vrijdag 25 mei 2007

Zuid-Korea: Geweldig

Vreemde zeevruchten

Seoul (Jongnowon Hotel), vrijdag 25 mei 2007

Ik kroop gisteren om half twaalf uit mijn bed en voelde me dood, lichamelijk en geestelijk! De screensaver op de 27” iMac vertelde mij dat de gevoelstemperatuur in Pattaya op dit moment 41 graden Celsius is en daar word je niet echt vrolijk van met een kater van deze omvang. Ik heb nog wel de energie om uitgebreid van mijn meisje afscheid te nemen. Over vier weken ben je weer meer dan welkom.
Een reeks korte koude douches brengt mij toch weer redelijk terug tot de realiteit van deze dag. Ik ga vanavond vertrekken voor een trip van vier weken naar Zuid Korea. Mijn hoofd staat er nog niet naar. Mijn lichaam weigert ook nog elk soort vast voedsel, ik ben een wrak tien uur voor het vertrek.
Uiteindelijk heb ik het toch voor elkaar gekregen om mijn kleine rugzak vol te pakken. Ik haal snel door de oververhitte lucht van Thailand wat te eten bij de dichtstbijzijnde 7-11. Gelukkig smaakt het nu wel en ik voel de batterij weer opladen. De rest van de middag heb ik doorgebracht in de ijskoude lucht van mijn slaapkamer. Ik kan niet zeggen dat dit de beste voorbereiding is voordat je op reis gaat maar het was gisteren, en afgelopen nacht, nu eenmaal heel gezellig.
In de taxi ben ik heel erg stil, zelfs de taxichauffeur Nob is verbaasd dat ik hem niet de oren van zijn hoofd klets. Vandaag begint een nieuw hoofdstuk van mijn leven. Ik realiseer me ook dat het alweer drie jaar geleden is dat ik een serieuze reis heb gemaakt. Ik ben lui geworden maar geniet met volle teugen van het nachtleven in Thailand.
Gelukkig is de rit naar de nieuwe luchthaven van Bangkok, de “Suvarnabhumi Airport”, een uur korter dan naar de oude “Don Mueang International Airport” van de Thaise luchtmacht. Dat scheelt toch aardig wat reistijd in de taxi!
Alles is nieuw en indrukwekkend in de nieuwe luchthaven. Maar er zijn een jaar na de officiële opening nog steeds veel mensen aan het werk om het hoofdgebouw te repareren en te verbeteren. Vanavond vlieg ik voor de eerste keer met “Thai Airways”, de nationale luchtvaartmaatschappij van Thailand die door velen geliefd is en geroemd word.

Het tijdsverschil tussen Zuid-Korea en Thailand blijkt dus twee uur te zijn, zelfs de medewerkers van “Thai Airways” achter de check-in balie weten dit niet. Dat betekent dat mijn vlucht vertrekt om half vier in de ochtend (Seoul time). Geheel verdoofd en doodmoe zoek ik mijn plaats in de enorme Boeing 777 die niet eens voor 25% gevuld is. Na het opstijgen neem ik drie stoelen van een middelste rij in bezit en probeer nog wat te slapen voordat we op het “Incheon International Airport” arriveren.
De drie stoelen naast elkaar, met de omhoog geklapte armsteunen, zijn net te kort voor mij. Ik kruip wat in elkaar in een foetushouding en sluit de veiligheidsgordel van de middelste stoel. Ik wil tenslotte niet in mijn slaap door de cabine gaan vliegen! Wanneer de stewardess mij wekt voor het ontbijt heb ik voor mijn gevoel een uurtje geslapen. Ik ben wel moe, nog héél moe, maar die vermoeidheid zal wel verdwijnen wanneer ik weer met beide benen voor het eerst op Zuid-Koreaanse bodem sta.
We zijn net Taiwan gepasseerd wanneer ik de schuif voor het kleine ovale vliegtuigraam open en een felle zon recht in mijn gezicht schijnt. Een wit gesloten wolkendek ligt als een winterlandschap onder ons. Ik weet van de voorspelde regen in Seoul dus het verbaast mij niet echt.
Incheon Airport in de mist Zodra de piloot de landing heeft ingezet heb ik al enkele kleine stukjes van Zuid-Korea kunnen zien wanneer het voor een moment geopende wolkendek het toeliet. Maar dat was alles. Het zicht op de grond is minder dan 200 meter wanneer we eindelijk landen op “Incheon International Airport”. De mist hangt als een deken over de luchthaven en voorkomt dat ik ook maar een kleine indruk kan krijgen van wat er zich allemaal om mij heen bevind.
Ik neem de tijd en ben uiteindelijk de laatste die van boord gaat. Deze keer laat ik eens alles even rustig op mij inwerken. Als eerste kom ik bij de gezondheidscontrole, die meet met een infrarood camera je lichaamstemperatuur, en die roept mij meteen terug. Ik ben nog maar half bij mijn positieven maar ik kan gelukkig toch het begrip opbrengen voor deze controle.
De in een smetteloos wit uniform gestoken vrouw vraagt mij of ik mij ziek voel. De vogelgriep (H5N1) heerst in Azië en veel landen zijn bang voor een besmetting. Ik schud ontkennend mijn hoofd. Ze kijkt mij diep in mijn ogen of ze misschien onzekerheid bespeurd. Ze probeert mij in slecht Engels te ontfutselen waar ik ga verblijven in Korea.
Ik leg haar uit wat mijn bedoelingen zijn: ‘Gewoon wat rondreizen’,vertel ik haar.
‘Niets geboekt, gewoon op de bonnefooi van hostel naar hostel reizen door Zuid-Korea’, en dat kan ze gelukkig begrijpen!
‘Geef dan maar het telefoonnummer van uw mobile telefoon?’, vraagt ze serieus.
‘Eh, die heb ik niet!’, antwoord ik zonder te verblikken of te verblozen.
‘Wat, geen mobile telefoon in Korea?’, vraagt ze mij verbaasd op haar beurt.
Ze kijkt me aan alsof ik uit de prehistorie kom. Uiteindelijk geeft een officier van de medische dienst, achter een tafel, met een knikje zijn goedkeuring. De vrouw kijkt mij verontschuldigend aan en met een breed zwaaiend armgebaar geeft ze aan dat ik vrij ben om verder te lopen naar de volgende horde, “De immigratiedienst”.
Deze werkt dus heel effectief. Iedereen wordt er streng gecontroleerd en naar zijn plannen voor zijn verblijf in Korea gevraagd. Ik sta zeker een half uur in de rij wachten. Maar eenmaal aan de beurt ben ik een minuut later met een stempel in mijn paspoort alweer weg. Eenmaal door de immigratiedienst en de douane betreed ik de enorme ontvangsthal.

Korea! Een nieuwe uitdaging!
10.000 Zuid-Koreaanse Won10.000 Zuid-Koreaanse Won Taak één na aankomst op een nieuwe bestemming is het pinnen van de lokale munteenheid. Dat gaat hier op de luchthaven heel eenvoudig, het gaat bijna vanzelf. Ik probeer ongeveer € 300,- uit de ATM te halen. Tevergeefs! Het maximale bedrag van 200.000 Koreaanse won, iets meer dan honderdvijftig euro, komt uit de ATM. Dat blijkt toch een aardige bundel bankpapier te zijn!
Met verbazing sta ik naar het Zuid-Koreaanse bankpapier te kijken. Het grootste bankbiljet dat uit de ATM komt, 10.000 won, is minder dan acht euro waard! Is het dan zo goedkoop in Zuid-Korea? We gaan het de komende dagen zien en ervaren. Ik begin er nu echt zin in te krijgen.
De tweede taak was wat moeilijker, ik wilde namelijk een “Korea Travel Pass” kopen. Gemakkelijk voor in het openbaar vervoer, eten in restaurants en winkelen. Nu bleek die kaart een verkapte prepaid VISA debetkaart te zijn met een minimum waarde van 320.000 won (ongeveer 250 euro), en dat zijn heel wat ritjes met bus of de ondergrondse. Dan maar richting de stad en kijken of ik dit anders kan oplossen.
De bushalte naar het centrum van Seoul is snel gevondenen en het is redelijk eenvoudig voor een vreemde toerist om een buskaartje te kopen. De aanwijzingen van de “Seoul Backpackers” zijn erg goed en al snel zit ik in de bus naar het centrum van de stad. Ik probeer wat van het landschap op te vangen door de nu langzaam oplossende mist. De erg behulpzame buschauffeur gooit mij af bij de afgesproken halte en daar sta ik dan op het schone brede trottoir midden in Seoul.
Ik kijk eens goed om mij heen en laat de nieuwe moderne stad zich op mij inwerken. Het is hier fris, lekker fris. De zuivere lucht voelt goed aan en inmiddels laat de zon zich ook voorzichtig zien door de bijna opgeloste mist. Dit weer doet mij denken aan Sydney, en die heerlijke frisse lucht als op een winterochtend, het is heel aangenaam na die drukkende vochtige warmte in Thailand. Er zijn opvallend weinig reclameborden in het Engels om mij heen, maar dat is de charme van Korea heb ik ergens gelezen.
Het “Seoul Backpackers” trekt mijn wenkbrauwen omhoog en ik denk meteen dat ik me daar maar overheen moet zetten. En dat probeer ik dan ook. Als eerste is het Seoul Backpackers een verbouwde woning met enkele kleine kamers op de begane grond, met in elke kamer drie stapelbedden, die allemaal uitkomen op de gemeenschappelijke ruimte, waarschijnlijk oorspronkelijk de woonkamer met open keuken.
Er is maar één gecombineerd toilet/douche, gemengd dus, met elk moment van de dag rijen als gevolg. In alle guesthouses en backpackers waar ik tot nu toe heb geslapen waren er altijd dikke grote badhanddoeken te leen tegen een contant onderpand. Zo ook hier, maar deze kleine handdoekjes zouden in Nederland op een toilet hangen!
Ik wordt meteen bij aankomst aangesproken door een magere jonge Engelsman, Andy, die op weg is van Japan naar huis. Hij lijkt mij op het eerste oog een geschikte kerel. Op mijn uitnodiging om samen de stad in te trekken gaat hij gretig in. Hij lijkt mij niet eenzaam en uiteindelijk verteld hij dat hij ook deze ochtend in Seoul is gearriveerd. Voor hem is het dus ook nieuw! Ik weet mijn plannen voor vandaag, een elektronische kaart van Zuid-Korea voor de GPS kopen, hij is op zoek naar een goedkoop vliegticket naar Londen. We kunnen dat waarschijnlijk samen de komende middag wel oplossen.
Christine van Freedom Tour Korea Wij vinden een aanbieding voor het ticket dat Any zoekt in een aanbevolen reisbureau. Er blijkt alleen een klein probleem te zijn. Hij heeft niet voldoende geld op zijn VISA kredietkaart om voor het ticket te betalen. Christine kijkt mij wanhopend, en vragend, aan en ik kijk naar Andy. Hij kijkt mij met van die trouwe puppy ogen aan en ik weet dat ik nu op mijn hoede moet zijn. Ik wil niet als slachtoffer uit deze situatie tevoorschijn komen!
De Garmin dealer is ook vrij gemakkelijk gevonden met de coördinaten die waren opgegeven in de advertentie. Andy is onder de indruk van de Garmin GPS en wil alles weten over het apparaat. Het lijkt een afleidingsmanoeuvre maar mijn gedachten zijn blijven hangen bij het vliegtuigticket naar Londen waar Andy geen geld voor heeft. Het verhaal dat zijn broer deze week geld op de rekening van zijn VISA kredietkaart stort neem ik met een korreltje zout.
De elektronische kaart op een micro-sd voor mijn Garmin GPS wordt niet gekocht! Het kaartje blijkt ongeveer € 240,- te kosten. Dat is € 9 per dag voor de elektronische kaart alleen. Dat lijkt me op dit moment een beetje teveel van het goede. Elektronica ik mooi maar niet tegen elke prijs. Ik ga mij beperken tot het vastleggen van mijn dagelijkse bewegingen zodat ik later de foto’s een geografische locatie kan geven.
Jongno TowerEen auto vol benzineCheonggyecheon Rustig zwerven we terug richting de Seoul Backpackers, soms met de ondergrondse metro en soms te voet. Het is hier in Seoul in ieder geval de eerste dag fantastieeeeeeees! Ik kan er na de eerste dag niets slechts over zeggen. Het is hier heel anders dan in Singapore of Kuala Lumpur.
Mijn verblijf in het “Seoul Backpackers” heeft niet langer geduurd dan het inschrijven en mijn rugzak in de toegewezen kamer zetten. Bij terugkomst in het hostel na onze middagwandeling kijk ik nog eens goed om mij heen. Ik ben niet gelukkig met wat ik zie. Iedereen loopt elke kamer zonder een reden binnen, de kamers hebben geen sloten. De twee computers zijn onafgebroken bezet door You-Tube junkies die schaapachtig zitten te lachen tijdens korte filmpjes. Ik wil ook niet oordelen over de gemiddelde gast van het hostel maar het zijn zeker geen financiële hoogvliegers.
Op de terugweg naar het hostel zijn we op nog geen honderdvijftig meter van het hostel een klein hotel gepasseerd. Nadat Andy zich op zijn kamer heeft teruggetrokken ben ik alleen op onderzoek uitgegaan. Het hotel heeft kleine kamers, die goed kunnen worden afgesloten, en een kleine keuken.
De oude vrouw die de receptie bemande nadat ik op de bel heb gedrukt probeert mij in een haast onverstaanbaar Engels uit te leggen wat er allemaal aan de hand is. Gelukkig heeft ze twee geplastificeerde A4’tjes waar in redelijk Engels duidelijk staat wat de regels in het hotel zijn en wat het kost per kamer per nacht.
Voor minder dan twaalf euro per nacht duurder heb ik nu een kleine privé kamer met grote zachte handdoeken op de vijfde verdieping aan de achterkant. Een blik uit het kleine raam verteld me meteen dat dit een heel rustige kamer is. Ik kijk uit op een gebied met kleine tuintjes vol met grote aardewerken potten. Het enige minpunt van dit hotel is dat er geen lift is dus dat ik enkele keren per dag stevig moet traplopen.
Ja, ik heb de Seoul Backpackers meteen omgeruild voor het kleine hotel om de hoek. Het management van de Seoul Backpackers was eerlijk en oprecht en heeft zonder tegen te stribbelen mij het geld voor de andere twee vooruit betaalde nachten terug gegeven.
Nadat ik intrek heb genomen in de kleine kamer voel ik me een stuk beter, en een stuk veiliger. Sinds ik met mijn MacBook reis ben ik wel bang dat die mogelijk wordt gestolen. Wifi is nog niet overal aanwezig dus is het wel leuk om af en toe naar internet café te gaan om andere reizigers te ontmoeten.
Rond etenstijd ga ik weer terug naar de Seoul Backpackers om eens te zien of Andy nog zin heeft om samen wat te gaan eten. De manager is verbaasd om mij weer te zien. Ik leg hem uit wat er is gebeurd en waarom ik weer terug kom. Hij begrijpt me volledig en drukt me op mijn hart dat ik altijd welkom ben in de Seoul Backpackers en dat ik zelfs gebruik mag maken van de gratis koffie en thee. Ik denk dat er wel vaker gasten verkassen naar het kleine hotel om de hoek, zeker wanneer je met een partner op reis bent.
Andy is ook verbaasd om mij weer te zien! Ik leg aan hem in een korte bewoording uit wat er is gebeurd. Hij vindt het vreemd maar heeft ook enig begrip. Hij neemt mijn uitnodiging om samen te gaan eten met twee handen aan. Het eerste de beste restaurant, nog geen dertig meter van het hostel, adverteert met grote koppen noedelsoep met bijgerechten voor minder dan vier euro. Andy en ik kijken elkaar aan en knikken samen goedkeurend. Dit gerecht gaan wij op onze eerste avond in Zuid-Korea proberen.
Koude hard gekookte eierenKokend hete noedelsoepKokend hete noedelsoep met sojaboon spruiten Een koud hardgekookt ei als voorgerecht! Niet veel later verschijnt een grote dampende kom met noedelsoep, de “Ramyun”, op tafel. We worden nadrukkelijk door de serveerster gewaarschuwd om vooral de kokendhete zwarte keramische kom niet met onze blote handen aan te raken! Er worden nog wat andere gerechten bijgezet en dat is onze eerste ervaring met de Koreaanse keuken. De “Ramyun” is de Koreaanse variant van de in Azië overal bekende instant noedels. De eerste gedacht dat een restaurant in Azië instant noedels op de menukaart heeft staan laat mij duizelen. Wat ga ik de komende weken nog meer allemaal zien en meemaken? De kom instant noedels smaakt mij meer dan uitstekend! De ingelegde komkommer, is het een Kimchi? Is meteen een favoriet van mij. De gedroogde microgarnalen, die een beetje als ansjovis smaken, doen het ook goed in de soep. De originele Koreaanse “Kimchi” vindt ik wat minder, maar waarschijnlijk moet ik nog even aan die bijzondere textuur en smaak wennen. De grote sojaspruiten, lijkt op taugé van mungbonen alleen groter, smaken ook heel apart. Ze kunnen mijn goedkeuring ook meteen wegdragen. Al met al is de eerste avondmaaltijd in Seoul een positieve ervaring.Vreemde zeevruchten Een wandeling door de koele avondlucht om het eten te laten zakken is het laatste wat ik deze vermoeiende dag wilde doen, ik was heel erg moe en ik verlangde naar mijn bed. Toch is het de avond en de nieuwe omgeving die harder aan me trekt dan de wens om te gaan slapen.
De Zuid-Koreanen houden van eten en drinken. Dat begrijp ik meteen wanneer ik enkele honderd meter van mijn hotel verwijdert ben. Maar bij wat ze eten heb ik nog wel twijfels. Grote aquaria vol met wezens, van zoals het lijkt van andere planeten, zetten mij wel aan het denken. De twee Korea’s liggen op een schiereiland dus is de zee nooit ver weg. Het is begrijpelijk dat het zoute water voor veel voedsel zorgt. Op dit moment kan ik het maar moeilijk geloven dat ik me de komende weken aan deze dikke krioelende wormen ga wagen.
Uitgaan in Zuid-Korea Op de terugweg wordt ik overvallen door slierten geur van varkensspek dat wordt gebakken. In een steeg staan tafeltjes met een soort van gebolde bakplaat waar stukjes speklap op worden gebraden of gegrild. Bordjes met een stapel varkensspek staan op tafel met kleine groene flesjes, met een onbekend drankje, en flesjes met de bekende frisdrank. Het is er erg druk en de gasten hebben veel plezier. Ik ga me daar de komende dagen maar eens in verdiepen. Dat wil ik ook wel proberen.
Het is nog geen tien uur wanneer ik vermoeid mijn bed op zoek. Alleen op een kamer voor twaalf euro meer is beter dan met enkele snurkers in een dormitorium! Mijn eerste dag in Zuid-Korea zit er op en gelukkig is alles is goed verlopen, maar wat belangrijker is, alles wijst in de richting dat ik een mooie reis voor de boeg heb.
Morgen ga ik de koninklijke paleizen van Seoul bezoeken en voor zondag staat een bezoek aan de grens met Noord-Korea op het programma.

