donderdag 28 januari 1999

Thailand, een onverwachte wending

Ban Thaton (Chan Kasem)

Er stond weer een blauwe lucht aan de hemel en de storm die tussen ons had gewoed was overgewaaid. We waren opnieuw vroeg opgestaan om de bus van half negen te halen.
Tijdens het inpakken merk ik nu al dat ik teveel rotzooi bij me heb. Ik vraag mij af van welke bagage ik in de toekomst afscheid ga nemen, met deze 25 kilo kan het niet verder. Gisterenavond laat waren we ook nog gewekt door een ruziënd stel in de kamer naast ons. Het werd zo luid dat ik ben opgestaan en op de deur heb geklopt om te vragen of ze misschien wat stiller ruzie konden maken. Een lange dunne slungel met van die zwarte krulletjes deed open. Ik vroeg of ze misschien ‘Palestijnen” waren. De “Israëliërs”, weer van die lastige rotzakken, vonden dat ik me met mijn eigen zaken moest bemoeien. Ik was het daar in zijn geheel mee eens zolang ze elkaar maar in stilte probeerden te vermoorden. Ze keken daar wel raar van op.
Voor het ontbijt, je raad het al! Roereieren met toast. Ik ben nu twee weken op reis en ik heb zoveel eieren als ontbijt op dat ik veren krijg. Maar ja, er is nu eenmaal weinig anders als ontbijt te krijgen. Ik heb al een keer van die rijstsoep, zeg maar een zoute rijstebrij, geprobeerd maar die kan ik helemaal niet door mijn strot krijgen. Ik moet ook op zoek naar bananen! De Thaise Whisky en Chiang beer hebben de ontlasting heel vloeibaar gemaakt.
De bus was overvol en er waren zelfs meer kaartjes verkocht dan dat er zitplaatsen waren. Dat was dus viereneenhalf uur staan voor enkele van onze Israëlische vrienden maar een goede les voor ons. Zorg dat je vroeg in de bus bent. Gelukkig arriveerden na vier uur in een godverlaten uithoek waar we op een ander bus zouden overstappen naar “Ban Thaton”. Meer dan een paar huisjes en een truckstop was er niet in “Mae Malai”. Ongelovig zagen we onze bus in een grote stofwolk wegrijden. Daar zaten we dan te wachten op het grote onbekende.

De reden voor het overstappen was simpel, er was namelijk een verandering in onze plannen gekomen. We hadden in de Lonely Planet gelezen over een mooie boottocht van “Ban Thaton” naar “Chiang Rai”. In plaats van er direct en snel met de bus naar toe te reizen hadden we voor de meer romantische boottocht gekozen. Met veel handen en voetenwerk kregen we uiteindelijk uitgelegd dat we de bus naar “Fang” zochten. De eerste de beste bus werd ons aangewezen en al zwaaiend naar de mensen langs de weg vertrokken we naar “Fang”. De eerste hindernis was zonder problemen genomen.
In “Fang” begon het hele spektakel opnieuw. We stonden naast een grote overdekte markt te wachten op de volgende bus. Dit was volgens de LP de plaats waar de bussen vandaan zouden vertrekken. De lokale motortaxi’s vertelden echter een compleet ander verhaal. Er waren geen bussen meer naar “Ban Thaton” en we zouden beter af zijn als we met de motortaxi gingen. Ik wilde dit graag geloven maar de blikken naar ons en het gelach onderling bracht mij aan het twijfelen.

Ik zei tegen Marieke dat we echt de indruk moesten geven dat we zeker niet op hun aanbieding in zouden gaan.
We kochten wat te drinken en plaatsten ons opzichtig in de schaduw op de stoeprand voor de markt. Na drie kwartier hadden de mannen eindelijk door dat we niet zouden toegeven en één van hen riep uiteindelijk, “Ban Thaton”, en wees naar een auto die maar heel even zou wachten voordat hij weer verder ging. We sprongen op en grepen onze rugzakken. Een korte sprint met vijfentwintig kilo bagage en ik zat samen met Marieke zwetend en hijgend achterin de pick-uptruck die was omgebouwd tot een soort minibus. Dat was de tweede hindernis en die hadden we ook zonder problemen genomen. Een klein uurtje later arriveerden we zonder problemen in “Ban Thaton” waar we de nacht zouden doorbrengen.

De avond was rustig in het lokale restaurant om de hoek van ons GH. Ik had ook even geen zin om te drinken, het was allemaal een beetje teveel geweest de afgelopen dagen/weken.

Tijdens het wachten op ons avondeten rook ik een brandlucht, zeg maar een PVC brandlucht. Ik dacht dat ze misschien ergens afval aan het verbranden waren. Het duurde niet lang of met een klap en een lichtflits uit de groepenkast midden in het restaurant werd duidelijk dat de elektrische installatie niet helemaal aan alle eisen voldeed. Ik zag de bedrading zelfs nog even nagloeien! Koken in het donker gaat nu eenmaal niet en zo moesten we wachten met eten totdat de lokale smid het probleem kwam repareren. Toen hij arriveerde had ik mijn zaklantaarn al opgehaald in onze kamer en zodoende had hij voldoende licht om de reparatie uit te voeren en dat ging als volgt te werk. Hij nam een dikke spijker en zaagde die op maat. Hij plaatste het dikke stuk ijzer op de plaats waar normaal gesproken een zekering zit en zette de hoofdschakelaar weer over. “En daar was het licht”! Een korte kreet van bewondering van de eigenaar en een gratis koude bier Leo voor de reparateur. Met open ogen en mond bleef ik naast de groepenkast staan. Ik kon dit moeilijk bevatten.
Ik was blij dat alle lichten uitgingen om tien uur en dat we eindelijk konden gaan slapen. Ik had nu in ieder geval geen angst meer dat we levend zouden verbranden als er weer een kortsluiting was. Morgen met de boot!

