vrijdag 27 december 2013

Thailand: Een optocht van monniken

Kanchanaburi (Luxury Hotel (112)

Heb ik ondanks het lawaai van de avondmarkt toch nog lekker geslapen. Wanneer om zes uur de wekker afloopt schrik ik wakker. Die lange dagen op de motor vermoeien zonder dat je echt wat doet. Ik begin nu ook pijn in mijn rechter schouder te krijgen. Misschien kan ik beter nog een rustdag inlassen?
De gordijnen meteen open en terwijl ik op mijn bed een verhaal corrigeer zie ik, met een kop koffie binnen handbereik, het buiten langzaam licht worden. Mijn eindbestemming komt dichterbij en volgens het plan heb ik nu nog een kleine 1.000 kilometer te gaan in ongeveer gelijke etappes. Maar je weet het nooit en ik zal me ook moeten aanpassen aan wat er onderweg gebeurd. Onvoorziene ontmoetingen of gebeurtenissen kunnen het geplande schema gemakkelijk in de war brengen.
Beneden bij de motor aangekomen kan ik mijn ogen niet geloven! Ik kan mijn eigen adem zien! En het voelt ook ècht koud aan, zelfs met mijn fleece en windvanger aan! Zodra de motor bepakt is vertrek ik voor de etappe van vandaag. Het is nog geen half acht en het is al druk in de stad.
Bij de eerste de beste 7-11 is het een drukte van jewelste. Voor de kinderen, van de ietsje beter gesitueerden, naar school gaan wordt er gestopt bij de 7-11 voor het ontbijt. En dat is geen gezonde bezigheid wanneer je ziet wat er voor het ontbijt zoal gekocht wordt. Chips en koekjes aangevuld met grote bekers zoete frisdranken.
Het is dan ook geen wonder dat het overgrote deel van de kinderen een overgewicht heeft. Iets wat je tien jaar geleden haast nog niet zag. Op de terugweg van school is het hetzelfde ritueel! Niemand in Thailand die ook maar ziet dat hier een tijdbom wordt gebouwd die over veertig jaar afgaat in een explosie van hart en vaatziekten omgeven door diabetes.

Net buiten de stad moet ik van de kou al pissen en maak meteen deze foto van de mist over de velden in de vroege ochtendzon. Na een kilometer of tien arriveer ik op Highway 4. Niet zo’n prettig gezicht wanneer mijn GPS aangeeft dat ik de komende 235 kilometer op deze zeer drukke verkeersader zal doorbrengen.

Bij het eerste tankstation gooi de tank vol en geniet extra van de twee warme tosti’s als ontbijt. 235 kilometer, gaat er door mijn hoofd. Dikke dieselrook uitblazende vrachtwagens, pick-up trucks bereden door kamikaze piloten en tegemoet komend verkeer op de verkeerde rijbaan. Ik kan de komende vijf uur voor geen moment mijn concentratie verliezen. Dit is hoogstwaarschijnlijk het gevaarlijkste gedeelte van mijn reis op de motor naar Maleisië en terug. Maar er is geen andere optie dan de strandweg die ik al op de heenweg heb gedaan, en om die weg nog een keer te doen gaat me te ver.
Over die rit van ruim vier en een half uur, ik heb flink gas gegeven, kan ik niets vertellen want ik kan me ook niet herinneren. Alleen de tankbeurt net voordat ik de snelweg verlaat, zodat ik voldoende benzine heb tot aan mijn doel, en het vullen van mijn fles thee kan ik me vaag voor de geest halen.

Zodra ik van die dodenweg af ben schakel ik mijn belangrijkste zintuigen weer aan en het eerste wat ik voel is een hongergevoel. En dat precies wanneer ik een bord passeer met daarop een vork en een lepel gevolgd door een paar Thaise tekens die ongetwijfeld het restaurant aanbevelen. En dat is niet onterecht! De Pad Krapow Moo Kai Dao smaakt me uitstekend. De kok komt wel een keer of tien vragen of het naar wens is en steeds vertel ik hem dat het heerlijk is. Ik denk dat hij graag zijn engels wil bijspijkeren maar gelukkig komt hij niet bij me aan tafel zitten terwijl ik zit te eten.
Zodra mijn bord leeg is roep ik hem bij me voor een kort gesprek terwijl ik de laatste restjes van mijn cola opdrink en het eten wat laat zakken. Hij probeert zo goed als mogelijk in het engels met me te converseren en soms corrigeer ik hem waarna het het woord of korte zin een keer of vijf hardop voor zichzelf herhaalt. Mijn goede daad voor de dag is weer gedaan en ik vervolg mijn reis.

