiten!

Het moeilijkste examen van de inburgering Nederland, het begrijpend lezen en dan vragen beantwoorden, heeft Lyka gelukkig gehaald. Maar het blijft Nederland! De uitslag van het examen begrijpend schrijven, een kort briefje gevolgd door een een formulier en enkele korte zinnen aanvullen, of beter gezegd afmaken, laat wel lang op zich wachten. Vier tot acht weken hebben de incompetente ambtenaren nodig om dit simpele examen te verwerken!

Van reizen is dit jaar niet veel gekomen. We hopen wel dat we het komende jaar meer op pad kunnen. Het ligt er ook een beetje aan of we volgend jaar wat meer geluk hebben.

Als laatste vraag ik jullie om mijn boodschap “Nederland: Regendruppels aan de waslijn” goed te lezen. Een boodschap voor een beter leven en een betere wereld.

Een fijn, goed, gelukkig en vooral gezond 2015 van Lyka en mij!


vrijdag 26 december 2014

Nederland: Regendruppels aan de waslijn deel 4

Zaltbommel,

Een half uur, of misschien wel een uur, later onderneemt de beer van het dorp nog een poging. De kou van de nacht heeft hem een beetje gek gemaakt! Een sterke man als hij deinst toch niet terug voor zo’n klein mannetje met een mes! In alle stilte sluipt hij dichterbij en net voordat hij voor de twee onbekende mannen staat komt er een mes vanonder zijn wollen Djellaba (lang woestijngewaad) tevoorschijn. Het blanke staal glimt angstaanjagend in het koude licht van de maan. Onze dorpsgenoot schrikt en deinst een stukje achteruit.
De andere van de twee nieuwelingen is nu ook wakker geworden en haalt ook zijn dolk tevoorschijn. Zonder twijfel, zonder enige angst en met de kreet,  Allahu Akbar!, werpen ze zich samen tegelijk op de ongewapende opstandeling. Het is een ongelijke strijd, het staal flitst en bloed stroomt. Binnen een minuut is de oneerlijke strijd voorbij. Ze grijpen de gewonde man en gooien hem zonder enige aarzeling en ook maar een moment naar ons te kijken uit de laadbak van de rijdende vrachtwagen. Slechts voor enkele seconden zien we het gewonde, òf dode, lichaam op de zandweg achter ons liggen. Dan heeft de duisternis het lichaam verzwolgen en nemen de bezoekers in alle rust weer hun plaatsen in.
We hebben geen verdere woorden nodig om te begrijpen dat het vanaf nu menens is. Dit zijn dus de handlangers van de duivelse kolonel die ervoor moeten zorgen dat er niemand ontsnapt of lastig wordt! Dit zijn onze bewakers! Dit is de boodschap aan ons wat ons te wachten staat wanneer we niet meewerken of wanneer we proberen te ontsnappen. Iedereen aan boord van de vrachtwagen heeft de boodschap begrepen! We begrijpen allemaal dat het beter is om in het verre onbekende Nederland in leven te zijn dan door  wilde dieren in het midden van de nacht levend of dood te worden opgevreten.
Dagen en nachten rijgen zich als een kralen ketting aaneen. Meestal brengen we de dagen slapend door, zwetend onder een brandende zon in afgesloten gebouwen. Of een enkele keer in de dikke jungle waar de vrachtwagens gemakkelijk verstopt kunnen worden. ’s Nachts wordt er altijd verplaatst, ook dan proberen we te slapen. De tijd gaat dan wat sneller. Veel komt er niet van want regelmatig worden we gecontroleerd, of beter gezegd, geteld. Wanneer we weer eens van hand op hand gaan. Wisseling van de wacht! We kunnen nooit weten hoe aardig of wreed de volgende commandant van het konvooi voor ons zou zijn. Wij zijn voor hem slechts handelswaar! Hij wordt per hoofd betaald en de twee vreemdelingen in de lange woestijngewaden met hun kromme dolken zorgen dat de handelswaar niet aan bederf onderhevig is.
Over het algemeen zijn de overdrachten gemakkelijk. Gewoon overstappen van de ene vrachtwagen naar de andere en soms een korte tijd in een gammel bootje naar de overkant van een smalle rivier! Slechts eenmaal wordt onze groep opgedeeld. Een helft van elke vrachtwagen blijft achter in de laadbak terwijl de andere helft, zoals ik met een van de bewakers, gedwongen word om uit te stappen. We hebben geen enkel idee wat er zal gaan gebeuren. Zouden ze ons midden in het bos gaan vermoorden. Het is zwaar bewolkt en er hangt regen in de lucht. Van de maan is er geen spoortje licht te bekennen. Nadat onze ogen aan het donker zijn gewend vertrekken we te voet het onbekende tegemoet. Er mag absoluut niet worden gesproken! Zelfs een ongecontroleerd hoestje of een kuchje kun je met je leven betalen.
Het is ons al snel duidelijk dat dit een lange en moeilijke nacht zal worden. De grond wordt drassig en verraderlijk. Mijn geoefende neus als geitenherder vangt de karakteristieke geur van roofdieren op, grote roofdieren die met hun sterk ruikende urine hun territorium afbakenen. Het is beter om hierover te zwijgen en de mannen om me heen niet banger te maken dan ze al zijn! En dan komt het water! Het donkere, onberekenbare water met al haar gevaren! Eerst onze enkels, en dan onze knieën verdwijnen in de gitzwarte koele vloeistof. Geen enkel normaal denkend mens zal zich op dit tijdstip in het water hebben begeven.