Ik ga jullie zo goed mogelijk op de hoogte houden van mijn omzwervingen in Zuid-Korea, natuurlijk aangevuld met de foto’s van de dag. Mochten jullie vragen of opmerkingen hebben dan hoor ik graag natuurlijk.

Korea, geweldig

Seoul, 25/05/2007

Het tijdsverschil was dus twee uur met Bangkok, zelfs Thai Airways wist dit niet. Dat betekende dat mijn vlucht vertrok om half vier in de ochtend (Seoul time). Geheel verdoofd en doodmoe zocht ik mijn plaats op in de enorme Boeing 777 die niet eens voor 25% gevuld was. Na het opstijgen nam ik de drie stolen van een middelste rij in bezit en probeerde wat te slapen. De drie stoelen waren net te kort en ik ben volgens mij maar een uurtje weggeweest toen de stewardess mij wekte voor het ontbijt. Ik was moe, nog héél moe, maar dat zou wel verdwijnen. We waren net Taiwan gepasseerd toen ik de schuif bij het raam opende en een felle zon recht in mijn gezicht scheen. Een wit gesloten wolkendek als een winterlandschap lag onder ons. Ik wist van de regen in Korea dus het verbaasde mij niet echt.
Toen de piloot de landing eenmaal had ingezet heb ik enkele stukjes van Korea kunnen zien als het gesloten wolkendek het toeliet. Maar dat was alles. Het zicht was minder dan 200 meter toen we eindelijk landen op “Incheon International Airport”. De mist hing als een deken over de luchthaven en voorkwam dat ik ook maar een indruk kon krijgen van wat er zich allemaal om mij heen bevond. Ik deed het erg rustig aan en was uiteindelijk de laatste die van boord ging. Deze keer zou ik eens even alles rustig op mij laten inwerken. Als eerste was er de gezondheidscontrole en die riep mij meteen terug. Ik was nog maar half bij mijn positieven maar kon gelukkig toch het begrip opbrengen. De vrouw probeerde mij in slecht engels te ontfutselen waar ik zou verblijven in Korea. Ik legde haar mijn bedoelingen uit en dat kon ze gelukkig begrijpen, gewoon wat rondreizen. Geef dan maar het telefoonnummer van je mobile telefoon? Eh, die heb ik niet! Wat, geen mobile telefoon in Korea? Ze keek me aan alsof ik uit de prehistorie kwam. Uiteindelijk gaf een hogere officier zijn goedkeuring en ik kon doorlopen naar de volgende horde, “De immigratiedienst”. Deze werkt dus heel effectief. Iedereen werd er streng gecontroleerd en naar zijn plannen voor zijn verblijf in Korea gevraagd. Ik stond zeker een half uur in de rij maar toen ik klaar was stond ik daar in de enorme ontvangsthal.
Korea! Een nieuwe uitdaging!
Taak één na aankomst was het pinnen van de lokale munteenheid. Heel eenvoudig, dat ging vanzelf en ik begon er nu echt zin in te krijgen. De tweede taak was wat moeilijker, ik wilde namelijk de “Korea Travel Pass” kopen. Gemakkelijk voor in het openbaar vervoer en dergelijke. Nu bleek die kaart een verkapte credit kaart te zijn met een minimum waarde van 320.000 won (ongeveer 250 euro), en dat zijn heel wat ritjes met de ondergrondse. Dan maar richting de stad en kijken of wit anders kunnen oplossen.
De bushalte was snel gevondenen en het was redelijk eenvoudig om een buskaartje te kopen. De aanwijzingen van de “Seoul Backpackers” waren erg goed en al snel zat ik in de bus naar het centrum van de stad. Ik probeerde wat van het landschap op te vangen door de nu langzaam verdwijnende mist. De erg behulpzame buschauffeur gooide mij af bij de afgesproken halte en daar stond ik dan op het trottoir midden in Seoul. Ik keek eens goed om mij heen en liet de stad zich op mij inwerken. Het was fris, lekker fris. De lucht voelde goed aan en inmiddels liet de zon zich ook zien door de bijna opgeloste mist. Het weer deed mij denken aan Sydney, en die heerlijke frisse lucht als op een winterochtend was heel aangenaam. Er waren ook opvallend weinig reclameborden in het engels, maar dat was de charme van Korea had ik al gelezen.
Het “Seoul Backpackers” bracht mijn wenkbrauwen omhoog en ik bedacht meteen dat ik me daar maar overheen moest zetten. En dat deed ik dan ook. Ik werd meteen aangesproken door een Engelsman, Andy, die op weg was van Japan naar huis. Het leek mij een geschikte vent en op mijn uitnodiging om de stad in te trekken ging hij gretig op in. Hij leek mij niet eenzaam en uiteindelijk ontdekte ik dat hij ook die ochtend was gearriveerd. Hij was dus ook nieuw. Ik wist mijn plannen, een kaart voor de GPS kopen, en hij was op zoek naar een vliegticket. We konden dat in de middag samen wel oplossen.
Hij vond een aanbieding voor zijn ticket in een aanbevolen reisbureau en ik vond de Garmin dealer vrij gemakkelijk met de coördinaten die waren opgegeven in de advertentie. Andy was onder de indruk van de GPS en wilde van alles weten over het apparaat. De elektronische kaart werd niet gekocht, deze bleek € 240 te kosten. Dat was € 9 per dag voor de kaart alleen. Dat leek me op dat moment een beetje teveel. Rustig zwierven we terug richting de SB, soms met de ondergrondse metro en soms lopend. Het is hier fantastieeeeeeees! Ik kan er weinig slecht over zeggen.
Zeker toen we de die avond de stad in liepen om wat te gaan eten. Maar dat was pas nadat ik al voor de eerste keer verkast was. Ja, ik had de SB al omgeruild voor een klein hotel net om de hoek. Het management was eerlijk geweest en had mij het geld voor de andere twee vooruit betaalde dagen terug gegeven. Voor een paar euro meer zat ik nu in een klein hotel met een eigen privé kamer en met handdoeken, later daarover meer. Het eerste de beste restaurant, nog geen dertig meter van het hotel, adverteerde met grote koppen noedelsoep met bijgerechten. Andy en ik keken elkaar aan en knikte goedkeurend. Dit zouden wij gaan proberen.
Een koud hardgekookt ei als voorgerecht en toen verscheen de grote dampende kom met soep. Er werden nog wat andere gerechten bijgezet en dat was mijn eerste ervaring met de Koreaanse keuken. En het smaakte meer dan uitstekend. De komkommer Kimchi was mijn favoriet en de microgarnalen die een beetje als ansjovis smaakte deden het ook goed. De originele Kimchi vond ik wat minder, maar waarschijnlijk moet ik nog even aan die smaak wennen. Al met al was het een positieve ervaring.
Een wandeling door de koele avond om het eten te laten zakken was het laatste wat ik deze vermoeiende dag wilde doen, ik was heel erg moe en ik verlangde naar mijn bed. Het was nog geen tien uur toen ik ging slapen. De eerste dag zat er op en alles was goed verlopen, maar wat belangrijker was, alles wijst in de richting van een mooie reis. Morgen ga ik de paleizen bezoeken en voor zondag staat een bezoek aan de grens op het programma.

