donderdag 21 februari 2008

Sri Lanka, komt het toch nog goed?

Deniyaya, 21/02/2008

Na mijn eerste echt goede nachtrust werd ik om kwart over zeven gewekt voor het ontbijt. Het was wel afwachten en het was moeilijk om het ontbijt van gisteren te evenaren. Het was ook een goed ontbijt en één van de betere zaken op Sri Lanka is het aanwezig zijn van goed brood. Brood met een omelet gevolgd door een paar sneetjes geroosterd brood met jam is een goede start van de dag. Ik zat goed vol en mijn voorspelling was uitgekomen. Er was in heinde of verre geen gids met zijn 4x4 te bekennen.
Het weer was goed dus zou plan twee zou in werking treden en ik zou een waterval en twee tempels gaan bezoeken vandaag. Tijdens het ontbijt had ik wat extra informatie gekregen van de eigenaar, die tevens rijschoolhouder is, en dat moest voldoende zijn om de dag door te komen, iets over acht ging ik vol goede moed op weg.
Als eerste was een waterval op het Kiruwananaganga thee landgoed aan de beurt. Eerst met de bus en dan een paar kilometer lopen. Het vreemde hier op Sri Lanka is dat je de opgegeven afstanden in zijn geheel niet kan vertrouwen. Vijf kilometer met de bus blijken er tien komma drie te zijn en de twee kilometer is net geen negenhonderd meter. Ik zou het dus anders doen. Met de bus heen en terug lopen, dan weet je tenminste de juiste afstand.
En zo stapte ik eerst op de bus naar het kruispunt in "Kotapola" waar ik de aansluiting naar de "Kiruwananaganga waterval" zou nemen. Het ging allemaal gesmeerd en binnen een uur stond ik aan het begin van een weg die me naar de waterval zou leiden. Ik moest wel alles vijf keer vragen aan één van de lokalen omdat de verkeersborden hier nog dun zijn gezaaid. Het toerisme in deze bergen staat nog in zijn kinderschoenen! Heet was een flinke klim tussen de theestruiken door, heel veel theestruiken. Het was wel een schitterend gezicht om de leveranciers van het oerengelse kopje thee zo te zien.
Een kleine zijsprong: Het is hier net als in Engeland de omgekeerde wereld. Thee wordt zo sterk gezet dat hij op koffie lijkt en je haast wel een beetje melk moet toevoegen. Koffie daartegen wordt zo slap gezet als bij ons de thee, niet te pruimen dus. Ik ben nu helemaal overgeschakeld op de thee tenzij ik een echt koffiehuis tegen kom.
Watervallen in het droge seizoen zijn niet de meest opwindende en zo ook deze niet. Het was wel erg mooi om zo tussen de theestruiken rustig de berg op te lopen en alleen het geluid van de dieren te horen. Wat kan de stilte soms toch mooi zijn. De vier kilometer zou ik terug lopen om nog wat meer van de rust te kunnen opsnuiven. En er zijn altijd verrassingen! Om de eerste bocht stond een bus met panne en die werd door de passagiers in verenigde kracht achteruit de berm ingeduwd. En hoe ging het verder? Na tien minuten verscheen de volgende bus met dezelfde bestemming, de passagiers stapten op en de onfortuinlijke chauffeur bleef alleen achter met zijn ellende.
Hij schudde wat met zijn hoofd heen en weer toen hij me aankeek en nam plaats op zijn chauffeursstoel. Dat is echt grappig hier op Sri Lanka, begroetend, bevestigend of ontkennend de mensen schudden met hun hoofd heen en weer alsof hij nog maar met ‚‚n bout vast zit. Ik moet er nog elke keer om lachen en probeer het nu zelf ook na te doen. Ze moeten dan ook weer om mij lachen.
Langzaam slenterde ik onder een blauwe hemel terug naar Kotapola. De wandeling had er aardig ingehakt en kon wel wat energie gebruiken, twee "rolls" zoals ze de eerder beschreven rolletjes met kerrie er in noemen gevolgd door de lokale "Elephant" priklimonade. Volgens de Lonely Planet was de "Ginger Root Beer" een uitstekende dorstlesser. En klopte ook, heerlijk bruisend spul met een pittige afdronk.
Het vinden van de eerste tempel was echter een groter probleem. Niemand had van het ding gehoord of had maar enig idee waar het zou kunnen zijn. De enige mogelijkheid was een tempel genaamd "Gatabaruwa", en die lag boven op een berg en de beschrijving klopte dat er een stevige klim bij zat. Met deze informatie bedankte ik de uitbater van het theehuis en ging weer op weg. De zon stond nu hoog aan de hemel en brandde fel, maar de eerste regenwolken tekenden zich af aan de horizon.
Het was inderdaad een flinke klim! Ik moest onderweg een paar keer stoppen om op adem te komen en terwijl ik zat uit te hijgen schoten de driewielers langs me heen de berg op. De meeste bezoekers kozen voor transport omhoog en lopend naar beneden. Bij de tempel aangekomen gingen de sandalen uit en de klim werd nog een tientallen meters voortgezet. Het was inderdaad de moeite waard geweest. De tempel was anders en misschien niet zo bijzonder maar de vergezichten vanaf de top waren subliem.
De afdaling ging gemakkelijk en na de klim had ik alweer trek, twee rolls en een "Elephant Creamsoda" deden me goed. De hemel was ondertussen flink dichtgetrokken en de grijze donderwolken stonden op regen. Gelukkig ben ik droog thuis gekomen maar het duurde niet lang voordat de eerste regendruppels naar beneden kwamen. Hier in de aanloop naar het bergland zijn de regels eenvoudig, vroeg opstaan en genieten want na twee uur kan de regen komen.
Het is niet meer droog geworden vandaag, ik heb toch een mooie dag achter de rug en mijn beeld van Sri Lanka is al een stukje naar de plus verschoven. Na een paar uurtjes schrijven en een beetje spelen was het tijd om te eten. Kokkie had haar best gedaan en opnieuw een koningsmaal bereid, ik at minder rijst deze keer en bestede al mijn aandacht aan de groente. Er was een nieuwe soort wortel bijgekomen en de groene banaankerrie was helemaal een winnaar. Na mijn gebruikelijke twee biertjes was het weer tijd om te gaan slapen. Morgen om half zeven op! Verplaatsing naar "Haputale", de eerste stad die ik wilde bezoeken is al geschrapt en een dorpje voor over twee dagen staat op de nominatie om geschrapt te worden. Welterusten en tot morgen.

