Foto's verhuizen en herschrijven

Enkele jaren geleden heeft Google de stekker uit Picasa getrokken en tot nu toe ondervind mijn blog daar nog steeds problemen van. Omdat ik voorlopig toch niet meer op reis ga ben ik de verhalen uit 1999 aan het herschrijven en de foto's aan het verhuizen naar Flickr. Veel leesplezier met mijn avonturen van alweer ruim 18 jaar geleden!

zondag 12 januari 2014

Filippijnen: Aan de grenzen van de echte armoede

Legaspi (Legaspi Tourist Inn (317)

De laatste drie dagen heb ik doorgebracht in een klein vissersdorp aan de grens met de armoede. Het is werkelijk onvoorstelbaar wat er allemaal in zo’n economisch dood dorp gebeurd, namelijk weinig tot niets. De mannen die nog een vissersboot kunnen betalen vertrekken tegen middernacht en komen net na het verschijnen van het eerste daglicht weer aan land. Doe goede vis, wanneer ze het geluk hebben gehad om die te vangen, gaat naar de stad en wat er overblijft wordt zelf opgegeten, verkocht of verdeeld in het dorp.
Dat kleine beetje geld dat de vis opbrengt is het enige nieuwe geld in het dorp. Vaak moet er een gedeelte van dat geld worden gebruikt voor reparatie en onderhoud van de vissersboot. Dat geld blijft dus in de stad! Er is geen werk dus is er verder ook niets te doen dan zinloos rond te hangen. Je hoort muziek uit verschillende radio’s schallen en de mannen en vrouwen zitten de hele dag in een absolute stilte bij elkaar. Wat heb je elkaar tenslotte na een week nog te vertellen?
Armoede staat in dit gebied van de Filippijnen onzichtbaar geschreven op alles wat je ziet. Toch zie je ook veel glimlachende trotse mensen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, en vooral de kinderen zijn nog steeds vrolijk en fleuren het hele dorp op. Het vertrouwen in Jezus en geloof is rotsvast verankert in de samenleving en het kan in de toekomst alleen maar beter worden.
Af en toe hoor je iemand in de verte een persoon schreeuwen en dan rennen de vrouwen naar buiten om te zien of de aangeboden vis of groente de moeite waard is voor de gevraagde prijs. Ik zit over mijn eboek gebogen wanneer mijn schoonmoeder trots met een flinke bundel kousenband terugkomt.
‘Kijk, een hele bos kousenband voor maar zestien peso zegt ze trots!’, ongeveer 25 eurocent, en dat is dan voldoende om zes monden te vullen!
Ik weet zeker dat wanneer ik de volgende keer in een Nederlandse supermarkt de luie en verwende huisvrouwen die al voorverpakte, schoongemaakte en gedopte groene boontjes zie kopen voor een veelvoud van die prijs dat ik aan die bos kousenband terug denk.

Doordeweeks gaan de kinderen naar school en staan ze vroeg op, maar op zaterdag en zondag blijven ze wat langer liggen zodat de dag dan wat korter wordt. Internet bestaat hier nog niet! Het is soms zelfs tijdens een storm een signaal op je mobiele telefoon te krijgen. Nadat het daglicht is geworden, de hanen van de omringende buren zijn dan al een uur wakker en hebben ons dat ook laten weten, begint voor mij de dag met een kop oploskoffie. De moeder van Lyka heeft al een ketel (drink)water voor ons gekookt en de rest van het gezin komt langzaam tot leven. Voor mij is er weinig anders te doen in het dorp dan lezen, nadenken en schrijven. De dag kabbelt vredig tot het einde alleen onderbroken door een geregelde simpele, maar smakelijke, maaltijd. De geur van eten hangt altijd in het huis.

