maandag 25 november 2013

Thailand: Regen op komst?

Chiang Mai (Daret’s Guesthouse (B5)

Wanneer ik de weerberichten voor de komende dagen moet geloven dan rij ik voor de regen uit. De wind waait uit het oosten en ik ga richting het westen. Dat kan alleen maar goed gaan totdat ik klem kom te zitten aan de grens met Myanmar. Dus wat is wijsheid?
Om half zes, ja ècht waar, sta ik al naast mijn bed. Buiten is het nog aardedonker en doodstil. Hier ben ik heel ver weg van de bewoonde wereld. Zo’n verblijf buiten de stad laat me ook steeds vaker denken aan waar ik later, wanneer ik groot ben, wil gaan wonen. Een klein huisje ergens op het platteland, binnen een uur rijden van een redelijke stad, dichtbij het water zou fantastisch zijn. Mijn dagen slijten met de klassiekers van de Nederlandse literatuur en af en toe zelf een verhaal schrijven.
Al dagdromend geniet ik van mijn eerste kop koffie terwijl een frisse wind zich door de mazen van het insectengaas een weg naar binnen zoekt. Wanneer ik de deur open komt de frisse wind me tegemoet en omarmt me. Een rilling rolt er over mijn rug en het kippenvel staat op mijn hele lichaam. Hier in het noorden tussen de bergen is het al aardig koud ‘s morgens!
Zodra de zon boven de horizon, maar nog niet boven de heuvels, is geklommen krijg ik een eerste beeld van wat me vandaag te wachten staat. In het oosten zie ik donkere zware wolken die niet veel goeds voorspellen terwijl in het westen een strook blauwe lucht zichtbaar is. En die kant gaan we vandaag op!
Tijdens het wassen in het toilet valt me iets op dat voor de kleine mensen van Thailand altijd verborgen zal blijven. De bekende “Franse slag” leeft hier onder de naam “wat je niet ziet dat weet je ook niet!”. De badkamer is zeer mooi voor Thaise begrippen maar de bovenkant van scheidingsmuur is niet afgewerkt! En daar moet ik toch wel heel hard om lachen! Deze mensen zijn ontzettend lui van nature!

De activiteit van het bepakken van de motor geeft me nog enige warmte maar zodra ik klaar ben koelt het zweet op mijn rug af en ik grijp meteen naar mijn fleece. Vandaag vertrek ik voor het eerst met mijn fleece èn mijn Gore-Tex windvanger aan. Handschoenen heb ik helaas niet maar die waren vandaag zeker wel welkom geweest.
Het ritueel van de twee tosti’s wordt in ere gehouden en misschien is dit wel de beste Thaise gedachte sinds het gesneden brood! Net buiten het toeristische trekpleister gaat het oranje lampje naast de kilometerteller branden als teken dat ik nog voor ongeveer zestig kilometer benzine over heb. Dat is geen reden tot paniek, meer een waarschuwing voor iets waarvan ik het bestaan al kende, een bijna lege benzinetank.
Ik mag dan wel in een uithoek van Thailand zijn maar benzine is er toch vaak wel te vinden. Al is het maar met een handpomp uit een stalen 200 liter vat! Zestien kilometer verderop gooi ik mijn tank vol en neem een eerste welkome slok van mijn hete thee.
Terwijl ik op mijn wisselgeld wacht besef ik plotseling dat ik niet eens weet waar ik vandaag heen ga. Mijn reis gaat eigenlijk van slaapplaats naar slaapplaats. Welke stad of dorp erbij hoort weet ik niet altijd, dat zie ik vanzelf wel. De koele mist hangt in de valleien en ik rij op mijn gemak over de lege slingerwegen.

Veel van dat asfalt staat nog niet op mijn GPS omdat de kaart die ik gebruik van 2010 is en in die drie jaar zijn er heel wat wegenbouw projecten uitgevoerd.

Het wordt een eentonig verhaal maar de bergwegen zijn een droom voor elke motorrijder! Het weer voor me is goed en ik kijk gewoon niet achterom naar de dreiging die me achtervolgd.

