maandag 10 februari 2014

Thailand: Pech onderweg

Bua Yai (Yu en John)

De vijf dagen rust in Pattaya gingen naadloos in elkaar over. We deden ons tegoed aan lekker eten en troffen de eerste voorbereidingen voor de reis naar huis. De eerste dozen zijn bij vrienden onderzocht en uitgezocht. Ons huis in Zaltbommel dat ruim een week geleden nog zo ver weg leek komt nu wel heel snel dichterbij. Wanneer ik dit verhaal schrijf zitten we over twee weken alweer in Nederland en midden in de voorbereidingen voor het carnaval.

Maar eerst nog even Thailand! Op deze maandag hebben we samen de motortocht naar Bua Yai gemaakt om de Honda Phantom weer naar zijn vertrouwde stal te brengen. Het zal wel een aardig tijdje duren voordat we weer in Thailand komen. De motor alleen achterlaten in Pattaya is natuurlijk gekkenwerk en daarom reden we de 416 kilometer naar het huis van Yu en John in Bua Yai.
Het was overigens niet de enige reden. We wilden ook afscheid nemen van onze vrienden waar we altijd een open deur vinden en welkom zijn. Ook werkt een paar dagen op het platteland van de Isaan in Thailand erg verfrissend. Heel veel toeristen komen nooit verder dan de toeristenattracties en de grote steden van Thailand. Een kort verblijf in een dorp op het platteland geeft je een heel ander beeld van dit fascinerende land.

De rit verliep zonder problemen tot ongeveer vijf kilometer voor onze bestemming. Tosti’s voor het ontbijt en een Pad Krapow Moo als lunch. Tijdens de 411 kilometer heb ik ook nog goed kunnen nadenken over van alles en nog wat. Ook de vier weken in de Filippijnen passeerden opnieuw de revue en wanneer ik dan zo om me heen keek viel het ontbreken van duizenden kilometers prikkeldraad me meteen op. Er schijnt ook veel armoede in Thailand te zijn maar zo op het eerste gezicht kun je dat niet zien.

De GPS stuurde ons via alleen lelijke snelwegen richting Khorat en daarna via een alternatieve route, door het binnenland, naar onze bestemming. Op zich niets mis mee maar we waren eigenlijk te laat uit Pattaya vertrokken en de avondschemering was niet zo ver meer weg. Ook de aanblik van een zandweg kon me niet verontrusten. Tijdens de lange rit in november en december had ik tientallen kilometers zo gereden. Maar na ruim elfduizend kilometer in het zadel ging het dan toch, ongeveer vijf kilometer voor ons doel, nog mis!
Tijdens het ontwijken van een van de diepe kuilen verliet de slap hangende versleten ketting het tandwiel aan de achterkant en verloren we alle aandrijving. Na enkele meters stonden we op het zandpad tussen eindeloze rijstvelden stil. Enkele seconden tevoren  had ik tegen, een voorzichtig tegenstribbelende, Lyka nog gezegd dat onze reizen echte avonturen waren. En daar stonden we dan in het midden van niets. Tenminste op het eerste gezicht!

Een roedel schurftige honden kwam al snel, waarschuwend blaffend en grommend, dichterbij gevolgd door een man en vrouw. Verweerde gebruinde gezichten en brede glimlachen waar een handvol tanden ontbraken maar die wel vriendelijkheid en oprechte gastvrijheid uitstraalden. Met mijn kolenthais kom ik in deze hoek van het land niet ver want ook hier wordt een van de duizenden dialecten die Thailand rijk is gesproken.
Met wijd zwaaiende armgebaren en wederzijdse brede glimlachen probeerden we te communiceren terwijl het met het tikken van de klok steeds donkerder werd en mijn hersenen op volle toeren draaiden. Een eerste poging om de ketting er opnieuw op te leggen en langzaam verder te rijden mislukte omdat een van de schakels zo krom was gebogen dat die de ketting er weer meten afleidde.
Dan maar bellen voor hulp! Het eerste telefoongesprek met John lukte meteen en enkele seconden later had de Thaise boerenvrouw aan Yu, in het locale dialect, uitgelegd waar we stonden. John bevestigde dat hij het nu ook wist en dat hij over een kwartier wel bij ons  zou zijn.
In het donker van de Isaan is alles anders anders. Er is geen lichtje in de wijde omtrek te zien! Het is er aardedonker de wereld wordt heel erg groot, of heel erg klein, het is maar hoe je het ervaart. Gelukkig was er in het hutje wel elektriciteit en we kregen tijdens het wachten een klein gekoeld flesje drinkwater aangeboden. De dop zat los en tegen alle ongeschreven wetten van wereldreizigers in dronken we het verfrissende vocht. Mochten we de komende dagen ziek worden dan weten we in ieder geval waar het van is lachten we van de zenuwen en opwinding tegen elkaar.
De tijd gaat tergend langzaam wanneer je staat te wachten en steeds wanneer we in de verte een licht, hopelijk een koplamp van een voertuig, zagen bewegen dachten we dat de verlossing dichtbij was. Helaas, steeds verdween dat kleine lichtje van hoop, zonder dat er enig geluid te bespeuren was, uit het zicht.
Lyka kwam nog met beste idee! Laten we de motor naar de hoofdweg, hopelijk verharde hoofdweg, duwen. Er is meer kans dat iemand ons daar kan helpen dan hier in het midden van de rijstvelden op een zandweg. Een prima idee met uitzondering van dat duwen! Met een flinke golf benzine uit de benzineslang waste ik mijn handen om het meeste vet en vuil van de kromme ketting te verwijderen. Met behulp van een grote zaklantaarn zocht ik de sleepkabel op die ik een paar jaar geleden van Kevin had gekregen. Jaren heeft die kabel in mijn zadeltas gezeten en nu gebruik ik hem voor de tweede keer in evenzoveel maanden.
Een telefoontje van John verontrustte me. Hij kon ons namelijk niet vinden! En dan worden de mogelijkheden snel minder. Het zweet brak me uit bij alleen al de gedachte om de bepakte motor met Lyka als bestuurder vijf kilometer naar het huis van John te duwen. Ik keek eens goed om ons heen of ik niets in de duisternis kon ontdekken dat voor John een aanwijzing voor onze lokatie zou kunnen zijn.
De weg voor ons verdween in de duisternis van de Thaise nacht richting een brandend rijstveld. Ik keek nog een keer voor de zekerheid om me heen om er echt zeker van te zijn dat dit het enige brandende rijstveld was. Gelukkig voor ons was dat vanavond ook zo. John wist meteen waar ik het over had en had het brandende rijstveld zelfs twee keer op zijn motor gepasseerd. Hulp was dus niet ver weg meer!
Een groter publiek had zich intussen om de twee vreemdelingen met pech verzamelt. Onbegrijpelijk waar die mensen allemaal vandaan zijn gekomen, er was onderweg geen huis tussen de rijstvelden te bespeuren. Toch voelden we ons op geen enkel moment ongemakkelijk. Dat zou in de Filippijnen zeker anders zijn geweest! Mijn kabel werd bevestigt aan een motor van een dikke breed grijnzende man en Lyka ging weer bij een ander man achterop.
Langzaam en duidelijk gaf ik de instructies en wat ik verwachtte van de chauffeur die me ging slepen naar de hoofdweg. Mijn kolenthais werkte nu iets beter en iedereen die deel uitmaakte van deze reddingsoperatie wist wat hem te doen stond. Na een uitgebreid bedanken van de mensen die ons het eerst hadden geholpen kwam de colonne op gang.
Eerst wat schokkerig maar na mijn aansporingen in het thai, ‘lauew lauew’, sneller sneller, ging het steeds beter. Lyka glunderde in het weinige licht van de koplampen van de kleine motoren. We waren al met zijn zessen en iedereen probeerde zijn deel van de reddingsoperatie op te eisen zodat ze de komende weken, tijdens de slaperige warme middagen en de lange donkere avonduren, zeker wat te vertellen zouden hebben.
Zelf had ik het veel te druk en mijn handen te vol, met een hand aan het stuur en in de ander het handvat van de sleepkabel, om de berijders van de tegemoet komende motoren te herkennen. Door alle inspanningen zag ik alleen maar de lichten ons tegemoet komen en grommende motoren ons passeren. Het bleken John en zijn stiefzoon te zijn. Op de hoofdweg kwamen we eindelijk tot stilstand.
De sleepkabel werd losgemaakt en ik bedankte de mensen die ons zo goed hadden geholpen. John lachte als altijd en begroette ons alsof we ons in een doodnormale situatie bevonden.
Nadat ik John de instructies had gegeven en Lyka bij zijn stiefzoon achterop was gestapt scheurden we als een groep motoren over het beton naar het huis van Yu en John. Terwijl ik de kilometers op mijn GPS zag verminderen nam de opluchting in me toe. Yu zat al buiten achter het huis te wachten en begroette ons uitbundig. We konden ons niet meer welkom voelen als op deze donkere winteravond in de Isaan. Eind goed al goed!