Het waren twee heerlijke rustige dagen in een afgelegen vissersdorp in een uithoek van Luzon. Toch voel ik een een licht verdriet wanneer we afscheid moeten nemen. De twee dagen onthaasten met slechts een boek en een gesprek als afleiding verandert wat in een mens. Het was haast als toen ik met Kris zesenvijftig uur in een trein in China zat. Omgeven door mensen waarmee je niet of moeilijk kan communiceren en daarmee veranderen in attributen met menselijke trekken. Maar er was overdag dat eindeloze uitzicht op het voorbijtrekkende Chinese landschap dat anders was. Dat landschap ontbrak hier in het dorp en daarmee werd de ervaring van het onthaasten alleen maar puurder.

Met de motorfiets met zijspan, die ongetwijfeld het eigendom van een familielid is, worden we verplaatst naar Pilar vanwaar we naar onze bestemming gaan. Voor een laatste keer zit ik ongemakkelijk opgevouwen in het kleine bakje met de rugzak op mijn schoot. Het zal nu ook wel weer een paar jaar duren voordat ik in San Antonio terugkeer. Maar dat ik terugkeer staat als een paal boven water.
Voor het vervoer naar Legaspi hebben we de keuze uit een paar verschillende mogelijkheden. Het verschil zit hoofdzakelijk in comfort gekoppeld aan de prijs. Voor mij persoonlijk maakt het weinig uit dus Lyka mag kiezen op welke manier we onze reis vervolgen! Het wordt de minibus!
Al snel heb ik in de gaten dat ik het beste voorin kan gaan zitten omdat mijn breedte en lengte achterin de kleine Kia bestelbus zeker problemen zal geven. Zodra me ter oren komt dat er twee personen voorin moeten zitten vertel ik Lyka om de chauffeur te vertellen dat ik voor twee personen betaal. Die extra euro zal ik ook wel overleven! Dan drink ik vanavond maar een biertje minder uit naam van de comfortabele rit naar Legaspi.
De oude bus blijkt een defecte accu te hebben en moet door een toegestroomde groep mannen worden aangeduwd. In z’n achteruit nog wel! Dat heb ik in al mijn omzwervingen nooit meegemaakt. Zodra de bus vol is, en geen moment eerder, Kunnen we eindelijk op weg en ik hoop vurig dat de chauffeur, een nog jonge man met slechts enkele tanden in zijn mond, de bus onderweg niet zal laten afslaan. Ik heb weinig zin om al mijn spullen in de gammele vierwieler achter te laten en dan de bus aan te duwen.
De man naast me lijkt zenuwachtig en ik zie geen enkele reden waarom. Desnoods rijdt ik zelf het stuk naar Legaspi. Of is het misschien de verantwoording over het voertuig dat toebehoord aan een transportmaatschappij? De chauffeur grijpt om de paar minuten naar het houten kruisje onderaan een rozenkrans aan de achteruitkijk hangt. Dit wordt gevolgd door het slaan van een kruis op zijn borst en voorhoofd, èn een kus op de duim. Persoonlijk heb ik liever dat hij zich met het verkeer bezighoudt! De weg van Pilar naar Legaspi heeft alle ingrediënten in zich voor een perfecte dodenweg.
Een keer, slechts een keer tijdens de veertig kilometer, een rit van bijna een uur, knijp ik mijn ogen dicht en hoop dat Jezus me het overlopen naar de Boeddha heeft vergeven. Zodra de toon van de luchthoorn van de grote vrachtwagen met oplegger verandert weet ik dat we elkaar hebben gepasseerd zonder elkaar te raken. Ik open mijn ogen en voor een moment kijken de chauffeur en ik elkaar verontschuldigend aan. Ik twijfel of ik enkele zweetdruppels op zijn voorhoofd zie maar nog voordat ik die zweetdruppels kan bevestigen draait hij zijn hoofd terug en verlegt zijn aandacht weer op de weg voor ons.

