donderdag 10 maart 2005

Maleisië: De Kung fu man van Malacca

do 10 mrt 2005 23:14:37

Malacca (Heeren Inn Hotel), donderdag 10 maart 2005

Het ontbijt is mij gisteren heel goed bevallen. Dus herhaal ik het nog maar een keer! Vooral de combinatie van de Engelstalige krant met de koffie naast mijn ontbijt maakte alles compleet. Ik heb plannen gemaakt voor vandaag en ik ga zonder vooroordelen Malacca gaan verkennen.
Na het ontbijt ga ik op weg met de “Lonely Planet” van Malaysia in mijn zak. Er staat een stadswandeling in de Lonely Planet die is omlijst met de overige bezienswaardigheden van het stadje Malacca. Wat mij meteen opvalt is dat het hele historische stadje in verval is. Het (lokale) toerisme lijkt hier niet erg groot en ik vraag mij af of het ooit groot zal worden.
Malacca is hoofdzakelijk Chinees, de lokale islamitische Maleisiërs kijken neer op de Chinezen en ook op de Indiërs. De islamieten zijn de overheid, de Chinezen zijn de zakenmensen en die Indiërs zijn de arbeiders.
Het is natuurlijk niet zwart/wit maar dit is wel een realistisch beeld van de Maleisische samenleving. De islamitische overheid moet altijd op haar stappen letten want de andere twee bevolkingsgroepen hebben er absoluut geen probleem mee om het hele land plat te leggen.
Vrachtwagen met rijst lossen Ik ben nog maar net op weg wanneer ik een prachtig plaatje kan schieten met mijn digitale Sony camera! Drie Chinezen lossen een vrachtwagen vol met balen rijst bij een Chinese handelaar. Ik vraag me af of de islamieten hier ook rijst kopen. Ik denk het niet want wanneer het is aangeraakt door Chinees is de rijst niet meer “halal”.
Voor één van de oudste nederzettingen op het Maleisische schiereiland is het vanzelfsprekend dat je hier veel bezienswaardigheden vindt die beginnen met: “De oudste” en eindigen met “van Maleisië”.

Een paar voorbeelden:

De oudste kerk van Maleisië.
De oudste moskee van Maleisië.
De oudste waterput van Maleisië.
Het oudste stadhuis van Maleisië.
Het oudste fort van Maleisië.
Enz. Enz.

Hang Li Poh's Well (Perigi Raja) Ik ben op weg naar de oude waterput, mijn eerste bezienswaardigheid. Drinkwater was vroeger heel belangrijk, vooral aan zee. De rivieren in Maleisië zijn bijna altijd altijd brak water. Het is dan ook niet vreemd dat de Nederlanders in hun strijd om voet aan de grond te krijgen in Malacca deze put meer dan een keer vergiftigd hebben om de bewoners op de knieën te krijgen. Later hebben ze er dikke muren omheen gebouwd en werd het vloeibare goud door zwaarbewapende Nederlandse soldaten van de “Verenigde Oost-Indische Compagnie" beschermd.
Melaka river Na het bezoek aan de waterput moest ik snel met de billen strak tegen elkaar geknepen terug naar de oude stad omdat mijn darmen flink aan roeren waren. Ik ben blij dat ik niet veel later van mijn vloeibare probleem was verlost.
Mashid Kampung HuluChinese winkel Na het oplossen van het probleem is de oudste moskee van Maleisië aan de beurt. Eigenlijk is er in de moskeeën wereldwijd maar heel weinig te zien. En dat alleen wanneer je als “Kaffer” wordt toegelaten in een moskee!
Alles wat er te zien is aan een moskee zit aan de buitenkant. Islamieten is het verboden om beelden en afbeeldingen te aanbidden of te bewonderen, dus voor de niet-islamieten zijn de vaak onzichtbare indrukwekkende mozaïeken binnen het enige dat rest.
Een hele vreemde vierkante toren doet dienst als minaret. In deze toren zie je veel invloeden van andere godsdiensten. De toren heeft boeddhistische invloeden met zijn zeven verdiepingen, zal wel door de Chinezen zijn meegebracht. Al met al is de minaret een interessant bouwwerk. Ook de kleine Chinese winkels zijn speciaal, ze zijn aan het uitsterven en vallen ten prooi aan de enorme supermarkten.
Na de oudste moskee van Maleisië ga ik op zoek naar de brug die enkele jaren geleden, tijdens een vorig bezoek, nog in aanbouw was. Opnieuw valt het mij ook in de nieuwbouwwijken op dat alles een beetje in verval is. Het is haast een armoedige buurt. Gaat het dan zo slecht hier in Maleisië? Ik heb begrepen dat er enkele jaren geleden een groot wetenschapspark is aangelegd om zo de stad, en de staat, te promoten voor de internationale high-tech industrie.
Samudera Museum Het is laag water en ik zie op de andere oever van de Malacca-river het “Samudera Museum”. Het meest in het oog springende deel van het maritieme museum is een replica van een Portugese “Karrack” genaamd “Flor do Mar”, de zeilboot op het droge is een indrukwekkend gezicht.
Ik moet tijdens de wandeling wel steeds in mijzelf lachen. Hier in Maleisië verplaatst zich bijna niemand te voet en voetpaden zijn schaars. Ik moet vaak op de (auto)weg lopen en over hindernissen klimmen.
Onontgonnen moddervlakte De Malacca rivier wordt in de toekomst afgedamd om het verschil van de getijden op de rivier de minimaliseren. Er komt een dam met een overstroom die de troebele, en de sterk vervuilde rivier, weer helder en schoon moet maken. De enorme moddervlakte aan de riviermond zal worden volgestort met zand en daar zal een hele nieuwe wijk worden gebouwd.
Eenmaal aan de andere kant van de brug aangekomen wordt het tijd voor een andere lunch dan ik onder normale omstandigheden in Malacca nuttig. Ik ga eten in het oude “Mahkota Parade” winkelcentrum. Burger King heeft een lamsvlees burger met een speciale saus, een zwarte pepersaus, in de aanbieding, en man, was die speciale hamburger lekker!
Na de heerlijke lunch volg ik de Malacca rivier op de zuidelijke oever stroomopwaarts. Ik passeer opnieuw de replica van het oude zeilschip. Enkele stappen verder kom ik op het “Hollandse Plein”, oftewel “Dutch Square” is omringt door gebouwen die allemaal door de Hollandse kolonialen zijn gebouwd voor het bestuur en de handelaren van de VOC. De gebouwen waren ik een ver verleden ongetwijfeld allemaal wit gekalkt. Tegenwoordig zijn ze steenrood. Een oude legende verteld over de boze, “betelnoot” kauwende, bevolking die hun rode speeksel tegen de witte gebouwen spuugden om zo hun afkeer tegen het Hollandse Bestuur te tonen.
Malacca riverMalacca riverMalacca river Nog niet eens zo ver van het toeristische centrum sta ik oog in oog met de andere kant van het tweede wereldland Maleisië. De glimmende metalen Petronas Towers zijn het nieuwe moderne Maleisië maar weg van de lichtjes van Kuala Lumpur is het niet allemaal goud dat blinkt. Houten huizen op palen met metalen golfplaten daken boven het stromende water steken armoedig af tegen de witte betonnen torens op de achtergrond. Gefascineerd kijk ik enkele minuten naar de enorme tegenstelling.
Na de de heerlijke lunch en de lange wandeling zijn de ogen en de benen wel een beetje zwaar geworden. Een korte rust op de koele kamer in mijn hotel zou mij zeker niet schaden. Ik geef na de terugkeer mijn hotel een tweede goede inspectie en ik moet eerlijk zeggen, het is een eenvoudig maar mooi en fijn familie hotel.
Meneer Au en zijn vrouw doen hun uiterste best om het de gasten naar de zin te maken. In het weekend zijn ze bijna altijd vol geboekt met veel gasten uit Singapore die naar Malacca komen voor de avondmarkt in “Jonkerstreet”. Die naam slaat niet op de Chinese “Jonken”, een zeilschip ontwikkeld in China, maar op de Nederlandse edelen “Jonker”, Jonker was een adellijk predicaat dat men tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden toekende aan ambtdragende edelen zonder een titel. Thans gebruikt men de titel nog wel om een jonkheer mee aan te duiden.
De avondmaaltijd was al beslist! Een stukje verderop in de straat heb ik een luxe restaurant gezien dat is gelegen aan de Malacca rivier. Mooie zitjes met een uitzicht op de rivier en “Dutch Square”. Ik vond dat ik mijzelf ook wel een keer kon kietelen en besluit om in het exclusievere restaurant te gaan eten.
Het verbouwde pakhuis ziet er van binnen ook magnifiek uit. Een korte blik in het menu brengt een brede glimlach op mijn gezicht. De prijzen zijn zeker niet wat ik had verwacht, ze zijn ongeveer een derde van mijn verwachtingen. Daar gaan we dan! Een “Fish Chowder” geserveerd in een grote broodbol als vooraf en de lamskoteletten met tijmsaus, warme groenten en een gepofte aardappel als hoofdgerecht. Het was heerlijk!
Na de maaltijd slenter ik voldaan langs de rivier naar het “Discovery Café”, ook een plaats in Malacca waar ik het goed naar mijn zin heb. Hetzelfde recept als bij meneer Au, meneer Teng doet ook heel erg zijn best om het een ieder naar zijn zin te maken. De inrichting van het café lijkt nog het meest op een curiosa winkel. “Stiefbeen en zoon” op zijn Maleisisch.
De Kung Fu Man van MalaccaDe Kung Fu Man van Malacca Elk dorp heeft er één, zo ook Malacca. Ik zit heerlijk te genieten van mijn bakkie koffie toen er een opvallende verschijning het Discovery Café binnenstapte. Een man in een geel pak, dat nog het meest op een pyjama leek, met een groot nummer 13 op zijn rug en de Maleisische vlag op zijn borst. Aan zijn vingers droeg hij metalen ringen met enorme edelstenen waarvan ik meteen vermoedde dat de edelstenen namaak moesten zijn. Hij spreekt met veel liefde over Jezus Christus en hij is dus een Maleisische Christen, geen Moslim of Boeddhist.
Elke dag gaat hij enkele malen naar de kerk schuin tegenover het café om te bidden en met Jezus te praten. Spottend vragen de lokale gasten over zijn gesprekken met Jezus of Jezus hem wel eens een antwoord geeft.
Met een grote overtuiging antwoordt hij: ‘Elke keer als ik in de kerk ben en een vraag stel!’.
Meneer Teng verteld mij dat hij de “Kungfu” man van Malacca is. Eenmaal het woord Kungfu uitgesproken en de man in het geel springt op en maakte allerlei gebaren met zijn armen en schopt zijn benen hoog in de lucht vergezeld door de bijbehorende kreten.
Bruce Lee is zijn grote voorbeeld en die is nu bij zijn vriend Jezus Christus. Er zal zeker een dag komen dat hij ook op bezoek gaat bij Jezus Christus en dan zal hij eindelijk Bruce Lee persoonlijk ontmoetten. Het is best wel een ontroerende kennismaking, een heel aardige bijzondere man die uiteindelijk niemand kwaad doet.
Mijn nieuwe vriendDe Kung Fu Man van Malacca De avond is snel omgevlogen en het is al na twaalven, het is de hoogste tijd om richting het hotel te gaan. Ik kijk nog een laatste keer over mijn schouder en de zoon van de kok zwaait naar mij alsof zijn leven ervan afhangt. Het jochie heeft een paar flessen tekort in het krat maar is ook een aardig lief persoon. De nummer dertien zit rustig aan tafel en is druk met de bijbel.
Bier reclame in een Islamitisch land Maleisië is een verwarrend land, het is bij de grondwet een Islamitisch maar overal zijn enorme reclames voor bier te vinden. Het is een gespleten samenleving met een hoge graad van respect voor andersdenkenden. Chinezen en Indiërs drinken nu eenmaal graag en de hoge belastingen op alcohol voeden de armere moslims. Zij krijgen een maandelijkse bijdrage van de staat in de vorm van meel en suiker.
Bij het hotel aangekomen heb ik een nieuw probleem! De glazen voordeur is op slot en achter het bureau in de lobby is niemand te zien. Wat nu? Aanbellen is de enige oplossing! Met zweet in mijn handen bel ik voorzichtig één keer en een paar minuten verschijnt een slaperige meneer Au in een slecht dichtgeknoopte pyjama, ik hoopte dat hij niet al te kwaad zou zijn. Integendeel, hij is vriendelijk en verontschuldigd zich. De sleutel van mijn kamer, die ik in mijn zak heb, ligt natuurlijk niet in de la. Daarom was meneer Au in de veronderstelling dat ik al in bed lag.
Ik verontschuldig mij opnieuw en vertel hem dat ik maar weinig vroeg naar bed ga en dat ik best een biertje lust. Zeker in het weekend. Hij lacht hard en nodigt mij uit om morgenavond een whisky met hem te drinken.
Welterusten, het is toch beter dan heb verwacht in Malacca.