Het water wordt met elke stap dieper totdat we tot aan ons middel in het water staan. Onzekerheid heerst onder de mannen uit mijn dorp en de eerste vragen en klachten glijden zachtjes als fluisteringen over het water naar onze bewaker. Hij weet waarschijnlijk uit ervaring dat die eerste vragen en klachten ongeveer op dit punt van de reis door het donker zouden komen. Hij staat al klaar in het midden van de groep en legt zijn gestrekte wijsvinger over de plaats waar zijn lippen zouden moeten zitten. Het puntje van zijn wijsvinger raakt de punt van zijn neus. Het is hier niet de plaats om uitleg te geven! Zijn taak is om ons zo snel als mogelijk en compleet naar het volgende opstap punt te brengen.
Als makke schapen naar de slachtbank volgen we de man onder de sluier. Het water bereikt onze borsten en nu worden de mannen nog banger. Velen van hun kunnen niet zwemmen en de onzekere diepte van het duistere water boezemd hun meer angst in dan de mogelijke roofdieren die zich onder het donkere wateroppervlak bevinden. De bewaker steekt zijn rechterarm op met een gebalde vuist als teken dat we moeten stoppen en ons stil moeten houden. Met een schok komen we allemaal tot stilstand, kleine golfjes makend die door de dikke stengels van de begroeiing in de rivier worden gedempt en geneutraliseerd.
We spitsen onze oren terwijl onze ogen de planten voor ons doorzoeken. Een zacht gezoem gaat over in een gebrom en zwelt aan totdat we het geluid goed kunnen onderscheiden als het geluid van een dieselmotor in een boot. Enkele seconden later schijnen er stralen fel licht over de toppen van het riet boven onze hoofden. De bewaker zinkt snel weg in het water totdat alleen nog de bovenkant van zijn hoofd, vanaf zijn ogen, boven de gladde zwarte spiegel uitsteekt. Wij hebben geen bevel nodig! Zonder een geluid volgen we zijn voorbeeld, houden onze adem in en wachten af wat er zal gaan gebeuren. Ik weet zeker dat velen onder ons onder water een gebed in stilte spraken en smeekte om niet ontdekt te worden, èn op een goede afloop van deze oversteek.
Een glimmende Rolex verschijnt boven het water en de bewaker neemt het tijdstip van het vertrek van de patrouille boot in zich op. Hij weet nu precies hoeveel tijd we hebben voordat de patrouilleboot weer terugkomt. Een klein stukje verder krijgen we drijvers toebedeeld. Drijvende fuiken met een speciale vulling zodat het een volwassen man boven water zal kunnen houden. Je ziet de angst in de ogen van de mannen. Dit donkere zwarte water is al angstaanjagend genoeg, maar nu ook nog naar de overkant drijven in de wetenschap dat je niet kan zwemmen maakt het tot de perfecte nachtmerrie. Maar hebben we een keuze? Nee! Voor een moment denk ik aan mijn vrouw en kinderen. Dat terwijl ik me nog zo had voorgenomen om niet meer aan thuis te denken! Een traan welt in mijn ogen. Mijn traan vermengt zich met het water van de rivier. Mijn traan van verdriet vloeit met het water van deze onbekende rivier naar de oceaan waar het zich vermengt met miljoenen andere tranen.
De tocht naar de overkant van de onbekende rivier valt mee. Afstanden kunnen we in het donker niet schatten maar de afstand naar de veilige overkant valt ons mee. Weer op het droge wordt de blijdschap en opluchting zichtbaar. Wel in alle stilte want het gevaar is nog niet geweken. We sluipen zo dicht langs een kamp van de soldaten dat we hun kunnen horen praten. We kunnen ze zelfs verstaan en in het donker zien we de fel oranje opgloeiende uiteinden van hun sigaretten. Snel weg hier!, is het teken van onze bewaker.
Onze kleding is alweer gedroogd door de warme wind die ’s nachts over de steppen en door de bossen waait wanneer we vrachtwagens in de verte horen aankomen. De smalle strookjes wit van de oorlogsverlichting worden zichtbaar en voor het eerst zie ik het gezicht van onze bewaker. Niet voor lang! Zodra hij zich realiseert dat zijn gezicht aan me is blootgesteld trekt hij zijn sjaal weer voor zijn gezicht. Zijn anonimiteit is van levensbelang zodra hij in Nederland is.
We klimmen weer achterin onze vrachtwagen en begroeten de achtergebleven mannen uit ons dorp. Zo te zien zijn ze er nog allemaal. Onze bewakers groeten elkaar ook uitbundig. Ik realiseer me dat we heel gevaarlijke operatie hebben overleeft. Wat zouden de anderen hebben meegemaakt?

Wordt vervolgd

maandag 22 december 2014

Nederland: Een fijn kerstfeest en een fantastisch 2015

Zaltbommel

Het is weer de tijd van het jaar! Het was geen gemakkelijk jaar maar wij twijfelen niet dat het volgend jaar weer beter zal zijn.