woensdag 23 mei 2007

Thailand: Eindelijk weer op pad

Zonsopkomst boven Pattaya

Pattaya (Soi Coronation Street), woensdag 23 mei 2007

Pattaya Beach Afscheid van Luck Bar 1Afscheid van Luck Bar 1 Afscheid van Areca Lodge Nadat ik woensdag aan het einde van de middag mijn familie heb uitgezwaaid, na een paar heel gezellige weken, is voor mij ook de voorlopig laatste avond in Pattaya aangebroken. Onze vaste taxichauffeur Nob was zoals gebruikelijk precies op tijd bij het hotel.
Ik had mij stellig voorgenomen om het op deze woensdagavond, voor mijn vertrek naar Zuid-Korea, rustig aan te doen maar diegene die mij kennen weten dat zo’n avond wel eens uit de hand kan lopen. De T-bone steak met patat en doperwten bij “Shenanigans” smaakte mij uitstekend en daarna ging ik nog even snel afscheid nemen van de jongens in de “Pinocchio” bar, een nieuwe bar in “Soi Post Office” eigendom van een Nederlander, waar ik tegenwoordig af en toe een biertje drink.
De “Pinocchio” bar was nog leeg, er was geen levende ziel aanwezig! Het was niet echt vroeg in de avond maar de meeste vaste klanten waren waarschijnlijk nog met de avondwandeling bezig. Zelf wandel ik ook graag dus loop ik richting de zee om de tijd te doden. Ik wandel rustig verder langs het water en bekijk de nachtvlinders van Pattaya op zoek naar licht en betaalde liefde.
Na mijn wandeling langs de boulevard besluit ik om via een omweg toch nog maar een afzakkertje te gaan drinken in de “Pinocchio” bar. Riny, de uitbater, is ondertussen ook gearriveerd en zet in zijn eentje de boel op stelten. De (vaste) klanten kijken geamuseerd naar het ludieke toneelstukje dat Riny smaakvol opvoert.
Het is erg gezellig in de “Pinocchio” bar, te gezellig jammer genoeg. Uiteindelijk ben ik zelfs blijven hangen om naar de finale van de UEFA Champions League, het Italiaanse AC Milan tegen het Engelse Liverpool FC, te kijken. Zo is het geheel onverwacht toch weer heel erg laat geworden in het altijd gezellige Pattaya.
Had ik ook nog een meisje beloofd dat ik haar zou bellen wanneer ik naar mijn appartement zou gaan. Toen ik dat uiteindelijk deed, zo rond vier uur in de ochtend, was ze niet erg blij. Ze kwam me toch opzoeken en de rest laat zich raden. Eenentwintig lentes jong en 39 kilogram schoon aan de haak. Slaap lekker!

zondag 20 mei 2007

Thaise Blokkade?

20-05-07 Het lijkt er op dat de Thaise regering "Blogspot" geblokkeerd heeft. Ik zoek nu naar mogelijkheden om het toch voort te zetten. Later meer.

21-05-07 Ik heb het één en ander kunnen aanpassen. Via een grote omweg kan ik publiceren maar ik kan niet meer mijn eigen blog bekijken. Ik ben nu hard aan het nadenken hoe ik dit kan omzeilen. Ik kom zo snel mogelijk hier op terug.
Ik weet nu ook waarschijnlijk waarom we zijn geblokkeerd. De protesten in Bangkok. Lokale media verslaan dit breed na door de regering gecensureerd te zijn.
Mochten er fouten in mijn verhalen zitten of de fotos niet verschijnen laat het mij dan via de "reacties" knop onder aan het verhaal weten. Ik krijg dan automatisch een e-mail.

Een fijne week gewenst.

21-05-07 Ik ben eruit. Ik kan nu weer updaten en ook mijn eigen weblog weer lezen. Hoe, dat is onbelangrijk want je weet nooit wie er meekijkt.

23-05-27 Een goede beslissing in de bovenste kamer. De blokkade is opgeheven en alles functioneerd weer als vanouds.

Morgen het laatste verhaal van de Kuijnen op pad.

zondag 13 mei 2007

Thailand, Tempels en olifanten

Ayuthaya, 13/05/2007

Dit is dan alweer het laatste verhaal over de korte reis met de Kuijnen over het platte land van Thailand.
Vandaag zouden we tempels gaan bezoeken. We waren al overeen gekomen dat het de laatste dag zou zijn en dat we morgen met de bus terug naar Pattaya zouden gaan. Acht uur was vroeg genoeg vandaag en zoals elke andere ochtend zaten ze buiten al klaar toen ik naar beneden kwam. Ik had weinig trek om het guesthouse te ontbijten en we zouden even rondkijken wat de mogelijkheden waren. En die waren beperkt! Bijna alle eettentjes/cafeetjes waren dicht. Alleen een groot restaurant/guesthouse was open, daar zou het dan ook gaan gebeuren. Volledige ontbijten met eieren, spek, champignons en geroosterd brood. Heerlijk dus, en net genoeg. Voldaan stonden we een uur later klaar om op pad te gaan.
Ik charterde snel de eerste taxi die we tegen kwamen, de prijs was OK en nadat Adrie nog voor een laatste keer naar het toilet op de kamer was geweest vertrokken we voor de tempeltocht. Ik had de tocht al met drie tempels ingekort omdat het nu duidelijk zichtbaar was dat de twee vermoeid waren. In de relatieve ochtendkoelte bezochten we eerst de grote liggende Buddha (ik ben de naam even kwijt). Ze waren duidelijk onder de indruk, de lucht begon nu ook op te warmen en het duurde niet lang voordat Adrie hier last van kreeg. De beste plaats was nog achter in de taxi waar de rijwind voor verkoeling zorgde.
De tweede tempel was Wat Chai Wattanaram, volgens mijzelf één van de mooiste in Ayuthaya. De ligging aan de rivier geeft deze tempel net wat extra. Dit is ook de plaats waar bijna alle toerbussen stoppen. Het kan er soms ongelofelijk druk zijn maar soms loop je er ook alleen te dwalen. Vandaag was het niet echt druk. Ik de verte zag ik al witte gezichten opdoemen en ik dat meteen aan de “Foxers”. Bingo, dat had ik goed gezien. Na een kort gesprek, want deze mensen hebben slechts 20 minuten per stop, gingen we een beetje wijzer weer uit elkaar.
Nu verlieten wij de oude tempels, ruines, en gingen naar de meer recente tempels die dan ook nog steeds in gebruik zijn. Bij aankomst zag ik meteen wat voor dag het vandaag was, ZONDAG. Hordes Thai kwamen naar Wat Yai Chai Mongkol om te offeren en om advies voor een serieuze zaak te vragen. De parkeerplaats stond bomvol en de geur van wierrook hing in de lucht. De vissen in de vijver waren zo overvoerd dat er hele ladingen brood dreven, zelfs de eenden en ganzen hadden genoeg gegeten.
Geïnteresseerd keken de Kuijnen rond en luisterden naar mijn verhalen en soms ook de uitleg van bepaalde zaken. Het begon nu voor Adrie weer veel te warm te worden en ze besloot dan ook om bij de volgende twee tempels onder een boom in de schaduw op ons te wachten.
Tijdens één van de verplaatsingen door de stad zagen de Kuijnen olifanten lopen. En dat was het, ze wilden een tochtje op een olifant maken. “Je kunt het maar hebben gehad”, zei Adrie. En ja hoor, nadat Ars en ik het laatste tempelcomplex hadden bezocht gingen we richting de olifanten. De dreigende lucht voorspelde weinig goeds en een voorzichtige waarschuwing werd in de wind geslagen. Ars haalde de kaartjes en ik moest Adrie, die doodsbang was voor die grote beesten, op de foto zetten. Ik zag ze in de verte verdwijnen en bestelde voor mijzelf een paar stokjes met gehaktballetjes. En wind stak op en zwelde aan tot een lichte storm. De regen liet niet lang op zich wachten. De regen kwam als een muur van water op ons af. Ik had medelijden met die twee op de olifant. Ik moest wel een beetje lachen toen ik die twee in de verte door de regen zag aankomen. Ze konden er zelf ook wel de humor van inzien.
Dit was meteen het einde van de excursie door Ayuthaya. Ik betaalde de taxichauffeur het afgesproken bedrag en we zochten snel het droge guesthouse op. Trek hadden we wel gekregen van al dat bezichtigen en we besloten om de lunch in het guesthouse te nuttigen. En deze was van uitstekende kwaliteit. Heerlijke kerrie en gebakken groente aangevuld met rijst. De regen bleef maar neerdalen en dan zit er weinig anders op dan te rusten, en dat deden wij ook. We spraken een tijd af voor de avond en gingen lekker even liggen in de aircon. En dat was het moment dat ik mijn laptop het meest miste. Wanneer ik anders lekker verhalen kan schrijven moest ik nu gaan slapen. Ook niet zo erg want ik was ook wel een beetje vermoeid.
Een rustige avond volgde, ook omdat het heel rustig was. Er zijn gewoon niet zoveel toeristen in Thailand op het ogenblik.
De terugreis op maandag verliep erg voorspoedig en zonder problemen. De Kuijnen waren blij om weer terug te zijn in Pattaya. Ze hadden het echte Thailand gezien en geproefd en het smaakte naar meer.

zaterdag 12 mei 2007

Thailand, op weg naar Ayuthaya

Ayuthaya, 12/05/2007

Ik was niet helemaal fris toen ik vanochtend opstond. Adrie was natuurlijk al vroeg op maar Ars nam het er nog even van. Er stond vandaag niet erg veel op het programma. We zouden met de lokale busdienst via Suphanburi naar Ayuthaya gaan. Dit is niet echt ver maar de gemiddelde snelheid van de bussen ligt nu eenmaal niet erg hoog. Tel hier ook nog gemiddeld een half uur wachttijd bij dan ben je al gauw een dag onderweg. Vandaar dat ik altijd tijdens mijn reizen een verplaatsing als één dag tel. Soms heb je nog wat tijd over in de middag en dat is dan mooi meegenomen maar ik tel er nooit op. Na het ontbijt vroeg ik de eigenaar van het guesthouse een taxi voor ons te bellen. We liepen nog voor de laatste keer door de kamer om te zien of we niets vergeten waren en wachtte op de taxi die spoedig verscheen. Nu konden mijn gasten met hun eigen ogen zien hoe groot Kanchanaburi nu werkelijk is. De echte stad ligt namelijk een kilometer of zes van de brug. In de loop van de tijd zijn er allerlei guesthouses, hotels en restaurants in de buurt van de brug en begraafplaats gebouwd. Uiteindelijk zijn die twee wijken dan weer aan elkaar vastgegroeid. De toeristen verblijven dan ook meestal in de buurt van de brug en zien de stad alleen als ze naar het busstation gaan.De bus stond zoals gewoonlijk te wachten en wij namen plaats achterin. Dit in verband met de lengte en breedte van de westerlingen. Dit is ook de plaats waar normaal de monniken plaats nemen en af en toe zal je dan ook moeten verkassen. Maar vandaag gelukkig niet. De busreis verliep zonder problemen en het overstappen ging ook van een leien dakje. Ruim vier uur later stonden we in Ayuthaya.
Onderweg hadden we besproken wat we verder zouden gaan doen. We zaten nu op een schema van 2+2+2=6 dagen. Oorspronkelijk hadden we het over een week gehad en nu hadden we dus beslist om de trip met één dag in te korten. Mijn gasten waren vermoeid en hadden al héél veel gezien. Ook de warmte was nu een groot probleem geworden.
In het Ayuthaya guesthouse waren er nog twee kamers vrij en ik gaf Adrie de vrijheid van keuze. Naar boven op de 1e verdieping of op de begane grond achter de receptie. Uiteindelijk sliep ik op de 1e verdieping. Het was nog niet erg laat in de middag en het was ook nog niet zeker hoe we terug naar Pattaya zouden gaan. Met de trein of de bus. Uiteindelijk kozen we voor de bus dus ik hoefde niet naar het treinstation om uit te zoeken hoe laat de trein zou vertrekken. Ik was ondertussen wel aan een hamburger toe en wij genoten van een westerse maaltijd bij de McDonald. We hadden nog tijd om het één en ander te doen deze middag. Adrie verkoos de koelte van de airconditioning op de kamer en Ars liep met mij nog even door de stad. Ik liet hem nu een echte Thaise markt zien. Ars keek met een grote glimlach op zijn mond zijn ogen uit. Er lag van alles, dood en levend, gekookt en rauw. “Maar goed dat Adrie dit niet ziet”, zei Ars. “Ze zou geen hap meer eten als ze dit had gezien”. Uiteindelijk kwamen wij ook terug bij het guesthouse. Even liggen, knikten wij tegen elkaar.
De regen kwam ook hier weer aan het einde van de middag. We aten weer heerlijk Thais en wachtte dat het droog genoeg was om nog even naar de avondmarkt te lopen. Uiteindelijk liepen voor niets naar de markt, er waren door de regen alleen wat eettentjes geopend. De meeste handelaren waren thuis gebleven. “Het lijkt hier wel een getto met al die stalen rolluiken”, vond Adrie. Ja, het is hier wel anders dan in Pattaya! We aten van de kipkluiven die ik had gekocht en dronken een paar biertjes. Vanavond niet te laat naar bed. Morgen de tempels.