woensdag 20 februari 2008

Sri Lanka, weg van de kust

Deniyaya, 20/02/2008

Het lijkt er op dat ik nu het slapen onder een klamboe door begin te krijgen. Met een minimum aan muggen onder mijn netje kon ik de slaap beter vatten dan gisteren. Ik dacht na over mijn eerste kleine week in Sri Lanka. Ik was niet onder de indruk van wat ik tot nu toe had gezien. Het was allemaal hetzelfde en ik mis het buitenleven dat ik gewend ben van de andere landen die ik heb bezocht. Het eten is ook niet om lyrisch over te worden. Gelukkig heb ik nu in de gaten dat het eten gewoon door moeder de vrouw wordt gekookt voor het gezin en de gasten in het hotel eten met de familie mee. Geen onaardige ervaring op zich maar van een menukaart kiezen kan soms ook heel fijn zijn. Ik ben pas een week hier en misschien zal mijn mening nog wel veranderen?
Bus nummer 375 was mijn doel voor vandaag! Ik was rustig en zonder wekker opgestaan omdat de verplaatsing slechts 85 kilometer zou bedragen. Minder dan een uurtje in jullie wereld maar meer dan drie uur waar ik me nu bevindt. Na het ontbijt, wat weer voortreffelijk was, betaalde ik de openstaande rekening en nam afscheid van de familie. Wel met een beetje pijn in mijn hart. Dat maakt reizen nu juist zo moeilijk, ik ben niet iemand die vijftien jaar op rij naar dezelfde plaats kan gaan.
De wandeling van minder dan tien minuten was voldoende om mijn shirt zo nat te maken dat je het kon uitwringen. Ik was op tijd voor de bus van half tien. Zoals ik al eerder zei, bus nummer 375 zou me naar een dorpje vooraan in de heuvels brengen genaamd "Deniyaya". De bus op zich was comfortabel genoeg, het probleem was alleen dat je fluitende oren kreeg van de luchthoorn die veelvuldig door de chauffeur werd gebruikt. Het kreng blies bij gevaar, als aankondiging voor een blinde bocht, als begroeting, als dank voor het aan de kant gaan en als melding voor een bushalte dat hij dichtbij was. Er werd meer getoeterd dan geschakeld.
Het landschap veranderde langzaam toen we de kustweg verlieten, rubber en theeplantages opgevuld met rijstvelden in de dalen waren nu het uitzicht. De wegen werden slechter en je kon merken dat het armoediger werd. Mensen stapten uit en stapten op bij de honderden haltes die we hebben gepasseerd. Een oudere man die perfect Engels sprak vertelde me dat we later van bus zouden moeten wisselen. Dat verwarde me een beetje want voor op de bus stond toch duidelijk de eindbestemming, "Deniyaya", aangegeven. Een gezond wantrouwen moet je toch proberen te bewaren als je alleen op pad bent!
Het verhaal klopte wel en in een plaats genaamd "Akuressa" moesten we onze comfortabele bus verruilen voor eentje die zo naar het "Lips Autotron" kon. Van schokbrekers hadden ze nog nooit gehoord en de bladveren waren nog in een experimenteel stadium. Tel daar de slechte staat van de wegen bij op en je zou meteen om een niergordel hebben gevraagd. Mijn zitplaats was ook nog haaks op de rijrichting waardoor ik als de bakkenist van een zijspanmotorcrosser met drie armen moest vasthouden in de ontelbare haarspeldbochten die de bergweg telde.
Ik was er voor gewaarschuwd! Nog voordat we arriveerden daalde de regen uit de hemel neer. Ik was op weg naar één van de natste plaatsen ter wereld, meer dan 5000 mm neerslag per jaar valt hier uit de hemel. Het is ook moeilijk om een regenwoud te hebben zonder regen. Bij aankomst in het kleine busstation van "Deniyaya" plaatste ik me op een stenen bankje om te wachten totdat de regen een beetje had afgenomen en ik op zoek kon naar het "Sinharaja Rest". Het dorp is zo klein dat er geen kaart van in mijn reisgids staat. Eigenlijk is het niets anders dan twee rijen winkels aan weerzijde van de doorgaande weg. Toen de regen was overgegaan in motregen ging ik op weg en vroeg bij een mobile telefoonwinkel op de hoek naar het "Sinharaja Rest" en hij wees me meteen een Tuk-tuk aan die me voor zestig Roepies wel even zou brengen. Het was namelijk meer dan een kilometer lopen! Die kilometers in Sri Lanka ken ik ondertussen wel.
Na driehonderd meter stond ik op de oprijlaan van het "Sinharaja Rest". Twee jongen speelden cricket in de tuin en een man in een lende doek en een vrouw met door de betelnut aangetaste tanden verwelkomden me. Ik was op de juiste plaats. De prijs van de kamers viel me een beetje tegen maar je kan nu eenmaal niet altijd geluk hebben. Nadat ik mijn intrek had genomen liep ik het dorp in om wat "Samosa's" of iets dergelijks te scoren want ik had alweer een enorme trek. Bij de eerste winkel lagen een soort gefrituurde loempia's met een vulling die nog het meest op de vulling van een kroket leek, wel met een kerriesmaak. Het was nieuw en het moest worden geprobeerd. Voor 20 Roepies (€ 0,13) kan je de gok wel wagen. Binnen een minuut had ik de tweede besteld en probeerde de kleine binnenbrand met een colaatje te sussen.
In het guesthouse kreeg ik nu het slechte nieuws. De gids was in de bergen blijven steken en zou niet eerder dan morgenvroeg terugkeren. Ik had mijn plannen en die waren natuurlijk ook afhankelijk van het weer. Terwijl ik op mijn bed naar het geluid van de onweersdonder lag te luisteren vroeg ik me af wat me morgen weer te wachten stond. Er waren maar drie scenario's, of ik ging met die gids naar het regenwoud en een paar tempels. Of ik ging alleen op pad met de bus naar wat tempels en een waterval, of ik ging wegens het slechte weer door naar "Ratnapura". Terwijl ik de dikke regendruppels op de enorme bladeren hoorde vallen viel ik in slaap.
De goedlachse vrouw ontwaakte me uit mijn slaap voor het avondeten. Ik wreef in mijn ogen en zag dat het pas zes uur was.
"We hadden toch half acht afgesproken?", vroeg ik.
"Inderdaad, maar we zijn een beetje aan de vroege kant", kreeg ik als antwoord.
Het maakt ook niets uit, of wel soms?
De rijst met kerrie was goed, voor zover ik er nu mee bekend ben. Ik dronk nog twee biertjes en voor negen uur lag ik op bed. Kunnen jullie dat geloven? Om tien uur was het muisstil in de heuvels en je hoorde alleen onbekende vogels en diersoorten.

