zondag 15 april 2007

Maleisië, Een dag in Kuala Terengganu

Kuala Terengganu 15/04/2007

Ik stapte om negen uur uit mijn bed en rekte mij eens flink uit. Ik had goed geslapen en wilde nu de stad gaan verkennen. Ik schakelde de airconditioning nog een keer aan en ging in mijn LP zitten lezen. Hier was best wat te doen. Snel gedouchte en onderweg.
Het viel me meteen op dat het weer ongelofelijk rustig was op straat. Het leek wel zondag, eh, het was ook zondag. Maar ik bedoel eigenlijk dat voor de moslims de vrijdag de heilige dag is en dan is zondag toch voor hen de dinsdag? Nou ja, het was gewoon rustig. Het ontbijt in het Ping café was niet slecht maar de combinatie van witte bonen in tomatensaus met de Maleise koffie maakte wel weer dat mijn spijsvertering werd versneld. Een korte blik in het toilet van het café was voldoende om te besluiten om terug te keren naar het hotel voor een grote boodschap. Ik slikte na deze ervaring weer twee antipoeppillen, er zat nu eenmaal niets anders op.
Naast het Ping café had ik Ping travels gezien en daar moest ik maar eens gaan informeren wat de mogelijkheden waren voor maandag. Er waren een paar dingen die ik wel wilde zien. Bij navraag bleek dat er weinig en om eerlijk te zijn eigenlijk niets voorhanden was. Het was nog te vroeg in het seizoen en er waren niet genoeg toeristen. Ze kon wel even bellen met een paar mensen of ze mij alleen mee wilde nemen als ik vier maal de prijs betaalde. Nee, laat maar. € 80,-- om een meer te zien is voor mij een beetje teveel. Misschien de volgende keer. Dus plotseling waren de mogelijkheden wel heel klein geworden. Een eiland zag ik ook al niet meer zitten, die ervaring met het strand in Cherating was genoeg geweest. Ik had ook helemaal geen zin om doelloos aan het strand te liggen, dat doe ik wel weer als ik in Thailand ben.
Ik liep een beetje doelloos door de stad, maakte een foto hier en daar en kocht een half witbrood met een blikje tonijn. De reden hiervoor weten jullie ondertussen wel. Ik bezocht de lokale markt, waar het trouwens ook erg rustig was, en liep wat door China town. Het meest gedenkwaardige wat ik vandaag deed is het kopen van een pet. Zo'n echte toeristen pet. Ik moest wel want mijn voorhoofd en neus zijn nu voor de vierde keer aan het vervellen in minder dan een maand. Na lang nadenken was ik eruit! Morgen zou ik mijn kamp opslaan in Kota Bharu, ik had hier niets meer om voor te blijven.
De avond bracht ik opnieuw door in het 2628 restaurant, twee koppen thee, een Mee Goreng en een paar biertjes. We keken de formule 1 race en twee voetbalwedstrijden. Er werd een beetje gegokt op de uitslagen en de eend in gembersaus smaakte voortreffelijk. Toen ik om een uur of elf nog trek had in een bordje patat moest de baas mij helaas teleurstellen. De patat was op, morgen weer. Ik kreeg wel de laatste frietjes gratis op een mini bordje. Er werd regelmatig “Satu Lagie” (nog een doelpunt) gezongen door de aanwezige klanten in het café. Een late bezoeker bracht mij netjes naar mijn hotel in het midden van de nacht. Morgen moet ik bijtijds op want ik ga met de bus van tien uur s’morgens.

zaterdag 14 april 2007

Maleisië, Kuala Terengganu

Kuala Terengganu 14/04/2007

De busreis naar Kuala Terengganu ging bijna zoals gepland. Ik moest aardig wat tijd doden voordat ik uiteindelijk om kwart voor twee richting het bushokje ging. Daar zat ik dan in mijn eentje op de bus te wachten. Ik had het kenteken van de bus op een briefje gekregen dus het zou gemakkelijk genoeg zijn om de bus te herkennen. Om twaalf over twee scheurde de eerste bus van Transnational voorbij zonder te stoppen. Ik had een lichte twijfel maar nog niet al mijn vertrouwen in het busbedrijf verloren. Om tien voor half drie scheurde bus nummer twee voorbij en weer werd er niet gestopt. Gelukkig klopte het kenteken niet met mijn briefje. Toen het al na half drie was op mijn horloge begon ik te twijfelen. Had ik nu weer pech? Nog voordat ik noodplan 1 had bedacht kwam er een bus met piepende remmen naast het bushokje tot stilstand. Het was mijn bus! We reden weg en ik keek nog één keer over mijn schouder. Ja, het was echt zo. Ik zou hier waarschijnlijk nooit meer terugkomen omdat dit gewoon geen goede plaats is.
Het viel mij op dat de bus maar halfvol was en dat terwijl er bijna geen kaartjes meer te krijgen waren. Bij de eerste stop begreep ik waarom. Er kwamen vier mannen en twee vrouwen aan boord. Ze verkochten trajecten! En als een kort traject vol is kan die niet meer worden ingepast in een lang traject. De man die genoegen nam met de stoel aan het raam knoopte meteen een gesprek met mij aan. De gebruikelijke vragen. Waar kom je vandaan? Waar ga je heen? Hoeveel heeft die iPod gekost? En dat was het dan. Hij vertelde dat hij graag aan het raam zat zodat hij naar buiten kon kijken, hij had namelijk een hekel aan slapen in de bus. Dit was dan de eerste Aziaat die ik ontmoette die niet sliep in de bus. Tien minuten later was hij in diepe slaap en lag te snurken als een kettingzaag.
Twee en half uur zou de busreis duren volgens de man die mij het kaartje had verkocht. Dus half drie plus twee en een half uur is ongeveer vijf uur. Reken een kwartiertje meer dan zou ik om half zes toch wel zeker in het hotel zijn. De 158 kilometer werden gestaag minder en ik hield een oogje op de GPS hoeveel kilometer er nog was te gaan. Een stop om te plassen? De chauffeur mompelde wat in het Maleis en de man naast mij, die was gewekt door plotseling remmen van de bus, vertelde mij “twintig minuten”. OK, dan zou het zes uur worden. Niet dat ik echt haast had maar ik wilde wel graag de Formule 1 kwalificatie zien. Ik kocht drie kipkluiven die ik me goed liet smaken. Na 25 minuten nam ik mijn plaats weer in en was klaar voor het laatste gedeelte van de reis. De chauffeur stak nog een sigaret op en liep richting een hok naast het restaurant. Een ritueel ontvouwde zich voor mijn ogen. Eerst werden de handen gewassen en toen de mond twee keer gespoeld. Vervolgens werd het gezicht gewassen gevolgd door de onder en bovenarmen. Tenslotte werden de voeten gewassen. Hij verdween in het hok, dit was natuurlijk een gebedsruimte. Ruim tien minuten later stond hij weer buiten en trok zijn sokken en schoenen weer aan. De opgerolde broekpijpen bleven onaangeroerd. Hij zag eruit alsof hij zo op een wielrennersfiets zou stappen, ik moest wel lachen in mijzelf. Even later waren we weer op weg. We hadden precies een uur stilgestaan
Onderweg had ik veel mooie strandjes gezien en misschien moet ik zelfs wel mijn mening over de kust tussen Kuantan en Kuala Terengganu bijstellen. Ik denk nu dat het hier best leuk kan zijn als je met meer dan één bent en als je een auto huurt. Teveel van deze plaatsen komen plotseling voorbij en zeker in een expresbus en in mindere mate in een lokale bus is het moeilijk om op slag en stoot een beslissing te nemen of je hier wilt blijven of niet. Er zitten teveel praktische problemen aan. Bungalows kunnen vol zijn en/of er is weinig te eten in de buurt.
Bij aankomst in Kuala Terengganu zag ik een vriendelijk rustige stad. Een mooie sneeuwwitte moskee niet ver van het busstation. Ik had mijn geplande hotel snel gevonden en het voldeed aan al mijn eisen. Het “Seaview Hotel” voor RM 85 is een goede deal, vooral omdat ze gratis draadloos internet hebben in alle kamers. Het was ondertussen al half zeven. Snel ingeboekt door de overvriendelijke receptionist die waarschijnlijk een oogje op mij had. Volgens mij lonkte hij zelfs een beetje toen hij me RM 5 korting gaf. De kamer kostte dus maar RM 80. Snel wat te drinken kopen en relaxed de Formule 1 kijken in de lobby. Dat was meteen al een probleem. Ik moest zeker 500 meter lopen voordat ik een winkel/restaurant had gevonden waar ik een flesje water kon kopen. Zo slecht zou het hier toch niet zijn?
Later die avond stortte ik mijzelf in het nachtleven van Kuala Terengganu. De receptionist was ondertussen gewisseld en na mijn vraag waar ik een biertje kon drinken stuurde hij mij in een richting. Na ongeveer 700 meter begon ik toch wel twijfelen, ik wist bijna zeker dat hij mij in de verkeerde richting had gestuurd. Het was sowieso geen drukke stad maar hier werd het donker en er was geen levende ziel meer op straat te bekennen. Aan de eerste de beste voorbijganger stelde ik de vraag op nieuw en mijn idee werd bevestigd. Ik moest juist de andere kant uit. Na een paar honderd meter werd ik ingehaald door een brommer die een paar meter voor mij stopte, ik keek nog eens goed en het was diezelfde jongen die mij de goede weg had gewezen. Hij wilde mij een lift geven naar China town. Graag zelfs, even later scheurden we met zijn tweeën richting een koud biertje.
Ik vond mijn plaats in een klein Chinees restaurant waar iedereen voetbal zat te kijken. Ik sloot mij aan en genoot van mijn koude biertje, tot grote hilariteit van iedereen dronk ik uit de fles. Zij dronken uit glazen zo klein dat het glas van Piet “Malee” er zelfs weer een groot glas bij lijkt. Voor mij zat een man te slapen die eigenlijk opviel doordat hij enorm grote sportschoenen aanhad. Hij kon volgens mij onmogelijk omvallen, hij kwam altijd weer op zijn schoenen terecht. Elke keer als er een bord eten met een klap op tafel werd gezet schoot hij wakker en begon met de anderen aan tafel mee te prikken. Zodra het bord leeg was vertrok hij meteen weer naar dromenland. Over het eten gesproken, ik zag plotseling een bord friet langskomen! Ik kon mijn ogen niet geloven, ik had nu wel genoeg rijst op. De patat was heerlijk.
Later die avond slenterde ik rustig naar mijn hotel. Ik zou eens goed nadenken wat ik verder ging doen.