vrijdag 11 mei 2007

Thailand, Kanchanaburi

11/05/2007

We waren alweer op de vierde dag en dus over de helft van onze trip door Thailand.
In Kanchanaburi is niet echt veel te zien dus we hadden afgesproken om maar wat later op te staan. Het programma werd 180 graden omgegooid en dus zouden we het eerst naar de brug gaan. We zouden een beetje rondkijken en om een uur of half twaalf zouden we dan de trein over de brug zien rijden.Adrie had het vandaag niet meer. Ze was kapot en door de hitte bevangen, dit was erg lastig want het laatste wat ik wil is de hele dag met taxi’s van het ene naar het andere punt. Afgezien van de kosten wil ik natuurlijk ook de lichaamsbeweging niet missen. Voor Ars was het ook een dilemma want hij wilde Adrie niet alleen laten maar aan de andere kant wilde hij ook lopen want, “Zo zie nu eenmaal meer”. Was zijn motto.
We stonden nog in het restaurant toen Marco met de brommer de hoek om kwam. Een geschenk uit de hemel voor Adrie want hij bood meteen aan of hij haar even naar de brug moest brengen. Ze nam dit aanbod met beide handen aan. Ars en ik arriveerde een kwartiertje, ongeveer anderhalve kilometer tot de brug, later en keken rond of we Adrie ergens zagen. En ja hoor, daar zat ze onder een boom met een lekker sigaretje tegen een Engelse vrouw te klagen over de warmte. En het was niet eens erg warm, het was normaal. Samen met Ars liep ik rond bij de brug, we bekeken een maquette en een paar oude locomotieven die bij de bouw zouden zijn gebruikt.
De trein was op tijd en we keken rustig hoe de brug leeg liep en de trein langzaam over de brug reed. Zo. Dat was dat. Het tweede op de agenda stond het JEATH museum wat in een gebouw vlak bij de brug is gevestigd. Er is hier niet echt veel te zien want het is maar een samengeraapt zooitje van oude spullen waarvan 70% niets met de oorlog te maken heeft. Bijvoorbeeld de miss Thailand hall met muurschilderingen van de deelneemsters? De warmte was Adrie nog steeds teveel en ook hier ging ze even rustig in de schaduw zitten genieten.
Het was nog geen één uur en we waren al aan het laatste deel van vandaag toe. De twee Kuijnen wilden met de taxi en ik wilde de drie kilometer wandelen. Ik hield een taxi aan en we kwamen een prijs overeen. Ik vertelde Ars en Adrie waar ze uit de taxi moesten stappen en op mij wachten. Ik zag ze zwaaiend in de verte verdwijnen.
Ze zaten precies waar ik het verwacht had op een terrasje op mij te wachten. We rustte nog even en gingen toen richting de begraafplaats van de oorlogsslachtoffers. We zochten in alle stilte naar de Nederlandse graven. Om ons heen was het druk. Veel toeristen maken hier een stop, ook de dagjesmensen uit Bangkok zijn hier vaak te vinden. We stonden even stil bij de slachtoffers en vervolgden onze wandeling terug naar het guesthouse. Ondertussen had ik alweer stevige trek en met de Kuijnen kun je overal stoppen om te eten. Zo ook nu toe we stopten bij een restaurant dat was gekoppeld aan een kookschool. De “Pad Thai”, zeg maar Thaise Bami, werd nu geprobeerd en door beide goed bevonden. Zo, weer wat geleerd over het eten.
Het was alweer half drie toen de terugweg aanvaarden naar het guesthouse. Ik wilde nog wel zwemmen in de Kwai en ook Ars vond dit een goed idee. Adrie verlangde naar de airconditioning van de slaapkamer.
Heerlijk gezwommen en nog geen bier gedronken. We wilden hier namelijk mee wachten totdat het avond was. Marco had voor ons, en speciaal voor mij, een heerlijk voorgerecht in voorbereiding. Hij zou gerookte zalm en boursin kaas voor ons meebrengen. Als extraatje had hij er ook nog een hard gedroogd worstje erbij gesneden. Dat was smikkelen met kleine harde broodjes en croissantjes!
We zaten heerlijk op de ponton toen de dames van het restaurant de zeilen naar beneden kwamen doen. De lucht zag er wel dreigend uit maar de meeste hadden zeker geen regen verwacht. Ik de verte verdwenen de bergen en ook de jungle loste langzaam op in een grijze lucht. En daar was toen de regen. Zoals in Nederland nog nooit gezien. Met bakken kwam het uit de hemel. Het regende een uurtje of zo en de rivier was inmiddels zeker tien centimeter gestegen. We brachten de hele avond door op het ponton met zijn vieren. Toen Adrie naar bed was bleven Ars en ik nog even zitten om op hoog niveau met elkaar te praten. Veel flessen bier later gingen wij uiteindelijk ook naar bed. Morgen gaan we met de bus naar Ayuthya waar we dan de tempels gaan bekijken.

donderdag 10 mei 2007

Thailand, De brug over de rivier de Kwai

Bangkok-Kanchanaburi, 10/05/2007

Om kwart voor zes liep de wekker in mijn camera af en als een pijl uit de boog sprong ik uit bed. Een snelle douche en de kamer aan een laatste onderzoek onderwerpen. Ik had niets vergeten en schakelde de aircon uit. Beneden zaten de Kuijnen al te wachten en Adrie had al genoten van haar eerste sigaretje van de dag. Langzaam liepen we naar de pier waar we de boot zouden nemen naar de overkant van de rivier. Op dit uur kom je al veel mensen tegen. Dronkaards op weg naar huis, taxichauffeurs op zoek naar hun eerste klanten en gewone mensen op weg naar hun werk. Zoals verwacht was de poort nog niet open en we waren genoodzaakt om even te wachten op het bankje naast de poort.
Binnen tien minuten opende een slaperige man de poort en wij volgden hem naar het ponton vanwaar wij de boot zouden nemen. De boot was al in aantocht toen Adrie aan Ars vroeg, “waar zijn de broodjes”? Ars keek haar aan en antwoordde, “die heb jij toch”! “Nee”, antwoordde Adrie met een hoog stemmetje waar een paniek in te horen was. Ik keek dit rustig aan en koos snel eieren voor mijn geld. Ik keek naar de boot en twijfelde geen moment. Een snelle korte sprint over honderd meter en ik had het brood weer in bezit. De twee mensen die naast het brood op het bankje zaten te wachten keken mij verbaasd aan, gelukkig zijn de Thai niet zo gek op brood. Een snelle sprint terug en ik was op tijd voor de boot. Adrie had van de zenuwen nog maar een sigaretje opgestoken. Ik stond te rillen als een rietje en zag sterren voor mijn ogen, zo’n inspanning op de nuchtere maag is niet slim als je suikerziekte hebt. Maar een dag zonder brood in de trein is ook geen prettig vooruitzicht.
Ik kocht drie kaartjes op de boot en werd medegedeeld dat de halte “Rot Fai” van het treinstation niet meer bestond. Ik kon dit moeilijk geloven en er waren dan ook frustraties bij mij en de medewerkster van de veerdienst. “Eind goed al goed” toen we van de boot afstapte bij de volgende halte. Een verpleegster die alles had aanschouwd zette ons op het rechte spoor naar het trein station. Deze dag was al goed begonnen.
We moesten nu ruim een uur wachten voordat de ochtend trein naar “Nam Tok” zou vertrekken. Ook in Thailand veranderen de schema’s van het openbaar vervoer jaarlijks. Ik weet nu ook dat we een half uur extra in bed hebben de volgende keer.
Tien minuten voordat de trein zou vertrekken reed hij voor op het perron waar wij zaten te wchten. Ik gaf de Kuijnen instructies waar ze moesten gaan zitten en dat was het voor vandaag, gewoon rustig blijven zitten en genieten van het schouwspel dat zich buiten afspeelde. Het is een hele langzame trein die bijna om de paar kilometer stopt.Op één van die kleine stations stond een grote, in gele shirts gestoken, groep kinderen met begeleiders te wachten op de trein. De kinderen waren duidelijk opgewonden en mijn eerste indruk was dat ze op schoolreis gingen. In mijn gedachten schoten een paar herinneringen over mijn eigen schoolreisjes van de lagere school. Je gaat nu eenmaal meer nadenken over het verleden naarmate je ouder wordt. De nieuwe passagiers klommen aan boord en begonnen een plaatsje te zoeken in de trein die al aardig vol was. Het was een Thaise feestdag vandaag, “ Farmers day” de dag van het zaaien of zo, veel scholen waren net begonnen na de nieuwjaarsvakantie en hadden gekozen voor een uitstapje. Uiteindelijk na veel heen en weer geloop namen ze plaats in onze wagon. Het duurde niet lang voordat we in de gaten kregen waarvoor ze op pad waren. “Het oefenen van de Engelse taal”. Gelukkig wordt er nu ook in Thailand aandacht besteed aan het leren van een tweede taal. Adrie was al snel in gesprek en ook tegenover mij namen verschillende kinderen plaats om te oefenen. Het was erg schattig, sommige van de kinderen hakkelde van de zenuwen maar nadat ik ze met een grapje gerust had gesteld ging het meestal beter. “What is your name”? “Where do you come from”? En nog een paar meer vragen werden steeds herhaald. We praten wat en later voegde de lerares zich bij hen. Ik stelde het gratis boekje over de Burma spoorweg beschikbaar omdat dit in het Engels en Thais was. Mooi leermateriaal. We werden beloond met mandarijntjes en melk met een fruitsmaakje.
De tijd vloog om en al snel stonden we met de trein voor de brug over de rivier de Kwai. Hier werd het even te brutaal. Een vertegenwoordiger van een reisbureau kwam de wagon binnen en sommeerde ons te verkassen. Toen ik vroeg wie hij was keek hij verbaasd en antwoordde met, “dit is een speciale wagon”. Hij liet mij ook een velletje met handgeschreven stickers zien. Een tweede man kwam op ons af en wilde de kaartjes zien. Ars overhandigde de kaartjes en opnieuw was het, “dit is een speciale wagon”. En of wij even wilde verkassen. De trein was nu al vol en wij zouden dus onze goede plaatsen moeten opgeven en ergens gaan zitten waar we niets zouden zien. Een mondvol Thais van mijn kant en de twee dropen af. Het duurde niet lang voordat de twee met de conducteur verschenen. Onder tussen waren de toeristen in de trein en wezen naar onze plaatsen. Hup, “oprotten, en ga maar ergens anders zitten”!, snauwde ik geïrriteerd. Ik vertelde de conducteur, wat hij al wist, dat wij vanaf 07:45 op deze plaatsen zaten en dat ik mij niet door dagjestoeristen zou laten wegjagen. Ik keek op onze kaartjes en er was geen wagonnummer of plaatsnummer op afgedrukt. Wij stonden dus volledig in ons recht. De conducteur wist dit en met een vinger voor zijn mond gebaarde hij dat ik mijn mond moest houden. De drie verdwenen en dat was het einde van het verhaal. De twee Russische mutsen tegenover mij zaten na een kwartier al te slapen.Dat was opgelost maar het had de reis wel een bittere bijsmaak bezorgt. De Kuijnen genoten van de brug en de dodenspoorweg. Bij het eindpunt kocht ik snel twee geroosterde kippenpoten en Adrie had twee pannenkoeken zodat we het tot Kanchanaburi wel zouden uithouden. Ze waren wel vermoeid van de dag niets doen en af en toe vielen de oogjes dicht. Ik rookte de vredespijp met de conducteur en elke keer als hij langskwam groette hij mij met een saluut aan de rand van zijn pet en een brede glimlach.
Daar was het dan uiteindelijk na een treinreis van ruim 350 kilometer in zeven uur, Kanchanaburi. Ik schoot snel wat foto’s van de Kuijnen en we gingen op zoek naar een guest house. Adrie was heel moe en kwam niet meer vooruit. Ik had een GH op het oog gehad maar dat bleek al gauw te ver weg. Een taxi voor Adrie was ook geen optie want ik wist zelf niet waar we heen gingen. Heel langzaam kwamen we bij het Mr. Tee GH. Dezelfde plaats waar ik vier maanden geleden met Henk en Dean had geslapen. Ik liet Adrie de kamers controleren en die keurde ze goed. “Niet slecht”, dacht ik nog.
Eenmaal in de kamers geïnstalleerd ging Adrie even liggen en Ars en ik genoten van een koud biertje. Het is er prachtig. Je zit op een drijvend ponton met een uitzicht op de jungle en de brug. Ars en ik kwamen alleen nog van de plaats om naar het toilet te gaan en het werd een fantastische avond. Ik bestelde een breed assortiment gerechten met als hoogtepunt voor Ars een gebakken “Red Snapper” in zoetzure saus. Het werd later dan gepland maar dat maakte weinig uit, we waren op vakantie.

woensdag 9 mei 2007

Thailand, We zijn op weg!