Daarom wensen wij al onze bekenden, kennissen, vrienden en familie een fijn kerstfeest en een fantastisch en gezond 2015.


In de ondergrondse metro in Bangkok

Nederland: Regendruppels aan de waslijn deel 3

Zaltbommel,

Twee, veel te korte, dagen later verscheen het onheilspellende lint van stof opnieuw aan de horizon. Het was nog vroeg maar haast iedereen was klaar om op die moeilijke en toch ook spannende reis te gaan. Het donkere brullende geluid van de zware diesel motoren zwol aan totdat het lawaai de woorden van afscheid overstemde. Twee dagen om vaarwel te zeggen tegen alles dat je lief is is niet genoeg!
Aan dezelfde straat, bijna op dezelfde plaats, waar ons lot werd bezegeld klonteren groepjes mannen samen omringt door hun geliefden. Er vloeien tranen en een enkeling kijkt naar de zwarte vlek opgedroogd bloed midden op de straat waar twee dagen geleden het vermoorde gezin lag. Zij zijn gisteren begraven in het droge zand aan de rand van het dorp. Zij zijn verlost van de gevaren en angsten die ons nog te wachten staan.
De laatste minuten en seconden voor je vertrek zijn het dierbaarst, deze momenten zijn je herinneringen die de rest van je leven je bijblijven. Ik kijk mijn kinderen een voor een recht in hun ogen. Zij zijn nog zo jong maar ze begrijpen, of beter gezegd, ze voelen dat er iets onheilspellends op het punt staat te gebeuren.
‘Let je goed op je moeder?’, vraag ik mijn oudste zoon die net acht jaar is geworden.
Hij is nu de oudste man in het gezin en is volgens de geldende wetten en regels de baas in huis en de leider van het gezin. Zijn woord is vanaf mijn vertrek de wet! Ook al is zijn moeder ruim vijfentwintig jaar ouder dan hem. Hij knikt terwijl hij zijn rug strekt en rechtop gaat staan om een enkele centimeter groter te lijken in een poging om nog meer op een èchte man te lijken.
Ik sluit mijn vrouw in mijn armen om haar nog een keer tegen me aan te voelen, voor een laatste keer de zoete geur van haar huid op te snuiven. Wij hadden het geluk dat we elkaar al kenden toen onze ouders beslisten dat we met elkaar moesten trouwen. We mogen dan wel arm zijn maar we hebben geiten en kippen, een klein stukje vruchtbaar land waar we mais en groenten kunnen verbouwen. Ons oude leven was zo slecht nog niet.
Mijn lieve vrouw en kinderen, ik zal ze waarschijnlijk nooit meer in mijn armen kunnen sluiten. Waarschijnlijk? Dat hele kleine beetje kans dat we over een paar jaar toch weer herenigd kunnen worden doet leven, het houdt je in leven, sterkt je instincten om te overleven, wat er ook mag gebeuren op deze lange gevaarlijke reis.
De eerste mannen klimmen met hun weinige bagage in de vrachtwagens en het door alles heen snijdende geklaag en geween van de achterblijvende vrouwen en kinderen is begonnen. Het is nu zaak om hier zo snel als mogelijk weg te komen. Het lijden over het afscheid achter je te laten. Het lijden van je geliefden te minimaliseren. Er is geen andere uitweg! De dood is het enige andere uitweg en daar schiet je gezin ook niets mee op.
Zodra de laatste man in een vrachtwagen is geklommen komt de colonne vrachtwagens in tegengestelde richting op gang. Deze keer zie ik geen lint van stof aan de horizon verschijnen of verdwijnen. Nee, deze keer zie ik voor de laatste keer mijn geboortedorp door een wolk van stof aan de horizon verdwijnen. Allahu Akbar! Wat staat ons op deze moeilijke en gevaarlijke reis naar Nederland allemaal te wachten?
Het is vreemd hoe snel de moraal van een groep mensen kan omslaan! Na enkele uren door elkaar te zijn geschud in de laadbak van een vrachtwagen, onderbroken door een drink en plas pauze, worden we in een verlaten school opgevangen. We hebben geen idee waar we zijn. Om de regeringstroepen te desoriënteren hebben de rebellen alle wegwijzers vernield en vernietigd. De school lijkt nog niet zo lang geleden verlaten. Slechts een dun laagje stof bedenkt te berg tafels en stoelen die op een hoop in een hoek van een klaslokaal zijn geworpen.
De soldaten zijn vriendelijker dan we hadden verwacht. De duivelse kolonel en zijn sergeant zijn in geen velden of wegen te bekennen. De soldaten die de leiding geven werken met een ongekende nauwkeurigheid en ijver de opdrachten op hun lijsten af. Het is duidelijk dat ze dit vaker hebben gedaan. Hoe vaak? Dat kan niemand zeggen! Met zekerheid heeft de kolonel enkele van deze pelotons onder zijn leiding. Pelotons die niet van elkaars bestaan afweten. Pelotons die denken dat zij de elite zijn die de eer hebben om onder de kolonel te mogen dienen.
De stress van het afscheid is met elke kilometer die we verder van onze geliefden wegreden afgenomen. Het voelt nu meer als een schoolreisje! Er hangt een geur van eten rond de school. Die geur maakt ons hongerig. Het duurt niet al te lang en er stapt een rij mannen met grote pannen het klaslokaal binnen. Een enorme pan met gekookte rijst is de laatste. De geur van gestoofde geit verspreid zich tussen de mannen door en de magen beginnen te knorren.
Als geiten op een haverkist duiken we op de pannen. De geëmailleerde schaaltjes zijn niet al te groot maar al het eten wat we krijgen is welkom, er is voldoende en sommige gaan zelfs voor een tweede portie. We hebben tenslotte geen enkel idee wanneer we weer te eten krijgen. Op elk gezicht in het klaslokaal staat een glimlach! Boeren vliegen door het klaslokaal en de soldaten moeten om ons lachen. Nog een slok water en dan even slapen! Niemand, behalve de soldaten, heeft een idee waarom we hier zijn.
Met een klap zwaait de deur van het klaslokaal open en in de deuropening verschijnt het onmiskenbare gestalte van de kolonel. Het binnendringende harde zonlicht doet pijn aan onze ogen. Met de kolonel stappen ook de twijfel en angst het donkere klaslokaal binnen. We voelen, we weten, dat er opnieuw bloed zal vloeien. Het witte krijt krast schel op het zwarte schoolbord.

