vrijdag 27 mei 2016

Engeland: Kilometers maken

Holmpton (parkeerplaats George & Dragon)

Het was gisterenavond toch een beetje teveel van het goede geweest. Dat moet ik ècht niet meer doen! Met een lichte kater open ik de deur van de camper en zie een staalblauwe lucht.

Het weer waar je hoopt en Engeland niet ècht bekend om staat. Ik fleur meteen op en zodra ik de koffie in de mokka maker hoor pruttelen voel ik me nog beter! Met de rode plastic kop in mijn handen ga ik in de deuropening zitten en kijk over het zonnige kerkplein van een Engels platteland dorp. Hoe kan dit zigeunerleven met de camper mij ooit gaan tegenstaan?
Om half acht s’ morgens blaast ons 150 Wp zonnepaneel al 2,3A naar de 80 Ah huishoudaccu. Gisteren hebben we een paar uur radio geluisterd en ook de tv heeft twee uur aangestaan, ook de verlichting en de waterpomp is normaal gebruikt en we hebben de mobiele telefoons en de rest opgeladen. Nog steeds zie ik het lachebekje op de monitor dus kan ik voorzichtig stellen dat het totale systeem naar behoren werkt en dat we hoogstwaarschijnlijk geheel onafhankelijk zijn geworden van netstroom. Maar ik behoud enige voorzichtigheid met het gebruik van elektriciteit.
Na het ontbijt van gebakken aardappelen, over van de avondmaaltijd van gisteren, met een gebakken ei er bovenop en een knakworst kunnen we ons vertrek gaan voorbereiden. Alles wat enigszins los in het wooncompartiment ligt krijgt een andere plaats waar het niet, of moeilijk, kan verschuiven of op de grond vallen. Dat is nog een hele operatie! Later gaat dat automatisch. Over enkele weken heeft alles zijn/haar vaste plaats in de camper en hoef je nooit meer te zoeken.
Na enig wikken en wegen besluit ik om de slaapplaats die ik gisterenavond had uitgezocht te wijzigen. De reden daarvoor is simpel. Lyka wil graag twee nachten op dezelfde plaats blijven en ik lees nu in het boek van Brit Stops dat in de pub die we eerst hadden uitgezocht er vrijdag- en zaterdagavond live muziek aanwezig is. Normaal maakt me dat weinig uit maar ik ben ook aan een paar rustige nachten toe. Het links rijden vreet toch meer energie dan je verwacht.
Logistiek veranderd er ook het een en ander. Er moet nu voor twee dagen verse groenten en eten worden ingekocht en er moet ook plaats in de koeling voor zijn. Maar eigenlijk is dat voor later op de dag. We nemen afscheid van onze buren en volgen de binnenwegen richting het noorden. 225 Kilometer zijn er gepland voor vandaag!
De wegen worden plotseling beter dus ik kan mijn eerdere verhaal over de slechte wegen in Engeland weer intrekken. De wegen worden waarschijnlijk op provinciaal niveau onderhouden en daardoor zal het op de ene of de andere plaats veel met elkaar verschillen. Het eerste stuk van de route doet ons aan Nederland denken. Plat als een pannenkoek! Maar lang duurt het niet totdat de glooiende en rollende heuvels van het bekende Engelse landschap zich voor onze ogen uitrollen.
De volgende les is ook snel geleerd! Bij een stijgingspercentage van meer dan 10% moet de oude dieselmotor terug naar de 2e versnelling. Hij pruttelt dan zonder te klagen rustig naar boven. Het directe gevolg is dat er achter ons een lange file, met waarschijnlijk vloekende Engelse chauffeurs, ontstaat. Nu ik dit zo schrijf moet ik het direct weer corrigeren. Het valt me op hoe ontspannen en rustig de Engelse weggebruikers zijn. Net als in vele andere situaties sluiten ze netjes aan en beginnen een rij zodat iedereen netjes op zijn beurt wacht.

Nog steeds geen internet ontvangst!

De koffiepauzes zijn heerlijk om een half uurtje te rusten en even de benen te strekken. Gewoon langs de weg of straat. Je krijgt soms wel wat bekijks maar meestal gaat de wereld gewoon aan je voorbij. Het wordt een lang dag! Veel rijden en het enige wat we eigenlijk nog moeten doen zijn de boodschappen. De Lidl heeft onze harten gestolen en ruim een uur voordat we op de plaats van bestemming zijn rijden we de parkeerplaats van een filiaal van deze supermarkt op. Lyka blijft achter om wat op te ruimen en ik voel me dom omdat ik helemaal geen Engelse munten meer heb. We hebben nog een zakje vol van huis meegenomen. Een verzameling munten die ik van eerdere bezoeken aan Schotland nog had bewaard. Maar het was precies genoegd om de eerste keer boodschappen te doen en nu heb ik geen muntjes meer op zak.
De boodschappenkarretjes van de Lidl vragen om een muntje ter waarde van één pond sterling en ik vraag de eerste de beste die naar buiten komt of er een ATM in de buurt is. Nee dus! Maar ik heb geluk want voordat ik de teleurstelling van het antwoord heb verwerkt valt mijn oog valt op een speciale rolstoel boodschappenkar die geen muntje vraagt. Ik geef het direct toe, het is een vreemd gezicht maar ik ben geholpen.
Deze Lidl winkel is een exacte kopie van de eerste die we bezochten. Dat maakt het een stuk gemakkelijker en deze keer kan ik eindelijk wat Engelse heerlijkheden kopen. Bacon en Cumberland worstjes. Bakken met gemengde sla en grof gesneden bakgroenten, Pepper steaks en knoflook kipfilets, we gaan de komende twee dagen niet omkomen van de honger!
Nu ik dit schrijf bedenk ik me dat ik al lang geen plaatjes meer van ons eten heb geschoten. Er kwamen klachten over deze foto’s op Facebook dus ben ik er maar mee opgehouden. Nu kijk ik nog steeds naar plaatjes van hondjes, katjes en alles wat je maar kan bedenken wat voor een ander persoon belangrijk is in zijn leven. Maar nu we weer onderweg zijn gaan we toch maar weer foto’s maken. Ik vind het nog steeds leuk om terug te kijken wat we tijdens onze reizen hebben gegeten. Eten is leven en zeker in het buitenland!
Bij aankomst op de parkeerplaats van de “George & Dragon” blijkt de wijziging van onze plannen een goed idee te zijn geweest. De pub is schitterende gelegen en de “George & Dragon” is een plattelandspub in zijn beste stijl. Daar plaats ik later nog wel foto’s van!
De vrouw achter de bar is erg vriendelijk en keurt ons plan om twee dagen te blijven meteen goed! Ze vult ook zonder een vraag, of een vreemd gezicht, onze twee flessen met kraanwater om de tanden te poetsen. Ik maak van het moment, en het gebroken ijs, gebruik om ons te verontschuldigen dat we vanavond waarschijnlijk niet zullen verschijnen aan de bar omdat ik gisteren al genoeg heb gehad.
Ze moet er hard om lachen en antwoord: ‘We zijn er morgen ook nog wel!’
En zo trekken wij ons al vroeg terug in de camper. Lyka om wat te lezen en te rusten en ik stort mij op mijn verhalen over onze avonturen in Engeland!

Het avondeten van een kipfilet met sla en fusilli smaakt ons uitstekend. Deze eerste vrijdag blijven we maar uit de pub want ik heb gisteren echt genoeg gehad en wanneer we elke avond aan de boemel gaan word het wel een heel dure reis.

Morgen gaan we dus wandelen en wellicht wat bezichtigen.

donderdag 26 mei 2016

Engeland: Onze eerste dag in Engeland

Beachamwell (parkeerplaats The Great Danes Inn)

Rond vier uur in de ochtend kondigen de eerste zangvogels op het Engelse platteland aan dat er een nieuwe dag op komst is. Om vier uur? Ja, om vier uur ’s morgens! Het is een uur vroeger in Engeland dan in Nederland en hier aan de oostkust betekend dat dat het wel heel erg vroeg weer licht is. Na een tijdje te hebben liggen draaien en te ontkennen dat het weer dag is klim ik toch maar uit de alkoof om een bakkie te doen. Het eerste bakkie van de dag.
Met het verstrijken van de minuten wordt de autoweg naast de parkeerplaats steeds drukker. De vrachtwagens rijden af en aan en ik vraag me af of Lyka wel slaapt. Maar ja, die Aziaten kunnen overal slapen. De eerste inspectie rond de camper na deze onrustige nacht, ik geef meteen toe dat ik van elke vlieg die even rustte op de camper wakker werd, ben ik alweer een stuk wijzer. De aftapkraan van de watertank lekt, da’s niet zo heel erg want later schakelen we over op de grotere tank twee, en de olie lekkage lijkt ook mee te vallen. Dat neemt niet weg dat ik die laatste goed in de gaten moet houden.
We hebben geen echte plannen voor de eerste dag in Engeland, we hebben meer een algemeen plan. We gaan richting het noorden en wanneer een bruin bord, toeristische plaats, langs de weg zien kunnen we altijd eens gaan kijken. Wanneer ik om half zes eens om mij heen kijk is de eerste prioriteit de rotzooi in de camper beter in te delen en op te ruimen! Wat een ongelofelijke zwijnenstal is het binnen!

Ruim honderd mooie kilometer verder hebben we al veel indrukken over het op reis zijn met een camper in het mooie landelijke Engeland. Wat je meteen opvalt is de ronduit slechte staat van onderhoud van de wegen. Deze zijn doorgaans gewoon slecht te noemen, nog slechter dan in België!
Het volgende punt is dat de mensen die je waar dan ook langs de weg in Engeland ontmoet onmetelijk vriendelijk zijn. Het is gewoon opbeurend dat er hier het goede in de mens nog naar boven komt. Tegelijkertijd is het diep treurig dat er in Nederland enkele discutabele groepen met vreemde ideeën en standpunten de Nederlandse samenleving kapot maakt. Ik heb persoonlijk niets met slavernij omdat het kapitalisme ook gebouwd is op moderne slavernij. Maar ik wil er geen burgeroorlog om ontketenen!
Overal links en rechts van de weg zien we mooie plaatsen waar je ongetwijfeld zonder problemen mag/kan overnachten. Mooie oude platteland pubs met enorme parkeerplaatsen en zo maar een vlak stukje langs de wegen. Zolang je er maar geen bende van maakt en je rotzooi weer meeneemt! Het is na een dag al zo vanzelfsprekend dat ik nu ’s morgens rond de camper ook de rotzooi die er al lag opruim. Het is een kleine moeite en ik laat de plaats beter achter dan ik hem gisteren heb aangetroffen als dank voor de overnachting.
De eerste boodschappen van deze reis zijn bij Lidl gedaan en ik kan niet zeggen dat het duur lijkt. Wat wel aan de prijs is is de diesel brandstof, ruim € 1,40 een liter! Maar ja, je kan nu eenmaal niet zonder en op de schitterde landwegen gaan we toch niet veel harder dan 60 Km/u.
De maaltijden aan boord van de camper zijn sober maar smaken ons prima. Een ontbijt van volkoren beschuitjes met kaas en een appel. De lunch van roerei met gerookte zalm is  ook een winnaar, de samen met Lyka gedeelde sinaasappel maakt het maal compleet! Wij zijn nu eenmaal niet van die grote eeters.

Ook de geplande koffiestops, na ruim een uur rijden, zijn heerlijk. We hebben tussen bloeiende velden met koolzaad gestaan in in dichte bossen waar je de fazanten in de verte tussen de bomen ziet scharrelen. Jullie begrijpen dat het ons hier goed bevalt en dat we goede hoop hebben dat het ook zo blijft. Veel kilometers hebben we vandaag niet gemaakt. Z’n 117 kilometer staan er op de Garmin voor vandaag. De totale afstand kan me niet zo boeien, dat zien we wel aan het einde!  Ik ben wel wat vermoeid na die korte nacht en ook het links rijden vreet energie. Je bent de gehele tijd onder het rijden hyper geconcentreerd. De koffie en mini stroopwafels doen tenminste hun werk.

Komende nacht slapen we op het eerste adres van Brit Stops, een vereniging van bedrijven, Pub’s, Restaurants, Theehuizen, Boerderijen en Kunstateliers die mensen met campers verwelkomen en waar je de nacht, veelal met veel extra’s, gratis mag doorbrengen. De “Great Danes Inn” ligt in het kleine dorpje Beachamwell. Een slaperig dorpje op het platteland waar we zeker goed zullen slapen, van verkeer is hier nauwelijks sprake.


