donderdag 14 februari 2008

Sri Lanka: Colombo is totaal anders

Het wandelpad langs de zee

Colombo (Grand Oriental Hotel Colombo), donderdag 14 februari 2008

De grote fles “Lion Beer” heeft niet gedaan waarvoor ik hem had ingehuurd! Ik heb niet al te best geslapen in de nieuwe omgeving met vreemde geluiden en een airconditioning die om de tien minuten begon te rammelen als een oude dieselbus. Nog onzeker of ik de wekker wel op de juiste tijd had staan schrok ik bij het eerste daglicht dat tussen de gordijnen door kroop wakker. Sri Lanka heeft vier en een half uur tijdsverschil met Nederland. Ik zie jullie denken!
‘Vier en een half uur tijdsverschil?’
Ja, dat klopt, tijdzone’s zijn niet alleen in hele uren.
Ik kom net terug van het toilet wanneer de wekker om zeven uur afloopt, hij staat dus goed. Na een koude douche ben ik goed wakker en klaar voor het ontbijt dat in de prijs is inbegrepen. Het ontbijt is erg uitgebreid met alles wat je in principe verwacht van een ontbijtbuffet in een vier sterren hotel.
Met een fantastisch uitzicht over de haven, streng verboden om te fotograferen drukt een ober mij voor de zekerheid op de borst, werk ik de omelet, bacon, worstjes, witte bonen in tomatensaus en de toast op mijn gemak naar binnen. De thee is zo sterk dat mijn maag zich samentrekt. Een wolk melk maakt het wat beter maar ik heb zo’n hekel aan thee met melk dat ik morgen toch maar de koffie probeer.
Grand Oriental Hotel ColomboCargills (Ceylon) Building Om iets over half negen stap ik voor het eerst het hotel uit om Colombo te ontdekken. Ik ben verbaasd over wat ik om me heen zie. Britse koloniale gebouwen alom! Mijn eerste indruk is dat Colombo totaal anders is dan elke andere hoofdstad van welk land waar ik ooit ben geweest.
Ik vindt dat Colombo het meest op Rangoon in Myanmar lijkt met modernere auto’s. Er zijn ook zoveel militairen en politiemensen op de been dat je je meteen veilig voelt in deze stad. Ik ben wel erg verbaasd dat er straten, en ook hele buurten, zijn afgezet met prikkeldraad en dat je op heel veel plaatsen niet mag fotograferen. Dat zal buiten Colombo hopelijk toch wel anders zijn?
Koloniale gebouwenKing coconut met lokale filmster Overal langs de weg liggen takken met grote gele, of zijn het gouden, kokosnoten. Elke verkoper ziet in mij een kans om zijn slag te slaan maar geen van de verkopers weet dat ik helemaal niet verzot op kokosmelk ben. De verkopers noemen ze de “King Coconut”. Deze verkoper gebruikt een foto van een beroemde Sri Lankaanse filmster om zijn handelswaar nog meer aan te prijzen.
Het wandelpad langs de zee Ik heb de kaart van het centrum van Colombo goed bestudeerd en na een paar keer te zijn doorverwezen door de militairen richting een omweg sta ik eindelijk aan het water, de Indische Oceaan. Het grote grasveld waar anderhalve week geleden de parade ter ere van zestig jaar onafhankelijkheid is gehouden ligt er nu weer rustig bij. Het ruisen van de golven die breken of het zand is rustgevend.
Het duurt niet lang of de eerste (gratis) gids meld zich met een smoes aan mijn zijde. Het is toeval en een geluk voor mij dat hij vandaag jarig is. Ik kan daar niet heen en daar niet naar toe wegens de militaire afzettingen. Dit en dat zijn vandaag gesloten maar daar kan hij me toch mee naar toe nemen omdat hij iemand van de bewaking kent. Ik heb heel erg veel geluk want er is vandaag een unieke optocht met wel vijftig olifanten niet ver hier vandaan. We moeten wel een Tuk-Tuk nemen want we zijn al aan de late kant. Nadat hij begrijpt dat al zijn verhalen weinig indruk op mij maken verdwijnt hij net zo snel als hij is verschenen.
Na minder dan tweehonderd meter heb ik er weer één aan mijn kont hangen. Met dezelfde verhalen en precies dezelfde opmerkingen. alsof ze zijn ingestudeerd! Nog voordat ik hem afgeschud heb mengt zich een Tuk-Tuk chauffeur in de komedie. Hij komt met een aanbod dat beide gidsen ruim overtreft. Ik lok hem een eenrichtingsweg in en maak zelf rechtsomkeer, de achterkant van zijn Tuk-Tuk is het laatste dat ik van hem zie. Althans, dat dacht ik!
Nummer twee heeft zich ondertussen zelf in een Tuk-Tuk genesteld en samen met de chauffeur proberen ze mij de pas af te snijden, om mij zo over te halen om met ze mee te gaan. Een nieuw verhaal over goede vriend van hem die juwelier is en hij zal mij zeker wel veertig procent korting op het goud en de edelstenen geven. Ik kan mij ogen niet geloven wanneer Tuk-Tuk nummer twee zich ook weer in de strijd mengt. De Tuk-Tuk’s snijden elkaar op gevaarlijke wijze de weg af en op één moment heb ik een Tuk-Tuk aan elke zijde rijden.
Ik loop een smalle drukke straat in met de twee Tuk-Tuk's in mijn kielzog. Een paar keer verander ik snel van richting waarna de chauffeurs vreemde capriolen moeten uithalen om me te blijven volgen. Met als gevolg een oorverdovend getoeter door de vastgereden vrachtwagens en andere weggebruikers valt hun ten deel.
Ik herhaal dit een paar keer, in evenveel minuten, met een schaterlachende menigte Sri Lankanen op de stoep. Door de drukte in de straat en het ontwarren van de verkeersopstopping denken ze niet meer aan mij en ik verdwijn onopgemerkt in de smalle straatjes van deze wereldstad.
Christ Church, Galle Face - Church of CeylonBomaanslagen in Colombo Nu kan ik mij meer op het dagelijkse leven in Sri Lanka, en haar cultuur, concentreren. Colombo is op het eerste oog een vreemde stad! Met de Europese ontdekkingsreizigers zijn hier ook de Christelijke missionarissen gearriveerd. Natuurlijk waren de katholieken hier het eerst maar later kwamen de Nederlandse en Britse protestanten. De witte vierkante kerktoren van de “Church of Ceylon” kan zo maar ergens in Groot Brittannië of Nederland staan.