“Libya”

Als bange kinderen zitten we bij elkaar gekropen op de vuile vloer. De monoloog begint!
‘Assalamu alaikum! Ik hoop dat jullie een goede reis hebben gehad! Maar dit is pas het begin van een lange reis naar Libya!’
Een golf van zuchten glijdt door het klaslokaal. De mannen kijken elkaar aan, Libya, dat is haast de andere kant van de wereld. Niemand in dit klaslokaal is ooit zo ver van huis geweest!
‘Jullie vertrekken vannacht. Er zal alleen ’s nachts worden gereisd om zo uit de handen van opstandelingen, de politie en andere corrupte ambtenaren te blijven. Veertien lange dagen zal deze reis duren. Soms per vrachtwagen, maar ook stukken te voet wanneer we ongezien een grens of rivier moeten oversteken. Jullie krijgen eten en drinken onderweg, het zal jullie aan weinig ontbreken, jullie zijn de hoop en toeverlaat van jullie dorp. Jullie zullen voorspoed en rijkdom over jullie dorp uitgieten!  Allahu Akbar!
Eenmaal in Libya zullen jullie verdere instructies ontvangen. Laat jullie volk en gezinnen niet in de steek, vlucht niet uit deze groep want dan zal de dood gaan regeren!  Allahu Akbar!’
Zo onverwacht als de kolonel was gekomen verdwijnt hij weer. We blijven in vertwijfeling achter. We kijken elkaar onbegrijpend aan en halen onze schouders op. Wat kunnen we nog meer doen? De beslissingen zijn genomen, ons doel staat vast en we hebben geen enkele inspraak. We moeten ons lot nemen zoals het komt.
Zodra de zon in het westen begint te zakken en de lucht boven de steppen oranje kleurt worden we ruw door de soldaten gewekt. We moeten ons klaarmaken voor het vertrek. Enkele geitenleren waterzakken worden overhandigd wanneer we achter in de vrachtwagens klimmen. Zonder eten, zonder dekens, alleen met de liefde van Allah. Schokkend komt onze vrachtwagen in beweging. De achtergebleven soldaten zwaaien ons uit met een blik op hun gezicht alsof ze weten dat ze ons meer zullen zien. In de koude van de woestijnnacht kruipen de mannen dicht tegen elkaar. Verbonden door het lot en vol verlangen naar hun vrouwen die al honderden kilometers bij hun vandaan eenzaam in bed liggen.
Tijd en licht zijn samen te meten, tijd en donker daartegen verstrengelen zich en lossen op in het niets. Hoelang we hebben gereden weet ik niet, twee uur, drie uur, òf nog meer? Ik weet het echt, dat ene moment van slaap heeft mijn gevoel voor de tijd verstoord. Weer wordt er bij een klein huisje gestopt. Zodra we het teken van de chauffeur krijgen om uit te stappen rennen de mannen zo snel als hun voeten ze kunnen dragen naar de rand van de weg. De blaas doet pijn en de druk moet worden verlicht. Achter ons horen we de mannen de tanks van de vrachtwagens met dieselolie vullen. Brandstof is duur zo ver van de bewoonde wereld, maar de kolonel heeft op veel plaatsen zijn handlangers.
Wanneer we het bevel krijgen om weer in te stappen zien we niet dat er twee nieuwe passagiers zijn ingestapt. Pas wanneer onze ogen weer aan het donker zijn gewend zien we de twee met hoofddoeken getooide mannen achterin tegen het motorschot aanzitten. De warmste plaats van de laadbak, de plaats gereserveerd voor de sterksten. Alleen het wit van hun ogen is achter hun omhoog gerolde omslagdeken zichtbaar. Het is een luguber gezicht! Een van de grootste en sterkste mannen uit ons dorp probeert zijn oude zitplaats op te eisen. Tevergeefs! De twee nieuwelingen beschikken over korte gekromde, en ongetwijfeld vlijmscherpe, messen. Dat zijn wapens waar niemand met blote handen tegen wil vechten.