Omdat er nog niemand in de pub aanwezig is om ons te ontvangen maken we meteen maar een korte wandeling naar de kerk van het dorp om de benen te strekken. Het is een liefelijk klein Engels plattelandsdorpje met de kerk in het midden. Een niet zo’n heel oude kerk waarschijnlijk want de grafstenen rond het kleine kerkje gaan tot 1823 terug.

Het is een hartelijk welkom wanneer de kastelein om half zes verschijnt. Niet veel later verschijnt er een splinternieuwe Engelse camper van zeker 10 meter lang. Fantastisch mooi maar ook tegelijk onbetaalbaar voor ons tenzij we de loterij winnen. Het echtpaar, ongeveer van mijn leeftijd, is erg vriendelijk en ook heel bereisd dus er ontstaat al snel een band met een kort gesprek als gevolg.
De varkenskarbonade, overleefd in de polystyreen koelbox van Tettje, met gebakken aardappelen en sla smaken uitstekend. Het gebruik maken van een gratis staanplaats naast een kroeg heeft ook zijn nadelen. Ik voel me enigszins verplicht om voor het slapen gaan een biertje te drinken. Het worden drie heerlijke Strongbow ciders met het prijskaartje van € 16,04. Dat gaan we dus een paar dagen achterwege laten.
Met de wifi in de pub kan ik eindelijk even kijken of er nieuws is van het thuisfront. Ik twijfel nog om internet op mijn mobiele telefoon te nemen maar de telefoonontvangst en wifi voorzieningen zijn slecht buiten de steden! Vandaag maar eens kijken of we bij een MacDonald’s terecht kunnen voor een uurtje entertainment en het plaatsen van de eerste verhalen.
Buiten is het muisstil dus totaal het tegengestelde van afgelopen nacht! Om een uur of tien  zoeken we ons bed op. We zijn moe en willen slapen. Onze eerste echte dag zit er op en was een avontuur op zich. Ik denk dat we morgenavond een goed beeld zullen hebben wat het reizen met een camper inhoud.

woensdag 25 mei 2016

Engeland: Weer onderweg

Horsley Cross (parkeerplaats The Cross Inn)

Na drie en een halve saaie maanden kan ik eindelijk weer inspiratie vinden om wat te schrijven. Het leven in Nederland valt me steeds zwaarder! Een ongelofelijk egoïstische en egocentrische samenleving is in de plaats gekomen van het Nederland waar ik nog steeds van hou maar steeds minder in geloof.
Sind ons vertrek uit de Filippijnen heb ik veel input maar zeer weinig output gehad.
Ik kan me wel verontschuldigen of oorzaken aandragen maar dat is niet relevant. Het leven gaat nu eenmaal verder en ik wil zeker niet leven in het verleden. Plannen heb ik nog genoeg en die zijn allemaal voor de toekomst. Ik kijk niet om om te zien wat ik heb gemist.
De toekomst! Na het oplossen van vele problemen en tegenslagen èn afhandelen van belangrijke zaken gaan mijn gedachten alweer aardig richting het schrijven van nieuwe stukjes. Steef komt straks ook weer in actie! Zeker na al die leuke reacties over hoe het nu met Steef verder gaat.

Omringt door medelanders die schreeuwen om aandacht en onverdraagzaamheid preken in naam van de vrijheid van meningsuiting.
Ik heb het niet alleen over de politiek maar ook over de door de media uitgespuugde (zogenaamde) bekende Nederlanders. Negerinnen die voor een paar duizend euro onkostenvergoeding per uur aan tafel schuiven bij DWDD om te zeuren over Zwarte Piet bij een van de grootste opvreters van de Nederlandse tv. Betaald door het volk tonnen verdient met het uitzenden van gratis Youtube filmpjes en daarna hard zit te lachen om de naïviteit en de domheid van het Nederlandse gewone volk.
Een gewone Nederlandse man van de vlakte zit twaalf jaar onschuldig wegens verkrachting en aanranding in een Spaanse cel met medeweten van het Ministerie van Justitie! En die doet niets met die informatie!
Daar tegenover staat een zelfbenoemde Turkse kolomniste die zichzelf voor het aanzien van de hele wereld voor gek zet persoonlijk door de minister van buitenlandse zaken in naam van de zogenaamde “vrijheid van meningsuiting” wordt vrij gepleit.
Wilders zijn uitspraak over de Marokkanen in Den Haag is veel besproken en komt zelfs voor de rechter maar de overlast op de boulevard van Scheveningen wordt stil gezwegen door de plaatselijke en landelijke politiek. De slager keurt zijn eigen vlees?
Het nieuws op het internet wordt overheerst door hondjes die honderden kilometers naar hun baasje lopen en jonge eendjes die 8.000 kilometer verderop worden gered door een goede gekleurde politieman. Ontkenning van rassenproblemen pur sang! Waarom noemen we de duivel niet gewoon bij zijn naam? Wat zijn we als Nederlandse samenleving toch diep gezakt!

De afgelopen weken hebben we haast elke dag aan de haast dertig jaar oude camper gesleuteld. Vaak heb ik bij mezelf gedacht, ‘waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen?’ Maar de drang naar vrijheid en onafhankelijkheid in de Nederlandse samenleving wordt steeds groter.
Elke avond voor de platte tv dromen tienduizenden mensen over een vrij leven in de natuur. Of dat nu de uitgestrekte wildernis van Alaska is, de bergen van de Himalaya’s of de steppen van Azië, veel mensen hunkeren naar vrijheid en om met rust te worden gelaten. Een vrij leven zonder de moordende rekeningen voor zaken die we niet nodig hebben maar die door de consumptie economie door de strot worden geduwd. Vrij van de bemoeizucht van de maatschappij met haar onzinnige belastingen op voorzieningen waar niemand beter van wordt.
Een camper, hoe klein of hoe oud dan ook geeft je dat gevoel van die vrijheid. Met een vleugje nostalgie van de oude zigeuners. Slapen waar het je uitkomt en steeds nieuwe mensen ontmoeten en nieuwe vrienden maken.
Maar er loeren ook onzekerheden! Vroeger kon ik de nacht voor mijn vertrek, waarnaartoe dan ook, niet slapen. De onzekerheid. Zal ik mijn vlucht halen? Zal de bus geen pech krijgen? Wat staat me na aankomst op mijn bestemming te wachten? En meer van die vragen die achteraf altijd onder genot van een lokaal biertje op de plaats van bestemming werden weggelachen.
De afgelopen nacht heb ik ook slecht geslapen! Waarom? De onzekerheid, opnieuw, nog steeds na al die jaren! Nu gaan we op pad met een mechanisch vervoermiddel van bijna dertig jaar oud. Oké, de dertig jaar oude camper is goed nagekeken door garage de Bruyn maar dat is geen verzekering dat er niets aan het oude beestje kan falen.

De laatste twee dagen waren zeker niet de beste! Ik kan me niet herinneren dat ik zoveel regen heb gezien als afgelopen maandag. Alle voorraadkasten thuis zijn leeggehaald en de inhoud naar de camper gesleept. We willen de eerste weken zo goedkoop mogelijk doorkomen. Een noodzaak omdat we de tering naar de nering moeten zetten. Maar ook omdat het leven in vrijheid, het leven in de camper een leven zonder verspilling is. Verspilling is consumeren en verspilling maakt andere rijk maar de natuur en het milieu armer.
Er is ook twijfel. Twijfel over de veiligheid en twijfel over deze manier van reizen. Je zit namelijk wel heel dicht op elkaar voor een heel lange tijd. Hoe goed kan je een reis voorbereiden? Ik pak mijn rugzak in zoals ik gewend ben. Weinig, maar wel de juiste kleding en in de juiste hoeveelheid. Tijdens het inpakken krijg ik de grijns maar moeilijk van mijn gezicht. Het gaat nu ècht gebeuren! Onze eerste reis met de camper wordt een feit.

Vanaf de bestuurdersstoel kijk ik over mijn schouder in het leefcompartiment. De vraag, zijn we wat vergeten?, stel ik mezelf maar niet. Ook ik ben aangetast door het idee dat een goede voorbereiding problemen zal voorkomen. Doch, we gaan naar Schotland, daar verkopen ze alles wat we de komende weken nodig mochten hebben.
Ik draai de contactsleutel om en kijk naar Lyka alsof ik een belangrijk moment in de tijd heb vastgelegd. Een belangrijk moment! De diesel knort en ik voel mijn bloed door mijn aderen stromen zoals de diesel door de brandstofleidingen stroomt. Vanaf nu zijn we overgeleverd aan de nukken en gelukken van het toeval.
We rijden over de van Heemstraweg richting Brakel en ik probeer de camper te lezen. Hij voelt vreemd aan nu de leefruimte is beladen. Te zwaar beladen? Ik hoop het niet. Vast als een huis schuiven we over het asfalt. De remweg voelt wat langer maar het schudden en rammelen is een stuk minder. De rotondes worden met lage snelheid genomen wat de andere automobilisten, met uitzondering van de vrachtwagenchauffeurs, wel moet irriteren. Wij kunnen er weinig aan doen want wij hebben die dingen er niet neergelegd!
Zodra we de A15 richting Gorinchem oprijden gaan we de grens van de topsnelheid opzoeken. Zo snel als een slak gaan we 75, 80, 85, 90, en nu hèèèèl langzaam naar de 95 totdat de eerder opgemerkte resonantie van het voertuig voelbaar wordt. Even de voet van het gaspedaal totdat we de 90 weer hebben bereikt en dan rijden we geruisloos, voor mijn gevoel dan, richting Hoek van Holland.
De eerste honderd en tien kilometer verlopen zonder een probleem en bij de in-check poort naar de veerboot knoop ik mijn eerste gesprek aan met twee caravannende echtparen. Ik voel me opgelucht. De knoop in mijn maag is verdwenen en ook de druk in mijn darmen is in het niets opgelost. We zijn eindelijk van huis en dat lucht op. We zijn van onze dagelijkse beslommeringen verlost, of beter gezegd: ze hebben plaats gemaakt voor andere minder belangrijke, en we zijn weer vrij voor zolang als het mag duren.

Aan boort van de “Stena Line Hollandica" besef ik hoelang het geleden is dat ik aan boord van een veerboot op weg naar Engeland ben geweest. Een modern schip met alles er op en er aan. Internet, een bioscoop en meer vertier dan in heel de gemeente Zaltbommel. Onder het genot van een grote kop koffie gaan de trossen los en komt het schip los van de kade. De overtocht is begonnen, de zon breekt voor een moment door het wolkendek als groet aan het vertrekkende schip.

Vliegen is saai maar aan boord van een enorm schip met een paar honderd mensen is wellicht nog saaier. De ramen zijn groter maar het beeld is zeer eentonig. Ik mis de kleine schermen in de stoel voor me en ook de hapjes en drankjes van de vriendelijke stewards en stewardessen. Twee sandwiches later, bacon and egg en tuna with cucumber, we zijn tenslotte onderweg naar Engeland, en een enorme kop koffie verder begin ik naar mijn bed te verlangen. In de stoel tegenover me ligt Lyka opgerold als een kat maar ze slaapt ook niet. Ogen dicht zodat je de tijd niet langzaam aan je voorbij ziet glijden.
Het water van de Noordzee veranderd in een grijze stroop die de boot wil tegenhouden. Na ruim vier uur, de zee is grijs, de lucht is grijs en Engeland laat zich zien als een donkergrijze streep die de twee andere tinten grijs scheid. Een mooier welkom kan Engeland je niet geven, Engeland dat bekend staat om haar regen en grijze luchten.
Een half uur later dan volgens het schema stappen we weer aan boord van de camper. Geen lekke band en de motor start onmiddellijk. Heb ik me toch weer om niets zorgen gemaakt. Het depressieve gevoel dat de hele wereld tegen me is van de afgelopen maanden, jaren, zal moeten slijten. Zo slecht als de laatste jaren zijn geweest hoop ik nu voorgoed achter me te laten. En plas vocht onder de voorzijde van de camper, waarschijnlijk motorolie baart me wel zorgen. Dat moet ik goed in de gaten houden! Voor het milieu en de gezondheid van de 30 jaar oude diesel.
De douane en immigratie in Engeland is niets meer dan een formaliteit en dan rijden we door het Engelse landschap, vanzelfsprekend aan de linker kant van de weg. Het valt meteen op hoe slecht deze weg is. De camper rammelt en kreunt alsof hij elk moment uit elkaar kan vallen. De schemer valt in en ik wil niet verder meer rijden. Bij de eerste mogelijkheid draai ik een parkeerplaats op naast een kleine pub. We hebben nog geen vijftien kilometer gereden!