Een ander koloniaal gebouw oogt vreemd en alle openingen op de begane grond zijn dichtgetimmerd met houten platen. Ik weet niet goed wat ik ervan moet denken maar het antwoord word me aangegeven zonder dat ik er om gevraagd heb. ‘Tamil Tigers bommen!’, fluistert een voorbijganger alsof het om een groot geheim gaat.
Kompannavidiya treinstationOude wagon De spoorweg is ook hier op Sri Lanka door de Engelsen gebracht, net als in India. Het spoor was een belangrijk vervoermiddel in de voormalige Britse koloniën. We gaan er zeker nog heel veel van zien deze reis.
Toegangshek tot onbekende tempelWoning in Colombo Armoede is troef in dit door een burgeroorlog verscheurd land. Zoals gewoonlijk is het een kleine militante minderheid die de hardwerkende gewone mensen wil overheersen. Geloof, politiek, geschiedenis en vreemde ideeën gaan vaak hand in hand onder de minder bedeelden van onze planeet. Een onbekende sobere Boeddhistische tempel en een vreemde woning passeren mij op mijn pad.
Nescafé muurschilderingNescafé muurschilderingMesjesdraad langs de straat Kleurrijke vrolijke reclame op een muur voor een wereldberoemde oploskoffie in een stad die bijna dagelijks het slachtoffer is van bomaanslagen. Ik moet dit even laten inzakken in mijn gedachten. Ook omdat de vrolijkheid wordt afgewisseld met rollen mesjesdraad om ongewenste bezoekers af te weren. Het is voor mijn gevoel een stad, en waarschijnlijk ook een land, met grote tegenstrijdigheden.
Het valt me onderweg ook op dat er voor Aziatische begrippen heel weinig kleine winkeltjes en eethuisjes zijn. Ik vraag mij dan ook af of al die inwoners van Colombo gewoon zelf thuis koken en eten. Er is niet zoveel stank, maar als je in de buurt komt van een vismarkt of slachthuis dan is de stank zo erg dat je adem wordt afgesneden. Af en toe zoek ik kokhalzend een uitweg naar een punt met frisse lucht.
In het gebied rond het fort kun je bijna niet verdwalen, de “Twin Towers" van het “Colombo Trade Center” zijn bijna altijd te zien.
Stadsbussen in ColomboFort Railway station Het openbaar vervoer in Colombo lijkt van een acceptabele kwaliteit te zijn. Overal passeren met passagiers gevulde gekleurde bussen en ik loop weer tegen een tweede spoorwegstation aan. De gewone trein doet in de stad Colombo ongetwijfeld dienst als een soort metro. Om de paar honderd meter is er weer een station waar de forensen kunnen in- en uitstappen.
Na de ochtend wandeling moet ik echt zoeken naar een plaats om wat te eten. De lokale YMCA lijkt een van de uitgesproken plaatsen waar ze voedel serveren aan toeristen. De menukaart in de YMCA in in ieder geval in het Engels en de zaak zit tot aan de nok vol met mensen die tot aan hun ellebogen in de rijst met kerrie zitten te roeren.
Een korte wandeling met mijn vingers door de menukaart, en daarna met mijn benen langs de enorme pannen gevuld met een waterige kerrie in verschillende kleuren.
Bryani met kip in de Colombo YMCA De kerrie is me op dit moment nog wat te avontuurlijk dus kies ik voor de “Biryani”, een kruidige zeer smakelijke rijst die ik uit Maleisië ken. De Biryani smaakt goed en ook de kerrie met rundvlees die ik later bestel is heel smakelijk. Alleen de groente die ik erbij krijg kan ik niet plaatsen. Het heeft ook een voor mij geheel onbekende smaak, niet vies, maar de smaak van het groentegerecht staat wel me snel tegen.
Het lauwe flesje “Mirinda” limonade is absoluut niet te drinken! Het is een mierzoete soort Fanta. Een klontje ijs in je frisdrankje is natuurlijk geen aantrekkelijke oplossing! Bij gebrek aan Cola, een flesje drinkwater is zeker geen alternatief, zou ik het liefste een ijskoud biertje drinken. Vanavond probeer ik een andere Sri Lankaans gerecht, tenminste, wanneer ik een aantrekkelijke eetgelegenheid kan vinden in de buurt van mijn hotel.
Nu ik mijn eerste kennismaking met de stad heb gemaakt wordt het tijd om de eerste culturele bezoeken te gaan afleggen. De eerste bezienswaardigheid op de agenda blijkt zo moeilijk te vinden dat het uiteindelijk de laatste bezichtiging van de dag word. Een samenspel van militaire controlepunten, die ik absoluut niet mag fotograferen, en de onduidelijke kaart op mijn “Garmin Oregon t400” GPS blijven mij de verkeerde kant op sturen.
Ramlal Maharajah Nergens staan er borden die de richting aangeven naar de toeristische attracties! Er staan sowieso weinig richtingsborden in Colombo! Is dat om de terroristen te verwarren? Dat zou zo maar kunnen. Ik sta voor de “Ramlal Maharajah” en kijk mijn ogen uit. Wanneer ik deze foto later op mijn hotelkamer bekijk besef ik dat alles wat mijn wandeling in Colombo vandaag uniek maakt op deze foto staat. Een koe als een lastdier, een stalen kar vol met huishoudelijk afval, twee Sri Lankanen waarvan een op blote voeten en een tempel die wel wat onderhoud kan gebruiken.
Wolvendaalsche kerk Het heeft even geduurd maar uiteindelijk sta ik voor de “Nederlandse Protestantse Kerk Wolvendaal”. Het gebouw is niet erg indrukwekkend maar daarom niet minder belangrijk voor de geschiedenis van Nederland in de overzeese koloniën.
Na het schudden van de kaarten tussen de Europese koloniale grootmachten is de “Nederlandse Protestantse Kerk Wolvendaal” gesticht in 1642. Zijn huidige vorm is pas in 1749 ontstaan.
Oude grafstenenOude grafstenen De koster van de “Wolvendaalse Kerk” geeft mij met plezier een rondleiding door de kerk met al zijn antieke Hollandsche Meubelen en oude grafzerken. Deze kerk had zo ergens in een tussen fruitbomen verscholen dorpje in de Betuwe kunnen staan.