Wordt vervolgd

vrijdag 19 december 2014

Nederland: Regendruppels aan de waslijn deel 2

Zaltbommel,

We luisterden aandachtig naar wat er zou gaan komen!
‘Beste mannen van dit dorp. Ik ga jullie een genereus aanbod doen! Een aanbod dat jullie leven, het leven van je vrouw en kinderen voor altijd zal verbeteren. Jullie kinderen zullen geen armoede en geen honger meer kennen. Jullie kinderen zullen in de toekomst naar onze scholen kunnen en zich ontwikkelen tot intellectuelen die zichzelf, de nieuwe staat en Allah zullen dienen. Soldaten van Allah zullen storten in een nieuwe Jihad om de ongelovige honden uit westen te bekeren. Samen kunnen wij met onze strijd het ultieme doel van het islamitisch wereldrijk bereiken. Allahu Akbar!
De weg naar het ultieme doel van het islamitisch wereldrijk is lang en kostbaar. Jullie gaan, als soldaten van onze grootste god, als dienaars van de puurste islamitische staat het geld en goud samenbrengen om ons gemeenschappelijke doel te bereiken. Jullie zijn arme en vrome boeren die geen geld of rijkdom te schenken hebben! Maar jullie zijn kinderen en strijders van Allah. Samen zijn jullie een krachtig wapen dat het benodigde fortuin bij elkaar kan verdienen. Allahu Akbar!
Mijn vrienden en geloofsgenoten, jullie gaan op reis. Op reis naar het hart van de ongelovige westerse hond. Jullie gaan naar Nederland. Een land van ongelovige honden die strijden tegen onze moslimbroeders in velen gerechtvaardigde heilige oorlogen. Jullie gaan het land destabiliseren en dan een tweedeling in de samenleving op gang brengen.
Eenmaal in Nederland aangekomen zullen jullie worden opgenomen in de duivelse samenleving. Als beloning zullen jullie geld van de regering van de honden ontvangen. Soms zelfs tot 2.000 Amerikaanse dollars per maand. Allahu Akbar!
Vanaf de dag dat jullie het geld ontvangen moeten jullie minimaal honderd dollar per maand terug sturen naar jullie vaderland. Wij beheren de sharia banken, elke maand bezoeken wij het dorp en overhandigen aan jullie vrouwen en kinderen zeventig dollar. Dat is veel geld! Dat is de beloning aan jullie vrouwen en kinderen voor de grootste opoffering met als het ultieme doel van het islamitisch wereldrijk. Allahu Akbar!
Van de dertig dollar belasting die wij achterhouden betalen we jullie reis, de nieuwe islamitische scholen, de imam’s die de Koran aan jullie kinderen zullen onderwijzen, de moefti’s die de strengste sharia wetten uitvoeren en de strijdt tegen de ongelovige honden in de hoofdstad! Het zal niet voor iedereen even gemakkelijk zijn maar de kracht van Allah zal jullie in moeilijke tijden helpen. Allahu Akbar!’
‘En wat als we niet willen’, klonk het onverwacht uit de groep mannen.
De kolonel keek verbaasd op en trok zijn revolver voor de tweede keer uit zijn holster. Ik kon de met ivoor ingelegde handgreep nu goed zien. Het roomkleurige ivoor stak vreemd af tegen het glimmende chroom. Zijn ogen zochten door de menigte of hij iets ongewoons kon ontdekken dat naar de opstandige aanhoorder kon leiden. Niets! Helemaal niets!
Hij stak zijn revolver hoog in de lucht, ik zag de menigte mannen weerspiegeld in de glimmende trommel, en sprak zacht en langzaam: ‘Dan zal deze kleine nederige dienaar van Allah recht spreken! Allahu Akbar!’
Als een donderslag bij heldere hemel werd de stilte doorbroken! Een oorverdovend geruis van honderden stemmen die met elkaar overlegden en elkaar probeerden te overstemmen bespraken het aanbod van de rebellen kolonel. De kolonel liep achteruit terug naar zijn geïmproviseerde troon terwijl al zijn soldaten hun machinegeweren in de aanslag hadden. Zij wisten uit ervaring dat dit het gevaarlijkste moment was van de hele operatie.
Zodra de stilte weer van het lawaai had gewonnen leek de zaak beklonken. Met enige terughoudendheid en hun machinegeweren nog steeds in de aanslag voegden zich een dozijn soldaten bij de groep mannen. De kolonel zat weer op de klapstoel, met de sergeant staand aan zijn zijde, en zijn duivelse glimlach op zijn gezicht.
‘Oh ja, ik was nog een kleinigheid vergeten! Voor diegene die denken dat ze kunnen ontsnappen op weg naar Nederland. In jullie groep zullen enkele van mijn mannen in burger aanwezig zijn. Zij hebben tevens het geluk dat zij een nog hoger doel dienen! Zij gaan de honden in Nederland in het hart raken met zelfmoord aanslagen. Een grootse daad die ze een martelaar van Allah zal maken. Zij zullen worden opgewacht door zeventig maagden in het paradijs! Zij zullen tot in de eeuwigheid leven in rijkdom en geluk. We kunnen misschien niet zo snel winnen, maar we kunnen wel zorgen dat de vijand ook verliest! Allahu Akbar!
Er is maar een straf voor de moenafik (ongelovige) vluchter, of voor diegene die verzaakt maandelijks geld naar huis te sturen. Bij terugkomst in je dorp zal je een leeg huis òf een lege hut aantreffen! We schieten je hele gezin naar jahannam (de hel) zodra ons het bericht van je ontsnapping bereikt, dus terugkomen naar het dorp heeft geen enkele zin. Er wacht alleen maar leegte en eenzaamheid, en grafmonumenten in het zand! Mijn mannen zullen je ook in Nederland of ergens anders weten te vinden want onze ogen, oren en macht reiken tot het einde van wereld! Allahu Akbar!’