woensdag 27 januari 1999

Thailand, de roadtrip terug naar Soppong

Pai (Charlie’s House)

Het zou een zware dag worden vandaag. Marieke houdt nu eenmaal niet van het antwoord Néé. Ik stapte met mijn verkeerde been uit bed en dat werd natuurlijk meteen opgemerkt door mijn kamergenoot. Het was al een fout begin van de dag en wat er gisterenavond was gebeurd zat mij ook niet lekker, en dat was duidelijk te merken.
Kleine dingen gingen mij nu irriteren. De manier waarop ze die brommer bereed, het vastpakken onder het rijden en nog veel meer. Aangekomen in Soppong was ik gewoon aan mijn ontbijt toe en dat werd met tegenstribbelen genuttigd in het “T-Rex restaurant”. Ik voelde mij een stuk beter en was niet meer zo licht aangebrand. Alhoewel Marieke nog steeds vaak “het is hier niet gezellig” argument aandroeg om maar ergens anders te gaan eten. Mij maakte dat niets uit, als het eten maar goed en niet te duur was.

De grotten van “Tham Lot” waren ongelofelijk en zeker een aanrader als je ooit in de buurt bent. We bezochten later ook nog “Hot Springs” die ook langs de weg stonden aangegeven, niets bijzonders en deze kan je gewoon voorbij rijden.

Op de terugweg begon het hele drama weer van voor af aan. Het proberen vast te pakken onder het rijden en meer van die gevaarlijke caperiolen. Het was dan ook onafwendbaar dat er iets zou gebeuren. En ja hoor, Marieke maakte een smakkerd met de brommer tegen het asfalt. Een paar schaafwonden maar verders niets ernstigs.
Ons gedrag zette wel de toon voor de avond. Het hele gesprek ging alleen over ontwijken, ontkennen, negeren en wat er vandaag was gebeurd. Ik maakte haar duidelijk dat ik haar niet ontweek maar dat het berijden van een brommer in een vreemd land een andere discipline vereist dan wat er vandaag was gebeurd. Ik vertelde haar ook over mijn gevoelens en gedachten over wat er tussen ons aan het gebeuren was.

Uiteindelijk waren we het er wel over eens dat we ons meer volwassen moesten gedragen. Later die avond luisterden we samen in bed nog naar Bon Jovi muziekcassettes en gingen rustig apart slapen. Morgen weer een reisdag en wel naar “Chiang Rai”.