Na een kilometer of drie na de lunch is het tijd voor de eerste echte foto van vandaag. Ik ben belandt bij de “Wat Huai Mongkol” tempel en daar wordt een oude monnik vereerd. Naast de overbende Boeddha zelf worden hier in Thailand ook een heel leger van oude monniken vereerd. Deze monniken waren natuurlijk uit een andere tijd toen de filosofie van de Boeddha nog puur en gevrijwaard van hebzucht was. Dat is nu wel anders, de mensen gaan bijvoorbeeld naar de tempel om de winnende loterij nummers aan het grote gouden beeld te vragen.
Deze oude monniken kom je overal in het dagelijks leven tegen, ze hangen in de vorm van  amuletten om de nek, zelf heb ik er een van “Luang Phor Koon” om mijn nek hangen wanneer ik op reis ben, ze hangen apart of met een groep bekende monniken als grote schilderijen aan de muur in de woonkamer of winkel, ze komen in alle vormen als beeldjes voor op het altaar. Deze monniken zijn maar een haardikte verwijdert van het heiligdom van de Boeddha zelf. Met die status in het achterhoofd hebben honderden tempels overal in Thailand grote beelden van deze monniken gebouwd.
Bij deze in het bijzonder is het een zekerheid dat het beeld veel geld voor de tempel opbrengt. Bussen, gevuld met kinderen en volwassenen, rijden af en aan. Net als in vervlogen tijden in het Christendom worden er dagelijks kleine en grote bedragen aan de religieuze instellingen van Thailand geschonken. Variërend van twintig baht tot wel miljoenen om hun ziel te reinigen en zeker te zijn van een wedergeboorte als goed mens. Met nadruk op goed! Hier hebben ze namelijk geen medelijden met gehandicapten en/of misvormde mensen. Die zijn namelijk in hun vorige leven slecht geweest en moeten in dit leven boeten voor hun wandaden uit hun vorige leven! Dus een donatie van een paar miljoen baht van een schurk aan de tempel koopt waarschijnlijk een beter volgend leven. Het is maar waar je in gelooft en hoe je er naar kijkt.

Ik geef weer gas en voor me zie ik de heuvels weer opdoemen. En daar ben ik blij mee! Heuvels zijn nu eenmaal mooier om in te rijden dan langs het strand. De wegen zijn rustig, zonder verkeersdrempels en overstekende obers met dienbladen vol voedsel en koude dranken, en slingeren zich op en neer door het steeds veranderende landschap.
En dan loopt het even niet zoals is verwachtte. De weg op mijn gps schijnt niet meer te bestaan of ligt nu op de bodem van een nieuw stuwmeer. En het is niet gemakkelijk om in de kluwen van nieuw aangelegde, nog aan te leggen, en zandwegen rond de voet van de dam mijn weg te vinden. Meer dan een half uur rij ik heen en weer om een weg uit dit doolhof te vinden. Wat me nog het meeste bevreemd is dat ik helemaal geen ander verkeer zie! En dat is geen goed teken. Zodra een grote pick-up me over een zandweg tegemoet komt weet ik waar de uitgang is. En ja hoor, binnen tien minuten zit ik weer op het asfalt en rij verder richting mijn doel.
Het is nog geen half twee wanneer ik het eerste resort op mijn kaart passeer. Alleen is er van het resort heel weinig meer over. Een eenzame slagboom met een wachthuisje en enkele geraamtes van wat vroeger de bungalows moeten zijn geweest. De kaart in de gps is van 2010, dus dit is een bewijs hoe snel Thailand veranderd.
Het tweede resort ziet er al een stuk beter uit! Maar het grote aantal Mercedes-Benz, BMW en Lexus automobielen op de parkeerplaats, bevestigen mijn verwachting dat het misschien een stukje te duur is voor mijn budget. Wanneer de Lone Rider in zijn vuile Indiana Jones outfit voor de receptie verschijnt mag ik blij zijn dat er niemand een hartinfarct krijgt! Met grote ogen, en open monden, staren alle medewerkers in het geairconditioneerde receptie gebouw me aan.
Na mijn vraag, hoeveel het kost voor een nacht, hakkelt een mooie jonge Thaise vrouw in slecht engels, ‘From 2.900 to 6.500 baht a night.’
Van € 64,25 tot € 144,-- per nacht! Ik geef dat per week nog niet uit aan hotelovernachtingen! Ik bedank ze vriendelijk voor hun moeite en verlaat, waarschijnlijk tot grote opluchting van het personeel, de receptie. Mijn motor staat daar als een eenling tussen al die dure auto’s van de Bangkok rijken die hier na de saaie kerst met het gezin hun minnaressen komen verwennen. Thailand op zijn best!