vrijdag 13 april 2007

Maleisië, Het strand van Cherating

Cherating 13/04/2007

Iets later dan gewoonlijk schoof ik aan voor mijn ontbijt. Dat was wel hetzelfde met uitzondering van een plakje kaas dat ik nog over had van twee dagen geleden. Mijn voet deed pijn! Ik had de blaar vanochtend voor de tweede keer moeten doorprikken en dat ik altijd een slecht teken. Ik liep als een oude soldaat met een steen in zijn schoen.
Eenmaal op het busstation keek ik nu anders naar de zwart-witte bussen, niet echt fleurig maar dat zijn nu eenmaal de kleuren van de staat Pahang. Ik keek eens goed rond en zag de bus naar Cherating/Chukai. Snel nog een flesje 100+ gekocht en wachten tot dat ik eindelijk, een dag te laat, uit Kuantan zou vertrekken. Het was onmenselijk heet in de bus zodat ik alweer na 5 minuten buiten stond. Mijn rugzak in de bus achtergelaten. Een groepje van drie jongens betraden de bus en gingen tactisch rond mijn rugzak zitten. Opgelet, zeker toen er één naar buiten kwam en een beetje om mij heen ging draaien. Waarschijnlijk hopend dat ik een gesprek met hem aanknoopte. Geen schijn van kans dus! Ik liep weer de bus in en gelukkig vertrokken we binnen een redelijke tijd. De verkoelende rijwind was erg welkom. Ik vroeg mij af of ik misschien verkeerd had gedacht. Ik weet het niet. Een nadeel van alleen reizen is nu eenmaal dat je je rugzak overal mee naar toe moet slepen. Je kan niet even naar het toilet terwijl je reisgenoot op de zaken let.
Ik zat diep in gedachten verzonken toen de chauffeur stopte en naar mij gebaarde dat ik er uit moest. Dit was het dan, “Cherating, een backpackers paradijs aan zee”. Ik had tijdens mijn omzwervingen al wat paradijzen gezien. De ene nog paradijselijke dan de anderen. Houten kralen en rastakrullen en maar discussiëren hoe slecht de wereld was die van iedereen een loonslaaf wilde maken. Een paar maanden later waren de meeste allemaal weer thuis en was het paradijs waarin ze hadden geleefd een droom uit een ver verleden. Net als in de film “The Beach”. Dit paradijs was anders, er waren hier heel weinig mensen en overal stonden bungalows die afgebroken werden. In één zin eigelijk: het was hier een zooitje.
Cherating bestaat uit een kruis van twee starten waaraan het eigenlijk allemaal gebeurd. In de niet gesloopte of in aanbouw zijnde gebouwen waren kleine winkeltjes en restaurantjes gevestigd. Een grote koelkast in elke opening met blikjes frisdrank die schreeuwden om gekocht te worden. Nog voordat ik een slaapplaats had gevonden wilde ik er zeker van zijn dat ik hier morgen weg kon. De “Travelpost” is dan de plaats om te zijn. Internet en buskaartjes, alles was snel geregeld en ik had een kaartje voor de bus van 14:15 uur morgen. De man vertelde me om zeker om twee uur bij de bushalte te zijn. Bedankt voor de tip, ik zit er al om kwart voor twee.
De eerste bungalows die ik probeerde vroegen meteen de hoofdprijs RM 130, en dat in het laagseizoen. Eigenlijk had ik niet echt veel zin om te lang rond te lopen, mede omdat de informatie in mijn LP al zo oud was. Het tweede bungalow park was totaal onbemand, de receptie en ook in het park zelf was niemand te vinden. Ik haalde mijn wenkbrauwen op en liep naar nummer drie. Het “Duyong Bungalow Park”, bungalows vanaf RM 30. Ik bekeek de bungalows en koos voor optie twee, een bungalow naast de zee maar ook naast het restaurant. Dat restaurant zou geen probleem zijn omdat het om elf uur zou sluiten.
Ik genoot van een korte wandeling over het strand en de steen in mijn schoen was kleiner geworden. Nu lekker uitrusten en een beetje eten en verhalen schrijven.
Dat beetje eten was uit de hand gelopen. Ik begon met een noedelsoep en in de verwarring van het bestellen dacht de bediende, die weinig Engels sprak, dat ik ook een Kantonese noedels had besteld. Nou ja, laat maar staan. Ik weet uit ervaring dat ze het toch niet terugnemen en als ze het terugnemen dat je het gewoon moet betalen. Achteraf gezien was het niet eens zo slecht. Het vreemde was dat ik nog steeds een leeg gevoel had en voor de zekerheid bestelde ik nog een “Sizzling Chicken” met rijst. Ik had de afgelopen dagen zo vaak het toilet bezocht dat ik het gevoel had dat ik helemaal leeg was, één biertje kon geen kwaad.
Een avondwandeling door het dorp om het eten te laten zakken en dan naar bed. Het dorp was om 20:30 uur al helemaal uitgestorven. Ik ontdekte ook dat er twee hele luxe resorts zijn maar die liggen niet aan de kust. Het is een publiek geheim dat veel Maleise mannen incognito met hun minnares naar luxe resorts gaan. Een paar uur van KL is de kans dat je een bekende tegenkomt wel heel klein.
Eenmaal in mij hutje aangekomen probeerde ik de slaap te pakken. Dat viel tegen! Zeker omdat ik had uitgeslapen vandaag. De aircontioner, die het lawaai van een vertrekkend vliegtuig maakte, hielp ook niet echt mee. Korte slaapjes die werden afgewisseld met het omdraaien op de andere zijde. Uiteindelijk werd ik wakker van de kou, ik voelde het puntje van mijn neus en die was inderdaad koud. Dan maar de airco uitzetten. Half vier op mijn horloge! Ik ging opnieuw op mijn bed liggen en probeerde te slapen. Een ander probleem had zich aangekondigd in de vorm van een basdrum die door het dorp denderde. Ergens waren er nog backpakkers aan het relaxen op techno muziek. Uiteindelijk bleek dit erger dan de airco, ik zette die dan ook snel weer aan alleen een paar tandjes lager. Mijn fotocamera liep af om 07:30 en ik bleef lekker nog even liggen.
Een korte koude douche en dan ontbijt. Jammer dus, het restaurant serveerde geen ontbijt en ik moest twee kilometer lopen om wat te eten te vinden. Dan maar pakken en op weg. Ik zou de bus van 14:15 hebben dus er was tijd genoeg. In mijn gesprek met een lokale bewoner kreeg ik te horen dat het hier bergafwaarts gaat. Het is meer dan gehalveerd in de laatste vijf jaar en het (hoog)seizoen telt nog maar twee maanden. Ik vertelde hem mijn mening en hij kon mij geen ongelijk geven hoe graag hij dat ook had gewild. Het ontbijt was om te janken en zeker overprijsd. Het lijkt wel of ze hier de Thaise mentaliteit hebben, als het minder wordt dan maak je het gewoon duurder. De omzet blijft dan gelijk, althans voor vandaag. Morgen is weer een dag.
Ik denk dat mijn mening over Cherating wel duidelijk is, sla deze plaats gewoon over. Er zijn veel betere plaatsen en veel betere stranden.
Nu op weg naar Kuala Terengganu.