woensdag 9 maart 2005

Maleisië, opnieuw kennis maken met Melaka

Melaka, 09/03/2005

Ik had heerlijk geslapen. Mijn kamer, 205, was dus een droom van een kamer. Houten louvre deuren en ramen van de vloer tot aan het plafond. Als ik ze opende keek ik op een kleine binnenplaats met eenvoudige zitjes. Het warme en sterke zonlicht scheen in overvloed naar binnen. Ik moest alleen opletten dat ik niet met mijn volle ochtendglorie zonder onderbroek de gordijnen en de louvre deuren zou openen. Een douche en een ontbijt. Waar? Nou, ik ga niet weer op zoek naar iets wat er waarschijnlijk toch niet is, dus meteen maar op weg naar het Café van gisteren. Een krantje tegenover gekocht en gewoon een ontbijt set besteld met koffie en een Diet Coke. En dat viel niet tegen, in tegendeel zelfs, het was verrukkelijk. Mijn poep pillen raakten uitgewerkt en nadat de maag was gevuld moesten de darmen worden geleegd. Het squat toilet van het Café was niet echt aantrekkelijk zodat even terug naar het hotel de enige optie was. Langzaam bewoog ik me richting het hotel, winden laten vermijdend, want de druk liep snel op.
De eerste dag zou ik zeker wel rustig aan doen, ik wilde kijken of ik mijn geheugen wat kon opfrissen. Nee dus! Alleen de toeristische attracties en een winkelcentrum kwamen mij bekend voor. Het iets met sterren hotel waar ik eerst had geslapen kon ik ook al niet meer vinden. Het zou wel op de fles zijn gegaan. De brug was ondertussen wel klaar en een stroom Protons begaf zich van de ene zijde naar de andere zijde. Het was warm en ik had dorst, ook internet moest er nu van komen. Dus het eerste bord internet trok mij aan en ik stapte de koele donkere ruimte binnen. Het lawaai verstomde en tientallen ogen staarden mij aan vanuit het donker. OK, ik was niet dat je zegt in het centrum maar ik kwam tenslotte ook niet van de Maan. Een schuchter meisje stapte op mij af en vroeg beleefd wat ik wilde. Mijn e-mail controleren. Nou dat was geen probleem en met een koele 100 plus begon ik aan mijn opdracht. Het lawaai zwelde weer aan en na 10 minuten was iedereen weer in zijn on-line game verdiept. On-line gamen is zo groot in Azië dat er nu zelfs professionals zijn die er een boterham mee verdienen. Aan de andere kant zijn er regeringen die er zo bang voor zijn dat ze het willen gaan verbieden. Ik rekende af en stapte weer de hete vochtige middag lucht binnen.
Ik maakte mijn middagwandeling af en schrok van een enorm tweede winkelcentrum dat nu werd gebouwd tegenover het oude "Makota Parade" op een groot sportveld. Dat veld maakte het hier aangenaam vertoeven met een prachtig uitzicht op de heuvel met de oude ruïne. Nu was het een grote bouwput. Ik at mijn broodjes en mandarijnen al kijkend naar wat er zo allemaal voorbij kwam.
In de middag zou ik eerst eens even rustig aan doen. Een heerlijke sessie verhalen schrijven op een klein terras aan de rivier. Slapende fietstaxibestuurders als gezelschap. Het werd nog spannend toen de serveerster mij twee euro wilde berekenen voor het internet. Internet? Ik heb helemaal geen internet gebruikt! Met een zachte toon probeerde ik haar uit te leggen dat ik alleen maar electriciteit uit de muur had gehaald en dat je voor internet zeker heel veel andere zaken moest regelen. Niets mee te maken! Een computer op het terras en de stekker in het stopkontakt betekend INTERNET! Punt uit. IK begreep dat hier geen eer te behalen wasd omdat de vrouw gewoonweg te dom was om te begrijpen wat er gebeurde. Één ding stond vast, ik zou hier niet meer gaan zitten.
Het avondeten was eenvoudig. Het "Discovery Cafe" had een redelijke keuken maar echt avontuurlijk was het niet. Gebakken rijst met een gebakken ei en wat gebakken groenten van de dag. Een champagnekoeler met een paar flesjes Tiger bier maakte het een geslaagde avond.

dinsdag 8 maart 2005

Maleisië, de rit naar Melaka

Melaka, 08/03/2005

Toen ik wakker werd voelde ik mij niet helemaal 100%. Ik bleef op mijn bed liggen met mijn ogen open. De tientallen gitzwarte kraaien buiten voor mijn raam deden pijn aan mijn ogen.
Lekker blijven liggen!
Ik heb zeker een uur zo gelegen voordat ik uiteindelijk besloot om toch maar verder te gaan. Ik wilde mijn verblijf niet met vijf dagen verlengen zoals vorig jaar. De douche maakte mij wakker en na een sandwich, uit de koelkast, voelde ik mij een stuk beter. Eenmaal aangekleed en gepakt ging ik op weg naar Maleisië. Melaka zou het worden. Zoals het jaar ervoor ging ik met de metro naar "Kranji" en met de gele bus de causeway over. Maar!
Bij het instappen vertelde de chauffeur mij, zonder zijn telefoongesprek te onderbreken, tachtig sen. Ik gooide in de sleuf en uit de automaat kwam een kaartje. Toen de chauffeur klaar was met bellen vertelde ik hem dat ik naar Melaka moest. Ik wilde een bus op het interlokale busstation nemen.
"Ja, maar dan had je één dollar dertig sen moeten betalen", antwoordde hij.
Ik dacht het simpel op te lossen door vijftig sen bij te betalen.
"Nee, je moet één dollar dertig betalen voor een nieuw kaartje", zei hij met een brede glimlach die zijn grote gele tanden liet zien.
"Maar U zei tegen mij tachtig sen", blufte ik terug.
"Ja, maar U zei", en ik onderbrak hem.
"Nee, ik heb niets gezegd".
"U zat te telefoneren en ik was zo beleefd dat ik wachtte dat U klaar was", ik verhief lichtjes mijn stem.
"Ik blijf hier zitten totdat u mij een ander kaartje geeft en anders wil ik wel eens even met uw meerdere spreken over het telefoneren van de buschauffeur tijdens het rijden", blufte ik.
Hij dacht even na, accepteerde mijn vijftig sen en een nieuw kaartje werd door de machine uitgespuugd. Hij moest er gelukkig zelf ook om lachen.
De immigratie procedures waren geen probleem en al snel was ik op weg naar de "Larkin" busterminal van Johor Bahru.
Het vreemde is dat ik mij vrij weinig kan herinneren van mijn vorig bezoek aan deze oude Hollandse enclave. Tijdens de bus rit had ik naar de muziek geluisterd op mijn iPod en van de het uitzicht geprobeerd te genieten. Eindeloze palmolie plantages omringt met mesjes prikkeldraad dat allang door de westerse militairen verboden is om de onmenselijke wonden die het kan veroorzaken.
Hoe was ik ook alweer de vorige keer in Melaka terecht gekomen? Ik weet het echt niet meer. Het moet wel met de bus zijn geweest vanuit Singapore! Soms is het wegstrepen van enkele mogelijkheden ook een manier om dichter bij het antwoord te komen. En ja hoor, mijn flinterdunne herinnering over een veel te klein busstation achter een flatgebouw naast een rivier klopte precies. Het werd bevestigd door een Hollandse jongen met een Taiwanese vriendin die mij even de weg wezen. Meer later.
Ik was dus weer op weg naar Melaka. Op het Larkin busstation in Johor Bahru had ik besloten dat het maar eens voorbij moest zijn met elke keer weer bekende, en dus veilige, plaatsen te bezoeken. Een halve waarheid want ik was hier ook al eens geweest. Het gaf mij wel een beangstigend gevoel dat ik mij bijna niets meer van Melaka kon herinneren. OK, ik wist nog van die rode kerk en het stadhuys. Een enorm winkelcentrum in het midden van het niets en de ontmoeting met drie Nederlandse jongens die ook op weg waren naar Kuala Lumpur om de Grand Prix te zien. Maar dat was het. Ik wist zeker dat ik mijn avonden had doorgebracht met een overdosis Tiger Beer en saté. Veel kon het me niet schelen, ik zou het een nieuwe kans geven.



Melaka.
Het was niks, het is niks en het wordt waarschijnlijk nooit iets.
Ik arriveerde op het spiksplinternieuwe interlokale busstation van Melaka. De regering en lokale overheden hadden zo te zien grootse plannen met de toeristische attractie. Een roedel taxi chauffeurs lieten mij links liggen, de rugzak werkt soms ook positief, en ik werd aangesproken door een kleine man die mij in goed Engels vroeg of ik op zoek was naar een Guesthouse. Helaas moest ik hem teleurstellen. Tegenwoordig verblijf ik liever in de goedkopere middenklasse hotels. Ik kan er slecht meer tegen omringd te zijn met groepen jongeren die zich te goed doen aan instant noedels en spaghetti. Ook het gespreksonderwerp over de prijs, "was het goedkoop?", heb ik ondertussen wel gehad.
Tijdens mijn trektocht naar het punt vanwaar de stadsbus vertrok kon ik mijn ogen niet geloven. Nee, de tijd had hier zeker niet stilgestaan. Nadat ik door een humeurige donkere hindoe buschauffeur was weggejaagd had ik eindelijk de juiste bus gevonden.
Een mede passagier begon meteen met mij te praten en toen bleek dat het een Hollander was die al drie jaar in Melaka woonde was mijn geluk compleet. Zijn hulp kwam uitstekend van pas en voordat ik het eigenlijk in de gaten had stond ik alweer op het plein voor de rode kerk. Ja, hij was nog precies zoals ik me herinnerde. De rest zag er toch wel onbekend uit. De tijd had hier zeker ook niet stilgestaan en de Aziatische bouw woede had ook hier toegeslagen. Met wat aanwijzingen voor een hotel in mijn geheugen nam ik afscheid van het leuke stel. Wat hij nu precies deed weet ik niet, maar zij liet mij een indrukwekkende portfolio van haar werk zien. Er zijn heel wat kunstenaars werkzaam in Melaka.
Het eerste hotel dat mij werd aangeraden voldeed aan al mijn wensen. Een nette schone kamer voor RM 78 (€ 16,-). Ik kon het hier wel vinden. Een lang smal gebouw. Gebouwd tussen het einde van 1700 en het einde van 1800. Het vertoonde sporen van vele aanpassingen maar de laatste die het in een hotel had omgetoverd mocht er zijn. De ruime lobby met de zeer vriendelijke eigenaar en zijn zijn vrouw zorgen ervoor dat het je aan niets ontbreekt. De kleine hofjes opgesierd met groen en zitjes nemen meteen het idee van het smalle lange gebouw weg.
Ik nam intrek in mijn kamer en maakte mij gereed om even de stad te verkennen en wat te eten.
Toen ik door de stad liep verraste de leegte en de stilte mij. Het was net een spook stad. Ik had verwacht om in een toeristische trekpleister aan te komen en wat ik vond was een leeg dorp. "Closed", "For Sale" of "For Rent". Dat is wat ik zag als ik om mij heen keek. Ik kon geen fatsoenlijk restaurant of café zien dat open was. Vreemd!
Een spook stad. Zoals het ongebruikelijk is in Azië. In Azië is alles open en het leven gaat 24/7 door. Hier dus niet. Ik besloot om rustig de stilte in te wandelen en gewoon op zoek te gaan naar leven en licht, daar zou ik zeker wel wat te eten kunnen vinden en zeker wel een koud biertje. De linksaf en rechtsaf volgden elkaar in een rap tempo op en de leegte bleef. Een verdwaalde auto passeerde mij zo nu en dan maar daar bleef het bij. Er was letterlijk geen hond op straat. Moslims hebben namelijk een hekel aan honden. Eenmaal opnieuw bij de rivier aangekomen hoorde ik gelach en hoorde zachte muziek. Daar was eindelijk leven! En ja hoor, het "Discovery Café" was een leuk ingericht restaurant/Café met een terras. Buiten of binnen waren beiden mogelijk, natuurlijk was het weer de raadsheer die bepaalde waar je zat. Ik plofte voldaan neer en zonder op de menukaart te kijken bestelde ik een grote koude Tijger Bier. En die smaakte! De menukaart was niet de meest uitgebreide maar wat er op stond zou voldoende zijn om de ergste honger te stillen. Gebakken groente met Nasi Goreng en nog een tweede bier waren een uitstekende maaltijd. Maleisië is zeker niet duur om te verblijven en te eten, drinken is een ander verhaal. Toch smaken die biertjes heerlijk na een zware dag reizen.