Snel een paar koude bieren in de dorpswinkel gehaald en een snelle maaltijd! Op zijn engels natuurlijk, Fish and Chips, dus met niet al teveel groenten. Desondanks smaakte het me prima en Lyka zat me ook duidelijk opgelucht van boven een dampende kom rijst met groenten toe te lachen. We hadden genoeg te vertellen en die motor kan wel tot morgen wachten. Eerst een douche en dan slapen. De vier grote Leo smaakten prima en terwijl Lyka en Yu al in dromenland waren bespraken John en ik zijn laatste project. Hij is namelijk een auto aan het bouwen!

dinsdag 4 februari 2014

Thailand: Een late aankomst

Pattaya (Almost Free Hotel (101)

De vele bieren van gisterenavond speelden me deze ochtend op. Toch was ik omgeven door een gevoel van euforie, vandaag gaan we weer richting Thailand. Hoewel het niet onder de beste omstandigheden gebeurt zijn we toch blij.
De cafeïne in eerste kop oploskoffie van deze lange reisdag brengt me langzaam terug in het land van de levenden. Het is nog heerlijk fris buiten op de galerij voor onze kamer, dat zal straks wel veranderen op de stoffige vlakte tussen twee vulkanen waar Angeles City ligt. Lyka ronkt nog zachtjes met haar ogen gesloten en dat is geen probleem want we hebben een dag van wachten voor de boeg. “De vijfde macht” van Pieter Aspe heeft me in haar macht. Het is een schitterend verhaal en Pieter Aspe heeft met dit boek ook weer een meesterwerk afgeleverd!
Een tweede, en een derde, kop zwarte koffie totdat ik vanuit de slaapkamer achter me hoor: ‘Goedemorgen schatje.’
Ik trek verbaasd mijn wenkbrauw op want zo’n goed humeur is niet vanzelfsprekend. Misschien heeft het er ook mee te maken dat Lyka blij is dat we de Filippijnen gaan verlaten. Het vooruitzicht van een paar weken vakantie in Thailand voordat we naar Nederland gaan. Weg uit dit land.
Het is net voorbij tien uur en het wordt dus de hoogste tijd om te gaan pakken. Hier in het “Walkabout Hotel” geldt een vertrektijd van elf uur voor de kamer. Elk land heeft zo zijn eigen eigenaardige regels! Voor een moment heb ik nog overwogen om de kamer een halve dag aan te houden. Maar waarvoor eigenlijk?
We leveren een paar minuten voor elf de sleutel in bij de receptie en nemen plaats op een leren sofa in de receptie terwijl een schoonmaakster de kamer en de koelkast in de kamer controleert. Het schijnt er hier op de hotelkamers regelmatig wild aan toe te gaan met enorme schade en lege koelkasten als resultaat.
Vier uur! Vier lange uren moeten we wachten tot de bus ons komt ophalen om naar Manila te gaan. Ik duik in mijn Kobo en lees het verhaal van Pieter Aspe uit. Zonder gevoel van tijd schieten de woorden via mijn ogen naar mijn hersenen en ik verdwijn in het verhaal alsof ik er zelf bij ben. Uit! Het boek is uit en het is nu bijna twaalf uur. Mijn katerig gevoel is bijna weg dus wordt het tijd voor een gecombineerd ontbijt en lunch.