dinsdag 26 januari 1999

Thailand: de hippies in Pai

Pai (Charlie’s House), 26 januari 1999

De zoveelste reisdag was aangebroken. Wat ik ondertussen al wel heb geleerd in deze eerste twee weken in Thailand is dat je altijd een dag verliest tussen twee bestemmingen. Dus als je erg snel wilt reizen door dit schitterende land dan heb je maar 50% van de tijd om ècht wat te zien. Blijf je ergens een dag langer dan gaat het al snel naar 67% en dat scheelt een slok op een borrel.
De afstand tussen “Mae Hong Son” en “Pai” is niet echt groot dus was er geen enkele reden om ons op deze ochtend te haasten. Je kan onder normale omstandigheden toch pas na twaalf uur inchecken in een GH. Na een heerlijk ontbijt in een plezierige en vriendelijke sfeer beklommen we rond half elf, gepakt en bezakt, de treden van de oude gammele bus die ons voor 47 baht per persoon naar “Pai” zou brengen. Ik zocht natuurlijk plaatsje aan een open raam, om zoveel mogelijk te kunnen zien, ondanks het risico van één zonverbrande arm.
1999-01-26_094008picasaw
Het berglandschap waar we doorheen rijden is zo mooi dat we ons op een andere planeet wanen. Na een korte stop in “Soppong” weten we ook al dat we morgen weer voor een dag brommertjes gaan huren en een heel stuk van deze weg opnieuw gaan rijden. We hebben ook al over de grotten in de buurt geïnformeerd en deze zijn volgens onze, niet zo onafhankelijke, informatie de moeite waard, ze behoren zelfs tot de langste ter wereld. Maar die grotten zijn voor morgen.
Mooie vergezichten
Wij zijn snel tevreden met een slaapplaats en hebben dus helemaal geen zin om onder een brandende zon een eindeloos aantal guesthouses te bezoeken om uiteindelijk weer bij de eerste uit te komen. Op nog geen honderd meter van het busstation vinden we het “Charlie’s House” en de geboden luxe, in combinatie met de prijs, van het guesthouse is voldoende voor twee nachten. Helaas is er maar één kamer met twee eenpersoonsbedden beschikbaar. 100 baht per kamer, dus 50 baht per persoon per nacht. Mijn avondeten is in ieder geval betaald vanavond! Maar het onafwendbare lijkt nu geforceerd.
Marieke blijft achter in de kamer, voor wat privacy en wat vrouwendingen, en ik loop het dorp in voor een eerste oriëntatie en om te zien of ik twee brommertjes voor morgen kan regelen. Het is allemaal snel geregeld voor de eerste brommer en na tien minuten heb ik de tweede ook gereserveerd, dat wordt morgen dus een mooie “roadtrip terug naar Soppong”.
Het loopt al tegen het einde van de middag wanneer we samen op pad gaan om te eten. Reizen en het opnemen van nieuwe ervaringen en plaatsen maakt nu eenmaal hongerig èn dorstig! We lopen wat rond door het kleine dorp en uiteindelijk valt onze keuze op een eettentje met de vreemde naam: “Be-Bop”. Een handgeschreven schoolbord voor de deur kondigt aan dat later op de avond ook een live band zal komen spelen. Het wordt voor ons dus een soort verlenging van onze avonden in “Mae Hong Son”. Het eten smaakt ons goed en tijdens de maaltijd kijk ik eens goed om mij heen wat hier voor vreemde mensen rondhangen.
Het lijkt nog het meest op een menselijke dierentuin gevuld met hippies die net uit een tijdmachine zijn gestapt, communistische wereldverbeteraars die leven op een kom rijst en een halve papaja per dag, lesbiennes die thuis niet worden begrepen en hier met elkaar het paradijs hebben gevonden en principiële vegetariërs die de onderdrukte dieren uit het regenwoud komen helpen en beschermen. Zeg maar een “Khao San road” op steroïden. Enkele van die vreemde vogels komen je met de meest kleverige en zielige verhalen lastig vallen. Steevast met als einde van hun verhaal of je misschien een biertje voor ze wil kopen of een donatie geven voor een of ander zweverig project, zwerfdieren en weeskinderen blijken populair, dat ze aan het opzetten zijn maar waar nog nooit een levend persoon van heeft gehoord. Nou, dat is dan jammer maar helaas, ik doe niet aan liefdadigheid.
‘Ik heb in Amsterdam al gegeven!’, is steevast mijn antwoord waarna ze verbaasd weer in de menigte verdwijnen.
De band is erg leuk en de mondharmonica speler, gestoken in een camouflagepak, die per ongeluk zijn mondharmonica bij hem had was ook de moeite waard. Het was een heel plezierige avond met een verwachte onplezierige finale.
Het samenzijn op één kamer was geen goed idee en ik had er meteen al erg veel spijt van, ik wilde mijn reisgenoot houden zoals ze van het begin aan was geweest. Een leuke reispartner om een stuk van Thailand mee te ontdekken. Altijd in de wetenschap dat we op een punt zouden komen waar we uit elkaar zouden gaan. Mooie herinneringen zouden voor eeuwig bij ons blijven en we zouden elkaar honderd procent zeker weer op een andere plaats ontmoeten.
Het was vanaf het begin duidelijk dat na de gezellige avond mijn reisgenoot wat meer wilde terwijl ik gewoon wilde slapen. Voor beiden een ongemakkelijke situatie.

maandag 25 januari 1999

Thailand: Tussen de wolken

Mae Hong Son (Jong Kham Guesthouse)

Het was nog pikdonker toen de wekker afliep. Half zes in de ochtend! En dan zonder ontbijt de berg “Doi Kong Mu” beklimmen waar het “Wat Phai Doi” klooster op de top ligt, 1500 meter boven de zeespiegel.

De reden voor deze vroege beklimming was om het opkomen van de zon te zien en de zee van mist die tussen de bergen hangt ‘s morgens. Dit plaatje zie in honderden boeken en op ansichtkaarten. Zelf had ik het op de voorkant van een Thais kookboek staan en er vaak naar gekeken zonder er aan gedacht te hebben hier ooit zelf zou staan. Maar nu wilden wij dit natuurverschijnsel met onze eigen ogen aanschouwen.
We hadden pech, het spektakel van de mist was uiteindelijk niet zo goed als we hadden gehoopt. De zonsopkomst was eigenlijk gewoon.

De tempel was weer wel een pareltje om te zien. Vooral in de schemer van de ochtendzon voelde ik me dichterbij Buddha dan ooit tevoren. Marieke had me gisteren dus verteld dat ze me wel zag zitten en ik was daar in zijn geheel niet blij mee. We konden het heel goed met elkaar vinden en dit resulteerde in gezellige avonden met elkaar. De Thaise whisky en het Singha bier stroomden elke avond rijkelijk. Ik kon mijzelf in de verste verten niet aan mijn geplande budget houden.
“Als ze naar Laos is gaat het wel beter”, dacht ik.
“Als we maar tot Chiang Mai samen zouden blijven!”, hoopte ik.
Het idee om alleen verder te moeten gaan begon me opnieuw te benauwen. Ik zou alles proberen om haar van me af te houden. Dat wist ik zeker. Niet omdat ze niet aantrekkelijk was maar omdat ikzelf er nog niet klaar voor was om alleen verder te gaan.

Om half acht waren we weer onder aan de berg en er werd snel ontbeten. Erg snel, want om iets over acht zaten we op de brommer richting attractie nummer twee van de dag. Het was koel op de brommer, later kreeg ik het zelfs koud. Een vreemde gewaarwording in een land waarvan je verwacht dat het tropisch warm zal zijn. In de bergen is het zeker andere koek en later werd mij verteld dat het soms in het koele seizoen zelfs kan vriezen hier. Slingerende wegen rond hoger wordende bergen. Mooie vergezichten en de mist was grotendeels verdwenen, de zon won nu aan kracht.