donderdag 12 april 2007

Maleisië, Op weg naar Pekan deel 3

Kuantan 12/04/2007

Om ongeveer dezelfde tijd als gisteren liep ik weer naar het lokale busstation. Ik dacht bij mijzelf wat voor een ongelofelijk geluk ik tot nu had gehad met het weer. Een avond regen in KL was al de regen die ik had gezien, en het was toch nog een beetje regenseizoen. Al liep het wel tegen het einde van het regenseizoen. Ik kocht mijn vertrouwde flesje 100+ en zocht een plaatsje in de bus. Tijdens de rit gebeurde er weinig en ik keek voor de tweede keer naar de uitbreidingswerkzaamheden van de A3 of de A2? Dat maakt weinig uit als je zelf niet rijdt. Ik bleef deze keer zitten tot aan het busstation omdat het volgens mijn plannen een rondje Pekan zou worden.
Bij aankomst viel mij meteen op dat het enorm rustig was, er waren maar heel weinig mensen op straat en in de verte waar het wel wat drukker leek zou de markt wel eens kunnen zijn. En daar had ik gelijk in! Van overal klonk het “goodmorning" en klonk er hard lachen en geschreeuw in het Maleis. Markten zijn overal in de wereld een afspiegeling van de bevolking. Zeker in Azië is er genoeg te zien en te beleven. Ook nu Albert Heijn en Willem Groenewoud al het exotische voedsel per 747 laten aanvoeren en wij het meeste kennen uit onze eigen winkels.
Iedereen wilde meteen zijn beste beentje voorzetten en mij de koopwaar laten zien en vooral zichzelf laten fotograferen met de grootste vis of halve koe. Zelfs de verkoper van de kippen liet mij een exemplaar zien. Maar een kip is nu eenmaal een kip. Van Sydney tot Amsterdam kan ik er weinig verschil in ontdekken. De verkoper was wel een beetje teleurgesteld toen ik de markt verliet zonder een foto van hem te hebben gemaakt.
De eerste stop was een open museum tegenover het hoofdmuseum. Gratis entree en dat laat een Hollander zich niet ontnemen. Een verzameling van kleine houten bootjes onder een lekkend betonnen dak. Waarschijnlijk was dit museum ooit gebouwd met een subsidie van de regering uit KL om hun goede wil te tonen. Best interessant maar ik zou er niet voor omrijden. Het was wel even lachen toen de museummedewerker ontwaakte uit een diepe slaap en mij voor zich zag staan. Met grote rooddoorlopen ogen keek hij me aan. Ik gebaarde dat hij verder kon slapen en hij naam mijn raad met beide handen aan. Welterusten.
De tweede stop was het “bijzondere museum” gewijd aan de nog levende Sultan van Pahang. Het “Muzeum Sultan Abu Bakar” is ondertussen verhuisd van het oude hoofdgebouw naar een nieuwbouw links van het geheel. Wel erg jammer omdat het oude gebouw nu aan zijn lot wordt over gelaten en zeker zeer snel in verval zal raken en dan voor altijd verloren zal gaan. Zou dit een voorbeeld zijn van het verval van de plaatsen aan de oostkust? Er is al zo weinig te zien en dan zou je daar toch goed voor zorgen? Of is het gewoon geldgebrek en/of te weinig interesse voor het geheel? Ik weet het niet. Eenmaal binnen bleek 25% van de verlichting niet te werken en met mijn slechte ogen hoefde ik dan niet eens een poging te wagen om de bordjes te lezen. Een verdieping vol met foto’s en tekeningen van voorouders aangevuld met gebruiksvoorwerpen van de Sultan. Ik wilde er niet te snel doorheen lopen om de mensen in de entree de indruk te geven dat ik er maar niets aan vond. Ook al was de entree slechts RM 1. Eenmaal klaar liep ik geruisloos en onopvallend richting de uitgang. De vrouw achter de kassa was echter onverbiddelijk, er was ook nog een tweede verdieping met zwaarden, kleding, bestek, waterverfbakjes, een oude breimachine. Hé, mijn tante Sjaan uit Den Helder had vroeger ook zo’n ding. In mijn gedachten ging ik terug naar die heerlijke zomervakanties in Den Helder. Ik herinnerde mij hoe ik vroeger in bed lag te luisteren naar het ritmisch ratelen van de machine. Soms denk ik zelf dat ik mijn reisdrang te danken heb aan deze zomers. Misschien zijn het er maar vier of vijf geweest, maar dat ze van positieve invloed zijn geweest staat als een huis. Misschien kom ik hier later nog wel een keer op terug. Nu verder naar de moskeeën!
De eerste moskee die je tegenkomt is de sneeuwwitte “Masjid Abdullah”, mooi en hij steekt zeker af tegen de armoedige huizen met verroeste golfplaten daken die je overal ziet. Daarnaast ligt de “Masjid Abu Bakar” met zijn gouden koepels die fel schitteren in de ochtend zon. Ook mooi maar meer intrigerend was het kleine kerkhof naast de witte moskee. Kleine paaltjes die op betonnen wandelpaaltjes van de ANWB lijken, en op sommige graven staan er nog andere voorwerpen. Planten, vazen en op één graf twee grote theeketels. Ik vroeg mij af wat het verhaal hierachter zou kunnen zijn. Misschien had de persoon vroeger een theehuis gehad?
Nu werd het een stevig stukje wandelen om bij de volgende attractie te komen. Tijdens de wandeling passeerde ik opnieuw het “Chief’s resthouse”. Het was inderdaad een schitterend gebouw, jammer dat ik daar niet had kunnen slapen gisteren. Ondertussen had ik ook ontdekt dat mijn LP van 2004 was. Er was natuurlijk al het één en ander veranderd in het dorp. Het “Istana Leban Tunggai” was volgens de gids een aantrekkelijk paleis geheel opgebouwd van hout. Zelf vindt ik het Chief’s resthouse mooier maar late we het er maar op houden dat het persoonlijk is.
Ik liep nog een paar honderd meter verder toen ik bij de muur van het huidige en door de Sultan bewoonde paleis aankwam. Whow, kon het niet een beetje minder. Ik kan moeilijk een schatting maken hoelang die muur is maar dat het een flinke duit heeft gekost is zeker. Verder dan de muur en de groteske ingang komt geen enkel levende ziel die daar niets heeft te zoeken. Mijn GPS gaf aan dat ik weer linksaf zou moeten slaan om op de hoofdweg uit te komen die mij terug zou brengen naar Kuantan.
Nog voor één uur zat ik alweer in de bus op weg naar Kuantan. Mezelf afvragend wat te doen die middag, ik wilde weer niet slapen, kwam ik op het idee om maar te gaan lopen. Er was een splitsing van de wegen. Er was de nieuwe weg die ik met de bus aflegde en een oude weg die dwars door de jungle liep. Mijn GPS gaf aan dat het een kleine 16 kilometer was. Ik had de beslissing snel genomen. Ik drukte op de bel toen we de splitsing naderde, de chauffeur van de bus probeerde mij in het Maleis nog over te halen om te blijven zitten maar zijn poging bleef vruchteloos. Hoofdschuddend keek hij mij na toen ik uit de bus stapte. Het was een prettige wandeling die mij helaas een grote blaar opleverde. Maar toch, ik had een voldaan gevoel toen ik om half vijf mijn hotel binnen stapte.
Alles ging tot nu toe naar wens, alleen mijn spijsvertering begon een beetje op te spelen alhoewel ik niet echt veel bier dronk. De wilde poep tijdens mijn wandeling was onvermijdelijk en ik moet nu een beetje op mijn dieet gaan letten. Het laatste dat ik wil is weer aan de antipoeppillen. Morgen een tussenstop in Cherating en na een middag relaxen op het strand gaan we richting Kuala Terengganu.