Een vrouw, de eigenaar of partner van de uitbater, zit alleen in de pub te eten, er zijn geen andere klanten aanwezig. Vragen staat vrij en zo krijgen we haar goedkeuring om de nacht op de parkeerplaats naast de pub door te brengen. Het is zeker geen beste plaats, het verkeer, veelal grote vrachtwagens met opleggers, op weg naar de veerboot rijdt onafgebroken langs.

Na een simpele maaltijd, een blik tomatensoep met brood, start ik de tv en tot mijn verbazing kunnen we meer dan 35 tv en radiozenders ontvangen, via DVB-T op onze kleine tv. We zijn moe, niet vermoeid maar gewoon moe. Om 23:00 gaat het licht uit en proberen we te slapen, welterusten, morgen gaat ons avontuur in het Verenigd Koninkrijk ècht beginnen.

dinsdag 24 mei 2016

Nederland: Een teken van leven

Zaltbommel

Met enige trots presenteer ik mijn nieuwe vriendschap kaartjes.



We zijn weer onderweg en ik krijg weer kriebels om te schrijven.

Tot later?

woensdag 10 februari 2016

Thailand: Filippijnse mijmeringen

Pattaya (Almost Free Hotel (Top Floor)

Nu ik eindelijk in weer Thailand ben kan ik eerlijk terug kijken naar ons lange verblijf in de Filippijnen.

En laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: ‘Ik vindt het daar in de Filippijnen maar niets!’

Ik heb het een eerlijke kans gegeven, ik ben er geruime tijd geweest zodat ik me enigszins heb kunnen aanpassen, maar ik blijf nog steeds bij mijn oude oordeel. Het is een derde wereld land met heel weinig kans op enige verbetering. De schrijnende armoede en honger van de bevolking. Het verschil tussen arm en rijk is hier, voor mijn gevoel, nog groter dan in India. Ik kom al zes jaar in de Filippijnen en ik verbaas me er steeds over dat er geen verbetering zichtbaar is.
Pilar, het dichtstbijzijnde stadje van het dorp waar ik de meeste tijd doorbracht, doet me nog het meest aan Kathmandu denken. De smalle straatjes met kleine smoezelige winkels, hier en daar een restaurantje waar het eten er niet uitnodigend uitziet.

Laat ik het maar heel simpel zeggen: ‘Het eten in de Filippijnen deugd ook niet!’
Ik weet dat de meningen onder de reizigers en bezoekers daarover verdeeld zijn maar na zeven weken in de jungle, met toegang tot twee supermarkten op 12 en 45 kilometer afstand, kan ik gerust zeggen dat de mensen in de Filippijnen vallen onder de groep “Oryzeaeisten” (rijsteters). Een maaltijd zonder groenten met alleen een stukje kip of vis is net zo gewoon als in Nederland een mes en vork naast je bord. Ik heb meerdere malen mezelf zitten verbazen hoe de personen tegenover me een enorm bord witte rijst vergezeld van twee hotdogs met bananenketchup zat te verorberen.
Deze worstjes alleen al! Op de verpakking doen ze er vaag over maar ik schat dat een 20-25% slachtafval aangevuld wordt met sojameel, zout en suiker en niet te vergeten een rode kleurstof. Die kleurstof is zo hardnekkig dat hij niet meer te verwijderen valt uit het plastic tafellaken en ik hem elke dag terug zie in mijn urine.
Groenten zijn bij de arme bevolking net zo onbekend op tafel als “Takoyaki” (Japanse Octopus balletjes) in Nederland. En dat is niet zo verwonderlijk. Met in de gedachte dat de grootste supermarkt, op 45 kilometer afstand, die een uitstraling heeft van een gemiddelde Nederlandse kruidenierswinkel uit de jaren zestig. De groenten die zijn uitgestald zijn van een kwaliteit die door de voedselbank in Zaltbommel zou worden afgewezen en voor zulke hoge prijzen dat ze in de Nederlandse supermarkten ook zouden blijven liggen. Drie euro voor een kleine stronk vergeelde broccoli is te gek voor woorden. In Nederland zouden we het niet betalen en hier kunnen ze het niet betalen!
De door velen Filipinos geroemde restaurants zijn haast allemaal een onderdeel van een franchise keten en zijn meestal te vinden in de grote winkelcentra. Ook in de Filippijnen zijn er verschillende gradaties in fastfood restaurants.
Onder aan de ladder staan Jollybee en Mang Inasal. Je moet wanhopig en/of verschrikkelijk arm zijn om in deze drukke en zeer goedkope restaurants te gaan eten. Deze twee ketens zouden in Nederland in ieder geval niet overleven.
Naast de wereldbekende MacDonald’s en KFC zijn er ook nog enkele ketens die boven de middelmoot uitstijgen. Greenwich Pizza en sBarro zijn goed te noemen. De prijzen liggen dan ook veel hoger en het zijn ook restaurants met een zeer beperkte keuze. De Amerikaanse invloed is op de Filippijnen nog steeds erg groot dus hamburgers en pizza zijn hier de meest geliefde gerechten!
Nee, leven in de Filippijnen betekend bergen rijst zonder groenten of spaghetti met zoete tomatensauzen, het liefst met een hotdog of twee in stukjes gesneden door de saus.
En de wereldberoemde Filippijnse gerechten? Denk eens diep na en kun je je herinneren ooit een Filippijns restaurant te hebben gezien? Nee dus! En dat verteld meteen het verhaal over de Filippijnse keuken. Enkele stoofgerechten op basis van tomatensaus en de alom aanwezige “Adobo”, een gerecht van kip, varkensvlees of inktvis in een sausje van sojasaus, azijn en knoflook. Klink goed, smaakt ook redelijk maar een keer per maand is voldoende. Dus is het de rest van de maand worstelen!

Wat me vaak wordt verweten is dat ik de Filippijnen geen eerlijke kans geef en dat ik de mooie stranden van het eilandenrijk nooit heb bezocht. Daar heb ik ook een simpel antwoord op!
Mooie stranden? Een strook zand grenzend aan glashelder blauw zeewater. Mooi, dat zeker, maar overal in Azië ruizen de palmen achter je. Dat is niets bijzonders! In de Filippijnen liggen algemeen achter deze stranden veelal lelijke straten met nog lelijkere hotels of 5 sterren resorts die € 100,- p/d kosten. Eilanden bezoeken met veerdiensten die de meest dodelijke op aarde zijn is voor mij persoonlijk niet zo erg uitnodigend! Die stranden liggen daar al duizenden jaren en over honderd jaar liggen ze er ook nog wel!
De stranden van Thailand en Maleisië, een kleine vier uur korter vliegen vanuit Nederland, zijn precies hetzelfde maar wanneer je daar de Thaise en Maleisische keuken bij optelt is de som veel groter dan dat die ooit in de Filippijnen zal zijn.
De tickets naar en het verblijf in de Filippijnen zijn duurder, de infrastructuur en openbaar vervoer om te janken. De weinige geschiedenis en cultuur wordt door 12 à 14 tyfoons per jaar weggeblazen. Nee, ik heb het gezien!
Het spijt me echt, maar ga voor jezelf kijken wanneer je me niet geloofd?

Het is pas half zeven wanneer ik door het eerste zonlicht wordt gewekt. Ik heb maar vier uur geslapen maar het zal wel genoeg zijn geweest. Medicijnen en een kop koffie, de flip-flop’s aan en even wandelen. Pattaya ontwaakt en overal zijn er mensen aan het werk. Sommigen breken hun straatrestaurants op om naar bed te gaan terwijl anderen zich opmaken voor de golf bezoekers op zoek naar een ontbijt.
De geur van knoflook strengelt zich onzichtbaar door de straten. Overal ruik je eten! Bij een kleine keuken op een handkar wordt mijn neus gegeseld door het bakken van verse chili’s, natuurlijke pepperspray op de vroege ochtend. Ik lach, ik ben weer op mijn plaats. Een meisje lonkt naar me terwijl ze met een lepel en twee bamboestokjes van haar noedelsoep zit te genieten. Noedelsoep met rijstnoedels welteverstaan, niet van die kant en klaar zakjes.
Ik stap de 7-11 binnen en geef de jongen achter de counter twee voorverpakte tosti's, de schade bedraagt € 1,25. Terwijl het tosti-ijzer zijn werk doet kijk ik naar de ingepakte neus van de jongen achter de counter. Hij heeft een cosmetische ingreep ondergaan en heeft nu een hoog neusbeen. Een schoonheidsideaal in Thailand dat ik persoonlijk niet helemaal begrijp. Ook zijn grijze haar zal hier wel modieus zijn.
Met de twee tosti’s en flesje sinaasappelsap, twee Coke Zero en een flesje water ga ik weer richting onze kamer. Nee, Thailand is tien keer beter dan de Filippijnen!

woensdag 3 februari 2016

Nieuwjaar met een melkkoe (Deel 6)

Angeles City (Walkabout Inn Hotel (Poolside 01)

Bij het zien van het gezicht van zijn meisje werd Steef zo overmand door blijdschap dat hij zijn kwaadheid en vragen van gisterenavond spontaan vergat. Hij krabbelde op en omhelsde zijn lieveling die zich voorzichtig uit zijn stevige greep probeerde te bevrijden. Nu ging Steef eerst zijn gezicht wassen in grote plastic bak onder een druppelende kraan. Het aanzicht van die bak met de druppelende kraan bracht hem meteen bij zijn positieven en opnieuw bij het huis van Toto en Sa. Dat huis was wel heel anders dan het huis van zijn schoonfamilie hier! Wat zou het heerlijk zijn om een wasbak en een douche te hebben.
Aan de oude keukentafel, alleen want de rest zat op de grond aan de kleefrijst met een onbekende groente en een schaal verdacht vlees, genoot Steef van zijn uitsmijter ham/kaas. Met veel smaak werkte hij de drie eieren op het brood met beleg naar binnen. Hoeveel Steef ook van Thailand hield zijn Hollandse wortels kon hij niet verbergen. Een uitsmijter ham/kaas met een goede kop koffie was en bleef zijn ideale start van de dag. Er was geen spoor van een kater te bekennen. De uitsmijter was met liefde gebakken door zijn meisje, dat kon je zien en proeven! Mai had zich daarna meteen in een veel te groot t-shirt gehesen en lag nu op het bed te slapen. Door een smalle opening tussen het gordijn en de muur zag Steef haar borstkas zachtjes op en neer gaan.
De koffie liet alleen nog op zich wachten. Steef ging dus eerst maar eens op onderzoek uit waar zijn espresso koffiepotje was gebleven. De koffie liet namelijk wel heel erg lang op zich wachten. Alsof zijn schoonmoeder aanvoelde wat er aan de hand was greep ze Steef zijn hand en ging ze hem voor. Ze toonde een stenen pot gevuld met gloeiende houtskool waarop zijn kleine espresso maker stond. Een oud tandwiel van een brommer zorgde ervoor dat de koffiepot niet in het vuur viel.
Steef krabde zich op zijn hoofd en begreep dat wanneer hij ’s morgens een beker koffie wilde hij de avond van tevoren het koffiepotje al op het vuur moest zetten. De paar weken die Steef hier was wilde hij goede koffie drinken en het kon hem eigenlijk niet veel schelen wat dat ging kosten. Dus hij nam zich voor om straks, zodra zijn meisje wakker was, naar de stad gaan om een gaskookplaat met een gasfles te kopen. Dan zou dat probleem tenminste zijn opgelost en hij van een lekkere beker Nederlandse koffie genieten.
Weer gezeteld aan de tafel, Steef keek nog maar eens goed om zich heen, kreeg hij een beeld in zijn gedachten dat hem goed stemde. Wanneer hij elk jaar wat geld aan dit huisje zou besteden en het zou verbeteren dan zou het wanneer hij met pensioen ging geheel naar zijn wens zijn! Daar zou hij het ook met zijn meisje over hebben zodra ze wakker was!
De alcoholische broer schoof bij zijn familie aan op de vloer en begon met onsmakelijke bijgeluiden de rijst en stukjes verdacht vlees naar binnen te werken. Lang duurde het niet of hij zat alweer naast zijn moeder om een fles Lao Khao te bedelen. Een treurig beeld. De moeder kon de drang van haar zoon niet lang weerstaan en gaf uiteindelijk maar toe om van het gezeur af te zijn. Blij als een kind rende hij naar buiten met een nieuwe fles in de hand om op zijn eigen plek in de schaduw de fles sterke alcohol te legen. Steef schudde zijn hoofd en had medelijden met zijn zwager. Zo’n leven gunde je niemand, maar het was hier in Thailand vrij normaal.
Na het eten werden de matjes buiten uitgeklopt en opgerold. De vloer werd met een grote bos palmnerven geveegd en Steef volgde al die werkzaamheden met een geïnteresseerd  oog. Bij de controle van de koffiepot moest Steef teleurgesteld vaststellen dat het op die houtskool niet zou gaan werken. Steef nam de espresso maker van het vuur en plaatste het teleurgesteld op de kale betonnen vloer naast de pot met gloeiende houtskool. Na een uur proberen was er nog geen spoor van koffie te bekennen en er zat voor Steef dus niets anders op dan een van zijn Nescafé sticks te gebruiken die hij altijd als reserve bij zich droeg.
Met een dampende beker instant koffie in de hand overzag hij even later de situatie in het huis. Iedereen lag na de ochtendmaaltijd te slapen en Steef dreef langzaam in een droomwereld weg. In zijn gedachten zag hij het huisje aan de binnenkant veranderen. Er verschenen plavuizen op de vloer, de vlekken verdwenen van de muren en veranderden in roomkleurige smetteloze oppervlakten. De altijd openstaande houten luiken werden ramen en in de hoek stond een keukenblok met een gootsteen en een gaskookplaat. Dit zou het gaan worden!