Oude grafstenen vindt ik altijd indrukwekkend en een belangrijk deel van de nog levende geschiedenis. Anno 1691, meer dan 300 jaar geleden werd hier “Juffrouw Rachel Brouwers” hier ter aarde besteld. Terwijl ik na de grafsteen kijk vraag ik me af of ik in een vorig leven ook een koloniale avonturier ben geweest.
De kansel in de Wolvendaalsche kerkHerinnering aan overleden vrouw in de Wolvendaalsche kerkOude grafstenen in de vloer van de Wolvendaalsche kerk Het interieur van de “Nederlandse Protestantse Kerk Wolvendaal” is erg indrukwekkend. Ik weet dat er steeds meer atheïsten en islamieten bijkomen maar vergeet nooit dat de religieuze kunst een heel belangrijke rol heeft gespeeld! Afgodbeelden en beelden van zwangere vrouwen zijn de oudste sporen van de denkende en creërende oermensen ooit gevonden. Een religie zonder beeldende kunst is als een lichaam zonder ziel.
De kansel vanwaar de dominee zijn kudde godvrezende gelovigen honderden jaren geleden toesprak is een waar kunstwerk gemaakt door lokale Sri Lankaanse timmerlui en houtsnijders. Een houten bord aan de muur ter gedachtenis aan een overleden echtgenote benadrukt de pijn en het verdriet van de achtergebleven echtgenoot.
Een grote deksteen in de vloer van de kerk, bovenop de laatste rustplaats van een hoogwaardigheidsbekleder, is natuurlijk een kunstwerk op zich. “Baron van Eck”, Heer van Overbeek, zocht zijn geluk, en misschien ook een nieuw fortuin, op Ceylon. Hij stierf in de strijd op het slagveld. Zijn zij die thuisbleven de winnaars? Ik denk het niet, thuis gaan de meeste mensen dood!
Sri Lanka/Colombo/ - 38Nederland bedanktWolvendaalsche Gereformeerde kerk Op weg naar de uitgang kijk ik recht in de ogen van de onzichtbare gelovigen die deze kerk honderden jaren lang hebben bezocht. Ik zie ze zitten maar ze hebben geen herkenbare gezichten. Ik knik, en de geesten van de gelovigen die niet meer onder ons zijn knikken goedkeurend terug. Ik geloof in het hogere en geesten.
Op naast de voordeur zie ik nog een uitzonderlijke set “Delfts Blauwe” tegels als dank voor de bescherming die de Nederlandse soldaten hier hebben ervaren tijdens de tweede wereldoorlog in het verre oosten. De tekst is in het Engels en dat maakt het nog meer bijzonder.
Ik kijk nog een keer over mijn schouder voordat ik de “Nederlandse Protestantse Kerk Wolvendaal” achter me laat. Ik heb voor vandaag genoeg gezien en ik ben nog steeds onder de indruk van de geschiedenis die ik vandaag in alle rust heb mogen ervaren. Ik ga richting mijn hotel.
Kleurrijke huizen in ColomboAbu Saleh Takya Mosque De huisjes die ik passeer mogen niet zijn gebouwd naar de westerse maatstaven maar ze zien er wel uit als huisjes vol geluk. De kleurige huisjes stralen geluk en acceptatie uit. Het is niet anders, onze goden verzorgen ons dat we zo moeten leven. Dat is Azië, het accepteren van je levensomstandigheden zonder enige afgunst naar zij die het beter hebben dan wij. Het Hindoeïsme en Boeddhisme zijn zeer rustgevend. Zij kennen geen afgunst! Alleen de acceptatie van de situatie waarin jij je bevind.
De “Abu Saleh Takya” moskee, geheel zonder enige artistieke inspiratie opgetrokken uit beton, is een monster van architectonische mismaaktheid dat ik geen enkele hoek kon vinden om er ook maar één fatsoenlijke foto van te nemen.
Old Town Hall Building and MuseumHet is druk op straat Dan passeer ik het oude gouverneurshuis, vreemde architectuur die ik niet kan plaatsen, dat is omgebouwd naar het “Dutch Museum”, een snelle blik naar binnen verraad dat hier weinig te zoeken heb. Toch is een eerbetoon aan de Nederlandse kolonisten opvallend en een eer.
Is het een overdekte markt of een verzameling kleine winkeltjes? Het blijft opvallend dat er bijzonder weinig winkels in het straatbeeld zijn waar ze verse etenswaren verkopen. Wellicht is er ergens een grote overdekte natte markt in de buurt?
Onverharde straatKoloniale herinneringen Dat er in Colombo nog wel aan de verbetering van de infrastructuur moet worden gewerkt wordt me duidelijk in een onverharde straat in het centrum. Er loopt een donkere strook zand/aarde door de straat waarvan het me, door de geur die het verspreid, al snel duidelijk is dat het om riool- en afvalwater gaat.
Zo, dat was dat! De eerste dag in Sri Lanka zit er voor mij op. Ik heb aardig wat kilometertjes gelopen met een blaar op mijn linker hiel als zichtbaar bewijs. Colombo ziet er op het eerste oog best interessant uit, maar ik heb na vandaag nog drie dagen in de stad. Dat lijkt een beetje teveel van het goede. Daarom ga ik morgen met de trein naar Negombo om daar ook wat in de Nederlandse geschiedenis te duiken.
Het avondeten schiet er voor mij helaas bij in, de hemel word verlicht door een oneindige lichtshow van bliksemschichten en de straten van Colombo zijn om half zeven dood en verlaten. Er zit wel een restaurant in het hotel, in de ruimte waar ‘s morgens het ontbijt wordt geserveerd, maar dat restaurant probeer ik morgen wel. Voor de een of andere reden heb ik weinig trek en meer dorst. De twee ijskoude flessen “Lion Beer” smaken me in ieder geval uitstekend!
Mijn ervaring met de peperdure “Highspeed Internet Connection” in het hotel is een drama. De verbinding is af en toe zo langzaam dat het er op lijkt dat er helemaal geen verbinding is. Het duurde een kwartier voordat ik mijn verhaal van gisteren op mijn weblog had staan! Ik kon nog net binnen de tijd de foto’s opladen maar tijd voor invoegen was er niet meer. Dat gehannes kostte me € 4.—. Jullie begrijpen dat ik naar een andere oplossing op zoek ga. Vanavond voor het slapen nog wat tv op mijn MacBook kijken en morgen om zes uur op om wat meer in de buurt te gaan verkennen.