Lyka besteld vanuit het menu een “Filippino Beefsteak” en voor mijzelf wordt het een beefpie van het specialiteiten schoolbord dat naast de opening staat. Mijn gedachten dwalen weer af naar de gebeurtenissen van de afgelopen vier weken. Het spijt me verschrikkelijk, maar ook zo kort voor ons vertrek kan ik maar weinig goeds in mijn verblijf van vier weken in de Filippijnen ontdekken. Het heeft geen nut om naar de oorzaken te zoeken want wat in het verleden ligt kun je bijna niet meer ongedaan maken.
Een nieuw boek. Nederlandse literatuur, “de Avonden” van Gerard van het Reve. Het gaat maar langzaam en ook het komen en gaan van nieuwe en gevestigde hotelgasten leidt me steeds af. Het boek is duidelijk zwaarder dan ik had verwacht. Het is ook geen boek waar je vrolijk van wordt en dat is toch wel iets dat ik goed kan gebruiken op zo’n lange reisdag als vandaag.
Tik-tak, tik-tak, ik-tak klikken de seconden langzaam naar drie uur en het is een verlossing dat de chauffeur van de bus om drie voor drie in de receptie van het hotel verschijnt. Zelf loop ik al een tiental minuten te ijsberen en kijk de meisjes van het reisbureau hulpbehoevend aan. Alles waar ik in stilte om vraag is een bevestiging dat de bus komt! De moed is me met elke minuut die verstrijkt verder in de schoenen gezakt. Depressiviteit krijgt weer langzaam de overhand. Er is al zoveel mis gegaan tijdens deze reis dat het me niet zal verbazen dat de buschauffeur ons is vergeten.
We nemen afscheid van de vriendelijke meisjes in het hotel en zoeken een plaatsje in de minibus. En het blijft ook bij deze minibus! Er zijn slechts vier passagiers voor deze dienst van Angeles city naar Manila vanmiddag, zou het ook een bevestigend teken zijn? Nadat we nog een korte stop hebben gemaakt bij een hotel aan de rand van Angeles City rijden we de tolweg op.
Mijn gedachten dwalen weer af naar gisterenavond, de bar en de meisjes met hun klanten. Ik zie twee beelden door elkaar heen glijden. Op de achtergrond de groene rijstvelden van de vlaktes tussen Angeles en Manila. Transparante beelden uit de donkere sekstenten van gisterenavond. Dikke oude mannen is geruite overhemden met korte mouwen. Kale bezwete hoofden. Dikke voeten met witte sportsokken in lelijke grote sportschoenen. Cola rum voor een euro, een biertje voor een euro twintig en grote kannen Margarita voor vijf euro. Een drinkgelag van gepensioneerden en ik weet aan een zekerheid grenzende onwaarschijnlijkheid dat ik de jongste in de bar ben, van de mannen natuurlijk. Een dozijn meisjes danst op de melodie van “Brother Louie”. De Duitse discoklanken van “Modern Talking” blijken ook hier na acht en twintig jaar nog populair. De mannen die geen geruite overhemden dragen dragen bijna zeker een t-shirt met een enorme opdruk op de rug van een bar in de een of andere seksbestemming. Brazilië, Thailand en Cambodja zijn naast de Filippijnen goed vertegenwoordigt. De seksbarren hebben vaak klinkende namen die niets aan je fantasie overlaten. Die uniforme kleding van de sekstoeristen schept een band, een gevoel van broederschap die de eenzaamheid voor een moment verdrijft of in ieder geval vermindert.
‘One more beer daddy?’, vraagt een hoog piepstemmetje van achter de bar.
Ik schrik en een automatisch knikje is voldoende. Een volgend biertje, de opening van de fles is omwikkeld met een wit servetje, wordt op de bar achter me neer gezet. Steeds wanneer ik oogcontact voel met een van de schaars geklede danseressen op het podium voel ik me betrapt, een stil schreeuwend ontkennend gevoel maakt zich van mij meester. Ik hoor hier niet bij! Zou ik zo luid als ik kan door de bar willen schreeuwen maar ik doe het niet. Misschien zijn er nog wel meer mannen aanwezig die zich zo voelen maar toch meedoen met de rest omdat ze denken dat het zo hoort. Weduwnaars en eeuwige vrijgezellen hebben nu eenmaal weinig gevoel voor vrouwen en laten zich zonder moeite door de omgeving hier meevoeren.
Schaamteloos wordt er door de mamasan, de professionele meestal vrouwelijke manager van de beschikbare meisjes, onderhandelt over de voorwaarden en de prijs voor een nacht. Het meisje is zichtbaar niet blij met de klant voor deze avond die zeker drie maal haar eigen gewicht weegt. Ze buigt voorover en probeert zoveel mogelijk van het onderhandelend gesprek op te vangen. De man knikt en betaald waarna er meteen een brede grijns op het gezicht van de dikke mamasan verschijnt. Een kort gebaar en het meisje schuifelt op het podium richting de trap en verdwijnt achter een gordijn waar de kleedkamer zich bevind. De dikke man verlekkerd zich aan de andere meisjes op het podium terwijl de mamasan zich gehaast met het geld nog in de hand uit de voeten maakt.
Een grotere tegenstelling kun je je haast niet voorstellen wanneer het meisje haar kleine bikini heeft omgewisseld voor een spijkerbroek en een t-shirt. Ze is een gewone jonge vrouw geworden die ver afstaat van wat er hier elke avond, 365 dagen in het jaar, gebeurt. Ze zou zo maar naast je in de bus kunnen zitten en je zou er niets bij denken. Ondanks dat ze de klant duidelijk niet zag zitten blijft ze toch lachen. Ze zal het geld wel hard nodig hebben en iemand steunen die zich ver van hier in een slechte situatie bevindt. Tijdens mijn reizen heb ik heel wat armoede gezien maar voor mijn gevoel is dit toch wel een van de armste landen die ik ooit heb bezocht.
Ik schrik van een plotselinge beweging van de minibus en ben direct weer bij de werkelijkheid. Manila! Een mierenhoop van diepe ellende gelardeerd met de rijkdom van hoge torenflats die neerkijken op de armen. Ook voor deze stad geldt dat ik hier nooit zou kunnen wonen! Op elk moment van deze twee uur durende rit in de minibus zie ik meer prikkeldraad dan de Amerikanen in Afghanistan hebben neergelegd. Het werkt oneindig in op je onderbewustzijn en geeft je voortdurend een gevoel van onveiligheid. Dat gevoel heeft mijn liefde en gevoelens voor dit land hoogstwaarschijnlijk ook wel een beetje beperkt.
Bij de “Swagman” wisselen we de minibus snel om voor een taxi en enkele minuten later zijn we alweer op weg naar Terminal 3 van de “Ninoy Aquino International Airport”. We kruipen door het begin van de avondspits. Onderweg zien we zoveel fastfood restaurants, ook van de gouden bogen, dat ik het grapje over Macnila nog maar eens voor de dag haal. De taxichauffeur moet hier hard om lachen en verontschuldigend verteld hij dat de inwoners van de Filippijnen nu eenmaal verzot zijn op fastfood. Een erfenis van de Amerikanen die hier na de tweede wereldoorlog heel lang de scepter hebben gezwaaid.
Het is gelukkig nog niet donker wanneer we voor de deur van Terminal 3 uitstappen. We zijn er! Er kan nu nog maar weinig misgaan en we hebben nog iets meer dan drie en een half uur te wachten. Een kop koffie en de procedure van het inchecken kan worden gestart. Als eerste moet Lyka een uitreisvisum kopen voor 1620 Peso (€ 26,55), een belasting voor de mensen die buiten de Filippijnen hun geld verdienen.
Aan de balie voor de uitgifte van de boardingpassen wordt het moeilijker!
‘Geen retourticket?’, vraagt het meisje op een toon als een strenge onderwijzeres.
‘Nee!’
‘Maar ook geen visum voor Thailand?’
‘Nee!’, Lyka kijkt me vragend aan.
‘Mijn vrouw heeft een Nederlandse verblijfsvergunning. Wij blijven nog drie weken in Thailand en dan vliegen we naar Nederland.’, vul ik haar aan.
‘Heeft u een kopie van dat ticket?’
‘Vanzelfsprekend!’, en ik laat de medewerkster van Cebu Pacific het ticket op mijn iPhone zien.
Ze kijkt me verbaasd aan en ik vraag me af of ze wel begrijpt waar ze naar kijkt!
‘Kijk, we zijn deze reis in Amsterdam begonnen omdat mijn vrouw een Nederlandse verblijfsvergunning heeft - de vier verschillende etappes, het gevolg van het overstappen in Abu Dhabi, brengen haar duidelijk van slag - en op deze datum vliegen we via Abu Dhabi weer naar Amsterdam!’
Vluchtnummers en meer van die onzin wordt in het systeem ingevoerd en na nog enkele onzinnige vragen, ik begrijp wel dat ze gewoon haar werk doet, worden de boardingpassen aan Lyka overhandigt . De eerste hindernis is genomen. Lyka kijkt me opgelucht en onzeker aan.
Bij de immigratie gaat het niet veel soepeler, het lijkt wel of elke Filippino die vertrekt een potentiële misdadiger is! Ook hier meng ik me in het gesprek, de vrouwelijke beambte van de immigratiedienst is hier duidelijk niet blij mee en kijkt me streng en afkeurend aan. Vooroordelen zijn hier niet gewenst zou ik denken. Toch zie ik ze duidelijk in de ogen van die vrouw. Alle papieren zijn in orde en na een stempel in onze paspoorten we kunnen eindelijk verder.
Lyka is blij en opgelucht tegelijk wanneer we wat te eten gaan zoeken want mijn bloedsuikerspiegel is nu wel heel erg laag. Ik voel me op mijn beurt ook opgelucht wanneer we bij het laatste fastfood restaurant van deze reis in de Filippijnen neervallen.