zondag 6 maart 2005

Singapore, lekker eten en drinken

Singapore, 07/03/2005

Alweer de laatste dag in Singapore. Ik was nog steeds lui en natuurlijk werd er weer uitgeslapen. Geen enkele keer was ik op tijd opgestaan voor het ontbijt bij de Indiër. Volgende keer dan maar weer.
Eindelijk begon ik me een beetje uitgerust te voelen. Het slapen, eten en drinken hadden mij goed gedaan. Ik had het nodig gehad. De rest van de dag bestond uit lekker niets doen gemengd met het nadenken over mijn volgende bestemming. Alles duidde er op dat het Melaka zou worden. Het was tenslotte vijf jaar geleden dat ik daar voor het laatst geweest was. Bij hoge uitzondering nam ik een biertje op het terras achter de Funan IT tower. Ik las de gebruiksaanwijzing van mijn nieuwe speeltje door. Een oranje mp3 speler. Ik had uiteindelijk toch toegegeven aan de drang om zo'n ding te kopen. Erg wijs. vooral de radio vond ik aantrekkelijk.
Langzaam ging de zon onder en ik begon mij langzaam een beetje tipsy te voelen. Ik genoot van wat er allemaal om mij heen gebeurde. Op de terugweg naar het hotel toen ik mijn favoriete foodcourt passeerde had ik eindelijk de kans om even naar het toilet te gaan. Eenmaal opgelucht en terug in de airconditioning besloot ik ook hier nog een biertje te nemen. Een laatste biertje in de foodcourt, de sfeer van Singapore opsnuivend. Het werden er uiteindelijk twee. Het biermeisje, een Chinese in de veertig, probeerde mij met veel enthousiasme aan het "Royal Dutch" bier te krijgen. Een inspectie van het etiket deed mij vermoeden dat het bij de "Drie hoefijzers" in Breda wordt gebrouwen. Ik bleef bij het vertrouwde "Tiger Beer".
Drie grote flessen is gelijk aan zes kleintjes. De tijd was ondertussen al zo ver dat ik geen zin had om naar het hotel te gaan om mijzelf op te frissen. Het werd weer van hetzelfde en als einde van de avond een biertje op het terras. Mijn laatste avondmaal zou weer Indiaas zijn en tegen de tijd dat ik mijn laatste hap rijst met curry had weggespoeld was ik zo voldaan als een baby. Een beetje aangeschoten ging ik naar bed. Morgen op weg naar Maleisië!

zaterdag 5 maart 2005

Singapore, Het F1 seizoen is begonnen

Singapore, 06/03/2005

Ik wist dat de uitzending van de Formule 1 in Australië om elf uur zou beginnen. Het voorprogramma begon om tien uur en dus stond de wekker op negen uur. Met een welgemikte klap vloog de wekker om een paar minuten over negen door de kamer. Het gordijn werd geopend en de ogen opnieuw gesloten. Nog even liggen!
Om kwart voor tien wierp ik een tweede blik op mijn trouwe wekker. "Het voorprogramma haal ik toch niet meer", dacht ik. Nog even liggen. Om kwart over tien schoot ik weer wakker uit een absurde droom.
"De race gaat ook zonder mij wel door", ging er door mijn hoofd.
Nog vijftien minuten later besloot ik om zelf maar tegen de klok te gaan racen om de start alsnog te halen. Een snelle douche, ik was nog steeds moe maar de warme waterstralen deden me goed. Even stevig doorstappen naar de Metro en ik had geluk, de trein arriveerde precies op hetzelfde moment als ik van de roltrap afstapte.
Het "Clarck Quay station" kon ik bereiken zonder over te stappen. Het "Raffles Place station" was dichterbij, maar dan moest ik wel overstappen! Op het laatste moment besloot ik voor de eerste optie. Eenmaal aangekomen bij de rivier keek ik op mijn horloge en ik had iets minder dan tien minuten om bij de kroeg te komen. En ik was precies op tijd! De wagens kwamen net aangerold op de grid en binnen minder dan dertig seconden zou het spektakel beginnen.
Toen ik mijn positie had ingenomen kon ik mijn ogen niet geloven dat er geen enkele Ferrarie vooraan stond. Het nieuws had gisteren toch duidelijk gezegd dat Michael Schumacher het snelste was geweest?! Nou het mocht de pret niet drukken. Wat wel de pret drukte was het onaangename gevoel in mijn darmen. Normaal stond mijn hoofd wel naar een Engels ontbijt maar verder dan twee koppen koffie en een Coke Light kwam ik niet in de twee uur die de race ongeveer duurde. Ik realiseerde mij wel degelijk dat ik moest gaan eten. Maar wat?
Helaas liet ik mij verleiden tot fastfood. In een stad die de culinaire hoofdstad van zuidoost Azië wordt genoemd nam ik een Big Mac met patat. Schande! Maar ja, ik weet op zo'n moment wel wat goed voor mij is. Ik hing nog wat rond en besloot om wat te gaan rusten. Vanavond zou ik nog even naar Chinatown gaan.
Na mijn schoonheidsslaapje slenterde ik weer richting het centrum. Mijn darmen waren een stuk rustiger en ik had zelfs trek. Snel gestopt bij één van de vele foodcourts en een kip met zwarte peper en rijst naar binnen gewerkt. Zonder het vanzelfsprekende biertje. Mijn hoofd stond niet naar drinken. Het alleen op pad zijn begon te werken. Het is als een kuur. Je begint er gemakkelijk aan maar des te verder je komt hoe moeilijker het wordt. En nu begon de eenzaamheid aan mij te knagen. Ik vond het wel lekker om alleen te zijn maar af en toe gezelschap is ook fijn.
Dus China town maar in. Met een grote omweg wel te verstaan. Ik liep nu even de hele rivier langs. Veel gebeurde er niet. Het was al na negen uur en de meeste winkels waren al gesloten. Het was zelfs rustig. Ik dwaalde wat door de smalle verlaten straatjes en zocht naar bekende aanknopingspunten uit het verleden. Ik zag er maar weinig. Ook hier staat de tijd niet stil.
Nadat ik besloten had om huiswaarts te keren ging ik richting de wolkenkrabbers. Dan was ik weer op bekend terrein. Even speelde ik met het idee om nog een biertje te drinken maar de pub was zo leeg dat het mij geen goed idee leek. Ik hou er niet van om in mijn eentje bier te drinken in een lege bar. Dus maar naar huis. Rustig aan en alles in mij opnemend.
Mijn aandacht werd getrokken door luide muziek, trommels en bekkens. Het hoge zingen in de verte. Ik ging in de richting van de muziek en belande op een Chinees feest. Vanmiddag had ik al enkele deelnemers gezien! Veel lawaai makend achterop open vrachtwagentjes. Ik kon de borden natuurlijk niet lezen maar nu begreep ik waarom het ging. Er was een wedstrijd draken dansen, compleet met de held die met een groot zwaard (van plastic) de draak te lijf gaat en hem uiteindelijk verslaat. Gefascineerd sloeg ik het geheel gade. Ik was jammer genoeg net te laat. De laatste draak werd geslacht en het eten was al op. Met zulke dingen moet je nu eenmaal een beetje geluk hebben. Ook de Chinese Opera werd goed bekeken. Een honderd oudjes volgde met een glimlach de verrichtingen van de operazangers.
De mensen die naar huis gingen staken nog wat wierrook aan en bidden tot de goden en de Buddha. Dat was nou net wat ik niet begreep. Een Chinese Buddha (met zo'n dikke buik) had ik natuurlijk verwacht. Ook de demonen die alles bewaken met hun enge grimas waren van de partij, deze keer zelfs op paarden om de snelste kwaadaardige geesten sneller af te zijn. Maar waar kwam die Thaise Buddha vandaan? En wat was het doel van die god met de vier gezichten? Nadenkend over het eventuele antwoord ging ik richting mijn hotel. Een tonijn sandwich en dan slapen. Morgen de laatste dag.

Singapore, weer terug in Singapore

Singapore, 05/03/2005

Ik was voor de afwisseling op de eerste dag maar eens lang blijven liggen. Mijn frequente bezoeken aan Singapore hadden de lijst met bezienswaardigheden al aardig ingekort en om eerlijk te zijn had ik niet echt zin om iets te doen. Ik was hier tenslotte om te rusten.
Fris werd ik wakker en het eerste wat ik deed was de tv aan om naar het nieuws te kijken. Singapore News eerst en gevolgd door het World News.
Een paar dingen vielen mij meteen op. Het ging niet zo best met de economie van Singapore. Daarom moest iedereen de armen weer uit de mouwen steken. Er werd speciaal beroep gedaan op de ouderen en de vrouwen. Een ander verontrustend punt was dat de jeugd geen zin meer had om zich te verdiepen in de techniek. Een drijfveer waarmee Singapore een vooraanstaande positie had veroverd in de wereld. Mr. Lee zou ook nu weer kordaat optreden en de economie uit het slop trekken. Hij riep iedereen op om zijn best te doen en vlijtig en toegewijd te zijn. In Nederland zou dit niet werken maar in Singapore wordt hier meteen gehoor aan gegeven. Het land zorgt goed voor ons dus zorgen wij goed voor ons land.
Het normale ontbijt bij het Indiase restaurant om de hoek was door het uitslapen erbij ingeschoten. Te voet begaf ik mij naar het “Funan IT tower” winkelcentrum om wat bij de Délifrance wat te eten. Tijdens mijn wandeltocht realiseerde ik hoe voorspelbaar alles in Singapore voor mij was geworden. Ondertussen begon ik over andere dingen na te denken.
Wat wilde ik deze drie dagen gaan doen?
Waar zou ik heengaan na deze drie dagen?
Op beide vragen kon ik maar geen antwoord vinden en ook het ontbijt bij Délifrance voegde niets toe aan een antwoord. Dus werd het wel heerlijk slenteren.
Ik keek verheerlijkt naar de nieuwe MiniMac. Droomde over een nieuwe laptop computer en camera en daar bleef het dan ook maar bij. De financiële middelen waren schaars en dus moest ik mij maar aanpassen. We zouden later dit jaar wel zien.
Een oninteressante zaterdag middag eindigde met een schoonheidsslaapje en een verfrissende douche. Vanavond was het dus voetbal avond in de "Penny Black" pub. Een paar bier en wat minder interessante gesprekken. Mijn vermoeidheid speelde ook nog parten en tegen mijn geloof in zat ik om één uur al in de taxi richting het hotel. Opnieuw slapen!