Pattaya/Bangkok, 08-09/05/2007

We zouden rustig aan doen op de avond voordat we op pad gingen. Ik had de taxi besteld en alles was in gereedheid gebracht voor een leuke week. Nog één avond tv kijken en vroeg naar bed en dan onderweg.
Aan de andere kant van de familie Kuijntjes leefde dezelfde gedachte. Nog even wat eten en een voetmassage, daarna lekker slapen want het zou een vermoeiende week worden. Helaas, op de terugweg naar het hotel werden de Kuijnen geroepen door de meiden van “de Zaak”. Er was een verjaardag van een Engelsman en dat moest worden gevierd. De Thaise whisky (zeg maar een soort rum) vloeide rijkelijk en als het gezellig is vliegt de tijd om. De gids lag netjes op tijd op bed en de vakantiegangers namen het ervan. De laatste foto was van 00:50 uur, dus jullie weten wel genoeg.
Ze zaten de volgende morgen toch al vroeg in de lobby te wachten op de taxi die maar niet wilde komen. Zelf liep ik ook al een tijdje door het huis te ijsberen omdat de taxi altijd op tijd is. Na een paar telefoontjes heen en weer bleek dat de taxichauffeur in het verkeerde hotel zat te wachten. OK, dat kan! Maar toen hij zonder mij naar Bangkok wilde rijden vroegen de Kuijnen of hij mij ook nog even kon gaan ophalen. Hij was mij gewoon vergeten! Met een smoesje werd er een wiel verwisseld en een uur later als gepland reden we richting Bangkok.
Eenmaal in Bangkok was er de eerste test voor de nieuwe rugzaktoeristen. De hotels en guesthouses zijn nu eenmaal niet van de kwaliteit als de vier en vijf sterren ressorts in Turkije. Maar het werd allemaal goedgekeurd en al snel waren we weer op weg om nog wat van de middag te kunnen maken. We liepen langzaam door het drukke Bangkok op weg naar de snelle veerdienst die ons naar het WTC zou brengen. De boten van de veerdienst zijn niet zo bijzonder maar omdat je met grote snelheid over een open riool raast is het toch een bijzonder spannend ritje.
In het “Panthip Plaza”, een enorm computer warenhuis, werd de eerste echte Thaise lunch gebruikt. De twee Kuijnen genoten van de gerechten die breed uit gespreid stonden. Nadat de keuzes waren gemaakt lieten wij ons het eten goed smaken. De eerste en tweede test waren ze allebei goed door gekomen en ik had nu ook geen twijfel meer. Het zou een leuke week worden.
Omdat de tijd beperkt is op zo’n middag hou ik zelf altijd graag bij uitstapjes die dicht bij elkaar liggen. Na Panthip werd het dan ook de Byoke II toren, het hoogste gebouw van Thailand geeft je een mooi uitzicht over Bangkok. Vanaf een 311 meter hoogte lijkt de wereld bijzonder klein daar beneden en je beseft wat een enorme stad Bangkok is (10.000.000 inwoners). Even bijkomen met een drankje in de Skylounge is ook een bijzondere ervaring.
Na deze enerverende ochtend en middag vielen we uiteindelijk neer op een terras aan een zijstraat van het backpakkerscentrum. We keken onze ogen uit. De gevarieerde optocht van toeristen ontlokte zo nu en dan een vraagteken in onze hoofden. Het is net een dierentuin, alleen met mensen. We waren ook gewoon lui (moe) na een paar biertjes en besloten om maar meteen te gaan avondeten. Shoarma in “Shosana restaurant” is een belevenis. Een mooi bord vol met eigen gesneden patat en kipshoarma, salade, humus en een pitta broodje. Adrie ging voor de eerste keer aan de falafel en dat liet ze zich goed smaken. Moe en voldaan zochten we onze kamer op. Morgen om half acht beneden! Het wordt een lange dag.
Al ruim op tijd zaten de twee oudjes beneden op me te wachten. Eerst een klein ontbijtje en dan op de boot naar de markt. De markt is een bijzondere plaats omdat hier heel weinig buitenlanders komen. Een groot assortiment exotisch groenten en fruit liggen er klaar om van eigenaar te verwisseling. Alhoewel er tegenwoordig veel in de supermarkt in Nederland te krijgen is zijn er toch nog altijd dingen die ook ik nog nooit heb gezien. Op de aangrenzende bloemenmarkt overheerst de geur van de jasmijn. Op vele stalletjes liggen de bloemenkransen, die net zijn geregen, om later geofferd worden klaar om verkocht te worden. Je komt gewoon ogen te kort. Mijn darmen gingen nu voor het eerst opspelen, door het bier en de shoarma, en de poeppauze was onvermijdelijk. Vanavond dan maar weer een tablet.
Na de markten liepen we naar little India en Chinatown, kraam na kraam met goedkope spullen. Je kan het niet opnoemen of het wordt er verkocht. Hier was Ars in zijn element en veel van de kleine prullen werden opgepakt en grondig onderzocht. Uiteindelijk werd het een nieuwe leesbril. Toen ik aan hem vroeg of hij de oude niet wilde weggooien schudde hij met zijn hoofd. “Altijd makkelijk”, dacht ik nog.
De tijd was omgevlogen en de magen begon te knorren. Ik was bijzonder blij verrast toen we uiteindelijk gingen zitten eten onder een parasol naast de weg. Zomaar bij een echt Thais straattentje Ik bestelde het één en ander met een gebakken ei erboven op en daar zaten wij met zijn drieën midden in Bangkok voor € 5 te smullen inclusief vijf drankjes. Het hoogtepunt van de dag was nu aangebroken. Een boottocht van twee uur in een longtailboot over de kanalen van het oude Bangkok. Dit een is mooiste manier om het echte Bangkok en het dagelijks leven in de stad te aanschouwen. Na een beetje afdingen werd de prijs afgesproken en daar gingen we op weg. De Kuijnen ploften neer en genoten met volle teugen van het schouwspel dat zich voor onze ogen voltrok. Het voeren van de vissen en een biertje halverwege waren ook erg aantrekkelijke pauzes. Ondertussen was het al bijna vier uur in de middag en de laatste tempel voor vandaag, de “Wat Arun”, werd nog vereerd met een kort bezoekje, en daarna werd het linea directa terug naar het hotel. Eh, terras! Ars en ik dronken een paar koude biertjes terwijl Adrie zich liet verwennen met een voetmassage. We hadden nog een paar biertjes toen Adrie terugkwam, daarna gingen we dan douchen.
Nadat we een beetje waren opgefrist gingen we naar een Ierse pub op Silom road. Ik had gehoopt dat de “Beatles” er zouden optreden maar dat was helaas alleen op vrijdag. Een redelijke jazz band speelde bekende deuntjes. Een laatste goede westerse maaltijd voordat we morgen het platte land zouden gaan ontdekken. De bieren hadden hun tol geëist en moe en voldaan gingen we terug naar het hotel. En dat was het dan voor twee dagen in Bangkok. Het was me niets tegengevallen en ik wist nu zeker dat het een mooie week zou worden.
Morgen om zes uur beneden, het reizen is geen vakantie!

maandag 7 mei 2007

Thailand, Ze zijn er

Pattaya, 07/05/2007

Het was niet dat ik vroeg op moest maar de regen van de afgelopen vier dagen maakte mij erg vermoeid. Vier dagen niets doen wegens de aanhoudende regen. Van het bed naar de computer, een snelle blik naar buiten en weer terug naar bed. En dat vier dagen aan één stuk.

De taxichauffeur was natuurlijk op tijd en samen reden we door de neerdalende regen richting het Bangkok International Airport (Suvarnabhumi). Wat een naam! Nadat ik mijn plaats aan ontvangstpoort C had ingenomen werd het wachten. En het duurde lang, bij navraag aan arriverende passagiers werd mij verteld dat er enorme rijen voor de balies van de immigratie stonden. En daar waren ze dan! Ze zagen er niet echt verkreukeld uit en brede glimlachen verraadde de opluchting dat ze mij zagen staan. A3 was toe aan een sigaret en ik moest nog even snel naar het toilet.
Eenmaal buiten werd A3 overvallen door de vochtige warmte van de tropen, voor een moment ging ikzelf weer terug naar de eerste keren dat ik in de tropen arriveerde. Het kan hier echt heel warm zijn! Op de terugweg dronken we koffie en praten wat over de eerste indrukken van Thailand. Het was redelijk laat in de middag toen ze bij het hotel aankwamen. Dat werd meteen goedgekeurd en de 43 kilo exclusief handbagage werd ik de kamer achter gelaten.
Op de eerste avond, een vrijdag, was het tijd om het avondeten te nuttigen in de vorm van een buffet bij het “Lek Hotel”. Ook hier waren ze van onder de indruk. Na het eten zijn we nog een biertje gaan drinken en niet te laat gingen ze naar bed. Het was tenslotte een lange reis geweest.
Eerst gaan ze een paar dagen uitrusten waarna we dinsdag voor een week gaan rondreizen met de rugzak. Ik kan jullie helaas niet op de hoogte houden omdat mijn laptop het heeft begeven maar na terugkomst zal ik proberen elke dag een verhaal te schrijven over de avonturen in het westen. Tot dan.

woensdag 2 mei 2007

Thailand, Alweer een week in Thailand

Pattaya, 02/05/2007

En dan zijn we alweer een week in Thailand. Nadat ik mijn laatste reis had geanalyseerd kwam ik tot de conclusie dat ik toch nog teveel heb meegesleept. Er waren nog steeds ongebruikte artikelen in mijn rugzak. Er wordt dus wederom in de bagage gesneden en ik blijf bezig om het tot het absoluut noodzakelijke terug te brengen.
Mijn wandelingen zijn ondertussen permanent, ik ben al een paar keer de 15 kilometer wezen lopen maar de laatste dagen zit het weer tegen. Het regent al twee dagen onafgebroken. Zodra het weer droog is ben ik weer aan het trainen.
Wat minder leuk was is dat mijn laptop het opnieuw heeft begeven. Niet compleet maar de CD/DVD-speler heeft de geest gegeven. Ik hoop hem volgende week weer terug te hebben. Precies op tijd voor mijn kleine trip met de familie naar de “Brug over de rivier de Kwai” en “Ayuthaya”. Misschien kan ik hem anders wel oppikken in Bangkok?
Deze vrijdag komt er namelijk familie, mijn neef met zijn vrouw uit Brakel, uit Nederland op bezoek en dan wordt het natuurlijk wel wat drukker voor mij, het begint al met het ophalen op de luchthaven en ik zal ze natuurlijk de eerste dagen een beetje rondleiden.
En deze vrijdag heb ik ook nog maar drie weken voordat ik zelf naar Zuid-Korea vertrek. Ik heb ondertussen al in de Lonely Planet gelezen en ik ben erg opgewonden om dit land te gaan ontdekken. Het lijkt er zelfs al op dat ik maar de helft bezoek en de andere helft volgend jaar. Er is zoveel te zien en te ontdekken dat het heel langzaam reizen misschien wel de beste optie is.
Ik ben er in ieder geval klaar voor!

woensdag 25 april 2007

Maleisië, Een dag rondhangen

Georgetown, Penang 24-25/4/2007

Deze dag moest ik gewoon zien door te komen. Ik heb dan ook lekker uitgeslapen en kwam pas om kwart voor tien aan het ontbijt. Deze keer geen gebakken eieren want de omelet met ui en groenten zag er heerlijk uit. Lekker met vier geroosterde boterhammen en twee koppen koffie. “Life is Sweet”!
Nadat ik alles op mijn kamer had klaargelegd om te pakken liep ik weer de stad in om wat rond te dwalen. Uiteindelijk belande ik onder een flatgebouw waar een markt werd gehouden, jammer genoeg was die al aan het einde maar er was toch nog het één en ander te zien. Ook weer wat nieuwe dingen.Voor de tweede keer op deze reis kwam ik enorme, met felle kleuren versierde, staven wierrook tegen. Ik keek eens goed om mij heen en kon niets ontdekken dat zou hebben geleid tot het plaatsen van die enorme palen. Ze stonden ook ik Kuala Lumpur dus ik was er zeker van dat het niets plaatselijks was.
Wat wel interessant was om te zien was dat Chinezen kokosmelk aan het maken waren. Zover mijn kennis van de Chinese keuken gaat wordt hier geen/zeer weinig kokosmelk gebruikt. Maar hier hebben de Chinezen er gewoon hun bedrijf van gemaakt. De kokosmelk is niet het vocht dat zich in de noot bevindt. Het is het vocht dat uit het vruchtvlees wordt geperst. Maar eerst wordt de harde schil van de noot met behulp van een machine, een punt met een draaiend tandwiel, verwijderd. Dit ziet er aardig gevaarlijk uit en ik zou het zeker niet een keer willen proberen. Daarna wordt het vruchtvlees van de noot in stukken gebroken en in een kunststof zak gegooid. Een zak die voorheen rijst had bevat werd hergebruikt. De laatste handeling, het persen mocht ik niet op de foto zetten. Ik denk dat de vrouw er illegaal werkte. Dat is op dit moment een groot probleem in Maleisië waar meer dan 250.000 mensen het land niet meer hebben verlaten. Dit zijn vooral veel Chinezen die als “goedkope” arbeidskrachten in een paar jaar een klein fortuin bij elkaar werken in een vreemd land.
Er lagen ook bij de afdeling groente bloemen die ik nog niet had gezien. Bossen mooie roze bloemen. Het was geen groente maar het was waarschijnlijk een kruid dat werd toegevoegd aan een gerecht. Nadat ik, onder het toeziend oog van de eigenaar, de wrijftest had uitgevoerd en het resultaat geroken wist ik het. Ik keek op en vroeg de verbaasde eigenaar,”Laksa”? Een brede glimlach verscheen op zijn mond en hij knikte enthousiast ja. Weer een raadsel opgelost alhoewel ik nog steeds niet weet wat voor bloem het is.Tijdens de middag liep ik door een wat meer macabere buurt, hier stonden de doodskisten in allerlei kleuren en uitvoeringen uitgestald. De begrafenis gaat hier bij de Chinezen altijd vanuit het huis en er wordt zeker geen probleem van gemaakt want ze geloven in een eeuwig leven. Wat ik wel grappig vond in deze buurt waren de twee lijkwagens die er achter elkaar stonden opgesteld. Één vrachtwagentje voor de dikke mensen en een snelle bestelauto inclusief zwaailichten voor de mensen die haast hadden. Het zet je toch wel aan het denken!