In het huisje van Toto en Sa ging het er heel wat minder vredig aan toe. Een fikse ruzie was ontstaan toen Sa vanochtend thuis kwam.
‘Hoe kun nu je zo dom zijn om die sukkel hier uit te nodigen?’, slingerde ze Toto naar zijn hoofd, ‘straks komt hij er achter wat we hier met z’n allen aan het doen zijn en dan gaan we allemaal naar de gevangenis!’
‘Hij stond ineens voor de deur! Wie verwacht er dat die man anderhalf uur over een zandpad onder een brandende zon naar hier komt gelopen?’,verdedigde een aangeslagen Toto zich.
‘Je moet eens ophouden met dat gezwaai naar Jan en alleman die voorbij komen! We wonen hier niet voor niets op het verlaten platte land temidden van de rijstvelden! We willen niet worden gezien en zeker niet opvallen!’, verweet ze Toto met een sneer.
‘En die Mai van verderop? Hoe weet jij zo zeker dat die haar mond houdt? Was dat wel een goed idee dan om de buurvrouw hierbij te betrekken?’, beet Toto van zich af.
‘Die zwijgt wel! Maak je daar maar geen zorgen over! Ik weet hoe een Thaise vrouw denkt en zich gedraagt wanneer er geld in het spel is!’
Toto zat zit op de bank en liet de rest van de scheldkanonnade gelaten over zich heen komen. Ze had een beetje gelijk. Hij had Steef niet naar binnen moeten laten. Met zijn gedrag had hij hun hele project in gevaar gebracht. Maar het was toch ook een beetje haar schuld. Sinds ze samen twee jaar geleden aan dit project waren begonnen had Toto de meeste tijd alleen in het huisje doorgebracht. Opgesloten als een nachtegaal in een gouden kooi. Hij had zich het leven in Thailand met zijn vrouw toch wel anders voorgesteld.
Slecht een keer, en heel soms twee keer, in de week mocht hij met Sa mee naar de stad. Hij zag maar heel weinig andere mensen waar hij mee kon converseren en nu hij eindelijk een andere westerse man als tijdelijke buurman had gekregen was zijn vrouw heel kwaad geworden. Zijn eenzaamheid op het Thaise platteland temidden van de rijstvelden viel hem langzaamaan te zwaar. Het was zo’n enorme zware last geworden die hij zich op voorhand nooit had kunnen voorstellen. En dan ontbrak het hem aan helemaal niets! Hij had de beste Italiaanse kazen en wijnen, olijven en olijfolie, pasta’s en sauzen. Allemaal opgestuurd vanuit Italië naar Thailand, alles bij elkaar meer dan 180 kilo voor een half jaar. Het enige waar het hem aan ontbrak was wat menselijk contact.
‘Doe toch rustig aan?’, smeekte hij Sa, ‘ik heb alleen maar een paar biertjes met die simpele man gedronken! En jij was toch de persoon die hem uitnodigde om te blijven eten? En jij hebt hem ook nog thuis gebracht!’
Sa schudde haar hoofd om de naïviteit en domheid van haar man. Ze was alleen nog maar bij hem omdat hij nog een mooi groot huis in Italië had. Zodra dat huis verkocht was en het geld in Thailand op de bank stond zou Toto verleden tijd zijn. Er stonden tenslotte  duizenden mannen in Australië en Europa te trappelen van ongeduld om al hun spaargeld naar haar rekening in Thailand over te maken. Dat wist ze een miljoen procent zeker!
‘En die domme simpele Steve, of hoe die ook mag heten.’
‘Steef’, onderbrak Toto haar.
‘Die domme Steef gaat straks vragen stellen, veel vragen stellen, en dan weet je hoe het verder gaat? Een gek kan meer vragen stellen dan duizend wijze mannen kunnen beantwoorden!’, Sa liep de kamer uit en liet Toto in zijn diepe ellende achter.
Toto dacht diep na hoe hij de problemen kon oplossen die hij samen met zijn vrouw had veroorzaakt. Het project was een idee van zijn vrouw geweest. Hij was de financier en hij had de infrastructuur opgezet, en hoewel hij zeker wist dat het in principe niet strafbaar was wat ze deden zou de Thaise justitie toch niet mals voor ze zijn wanneer er een onderzoek zou komen. De Thaise justitie hield er van om voorbeelden te scheppen en buitenlandse zondebokken te straffen. De Thaise medeplichtigen kwamen vaak met een lichte straf, na natuurlijk smeergeld te hebben betaald, weg. De buitenlanders werden uitgezet met de mededeling om de komende tien jaar niet meer terug te komen. En dat advies kon je maar beter volgen want anders kwam je in de gevangenis terecht. Het vooruitzicht om in een Thaise gevangenis terecht te komen vulde hem met afgrijzen. Hij had op tv gezien hoe het er binnen de gevangenismuren aan toe ging. Toto slenterde naar de slaapkamer van zijn vrouw en opende zachtjes de deur. Voor een moment keek hij naar zijn slapende vrouw. Ze mocht dan wel een serpent zijn maar hij hield van haar, op zijn manier.

Om een uur of een verscheen Mai in de deuropening naar de slaapkamer op zoek naar Steef die op zijn beurt de hele ochtend had zitten rekenen. Hij had berekeningen gemaakt voor de verbouwing en renovatie van het huisje. De hoogte van de muren, de lengte en breedte van het huisje gaven de vierkante meters wanden en vloeren. De afmetingen van de ramen en de deuren. Steef had niet stil gezeten en voor de eerste keer de rekenmachine op zijn nieuwe slimme telefoon gebruikt. Het had de wachttijd versneld en het was een plezierige bezigheid. Hij had de indrukken die hij had opgedaan in het huisje van Toto en Sa vanzelfsprekend in zijn plannen betrokken en financieel leek het er op dat hij tijdens deze vakantie aan de eerste fase zou kunnen beginnen.
Een goede en precieze planning is de beste basis voor een geslaagd project! Dat had hij op de fabriek geleerd. Eerst een dag “wijs kijken”, dan een plan opzetten en dat plan nog een keer doorlichten om te bezien of er geen knelpunten of fouten in zaten. Dus zouden ze vandaag met behulp van Steef zijn berekeningen aan het eerste traject van de renovatie van het huisje van Mai en Steef beginnen.
‘Goedemorgen tilak!’, sprak Steef vriendelijk, ‘na het eten gaan we de stad in om eens in de bouwmarkt te gaan kijken? We gaan kijken wat we mooi vinden en wat het ongeveer gaat kosten!’
Bij het uitspreken van zijn woorden bedacht Steef dat ze dat gisteren ook al hadden gedaan. Hij wreef in zijn ogen en bedacht dat toeval een vreemd verschijnsel is. Een vreemd voorgevoel bekroop hem dat dat misschien met voorbedachte rade was gebeurd. Al snel werd die negatieve gedachte verdrongen door een positieve gedachte dat ze al heel wat voorbereidend werk hadden gedaan. Mai keek hem met slaperige ogen aan, knikte met haar hoofd en draaide zich zonder een woord te zeggen weer om en verdween in de donkere kamer achter de deuropening.
Ruim een uur later reden ze, deze keer met Steef in de cabine van de pick-up truck over de zandweg richting de stad. Steef tuurde vanaf het vertrek in de verte of hij het huisje van Toto al zag. Met blijdschap zag hij het met zonnepanelen vol gelegde dak snel dichterbij komen. Net voordat ze huisje passeerden ging Steef over zijn schoonmoeder heen hangen om naar Toto te kunnen zwaaien die ongetwijfeld in de tuin aan het werk zou zijn. Teleurgesteld moest Steef constateren dat Toto niet te zien was. Hij was waarschijnlijk binnen aan het werk!

Ik het huisje keek Toto vanachter de donkere ramen naar de passerende pick-up truck. Hij ving een glimp van Steef op en werd haast verleid om naar zijn nieuwe vriend te zwaaien. Juist op dat moment stapte Sa uit de slaapkamer en zoals elke ochtend begon ze de dag met een sneer naar Toto zodat hij weer meteen wist hoe de hiërarchie in dit huis was opgebouwd.
Hij moest eens gaan denken dat hij òòk wat te zeggen had in dit huis! Op het moment dat hij zijn handtekening zette onder de huwelijksakte verloor hij alles wat hij bezat aan Sa! Alles in Thailand stond op haar naam, alleen het huis in Italië moest ze nog binnen hengelen. Van liefde was er alleen eenzijdig sprake en van de hebzucht ook. De gedachte dat ze bijna alles van hem had afgenomen vulde haar met euforie. Ze was bijna klaar met deze kleine Italiaan! Nog enkele maanden en dan was ze met de eerste fase van haar levenswerk klaar.
Ze bekeek zichzelf in de spiegel en zag een jeugdige vrouw van middelbare leeftijd. Haar ogen fonkelden van zelfingenomenheid. Wanneer ze er zo goed uitzag en ook nog eens goed bemiddeld bleek zou er zeker een rijke Australiër of Europeaan voor haar avances bezwijken. Ze zou haar vermogen wel eens kunnen verdubbelen of zelfs verdrievoudigen! De gedachte aan zoveel rijkdom en aanzien maakte haar van binnen warm. Niets of niemand zou haar kunnen stoppen dit doel te bereiken! Toto wist het zelf nog niet maar hij was al verleden tijd op de dag dat ze apart gingen slapen. De smoes over de airconditioning werd nog steeds geloofd!
‘Hoe gaan we dat probleem met die Steve nou oplossen?’ vroeg ze zakelijk terwijl ze een broodje rijkelijk met boter besmeerde.
‘Steef’, verbeterde Toto haar, ‘nou om te beginnen moeten we eerst eens alle feiten op een rij zetten!’
‘Dat lijkt me een goed idee! Beging jij maar?’, hoewel Sa zichzelf zeer slim en sluw achtte was ze zich toch ook bewust dat ze op sommige terreinen wat te kort kwam. Ze was op haar veertiende gaan werken en daarna had ze alleen nog geleerd op de straten van Bangkok en Pattaya. Een harde maar zeer goede leerschool!
Ten eerste betwijfel ik ten zeerste dat Steef er nu al weet van heeft wat Mai ’s nacht voor werk doet. Het is tenslotte pas zijn tweede dag hier.
Ten tweede blijft Steef maar drie weken dus voordat we overhaaste besluiten gaan nemen moeten we er goed over nadenken om onze zaken niet te beschadigen.
Ten derde is Mai goed in haar werk, we willen haar ook niet kwijt raken.
Ten vierde denk ik dat die Mai wel ècht van die Steef houd, ik vermoed dat ze met hem gewoon een fijn en goed leven hier tussen de rijstvelden wil hebben. Daarom ben ik bang dat ze wellicht ons hele spel aan hem kan opbiechten!’