woensdag 13 februari 2008

Sri Lanka: Een late aankomst

Sri Lanka/Bangkok/Chinees nieuwjaar bij vertrek in Bangkok

Colombo (Grand Oriental Hotel Colombo), woensdag 13 februari 2008

Ik was al om half acht wakker terwijl ik mezelf een beetje uitslapen had beloofd. Ik draaide me nog een keer om en probeerde opnieuw in slaap te vallen, tevergeefs. Dan maar opstaan en deze dag proberen op te vullen tot twee uur. Dat is het moment dat ik op weg naar het busstation moet gaan. De tijd ging tergend langzaam maar eindelijk stond de verlossende twee uur op de klok.
De busreis naar de luchthaven verloopt vlekkeloos, ik zit wat uit het raam te kijken in de verbazend stille lege bus. Er liggen wat passagiers te slapen maar de meeste zitten net als ik in diepe gedachten verzonken in de leegte te staren. Wat zal er door de hoofden van mijn medepassagiers gaan?
Sri Lanka/Bangkok/Chinees nieuwjaar bij vertrek in Bangkok Bij aankomst op de “Suvarnabhumi International Airport” is het meteen duidelijk dat het Chinese nieuwjaar voor de deur staat. Thailand is meer Chinees dan ze ooit zullen toegeven. Eigenlijk is Thailand een mengelmoes van verschillende culturen afgebakend door natuurlijke grenzen zoals de Mekong rivier en enkele kliffen en heuvelruggen. Het rood en goud is er niet minder feestelijk om.
Het inchecken bij “Srilankan Airlines” gaat erg snel en binnen een poep en een scheet sta ik te midden van een enorme mensenmassa voor de poorten van de immigratiedienst. De immigratie gaat zoals verwacht heel erg langzaam. Ik sta in een rij met een grote groep Chinezen die voor veel oponthoud zorgen.
De westerse toeristen voor mij staan ook tegen elkaar te klagen dat het allemaal wel heel erg lang duurt. Het openen van een paar extra poorten van de immigratiedienst zorgt voor een kleine volksverhuizing naar de vier nieuwe kortere rijen. Na twintig minuten wachten kan ik eindelijk een kop koffie gaan drinken bij één van de vele koffietentjes binnen de vertrekzone.
Omstreeks kwart over acht verlaten de grote rubberen banden van de Airbus het beton van de startbaan in Bangkok en gaan we eindelijk de lucht in. Op dit moment is mijn reis naar een nieuwe bestemming, Sri Lanka, eindelijk begonnen!
“Srilankan Airlines”, wat zou deze luchtvaartmaatschappij voor een verrassing kunnen brengen? Het is achteraf gezien een grote verrassing, een positieve verrassing welteverstaan. In de een van de vliegtuigen van Airbus, een 330-200, wordt een goede maaltijd geserveerd. Op de videokanalen, die ik persoonlijk toch niet gebruik, kun je uit vijftien verschillende actuele films kiezen. Het enige nadeel van deze vlucht is het grote leger Chinezen, die uit Beijing zijn gekomen en die al rochelend en luid pratend, ook naar de andere kant van de golf van Bengalen worden gevlogen.
Tijdens het wachten in de terminal raak ik aan de praat met een man uit de Malediven die een reisbureau in Colombo bestuurd. Hij heeft al een taxi had gereserveerd van de luchthaven in Colombo naar het fort. Zijn hotel voor vannacht is ook in het fort. Omdat ik de weg niet ken vraag ik hem of we misschien samen de taxi kunnen delen. Daar maakt hij geen probleem van en we spreken af elkaar na de vlucht na de immigratie weer te zien.
Biljet van 1000 RoepiaNieuw biljet van 200 Roepia We landen rond tien uur in de avond op de “Bandaranaike International Airport” in Colombo. Dat is een heel ongelukkige tijd om te arriveren in een stad van een derde wereldland waar je nog nooit bent geweest. Alles om je heen is nieuw en gevaar loert overal in de aankomstruimte van een luchthaven!
Maar niet in Colombo! Het gaat allemaal kinderlijk eenvoudig en binnen tien minuten sta ik voorbij de douane en nog voor de immigratiedienst voor een ATM met een pak geld in de hand. Het geeft mij in ieder geval een veilig gevoel. Honderdduizenden Sri Lankan Roepie! Mijn eerste indruk is dat het Sri Lankaanse geld erg smerig en vettig is.
Direct achter de immigratie staat mijn nieuwe vriend, zoals afgesproken in Bangkok, te wachten en hij zwaait enthousiast, met twee armen hoog boven zijn hoofd, zodra hij mij ziet. Het delen van de kosten voor vervoer naar je hotel maakt altijd nieuwe vrienden! De taxi rijdt ons voor 1000 LRK per persoon naar het fort Colombo, dit wel nadat mijn nieuwe vriend eerst stevig in de lokale taal heeft staan te onderhandelen.
Het is donker, het is laat, en stil op de weg. Om de paar kilometer zijn er controlepunten en patrouilleren zwaar bewapende soldaten langs de weg naar Colombo. Het is zelfs opvallend donker, stalen gordijndeuren glimmen dof in de lichtbundels die de taxi voor zich uitwerpt.
Ook in in Colombo stad zelf blijft het opvallend donker en rustig op straat. Voordat we bij mijn hotel aankomen moes er eerst nog een militair controlepunt worden gepasseerd. De chauffeur laat zijn legitimatiebewijs zien en een groot hoofd met een set witte tanden steekt zich aan mijn zijde in de taxi.
‘Hello sir’, is de vriendelijke begroeting van de grote soldaat.
Na het zien van de blanke buitenlander in de taxi is het toegestaan om de, voor al het verkeer afgezette, straat in te rijden.
Alle steden van derde-, en tweede-, wereld landen lijken hetzelfde in het donker maar bij het zien van het hotel voor de komende nachten komen er warme gevoelens van de koloniale tijden van weleer in mij op. Het witte gebouw ziet er mooi uit in het donker en aan de zijkant knippert spookachtig een neon verlichting met de tekst “Nightclub”. Daar heb ik nu na de vliegreis nog geen zin in. Ik wil eerst lekker slapen en wanneer het mogelijk is één lokaal biertje op mijn (hotel)kamer drinken.
Het presenteren van de geprinte voucher is voldoende en na de formulieren te hebben ingevuld word ik door een bell boy van zeker zeventig jaar oud naar mijn enorme kamer gebracht. Ik voel me als een prins uit een sprookje.
Lion Lager Beer
Het bestelde ijskoude “Lion Beer” wordt door een andere, wel heel erg joviale, ober op de kamer afgeleverd. Ik wordt onder een lawine van informatie bedolven. Het begint met zijn verhaal dat hij vandaag jarig is en hij eindigt met de vraag of ik misschien zin heb in een “Young Sri Lankan Lady”.
‘Nee vanavond niet!’
‘Maybe Friday’, schatert hij terwijl hij de deur achter zich dicht trekt.
Het Sri Lankaanse biertje smaakt me uitstekend. Nadat ik wat spullen uit mijn rugzak heb gehaald is het de hoogste tijd om te gaan slapen. Morgen lekker vroeg op en na het ontbijt de stad in.

zondag 10 februari 2008

Sri Lanka, ik ben er klaar voor

Ik ben er klaar voor, de rugzak is ingepakt en staat klaar.
Ik moet eerlijk zijn dat ik nu eindelijk een nieuwe paklijst voor mijn rugzak heb gemaakt. De laatste dateerde alweer van 2003.
Ik zal jullie niet onthouden wat er allemaal in zit maar eerst iets anders.

Het busschema van Pattaya naar Suvarnabhumi Airport

Op het moment van het schrijven (10/02/2008) kost een enkele reis van het "Pattaya Aircon-Bus Station naar de "Suvarnabhumi" luchthaven in Bangkok 150 Baht.

De vertrektijden vanuit Pattaya zijn:

06:00 / 09:00 / 11:00 / 13:00 / 15:00 / 17:00 / 19:00

Informatie op telefoonnummer: +66 (0)38370055-6

Vanaf de "Suvarnabhumi" luchthaven in Bangkok zijn er twee busdiensten.
De "Government's Bus" die alleen stopt aan de Sukhomvit road op de kruisingen Pattaya Nua, Pattaya Klang en Pattaya Klang. Je kan ook uitstappen op het eindpunt ergens aan de beachroad in Jomtien. Deze busdienst vertrekt van de westzijde van de terminal op de begane grond, wel eerst een kaartje kopen binnen. De kosten zijn 106 Baht voor een enkele reis.
De andere busservice die vertrekt van de busterminal op de "Suvarnabhumi" luchthaven in Bangkok, hiervoor moet je eerst met de gratis shuttlebus van de luchthaventerminal naar de busterminal. De kosten zijn 150 Baht voor een enkele reis.

De vertrektijden vanaf de "Suvarnabhumi" luchthaven in Bangkok zijn:

06:45 - vertrek vanaf de luchthaventerminal
08:00 - vertrek vanaf de busterminal
09:15 - vertrek vanaf de luchthaventerminal
10:00 - vertrek vanaf de busterminal
12:00 - vertrek vanaf de busterminal
13:15 - vertrek vanaf de luchthaventerminal
14:00 - vertrek vanaf de busterminal
16:00 - vertrek vanaf de busterminal
17:15 - vertrek vanaf de luchthaventerminal
18:00 - vertrek vanaf de busterminal

Ik hoop dat jullie er wat aan hebben.

