dinsdag 19 januari 2010

Nieuw Zeeland, een dag in Wellington

Wellington, 19 januari 2010

Vandaag stond er weinig op mijn agenda. Er is hier namelijk niet erg veel te zien of te doen. De belangrijkste bezienswaardigheid is het “Te Papa” museum, en dat kon ik volgens de Lonely Planet “onmogelijk overslaan”.
Na het ontbijt en een korte internet sessie trok ik de verlaten stad in. Slenterend door de lege winkelstraten kreeg ik een beetje medelijden met mezelf.
“Waar was ik in hemelsnaam aan begonnen”, dacht ik hardop.
“Het komt volgende week allemaal goed!”, stelde ik mezelf gerust.
En ik voelde me inderdaad beter. Na een kop koffie en een broodje ging ik richting het “Te Papa” museum. Een mooi modern gebouw aan de haven met een paar mooie tentoonstellingen over uiteenlopende onderwerpen. Ik wil niet zeggen dat ik genoeg had van de Maori cultuur maar een tweede expositie binnen een week was wel een beetje teveel van het Polynesische volk.

De expositie over de ondergang van de Romeinse stad Pompeï was veel interessanter. Jammer dat me na een half uur verboden werd om nog meer foto’s te maken. Die helm van de gladiator had ik er nog graag even op gezet.

Al met al was het toch weer een leuke middag. In de warme middagzon aanschouwde ik het dagelijks leven in een stad aan het water. Wellington is overdag wel een leuke stad maar ‘s avonds is er bar weinig te doen.

Mijn avondeten gebruikte ik in “Leuven”, een mooie bar/restaurant niet ver van het hostel. Balletjes gehakt met patat en mayonaise. Hollandse prijzen maar wel heerlijk. Al vroeg was ik weer op de kamer omdat je nergens in het hostel je eigen wijn mag drinken. Het gevolg is een lege gemeenschappelijke ruimte én bar. Geen enkele backpacker kan zich drie Euro voor een biertje veroorloven!

maandag 18 januari 2010

Nieuw Zeeland, een rit in de “Overlander”

Wellington, 18 januari 2010

De wekker heb ik ook deze ochtend niet gehoord. Met net voldoende slaap werd ik voordat de wekker afging om half zes wakker. Na tien minuten te hebben liggen nadenken over “de zin het bestaan” stapte ik de open ruimte in het midden van de pikdonkere kamer in. Gisteren was mijn rugzak al negentig procent gepakt en alleen een paar kleine dingen moesten nog een plaatsje krijgen. Juli stond meteen naast me om afscheid te nemen en iets over zes stapte ik de schemerige ochtendlucht van Auckland in.
Gisterenavond had ik gelukkig op tijd ontdekt dat het stationsgebouw waar ik al vaak was langsgekomen niet meer in gebruik is. Er was nu een station, Britomart, onder de grond en dat lag twee keer zo ver weg. Met een natte rug en stevig hijgend liep ik het perron op. Perron drie, een gewone trein met vier rijtuigen stond al klaar en de achterste had een gezellig zitje. Daar zou ik dus wel willen zitten deze reis!
De rugzak werd strategisch in het gezellige zitje geplaatst en ik ging op pad voor een kop koffie terwijl een kale Welshman mijn rugzak in de gaten zou houden. Bij terugkomst stond mijn rugzak nog alleen in de trein omdat je internetkaartje moest worden gecontroleerd. Je kreeg dan ook meteen een stoelnummer toegewezen. Dat was balen! Maar mijn stoelnummer bleek een lot uit de loterij. Twee rijen voor het gezellige zitje achter in de trein!

Terwijl ik zat te wachten en genoot van mijn koffie en broodje rosbief werd het steeds drukker achter in de trein. Een man van mijn leeftijd met een kind en een oudere vrouw maakte de groep compleet. Langzaam trok de trein op en de reis door het hart van Nieuw Zeeland was begonnen. In het begin van de reis vroeg ik me nog een paar keer af waarom ik voor de treinreis had gekozen. Ik wist het niet. Ik wilde eerst rustig aan beginnen aan deze nieuwe reisbestemming en een treinreis leek me een rustig en zeker begin.

Steve Porter en Brianna bleken een godsgeschenk. Steve reed in zijn vrije tijd op een oude stoomtrein en hij kende het traject uit zijn hoofd. Onderweg wist hij steeds interessante dingen en kleine anekdotes te vertellen. Over rampen en technische zaken. Met een gemiddelde snelheid van zestig kilometer per uur reden we door het steeds wisselende landschap. Glooiende groene heuvels met af en toe in de verte een flinke vulkaan. De “Ruapehu” is 2797 meter hoog en toen hij zich voor een moment liet zien door het opengaande wolkendek stond hij meteen op de lijst van plaatsen die ik op het Noord-eiland wilde bezoeken.