Ik heb er een zwaar hoofd in voor morgen! Ik denk dat er geen gids is en dat ik moet kiezen tussen vertrekken of de waterval en de tempels bezoeken. We zien morgen wel, je zorgen maken over iets dat je niet kan veranderen is verspilde energie.

dinsdag 19 februari 2008

Sri Lanka, veel van hetzelfde

Galle, 19/02/2008

Muggen waren een drama vannacht! Ik kan niet wachten om de koelte van de bergen in gaan en dan ook hopelijk van de muggen verlost te zijn. Bij het gebrek aan eethuizen was ik ook aangewezen op een ontbijt in "Hotel Weltevreden". Maar dat overtrof al mijn verwachtingen en het zag er zo goed uit dat ik zelfs vergat om er een foto van te nemen, morgen dan maar.
Na de toast en omelet, fruit en koffie was ik klaar om de nieuwe stad te gaan ontdekken. Het was echt een nieuwe stad want de tsunami had hier flink huis gehouden. Natuurlijk nam ik een langere weg en liep de zijpoort van het fort uit. Net voor de poort was er op een plein een flinke oploop. Ik stond namelijk voor de rechtbank van het district en zo te zien waren er heel wat mensen gedagvaard. Kleine advocaatkantoortjes sieren de zijkanten van het plein. Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en liep een klein hofje binnen waar nog meer kantoortjes waren gevestigd. Het was een bijzonder mooi schouwspel om al die oude door de Hollanders gebouwde huisjes en hun hofjes te zien.
Eenmaal buiten de poort waren er de verwachte visstalletjes aan de haven en bij het zien van de stad waande ik me alweer in Colombo. Het kon mij niet bekoren. Hier en daar zag je nog de sporen van de verwoesting van de tsunami. Volgens ingewijden is het wel het beste wat ze hier ooit is overkomen. De financi‰le hulp vanuit het buitenland en een enorm leger werkers voor NGO's brengen nog steeds veel geld in het laatje.
Het achterliggende probleem is veel groter. Sri Lanka heeft een inflatie van 27% per jaar. Stilletjes wordt er door de lokale zakenmensen al over gesproken om de Amerikaanse Dollar als schaduw valuta te gaan gebruiken, net als in Vietnam, Cambodja en Burma. Lokale intellectuelen zijn bang dat de huidige regering zoveel geld uit gaat geven aan een oorlog die niet kan worden gewonnen dat de inflatie nog groter wordt en het land uiteindelijk failliet gaat.
Zit ik toch weer over buitenlandse politiek te wauwelen!
Maar toen ik na mijn middagdutje op de muren van het fort naar de zee zat te staren probeerde ik mij tevergeefs voor te stellen hoe die twintig meter hoge muur van water er zou hebben uitgezien. Het is het noodlot dat je niet kan ontlopen denk ik dan maar, net als die verpletterde Tuk-tuk ruim tweehonderd meter voor ons in Colombo. Voor de laatste keer slenterde ik door de straten en over de muren van het bastion. Het zal over een paar jaar zeker een mooi stadje zijn om te bezoeken.
Het avondeten dat ik nu kreeg voorgeschoteld was zelfs beter dan gisteren. Het was ook weer veel te veel en met een verontschuldigend gezicht liet ik de tafel opruimen. Graham had een nieuwe groep slachtoffers gevonden die zijn verhalen nu moesten aanhoren. Hij was veranderd! Gekleed in een lendendoek en een vreemd shirt vertelde hij over het doel van zijn werk, het meest vreemde was toch wel dat hij nu met zijn handen at. Een vreemde vogel uiteindelijk.
Tijdens de korte avondwandeling, om het eten te laten zakken, waren er twee andere vreemde vogels in het hotel aangekomen. Rechtreeks uit India. Paddy en Helen. Het India gevoel met zijn goedkope entourage straalde er vanaf, het werd bevestigd toen Helen al vloekend en tierend uit de buurtwinkel stapte en aan iedereen die het maar wilde horen vertelde dat ze bij het kopen van een pakje sigaretten teveel had moeten betalen. En dit terwijl er geen hard bewijs voor was.
Terwijl zij zaten te eten als uitgehongerde paarden zette ik me bij de groep aan tafel om mijn laatste biertje te drinken. Ik luisterde maar met ‚‚n oor naar Paddy omdat een andere tafelgenoot maar zat te praten hoe mooi het hier was en hoe arm de mensen wel niet waren. Deze vrouw had zoveel medelijden met de wereld dat ze moeite had om deze last te dragen. Je kan best helpen maar je kan niet de hele wereld op je schouders nemen! Paddy's Ierse accent was met vlagen ook veel te sterk om alles te verstaan. De verlossende laatste slok uit de fles en lekker naar bed.
Ondertussen heb ik het nu wel gezien in de steden en ik kijk uit om het leven in een dorpje te zien. Misschien dat daar zelfs wel wat meer te doen is omdat het meer geconcentreerd is?