Het is nog geen eens kwart voor elf wanneer ik het punt, nog honderd kilometer te gaan, passeer. En dat is toch wel heel erg vroeg! Dat zou schematisch betekenen dat ik zo rond een uur op de plaats van bestemming zou aankomen! Ik denk na over mijn mogelijkheden, en die zijn in principe eindeloos, en kom tot de conclusie dat ik toch wel heel erg dicht bij Chiang Mai ben. En laat daar nu een goede vriend wonen die ik misschien al in geen zes jaar heb gezien! Een kort telefoon gesprek met Michael en ik ben op weg naar Chiang Mai. Geheel onverwacht ga ik naar de roots van bijna vijftien jaar geleden toen ik hier voor het eerst rondzwierf.

Des te dichter ik bij de stad de stad kom des te drukker en moeilijker het verkeer wordt! Hier woont de haast! Ik weet niet wat die mensen drijft om zo te rijden, zoveel risico’s te nemen om enkele minuten te winnen. Minuten die ze waarschijnlijk niet eens nuttig gebruiken.
Met elke kilometer wordt ik meer voorzichtig en het wordt zelfs tijd om de helm weer op te zetten. Ja, ik weet het. Ik zou die helm eigenlijk de hele reis moeten dragen maar het rijden zonder helm geeft toch wel een extra gevoel van vrijheid. Ik laveer door de drukte van de oude binnenstad van Chiang Mai op zoek naar “Daret’s Guesthouse”.

Het is niet echt moeilijk om dat icoon van de backpackers te vinden. Er zijn nog kamers vrij en voor de 240 baht (€ 5,50) is het niet de goedkoopste maar wel de slechtste kamer van deze reis. Maar dat deert me niet! Het is maar voor een nachtje en ik zal na mijn ontmoeting met Michael zeker wel goed slapen.

Het is goed om Michael na al die jaren weer te zien en Michael is niets veranderd. We gaan eten bij een Ierse pub en hier leer ik al snel dat Chiang Mai ook veel is veranderd! De prijzen liggen hier nog hoger dan in Phuket en een simpele maaltijd kost bijna de hoofdprijs. Maar dat mag onze reünie niet verstoren.

Vanzelfsprekend is er veel met ons gebeurd in de afgelopen zes jaar en we kletsen elkaar de oren van het hoofd. Na een wandeling door Chiang Mai zie ik nu ook in dat ik hier waarschijnlijk nooit meer terug zal komen. Er is een hoerenstraat met barren en gogo’s voor een Chinese en westerse klantenkring die waarschijnlijk thuis vertellen dat ze in Chiang Mai en niet naar Pattaya zijn geweest. Schijnheiligheid ten top!

Nog voor tienen nemen we weer afscheid want ik ben doodmoe en ook de biertjes eisen hun tol. Het was erg leuk om elkaar weer te ontmoeten en de volgende keer moeten we maar ergens halverwege een plaats zoeken om elkaar weer te zien. Chiang Mai en Daret’s Guesthouse zijn voor mij nu verleden tijd!

In de straat die we vroeger koesterden om de hippe en artistieke café’s en restaurants zijn nu alle grote Thaise banken, met hun schreeuwende gekleurde verlichting, vertegenwoordigt! Gelukkig zijn de serene tempels er ook nog, maar ze staan er wel als een vlag op een modderschuit!


Pattaya - Chantaburi - Watthana Nakhon - Buriram - Bua Yai - Surin - Si Saket - Khong Chiam - rond Khong Chiam - Mukdahan - Ban Phaeng - Nong Khai - Loei - Bua Yai - Lom Sak -  Ban Khok - Nan - Golden Triangle - Chiang Mai 3.916 + 305 = 4.221 Km

zondag 24 november 2013

Thailand: En dan ben ik plotseling weer alleen!