En toen was “eindelijk” de laatste dag daar. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het best leuk vond om weer naar Pattaya terug te keren. Het gewoonlijke ontbijt werd gevolgd door een lange “gratis” internetsessie bij Starbucks. Het kan niet veel na twaalf zijn geweest toen ik de bus naar de luchthaven ging zoeken. En die was snel gevonden. Ik was dus ruim op tijd op de luchthaven van Pulau Pinang. Een laatste “Laksa” in een restaurant en een beetje verhalen schrijven in de rustige omgeving van de vertrekhal.
In totaal heb ik ruim 4357 kilometer afgelegd, waarvan 1407 kilometer per vliegtuig en 1950 kilometer met de bus en de trein.
De oostkust van Maleisië is duidelijk anders dan de westkust, voor mij persoonlijk zijn de enige echte bezienswaardigheden de eilanden in de heldere wateren. Maar, ik heb het bijna altijd naar mijn zin en je kan er dus wel plezier hebben.
Nu terug naar Pattaya en de balans opmaken.
Ik krijg bezoek over een week en met mijn gasten ga ik een weekje Thailand doen. Niets extreem maar gewoon wat bezichtigen en mijn gasten een indruk geven hoe het echte Thailand er uit ziet.
Voor mijzelf ga ik alweer plannen voor de volgende reis. Ik vertrek op 25 mei voor vier weken naar Zuid-Korea. Onbekend is onbemind, zeg ik maar. Ondertussen ben ik er alweer aardig aan gewend om alleen op pad te zijn. Het is niet altijd even gemakkelijk maar je maakt wel heel snel contact omdat je gewoon alleen overal binnen komt. Dat was het voor nu, ik ben over een paar dagen weer terug.

maandag 23 april 2007

Maleisië, De Kek Lok Si tempel

Georgetown, Penang 23/04/2007

Vandaag is het de voorlaatste dag, ik had oorspronkelijk alles een beetje anders gepland. Wegens omstandigheden was ik hier twee dagen te vroeg gearriveerd. Wat natuurlijk inhoud dat ik aan het einde twee dagen zou over hebben. Zo erg was het nu ook weer niet. Omdat ik de eerste keer de “Kek Lok Si” tempel had gemist maakte ik de tocht gewoon opnieuw. Om negen uur s’morgens was ik alweer in het busstation. Geen bier s’avonds betekend wel wat vroeger naar bed en s’morgens héél fit op.
De bus reed een iets andere route dan de eerste keer maar uiteindelijk passeerden we de weg naar “Penang Hill”. Even later zag ik in de verte de tempel tegen de heuvel opdoemen. Ik drukte op de knop om de chauffeur te laten stoppen en een paar seconden later stond ik langs de kant van de weg. Mijn benen voelden alweer iets beter aan en een flinke wandeling zou ongetwijfeld goed voor me zijn.
Naarmate ik dichterbij bij kwam werd het steeds duidelijker dat het hier wel om een grote bezienswaardigheid ging. De capaciteit van de restaurants en de bakkerijen was duidelijk veel te groot voor de lokale bevolking. Ik hield mijn hart al vast om samen met een horde Chinese toeristen de tempel te ontdekken. De weg omhoog was redelijk stijl en kon mij niet voorstellen dat Aziatische toeristen deze zouden lopen. De bussen zouden dus wel ergens boven op een grote parkeerplaats staan te ronken. De motoren van de bussen werden nooit uitgezet. De airconditioning moest nu eenmaal blijven werken, ook al was dat alleen maar voor de chauffeur!
De poort van de tempel was meteen al een mooie combinatie van religie en kitsch zoals alleen de chinezen die kunnen bedenken. Maar nog steeds geen bussen? Het tempelcomplex ligt tegen een heuvel aan dus moest ik mijn weg langzaam over het tempelcomplex naar boven vinden, en dat was niet moeilijk. Bordjes met pijlen, en vooral veel bordjes met “Geen Toegang”, wijzen de weg naar de volgende bezienswaardigheid. Wat wel meteen opviel waren de details die op de religieuze gebouwen waren aangebracht. Het geheel is al schitterend maar als je dichterbij komt wordt het alleen nog maar mooier. Je hebt ook nooit het idee dat het zo maar uit de losse hand is bedacht. Nee, er zit duidelijk een denkwijze en een ontwerp achter.
De “Pagode” was de eerste echte bezienswaardigheid, hier werd voor het eerst de wenkbrauwen opgehaald. RM 2 entree om de “Pagode” te bezichtigen. Ik realiseerde mij nu dat er voor het hele complex geen entree werd geheven, maar als je voor elk object of gebouw apart moest betalen dan zou het een dure dag worden. Maar ja, je weet nooit.

Na de pagode kwam ik een grote hal vol met souvenirs en van alles waar je echt niets aan hebt. De muziek op de achtergrond deed mij herinneren aan China, waar ik ooit in een verleden een paar weken heb rondgereisd. De tafel met dakpannen kwam mij ook bekend voor. Er zijn al heel wat bekende en minder bekende gebouwen in de wereld waar een dakpan met mijn naam op ligt. Zo ook straks op de nieuwe overdekking van de grote bronzen “godin van de barmhartigheid”. RM 20 kostte dit geintje, het is tenslotte wel voor een goed doel en ik moet nu zeker nog een keer terug om het geheel te zien als het klaar is.
Ik liep van hal tot hal en zag vele Buddha’s in verschillende materialen en vormen. Mocht je ooit op Penang zijn dan is dit toch wel een “dit moet je gezien hebben” object. Aan het einde van de wandeling over het complex stond ik versteld van het bronzen beeld. Het was niet massief maar opgebouwd uit lossen platen. Toch een heel indrukwekkend geheel, maar wat nog veel meer indrukkend was waren de ringen grijs graniet die de kolommen voor de overkapping moesten gaan vormen. Ik schat wel twee en een halve meter doorsnede en hol van binnen. Dat ontwerpen van die zestien kolommen moet al een enorme klus zijn geweest, maar dat uithouwen van de figuren wil ik niet eens aan denken. Alhoewel ik vermoed dat het misschien machinewerk is. Maar toch, een indrukwekkend geheel. Als het geheel klaar is zijn de kolommen zestig meter hoog en daar komt het dak dan nog op, volgens de planning moet het in december 2008 klaar zijn. (word vervolgd)
Wat ik mij op dit moment voor het eerst realiseerde, ik was erg druk geweest, was dat ik zo goed als alleen in de tempels was. Het was natuurlijk een groot complex waar veel mensen ook niet zouden opvallen, maar ik had het idee dat ik alleen door de tempels had gedwaald. Wat natuurlijk de foto’s ten goede kwam.
Het liep nu tegen half twaalf en ik had gewoon zin om een eind te lopen. Nu is Georgetown niet echt een stad die geschikt is om lekker te wandelen maar het zien van het dagelijkse leven is wel echt anders dan elders in Maleisië.

Mocht je hier ooit terechtkomen dan zou ik aanraden om de bus (RM 2,60) naar de tempel te nemen en dan naar het treinstation voor de trein naar “Penang Hill” te lopen. Dit is een rechte weg en de afstand een kleine drie kilometer. Eet een “Mee Goreng” of een “Laksa” in één van de vele stalletjes langs de weg. Neem later gewoon de bus terug naar KOMTAR of voor de fitte mensen loop de berg af naar de “Botanische tuinen”.
Voor mij zit het er nu op! Ik heb de LP nog een keer doorgespit en er is niets meer voor mijn gading. Ik zou nog de “slangentempel” kunnen bezoeken waar een blinde Cobra en een manke Boa shows houden, maar dat is niet echt wat ik zoek. Morgen een dagje rusten en vooral nog wat lekker eten. Pakken en terug naar mijn beginpunt.

zondag 22 april 2007

Maleisië, Een dag wandelen op Penang

Teluk Bahang, Penang 22/04/2007

“Op het behang”, dacht ik nog toen ik om precies half acht uit mijn bed stapte. Mijn kuiten voelden niet echt beter aan, maar voldoende beweging zou ze wel weer los krijgen. Eenmaal beneden voor het ontbijt was een knikje naar de ober voldoende om mijn twee gebakken eieren te bestellen. Ik keek eens goed om mij heen en was niet echt verbaasd over de varkensstal die de Chinese toergroep had achter gelaten. Er lag meer eten onaangeroerd op de borden dan op de buffettafel. Zo zijn ze nu eenmaal.
Echt vroeg stond ik al in de KOMTAR busterminal om de bus naar “Teluk Bahang” te nemen. Het is zondag en dan weet je niet hoe de dienstregeling is, en die was niet anders dan anders. Elk half uur verscheen er een oude bus die een zwarte pluim achterliet elke keer als hij weer in beweging kwam. De rit naar “Batu Feringgi” was als een reis in het nieuwe. Ik herinnerde me echt niets van wat ik zag. Dan laat het maar zo, de tijd heeft hier ook niet stilgestaan.
Teluk Bahang is het eindpunt van de buslijn, niet echt moeilijk dus om straks weer de bus terug te vinden. Aan de ingang van het park werd er hard gewerkt aan nieuwe faciliteiten. Ik schreef mij in als wandelaar en ontmoette onder het afdakje een groepje gepensioneerden die de wandeling ook gingen maken. Ze vroegen of ik alleen was en of ik misschien zin had om met ze mee te lopen. Samen is altijd leuker dan alleen dus ik sloot mij aan bij de groep.

Het werd een prettige wandeling. Mijn kuiten werden langzaam losser toen we 138 meter hoge klim maakten naar de bergpas tussen de twee toppen. Ik kon de toppen nooit zien want we liepen door ondoordringbare jungle. Een paar korte stops met steeds prettige oppervlakkige gesprekken. Één van de groep was zelfs al de zeventig gepasseerd. Ze vertelden mij dat ze een groep vrienden waren die er elke zondag op uit trokken om met elkaar te gaan wandelen. “Ik hoop dat ik er ook nog zo bij loop als ik zeventig ben”, grapte ik nog. Aan het einde van het pad, halverwege dus, rustten we wat en praatten we nog wat. Ik was ondertussen nat tot op het bot van het zweten. Alles was kletsnat, zo nat zelfs dat ik mij agenda in een plastic zakje moest doen en mijn noodtoiletpapier zo kon weggooien. Het was papier-maché geworden. Toen werd het tijd voor mij om afscheid te nemen en weer terug te gaan. Terug gaat altijd sneller, ik weet ook niet waarom.
De rijwind die door de openstaande deur de bus binnen kwam koelde mij af en droogde mijn shirt, mijn korte broek bleef echter wat langer nat. Dat was een fijne dag en ook weer heerlijk gelopen. Natuurlijk heb ik een uurtje gerust toen ik op de kamer kwam.

Mijn darmen zijn prima in orde en de avondmaaltijd kwam deze keer van een hawkerstal. Sateetjes (kip) met een bami in een dikke saus, aangevuld met een zwarte thee. RM 5,30 voor de hele maaltijd. Het zou verboden moeten worden! Morgen een tweede poging naar de tempel. We zien wel.

zaterdag 21 april 2007

Maleisië, Het Koloniale Penang

Georgetown, Penang 21/04/2007

Met pijn in mijn kuiten die zo hard waren als beton stond ik op. Nou ja, ik probeerde uit bed te komen. De wandeling van gisteren had zeker zijn tol geëist en ik wist meteen dat ik vandaag rustig aan moest doen. Ik had toch niet al teveel plannen gehad voor vandaag. Mijn ontbijt smaakte uitstekend en ik voelde mij ook na het ontbijt goed. Daar gingen we dan de stad in zo net voor de middag. Het viel mij op dat het enorm rustig was in Penang. Later vond ik ook uit waarom dat zo was, op zaterdagmiddag en zondag de hele dag was bijna alles gesloten. Met uitzondering van de grote winkelcentra. Dus ook de plaatselijke VVV was dicht. Geen info, geen gratis kaarten, helemaal niets dus. Ik had er weinig trek in om de twee kilometer weer terug te lopen naar het hotel om de nieuwe, ik had de nieuwe versie alweer gekocht, Lonely Planet op te halen.
Het wolkendek in de verte werkte ook niet erg inspirerend, donkere wolken boven het eiland, dus ik zocht om iets anders te doen. De gratis veerpont van Georgetown naar Butterworth leek me wel geinig. Rustig in een verkoelende bries het water tussen de twee steden op en neer. Bij terugkomst vond ik het welletjes en begaf mij richting het hotel om er zeker van te zijn dat de regen mij niet zou overvallen. Al slenterend door “Little India” snoof ik de geuren en kleuren van een andere cultuur op, gecombineerd met Bollywood muziek die uit vele luidsprekerboxen schalde. Al die verschillende culturen maken Maleisië nu juist zo uniek. Alleen jammer dat de staatsgodsdienst er soms met geweld tussen wordt geperst.
Ik was een beetje lui en wilde eigenlijk alleen nog maar mijn kuiten de rust geven die ze verdienden. Onderweg passeerde ik een Giant supermarkt en ik maakte van de nood een deugd, eerst even voedsel inslaan voordat we naar het hotel gaan. Het is bijna een ongeschreven wet dat je meteen moet kopen als je de kans hebt in Azië, je weet namelijk nooit of je wel een tweede kans krijgt. Ik had dus een enorm breed assortiment Maleisische gerechten in poedervorm ingeslagen zodat ik voorlopig weer vooruit kan. Gelukkig had ik alles goed gepland, de regen kwam om half vier met bakken uit de hemel. Vanuit mijn hotelkamer op de 16e verdieping sloeg ik alles gade.
Nadat de straten weer waren opgedroogd gaf ik mijn zere kuiten nog een laatste afstraffing. Het liep alweer tegen zes uur en ik wilde van de late zon gebruik maken om nog wat mooie plaatjes te schieten. Het oude Georgetown is nu eenmaal magnifiek, je kan er uren in rondlopen en elke keer weer iets nieuws ontdekken. Natuurlijk nam ik deze keer weer een andere route. Ik kan het allemaal moeilijk vertellen dus kijk maar naar het bijbehorende uitgebreide fotoalbum.
Ik was al op terugweg toen ik voor de tweede keer deze week langs het “Kapitan Tandoori” restaurant kwam. Deze keer kon ik de verleiding niet weerstaan. Het volle restaurant adverteerde de kwaliteit van zijn Tandoori en de geur van de Tandoori oven rook zo goed dat ik wel naar binnen moest. Het menu was erg uitgebreid en ik was er nieuw. Snel bestelde ik een vegetarische bryani rijst met een kip tandoori. Hierna bleek dat de tandoori een combinatie gerecht was met een Naan brood erbij. Geeft niets, laat alles maar komen. Ik heb honger als een paard. En ik heb bijna al mijn bordjes leeg gegeten! Er was echt weinig meer over! De tandoori was zo mals en zo goed dat hij maandag, als mijn darmen het toelaten, weer op het menu staat. Voldaan slenterde ik weer terug naar mijn hotel. Ik was nog geen 200 meter van mijn hotel toen Pluvius opnieuw de kranen van de hemel opende, alleen waren er nu meer goden aan het werk en de bliksemflitsen schoten door de hemel.
Het maakte mij weinig meer uit. Mijn honger was gestild en ik voelde mij, een half uur na het eten, uitstekend. Weer vroeg naar bed en nu al vier dagen droog!

