dinsdag 14 januari 2014

Filippijnen: 200.000 bezoekers!

Legaspi (Legazpi Tourist Inn (314)



Toen ik ruim zeven jaar geleden op een kamertje in Singapore mijn gehele website verhuisde naar deze weblog was het nog geen uit hand gelopen hobby en had ik nooit kunnen geloven hoe groot “Travels and Troubles” zou worden. Nu zeven jaar, ruim 1400 verhalen en ruim veertig landen, later werk ik nog steeds met heel veel plezier aan mijn weblog.

Jullie, als bezoekers en lezers, zijn mijn drijfveer om steeds weer elke dag op reis eindeloos foto’s te verwerken en verhalen te schrijven.



Lyka en ik zijn erg trots dat we de 200.000ste bezoeker hebben ontvangen en kijken er naar uit om de 250.000ste bezoeker in 2014 te verwelkomen. 50.000 bezoekers in een jaar, daar zouden we ècht heel trots op zijn.
Het aantal lezers groeit nog steeds! Nieuwe sociale netwerken maken het ook nog steeds gemakkelijk om nieuwe lezers te bereiken. Zo heb ik in het afgelopen jaar Flipboard toegevoegd waarin mijn verhalen in magazine vorm op de iPad of andere tablet te lezen zijn.

We verwachten voor volgend jaar ook veel nieuwe lezers uit de hoek van mensen met een camper òf mensen die van plan zijn om een camper aan te schaffen. In augustus 2013 hebben we zelf een oud Fordje aangeschaft. Onze camper staat op stalling te trappelen om de weg op te gaan. Vanzelfsprekend komen er straks voldoende verhalen over ons zwerversbestaan in Nederland en Europa.



Wij willen jullie allemaal heel hartelijk bedanken voor het bereiken van deze mijlpaal en we hopen jullie ook allemaal weer te mogen begroeten in 2014!

maandag 13 januari 2014

Filippijnen: Gegijzeld door de regen

Legaspi (Legaspi Tourist Inn (314)

Als de zondagavond en maandagochtend maatgevend zijn voor de rest van deze week, zoals de weerman aangeeft, dan zal het een ongewoon moeilijke en hele lange week worden. De regen daalt al meer dan achttien uur, met korte onderbrekingen, neer op Legaspi in Bicol.

Door de regen was een gisteren slechts een korte avond na het avondeten met “1984 van George Orwell” op de Kobo, een koude San Miguel onder handbereik en voor Lyka een film op HBO. Ook hier zijn we verstoken van internet op de kamer en dat is soms toch wel moeilijk te verteren.
Wanneer we voor het ontbijt naar de Pacific Mall gaan staan er enkele deuren van de, al schoongemaakte, kamers open en de kamer naast de receptie blijkt ook al schoon en vrij te zijn. Zonder een moment te twijfelen loop ik de kamer in en staande naast het eenpersoonsbed peil ik de sterkte van het wifi signaal. Drie streepjes op de iPhone is sterk genoeg voor de iPad en mijn ManBook Pro!
Lyka kijkt verbaasd achterom wanneer ik plotseling verdwenen ben. Onderzoekend komt ze terug gelopen en kijkt me verbaasd aan.
‘Hier werkt het internet!’, zeg ik terwijl ze naar de twee eenpersoonsbedden in de kamer kijkt.
‘Wil je in de oude kamer blijven met het grote bed of zal ik vragen of we naar deze kamer kunnen verhuizen met internet?’, opnieuw gaan haar ogen de kamer rond terwijl ze nadenkt.
Na enkele momenten klinkt het, ‘hier naar toe, met het internet!’
Even navragen aan de receptie en na wat verschuiven met de reserveringen is het gelukkig geen probleem. Met onze spullen op de nieuwe kamer met het nummer 314 lopen we blij de trap af richting het ontbijt. Slecht internet, het is technisch niet het beste, is beter dan helemaal geen internet.

We nemen een tricycle naar de Pacific Mall die een paar honderd meter verderop blijkt te liggen. We moeten er samen hard om lachen want wanneer ik gisteren mijn contactlenzen had gedragen dan had ik zeker de lichtreclame van het winkelcentrum gezien. Eenmaal binnen stemt het aanzien van zoveel fastfood restaurants me treurig. Nergens, maar ook nergens worden er gebakken eieren met toast geserveerd omdat open vuur in die winkelcentra ten strengste verboden is. Uiteindelijk vallen we me maar neer bij “Chow King”, een fastfood keten die zich onderscheid van de rest door geen vette hamburgers op haar menu te hebben staan. Alles is gebaseerd op rijst en noedels aangevuld met van alles en nog wat.