Golden Triangle (Phimphat Resort (102)

Het kan dus vreemd lopen! Zo ben je alleen, dan samen, en dan weer alleen!
Het is nog erg vroeg wanneer ik de motor stap voor een langere dag. Gisteren heb ik, tijdens het relaxen op mijn bed, veel werk verricht en veel nagedacht over de kilometers die achter me liggen en het verdere verloop van deze tocht.
Zo heb ik voor vandaag twee dagritten samengevoegd, en ingekort. Van de oorspronkelijke 425 kilometer zijn er nog ruim 300 over. Die eerste etappes waren goed op de lengte van de dag afgesteld, ik reed pas rond een uur of negen weg en er was heel veel te zien onderweg. Nu ben ik aangekomen in het gebied van de natuurlijke schoonheden, de bergen en heuvels van noord Thailand. Hier en daar genieten van het uitzicht, een foto, en dan weer verder. Ik stap ook veel vroeger op de motor! Vaak ben ik voor zes uur al wakker en rond half acht start ik mijn machine. En dan zijn die geplande 225 kilometer zo voorbij en dan zit je om half twee op je kamer, of in het restaurant, vaak een heerlijk koud biertje te drinken.
Dus ik ga de toekomstige etappes verlengen, veranderen en aanpassen totdat ik rond de 300 kilometer per dag kom, die extra kilometers geven me een aankomsttijd die twee tot twee en een half uur later ligt dan oorspronkelijk gepland was.

Op de motor ben je alleen met je gedachten en nu ik niet meer de hele tijd in mijn spiegels hoef te kijken, of Nick er nog wel is, kan ik de vrijgekomen hersenactiviteit gebruiken voor andere zaken.
Over twee maanden wordt ik vierenvijftig en het wordt nu wel tijd om er over na te gaan denken wat ik met de rest van mijn leven wil gaan doen. Ik heb gelukkig al veel kunnen reizen en ik heb ook heel veel gezien en meegemaakt. Bijna heel Azië is in mijn paspoort gestempeld en ik ben op bijna alle continenten geweest. Hoewel ik nooit in Zuid Amerika ben geweest wil ik niet zeggen dat ik dat mis òf dat we daar in de toekomst niet naar toe gaan.
Nu ik getrouwd ben en Lyka voorzichtig over kinderen begint dringt langzaam het besef tot me door dat het leventje van reizen en zwerven toch wel langzaam op een einde loopt. Het is geen gemakkelijke gedachte want ik hou nog steeds van het reizen en ontdekken van landen en gerechten. Ook dat benauwd men niet! Want met die kleine is het ook goed mogelijk om met de camper door Europa te reizen.
School, de lagere en middelbare school, dat zijn de vijftien jaar die me, of beter gezegd ons, in onze vrijheid zullen beperken. Maar ik weet ook zeker dat we er heel veel voor terugkrijgen. Kinderen zijn in mijn ogen nog steeds leuk, noodzakelijk en onvervangbaar. Zonder kinderen wil ik niet toetreden tot de oneindigheid van de tijd!

De bergwegen zijn schitterend en het is nog mooi weer, hoewel de weersverwachting steeds aangeeft dat er regen in de buurt komt. Ik ga ervan uit dat het droog blijft en dat de wolken al leeg zijn voordat ze mij bereiken.

Ik passeer waarachtig een tempel die het waard is om gefotografeerd te worden. Mooie lege wegen, en daar is de Mekong rivier weer. Een weerzien na een week of zo? Ik weet het niet! Ik moet op mijn horloge kijken welke dag het vandaag is en kan me niet herinneren waar ik twee dagen geleden heb geslapen. Dit rondreizen is zo intens dat je zoveel moet opslaan dat de andere herinneringen meteen helemaal naar achteren in je geheugen worden geplaatst.
Bij aankomst bij de “Golden Triangle” ga ik op zoek naar een bekende slaapplaats. Van het oude resort waar we de vorige keer hebben geslapen is niet veel meer over! Ik herken nog wel de twee bungalows aan de weg waar we een nacht hebben geslapen en de reclame van de 7-11, die nu voorgoed gesloten is, zit ook nog op de ramen geplakt.