Na ruim twaalf uur en 681 kilometer in de trein reden we het station van Wellington binnen. De eerste indrukken waren ook precies wat ik er van verwacht had. Auckland op een zondagochtend! De stad was uitgestorven en ik vroeg me nu voor de eerste keer hardop af wat ik in Nieuw Zeeland zou moeten gaan doen. Gelukkig was dit gevoel snel verdwenen.
Aan de receptie van het hostel waren de zaken zo geregeld. Het “Downtown Backpackers” is een hostel van Australische proporties. Je moet er voor alles betalen en op alles zit een heftig statiegeld. Er zijn meer regels dan bij het golf en het is en blijft erg onpersoonlijk, net als in een hotel.
“Het is maar voor twee dagen”, lachte ik in mijzelf.
De kamers waren prima maar de matrassen waren wel heel erg dun. Ik hoopte dat ik een goede nachtrust zou hebben maar ik had wel mijn twijfels. Na een avondmaaltijd van mosselen met brood vond ik dat het allemaal genoeg was geweest. Ik was moe en wilde slapen.

Voordat ik in slaap viel dacht ik nog na over de treinreis.
“Zou ik het nog een keer doen?”
“Zeker niet, want ik kom hier nooit meer terug!”
Ik heb het tot nu toe prima naar mijn zin maar ik kom hier bijna zeker nooit meer terug.
“Waarom?”
“Nieuw Zeeland ligt aan het einde van de wereld zoals wij het kennen, je bent er nooit op doorreis en dat maakt het duur.”
“Wat ik tot nu toe op het Noord-eiland vanuit de trein heb gezien is ook niet echt bijzonder. Ik heb het allemaal al een keer ergens anders gezien.”

zondag 17 januari 2010

Nieuw Zeeland, een rustige zondag

Auckland (Lantana Lodge), 17 januari 2010

Na twee mislukte pogingen om het eiland “Rangitoto“ in de baai van Auckland te bezoeken heb ik de brui er maar aangegeven. De de anderhalve fles witte wijn en twee grote glazen bier hebben goed hun werk gedaan en sliep ik lekker uit! Ik had een rustige dag in mijn gedachten en dat zou het ook worden.
Een grappige klungelige Spanjaard die je meteen aan Manuel uit “Fawlty Towers” deed denken was gisteren in het hostel aangekomen. Zijn aanwezigheid was overduidelijk, van vreemde hilarische uitspraken in het Engels tot het, natuurlijk per ongeluk, omstoten van de meest uiteenlopende zaken in de keuken. Inclusief het klungelige opruimen van de rotzooi.
“Juli”, was zijn naam en vandaag had hij weinig te doen. Tijdens het aanhoren van zijn plannen voor Nieuw Zeeland had ik een beetje medelijden gekregen en nadat ik mezelf over mijn hart had gestreken nam ik hem maar mee de stad in. Doelloos rondslenteren door de winkelstraten van Auckland was het doel van deze zondagmiddag.
Even terug naar “Juli”. Hij was van plan om een kamper te kopen en dan acht maanden door Nieuw Zeeland te trekken. Een plan dat zeker goed mogelijk is en ook een moedig plan voor een jongen van vierentwintig. Alleen het antwoord op mijn vraag hoeveel geld hij gespaard had stemde me treurig. Hij had iets meer dan vierduizend Euro op zijn rekening staan! En het gemak waarmee hij de bus in stapte, zes keer per dag á nz$ 2,-, voorspelde weinig goeds.

Onderweg kletsten we op drieëndertig toeren zodat hij het Engels goed tot zich kon laten doordringen. Af en toe kwam ook zijn kleine woordenboek te voorschijn. Nadat ik hem langzaam had voorgerekend dat hij ongeveer € 16,- (nz$31,-) per dag had te besteden begon het ook bij hem door te dringen dat het maar net genoeg was om voor de hostels te betalen. Zijn antwoord was onzeker maar ook meteen zelfverzekerd. “Hij zou onderweg wel werken!” Wat hij ging doen wist hij nog niet. Zijn problemen bleken alleen maar veel groter, hij had namelijk maar een visum voor drie maanden.
Ik gaf hem wat raad over het reizen in het algemeen en zo kwam er een einde aan een plezierige middag. We moesten terug naar het hostel en hij wilde met de bus terug gaan. Ik had daar geen probleem mee maar ik zelf zou gaan lopen. Ik moest namelijk nog ontbijt voor morgen en een fles witte wijn voor vanavond kopen. Met een lichte tegenzin liep hij met me mee terug. Onafgebroken spuide hij de meest ,onmogelijke, oplossingen voor zijn probleem. Hij dacht er in ieder geval wel over na!