maandag 18 februari 2008

Sri Lanka, op weg naar het fort van Galle

Galle, 18/02/2008

Wat er gebeurd was weet ik niet maar om drie uur in de nacht was ik klaarwakker. Dit is natuurlijk geen tijd om op te staan dus probeerde ik nog maar wat te slapen. In de drie uur die volgden was ik half tussen de slaap en het wakker zijn en had de meest vreemde dromen en ervaringen.
Daar zat ik dan voor de laatste keer aan het ontbijt op de vierde verdieping van het "Grand Oriental Hotel" met een schitterend uitzicht op de haven. Het is een mooi en goed hotel maar de "oorlog" of beter gezegd "politieke tweestrijd voor zelfbestuur" heeft de omgeving van het fort omgetoverd naar een geestenstad. Er is niets te doen gewoon.
Volgepropt ging ik om half acht op weg naar het hoofdstation van Colombo dat op nog geen tien minuten lopen van het hotel lag. één kaartje tweede klasse voor 110 Roepie en afzakken naar perron nummer vijf. De lokettist zocht naar de stapel kaartjes met de voorgedrukte bestemming "Galle" en plaatste het kaartje in een machine die nog het meest op een middeleeuws martelwerktuig leek. Ik ging terug in mijn herinneringen toen ik het hardkartonnen kaartje in mijn handen gedrukt kreeg. één gulden vijf en zeventig voor een retourtje Den Bosch op een zaterdag met mijn grootmoeder.
Rustig gaan zitten en wachten tot het vijf over half negen is en de trein voor je neus verschijnt. Hier was een paar weken geleden nog een bom ontploft! Waar had ik me weer druk over gemaakt? Het was allemaal doodeenvoudig geweest en ik kocht voor de trek onderweg nog twee bananen van een vrouwtje op het perron. De prijs lag wel vijftig procent hoger dan normaal omdat ik een blanke ben. De trein verscheen niet op perron vijf maar op perron zes, meteen werden we door een grote groep behulpzame Srilankanen duidelijk gemaakt dat dat onze trein was. Ons, dit omdat er ondertussen contact was gemaakt met een Duits stel uit Duisburg die ook dezelfde kant op gingen. Een aardig stel waarvan de vrouwelijke zijde al meer dan vijftien jaar in Sri Lanka kwam. Natuurlijk hengelde ik naar wat tips en wetenswaardigheden totdat ze de trein verlieten op een klein station waar een badplaats aan de kust lag. Misschien iets voor een ander maar zeker niet voor mij weggelegd. Strand is leuk maar ik verveel me daar alleen binnen een uur. Ik was ook niets wijzer geworden omdat ze eigenlijk alleen maar van de stranden in het zuiden konden vertellen.
In de trein waren de gebruikelijke groepen van bedelaars, muzikanten en verkopers aanwezig. één been en één arm, blind doof en krom, pinda's, water en bananen, tamboerijn en trommel. Ze trokken in een lange stoet aan ons voorbij, er werd niet echt veel opgehaald en het zien van drie witte gezichten verhoogde de hoop op een goede dag aan de bedelstaf. Sorry, ik ben daar nu wel ongevoelig voor geworden.
De kaart van "Galle" had een groot vraagteken voor me opgeworpen! Volgens de kaart was "Galle" het einde van de spoorlijn maar de trein zou verder gaan naar een andere plaats, "Matara". Dit kon ik niet begrijpen en ik ging er maar van uit dat de kaart fout was. Bij aankomst bleek "Galle" echter toch het einde van de spoorlijn en ik zit nog steeds met de vraag hoe dit nu mogelijk is.
De prijzen liggen buiten Colombo duidelijk lager! De Tuk-tuk chauffeurs beginnen met vijftig roepies en schakelen meteen naar de dertig roepies als ze geen beet krijgen. De prijs maakte voor mij helemaal niets uit, ik wilde gewoon wandelen na zo'n lange zit, na een korte wandeling stond ik voor de poort van het fort. Het was erg imposant, Hollands Glorie op alle wereldzee‰n. Het fort is een kleine wereld op zich, smalle straten lopen kriskras als een handvol kruizen van bastion naar bastion. Eerst moest er nog wel een slaapplaats worden gevonden en een blik in de reisgids was mijn keuze gevallen op "Hotel Weltevreden". Ja, jullie lezen het goed! "Hotel Weltevreden" in Galle op Sri Lanka.
Een aardige oude man begroette mij in de deuropening en liet me één van de kamers zien. Voor 1000 Roepies was het een koopje. Er waren ook nog wat duurdere kamers en na een beetje aanhouden kreeg ik de 1250 Roepies kamer met 250 Roepies korting. De kamers liggen aan een kleine binnenplaats met een tuin, ik heb zelden op zo'n mooie locatie geslapen.
Ik liet het hotel nu voor wat het was en ging op pad. De zon stond hoog aan de staalblauwe hemel maar toch is het niet zo warm als ik had verwacht. De aanhoudende wind vanuit zee koelt het heerlijk af. Binnen het fort zijn de oude, Hollandsche, gebouwen aan elkaar geregen als een kralenketting. Het is jammer genoeg ook ‚‚n grote bouwput! Overal waar je kijkt zijn ze aan het restaureren en opknappen. Met steun van de Nederlandse regering wordt het "Fort van Galle" omgetoverd naar een oude stad om trots op te zijn. Het wordt zijn "Unesco Heritage Site" benoeming dubbel en dwars waard.
Ook hier wordt je zodra je uit je hotel stapt door een klein leger van oude mannen gevolgd die je willen helpen om bepaalde zaken zo snel mogelijk te vinden. Of ze worden betaald door de uitbaters van die zaken die ze aanbevelen zal ik waarschijnlijk nooit weten maar dat ze handig zijn staat als een paal boven water. Zo ook de man die ik deze keer aan mijn broekspijp had hangen. Mijn maag was leeg dus lunch stond nu hoog op mijn prioriteitenlijst, een restaurant waar ik rijst met kerrie kon eten zou wel voldoen. De eerste plaats waar hij me mee naar toe nam bezorgde me bijna een hartverlamming. In het "Mama Guest House" durfden ze mij, zonder te verblikken of te verblozen, 655 Roepies te vragen voor een simpele maaltijd van rijst met kerrie. Een fles water erbij werd voor de ronde prijs van 100 Roepies geleverd terwijl die in mijn vier sterren hotel uit de minibar slechts 80 Roepies had gekost! Het verbaasde me dan ook niets dat het restaurant leeg was en aan de sporen van de stoel op de stoffige vloer te zien was deze ook al een paar dagen niet van de plaats geweest.
De oude man had een tweede optie voor me klaar en die was veel beter, althans dat probeerde hij me te doen geloven. Een eethuisje met één tafel en twee stoelen. Een simpel bord rijst met drie bijgerechten werd er voor mijn neus geplaatst, dahl, een onbekende groente en een geraspte groente. De oorsprong van de meeste ingrediënten was onbekend maar het smaakte voortreffelijk. Honderd Roepies en twintig tip voor de oude man die mij naar deze plaats had geleid. Met een blij gezicht en brede glimlach op zijn mond gingen we uit elkaar. Ik zal hem morgen zeker nog wel een keer zien.
Nu werd het tijd om het oude vestingstadje voor de eerste keer te verkennen. Een wandeling rond het fort kan je binnen een half uur voltooien, ik deed rustig aan en maakte er ruim anderhalf uur van. Nog voor de avond viel had ik het gevoel dat ik alles had gezien. Toch blijf ik hier nog een dagje langer, omdat het zo'n leuk hotel is en dat ik gewoon tijd genoeg heb.