Op goed geluk rij ik een zijweg in en na een paar honderd meter zie ik het “Phimphat Resort”, misschien een beetje luxe maar dat deert me niets. Ik ben op vakantie en wil best wat meer betalen voor een goed bed en een snelle internetverbinding.


Tijdens mijn korte wandeling op zoek naar wat te eten, en het monument voor het drielandenpunt, kan ik alleen maar concluderen dat ook hier de tijd niet heeft stilgestaan. En dat is eigenlijk de toon van deze hele reis. Veel van de plaatsen die ik voor de tweede keer, of meerdere keren, bezoek zijn onherkenbaar veranderd. Mijn oude warme herinneringen worden vervangen door de nieuwe die vaak veel minder leuk zijn dan de oorspronkelijke. Misschien is het hele doel van deze reis wel fout! Waarom willen mensen eigenlijk terug naar plaatsen waar ze warme herinneringen aan hebben? Geromantiseerde herinneringen! Dan kan het toch alleen maar tegenvallen?

Bij een restaurant naast de enorme parkeerplaats val ik maar neer. Ik heb ook niet kunnen vinden waar we de vorige keer hebben gegeten. Of haal ik twee plaatsen door elkaar? Het eten smaakt me goed maar het is wel voor Pattaya prijzen! Het bier is zelfs zo duur dat ik maar besluit om straks een fles bij een klein winkeltje te kopen!
Zodra de zon verdwijnt sluiten de souvenirwinkels en reizen de toeristen verder of terug naar hun plaats van vertrek. Het is nog geen zeven uur wanneer ik me op het heerlijke zachte bed neervlij en geniet van een koud biertje, een verhaal schrijf en drie afleveringen van “Under the Dome” kijk. Vandaag weer bijna dertig euro opgemaakt! Wat kan het leven toch mooi zijn met een klein budget!

Pattaya - Chantaburi - Watthana Nakhon - Buriram - Bua Yai - Surin - Si Saket - Khong Chiam - rond Khong Chiam - Mukdahan - Ban Phaeng - Nong Khai - Loei - Bua Yai - Lom Sak -  Ban Khok - Nan - Golden Triangle 3.607 + 309 = 3.916 Km

zaterdag 23 november 2013

Thailand: Een zaterdag in Nan

Nan (Srinual Lodge (104)

Opnieuw is de zaterdag een rustdag, net als vorige week in Nong Khai! Die onverwachtte 354 kilometers van gisteren hebben me gesloopt. Ook dit hotel is zo aangenaam dat ik maar heb besloten om hier een nachtje langer te blijven om weer bij te werken aan mijn foto’s en verhalen.

Vanzelfsprekend vindt ik het toch wel een beetje jammer dat Nick is verder gereden maar ik vraag me tegelijkertijd ook af of hij naar het noorden òf naar huis is gereden. Een ding is wel zeker! Hij had zeker geen tweede nacht hier doorgebracht voor de prijs van 560 baht per nacht.
Ik ben om zeven uur al wakker en gebruik de tijd om de foto’s van de laatste dagen te verwerken. Dat wordt namelijk veel werk wanneer je eenmaal achterop bent geraakt!

Een stevig ontbijt als brunch en terug naar het hotel om te rusten en te lezen. Nadat ik twee verhalen heb geschreven wordt het weer tijd om nieuwe mensen te ontmoeten en een biertje te drinken bij Tony’s Place.

Maar ik heb ook eens even een kaartje afgedrukt van wat ik al heb gereden, in het groen, en wat ik verder van plan ben om te gaan doen, paars. Maar die plannen kunnen natuurlijk op elk moment onderweg weer gewijzigd worden!
Een heerlijke avond met nieuwe mensen, een Thanksgiving viering en een bord met de restjes voor mij.

Tony weet genoeg van de wereld en van Thailand en blijkt een bijzonder goede gastheer te zijn. Wanneer mijn kijkglas bijna gevuld is brengt hij me op de motor terug naar het hotel.
Nan is een heerlijke plaats waar ik zeker nog wel eens een paar nachttjes wil terugkomen!