Mijn keuze valt op de gebakken rijst met shomai, gestoomde hapjes. Het smaakt redelijk en bij gebrek aan beter moet dat ook zo zijn. Ik eet graag lekker maar wanneer er niets anders voor handen is dan moet ik het ook doen met wat er wordt aangeboden.
Na een lange middag rusten, een rustdag die toch al was gepland, komen we niet verder, door de regen die onafgebroken neerdaalt, dan de gouden bogen voor een Big Mac met franse frietjes. Ook hier geld het voorafgaande hoewel ik nog steeds een liefhebber ben van een Big Mac en veel andere gerechten die jullie in Nederland nooit op het menu hebben zien staan.
Lyka kijkt tv en ik lees verder in 1984. Wat heeft die George Orwell het goed gezien zo lang geleden, veel van zijn ideeën spelen nu nog! Vooral het tegenwerken en stimuleren van dezelfde ideeën door de leiders in onze maatschappij, Orwell noemt dit “dubbeldenk”, is nog steeds van kracht.
Misschien wel het beste voorbeeld is roken!

Onze regering heeft er de volgende standpunten over:
Roken is de oorzaak van veel doden in Nederland! Roken = slecht
Stop niet met roken want Nederland kan de opbrengt van de belasting niet missen! Roken = goed
Roken kost veel geld want mensen worden eerder ziek! Roken = slecht
Mensen die jong sterven kosten geen AOW en hebben geen zorg nodig! Roken = goed

Denk over deze samenzwering maar eens diep na? Of lees 1984 van George Orwell?

zondag 12 januari 2014

Filippijnen: Aan de grenzen van de echte armoede

Legaspi (Legaspi Tourist Inn (317)

De laatste drie dagen heb ik doorgebracht in een klein vissersdorp aan de grens met de armoede. Het is werkelijk onvoorstelbaar wat er allemaal in zo’n economisch dood dorp gebeurd, namelijk weinig tot niets. De mannen die nog een vissersboot kunnen betalen vertrekken tegen middernacht en komen net na het verschijnen van het eerste daglicht weer aan land. Doe goede vis, wanneer ze het geluk hebben gehad om die te vangen, gaat naar de stad en wat er overblijft wordt zelf opgegeten, verkocht of verdeeld in het dorp.
Dat kleine beetje geld dat de vis opbrengt is het enige nieuwe geld in het dorp. Vaak moet er een gedeelte van dat geld worden gebruikt voor reparatie en onderhoud van de vissersboot. Dat geld blijft dus in de stad! Er is geen werk dus is er verder ook niets te doen dan zinloos rond te hangen. Je hoort muziek uit verschillende radio’s schallen en de mannen en vrouwen zitten de hele dag in een absolute stilte bij elkaar. Wat heb je elkaar tenslotte na een week nog te vertellen?
Armoede staat in dit gebied van de Filippijnen onzichtbaar geschreven op alles wat je ziet. Toch zie je ook veel glimlachende trotse mensen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, en vooral de kinderen zijn nog steeds vrolijk en fleuren het hele dorp op. Het vertrouwen in Jezus en geloof is rotsvast verankert in de samenleving en het kan in de toekomst alleen maar beter worden.
Af en toe hoor je iemand in de verte een persoon schreeuwen en dan rennen de vrouwen naar buiten om te zien of de aangeboden vis of groente de moeite waard is voor de gevraagde prijs. Ik zit over mijn eboek gebogen wanneer mijn schoonmoeder trots met een flinke bundel kousenband terugkomt.
‘Kijk, een hele bos kousenband voor maar zestien peso zegt ze trots!’, ongeveer 25 eurocent, en dat is dan voldoende om zes monden te vullen!
Ik weet zeker dat wanneer ik de volgende keer in een Nederlandse supermarkt de luie en verwende huisvrouwen die al voorverpakte, schoongemaakte en gedopte groene boontjes zie kopen voor een veelvoud van die prijs dat ik aan die bos kousenband terug denk.

