woensdag 3 februari 1999

Thailand, de eerste kookles in Chiang Mai

Chiang Mai (Eagle Guest House 2)

Ik voelde me opnieuw niet zo goed toen ik opstond. Ik had slecht geslapen en steeds liggen hanenwaken. Ik was zelfs vergeten om mijn gloednieuwe wekker te zetten. Mijn gedachten waren er niet echt bij. Het ontbijt schoot erbij in en met alleen een Pepsi in mijn maag volgde ik de aanwijzingen op het stuk papier dat ik had gekregen van de dame in het kantoortje. Deze aanwijzingen zouden mij naar de kookschool leiden.
Bij aankomst was er al aardig wat volk binnen maar ik was toch niet de laatste. Informele gesprekken tussen de deelnemers om elkaar af te tasten. Toen de groep kompleet was werd er gestart met het uitdelen van een kookboekje. Een gefotokopieerd kookschrift in het Engels met daarin de verschillende ingrediënten beschreven, een handvol recepten en aan het einde een opsomming van de (verboden) vruchten van Thailand.
Het was al snel duidelijk wie er ervaring had met het koken in het algemeen en aan de snijdvaardigheid van de deelnemers was ook te zien wie er absoluut geen ervaring had. “De angst voor het scherpe mes”, noem ik dit altijd.

Er werden een paar teams gevormd rond de verschillende branders en ik had het geluk dat ik alleen mocht werken. Het eerste gerecht wat werd bereid is een klassieker uit de Thaise keuken, de “Pittige Zure Garnalen Soep” (“Tom Yam Kung”). De meester hield mij goed in de gaten en hij meteen door dat er twee geschoolde handen aan het werk waren. Ik paste het gerecht hier en daar een beetje aan naar mijn eigen smaak en het zag er goed uit.
Ons tweede gerecht was iets ingewikkelder en hierbij vielen de ongeschoolde meteen door de mand. Timing was belangrijk. De “Groene Kip Kerrie” (“Gaeng Kiawan Gai”) is een mengeling van een kerriepasta en kokosmelk aangevuld met verschillende ingrediënten. Kip en varken wordt er in Thailand veel gebruikt al is het wel in kleine hoeveelheden. Een grote lap vlees zal je hier niet snel op je bord vinden.
De derde en laatste test was het bij “Cheapo’s op Khao San Road” zeer geliefde “Pat Thai”, de Thaise uitvoering van de “Bami Goreng”. De mie is gemaakt van rijst en wordt ongekookt gebakken. Een scheut water zorgt ervoor dat de mie zeer snel wordt gekookt in de wok. Een klef mengsel met veel taugé afgemaakt met gedroogde garnalen en geplette pinda’s is het resultaat.
We waren precies om één uur klaar en we konden opeten wat we zelf hadden gekookt. Ik was er wel aan toe en keek met één oog naar de medestudenten die het niet zo goed hadden gedaan. Aangezien ik toch niet alles zou opeten nodigde ik een paar mensen uit om bij mij aan tafel te komen zitten. Het bracht een glimlach op hun gezichten.
De middag was minder interessant, misschien ook omdat ik alweer slaperig was. Een erg lang verhaal over fruit met het proeven van fruit dat we allemaal al een keer gegeten hadden. Natuurlijk was de stinkende “Durian” het middelpunt. We zouden en moesten het allemaal proberen. Mijn conclusie is dat het best te eten is, maar het is niet mijn favoriet en voor de kosten, het is nogal duur, zou ik eerst wat anders kiezen. Het was een leuke leerzame dag geweest maar ik had mij er iets meer van voorgesteld.
Diep nadenkend over wat me vandaag allemaal was overkomen liep ik naar Daret’s guest house voor een koud biertje. Daar was ik wel aan toe. Ik was nu ook weer alleen en ik had het daar een beetje moeilijk mee. Ik wilde mijn verhaal van de dag kwijt en was niemand om mij heen die daar ook maar het geringste in geïnteresseerd was. Ik voelde me weer eenzaam. Is mis mijn reisgenoot! Dat voorspeld weinig goeds als we uit elkaar gaan.
De rest van de avond was een exacte kopie van gisteren. Ik dwaalde doelloos door de stad en over de avondmarkt. Ik dronk een paar biertjes en ging naar bed. Morgen zou ik in ieder geval wel ontbijten voordat ik naar de kookklas zou gaan.