“Tapa King” is de naam en de rijst met dunne schijfjes rundvlees smaakt ons goed. Dit heeft meer met het gat in mijn maag te maken dan met de middelmatige smaak van suiker en chilipepers. Want het is beter dan niets!
Met twintig minuten vertraging verlaat het vliegtuig het asfalt van de startbaan in Manila. Lyka kijkt naar de duizenden lichtjes onder haar en ik kan haar gedachten alleen maar raden. Na enkele minuten grijpt ze mijn linker arm en omarmd die met een stevige grip. Voel ik blijdschap of opluchting? Of misschien wel beide? Ik weet het niet want voordat ik haar wat kan vragen is ze al in diepe slaap.
Op de luchthaven in Bangkok staat, zoals verwacht, onze taxichauffeur al te wachten. Een snelle groet en snel op weg, het is tenslotte een hele lange dag geweest. Tijdens de ruim anderhalf uur durende rit spreek ik met de chauffeur om hem een beetje wakker te houden. Ook voor mensen als hem zijn het lange dagen en vaak slapen ze een paar uur tussendoor in hun taxi. Dus ik neem het zekere voor het onzekere en blijf op hem inpraten terwijl Lyka op de achterbank zachtjes snurkt.
Om iets over twee stop de taxi voor het “Almost Free Hotel”. Onze rugzakken worden naast de taxi gezet en ik reken af. Ook maak in in het voorbijgaan nog een afspraak voor de taxi wanneer we over enkele weken weer naar de luchthaven moeten!
‘Thank you mister Johnnie, sleep wel!’, hoor ik vanuit het opengedraaide raam terwijl de taxi langzaam versneld.
De nachtwaker kijkt ons met slaperige ogen aan zodra we uit de taxi stappen. Meestal zijn het dronken mannen die met een schaars gekleed meisje rond deze tijd bij het hotel arriveren.
Achter de receptie staat niemand die ik ken en een ongemakkelijk gevoel overvalt me voor een moment.
‘Mister Johnnie, Right?, vraagt een van de meisjes in redelijk engels.
Ik knik bevestigend en met die korte, haast onzichtbare, beweging glijdt ook dat ongemakkelijke gevoel direct weer van me af.
‘Room 101’, lacht je terwijl ze de sleutel aan de sleutelhanger uitdagend tussen haar duim en wijsvinger heen een weer laats slingeren.
Met een brede, een beetje flirterige, glimlach neem ik de sleutel aan en loop de trap naast de receptie op, met Lyka in mijn kielzog. De kamer voldoet aan de eisen voor een paar nachten maar wat we morgen, of beter gezegd, later op de deze dag, gaan doen laat ik maar tot na de nachtrust. Het is een lange en vermoeiende dag geweest.
Lyka probeert me nog over te halen om wat te eten te versieren bij de 7-11. Mijn glimlach is voldoende om haar te laten beseffen dat ik wel goed ben maar niet gek. Met knorrende magen slapen we in. We zijn in Thailand, nog drie weken vakantie en dan gaan we gelukkig weer naar huis.

maandag 3 februari 2014

Filippijnen: Het is voorbij

Angeles City (Walkabout Hotel (Poolside 7)

Onzw laatste avond in de Filippijnen in aangebroken en de laatste week is op het persoonlijke vlak toch nog een goede geweest. Al terugkijkend, en steeds vanaf een andere kant, kom ik steeds weer tot dezelfde conclusie: het zal voorlopig wel een paar jaar duren voordat ik weer in de Filippijnen terug kom!
De kosten voor dit verblijf in de Filippijnen zijn op geen enkele wijze te rechtvaardigen voor het weinige plezier of de beleving die ik hier de afgelopen vier weken heb gehad. Geef mij maar Taiwan of zuid-Korea, daar is veel te zien en het eten is er goed. Toch ben ik blij dat ik het Filippijnen van 2014 nog heb kunnen zien. Voor mijn gevoel is het er slechter geworden. Bijna alle derdewereldlanden gaan langzaam vooruit maar hier gaan ze voor mijn gevoel achteruit.