Ook hier in de vierde grootste stad van Sri Lanka is 's avonds weinig te doen. Er is geen reden om 's avonds rond te gaan lopen want de hoeveelheid onafhankelijke toeristen is zo klein dat het geen nut heeft voor de restaurants en cafés om open te blijven. De groepsreizen zitten natuurlijk in van die grote resorts een kilometer of wat buiten de stad aan een strand en hebben luxe en internationaal eten.
Wij deden het met een eenvoudige maaltijd van noedels met dahl en gebakken vis met groente. Het was lekker en vulde, het was gewoon genoeg en samen met de twee flessen bier zou het voldoende zijn om vanavond de slaap eenvoudig te kunnen vatten. Er was een goed gesprek aan tafel met Graham die voor een NGO, zeg maar een onafhankelijke liefdadigheidsinstelling, werkt. Hij is bezig met het opzetten van micro financieringen voor de kleine zelfstandigen na de tsunami. Om iets voor half tien lag ik op mijn kamer en keek een film op de Laptop. Heerlijk! Morgen gewoon wakker worden de nieuwe stad een beetje ontdekken.

zondag 17 februari 2008

Sri Lanka, zondag is de rustdag

Colombo, 17/02/2008

Mijn laatste dag is aangebroken en vandaag maak ik er een rustdag van. Zondag is ook een rustdag in Colombo. Ik ben nog nooit in een stad in zuidoost Azië geweest die op zondag gesloten was. Colombo is dicht! Alleen in de westerse winkelcentra zijn er winkels open.
Een rustige wandeling langs de “Galle Face” waar nu tientallen verliefde stelletjes onder paraplus plannen zitten te maken voor de toekomst. Een frisse zeebries maakt het heel aangenaam. Ik plaats me ook op één van de weinige beschikbare bankjes en kijk rustig naar de aanrollende golven van de Indische Oceaan. Het leven is goed! Het duurt niet lang voordat een verveelde maar alerte soldaat een praatje met me komt maken. Een jongen van nog maar twintig jaar die midden in een serieuze oorlog zit. In de stad heb ik overal de affiches gezien van de “Tamil Tijgers” en de propaganda van de staat. Ik weet niet wie er nu het meeste recht heeft op zijn idealen maar dat het bloedvergieten zinloos is staat als een paal boven water.
Wat zou de wereld een mooie plaats zijn zonder die kleine groepen fanaten die ten koste van alles hun gelijk willen halen. Zo kom ik tijdens het dagdromen in het “Galle Face Hotel” terecht waar een oude bell boy mij snel een rondleiding geeft. De man werkt al zestig jaar in het hotel en heeft de groten der aarde zien komen en gaan. Het is inderdaad een schitterend hotel. Mocht ik hier ooit terugkeren dan slaap ik zeker in dit hotel. Het straalt een grootsheid uit die ik zelden heb gezien. Voor mij is het zelfs mooier dan het ultra dure hotel in Brunei waar ik een halfjaar geleden samen met Tettje was.
Langzaam slenterde ik door naar de meer drukke zijde van Colombo waar het nu ook enorm rustig was. Een korte stop bij de Délifrance voor een kopje koffie leerde mij weer iets nieuws over dit land. Het werd mij verteld door een kleine donkere geestelijke in zijn uniform, hij kwam zo uit zijn kerkdienst gestapt. De Engelsen hebben het altijd over de Pineapple, voor ons de Ananas. Dit woord is een verbastering van het woord dat de Srilankanen gebruiken voor de vrucht. Leuk om te horen, en ook dat hij de dominee was in de Protestantse kerk “Wolvendaal”. De kerk die is gesticht door de Protestantse Hollanders.
Het was nu tijd om weer richting het hotel te gaan. Ik wilde namelijk vroeg douchen en een biertje drinken in het “Galle Face Hotel” met de ondergaande zon als decor.
Na een snelle douche en een korte rust was ik weer bij het licht van de dag onderweg. Het was mooi om het hotel zo langzaam te zien opdoemen terwijl het daglicht langzaam afneemt. Natuurlijk zaten te honderden stelletjes nog steeds plannen voor de toekomst te maken maar de paraplus werden niet meer gebruikt om zich tegen de zon te beschermen maar om het één en ander te verbergen.
Ik zocht een plaatsje aan de bar en genoot van het tafereel dat zich voor mijn ogen afspeelde. Voor een moment dacht ik er nog aan om deel te nemen aan het Seafood buffet maar uiteindelijk koos ik er toch voor om weer wat in het CCC te eten. Helaas is het daar nooit meer van gekomen. Na mijn tweede biertje en het schouwspel van de pas getrouwde stelletjes die met de ondergaande zon als achtergrond werden gefotografeerd ging ik met de Tuk-tuk naar de CCC.
Het was de eerste avond zonder regen en de frisse bries van zee maakte het allemaal zeer aangenaam. Ik bestelde nog een biertje en plaatste me aan tafel bij een andere blanke die al anderhalf jaar in Sri Lanka werkt op de ambassade. Zo kwam ik nog wat interessante zaken te weten die me later misschien van pas kunnen komen. Van één biertje ging het naar een tweede biertje en zo schoot mijn avondeten er bij in. Er zat wel in mijn achterhoofd dat ik nog wat fruit en een kip/aardappelrol op mijn kamer had liggen. Ik zou niet omkomen van de honger!
Na de wedstrijd vond ik het wel genoeg en ging huiswaarts. Morgen zou ik me voor het eerst verplaatsen met de trein en alhoewel ik geen problemen verwachtte, iedereen spreekt namelijk goed Engels, speelde het toch een beetje door mijn hoofd.
Om half elf ging het licht uit en ik verwachtte dat de wekker me om zes uur zou wekken.

