dinsdag 11 november 2003

Australië, eenzaamheid

Sydney, 11/11/2003

De tweede goede nachtrust op een rij was opnieuw een welkome. Ik raakte zo langzaam gewend aan het rondslepen met mijn bagage. Ik herhaalde rituelen zoals het drinken van mijn kopje koffie s'morgens en het smeren van een paar boterhammen voor die dag. Ik had een leuke dag voor de boeg met een redelijk aantal kilometers en zandweg op weg naar White Cliffs.
Hoe anders zou het lopen. Ik reed eerst nog even een rondje door het dorp om ijs te kopen voor in mijn koelbox en het "Titanic monument" te bezoeken. Ik zie jullie denken. "Titanic monument" in Broken Hill? Dat ligt bijna 400 km van de dichtstbijzijnde zee af! Inderdaad, ik was dus ook heel nieuwsgierig wat hier de achterliggende gedachte was. Nadat ik geïnformeerd had was het mij duidelijk waarom hier een monument was voor een schip dat vergaan was meer dan 10.000 zeemijlen van hier. Bijna iedereen heeft wel één of andere film gezien die over het ongeluk met de Titanic ging. Iedereen die een film gezien heeft weet dat er een orkest aan boord was die bleef spelen tot het bittere eind. Nou, die band kwam uit Broken Hill. Een simpel antwoord op een moeilijke vraag. Ik schoot wat foto's en ging op weg naar Menindee.
Hier wilde ik de oude scheepswerf bezoeken. Nog zoiets, een scheepswerf in het midden van een droge wildernis. Menindee is gesticht als haven om het erts en de koper vanuit de buurt, er waren verschillende mijn dorpen, naar de zeehavens te vervoeren. De Darling rivier was begaanbaar voor de scheepvaart en dus een goedkope manier om het metaal te vervoeren. Pas veel later kwam er een spoorlijn naar Adelaide en Port Agusta. In de 112 km tussen Broken Hill en Menindee veranderde er wat in mij.
Ik luisterde naar het krakkemikkirege AM radiostation en raakte meteen in trance. Deze ging over in een aanval van eenzaamheid. Ik was nu bijna een week alleen onderweg en de stilte begon nu aan me te vreten. Ik werd onzeker. Wilde ik dit eigenlijk wel? Wilde ik wel alleen zijn? Ik wist het zelf niet meer en het was net of mijn gedachten in een blender zaten die op volle toeren draaide. Ik nam nog een foto van een bord langs de weg dat aangaf dat je de klok 30 minuten vooruit moest zetten. Weer een tiental kilometer en ik nam een foto van een hagedis die de weg overstak en in de berm bleef zitten. Een vreemd dier met twee voorkanten, zo leek het. Bij de tijd dat ik in Menindee aankwam kon die werf me gestolen worden. Ik wilde zo snel mogelijk naar White Cliffs en onder de mensen zijn. Nog eens 146 km zandweg. Twee en een half uur gerammel en de leegte van de "Outback". Hier raakte ik nog meer in de war en tegen de tijd dat ik in Wilcannia was wist ik het zeker. Ik zou tegen alle regels in naar Perth rijden. Nog een nachtje in Broken Hill en dan langzaam door naar Perth. Ik passeerde de afslag naar White Cliffs en begon hard op te lachen. Ik ging naar Perth. Nog geen vijftien kilometer verder sloeg de twijfel opnieuw toe. Het was toch onverantwoord om tegen de regels in van het verhuurbedrijf naar Perth te gaan? Ik stopte langs de weg en stapte uit. Ik at een boterham en probeerde na te denken. Ondertussen had mijn geur zoveel vliegen aangetrokken dat ik bang was om nog maar een hap te nemen. Ik smeet mijn half opgegeten boterham in de berm en keek voor me uit de oneindige verte in.
Luchtspiegelingen in de oneindige verte sneden de eenzame bomen doormidden. Ik sloeg het aanzwellende leger van vliegen die in mijn neus en oren kropen van mij af. Ik had er genoeg van! Ik wilde niet langer alleen zijn! Ik ging terug naar Sydney. Mijn besluit stond vast. Ik stapte in de auto en probeerde te berekenen hoe lang ik er over zou doen om in Sydney te komen. Ik zou er om half een s'nachts aankomen. Geen probleem, de vlam in de pijp en gaan.
Ik draaide de auto en reed Sydney tegemoet, negen uur rijden ongeveer. Naarmate ik dichter bij Sydney kwam werd de eenzaamheid minder. Ik vond het best wel lekker om zo te rijden. Ik had een doel en ik wist hoe laat ik ongeveer in Sydney zou zijn. Ik raakte weer in die trance. De weg gleed onder me door zonder dat ik mij realiseerde dat de tijd ook onder mij doorgleed. Ik wisselde om het uur een cd en luisterde soms op het uur naar het nieuws. Er is hier altijd weinig nieuws gedurende de dag. Het westelijk halfrond is nog in diepe slaap en de Pacific bevat te weinig land of mensen om ook maar een beetje nieuws voort te brengen. Het enige wat je hoort is wat lokaal nieuws. Een gestolen vrachtwagen is terug gevonden en Pauline Hanson is vrijgelaten. In één van de weinige momenten dat ik naar de radio luisterde hoorde ik Pussycat. Mississippi, een wereldhit gescoord door een Limburgse band. Ik weet nu ook dat ze zeventien albums hebben gemaakt. Zeventien? Ik herinner mij alleen maar die ene hit. Mississippi. Het werd nu ook tijd om mijn familie te laten weten dat ik onderweg was en dat ik laat die avond zou arriveren. Ik belde met mijn tante en zij was heel verbaasd. "Maak u maar geen zorgen, alles is OK", hoor ik mezelf nog zeggen. Ik vertel morgenochtend wel wat er gebeurd is. Ze zou wel wakker zijn als ik thuis kwam. Kilometer na kilometer reed ik door het landschap. De zon ging onder en het toch al rode landschap werd zo rood als bloed. De duisternis maakte de wereld veel kleiner. Ik zocht een andere auto waar ik zo lang mogelijk achter bleef rijden. Mijn voorganger leidde mij over de onbekende weg van dorp naar dorp. Een goudgele bijna volle maan kwam langzaam op en dompelde het landschap in een spookachtig wit licht. Ik had geen gevoel voor tijd meer. Ik was een robot die op weg was. Ik bleef wel alert. Als ik ook maar één keer het gevoel had gehad dat ik slaperig werd was ik meteen gestopt en gaan slapen in één van die grote oude hotels. Het was gewoon aftellen, 350, 300, 250, 200 en 150 kilometer. Hier op de toppen van de "Great Dividin Range" werd ik geconfronteerd met mist. Dikke mist! Een grote vrachtwagen kroop voor mij de helling op. Ik haalde hem in en besefte dat het niet zo'n goed idee was geweest. Ik zag geen hand voor mijn ogen en had geen idee waar de weg heen ging. Ik reed zo langzaam dat de vrachtwagen mij weer inhaalde. Ik besloot om achter hem te blijven rijden. Hij loodste mij veilig over de bergen en aan de andere kant nam ik afscheid van hem door links en rechts een paar keer met mijn richtingaanwijzers te knipperen. Hij begreep wat ik bedoelde en knipperde twee keer met zijn groot licht. Bedankt. Om kwart voor twee reed ik licht vermoeid maar voldaan het erf op in Asquith. Mijn tante keek door de gordijnen en meteen daarna ging het licht aan. We begroeten elkaar en ik haalde snel mijn bagage uit de auto. Één biertje en dan slapen. Morgen de auto terug brengen en dan een paar dagen rusten.

Broken Hill - Menindee - Wilcannia - Cobar - Nyngan - Trangie - Dubbo - Wellington - Orange - Bathurst - Lithgow - Hornsby - Asquith - Sydney = 1298 km. + 1798 km. = 3096 km. totaal

maandag 10 november 2003

Australië, Going underground

Broken Hill, 10/11/2003

Een redelijke nachtrust zorgde ervoor dat ik met een goed humeur wakker werd. Ik had de wekker, éh de mobiele telefoon zo ingesteld dat hij me om zeven uur zou wekken. Ik had voor het slapen gaan nog even snel een pagina van mijn website nagekeken. Tot kwart voor twaalf had ik liggen werken aan die pagina. Geloof me, er gaat nog heel wat tijd inzitten voordat je het allemaal op het internet hebt. Mijn pagina kwam ook de bèta fase door en morgenavond zou ik de foto's toevoegen. Nog even tien minuten doezelen en dan onder de douche. Terug gekomen in mijn kamer kookte het water in mijn beker en de koffie smaakte me goed. Heerlijk zo'n kopje koffie gemaakt met mijn eigen waterkokertje.
Ik had een drukke dag voor de boeg. Ik wilde om half negen voor de deur staan bij de tourist information zodat ik alle belangrijke informatie voor deze dag al vroeg had ingewonnen. Dat lukte perfect. Ik was de eerste klant van de dag in het tourist information center en een vriendelijke dame met een licht overgewicht gaf mij de informatie die ik wilde hebben. Ik zou niet veel rijden vandaag. Ik had van al dat zitten een houten kont gekregen en ging een dagje rustig aan doen. Ik zou vandaag na zoveel hoge gebouwen nu eens ondergronds gaan, en wel ruim 130 meter. Zover ik mij kan herinneren ben ik nog nooit zo diep onder de grond geweest. De excursie was om half elf dus had ik nog wat tijd voor een ontbijt.
Ik schaam me er een beetje voor maar ik wilde een fastfood ontbijt. Het werd dus McDonalds, ik kon zo snel geen Hungry Jack (Burger King in Australië) vinden. Het smaakte me van geen kanten maar ik was gevoed en het zal wel weer een paar maanden duren voordat ik me opnieuw laat verleiden tot zo'n ontgoocheling.
Ik zat op mijn ontbijt te wachten toen er een vrouw van rond de zestig binnenstormde die wel erg vreemd gekleed was. Witte lakschoentjes met turquoise sokjes, een zuurstok roze rok uit de jaren vijftig en een doorkijkblouse met daaronder een enorme zwarte bh. Deze dame noemde zichzelf "de prinses" en nadat ze haar ontbijt had opgepakt was ze nog sneller verdwenen dan dat ze was binnengekomen. Het personeel gniffelde een beetje en een van de meisjes lichtte mij in over deze verschijning. Ik maakte een opmerking over dorpsgekken in het algemeen en begrijpende blikken van het personeel vielen mij ten deel. Na het ontbijt vroeg ik om een bekertje water om mijn medicijnen mee weg te spoelen. Dit water smaakte verschrikkelijk modderig. Ik begreep nu ook waarom de koffie niet helemaal jofel was.
Eenmaal klaar ging in richting de mijn en schreef mij in voor de excursie. Toch pittig AU$ 34 voor twee uur. Niet zeuren, je bent hier waarschijnlijk maar één keer in je leven. Ik droeg mijn hoge schoenen omdat ik niet zeker was van de condities onder de grond. Gewapend met twee camera's stond ik klaar om in de lift ondergronds te gaan. Dat ging dus even anders. Een soort stofjas, een riem, een helm en een lantaarn moeten worden gedragen. Ik realiseerde me dat ik ook mijn zonnebril nog op mijn hoofd had staan en die zijn zo goed als onbruikbaar onder de grond. Ik bracht hem terug naar de auto. Plotseling hoorde ik Nederlands spreken, het waren twee mensen uit Deventer. Piet en Christine, zij maakten een reis van vijf maanden door Australië. Even snel bijgepraat en toen omgekleed. Het lijkt echt geen 130 meter als je in de lift afdaalt.
Eenmaal onder de grond begon Murphy zijn verhaal. Hij vertelde over de tijd dat zijn vader in de mijn werkte en dat hij eigenlijk geen andere keuze had gehad dan de mijn. In zijn dagen was het hard en zwaar werk. Er was maar één manier om bij de ploeg onder in de mijn te komen en dat was door vrienden. De voorman of de personeel manager had hierover niets te vertellen. Als er een man uit het team van vier wegviel om welke reden dan ook, kozen de achtergebleven mijnwerkers een nieuwe maat. Deze verdiende dan net zoveel als de andere drie van de ploeg. Als je werkte in de productieploeg onder in de mijn kreeg je geen salaris. Alles ging om een contract. Je werd betaald per ton of per voet vooruitgang dat je boekte. Je wilde dus een goede maat op wie je kon bouwen.
Een regel was dat je onder de grond geen pijn mocht laten zien. Als je jezelf op de duim sloeg met de vuisthamer en je schreeuwde het uit van de pijn dan kon je die avond in de kroeg de rekening van je maten betalen. Je werd geacht de pijn te nemen zoals die kwam. Wel moeilijk als je vinger klopt als je hart en het bloed guste over je hand, vertelde Murphy.
Murphy vertelde ook over de grote veranderingen die hij in zijn 38 jaar onder grond had meegemaakt, over stakingen en over de dood. Er zijn in "Broken Hill" tot op heden 769 mijnwerkers om het leven gekomen. In de hoogtij dagen werkten er meer dan 8800 mensen onder de grond. De staking van 1912 die 18 maanden duurde bracht een grote verandering in de werkomgeving van de mijnwerkers teweeg. Ze kregen een veiligere werkplek en ook boven de grond werd er nu aandacht besteed aan de gezondheidszorg.
In zijn laatste tien jaar bij de mijn was Murph een voorman die de contracten sloot met de jongens, zijn jongens. Zoals hij vertelde zorgde hij ervoor dat de jongens een goede prijs kregen en dat de heren boven ook geld verdiende. Dagen dat hij zestig kilometer per dag ondergronds reed in zijn terreinwagen waren geen uitzondering! Je begrijpt dat deze mijnen wel groot moeten zijn. Mijn beeld van een mijn met om de meter van die houten stutten is nu dan ook veranderd. Enorme machines doen veel van het werk. Mijnwerkers zitten nu in cabines compleet met een koffie apparaat en een magnetron. Bij pech roepen ze de onderhoudsdienst en blijven rustig in de airconditioning zitten totdat het probleem is verholpen. Na twee uur te hebben geluisterd naar de interessante verhalen van Murphy stonden we weer in het daglicht. Het deed een beetje pijn aan de ogen en de brandende zon en de droge hitte waren onverdraagbaar. Na afscheid te hebben genomen van Piet en Christine vertrok ik met de airconditioning op vier naar mijn volgende bestemming.
"Silverton", een verlaten mijnstadje dat twee jaar voor de opening van de mijn in Broken Hill had gebloeid. De mijn was echter snel uitgeput en de mijnwerkers trokken verder naar de volgende plaats waar wat te verdienen was.
Dit is eigenlijk het verhaal van de hele outback, iedereen trok verder op zoek naar werk. Mijnwerkers, schaapscheerder, fruitplukkers en oplichters. In Silverton was eigenlijk niet zoveel te zien. Er is een grote gemeenschap van kunstenaars en de grootste trekpleister is eigenlijk dat er een paar films zijn opgenomen. Mad Max en Priscilla, Queen of the Desert zijn de bekendste. Eenmaal terug bij mijn hotel had ik nog voldoende tijd om een stadswandeling te maken en mijn e-mail te controleren.
De wandeling was heel aangenaam en er is één ding dat ik nog wil vermelden. Het spoorwegmuseum, toen 20 jaar geleden de Adelaide - Broken Hill spoorlijn werd opgeheven hebben ze zo alles achtergelaten voor een groep vrijwilligers die er enorm veel tijd in steken om alles in goede staat te houden. Het lieve oude station en de enorme hoeveelheid documenten zijn van onschatbare waarde. Zo liet de overvriendelijk beheerder mij aandelen van de spoorweg zien uit 1896. Deze zijn gewoonweg bewaard. Ook staan er een paar zeldzame treinstellen die snel aan het verouderen zijn. Geld voor een restauratie is er niet, jammer. Als je ooit in Broken Hill komt moet je dit niet overslaan. En een dollar of twee extra als donatie zijn altijd welkom. Morgen gaan we weer de weg op en we gaan dieper de outback in.