Mijn geplande Take-away noedels met groenten werden omgewisseld voor “Fish and Chips”. Na het eten had ik nog een leuk gesprek met een medebewoonster van het hostel. Toen mijn fles wijn burgermeester was gemaakt zocht ik mijn bedje op. Morgen zou een gemakkelijke maar toch een vermoeiende dag worden. Twaalf uur in de trein van Auckland naar Wellington.

zaterdag 16 januari 2010

Nieuw Zeeland, een lastige bovenbuurman

Auckland (Lantana Lodge), 16 januari 2010

Alle goede voornemens ten spijt viel het plan voor vandaag volledig in duigen! Ik was mooi op tijd naar bed gegaan en werd rond twee uur gewekt door het schudden van mijn bed. Voor een moment dacht ik dat mijn bovenbuurman naar het toilet moest en dat de ladder af kwam. Maar nee! Hij draaide zich alleen met veel kracht om. Nu heb ik al in heel wat gammele stapelbedden geslapen maar dit bed was de stevigste waar ik ooit op heb geslapen.
Om kwart over drie kwam en nog een groep kamergenoten terug van het uitgaan en de knipperende lichten, zingende ritssluitingen en opengaande stalen deurtjes van de kast maakten het alleen nog maar erger. Ook mijn bovenbuurman was nu ook uit zijn slaap en hij begon met nog meer energie in zijn bed te draaien.
Tegen de tijd dat ik eindelijk de slaap weer had gevat liep de wekker af. Het was me allemaal een beetje teveel na deze slechte nacht. Lekker in bed blijven liggen! Om half tien schonk ik mijn eerste kopje koffie in en schakelde over op plan B. Natuurlijk heb ik onderweg altijd een plan als reserve!
Plan B was een bezoek aan het “Auckland Museum”. Het museum was een absolute must omdat het een van de grootste verzamelingen van Polynesische en Micronesische kunst bezit. Onderweg naar het museum passeerde ik nog twee unieke huizen die ik snel aan de buitenkant bekeek. Het feit dat deze twee huizen op de lijst van bijzondere gebouwen staan geeft meteen aan dat er tijdens mijn verblijf in Nieuw Zeeland weinig oude gebouwen kunnen worden bezocht. Het leeuwendeel zal bestaan uit landschappen van uiteenlopende schoonheid.

Het museum was inderdaad de moeite waard, de begane grond dan want de expositie over vulkanisme en andere geologische zaken kon me niet zo boeien. Na het museum trok ik de stad weer in om gewoon een beetje rond te slenteren. Ik ben nu aardig gewend en voel me sterk, ik heb echt zin om er op uit te trekken.

Wat me wel zorgen baard is dat de meesten boekingen worden afgewezen. Hier en daar wordt er wel een boeking geaccepteerd maar de meesten worden meteen afgewezen. Wat daar de oorzaak van is is me nog niet helemaal duidelijk. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat ze liever helemaal geen boekingen van die BBH kaart willen accepteren. Ik moet daar eens dieper op in gaan.

De avond was heel gezellig met een gemengde groep uit alle hoeken van de wereld. De tijd vloog om en de flessen vlogen leeg. Het was zo gezellig dat we nog besloten om naar de kroeg te gaan. Het was niet echt druk in “The Bog” maar dat kon ons weinig schelen. Gelukkig sloot de kroeg vroeg zodat we na twee pinten en om half twee op bed lagen. Het was weer een leuke dag geweest.

Morgen ga ik weinig doen. Lekker relaxen en me voorbereiden op mijn vertrek. Een dag in de trein door het oneindige landschap van Nieuw Zeeland.