Nu mijn rugzak, ik heb voor de zes weken in totaal gepakt:

1 paar Teva sandalen
3 paar wollen sokken
4 zijden onderbroeken
1 lichtgewicht Lifeline broek met afritsbare pijpen
4 overhemden met korte mouw
1 Fleecetrui met ritssluiting
1 zwembroek

Voor de persoonlijke hygiëne:

1 zeepdoos met een stuk zeep
1 tandenborstel
1 tube tandpasta (wordt gekocht bij aankomst)
1 deodorantstick
1 scheerapparaat inclusief mesjes
2 sets contactlenzen
3 kleine flacons contactlensvloeistof

Medicijnen:

Metformine voor 45 dagen
Lipitor voor 45 dagen
40 antipoep tabletten

Electronica:

Apple Macbook inclusief lader
Nikon L12 camera inclusief batterijen en lader
Olympus 720 SW camera inclusief batterijen en lader
iPod Nano
Garmin GPS
Diverse kabels en kaartlezer

Diversen:
Oordoppen
Reisgids
Visitekaartjes
Aquapure waterfles met filter
Waterfles houder

Mijn rugzak zit iets onder de elf kilo voor zes weken.
Niet te zwaar en toch alles bij me. Ik wil voor de volgende keer wat thermisch ondergoed proberen voor de koudere streken (hoog in de heuvels).

Ik kijk er echt naar uit, vanaf donderdag 14 februari zijn mijn avonturen in Sri Lanka en Maleisië weer te volgen op mijn blog. Tot dan!

woensdag 6 februari 2008

Sri Lanka, een moeizaam begin

Pattaya, 06/02/2008

De echte start is een moeizaam begin. Omdat mijn vlucht, zonder vertraging, pas om 21:50 in Colombo land moet ik via een omweg voor een bed zorgen. Ik kan namelijk niet gewoon de stad inlopen en kijken of er een fatsoenlijke slaapplaats te vinden is.
Van de eerste pogingen via email kwam niets terecht. De antwoorden liepen uiteen van: "we reserveren niet via email" tot helemaal geen antwoord. Twee hotels wilden wel een reservering aannemen maar konden geen vervoer regelen. Het laatste wat ik wil is laat op de avond door de buitenwijken van Colombo rijden op zoek naar mijn hotel.
Mijn laatste strohalm was om een hotel te boeken via één van de tientallen hotelboeking websites op het internet. Na ruim twee uur was de prijs voor een hotel midden in het centrum teruggebracht tot een aanvaardbare prijs. Het was voor mij een complete verrassing dat de prijzen soms wel werden verdubbeld op een website. Goed zoeken is dan ook de raad die ik jullie geef!
Het is het "Grand Oriental Hotel Colombo" geworden. Een drie sterrenhotel aan de rand van het fort en naast het financieel district van Colombo. "Als je jezelf niet kietelt af en toe wie kietelt je dan wel?", zei mijn grootmoeder altijd. Dus mijn reis begint met vijf nachten in luxe. Kan ook wel omdat ik weet dat het later allemaal wat goedkoper zal worden. Maar!
Ook dit hotel kan voor mij geen vervoer van de luchthaven naar het hotel regelen. Het is een avontuur maar één waar ik mij niet best bij voel. Mocht ik op tijd zijn dan zal in om ongeveer half elf op zoek gaan naar een taxi. Onbevestigde informatie die ik heb gevonden praat over coupontaxi's naar de stad voor een vaste prijs, LKR 1200 (€ 8,--) enkele reis. Het is niet de prijs maar het tijdstip, volgens mijn informatie stopt de service om elf uur.
Dat wordt dus hopen dat er geen vertragingen zijn.

Verder ben ik er klaar voor, mijn rugzak zal nog iets lichter zijn desondanks ik een nieuw object bij me zal dragen. De "Aquapure Traveller" van "Pure Hydration (BW Technologies Limited)". Dit is een drinkfles met een filter die alle onzuiverheden uit het water filtert, inclusief parasieten, bacteriën, virussen, giftige chemicaliën en zware metalen. Daar bovenop natuurlijk zand en modder, een geurloos en veilig water om te drinken moet het eindproduct zijn.
Ik ga natuurlijk niet water uit beken en rivieren drinken als dit niet nodig is maar water uit flessen dat je niet vertrouwd, en dat zal veel zijn in Sri Lanka, gaat door de fles en moet mij zo behoeden voor de racekakken die ik gelukkig sinds een half jaar achter me heb gelaten. Over zeven weken kan ik jullie een volledig testrapport over de "Aquapure Traveller" geven.

maandag 4 februari 2008

Sri Lanka, nog ruim een week te gaan tot mijn vertrek

06/01/2008

Het plannen is in volle gang en ik moet eerlijk zijn dat, wanneer ik weer lees over bomaanslagen en het opgelaaide geweld in Sri Lanka, er twijfels boven komen of ik nu wel of niet zal gaan. Tot nu staat de meter op “gaan” en waarschijnlijk zal dat deze week niet meer veranderen. Alleen een totale chaos en staat van oorlog kan mij weerhouden om naar Sri Lanka af te reizen. Het is wel mogelijk dat ik mijn reisplannen in zijn geheel over de boeg werp en een nieuw plan trek terwijl ik onderweg ben.

Wat zijn de plannen?
Ik heb maar 28 dagen en zal waarschijnlijk een flink stuk van mijn plannen moeten opgeven en bewaren voor een tweede en misschien wel derde bezoek. Bij aankomst krijg je een gratis visum voor dertig dagen, dit is dan ook de reden dat ik voor de 28 dagen in Sri Lanka heb gekozen.
Het plannen van een reis in zo’n drukbezocht vakantieland is niet zo moeilijk. Je gaat gewoon even surfen op het internet en zoekt naar de grote reisondernemingen die kant en klare oplossingen voor hele hordes toeristen klaar hebben. Je neemt een paar van die reizen, kneed ze samen, snij de randjes er af, rekt het uit en knip stukjes weg. Zie daar, je reis is klaar. Ook het bezoeken van de “Sri Lanka startpagina” is aan te bevelen. Na alles te hebben bewerkt ben ik tot de volgende reisplannen gekomen.

We doen eerst een paar dagen in Colombo (1-4)


Galle aan de zuidkust (5-7)


Theeplantages en Natuurparken, inclusief Adam’s Peak (8-14)


Kandy natuurlijk (15-19)


Oude steden liggen noordelijker in de buurt (20-21)


Misschien naar Anuradhapura (22-25)


Langs de kust terug naar het strand in Negombo (26-28)


Na vier weken Sri Lanka is mijn geliefde Maleisië weer aan de beurt met de Formule 1 race (voor de negende keer alweer) als hoogtepunt. Twee weekjes relaxen en rusten.

Het klinkt erg lang maar het zal omvliegen, zes weken is niet veel meer als je zo langzaam reist als ik. Blijf lezen en laat af en toe iets van je horen, klik gewoon op de link “reacties” onder het verhaal.

zondag 3 februari 2008

In beeld: Sri Lanka's spice of life

Ik ben nu op het internet aan het onderzoeken over Sri Lanka en dit is een leuk artikel dat ik jullie niet wil onthouden.

In beeld: Sri Lanka's spice of life

Historische export

Terwijl de thee het meest beroemde exportproduct van Sri Lanka is, histories gezien is het meest belangrijke exportproduct kaneel. In feite is het zo belangrijk dat de botanische naam van kaneel - Cinnamomum zeylanicum - is afgeleid van de oude naam voor Sri Lanka, Ceylon.