Broken Hill - Silverton - Broken Hill = 65 km. + 1733 km. = 1798 km. totaal

zondag 9 november 2003

Australië, De "Outback"

Broken Hill, 8-9/11/2003

Dat was de tweede slechte nacht! Een éénpersoons bed dat in het midden van de kamer staat is echt niets voor mij. Ik had best wel een paar biertjes op maar van slapen was niets gekomen. Elke keer als ik mij omdraaide was ik weer wakker uit angst om uit bed te vallen. Ik had de wekker uitgezet en was uiteindelijk gewoon blijven liggen tot negen uur. Mijn hele rotzooi weer naar de auto gesleept en zonder wat te zeggen naar de buren gereden. Ik wilde hier namelijk bij "Share a little Software" mijn e-mail voor de eerste keer controleren.
Ik was een beetje onzeker of e-mailcafé's wel mee zouden werken om je computer aan hun netwerk te koppelen. Virus angst! Geen probleem bij de computershop van de buren. Ik kreeg gewoon een eigen telefoonlijn en na 30 minuten moest ik $2.20 afrekenen. Erg fijn om het zo te kunnen doen.
Een broodje met een gebakken ei met spek was nu ook weer mijn ontbijt en binnen een kwartier zat ik weer in de auto richting Wentworth. Het plan was om twee nachten daar te blijven. Ik wilde namelijk vanuit Wentworth een tour maken naar het "Mungo National Park". Ook zouden vanavond de eerste twee kwartfinales van het wereldkampioenschap rugby worden gespeeld. Ik keek er naar uit om die op tv te zien. Niet dat ik een echte rugby fan ben maar als de bewoners van het organiserende land enthousiast zijn dan wordt ik dat ook. Het was niet echt een lang traject voor vandaag. Een kleine 350 kilometer schatte ik. Na ik blik op de kaart wist ik al meteen dat ik weer binnendoor zou gaan rijden. Hay ligt ongeveer twee kilometer van de "Sturt Highway", op deze weg zou ik sowieso een paar honderd kilometer moeten rijden die dag. Dus probeerde ik wel zo weinig highway als mogelijk was in mijn route op te nemen.Het landschap werd leger en leger. Hier en daar een huis in de verte en een wit hek met een brievenbus die elke vorm en afmeting kon hebben. "Maude", een dorp met zestig inwoners aan de Murrumbidgee rivier. Wat kan ik nog meer zeggen over de leegte en de eenzaamheid. Het geluid dat uit mijn radio kwam was ondertussen ook verandert van een mooi stereo FM geluid in een blikkerig mono AM geluid. Ik moest aan mijn jeugd denken toen de piratenstations de baas waren. Niks Radio drie, Sky of Ten Gold. Veronica, Mi Amigo, Radio Noordzee Internationaal om er maar een paar te noemen. Nadenken ga je vanzelf als je in de leegte van het binnenland komt. Zeker als je alleen op pad bent.
De eerder genoemde "Sturt Highway" is een weg met twee rijstroken. Als je 100 km/u rijd wordt je waarschijnlijk nooit ingehaald door een andere auto. Negen á tien tegenliggers per uur was in mijn geval een goed gemiddelde. Je raakt in een soort trance, het landschap veranderd niet meer, je omgeving veranderd niet meer, je handelingen veranderen niet meer. Je bestuurd de auto als een automatische piloot met een ingebouwde functie voor noodgevallen. Elke verandering of beweging in je omgeving valt meteen op en is bijna een noodgeval. Je gaat ook andere dingen zien omdat je het monotone beeld van de outback niet meer opslaat in je geheugen. Je zintuigen worden als het ware scherper. Een paar keer werd ik uit mijn trance gewekt omdat er iets op de weg was dat daar niet thuishoorde. Ik werd getrakteerd op hagedissen die zich zaten op te warmen in de ochtend zon. Kangoeroes die de weg kwijt waren en een heuse emoe die net niet nieuwsgierig genoeg was om te blijven staan. Meer waarschuwingsborden over fruit en fruitvliegjes.
In één van de zeldzame dorpjes met een supermarkt kocht ik zonder na te denken twee bananen en een halve liter sinasappelsap. Nog geen 25 kilometer verderop zat ik onder een waarschuwingsbord mijn tweede banaan naar binnen te proppen. Stommeling, koop er dan ook één tegelijk! De naderende dorpjes worden aangekondigd door het veranderende landschap. De eerste wijngaarden doemen op in de verte. Het lichtgeel in het landschap wordt langzaam vervangen door meer en meer groen. Boomgaarden, sommige al ontdaan van hun vruchten en anderen nog overvol met rijpe sinasappels. Ik begon ook steeds meer te twijfelen over mijn eindbestemming. Mildura? Wentworth? Of toch maar doorrijden naar Broken Hill? Heb je haast of zo? Ik had teveel tijd om te denken en was niet sterk genoeg om een besluit te nemen. Uiteindelijk besloot ik toch maar mijn eerste ingeving te volgen omdat dit vaak de beste blijkt te zijn. Om half vier reed ik Wentworth binnen.Zaterdag. De hele wereld is er op uit getrokken. Geen enkele kamer te krijgen in dat verdomde rotgat. Ik werd kwaad en wist zelf niet waarom. Uiteindelijk huurde ik een caravan op het "Willow Bend Caravan Park". Na lang zeuren gaf de eigenaar mij een gratis handdoek en vertelde me dat ik het "Mungo National Park" net zo goed op eigen gelegenheid kon bezoeken. De wegen waren goed aangegeven en het bezoekers centrum gaf alle informatie die je nodig had. Ik bleef dus maar één nacht. Ik ging van het park meteen door naar Broken Hill. De 123 km zandweg tussen Pooncarie en Menindee zou mij de echte outback laten zien. Het was een mooie caravan op een mooie camping. De zon in mijn hoofd begon weer te schijnen en ik liet me het eerste biertje van de dag goed smaken. Ik ging toch nergens meer naar toe. Ik was moe, ik had voldoende te eten bij me en ik had een kleuren tv waarop ik de rugby wedstrijden zou kunnen kijken. Ik werkte wat aan mijn website en kookte een potje voor mijzelf. Keek heerlijk rugby vanuit mijn bed met een biertje en ging om elf uur voldaan slapen.
Ik werd om half twee wakker van een snijdende kou. Ik was in mijn blote kont boven op het dekbed gaan liggen slapen. Ik had nooit verwacht dat het s'nachts zo koud zou worden. Ik wilde onder het dekbed kruipen toen het volgende probleem zich alweer aanbood. Het was helemaal geen dekbed! Het was meer een beddensprei waar je in je slaapzak op gaat liggen. Slaapzak? Ik had helemaal niets bij me. Ik rolde me zo goed mogelijk in het stuk gewatteerde stof en probeerde te slapen. Dit lukte van geen kant natuurlijk. De verwarming aanzetten dan maar. De verwarming is meer een omgekeerde airconditioner. Net als de achterkant van de koelkast die altijd warm wordt. Het werd warmer maar in het geluid van een opstijgend vliegtuig slapen is ook niet gemakkelijk. Dus toch maar weer uitgeschakeld en terug naar mijn oorspronkelijk plan. Mijn derde slechte nacht op een rij!
Gebroken werd ik wakker de deze ochtend. Ik smeerde een paar boterhammen voor die dag en legde ze in de koelbox. Mijn koelelementen waren in het vriesvak van de koelkast hard bevroren en dat was toch wel weer een voordeel van die caravan geweest. Ik dronk nog een kopje koffie, gooide mijn spullen in de auto en ging op weg naar het "Mungo NP".
De ochtendzon verwarmde mijn oude koude lichaam en na een kwartiertje zat ik alweer mee te zingen met de oldies op de radio. Nog vijftien minuten verder werd het tijd om de airconditioner aan te zetten. Een snelle blik op mijn horloge vertelde mij dat het nu half negen was. Ik reed over een geasfalteerde weg richting Menindee, een van de oudste nederzettingen in de buurt. Na een uurtje rijden kwam ik bij de afslag naar het park. Ik keek met een beetje angst in mijn hart naar de onverharde zandweg. Ik was bang voor autopech of een lekke band. Bang voor een aanrijding met een kangoeroe of een emoe. Met frisse tegenzin draaide ik de zandweg op in de hoop dat er niets zou gebeuren. Het was maar gewoon een volgende stap in mijn reis. 45 km naar het bezoekerscentrum. In dit eerste uurtje zandweg zag ik ook mijn eerste levende kangoeroe. Ik had er al tientallen gezien maar die lagen dood langs de weg. Aangereden door de enorme roadtrains die bij voorkeur s'nachts over de wegen razen. Later werd me verteld dat er maar weinig kangoeroes over zijn. De aanhoudende droogte heeft zijn tol geëist.Nadat ik de rondgang in het bezoekerscentrum had gemaakt besloot om toch maar het rondje meren maar te gaan maken. Ik had tenslotte tijd genoeg. 70 km zandweg, zeg maar anderhalf uur rijden met korte stops inbegrepen. Het bleek de moeite waard te zijn.
Het park bestaat uit een serie van opgedroogde meren die bekend staan als de "Willandra Lakes". Het is een gebied van ongekende schoonheid met zijn oneindig wijde droge vlaktes, vergezichten en de helder blauwe lucht. Het gebied is bezaaid met richels, opgedroogde beken en eeuwen oude zandduinen die de grenzen van de opgedroogde meren aangeven. Deze kenmerken vertellen het dramatische verhaal over de verandering van het klimaat en het landschap. Hier vindt je ook het unieke bewijs voor de voortdurende bewoning van dit gebied door de Aboriginals over meer dan 40.000 jaar en de innovatieve aanpassingen die zij hebben toegepast in hun steeds veranderende leefomgeving. Er woonden drie verschillende stammen van Aboriginals in het merengebied. De Paakantji in het westen en het zuiden, de Mutthi Mutthi in het zuid oosten en de Ngiyampaa in het noorden. In dit gebied zijn er ontdekkingen gedaan die uniek zijn voor Australië en ook voor de rest van de wereld. Vooral de gevonden bewijzen voor het zich steeds weer aanpassen aan de voortdurende veranderingen in hun leefomgeving zijn uniek. Het is hier in de "Willandra" waar men één van de oudste groepen van de moderne mens (Homo sapiens sapiens) heeft gevonden in een omvang die uniek is in de wereld. Onderzoek heeft een belangrijk bewijs geleverd dat een inzicht geeft in de gewoonten en culturele gebruiken van deze vroege Australische samenleving in het Pleistoceen. Deze stammen die ongeveer 26.000 jaar gelden rond de meren leefden kenden crematie als een vorm van afscheid nemen van hun doden. Dit is tot op heden het oudste bekende gebruik van een begrafenis ritueel in de wereld. Overblijfselen van verschillende dieren gevonden in kampvuren vertellen ook het verhaal overhun jachtgewoontes en voorkeuren voor voedsel. Zoetwater mosselen, zoetwatervis en Yabbies (een soort zoetwaterkreeft) vertellen over het leven aan de rand van het meer en de manier waarop zij werden verzameld of gevangen. Ook worden hier geologische bewijzen gevonden voor de verandering in het magnetisch veld van de aarde zo'n 28 tot 30.000 jaar geleden. Het is een enorm interessant gebied met een grote verscheidenheid van mooie landschappen.Toen ik terugkwam op het asfalt na 160 km hobbelige zandweg zat ik nog steeds na te schudden. Best aangenaam asfalt, dacht ik. 30 km verder zat ik alweer op een zandweg en daar zou ik er nog genoeg van zien. Ondertussen had de klok ook niet stil gestaan en ik wilde toch wel op tijd in Broken Hill zijn omdat ik nu wel een keer fatsoenlijk wilde slapen. De outback begon een beetje gewoon te worden en zonder ook maar een keer te stoppen reed ik rustig naar Broken Hill. Ik vond meteen een kamer, met een tweepersoons bed en ging mijn stoffilters schoonspoelen met een biertje in de bar. Ik dronk er nog een en ging me snel douchen. Zondagavond in Broken Hill betekend dat alles om acht uur dicht is. Ik haastte mezelf naar een plaatselijke club en bestelde een dagschotel. Voldaan slenterde ik terug naar mijn hotel waar ik nog twee uur met mijn computer speelde en twee biertjes dronk. Ik viel al snel in een diepe slaap. Ik had gepland om hier twee nachten te blijven. Morgen de mijn in en wat andere bezienswaardigheden bezoeken.