Tony en Jielus

Pattaya - Chantaburi - Watthana Nakhon - Buriram - Bua Yai - Surin - Si Saket - Khong Chiam - rond Khong Chiam - Mukdahan - Ban Phaeng - Nong Khai - Loei - Bua Yai - Lom Sak -  Ban Khok - Nan  3.253 + 354 = 3.607 Km

vrijdag 22 november 2013

Thailand: Verdrinken in schoonheid

Nan (Srinual Lodge (104)

De liefde heeft niet lang geduurd! Twee dagen werden aaneengeregen en nu ben ik een dag te vroeg in Nan. Laat ik maar beginnen bij het begin!

Om precies zes uur liet de wekker weer van zich horen en de iPhone die om vier uur, toen ik naar het toilet ging, nog helemaal opgeladen was is nu leeg. Ook de laadindicator lichtjes van de batterijen, die om vier uur ook helemaal vol waren, knipperden alsof ik de lader net had aangezet. Vreemd? Eerst een koffie en dan pakken. Het is maar 229 Km vandaag dus we hebben een rustige dag voor de boeg.

In de aangrenzende cabine is het opvallend stil voor iemand die, volgens zijn eigen zeggen, maar vier uur per nacht slaapt. Ik hou me maar stil bij het inpakken want de uitbarsting van Nick gisteren zit me ook deze ochtend nog wel een beetje dwars. Een tweede kop koffie en ik ben klaar!

Ik zit in mijn eentje op de treden van de veranda voor onze cabines in de verte te staren, terwijl de zon achter de bergen de lucht langzaam verlicht, om na te denken over hoe het nu verder gaat. Wanneer draait hij om? Of beter gezegd wanneer gaat weer terug naar huis? Om eerlijk te zijn, het is best leuk om met z’n tweeën onderweg te zijn maar ik heb er ècht geen hekel aan om alleen te rijden. De motor is goed en de kans op mechanische pech lijkt me nul. Dus de kans dat ik hulp van iemand anders nodig heb is nihil.
De telefoon in de gesloten speelt een muziekje en een verwarde Nick antwoord de persoon aan de andere kant van de lijn, het is John. Een moment later zwaait de deur open en een slaapdronken Nick verschijnt op de veranda. De telefoon wordt in mijn handen gedrukt en ik vervolg het gesprek met John. Gisteren heb ik geprobeerd John te bellen omdat ik benieuwd was hoe het met “The English Patient” en de prostituee is afgelopen.
‘Nou, dat wil je niet weten!’, begint John.
‘Gisteren is hij ontslagen uit het ziekenhuis en hij ziet er allerbelabberdst uit. Hij is meer door dan levend! Hij eet wat brood maar hij rilt nog steeds als een riet!’
‘Er is nog een vacature open als cocktailshaker bij het Bangkok Hilton!’, grap ik.
John moet er om lachen als een boer met kiespijn en gaat verder.
‘En zij? Zij is absoluut nutteloos! Ze houdt ‘s morgens haar handen op voor de duizend baht, gaat wat bier kopen, en kijkt geen moment naar hem om terwijl hij toch haar klant is. ‘s Middags is hij uitgegleden in de douche en had een snee in zijn hoofd waar het bloed uit gutste. Dus hebben we hem weer met een motortaxi naar het ziekenhuis moeten brengen. Yoo en ik weten ook niet meer wat we er mee aan moeten!’
‘Schop ze allebei eruit John zodra “The English Patient” weer uit het ziekenhuis wordt ontslagen! Op de bus van Bua Yai naar Khorat en dan verder naar Bangkok Morchit, meer dan dertig bussen per dag!’
John geeft me gelijk en we nemen afscheid. Nick is aan zijn tweede sigaret bezig en wil thee drinken. Ik leg hem uit hoe de spiraal werkt en ga verder met het bevestigen van mijn bagage op de achterkant van de motor. Ik weet niet wat het is maar Nick is op deze tweede ochtend een langzame pakker. Het tegenovergestelde van gisterenochtend. Maar we hebben tijd genoeg vandaag en ik hou maar wijselijk mijn mond om een confrontatie te voorkomen.
Wanneer we dan om half negen eindelijk op pad kunnen moeten we eerst naar het dorp voor benzine. Ik hoor voordat we wegrijden een onsamenhangend verhaal aan over de kwaliteit van de benzine op het Thaise platteland. Vuil in de noodzakelijke vloeistof die de machine zou kunnen ontregelen.
Wegens zijn verhaal en zijn angst leg ik de verantwoordelijkheid bij hem neer, ‘rij maar voorop en waar jij wil tanken gooi ik hem ook vol. Hij is er zichtbaar niet blij mee! Wanneer het nu misgaat is het zijn idee geweest en kan ik niet meer worden aangesproken op de problemen.
Bij het eerste benzinestation vragen ze 62 baht, normaal is het 45 baht, voor een liter en Nick wil dit absoluut niet betalen. Na een kwartier vruchteloos zoeken komen we terug bij het eerste benzinestation. De eigenaar kijkt ons lachend aan. Je hoeft niet gestudeerd te hebben om te begrijpen dat deze man het monopolie in het dorp heeft, daarom kan hij vragen wat hij wil voor een liter van de noodzakelijke brandstof!
Met schade en schande heb ik geleerd dat je onderweg moet nemen wat je hebt en wat er voorhanden is! Je weet namelijk niet wat er om de bocht nog voor je ligt, het kan zijn waar je naar op zoek bent maar er kunnen ook honderden lege kilometers komen!
Bij de plaatselijke kruidenier klaagt hij nog steeds over de prijs voor een liter benzine terwijl ik hem het advies geef om wat snacks in te slaan want je weet nooit wanneer je wat te eten kan vinden.
Alsof hij niet naar mijn verhaal heeft geluisterd zegt hij, ‘Stop maar bij de eerste de beste 7-11 en dan eet ik een tosti of zo?’
Ik haal mijn wenkbrauwen op, stop de oordoppen in mijn oren, trek mijn wollen muts recht en schakel in de eerste versnelling. Ik geniet van de rust en het monotone gebrom van de 197cc eencilinder. Ik zit weer in mijn eigen gedachtenwereld en kijk af en toe in de spiegels of hij nog achter me nog volgt. Het is schitterend weer, het is een tikkeltje fris en de wegen zijn goed.