zaterdag 16 februari 2008

Sri Lanka, twee dagen zou genoeg zijn

Colombo, 16/02/2008

Om zes uur opstaan na vier grote flessen bier in mijn kraag? Dat geloven jullie zelf toch niet! Ik zette de wekker om zes uur uit en draaide mezelf op mijn andere oor. Om acht uur schrok ik opnieuw wakker maar wel op een meer natuurlijke manier.
Ik had nu door hoe de douche werkte en na een minuut of vijf doorspoelen van de warmwaterleiding had ik heerlijk warm water. Mijn trip met de trein naar Negombo was verschoven/afgezegd. Vandaag zou ik als vervanging van de treinreis een wandeling gaan maken naar een Boeddhistische tempel. De Lonely Planet noemde het niet een “moetjezien" maar als je tijd over had dan was het een bezienswaardigheid. Ruim zeven kilometer buiten de stad volgens de gids in een rustige buitenwijk.
Het was nu duidelijk drukker aan het ontbijt en er waren zelfs Russen aangekomen. Je kan ze niet missen met hun luid gepraat en borden met bergen voedsel die bijna onaangeraakt blijven. Ik hoop dat ze in de toekomst wat meer manieren leren.
Om half tien ging ik op weg en buiten aangekomen moest ik natuurlijk eerst een heel leger Tuk-Tuk chauffeurs te woord staan. Één voor één gingen ze terug naar hun voertuig. Een korte blik op de kaart leerde mij dat de kaart te klein was en dat ik op weg ging naar onbekend terrein. Ik zou het toch wel vinden ;). Ik was jullie nog vergeten te vertellen dat Colombo de stad van de “Kraaien” is. Er vliegen hier zoveel van die dingen rond dat “Edgar Ellen Poe” en “Alfred Hitchcock” zich hier niet op hun gemak hadden gevoeld. Hier ligt zoveel afval/voer in de straten dat het een paradijs is voor alles wat vliegt, loopt of rent. Er is zelfs een enorme vuilnisbelt met de bijbehorende geur in het midden van de noordelijke woonwijken!
De wandeling ging vanaf “Pettah” met zijn ontelbare winkeltjes en marktkramen naar de buitenwijken die bezaaid zijn met autobedrijven of bedrijfjes die maar wat te maken hebben met auto’s. Achterlichten, bumper, uitlaten en autobanden. Noem het maar op en ik heb er een winkeltje voor gezien. Autobanden zo glad als een aal liggen op hoge stapels te wachten op een nieuwe eigenaar die nog slechtere banden onder zijn voertuig heeft zitten.
Natuurlijk waren er onderweg meer dan een handvol controleposten, en daar ging het er serieus aan toe. De lokale bussen met soms wel meer dan vijftig mensen aan boord moesten allemaal stoppen en iedereen werd aan in inspectie onderworpen. De identiteitskaart, de bagage én de reden waarom je naar de stad ging. Zelf werd ik met een brede glimlach en een “Goodmorning Sir” begroet. Na ongeveer twee uur kwam ik aan bij de tempel en werd overvallen door een gevoel dat ik voor het laatst in Australië had ervaren. Hier werd iets verheven tot een bezienswaardigheid simpel om de reden omdat er niets anders te zien is! En nu begrijpen jullie ook de titel van dit verhaal. Ik heb vier dagen in Colombo gepland maar twee dagen zou meer dan genoeg zijn geweest. Omdat ik vanavond lekker voetbal ga kijken en een paar biertjes drink heb ik er geen probleem mee om nog een dagje langer te blijven. Maar mijn advies is toch dat als je naar Colombo komt zijn twee volle dagen voldoende!
De terugweg was veel van hetzelfde alleen aan de andere zijde van de weg. Ik had mijn kilometers gemaakt en de dag was gevuld. Lekker even ontspannen in de koelte van mijn kamer. Een paar verhalen geschreven en nagekeken. Het leven onderweg is mooi maar ik zou het wel graag met iemand delen!
Het eten was me gisteren goed bevallen in de “Cricket Club Café” dus was het een normale zaak dat ik hier weer zou eten. De weg erheen was een gevaarlijke! Ik zat nog geen tien seconden in de Tuk-tuk toen er een onweersbui losbrak. Hevige windstoten en grote regendruppels teisterden het kleine wagentje. Ik was al kletsnat toen één van de plastic zeilen naar beneden gingen. Het hielp niet veel en ondanks het tegenstribbelen van de chauffeur werd de tocht voortgezet. Totdat we op een weg kwamen die waarschijnlijk door een omgewaaide boom was geblokkeerd. Vanaf hier gingen we twee kilometer tegen het éénrichtingverkeer in naar het café. Grote autobussen met knipperende koplampen en luid blazende luchthoorns kwamen recht op ons af om op het laatste moment ons te ontwijken en een stoot opspattend regenwater over ons uit te gieten. Het was erg spannend en opwindend maar de chauffeur hoeft dit niet voor me te herhalen. Met een zucht van verlichting stapte ik uit het minuscule voertuig, blij dat ik het weer een keer had overleefd.
Ook in het “Cricket Club Café” was het nu veel drukker dan gisteren. Helaas zou de wedstrijd die ik graag had gezien pas om kwart voor elf beginnen. De zaak sluit om elf uur dus had het weinig nut om rond te blijven hangen. Na de overheerlijke “Kip Parmagan” en drie flessen bier was het einde van de dag daar. Een minder kleurrijke maar zeker zo leuke chauffeur scheurde me in een record tijd terug naar het hotel. Weer een mooie dag ten einde. Ik keek nog naar het nieuws en om half tien ging het licht uit. Nog één dag te gaan in Colombo en dan gaan we de wilde natuur in.