vrijdag 15 januari 2010

Nieuw Zeeland, Auckland, een stad met heuvels

Auckland (Lantana Lodge), 15 januari 2010

Het was later geworden dan ik had gepland en de eerste fles witte wijn smaakte ook uitstekend. Ik hoop dat het voorboden zijn van wat me nog te wachten staat. Om iets voor acht werd ik de eerste keer wakker. De gordijnen in de dorm zijn van uitstekende kwaliteit en laten geen straaltje licht door. Na het toilet te hebben bezocht ging ik nog even liggen. Dat werd dus uiteindelijk anderhalf uur!
Om kwart voor tien greep ik mijn eerste kop koffie en probeerde mijn telefoon of ik nu op het internet zat. Nee dus! Dat was dus het eerste probleem dat ik nog moest oplossen. Maar eerst moest ik nog wat eten en dat werd een ontbijt sub van Subway met een koffie. NZ$ 6,40 was een eerlijke prijs. Vanochtend had ik mijn geld geteld en ik had al heel wat gespendeerd! Natuurlijk was mijn kamer al tot maandag betaald en ook de NZ$ 70,- voor de telefoonkaart was een stevig bedrag. Een paar flessen witte wijn, en twee biertjes in de Ierse Pub en ik zat al dik boven de NZ$ 300,-.
Aangekomen bij de Telecom shop kon ik niet worden geholpen, ook de Vodafone winkel kon me niet helpen en mijn laatste kans was bij de Apple Shop. En daar was het zo gepiept! In de settings van mijn iPhone moest “internet.telecom.co.nz” worden ingevuld. Nu kon in ongehinderd door Auckland gaan wandelen.
Nou ja, ongehinderd? De heuvels in een stad als Auckland maken het niet echt een stad waar je even lekker ga wandelen. Heuvels die niet voor de trek in Nepal zouden onder doen liggen door de hele stad verspreid. Steile afdalingen worden bijna gevolg door hele steile beklimmingen. Ook in de vele mooie parken die Auckland heeft is het stevig aanpoten.
Eenmaal aan de waterkant werd het allemaal wat gemakkelijker. Toch was het ook vermoeiend, het lijkt wel of mijn in Nepal opgebouwde conditie weer helemaal verdwenen is. Na een heerlijke Maleisische lunch kocht ik nog een goedkoop paar flip-flops en ging op weg naar mijn hostel. Met lood in mijn schoenen beklom ik de heuvel aan het begin van Parnell road, ik werd zelfs ingehaald door een oude vrouw die haar hondje uitliet.
Gisterenavond was er een kaart besproken in de groep. Het ging over de “BBH kaart” die flinke kortingen zou geven op heel veel zaken zoals bezienswaardigheden en hostels. Een korte blik op de website haalde me over en daar vloog weer NZ$ 45,- uit mijn zak. Maar wel met de wetenschap dat het veelvoudige van dat bedrag zou worden uitgespaard.
Na twee dagen was ik dus klaar met de belangrijkste voorbereidingen en ik kon me nu op het plannen richten. Ik boekte nog wat hostels vooruit en dronk heerlijke witte wijn op de veranda van mijn hostel.

Morgen sta ik echt vroeg op om een boottocht naar een vulkanisch eiland te maken. De eerste korting is morgen dus al meteen binnen!

donderdag 14 januari 2010

Nieuw Zeeland, op de plaats van bestemming

Auckland (Lantana Lodge), 14 januari 2010

De eerste indrukken van Auckland zijn erg positief. Het is zelfs erg rustig in deze miljoenenstad. Vanaf de achterbank van een kleine Honda bekijk ik de langskomende bebouwing. Ik heb een lift van de luchthaven naar de stad gekregen. Sherman, een Kiwi met Maleisisch bloed in de aders, zat naast me in het vliegtuig. Na een powernap van een klein uur was ik er weer helemaal bovenop en het gevolg was een leuk gesprek met mijn buurman.
Mijn eerste indrukken zeggen “Ierland”! Nieuw Zeeland lijkt vanuit de auto op Ierland. Bij aankomst blijkt de “Lantana Lodge International Backpackers” een juiste keuze. De dorms zijn een beetje beklemmend en zouden best met een stapelbed minder kunnen doen. Voor de rest is het precies wat je van een hostel verwacht. Het is wel drukker dan ik had verwacht. De vakanties in NZ, zoals ik het vanaf nu ga noemen, zijn nog in volle gang en duren tot 1 februari.

Slaperig loop ik de stad in op zoek naar een ATM, de wisselkoers op de luchthaven was te slecht om er gebruik van te maken. Ik heb nog steeds geen NZ dollars op zak en dat terwijl ik mijn bed nog moet betalen en wat moet gaan eten. Een broodje shoarma met patat voor € 7,-- is mijn eerste avondmaal en de kwaliteit is verrassend goed, maar het is niet wat ik van de komende maaltijden verwacht.
De eerste druppels regen dalen neer terwijl ik terug naar het hostel loop. Het voelt een beetje als thuis! Het is heerlijk fris, het regent en er is geen hond op straat. Om tien uur gaan de oordoppen in en terwijl er nog een handvol mensen in de dorm met hun laptop bezig zijn probeer ik te slapen.
Elf uur later gaan mijn ogen weer open en ik voel me goed. Nog wel een beetje vermoeid, maar wel goed. Mijn Kiwi avontuur gaat nu echt beginnen!
Met een lijst kleinigheden te doen trok ik de stad in. De indrukken van gisteren werden verstrekt. Dit was geen miljoenenstad maar een groot dorp. Het was nu net zo druk als in Zaltbommel op een zaterdagochtend. De blauwe lucht was bezaaid met witte wolken die door de zuiderwind werden opgejaagd. Het was fris, maar dan aangenaam fris. In het wilde weg en zonder op de kaart te kijken liep ik zo goed als mogelijk richting de “Auckland Sky Tower”, het hoogste gebouw van het zuidelijk halfrond.
De ene na het andere autoverhuurbedrijf kwamen aan mij voorbij en de prijzen in de etalage logen er niet om. Het waren of lokkertjes, of ik had echt teveel betaald. Deze vraag moest beantwoord worden en ik stapte één van de bedrijven binnen. De eigenaar was druk aan het sleutelen en een vriendelijke vrouw, Gina, stond me te woord. Het duurde niet lang of ik had een schitterend aanbod op zak. In plaats van NZ$ 1145,- kon ik voor NZ$ 570,- een kleine auto voor dertig dagen huren. De auto’s waren misschien niet zo nieuw maar ik had ook 24/7 bijstand van de NZAA. Het verschil was genoeg om twintig dagen accommodatie te betalen!! Jullie begrijpen dat ik dit aanbod met twee handen aannam.
Met een warm en voldaan gevoel liep ik verder de stad in. Het saucijzenbroodje met een kop koffie waren voldoende voor de lunch. Bij een jetlag is het namelijk niet alleen de slaap die van slag raakt maar ook je spijsvertering.