De “Legazpi Tourist Inn” is een hotel wat ik verwacht voor deze prijs. Ik heb enkele waarderingen gelezen die dit hotel geen goed deden, maar ik weet ook dat er mensen zijn die voor een dubbeltje in een vijfsterren hotel willen slapen maar helaas heb ik die hotels nog nooit, ook niet in dit deel van de wereld, kunnen vinden. De kamer is licht, schoon en op dit moment van de zondag, halverwege de middag, al redelijk stil. Het is alleen jammer dat het wifi signaal te zwak is en niet onze kamer bereikt.
We eten als lunch een snelle hap bij “JolliBee” maar het smaakt me niet. De burger is verdronken in mayonaise en ketchup, en daar ben ik niet zo gek op. Hij lijkt wel of mijn lichaam zich naar de eenvoudige maaltijden van de afgelopen dagen in het vissersdorp heeft ingesteld. Een langer verblijf bij de moeder van Lyka in het eenvoudige vissersdorp zou me zeker goed hebben gedaan en waarschijnlijk hebben veranderd in een kruisridder tegen de verspilling van voedsel en goederen. Ik ben op dit moment al niet meer zo’n grote fan de consumptiemaatschappij.
Om half zes lig ik in de eerste schemer van de avond samen met Lyka op bed en kijk naar de lucht. Een asgrijze bewolkte lucht zoals op een koude herfstdag in Zaltbommel. Over een half uur zal het hier pikdonker zijn en wij erop uitgaan om een plaats te vinden waar we wat kunnen eten. Fastfood is hier voldoende te koop maar daar heb ik de komende drie weken geen zin in dus we gaan op zoek naar een restaurant.
Legaspi is een lelijke stad, zeker wanneer het donker is en de regen het asfalt heeft veranderd in zwarte spiegels die de weinige verlichting weerspiegelen. Overal staan groepjes mannen opeengehoopt onder een afdakje te wachten op wat er komen gaat. Wat zou er moeten komen? Thuis zijn brengt niets op en ik denk dat ze hier met zovelen aanwezig zijn om wanneer het moment zich aanbied meteen te plaatse te zijn. Het is een vreemd maar toch verklaarbaar fenomeen in de Filippijnen. Ik voel me wel ongemakkelijk wanneer ik met Lyka het hotel verlaat om wat te gaan eten.
We kunnen het niet te laat maken om te gaan eten want de restaurants blijven hier, bij gebrek aan klandizie niet zoals in de rest van Azië, de hele avond geopend. Overal staan die groepjes, jongens en mannen door elkaar, en kijken ons na. Fluisterend in ons voorbijgaan in een taal die ik niet versta maar ze zullen het wel hebben over de blanke met de Filippijnse vriendin. Ook zonder mijn contactlenzen herken ik in een zijstraat, wanneer ik mijn ogen halfdicht knijp, het silhouette van een kok met een grote witte koksmuts op.
In het enorme, op de tweede verdieping gevestigde, “Chef Lu Tea House” zitten maar twee klanten te eten. Maar daar prik ik meteen doorheen, dat hoeft op z’n moment niets te zeggen. Het is namelijk zondagavond in een streng katholiek land en dan zullen de meeste mensen wel thuis of in de kerk zijn. Een korte blik op de menukaart verteld me dat we het vanavond wel hier zullen redden.

Mijn “beef curry” en Lyka’s “Pork Chop Tomato” zijn voor de twee euro per kom zeer goed te noemen, alleen de geïmproviseerde “Chop Suey” (gebakken groenten) is een van de slechtste die ik ooit op heb. Ik vraag me waarschijnlijk de rest van mijn leven af wat die varkenslever en ander onherkenbaar vlees in de gebakken groeten te zoeken had. Het ontbreken van cola light op de drankenkaart geeft me voldoende ruimte om een biertje bij het eten te bestellen. Een lauw biertje met een klein glas voor de helft gevuld met ijs. Een half uurtje later zitten we vol en voor het bedrag dat we moeten afrekenen hebben we toch nog redelijk getafeld.
Dat eerste kleine biertje is de aanleiding om ook nog een grote fles, van een liter, San Miguel te kopen voor op de kamer. Nu zijn we samen en de hele omgeving is alleen van ons. We hebben onze privacy terug en genieten van elkaars gezelschap.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Copyright/Disclaimer

Gratis eboek downloaden/lezen?