vrijdag 20 april 2007

Maleisië, Een kleine week Penang

Georgetown, Penang 19/04/2007

Het einde van de reis komt nu snel dichterbij. Ik zit alweer in de laatste week.
Ik was natuurlijk zo fit als een hoentje toen ik vanochtend wakker werd. Een droge avond met veel slaap kan natuurlijk niet slecht voor je zijn! Ik was lui en bleef nog een half uurtje liggen waarna ik mij heerlijk douchte en voor mijn ontbijt weer eens naar de McDonalds ging. Mijn darmen voelden al een stuk beter en nu was het zaak om niet te snel weer terug te gaan naar het buitenlandse eten. Nog twee dagen had ik mij voor genomen. Dat zou moeten lukken.
Nadat ik alles had afgehandeld wat er op de agenda stond werd het tijd om naar het busstation te gaan. De manager van het hotel keek verbaasd om mij weer te zien en nadat ik mijn verhaal had gedaan namen we met een grote glimlach voor de tweede keer afscheid in tien dagen. Nu kom ik echt pas terug in oktober riep ik nog terwijl de deur zich achter mij sloot.
Op het station snel een flesje water gekocht en vier bananen, daar zou ik het tot vijf uur vanmiddag mee moeten doen. Ik was zeker een half uur te vroeg op het perron omdat ik zeker de bus niet wilde missen. Deze keer had ik geluk, ik kon met de bus van half twaalf mee. Dat scheelde me weer een half uur dacht ik nog. Maar uiteindelijk reden we pas om vijf voor twaalf het busstation uit.
Er waren nog veel anderen aan boord gekomen en de bus was bijna vol. In de dubbele stoelen naast mij ploften twee Engelse volbloed meiden neer die onafgebroken chocolade zaten te eten en aan elkaar te plukken en te elkaar te zoenen. Ze hadden geen enkel oog voor de overige passagiers.Ik heb niets tegen lesbiennes maar laat ze in ieder geval even er over nadenken dat ze in Maleisië te gast zijn en dat de normen en waarden hier anders liggen.
Tegen de tijd dat we in Butterworth arriveerden viel de regen met bakken uit de hemel en bij het oprijden van de brug was Pulau Pinang niet eens zichtbaar! Een goede start is het halve werk, morgen is het gewoon weer goed weer. Aan de overkant van de brug ging de bus in een richting die ik niet had verwacht. Nu bood zich weer een ander probleem aan: De “KOMTAR busterminal” is niet meer voor lange afstand bussen. Dus daar stond ik dan, tien kilometer van de stad terwijl het regende en geen kennis had van het openbaar vervoer. Een medereiziger vertelde mij dat ik voor RM 15 wel een taxi kon nemen naar de stad. Daar had ik geen probleem mee en ik liep op de kluit taxichauffeurs af die onder een dak stonden van vele gekleurde paraplus. Ze wilden niet lager gaan dan RM 25, daarmee was voor mij de kous af en ik besloot te wachten op de bus die mij voor RM 2 naar de stad zou brengen.
Het bleek uiteindelijk maar RM 1,20 te zijn toen de bus na 45 minuten arriveerde. Zuur keken de taxichauffeurs toen ik overdreven vriendelijk naar ze zwaaide en instapte. Het hotel dat mij was aangeraden door Arno zag ik vanuit de verte al opdoemen. Ik vroeg aan de chauffeur of hij mij er even uit wilde laten en dat was natuurlijk geen probleem. Het belangrijkste was dat ik mijn hotel had gehaald zonder problemen met mijn spijsvertering. De verleiding was groot want ik voelde mij alweer enorm goed. Maar toch was ik sterk en at een hamburger die me zeker geen problemen zou geven. De koude frisdrank liet ik ook achterwege en genoot van een warme zwarte thee. Ik liep een rondje door het oude Georgetown in het donker en keek met hongerige ogen naar de verleidelijk lekker uitziende Dim Sum. Nee, morgen misschien als alles weer OK is. Om half elf lag ik alweer tussen de lakens, morgen de eerste dag met excursies!

20/04/07

“Wat kan ik allemaal gaan doen?”, was de vraag die al zittend aan het ontbijt door mij heen ging. Ik genoot van de gebakken eieren met kippenham en witte bonen in tomatensaus. Ik had zelfs een heuse Maleise koffie erbij. Ik had het niet meer. Je moet nu eenmaal goed eten vertelde mijn grootmoeder mij altijd. Ik had natuurlijk al in de LP gekeken wat de mogelijkheden waren. Laat ik het maar meteen groot aanpakken dacht ik bij mijzelf. De weersverwachting was niet al te best, onweer in de middag, dus laat ik maar iets doen wat meteen de hele ochtend en het begin van de middag in beslag zal nemen.
De “Kek Sok Li” tempel en “Penang Hill”. De twee lagen op dezelfde route en dat zou dus niet veel reistijd tussen de twee geven. Het gehachel met de taxichauffeurs was ik zo zat dus ik besloot om maar op avontuur te gaan met de bus. De taxichauffeur vroeg RM 75, ik was aan de voet van “Penang Hill” voor RM 1,40. Ik ben niet zuinig maar tel uit je winst. Op weg naar de kabeltrein van “Penang Hill” passeerde ik een Chinese tempel, snel een foto gemaakt omdat ik de veronderstelling was dat de “Kek Sok Li” tempel na de heuvel zou komen. De rit omhoog was spectaculair zeker als je weet dat we meer dan 750 meter omhoog gingen en één keer moesten overstappen. Eenmaal boven viel het uitzicht tegen omdat het erg mistig was, jammer. Ik kan het altijd nog een keer overdoen als ik weer in Penang ben!
Spelend met mijn GPS ontdekte ik dat er een pad naar beneden ging, ik had al grapjes gemaakt tegen Australische medepassagiers dat ik naar beneden zou lopen. Ze moesten er allemaal hard om lachen. Maar nu werd het plan plotseling werkelijkheid, 750 meter dalen over 5200 meter lopen. Een stijgingspercentage van ruim 14 % gemiddeld!!!! En dat heb ik geweten. Ik kocht nog een flesje water en begon aan de afdaling. Het was in het begin niet zo zwaar maar na een kilometer of twee begon ik de knietjes toch wel te voelen. “Arno: Jij had dit zeker een mooie wandeling gevonden!” Ik nam de tijd en genoot in rust van de natuur die aan mij voorbij ging. De laatste anderhalve kilometer werd het echter anders. Een onverhard pad liep naar een trap, en aan die trap leek geen einde te komen. De GPS rekent horizontaal! Dus 100 meter lopen wordt dan 500 treden ongeveer. Het was gewoon erg zwaar en er was geen weg meer terug. Eenmaal beneden aangekomen in de botanische tuinen voelde ik mij trots dat ik het had gedaan. Mijn blaar was verleden tijd en ik kon gelukkig weer goed lopen.
Toen ik terug was bij het hotel had ik alweer ruim 15 kilometer gelopen. Ik moest even liggen omdat mijn benen gewoon trilden van de krachtinspanning van vanmiddag. Liggend op mijn bed hoorde ik de moskee alweer roepen en ik vroeg mij af of de vrijdag in Penang ook zo rustig zou zijn als aan de oostkust. Nadenkend over deze zaak besloot ik toch maar om mij snel te douchen en er weer op uit te trekken. Een soort verkenning voor wat ik morgen ging doen. Ik liep de warme avondzon in en genoot van het leven in China Town, ik liep langs het water en at overheerlijke “Dim Sum” in het “Yong Pin Dim Sum” restaurant. De verleiding was te groot geweest! “Kris: Dim Sum in Georgetown, je weet het éh?” Dinsdag nog een keer terug naar het restaurant, dat staat als een paal boven water. Om half tien kwam ik alweer aan op mijn kamer, de derde droge avond en voel mij met de dag beter. Misschien morgenavond een biertje bij het voetballen? Morgen in ieder geval een ontdekkingstocht door het oude “centrum van Georgetown”.

woensdag 18 april 2007

Maleisië, De jungletrein naar het “Taman Negara”

Kota Bharu 17/04/2007

Ik had gelukkig weer eens een nachtje goed geslapen en had gisterenavond over alles nog een keertje goed nagedacht. Mijn plan was klaar. Vandaag was een dagje rusten en wandelen, wat boodschappen doen maar vooral rusten. Morgenvroeg moet ik om vijf uur uit bed. De eigenaar van het GH brengt mij naar het station vanwaar de trein om 06:20 vertrekt naar Jerantut. Een hele dag in de trein kijken naar het voorbijglijdende landschap.
Mijn vroege wandeling deed ik nu een keer met een persoon uit België, Tim. Een jongen die al een paar maanden op pad was en onder andere Nieuw Zeeland had bereisd, maar zijn verhalen over Taiwan vond ik zeker interessanter omdat dat een bestemming is die ook op mijn verlanglijstje staat. Zo praat je over de eenzaamheid en zo praat je in het Nederlands met een Vlaming.
In de middag ben ik maar weer gaan wandelen om te kijken hoe mij blaar zich houd. En dat was goed! Ik had al gemerkt dat ik in mijn schoenen geen enkel probleem meer had maar nu ook mijn sandalen goed begonnen aan te voelen was ik meer op mijn gemak, er zou tenslotte nog genoeg gelopen worden in de laatste week op Penang.
s’Avonds werd het later dan gepland omdat ik samen met Tim op een terrasje bij een Chinees restaurant belandde. We praatte over reizen in het algemeen en hoe België zou zijn bij zijn thuiskomst over een paar maanden. Hij vertelde ook nog meer interessante verhalen over Taiwan. Dat is zeker een bestemming voor de toekomst. Net voor twaalf uur kwamen we terug bij het GH. We moesten voor twaalf terug zijn anders gaat de deur op slot! Ik had belooft om nog even een DVD voor hem te branden met zijn foto’s. Dan kon hij zijn geheugenkaartje legen! Na een paar pogingen en hardware errors kwamen we erachter wat het probleem was, zijn DVD was DVD+ en mijn brander accepteert alleen DVD-. Ik ging dus (te) laat slapen.