Doordeweeks gaan de kinderen naar school en staan ze vroeg op, maar op zaterdag en zondag blijven ze wat langer liggen zodat de dag dan wat korter wordt. Internet bestaat hier nog niet! Het is soms zelfs tijdens een storm een signaal op je mobiele telefoon te krijgen. Nadat het daglicht is geworden, de hanen van de omringende buren zijn dan al een uur wakker en hebben ons dat ook laten weten, begint voor mij de dag met een kop oploskoffie. De moeder van Lyka heeft al een ketel (drink)water voor ons gekookt en de rest van het gezin komt langzaam tot leven. Voor mij is er weinig anders te doen in het dorp dan lezen, nadenken en schrijven. De dag kabbelt vredig tot het einde alleen onderbroken door een geregelde simpele, maar smakelijke, maaltijd. De geur van eten hangt altijd in het huis.

Het waren twee heerlijke rustige dagen in een afgelegen vissersdorp in een uithoek van Luzon. Toch voel ik een een licht verdriet wanneer we afscheid moeten nemen. De twee dagen onthaasten met slechts een boek en een gesprek als afleiding verandert wat in een mens. Het was haast als toen ik met Kris zesenvijftig uur in een trein in China zat. Omgeven door mensen waarmee je niet of moeilijk kan communiceren en daarmee veranderen in attributen met menselijke trekken. Maar er was overdag dat eindeloze uitzicht op het voorbijtrekkende Chinese landschap dat anders was. Dat landschap ontbrak hier in het dorp en daarmee werd de ervaring van het onthaasten alleen maar puurder.

Met de motorfiets met zijspan, die ongetwijfeld het eigendom van een familielid is, worden we verplaatst naar Pilar vanwaar we naar onze bestemming gaan. Voor een laatste keer zit ik ongemakkelijk opgevouwen in het kleine bakje met de rugzak op mijn schoot. Het zal nu ook wel weer een paar jaar duren voordat ik in San Antonio terugkeer. Maar dat ik terugkeer staat als een paal boven water.
Voor het vervoer naar Legaspi hebben we de keuze uit een paar verschillende mogelijkheden. Het verschil zit hoofdzakelijk in comfort gekoppeld aan de prijs. Voor mij persoonlijk maakt het weinig uit dus Lyka mag kiezen op welke manier we onze reis vervolgen! Het wordt de minibus!
Al snel heb ik in de gaten dat ik het beste voorin kan gaan zitten omdat mijn breedte en lengte achterin de kleine Kia bestelbus zeker problemen zal geven. Zodra me ter oren komt dat er twee personen voorin moeten zitten vertel ik Lyka om de chauffeur te vertellen dat ik voor twee personen betaal. Die extra euro zal ik ook wel overleven! Dan drink ik vanavond maar een biertje minder uit naam van de comfortabele rit naar Legaspi.
De oude bus blijkt een defecte accu te hebben en moet door een toegestroomde groep mannen worden aangeduwd. In z’n achteruit nog wel! Dat heb ik in al mijn omzwervingen nooit meegemaakt. Zodra de bus vol is, en geen moment eerder, Kunnen we eindelijk op weg en ik hoop vurig dat de chauffeur, een nog jonge man met slechts enkele tanden in zijn mond, de bus onderweg niet zal laten afslaan. Ik heb weinig zin om al mijn spullen in de gammele vierwieler achter te laten en dan de bus aan te duwen.
De man naast me lijkt zenuwachtig en ik zie geen enkele reden waarom. Desnoods rijdt ik zelf het stuk naar Legaspi. Of is het misschien de verantwoording over het voertuig dat toebehoord aan een transportmaatschappij? De chauffeur grijpt om de paar minuten naar het houten kruisje onderaan een rozenkrans aan de achteruitkijk hangt. Dit wordt gevolgd door het slaan van een kruis op zijn borst en voorhoofd, èn een kus op de duim. Persoonlijk heb ik liever dat hij zich met het verkeer bezighoudt! De weg van Pilar naar Legaspi heeft alle ingrediënten in zich voor een perfecte dodenweg.
Een keer, slechts een keer tijdens de veertig kilometer, een rit van bijna een uur, knijp ik mijn ogen dicht en hoop dat Jezus me het overlopen naar de Boeddha heeft vergeven. Zodra de toon van de luchthoorn van de grote vrachtwagen met oplegger verandert weet ik dat we elkaar hebben gepasseerd zonder elkaar te raken. Ik open mijn ogen en voor een moment kijken de chauffeur en ik elkaar verontschuldigend aan. Ik twijfel of ik enkele zweetdruppels op zijn voorhoofd zie maar nog voordat ik die zweetdruppels kan bevestigen draait hij zijn hoofd terug en verlegt zijn aandacht weer op de weg voor ons.