Hay - Maude - Balranald - Euston - Buronga - Wentworth = 338 km. + 856 km. = 1194 km. Totaal.
Wentworth - Mungo National Park - Pooncarie - Menindee - Broken Hill = 539 km. + 1194 km. = 1733 km. totaal

vrijdag 7 november 2003

Australië, Hay

Hay, 07/11/2003

Dat was nog eens een slechte nacht! Ik sleepte mijn bagage naar beneden en zonder ook maar één persoon te zien verliet ik het hotel, de sleutel in de deur van mijn kamer achterlatend. Ik parkeerde mijn auto bij de plaatselijke bakkerij en bestelde er een broodje gebakken ei met spek. Ik ben zo terug, even wat foto's schieten. De dame achter de counter keek mij vol ongeloof aan, ik kon in haar ogen lezen dat ze mij maar een rare snuiter vond.
Ik liep nog snel even door het dorp en maakte wat foto's van de oude hotels. Deze zijn uniek voor Australië en gelukkig blijven er veel overeind staan. De grote balkons en het gebruik van veel gietijzer maakt ze wel heel bijzonder.
Over rollende heuvels en met het broodje in mijn hand reed ik met een gangetje van 80 km/u richting mijn eerste doel. Young, de kersen hoofdstad van Australië, en aangezien het geen kersenseizoen is gebeurt er hier weinig. Veel kan ik dan ook niet over deze plaats vertellen behalve dat het echt een plattelands dorp was. Geen koffie te krijgen dus.
Ik ging verder in de richting van Temora, weer een oude goudzoekers stad. Onderweg, al luisterend naar de lokale radiostations, ving ik iets op over oude vliegtuigen die zouden vliegen van Sydney naar Ayer's Rock. Het was een initiatief van de "Flying Docters" om geld in te zamelen voor nieuwe vliegtuigen. Ik dacht dat dat wel interessant zou zijn en een beetje vroeg slapen zou mij ook wel goed uitkomen. De hoofdstraat van Temora was toch wat meer ontwikkeld dan die van Young. Een bruisend dorp. Ik parkeerde mijn auto en ging een hotel aan de hoofdstraat binnen. De barkeeper was net de krant aan het lezen en hij kon mij wel informatie verschaffen over de vliegtuigen. Zij zouden de volgende ochtend om ongeveer tien over acht landen, brandstof bijvullen en dan meteen weer vertrekken. Ik dacht er over na en kwam tot de conclusie dat het toch niet de moeite waard was om hier zo lang rond te hangen. De barkeeper vertelde mij ook dat het zeker de moeite was om het museum bij het vliegveld te bezoeken. Ze hadden daar een paar zeldzame vliegtuigen die één keer per maand van stal werden gehaald om een paar rondjes rond te vliegen. Maar ja, dat was twee weken geleden. Aangezien ik volgens planning over twee weken in Perth zit moet ik dat helaas overslaan. Met zijn aanwijzingen was het vliegveld met het museum snel gevonden. Gewapend met mijn camera's stapte ik het museum binnen. Ik had het geld voor het kaartje al in mijn hand toen de vriendelijke vrouw achter de kassa over de "Flying Docters" begon. Ik vertelde haar dat ik ze graag had willen zien. Een hele middag wachten om ze een kwartier te kunnen zien was teveel van het goede. "Nou, waarom kom je volgende week dan niet naar de vliegshow", antwoordde ze. "Eh, volgende week"? "Ja, volgende week is hier de maandelijkse vliegshow en die duurt bijna de hele dag". Het geld ging terug in mijn notitieboekje en ik vertelde haar dat ik volgende week weer terug kwam. Ik kan dit mooi combineren met mijn terugreis naar Sydney.
Eenmaal Temora verlaten begon het landschap ook weer langzaam te veranderen. Het werd steeds meer bush. Open stukken met hier en daar een boom, dan weer open velden met alleen heuphoge bosjes. Ik had ervoor gekozen om een weg binnendoor te nemen naar Griffith. Deze voerde me langs verlaten huizen en spookstadjes. In de verte doemde de eerste borden op met de waarschuwing voor fruitvliegjes. Ik herinnerde mij die van vorige reizen in Australië. Maar die stonden als je van de ene staat naar de andere ging. Niet zomaar in het midden van een staat. Ik was toch nog wel in New South Wales? Een snelle blik op de kaart bevestigde dat. Een paar kilometer verder weer een bord, nu met een waarschuwing. Als je fruit bij je hebt moet je het nu opeten, anders straks weggooien. Ik keek over mijn schouder naar de banaan en de zak mandarijnen die op de achterbank lagen. $11.000, ongeveer 7250 euro, boete is veel geld. Ik stopte langs de weg en at de banaan en twee mandarijnen. De rest ging in de berm. Zoals op veel plaatsen in Australië is ook hier in de Riverina de wijnbouw geïntroduceerd. Des te dichter ik bij Griffith kwam des te meer zag ik wijnstokken en boomgaarden. Ik vroeg me af wat dat voor fruitbomen zouden kunnen zijn. Ondertussen had ik er wel begrip voor, dat fruitvliegen gedoe. Het beste ik dan ook om gewoon één banaan tegelijk kopen, of gewoon het fruit dat je op die dag wilt eten. Ik reed langzaam door het stadje en deed snel wat boodschappen bij Woolworth, een supermarkt. Eenmaal buiten Griffith werd de cabine van de geairconditioneerde Toyota gevuld met een heerlijke zoete lucht. Ik keek eens goed om mij heen en zag de bomen volhangen met sinasappels. Dat had ik nog nooit gezien! Ik stopte de auto en ging een kijkje nemen in de boomgaard. Sinasappels! En nog wel aan een boom. Opgewonden als een klein kind dat voor het eerst sneeuw ziet nam ik dat eens allemaal rustig in mij op. De heerlijke zoete geur die ik eerder had geroken werd verspreid door de bloesem. Kilometer na kilometer lagen links en rechts van de weg boomgaarden en wijnstokken. Ver buiten het dorp werd het dan weer minder en minder, totdat het weer allemaal bush was wat je zag. Ik kwam nu dichter bij mijn eindbestemming voor die dag.
Hay, over deze plaats valt weinig te vertellen. Het enige is waarschijnlijk dat er hier in de tweede wereld oorlog een krijgsgevangene kamp was. Het kamp zat vol met Duitse en Oostenrijkse immigranten, later waren het Japanners die moeilijk hadden gedaan tijdens een ontsnapping in Cowra. De autoriteiten hadden alleen over het hoofd gezien dat de meeste intellectuele joden waren. Op de vlucht voor de vijand waarvoor ze nu zelf werden aangezien. Niet zo slim dus!
Eenmaal in Hay informeerde ik in een paar hotels of ze kamers hadden en ze bleken allemaal vol te zitten. Nog maar een paar proberen en uiteindelijk vond ik een kamer in het "Commercial Hotel", en commercieel waren ze. Ik kon $40.- neertellen voor een éénpersoonskamer met een slecht bed in het midden van de kamer. Ik was waarschijnlijk de enige gast in het hotel en vroeg beleefd of ik misschien in een tweepersoons bed kon slapen. Geen probleem, $60.- graag. Ik stamelde dat ik maar alleen was. Niets mee te maken. Een twee persoonskamer is een tweepersoonskamer en die kost $60.-. OK, dan maar het éénpersoons bed.Toen ik terug kwam in de bar en vroeg of ik het stopcontact naast de bar mocht gebruiken veranderde de opstelling van de jongen achter de bar meteen. Ook een oudere vrouw die twee krukken verderop zat werd nieuwsgierig. Een spervuur van vragen kwam op mij af. Ze wilden echt alles weten. Ik heb niets te verbergen dus gaf antwoord zolang het niet te persoonlijk werd. Na mijn tweede biertje klapte ik mijn laptop dicht en ging terug naar mijn kamer. De twee met grote vraagtekens achterlatend.
Nadat ik had gedouchte ging ik op zoek naar een restaurant of hotel waar ik fatsoenlijk kon eten voor een redelijke prijs. Ik informeerde eerst bij de barkeeper en kreeg te horen dat het "Caledonian Hotel" een goede steak serveerde. Caledonian? Daar was ik toch geweest? Toen ik bij het hotel aankwam klopte het dat de naam mij bekend voorkwam. Ik was er binnen geweest om te vragen of ze een kamer voor me hadden. Het hotel was nu een bar, aan de zijkant een kamer vol met gokkasten en s'avonds kon je er ook eten. Ik koos opnieuw voor de T-bone. Hij was OK. Niet zo goed als de vorige avond maar, OK. De prijs was ook anders, het was wat duurder maar toch nog acceptabel. Het zou ook moeilijk zijn om de T-bone van die eerste avond te verbeteren. Ik keek eens goed om mij heen en zag dat deze bar toch wel anders was dan die van vanmiddag. In de bar van het "Commercial" stapte iedereen weg van de bar die een sigaret wilde roken. Hier zat iedereen aan de bar te roken. Terwijl dit tegen de wet is! Ik liet het hier maar bij en besloot om niet te vragen naar het waarom. Nadat ik klaar was met mijn T-bone verliet ik de bar en slenterde langzaam richting mijn hotel.
Onderweg nam ik nog een biertje in een bar waar een bandje speelde maar de sfeer was zo gespannen dat ik besloot snel door te gaan naar mijn eigen hotel en daar nog een biertje te doen. Het was er niet druk. Twee jongens speelden poolbiljart. Aan de bar zat de vrouw van die middag samen met een andere man. Er zat nog een vrouw, ik schat van halverwege de zestig, alleen aan de bar die af en toe een opmerking in het niets plaatse gevolgd door een bestelling, Bacardi Coke. Ik bestelde een biertje en voelde de ogen van de twee biljarters in mijn rug prikken. De vrouw met de Bacardi Coke bekeek mij van top tot teen vanuit haar ooghoeken en het andere stel had plotseling een stuk minder gesprekstof. De man begon op een vriendelijke toon te informeren naar mijn afkomst en mijn doel. Ik vertelde dat ik op reis was en dat ik mijn ervaringen opschreef en korte verhalen of reisverslagen. Nee, ik was geen beroeps. Het was maar een hobby en het stelde dan ook niet veel voor. Met de minuut werd het gezelliger en ook de achterdocht van de vrouw verdween. De man bood mij een biertje aan en de jongens vroegen of ik wilde biljarten. Uiteindelijk had ik geen keuze. Ik hou niet zo van biljarten en ik kan er ook niets van maar in dit geval moest ik gewoon meedoen. Anthony, oftewel Tony de automonteur speelde samen met zijn vriend en ik speelde samen met de andere man. Tony was een goede speler. Al zingend en dansend bewoog hij rond het biljard en liet de ene na de andere gekleurde bal in één van de zakken verdwijnen. En als hij bij uitzondering miste zong hij nog harder en nam een slok van zijn Bourbon Coke. Ze moesten wel lachen als ik weer eens een bal totaal miste of de witte speelbal in één van de zakken liet verdwijnen.
De nieuwsgierige vrouw bleek de vrouw van de eigenaar te zijn. Zij hadden dit hotel drie jaar geleden gekocht. Ik begreep nu waarom de kamers zo duur waren geworden. Ze gooide een ruime hoeveelheid dollar munten in de jukebox en de muziek werd dus gratis. We begonnen omstebeurt gouwe ouwe te draaien. Voordat ik realiseerde wat ik deed had ik de eenzame vrouw, die Beth heette, tot grote hilariteit van de andere gasten ten dans gevraagd. We stonden te swingen op Elvis Presley. De sfeer zat er goed in. Ik werd nu ook ingelicht waarom ze zo stug waren geweest. Ze dachten dat ik één af andere controleur was die hotels doorlichte. Ik snap nu nog niet waarop ze dit gebaseerd zouden kunnen hebben. Een rare snuiter in shorts op sandalen. Sluitingstijd naderde snel en toen ik mijn laatste slok naar binnen had gewerkt nam ik van iedereen afscheid en ging snel naar bed. Morgen weer vroeg op.