vrijdag 15 februari 2008

Sri Lanka: Een dagje in het belegerde Colombo

Victoria Memorial Building

Colombo (Grand Oriental Hotel Colombo), vrijdag 15 februari 2008

Vandaag is het mijn tweede volle dag in Colombo. De nieuwigheid is er al een beetje vanaf en vandaag ga ik andere dingen zien. Ik ga vandaag de cirkel rond mijn hotel weer wat groter maken en natuurlijk ben ik weer op pad om andere bezienswaardigheden te bezoeken.
Aan het ontbijt is het op deze ochtend heel erg rustig, ik was de enige gast in de enorme ontbijtzaal. Het meeste voedsel staat om half acht nog onaangeroerd op de lange buffettafels. Ik vind het jammer dat de witte bonen in tomatensaus zijn vervangen door champignons met Spaanse pepers. De rest is wel te pruimen en ik vulde mijn maag goed omdat ik niet wist wat er vanmiddag voor lunch voor me op tafel zou komen te staan.
Rond half negen stap ik de brandende zon in en loop weer de mij bekende weg richting het water en de “Galle Face”. Net als gisteren wordt ik weer aangesproken door van alles en iedereen met de mooiste verhalen en de beste aanbiedingen. Gewoon langzaam doorlopen, vriendelijk lachen, en er verder geen aandacht aan schenken aan de wanhopige mensen is de beste oplossing.
Oud kanon Zo kom ik snel op de “Galle Road”, de kustweg die een slagader van Colombo is. De weg loopt kilometers parallel aan de zee van het noordelijke naar het zuidelijke uiteinde van de stad. Hier gebeurd het dus en niet in het “Fort Colombo”. Mochten jullie ooit een hotel in Colombo zoeken dan kan ik het iconische “Galle Face Hotel” aanraden en kijk ook een beetje zuidelijker aan de “Galle road”.
In het kantoor van de “Srilankan Tourist Board” pik ik wat brochures op en teken het bezoekers logboek. Het doet me pijn om te lezen dat ik al de derde bezoeker deze week ben, en de smekende ogen van de meisjes achter hun bureau spreken boekdelen. Het lijkt er echt op dat de meeste toeristen Sri Lanka links laten liggen wegens de problemen met de “Tamil Tijgers”. Behalve de duidelijke aanwezigheid van het leger en politie in de straten van Colombo kan ik niet zeggen dat er iets dreigend in de lucht hangt.
Leyland Stadsbus in Colombo Een parel van de oude Britse auto-industrie, een “Ashok Leyland” bus staat met een rochelende dieselmotor te wachten op passagiers. Of is het een benzinemotor met zeer slechte krukas lagers? De oude dame van buslijn 140 staat in ieder geval te koop. Oog in oog met een “Délifrance”, een luxe broodjes restaurant, en een brandnieuwe “McDonalds” heb ik niet verwacht in deze tweede wereldstad. Maar toch zijn er meer horecagelegenheden die voor de weinige toeristen zijn opgezet. Alles met het oog op de fantastische toekomst?
Cricket afstanden

Ik heb op deze tweede dag in Colombo al een bezichtiging gedaan van het door de reizigers alom geroemde “The Cricket Club Café”. Het ziet er van binnen en buiten gezellig uit en ook op de menukaart staan er enkele gerechten die ik wel wil proberen. Het korte bezoek aan de “Colombo Cricket Club” laat mij besluiten om hier vanavond een biertje te gaan drinken en een hapje te eten.
Buddha in het Viharamahadevi ParkColombo Town Hall Het “Viharamahadevi Park” is mijn volgende doel voor vandaag. Ik bevindt me in een vreemde omgeving. Er is een opstand, of een burgeroorlog, gaande op het tropische eiland Sri Lanka. De straten van de hoofdstad Colombo zijn voor mijn gevoel spookachtig leeg. Er zijn opvallend weinig mensen op straat. Aan de rand van het park loop ik tegen het eerste, nou ja tweede, probleem van vandaag aan. Ook buiten het financiële centrum blijken hele straten, en wijken waar overheidsgebouwen zijn, afgezet voor het verkeer en/of publiek. Gewoon omlopen is de enige oplossing. Totdat ik tegen meer en meer barricades oploop en gewoon door de militairen word aangeraden om nog maar een stukje verder om te lopen.
Ik heb hier al snel genoeg van! Het wordt nog erger wanneer ik, na het nemen van een foto van het stadhuis van Colombo, word gemaand mijn camera weg te doen en geen foto’s meer te maken van belangrijke overheidsgebouwen gebouwen!
Maar daar ben ik toch voor op reis? De grote besnorde soldaat met het automatische geweer, dat ongetwijfeld doorgeladen is, wint! Ik voel zijn overmacht in deze situatie. Alsof een blanke Europese toerist informatie zou doorspelen naar de “Tamil terroristen”? In gedachten verzonken slenter ik weer richting het noorden naar de container haven van Colombo.
Het idee dat ik nóg twee hele dagen in Colombo moet doorbrengen kruipt in mijn hoofd en drijft me een beetje tot wanhoop. Wat moet ik in hemelsnaam nog twee dagen in Colombo doen? Ik heb mijn hotel al betaald en er is honderd procent zeker geen teruggave beleid. De onzekerheid moet ik uit mijn hoofd zien te verdrijven!
Het volgende doel voor vandaag is de “St. Lucias Cathedral”, een enorme katholieke kerk in het noorden van de stad. De Lonely PLanet heeft een lijstje met bezienswaardigheden in Colombo waar ik al snel doorheen ga. Nog voordat ik bij de kathedraal arriveer moet er natuurlijk iets worden gegeten. Het is al bijna twaalf uur en ik lust wel een klein hapje. Ik heb ondertussen ontdekt dat er een astronomisch aantal kleine bakkerijtjes in Colombo zijn waar je broodjes met een mysterieus beleg, of met iets er iets in gebakken, kan kopen. Bij zo’n klein bakkerijtje voor de vitrine maak ik een eerste keuze. Ik begin voorzichtig met een worstenbroodje, een witbrood puntje met een knakworst er in, en een koude cola om het broodje weg te spoelen. Het smaakt me goed en voor de 550 Sri Lankaanse Roepie (€ 0,77) koop ik, tot een groot genoegen van de eigenaar, nog een tweede set. Vandaag heb ik in iedere geval iets geleerd en ik hoef vanaf dit moment geen honger te lijden.
Victoria Memorial BuildingAutosloperij buurtMotoronderdelenOude en nieuwe gebouwen Ik ben nu in een buurt beland waar bijna nooit toeristen komen! De weinige mensen die ik tegenkom kijken me vreemd aan met een mengeling van ongeloof, angst, en afgunst op hun gezicht. Dit lijkt het echte Sri Lanka van de werkende onderklasse. Het rood-gele “Victoria Memorial Building” springt er echt tussenuit! Het zijn hoofdzakelijk overheidsgebouwen en monumenten die goed zijn onderhouden in Colombo.
Zoals in alle ontwikkelingslanden die ik heb bezocht zijn gebruikte onderdelen van auto’s, vrachtauto’s en hun motoren goud geld waard! Voor een fractie van de prijs van een nieuw onderdeel koop je gewoon een sloop onderdeel langs de straat. Het blijft spookachtig rustig om me heen.
Victoria Memorial Building
“Vrede begint met een glimlach”, (Moeder Theresa)