vrijdag 4 maart 2005

Singapore, Gemengde gevoelens

Singapore, 04/03/2005

Voor de verandering was ik deze keer zo fit als een hoentje toen de taxi, ruim op tijd, voor mijn nieuwe huis verscheen. Soms kunnen ze hun eigen kont nog niet vinden maar deze keer wist hij precies waar ik woonde. Ik had er echt naar uit gezien om deze keer op pad te gaan. Ik was moe, niet gewoon moe, maar doodmoe. De koop van mijn huis met de bijbehorende verbouwing had alle energie uit mijn lichaam gezogen. Ik moest nu gewoon weer opladen. En dat zou ik dan ook gaan doen.
De vlucht verliep vlekkeloos, nou ja, ongeveer drie kwartier vertraging. Het enige dat anders zou zijn tijdens mijn bezoek in Singapore was mijn hotel. Even geprobeerd een reservering te maken bij mijn vertrouwde hotel, maar helaas was er geen plaats. Misschien? Kom maar langs? Nee, met deze worden nog echoënd in mijn hoofd maakte ik een reservering in een ander hotel. Zelfde buurt, ietsje duurder. Nou dat moet dan maar. Soms moet je niet op een kwartje kijken. (Een gezegde in het oud nederlands, toen we nog guldens hadden.)
Ik was opstandig en aan een beetje verandering toe, besloot ik tijdens mijn rit in de metro van de luchthaven naar de stad. Ik zou uitstappen op het "Lavender Station" en vandaar een taxi nemen naar mijn nieuwe hotel. Mede met een oog op het feit dat ik ruim een uur later was dan afgesproken.
Na tien minuten had ik nog steeds geen taxi zodat ik met mijn totale 20 kilo maar ging lopen. Het verbaasde mij dat het "Lavender Station" zo dicht bij het hotel lag! Maar wat mij nog meer verbaasde was dat mijn nieuwe hotel waar ik nu een reservering had naast mijn oude hotel lag. Nou ja naast, op de andere hoek van de straat. Het was nooit in mij opgekomen dat dat gebouw een hotel zou kunnen zijn. Ik had er tientallen malen vanuit mijn raam naar gekeken maar nooit eraan gedacht dat het ook een hotel was. Ik was er ook niet naar op zoek geweest.
Het hotel was een lichte openbaring. 95% van de kamers heeft een raam. Een beetje, S$ 10,-, duurder maar daarvoor had ik wel een koelkast en een ietsje betere douche. Een mooie lichte kamer op de zesde verdieping. Na een verfrissende opknapbeurt en de verplichte twee anti-poep pillen ging ik om ongeveer half acht de stad in.
Even snel een Indiase maaltijd, een paar bier en dan naar bed.

donderdag 3 maart 2005

Singapore/Maleisië

Singapore/Maleisië 2005

Een jaar verder en weer op weg naar Singapore. Ik heb geen enkele verwachting meer. Drie maanden geleden was ik ook al hier. Deze keer een lang weekend met een goede vriend voor mijn visa run. Nu ik me weer in het vliegtuig bevindt op weg naar deze westerse oase in Azië voel ik me gevleid dat de hoofdpurser mij hallo zegt. Ja inderdaad, ik ben het weer.

Maleisië gaat deze keer waarschijnlijk langs de westkust omhoog. Via Melaka en misschien nog een tweede tussenstation naar Kuala Lumpur. Ik ben aan rust toe, na de laatste drie hektische maanden. Dan de formule 1 grand prix. Toch weer een hoogtepunt in dit jaar.

woensdag 23 februari 2005

Trouwen in Thailand

Pattaya, 23/02/2005

Dit zijn de belevenissen van een goede vriend van mij en zijn vriendin. Zij hadden besloten om in Thailand te trouwen. Niet gewoon op zijn Nederlands met een stadhuis en familie, nee, gewoon op een romantische plaats die ze samen zouden bepalen. Hun belevenissen brachten me terug naar de tijd dat ik zelf voor de eerste keer door Thailand trok. Hilarisch en soms serieus. Hier is hun verhaal.

23 januari

Heerlijk om in Thailand te zijn en nee wij zijn absoluut niet afgeschrikt door de drukte van Bangkok.... Super juist. We zitten nu in een hotel in de wijk pratunam. Morgen verkassen we naar een guesthouse op soi sukhumvit. We gaan zo dadelijk richting het oude centrum van Bangkok in een yukkie yukkie. Morgen moeten we naar de Nederlandse ambassade en een vertaalbureau. We hopen woensdag Bangkok achter ons te laten om naar Chiang Mai te gaan. Ik bel je vanavond wel ff. Groet, Jeroen en Romy.

1 februari

Hallo daar zijn we weer met een tweede verslagje, want daar is het echt wel weer tijd voor. Allereerst willen we iedereen bedanken voor alle leuke reacties, gelukswensen e.d. Het doet ons erg veel plezier van jullie allemaal te horen, het is zo leuk om de mailbox te openen en allerlei nieuwe berichtjes ontvangen te hebben!
Sinds de laatste mail zijn we nog wat blijven rondkijken in Ayuthaya en zijn we nog naar een ander stadje geweest waar allemaal apen rondliepen. Dat was erg grappig. We zijn echt op vakantie want we weten niet meer welke dag het is (onderhand), maar we zijn volgens ons donderdagavond met de trein naar Chiang Mai gegaan, helemaal in het Noorden. 's Avonds om 21.00 uur vertrok de trein en kwam om 9.00 uur 's morgens aan. Het was een slaaptrein en we hebben best behoorlijk kunnen slapen.
Daar aangekomen begon de gekte weer, we werden meteen overvallen door 3600 tuk-tuk drivers en gasten die ons perse in hun guesthouse wilden hebben, om gestoord van te worden, zeker als je net relaxed uit de trein komt. Dus wij de boel afgeschud en verderop een tuk-tuk driver gevonden die ons naar een guesthouse heeft gebracht (uit de Lonely Planet). Kamer voor 3 euro per nacht, het kost niks en dan heb je ook niks zeg maar. Tja, een bed van hard hout (en ook wel een matras hoor, maar niet echt de meest zachte) en een soort van badkamer waar je alles in 1 keer kan doen (snappie?). We kwamen daar aan en de eigenaresse (goede zakenvrouw) had ons binnen 2 minuten een trekking aangesmeerd van drie dagen en 3 overnachtingen in haar guesthouse.
In ieder geval hebben we lekker rond gesjokt in Chiang Mai, maar zoals zovelen ons al hadden verteld is het niet echt een superstad, heel druk (Bangkok-madurodam-syndroom) en behalve tempels, tempels en nog eens tempels (oh en veel veel toeristen en vervelende opdringerige verkopers). We zijn lekker boven naar een berg geweest om een hele mooie grote tempel te bezoeken en daardoor hebben we een heel leuk Duits stel leren kennen (die bestaan ook hoor). Leuke lui met wie we nu al een tijdje optrekken. Samen met hen gegeten 2 maal en veel gelachen (komt ook door het lekkere Thaise bier). Zij hadden ook dezelfde trekking geboekt en we zijn zondagmorgen met een groep van 12 mensen vertrokken: allemaal Duitsers en Zwitsers, dus viel Deutsch geswanscht. Erg leuke groep, maar dat Duits komt je op een gegeven moment een beetje de keel uit, maar ja. De trekking was helemaal fantastisch en de gids ook, Mr. Chang. Prachtig figuur met de mooiste verhalen en zelf verzonnen grappen. Allemaal vool toelist.
Eerste dag: met de auto naar de markt inkopen doen voor drie dagen eten (wij niet hoor, wij waren aan het luieren en wc papier kopen), daarna naar eerste stop. Na lunch een stukje gelopen naar een grote waterval voor een douche, was erg erg koud, maar voor de foto toch even eronder. Daarna verder met de auto naar het eerste dorpje, van daaruit een flink stuk gelopen, bijna alles berg op berg af, dus best pittig. Warm en met die rugtas erbij. maar we hebben niet voor niets getraind het hele jaar dus de Hollanders liepen altijd voorop. Aangekomen bij een dorp van een stam gedoucht (primitief, maar toch.....) en bedden gemaakt e.d. Enorm veel lol gehad, iedereen was nog lekker fit en erg dronken van de Thaise rum. Bij kampvuur gezeten en Thais geleerd. Vroeg naar bed, want we waren toch wel moe
Tweede dag: flink gelopen weer, na de eerste rustpauze kwamen we op en stuk, stijl omhoog (allemaal traptreetjes), ontzettend zwaar maar bikkels als we zijn weer voorop. Jeroen als Vliegende Hollander, want die ging helemaal als een speer! Daarna kwamen we bij een andere stam bij een rivier. Lekker gezwommen (koud, maar zeer welkom) en geluncht. Daarna hadden we 1.5 uur relaxtijd en op de olifanten gewacht. Daarna met 2 of 3 mensen op de olifant (op een stoeltje) en anderhalf uur gelopen langs en in de rivier, dat was supertof. Bij het derde dorp weer alles geïnstalleerd en 's avonds gegeten. We waren allemaal goed moe, maar hebben nog wel de hele avond bij het kampvuur gezeten en dat was ontzettend gezellig. Mr. Chang had allemaal raadseltjes en grapjes (zelf bedacht) en met dat Thaise Engels lig je helemaal dubbel. Heerlijk geslapen (ook al was het op een houten vloer op een heel dun matrasje). s' Morgens (en 's nachts) was het heel erg koud, maar overdag met de zon warmde het weer goed op. Vanmorgen met een bamboeraft een heel stuk gevaren (vooral de stroomversnellingen waren tof) en geluncht. We wilden allemaal douchen en terug naar het guesthouse, maar we hadden ook nog een butterfly-en Orchidfarm op het programma staan. Daar even doorheen gelopen en toen weer terug naar het guesthouse. We zijn weer lekker gedoucht, schoon en voldaan en 6 kg. wasgoed naar de wasserette gebracht. Die kunnen we morgenmiddag om 14.00 uur ophalen en dan gaan we nog wat verder naar het Noorden reizen, dicht naar de grens met Laos. We hebben nog even nagevraagd hoe het zit met trouwen, maar we kunnen dus in elk klein dorpje in elk gemeentehuis trouwen, iedereen die daar werkt is ertoe bevoegd, ook de grootste idioot zo hebben we ons laten vertellen. Chiang Mai vinden we zeker niet geschikt, dus we blijven zoeken. Spannend.....
Nou, dit was weer een erg lang verhaal dus zullen we gaan stoppen. We gaan zo nog met onze groep uit eten (we hebben zin in Europees eten voor een keer, dus dat wordt pizza en spaghetti).
We laten gauw weer wat van ons horen wanneer mogelijk.

Heel veel groetjes, J en R

3 februari

Hallo iedereen,

Nog even een " klein berichtje" (lukt toch niet) van ons omdat de oorspronkelijke trouwdatum er aan begint te komen...
We zijn vanmorgen gaan informeren bij het gemeentehuis van Chiang Rai, we werden hier en daar heen gestuurd en kwamen uiteindelijk boven ergens in een klein kantoortje waar een Engels sprekende man was. De papieren hadden we afgegeven aan degene die ons aan het helpen was, zegt die Thai: oke, let's do it. En wij in onze toeristenkleding: no no no, not now. Hadden we even niet opgelet, waren we al getrouwd geweest zonder het zelf door te hebben. In ieder geval zouden we morgen terug kunnen komen om 10.00 uur om het te doen, maar dat gemeentehuis was in een hele drukke straat, daarvoor was een drukke markt met veel verkeer en zo. We voelden ons er niet echt lekker bij, sta je daar in je trouwpak midden in de stad, proberen auto's te ontwijken. We voelden ons een beetje naar bij het idee, maar zijn toch naar de Tourist Information gegaan om een auto te huren en een mooi resort uit te zoeken voor de huwelijksnacht.
Aangezien ze hier nergens Engels spreken en je raar aankijken bij het verzoek begonnen we er echt een beetje de pest in te krijgen. Niemand denkt met je mee en kijken je zo aan van: rare Europeanen, moeten weer zonodig apart doen of zo. Nou, niet echt iets om naar uit te kijken, en na lang beraad besloten om het over een heel andere boeg te gooien. We gaan zo meteen proberen een vliegticket te boeken voor een mooi romantisch eiland wat toch aan de toeristische kant is (Ko Samui bijvoorbeeld), daar kunnen we een mooi resort nemen en voelen we ons gewoon veel beter. We willen nog wel in de buurt blijven een paar dagen want het is hier hartstikke leuk, we kijken of we maandag kunnen gaan vliegen, dan blijven we de rest van de tijd in het Zuiden, misschien een paar verschillende eilanden aan doen.
We zitten nu in een super mooi hotel (Teak Wood House), zoals de naam doet vermoeden is het helemaal van Teakhout, alles is bewerkt hout, van dat handwerk. We hebben een mooie kamer met alles er op en eraan en het is er superrustig. We hebben het voor een prijs van 12 euro per nacht kunnen regelen, dus niet echt duur.
Peter en Hillie, we proberen jullie al de hele tijd uit bed te bellen, maar krijgen geen gehoor. Neem nou es een keer op (haha).
Nou, dat was het weer voor nu.