De “Auckland Sky Tower” doemde op aan mijn rechterhand en met mijn hoofd in mijn nek liep ik richting het gevaarte. De toren lijkt minder hoog dan hij in werkelijk is en de mensen die er vanaf springen in een harnas zijn in mijn belevingswereld helemaal gek! Maar het blijft wel mooi om naar te kijken!

De rest van de dag was zo voorbij en na een korte internet sessie en een douche ging ik weer op pad voor het avondeten. En dat was twee keer een verrassing! De eerste was de voortreffelijke kwaliteit en de tweede was de prijs. Het was niet echt duur maar € 25,- voor het avondeten kan ik me niet elke avond veroorloven. De gedachte dat ik nog in het “Veel duurdere Auckland” was verzachte de pijn.

De plannen voor morgen zijn nog een beetje onduidelijk omdat ik
A) Nog erg vermoeid ben, en/of
B) Ik nog geen moment in de LP heb gelezen.
We zien wel wat ik moren ga doen, het hangt er ook vanaf hoe uitgerust en hoe laat ik morgen opsta.

woensdag 13 januari 2010

Australië, in transit!

Sydney skyline vanaf de luchthaven

Sydney (Kingsford Smith International Airport), woensdag 13 januari 2010

De eerste vierentwintig uur onderweg zitten er op!
De vlucht met de Airbus A380 is minder spectaculair dan je zou willen geloven. Het is lijkt eigenlijk dat je vliegt in een Boeing 777 met nog een vliegtuig er boven op. Het enige dat echt opvalt zijn de wanden van de cabine die boven je hoofd niet terug buigen maar recht omhoog gaan. Je hebt geen gevoel dat je in een ronde koker zit.
Ik was natuurlijk al erg vermoeid toen we uit Singapore vertrokken. De drie uur die je onderweg verliest door het tijdsverschil maakten het opnieuw een korte nacht. Een paar keer ben ik weggezakt maar van echt slapen is er weinig van gekomen.
Het krijgen van een instapkaart voor mijn laatste vlucht van Sydney naar Auckland met “Aerolineas Argentinas” bleek een groter probleem dan ik me ooit had kunnen voorstellen!
Eerst werkt de computer niet en daarna word me de hemd van mijn lijf af gevraagd over wie ik ben en waarom ik naar Nieuw Zeeland ga.
Ik moet alles zwart op wit overleggen en nadat het allemaal gecontroleerd is kan ik het doen met de mededeling dat mijn instapkaart bij de gate, die ook nog niet bekend is, klaar ligt. Vol goede moed loop ik ruim een uur later de vertrekhal binnen. Ik ben allang blij dat de spelfout in mijn achternaam onopgemerkt was gebleven. Mijn achternaam is fout ingevuld bij het boeken, Kuijnthes staat er op het ticket!
De waanzin van de 9-11 controles hebben hier “Down Under” hun hoogtepunt bereikt! Het flesje drinkwater dat ik tien minuten geleden in de luchthaven heb gekocht moet worden weggegooid bij een van de vier controles. Het is de waanzin ten top wanneer je je beseft dat 9-11 een nieuwe beveiligingsindustrie heeft gecreëerd waar tienduizenden verliezers zich belangrijk kunnen voelen!
Het eerste wat me in Sydney overviel was de enorme hoeveelheid blanke mensen om me heen. Na zo’n lange tijd in Azië te hebben doorgebracht valt dit meteen op. Ook de prijzen op de luchthaven van Sydney behoren waarschijnlijk tot de hoogste in de wereld. Het lijkt hier veel duurder dan op veel plaatsen waar ik het afgelopen jaar geweest ben. Dat belooft nog wat voor de laatste drie weken van deze trip.
Sydney skyline vanaf de luchthaven Met een uitzicht op de skyline van Sydney op de achtergrond zit ik nu knikkebollend in de terminal te wachten op mijn vlucht naar Auckland. Ik denk dat ik tijdens de drie uur durende vlucht mijn ogen nog wel even dicht knijp.
Hoewel? Ik verlies weer twee uur tijdens de vlucht en ik moet er natuurlijk wel voor zorgen dat ik vanavond goed slaap. Morgen is het tenslotte de eerste échte dag van mijn reis naar Nieuw Zeeland.

dinsdag 12 januari 2010

Singapore: In transit!