woensdag 11 april 2007

Maleisië, Op weg naar Pekan deel 2

Kuantan 11/04/2007

Vandaag zou ik een tweede poging ondernemen om in Pekan te geraken. Ik voelde de biertjes van gisteravond wel toen ik in de lift naar beneden stond. Onmiddellijk werd er de roereieren aangeboden en ik was koning te rijk. Ik liet mij het ontbijt goed smaken en was klaar voor de volgende stop tijdens deze reis. Ik moest nog steeds een beetje lachen om wat er maandag was gebeurd in Kuala Lumpur.
Nadat ik had uitgeboekt en afscheid genomen van de vriendelijke dagdienst liep ik met slechts 11 kilo op mijn rug langzaam in de ochtend koelte richting het lokale busstation.
Het zou een makkie worden, slechts 50 kilometer en in de middag de oude hoofdstad van Pahang bekijken. De bussen vertrokken om de 20 minuten dus ik hoefde niet echt lang te wachten voordat de niet aan de Nederlandse standaard voldoende bus vertrok. Misschien is het openbaar vervoer daarom wel zo duur in Nederland?
De bus was voller dan ik had verwacht op het moment dat we Kuantan uitreden. Onderweg werden er veel passagiers opgepikt, opvallend veel scholieren met hun blauwe rokken en witte sjaals. Ja, het moslim zijn hier is wel anders dan het moslim zijn in Nederland.We reden langs jungle en een paar palmolie plantages. Het meeste was toch wel jungle hier en daar doorsneden door een stroompje. Dit is getijde land waar het water brak is. Maleisië heeft over het algemeen weinig strand. De rivieren van het schiereiland zijn zo kort dat ze veel slib afvoeren die dan weer in zee komt. De kustwateren zijn dan ook bijna altijd troebel. Eenmaal op de eilanden is dat anders, maar dat komt later.
Daar was dan Pekan en ik herinnerde mij uit het reisboek dat we op de weg reden waar mijn GH moest zijn. Ik drukte op de bel en stapte de middagzon in. Op zoek naar een slaapplaats waarvan je alleen de naam weet kan in deze omstreken een probleem zijn. Ik keek eens goed om mij heen en was blij verrast met het hoofdbureau van politie nog geen 30 meter bij mij vandaan. Het zweet gutste ondertussen van mijn voorhoofd. Het “goodmorning” verbaasde mij om één uur in de middag. Maar ja, ik moest nu eenmaal de weg vragen. Met handen en voeten werd mij uitgelegd in welke richting ik moest lopen en na ongeveer 500 meter in de brandende zon stond ik voor het Chief’s Rest House. Een mooi oud houten gebouw uit 1929.
Aan de receptie ging het allemaal wat minder! Ze waren vol en eigelijk waren ze bijna altijd vol. Reserveren is aanbevolen werd mij verteld. Nou, daar zou nog een tweede optie zijn. Het Pekan Hotel, accommodatie niet aanbevolen volgens mijn reisgids. En inderdaad, het aanzien van het gebouw en de receptie was voor mij al genoeg. Ik was niet ver van het busstation dus koos ik voor nog een nachtje of twee in Kuantan en een dagtripje naar Pekan morgen.
Ik zat om kwart over twee alweer in de bus naar Kuantan. De receptioniste keek verbaasd toen ze mij weer zag. Met een glimlach vroeg ik of ze mijn oude kamer nog vrij had en gelukkig was dat het geval. “Zo, nu eerst een uurtje liggen.
Na een kort middagdutje wierp ik mij opnieuw in de hete middag zon. Eerst even een lunch en daarna zou ik de “Giant supermarkt” bezoeken om wat eten te kopen om mijn versnelde spijsvertering te vertragen. Witbrood, bananen en een paar bekers snelle noedels. Ik had problemen met het eten en wist eigenlijk niet wat het veroorzaakt had. Ik had normaal en goed gegeten sinds ik in Maleisië was. Het was een rustige dag geweest met een rustige avond. Eindelijk had ik ook de verlichte “Masjid Negeri” op de foto kunnen zetten.

Ik lag om half elf in mijn bed. Morgen dus naar Pekan!

dinsdag 10 april 2007

Maleisië, Een dagje Kuantan

Kuantan 10/04/2007

Ik werd wakker in een stad die ik alleen in het donker had gezien. Dit is een probleem, ik kan mij namelijk slecht oriënteren in een stad in het donker. Het was dus alsof ik opnieuw was aangekomen vanochtend.
Het hotelbed was voortreffelijk en ik had goed geslapen, waarschijnlijk mede door de drie Tiger biertjes die ik had genuttigd. Na een lauwe douche maakte ik de tocht naar beneden waar het verrassing ontbijtbuffet werd geserveerd. Gebakken rijst, Mee, Kroepoek, kip met saus, toast met jam. Koffie, Thee, Sinasappelsap en water. Watermeloen en van die rijstjellies. Dat was snel gekozen dus, een paar boterhammen met jam en een paar koppen koffie en ik was onderweg. De dagploeg was ondertussen gearriveerd en deze was vriendelijker dan de avondploeg. Ze zag me het ontbijt inspecteren en bood mij onmiddellijk een roerei aan. Dat noem ik nog eens service! Het ontbijt smaakte mij uitstekend en na mijn tweede kop koffie was het tijd om er op uit te trekken.
Ik had natuurlijk het reisboek er op na geslagen en die had weinig te melden over Kuantan. Het kwam niet verder dan de “Masjid Negeri” en een vissersdorp dat met een pontje te bereiken was. Nou, dat pontje bleek verdwenen omdat een enorme betonnen brug over de rivier was gebouwd. Dan maar lekker lopen! En daar ging ik dan de brandende zon tegemoed. Ik had een voorhoofd van perkament na die zes uur in de zon afgelopen zondag. Ik zou dus voorzichtig zijn met de zon.
Wat mij het eerste opviel aan de oostkust is de rust, het is zeker rustig vergeleken bij de westkust. De mensen zijn er meer relaxed.
Het andere dat meteen opviel was het zwerfvuil. Het is spijtig om te constateren dat de mensen letterlijk alles uit het raam van hun auto gooien. Afvalbakken zijn dun bezaaid, ook midden in de stad, dus de gemakkelijkste oplossing is gewoon om alles op straat te gooien. Het derde punt is het moeilijkst om mee om te gaan. Als voetganger ben je weer vogelvrij, denk niet dat er ook maar één auto voor je zal stoppen. Gelukkig is het anders bij verkeerslichten, daar wordt ook bij oranje al gestopt. De politie is hier meedogenloos tegen overtreders.
Na een 40 minuten kwam ik aan in het dorp dat meer weg had van een spookstad. De enige mensen die ik zag waren de oude mensen die in de schaduw genoten van de verfrissende bries die van zee kwam. De vissers lagen waarschijnlijk te slapen, die gaan tenslotte s’avonds de zee op. Later zag ik nog enige activiteit in de vorm van een gymles op een groot grasveld die meer weg had van een dansles. Arabische muziek schalde uit twee grote luidsprekerboxen en de meisjes met hoofddoekjes wiegden mee op het ritme van de muziek. Dat was het dorp!

Eenmaal terug in de stad was de moskee ook zo gezien. Dat was het voor vandaag en het was nog niet eens één uur. Ik genoot van een mooie lunch en trakteerde mijzelf op een middag vrij. Heerlijk slapen in de airco.