Grenfell - Young - Temora - Griffith - Goolgowi - Hay = 459 km. + 397 km. = 856 km. Totaal.

donderdag 6 november 2003

Australië, Go west

Grenfell, 06/11/2003

Toen ik om zes uur opstond had ik niet kunnen bevroeden dat het zo'n vruchtbare dag zou worden. Mijn gebruikelijke ontbijt van witte bonen in tomatensaus op toast met gebakken eieren en spek stond om half zeven op tafel. Mijn bloedsuiker gemeten, die was in geen maanden zo goed geweest! Het was mijn gebruikelijke gang naar Sydney. De trein van zeven over zeven en deze keer niet de brug over lopen maar uitstappen in Town Hall. Een half uurtje lopen en voordat ik het wist zat ik al met de auto in de tunnel onder de haven van Sydney. Ik moest eerst nog even terug om mijn bagage op te halen en de voorraad die ik had aangeschaft. Teveel natuurlijk!
Ik heb namelijk mijn plannen alweer gewijzigd. Ik ga niet naar Perth rijden. Ik heb er goed over nagedacht en ik vindt de verdubbeling van de prijs voor de huurauto wel een beetje overdreven. Dus, nu eerst west richting "Broken Hill". Daarna waarschijnlijk vliegen naar Perth en daar opnieuw een auto huren. Zelfde bedrijf, twee dollar per dag goedkoper en duizend dollar uitgespaard. Een flink bedrag dus.
Nadat ik alles in de auto had geladen en afscheid genomen van mijn oom en tante reed ik richting Parramatta van waar ik de autoweg naar Lithgow zou nemen. Ik was eigenlijk al voorbij de afslag van Galston toen ik mij bedacht dat ik ook binnendoor zou kunnen rijden. De "Galston Gorge" schijnt mooi te zijn volgens de lokale reisgids en ik had hem nog nooit gezien.
Snel in Hornsby omgedraaid en de afslag genomen naar Galston. De wegen binnendoor zijn ook nog eens rustiger en je ziet dus meer! Als een complete verrassing stond ik net buiten Galston oog in oog met een kudde lama's. Lama's! Meteen op de rem en even een plaatje schieten. Het verhaal van de dag. Voorbij Galston slingerde ik me met een snelheid van zo'n zeventig kilometer per uur door het woud van eucalyptus bomen. Langzaam veranderde het landschap en ik kon merken dat ik dichter bij de "Blue Mountains" kwam.De bomen links en rechts van de weg vertoonden nog de littekens van de verschrikkelijke bosbranden die hier in de zomer van 2002/2003 hadden gewoed. Al lijkt het heel erg, veel van de bomen en planten zijn eraan gewend en ook op gebouwd. Er zijn zelfs bomen die een brand nodig hebben om zich te kunnen voorplanten.
Ik reed door Windsor en Richmond op een weg die weinig gebruikt wordt door het verkeer. Bij Lithgow werd het weer drukker. De hoofdweg door de "Blue mountains" voegde zich hier samen met de weg die ik had gereden. Eenmaal voorbij Bathurst werd het plotseling weer rustig. Het landschap ging over van bergen en kloven naar een meer rollend groen landschap. Schapenland!
Mijn lunch bestond uit drie volkoren boterhammen met sardientjes in tomatensaus en als toetje nog twee mandarijnen. Nou! Ik ga zelfs nog gezond eten dacht ik. En denken deed ik veel de eerste uren in de auto. Onder het genot van blues, dacht ik veel na. Ik had weer twijfels. Wilde ik dit wel? Alleen? Mijn trip met Stuart in Tasmanië was een hele goede geweest. Ik zou waarschijnlijk deze trip aan die in Tasmanië spiegelen. Ik wist niet eens waar ik heenging of voor hoelang! Rustig aan kereltje, rustig aan. Mijn gemoedstoestand klaarde op en voordat ik het wist zat ik uit volle borst mee te zingen met de muziek. Het zou allemaal wel goed komen.
Ontwaakt uit mijn trance zag ik velden met paarse bloemen. "Patterson's curse genoemd door de lokale bevolking. Een schitterend gezicht. Bij de eerste de beste mogelijkheid stopte ik om het eens allemaal goed te bekijken. Paarse heuvels! Het herinnerde mij eraan dat het nu lente is. Ja, november is lente "down under". Misschien als ik geluk heb staat de "outback" ook in volle bloei. Een paar kilometer verder stond er ook een stop gepland, en wel in "Carcour". Een oud stadje dat in 1839 is gesticht. Het stadje is bijna nog geheel in oorspronkelijk staat, daarom heeft de "National Trust" het op een lijst van erfgoed geplaatst. Het stadje sliep nog en afgezien van de moderne auto's leek het echt of de tijd had stil gestaan. Na een half uurtje te hebben rondgekeken werd het nu toch wel tijd om door te gaan naar "Grenfell" mijn eindbestemming."Grenfell", een ander slapend provincie stadje. Dat was in het verleden wel anders. Zoals veel van deze provincie stadjes is ook "Grenfell" ontstaan ten tijde van de goldrush. In 1867 waren er niet minder dan 10.000 goudzoekers in de buurt te vinden. De belangrijkste en meest bekende was de vader van "Henry Lawson". De bekende schrijver is hier in 1867 op de goudvelden geboren. Alles werd nu minder. Minder auto's, minder huizen, minder bomen, alles werd minder.
Ik heb mijn intrek genomen in het "Royal Hotel", een oud hotel zoals ik dat alleen maar uit Australië ken. $22.- voor een nacht, na een kort gesprek met de barkeeper kreeg ik het voor elkaar dat ik een kamer met een tweepersoons bed kreeg. Lekker breed liggen dus. In de bar zat de normale mengelmoes van klanten die je in een plattelandskroeg tegenkomt. Een paar zitten te gokken op de paarden of de windhonden. Een groepje zit verveeld achter speelautomaten. Een eenzame man zit uit het raam te staren, waar net zoveel gebeurd als op het testbeeld van je tv. De dorpsgek, Alan Crow, spreekt meteen iedere vreemde, mij dus, aan en iedereen heeft een avond uit.
Het dialect was een beetje te zwaar voor mij. Het is dus gevaarlijk om ja en nee te zeggen. Een vriendelijke man die veel te zwaar is voor zijn lengte schiet te hulp en hij legt uit dat het een traditie is dat de man, die ik niet verstaan kan, vecht met de zo juist aangekomen vreemdeling. Ik lach nerveus en vertel de oude knakker dat ik beter kan kussen dan vechten. De hele bar schatert van het lachen en het lijkt dat het gevaar is afgewend. Als hij weer tegen mij begint te praten begin ik hem al beter verstaan. Hij vraagt waar ik heen ga. Als ik antwoord, "Broken Hill" kijkt hij heel ernstig. Weet ik eigenlijk wel waarom in "Broken Hill" de kraaien achteruit vliegen? Nee. "Nou dan krijgen ze geen stof in hun ogen", antwoord hij. De hele bar begint opnieuw te schateren en het ijs is gebroken. Ik drink nog een biertje en heb een kort gesprek over niets met de dikke man.Een ander vermeldenswaardig punt is het eten. In deze hotels kun je eten als een vorst. Dus even de kaart gevraagd en met een goedkeurende blik de T-bone besteld. Ik had hem al zien staan op tafel bij een andere klant. Een joekel van een T-bone met jus, friet, wortelpuree, doperwten, bloemkool, pompoenpuree, aardappelpuree en aardappelen met kaassaus. Een koningsmaal voor de weggeefprijs van zes euro vijftig. De oude vrouw met iets te blauwe oogschaduw en rode lippen komt ook nog vragen of alles naar wens was.
Een korte wandeling, een biertje en dan naar bed. Dat viel tegen! De jukebox beneden dreunde dwars door het plafond heen. Normaal gesproken gaat een dorpje als dit om half elf dicht. Hier niet dus, er wordt hier op donderdag avond ook het aankomende weekend gevierd. Na een kopje thee en een tijdje gelezen te hebben begon het me te irriteren. Maar ja, wat kan ik doen? Niets, gewoon opletten in het volgende hotel. Toen om kwart over twaalf eindelijk de muziek verstomde was ik over mijn slaap heen. De hele nacht heb ik liggen woelen en de vreemdste dromen gehad. Over water en samenzweringen in de liefde en vriendschap.