Eerste maaltijd aan boord van Singapore Airlines

Singapore (Changi Airport), dinsdag 12 januari 2010

Het nieuwe jaar is nog geen twee weken oud en ik loop alweer een eind achter met mijn verhalen! Het is dan ook heel erg druk geweest rond de feestdagen en de laatste dagen. De doopceremonie van de kleine Jacob en het opsnorren van mijn kaartenleverancier voor de GPS. De laatste was onbereikbaar waardoor ik nu met een geïmproviseerde elektronische kaart in mijn Garmin GPS op stap ben. Dat klinkt zwaarder dan het in werkelijkheid is!
Om vijf uur vanochtend was ik al wakker en om zes uur loopt de wekker af. De bus van negen uur zou me van het Noord-Pattaya busstation naar de “Suvarnabhumi” luchthaven in Bangkok brengen.
Ik loop rustig nog een keer door mijn spullen voor deze reis die wijd verspreid in mijn kamer op de vloer liggen uitgestald. Nadat alles is ingepakt heb zelfs nog tijd voor de laatste twee gebakken eieren met ham. De minibus is gelukkig precies op tijd en iets over half negen scheuren we door het langzaam ontwakende Pattaya.
In heb twijfels!
‘Wat bezielt me nu weer om twee maanden alleen op stap te gaan?’
Er is al veel over gezegd en gesproken!
Er zijn mensen die er heilig van overtuigd zijn dat ik voor de waarheid op de vlucht ben.
Nou, dat zie ik zelf heel anders!
Wanneer ik lang op dezelfde plaats blijf wordt ik van binnen onrustig.
Wanneer de interesse voor een plaats weg is dan wil ik verder om nieuwe plaatsen en nieuwe mensen te ontmoeten.
Het als de kauwgum die zijn smaak verliest!
Het is voor mezelf dan ook niet vreemd dat ik op deze ochtend met een vredig gevoel, en met een brede glimlach op mijn gezicht, om half één in de middag de Boeing 777 van Singapore Airlines in stap.
Op de luchthaven van Bangkok heb ik nog snel de nieuwste “Lonely Planet” van Nieuw Zeeland gekocht, het exemplaar dat ik in mijn bezit heb is al acht jaar oud, dus ik hoef me onderweg in het vliegtuig niet te vervelen.
En zo is het ook! Tijdens de vlucht van Bangkok naar Singapore heb ik de eerste drie bestemmingen, Auckland, Wellington en Christchurch doorgelopen en de belangrijkste bezienswaardigheden met een groene markeerstift aangestreept. Mijn reis is nu al gepland tot en met tweeëntwintig januari!
Het grove plan zit al langer in mijn hoofd.
Eerst een paar dagen acclimatiseren in Auckland, dan met de trein naar Wellington, een dagje rusten, met de veerboot naar Picton en dan weer met de trein naar Christchurch. Een paar dagen rond Christchurch en daar ook mijn verjaardag vieren, daarna de in Auckland geboekte huurauto ophalen.
Ik heb een kleine Japanse auto gehuurd voor dertig dagen zodat ik ook op de moeilijk bereikbare plaatsen kan komen en ook in de wat verder afgelegen hostels kan slapen.
De foto’s in de Lonely Planet zijn in een woord schitterend en ik kan alleen maar hopen dat ik mooi weer heb tijdens de nazomer in Nieuw Zeeland en dat ik voldoende mooie foto’s kan schieten.
Het verblijf op Changi Airport is altijd aangenaam. In Singapore weten ze precies wat transit passagiers nodig hebben tijdens de enkele uren die ze moeten overbruggen. Maar ook de vertrekkende, en arriverende, passagiers voelen zich welkom en op hun gemak. Ik drink een biertje en eet wat sushi die vers voor mijn neus word bereid.
Er wordt nu de “Final Call” voor mijn vlucht omgeroepen, morgenvroeg wordt ik boven Australië wakker.
Eerste maaltijd aan boord van Singapore Airlines Na het opstijgen gaan we snel aan een maaltijd van vis in een zoetzure saus en groente. Het smaakt me uitstekend en na twee rode wijntjes gaan de oordoppen in. Het is gelukkig rustig aan boord want dit is een goedkope maar zeer lange reis naar Auckland met drie verschillende maatschappijen!

zaterdag 9 januari 2010

Nederland, wordt het tijd om te vergeven?