Sa had goed naar de argumenten van Toto zitten luisteren en smeedde in haar hoofd al aan een plan waarbij zij als enige winnaar voor de dag zal komen. Mai, Steef en Toto konden haar niets schelen. Die grijze briefjes met de heilige koning van Thailand er op, dat wàs haar doel! Zoveel mogelijk van die grijze briefjes in haar kluis in de vloer onder haar bed in de kleine gevangenis van Toto.
Ze nam nog een hap van het broodje en een slok van haar koffie. Ze deed alsof ze nadacht en oplossingen zocht voor hun problemen. Toto staarde haar verlieft aan, ze had er geen oog voor. Ze was te diep in gedachten verzonken en te druk met het beschermen van haar vermogen en het veilig stellen van haar inkomen. En er was geen enkele man, en al zeker niet die simpele Steve uit Nederland, die daar een einde aan kon maken.
‘Ik heb daar afgelopen nacht tijdens het werk allang over nagedacht en enkele heel simpele oplossingen voor gevonden!
Ten eerste moeten we koste wat het kost voorkomen dat Steve’, Steef, dacht Toto, ‘er achter komt wat Mai ’s nachts voor werk doet.
Ten tweede is Steve hier maar voor drie weken en moeten we al het contact tussen Steve en jouw vermijden. Dan kunnen we alles laten hoe het nu is en Steve zal zich niet gaan afvragen wat er hier aan de hand is.
Ten derde moet Mai misschien maar drie weken vrij nemen en neem ik haar werk over.
Ten vierde …’, Sa stopte met praten en keek Toto indringend aan. Ze was per ongeluk op dun ijs terecht gekomen en dat laatste onderwerp was voor elke Thaise vrouw te gevaarlijk om met een buitenlandse man over te praten. Het aller belangrijkste is dat de partner onvoorwaardelijk denkt dat zijn Thaise vrouw of vriendin anders is dan die vrouwen van hun barvrienden. Dat het bij hun wèl èchte liefde is!
‘Wat nu ten vierde?’ vroeg Toto geërgerd, ‘wat denk je, houdt Mai nu van Steef of is het haar alleen maar om het geld te doen?’
Een duivelse glimlach verscheen op haar mond en mierzoet fluisterde ze: ‘Natuurlijk houdt ze heel veel van Steve! Ze heeft ons toch eerlijk verteld dat het maar voor tijdelijk is wat ze doet! Ze verdient geld voor haar arme ouders en zodra Steve hier in Thailand komt wonen stopt ze met dat werk. Nee schatje, dat is echte liefde, net als bij ons!’
Zonder ook maar een moment aan de woorden van zijn vrouw te twijfelen begon Toto de tafel leeg te ruimen. Hij vond het wel heel jammer dat hij Steef niet meer kon zien.
Sa zette haar zonnebril op, raapte de autosleutels van de koffietafel en riep naar Toto in de keuken: ‘Je weet het! Geen contact meer met die Steve! Snel naar binnen wanneer je die oude rammelkar ik de verte hoort naderen, of wanneer hij te voet verschijnt! En mocht hij je toch te slim af zijn werk hem dan zo snel als mogelijk weer weg!’
Toto knikte in zichzelf, hoewel hij het er niet mee eens was.

dinsdag 26 januari 2016

Nieuwjaar met een melkkoe (Deel 5)

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

Het was toch een stuk verder lopen dan Steef had gedacht! Hij was al vijf kwartier onderweg en er was nog geen spoor van het witte huisje te bekennen. Hij begon dorst te krijgen. Het fijne rode stof stoof bij elke stap op en kwam in zijn mond en neus terecht. Hij had terracotta ringen rond zijn neusgaten en zijn mond. Op de bladeren van de bomen en planten langs de weg lag ook een dikke laag rood stof te wachten op de regens die in mei de start van het regenseizoen èn het rijstseizoen zouden aankondigen. Steef twijfelde of hij wel door moest lopen. Was hij al over de helft? Dan was doorgaan de beste beslissing! Hoe had hij zo dom kunnen zijn om zonder een flesje water op pad te gaan? Een simpel antwoord, op deze eerste dag in de Isaan had hij al teveel aan zijn hoofd gehad.
Steef stopte in de schaduw van een boom en keek eens goed om zich heen. Er was niets, werkelijk niets en niemand te zien. Deze leegte maakte hem op een speciale manier gelukkig en op een moment als dit wist hij 100% zeker dat hij hier, tussen de oneindige rijstvelden van de Isaan, de laatste jaren van zijn leven wilde doorbrengen. Door dat dagdromen had Steef niet in de gaten dat er in een wolk van rood stof een oude brommer naderde. Pas toen Steef de knetterende tweetaktmotor hoorde keek hij op.
Een jongen van een jaar of twaalf stopte naast Steef en begon in een plaatselijk dialect te ratelen. Steef beantwoordde het met zijn kolen engels en een nieuwe vriendschap was geboren zonder dat ze ook maar een woord van elkaar konden verstaan of uitwisselen. De jongen wees naar het zadel achter hem en even later raasden ze met z’n tweeën in een enorme rode wolk stof door de Isaan. Steef had er plezier in en genoot van elke achterop de brommer. Een beetje avontuur kon geen kwaad! Bij het zien van het witte huisje tikte hij de jongen op de schouder en wees naar het huisje als teken dat hij daar moest zijn. De jongen begreep Steef onmiddelijk en stopte precies voor de oprit van het huisje. Steef stapte af en twijfelde of hij de jongen wat geld wilde geven voor de lift.
Nog voordat Steef een beslissing had genomen klonk het achter hem, ‘Bon Giorno!’
Steef keek verbaasd om en achter hem stond de kleine grijze man. Piekfijn gekleed in een lichte katoenen broek en een wit katoenen shirt met half opgerolde lange mouwen. Een goudkleurig horloge glimde rond zijn pols. De man sprak tegen de jongen in het plaatselijke dialect en de jongen knikte naar Steef. Met een trap op de kickstarter sloeg de motor aan en verdween de jongen in een dikke wolk rood stof. De kleine grijze man gebaarde Steef galant dat hij hem voor moest gaan richting het kleine huisje.
Steef opende het hek en liep over het pad, met aan weerszijden een opvallend groen gazon, naar het kleine terras in de schaduw. Dat groene gazon was een opvallende kleur in het rood en grijs van het droge seizoen in de Isaan. Steef zag meteen dat er over dit huis was nagedacht en dat er kosten nog moeite waren gespaard.
In de verkoelende schaduw stelde de kleine grijze man zich aan Steef voor als Antonio, “Toto” voor vrienden. Hij kwam uit Milaan en was al drie en twintig jaar met een Thaise getrouwd. Toto sprak Italiaans, khmer en een beetje engels. Steefs sprak alleen maar Nederlands en een beetje engels dus dat beetje engels werd de gemeenschappelijke taal voor hun conversatie. Het gesprek was nog maar net op gang gekomen toen Toto Steef uitnodigde voor een korte rondleiding van het huisje.
Steef keek zijn ogen uit! In het huisje bromden twee airconditioners te brommen die het binnen aangenaam koel maakte. De twee badkamers en keuken waren uitgerust met propaangas geisers, en overal waren er mooie lichte tegels gebruikt op de vloeren en waar dat nodig was ook op de muren. Een 40” platte tv in de woonkamer en een 32” op de slaapkamer van Toto. Tenminste, zo leek het, op het eerste gezicht leek Toto niet bij zijn vrouw te slapen. De andere slaapkamer was namelijk veel vrouwelijker.
Hier was bij de bouw en afbouw niet op een paar centen gekeken en alleen de beste materialen waren gebruikt. De afwerking was haast on-Thai, daar zag je duidelijk de hand van een westerling in! Maar Steef was het meest onder de indruk van de elektrische installatie! Of beter gezegd, de vier individuele elektrische installaties! Twee losse systemen van zonnepanelen die de airconditioners van elektriciteit voorzagen. Een noodinstallatie op 12 Volt die alleen de noodverlichting bediende. En de hoofdinstallatie die het huis van 240 volt voorzag. Alles op zonnepanelen en een enorme kast vol grote oplaadbare accu’s. Het huisje bleek niet eens aangesloten op het openbare elektriciteitsnet! Misschien was dat niet eens zo’n slecht idee. Hoeveel dagen per jaar zaten ze hier zonder stroom? Teveel om blij van te worden in ieder geval!
Steef voelde zich wat ongemakkelijk bij het zien van deze luxe. Het was zeker minder romantisch dan het huisje van zijn schoonouders waar hij graag met zijn meisje wilde gaan wonen. Dat huisje mocht dan wel romantisch en authentiek voor de Isaan zijn maar in deze luxe zou hij toch ook wel zijn laatste jaren kunnen slijten.
De kleine grijze man kwam terug met twee flesje Singha Light en schonk voor zichzelf een klein glas in. Steef vroeg zich af of het onbeschoft en onbeschaafd was om uit de fles te drinken. In Nederland was dit de normaalste zaak van de wereld. Hij voelde zich nog niet op zijn gemak bij deze vreemde snuiter. Lang de tijd om erover na te denken had hij niet. Er toeterde ergens een auto en Toto stond meteen op en liep weg. Steef volgde hem automatisch. Een witte Toyota Landcruiser verscheen met een kleine Thaise vrouw achter het stuur. De hekken gingen elektrisch open en de auto parkeerde naast het huisje.
Steef volgde Toto terug naar het schaduwrijke terras en nam een slok van zijn bier. Het was even wennen! Hij had het Singha Light bier wel eens gezien maar hij had het nooit geprobeerd. Hij vond de extra bittere gewone versie altijd het lekkerste bier van Thailand. De vrouw had zich omgekleed en voegde zich bij Toto en Steef. Ze dronk een gekoeld glas witte wijn. Haar engels was beter dan dat van Toto zodat er een vreemd gesprek op gang kwam. Steef sprak tegen Toto die dan naar zijn vrouw keek die het in het italiaans voor Toto vertaalde. In omgekeerde richting kwam dan het antwoord van Toto op Steef zijn vraag. Maar het was gezellig en Steef dronk een tweede en een derde biertje.