dinsdag 2 februari 1999

Thailand, voor het eerst alleen

Chiang Mai (Eagle Guest House 2)

Daar zat ik dan, na ruim twee weken was ik voor het eerst alleen. Een erg vreemde gewaarwording in een heel erg grote warme stad. Tijdens het ontbijt dacht ik na over wat er zou gaan gebeuren de komende drie dagen als Marieke op trekking was.
Ten eerste zou ik nu natuurlijk enkele van mijn eigen plannen gaan realiseren. De meest belangrijke was een cursus Thais koken. Koken is al jaren een uit de hand gelopen hobby van mij en de onstilbare honger naar meer kennis moet nu eenmaal ook worden gevoed.

Ten tweede zou ik nu eens alleen op pad gaan in de oude stad om de tempels te bezoeken, ook in “Chiang Mai” zijn en meer dan honderd tempels en monumenten om ontdekt te worden overdag maar vooral ook ’s avonds.
Het vinden van een kookschool was eenvoudiger dan ik had gedacht. Net achter de “Tha Phae Gate”, een oude stadspoort, vond ik een klein kantoortje waar ik kon boeken. De informatie die aan mij werd verstrekt bracht mij echter aan het twijfelen. De prijs was 800 baht per dag of 2000 baht voor drie dagen. Ik had meer tijd nodig om dit te verwerken en het beste was natuurlijk om dit tijdens het eten te doen.
Aan de buitenkant van de stadsgracht lag een leuk restaurant/guest house met een kleine maar gezellige tuin ervoor. Het “Daret’s Guest House”. Ik bestudeerde het menu op zoek naar iets nieuws en kwam tenslotte bij de “Massaman Kerrie”, volgens het menu een zoete gele kerrie met kip, pinda’s en aardappelen. Laat maar komen! De kerrie was echt verrukkelijk en ik kon weer een nieuw gerecht toevoegen aan de lijst “goedgekeurd Thais voedsel”.
Ondertussen stond mijn besluit ook vast, ik zou het maar gewoon doen voor die 2000 baht. Mijn herinneringen waren terug gegaan naar Australië waar ik ook niet op een paar centen had gekeken. Wat is het punt om op 11.000 kilometer van huis zuinig aan te doen? Dan ga ik gewoon wat eerder naar huis.
Bij terugkomst in het kleine donkere kantoortje was er een tegenslag te incasseren. De eerste dag zat nu vol en ik kon de tweede, derde en eerste dag in deze volgorde doen. Wat nu? Het zou niet logisch zijn om het in deze volgorde te doen!

“Eh, heeft iedereen al betaald?” vroeg ik.
“Nee, er staan nog redelijk wat betalingen open”, kreeg ik als antwoord.
“Als ik u nu voor drie dagen betaal, krijg ik dan één van die plaatsen morgen voor de eerste dag als er iemand afvalt?”, stelde ik voor.
“Natuurlijk, dan is de eerste plaats die vrijkomt voor U”, antwoordde de vrouw.
“Dan betaal ik nu voor drie dagen kookcursus met als start over vier dagen, maar als er een plaats vrijkomt dan kan ik morgen al beginnen”!
“Akkoord”, en wij waren het er over eens.
De rest van de middag bestede ik aan het ontdekken van “Chiang Mai”, vooral binnen de gracht. En dat was al een flinke oppervlakte. Smalle straatjes vol met kleine winkeltjes, restaurantjes afgewisseld met oude tempels en monumenten. Het was hier een mengeling van wat ik tot nu toe had gezien. De middag vloog om en voor het avondeten liep ik nog even langs bij het kleine kantoortje om te kijken wat de uitslag was. En ik had geluk, morgen begon mijn driedaagse kookcursus. Maar het meest vreemde was dat er een Engels stelletje binnen zat die ik vorig jaar in Australië had ontmoet. We begroeten elkaar verbaasd. De wereld wordt met de dag kleiner!
Mijn buit voor de dag was ook bevredigend, ik had eindelijk een goede reiswekker gevonden. En die heb ik nodig als ik straks alleen op pad ga.