Op een muur langs de weg staat een citaat van “Moeder Theresa” geverfd. Voor enkele momenten staar ik naar de letters in het Engels en de twee andere mij onbekende schriften.
Er zijn meer dan zes verschillende schriften, en nog meer officiële talen, op en rond het Indiase sub-continent! Het is een waarheid als een (heilige) koe, er woeden veel teveel onnodige oorlogen op onze aardbol. Vaak gevoed door een religie waarvan er een met kop en schouders bovenuit steekt. Deze religie laat de oneindige en eeuwige lust van Rome om de hele aarde tot het Katholieke Christendom te bekeren verbleken. Ongewapende vredelievende missionarissen in Afrika en Azië staan niet in verhouding tot de tot de tanden bewapende bebaarde mannen, de moderne “Barbaren”, om iedereen die hun religie niet omarmt een kopje kleiner te maken.
St Lucia Cathedral De “St Lucia Cathedral” is nog niet zolang geleden voorzien van een nieuwe laag verf en de lichtgrijze koepel is al van verre te zien. De kathedraal kon op haar hoogtijdagen wel 5000 gelovigen in zich opnemen! Bij gebrek aan een gids of koster probeerde ik zelf maar een deur te openen en tot mijn verrassing lukte dit nog ook.
Jezus aan het kruis - St Lucia CathedralSt Lucia Cathedral Daar sta ik dan alleen binnen in die enorme kathedraal oog in oog met Jezus aan het kruis die vanuit de hoogte op me neerkijkt. De stilte en de omgeving is indrukwekkend, het is ook een beetje intimiderend. Ik weet dat het wetenschappelijk niet mogelijk is maar ik voel de ogen van het houten beeld aan het kruis mijn bewegingen volgen en ik voel de ogen in mijn rug prikken.
De binnenkant van de kathedraal is ook van een verse laag verf voorzien, helaas hebben de schilders de vloer niet afgedekt voordat ze aan het enorme karwij zijn begonnen. De verfspatten zitten dan ook overal, zelfs op het ongetwijfeld antieke houten meubilair. Behalve de gewoonlijke beelden in een katholieke tempel, Jezus aan het kruis en Maria met het kindje Jezus, valt het meteen op dat de kathedraal van binnen erg sober is aangekleed. Geen eeuwenoude grafzerken op de vloer van hooggeplaatste Europese bestuurders en handelaren maar slechts drie gebrandschilderde ramen achter het altaar.
St.Benedict's college brothers' hostelSt.Benedict's college brothers' hostel Wat nog mooier is zijn de twee aanliggende gebouwen van de kathedraal. Twee Christelijke scholen die zo in het zuiden van Europa konden staan. Tel daar de schattige meisjes in blauwe jurkjes en de jongens in hagelwitte broeken bij op en je krijgt de som van de overwinning van de missionarissen.
Ondertussen is de lucht al flink dichtgetrokken en mijn GPS geeft aan dat ik drie kilometer van mijn hotel verwijderd ben. Het wordt dus de hoogste tijd om richting mijn hotel te gaan voordat de regen gaat neerdalen. Ik kom gelukkig droog aan en koop in de lobby van mijn hotel van die heerlijke aardappel/kip broodjes. Vanuit mijn hotelraam zie ik even later de eerste dikke druppels vanuit de donkergrijze hemel neerdalen. De teller staat net over de twintig kilometer wandelen voor vandaag dus een beetje rust is wel verdiend.
Biefstuk met patat en sla in het The Cricket Club Café Vanavond ga ik een lekkere biefstuk eten bij de CCC, een paar koude flessen “Lion Lager” erbij maakte de avondmaaltijd tot een feest. Deze mooie avond heeft nog een laatste verrassing voor mij in petto.
Mijn Tuk-Tuk chauffeur heeft het op te terugweg naar mijn hotel alleen maar over: ‘Lovely Jubbly’.
Een opmerking uit mijn favoriete tv-serie “Only Fools and Horses”. Hij rijd me met een te hoge snelheid naar mijn hotel waar hij uitgebreid afscheid van mij neemt en in tegelijkertijd zijn taxi diensten voor de rest van mijn verblijf aanbied.
‘Waar heb je dat “Lovely Jubbly” toch vandaan?’, vraag ik hem.
Lovely Jubbly tuk-tuk in Colombo Hij neemt mij mee naar de achterkant van zijn Tuk-Tuk waar ik bijna in mijn broek pis van het lachen bij het zien van de opschriften.
Er staat in grote letters: “Lovely Jubbly”, “Del Boy” en “Rodney you Plonker”.
Veel inwoners in Sri Lanka zien de vertrokken kolonialisten niet als slecht! Na het vertrek is het voor veel mensen aan de onderkant van de samenleving alleen maar slechter geworden. Hun landgenoten snakken nu naar macht en geld. Conflicten tussen familie’s en kleine groepjes belanghebbenden leiden tot een verborgen oorlog.
Om tien uur gaat het licht uit en ik controleer de wekker of die wel op op zes uur staat. Morgen met de trein naar Negombo!
Copyright/Disclaimer