Na 21 dagen onderweg te zijn verdrink ik nu in de schoonheid van het landschap, de wegen en het ultieme motorrijden door dit landschap. Het moet echt wel heel bijzonder zijn wil mijn mond nog openvallen. Ik moet mezelf dwingen om wat ik zie en voel te waarderen op hun juiste waarde. Dit alles wordt snel zo gewoon! En we rijden maar door.

Tijdens de korte pauze’s verandert de toon van het gesprek. Nick krijgt haast om net zoals Jack in het verleden zo snel mogelijk naar de onbekende bestemming te rijden. Zonder doel zoveel mogelijk kilometers maken omdat hij zich op de plaatsen waar we slapen verveeld. En dat staat me direct tegen! Tijd is voor mij geen beperkende factor en dan wil ik die ook niet aan me laten opdringen. Zeker niet door iemand die ik pas een paar dagen ken. Mijn enige beperkende factoren zijn het aantal dagen dat ik nog medicijnen heb en het vernieuwen van de wegenbelasting en verzekering voor mijn motor!  Het gaat van kwaad tot erger. En dan komt het hoge woord er uit. Nick wil niet in Phrea blijven maar de extra 120 kilometer doorrijden naar Nan. Ik heb geen idee waarom.
Het is inderdaad al een uur in de middag wanneer we een stukje voor Phrea de eerste 7-11 van de dag zien en Nick eindelijk zijn ontbijt kan eten, hij heeft de “Euro Custard Cakejes” steeds vol trots afgeslagen en dat terwijl hij toch een flinke trek moet hebben gehad.
Ik vraag nadrukkelijk wat de bedoeling is en hij zegt een snelle snack en dan weer verder. Zonder te protesteren koop ik twee gestoomde broodjes met een gekruide kip vulling en die zijn binnen een minuut verdwenen. Tanken en weer verder denk ik. Maar helaas heeft meneer besloten om uitgebreid met zijn tosti’s en flesje cola in het restaurant naast de 7-11 te gaan zitten. Met de pest er flink in kijk ik naar de borden met Thaise gerechten waarvan ik er wel zeker een met veel plezier zou hebben genuttigd! Ik weet nu even niet meer wat ik met situatie aan moet. Ik twijfel om mijn poot stijf te houden en in Phrea te blijven maar besluit uiteindelijk toch maar om mee te rijden tot Nan. Ik kan daar altijd een rustdag inlassen.