Na het avondeten slenterde ik een beetje door de verlaten stad en kwam uiteindelijk in hetzelfde restaurant als gisteren terecht. De Tigers smaakten mij uitstekend en nu had ik zelfs gezelschap om mee te praten. Een tafel vol met Chinezen die de Guiness/Carlsberg half om dronken. Er werd gelachen en gedronken, ze nodigden mij uit om aan tafel te komen zitten. Met een glimlach sloeg ik de uitnodiging af en bleef alleen aan mijn eigen tafel zitten. Er werd “wild varken” (Babi Oetang) besteld en het bier vloeide rijkelijk. Als je in Maleisië bier wil drinken zoek dan de Chinezen op. Een restaurant met grote Chinese symbolen op de gevel is een plaats waar je zeker een biertje kan drinken. Het enige nadeel zijn de toiletten in die restaurants, deze keer liep er een rat zo groot als een konijn voor mij uit toen ik een plasje wilde plegen. Nou ja, dat zijn de charmes van het onderweg zijn. De verhalen die de locale vertelden logen er niet om. Hoge werkeloosheid en een regering die de oostkust aan zijn lot overliet. Veel mensen trokken weg om elders hun geluk te beproeven. Ik dacht een moment aan de Bangladeshies die hier hun geluk kwamen zoeken. Uiteindelijk was laat en tijd om naar het hotel te gaan. De lichten van de moskee waren al uit. Ik had deze foto gemist! De volgende keer dan maar. Morgen zou ik op tijd opstaan om een tweede poging naar “Pekan” te wagen.

maandag 9 april 2007

Maleisië, Op weg naar Pekan

Kuantan 09/04/2007

Als ik op voorhand had geweten wat mij vandaag te gebeuren stond dan was ik waarschijnlijk in mijn bed blijven liggen.
Allereerst had ik mij verslapen. Het “nog vijf minuutjes blijven liggen” was omgezet in een uur vast slapen. Ik zal het wel nodig hebben gehad. Arno klopte op de deur en met dikke ogen stond ik op. Terwijl ik mij douchte ging Arno nog even snel pinnen en wij zouden tegelijk klaar zijn. En zo was het ook. Voor de afwisseling mixten wij nu het ontbijt en de koffie samen bij Starbucks. Een tonijn sandwich, niet echt mijn gebruikelijke en nu bijna vertrouwde ontbijt. Maar ja, ik neem het maar zoals het komt. Na de rekening van het hotel te hebben voldaan en afscheid te hebben genomen van de manager liepen we rustig naar het “Puduraya busstation”. Arno ging op weg naar Penang en ik had een kaartje in mijn zak voor Kuantan. We waren ruim op tijd en er zou ons niets kunnen gebeuren.
Ik sloeg genoeg te drinken, chips en bananen in voor onderweg en ging meteen naar het informatiecentrum voor het perron nummer vanwaar de bus zou vertrekken. “Kom over een half uur nog maar eens terug”, was het antwoord van de niet echt geïnteresseerde baliemedewerker. Ik was na 20 minuten weer daar en hij kon mij nog steeds geen antwoord geven. Hier maakte ik mijn eerste fout! Ik was ondertussen in gesprek geraakt met een jongen die net terug was uit Bangladesh en hij bleek in dezelfde bus te zitten als ik. Fendi, zou het gaan vragen. Ik ga hierbij alles uit handen, ik voer blind op hem. Hij was zeker een keer of vijf weg geweest toen hij terugkwam met wijd opengesperde ogen en een blik van ongeloof op zijn gezicht. De bus was al vertrokken! Zonder ons! Hoe kon dit zijn gebeurd? Eigenlijk was het niet meer belangrijk hoe dit was gebeurd, belangrijker was hoe kom ik zo snel mogelijk in Kuantan en hoe snel vindt ik de aansluiting naar Pekan?
Maar voordat ik dat ging oplossen wilde ik eerst mijn geld terug, ik was de mening toegedaan dat het niet mijn fout was dat ik de bus had gemist. In eerste instantie was het zelfs onmogelijk om maar een gesprek te beginnen. Ik werd nu een beetje kwaad en begon met de politie te dreigen. Het feit dat Fendi en ik allebei hetzelfde verhaal hadden verontrustte wel een oudere medewerker. Maar er gebeurde nog steeds niets. Mijn Maleis “Salamat Datang da Malaysia” en “Visit Malaysia Year 2007” opende de monden toch wel een beetje. De jongste van het stel, een klein mannetje met opvallend roodbruin haar, werd nu een beetje agressief en probeerde indruk op mij te maken. Dit was de druppel die de emmer deed overlopen. Ik pakte mijn notitie boekje en schreef de tijd en de datum op. Ik deelde de kleine branieschopper mee dat ik een aangetekende brief naar het ministerie van Toerisme zou sturen en een afschrift aangetekend naar zijn baas. Hierin zou ik melden dat ik slecht was behandeld en dat ze het mooie Maleisië in een kwaad daglicht hadden gezet. De slechtste persoon van allemaal was een jongen met roodbruin haar die verschrikkelijk onvriendelijk was geweest. Dat was niet moeilijk na te zoeken wie ik had bedoeld. Open monden en opengesperde ogen. Geef maar hier die kaartjes, jullie krijgen je geld terug. Zo, dat was opgelost, wel op een moeilijke manier maar het kon niet anders. Fendi had af en toe een beetje Maleis toegevoegd en had ook zijn best gedaan. Nu eerst een kaartje zien te bemachtigen voor een andere bus.
Dat was niet zo gemakkelijk, uiteindelijk vonden we er een die om 15:00 uur zou vertrekken. Ook Fendi was nu op zijn hoede en eiste dat er een perron op het kaartje stond vermeld vanwaar de bus zou vertrekken. Perron 22. Het was ondertussen 13:00 uur dus we moesten nog twee uur wachten.
Tegenover het “Puduraya busstation” zijn er een paar cafés waar je wat kan eten en drinken terwijl je wacht. Ik had wel trek wel wat dus kozen we voor deze optie. Ondertussen hadden twee jongens uit Bangladesh zich bij ons gevoegd die ook naar Kuantan moesten. Zij hadden een werkvergunning weten te bemachtigen en probeerden nu hun geluk uit in een ander land. Fendi sprak een beetje de taal van die jongens en het ijs was onmiddellijk gebroken. Mijn maaltijd smaakte mij goed en al pratend vloog de tijd om.
We wilden deze bus zeker niet missen en om 14:30 uur stonden wij met zijn allen op perron 22. Om 14:50 was er nog geen spoor van de bus te bekennen en ik begon nu wel ongerust te worden. Werd ik nu twee keer op één dag genaaid? Fendi scheurde nu naar boven en kwam met de mededeling dat de bus zo zou komen terug. Om 15:00 was er nog geen bus. Nu ging ikzelf kokend van woede naar boven. “Komt die nu of niet”? “I don’t know”, antwoordde de man. Wat was dit nu weer? Tien minuten geleden wist hij het wel en nu plotseling wist hij het niet meer! Hij draaide zich om en liep weg, ik waande mij voor een moment weer in Thailand. Toen ik weer beneden kwam en vertelde wat er was gebeurd scheurde Fendi weernaar boven om bij het loket te informeren waar wij de kaartjes hadden gekocht. Gelukkig kwam hij met de geruststellende mededeling dat de loketmedewerker zelf naar beneden zou komen als de bus er was. Er was een beetje vertraging. Om 15:20 liep er een Chinees op ons af die de kaartjes afscheurde en ons vertelde dat we daar maar aan de weg moesten gaan staan. Waar? “Eh, daar”, was het antwoord. Zoveel onverschilligheid had ik zelden meegemaakt. Mijn bloeddruk was inmiddels tot ver boven de 200 opgelopen en ik had die Chinees wel op kunnen vreten. Toen wij om 15:40 uur nog aan de stoeprand stonden nam ik mijzelf voor om nog vijf minuten te wachten. Als de bus er dan nog niet was dan ging ik terug naar het hotel en zou het morgen nog een keer proberen.
Binnen één minuut waren de passagiers uitgestapt en wij aan boord gegaan. Om 15:44 wierp de bus zich in de beginnende avondspits.
De reis zelf was lang en er was weinig te zien. Eindeloze velden met oliepalmen en rubberbomen afgewisseld met maagdelijke oerwouden. Teveel keer werd er gestopt en reizen in het donker is over het algemeen iets waar ik een hekel aan heb. Uiteindelijk reden we rond 21:20 het verlaten Kuantan binnen.
Het was nu te laat om nog naar Pekan te gaan. Ik gooide de plannen om en ging op zoek naar het “Classic Hotel”, en dat was een klassieker. Mooie kamer, schoon en een goede ligging. De receptie had iets vriendelijker gekund maar ik had al genoeg meegemaakt vandaag. Ik schonk er gewoon geen aandacht aan. De prijs van RM 85 viel mee mede omdat er een ontbijt bij zat. De rugzak op de kamer en met een nat overhemd op zoek naar eten en een koude Tiger Beer.
Dat had ik al snel gevonden, ook al waren de aanwijzingen van de vrouw niet al te best geweest. Toe ik eenmaal op mijn bed lag dacht ik na over wat er allemaal was gebeurd vandaag. Ik moest om mijzelf lachen en realiseerde dat ik me niet zo druk moest maken. Morgen gaan we Kuantan ontdekken.

zondag 8 april 2007

Maleisië, De race

Kuala Lumpur 08/04/2007

Het was dus zaterdag en we zouden een dagje rustig aan doen. Een beetje uitslapen, een beetje koffie drinken, een beetje eten en een beetje wandelen. Arno was nog steeds onder de indruk van het bezichtigen van de torens en de Batu caves. Ontbijt was zoals gewoonlijk bij de gouden bogen en koffie bij Starbucks. Het enig noemenswaardige wat we die dag deden was buskaartjes kopen voor maandag en kijken naar de kwalificatie voor de race van zondag. We hadden namelijk besloten om een dagje eerder te vertrekken omdat het eigenlijk geen nut meer had om een dag langer rond te blijven hangen in KL. Avondeten stond op het programma bij Yussouf. Na het menu te hebben geïnspecteerd vond Arno dat het beter was om nog maar een keertje Chinees te eten, dat was tenslotte goed. Zelf had ik er weinig problemen mee omdat ik de komende weken nog genoeg Kerrie en Rendang kan eten. Over één ding waren we het wel meteen eens, we zouden rustig aan doen zodat we in ieder geval fit waren morgen voor de race.