De avond was de meest vreemde tot nu toe, geen drinkmaatje. Het guest house waar ik vandaag twee keer had gegeten werd mijn doel voor een paar grote koude “Bier Chang”. Ik was overgeschakeld en dat was goed bevallen, vooral omdat dit bier bijna de helft koste van het “Bier Singha”. Na een paar biertjes ben ik nog op zoek geweest naar de avondmarkt en daar vond ik een “McDonalds”, en dat was lekker na twee weken rijst! Om half één lag ik tussen de veren om vooral fit te zijn morgen. Koken leren op zijn Thais.

maandag 1 februari 1999

Thailand, de eerste stappen in Chiang Mai

Chiang Mai (Eagle Guest House 2)

Gisteren was het dus alweer de zoveelste reisdag. We hadden vandaag weer geprobeerd om vroeg op te staan, ik zeg geprobeerd omdat er weer niets van terecht was gekomen. We moesten er zelf ook om lachen toen we om half tien aan het ontbijt zaten.
Bussen zijn nu de gewoonste zaak van de wereld en de enige beperking kan de frequentie zijn waarmee ze rond het middaguur vertrekken.
De eerste februari stond in het teken van bezinning en een grote kater. Ik had me sinds mijn vertrek nog niet zo slecht gevoeld. De combinatie van de kater en de ondragelijk drukkende hitte van “Chiang Mai” dwong ons om na het ontbijt nog maar even te gaan liggen. En dat deden we dan ook tot half twee.
Toen moest ik er wel uit want er moest alweer een cheque worden gewisseld. Mijn dagbudget was vastgesteld op 500 baht. Dat is in principe goed te doen als je niet teveel alcohol drinkt. De gezellige dagen hadden mijn uitgaven flink opgeschroefd en ik zou vanaf vandaag naar de 700 baht per dag gaan om gewoonweg zeker te zijn dat ik niets te kort kwam. Mijn plannen voor de Filippijnen zijn ook weer uit de kast gehaald. Het schijnt daar zo goedkoop te zijn dat je zelfs van 500 peso per dag nog geld over kan houden.
Mijn middag werd besteed aan het internet en e-mail in het “American Restaurant” met koud bier tegen de kater en veel koude lucht uit de airconditioning. Natuurlijk wilden we weer uit vanavond. Het zou namelijk voorlopig onze laatste avond samen zijn. Marieke had een driedaagse trek geboekt, ik zou achter blijven in de kamer en mijn dingen gaan doen.

Hetzelfde scenario als gisteren alleen met minder whisky, we ware al om half twaalf terug in bed. Morgen gaat Marieke vroeg weg en ik sta vroeg op om op ontdekkingsreis in “Chiang Mai” te gaan.

zondag 31 januari 1999

Thailand, reisdag

Chiang Mai (Eagle Guest House 2)

We hadden besloten om de eerste bus van de dag, om 07:30, te nemen maar toen de wekker van zich liet horen bleven we toch maar liggen. We hadden per telefoon een kamer gereserveerd dus dat zou geen probleem zijn. "Een leugen voor goedwil" laten we het maar zo noemen. Sam, de ober moest er wel hartelijk om lachen dat we pas om half tien aan het ontbijt verschenen. Zeker na het uitgebreide afscheid van gisterenavond.
De eindrekening viel wel een beetje tegen ondanks het ontbijt en een zak vol schone was. Tijdens de korte rit naar het busstation dacht ik eens goed na over wat ik nu zo spendeerde per dag en of ik het misschien kon terug brengen. Zelf schommelde ik zo rond de 700 Baht (fl 44,-) per dag en dat was duidelijk meer dan de 500 Baht die ik me had voorgenomen. Natuurlijk begreep ik wel dat de uitgaven aan de alcohol veel te hoog is maar het is nu eenmaal heel gezellig met Marieke en en als we over een week of twee uit elkaar gaan zal dat wel weer teruglopen.
De Busreis was OK met twee hobbeltjes. De eerste was dat de eigenaar van het "Eagle Guest House 2" gewoon vijftig Baht vroeg voor het ritje naar het busstation terwijl we duidelijk hadden afgesproken dat het een service van het guesthouse was.
De tweede was minder! Marieke zat ineens te huilen, haar geklaag ging zelfs over het geluid van mijn Walkman heen. Ik had wel een idee waarover het ging en het leek me veel beter om het maar zo te laten en vanavond er over te praten.
In het "Eagle Guest House 2" was er een kamer op de eerste verdieping voor ons geserveerd met een tweepersoonsbed. En we hadden nog wel zo nadrukkelijk gevraagd om een kamer met twee eenpersoonsbedden. We keken elkaar aan en konden er samen om lachen. Alles was weer goed!
Voor het eten belandden we in het "American Restaurant", Marieke deed zich te goed aan een Italiaanse maaltijd terwijl ik zelf lokaal bleef met een groene curry. Tijdens de wandeling belandden we in het "Riverside Restaurant" waar we de avond gezellig afmaakte.