Geen foto’s meer, weinig pauzes en alleen maar racen over de slingerende wegen zonder te genieten van je omgeving of de rit op je motor. Dit was juist de reden waarom ik in het verleden niet meer met Jack op pad wilde. Wanneer ik wil racen ga ik naar een circuit!
Het eerste hotel in Nan is vol, drie of vier sterren met een prijskaartje van zeker duizend baht per nacht. Het tweede hotel is alleen nog restaurant en na 500 meter stop ik op het terrein van de “Srinual Lodge”. Ik loop naar binnen en ze hebben nog kamers voor 560 baht per nacht. Mooie kamers waar ik zonder probleem 800 baht voor zou hebben betaald.

In Nick’s belevingswereld is dit teveel, veel teveel, ook al is het maar voor een nacht! Hij beslist koppig om door te rijden om ergens buiten Nan in een 300 baht resort te slapen. Mijn mening staat! Het is een mooi hotel, een comfortabel bed, ze hebben snel internet en de prijs kan me niets schelen. We schudden handen en hij verdwijnt uit het gezicht. Met het, toch wel een beetje verwachte, afscheid valt er ook een last van mijn rug.
Het is toch moeilijker voor me dan ik dacht om steeds met een ander rekening te houden. Een vorm van overlevingsegoïsme heerst in zo’n situatie in me. Ik wil best overleggen maar er moeten wel onderbouwde argumenten zijn. En een mooi hotel voor € 13,-- per nacht is geen argument om door te rijden! Voor een moment denk ik aan mijn geplande reis op de motor met een vriend die nu niet doorgaat. Wat zou daarvan terecht zijn gekomen?

Ik gooi de bagage in mijn kamer en geniet van een koude bier en snel internet na een onverwachte lange etappe van 354 kilometer op de motor. Het vreemde is dat we geen telefoonnummers hebben uitgewisseld en daarmee is de breuk definitief. We kunnen elkaar nooit meer vinden, met uitzondering van de email maar dan moet Nick de eerste stap nemen en ik betwijfel of hij dat zal doen.

Een snelle zoektocht op het internet geeft me een restaurant gerund door een Welshman, Tony’s Place, op zijn website staan de coordinaten en dan is het met de GPS snel gevonden. Een leuke tafel met leuke mensen. Een goed gesprek en een goede maaltijd! Voor een laatste keer denk ik aan Nick, alleen in zijn goedkope bungalow buiten de stad. Nee, een van de oudste regels van het reizen staat nog steeds als een paal boven water!

“Je moet geld besparen wanneer het kan en geld uitgeven wanneer het moet!”

Na deze drie dagen met Nick heb ik bij terugkomst op de kamer meteen besloten om hier de dag in te halen die ik heb verloren. Misschien steek ik er ergens nog wel een rustdag tussen, want dit relaxen, heerlijk eten en rusten doet me toch wel veel goed!


Oude fietstaxi's

Pattaya - Chantaburi - Watthana Nakhon - Buriram - Bua Yai - Surin - Si Saket - Khong Chiam - rond Khong Chiam - Mukdahan - Ban Phaeng - Nong Khai - Loei - Bua Yai - Lom Sak -  Ban Khok - Nan  3.253 + 354 = 3.607 Km

Copyright/Disclaimer