Groetjes uit zonnig Chiang Rai

9 februari

Hallo iedereen,

We hebben niet veel tijd dus houden het even kort.
Over 10 minuten (13.00 uur plaatselijke tijd) gaan we naar een amphur office (= gemeentehuis) op Ko Pangan, daar gaan we "officieel" trouwen, dus wettelijk met de papieren en zo. Dat zal gewoon op een kantoortje zijn. Vrijdag wordt de ceremoniële bruiloft op ons strandje (bottle beach, een heel mooi stukje paradijs dat alleen per boot bereikbaar is). Er komt een ceremonie aan de branding (als het goed is), mooie bungalow aan de zee en een goed diner. We gaan ook nog snorkelen en Thaise massage. We hebben het dus goed voor elkaar.
Op het moment giet het van de regen, het ziet er niet uit. Maar ja, we houden de moed erin.
Op ons strandje is er alleen s' avonds stroom en internet mogelijkheden zijn er niet (voor zover we weten).
We genieten ons helemaal rot hier, we hebben ieder een hangmatje op ons terrasje bij ons huisje pal aan de zee. Het zand is ragfijn en spierwit en de zee zo blauw als maar kan, veel palmbomen. Het kan gewoon niet mooier. Het strand is vrij klein, heel rustig en allemaal bungalowtjes aan de zee. Het eten is zoals altijd helemaal fantastisch. We gaan proberen zo lang mogelijk te blijven. Lekker niks doen de hele dag, beetje lezen, rondkijken, schelpjes verzamelen en stukjes koraal om de bungalow mee te versieren, beetje spelen met de plaatselijke hondjes (Milo, Noname en Baguette).
Dus over een paar minuten zijn we OFFICIEEL GETROUWD!!!! WE kijken er erg naar uit.
We zullen proberen over een paar dagen weer te internetten, dan laten we weten hoe het vrijdag is verlopen!
Veel liefs, The lovebirds

12 februari

Hallo allemaal,

We zijn weer even van ons droomstrandje af om onze e-mail te checken (en we hadden enorm veel te lezen, dus dat was heel erg leuk)..... en ook om nog een verslagje sturen om onze trouwervaringen te mailen.
Woensdag zijn we dus naar de amphur geweest en zijn we officieel getrouwd. Was erg leuk. De mensen die er werkten droegen allemaal een felgekleurd Hawaï shirt, dat was al een leuk begin. De man die ons ging trouwen was wel wat zenuwachtig, hij vond het in ieder geval prachtig!! Zijn Engels was niet geweldig, maar hij kon ons in ieder geval wel duidelijk maken hoe blij hij was dat we hier op Ko Pha-nang gingen trouwen, hij glom er helemaal van. Het was dus in een kantoor en hij moest inloggen op de computer (op een netwerk), opeens wordt hij eruit gegooid! Hij balen (en wij ook), of we de volgende dag terug konden komen. Dat wilden we natuurlijk niet en hij heeft opnieuw opgestart. Toen ging het beter. Pffff.... was even spannend! Toen heeft hij alle gegevens ingevoerd, ondertussen vertellend hoe blij hij was en zo. De " baas" van het gemeentehuis (zo werd hij genoemd) kwam er ook bij (ook in Hawaï shirt) en begon meteen zijn ressort aan te prijzen. Onze trouwman ook maar meteen reclame maken voor zijn Kodak-shop. Dat was wel lachen. Hij kon in ieder geval goede foto's maken. we hebben ook getekend met een knalroze Kodakpen!! We hebben uiteindelijk een heel mooi document gekregen (het officiële document) met allemaal bloemen er op en zo, supertof! En toen was het zover, man en vrouw! Was erg erg leuk en in ieder geval onvergetelijk.
Terug op ons strandje werden we al enthousiast onthaald door het personeel, die vonden het ook helemaal geweldig! We wilden het vrijdag vieren en ze zouden het e.e.a. voor ons regelen. Vrijdag morgen zijn we eerst gaan snorkelen met een groepje, maar dat was drie keer niks. Jeroen wel de hele tijd met z'n hoofd onder water (er waren wel veel visjes, maar allemaal dezelfde en je kon amper een meter vooruit kijken) en Romy helemaal claustrofobisch van die snorkel en bang van al die visjes, dus die heeft wat rondgezwommen met angstzweet en toen gauw weer terug op de boot. Toen we terug kwamen stond de masseuse te wachten, Romy full-body olie massage (hmmmmmmmmm) en Jeroen de Bikkel traditionele Thaise massage, hij is echt op alle mogelijke manieren uit elkaar getrokken. Maar wel lekker blijkbaar.
Daarna gauw wat gegeten (want we hadden enorme honger om 16.00 uur). Ondertussen was het personeel van alles aan het bekokstoven en Jeroen zat in het complot. Aangekomen bij de bungalow hadden ze de kamer helemaal schoon gemaakt (voor het eerst sinds maandag weer een zandloos bed, joepie), het hele bed vol met rozenblaadjes, een bos rozen, een tafeltje met een koeler met een fles champagne, een kaarsje en een briefje van het personeel; happy married, long love life. Leuk hé? We hebben lekker champagne gedronken (we zagen er zo decadent uit, we hadden het tafeltje buiten gezet met kaarsje erbij), en de ringen uitgewisseld. Iedereen die voorbij liep moest er wel wat van zeggen. Romy had ook op het terrasje met de schelpjes "just married" geschreven en met onze trouwkleding zagen we er wel heel romantisch uit.
Daarna lekker gegeten in het restaurant (allemaal buiten), we wilden onopgemerkt blijven eigenlijk, maar we hadden niet door dat er blacklight hing, en we gingen ermiddenin zitten, dus we gaven helemaal licht. Goeie zet!!
We zijn nu dus al een paar dagen man en vrouw en zijn helmaal happy. We blijven tot maandagochtend op het strandje en gaan dan richting Bangkok. Daar moeten we alles weer laten vertalen, naar de ambassade en het ministerie van buitenlandse zaken (en dat ook weer in Den Haag). Dan is het in Nederland ook geldig.
Nou, dat was het dan weer. We gaan nog even shoppen hier en dan gauw weer teug naar het hangmatje. Iedereen bedankt voor alle leuke reacties!!

Veel liefs,

Jeroen en Romy Fransen (nu echt!!!).

15 februari

Hoi Jiel,

Wij vliegen vrijdagochtend om 3.30 uur terug naar Nederland. We zitten op dit moment in Bangkok. We blijven in een hotelletje op soi sukhomvit 4 (white orchid). Morgen willen we naar de dierentuin. Op dit moment laten we ons trouwdocument vertalen en legaliseren bij het ministerie van BZ. Deze krijgen we morgen terug en dan hebben onze taak in Bangkok volbracht. Helaas hebben wij niet de kans gezien om naar Pattaya te komen omdat we eigenlijk vanaf het begin af aan naar Ko Phanang wilden. 4 weken is echt te kort om te lang rond te reizen. Het was heerlijk op Bottle Beach omdat we niks konden doen daar (geen wegen naar het strand!). Volgend jaar of het jaar erop vliegen we dan ook direct op Samui of Surat thani zodat we Bangkok kunnen vermijden. We checken ons e-mail vanavond nog ff......

Groet, Jeroen en Romy

maandag 6 december 2004

Singapore: Een heel vochtig weekend in Singapore

Kunst bij Raffles City

Singapore (Onbekend hotel aan Kitchener Road), maandag 6 december 2004

Het waren enkele mooie dagen met Simon in Singapore maar het waren geen spectaculaire dagen sinds we daar donderdag zijn aangekomen. Singapore loopt niet over van de wereldwonderen maar haar cultuur is zeker voor Zuidoost-Azië bijzonder. De president van Singapore, Lee Kwan Yew, is de architect en dirigent van de kleine stadstaat sinds de onafhankelijkheid van Maleisië in 1965.

Onder het bewind van Lee Kuan Yew groeide Singapore van een arm derdewereldland uit tot een van de meest welvarende landen ter wereld. Lee introduceerde de vrije markteconomie, maar zorgde er wel voor dat de Singaporese regering de economie goed kon controleren.
In 1966 won Lees PAP alle parlementszetels en werd de oppositie (de Socialistische Partij) monddood gemaakt. Bij alle daaropvolgende verkiezingen bleef de PAP de grootste partij in het parlement. Linkse leden binnen de PAP werden uit de partij gezet en vervangen door aanhangers van Kuan Yew. Pas in 1984 lukte het de oppositie om weer zetels in het parlement te veroveren.
Lee, een overtuigd anticommunist, liet vanaf de jaren zeventig iedereen met linkse sympathieën gevangenzetten en door zijn krachtig, soms dictatoriaal optreden, liet hij duidelijk zien dat hij de touwtjes in handen had.


Simon en ik zwerven overdag door de schone veilige straten van Singapore. Helaas worden de meeste maaltijden uit de verschillende keukens die Singapore ons aanbied niet ècht door Simon op prijs gesteld. Dat valt me eerlijk gezegd toch wel wat van hem tegen. Ik ging er helemaal van uit dat Simon de verschillende keukens van Singapore op prijs zou stellen. De absolute uitersten van de Chinese, Indiase en Maleisische keukens maken het voor mij een culinair paradijs. Het bier drinken in een van de vele overdekte en geairconditioneerde foodcourts kan zijn goedkeuring ook moeilijk wegdragen terwijl ik me daar als een vis in het water voel.
Ik ben bang dat ik weet wat hij mist! Zijn gemis is voor mij geen probleem maar we zijn nu eenmaal niet in Thailand. De omgang met vrouwen in de ontwikkelde landen in Zuidoost-Azië is nu eenmaal heel anders.
Ik kan voor de vrijdagavond niets anders bedenken dan een paar biertjes in de “Penny Black”, genoemd naar een belangrijke Britse postzegel, en “Harry’s”, een Jazz bar die niet voor iedereen een leuke plaats is om wat te drinken. De vrijdagavond is een avond dat veel expats na hun werk wat gaan drinken en dat leid meestal tot bijzondere ontmoetingen. Ik ga wel zien wat Simon ervan denkt.
Even de was drogen Op weg naar “Boat Quay” passeren we langs “Hill Street” een tafereel van een typisch Chinees gebruik. De eigenaar van deze fietstaxi heeft zijn shirts gewassen en deze hangen te drogen op de achterkant van de zijspan die aan zijn fiets is bevestigd. De zijspan combinatie staat onder een brede luifel geparkeerd zodat die droog blijft mocht het gaan regenen.
Sexy bediening in de Penny BlackSimon en Jielus in de Penny Black De serveersters in de “Penny Black” zijn natuurlijk van een andere kwaliteit, mentaliteit, en uit een heel andere wereld dan in Bangkok. Het duurt niet lang totdat Simon begrijpt dat niet iedere vrouw in deze bar te koop is. In de moderne materialistische wereld van Singapore gelden er andere regels dan alleen financiële. Gelukkig accepteert Simon dat zonder enig probleem en begrijpt hij ook zelf dat dit een heel andere wereld is. Jammer genoeg sluit hij zijn ogen weer wanneer deze mooie foto van ons tweeën door een van de twee sexy serveersters wordt genomen.
Na een geslaagde en gezellige vrijdagavond vraagt Simon om een taxi terug naar ons hotel. Gelukkig heb ik niet veel overredingskracht nodig om hem uit te leggen dat de bussen in Singapore ’s nachts net zo goed, net zo snel, maar veel goedkoper als de taxi’s zijn in Singapore. Het was een leuke vrijdagavond samen en ik heb me goed vermaakt. Een laatste grote Tiger Beer met enkele Chinezen in het koffiehuis onder het hotel en dan naar bed. Simon slaat mijn aanbod af en gaat meteen naar bed.