Zaltbommel, 9 januari 2010

Vijfenzestig jaar na het einde van de tweede wereldoorlog wordt er nog steeds moeilijk gedaan over het Duitse volk. “Zij waren tenslotte begonnen”, is vaak de nog steeds heersende gedachte. In 1974 werd onze trots nog een keer onvergeefbaar gekrenkt toen het Duitse voetbalelftal ons veel betere Oranje in de finale van het wereldkampioenschap voetbal versloeg. Een hele generatie beleefde de oorlog en de bezetting opnieuw.
Na het zien van de gruwelijke beelden van de vernietigingskampen voelde de hele geciviliseerde wereld zich schuldig dat ze niet hadden ingegrepen toen ze acht jaar eerder de kans hadden gehad. Het schuldgevoel van de wereld resulteerde in het oogluikend toezien en accepteren van het stichten van een Joodse staat op Palestijns grondgebied. Groot-Brittannië wat op dat moment een beperkte macht heeft in Palestina stemt er meteen mee in.

Sinds het einde van de tweede wereldoorlog heeft het westen steeds, en soms tegen betere weten in,de Joodse staat gesteund. Zo mocht het land Israël als niet Europees land meedoen aan sport en culturele evenementen in Europa. Dit altijd onder het voorwendsel dat de deelnemers niet veilig in de omringende Arabische landen zouden zijn. Ze kregen privileges die soms toch ook wel een beetje te ver gingen.

Maar nu, vijfenzestig jaar later is ook een grote groep mensen in de wereld die het eigenlijk wel genoeg vindt. De groep mensen die de Duitsers nog steeds nawijzen met een oubollige opmerking als “en de fiets van mijn opa dan?” is bijna verdwenen. Het voortrekken van de joden is ook op een punt beland waar het echt niet verder meer kan. De omgang van de joden met de Palestijnen is ook niet altijd even eerlijk gegaan. De linkse partijen die vroeger Israël aan alle kanten steunden zijn overzij gegaan en steunen nu de onderdrukte Palestijnen. Maar dat zijn ook geen lieverdjes want vergeet niet dat de Palestijnen onder Yasser Arafat en de zwarte september het moderne terrorisme hebben bedacht! Eigenlijk zou “Palestijnisme” een betere naam voor het doden van onschuldige burgers zijn.

Maar terug naar de Duitsers! Nu zijn er mensen (Joden) in de wereld die de Duitsers nog steeds niet bij de herdenking van de slachtoffers van de tweede wereldoorlog op vier Mei willen hebben. Waarom? Zijn de wonden nog steeds niet geheeld? Kennen Joden geen vergiffenis? Waarschijnlijk niet! Misschien zijn ze wel bang om die privileges te verliezen en eindelijk op eigen benen te gaan staan?

En dat zou meteen het algemene beeld over de Duitsers ook veranderen! De Duitsers die na hun openlijk excuus voor de holocaust aan Israël, door Bondskanselier Johannes Rau, zouden dan ook eindelijk hun verloren zonen kunnen gaan herdenken. Voor een oorlog zijn er twee partijen nodig en de overwinnaar wordt in de geschiedenisboeken verdacht vaak als de goede zijde voorgesteld.

Zelf heb ik tijdens mijn rondreizen altijd een minuut stilgestaan bij de monumenten voor de gevallenen van alle partijen. Oorlog is altijd onrechtvaardig! Hoe je het ook wend of keert. Maar de slachtoffers aan beide zijden moeten worden herdacht.

Dus laat die rabbijn nog maar eens goed nadenken over wat hij over de Nederlanders in de tweede wereldoorlog heeft gezegd en over de gevallen verzetsstrijders. Want ook een beschermde Jood kan te ver gaan!
Bij mij brengt de herdenking op de Waalsdorpervlakte nog altijd in brok in mijn keel en een traan in mijn oog. Lang leve de vrijheid!



Oorspronkelijk bericht in de Volkskrant

vrijdag 8 januari 2010

Thailand, Hartklachten?