Asquith - Galston - Pitt Town - Windsor - Richmond - Lithgow - Bathurst - Carcour - Grenfell = 397 km

dinsdag 4 november 2003

Australië, De voorbereiding

Sydney, 2-4/11/2003

Na een dag rust en een dag barbecue party met de familie werd het dan eindelijk tijd om op pad te gaan en te bekijken wat de mogelijkheden waren. Zondag werd er uitgeslapen en nadat ik de familie had uitgewuifd en mijn ontbijt naar binnen had gewerkt werd het tijd om de stad in te gaan. Een fikse regenbui hield mij binnen en dus werd het een trein later.
Vanaf "Millson's Point" liep ik voor de zoveelste keer over de "Sydney Harbour Bridge", een wandeling die me nooit verveeld. Aan het einde van de brug voelde ik de eerste druppels regen in mijn gezicht. De dreigende lucht hing boven het zuiden en kwam duidelijk mijn kant op. Positief denken Jiel. Natuurlijk, positief denken. Ik was nog niet aangekomen op de "Circular Quay" en de druppels waren al overgegaan in regen. Positief denken Jiel. Ja, rustig doorlopen. Net voordat ik bij "St. Mary's Cathedral" kwam begon het dus echt te stortregenen. Een verlaten bushokje bood me bescherming. Rillend van de kou zag ik in de verte alweer de blauwe lucht verschijnen. Rustig wachten tot het droog is en dan doorlopen naar "Kings Cross", ik zou daar informeren voor een huurauto. De zon straalde mij tegemoet toen ik het bushokje verliet. Eenmaal aangekomen bij "Bayswater" bleek deze op zondag gesloten. Pech!Ik zou ook nog even wat geld wisselen en daar had ik nu ook mooi tijd voor. Noppes, de enige exchange die ik kon vinden bood me ongeveer 10% te weinig. Dat kun je verwachten op zondag, niet? Nou ja, morgen dan maar. "Dymocs" was wel open en daar had ik nog ongeveer dertig minuten om me in de boeken te verdiepen die ik misschien nodig zou hebben. Ze waren op voorraad en na een informatief gesprek over websites en Dreamweaver had ik besloten om ook maar dit boek aan te schaffen. Ja, morgen dus. Mijn voeten gingen pijn doen en op de voorkant van mijn scheenbenen schreeuwden hele spiergroepen om te stoppen met lopen. Ik was dus niet zo fit als ik verwacht had. Eenmaal thuis aangekomen bij mijn oom en tante smaakte de curry uitstekend en ook de twee biertjes gingen gemakkelijk naar binnen. Morgen nog maar een keer de stad in.
Nadat ik eigenlijk veel te laat was opgestaan en mijn ontbijt net naar binnen had stoofde mijn oom naar binnen en deelde ons mede dat we meteen moesten vertrekken. Er werd een nieuwe TV aangeschaft en iedereen moest mee. Ik had niet eens tijd om mij te douchen, nee, opschieten we gaan. In de haast was ik mijn cameratas vergeten. Ik wilde een andere kopen omdat de oude niet geheel voldeed aan mijn eisen. Het kopen van de TV was een drama en ik was blij dat ik anderhalf uur later weer in de trein naar de city zat.
Het weer was nu totaal anders, een hemels blauwe lucht met hier en daar een wit wolkje. Ik kon nu wel constructief denken. Ik had nu besloten dat ik ondanks de kosten toch de auto zou huren. Het zijn van die dingen die je toch maar één keer in je leven doet. En wat heeft het voor zin als je later terug moet kijken met spijt in je hart. Ik sprong uit de trein op "Milson's Point", net als gisteren. Fluitend liep ik voor de zoveelste keer de over naar de "Circulair Quay". Het was erg druk in de city omdat er de wereldkampioenschappen rugby aan de gang waren. Ik had nog geprobeerd een kaartje te bemachtigen, tevergeefs. Ik vond dit wel jammer omdat ik graag een wedstrijd had meegemaakt. Want als ik over vier weken weer terug ben in Sydney is alles alweer voorbij.
Na een uurtje stevig doorstappen langs de vele oude zandstenen gebouwen kwam ik bij de autoverhuurder aan en de reservering was zo gemaakt. Da's één, dacht ik. Even stevig doorstappen en op "George Street" zou ik geld wisselen, ik informeerde bij een chinees. Daarna even door bij de Indiër, die gaf $4 minder. Ik vroeg of dat zijn laatste bod was en vertelde ondertussen dat de chinees meer gaf. "Hoeveel meer", wilde hij weten. "Ja dat zeg ik niet, jij wil mijn euro's kopen", antwoordde ik. Na een telefoontje bood hij $22 meer voor mijn geld, mooi meegenomen.
Op de terugweg naar het station nog even snel mijn boeken gekocht. Na een vruchtbare middag zat ik vermoeid in de trein. Pas nu merkte ik dat mijn benen en voeten enorm pijn deden. Dat zal wel anders zijn na mijn reis hoop ik. Nog een twee dagen uitrusten en wat kleine dingen regelen. Ook nog lezen over waar ik wil stoppen en slapen, en dan onderweg. Ik kijk er naar uit, eindelijk de open weg en het oneindige landschap voor me.
Dat was dus anders als ik me had voorgesteld. Mijn oom had twee dagen vrij genomen en wilde met mij de stad in. Het begint zo ondertussen een beetje een traditie te worden. Het toeval wilde dat onze dag uit viel op dezelfde dag als de "Melbourne Cup". In de trein zag je veel mensen uitgedost in de meest vreemde kledij, inclusief hoedjes. Nadat we de brug hadden gelopen en onze koffie hadden gedronken bij "Rossini" aan de "Circulair Quay", gingen we door Pitt Street richting "Paddy's Market". Niet voordat we een gokje hadden gewaagd op winnaar van de de race. Links en rechts kijkend naar de mensen in de feestelijke kledij. Elke club had wel een speciale lunch met champagne samengesteld om deze paardenrace een extra cachet te geven. Uitnodiging verplicht en een kleerkast van een uitsmijter aan de deur.Wij kwamen in een Ierse Pub terecht waar het bier ons goed smaakte. Na dat biertje hadden we stevig trek gekregen. De lunch, samengesteld uit drie gerechten en bami, smaakte ook goed. Het was een enorm vol bord met een flinke kop erop. Onder het eten begon mijn oom te klagen dat hij niet het hele stuk terug kon lopen. "Nee, niet dat hele stuk terug". "Ik neem de bus", klaagde hij. "Als we rustig lopen hoeft het geen probleem te zijn", probeerde ik hem te overtuigen. "Dan kan het eten ook lekker zakken", voegde ik er aan toe. Tien minuten later slenterden we samen door George Street richting "de Rocks".
In "de Rocks", Sydney's oudste buurt, vindt je bars, restaurants en kunstgalerijen.
Hier is mijn favoriete Ierse Pub, "het Mercantile Hotel", gevestigd. De bar was niet zo vol als we verwacht hadden, een groot scherm gaf ons het laatste nieuws over de race van tien minuten over drie. Het was half twee. Het kon dus nog druk worden. We hadden zeker nog twee uur voor de boeg en dat betekende dat we een redelijke hoeveelheid bier zouden drinken voordat we naar huis gingen.
Casey, mijn oom, ging aan een tafeltje zitten. Aan de bar was het verboden te roken, dus ik zat aan de bar. Twee opgetutte dames kwamen de bar binnen en vroegen aan Casey, "is het goed als wij bij u aan tafel komen zitten"? Mijn oom praat nog met een vreemde lantaarnpaal, dit sloeg hij dus niet af. Na zijn gewoonlijke "lovely dress and lovely smile" begon hij over zijn cousin uit Nederland die in Thailand woont enz enz. Een van de twee dames bleek uit Zwitserland te komen.
Zij stond op en kwam met mij praten. Tenminste, dat dacht ik. Zij keek naar mijn oren en vanaf dat moment kreeg ik ongevraagd een stortvloed van informatie over mijn karakter over mij heen. Ze bleef maar praten met haar "Allo, allo" accent. Een bezoek aan het toilet bracht haar niet van streek. De race van tien over drie bracht mij redding. Ik zei tegen haar dat het tijd was om te gaan zitten en naar de race te kijken. Morrend nam ze plaats aan het tafeltje.
De race is maar één rondje en na een drietal minuten voorbij. Ze stond meteen op om haar verhaal af te maken. Ik schoot van mijn kruk af en ging richting toilet. "Zo, daar ben ik mooi vanaf", dacht ik. En ja hoor. Ze had ondertussen haar slachtoffer gevonden in een Schotse jongen die in volle kledendracht in de bar zat. Hij bleek net een tour te hebben beëindigd met zijn band. Hij was in Korea geweest. De oude dame dreef hem bijna tot zelfmoord. Ik was in ieder geval verlost van haar.
De andere dame, Audrey, had een heel verhaal te vertellen. Ik heb plechtig beloofd om dit niet door te vertellen op mijn site omdat het haar in de problemen zou kunnen brengen. Misschien over dat ik het wel over een paar jaar vertel. Tijdens haar verhaal dronken we nog een paar biertjes en whiskey's. "Jamesons", wel te verstaan. Het was teveel allemaal. Dronken en voldaan gingen we richting de trein. Van de trein kan ik me weinig meer herinneren, eenmaal thuis dronken we nog een biertje en gingen naar bed. Morgen proviand inslaan en nog was rusten. Overmorgen gaan we op weg.

donderdag 30 oktober 2003

Australië, Sydney touchdown

Sydney, 30-31/10/2003

Oorspronkelijk was mijn plan om de 4000 kilometer van kust naar kust te rijden. Dit bleek uiteindelijk te duur te zijn omdat de verhuurder mij een onredelijke toeslag vroeg voor het afleveren van een auto in Perth. Hij verdubbelde de prijs! Ik ben van dit plan afgeweken en heb een compromis gesloten. Met een huurauto de eenzaamheid van de "Outback" aan de oostkust ervaren. Met een tourgroep in twee etappes de uitgestrekte en ongerepte westkust ontdekken. Het was een reis met hoogtepunten en dieptepunten. Ik heb weer veel geleerd over mijzelf. Mijn verhaal zal het verklaren.



Met dank aan het team van de foto, het was een onvergetelijke tour naar het noorden van Western Australia.

Nou, eindelijk in Sydney. De reis begon met grote fouten gevolgd door veel geluk. Mijn laatste, nou ja voorlaatste avond, was een fijne avond uit met mijn vrienden. Net genoeg gedronken gevolgd door net te weinig slaap. Mijn laatste avond werd opnieuw een onaangekondigd bacchanaal. Er waren vrienden uit Zaltbommel op vakantie in Pattaya en dan ga je niet vroeg naar bed. De kater van de vorige avond drinken speelde ook nog parten! Opnieuw een heel gezellige avond in "Tim a-go-go" met als afsluiting junk food van de plaatselijke Burger King.
Om acht uur liep mijn wekker af. Ik sleepte mezelf uit bed en liep met een volle blaas en een vieze smaak in mijn mond naar het toilet. Terwijl ik in het toilet stond ging ook het alarm van mijn mobiele telefoon af. Ik bevond mij ergens halverwege tussen de slaap en wakker zijn. Het zweet gutste nu al van mijn hoofd af. Met het kleine beetje bewustzijn dat werkte besefte ik dat het tijd was om te pakken. Taxi om halftwaalf
Mijn paklijst te voorschijn gehaald en met een suf hoofd aan het klaarleggen ge gaan. Dit is namelijk mijn manier van pakken. Ik loop de lijst af, smijt alles op mijn bed en dan gaat het allemaal op zijn plaats in de rugzak
Tijdens het pakken verdween het ene na het andere flesje soda water in mijn vermoeide lichaam. Zweet, zweet en nog eens zweet. Ik wist niet eens meer of ik het wel leuk zou vinden om op reis te gaan. Was het niet beter om gewoon in Pattaya te blijven en gewoon weer te gaan drinken die avond? Ik wist het niet. De lege maag in mijn lichaam schreeuwde om vast voedsel. Na een anderhalf uur gaf ik uiteindelijk gehoor aan die noodkreet. Ik was voor mijn gevoel ver genoeg gevorderd met pakken en het zou allemaal wel gaan lukken. De rest ging van een leien dakje en na een laatste rondje door het huis zat ik eindelijk gepakt en gezakt in de taxi.
Op de luchthaven kon ik meteen inchecken. Ik zag mijn 12.8 kilo bagage langzaam in de verte verdwijnen. Verlost van deze last en met een voldaan gevoel slenterde ik naar de "Bill Bently Pub". Ik had nog steeds twee stuks handbagage, ik zou nu voor het eerst mijn laptop meenemen op reis. De grote Heineken smaakte me goed. Na een paar slokken begon ik me al duidelijk beter te voelen.
Tijdens mijn toilet gang maakte ik de eerste grote fout. Ik liet mijn portemonnee vallen. Ik had mijn Thaise geld opgeborgen in mijn documenten tas en de beurs op mijn rugzak gelegd. Broek omhoog, beurs vergeten, opgestaan en weggelopen. Ik stond mijn handen te wassen toen een Thai vroeg of ik misschien iets was verloren. Mijn knip!! Stommeling!! Je weet dat als je iets te voorschijn haalt dat je het dan niet ergens neerlegt maar het meteen weer opbergt. Zo raken mensen dingen kwijt. In ieder geval een goede les.
Een andere goede les is: laat je nooit opjagen door anderen, je stopt met denken en vergeet altijd iets dat je maar zelden bij je draagt. Dus daarmee kom ik dan op fout nummer twee van die dag. Ik liet mij opjagen door het personeel dat je bagage controleert. Ik was al een veertig stappen verder toen ik mij realiseerde dat ik mijn laptop had laten liggen! Kun je dat geloven? Ik was mijn computer vergeten. Een korte snelle sprint terug met links en rechts kijkend of ik mijn computer niet zag. Mijn hart bontste in mijn borst toe ik aankwam bij de röntgen machine. Daar lag de tas. Blij en opgelucht nam ik de tas van de machine en liep met het zweet dik op mijn voorhoofd weg. Twee kostbare lessen en ik zat nog niet eens in het vliegtuig.
De rest van de reis was niet bijzonder. Singapore Airlines. Een degelijke maatschappij met een goede service. De aansluiting met de vlucht naar Sydney was goed. En na een probleemloze vlucht landde ik op tijd in Sydney. De bagage was in orde en in een mum van tijd stond ik buiten. Sydney, eindelijk. De koele frisse lucht is een aangename verandering ten opzichte van de dikke kleverige atmosfeer van Bangkok. Snel op de trein en dan een uurtje pitten.