De eerste dagen van mijn verblijf, in het geboortedorp van Lyka, waren eigenlijk nog de beste dagen van de vier weken in de Filippijnen! De armoede en de eenvoud maakten het dragelijk, hartverwarmend zelfs. Een goed boek en af en toe een paar koude biertjes maakten het tot een haast geestelijk zuiverend verblijf zonder internet en ander slecht wereldnieuws.

De zeven aaneengesloten dagen van regen, dat heb ik nooit eerder tijdens mijn reizen meegemaakt, in Legaspi waren een speling van het lot en daar kun je nu eenmaal niets aan veranderen, dus dat moet je, zonder jezelf af te vragen waarom, accepteren. Rennen tussen de buien door naar een slecht Filippijns fastfood restaurant in een oud winkelcentrum. Grote flessen Red Horse, samen met de Kobo ereader, om de avond door te komen. Ik zal deze week in Legaspi niet snel vergeten!

De acht dagen in Manila waren heel erg leuk! Een ontmoeting met oude vrienden en mijn verjaardag maken dit tot een onvergetelijk verblijf. Het weer was er goed en de enkele korte wandelingen die we hebben gemaakt aangenaam. Maar ik heb daar alles al gezien en gefotografeerd dus er zijn maar heel weinig nieuwe beelden gemaakt.

De afsluitende week in Angeles was een deceptie, precies als ongeveer drie jaar geleden. Maar ik ben wel blij voor Lyka dat ze haar zus na dat ernstige ongeluk heeft gezien. Zelf ben ik ook nog even bij Kees en Roxanne langs ben geweest. Het was een vreemde ontmoeting want door vreemde opmerkingen en verdachtmakingen van derden was de relatie ernstig bekoeld. We zijn allemaal blij dat de lucht is geklaard en dat we elkaar weer recht in de ogen kunnen kijken. We zijn tenslotte familie!

Er rest ons nu nog de reis naar Thailand en een paar weken om tegen heel veel mensen tot ziens te zeggen. Ik kijk daar naar uit! Mijn vrienden en het Thaise eten, de koude Leo bieren en ons vertrek naar Nederland waar het volgende avontuur wacht.
Slechts negen verhalen in vier weken zegt tenslotte ook wel wat over dit land en de cultuur. Daarnaast heb ik twaalf boeken gelezen in vijf weken. 141 foto’s gepubliceerd in vier weken waarvan ongeveer de helft foto’s van mijn maaltijden. Dat moet voldoende zeggen over mijn verblijf in de Filippijnen!
Ik wil met dit negatieve beeld zeker niet de indruk wekken dat de Filippijnen niet de moeite waard is! Maar het is het niet voor mij, ik ben een cultuurbeest dat op elk moment van de dag lekker wil eten. Strand en wuivende kokospalmen zijn nu eenmaal niet aan mij besteed. Ik ben nu ook weer een beetje depressief en hoop dat snel kwijt te raken wanneer we weer in Thailand zijn.

woensdag 29 januari 2014

Filippijnen: Mijn gevoel bevestigd?

Angeles City (Walkabout Hotel (Poolside 7)

Dezelfde gevoelens van twee en een half jaar geleden komen langzaam weer terug. Het is pas twee volle dagen dat we hier in Angeles City zijn en het verloop van de komende dagen heeft zich al aangekondigd. Een beetje plonzen in het zwembad, ontbijt, al dan niet op de kamer, wandeling naar het SM Clark winkelcentrum, avondeten in de buurt van het hotel, een paar biertjes en lekker lezen op de galerij voor de kamer met een uitzicht op het zwembad. Lyka heeft het de hele dag druk genoeg met Facebook en de iPad.

De twee grootste verschillen met ons bezoek van drie jaar geleden voor mij persoonlijk zijn dat ik nu innerlijke rust heb gevonden en me kan terugtrekken in een boek en dat ik geen opgewonden reisgenoot rond me heen heb die de hele dag loopt te zeuren waarom ik niet eindeloos, tot diep in de nacht, mee op pad langs de sekstenten van Angeles City.
‘Waarom ga je nu niet mee wat drinken? Ouwe lul! Ik snap niet wat je hier doet! Ga toch mee man? Een uurtje of twee maar?’, en na zijn onbeantwoorde vragen verdween hij alleen, zo rond tien uur, in het nachtleven.
Een eindeloze kruistocht langs de sekstenten van Angeles City. Terugdenkend aan dat bezoek herinner ik me nu ook dat ik nooit die verhalen heb geschreven. De aantekeningen bestaan nog wel ergens. Opgeslagen in enen en nullen ergens op mijn harde schijf. Je kunt namelijk niet alles schrijven! Ik zal altijd een beetje rekening houden met mijn reisgenoten.
Laat ik het maar meteen eerlijk zeggen dat de enige reden dat ik hier ben is dat mijn vrouw haar zus kan bezoeken. Haar zus is herstellende van een stevig ongeluk met een brommer. Voor mij persoonlijk maakt het weinig meer uit op welk kussen is mijn hoofd te slapen leg. Maar er is ook nog wat oud zeer! Iets wat me al langer plaagt en dat uit de wereld moet worden geholpen. Maar daar kom ik later in de week nog wel eens op terug.
Toch is er ook nog wat onverwachts te melden! Gisterenavond om half tien kreeg ik een email binnen van Tiger Airways dat onze vlucht is geannuleerd. Niet zomaar geannuleerd! Ze zijn helemaal gestopt met de vluchten tussen Clark (Angeles City) en Bangkok!
Nog voordat ik aan de problemen dacht van het boeken van nieuwe tickets kreeg ik het idee dat mijn gevoelens bevestigd waren. Het is hier doodstil, en er komen zeker geen volle vliegtuigen meer vanuit Bangkok, of andere bestemmingen, naar Angeles City!
Terwijl de andere passagiers die deze vlucht geboekt hebben zich waarschijnlijk tegoed doen aan koud bier en zich verlekkeren aan slanke gebruinde dansende meisjes duik ik onmiddelijk het internet op om een vervangende vlucht te boeken. En dat blijkt een stuk moeilijker te zijn dan ik had gedacht! Het lijkt er zelfs op dat per 1 februari 2014 ook Cebu Pacific niet meer tussen Clark en Bangkok vliegt. Zachtjes vloekend in mezelf, terwijl Lyka een spelletje speelt op de iPad, zoek ik naar beschikbare vluchten tussen Manila en Bangkok. En het geluk, tegen een fikse prijs, is aan onze kant. We kunnen op de geplande dag vliegen naar Thailand zodat ons schema niet in de war wordt gegooid.
De vlucht wordt meteen geboekt en bevestigd. Mijn kredietkaard toont zijn waarde en persoonlijk kan ik niet begrijpen dat er nog mensen zijn die zonder zo’n kaart op reis gaan. Eem kredietkaart is regelmatig in het buitenland meer waard dan contant geld. Helaas brengt de nieuwe vlucht wel enige logistieke problemen met zich mee! Ten eerste moet ik morgenvroeg de bus van Angeles City naar Manila regelen. Ten tweede moeten we daarna met een taxi naar de luchthaven en ten derde zijn we door onze late aankomst nu wel verplicht om een taxi van de luchthaven in Bangkok naar Pattaya te nemen! Extra kosten: tweehonderd euro! Tiger Airways bedankt, ik vlieg dus nooit meer met jullie!
Ik neem nog maar een koud San Miguel Pilsen biertje en ben dankbaar dat ik het probleem, ondanks de onverwachte extra kosten, toch nog heb kunnen leiden kunnen oplossen. Met die wetenschap zoek ik mijn bed op. Nog een paar dagen en dan gaan we weer naar Thailand.