Deze foto laat zien dat we netjes op tijd naar huis zijn gegaan!

Eindelijk was het zondag en de dag van de race was aangebroken. Om acht uur hadden we met een taxi afgesproken die ons naar het circuit zou brengen en op ons wachten tot na de race. Het werd dus vroeg op! Temeer omdat we eerst wat wilde eten en een bakkie koffie drinken. Daar stonden we dan met zijn tweeën op de taxi die nooit kwam te wachten. Om kwart over acht kozen wij eieren voor ons geld en gingen met de monorail naar het Sentral Stesen. Het was moeilijk kiezen voor de vorm van het vervoer naar “Sepang”. Het was voor mij nu ook twee jaar geleden dat ik de tocht naar het circuit had gemaakt. Er waren ondertussen wel een paar nieuwe vormen van transport bijgekomen zoals onder andere de “Sky Bus”. Ik wilde eigenlijk niet teveel problemen meer ondervinden en tijd was geld. Dus werd het de oude vertrouwde, en peperdure, KLIA-Express.
In de twee jaar hadden ze inmiddels zoveel bijgeleerd dat we binnen een uur op het circuit stonden, dit had ik echt niet verwacht. Dat werd dus vijf uur wachten voordat de F1 race zou beginnen. Eerst liepen we wat rond in “de Mall” en bekeken de overprijsde T-shirts en andere reclame artikelen van de race teams. “Geen wonder dat ze worden nagemaakt”, dacht ik nog. Er bleef nu echter weinig meer over dan naar de plaats te gaan vanwaar wij de race zouden aanschouwen. Arno had ondertussen ook plezier in het lopen gekregen en in een stevige pas gingen we richting “vak E”.

Wat kan de tijd langzaam gaan. Vooral als het voorprogramma erg is ingekort, volgend jaar ga ik zeker twee uur later op pad. Het is moeilijk aan een leek uit te leggen wat er leuk is aan een Formule 1 race. Voor mij is het niet alleen de race maar ook de sfeer en het weekend van de race. Er wordt van alles georganiseerd en het is altijd weer leuk om in Kuala Lumpur te zijn. Als ik het echter nuchter bekijk is er niet echt veel aan de laatste jaren. De coureurs draaien hun rondjes en in de pits worden races verloren en gewonnen. Maar om er zelf bij te zijn geweest, voor erg lage kosten, maakt het toch bijzonder. Fernando Alonso was de grote winnaar en de fans in het rood gingen teleurgesteld naar huis.
Het was mij wel opgevallen dat er veel minder toeschouwers waren dan voorheen. De berichten in de krant van een week of zes geleden waren dus correct geweest. De kaartverkoop was ingestort en er was geen interesse vanuit de Maleise bevolking was minimaal. Het was voor de lokale bevolking nog steeds te duur. RM 50 voor drie dagen, zeg maar € 11,00 ongeveer. Buiten KL schijnt er ook een recessie aan de gang te zijn. Hier in KL kun je daar in ieder geval weinig van merken.
Eenmaal terug in KL hebben we snel gedouchte en zijn opnieuw naar Chinatown gegaan. Mijn voorhoofd was flink verbrand en over mijn neus wil ik het helemaal niet hebben. De zon was toch sterker dan ik had verwacht.

Daar zaten we dan met zijn tweeën in te kakken. Ik zat na één biertje al te knikkebollen en trek om te eten had ik helemaal niet. Een tweede biertje, en dat was het. Ik lag om elf uur in mijn bed. Moe en voldaan. Morgen zouden Arno en ik onze eigen weg gaan. Ik keek er echt naar uit om de onbekende oostkust te gaan ontdekken.

vrijdag 6 april 2007

Maleisië, Bezienswaardigheden

Kuala Lumpur 06/04/2007

Gisteren had ik Arno opgepikt van het Centraal Station zoals afgesproken. Het was ietsjes later dan verwacht maar onze coördinatie was perfect. We sprongen snel op de monorail naar Bukit Bintang om Arno in te schrijven en zijn bagage achter te laten in het hotel. Toen hij de torens voor de eerste keer zag was hij duidelijk onder de indruk. Nadat hij zijn eerste foto’s had geschoten namen we de Putra ondergrondse lijn naar Chinatown. Het was tenslotte tijd voor een paar koude biertjes! Tijdens het eten van sateetjes en het drinken van een paar biertjes maakten we plannen voor vrijdag, we zouden de stad gaan bezichtigen.
We waren het er over eens dat we vroeg zouden opstaan om als eerste bij de skybridge te zijn, daarna zouden we gaan ontbijten. Om half acht wekte het alarm mij na een niet al te beste nacht slaap. Maar dat was geen probleem, Ik zou dan vanavond wel heel vermoeid zijn en daardoor veel beter slapen. We stapten het hotel uit net na 08:00 uur and het was en aangename dag, een verkoelende bries waaide door de (nog) verlaten straten van Kuala Lumpur. Ik was echt verbaasd door de hoeveelheid mensen die op dit tijdstip al stonden te wachten voor de (gratis) kaartjes. Het was nog niet eens half negen en er stonden zeker al meer dan 300 mensen in de rij. We keken elkaar aan en hadden allebei hetzelfde idee. Eerst ontbijten en dan de kaartjes ophalen! Het klinkt misschien saai maar het ontbijt was weer bij McDonalds. Het eten in Maleisië is formidabel maar voor een beetje westers ontbijt moet je toch naar McDonalds. Toen wij rond kwart voor tien aansloten in de rij waren er misschien nog maar 50 mensen voor ons. De tijd voor het bezoek was al wel opgelopen tot kwart voor vijf in de middag. Alle kaartjes waren uitgegeven binnen negentig minuten. Mijn verzoek om kaartjes voor de kaartjes van half zes werd ingewilligd. We gingen iets later zodat we wat meer tijd hadden voor de andere plaatsen die we die dag zouden bezoeken.

We slenterden rustig naar het centrum vanwaar we de bus naar de “Batu Caves” zouden nemen, een bijna 120 jaar oude Hindu tempel aan de rand van het moderne Kuala Lumpur. De bustocht op zich is al bijna een avontuur een geeft je een goed beeld van het dagelijks leven in Maleisië. De “Batu Caves” zijn moeilijk te beschrijven zoals heel veel plaatsen en geuren in Azië. De 272 treden die naar de ingang van de grot leiden en het “Thaipusam festival” zijn de meest belangrijke zaken voor de tempel. De tientallen Hindu goden die over de gehele grot verspreid staan zeggen mij weinig maar zijn wel heel belangrijk voor de Indiërs en afstammelingen van de eerste emigranten in Maleisië. De moslim meerderheid in Maleisië maakt het niet al te moeilijk voor andere religies om te bestaan in Maleisië. De hele gemeenschap is gebaseerd op wederzijds respect. Alhoewel de regering het soms wel eens een beetje verbuigt. De trap naar beneden is veel gemakkelijker dan omhoog, maar dit was de eerste keer dat ik profijt had van al mijn wandelen. Ik liep in één keer de 272 treden omhoog, dit was de eerste keer zover ik mij kan herinneren.
Op de terug weg zouden we wat gaan lopen. Mijn GPS gaf aan dat we dicht genoeg bij de “Petronas Towers” waren om te gaan lopen. Een wandeling zou alleen maar meer eetlust opwekken voor de lunch. En de lunch is nergens beter dan in de foodcourt van het KLCC. Je kan hier twee weken gaan lunchen en dineren en nooit hetzelfde Aziatische gerecht op je bord hebben. De smaak en kwaliteit is gewoon uitmuntend. Het werd lams shoarma voor Arno en een bord rijst met een paar Chinese nevengerechten met een Coke light voor mij. Arno genoot nog van een koffie na en ik zelf sla een bakkie ook bijna nooit af. Twee grote mokken bij de Starbucks maakte onze lunch compleet.
De tweede plaats die we zouden bezoeken was de “KL Menara”, een telecommunicatie toren gebouwd op een heuvel midden in de stad. Je kan de toren dan ook bijna van overal in KL zien. Het is een goed mikpunt als je verdwaald bent in Kuala Lumpur. Op weg naar de toren zagen we dat de eerste voorbereidingen in volle gang waren voor het F1 weekend. Een glanzende McLaren raceauto gesponsord door Johnnie Walker stond tentoongesteld buiten een bar in de gouden driehoek. We gingen een hoek om en daar stond een Ferrari, schreeuwend rood in de hete middagzon. Dit was erg indrukwekkend en hielp zeker mee aan het opbouwen van de spanning voor de race.