Bij de ingang van het “Longneck Karen” dorp moest er een stevige 250 baht entree worden betaald, je kreeg netjes een kaartje en kon daarna vrij door het dorp wandelen. Natuurlijk best goed bedacht als je bedenkt dat het minimum loon nu net boven de 100 baht per dag ligt! Een paar toeristen per dag en niemand hoeft er meer te werken. Het was wel vreemd dat het geld werd geïnd door soldaten van het “Koninklijke Thaise Leger”. We waren hier weer dicht bij de grens met Birma, het leger had ook overal controleposten ingericht om illegalen zoveel mogelijk te ontmoedigen om Thailand in te komen.

We slenterden door het dorp en vergaapten ons aan het vreemde volk met de lange nekken dat ook op duizenden plaatjes en ansichtkaarten staat. In werkelijkheid zijn de nekken net zo lang als bij een ander mens, het is een opties bedrog. Al vanaf jonge leeftijd worden er koperen ringen bij de meisjes aangebracht. Deze ringen verlagen de schouders waarna het lijkt dat de nekken langer zijn geworden. Vandaar de naam de “Longneck Karen”.

We waren snel klaar en gingen op weg naar een waterval die nog verder van “Mae Hong Son” verwijderd was. De “Pha Tua” watervallen waren opgedroogd dit koele seizoen en het pisstraaltje water wat er naar beneden kwam kon weinig indruk maken op de bezoekers van deze plaats.
Onderweg op een mooi punt met een fantastisch uitzicht aten we in de zon de boterhammen die we van het “Sunflower” restaurant hadden meegenomen. Een welkome rust want de billen begonnen al een beetje doof aan te voelen. Toen we opnieuw het zadel kozen ging de reis richting de laatste attractie van de dag.

De vissengrot, oftewel “Tham Plaa”. Na een stukje lopen van de parkeerplaats naar de grot keken we naar een gat in een rotswand, zeg maar een soort raam, en daar zagen we honderden vissen zwemmen. Niemand wist waar de ingang of uitgang van de grot was maar die vissen zaten er al zolang de bevolking uit de buurt zich kon herinneren. Best leuk maar niet zo spectaculair als we hadden gehoopt. Dat was ook wel te begrijpen want de “Oe en Aa” factor kwam steeds hoger te liggen na al die schoonheid die we in de afgelopen twee weken al hadden gezien.

De dag zat er op en we gingen weer richting “Mae Hong Son”. Onderweg kwam ik nog een oud mannetje tegen die op weg was naar een dorp verderop, lopend. Ik heb hem een lift gegeven achter op de brommer en hij was waarschijnlijk meer verbaasd met de lift dan dat hij blij was.
Tijdens het avondeten gebeurde waar ik al die tijd bang voor was geweest. We kwamen tot het punt om samen te gaan slapen. Natuurlijk had ik hier zin in maar mijn verstand zei dat het niet moest gebeuren. Het zou meer kapot maken dan dat het zou toevoegen aan onze vriendschapsrelatie. Na een wel heel lange stilte tijdens het avondeten en bij de “Lake View Bar” waren wij het uiteindelijk er over eens dat het geen goed idee was. Gelukkig maar, en zo kwam er een einde aan een hele interessante en fijne dag. Morgen gaan we op pad naar een hippie paradijs.