Na de bekende daginvulling krijg ik aan het einde van de middag ,op deze doordeweekse woensdag, de drang om toch een avondje op stap te gaan! Maar dan wel vroeg in de avond met het “happy hour”, wanneer het bier in de sekstenten niet al te duur is. De prijzen zijn hier in de Filippijnen namelijk de laatste drie jaar ook flink opgelopen! De prijzen die ik me herinner zijn haast verdubbeld, en gezien mijn portemonnee niet al te vol meer is moet ik toch een beetje opletten wat ik uitgeef.

In de eerste go-go-bar waar ik binnenval is een party aan de gang. De reden waarom de party wordt gehouden is me niet helemaal duidelijk, dat doen de danstenten om de beurt zodat er altijd wat te doen lijkt in “Angeles City Walking Street”. Nadat ik een barkruk heb bemachtigt, de go-go-bar zit bomvol en veel klanten zijn op het gratis eten afgekomen, laat ik het spectakelstuk langzaam aan me voorbij trekken. Ik observeer, de dansende meisjes en de drinkende oude mannen, en kan maar tot een conclusie komen. Ik kan het prima begrijpen dat er mannen zijn die hier veel plezier aan beleven maar persoonlijk ben ik dit station al lang gepasseerd.
Om acht uur is het happy hour voorbij en voor mij tijd om terug naar het hotel te gaan. Door de haast verlaten wandelzone slenter ik om half negen terug naar het hotel.
‘Cialis? Viagra? Sigaretten? Young lady? Silver coin?’, wordt me oneindig toegefluisterd door groezelige straatverkopers alsof het een groot geheim is wat er hier verborgen in de duisternis van de nacht gebeurd.
Bar te koop. Nu gezocht, Mama San en danseressen, 300 peso per dag plus een bed in een slaapzaal. Vijf euro per dag voor zes uur dansen in een bikini op een podium in een bar! Praat me niet over de slavernij. Linkse propaganda in een Calvinistisch land.

Lyka blijkt nog niet terug te zijn en ik kan haar ook niet bereiken dus eet ik maar alleen bij de buren van “Paradise Restaurant”. De Philly Cheese Steak is ook niet zo goed als ik me van drie jaar geleden herinner! Ik kom deze week wel door maar ik heb het na twee dagen al wel gezien!

maandag 27 januari 2014

Filippijnen: Afscheid van Manila

Angeles City (Walkabout Hotel (Poolside 7)

Zodra ik mijn ogen open realiseer ik me dat we alweer een week in Manila zijn. En dat is voldoende! Het is gelukkig tijd om weer verder te gaan. De week met regen in Legaspi is alweer vergeten en afgelost door een week van bier drinken en winkelcentra bezoeken. De weinige toeristenattracties hebben we hier bijna allemaal bezocht en om eerlijk te zijn heb ik ‘s morgens ook geen trek om me in het verkeer van deze drukke stad te storten.

Terugkijkend naar de afgelopen dagen in Manila kan ik toch ook zeggen dat ik me redelijk heb geamuseerd. We hebben lekker gegeten en ik heb nieuwe mensen ontmoet waar ik leuke gesprekken mee kon hebben. Maar er waren ook elke avond enkele interessante uitzonderingen in de bar waar veel van de andere gasten zich mateloos aan stoorden.
Er was bijvoorbeeld een gesjeesde sergeant van het engelse leger, die op Cyprus woont, die zijn vooroordelen over bepaalde landen en haar inwoners niet onder stoelen of banken stak. Hij zal best wel enkele punten hebben gehad maar zijn beperkte, en vooral onjuiste, kennis van de wereldgeschiedenis, met name op het militaire vlak, maakte dat het kantje boord getolereerd kon worden door de meeste aanwezigen die hij aansprak. Misschien is mijn persoon net zo moeilijk en eigenwijs maar gewapend met mijn iPhone en het internet binnen handbereik schoot ik elk fout argument of misplaatste gebeurtenis van hem meteen aan flarden. Dit natuurlijk tot groot plezier van de andere gasten. Elke keer wanneer ik hem weer op een fout wees, nadat hij op het graf van zijn moeder, de zielen van vrouw en kinderen had gezworen, werd zijn hoofd roder en zijn bui slechter.
‘Je moet niet alles geloven wat je op het internet leest!’, bulderde hij door de bar zoals hij gewend was te commanderen in de militaire dienst.
Zo rond een uur of acht slingerde hij dan in een stille omtrekkende beweging, zonder afscheid te nemen, naar het toilet om in alle stilte de trap naar zijn kamer op te sluipen.
Een ander nog vreemde vogel kwam uit Wagga Wagga (Australië). Een oude man van voor in de zeventig die voor de derde keer naar de Filippijnen kwam om met zijn Filippijnse verloofde te trouwen! Op zich niets bijzonders want “geen ezel stoot zich voor de tweede keer aan dezelfde steen”. Aan het  klagen over zijn eerste drie Filippijnse vrouwen kwam maar geen eind! Elke peso die ook maar enige rol van betekenis in zijn verleden met het andere ras had gespeeld werd naar boven gehaald. De arme man was in Australië nooit getrouwd geweest en opgegroeid als enige zoon op een boerderij ver buiten de stad. Waarschijnlijk heeft hij totdat hij naar school moest gedacht dat er maar drie mensen op de wereld woonden.
De man behoord duidelijk tot de groep mannen die eindeloos en systematisch door de tropische wolven wordt uitgekleed. Iedereen met een klein beetje verstand in zijn hoofd doorziet die verhalen en voelt dat ze op zoek zijn naar een goede verpleegster/huishoudster waar ze ook nog seks mee kunnen hebben, en dat natuurlijk tegen een kleine vergoeding. Wat je wel meteen aan deze oude man opviel was zijn gevoel van superioriteit! Hij vond duidelijk dat hij beter en slimmer was dan iedereen in de bar en/of getrouwd met een Filippijnse.
‘Hoe lang ben je getrouwd met die Filippijnse en hoe lang denk je dat jullie huwelijk zal duren?’, vroeg hij aan een ieder die binnen gehoorsafstand bij hem in de buurt kwam.
Zodra de laatste toon de mond van zijn slachtoffer had verlaten, positief of negatief, sprak hij, zonder naar het antwoord te hebben geluisterd, met zijn wijsvinger in de lucht gestoken om zijn argumenten kracht bij te zetten als een vermanende dominee op de kansel: ‘Vergeet het maar! Wanneer je geld op is of een jongere man dient zich aan ben je verleden tijd! Ze zijn altijd op zoek naar een rijkere en jongere man! Zo is het bij mij gegaan en zo zal het alle andere ook vergaan!’
Een kleine stoelendans was dan het gevolg, de bezoekers van de bar zochten tevergeefs naar een antwoord. Wat was tenslotte erger? De dominee of de sergeant?