Op de zaterdagochtend wil mijn reismaatje op zoek naar een ontbijt dat hij herkend. Dat is een nieuw probleem voor mij want een èchte reiziger eet wat hij te pakken kan krijgen. Beter een slecht ontbijt dan geen ontbijt! Kieskeurigheid is onbekend onder de èchte rugzakartiesten! Zodra ik het Indiase ontbijtbuffet om de hoek opper haalt Simon met een vies gezicht zijn neus op.
‘Wat denk je van een broodje gebakken ei met een plat worstje van de gouden bogen?’
Ook nu rollen Simons ogen in hun kassen. Het is me duidelijk wat er aan de hand is. Simon heeft een kater en moet langzaam herstellen anders haalt hij het einde van het weekend niet. We gaan uiteindelijk naar een 7-11 om de hoek waar ik enkele sandwiches met een twijfelachtig op een worst lijkend beleg voor ons koop. De twee bekertjes koffie uit een automaat maken dit on-Singaporese ontbijt compleet. Met enig medelijden kijk ik hoe Simon zich door de sneetjes brood worstelt.
Ik weet dat we een heel lange dag voor ons hebben want Simon heeft eigenlijk nergens zin in en hij heeft maar een ding in zijn gedachten: HERSTELLEN VOOR VANAVOND!
Het duurt niet lang totdat we afscheid van elkaar nemen en Simon zijn bed opzoekt. Een afspraak voor een gezamenlijke lunch is ook niet aan de orde van de dag dus laat ik hem achter in het hotel en ik ga mijn eigen ding doen. Afwachten of Simon hersteld is het enige dat mij rest.
Een dag alleen in Singapore is voor mij geen straf! Ik bezoek bekende plaatsen, groet oude vrienden en eet gerechten in restaurants waar ik ondertussen kind aan huis lijk. Het zweet stroomt uit mijn poriën in de vochtige warme lucht onder een tropische zon.
Bij terugkomst in het hotel klop ik op de deur van Simon’s kamer en na enkele momenten staat mijn vriend in de deuropening. Hij ziet er een stuk beter uit dan toen ik vanochtend afscheid van hem nam. Er verschijnt zelfs een voorzichtige glimlach op zijn gezicht!
‘Effe douchen en dan gaan we eten en bier drinken!’, vertel ik hem.
Hij haalt zijn wenkbrauwen op en sluit de deur. Ik weet nog steeds niet goed wat ik nog met hem aanmoet. Was het wel een goed idee om hem mee naar Singapore te nemen? Met enige voorbedachte rade neem ik meer tijd dan ik nodig heb om te douchen en neem zelfs wat tijd om te rusten. De wifi van het “Tai Hoe Hotel” aan de overkant van de straat werkt nog steeds met het wachtwoord dat ik heb van mijn vorig bezoek!
Simon is al klaar wanneer ik op de deur klop en samen lopen we de trap af terwijl er meisjes met klanten de trappen op komen. Er wordt naar elkaar gelonkt.
We gaan niet ver voor de avondmaaltijd. Het koffiehuis onder het hotel is voldoende voor mij en de zwoele avondlucht lijkt Simon nog meer op te klaren. Na een paar flessen bier en een eenvoudige “Mee Goreng” lijkt Simon enigszins hersteld. We gaan naar “Boat Quay”, een van de uitgaanscentra van Singapore.
Voetbal kijken in de Penny Black De zaterdagavond staat in de “Penny Black” altijd in het teken van het Engelse voetbal. De fans van Liverpool, uitgedost in voetbalshirts en zwaaiend met vlaggen, hebben de bar overgenomen voor de uitwedstrijd tegen Aston Villa. Het is voor mij een leuke gezellige avond maar ik weet maar al te goed waar Simon naar uitkijkt.

Na drie gezellige avonden in Singapore kom ik er niet meer onderuit. Simon wil graag naar de “Orchard Towers”. Een kantoorgebouw aan Orchard Road met op de eerste verdieping, de begane grond, winkels en op de tweede tot en met de vijfde verdieping een uitgaansgebied voor mannen. De bars op die verdiepingen worden bevolkt door vrouwelijke freelancers die hun diensten voor een snelle middag of een hele nacht openlijk aanbieden. Het uitgaanscentrum heeft de beruchte bijnaam gekregen: “Four Floors of Whores”.
Dat er iets bijzonders gebeurt in de enorme grijze betonnen toren is meteen duidelijk zodra we voor de lift staan te wachten. Enkele Chinese zwaargewichten monsteren de mannen die met de lift omhoog willen. Ik knik uit respect naar een goedgeklede afgetrainde Chinees. Hij knikt terug met een vriendelijke glimlach op zijn gezicht. Het ijs lijkt gebroken, niet veel later stappen Simon en ik met een handvol andere mannen in de lift. Officieel is er geen prostitutie in Singapore maar het oudste beroep op aarde is niet uit roeien door de politiek die er zelf hoogstwaarschijnlijk ook graag gebruik van maakt!
Wij zijn op onbekend terrein maar Simon lijkt in zijn element. Wat houden die vier verdiepingen nu precies in? We hoeven niet lang te wachten voordat een praatzieke dronken Engelsman ons komt vertellen wat hier om ons heen allemaal gebeurd en wat ons te wachten staat. Op elke verdieping zijn er meisjes uit verschillende landen in Zuidoost-Azië. Er is een Chinese, een Indonesische, een Thaise en een Filipijnse verdieping. Alle smaken voor de mannelijke gasten lijken vertegenwoordigd. Tot mijn grote verbazing wil Simon eerst naar de Thaise verdieping!
Zodra de deuren van de lift zich op de Thaise verdieping openen ben ik enigszins verbaasd. Ik weet niet wat ik eigenlijk verwachtte maar de ruimte voor ons ligt ergens tussen een gang en een hal. Opnieuw staan er goed geklede en afgetrainde Chinezen het mannelijke publiek de observeren. Dit is zeker niet de juiste plaats om je te misdragen!
Mijn oog valt meteen op een lichtreclame met de naam “Bonanza Bar”. Ik weet dat de Thai gek zijn op “Country & Western” en dat ze zelfs hun eigen Thaise “Country & Western” muziek hebben ontwikkeld. Mijn gedachten dwalen voor een moment af naar een bar in Kanchanaburi waar ik graag een biertje dronk met de oude Thaise hertjes terwijl er Thaise Country &Western muziek op de achtergrond speelde. Tegelijkertijd leid ik Simon, zonder dat hij het zelf doorheeft, naar de opvallende klapdeuren zoals ik me die herinner van de Saloons in de oude Westers series en films.
Eenmaal in de Bonanza Bar zijn we omringt door de vrouwelijke Thaise jeugd, Thaise belegenheid en de bekende valse Thaise glimlach. Het voelt een beetje als “Pat Pong” in Bangkok maar het is toch heel anders. Ik kijk voorzichtig om me heen en voel me van alle kanten bekeken. Zo recht als mogelijk lopen we richting de bar en daar krijgt Simon de schok van zijn leven.
Simon besteld zonder enige schroom twee flesjes Heineken bier en de schaars geklede dame achter de bar vraagt Simon met een brede glimlach om veertig Singapore Dollar. Simon kijkt haar aan, kijkt mij aan, kijkt haar weer aan en schud zijn hoofd. Dat is bijna negen euro voor een klein flesje Heineken!
We zoeken een plaatsje aan een van de kleine muurtafeltjes en met mijn rug tegen de muur voel ik me een stuk meer op mijn gemak in deze onbekende bar. Gevaar komt vaak in de rug. Simon is stil als een kerkmuis en observeert alles om ons heen. Zijn gedachten laten zich raden maar ik denk niet dat ik het precies weet waar hij aan denkt. De vrouwen zijn allemaal Thai om ons heen, daar is absoluut geen twijfel over. Ik breek de stilte open een begin een gesprek met Simon. De avond in stilte doorbrengen is niet mijn ding.
‘Weet je Simon? Weet je wat bijzonder zou zijn?’, hij kijkt me aan met glazige ogen zonder een sprankje licht alsof er niemand thuis is.
‘Wat?’
‘Wanneer er nu iemand hier binnen zou lopen die een van ons twee, of allebei, herkend uit Pattaya.’
Hij kijkt me opnieuw aan met een blik in zijn ogen die ik niet kan thuisbrengen. Wanneer mijn woorden door zijn hersenen zijn verwerkt begint hij te glimlachen.
Nog voordat hij een woord kan uitbrengen hoor ik vanuit de verte een scherpe stem mijn scheldnaam uit Pattaya roepen: ‘Johnnie!’
Simon en ik kijken tegelijk verbaasd in de richting waar de kreet vandaan komt. Onze ogen gaan nog verder open wanneer wij een ladyboy herkennen uit een bar niet ver van “Luck Bar 1” in Pattaya. Hij zwaait verlegen in onze richting en geeft een knipoog dat we zijn ware identiteit niet bekend mogen maken.
Ik wenk hem over en kan mijn ogen niet geloven. We zijn in Singapore en ontmoeten een “kathoey” die we kennen uit Pattaya. Ik omhels hem en knuffel hem uitbundig. Daarna loop ik naar de bar voor drie biertjes. Ik moet voorkomen dat ik misschien een prijzige ladydrink, het verdienmodel van een meisjesbar, voor hem moet kopen. Simon blijft vertwijfeld achter met onze getransformeerde vriend aan de tafel. Wanneer ik terug kom zitten Simon en de ladyboy in het niets te staren. We toasten op een mooie avond en een weerzien in Pattaya. Er broeit iets in Simon en zodra ik mijn laatste slok naar binnen heb gewerkt komt de aap uit de mouw.
Simon wil graag naar een andere verdieping van de “Orchard Towers”. In de lift voel ik me in de “TARDIS” of in een lift aan boord van de “USS Enterprise” uit de serie “Star Trek”. De Chinese verdieping is zeker niet ons ding! Wij worden nog meer bekeken dan de vrouwen. We verplaatsen ons naar de Indonesische verdieping en ook daar zijn de dames zeer belegen en lijken de mannelijke gasten zelfs van een andere planeet.
Meisjes in Orchard TowersMeisjes in Orchard Towers Simon kiest een bar uit op zijn gevoel en zodra we binnen zijn beginnen de meisjes uit de Filipijnen ons te omsingelen als gieren om een karkas. Het sfeer is hier heel anders want de inwoners van de Filipijnen zijn over het algemeen niet Aziatisch maar Polynesisch.
Alle legendes dat ze er anders uitzien dan een Aziaat is veroorzaakt door de Spaanse bezetters is natuurlijk een lachertje. Dat de ruim honderd miljoen inwoners van de Filipijnen bijna allemaal afstammen van enkele duizenden Spaanse matrozen, handelaren en ambtenaren is niet aannemelijk.
Simon heeft zijn keuze snel gemaakt en hij zit op hete kolen. Haar vriendin is aandoenlijk maar ik ga liever nog wat drinken in een van de ontelbare koffiehuizen die er in Singapore zijn. We nemen op het trottoir voor de “Orchard Towers” afscheid van elkaar en ik kijk hoe de taxi met Simon en zijn verovering in het straatbeeld oplost. Mijn avond eindigt een stuk rustiger dan die van mijn vriend Simon.