zondag 24 januari 1999

Thailand: Uitslapen

Thailand: Uitslapen

Mae Hong Son (Jong Kham Guesthouse) 24 januari 1999

We hebben in ieder geval geprobeerd om uit te slapen! Ook na die lange vermoeiende eerste weken in Thailand wilde het maar niet lukken. Ik heb in ieder geval een slechte nachtrust achter de rug, en ben dan ook nog eens vroeg wakker. Waarschijnlijk door de Lariam en een gebrek aan alcohol in mijn bloed.
Marieke heeft ook slecht geslapen en blijft nog wat langer op haar bed liggen. Op zoek naar een ontbijt trek ik alleen de stad in. Een ontbijt vinden is niet zo moeilijk, volg gewoon de stroom hippies en bloemenkinderen. Succes is verzekerd wanneer je op zoek bent naar vegetarische gerechten, yoghurt met gedroogde granen en vruchten in verschillende samenstellingen en fruitsalades zijn ook erg populair. Ik heb liever iets hartigs en als het even mogelijk is ook gebakken. In een klein restaurant is het erg druk en gelukkig zijn er nog enkele krukken vrij.
Ik zoek een plekje aan de counter en bestel een (instant) koffie terwijl ik met mijn wijsvinger door de menukaart wandel. Niet veel gerechten spreken me aan! Het jonge meisje achter de counter flirt een beetje met een andere klant en wanneer ik eindelijk haar aandacht heb wenk ik haar dichterbij te komen.
Brood blijkt hier in het noorden een zeldzaamheid dus moet ik fantasierijk zijn. Het wordt voor mij een pannenkoek met bacon en worstjes. Als een zoutpilaar staat ze voor me! Haar pen beweegt niet over het papier en haar mond staat zo ver open dat een tandarts van mijn gezichtspunt uit een diagnose zou kunnen stellen.
Ze schrikt uit haar trance en vraagt verbaasd, ‘een pannenkoek met bacon en worstjes?’
‘Ja!’
‘Geen banaan?’
‘Nee!’
Hoofdschuddend loopt ze weg richting de keuken waar ze achter een gordijn in de deuropening verdwijnt.
Even later verschijnt er een man van middelbare leeftijd in een tanktop die ooit wit was geweest en die nu strak staat van het vet. Een smeulende sigaret hangt in zijn mondhoek. Hij kijkt me aan, hij kijkt het meisje aan, die knikt, en hij kijkt weer naar mij.
Flamboyant neemt hij de sigaret uit zijn mond en herhaalt de bestelling tegen mij. Ondertussen heeft de voorstelling de aandacht getrokken van de gehele clientèle aan de counter. Een klein knikje vergezeld van een glimlach mijnerzijds zijn voldoende om hem terug naar de keuken te dirigeren. Twintig minuten later zit ik achter een bananen pannenkoek met spek en worstjes aan de zijkant!
Eigenlijk kan het me ook niets schelen. De tweede kop (instant) koffie is geserveerd en het heupwiegen van de jonge serveerster is een schitterend schouwspel. Ze flirt met elke klant, dat zal wel goed zijn voor de omzet! Met elke hap van de bananenpannenkoek gaat het me beter smaken en in een poep en een scheet is mijn bord leeg. Een derde koffie vult de laatste openingen in mijn maag en ik ben klaar voor de rustdag.
Eieren
Ik besluit om wat door de stad te gaan slenteren. Nu blijkt dat achteraf een fout te zijn geweest want er is echt niet veel te zien. Een van de weinige foto’s die ik maak is van een vrachtwagen vol met eieren. Vol verbazing volg ik, zittend op een muurtje naast de vrachtwagen, de handelingen van de verkopers. Gezien de enorme hoeveelheid eieren die worden verkocht kan ik alleen maar concluderen dat hier veel eieren worden gegeten.
Zodra het tafereel me begint te vervelen loop ik weer verder richting ons guesthouse. Ik ben benieuwd op Marieke al is opgestaan. Haar bungalow is afgesloten en er is geen spoor van haar te vinden. Een beetje verward zoek ik mijn bed op.
De ventilator draait langzaam en piept een frisse wind over mijn bezwete lichaam. Voor een moment wordt ik gegrepen door een angst dat ze zonder afscheid te nemen naar Laos is vertrokken.  Zo erg zal het toch niet zijn? Na een halftje uur heb ik alweer genoeg van mijn bed en mijn bungalow, ik ga toch liever nog wat wandelen en wat eten. Op weg naar de uitgang zie ik dat de deur van Marieke’s bungalow alweer open staat. Ik laat het maar voor wat het is en loop rustig verder in de warme middagzon.
Verlaten spirithouses
Opnieuw passeer ik die vreemde boom met die kleine poppenhuisjes er tegen aan. Gisteren heb ik me al staan te verbazen over dit tafereel! Zodra ik me neerzijg in een rieten stoel op een verlaten terras, in de schaduw en in de wind van een ouderwetse stalen ventilator, bestel ik een biertje, ondanks alle goede voornemens. Slok na slok krijg ik meer bedenkingen over de situatie waarin ik me nu bevind. Mijn oorspronkelijke doel was om alleen op reis te gaan om een beetje meer van mezelf te ontdekken. Ik mag dan wel een goede jeugd hebben gehad maar het was zeker geen gemakkelijke. Ik hink steeds op twee gedachten! Mijn gevoel zegt dat het beter is om nog een tijdje bij Marieke te blijven en mijn verstand zegt dat het beter is wanneer onze paden zich scheiden.
Bij de volgende grote fles Singha bier wordt mijn budget voor vandaag alweer doorbroken en komt de ober, bij een gebrek aan klanten, bij me zitten. Het eerste wat ik hem vraag is de betekenis van die huisjes naast de boom. Het antwoord blijkt minder ingewikkeld dan dat ik ooit had kunnen vermoeden.