De tijd vloog en toen de schemeringen over de Isaan vloeiden besefte Steef dat hij te lang was blijven zitten. Hij kon nooit meer voor het donker thuis zijn! Hij zat in een lastig parket dat onmiddellijk door de vrouw van Toto voor hem werd opgelost.
‘Wil je misschien blijven eten?’, vroeg ze vriendelijk, ‘we eten spaghetti vanavond, U houdt toch wel van spaghetti?
Nu was spaghetti niet bepaald Steef zijn favoriete eten, hij was een aardappels, groente en een stuk vlees man, maar nu op vakantie at hij ook rijst.
‘Waarom ook niet’, antwoordde Steef en hij hoopte dat zijn meisje hem straks met de pick-up truck kwam ophalen.
De vrouw verontschuldigde zich, stond op en verdween in het huis.
Steef en Toto konden het goed met elkaar vinden en dronken samen nog enkele biertjes totdat de vrouw ze kwam roepen dat het eten op tafel stond. Steef kreeg tranen in zijn ogen toen hij de netjes gedekte tafel zag. Hij slikte een brok in zijn keel weg en ging zitten. Waarom kon dit niet bij zijn meisje? Waarom was ze zo lui en zo lomp? LUI, met alleen hoofdletters! Voor een moment dacht hij aan zijn schoonfamilie die nu zonder twijfel op de grond met hun handen Papaja Pok Pok met grote brokken kleefrijst zaten te eten.
Dit was zeker geen Thaise spaghetti! Wat het wel was kon Steef niet een, twee, drie ontdekken maar dat het hem heerlijk smaakte ontging de gastvrouw en gastheer niet. Vers brood, een glaasje rode wijn, alles ging naar binnen alsof het een galgenmaal betrof. Steef kon alleen nog maar aan het heerlijke eten denken. De Isaan was nog nooit zo ver weg geweest terwijl hij er persoonlijk midden in zat.
Onder het eten vertelde de vrouw dat ze al twintig jaar in Italië woonde en dat ze twee keer per jaar naar Thailand kwamen. Ze hadden ook nog een huis aann de rand van Buriram. Maar Toto wilde daar niet meer wonen. Teveel lawaai en luchtvervuiling, en zo waren ze hier terecht gekomen, tussen de rijstvelden. Steef keek op zijn horloge en zag dat het al negen uur was! Hij moest nu ècht naar huis. Zijn meisje zou zich ongerust maken. Op zijn mobiele telefoon stonden geen gemiste gesprekken en er waren ook geen SMS berichten. Vreemd?, dacht Steef. Wordt ik dan niet meer gemist?
Toto’s vrouw, Sa, stond op en ruimde de tafel af. Ze kwam terug uit de keuken met een bord vol gesneden fruit en drie schaaltjes vanille ijs. Steef werd een beetje weemoedig bij dit beeld. Hij hield van zijn meisje, daar twijfelde hij niet aan, maar wanneer hij dit zag twijfelde hij wel of zijn meisje van hem hield. Zijn gedachten keerden weer terug naar het dessert. Hij had in tijden niet zo lekker gegeten en terug in Nederland zou hij ook eens proberen om minimaal een keer in de week spaghetti met stokbrood te eten.
Er verschenen kleine kopjes heel sterke koffie op tafel die Steef uit beleefdheid opdronk. Op de fabriek had hij de koffie weggegooid en de stekker van de koffieautomaat uit het stopcontact getrokken. Hij kende niemand die deze koffie voor zijn plezier zou drinken! Wisten Toto en Sa niet dat hun koffieapparaat kapot was?
Steef volgde Toto weer naar het terras waar het door de avondlucht ondertussen heerlijk koel was. Verschrikt voelde Steef aan zijn blote benen en armen. De muggen zouden hem weten te vinden en binnen de kortst mogelijke tijd zou hij onder de muggenbulten zitten zo groot als twee euro munten. Toto zag dat Steef niet op zijn gemak was en trok zijn aandacht. Hij wees onder de tafel en samen tegelijk keken ze onder de tafel waarop nog enkele lege flesjes bier stonden. Onder de tafel was een elektrische muggenvanger gemonteerd. Zo’n paarse lamp met elektriciteitsdraden er omheen gespannen. Bzzzt! Een korte flits en weer een mug minder. Steef volgde met zijn ogen de elektriciteitsdraad die via de tafelpoot in de grond verdween. Toto heeft ècht overal over nagedacht!
Maar Steef moest nu toch ècht gaan! Hij had er geen zin in maar hij moest zeker nog anderhalf uur in zijn eentje over die donkere langweg naar huis lopen. Het was geen prettig vooruitzicht! Het was gelukkig wel bijna volle maan dus hij kon in het maanlicht nog wat onderscheiden. Hij bedankte Toto en Sa voor de gezellige middag en avond, de overheerlijke maaltijd waarop ze tegelijk antwoorden dat hij altijd welkom was.
Sa en Toto liepen met hem mee naar de hekken en Sa starte de auto. Steef had het stilletjes gehoopt maar hij had het niet aangedurfd om het te vragen. Het was tenslotte hun eerste ontmoeting. De eerste ontmoeting? Het voelde nu al aan dat ze jaren goede vrienden waren! Hij vroeg zich ook af hoe zijn meisje zich zou gedragen wanneer ze in dit gezelschap verkeerde. Sa was na al die jaren een westerse vrouw geworden. Alleen haar uiterlijk deed zich nog aan haar herkomst herinneren.
Onderweg naar huis werd er geen woord gesproken. Steef was in diepe gedachten verzonken. Zijn wereld werd nu beheerst door grote tegenstellingen. Het kleine huisje van zijn meisje met haar achterlijke familie en het mooie witte huisje van Toto en Sa. Zijn droom om in Thailand te gaan wonen stond nog steeds overeind, maar de doelen leken gewijzigd!
Het huisje van zijn meisje lag onder een deken van duisternis. Steef hoorde de alcoholische broer van veraf naast het huis snurken. Hij lag nog steeds te slapen waar Steef hem die middag had verlaten. Als een waakhond op zijn eigen vuile deken. Daar kon hij in Nederland toch niet mee aankomen! De deur was open en er brandde een klein nachtlampje in huis. Links en rechts lagen er lichamen op matrassen op de grond. Steef schudde met zijn hoofd en in hem groeide een twijfel. Een twijfel of hij wel het juiste deed!
In zijn slaapkamer trof hij een leeg bed aan. Hij was op alles en nog wat voorbereid, maar niet op een leeg bed op zijn eerste avond in Thailand. Waar was zijn meisje? De twee krakend verse briefjes van duizend baht slopen als een giftige tropische klimplant zijn gedachten binnen. Die klimplanten zijn onuitroeibaar, ze groeien ’s nachts harder dan je ze overdag kan snoeien! Die gedachten, in combinatie met de alcohol en de fijne avond bij Toto en Sa, groeiden langzaam uit tot een last. Bedroefdheid en twijfel slopen naar binnen in zijn hoofd.
Steef ging op de rand van het bed zitten met zijn gezicht in zijn handen. Zelfmedelijden en twijfel hadden zich van hem meester gemaakt. De giftige klimplant had in zijn hoofd haar werk gedaan! Was deze vakantie een grote vergissing? Kon hij niet gewoon beter in Pattaya blijven? Zou hij over een paar dagen vertrekken? Hoe kwam zijn meisje aan dat geld? Voor het eerst kwam in Steef de gedachte op dat ze een ander had. Hij had de verhalen zo vaak gehoord! Onverwachts op vakantie komen en je vrouw met een ander aantreffen. De zomer- en wintervriend, twee verschillende mobiele telefoons met twee verschillende nummers.
Steef liet zich op het brede matras vallen en legde zijn hoofd op een kussen. Een oud kussen dat rook naar bosgrond in de herfst. De geur van schimmel, de dood en verval. Hij draaide zich op zijn rug en keek naar het onzichtbare plafond. Er zoemde een mug maar Steef had geen zin om zich in te smeren of de ventilator aan te zetten. Het was opvallend koud in het huisje, alsof zijn verkoelde hart het hele huis koelde. Hoe lang hij daar heeft gelegen wist hij niet maar hij kon niet slapen.
Met een koel biertje in de hand nam hij plaats op de kapotte plastic tuinstoel naast de deur voor het huis en luisterde naar de geluiden van de nacht in de Isaan. Er kwaakte een kikker en er huilde een hond, een haan kraaide te vroeg. Muggen zoemden om zijn hoofd. Het kon hem niets meer schelen. Malaria en Dengue zouden hem in het ziekenhuis doen belanden en hem bevrijden van deze ellende. Deze diepe ellende! Hij nam nog een flesje bier en de eerste jenevertraantjes verschenen op zijn gezicht. Overmand door zelfmedelijden zag Steef zijn Thaise droom in rook opgaan. Hij zou nooit meer een vaste relatie met een Thaise vrouw hebben! Erger nog, hij vond het nu zo’n verschrikkelijk rotland dat hij besliste om er nooit meer naar terug te keren. Het boek Thailand was voorgoed en voor altijd dichtgeslagen! Hij haalde nog een flesje bier en ordende zijn slechte gedachten. Voor Steef kwam er die nacht op die plastic stoel een einde aan zijn Thaise droom. En hoewel hij de oorzaak niet kon aanwijzen wist hij het zeker. Dit was de laatste keer dat hij in Thailand was!
‘Steef, Steef?’, hoorde hij ergens ver weg roepen.
Hij dacht dat hij droomde! Met een tong als een oude vaatdoek en dikke ogen keek hij op. Hij keek recht in het gezicht van zijn meisje. Het was al licht, om hem heen lagen lege bierflesjes voor het huis. Wat was er gebeurd?
‘Steef, Steef?, sprak zijn meisje opnieuw.
Ze keek hem met een brede glimlach recht in zijn ogen.