Nu ik hier toch ben bezoek ik nog even de grote stuwdam waar dit plaatsje zijn bestaan aan te danken heeft en kijk eens goed op de gps op het stuur. Kanchanaburi lijkt me niet zo ver meer, een honderd, misschien honderdvijftig kilometer. Drie à vier uur in het zadel. Ik zou dan nog voor het donker op de plaats van bestemming moeten zijn. Ik denk lang en diep na. Dus Kanchanaburi wordt de volgende slaapplaats!
En dan ben ik getuige van een schouwspel dat ik in de vijftien jaar dat ik in Thailand heb rondgereisd nog nooit heb gezien. Oké, ik heb door heel Thailand heen honderden monniken ‘s morgens langs de straat zien lopen om aalmoezen en eten op te halen. Maar wat ik hier zie is echt ongelofelijk en haast van bijbelse proporties!

Zodra ik een bocht om kom zie ik voor me tientallen monniken die, vaak op blote voeten, onder de brandende zon in dezelfde richting als ik op weg zijn naar god weet waar. Maar na een volgende bocht worden het er plotseling honderden. Een schitterend, en haast niet van deze wereld, gezicht. Ik rij de stoet voorbij waarna ik stop en de camera tevoorschijn haal. Zodra ik oogcontact heb met de leider van de stoet laat ik hem opzichtig mijn camera zien en hij knikt als teken dat het goed is dat ik foto’s maak.
Helaas kan ik niet met deze monniken praten en ontgaat me het doel van de hele operatie. Als een goed getraind leger van heilsoldaten marcheren ze aan me voorbij. Zodra ik weer op gang komt zwaait er een verdwaalde monnik als teken van afscheid.