zondag 4 mei 2003

Weerzien met Holland

Na een moeilijk afscheid sinds lange tijd begaf ik me op weg naar de luchthaven. Ik moet eerlijk zeggen dat de taxi service goed was. Het was voor de derde keer dat ik gebruik maakte van de service. Zelfs het laat boeken gaf geen problemen. Een probleem was wel dat de chauffeur de oren van mijn kop lulde. Ik hou niet van de stilte maar de gang naar de luchthaven brengt melancholieke gevoelens in mij los. De regen die tegen de voorruit kletste kon dit alleen nog maar versterken. Het is als het afsluiten van een tijdperk. Ik ga ten slotte naar huis. Alhoewel ik eigenlijk niet naar huis ga. Ik ben nu eenmaal eeuwig onderweg. God weet waar ik uiteindelijk zal neerstrijken, maar voor nu is het toch naar huis.
Het meisje wat ik achterliet gaf mij een goed gevoel. Hoewel ik al wat ouder ben zou ik beter moeten weten. Maar zelfs een veteraan maakt wel eens een foutje. Ik hoop dat het goed zal gaan. Het is niet gemakkelijk voor beide partijen. Ik weet dat het een verstandsrelatie zal zijn bij de aanvang. Later kan het misschien uitgroeien in liefde.
De luchthaven gaf hetzelfde beeld dat ik al tientallen malen gezien had. Buiten de mensen die zich nog even snel volpompen met nicotine. Binnen een grote groep die ervoor kiest om een uur in de rij te staan om als eerste de koffer kwijt te raken. En een klein select gezelschap die er voor kiest om een biertje te drinken en beetje aangeschoten te vliegen. Verschillende redenen drijft deze groep tot het samen drinken. Angst voor het vliegen, afscheid van het meisje maar ik denk vooral de drang om te drinken. Ik vermoed dat menige luchthaven bar een mooie verzameling is van alcoholisten of mensen die ervoor studeren.
De nog jonge gozer die deze keer de aandacht trok was Alex. Een jongen uit het midden van Nederland die meerdere redenen had om heerlijk en lastig dronken te zijn. Hij had al een geruime tijd een Italiaan lastig gevallen en verder dan “we are the same flight” was hij niet geraakt. Toen hij volledig gedesillusioneerd na een paar waarschuwingen tegen het roken in de bar was vertrokken had ik eigenlijk niet verwacht hem nog terug te zien. Hij was van het taaie volk en stevig bezopen. Toen hij voor de tweede keer arriveerde in de bar kon de ober hem zijn agenda terug geven die hij op de weg naar buiten was verloren. Een amicaal rondje voor de hele bar was zijn dank. De Italiaan vertrok en de man in kwestie begon zijn verhaal tegen mij.
De dood van zijn moeder, op haar twee en dertigste overleden. Het moeten achter laten van zijn zwangere Thaise vrouw, al jaren aan de pil en toch door een speling van de natuur zwanger geworden. En hij had ook nog als klap op de vuurpijl de zak gekregen. Ja, die Aziaten werken bijna voor niets! De blanken waren daar het slachtoffer van. Hij had eigenlijk niets meer. Geen huis, geen familie en geen werk. Nee, echt niets om naar terug te gaan. De ober had ondertussen na vier waarschuwingen om niet te roken zijn sigaretten van hem afgenomen en achter hem op de plank gelegd. Hij stak in zijn onbenul steeds automatisch weer een sigaret op. Hij zou ze terug krijgen als hij vertrok. Toen hij zelf bedacht hoe slecht zijn situatie wel niet was begon hij spontaan te huilen. Dit was voor mij voldoende om mijn glas leeg te drinken en dan ook maar te gaan inchecken.
Het laatste wat ik van hem zag toen ik voor de laatste maal omkeek was een gebroken man die dronken met zijn hoofd op de bar lag te slapen. De ober knikte verontschuldigend in mijn richting. Ik heb hem dan ook niet meer terug gezien. Ik ben dan ook nog steeds benieuwd of hij zich aan boord van het vliegtuig naar Amsterdam bevond of dat hij de volgende tegenslag al weer had moeten incasseren door zijn vlucht te missen. Ik zal het waarschijnlijk nooit weten maar ik wens hem veel geluk toe.

augustus 2003

zondag 16 februari 2003

1. Launceston

1. Launceston

De aankomst op de kleine, maar gezellige, luchthaven van Launceston was er een om moeilijk te vergeten. Geen tunnels, gewoon een trapje af. Instappen in een bus die je afzette bij de terminal. De gebruikelijk quarantaine officials en dan naar buiten. Eindelijk, Tassie. Waar is mijn bagage eigenlijk? Geen belt gezien? Effen terug en vragen. Ik was nog niet binnen en in mijn ooghoek zag ik een golfkar met een drietal kleine aanhangers onze richting opkomen. De bagage dus! De passagiers namen hun bagage van de aanhangers af en het viel me meteen op hoe beleefd de mensen hier wel zijn. Rust, rust, en nog eens rust. Met natuurlijk een beleefde “excuse me” tussendoor. Er waren twee mogelijkheden om in de stad te komen. De airport bus of een taxi. Beide kosten evenveel dus koos ik voor een taxi die me meteen voor de deur van de Backpackers zou afleveren. De eerste indrukken zijn altijd belangrijk voor mij. Als ik zo uit het raam van de taxi naar het landschap kijk vielen enkele dingen me meteen op. Voor de tweede grootste stad, ± 75.000, inwoners was er niet veel verkeer op de weg. Het was rustig, dit zou ook meteen de toon zetten voor deze reis. Het andere wat me meteen opviel was dat het er allemaal een beetje armoedig uitzag. Niet vervallen of vuil, nee. Armoedig, zoals in de jaren vijftig en zestig met zuinigheid en het bewustzijn dat alles tot het uiterste benut moest worden. Ik ben zelf ook van de generatie die zondagse kleren had. Deze degradeerden dan langzaam door het jaar heen naar zaterdagse kleren, en nog wat later tot schoolkleren. En als het me echt niet meer paste ging het naar mijn jongere broertje die het af mocht ravotten totdat ze in de poetslappenmand terechtkwamen. De binnenstad van Launceston gaf een lief beeld van een slapend provincie stadje. Weinig hoogbouw en van de oude gebouwen stond nog veel overeind. De tijd had niet overal stil gestaan. Hier en daar sierde een lelijk modern gebouw het straatbeeld op als een misplaatste grap. De plaatselijk YHA was een mooie en ook een heel gezellige. Ik kreeg een bed in een vierbeds dorm in de kelder. Dit beviel me goed want het was er tenminste rustig. Ik had wat tijd nodig om te lezen en me te verdiepen in wat te gaan zien in de komende 28 dagen. Mijn eerste dagen werden gevuld met ronddwalen door de stad en veel lezen. Het was eigenlijk een groot openlucht museum. Lekker rondlopen en de kleine maar zeker niet onbelangrijke bezienswaardigheden bezoeken. De “Cataract Gorge” is een kloof op nog geen tien minuten lopen van het centrum. Het is een oase van rust en nadat je de eerste bocht om bent gegaan waan je jezelf in het midden van niets. Een sporadische wandelaar die je met een G’day begroet is het enige wat de rust verstoort. Heerlijk om hier even een half uurtje op een bankje te zitten en je gedachten te laten afdwalen. Het wandelen door het oude centrum van Launceston is plezierig. De oude zandsteen gevels en de imposante overheidsgebouwen bepalen het straatbeeld. De meeste zijn gebouwd door gevangenen. De geschiedenis van Australië en Tasmanië is natuurlijk die van de engelse strafkolonie. Het boek “De fatale kust”, Robert Hughes (ISBN 90-417-0357-8), geeft een historisch correct beeld over deze periode. Verder als dwalen door de oude straten en genieten van de rust ben ik niet gekomen. De “Boag’s” brouwerij heb ik helaas niet zelf bezocht. Ik kan hem wel aanbevelen. Mijn kamergenoot had deze namelijk een keer bezocht in de middag. Er zijn verschillende tours op afwijkende tijdstippen per dag. Je doet er dus goed aan om eerst te informeren. De tour laat zien wat de verschillende processen zijn in het brouwen van bier en na afloop kan je proeven en natuurlijk souvenirs kopen. Dit brengt mij meteen op mijn kamergenoot. Stuart, een vriendelijke Engelse jongen die een pauze had ingelast om een jaartje te gaan reizen. Het bedrijf waar hij werkte was verhuisd en hij was niet meeverhuisd. Het gevolg was een eenmalige uitkering die hij gebruikte voor zijn reis. Vanaf het eerste moment konden wij het goed met elkaar vinden. Overdag gingen we ieder ons eigen weg. Aan het einde van de middag ontmoeten we elkaar meestal in de keuken/eetzaal. Al vertellend over onze belevenissen van de dag dronk ik dan mijn eerste biertje, “Boag’s” natuurlijk. Na een paar dagen in het bijzonder aangename gezelschap van Stuart te hebben doorgebracht werd het nu tijd om verder te reizen. Ik had voldoende gelezen en mijn reisplan was om tegen de klok in Tassie rond te rijden. Ik zou een auto huren en in 26 dagen weer terug keren in Launceston om een paar dagen te rusten voordat ik weer naar Sydney zou vliegen. Ondertussen had Stuart ook zijn plannen gemaakt. Het bleek, mede omdat er op veel plaatsen maar één weg is, dat Stuart’s plannen veel overeenkomsten vertoonde met die van mij. Na overleg en het opstellen van enkele simpele regels konden we onszelf er in vinden om het samen te proberen. De laatste middag werd gevuld met het inslaan van, goedkoop, voedsel in de plaatselijke "Chicken Shack". De auto besproken. Voor het avondeten gepakt en alles was klaar om de volgende ochtend te vertrekken. Een paar biertjes in de eetzaal en dan maffen. Morgenochtend zou het echt beginnen.

Wordt vervolgd!