Voor de rest kabbelde de dagen zich voort met regelmatig lekker eten en korte wandelingen. Niets vermeldenswaardig maar gewoon de tijd doden. Een bezoek aan het grootste winkelcentrum van de Filippijnen was voor Lyka het hoogtepunt van de week. Het weerzien met vriendinnen uit San Antonio, haar geboortedorp. We hebben intussen zoveel vrienden en kennissen in de Filippijnen en Azië ontmoet dat het geen wonder is dat het dorp zo leeg is!

Onze laatste avond in Manila besluiten we om als afsluiting nog een keer heerlijk Koreaans te gaan eten als daverende afsluiting van ons verblijf in Manila.. Dat was ons beiden zo goed bevallen dat Lyka het ook een prima idee vind. Half tien trapt AJAX af tegen de Go Ahead Eagles en dat ik dat zo maar live in Manila kan zien vindt ik nog steeds een ongelofelijke prestatie van de mensheid. Een heerlijke afscheidsavond komt met een 0-1 overwinning te einde.

De bus rijdt om iets over half twaalf uit het kleine park voor het “Swagman Hotel”. Iets te laat omdat er vandaag de dag nog genoeg brutale mensen zijn die een sigaret belangrijker vinden dan het belang van de groep. Mijn hoofd voelt niet al te goed aan na al die biertjes van gisterenavond. De straal koude lucht uit de roosters van de airconditioning geeft me enige verlichting. Lyka heeft wat te eten gehaald voor me maar na een hap of vier moet ik kokhalzen van het zoete gestoomde broodje. Waarom moet alles toch zo zoet zijn in Azië? Zelfs de chips is hier zoet!
Wanneer we United Nations opdraaien maak ik van de mogelijkheid gebruik om de rest van de passagiers te monsteren. Een bonte verzameling van oude mannen in veelal kaki short, geruite overhemden en witte sportsokken. Pagina 114 van de Wehkamp catalogus 1985! Mijn gedachten dwalen meteen af naar de dominee uit Wagga Wagga. Een man of twaalf zit met hoge verwachtingen in de bus van Manila naar Angeles City. Lyka is de enige vrouw! Iedereen, zonder ook maar een uitzondering, zit alleen op een bank en kijkt stil voor zich uit naar de voorbij glijdende straten van Manila. Je hoort geen woord! Het lijkt of er een stilte van ontkenning over de eenzame mannen hangt. Uiteindelijk gaan de meesten met hetzelfde idee naar Angeles City en dat zou toch een band tussen deze mannen moeten smeden? Maar nee, de stilte van schaamte en ontkenning overheerst.
Lyka probeert wat tegen mijn schouder aan te slapen terwijl ik voor de laatste keer naar Manila kijk. Voorlopig de laatste keer? Nee, ik denk wel voor heel lang de laatste keer. Na deze derde keer in de Filippijnen, die door mijn verjaardag en ontmoetingen met oude vrienden een onvergetelijke is, is de kans zeer klein dat ik hier ooit nog terug kom. Ik heb de stad Manila nu wel gezien en als ik nog eens een week in een winkelcentrum en bar moet doorbrengen dan schieten me wel betere bestemmingen om plezier te hebben binnen. Ook op weg naar de rand van de drukke stad Manila zie ik veranderingen. Positieve veranderingen! Er zijn nieuwe wegen aangelegd en langs de belangrijkste verkeersaders van de stad lijkt Manila opgebloeid. Of verbeeld ik me dat maar?
Zodra we de stad verlaten gaan de betonnen blokkendozen over in golfplaten hutjes. De minder bedeelden huizen tussen de stad en de enorme industriegebieden. Dicht bij de vuilnisbelten en afvalcontainers van de industrie. Het verbaasd me voor de zoveelste keer hoe een arm land in staat is om zoveel, veelal zinloze, consumptiegoederen te produceren. De consumptie industrie is sluw en denkt met u mee! Banana Ketchup is voor mij zo’n product dat je in Nederland waarschijnlijk nooit in de winkel zal aantreffen. Een puree van bananen wordt met suiker, azijn en veel rode kleurstof vermengt waarna het “tomaten ketchup voor de armen” wordt gedoopt. Ook de instant noedels zijn hier een marktwinnaar. Wanneer je geen rijst kunt betalen dan neem je voor een paar centen zo’n pakje opgeblazen zetmeel met veel zout en MSG.
Lyka slaapt nog steeds wanneer het landschap groen van de aangeplante rijst wordt, een mooi maagdelijk landschap, een haast paradijselijk landschap maar dat beeld bedriegt en de grote armoede met haar schoonheid bedekt. Waarom is er hier in de Filippijnen dan zo weinig toerisme? Die vraag fascineert me al jaren en ik denk eerlijk dat ik daar nooit een antwoord op zal kunnen geven. De eilanden zijn mooi, maar dat zijn ze dichterbij Nederland ook. Vulkanen zijn imponerend, maar dat zijn ze dichterbij Nederland ook. En dan schieten me alleen nog maar bekende negatieve zaken, die in de meeste straatarme landen spelen, te binnen: corruptie, moslim terroristen, prostitutie, slecht eten, gemiddeld twintig tyfoons per jaar en de armoede, de schrijnende en altijd aanwezige armoede. Je went aan het beeld maar een onbevredigende en beangstigende dreiging blijft vanbinnen aan je vreten. Een gevoel dat ik bij het zien van de armoede in India overigens niet had. In Legaspi deed het me voorkomen dat heel de Filippijnen een grote armoedige krottenwijk is. En daar willen maar weinig mensen voor hun vakantieplezier naar toe!