Kanchanaburi ligt toch nog verder weg dan ik had verwacht. Het begint al te schemeren wanneer ik de rand van de stad, die zijn bestaan hoofdzakelijk te danken heeft aan een spoorlijn, en een film over een brug die nooit heeft bestaan, bereik. Ook tijdens de rit door de straten zie ik hoeveel het hier verandert is sinds ik hier vier jaar gelden voor het laatst ben geweest. Er is hier nu zelfs een uitgaansbuurt met barren voor de buitenlandse expats met klinkende namen die niets aan je fantasie overlaten.
Vanzelfsprekend rijdt ik meteen door naar het guesthouse waar ik al sinds jaar en dag kind aan huis ben. Ik heb verhalen gehoord dat er het een ander veranderd was en na aankomst wordt ik daar dan ook meteen mee geconfronteerd.
Ten eerste zijn door de nieuwe eigenaars de prijzen verdubbeld terwijl er niets aan de kamers is gedaan. Vijfhonderd voor een hok is teveel geld! Wanneer ik probeer te onderhandelen over de prijs voor een kamer in het betere gedeelte komt de èchte Thaise handelsgeest naar boven! Achthonderd is me teveel en ik vraag beleefd of hij wat van de prijs kan afdoen want de airconditioning gebruik ik toch niet. Hij houdt vast aan zijn oorspronkelijke prijs en in een ultieme poging, ik krijg zelfs medelijden met hem en zijn lege resort, er is namelijk maar een kamer bezet, vraag ik hem om me een goede aanbieding te doen.
Zevenhonderd en negentig baht zegt hij trots en met een blik op zijn gezicht of hij net het wiel heeft uitgevonden. Een oudere man, waarschijnlijk zijn vader en eigenaar, bekijkt vanaf een afstandje wat we aan het doen zijn en hoe het afloopt. Deze waanzinnige aanbieding is meteen het moment voor mij om weer op mijn motor te stappen en weg te rijden. Dit is Thailand en daar moet je het mee doen. Wanneer ik de baas was geweest had ik het zo laat op de avond voor vijfhonderd gedaan omdat de kans dat er nog iemand zal komen zeer klein is.
Bij het volgende hotel is het bijna hetzelfde liedje. Alleen verveeld het me nu een beetje want ik ben moe, ik ben vuil en ik heb honger. De dikke Thaise vrouw, die haar favoriete tv programma zit te kijken terwijl ze met mij bezig is, geeft geen krimp.
‘Only aircon, 800 baht’, zegt ze met een robotstem terwijl haar ogen op het platte beeldscherm gericht blijven.
‘But i don’t need aircon, it is to cold for aircon!’
‘Fan room full, only aircon!’
Het is ondertussen pikdonker buiten en zo koud dat het kippenvel op het behang staat!
‘You have room with heater?’, vraag ik om haar aandacht te krijgen.
‘No have, fan room full, only aircon, 800 baht!’, klinkt er weer uit de dikke onbeweeglijke menselijke robot zonder dat ze me een blik waardig gunt.
Ik vindt dit zo onbeschoft dat ik zonder verder nog een woord te zeggen de receptie verlaat. De toeristenindustrie heeft ze hier veel fortuin en voorspoed gebracht maar het Thailand dat ik kende bestaat al lang niet meer in deze stad.

Als laatste mogelijkheid rijdt ik weer langzaam de stad uit want hoe verder je van het centrum komt des te goedkoper de hotels worden. En dan zie ik het bord van het “Luxury Hotel”. Een klinkende naam waar veel fantasie voor nodig was. Ook hier zijn de kamers met ventilator allemaal vol, dus voor de zeshonderd neem ik een mooie kamer met airconditioning en een zacht bed. Dat is voor honderd baht meer duizend maal beter!

Ik breng mijn spullen naar de kamer en ga direct weer op weg om te eten. Met de fleece aan, want het is fris. Het is het toch nog een beetje verder dan ik gedacht had. Ik loop gewoon door want na al dat zitten is een stukje wandelen best wel lekker. In het kleine Chinese restaurant kan ik goed eten. Ik bestel de gebakken rijst en gebakken groenten. Het is teveel voor me en ik kan het niet op. De aanbieding om de restjes voor me in te pakken sla ik vriendelijk af en betaal de schade. 65 baht (€ 1,45) voor deze maaltijd inclusief een flesje water is een koopje. Gelukkig bestaat dit Thailand nog wel.
Op mijn bed bekijk ik het overgebleven traject en kom tot de conclusie dat ik met een kleine aanpassing nog maar 400 kilometer heb te gaan. Ik kan dus gemakkelijk in een dag weer in Pattaya zijn. Ik stel de keuze uit tot morgen. Ik ben te moe en wil slapen, lang slapen.


Pattaya - Bang Tabun Ok - Ban Khut - Ranong - Krabi - Satun - Taiping - Malacca - Ipoh - Kota Bharu - Nahkon Si Thammarat - Chumphon - Kanchanaburi - 4.267 + 538 = 4.805 Km

donderdag 26 december 2013

Thailand: Hoe sterk is de eenzame motorrijder?