Er zijn nog meer verhalen over deze reis, ze worden in de toekomst gepubliceerd.

zaterdag 15 februari 2003

Tasmanië, een inleiding

Tasmanië 2003

Tja, Tasmanië. Een eiland onder aan Australië. Dat was het enige wat ik ervan wist.
En natuurlijk die verschrikkelijke moordpartij in Port Arthur. Ik kon me niet herinneren wanneer dat was maar ik zag die beelden van die slachting helder voor me. De haven met de oude gebouwen.
Voor mij was de plotselinge verandering van de reisbestemming ook een verrassing. Ik had mij voorgenomen om over land van Sydney naar Perth te reizen. Een beetje met de trein, een beetje met de bus en met het vliegtuig terug. Met Virgin Blue, de prijsvechter die het meeste van Ansett, de oude luchtvaartmaatschappij, heeft overgenomen. Hoe anders zou het lopen. Ik kon mijn vrienden in Perth maar niet te pakken krijgen. Ik had alles geprobeerd. Een postkaart, de telefoon en natuurlijk e-mail. Ik dacht dat ze misschien van werk waren veranderd en dat had er waarschijnlijk voor gezorgd dat de e-mail adressen waren veranderd. De beheerder van het lokale netwerk zou de e-mails wel gewist hebben in plaats van doorgestuurd.
Tijdens mijn eerste weekje in Sydney kreeg ik een ingeving om naar Tasmanië te gaan. Ik zag de Lonely Planet in de boekwinkel en na die een beetje te hebben doorgebladerd leek het mij een goede bestemming. Snel de reisgids gekocht en s’avonds het internet op om de prijzen voor het vliegen te bekijken. Dat viel dus erg mee. De website www.virginblue.com.au vertelde me dat een retour AU$ 256 kostte. Wel zou de plaats van aankomst Launceston zijn en niet Hobart, de hoofdstad. Voor mij maakte dat geen verschil omdat je op Tasmanië toch een rondje maakt en je kunt overal beginnen. Het ticket via het internet besteld en de bevestiging uitgeprint. Het verbaasd mij nog regelmatig wat er nu zo allemaal mogelijk is op het internet.

Tasmanië dus. De verscherpte controle sinds de aanslagen in Amerika was ook tijdens de binnenlandse vluchten in Australië merkbaar. Alles wat metaal bevatte moest af en ook mijn Caterpillar walking machines moesten door de scanner. Veilig! Geen springstof! OK, een half uurtje wachten en dan aan boort. Eerst de ouderen en de zieken, dan de rest. Zoek maar een plaatsje uit want de goedkope luchtvaart maatschappijen houden niet van veel poespas. Tijdens de vlucht met de 737-600 kreeg ik een mooi uitzicht over de kust van New South Wales voorgeschoteld. Ik werd er nog eens aan herinnerd hoe mooi en leeg de stranden wel niet zijn. Veel strand en weinig mensen, de ideale verhouding.

Tasmanië, ongeveer de oppervlakte van Nederland met 475.000 inwoners. Je kan begrijpen dat het niet erg druk is. De nationale parken zijn bij elkaar ongeveer 40% van de totale oppervlakte. Natuur is de hoofdmoot. Het eiland heeft een redelijk divers landschap. Echt hoge bergen zijn er niet. Tussen de ruige pieken van Cradle Mountain (1545 mtr), en de hagelwitte stranden van Wineglass Bay is het meeste een glooiend landschap wat je tegenkomt. Het deed me nog het meest aan Engeland denken. Nu, als ik terugkijk heb ik eigenlijk het gevoel dat ik in de tijd ben terug gereisd naar het Engeland in de jaren vijftig.

zondag 7 april 2002

Thailand, de filmdelen van "Escape from Songkran" zijn compleet

Zaltbommel/Ayuthaya/Vientiane 07-20/04/2002

Tijdens een wandeling ontmoette ik een oude vriend die één van de laatste kopieën van mijn VCD “Escape from Songkran” in zijn bezit had. Zelf ben ik alles kwijtgeraakt tijdens één van mijn vele crashes van mijn Windows XP laptop. Ik heb een kopie kunnen maken en ik zal deze film in de komende week knippen en op YouTube plaatsen.

De film “Escape from Songkran” gaat over een reis per trein naar Laos in 2002.

Deel 1 van “Escape from Songkran”


Deel 2 van “Escape from Songkran”


Deel 3 van “Escape from Songkran”


Deel 4 van “Escape from Songkran”


Deel 5 van “Escape from Songkran”

zaterdag 1 december 2001

Australië, Wordt vervolgd!

Er zijn nog meer verhalen over deze reis, ze worden in de toekomst gepubliceerd.

donderdag 3 mei 2001

Pattaya Blues

Het moeten haar ogen en wenkbrauwen zijn geweest die mij de eerste keer in haar aantrokken. Een beeldschoon meisje dat duidelijk anders was dan de andere meisjes in de bar. Ze leek een halfbloed, later bleek ze half Thai en half Vietnamees te zijn. Ik had al vaker gehoord dat de meisjes in Vietnam de mooiste van zuid oost Azië waren, zelf had ik er nog nooit één gezien. Amandelvormige ogen en ze was een beetje zwaarder gebouwd dan de andere meisjes.
Zij was op stap voor een paar dagen met een Duitser. Ik vernam van de Mama San, een oudere vrouw die de meisjes begeleid en adviseert, dat de man regelmatig terugkwam voor haar. Hij bezocht haar wel twee tot drie keer per jaar. Het klassieke verhaal dacht ik nog. Een paar vriendjes meer en de kost is verdiend voor de hele familie. Toch, tegen beter weten in, was ik gefaschineerd door haar verschijning en voelde mij ook tot haar aangetrokken.
Op een onbewaakt moment toen de Duitser naar het toilet was sprak ik haar aan. “Hij gaat naar huis, en ik blijf”, zei ik arrogant tegen haar. Naar haar glimlach te oordelen vond ze dit een prettige mededeling met perspectief voor de toekomst. Ik kwam regelmatig terug in de bar om te zien wat de laatste ontwikkelingen waren. De Duitser werd steeds minder vrolijk en op een avond zat hij gebogen over zijn glas Mekong Coke een stevige partij te janken. Ja, te janken. Krokodillentranen, versterkt door drank, rolde over zijn wangen. Hij zou naar huis gaan die avond. Naar zijn vrouw en kinderen wel te verstaan, zoals hij mij later zelf vertelde. Het meisje probeerde ook een beetje droevig te zijn maar had er duidelijk meer moeite mee dan de Duitser. Vanuit een ooghoek hield ze alles in de gaten wat er gebeurde en er kon zelfs een glimlach voor mij af.
“Zij gaat met hem mee naar de luchthaven”, merkte de mama san op. “Komt ze nog terug”, vroeg ik. “Ja maar dat zal laat zijn, zij blijft bij hem tot het laatste moment”, was haar antwoord. Ik probeerde me er een voorstelling te maken van wat er op de luchthaven zou afspelen. Iedereen kende toch die verhalen! Ik had het al enkele malen met mijn eigen ogen gezien. Krokodillen tranen en op de terugweg het geld tellen. Hoe kon je in hemelsnaam zo dom zijn? En dan te bedenken dat de meesten ook nog een aanzienlijke hoeveelheid geld sturen elke maand.
Mijn fascinatie voor haar was ondertussen overgegaan in een obsessie. Ik was blij dat ik morgenavond ongestoord met haar kon praten. De hele dag speelde het in mijn hoofd en toen de avond eindelijk aanbrak haastte ik mij naar de bar. Daar zat ze dan. Mooier te wezen als al die avonden ervoor bij elkaar. Ze had zich zelfs mooi aangekleed en opgedost. Ik vroeg of ze zin had om met me mee te gaan en na een positief antwoord betaalde ik de tweehonderd baht barfee, of bar fine. Beide termen doen de ronde.
Het was een mooie avond. We liepen over de boulevard en praatten eindeloos over van alles en nog wat. Dronken koffie en aten rijst met groente in een Thais straat restaurant. Ik had een heerlijke avond, mede omdat ze goed Engels sprak. Onvermijdelijk kwamen dichterbij het einde van de avond en dan moest er onderhandeld worden over de prijs voor de nacht. Ik wilde natuurlijk dat ze bij me bleef. Ik was hier niet mee bekend maar ik was ook slim genoeg om te weten dat ik er geen fortuin aan haar zou betalen. Het viel gelukkig mee en de normale prijs van vijfhonderd baht werd overeengekomen.
De volgende vijf dagen waren we onafscheidelijk. We dansten zwoel dicht tegen elkaar gedrukt in de warme avondlucht. Ik dacht geen moment meer aan de Duitser en wat er met hem gebeurd was. Ik dacht zelfs dat ik alles onder controle had. We gingen samen elke avond uit. We hadden een afscheidsfeest van een meisje dat in Denemarken ging trouwen. Soms ging ik vroeg naar bed en zij kwam dan na haar werk naar mijn kamer. We vreeën met elkaar en werden in elkaars armen wakker.
Ik zat al twee weken in Pattaya en moest nog een keer voor een paar dagen weg. Het kostte me ook klauwen vol met geld om daar te blijven, het geld vloog uit mijn portemonnee. Ik gaf haar duizend baht met de mededeling dat ze een kamer in "den Herberg" voor mij moest reserveren als ik haar e-mailde wanneer ik weer terug kwam. Ze nam mijn geld met een ontwapenende glimlach aan. Ik besloot om een paar dagen naar Bangkok te gaan en misschien nog wel even naar het zuiden.
Het leek of de grote regentijd al was aangebroken en ik voelde me eenzaam in Bangkok. Ik was een beetje ziek en ik dronk als een vis op de voor mij bekende plaatsen. Ik weet dat het het tegenovergestelde moet zijn geweest maar ik vond op dat moment Bangkok in de regen deprimerender als nooit te voren. Bangkok, de stad waar ik zo van hield was plotseling deprimerend? Wat was er met me gebeurd?
Na een tweede dag in mineur besloot ik om terug te gaan Pattaya. Ik had het weer bestudeerd op het internet en het regende eigenlijk overal In Thailand. Als het dan toch regende lag ik liever met haar in bed en keek tv de hele dag. De verrassing was compleet voor haar toen ik twee dagen later plotseling weer in de bar stond. Er was wat veranderd!
Ze negeerde mij en ook de andere meisjes gedroegen zich anders. Ik voelde me in mijn eer aangetast en dat mij onrecht was aangedaan. Ik had niets slecht gezegd of gedaan!
Tevergeefs probeerde ik met haar te praten om uit te vinden wat er aan de hand was. Uit wanhoop ging ik bij de buren haar e-mailen terwijl ze gewoon in dezelfde bar als ik zat. Ik was de controle over de situatie kwijt.
De erecode van de meisjes onder elkaar is ook sterk, maar hij is te breken. Toen verschenen de eerste haarscheuren in de erecode. Een meisje vertelde mij dat haar vriendje uit Engeland binnen een paar dagen kwam. Dus ik was nu verleden tijd. Waarom de erecode brak blijft een mysterie. Was het jalousie of medelijden?
Mijn duizend baht heb ik nooit meer terug gezien. Het meisje kwam naar drie weken weer gewoon terug naar de bar en ging aan het werk. Zelf was ik niet meer geïntresseerd in haar, ondanks dat ik altijd een zwak voor haar zal blijven houden. Ze was tenslotte een droom die uitkwam. Nee, het was geen nachtmerrie geworden, gewoon de harde werkelijkheid.

januari 2001

zondag 1 april 2001

Thailand, Wordt vervolgd!

Er zijn nog meer verhalen over deze reis, ze worden in de toekomst gepubliceerd.

zondag 21 januari 2001

Myanmar: Gefeliciteerd met je verjaardag

De Shwedagon Pagode

Yangon (Motherland Inn 2), zondag 21 januari 2001

‘Gefeliciteerd met je verjaardag Jielus!’