De RM 20 entree voor de toren is elke sen waard. Het gehele 360° zicht over Kuala Lumpur laat je een hele hoop nieuwe dingen zien en ontdekken die alleen zichtbaar zijn vanuit de lucht. Een klassieker is, “waar is ons hotel nu ook alweer?” Deze wordt door bijna iedereen gedaan. Omdat je je op de top van een heuvel bevindt kijk je neer op de 452 meter hoge “Petronas Towers“, dit is dan ook een hele vreemde gewaarwording.
De volgende en laatste halte zou het hoogtepunt van de dag worden. We gingen de dubbeldekker brug, die op ongeveer 170 meter boven de straat zweeft, bezoeken. We hadden nog wat tijd en van al dat lopen hadden we alweer trek gekregen. Nog een overheerlijke lamskebab met een Coke light. Uitstekend! Als je één van de laatste bezoekers van de dag bent kun je meemaken dat er wat vertragingen zijn. Zo ook deze keer, het was gelukkig maar tien minuten die in het kleine museum naast de entree werden doorgebracht. In de lift omhoog naar de 81st verdieping vertelde ik de gids dat ik voor de 25st keer omhoog ging. Ze glimlachte en vertelde me dat ze erg trots was om mij als haar gast te mogen ontmoeten. De vergezichten zijn niet zo goed als van af de KL Menara Maar het veel dichterbij zijn bij de torens en de details goed te kunnen zien maakt het allemaal de moeite waard. In oktober ga ik voor de 26st keer omhoog, dat staat als een paal boven water.

Langzaam en in stilte slenterden we samen terug naar het hotel. Arno bedankte mij voor de fijne dag die ik hem had bezorgd in Kuala Lumpur. Vrijdagavond is een klassieker in Chinatown. We hadden meer dan genoeg bier en een heerlijke Chinese maaltijd. Er was veel gelachen en we hadden veel plezier gehad. Blij en voldaan liepen we naar de taxi wachtplaats. Morgen gaan we ontspannen en kijken we de kwalificatie in de kroeg. Zondag is de grote dag met de race!

donderdag 5 april 2007

Maleisië, Een andere route

Kuala Lumpur 05/04/2007

Ik werd gewekt door de schoonmaakster rond half tien, ze dacht dat ik vergeten was om het bordje “Maak mijn kamer schoon a.u.b.?” aan de knop van de deur te hangen. Toen ze mij zag liggen in mijn ochtendglorie verontschuldigde ze zichzelf een honderd keer en vertrok. Het kon mij niet veel schelen want in wil sowieso niet al te veel tijd doorbrengen in bed. Ik veegde mijzelf bij elkaar en sprong onder de douche. Ik wilde niet al teveel tijd verliezen want McDonalds serveert het ontbijt maar tot elf uur! Toen ik een beetje frisser uit de douche stapte realiseerde ik me dat ik toch wel wat meer dronken moet zijn geweest dan ik had gedacht, één van mijn contactlenzen lag netjes uitgedroogd als een sinaasappelschil naast het doosje. Ik stopte het snel in het doosje en stopte de andere in mijn oog. Half zicht vandaag! Maar ik kon tenminste iets zien. Op weg naar mijn ontbijt leverde ik nog even snel mijn was af bij de “Lion of Babylon” wasserette in mijzelf lachend en nadenkend over de plezierige avond die ik had gehad. Wat zou mij vandaag weer te wachten staan?
Het weer was beter dan voorheen en alles duidde er op dat het mijn tweede dag zonder regen zou worden. Het is niet zo dat ik een hekel heb aan een flinke bui zo nu en dan aan het einde van de middag maar het zijn de dagen dat het een uur of drie onafgebroken regent. Ja, wij hebben die dagen hier ook. Vandaag zou ik eens een totaal andere richting kiezen voor mijn wandeling. Er blies een verkoelende wind en alles wees in de richting van het onbekende voor mijn middagwandeling. Ik sloeg linksaf bij de oude gevangenis en ging daarna gewoon rechtdoor. Het was inderdaad fantastisch weer voor een wandeling. Ik keek op mijn GPS en zag dat ik precies de andere kant op liep dan de richting waar alles wat zo bekend voor me was. Dat gaf me een goed gevoel.
Ik vermaakte mij in het echte KL en keek mijn ogen uit. Het was misschien na een uurtje of zo toen ik werd gedwongen om een steegje in te gaan omdat de andere straat/weg gewoon ophield, het werd een autosnelweg. In de verte zag ik een hut opgebouwd uit golfplaten en hout versiert met Chinese en meer traditionele Thaise Buddha’s. Het zingen van monniken klonk vanuit de hut. Toen ik dichterbij kwam verscheen er plotseling een man die op mij afkwam en met gevouwen handen voor zijn borst begroette. Hij was een Chinees uit Thailand die al geruime tijd in Kuala Lumpur woonde. Hij nodigde mij uit om naar binnen te komen en bood mij een stoel aan. Ik weigerde het aanbod van de stoel maar ging wel met hem naar binnen. Onmiddellijk begon hij zijn verhaal over het Buddhisme in het algemeen. Ik keek goed rond en herkende een paar van de Thaise monniken aan de muur. Hij was echt onder de indruk toen ik een paar van hen aanwees en er ook nog de juiste naam bij wist. Ik herkende ook de Buddha uit Pitsanolok en dat bracht hem in extase. Ik bedankte hem en nam afscheid, toen ik even later over mijn schouder keek stond hij nog steeds in de verte te zwaaien.

Opnieuw werd ik geconfronteerd met een straat die plotseling autosnelweg werd. Dat kon in KL gebeuren, deze stad was niet ontworpen om te lopen maar om te rijden. Wat was wijsheid? Een paar honderd meter verder op zag ik een verkeersagent die naast zijn motor stond. Dat was voor nu mijn beste mogelijkheid. Bij de politieman aangekomen keek hij me vreemd aan, ik was waarschijnlijk het laatste wat hij had verwacht te zien vandaag op de autosnelweg. Toen ik hem vroeg hoe ik weer in stad kon komen wees hij resoluut in de richting vanwaar ik was gekomen. Ik had niet echt trek om dezelfde weg weer terug te lopen! Ik vroeg hem of het tegen de wet was om langs de autosnelweg te lopen. En nee, dat was het niet. Je mocht lopen waar je wilde zolang je het verkeer maar niet in gevaar bracht. Ik programmeerde mijn GPS voor het “Sentral Stesen” en na de berekening verscheen twee kilometer in een rechte lijn op het scherm. De agent die over mijn schouder had meegekeken was onder de indruk.
Ik nam afscheid en vervolgde mijn weg in de richting van de rode pijl.
Ik vervolgde mijn weg langs de autosnelweg zo lang als mogelijk, totdat ik zelfs de lichtreclame van het station kon zien. Op dat moment was ik zo dichtbij het oude treinstation dat ik van gedachte veranderden mijn nieuwe bestemming werd Chinatown. De verfrissende 100+ smaakte uitstekend toe ik was aangekomen bij de oude “Sentral Market”. Het was nu ook tijd voor de lunch en het KLCC was maar twee kilometer verderop. Over twintig minuten zou ik eten. Op mijn tweede dag was het tijd voor Chinees gerechten met rijst. Witte rijst met rundvlees in gembersaus, bloemkool, Pak Soi en een kippenpoot. Twee Cola light om alles weg te spoelen. Ik had een enorme dorst en voor mijn gevoel had ik niet eens zoveel gezweet vandaag.