Die boom is een “Bodhiboom” (Banyan tree), dat is de boom waaronder Boeddha verlichting vond. Die bomen zijn in alle Boeddhistische landen heilig. Die huisjes zijn geestenhuisjes. Kleine huisjes die als een vogelhuisje op het land voor een huis worden geplaatst. Het idee erachter is dat de geesten die op het land wonen zelf ook een huisje krijgen wanneer jezelf daar een huis bouwt.
Ik bestel nog een grote bier, het is gezellig en interessant, bezuinigen kan ik altijd nog!
Die geesten wonen dus in dat huisje en kunnen in jouw (grote) huis geen schade aanrichten, ruzies of andere problemen veroorzaken. Die geesten krijgen ook dagelijks eten en drinken, offers in de vorm van wierook en bloemenkettingen.
Wanneer de huisjes vervallen zijn of een nieuwe eigenaar een ander huisje aanschaft worden de oude huisjes bij een Bodhiboom achtergelaten. Die boom is heilig! Die boom heeft een band met de Boeddha en de geesten vinden daar rust en bescherming. Een interessant verhaal met zoveel passie verteld dat het wel waar moet zijn. Mijn fles is leeg en het wordt tijd om verder te gaan, anders zit ik hier vanavond nog.
Aan de hoofdstraat zijn er enkele brommer verhuurders, daar gaan we heen! We hebben het plan om morgen een dagje op de brommer op pad te gaan en het lijkt me een goed idee om te me te oriënteren en te reserveren. Ik wil tenslotte niets aan het toeval overlaten!
Bij de eerste zaak wordt ik meteen besprongen door een overijverige jongeling die in gebrekkig engels een stortvloed van informatie en kortingen, omdat ik zijn vriend ben, over me heen laat komen. De woorden Friend en Discount klinken me als muziek in de oren. Helaas voor hem heb ik twijfels aan de technische staat van de brommers, die hier overigens motors zijn. Teleurgesteld zoekt hij de koelte van zijn geairconditioneerde kantoor weer op.
Bij de volgende heb ik wat meer geluk. De brommers lijken beter onderhouden en ook heb ik een meteen een beter gevoel bij deze verhuurder. Hij geeft me ook een eerlijker antwoord over het huren. Wij zijn in principe verzekerd maar bij een ongeval waar de politie aan te pas komt zijn we op onszelf aangewezen. Mij maakt het persoonlijk weinig uit, ik ben alleen benieuwd hoe mijn reisgenoot hier tegenover staat. Om zeker te zijn van de twee goed uitziende brommers maak ik een reservering van 100 baht die hij morgen in mindering zal brengen op de rekening van 300 baht voor de twee brommers. Hij overhandigt me een stukje papier waarop ik alleen 100 en 300 kan onderscheiden. Voor morgen zijn de brommers dus geregeld.
Onder aan de trap
Bij terugkomst in het guesthouse zit mijn reigenoot voor haar bungalow te lezen. Het heeft verfrissend gewerkt, een dagje alleen. We hebben elkaar het een en ander te vertellen! Nadat ik alles heb uitgelegd omtrent de brommers bespeur ik toch enige twijfel. Ze is het misschien niet helemaal eens met mijn besluit om die brommers te reserveren. Ik laat het maar voor wat het is en ga me opfrissen voor de gezamenlijke avondmaaltijd.
Het is weer erg gezellig met zijn tweeën en het “Singha” of “Chang” bier en de “Mae Kong Whisky” vloeien rijkelijk. In het budget dat ik aan het begin van deze reis voor ogen had zijn hele grote gaten geschoten. Gezelligheid kost nu eenmaal veel geld en ik heb mijn budget voorlopig naar 700 baht (ongeveer veertig gulden) per dag verhoogd. Ik ga wel zuiniger leven na Chiang Mai, zodra Marieke naar Laos is vertrokken.
Het eten bij het “Sunflower Restaurant” is in ieder geval een stuk beter dan het eten van gisteren, het is ook wel weer wat duurder. Ik voel me soms niet op mijn gemak bij wat ik moet betalen voor het eten. Voordat ik in Azië arriveerde was ik ècht in de veronderstelling dat het hier goedkoop zou zijn. Na twee weken Thailand ben ik wel ruw uit deze droom ontwaakt!
Bier is hier duurder dan in Nederland en voor een bordje rijst met een stukje vlees betaal je al snel vier of vijf gulden. Dan praat ik nog niet eens over garnalen en vis, dan betaal je al snel het dubbele! Natuurlijk kun je voor een paar gulden per dag rondkomen wanneer je alleen maar water drinkt, veel fruit en vegetarisch eet en in het “Hotel Hel“ overnacht. Maar daar ben ik niet de persoon voor. Beter veel plezier en eerder naar huis dan een paar maanden vegeteren in de Thaise hooglanden.
Na het eten gaan we weer wat gaan drinken bij de “Lake View Bar” omdat daar een live band speelt. Nou, ik kan je vertellen die speelt daar elke avond, zonder enige uitzondering. Het wordt vanzelfsprekend allemaal te gezellig en het wordt deze keer te intiem. Het is een erg moeilijke situatie voor ons omdat ik de boot probeer af te houden en Marieke gewoon haar gevoelens openlijk tegen mij uit. Er zijn ook veel van die kleine dingen die me gewoon opvallen. Waar gaat dit allemaal toe leiden? Dat is de vraag!
Na ons zoveelste goede gesprek zijn we het er samen over eens dat onze vriendschap het belangrijkste is. Best bijzonder dat je na bijna twee weken al zo dicht bij elkaar staat. We maken het niet te laat vanavond want morgen wordt een lange dag op de brommer.