Elke ochtend vertrekken de kaneel pellers naar de bossen om takken te verzamelen die later worden ontdaan van hun bast. De plant groeid als een struik. Het is heet en zwaar werk.


Een getraind oog

Van de 16e tot en met de 18e eeuw was kaneel de "Heilige Beker voor de buitenlandse bezetters", volgens de kaneel expert “Florence Ratwatte”. Het was één van de belangrijkste exportgoederen voor de Oost Indische Company, en het middelpunt voor de langdurige en kostbare oorlogen tussen Portugal en Holland.


De plantagewerkers brengen takken van de kaneelstruik naar de plaats waar ze verder worden verwerkt. Dit alles onder het toeziend oog van plantage eigenaar Wijitha Jayatilleke, een vierde generatie kaneelboer.


De kunst van het pellen


Keethaka Sunil Weemalaweera Soysa leerde de kunst van het kaneelpellen als schooljongen. Nu leert hij op zijn beurt zijn eigen zoon de kunst tijdens de schoolvakantie als hij op de kwekerij.
De kaneelpellers krijgen gewoonlijk 1/3 van de opbrengst over wat ze produceren. "Vandaag de dag willen de meeste kinderen dit werk niet meer leren. Ze zijn lui en zoeken naar andere gemakkelijkere baantjes, maar deze baantjes brengen niet zoveel in het laatje," merkt hij op.


Het kloppen van de bast


Chathurangi De Soysa klopt de bast van de takjes van de kaneelstruik. Deze kwaliteit zal worden gebruikt voor het maken van kaneelolie.
"Nu we klaar zijn met school hebbende meeste van mijn vrienden ander werk. Ik heb maar tot mijn 16e op school gezeten omdat mijn cijfers niet goed genoeg waren. Om ander werk te krijgen moet ik een diploma hebben. En dat heb ik niet, dus zitten mijn moeder en ik hier.", verteld ze.


Het sorteren op kwaliteit

Heden, volgens de deskundigen, is Sri Lanka één van de grootste exporteurs van Kaneel. Ze produceren ongeveer 80% van de totale wereldproductie inclusief de grootste verscheidenheid in de zoete kwaliteit die gemaakt wordt van de binnenste bast van de kaneelstruik.


In deze kaneelfabriek hebben de medewerkers deze stalen haken bedacht. Vroeger werden ze met de voeten afgeschild en dat was zeker minder hygiënisch.


Eeuwenoude specerij

Het gebruik van kaneel was al bekend in Egypte en het wordt zelfs vermeld in het oude testament. Vroeger werd het door de inheemse bevolking verzameld in de jungle van het eiland. Maar nadat de gebieden aan de kust waren veroverd en bezet door de Hollandse Oost Indische Company werden er aan het einde van de 18e eeuw kleine plantages aangelegd.


Hier worden de kaneelrollen te drogen gelegd op stalen snaren hoog in de nok van de fabriek. Als ze droog genoeg zijn worden ze in gereedheid gebracht om verpakt te worden voor de export.


'Te weinig geschoolde arbeiders'

Hoewel Sri Lanka de grootste producent van kaneel in de wereld is zijn er twintig duizend arbeiders te kort om de kaneel te oogsten.
"Alle plantages kampen met dezelfde problemen die te maken hebben met het personeelstekort. Het zijn hoofdzakelijk mensen die vanuit de agrarische sector naar de stad trekken om een meer lucratief baantje te zoeken," voegt hij toe.


Sarada De Silva, voorzitter van de raad van specerijen producenten, inspecteert een zending van kaneel in zijn opslag in Colombo.


Ideale omgeving

Sri Lanka’s kaneelgaarden liggen voor het grootste deel in de westelijke en zuidwestelijke gebieden van het eiland, ten noorden en zuiden van Colombo.
Kaneel expert Florence Ratwatte verteld dat de tropische zon en de rijkelijk neerdalende regen deze gebieden tot de beste omgeving maakt voor het telen van de kaneelstruiken. Maar zelfs hier is de kwaliteit van de kaneel vaak afhankelijk van de kwaliteit van de grond waarop ze wordt verbouwd.


Kaneelrollen worden in jute zakken ingenaaid voordat ze in containers worden geladen en verscheept naar bestemmingen over de hele wereld.


Verscheidenheid in prijsklassen

De prijs van Kaneel is meer dan 30% gestegen in de laatste 18 maanden omdat de productie niet kan voldoen aan de vraag op de wereldmarkt.
Ms Ratwatte verteld dat de zoetste kaneel, de meest gewaardeerde en duurste variëteit groeit in de "silver sand" kustgebieden van het Negombo district, net ten noorden van Colombo. "De aangrenzende gebieden zelf van Colombo, vroeger zelf een grote plantage. Zelfs vandaag de dag heet de meest exclusieve woonwijk in Colombo “de kaneeltuinen."


Een handelaar legt een voorbeeld klaar voor de wekelijkse specerijen veiling in Colombo.


'Royale subsidies'

Kaneelstruiken produceren tussen de 40-50 jaar, hierna moeten ze worden gerooid en nieuwe struiken worden aangepland. Wanneer dat nodig is ontvangen de plantage eigenaren royale subsidies van de overheden. “Goed onderhouden bomen die vrij zijn van ziekten produceren ongeveer 100 kg ($3-$9 a kg) klaar eindproduct per hectare,”verteld Ms Ratwatte.


Hier liggen verschillende stalen kaneel klaar om geveild te worden.


Hoge kwaliteit

Boeren verkopen hun oogsten soms op seizoenmarkten – die tevens fungeren als ontmoetingsplaats voor producenten en handelaren – en op veilingen.
De kaneelpellers gaan meestal mee met de plantage eigenaars en de opbrengsten worden in twee gelijke delen gesplitst tussen de pellers en de eigenaren. Dit is een goede reden om samen naar een product van zeer hoge kwaliteit te streven.


Hier, Lalith Perera, een specerijenhandelaar, veilt partijen kaneel en andere specerijen voor zijn klanten.


Ontdekkingsreizigers


Het is te makkelijk om de invloed van kaneel in de geschiedenis van de moderne wereld te vergeten. Maar het waren wel de specerijen die de grote ontdekkingsreizigers zoals Vasco da Gama and Columbus naar alle uithoeken van de wereld dreven over de woeste met stormen geteisterde wereldzeeën.
Heden is de kaneel vooral bekend voor het gebruik in appeltaarten, madeira cakes en doughnuts, en een nog veel wijder aanbod van koekjes en gebak.