We keken elkaar aan. Het was duidelijk! We hadden geen keuze. De meningen over het onverwachte aanbod van de kolonel in de groep liepen ook uiteen. Er waren mannen die er 100% voor waren om zich op te offeren voor hun gezin en voor Allah. Er waren ook mannen die op voorhand al fluisterden dat ze van alles zouden proberen om er onderuit te komen.
De selectie procedure begon! Een soldaat met een brede rode streep op zijn mouw leek de leiding te hebben. Hij porde een boer in zijn ribbenkast en gebaarde met zijn wiebelende hoofd dat hij zijn vrouw en kinderen aan de overkant van de straat moest gaan halen. Met zijn zessen liepen ze stil en onderdanig op de kolonel toe. Van de korte woordenwisseling tussen de kolonel en de man konden we niets horen. De man knikte naar de kolonel, de vrouw begon zachtjes te huilen en de kinderen om hun heen begrepen er waarschijnlijk niets van.
De soldaten hadden hun aanvoer voor de selectie al snel op orde. Je kon zien dat zij het niet voor de eerste keer deden! Terwijl de kolonel zijn beslissing aan het slachtoffer kenbaar maakte stond er aan de overkant van de weg al een gezin klaar om direct voor de kolonel te verschijnen zodra hij zijn beslissing had genomen. Aan onze kant van de straat stond er dan ook meteen weer een man klaar om zijn gezin aan de andere kant bij elkaar te zoeken.
Het ging snel en zonder een enkelprobleem! Ik had geen idee wat er door de kolonel gezegd werd totdat ik zelf met mijn gezin voor de vorst van de hel stond.
‘Assalamu alaikum! U gaat naar Nederland!’, ik knikte en keek naar mijn vrouw, ‘u stuurt elke maand honderd dollar naar uw vrouw! Het kan ons niet schelen hoe u aan dat geld komt. Zie het als een belasting voor een hoger doel en een beter leven voor uw vrouw en kinderen! Wanneer u ons aanbod weigert of probeert te ontsnappen schieten we meteen uw vrouw en kinderen dood in de naam van Allah. U wordt over twee dagen door een vrachtwagen opgehaald. Neem niet teveel bagage mee want u bent een vluchteling! Onderweg wordt u verteld wat uw verhaal is aan de autoriteiten zodra u in Europa en Nederland bent aangekomen. Begrepen?’
Ik knikte en keek op naar het gezicht van de man die mijn leven voorgoed had veranderd. Ik zag haat, de dood en hebzucht in zijn ogen. Het was me meteen duidelijk dat hij serieus was met zijn bedreigingen en dat hij een harteloze soldaat van het fortuin was. Dit had niets met Allah en de liefde uit de Koran te maken. Dit was een moordenaar die alleen maar dacht aan zijn eigen gewin. Helaas had ik geen keuze. Voor mezelf zou ik de kogel hebben gekozen, maar de dood is het laatste dat ik zou willen voor mijn vrouw en mijn kinderen.
‘Ga! Allahu Akbar!’, schreeuwde hij terwijl ik zijn speeksel op mijn gezicht voelde.
In stilte verwijderden we ons van de plaats des onheils. We waren nog geen vijftig meter ver toen onze diepste gedachten wreed werden verstoort door het geluid van een revolver. We keken om en zagen hoe onze buurman zijn laatste stuiptrekkingen had. Zijn hysterische vrouw was de volgende. In stilte en met afschuw keek de overgebleven menigte naar het schouwspel. Er volgde nog twee schoten waarna de revolver hard en luid klikte. De kamers van de trommel bevatten alleen nog lege hulzen. De kwade kolonel greep de Kalashnikov van de sergeant, die ongeroerd naast hem tegen de vrachtwagen stond, en liet de met staal beklede houten kolf met een klap op het kleine hoofd van het laats overgebleven kind van het gezin neerkomen. Het geluid van het kraken van de nog onvolgroeide schedel ging door merg en been. Het voorbeeld was gesteld! Er zou vanaf nu geen enkele man de opdracht van de kolonel weigeren!
Besmeurd met bloed en een lege revolver beval de kwade kolonel zijn boosaardige handlanger, die glimlachend naast hem stond, dat hij de selectie moest voortzetten. De duivel zelf liep rustig en onbewogen naar een vrachtwagen en klom aan de achterkant naar binnen. Niet iedereen moest mee op reis! Er werden enkele oude, gekke en kreupelen gespaard. Of dat een betere lot was wist ik ook niet zeker!
Zodra het laatste gezin voor de sergeant had gestaan kwam de kolonel, gestoken in een fris uniform en met een gevulde revolver, weer uit de vrachtwagen tevoorschijn. Zijn voorbeeld had gewerkt! Minachtend keek hij naar de vijf lichamen die midden op de straat lagen. Een duivelse en voldane glimlach verscheen op zijn mond. De sergeant maakte oogcontact en nam meteen die duivelse grijns van zijn meerdere over! De zaken voor vandaag waren afgehandeld!
‘Laat die ongelovigen maar midden op de straat liggen! Zij zullen een goed voorbeeld zijn voor de weinigen die misschien nog twijfelen om op reis te gaan!’
De kolonel rees zijn armen totdat ze niet verder omhoog konden, keek naar de blauwe lucht en schreeuwde uit volle borst, ‘Allahu Akbar!’
Deze woorden van zijn zware stem rolden als een aansnellend onheil over de heuvels en door de dalen van het dorp. Het oordeel was uitgesproken! De soldaten klommen weer in de voertuigen, motoren werden gestart, en het geluid van de colonne des doods doofde bij elke meter die de duivel verder van het dorp vandaan reed! Een lint van stof aan de horizon achterlatend.