We praatten, dronken, dansten en zongen op de gezellige klanken van de band. Helaas dronken we zoveel dat ik volledig de weg kwijtraakte en Marieke over de reling van de galerij in het guesthouse moest overgeven. Maar het ergste was nog dat het zo donker was dat we het slot niet openkregen. Zo'n combinatieslot met rolletjes, een drama in het donker.
Gelukkig nam de eigenaar het allemaal luchtig op toen ik hem om één uur wakker maakte voor een aansteker. Dronken en ziek konden we eindelijk gaan liggen. Voordat ik in slaap viel nam ik me voor om nooit meer zoveel Mae Khong Rum te drinken.

zaterdag 30 januari 1999

Thailand, rondhangen in Chiang Rai

Chiang Rai (Pitamorn Guesthouse)

En zo was er dan na ruim twee weken in Azië/Thailand de eerste rustdag, echte rustdag.
De dag begon met eens flink uitslapen en het hergroeperen van de rugzak. De vuile was werd afgeleverd bij de wasserij en de kontakten met het thuisfront werden vernieuwd. Het dagboek en de Lonely Planet werden bijgewerkt. Even bellen naar Nederland en een lange e-mail sessie naar veel vrienden. Maar het belangrijkste van vandaag was ruimte! We waren allebei aan een dag alleen toe en na het ontbijt namen we afscheid.
Mijn dag bestond uit rondhangen in de stad. Eten en koffie drinken. Ik noem het geen verveling maar omdat je weinig anders te doen hebt ga je toch winkelen of in ieder geval kijken of je iets interessants kan vinden. Nieuwe muziekcassettes of een wereldontvanger, zo kon ik tenminste naar de Nederlandse Wereld Omroep luisteren in den verre. Niets van dat alles werd gevonden of gekocht en na een dag lummelen stapte ik aan het einde van de middag het guesthouse weer binnen waar mijn reisgenoot ook net was gearriveerd.
Het oude verhaal over de gezelligheid kwam weer boven water en dat betekende dat voor mij de gezelligheid meteen weer weg was. Ik gaf wat toe en we aten in een restaurant met een leuke tuin. Het was wel zaterdag vandaag en dat betekende dat er Engels voetbal op de TV was. Ik wilde dus iets sneller teug naar het “Pitamorn Guest House” dan normaal en tegen al mijn verwachtingen in was Marieke het daar mee eens. Ik haalde mijn wenkbrauwen op maar besteedde er verder geen aandacht aan.
Bij aankomst in het guesthouse kwam de aap uit de mouw. Ze had een flesje “Mae Kong Whisky” gekocht om samen gezellig met mij op de kamer te legen. Toen ik vertelde dat ik samen met een Engelsman naar het voetbal zou kijken was ze natuurlijk niet blij. Ze was eigenlijk heel kwaad.
Na afloop van de wedstrijd ben ik gaan slapen en het is toen allemaal fout gelopen. Ik vind het heel jammer want mijn reisgenoot zal nooit meer dezelfde zijn.
Na deze rustdag gaan we morgen verder naar “Chiang Mai” vanwaar Marieke een trekking gaat maken en ik alleen achterblijf om enkele van mijn dromen te vervullen.

vrijdag 29 januari 1999

Thailand, met de boot naar Chiang Rai

Chiang Rai (Pitamorn Guesthouse)

De boot zou pas na half één vertrekken en wij waren al heel vroeg uit de veren. Niet zo vreemd als je om kwart over tien al op bed ligt. Het gaf ons voldoende tijd om met de bus terug te gaan naar “Fang” om cheques in te wisselen en de tempel, die uitnodigend op een heuvel naast het dorp lag, te gaan bezichtigen.
Het werd tijd om wat van mijn travellercheques in te wisselen omdat het geld toch wel wat sneller mijn buidel verliet dan dat ik had verwacht. De bank bleek ergens in het midden tussen “Thaton” en “Fang” te staan, zomaar, midden in het niets. Het omwisselen van de cheques was een fluitje van een cent en nog geen dertig minuten later zaten we weer in de “Songtaew”, zo heet zo’n omgebouwde pick-up truck, op weg naar Ban Thaton.