zaterdag 23 januari 1999

Thailand: Mae Hong Son

Mae Hong Son (Jong Kham Guesthouse), 23 januari 1999

Vandaag zou het een lange dag worden. Gisterenavond tijdens de maaltijd zijn we overeen gekomen om ook op deze laatste ochtend in Mae Sariang nog een keer vroeg op te staan, half zes. Gelukkig was dat geen probleem omdat we beiden realiseerden dat een avond zonder alcohol en vroeg naar bed een goede afwisseling zou zijn voor de gezellige avonden die achter ons lagen.
Untitled
Samen kijken we in een serene rust naar de achter de bergen opkomende zon. Helaas is er op deze mooie ochtend geen mist maar het blijft wel fijn om zo samen in alle rust naar de opkomende zon te kijken.
Zodra ik de warmte van de zon op mijn gezicht kan voelen vind ik het genoeg zonsopkomst voor vandaag en lijkt het mij een goed idee om toch nog maar een uurtje te gaan liggen. Het bed, ik bedoel matras, is een van de beste van deze eerste twee weken en deze ervaring is uitnodigend genoeg om nog even van het bed gebruik te maken. Van slapen komt er weinig meer. Ik ben klaar wakker na een uurtje zon kijken dus neem de Lonely Planet te hand om wat te lezen over wat ons in Mae Hong Son te wachten staat.
Om kwart voor negen staat Marieke naast mijn bed om me wakker te maken voor het ontbijt. Daar heb ik wel trek in maar ik wil eerst rustig mijn rugzak inpakken. Haast bij het inpakken geeft me altijd een slecht gevoel met achteraf een waslijst met twijfels over wat ik allemaal vergeten ben. Tijdens het inpakken loopt de wekker, drie gulden op de Khao San road markt, af! Het is dus negen uur. Er is nog voldoende tijd voordat de eeuwige toast met roerei zal worden geserveerd. De eigenaar van het “See View Guesthouse” heeft ons gisterenavond beloofd om ons rond een uur of tien naar de bushalte te brengen.
Tijdens het ontbijt nemen we afscheid van Geoff en Carroll, ook Bryan en Simone komen nog even snel afscheid nemen voordat ze de bergen intrekken om te gaan fotograferen. Ze slepen met tassen vol met lenzen en gekoelde fotorolletjes, ik heb er spijt van dat ik mijn spiegelreflex niet heb meegenomen maar daartegen heb ik al voldoende problemen om deze twee overvolle rugzakken mee te slepen. Ik kan alleen maar hopen dat ik in de komende weken afscheid neem van veel spullen die ik toch niet gebruik.
Voor een moment kijk ik naar de doosjes “Lariam", een anti-malaria medicijn dat helemaal niemand gebruikt. Het lijkt wel dat ik de enige in Thailand ben die dat vergif met zich meesleept! Vergif? Ja, vergif, dat is het zeker. Het vergif dat de malaria parasieten in je bloedbaan dood. Alleen het idee al vormt duidelijk beelden van een soort muggenlarven in mijn hersenen! Wat doe ik hier eigenlijk? Waarom ben ik niet gewoon naar Spanje of Italië gegaan? De maandag, de “Lariamdag”, is al een paar weken een slechte ervaring. Ik ben vier weken voor mijn vertrek al begonnen met het slikken van dat vergif. Het duurt namelijk enkele weken voordat je voldoende werkzaam medicijn in je bloedbaan hebt. Nachtmerries met onderwerpen en beelden die zelfs Stephen King een slechte nachtrust zouden bezorgen zijn het directe gevolg.
Buskaartje
Het reizen met lokale bussen is na twee weken een gewone zaak geworden. We weten vanwaar en hoe laat de bus naar Mae Hong Son ongeveer zou vertrekken. Waarschijnlijk heeft de eigenaar van het “See View Guesthouse” een berichtje achtergelaten bij het vertrekpunt van de bus zodat die niet zonder ons zal vertrekken. Er zijn wel tijdschema's in gebruik maar die worden ruim toegepast.Het is me al vaker opgevallen dat er hier in Thailand heel veel onderhand wordt geregeld. Men zorgt voor elkaar en weet dat met op elkaar moet kunnen bouwen en vertrouwen om met elkaar een goed leven te kunnen leiden.
De relatie tussen Marieke en mij is langzaam aan het veranderen. We zijn op zoek naar het leiderschap, het accepteren van de leiding van de andere, op basis van gelijkwaardigheid lijkt er zich een gevoelsrelatie te ontwikkelen. We hebben tenslotte allebei net een moeilijke relatie achter de rug die we open en eerlijk met elkaar bespreken. Het blijft opvallend hoe gemakkelijk je je persoonlijke problemen met iemand bespreekt die je slechts enkele weken kent. Het zal wel de anonimiteit van het reizen zijn.
Er zijn duidelijk gevoelens tussen ons ontstaan die soms ook wederzijds zijn. Ik hou me natuurlijk van verre en wil die, overigens vlijende en fijne, gevoelens niet mijn reis laten beïnvloeden. Vroeger of later komen we toch op het punt dat we een kamer, en misschien zelfs een bed, moeten delen, al dan niet wegens omstandigheden die we zelf niet in de hand hebben.
De korte rit in de bus naar Mae Hong Son is ook weer van grote schoonheid. De bergen met hun slingerwegen worden langzaam hoger en veranderden van kleur. De buitenlucht wordt koeler, de vegetatie wordt groener en er komt meer landbouw in de vruchtbare dalen. De blindheid voor al deze schoonheid heeft vandaag al toegeslagen. Ik ben nog geen twee weken op reis in Azië en ik heb nu al problemen om geconcentreerd te blijven bij alles wat er te zien is. “Scenic Overload”?
Is deze situatie, zijn deze mensen of deze omgeving wel zo belangrijk om op een foto voor eeuwig vast te leggen?, heb ik mijzelf al vele malen afgevraagd.