Angeles lijkt op het eerste gezicht ook niets veranderd. In ons bekende hotel, “Walkabout Hotel”, krijgen we weer een heerlijke kamer naast het zwembad toegewezen. Hier zal ik me de komende week niet vervelen. Internet is goed en met de vele restaurants in de omgeving zal mijn inwendige mens ook niets te kort komen.

De bagage in de kamer en daarna gaan we meteen op stap naar het bekende “SM Clark” waar 95% van de expats en toeristen elke dag terecht komt om de drukkende hitte van de stoffige stad te ontwijken, goedkope koffie te drinken en lekker te eten. Vanzelfsprekend eten we bij SBarro en deze keer wil de keukenbrigade op de foto.
Na het eten gaan we uitpakken en rusten. Hoewel een minimum in Manila hebben gedaan ben ik toch vermoeid. Misschien is het zelfs wel erger dan dat! Door mijn rustgevoel schuif ik langzaam richting het tijdschema van Lyka. Ik kan nu zelfs langer op bed blijven liggen en de drang om er op uit te trekken voel ik hier niet. Ook zonder biertjes kan ik gemakkelijk tot een uur of negen op bed blijven liggen. Dat was vroeger wel anders!
Zittend op de galerij voor de kamer lees ik in de koele avondlucht mijn boek op de Kobo, “08/15 De Oorlog” van Hans Hellmut Kirst, en geniet van een koud biertje terwijl op de achtergrond zachtjes in de verte de lokkende discomuziek speelt.
Vanavond doe ik wel rustig aan, Lyka is druk bezig op de iPad en iPhone, maar ga ik voor het eten toch een biertje drinken in een van de vele go-go-danstenten die Angeles City rijk is. En zodra ik bij de eerste binnenstap, die vroeger een van mijn favorieten was, moet ik wel even slikken. Er zitten drie klanten te luisteren en te kijken naar hip hop muziek op grote schermen en op het podium staan twee iets gezette danseressen met blubberbuiken ook naar de schermen te kijken. De laatste keer dat ik hier binnen was rond deze tijd zat het bomvol en speelde er goede rock muziek uit de jaren zeventig. Mijn eerste biertje voor 95 peso is dan ook meteen de laatste!
Tijdens het verkassen naar de volgende go-go-bar valt het me voor de eerste keer op hoe rustig het op straat is. Ik zoek diep in mijn herinneringen en kom toch tot een veel groter publiek op “Fields Avenue” dan ik nu op straat zie. Het gaat niet best met het toerisme in Pattaya maar deze patiënt ligt volgens mij al op intensive care! Ook in de volgende go-go-bar, waar er gelukkig wel twee dozijn meisjes staan te dansen, zitten er drie verveelde oude mannen met een goedkoop tapbiertje voor zich, dat hier nu ook zijn intrede lijkt te hebben gemaakt, verlekkerd naar de danseressen te staren.
Vanzelfsprekend maken de brutaalste meisjes de suggestieve bewegingen met hun tong aan de binnenkant van de wang terwijl een hand aan de andere wang het geheel complimenteert. I go with you, wordt me met de felrood gestifte lippen, maar zonder geluid, toegesproken. Ik speel het eeuwenoude spelletje met plezier mee. Mijn onzichtbare gouden trouwring maakt indruk en de beweging met met wijs en middelvinger dat mijn vrouw mijn mannelijkheid zou afknippen als ik iets fout zou doen brengt een glimlach op de toch wel treurige gezichten van de danseressen. Voor vijf euro per avond staan ze hier mooi te dansen, wanneer er niets wordt gevangen moet de taxi er nog van af en wat er dan overschiet wordt ook nog naar de hulpbehoevende thuisfront ver van Angeles City gestuurd.
Ik wil geen moraal ridder zijn want ik heb me lang genoeg door deze jungle van sekstoeristen in Thailand, Cambodja, Vietnam en de Filippijnen een weg gebaand en ik zou liegen wanneer ik zou zeggen dat ik onderweg nooit plezier heb gehad met de meisjes. Maar vanavond krijg ik toch sterk het idee dat deze industrie van westerse sekstoeristen aan het verdwijnen is in Thailand en de Filippijnen. En daarmee duid ik op seksindustrie voor volwassenen. Voor die verwerpelijke handelingen met kinderen zal altijd een markt zijn zolang er gewetenloze mensen deze slachtoffers aanbieden en de klanten ernaar op zoek zijn. In mijn ogen kun je die misdadigers niet hard en lang genoeg straffen.
Zodra ik de “Champagne A-go-go” binnenstap wordt mijn gevoel alleen nog maar versterkt. Ook hier, het loopt al tegen acht uur, haast geen klanten, en ook maar een stuk of zes meisjes. Is de markt dan zo ingestort? Bij navraag wil niemand of kan niemand daarover iets zeggen. Voor mij staat het nu eigenlijk al als een paal boven water. Dit is ook de laatste keer dat ik in Angeles City ben.
Op mijn telefoon zie ik dat Lyka wil eten en nadat ik mijn biertje leeg heb, en betaald, slenter ik terug naar het hotel. Een vreemd beklemmend gevoel maakt zich van me meester. Ik kan het gevoel dat over me neerdaalt maar moeilijk omschrijven, maar ik voel me hier in Angeles City niet op mijn plaats. Het liefst zou ik me in een flits verplaatsen naar een hoofdstad in Azië, met uitzondering van Manila en Jakarta, waar ik wel de hele avond kan rondlopen en genieten van eten en cultuur.

Op de grote borden rond het zwembad staat het menu van de dag en spreekt mij wel aan. Wanneer ik Lyka pols of het haar wat lijkt kan zij zich er ook wel in vinden dus voor het avondeten komen we niet verder dan het terras voor het hotel. Kippenschnitzel met sla en patat klinkt me als muziek in de oren, en het smaakt ook voortreffelijk.
Morgen doe ik rustig aan en woensdag zal ik me eens wat meer verdiepen in de veranderingen in Angeles City.
Copyright/Disclaimer