zaterdag 23 januari 2016

Nieuwjaar met een melkkoe (Deel 4)

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

De oude pick-up draaide de parkeerplaats op van een enorme Big C supermarkt en Steef werd nu toch wel wat achterdochtig. Het was zijn eerste dag in Buriram en gingen ze hem nu al uitmelken? Nog voordat de pick-up tot stilstand kwam had hij zijn PIN-pas uit zijn portefeuille gehaald en in een lichte paniek zocht hij tevergeefs naar zijn zak zware tabak. Hij was in zijn paniek vergeten dat hij zes maanden geleden gestopt was met roken. Hoofdschuddend stopte hij de PIN-pas weer terug in zijn portefeuille. Het was vanaf nu opletten geblazen!
Binnen nam zijn schoonmoeder de grootste winkelwagen die ze kon vinden en de rest, met zijn schoonvader voorop, volgde de winkelwagen. Steef en zijn meisje kwamen als laatste. Op Steef zijn lippen branden de engelse woorden die hij op de avondschool had geleerd maar zijn meisje was niet erg spraakzaam. Was ze nog kwaad dat Steef zo moeilijk had gedaan over de taxi? Of was er wat anders?
‘Alles Oké?’, vroeg Steef zachtjes aan zijn meisje zodat niemand van de familie het zou horen.
‘Mai sabai’, antwoordde ze met een zielig piepstemmetje.
‘Wat is er dan mis?’, vroeg Steef bezorgd.
‘Ik ben ongesteld en heb pijn hier’, ze draaide met een vlakke hand over haar onderbuik tot de cirkels steeds groter werden en uiteindelijk draaide haar hand over haar hele torso.
Nou, dacht Steef, dat “sanuk sanuk" voor vanavond kan ik ook op mijn buik schrijven. Hij moest lachen over zijn eigen gedachten en zag de vlakke hand van zijn meisje in zijn gedachten weer over haar buik draaien. Ze keek naar Steef met vuurspuwende ogen, ze dacht dat Steef haar uitlachte omdat ze ziek was.
Steef was zo druk met zijn meisje bezig geweest dat hij niet eens in de gaten hadden dat ze niet de supermarkt maar de bouwmarkt, die in hetzelfde gebouw gevestigd zijn, waren binnen gegaan. Steef haalde verbaasd zijn wenkbrauwen op en had geen idee wat ze hier deden. Een dik uur reden ze er met de lege winkelwagen rond. Steefs verbazing groeide met de minuut want de winkelwagen bleef leeg, ze spraken gèèn enkel woord met elkaar, ze raakten van alles en nog wat aan waarna ze het netjes, na goedkeurend naar elkaar geknikt te hebben, weer terug op de plaats waar ze het gepakt hadden. Heel erg on-Thai moest Steef opgelucht constateren.
De hele optocht ging eindelijk de supermarkt binnen en Steef werd door zijn meisje naar voren geloodst. Met zijn schoonmoeder aan zijn zijde liepen ze langs de uitgestalde gekoelde tafels gevuld met verse producten. Verder gebeurde er niets! Steef kon zijn ogen niet geloven en dacht voor een moment dat hij droomde. Met een Thaise familie in een supermarkt lopen en de winkelwagen blijft leeg is net zo onwezenlijk als dat de koning van Thailand bekend maakt dat ze een Thaise raket naar de maan gaan schieten. Wat zijn ze toch van plan?, dacht Steef. Lang hoefde hij niet naar een antwoord te zoeken.
‘Wat wil je eten?’, vroeg zijn meisje.
‘Ehhh, we kijken wel’, antwoordde hij nog steeds verbaasd.
‘We doen vandaag inkopen voor drie dagen. Denk even goed na?’, vroeg zijn meisje, ‘we kunnen niet elke dag naar de supermarkt rijden, dat is te duur!’
Steef liep met zijn familie in zijn kielzog door de enorme supermarkt. Hij hoefde maar te wijzen en er werd wat in de winkelwagen gelegd. Soms twee of drie. De winkelwagen was bijna halfvol en Steef had de familie nog steeds niets in de winkelwagen zien leggen. Zat er een addertje onder het gras? Steef voelde zich door het gedrag van zijn schoonfamilie opgelaten.
Hij kon het niet langer meer voor zich houden en vroeg aan zijn meisje: ‘Hebben jullie niets nodig?’
‘Nee!’, antwoordde ze resoluut, ‘alleen medicijn voor mijn ziekte! Wij hebben Isaan voedsel genoeg in huis. Koop voor jezelf wat je lekker vind en vergeet je Hollandse kaas niet!’
Steef viel bijna om van verbazing en kon zijn oren niet geloven. Waren ze dan zo veranderd in die korte tijd dat hij in Holland was weggeweest? En dat van die kaas was niet nodig! Hij had vijf bolletjes jong belegen Edammer gekocht bij de ALDI en die zaten nog in zijn koffer. Ondertussen had hij voldoende eten en drinken voor drie dagen ingeslagen, inclusief twee dozen Singha bier, en konden ze richting de kassa.
Op de afdeling huishoudelektronica gingen de familie steeds langzamer lopen en kwam als een trein langzaam tot stilstand voor een grote 50 inch Samsung LED-tv. Het beeld was scherp als een scheermes en de kleuren van de natuurfilm die werd afgespeeld sprongen in je gezicht.
‘You like?’, vroeg zijn meisje glimlachend terwijl ze aan zijn arm trok en de rest van de familie wachtte gespannen op zijn reactie en antwoord.
‘It’s OK’, speelde Steef het spelletje mee.
Ze dachten toch niet serieus dat Steef voor hun zo’n grote dure tv zou kopen? Steef had thuis niet eens zo’n groot apparaat! Thuis had hij een 40”. Als aanbieding gekocht op het internet! Steef had sinds zijn moeder was overleden namelijk het internet ontdekt. Hij had een goede laptop gekocht, was gaan internet bankieren en nog veel meer! Bellen met zijn meisje deed hij nu via Skype en teksten sturen via Whatsapp. Hij had de laptop in zijn bagage om de Nederlandse kranten te lezen en zijn geld in de gaten te houden. Steef was in ieder geval geen digibeet meer!
De tv’s die in de supermarkt naast elkaar stonden opgesteld werden steeds kleiner naarmate de rij vorderde, bij de 32” begon Steef te twijfelen. Ze mochten dan wel een antenne hebben met maar twee kanalen, maar in Steef zijn handbagage zat een memorystick met een flink aantal mooie films. Hij had die stick meegenomen om hem op een hotelkamer of andere plaats te kijken. Het idee om thuis een film te kijken wanneer de rest om negen uur al lag te slapen sprak hem toch ook wel aan!
‘Wat denk je van deze?’, vroeg hij aan zijn meisje.
‘Ja, ook mooi!’, antwoordde ze licht teleurgesteld, ‘die is mooier!’, terwijl ze achter zich naar de rij tv’s wees.
Ja dacht Steef, maar die grote kost ook bijna vier keer zoveel! Hij dacht diep na over de prijs en of hij dat er wel voor over had. Omgerekend was het toch bijna tweehonderd vijf en zeventig euro, en dat was niet niets voor een cadeau op de eerste dag van zijn vakantie. En daar kwam nog bij dat hijzelf maar maximaal twee weken bij zijn schoonfamilie was. Zijn hele schoonfamilie stond afwachtend naar Steef en zijn meisje te kijken. Steef keek nog eens naar de tv en toen weer naar zijn schoonfamilie die allemaal tegelijk goedkeurend naar Steef knikte.
Hij keek naar zijn meisje en zei, ‘laten we er eerst thuis nog eens over praten?’
Ze knikte, ze wist dat Steef aan het aas snuffelde en dat hij snel zou bijten. Ze draaide zich om en duwde de winkelwagen richting de kassa waar de rekening best wel mee viel. Die dozen bier telden flink aan maar de rest van de geïmporteerde etenswaren waren redelijk geprijsd, niet te duur maar wel duurder dan in Nederland.
Met een ontelbaar aantal groene plastic tasjes en twee dozen bier in de winkelwagen gingen ze naar de uitgang. De enige halte was nog een Farmacie. Zijn meisje ging naar binnen en ratelde tien minuten onafgebroken Thai tegen de jonge jongen achter de toonbank die een brilmontuur zonder glazen droeg om er wat intelligenter uit te zien. Steef wist wel beter! Een tegelzetter die genoeg geld bij elkaar had gespaard voor een witte doctorsjas was de volgende dag apotheker die advies gaf aan de zieke patiënten die aan de andere kant van de toonbank voor hem verschenen. Hij kende meer dan een verhaal over mensen die verkeerde medicijnen hadden geslikt voor hun kwaal. Daar waren ze pas in Nederland bij hun eigen doctor achter gekomen. Maar ja, de Thai was zo goedgelovig dat ze een aspirientje zouden slikken als medicijn tegen AIDS.
Bij elke knik van de apotheker werd er een doordrukstrip pillen of capsules op de toonbank gelegd. De stapel medicamenten groeide gestaag en toen ze met elkaar klaar waren was er een flinke witpapieren zak nodig om alles in te verpakken. Het enige dat ontbrak waren de bijsluiters en termijnen, en tijden, waarop de medicijnen moesten worden ingenomen. Zijn meisje haalde een krakend vers briefje van duizend baht tevoorschijn en betaalde voor de medicijnen. Nu brak Steef zijn klomp! Waar had zijn meisje in hemelsnaam duizend baht vandaan gehaald?
Achterop de pick-up truck, tussen zijn inkopen, zat Steef te pijnzen. Hij had geen oog voor zijn omgeving meer. Hij kreeg dat krakend verse briefje van duizend baht maar niet uit zijn hoofd. Waar was dat briefje vandaan gekomen? Steef zocht tevergeefs naar een antwoord. De antwoorden die hij wel vond, en die het meest voor de hand lagen, wilde hij niet accepteren! Wat was er gebeurd op de boerderij en waar kwam dat geld vandaan? Het mysterie werd alleen nog maar groter toen de pick-up werd volgetankt en er opnieuw een krakend briefje van duizend baht uit de portemonnee van zijn meisje tevoorschijn kwam. Steef zijn hersenen draaide nu op volle toeren. Hij kwam steeds bij dezelfde antwoorden op zijn vraag uit. Antwoorden die hij niet wilde accepteren! Zodra ze thuis waren moest hij maar eens goed met zijn meisje praten.
Hij zat nog diep in zijn gedachten te wroeten toen ze het nieuwe witte huisje passeerden. De kleine grijze man zat nu op een stoel aan een tafeltje in de schaduw te genieten van een biertje, tenminste, zo leek het. Steef keek snel op zijn horloge! Tien minuten later stopte de pick-up naast het huisje. Steef nam opnieuw de tijd en berekende snel dat 10 minuten bij een gemiddelde snelheid van 30 Km/u ongeveer 5 à 6 Km moest zijn.Het was dus te lopen. Hij wilde die nieuweling met zijn huisje wel eens bezoeken. Misschien wel vandaag, er was nog voldoende tijd voordat de duisternis over de Isaan zou invallen.
Veel langer kon Steef er niet over nadenken! Toen zijn ogen binnen langzaam aan de duisternis in het huisje begonnen te wennen ontwaarde hij zijn alcoholistische zwager gebogen over zijn geopende koffer. De zorgvuldig ingepakte koffer was één grote puinhoop. Steef kreeg bijna een hartstilstand toen hij zijn bolletjes kaas op de tafel zag liggen. Uit elk van de bolletjes was een stevig stuk gesneden. Steef vloekte inwendig en stierde op zijn zwager af. Hij greep hem aan zijn oude verschoten t-shirt en schudde hem flink door elkaar. De glazige blik in de ogen van zijn zwager gaf aan dat er niemand thuis was.
‘Inteelt! Jij bent verdomme het product van inteelt! Halve zool! Je moet met je vuile poten van mijn spullen afblijven!’, schreeuwde Steef zo luid dat zijn schoonfamilie, inclusief de honden die zich aan de afgesneden stukken kaas tegoed deden, er stil van werden.
De zwager grijnsde onverschillig als een waanzinnige naar Steef die zowaar medelijden met hem kreeg. Zijn moeder overhandigde de waanzinnige zwager een nieuwe fles Lao Khao waarna hij grinnikend naar buiten verdween. Steef wist niet goed wat hij met deze situatie aan moest. Het kwam hem voor dat zijn schoonfamilie zijn zwager met opzet dronken voerde. Dat dit de enige manier was om haar geestelijk gestoorde zoon in bedwang te houden.
Aan geestelijke gezondheidszorg werd er in Thailand niet gedaan! Daar kwam alles voort uit de Boeddha. Hier beredeneerde ze alledaagse zaken zeer eenvoudig! Die jongen was namelijk slecht geweest in zijn vorige leven en nu moest hij in dit leven boeten voor zijn daden. Zijn ouders en familie restte niets anders dan voor hem te zorgen en op een spoedige dood aan te sturen. Vergiftigen mocht niet van de Boeddha dus werd een overvloed aan blind makende Lao Khao toegediend. Des te sneller hij dood was des te sneller zou zijn geest worden herboren in een nieuw lichaam en was hij uit zijn lijden verlost.
Steef pakte zijn spullen weer in en sleepte zijn zware koffer naar de slaapkamer. Één van twee slaapkamertjes wel te verstaan! Steef en zijn meisje sliepen samen in een kamertje en de rest van de familie in het andere slaapkamertje en de woonkamer. Steef schudde onbegrijpelijk met zijn hoofd toen hij het gordijn aan de kant trok. Van deuren en privacy hadden ze hier nog nooit gehoord. Nog een beetje mopperend pakte hij enkele van zijn toiletspullen en zijn laptop uit zijn koffer.
Van zijn meisje en de rest van zijn schoonfamilie was geen spoor meer te bekennen toen Steef weer de woonkamer instapte. Hij greep nog maar een koud biertje, zette zijn zonnebril op en stapte weer naar buiten. Zijn zwager lag naast de lege fles Lao Khao op zijn vaste plaats aan de zijkant van het huis in de schaduw te slapen. Steef werd overmand door medelijden. Hij had spijt van zijn uitbarsting en staarde lang naar zijn slapende zwager. Er waren duidelijke overeenkomsten met de waakhond die een eind verder aan een boom geketend lag. Ook zijn zwager had een waar hondenleven!
Nu er niemand te zien was keek Steef op zijn horloge en berekende snel dat hij nog voldoende tijd had om naar dat nieuwe witte huisje te lopen, kennis te maken en op tijd voor het vallen van de duisternis weer terug te zijn. Hij beende naar binnen, trok zijn korte broek en sandalen aan, zette zijn hoedje tegen de brandende zon op en ging op pad. Het weer was aangenaam, niet te warm in december. Steef neuriede een liedje en dacht na over de komende twee weken in de Isaan.
Het duurde niet lang of hij kwam met zijn gedachte weer bij die twee krakend verse briefjes van duizend baht. Hoe was dat toch in hemelsnaam mogelijk? Dat was zijn prioriteit nu en vanavond moest dat mysterie maar eens worden ontrafeld!

donderdag 21 januari 2016

Filippijnen: Getallen

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

Alweer een jaar verder? Het lijkt als de dag van gisteren dat ik het verhaal over dat nare getal 55 schreef.

Getallen? Als kind had ik al iets met getallen en jaartallen. Niet dat ik een rekenwonder ben, ik ben gemiddeld van gemiddeld en blink ècht nergens in uit. Maar die getallen die me vanaf mij eerste bewuste gedachten zijn bijgebleven zijn: 10, 12, 16, 18, 21, 40, 56, 65, 2000 en dan komt het grote oneindige.
Nog steeds loopt deze getallenreeks door mijn leven en ik denk regelmatig aan deze nummers. Later zijn er nog enkele getallen bijgekomen zoals 13, 15, en 73. Huisnummers waar ik  een gelukkig en onbezorgd leven heb geleid.

Dat eerste getal tien was eigenlijk een magisch getal omdat ik op 21 januari 1960 ben geboren. Die nul op het einde maakte 1970 het eerste magische getal omdat dat ook op een nul eindigde. Vanzelfsprekend was 1980 geen magisch getal omdat ik toen al verder was ontwikkeld en een jaartal met een nul op een einde werd nog maar een keer verder in mijn leven belangrijk.

Dat tweede getal, de twaalf was de leeftijd dat ik eindelijk de Dr. A.F. Philipsschool kon verlaten. De eerste stap naar de volwassenheid. Andere vrienden, andere vakken en een andere school die buiten de vertrouwde binnenstad lag. Elke dag op de fiets naar de oude Buys Ballot. Langs de ITO-school, de Hugo de grootschool, Körver de melkboer, een slager, van der Voorn de supermarkt en van der Pol de sigarenwinkel werden op weg naar school gepasseerd. Bij de scholen en de winkels die ik passeerde heb ik allemaal herinneringen. Goedkope rosé wijn uit de supermarkt van van der Voorn die we bij het tunneltje opdronken, waarna ik mijn maaginhoud in de gracht stortte.. Kussen met de meisjes van de huishoudschool. Bij van der Pol kocht ik tijdschriften over motoren. Een motorfiets was al vroeg in mijn jeugd mijn grootste droom, een logisch vervolg op een brommer.

Zestien was natuurlijk het getal voor een brommer! Wat ging dat laatste jaar langzaam, zeker omdat ik met goedkeuring van mijn grootouders al mocht oefenen op een oude witte Puch Maxi automaat. Op dat ding scheurde ik met een knalgele helm, een Nolan, door de Bommelerwaard. En ik maar denken dat ik onzichtbaar was en dat de politie me niets kon maken. Steeds het verhaal dat ik de brommer stiekem uit de schuur had meegenomen. Dat verhaal werd na enkele keren niet meer geloofd door de agenten. Dus het rijden op dat ding, die ik ondertussen voorzien had van zwarte safari camouflage en mijn “Daktari Puch” noemde, werd alleen maar spannender. Een aanrijding was meteen het einde voor mij en voor mij Daktari Puch. De brommer was haast dubbelgevouwen en het zou nog maar enkele maanden duren voordat ik legaal op een brommer mocht rijden.
In december werd de fietsenwinkel van “van Alphen” in de Gamerschestraat bezocht en werden mijn wensen bekeken. Eigenlijk waren er maar vier merken gangbaar. Kreidler, Zündapp, Tomos en de nieuwkomer op de markt Yamaha! Die laatste zou het vanzelfsprekend moeten worden. Yamaha vierde grootse triomfen in de motorracerij en al mijn helden op de tweewielers reden op een Yamaha. Een gele met als eerste bromfiets in Nederland voorzien van een schijfrem in het voorwiel.
Wanneer ik nu terugdenk kan ik me maar moeilijk inbeelden dat ik minder dan twee en een half jaar op dat ding heb rondgereden. Ik zie Japke nog op mijn, intussen zwart gespoten, Yamaha in haar witte Afghaanse schapenjas naar Bruchem rijden! Ik weet niet eens waar mijn Yamaha gebleven is! Was hij nu gestolen of heb ik hem 2e hands verkocht? Een zwarte vlek in mijn geheugen die misschien op latere leeftijd weer wordt ingevuld?