Jerantut 18/04/07

Ik was dus niet echt 100% toen mijn camera om vijf uur nare piepgeluiden begon te maken. Een koude douche bracht mij snel weer terug naar de werkelijkheid. Ik moest verdomme nog pakken en ik moest wat eten want van binnen leek het wel een betonmolen. Zelfs na opnieuw antipoeptabletten te hebben geslikt. Snel een boterham met kaas en een paar slokken water. Om tien voor half zes liep ik stil de trap af. De vrouw van de eigenaar stond mij al op te wachten en het zien van mijn persoon was voldoende om haar man te gaan wekken. Misschien had hij niet verwacht om mij om half zes beneden te zien. Zo slecht kon ik er gisteren toch niet hebben uitgezien?
In stilte reden we in de gammele auto naar het treinstation dat pakweg een kleine acht kilometer van het GH vandaan is. In het restaurant van het kleine stationnetje zat nog een wit gezicht te wachten. Hij zou dezelfde trein nemen. Later bleek uit zijn verhalen dat zijn grootvader een ingenieur was geweest die had meegewerkt aan enkele bruggen van het traject. Voor hem had de reis dus ook sentimentele waarde. Ik dronk een kop zwarte koffie en na een paar slokken realiseerde ik mij achteraf dat die koffie misschien wel een slecht idee was geweest. Gelukkig stond de betonmolen in mijn buik weer stil.
De kaartjesverkoper kreeg het maar niet voor elkaar om een kaartje geprint te krijgen. Waar het vroeger vrij zitten was heeft de invoering van de computer er nu voor gezorgd dat iedereen een genummerde zitplaats krijgt. Uiteindelijk, twee minuten voordat de trein zou vertrekken, gaf hij het op. De trein stond al klaar naast het perron! Ik stond ondertussen alweer te zweten als een otter want ik kon mij niet veroorloven om deze trein te missen. Hoe zou ik in hemelsnaam terug moeten komen in het GH op dit uur? Hij printte een ander kaartje uit en ik kreeg RM 2 van hem terug. Zijn verhaal begreep ik in de verste verte niet maar ik zat twee minuten later in ieder geval in de trein op weg naar Jerantut.
Langzaam kwam de trein op gang en gleed de donkere nacht in. De trein was nu veel luxer als ik mij kon herinneren van zeven jaar geleden. Airconditioning en mooie verlichting. Ik had dus wat tijd te doden tot dat de zon op kwam en het schouwspel buiten zou beginnen. Ik maakte van de mogelijkheid gebruik om snel een hazenslaapje te doen. De zon kwam op en de grauwe donkere nacht maakte plaats voor een groene jungle in wel duizend tinten groen. Rustig achterover en genietend van de muziek op mijn iPod keek ik naar wat er zich buiten afspeelde.
Eerst waren het de rubber plantages gevolgd door palmolie plantages. Toe kwam de jungle, doorsneden met bruine rivieren en stroompjes. Het is moeilijk te omschrijven wat je allemaal ziet maar het is nog steeds de moeite waard. Tegen twaalf uur, na zo’n vier en een half uur jungle, begon ik te twijfelen aan mijn strijdplan. Wat zou ik gaan doen in Jerantut? Precies hetzelfde als zeven jaar geleden. Wat zou ik morgen gaan zien in het “Taman Negara”? Precies hetzelfde als vandaag, jungle en bruine rivieren. Wat zou een logisch vervolg zijn? Zorgen dat je zo snel mogelijk in Penang komt. Ik had ondertussen een blik in de LP geworpen en het was mij duidelijk geworden dat daar nog veel te zien was. Dat zou dus wel met de bus moeten zijn vanuit Jerantut.
Toen de trein eenmaal arriveerde was ik nog zekerder van mijn zaak. Het oude platform had inmiddels plaats gemaakt voor een heus station met een overdekt perron. Op weg naar het busstation zag ik allemaal nieuwe gebouwen en ook fastfood restaurants, en vroeger kon je nog geen broodje kopen. Ik had snel een kaartje voor de bus van kwart voor drie. Dat betekende dus één uurtje wachten. Alles is beter dan ik de brandende zon dus streek ik neer in de KFC. Voordat ik richting de bus ging moest ik wel nog even naar het toilet, de betonmolen was gaan draaien en ik verzeker jullie dat het geen prettig gevoel was. De eerste lading was dan ook een hoeveelheid waar een koe jaloers op zou zijn geweest. Het zweet stond dik op mijn voorhoofd en ik voelde mij niet goed. Misschien was het toch beter om hier te blijven met zo’n probleem? Ik analyseerde mijn probleem en kwam tot de conclusie dat het wel een kleine voedselvergiftiging moet zijn geweest, zuivelproducten hadden namelijk een negatief effect. Een regel is dat je bij een verdenking van voedselvergiftiging nooit melk/yoghurt of kaas eet. Die versterken de problemen alleen maar, en zo ook bij mij. Mijn brood en kaas gingen dan ook meteen in de afvalbak.
Om vijf over half drie stond ik klaar voor de bus en gelukkig kwam die snel. We mochten alleen niet instappen omdat er een probleem was. De airconditioning van de bus was kapot. Alles reizigers aan boord verlieten de bus en gingen buiten in de weinig aanwezige schaduw staan te wachten wat er zou gaan gebeuren. De bus van kwart voor drie werd verwijderd uit het schema en we konden allemaal mee met de bus van vier uur. Dus nog een uurtje wachten. Ik legde mijn rugzak in het kantoortje van de busmaatschappij en liep wat rond totdat de molen weer op volle toeren draaide. Dus ik wederom weer naar de KFC waar ik ondertussen een graag geziene gast (op het toilet) was geworden. Opnieuw een boodschap waarvan ik jullie de details deze keer maar zal onthouden. Ik voelde mij nu heel slecht! Ik durfde niet te drinken en zeker niet te eten. Het zweet gutste uit mijn lichaam, een kleine stroom verdween achter in mijn broek en mijn overhemd en broek waren kletsnat. Opnieuw twijfelde ik of ik wel aan boord van die bus zou gaan. Er waren hier genoeg goedkope plaatsen om te overnachten, maar in mijn achterhoofd verlangde ik naar de luxe van het “Fortuna Hotel” in Kuala Lumpur.
Eenmaal in de bus met een reis van drie en een half uur voor de boeg begon ik mij beter te voelen. De airconditioning koelde mijn oververhitte lichaam af totdat de normale temperatuur weer was bereikt. Ik nam een paar slokjes water en dat deed mij goed. De busreis op zich was niet noemenswaardig, alleen dat we naar een ander busstation gingen dan Puduraya, “Pekerliling” of zo iets. Gelukkig was de “KL Monorail” recht voor het station en dat verlichtte de tocht naar mijn hotel. Ik zou er niet aan moeten denken om nu een paar kilometer te moeten lopen met mijn rugzak. De receptionist in het Fortuna Hotel was verbaasd om mij te zien, terwijl hij mij inboekte vertelde in wat er allemaal was gebeurd in de laatste week. Hij moest er wel een beetje om lachen.
Ik had nu nog maar twee dingen te doen en het was al over half acht. Eerst een buskaartje voor morgen kopen en dan wat eten. Beide gingen van een leien dakje. Om kwart voor negen liep ik weer het hotel in met een buskaartje voor de reis naar Penang in mijn zak en een Big Mac menu in de hand. Na het douchen ben ik niet eens meer de stad in gegaan. Ik was kapot, 15 uur was ik onderweg geweest en had ruim 340 kilometer afgelegd in de trein en 544 kilometer in totaal. Welterusten!

maandag 16 april 2007

Maleisië, Na zeven jaar weer Kota Bharu

Kota Bharu 16/04/2007

Ik had redelijk geslapen en was vroeg op. De tv werd voor de eerste keer deze reis s’morgens aangezet en het half witbrood werd tevoorschijn gehaald. Een paar boterhammen met zalmspread en een flesje water zodat ik in ieder geval wat binnen had voordat ik aan de busreis zou beginnen. Mijn darmen waren al wat rustiger. Vandaag zou ik na zeven jaar weer terugkeren naar Kota Bharu. Zeven jaar, wat gaat de tijd toch snel. Wat heb ik allemaal gezien en gedaan in die zeven jaar? Veel, heel veel. Ik was blij dat ik weer genoot van het op reis zijn. Ik was tenslotte ook al bijna twee jaar niet echt op pad geweest. Langzaam begon ik te pakken en ik realiseerde me dat er een ander probleem was opgestaan. Eenzaamheid!
Na een week alleen en een sporadisch wit gezicht kreeg ik het voor het eerst moeilijk om alleen te zijn. Of alleen te reizen. Alleen reizen heeft voordelen maar één van de grootste nadelen is dat je met het alleen zijn om moet kunnen gaan. Ik heb in het verleden mensen ontmoet die zo eenzaam waren dat als je ook maar één woord tegen ze had gesproken ze je niet meer los lieten. Ze hingen constant aan je en zaten altijd onder aan de trap op je te wachten. Dit resulteerde dan in een situatie dat ze nog meer werden gemijd en dat ze dan uiteindelijk nog eenzamer werden. Zo erg is het met mij gelukkig niet.
Ik dacht eens goed na en wist dat ik die onvergetelijke avonden niet had gehad als ik met iemand anders was geweest. Maar toch, het is moeilijk uit te leggen wat je gevoelens dan zijn. Ik heb zelfs voor een moment gespeeld met de gedachte om terug te gaan naar huis en de Songkran maar te accepteren.
Nee, gewoon doorgaan. Dit is een oefening voor de volgende reis. Op 25 mei vertrek ik weer voor vier weken naar een voor velen onbekende bestemming. Sterker nog, ik heb nog nooit iemand ontmoet die daar op reis is geweest. Over een week of twee maak ik die bestemming wel bekend. Dus ik heb mijn gevoelens uitgeschakeld en gewoon langzaam mijn rugzak ingepakt.
Om half tien ging ik richting het busstation om de hoek. Mijn bus stond al klaar dus daar hoefde ik mij in ieder geval geen zorgen over te maken. We reden drie minuten te laat het busstation uit. Vanuit de bus zag ik hoe groot deze stad eigenlijk wel is. Het is dan ook onbegrijpelijk dat er zo weinig te zien of te doen is. Een grote nieuwe moskee aan de rivier zou een nieuw trekpleister kunnen worden. Maar na een week aan de oostkust van Maleisië heb je eigenlijk genoeg moskeeën gezien. Langzaam veranderde het landschap en ik durf bijna te zeggen dat het groener en fleuriger werd. Het werd ook langzaam drukker toen we dichter bij KB (Kota Bharu) kwamen.
Eenmaal binnen de bebouwde kom probeerde ik gebouwen en/of plaatsen te herkennen. Ik herkende geen enkele plaats dus. De meeste grote busstations zijn de laatste jaren verplaatst van het centrum naar de buitenwijken van de stad. Dat zou hier dan ook wel zijn gebeurd! Bij aankomst keek ik eens goed om mij heen en ik was inderdaad verloren. Ik herkende echt niets! Ik liep een stukje weg en ging voor een klein hotel zitten om eens goed te kijken waar ik nu eigenlijk was. De combinatie van de GPS en de LP maakte dit een stuk gemakkelijker. Ondertussen werd ik belaagd door een handjevol taxichauffeurs die mij een ritje wilde aansmeren. “Five dollar, where you go?”, hoorde ik ze in een koor schreeuwen.
Toen ik na vijf minuten mijn locatie had bepaald keek ik op en was verbaasd over wat hier allemaal was veranderd. Ik kon mijn ogen niet geloven. Ik zat naast het kleine parkje waar ik altijd mijn milkshake had genuttigd na een heerlijke maaltijd op de “Pasar Malam” (avond markt). De “Pasar Malam” samen met het aangename kleine parkje waren in ieder geval verdwenen en was nu een bouwput waar waarschijnlijk een nieuw winkelcentrum zou verrijzen. De twee oude GH’s waren nu boetiek hotels geworden. De zaken in de afgelopen jaren hadden ze in ieder geval geen windeieren gelegd. Zoals ik al eens vaker heb vermeld, “De rugzaktoeristen zijn erg veel veranderd de laatste jaren”.
Nu ik eenmaal wist waar ik was liep ik blindelings naar de “Ideal Travellers Lodge”. Hier had de tijd stilgestaan! Om het nog sterker uit te drukken. Het leek net of ik een middagwandeling van zeven jaar had gedaan. De Chinese vrouw lag nog steeds haar middagdutje in de stoel te doen en de receptie was ook niet van de plaats geweest. Het enige nieuwe dat ik zo snel kon ontdekken waren de twee extra computers in de internet hoek. Ik werd niet herkend maar desondanks toch vriendelijk onthaald. Mijn schoenen bleven aan de deur want er was een hard “Schoenen uit in het gebouw” beleid. Kamer 4 voor RM 25 per nacht. Dat is OK voor twee nachten en ik betaalde meteen. Zo, dat was dan geregeld.
Ik ging even zitten en genoot van een 100+. Mijn gedachten gingen terug in de tijd. Mijn avonden hier met Jeroen en de Meerman en die lange slungel waarvan ik de naam ben vergeten. Zeven jaar, ongelofelijk! Ik gooide mijn rugzak in de kamer en ging de stad in om wat te eten, gewoon iets licht en betrouwbaars. McDonalds.
Bij terugkomst bleken ze in de Lodge ook Wifi te hebben. Ongelofelijk, de tijd had hier dus bijna stil gestaan. Voor RM 5 kreeg ik het password en na een paar pogingen zat ik op het net. Heel fijn.
Om kwart over zeven liep ik opnieuw de stad in om wat te eten. Bij navraag was mij verteld dat de avond markt was verplaatst, de chinezen daartegen zaten nog wel op dezelfde plaats. Dan eerst maar de Chinezen omdat ik wel trek had in een biertje. Hoewel ik mij had voorgenomen om twee avonden niet te drinken. Ik veranderde van merk en bestelde deze keer een “Carlsberg”, en die smaakte mij uitstekend. Ik bestelde twee setjes “Dim Sum” gevolgd door een “Pork Pau”. Alledrie van de kwaliteit die ik mij herinnerde uit het verre verleden. Uit het niets begon het plotseling te gieten. Pijpenstelen, regen als nog nooit gezien, een muur van water, binnen vijf minuten tien centimeter water op de straat. De lucht was donkergrijs geweest maar dit had ik niet verwacht. Ik zat vast op een terras voor een Chinees restaurant. Dan maar een tweede biertje, met frisse tegenzin ;).
Ongeveer drie kwartier zal alles hebben geduurd, binnen vijf minuten was al het water verdwenen en kwam het gewonen leven weer op gang. Ik liep nog wat rond en bekeek de winkels die ik mij vanuit het verleden herinnerde. De avond markt was helaas gedegradeerd tot een verzameling van kleine eettentjes waar een grote kleuren tv het middelpunt was. Met weemoed dacht ik terug aan de tijd dat deze markt een van de beste plaatsen was geweest om te eten in Maleisië. Maar zo gaat het nu eenmaal, allemaal vooruitgang. Soms is dat dan ook helaas teruggang. Om kwart voor tien was ik weer terug in mijn GH en ging meteen naar bed. Een half uurtje internet en dan slapen, het leven is hier anders aan de oostkust!
Copyright/Disclaimer