Tot nu toe heb ik nog geen enkel antwoord kunnen vinden. Wat ik wel weet is dat er nog genoeg westerse haast in mij zit die mij tot een ongezonde hyperactiviteit drijft. Ik wil alles zien èn alles doen in een zo kort mogelijk tijdsbestek. Ik kan het gewoonweg niet bevatten dat ik nog zes maanden te gaan heb. Gelukkig zal deze reisdag al een beetje meer rust brengen en ook de toon zetten voor de rest van mijn reis door zuid-oost Azië.
Wat Jong Kham
Eenmaal aangekomen in Mae Hong Son zoeken we onze weg naar de niet te missen grote vijver in het midden van het stadje. Rond die vijver bevinden zich namelijk de meeste guesthouses. Op de kaart lijkt de stad een stuk groter dan ze in werkelijkheid is, er is wel veel nieuwe bebouwing die het zicht op de muggenkwekerij, zoals we de grote vijver meteen noemen, in het midden van het stadje wegneemt.
Bij het eerste guest house dat we proberen, “Johnny’s GH”, krijgen we een tegenvaller te incasseren. Het populaire guesthouse, met goede reviews in de reisgids, werkt als een magneet op de rondtrekkende rugzakkers en is dus vol. Marieke leid ons verder naar de tweede keuze uit de Lonely Planet. Hier hebben we meer geluk en we krijgen kleine bamboehutjes in een mooie tuin als slaapplaats. De romantiek straalt er vanaf! We nemen snel onze plaatsen in in het “Jong Kham guest house”. Nu kan ik voor de eerste keer deze reis echt uitrusten.
Na een hazenslaapje trek ik ’s middags alleen het slaperige stadje in om wat antischimmel crème te kopen. De hardnekkige uitslag op mijn handen is weer terug. Het vochtige tropische klimaat moet een paradijs zijn voor die rot fungus die op mijn lichaam huist. Je kan douchen en wassen wat je wil maar je wordt hier niet schoon. Het water uit de kraan heeft altijd een kleurtje en/of een geurtje. Na het afdrogen ben je enkele minuten later ook weer vochtig van je zweet dat eindeloos uit je poriën omhoog borrelt om je lichaam te koelen. Gelukkig heb ik tot nu toe geen last van de hitte! Want dan zou het hier helemaal ondragelijk zijn.
De crème tegen de schimmel wordt snel gevonden in een kleine “Pharmacy” zoals dat hier in Thailand heet. Precies zoals uit de film! Grote potten gevuld met pillen en capsules in verschillende vormen en kleuren bevolken de lange planken achter de toonbank. Een vriendelijke kleine vrouw, die redelijk engels spreekt, hoort mijn verhaal aan en scharrelt wat in een van de grote laden onder de toonbank die ik vanaf mijn positie niet kan zien.
Met een triomfantelijke blik op haar gezicht komt ze met een langwerpig doosje in de hand weer omhoog. Ondertussen heb ik de bijna lege tube “Daktarin” tevoorschijn gehaald. Ze neemt de tube uit mijn hand en bestudeert de Nederlandse teksten op het verfrommelde metaal van de tube. Ze glimlacht en wijst naar de tekst. “Miconazol”, dat is de werkzame stof die ook op het doosje leesbaar is. De rest van de tekst is in het Thais en daar kan ik helemaal niets van maken.
Wanneer de werkzame stof dezelfde is als in de Daktarin crème dan moet het wel goed zijn. Ik probeer nog even de uiterste houdbaarheidsdatum op de verpakking te vinden om te controleren of de crème nog wel goed is. Helaas, ik kom geen stap verder omdat ik de datum niet kan vinden. Zestig baht lichter en een nieuwe tube crème rijker stap ik de brandende zon in.
De straten zijn verlaten, in de vroege middag ligt haast iedereen te slapen. Dat is geen slecht idee! Ik ga straks ook meteen weer effe liggen. Eenmaal terug in het GH staat Marieke al op me te wachten. Het is tijd voor een werkoverleg. Er is in Mae Hong Son en haar omgeving veel te zien, dus besluiten we in goed overleg om hier drie nachten te blijven. Onze wegen scheiden zich weer en ik zoek mijn bed op.
Jong Kham Guesthouse
Op het matras met mijn ogen open kijk ik vol belangstelling om me heen. Wat zijn de mensen hier in Thailand toch inventief! Ze zijn helemaal ingesteld op het overleven, op het samenleven met de natuur. Mijn hele hut is opgebouwd uit bamboe met hier en daar een plankje om alles bij elkaar te houden. Buiten ruizen de palmbladeren in een warme zachte wind. Het is een rustgevende omgeving en binnen enkele minuten ben ik vertrokken naar dromenland.
Tijdens het avondeten, wat overigens niet al te best en veel te duur was (100 baht = fl. 6,-), komen er weer heel wat emoties bij mijn reisgenoot naar boven. Ik voel me gevleid maar blijf ook op mijn hoede. Ik wil namelijk niet verstoren wat we nu hebben en ik hoop zeker dat we niet voor Chiang Mai uit elkaar gaan. Ik ben erg in mijn nopjes met mijn reisgenoot en wil dit dan ook graag zo houden.
Drie kleine flesjes “Singha” bier duurt ons gesprek waarin ze steeds sterker begint aan te dringen tot aan het punt waar het niet leuk meer is en het vertrek naar ons guesthouse als een verlossing voor mij voelde. In een angstaanjagend stilzwijgen leggen we de korte weg van het restaurant naar onze slaapplaatsen af. Een zoen op haar wang en welterusten. Slaap lekker! Lekker lang slapen en veel lekker eten, en vooral niets doen. Nou ja, niets doen. Morgen in ieder geval een keer lekker uitslapen.
Copyright/Disclaimer