Chumphon (Suriwong Hotel (507)


Inclusief ontbijt! En dat is mooi meegenomen! Op het moment dat ik het restaurant betreed zie ik meteen dat het nog wat stroef gaat. Het is allemaal nieuw en het pas aangenomen personeel moet zelf ook nog wennen. Zo is bijvoorbeeld de looprichting van het ontbijtbuffet verkeerd, begint niet direct aan de deur maar je moet eerst een ronde door het restaurant maken, en de boter is van die kanariegele aangezoete Thaise rotzooi! Terwijl die kleine pakjes roomboter niet zo heel duur zijn.
Ze willen het wel leren en ik weet zeker dat het over een paar weken veel beter gaat. De gebakken rijst en rijstsoep laat ik maar voor wat het is. Best lekker maar niet op de nuchtere maag! Ik vul mijn bord met een paar dingen die ik wel lust en het is meer vullen met brandstof dan genieten van het werk van de kok. Ook die heeft nog veel te leren!
Wanneer ik buiten kom, om de bagage op mijn motor te bevestigen, slaat de angst me om het hart. Achter me kookt er al vroeg een flinke storm in de snelkoker. De lucht is loodgrijs met uitschieters naar het zwart. De receptioniste van de dagploeg komt naar buiten met 60 baht in haar hand met de mededeling dat ik gisteren teveel heb betaald. Het is 690 baht in plaats van 750 baht in de maand december! Met dank neem ik het geld aan en kijk in de richting waar ik straks heen ga. De lucht is duidelijk lichter dan achter me dus laat ik maar opschieten voordat de regen me inhaalt.

Een uur later is de lucht voor me stralend blauw terwijl achter me de donkere wolken nog steeds weinig goeds voorspellen. In een mooie baai maak ik wat foto’s. Bungalows vanaf 1.600 baht en geen een toerist op het strand, en dat op tweede kerstdag. Het is toch hoogseizoen? Water zo groen als erwtensoep van de algen maar dat is misschien maar tijdelijk.

Voorbij Surat Thani wordt het voor me nu ook donker en dat is tegen alle verwachtingen in! Na gisteren had ik echt verwacht dat de kans op regen nu wel nihil was. Een harde wind staat recht van voren en ik zing “de eenzame fietser” van Boudewijn de Groot uit volle borst. De wind jaagt donkere wolken in mijn richting en ik weet zeker dat het daar voor me regent. Voor een moment zakt de moed me in de nog droge schoenen.
De wind wakkert aan tot een frisse, zelfs gure, wind en ik moet mijn fleece aantrekken om een beetje comfortabel te rijden. Hier en daar een spetter op mijn gezicht maar tot echte regen komt het gelukkig nog steeds niet.
En dan wordt het weer zelfs weer beter! Het lijkt er op dat ik al het geluk van de wereld heb gehad dat ik niet in de grond ben geregend. Het wordt zelf nog beter! Een vijfentwintig kilometer voor Chumphon wordt de lucht weer blauw zoals ik het graag zie. De fleece kan weer uit en het laatste stukje is een makkie.

Bij het eerste hotel is het meteen raak. Het “Suriwong Hotel” biedt me precies wat ik voor die 320 baht (€ 7,05) verwacht. Het is niet al te luxe en een beetje lawaaierig maar ik weet zeker dat ik later op de avond zeker, al dan niet met oordoppen, zal slapen.

Op de avondmarkt doe ik me te goed aan Thaise gebakken rijstnoedels (Pad Thai) en een omelet met mosselen en andere zeevruchten, een complete maaltijd voor 60 baht zodat er ook nog wat geld overblijft voor een ijsje!
Nu nog wat aan mijn verhalen en foto’s werken en morgen hoop ik op een relatief gemakkelijke dag.

Pattaya - Bang Tabun Ok - Ban Khut - Ranong - Krabi - Satun - Taiping - Malacca - Ipoh - Kota Bharu - Nahkon Si Thammarat - Chumphon - 3.818 + 449 = 4.267 Km

woensdag 25 december 2013

Thailand: Op kerstdag door een oorlogsgebied

Nahkon Si Thammarat (Md Grand (203)