De “Legazpi Tourist Inn” is een hotel wat ik verwacht voor deze prijs. Ik heb enkele waarderingen gelezen die dit hotel geen goed deden, maar ik weet ook dat er mensen zijn die voor een dubbeltje in een vijfsterren hotel willen slapen maar helaas heb ik die hotels nog nooit, ook niet in dit deel van de wereld, kunnen vinden. De kamer is licht, schoon en op dit moment van de zondag, halverwege de middag, al redelijk stil. Het is alleen jammer dat het wifi signaal te zwak is en niet onze kamer bereikt.
We eten als lunch een snelle hap bij “JolliBee” maar het smaakt me niet. De burger is verdronken in mayonaise en ketchup, en daar ben ik niet zo gek op. Hij lijkt wel of mijn lichaam zich naar de eenvoudige maaltijden van de afgelopen dagen in het vissersdorp heeft ingesteld. Een langer verblijf bij de moeder van Lyka in het eenvoudige vissersdorp zou me zeker goed hebben gedaan en waarschijnlijk hebben veranderd in een kruisridder tegen de verspilling van voedsel en goederen. Ik ben op dit moment al niet meer zo’n grote fan de consumptiemaatschappij.
Om half zes lig ik in de eerste schemer van de avond samen met Lyka op bed en kijk naar de lucht. Een asgrijze bewolkte lucht zoals op een koude herfstdag in Zaltbommel. Over een half uur zal het hier pikdonker zijn en wij erop uitgaan om een plaats te vinden waar we wat kunnen eten. Fastfood is hier voldoende te koop maar daar heb ik de komende drie weken geen zin in dus we gaan op zoek naar een restaurant.
Legaspi is een lelijke stad, zeker wanneer het donker is en de regen het asfalt heeft veranderd in zwarte spiegels die de weinige verlichting weerspiegelen. Overal staan groepjes mannen opeengehoopt onder een afdakje te wachten op wat er komen gaat. Wat zou er moeten komen? Thuis zijn brengt niets op en ik denk dat ze hier met zovelen aanwezig zijn om wanneer het moment zich aanbied meteen te plaatse te zijn. Het is een vreemd maar toch verklaarbaar fenomeen in de Filippijnen. Ik voel me wel ongemakkelijk wanneer ik met Lyka het hotel verlaat om wat te gaan eten.
We kunnen het niet te laat maken om te gaan eten want de restaurants blijven hier, bij gebrek aan klandizie niet zoals in de rest van Azië, de hele avond geopend. Overal staan die groepjes, jongens en mannen door elkaar, en kijken ons na. Fluisterend in ons voorbijgaan in een taal die ik niet versta maar ze zullen het wel hebben over de blanke met de Filippijnse vriendin. Ook zonder mijn contactlenzen herken ik in een zijstraat, wanneer ik mijn ogen halfdicht knijp, het silhouette van een kok met een grote witte koksmuts op.
In het enorme, op de tweede verdieping gevestigde, “Chef Lu Tea House” zitten maar twee klanten te eten. Maar daar prik ik meteen doorheen, dat hoeft op z’n moment niets te zeggen. Het is namelijk zondagavond in een streng katholiek land en dan zullen de meeste mensen wel thuis of in de kerk zijn. Een korte blik op de menukaart verteld me dat we het vanavond wel hier zullen redden.

Mijn “beef curry” en Lyka’s “Pork Chop Tomato” zijn voor de twee euro per kom zeer goed te noemen, alleen de geïmproviseerde “Chop Suey” (gebakken groenten) is een van de slechtste die ik ooit op heb. Ik vraag me waarschijnlijk de rest van mijn leven af wat die varkenslever en ander onherkenbaar vlees in de gebakken groeten te zoeken had. Het ontbreken van cola light op de drankenkaart geeft me voldoende ruimte om een biertje bij het eten te bestellen. Een lauw biertje met een klein glas voor de helft gevuld met ijs. Een half uurtje later zitten we vol en voor het bedrag dat we moeten afrekenen hebben we toch nog redelijk getafeld.
Dat eerste kleine biertje is de aanleiding om ook nog een grote fles, van een liter, San Miguel te kopen voor op de kamer. Nu zijn we samen en de hele omgeving is alleen van ons. We hebben onze privacy terug en genieten van elkaars gezelschap.
Copyright/Disclaimer