Het ontbijt van “Chole masala”, kikkererwten in een tomaten kerrie, twee gebakken eieren en een paar sneden geroosterd brood voor 4,95 SGD (€ 3,10), met onbeperkt vers gezette koffie, op deze maandagochtend smaakt mij uitstekend. Terwijl ik door de “Straight Times” blader vraag ik me af hoe Simon door de late avond en de afgelopen nacht is gekomen.
De Filipijnse vriendin van Simon heeft zichtbaar minder geleden de afgelopen nacht dan Simon. Ze lacht me vriendelijk en dankbaar toe. Ze is al gedoucht en aangekleed terwijl Simon nog grauw als een dweil met een handdoek om zijn middel geknoopt door de hotelkamer rondloopt. Simon stopt haar een pakketje bankbiljetten toe en neemt zonder enige emotie afscheid. Het is tenslotte niets meer dan een zakelijke transactie geweest.
‘Ik haal je over een half uur op voor het ontbijt, is dat goed?’, Simon kijkt verbaasd om zich heen terwijl ik de kamerdeur achter mij in het slot trek.
Ik voel meteen dat er vandaag weinig van wandelen komt dus gaan we met de ondergrondse trein naar “Boat Quay”. Er mag absoluut niet worden gegeten in de MRT-stations in Singapore, daar staan ook serieuze straffen op, dus wacht ik rustig in de schaduw tot Simon zich door de twee witte boterhammen met een klein flesje sinaasappelsap heeft geworsteld. Met lange tanden probeert mijn vriend een sandwich als ontbijt naar binnen te werken. We zijn weer bij de 7-11 geweest waar ik een flesje 100 Plus heb gekocht om mijn elektrolyten weer aan te vullen. Bier drinken en veel zweten is in de tropen een aanslag op je mineralen huishouding in je lichaam.
De warme vochtige deken die over Singapore ligt lijkt Simon langzaam te wurgen en knijpt al het vocht uit zijn lichaam. De helft van het broodje verdwijnt uiteindelijk in een vuilnisbak en ik kijk met medelijden naar mijn reisgenoot.
Anderson BridgeSimon met de Merlion Laat Simon nu niet de man zijn die gek is op iconische bezienswaardigheden. Ik loods hem langs enkele bekende plaatsen aan de Singapore rivier en de foto met de “Merlion” mag natuurlijk niet in het vakantiealbum ontbreken.
Kunst bij Raffles CityWat drinken bij StarBucks Een stevige beker koffie met een Muffin met blauwe bessen gaat er bij mij altijd in. Simon worstelt met zijn lichaam en zijn gevoelens. In de koelte in de “The Coffee Bean & Tea Leaf“ van het “Raffles City Shopping Centre” trekt Simon een beetje bij. Ik weet dat deze laatste dag in Singapore voor een uur in de middag al ten einde is. En zo zij het!
We gaan terug richting het hotel omdat de koelte van de airconditioning blijft lonken. De stilte tussen ons voelt vreemd aan. Zelf ga ik nog even rondkijken in Mustafa en rond vier uur wordt het tijd voor mij om de laatste sessie te beginnen in het koffiehuis onder het hotel.
We eten samen gelukkig nog wel een eenvoudige avondmaaltijd maar mijn maatje gaat al weer snel naar boven. Morgen vliegen we rond de middag terug naar Bangkok waar ons gewone leven in Pattaya weer wacht. Ik drink nog een laatste grote “Tiger Beer”en tel mijn zegeningen, het was een heel vochtig weekend in Singapore.

donderdag 2 december 2004

Singapore: Met een vriend op stap in Singapore

Anderson Bridge

Singapore (Onbekend hotel aan Kitchener Road), donderdag 2 december 2004

Ik ben een vreemde eend in de bijt in Pattaya. Ik ben bijna altijd de benjamin van het bierdrinkende gezelschap aan het einde van de middag. Het overgrote gedeelte van de expats is al met pensioen en verlaat de stad alleen voor een verplicht familiebezoek van zijn vrouw, of vriendin, in de jungle. Ook wordt Pattaya steevast ontvlucht voor het, na een paar jaar zeer vervelende, water gooien van het “Songkran”, het Thaise nieuwjaar.
Sinds ik voor enkele maanden per jaar in Thailand ben neergestreken onderbreek ik mijn bezoeken aan Thailand, en met name Pattaya, met reizen naar landen in de omgeving zodat ik meteen een nieuw visum in mijn paspoort kan laten stempelen.
Maleisië en Singapore behoren absoluut tot mijn favorieten landen omdat de vluchten met Air Asia naar Singapore en Kuala Lumpur goedkoop zijn. De hotels en het eten zijn niet al te duur, hoewel in Singapore de hotels duurder zijn dan in Maleisië, maar een combinatie van deze twee landen maakt het goed betaalbaar. Singapore en Maleisië behoorden in een verleden tot dezelfde staat. Het verschil in de bevolking is een verschil in dag en nacht.

Singapore werd op 9 augustus 1965 onafhankelijk toen het zich afscheidde van Maleisië. Daarvoor was Singapore een Britse kroonkolonie met zelfbestuur sinds 1959, en werd het op 16 september 1963 een deel van Maleisië. De scheiding was het resultaat van politieke en economische conflicten tussen de regeringen van Singapore en Maleisië.