Het was vandaag zeker niet de mooiste rit van mijn hele tour maar wel de vreemdste! Om zes uur sta ik op, vijf uur in Thailand, een vroeg begin. Ik schrijf binnen een uur het verhaal van gisteren, corrigeer het verhaal van eergisteren en pak mijn spullen, die nu beginnen te kleven en aan een goede wasbeurt toe zijn. Nog een week dan kan het inclusief de voorwas en lang weken weer in de wasmachine.
Beneden aangekomen ligt de andere zoon van de gepensioneerde leeraar engels al op het oude en versleten strandbed en leest de krant. Hij knikt en zonder een woord te zeggen staat hij op en verdwijnt in de keuken. Hij is zichtbaar niet zo blij dat ik hem stoor bij de voor hem belangrijkste bezigheid van de dag. De hangsloten gaan open en ik kan mijn motor bepakken. Tien overhalf zeven, Thaise tijd, verlaat ik voor de laatste keer de “Ideal Traveller’s House”. Ik weet het zeker dat ik hier nooit meer terug kom!
Ik kijk voor de laatste keer om en zie alleen de benen van de jongen. Wat hebben die toch een moeilijk leven! Zouden de lakens nog gewassen worden voordat de volgende gast komt? Ik denk het niet! Ik denk ook dat het niet nodig is want een snelle blik in het gastenboek, terwijl ik op de slome zoon stond te wachten, leerde me dat er in december slechts zes gasten hebben ingeboekt waarvan een zelfs twee nachten in deze dodenstad is gebleven. De conservatieve moslimpartij is hier zo sterk dat er zelfs geen bioscoop is!
Dus voordat we die conservatieve moslims, christenen, joden of splintergroeperingen enige macht geven moeten we daar maar eens goed over nadenken! Zoals een boycot door de gereformeerden van de koopzondag in Zaltbommel. Huis aan huis pamfletten die de leer van god komen brengen. Misselijk makend! Niet het beleven van een godsdienst, dat is voor iedereen een persoonlijke keuze, maar het opdringen van hun vreemde ideeën en levenswijzen.
In het uur dat ik nodig heb om aan de grens met Thailand te komen vormt er zich een plan in mijn hoofd om om te rijden en in Narathiwat ook bij het “Narathiwat Hotel” te gaan kijken. Een andere klassieker waar we in het begin vaker kwamen en waar ik warme herinneringen aan heb.
Aan de grens gaat het sneller dan verwacht. Maar ook is er een probleem! Ik loop ondoordacht naar binnen om een “arrival card” te halen en ik kan er niet meer uit. De automatische deuren gaan alleen vanaf de buitenkant open. Mijn motor met mijn hele hebben en houden erop staat aan de andere kant van het glas. Zonder een moment te twijfelen loop ik langs de lange rij Filipijnse moslims in witte gewaden en zoek een uitgang naar buiten. Niemand zegt een woord en opgelucht vul ik mijn arrival card op mijn rugzak in. Ook op de terugweg is er bij de immigratie of douane geen enkel probleem met de motor. Misschien moet ik de volgende keer ook maar eens in Laos en Cambodja gaan kijken!
En dan ben ik weer terug in Thailand! Bij de eerste de beste 7-11 eet ik twee tosti’s als ontbijt en ze smaken me beter dan de broodjes van de gouden bogen. Na vijf dagen ben ik ze alweer zat. Ik vul mijn fles met heet water voor de thee en ik ben klaar voor de volgende etappe. Mijn gps doet een beetje vreemd! Hij wil de route niet berekenen dus moet ik het eerste stuk op mijn gevoel rijden.
De eerste indrukken zijn vreemd! Overal soldaten tot op de tanden toe gewapend en een bevolking al dan niet moslim die zich onafgebroken door militaire check-points slalomt. Ze kijken me veelal verbaasd aan waarna er veel een duim opsteken als teken dat ze blij zijn dat ik er ben. Ze waarderen dat ik niet ben afgeschrikt door alle bommen en doden die er al zijn gevallen in de onzinnige strijd in het zuiden van Thailand.
Narathiwat, staat er op een van de borden en ik volg de richtingen zo goed als mogelijk en voel me nu toch ook wat ongemakkelijk door de vele politie en leger check-points. Prikkeldraad en M-16’s in de handen van in marineblauwe of camouflagepakken gestoken mannen. Starre gezichten die veranderen in een glimlach wanneer ze die vreemde Hollander op zijn motor voorbij zien komen.
Er woed hier een oorlog! Er zijn in de afgelopen jaren bijna tienduizend mensen omgekomen terwijl niemand echt weet waarom er een oorlog is. Het gaat om geld, macht òf om het geloof. Maar de meningen lopen uiteen. Na de vijftig kilometer van Sungai Kolok naar Narathiwat ben ik haast gewend aan de vele militairen. Ik probeer het maar te vergeten en kijk niet verder dan mijn neus lang is. Later zal het wel wat minder worden.