Pattaya, 8 januari 2010

Ik heb het lang stil gehouden, maar nu, zo net voor mijn vertrek naar Nieuw Zeeland moest ik er toch aan geloven. Het begon allemaal in maart vorig jaar toen ik tijdens een vijftien kilometer lange wandeling het idee had dat mijn hart af en toe een keer oversloeg. Nu ben ik ook niet meer de jongste maar ik zorg redelijk goed voor mijn lichaam en het gaf me toch een ongemakkelijk gevoel. Natuurlijk deed ik niets en ik hoopte dat het vanzelf voorbij zou gaan. En dat deed het ook!
In oktober vorig jaar had ik opnieuw problemen en dat terwijl ik dacht dat ik het allemaal onder controle had. Ik was natuurlijk opnieuw erg ongerust en ik schreef het probleem toe aan mijn alcohol gebruik en weinig slaap.
Toen het in Nepal fout ging werd ik dus echt ongerust! Ik had dagen niet gedronken en elke dag uren gelopen. Ik lag met een bonkend hart in mijn slaapzak in één van die herbergen langs het pad naar Pokhara. Het ging vanzelf weer weg maar de angst zat er wel goed in! Ook na mijn terugkomst in Thailand kreeg ik weer problemen. Maar deze keer was het helemaal anders! Ik had een onbehagelijk gejaagd gevoel in mijn lichaam dat maar niet weg wilde gaan.
Ik dronk niet te veel alcohol en kreeg voldoende slaap tijdens onze tocht op de motorfiets, toch bleef het onbehagelijke gevoel en af en toe sloeg mijn hart over. Ik had het zelf meerdere malen aan mijn pols gevoeld! Wat nu? Er zat dus niets anders op dan een cardioloog te bezoeken voordat ik naar Nieuw Zeeland zou vertrekken. Het gevoel kwam en ging en uiteindelijk sleepte ik mezelf vandaag met lood in de schoenen naar het ziekenhuis. Niemand hoort nu eenmaal slecht nieuws maar de meeste mensen gaan dood omdat ze te lang door blijven lopen met hun kwaal.
Nadat ik de zaken met de ziektekostenverzekering had geregeld kreeg de cardioloog groen licht om aan de onderzoeken te beginnen. Mijn bloeddruk was OK, mijn bloed was OK en ik kreeg een half tabletje en een infuus. Nadat mijn hartslag chemisch terug was gebracht tot zestig slagen per minuut kon ik naar de CT scan die geleverd was door een groot elektronicabedrijf uit Eindhoven. Daar lag ik dan! Het leek wel een ruimteschip uit een science fiction film. Rood laserlicht en een draaiende magneet in de grote opening waar mijn lichaam in zou verdwijnen.
Met mijn ogen half open en in een lichte trance gleed de slede met mijn lichaam er op de opening binnen. Het draaiende apparaat dat ik door de spleet kon zien gaf me het idee dat ik bewoog. Ook de geluiden die het apparaat maakte kwamen dicht bij de geluiden die ik honderden keren had gehoord in de ondergrondse van Kuala Lumpur en Singapore. Een computerstem vertelde me wanneer ik mijn adem moest inhouden en wanneer ik weer mocht ademen.
Het meest angstaanjagende van het onderzoek was echter de opmerking dat bij de derde scan de contrastvloeistof zou worden ingespoten. Het zou warm worden in mijn lichaam maar dat was normaal. Nou, dat was dus niet normaal! Ik had het idee dat ik een ter dood veroordeelde was en dat ik zijn laatste momenten op deze planeet meemaakte. De warmte verspreide zich als een vuur vanaf mijn longen door mijn bovenlichaam. Het was zo intens dat ik bijna moest braken, en dat terwijl ik nuchter was. Mijn hart bonkte in mijn hoofd.
De opmerking dat de opnames goed waren gelukt waren erg welkom want ik wist zeker dat ik dat nog niet graag een keer zou willen meemaken. Het infuus werd ook verwijderd en een stuk beter liep ik met de verpleegster naar de vierde verdieping waar de laatste test zou worden afgenomen. De “Stress test”, op een lopende band tien minuten lopen en kijken hoe mijn hartslag, bloeddruk en hartritme zich zouden houden.
Vier grote kale plekken werden er op mijn borst geschoren en zonder enige aarzeling stapte ik op de lopende band. Toen de cardioloog was gearriveerd werd de molen in werking gezet en de data werd nauwkeurig in de gaten gehouden. De tien minuten waren natuurlijk geen probleem voor me! Alleen de laatste twee minuten moest ik hardlopen en daar ben ik niet echt een fan van. Het had geen minuut langer moeten duren! Precies op tijd, voor mijn gevoel, stopte de band en de cardioloog bestudeerde nog één maal de slingerende lijn op het papier.
“Je bent 100% in orde, je hart is goed en ik kan niets ontdekken op de CT scan wat ook maar een probleem zou kunnen geven”, lachte hij me toe.
“Het zal wel vermoeidheid en stress zijn geweest!”, voegde hij er aan toe.
Er was een zware last van me afgevallen, dit was wat ik graag had willen horen maar niet wat ik verwacht had om te horen. Blij en opgelucht stapte ik het ziekenhuis uit de warme middagzon in. Aan de horizon bouwde zich een donkere lucht op die een zware onweersbui voorspelde. Het kon mij niets schelen, ik was opgelucht en ik kan met een gerust hart naar Nieuw Zeeland vertrekken.

donderdag 7 januari 2010

Nederland, nog meer moois!

Zaltbommel, 7 januari 2010

Deze is natuurlijk ook mooi! Misschien moeten we halverwege maar van motor wisselen? Het is heerlijk om zulke vrienden te hebben!

woensdag 6 januari 2010

Nederland, een uitnodiging

Pattaya, 6 januari 2010

Na de mooie toertocht van vorige maand door Thailand met Gary, Kevin en Jack ben ik nu uitgenodigd om naar Engeland te komen voor een tochtje. Kevin heeft alvast een foto van zijn Harley Davidson gestuurd om me een beetje warm te maken. Ik wil jullie natuurlijk een foto van dit beest niet onthouden.

Copyright/Disclaimer