Na de met liefde en andere ontdekkingen van de volwassenheid doorspekte jaren op de brommer kwam eindelijk het getal achttien. Ik was al voorbereid en hyper gemotiveerd. In het afgelopen jaar hadden Erwin van Leeuwen en ik wel eens de motor van Erwin’s zus uit de schuur genomen om in de polder te gaan rijden. Op de lichtgele Honda 400f Four leerde ik de kracht van een grotere machine kennen. Ook ging ik wel eens met Ad van Beurden mee achterop door de polder maar dat ging me een beetje te snel op de Yamaha TZ350. Een twee cilinder tweetakt machine die eigenlijk gewoon een aangeklede racemotor was!
Op zaterdag 21 januari 1978 stapte in ik Zaltbommel op de trein naar Den Bosch. Met mijn gele helm in de hand en de leren handschoenen in mijn leren jas. Het was koud, winters, maar niet glad. Om iets voor elf stapte ik bij motorrijschool Hoessen, achter het station voor het eerst legaal op de motor. Het waren de jaren dat je eerst nog iemand achterop had die een set handels had om je tot stoppen te dwingen of uit gevaarlijke situaties te halen. Het was volgens mij een 500cc Honda V-motor met cardanaandrijving. Een oude mannenmotor maar dat maakte mij op dat moment weinig uit. Die eerste lessen door Den Bosch zijn me altijd bijgebleven. Onder de gouden draak door naar Vught waar we oefenden op de bekende parcoursen die door de examinatoren van het CBR werden gebruikt.
Mijn grootouders vonden een L-plaat zoals dat toen heette geen goed idee. Er gebied door een paar straten afgegrensd en daar mocht je dan van de burgemeester van Zaltbommel oefenen. Met een blauwe L-plaat naast de kentekenplaat. Mijn grootouders hadden donders goed in de gaten dat die Blauwe L achter de kentekenplaat werd verborgen en daarmee de grenzen voor het oefenen waren verdwenen!
Binnen drie maanden stond ik als examenkandidaat met mijn helm en de afrijdmotor, een motor speciaal om examen te doen, op de parkeerplaats van “de IJzeren man” te wachten op de examinator. Het afrijden ging niet helemaal lekker maar voor mijn theorie was ik voor 100% zeker geslaagd. Na een kwartier werd ik gefeliciteerd door de examinator en enkele weken later kon ik op het gemeentehuis in Zaltbommel mijn rijbewijs ophalen. Ik had ook een voorlopig rijbewijs op zak dus ik kon eindelijk de wereld op twee wielen gaan verkennen.
Mijn eerste motor was een Kawasaki z650, een blauwe moordmachine die eigenlijk gevaarlijk snel was voor zijn tijd. Het was de tijd van supersnelle machines! Motoren die met gemak boven de 200 Km/u reden. Gelukkig heb ik nooit een ongeluk gehad maar ik ben er wel enkele keren dichtbij geweest! Binnen een jaar was mijn Kawasaki z650 verleden tijd! Ik vraag me nu nòg steeds af of het de hand van god is geweest die mijn leven heeft gered?
Iemand van school reed de Kawasaki aan gort tijdens een examenfeest. Ik kreeg zijn motor, een Yamaha XT500, en een geldbedrag als compensatie. Die Yamaha XT500 werd al snel verkocht aan mijn buurjongen, Ton de Leur, en van het geld kocht ik een Yamaha SR500 van Trudy van Leeuwen, inderdaad de zus van Erwin. Aan deze motor heb ik nog steeds de mooiste herinneringen! De eenvoud, het gewicht en de uitstraling. Het geluid dat je leek in te halen wanneer je in het donker over de Van Heemstrabaan naar huis reed!

Een en twintig, op 21 januari 1981 zou ik voor de Nederlandse wet volwassen zijn. Om dat feit kracht bij te zetten vierde ik mijn 21st verjaardag op “Legerplaats Seedorf” in Noord-Duitsland. Twee maanden daarvoor was ik opgeroepen voor de militaire dienstplicht en ik had het geluk dat ik op de “Rijinstructie Tilburg” mijn vrachtwagenrijbewijs kon gaan halen. Ondertussen had ik ook al mijn autorijbewijs en de gratis opleiding van de Nederlandse staat betekende dat ik mijn roze papiertje vol gestempeld zou krijgen.
Ik slaagde met vlag en wimpel voor mijn vrachtwagenrijbewijs en ik vertrok, nadat ik voor de VN in Libanon was afgewezen, vrijwillig voor een jaar naar Duitsland. Als ik dan toch in militaire dienst moest dan moest ik ook maar iets nuttigs doen. Dat eenentwintigste jaar van mijn leven is nog steeds een van de mooiste jaren geweest. Het was een schitterende zomer! Ik ging met de motor op en neer naar Duitsland en op vakantie naar Italië en Groot Brittanië. Ik was verliefd op die twee wielen!

Mijn leven ging na de militaire diensttijd stationair lopen! Er was werk, ik kocht een huis, er waren enkele vriendinnen die uiteindelijk niet verder met me wilden omdat ik een vrijbuiter was. Achteraf gezien kan ik ze geen ongelijk geven. Voor mij was het leven ook goed en ik genoot met volle teugen. Mijn grootmoeder, die me had opgevoed, was wel een beetje teleurgesteld maar aan de andere kant had ze ook waardering voor mijn zucht naar de vrijheid. Ze was allang blij dat ik niet was gaan varen op de koopvaardij!

En zo kwam ik ongemerkt bij het getal veertig, een getal dat als kind me erg tot mijn verbeelding sprak. Veertig! En dat zou samenvallen met het getal 2000! Niemand had het in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw over het millennium, 2000 was magisch, de 1 als begin van het jaartal zou voor 1000 jaar gewijzigd worden in een 2. En die twee werd vaak gebruikt in Science Fiction films en stripboeken die ik vroeger graag las. Ik ben opgegroeid met Star Trek, The Thunderbirds, TV 2000 en meer van die tijdschriften.
De mooie verhalen met al die technische vooruitgang ging minder snel dan in de film en op 31 december 1999 stond ik met Dean Barber en Tam MacKinly, en nog een handvol andere vrienden, in Princess Street in Edinburgh, Schotland. Een mooiere plaats om de eeuw en het millennium uit te zwaaien kon ik me op dat moment niet voorstellen. Het was een haast filosofische ervaring. Het was ook een keerpunt in mijn leven.
In de drie jaren voor het begin van het nieuwe millennium was er veel gebeurd! Ik was mijn grootmoeder verloren en daarna in een depressie geraakt. Door die depressie verloor ik ook mijn werk. Ik moest vluchten, en die vlucht bracht me voor drie maanden naar Australië. Die vrijheid in 1998 veranderde mijn leven! In 1999 vertrok ik voor negen maanden naar Azië en de toon voor de rest van mijn leven was gezet.
Elke keer dat ik een datum schreef en eindigde met 2000 dacht ik aan veertig. Ik was veertig! Mocht ik geluk hebben en nog steeds het gemiddelde van de Nederlanders vertegenwoordigen zou ik over 38 jaar dood zijn. M.a.w., ik was over de helft en vanaf nu ging het alleen nog maar bergafwaarts! Mijn grootste nachtmerrie was om na een werkzaam leven te sterven voordat ik meer van de wereld had gezien. Er was nog zoveel te zien en dat was meer waard dan al die materialistische zaken waar iedereen zich letterlijk voor kapot werkte.  En dat zou ik niet laten gebeuren!
Ik verkocht in 2001 mijn huis en van dat geld heb ik de wereld kunnen zien. Ik ben nog veel op reis en zeker niet van plan om te stoppen. Misschien wat rustiger aan gaan doen maar zeker niet stoppen.

Hoe ik als kind aan het getal 56 kwam is minder mysterieus dan het op het eerste gezicht lijkt. Als kind woonde ik 13 jaar lang in mijn geboortehuis op Nonnenstraat 56. Die 56 was dus gewoon puur toeval. Was ik in een huis ernaast geboren dan was dat getal 54 òf 58 geweest.
Maar 56 leek me als kind een ongelofelijke hoge leeftijd die zo ver in de toekomst lag dat ik vaak lag te dagdromen hoe de wereld er dan uit zou zien. 2016 was een jaartal in de volgende eeuw! Met vliegende auto’s en vreemde hoge woontorens! Tenminste, zo zag het er op de tv en in SF stripboeken uit!
En vandaag ben ik dus die 56 jaar oud, of beter gezegd, jong! Bijna 50 jaar later is er maar weinig van het in het verleden geschetste toekomstbeeld bewaarheid. De wereld is voor mijn gevoel sindsdien alleen maar slechter geworden en wordt alleen nog maar slechter. Ik ben zeker geen doemdenker maar de signalen voor de wereld zoals wij die in de vorige eeuw kenden staan wel op rood of oranje.
Het enige voordeel van deze leeftijd is eigenlijk dat 56 het nieuwe 46 is! Ik mag dan wel tien jaar ouder zijn maar de mensen om me heen gedragen zich veel jonger dan dat ik me van vroeger kan herinneren. Vroeger was je ècht oud wanneer je 56 was. In het heden voel ik me nog steeds veel jonger dan ik in werkelijkheid ben, alleen mijn spiegelbeeld kan mijn ware leeftijd niet verbergen.
Helaas is ook de realiteit van de oneindigheid van het leven tot me doorgedrongen. Om me heen sterven vrienden, bekenden en jeugdhelden. De wereld die ik de afgelopen 56 jaar om me heb heen verzameld en opgebouwd brokkelt langzaam af totdat ikzelf aan de beurt ben. Die zekerheid beangstigd me niet omdat ik al heel lang geleden, samen met Kris in China, heb geaccepteerd dat je nooit alles zal kunnen zien, plaatsen kunnen bezoeken, boeken lezen en nieuwe vrienden ontmoeten.
De cirkel zal weer altijd en onvermijdelijk weer rond worden. Geboren - Leven - Sterven.

Het getal 65 was heel lang magisch omdat dat getal lag vastgelegd in de “Algemene Ouderdoms Wet”. De naoorlogse kabinetten durfden onder geen enkel beding aan dit getal te tornen. Het was in de nieuwe tijd, in het nieuwe millennium dat die nieuwe politici de wet gingen aanpassen. Politici met geen aandacht voor de wil van het volk. Politici die de democratie als werktuig zien. Beloven is stemmen winnen en beloften breken heeft geen directe gevolgen. Het magische getal 65 is nu volgens de website www.mijnoverheid.nl voor mij persoonlijk 67 geworden. Maar wel onder voorbehoud! Het kan nog hoger uitvallen met als direct gevolg dat er veel arbeiders nooit een euro zullen terugzien van al hun betaalde AOW premie.
De verhalen die ik heb moeten aanhoren over de VUT, het pre-pensioen en de gebroken pensioenen. Alsof 10.000 + 10.000 plotseling nog maar 12.500 is? Al deze onrechtmatige diefstallen van de gewone man in de straat deden mij besluiten om op mijn 41ste te stoppen met werken. Ik was gelukkig in de positie om voor mezelf te zorgen. En tot op de dag van heden heb ik daar nog geen moment spijt van gehad. Het huis dat ik in 2001 heb verkocht is op dit moment nog maar 60% waard van waar ik het voor heb verkocht. Ik ben er op tijd uitgestapt en heb al veel gezien en genoten. En ik hoop nog lang te kunnen genieten!

Vorige week kwam er onverwacht nog een getal voorbij! 250.000, twee honderd en vijftig duizend bezoekers op mijn weblog. Ik had dat nooit kunnen dromen toen ik mijn eerste verhaal naar blogger stuurde vanaf een hotelkamer in Singapore, ruim negen jaar geleden, dat mijn verhalen en foto’s zoveel mensen zou kunnen interesseren en motiveren.

Daarom wil ik langs deze weg al mijn lezers bedanken voor hun bezoeken aan mijn weblog, de felicitaties voor mijn zes en vijftigste verjaardag en de vele berichten aan mij en mijn vrouw via Faceboek.

Vrienden, bekenden en onbekenden, allemaal hartelijk dank.


Jielus en Lyka



Macau 2011

Copyright/Disclaimer