Het “Narathiwat Hotel” ligt er nog precies zo bij zoals ik het de laatste keer heb verlaten. De tijd heeft hier stilgestaan en ik sta enkele seconden naar de gevel te kijken terwijl de herinneringen weer boven komen. Twee halve witte broodjes werden er afgeleverd bij de plaatselijke supermarkt tien jaar geleden. Wij stonden dan te wachten om te voorkomen dat iemand ons voor was en wij enkele dagen zonder brood zaten. We telden de sneetjes  brood af alsof ze op de bon waren. En dat waren ze op een andere manier ook.
De oude Amerikaanse marinier die de kamer tegenover bewoonde. Elke middag kwam een motortaxi zijn boodschappen brengen en stilde zijn lusten. Tenminste, daar leek het op wanneer de motortaxi een half uur later weer de kamer van de marinier verliet.
De vriendelijke prostituees op de begane grond. Er is ons wel eens verteld dat dit bordeel al van voor de tweede oorlog functioneerde en dat de Japanse officieren hier kind aan huis waren in ruil voor speciale gunsten.
Levende geschiedenis! Gelukkig mag ik zonder problemen nog wat foto’s maken. Voor een paar momenten waar ik me weer ruim tien jaar terug in Narathiwat, samen met Kris. Instant noedels en brood met haring in tomatensaus. Dikke science-fiction boeken, vergezeld met en grote fles Heineken, op de smalle veranda aan de rivierkant. Ook de prijs is niet veel veranderd in al die jaren, voor € 4,50 kan je hier nog een nachtje slapen terwijl de meisjes een verdieping lager hun veelal Maleisische klanten verwennen.

Op weg naar Pattani worden de check-points steeds talrijker. Pattani schijnt het centrum van het verzet te zijn. Bij elk check-point hangen er grote posters met foto’s van de gezochte terroristen, en de prijs die op hun hoofdstaat. Toch zie ik dat het gewone leven rustig doorgaat en dat het de burgers op het eerste gezicht weinig raakt. Maar toch, door het gebrek aan toeristen lopen ze in de geplaagde gebieden veel geld mis. Het mag dan wel niet het mooiste gedeelte van Thailand zijn maar er waren veel toeristen die anders met de bus naar het zuiden zouden reizen. Nu nemen die reizigers het vliegtuig naar Penang en gaan vandaar met de bus verder. De hele toeristenindustrie in het zuiden van Thailand en het noorden van Maleisië is eigenlijk gegijzeld.

En dan gaat het een beetje anders dan ik had verwacht! Ik rijdt kilometer na kilometer over een rechte weg langs het strand. En dat schiet flink op! Mijn schema schuift als een harmonica in elkaar en ik besluit om maar gewoon door te rijden om te kijken wanneer ik er genoeg van heb. Wanneer ik een zijspan met pech zie twijfel ik geen moment en stop om te zien of ik ze kan helpen. De moslim man en vrouw, hij met een wit kanten hoedje en zij met een hoofddoek, weten eerst niet goed wat ze met me aan moeten.
In mijn zadeltas heb ik een sleepkabel die speciaal voor een motor is. Dat ding heb ik een paar jaar geleden van Kevin Wilshaw gekregen en ik sleep die kabel al drie jaar mee. Zelf heb ik de sleepkabel gelukkig nog nooit nodig gehad. Ik maak de haak aan de achterkant van mijn motor vast en geef het handvat aan de man.
Met gebaren, zonder een woord te zeggen, leg ik uit wat ik van hem en haar verwacht. Ze knikken beide als teken dat ze me hebben begrepen. Het moet een schitterend gezicht zijn geweest! Die blanke op de Honda Phantom voorop die twee moslims op een zijspan een paar kilometer naar het dorp sleept. Onderweg zien we alle hoofden naar ons omdraaien en goedkeurend knikken. Je bent toch op de wereld om elkaar te helpen niet waar?
Een paar kilometer later toetert de vrouw als teken dat ze er zijn. De man slingert het handvat aan de kant en terwijl ik afrem om de sleepkabel weer op te bergen komt de zijspan met het zwaaiende koppel voorbij.
‘Thank you, thank you!’, roepen ze in koor terwijl ze naar me zwaaien.