Ik wordt alleen wakker op een smal eenpersoonsbed met een dun matras in een klein raamloos hokje achter de “Chana Songkhram" tempel in Bangkok. Twee Fransen bleven de hele nacht opgewonden ouwehoeren. Ik heb erg slecht geslapen en voel me een beetje depressief.
Het leukste waar ik mijn verjaardag mee kan beginnen is het cadeautje openen dat ik van Tadam heb meegekregen. Ik moest haar voor mijn vertrek uit Pattaya met de hand op mijn hart plechtig beloven dat ik het niet eerder dan vandaag zou openen. In de geschenkverpakking vindt ik een Engels/Thais woordenboekje en een kleine zakagenda. Heel attent van haar want beide zal ik zeker dagelijks gebruiken.
In het restaurant van het “Merry V Guesthouse” is het al aardig druk wanneer ik rond acht uur de trap af kom. Ik bestel deze ochtend een omelet als variatie van de gebakken eieren. Twee knakworstjes, twee dunne sneetjes geroosterd witbrood en een beker Nescafé oploskoffie maken mijn ontbijt compleet.
Zodra er een plaatsje vrijkomt achter een computer in het aquarium, zoals wij het glazen hok noemen waar de internet computers staan in het “Merry V Guesthouse”, bekijk ik mijn email en helaas is er geen bericht van mijn broer Ger. Dat vindt ik echt heel jammer want ik weet graag wat er aan het thuisfront allemaal afspeelt. De onwetendheid knaagt aan je innerlijke rust. Het maakt je onrustig in je onderbewustzijn en dat is geen fijn gevoel.
Het Deense meisje is in geen heinde of verte te bekennen en is ook niet op tijd voor onze afspraak. We zouden samen naar de “Don Muang International Airport” gaan. Misschien heeft ze andere mensen ontmoet en heeft ze ervoor gekozen om met hun naar de luchthaven te reizen. Bangkok mag dan een enorme stad zijn maar het reiswereldje rond Khao San Road blijft klein.
Na lang rondvragen, en een diepgaand onderzoek, hebben Kristoff en ik een van de grootste geheimen van Bangkok ontrafeld. Er vertrekken tientallen minibusjes per uur voor 100 baht per persoon vanaf Banglamphu naar de Internationale luchthaven van Bangkok. Kris en ik hebben ons er vaak over verbaasd hoe gewillig de zuinige rugzakartiesten zich naar de dure minibusjes laten voeren. Het moet toch een wonder zijn wanneer er niet een gewone stadsbus van de “Bangkok Mass Transit Authority” langs de luchthaven rijd?
Informeren als “Farang”, of Falang, naar een stadsbus richting de “Don Muang International Airport” is vloeken in de kerk en een hele keten in de toeristenindustrie van vervoer ondermijnen. Er worden gewoon teveel monden gevoed met de stapels rode biljetten van 100 baht die de toeristen neerleggen voor een enkele reis in een overvolle minibus met alle bagage vastgesjord op een krakkemikkige imperiaal op het dak.
Kris en ik hebben enkele maanden geleden onverwacht de code gekraakt en het geheim ontrafeld! We hebben via een slinkse omweg ontdekt dat we voor 12 baht met bus 59 van “Ratchadamnoen Avenue” naar de “Don Muang International Airport” kunnen reizen. Farang die aan boord gaan van bus 59 doet menigeen chauffeur en passagier de wenkbrauwen omhoog gaan.
Ik zoek een plaatsje in de bus waar ik mijn rugzak voor me op de vloer van de bus kan zetten en geniet met volle teugen van het schouwspel dat zich door de open omhoog gezette ramen voor me afspeelt. Wat ben ik en enkele jaren van Bangkok gaan houden, ze verrast me elke dag weer opnieuw.
In minder dan 75 minuten sta ik langs de snelweg met aan de overkant de “Don Muang International Airport”. Een betonnen brug voor voetgangers is de enige hindernis die ik nog moet nemen. De eerste etappe van mijn reis naar Birma, tegenwoordig Myanmar genoemd, is goed verlopen. Ik heb voldoende tijd over om het vliegtuig te halen.
Instapkaart naar YangonDeparture Tax Thailand
Het inchecken voor vlucht BG61 van “Biman Bangladesh Airlines” gaat voorspoedig en gelukkig mag mijn kleine rugzak mee de cabine in. Biman Bangladesh Airlines is goedkoop en het is maar een uurtje vliegen. De luchtvaartmaatschappij heeft niet de beste reputatie maar ze vliegen ook op Europa en dan moet je aan strenge veiligheidseisen voldoen. Goedkoop was deze keer mijn gids en volgens Narin van het kleine reisbureau naast de tempel hoefde ik mij geen zorgen te maken.
Ik mag 30 kilo bagage meenemen maar daar kom ik lang niet aan. De afgelopen twee jaar is mijn bagage alleen maar minder geworden. In mij grote rugzak zit weinig van waarde en zeker niets dat breekbaar is. Nog even een kaartje van 500 baht voor de vertrekbelasting kopen en we kunnen verder naar de immigratiedienst.
Bij de pier, net voor het instappen, wordt ik herenigd met de Deense die nergens te vinden was. Ze is met een groep andere Denen in een minibus naar de luchthaven gekomen. Ik maak er verder geen woorden aan vuil want medereizigers zijn over het algemeen niet zo betrouwbaar. Ze heeft ook nog een andere Deen ontmoet die net als wij naar Yangon vliegt. Het delen van de kosten, hoe klein die ook mogen zijn, is een van de belangrijkste drijfveren voor veel rugzakartiesten die met een streng dagelijks budget op reis zijn.
FEC Myanmar frontFEC Myanmar back Eenmaal op de luchthaven van Yangon gaat het allemaal veel eenvoudiger dan dat ik de afgelopen dagen heb gelezen op het internet. De immigratieambtenaar bekijkt je van top tot teen, kijkt naar je visum in je paspoort en laat een rode stempel met een harde klap neerkomen in je paspoort. Met een streng gezicht als de hoofdmeester op de lagere school wijst hij je naar het loket waar je onmogelijk aan kan ontsnappen om de eerste keiharde originele 200 Amerikaanse Dollars om te wisselen voor 200 Foreign Exchange Certificates. Het is een verplichting voor alle toeristen die Myanmar bezoeken om de generaals van de militaire dictatuur in het zadel te houden.
De FEC biljetten voelen aan als goedkoop papier en lijken nog het meest op het monopolygeld van het bekende bordspel. Volgens de autoriteiten is de wisselkoers veel slechter dan de Birmezen er voor geven. De zwarte markt voor deze FEC’s en Amerikaanse Dollars is immens groot! En het koersverlies wordt op de zwarte markt weer ruimschoots goedgemaakt.

In 1993 begon Myanmar valutacertificaten (FEC) uit te geven, luidende in Amerikaanse dollars in coupures van $ 1, $ 5, $ 10 en $ 20. Deze werden uitgewisseld op een pariteitsverhouding met en werden apart gewaardeerd van de reguliere kyat. Het omzetten van vreemde valuta in kyats werd illegaal gemaakt omdat de wisselkoersen kunstmatig hoog werden vastgesteld. Gedurende een groot deel van deze periode kwamen twee waarderingen van de Myanmar-kyat naar voren; het officiële tarief dat gemiddeld rond de Ks. 6/- = US$1, en de zwarte marktrente die gemiddeld tientallen keren hoger was. Buitenlandse bezoekers van Myanmar konden alleen valuta verhandelen in FEC's of konden alleen kyats verkrijgen tegen de kunstmatig hoge officiële tarieven. Illegale geldwisselaars moesten vaak worden gezocht om valuta te wisselen.

De nieuwe medereiziger had een prima idee om voor 2 Dollar per persoon een taxi van de luchthaven naar het gereserveerde “Motherland Inn (2) Guesthouse” te nemen. Een geweldige ontvangst en we krijgen meteen een kamer toebedeelt. Zodra de minibus met een groep medepassagiers van onze vlucht arriveert realiseren we ons dat de taxi onbedoeld een veel betere keuze was. Wij hebben zeker de betere kamers toegewezen gekregen. Wie het eerst komt wie het eerst maalt! Ook in Myanmar.
Inschrijving Mother Land Inn (2) Tijdens het invullen van de stapel benodigde formulieren om in Birma te mogen overnachten kijkt een van de Denen mee in mijn paspoort en merkt mijn geboortedag op.
Niet veel later klinkt het: ‘Happy Birthday to you!’, terwijl we genieten van onze eerste ijskoude biertjes in Myanmar.
Nog een biertje verder spreken we met elkaar af om onszelf wat op te frissen en met elkaar te gaan eten in een bij de backpackers bekend restaurant. Onderweg naar het restaurant kan ik mijn ogen niet geloven. Ik passeer mooie kleine gracieuze mensen gehuld in sierlijke kleurrijke sarongs.
Eenvoudig straatvoedsel en thee verkopers op het trottoir langs de met militairen gevulde straten. Kleine plastic tafeltjes feestelijk verlicht door kaarsjes omringt door kleine plastic krukjes en stoeltjes.
Vriendelijke glimlachende gezichten in een zachte duisternis besmeert met een karakteristieke lichte crème op hun wangen. Prijslijsten met het Birmese schrift hangen aan de muur. Het schrift bestaat uit aan elkaar geregen ringen met hier en daar een uitsteeksel. Een tafereel dat ik nog nooit heb gezien.
Met reisgenoten aan tafel De Denen hebben in de korte tijd tijdens het opfrissen nog een Amerikaan opgepikt voor de avondmaaltijd. Het bekende backpackers restaurant blijkt het Indiase “New Delhi Restaurant”. Ik laat me rustig meedrijven met de stroom reisgenoten omdat er onderweg altijd wat te leren is.
Iedereen aan tafel gaat voor een thali, een groot roestvast stalen bord met een berg rijst en een handvol bijgerechten. Het is nieuw en avontuurlijk voor mij. Je hoort de thali met je hand te eten maar gelukkig kiest iedereen bij ons aan tafel voor het bestek. Het smaakt mij in ieder geval uitstekend.
De onvermijdelijke tocht naar het toilet in het Indiase restaurant is als een ontdekkingsreis. Ik sluip door bogen in dikke bakstenen muren als in een middeleeuwse kerker. Langs potten en pannen, schoon en vuil, die tot aan het plafond zijn opgestapeld. Door een menigte van kokende en afwassende besnorde mannen baan ik me een weg naar een hoek achter in de keuken naar het toilet dat menig toerist direct zou laten omkeren.
Mijn herinneringen over de toiletten in China schuiven een plaatsje naar beneden op de lijst van “slechtste toiletten in de wereld” in mijn geheugen. Wij zijn moderne avonturiers en ontdekkingsreizigers! Het kan ons niet deren, wat moet, dat moet!
De Indiase maaltijd heeft prima gesmaakt en de hoeveelheid voedsel was voor mij ruim voldoende. Voor twee FEC hebben we zeker geen recht van klagen. Zodra we naar buiten stappen worden we overvallen door de stilte. Het is nog vroeg in de avond maar de straten van de miljoenenhoofdstad Yangon, vroeger Rangoon genaamd, zijn griezelig verlaten. Er ligt een onzichtbare deken van angst vermengd met gehoorzaamheid over de stad.
De Shwedagon Pagode Er is ook een voordeel! Voor het eerst zie ik de “Swedagon” pagode. Het is een vreemd gezicht. De stilte op straat om mij heen, de schoonheid van de religieuze architectuur, decadente westerse reclame in een land vol arme onderdrukte inwoners en vier toeristen op zoek naar een restaurant waar we het glas nog een keer kunnen heffen op mijn verjaardag.
De band in het Jimmy Foo Restaurant De Amerikaan heeft onderweg ergens gehoord dat het restaurant van Jimmy Foo, een Singaporees, een bekende plaats is waar veel toeristen komen voor het ijskoude bier en de live muziek. We hadden geen betere plaats kunnen bedenken om een einde aan mijn verjaardag te maken! Het wordt wat later dan gepland maar ik kan terugkijken naar een mooie dag. Het was niet mijn eerste verjaardag buiten Nederland maar wel de beste tot nu toe.

Birma, Wordt vervolgd!

Er zijn nog meer verhalen over deze reis, ze worden in de toekomst gepubliceerd.

vrijdag 1 december 2000

Thailand, Wordt vervolgd!

Er zijn nog meer verhalen over deze reis, ze worden in de toekomst gepubliceerd.

zondag 1 oktober 2000

Thailand, Wordt vervolgd!

Er zijn nog meer verhalen over deze reis, ze worden in de toekomst gepubliceerd.

donderdag 13 april 2000

Thailand, uit de oude doos

Ayuthaya (Ayuthaya Guest House)

Mooie oude foto's die ik nu in het wilde weg met Lightroom3 verwerk. Voor diegene die echt serieus met fotograferen bezig zijn is Adobe Lightroom3 een absolute must! Beter is er niet.

Van Thailand 2000


Ik werkte samen met Hennie Loch en Pierro Cossu. De vakantie ging natuurlijk naar Thailand waar Hennie tien dagen op bezoek kwam. En we hebben genoten. Deze foto's zijn van de Songkran in Ayuthaya.

zaterdag 1 april 2000

Thailand, Wordt vervolgd!

Er zijn nog meer verhalen over deze reis, ze worden in de toekomst gepubliceerd.
Copyright/Disclaimer