Words and pictures by Roland Buerk. (vertaling: Jielus Kuijntjes)

dinsdag 29 januari 2008

Nederland, groenwitte herinneringen

Zaltbommel, 26/01/2008

Het was niet geheel onverwacht maar toch kwamen er gevoelens van ongeloof en herinneringen naar boven. Na ruim negentig jaar is de voetbalvereniging Zaltbommel ten ziele gegaan.
Mijn eerste herinneringen gaan over de kennismaking met het voetbal bij de groenwitte, zoals we liefkozend werden genoemd. Zaltbommel zag er aan het einde van de jaren zestig heel anders uit als nu. Tussen de Vergtweg en de Maarten van Rossumsingel lagen de uitgestrekte aardbeivelden van de gebroeders van der Heijden en eenmaal onder het tunneltje door ontvouwde zich de open weilanden richting Bruchem. Een exotische plaats voor een kind van acht jaar oud. Tussen Bruchem en het tunneltje lagen de HBS, Huishoudschool en de LTS, hogere opleidingen waar een kind van acht nog niet aan denkt. En natuurlijk de sportvelden van VV Zaltbommel en Nivo Sparta. Het leven was goed onder de beschermende vleugels van mijn opa en oma. Er waren nog heel wat goede lagere scholen binnen de oude stadsmuren. Wanneer één van je vriendjes lid wordt van een sportvereniging heeft dit een enorme invloed op zijn vriendenkring, hele hordes wordt ook meteen lid en bijna iedereen in je elftal zit bij je in de klas op school.
Ik weet niet meer wie het lont ontstak maar na een paar keer zeuren bij mijn oma en werden er voetbalschoenen gekocht bij van der Wee in de Boschstraat. Op de zaterdagochtend vertrokken we met een groep op de fiets vanuit de stad, verzamelen op de stoep bij van Diggelen, naar het voetbalveld. Het was vanzelfsprekend dat het VV Zaltbommel werd, aan het roodwitte Nivo Sparta werd niet gedacht. Dat waren namelijk de katholieken. Liefkozend “de Katjes” genoemd tijdens de schoolsportdagen die jaarlijks op de velden van VV Zaltbommel werden georganiseerd. Thuis werd er naar “de Papen” gerefereerd. Ik was te jong om te begrijpen wat er aan de hand was en wat er op het spel stond. Het geloof is iets dat je vanuit thuis wordt opgespeld en niet zelf kiest. Maar het is waar dat we alleen met de protestanten omgingen.
In mijn herinneringen was het altijd zomer als we in een lang lint langs de “van Heemstraweg” fietsten op weg naar tegenstanders met namen als VV Alem, VV Hurwenen en DSC. We verloren meestal maar dat was snel vergeten met een colaatje en een zak patat in de hand. Robert van Stuyvenberg, Claude Holewijn en een jongen genaamd Doelman kan ik me voor de geest halen. Met Robert en Claude ben ik voor een langere tijd bevriend geweest maar die jongen Doelman was plotseling verdwenen. Omdat hij Doelman heette werd hij ook meteen aangesteld als keeper.
Nog voordat ik naar de middelbare school ging was mijn voetbalcarrière ten einde. Mijn schoenen verhuisde naar de schuur en mijn kleine oranje “Olympia” embleem werd van mijn shirt getornd en belande boven mijn bed aan de muur.
Begin jaren tachtig werd ik opnieuw lid, maar daar vertel ik over in een ander verhaal.

zondag 27 januari 2008

Maleisië, de balans over de twee weken in Maleisië

Bangkok, 27/01/2008

Na een paar dagen in Thailand heb ik de balans opgemaakt over de twee weken in Maleisië.
Ik heb in 15 dagen totaal 3732 Km afgelegd.
2413 Km met het vliegtuig.
1068 Km met de bus en auto.
96 Km met de trein en
155 Km te voet.
De kosten in Maleisië zijn over het algemeen nog laag. Omdat ik enkele nachten in duurdere hotels heb geslapen liggen de gemiddelde kosten iets hoger dan normaal. Maar voor € 25 per dag (zonder winkelen en het drinken van alcohol) kan je nog steeds veel zien en doen. Als je met zijn tweeën onderweg bent en de kamer deelt dan lukt het voor € 17,50 per persoon.

Hotels waar ik deze keer heb geslapen:
Kuala Lumpur - Fortuna Hotel *** - RM 159

Melaka - Heeren Inn ** - RM 80

Tanah Rata - Twin Pines * - RM 50

Ipoh - Grand View Hotel ** - RM 73

Taiping - Peking Hotel * - RM 40

George Town - Oasiss Hotel * - RM 25

donderdag 24 januari 2008

Maleisië, alweer de laatste dag

Bangkok, 22/01/2008

Na weer een film te hebben bekeken, ik heb misschien de innerlijke rust gevonden?, ging om half elf het licht uit. Ik was moe en wilde slapen.
Al om vijf uur was ik wakker terwijl de wekker pas over anderhalf uur zou aflopen. Wat te doen? Gewoon opstaan!
Ik klikte het licht aan en begon aan de voorbereidingen voor mijn vertrek. De rugzak werd ingepakt en elk onderdeel werd op zijn vaste plaats gestopt. Na een tiental minuten was ik klaar en de laatste attributen die ik nog nodig had lagen op mijn lege bed. In dit gedeelte van de wereld krijg je maar zelden een deken of dekbed.
Het hete water uit de douchekop liep over mijn nog steeds vermoeide lichaam. Mijn kuiten waren stijf maar echt pijnlijk kon je het niet noemen. Ik heb zo zeker een kwartier staan na te denken over mijn toekomst. Ik wil niet filosofisch worden maar reizen moet je wel plannen al is het maar oppervlakkig. Je moet bestemmingen kiezen en onderzoeken, jaargetijden in overweging nemen en plaatsten die je wil bezoeken markeren. De hele wereldbol passeerde de revue en de plannen voor de toekomst kregen vorm in mijn hoofd.
Het ontbijt bestond uit een paar bruine bolletjes met corned beef. Het vlees was zo zacht dat ik het kon smeren. Het smaakte me goed. Weer miste ik mijn bakkie koffie, ik ben een koffieverslaafde! Gewoon drinkwater spoelde mijn brood naar beneden en ik had aan twee broodjes genoeg. Mijn badspullen werden afgedroogd en verdwenen ook in de rugzak. Het was een mooie ochtend, een verse onderbroek (de laatste), een vers paar sokken (ook de laatste) en een shirt van een dag oud. Mijn deodorant en l’eau de toilette zouden de zweetgeur onder de oksels wel maskeren.
Net toen ik klaar was werd de Chinese nachtwaker ook wakker. Al rochelend en spuwend liep hij door de gang om te kijken of alles nog in orde was. Voor een moment was hij verbaasd toen ik hem tegemoet stapte zo vroeg op de ochtend. Ik overhandigde hem de twee blikjes “Carlsberg bier” die ik twee weken geleden had gekocht in Kuala Lumpur en nooit had opgedronken. Deze reis had ik weinig zin gehad om te drinken. Het lijkt wel of er iets in me is veranderd.
“Gong Xi Fa Chai”, zei ik en liep het hotel uit.
“Sje Sje”, klonk het achter mij toen ik de nacht instapte.
De volle maan stond boven de Chinese shophouses van Georgetown en overal was al bedrijvigheid. De “yu tiao”, lange oliebolachtige broodjes worden gebakken en de geur van “Pork Porridge” hangt in de lucht. Chinese kranten worden bezorgd en Penang wordt langzaam wakker. Het was een aangename korte wandeling naar de KOMTAR toren vanwaar ik mijn bus naar de luchthaven zou nemen. Er was nog voldoende tijd over maar ik zit liever op de luchthaven dan dat ik mijn hotel kamer lig.
Onder de KOMTAR zat ik te wachten op de moderne nieuwe bus naar het "Bayan Lepas International Airport" toen ik me plotseling herinnerde dat de bus die nu voor mij stond te wachten ook langs de luchthaven kwam. Ik informeerde bij de chauffeur en ik had het me goed herinnerd. Even later hobbelde de oude bus richting de open lucht. Langzaam maar zeker, ondanks een stop bij elke boom, hobbelden we dichter naar mijn doel.
Eenmaal in de veiligheid van de vertrekhal en het gebruik van een heel langzame internetverbinding vloog de tijd om. De laatste slok van mijn heerlijke koffie was ijskoud. Het was eindelijk tijd om aan boord te gaan.
In de rij staand was ik aan de praat geraakt met een Duitse jongen die verbazend goed engels sprak. Thomas kwam uit de buurt van de Nederlandse grens en had een tijdje in Bilthoven gewoond, waarschijnlijk tijdens zijn studie. De reis vloog om want we hadden een goed gesprek over de grote samenzwering van de maatschappij en zijn werk. Hij werkt namelijk voor Infineon en ontwerpt microprocessoren. Allemaal heel interessant dus.
In Bangkok zou ik nu voor de tweede keer de bus nemen. Deze keer echter de bus rechtstreeks naar Pattaya en niet via het “Ekkemai busstation in Bangkok. Het was allemaal kinderlijk eenvoudig. Op de begane grond naast het loket voor de normale Airportbus staat een tafeltje met medewerker van het staatsbusbedrijf erachter. Voor 106 Baht ga je rechtstreeks met de bus naar Pattaya. Je kan uitstappen in 1. Naklua, 2. Pattaya Nua, 3. Pattaya Klang, 4. Pattaya Tai, allen aan de Sukhomvid road en de laatste stop is ergens halverwege Jomtien beach road.
Er is nog een andere busdienst die naar het Airconbusstation aan Pattaya Nua gaat maar deze vertrekt van de busterminal op de luchthaven. De shuttlebus brengt je gratis naar de terminal. De volgende keer zal ik die proberen te onderzoeken.
Mijn reis zit er weer op en vanaf maandag ga ik mijn volgende reis, naar Sri Lanka, voorbereiden. Het ticket is al gekocht dus het zijn maar een paar kleine zaken die nog nader onderzocht moeten worden.