Bij terugkomst in het dorp was de tempel aam de beurt. Vanaf een afstand zag alles er al anders uit dan dat ik tot nu toe gewend was. Hier waren veel meer Chinese invloeden. Het leek een beetje op “de Efteling” met al zijn zoete kleuren. De tempel was ook niet echt oud maar wel interessant om te zien.

Terwijl wij er rondliepen op een ontdekkingsreis in het Chinese Buddhisme hoorden wij in de verte zingen. Een monotoon gezang op het ritme van grote trommels. We volgen een pad dat richting het gezang liep en belanden op een binnenplaats tussen verschillende tempels en gebouwen waar de monniken verbleven. Een groep kleurig geklede mensen dansten in een cirkel en zongen in een taal die ik nog nooit had gehoord. Een korte uitleg van een monnik die ook stond te kijken vertelde dat het hier om mensen ging van de “Lahu” stam. Ze waren nieuwjaar aan het vieren en de bij hun horende kalender was gebaseerd op de stand van de maan, net als bij de Chinezen. Het was een indrukwekkend gezicht en als je zoiets wilt meemaken dan moet je gewoon dom geluk hebben. Of zou Buddha dit sturen?

De tijd was omgevlogen en het werd ondertussen ook tijd om richting de aanlegsteiger te gaan vanwaar de boot naar “Chiang Rai” zou vertrekken. We haalden onze spullen op in het guesthouse en slenterden langzaam, nog onder de indruk van wat we hadden gezien in de tempel, naar de steiger.

Het was een leuke boottocht maar hij had leuker kunnen zijn als er wat meer jonge mensen aan boord waren geweest. We hadden nu een groep oudere Amerikanen aan boord die de bootreis als dagtrip vanuit “Chiang Rai” hadden geboekt. We vaarden door vlakke gebieden, langs steile bergwanden en groene bamboebossen. Het ging allemaal erg langzaam waardoor we goed het leven langs een kleine rivier konden aanschouwen. Af en toe moesten de mannen de boot verlaten om de boot een stuk over zandbanken te duwen en op één plaats moesten we zelfs allemaal een vierhonderd meter lopen omdat de kapitein de stroomversnellingen niet vertrouwde. Uiteindelijk was ik zo door en door nat dat ik de krampen in mijn darmen kreeg van de kou.
Aan het einde van de boottocht is er echter een domper.

Ze hebben het weer zo met elkaar afgesproken dat de boot drie kilometer buiten de stad stopt bij een aanlegsteiger. Voor de Amerikanen staat er netjes een geairconditioneerde minibus klaar maar de onafhankelijke reizigers zijn het slachtoffer van de te dure “Songtaews” die staan te wachten. Maar eigenlijk heb je geen keuze. Je kan onmogelijk gaan lopen met je (te) zware bagage en het risico nemen dat je in het donker arriveert in “Chiang Rai”. We wilden niet toegeven aan deze toeristenval en gingen dus toch lopen. Uiteindelijk bleek dit een verkeerde keuze. Het was een zware wandeling van drie kwartier.
Ook het vinden van een guesthouse op dit tijdstip aan het einde van de middag is een groot probleem. We proberen een lijst vanuit de LP na te lopen maar elke keer is het antwoord, “Sorry, we zijn vol”. Steeds zagen we mensen die bij ons aan boord waren geweest al rustig aan tafel zitten eten. Als we na twintig minuten zeulen door de stad eindelijk een kamer hebben gevonden maken we ons er niet druk over dat er een tweepersoonsbed in staat. We zijn allang blij dat we na deze lange vermoeiende dag een slaapplaats hebben gevonden.
Over het eten ontstaat er weer een kleine woorden wisseling met als hoofdonderwerp, “Pizza”. Mijn reisgenoot wil graag Pizza eten maar ik heb daar geen trek in, ik heb liever rijst met de bijbehorende groenten en vlees. Volgens haar moet ik mij maar een keer aanpassen aan wat een ander wil. En zo begint het machtspel weer van voor af aan.
Het duurde niet lang voordat we allebei begrepen hoe dom we bezig waren. We moesten er dan ook hartelijk om lachen. Na het eten duurde het niet lang voordat we naar bed gingen en sliepen als een os. Ik ben geen één keer wakker geweest en morgen zou de eerste rustdag zijn in de “Tour de Thailandia”.
Copyright/Disclaimer