Wordt vervolgd

donderdag 18 december 2014

Nederland: Regendruppels aan de waslijn

Zaltbommel

Wanneer ik om half twaalf mijn ogen open en naar buiten kijk zie ik buiten regendruppels aan de waslijn hangen. In een dorp op het platteland, een klein dorp waar we niet ècht welkom zijn. Ondanks dat we hier niet welkom zijn zijn er hier toch heel veel aardige mensen. Onze komst heeft de lokale economie doen opleven. We hadden nooit kunnen denken dat er in het rijke Nederland ook mensen moeten zien te overleven!
Tien maanden, tien lange maanden, ben ik nu in Nederland. In opvangcentrum “het Weiland”. Mijn gedachten dwalen direct af naar thuis, mijn geboortedorp in de heuvels van mijn geboorteland dat ik ruim een jaar geleden heb moeten verlaten. Mijn vrouw en kinderen, mijn familie en vrienden, ver weg in een land dat ik waarschijnlijk nooit meer zal zien. Ik zal nooit van mijn leven vergeten hoe deze hel, deze onwerkelijke nachtmerrie begon.

Een lang lint van stof waaide op in de verte en trok een grijze streep tussen het gele zand en de blauwe lucht. Bezoekers, op weg naar onze kleine slaperige nederzetting ver weg van de vijandige wereld. De grote grove banden van de legervoertuigen wierpen het stof op de vleugels van de wind totdat het stof te zwaar was geworden en zachtjes neerdaalde op de dorre heuvels. Het zwarte staal van de wapens glinsterde angstaanjagend in de vroege ochtendzon.
Met een luide doffe schuiver van de banden op het fijne grind van de hoofdstraat kwamen de jeep en vrachtwagens tot stilstand. Een voor een klommen de in het groen geklede mannen uit de voertuigen en stelden zich op in een lijn. Het was een vaag voorteken van de dreiging die zich aanbood. De meeste soldaten waren fatsig van het vele eten en drinken. Het was duidelijk te zien dat het de rebellen aan niets ontbrak.
Terwijl mijn dorpsgenoten langzaam toestroomden om de bron van het lawaai te bekijken stapte er een dikke, overdreven vriendelijk glimlachende, man op de menigte af. Afgezien van een verchroomde revolver in een leren holster aan zijn koppel was hij ongewapend. Zoals zijn glimlach ook ontwapenend moest zijn. Hoelang hij daar zwijgend en glimlachend in het zachte aangename licht van de opkomende zon heeft gestaan weet ik niet. Het leken voor mij wel uren.
Hij stak zijn rechter hand op als teken dat de over zijn aankomst en doel van de colonne speculerende menigte moest zwijgen. Intimiderend zweeg hij en lachte ons minachtend toe. Het was muisstil in het dorp. De enige geluiden die de stilte doorbraken waren het mekkeren van een geit en het brommen van een vlieg.
Zijn stem sneed door de stilte!
‘Ik ben de kolonel! Mijn naam is niet belangrijk! Wanneer jullie mij aanspreken gebruiken jullie alleen kolonel en niets anders!’ Iedereen die me niet met kolonel aanspreekt schiet ik persoonlijk een kogel door zijn kop! Ik wens geen tegenspraak en jullie spreken alleen wanneer ik jullie daar om vraag!’
Geluidloos knikte de toegestroomde mensen als teken dat ze het hadden begrepen. Dit waren de rebellen die een groot gedeelte van het land onder controle hadden. De haast democratische gekozen regering en het officiële leger hadden alleen de hoofdstad en omstreken onder controle. Een klein gebied waar alle machtige en rijken van het land zich hadden verzameld om onder het veiligheidsscherm van het leger hun decadente leven voort te zetten. Wij arme boeren telden voor die rijken niet mee, wij waren overgeleverd aan de grillen van de rebellen.
De kolonel keek eens goed om zich heen en wachtte tot een soldaat met een houten, en groen canvas beklede, klapstoel verscheen. In de schaduw van een vrachtwagen zeeg de dikke kolonel op zijn denkbeeldige troon neer. Als een vorst uit de hel, als de duivel zelf zat hij daar in stilte glimlachend te wachten. Te wachten waarop? Een duivelse gedachte die voor eeuwig en altijd ons leven zou veranderen? Ze waren hier niet om ons te helpen, dat was duidelijk.