woensdag 23 januari 2008

Maleisië, hiep hiep hoera, weer een jaartje erbij!

Penang, 21/01/2008

Twee muggen die sterke familiebanden hebben met Dracula hielden mij de hele nacht wakker. Ik ben druk bezig geweest om ze te vangen maar zonder succes. Steeds als ik het licht uitdeed voelde ik enkele minuten later weer jeuk op een ander deel van mijn lichaam. Eerst werden mij voeten met een bezoek of tien vereerd. Daarna kwamen de andere onbehaarde delen van mijn lichaam aan de beurt. Ik sliep met oordoppen in maar de irriterende jeuk kroop ook naar mijn oren met als gevolg dat ik later ook de oordoppen maar uitdeed.
De jeuk was zo erg dat ik er niet van kon slapen. Na een paar vruchtloze pogingen ging ik, in plaats van slapen, maar naar een film op mijn laptop kijken. Één van die volgezogen ellendelingen had het lef om langs mijn beeldscherm te vliegen. Mijn levenvocht had hem zo zwaar en langzaam gemaakt dat ik hem in één keer uit de lucht kon grijpen. Hij verpletterde tussen mijn vingers, een grote rode bloedvlek achterlatend. One down, One to Go! Zover kwam het helaas niet, ik denk dat de anderej na het zien van de moord op zijn bloedbroeder is ontsnapt door een kier in de wand van mijn kamer.
Het was een aardige film met een verrassende afloop, Mr. Brooke of zo? Om half zes deed ik opnieuw het licht uit en probeerde nog wat te slapen. Een paar slaapjes van een klein uurtje deden toch nog hun werk en om kwart over negen stond ik onder de douche te zingen. Ik was nu echt jarig. Vannacht telde nog niet. Weer een jaartje op de teller hoewel het in werkelijkheid gewoon de volgende dag is. Ik heb er weinig gevoel meer bij. Dat ik alleen ben maakt me nu met al die moderne communicatie middelen niets uit. Email, Skype ze doen precies wat voor mij voldoende is.
Wat was mijn plan voor vandaag? Ik zou mijn oude lichaam eens flink gaan geselen met een flinke wandeling. Omdat ik gisteren zo lam was geweest stond nu de tocht van “Penang Hill” oftewel “Bukit Bandera” naar mijn hotel op de agenda. Een flinke tocht van een kilometer of dertien met zeker de helft als een zware afdaling. Mijn laatste dag van deze korte trip naar Maleisië zou sowieso weinig problemen kunnen opleveren, ik was namelijk op bekend terrein.
Na een oerslecht ontbijt ging ik met een flinke groep toeristen met de bus richting de heuvel. De busdiensten zijn in de afgelopen tien maanden, sinds mijn laatste bezoek, gewijzigd. De oude krakkemikkige bussen zijn vervangen door gloednieuwe moderne bussen van de beste kwaliteit. De romantiek van het reizen vervaagd zo langzaam naar de moderne wereld zoals wij die van thuis kennen. Alles wordt beter maar ook duurder, ter wijl we nog steeds gewoon van A naar B verplaatst worden.
Eenmaal uit de bus was de groep al aardig uitgedund omdat we eerst langs de “Kek Lok Si” tempel kwamen. De “Lady of Mercy” stond in de steigers en was daarom niet erg aantrekkelijk om te bezoeken. Vanaf een afstand was het wel goed te zien dat de kolommen nu al aardig waren gegroeid. Bij mijn volgend bezoek aan Penang zal het wel allemaal gereed zijn.
De tocht met de trein is niet echt spannend meer, althans voor mij, en eenmaal boven liet ik het uitzicht voor wat het was. Ik moest eerst naar het toilet voor een preventieve stop. Een fles “Revive” en een fles water voor de tocht naar beneden werden ingeslagen en na een kort bezoek met Carrie aan de Hindoetempel ging ik op pad. Tien maanden nadat ik voor de eerste keer deze tocht had gelopen. De afdaling van ruim 700 meter hoogteverschil is een aanslag op de knieën en kuiten. De vorige keer was ik minder fit en had drie dagen spierpijn opgeleverd. OK, het was geen makkie maar het feit dat de spierpijn wegbleef en ik zonder moeite de tocht kon afmaken op mijn sandalen was een goed teken. Ik was fitter dan ooit.
De dag zat er nu bijna op en ik was doodop. Mijn shirt doorweekt van het zweet met brede strepen uitgezweet lichaamsvet. Nog even een uurtje naar de Starbucks en dan even liggen. Het Chinees eten werd geannuleerd en in plaats daarvan ging ik opnieuw Indiaas eten. Mijn trek was vanavond niet zo groot en van het biertje drinken kwam ook niets terecht. Ik had gewoon geen zin om te drinken. Al voor negen uur lag ik op mijn kamer met de computer op mijn schoot. Deze reis is morgen ook weer ten einde.
Morgen ga ik weer op weg naar Thailand waar de voorbereidingen voor mijn reis naar “Sri Lanka” zullen beginnen. Ik heb drie weken om alles voor te bereiden en er zeker van te zijn dat alles goed gaat.
Copyright/Disclaimer