Op een plaats stopt de weg gewoon omdat de zee het asfalt heeft verzwolgen! De optelsom van lange rechte stukken en drukke snelwegen is dat ik veel meer kilometers maak dan gepland.

Nu ik toch ook door Songkla kom wil ik kijken of dat guesthouse waar ik jaren geleden heb geslapen nog bestaat. En ja hoor! Ik rij er zo naar toe en ze zijn het weer aan het opknappen zodat het weer jaren mee kan. Met de eigenaar maak ik een praatje en hij is blij verrast dat ik meer dan tien jaar geleden een gast van hem was. Het was tijdens de regentijd! Zelf herinner ik me de wandelingen rond het schiereiland en de pizza met koude flessen Chang die de pizza bezorger voor me meebracht zodat ik de deur niet uit hoefde in de regen.

Met het veerpont ga ik naar de overkont en vervolg mijn weg naar het noorden. Ik heb tijd genoeg om na te denken en ik voer hele gesprekken met mezelf, hardop onder het rijden. Wanneer ik dat in Nederland zou doen dan werd ik zeker opgesloten. Met een laatste blik op mijn horloge beslis ik om door te rijden naar Nahkon Si Thammarat. Het is een streng schema maar het zou moeten lukken.

Mijn stop bij een motorzaak, om de olie bij te vullen en de ketting te spannen, neemt meer tijd in beslag dan ik had verwacht. Daardoor kom ik tegen de schemer aan in het centrum van Nahkon Si Thammarat, en dan begint het ook nog te miezeren. De druppels belemmeren het zicht op mijn transparant zonnebril. Ik moet goed op het drukke verkeer letten en tegelijkertijd een hotel zien te lokaliseren. Ik kan maar geen hotel vinden en wanneer ik er eenmaal een heb gevonden loopt het niet zo lekker.
Bij het eerste hotel waar ik stop gaat het er een beetje vreemd aan toe. Ik mag de kamer pas zien wanneer ik de 600 baht betaal. Maar wat gebeurt er dan wanneer de kamer me niet bevalt?
Wanneer de receptioniste me niet in het engels kan helpen is het hotel plotseling: ‘FULL’.
Ik kijk haar verbaasd aan en zie een prima voorbeeld van het Thaise “lose face”. En dan zit er niets anders op dan maar weer terug te rijden naar de bungalows die ik eerder heb gezien. Een hotel, een klein stukje verderop heeft meer sterren dan ik kan òf wil betalen dus rijd ik zonder de prijs te vragen maar door.
Gelijk om de hoek zie ik een verlicht reclamebord in de onbegrijpelijke Thaise symbolen maar het email adres bevat hotel. Meteen links af en na honderd meter sta ik voor een nieuw hotel. Het ruikt ook nog nieuw en het personeel voelde zichzelf ook nog wat onwennig. De prijs is een promotie wegens de opening. Voor die 750 baht (€ 16,75) wil ik het wel proberen!

Als de deur van mijn hotelkamer openzwaait weet ik het al! Baden in luxe na de nacht in het hol! Wanneer ik de twee bij elkaar optel kom ik op gemiddeld € 11,75 per nacht, en voor die prijs wil ik me wel een avond en een nachtje baden in luxe en gebruik maken van het snelle internet!

Het eten om de hoek, bij een straatrestaurant, ziet er prima uit en er zit voldoende klandizie om te weten dat het eten ook goed is. Een kip massaman en een gebakken visje in een pittige zoetzure saus is mijn kerstmaal. Met water! Ik heb geen trek in bier want dan voel ik me alleen maar eenzamer. Nog maar veertien dagen en dan kan ik eindelijk mijn vrouw weer in mijn armen sluiten.

Pattaya - Bang Tabun Ok - Ban Khut - Ranong - Krabi - Satun - Taiping - Malacca - Ipoh - Kota Bharu - Nahkon Si Thammarat - 3.313 + 505 = 3.818 Km

Copyright/Disclaimer