Zonder een woord te zeggen wees de kolonel een man in het toegestroomde publiek aan. Drie van zijn manschappen stapten op hem af en haalde hem uit de menigte. Ondanks dat de tenger gebouwde man niet tegenstribbelde werd hij met bruut geweld op zijn knieën in het zand voor de kolonel neergezet. De kolonel was geen man die zijn adem verspilde aan zinloze woorden! Hij haalde zijn chromen revolver uit de leren holster aan zijn koppel en zette met zijn duim de haan op scherp. Een magere kleine vrouw slaakte een kreet van wanhoop, rende op de knielende man af en wierp zich als een beschermende deken op weerloze boer.
De stilte werd doorbroken door twee luide knallen uit de vuurspuwende revolver. Bloed vermengde zich met zand. Zo stonden we daar geluidloos in de dorpsstraat totdat de kolonel een teken aan zijn manschappen gaf om de dode lichamen op te ruimen. Vier soldaten grepen elk een voet en sleepten de levenloze lichamen weg, een lang spoor van bloed achterlatend in het fijne grind als teken dat de kolonel geen tegenspraak wenste.
Opnieuw viel de stilte over het dorp. Met elke seconde die we naar de glimlachende moordenaar keken werd onze angst groter. Ze waren hier niet om ons allemaal te vermoorden, dat was zeker! Anders waren we nu allang dood geweest door een kogelregen uit de geladen Kalashnikov’s van de rebellen.
En opnieuw die stilte en die duivelse glimlach van de kolonel. Zijn manschappen stonden als zwarte helpers van de duivel bijeengepakt in de schaarste schaduw van hun vrachtwagens. Het duistere spel van de kolonel werkte en de angst van de arme boeren groeide met het verstrijken van elke seconde. Hij wenkte naar een van zijn manschappen, die aan het zien van het goud op de schouder van zijn groene overhemd een hogere rang bezat, dat hij dichterbij moest komen.
De slungelige soldaat slenterde naar de kolonel en boog zich voorover om de gefluisterde bevelen aan te horen. Hij rees weer recht op! Zijn hand ging naar de rand van zijn baret en terwijl hij de kolonel salueerde klikte hij de hakken van zijn hoge legerkisten tegen elkaar. Een hartverscheurend geluid dat de angst in de arme omstanders deed oplaaien als een storm aan een vuurzee. Hij draaide zich om zijn as op de plaats en maakte zich gereed om de bevelen van de kolonel aan ons door te geven.
‘Ik ben de sergeant!’
Om ons op ons gemak te laten voelen werden we aangesproken in ons eigen eeuwenoude dialect. En het werkte! Er viel wat van mijn angst weg en voor een kort moment voelde ik me zelfs op mijn gemak. Maar niet voor lang! Hij schreeuwde luid zijn bevelen in een ander dialect en alle soldaten kwamen in beweging. Ze wierpen zich als een troep hongerige wolven op de menigte. Onze armageddon was begonnen!
De mannen en vrouwen werden gescheiden, beter gezegd, de mannen en vrouwen met hun kinderen werden gescheiden en plaatsen zich ieder aan een kant van de straat. De kolonel rechtte zijn rug en stond op.
‘Een voor een gaat er een man naar de overkant om zijn vrouw en kinderen op te halen. Dan komen jullie met jullie gezin naar me toe en zal ik een beslissing nemen. En denk niet om vals te spelen want alle vrouwen en kinderen die overblijven schieten we aan het einde van de selectie dood!’, klonk er uit zijn keel.
Enkele vrouwen in de groep begonnen zachtjes te huilen. Getroost door hun kinderen luisterden ze naar de kolonel die naar ze toe was gelopen om zijn duivelse plannen te onthullen.
‘Wie is er weduwe?’, vroeg hij zacht en vol medelijden.
Enkele huilende vrouwen omringt door hun kinderen staken hun hand op.
‘Ga naar jullie huizen en hutten! Wij zijn geen monsters. Wij willen alleen het beste voor ons land en ons volk!’
Duidelijk opgelucht maakten de weduwen, achtervolgd door hun kroost, zich snel uit de voeten voordat de kolonel zich zou bedenken. De rest van het dorp in onzekerheid aan beide kanten van de straat achterlatend. Iedereen vroeg zich in angst en een geforceerde stilte af wat er met de overgebleven bevolking uit het dorp zou gaan gebeuren.
De kolonel stond op en met de sergeant aan zijn zijde beende hij naar de groep afgezonderde mannen. Enige minuten stond hij naar ze te grijnzen. Het leek dat de kolonel zich moest bedenken wat te zeggen. De bange mannen wisten beter. Deze duivel had al heel lang geleden zijn snode plannen gesmeed.
‘Luister goed’, maande hij, terwijl zijn gezichtsuitdrukking nu in een serieuze was veranderd, ‘ik vertel dit verhaal maar één keer!’

Wordt vervolgd
Copyright/Disclaimer