Op de terugweg naar het hotel wipte ik nog even snel bij het Koreaanse Toeristen Kantoor naar binnen voor wat boekjes en documentatie over Zuid-Korea. Een bloedmooi Maleis meisje overhandigde mij de boekjes waarom ik had gevraagd, cultuur en eten waren de belangrijkste onderwerpen. Ik maakte een grapje over de “Kimchi”, zeg maar Koreaanse zuurkool, en glimlachend vertelde ze mij dat ze het niet lekker vond. Ik nam nu een onbekende kortere weg naar het hotel. Ik moet eerlijk zeggen, des te meer ik de GPS gebruik, des te beter het wordt. Ik onthoud plaatsen die ik later nog een keer wil bezoeken en ik neem bijna nooit meer de langere weg naar huis als dat niet nodig is.

woensdag 4 april 2007

Maleisië, blaren en een reünie

Kuala Lumpur 04/04/2007

Wat doe je als je je in een stad bevindt waar je bijna alles hebt bezocht en gezien? Gewoon lekker rondlopen en ontspannen. Ik had de toegangsbewijzen gekocht en dat was eigenlijk het enige wat ik moest doen, alles wat er overbleef was rondlummelen en ontspannen.
Voordat ik Thailand had verlaten had ik nog contact gehad met een oude vriend die in Kuala Lumpur verbleef. Het was een zeer aangename verrassing dat we elkaar vanavond zouden ontmoeten. Hij had aan Bangsar gedacht maar mijn voorkeur ging uit naar China Town. We waren het er over eens dat we elkaar vanavond in China Town zouden ontmoeten.
Ik was om 08:15 al op en sprong snel onder de verfrissende douche. Het nieuws op de achtergrond had het over de Britse gijzelaars in Iran en de Champions League. Het ontbijt natuurlijk bij de McDonalds zoals in alle Aziatische landen. Er zijn een paar andere opties maar die zijn of erg aan de prijs of gewoonweg erg slecht.
Tijdens het ontbijt maakte ik plannen voor de dag, een lange wandeling langs de Petronas Twin Towers en dan op weg naar Little India. De GPS stond aan en daar ging ik dan op weg over de Bukit Bintang. Het park en de Petronas Towers zijn gebouwd op de oude paardenracebaan. Jullie kunne je voorstellen dat het een stevige wandeling is rond het park. Het viel me tijdens de wandeling meteen op dat het ook in KL erg goed gaat met de bouwactiviteiten. Alleen hier nemen de wolkenkrabbers elke keer meer uitzicht op de Petronas Towers weg. En dat allemaal in de naam van de vooruitgang. Na een anderhalf uurtje arriveerde ik eindelijk bij het “Suria KLCC” waar ik meteen besloot om hier maar een Maleise lunch te gebruiken. Salade, Kerrie Ikan (vis) en wat kip met rijst. Dat was een briljante lunch voor RM 9,00.
Little India was niet zo druk als ik mij herinnerde van de vorige keer, ik heb geen idee waarom veel winkels leeg zijn en zelfs op de altijd drukke bazar was bar weinig te doen. Ik passeerde een shoarma verkoper en bedacht mij geen moment. De shoarma was lamsvlees en rook fantastisch. Een snack aan het einde van de middag gaat er altijd wel in na een lange wandeling. Langzaam ging ik nu richting China Town en toen de “rumble in the tummy” begon werd het tijd om snel richting het hotel te gaan. Sinds ik ben gestopt met de Crestor (tegen de cholesterol) voel ik mij een stuk beter. Mijn stoelgang is ook een stuk rustiger en het veelvuldig wandelen draagt ook zijn steenje bij. Ik voel mij gewoon een stuk fitter. Maar het belangrijkste is wel dat ik van dun naar vast ben gegaan. Vooral tijdens het reizen is dit nu een genot, voorheen nam ik altijd loperamide uit voorzorg. Ik heb nog altijd die angst in mijn achterhoofd als ik op een bus stap voor een lange rit of wanneer ik aan een lange wandeling begin.
Mijn gerommel in de darmen was voorbij en eenmaal terug in het hotel was het tijd om even te gaan liggen. Ik was nog steeds een beetje vermoeid van mijn slechte nacht in de ijskoude kamer. De airconditioning had niets van mijn stress weggenomen. Ik controleerde mijn pijnlijke voeten en ontdekte tot mijn verontwaardiging drie kleine blaren. Ontstaan door mijn spiksplinternieuwe Teva sandalen. Ik had deze op het laatste moment gepakt omdat ik de oude niet meer vertrouwde, ze zijn op en staan op het punt om uit elkaar te vallen.
Het nieuws dat de afspraak definitief was arriveerde per email en ook zijn vrouw zou die avond meekomen. Geweldig! Dinner at eight! Samen met een paar “Cold Ones”, zoals wij ze altijd noemden, zou het een leuke avond worden.
Toen ik mijn hotel verliet voor een heel langzame wandeling naar China Town gaf mijn GPS al aan dat ik ongeveer tien minuten te vroeg zou aankomen op de plaats waar we hadden afgesproken, maar dat was geen probleem. Kuala Lumpur is een bruisende stad waar altijd wat gebeurd en altijd wat te zien is. Zolang je je ogen maar goed te kost geeft.

Terwijl ik stond te wachten op mijn vrienden gebeurde er iets uitermate vreemds voor mijn ogen.
De oude bedelaar die altijd onder aan de roltrap van het “Pasar Seni Metro Station” ligt lag ook deze keer op zijn gewoonlijke plaats met zijn witte beker voor hem. Plotseling verscheen er een blinde man vanuit de intredende schemer, de zon was bijna onder en het donker stond te popelen om het van hem over te nemen. De blinde man liep hem eerst voorbij waarna het terugkeerde en precies voor de oude bedelaar ging staan. Rond half acht in de avond is het erg druk en een goed moment om te bedelen. De onuitputtelijke stoet die met de roltrap naar beneden kwam begon de blinde man geld te geven en ik kon het tikken van de muntjes in zijn beker horen. Toen de oude man zich realiseerde wat er gaande was sprong hij als getroffen door de bliksem op en begon een scheldkanonnade in wat volgens mij Tamil of Hindi was. Hoe kon die blinde man nu in hemelsnaam weten dat de oude man daar lag? De oude man begreep al snel dat zijn dag er op zat en dat het tijd was om naar huis te gaan.
Mijn vrienden arriveerden en het was moeilijk te geloven dat het bijna vier jaar geleden was dat ik ze voor het laatst had gezien. We aten een heerlijke Chinese maaltijd en spoelde alles weg met een paar “Cold Ones”. We maakten grapjes over die goede oude tijd en een beetje over wat de toekomst nog voor ons in petto heeft. Zij moesten wachten op een berg papierwerk die nu werd verwerkt in verband met hun voorgestelde emigratie naar Nieuw Zeeland. Het staat al in mijn agenda om ze te gaan bezoeken. De avond was zo plezierig en leuk dat ik mij pas realiseerde dat ik geen foto’s had gemaakt lang nadat ze waren vertrokken. Misschien maandag dan maar als ik ze waarschijnlijk voor een tweede keer ontmoet.

Ik bestelde nog maar een biertje en was klaar om af te rekenen toen het personeel het terras meubilair begon op te ruimen. Mr. Lee vroeg of ik op zijn Guinness Stout wilde letten terwijl hij het werk afmaakte. Toen hij terugkwam, met een halve fles Heineken, bedankte hij mij en vroeg of ik misschien trek had om wat te eten. Ik zat vol maar toen hij bleef aandringen gaf ik toe en vertelde hem dat ik dan nog wel een biertje met hem zou drinken. Het eten zag er mooi uit en rook heerlijk. Ik probeerde een stukje en was erg onder de indruk van de smaak. Gestoomde platvis met een verse gembersaus en gefrituurde dumplings. We hadden een goed gesprek en maakte veel grapjes, het was een leuke ervaring om je onder de echte Chinese bevolking van KL te bevinden.
Gelukkig hoef ik niet meer te onderhandelen met de taxichauffeurs in Kuala Lumpur. Voor RM 10,- werd ik netjes voor de deur van mijn hotel afgezet. Het was bijna één uur en het was een hele fijne eerste dag in Kuala Lumpur geweest. De reünie was echt speciaal geweest.
Copyright/Disclaimer