De Chinese meerderheid van de bevolking in Singapore geeft de stadstaat een heel andere keuken en een heel andere smaak dan de rest van het Maleisische schiereiland. Daartegenover staat dat het Islamitische Maleisië, met naast de Chinese bevolking ook een stevige Hindoestaanse bevolking, die de keuken heel bijzonder en misschien wel een van de beste van Zuid-oost Azië maakt. Geurige zoete kerrie afgewisseld met pittige vlees- en visgerechten
Wanneer mijn vriend Simon, na weken van zeuren, eindelijk zijn vrouw heeft kunnen overtuigen dat het om een onschuldig weekend met zijn vriend naar Singapore gaat kan ik eindelijk voor ons gaan boeken. Simon is een goede vriend en we drinken graag samen een biertje de bar/restaurant bij Piet en Malee in Soi Honey Inn. Wanneer we aan de bar vertellen dat we samen naar Singapore gaan vallen er veel monden open.
De rit in de taxi naar de luchthaven “Don Muang” in Bangkok doet mij denken aan een schoolreisje. Simon is erg opgewonden dat hij eindelijk zonder zijn vrouw op reis gaat en wat nieuws gaat zien. Laten we eerlijk zijn, Simon neemt zijn huwelijkse eed niet zo serieus en hij houd wel van een pleziertje. Ik heb duidelijke ideeën wat zijn plannen en voorkeuren zijn tijdens ons verblijf in Singapore.
“Tony Fernandes” van Air Asia heeft weer een nieuwe zending vliegtuigen van het type Airbus A320 ontvangen uit Europa! Het vliegtuig ruikt als een nieuwe auto en veel mannen raken opgewonden van die geur. Persoonlijk heb ik meer oog voor de strakke kontjes in de rode korte rokjes van de stewardessen in het uniform van AirAsia.
Na aankomst op de “Singapore Changi Airport” gaan bij Simon de ogen wagenwijd open en hij beseft voor het eerst dat er meer is in Zuidoost-Azië dan Bangkok en Thailand. Na de immigratiedienst komt voor hem de volgende schok, we gaan niet met de taxi naar de stad maar we nemen de ondergrondse die gedeeltelijk, wegens de hoge kosten, ook boven de grond rijd. Het is een cultuurschok voor mijn vriend die zijn ogen uitkijkt in de nieuwe onbekende wereld om hem heen.
Na een rit op de Groene, Blauwe en Paarse MRT-lijn komen we weer boven het maaiveld van het MRT-station “Farrer Park”. We zijn een aardig stukje verwijderd van het centrum maar hier zijn de hotels (nog) enigszins betaalbaar! Het is zaterdagavond en het hotel waar ik meestal verblijf blijkt onverwacht te zijn volgeboekt. Dat heb ik nog nooit meegemaakt in het weekend. Er zal dit weekend wel wat te doen zijn in de stad wat veel toeristen aantrekt.
Ik tel mijn zegeningen op de vingers van mijn hand en stel voor om eerst maar wat te gaan drinken. Op het terras van het kleine theehuis/foodcourt tegenover het “Tai Hoe Hotel” bestel ik, zonder het aan Simon te vragen, twee grote “Tiger Beer”. Mijn hersenen draaien op topsnelheid want waar vinden we op dit tijdstip in het weekend nog een betaalbaar hotelbed in de buurt?
Bij het serveren van het ijskoude bier spreek ik meteen de vermoeid ogende Chinees aan: ‘Het Tai Hoe Hotel is vol! Is er nog wat anders in de buurt om te slapen?’
De Chinees kijkt mij met een oog aan alsof hij mij herkend van een vorig bezoek en zonder een woord te zeggen wijst hij omhoog naar de verlichte zwaar bewolkte avondlucht. Ik kijk hem verbaasd aan en hij wijst naar een verlicht uithangbord met rode Chinese tekens. Een brede glimlach verschijnt op zijn pokdalige gezicht.
Ik laat mijn bagage achter bij Simon op het terras om polshoogte te gaan nemen in het Chinese hotel dat onzichtbaar is voor toeristen die niet de Chinese tekens machtig zijn. Een smalle trap leidt naar de tweede verdieping, in Singapore bestaat er geen begane grond, van het vierkante betonnen gebouw waar een fattige Chinees met een vette snack in zijn hand in een hokje in een zacht pornoblaadje zit te kijken.
De tekst van het magazine lijkt mij op het eerste oog Japans en ik vraag me af of hij het werkelijk begrijpt of alleen plaatjes kijkt. Naakte vrouwen worden nu eenmaal door een èchte man in elke taal begrepen! Het duurt even voordat hij zich realiseert dat er iemand voor de balie staat.
Hij kijkt verschrikt, en betrapt, op van zijn opwindende magazine terwijl enkele druppels vet uit zijn snack op zijn mouwloze onderhemd vallen dat ooit wit moet zijn geweest. Ik wacht dat hij het initiatief neemt want ik ben de klant en hij de verkoper.
Zodra hij al zijn moed bij elkaar heeft geschraapt vraagt hij mij in gebrekkig Engels wat ik graag wil horen: ‘You want room?’
Ik spreek langzaam en zonder enige emotie in mijn stem: ‘De man beneden in de foodcourt vertelde mij dat wij hier kamers kunnen huren voor enkele nachten?’
Hij haalt een smoezelig velletje papier onder de balie vandaag waar de prijzen voor het huren van een kamer in het hotel op staan. Ik knipper met mijn ogen en ben eerlijk gezegd een beetje verbaasd. Op de prijslijst staan de prijzen per uur, voor drie uur en per zes uur! Ik sta voor een hels dilemma. Ik reken snel de prijs voor vier keer zes uur uit en dat gaan we zeker niet betalen voor een overnachting!
‘Hoeveel per nacht voor twee kamers en drie nachten?’, vraag ik met een zachte stem.
‘In totaal dus zes nachten voor twee kamers en een persoon per kamer!’, vervolg ik automatisch terwijl de man verschrikt onder de balie naar zijn rekenmachine zoekt.
Zijn dikke worstenvingers glijden over de toetsen van de rekenmachine en voldaan laat hij mij het lcd-schermpje van de rekenmachine zien. Hij denkt dat hij de hoofdprijs in de loterij heeft gewonnen want er staat 600 op het scherm. Zonder een woord te zeggen schud ik nee, kijk hem recht in zijn varkensogen, en wacht op een tweede aanbod.
Voordat het tweede aanbod komt moet ik eerst een dikke Indiër met een schaars geklede en slecht opgemaakte oude dame laten passeren. Ik stap achteruit want het koppel lijkt haast te hebben. De Indiër overhandigd de dikke Chinees drie briefjes van tien Singapore dollar. Een sleutel verwisseld van hand en de Chinees maakt een aantekening op een vel papier dat meteen verraad dat er nog niet veel klandizie is op deze, nog jonge, zaterdagavond.
De Chinees lijkt druk met bijzaken dus neem ik de rekenmachine van hem over en typ 300 op het scherm. Hij kijkt, denkt diep na, en neemt de rekenmachine van mij over en typt 450 op het scherm. Voldaan glimlacht hij naar mij wanneer hij de rekenmachine weer over de balie naar mij schuift. Het is tenslotte een Chinees, dus een geboren handelaar.
Na vijf jaar in Zuidoost-Azië ken ik het spel, en de spelregels, van bieden en laten. Wachten brengt onzekerheid in het hoofd van mijn tegenstander en ik beweeg mijn hand een paar keer boven de toetsen terwijl de Chinees ongeduldig zit te wachten op mijn tegenbod. Zijn ogen volgen mijn wijsvinger. Eerst een drie, in mijn ooghoek zie ik het gezicht van de Chinees betrekken, dan een zes, er verschijnt een voorzichtige glimlach op zijn gezicht, en dan een nul. 360 Singapore dollar voor zes nachten.
Met enige twijfel knikt hij zijn goedkeuring naar mij toe en houd hij zijn gestrekte vette hand voor mij op zodat ik het verschuldigde bedrag meteen op zijn hand kan leggen. Met een vloeiende handbeweging demonstreer ik dat ik een slot opendraai terwijl ik met met andere hand naar het plafond wijs. Met een brede glimlach van de zoete overwinning op zijn mond overhandigd hij mij twee sleutels met een opeenvolgend nummer. Simon en ik hebben in ieder geval twee kamers naast elkaar! Op weg naar de vijfde verdieping passeer ik nog twee mannen vergezeld door een vrouw die haar werk naar tevredenheid heeft verricht, tenminste, de mannen glimlachen tevreden terwijl ze mij passeren.
De kamers zijn niet zo goed als in het “Tai Hoe Hotel” maar ze voldoen aan mijn wensen voor dit noodgeval. Dikke gordijnen houden het licht en het geluid buiten. De badkamer is schoon en de bedden zijn strak opgemaakt met dikke witte schone katoenen lakens.
Tevreden daal ik de trap weer af naar de tweede verdieping. De Chinees zit vol verwachting met een brede glimlach op mij te wachten. Ik tel zeven briefjes van vijftig en een van tien Singapore dollar voor hem af op de balie. Het contante geld verdwijnt in een laatje, het papier ontvangt geen aantekening, maar de zaken zijn gedaan. Ik schud zijn hand en zonder een kwitantie, maar met de twee hotelkamer sleutels in mijn zak, daal ik de smalle trap weer af naar het terras waar Simon vol verwachting op mij zit te wachten.
Ik geef Simon een korte samenvatting van wat er zich boven zijn hoofd op de tweede verdieping heeft afgespeeld terwijl ik de ober met twee vingers in de lucht het signaal geef dat we graag nog twee grote flessen ijskoud “Tiger Beer” willen bestellen. Simon heeft zijn fles al leeg terwijl die van mij nog voor twee derde is gevuld.
Nog voordat de tweede fles bier is geserveerd zit ik al op een derde van de inhoud, van de ondertussen lauwe fles bier. Ik heb geen enkele twijfel dat we samen op hetzelfde moment de tweede fles leeg hebben om naar boven, naar onze hotelkamer voor dit weekend, te gaan.
Simon is na een eerste inspectie van zijn kamer niet helemaal tevreden voor de prijs die hij moet betalen. Dat is typisch een Thailand bezoeker die denkt dat heel Zuidoost-Azië gelijk staat aan Bangkok met haar lage prijzen en uitstekende hotelkamers. Ik laat aan hem de keuze welke van de twee kamers hij prefereert. We spreken af om elkaar over een uur op het terras onder het hotel weer te ontmoeten.
Ik ga voor enkele momenten liggen want ik heb geen enkele behoefte om me te haasten en een snelle douche te nemen, dat komt morgenochtend wel. Na drie kwartier vindt ik het wel genoeg en wil ik weer naar buiten om Singapore te proeven. Ik ben al aan mijn tweede grote fles Tiger Beer begonnen wanneer Simon verschijnt. Hij ziet er nog slaperig uit terwijl zijn haren nat zijn.
‘Ik heb even mijn ogen dicht gedaan en snel een douche genomen, sorry.’, verontschuldigt hij zich.
Hij hoeft zich niet te verontschuldigen dat hij te laat is want ik heb geen haast en de avond is nog jong. Simon besteld ook een grote fles bier en begint meteen over het avondeten. Gelukkig hoeven we niet ver te lopen om te eten. Beter nog, we hoeven niet eens op te staan uit onze gemakkelijke terrasstoelen!
De keuze voor onze eerste avondmaaltijd in Singapore bestaat uit “Nasi Goreng” of “Bami Goreng” in een Islamitische interpretatie van het gerecht. Ik ben gek op noedels en Simon gaat voor de rijst.
De Singaporese moslim met een wit gehaakt mutsje op wordt erbij geroepen en ik bestel in een mengeling van Engels en “Bahasa Melayu” het avondeten. Simon luistert aandachtig en vraagt of het met varkensvlees is. Ik lach alleen maar om zijn naïviteit en het duurt niet lang voordat Simon begrijpt dat het vanzelfsprekend met kip is, en met een “Telur Goreng”, een gebakken ei erbovenop.
De eenvoudige maaltijd smaakt ons uitstekend en ook deze keer zit Simon de bedragen terug te rekenen naar Thaise baht. Opnieuw steekt het Thailand syndroom de kop op! Het is niets nieuws want aan elke bar in Thailand hebben de gasten het er altijd over hoe duur het is in Singapore. Niemand heeft het over de kwaliteit van het verblijf in Singapore, alleen over de kosten. Ze hebben het allemaal van horen zeggen!
Na de maaltijd gaan we aan de wandel. Het is niet Simon zijn ding maar wandelen in de zwoele avondwarmte van Singapore heeft voor mij wel haar charmes. Een ding is in ieder geval positief, Simon voelt zich ondanks de duisternis veilig en op zijn gemak.
Raffles Hotel in kerstsfeer Linksaf, rechtsaf, linksaf en weer rechtsaf, zo staan we voor een van de meest iconische gebouwen in Singapore. Het “Raffles Hotel” kan de grootste kunstenaars en wereldleiders tot haar gasten rekenen. Alle groten der aarde hebben hier overnacht! Kerstmis is neergestreken in Singapore en de kerstversieringen aan de gevel van het hotel maken het allemaal nog mooier en nog indrukwekkender.
Simon lijkt ook onder de indruk van de kerstverlichting en we slenteren langzaam verder langs “Beach Road” terwijl er geen strand te zien is! In Singapore is ook heel veel land ontfutseld aan de klauwen van de zee!
Anderson Bridge Het volgende iconische uitzicht zijn de oude stalen bruggen over de Singapore rivier. Alle drie verscheept uit de moederstaat Groot Brittannië. Ik weet niet wat het is maar er is een spanning voelbaar tussen Simon en mij. Ik ben bang dat het culturele en het iconische hem niet kan boeien. Het is niets nieuws want eigenlijk had ik dit voor ons vertrek wel verwacht. Laat ik het beste er maar van hopen want we hebben nog enkele dagen samen in de stadstaat Singapore waar ik persoonlijk heel veel van hou.
<The Fullerton Hotel Singapore Het “The Fullerton Hotel Singapore” is zonder enige twijfel het meest iconische gebouw aan de “Singapore River”. Begonnen als het hoofdpostkantoor voor heel Maleisië en Birma in het Victoriaanse tijdperk is het nu een vijfsterrenhotel met een prijs per nacht waar jullie meer dan een week voor moeten werken! Dat neemt niet weg dat het een fantastisch architectonisch meesterwerk is dat zeker ’s avonds de oude koloniale grandeur van het oude Britse Keizerrijk benadrukt!
Na de wandeling en de bezichtigingen springen we op een bus richting ons hotel en Simon lijkt verbaasd en teleurgesteld tegelijk. Morgen wordt het allemaal anders, daar maak ik me geen zorgen over. Simon zoekt meteen zijn bed op en ik drink nog een laatste biertje met enkele oude Chinezen in het theehuis/foodcourt. Er wordt “Mahjong" gespeeld. De meeste eettentje in het theehuis/foodcourt zijn al gesloten maar er komen toch nog enkele Aziatische snacks, die ik niet herken, op tafel. Natuurlijk blijft de Chinees ijskoud bier serveren tot de laatste gast naar huis gaat!
Mijn gastheren zijn geamuseerd en gevleid wanneer ik heerlijk zit mee te happen en praat over mijn Singapore. We nemen afscheid en beloven dat we morgen en overmorgen nog een paar biertjes met elkaar zullen delen. Voor mij zit deze reisdag er op en met twijfels in mijn hoofd ga ik naar mijn kamer.
Op weg naar boven passeer ik nog een handvol koppels waarvan ik vermoed dat ze niet in de huwelijkse voorwaarden zijn verbonden. Wat kan het mij ook schelen want ze lijken allemaal gelukkig en het is niet mijn zorg om daar over te oordelen.

Welterusten!

vrijdag 17 september 2004

Spanje, Terminal

Amsterdam, 17/09/2004

Ik had tijdens mijn treinreis ongeveer zes en een half uur de tijd om mijn mislukking te analyseren.
“Waar was het misgegaan?”
“Was ik wel goed voorbereid?”
“Had ik mij wel genoeg verdiept in de tocht?”
“Was ik wel getraind genoeg voor de tocht?”
“Hadden mijn depressies parten gespeeld?”
“Was ik geestelijk wel fit geweest?”
“Was ik wel op het juiste moment gegaan?”
En nog een half dozijn onduidelijke vragen.
Ik kwam er dus niet uit.
Ruim zes en een half uur later reed de trein het “Barcelona Sains Station” binnen en ik had nog steeds niet de antwoorden gevonden waarna ik op zoek was. Moe, heel erg moe slenterde ik de ontvangsthal binnen voor de volgende fase in dit drama. Ik moest op zoek naar een slaapplaats. Er was een informatiebalie waar ik probeerde een redelijk hotel te vinden. Vol, vol en nog eens vol waren de antwoorden die de vriendelijke dame mij gaf.
“Waarom probeert U het stationhotel niet?”, stelde ze voor.
“Die hebben kamers vanaf € 65,-, de lift is daar om de hoek“, en ze wees richting een korte gang.
“Waarom ook niet?”, dacht ik bij mijzelf.
De korte rit in de lift bracht mij op een verdieping waar het er druk was, het bleek bij navraag de verkeerde verdieping te zijn.
“Één hoger”, antwoordde de man.
Nog één verdieping hoger dan maar en daar stond ik in een lobby die mij meteen verraadde dat dit geen hotel van € 65,- was. Ik zag nergens een prijslijst dus schraapte ik al mijn moed bij elkaar en vroeg aan de receptie of er nog kamers vrij waren.
“Jazeker, wij hebben nog enkele kamers vrij”, antwoordde de man achter de receptie terwijl hij mij vanachter een John Lennon brilletje van top tot teen inspecteerde.
Waarschijnlijk kon hij mij ook ruiken en rugzakken zouden hier zeker een zeldzame verschijning zijn.
Wij hebben nog enkele DeLuxe kamers voor € 145,- per nacht”, zei hij terwijl hij opnieuw opkeek van zijn beeldscherm.
Daar schrok ik van, ik was natuurlijk andere prijzen gewend in Azië.
“Ik zal er even over nadenken”, antwoordde ik en ging op zoek naar wat eten.
De gouden bogen van McDonalds zagen er erg aantrekkelijk uit en tijdens het nuttigen van mijn “Big Mac menu” besloot ik om het toch maar te doen. Ik was vies en moe, een heerlijk warm bad en een zacht bed was onweerstaanbaar. Ik gooide mijn zak weer op mijn rug en sleepte nu mijn oververmoeide lichaam opnieuw naar de hotellobby.
“Sorry, maar we zijn vol”, was nu het antwoord van de receptiemedewerker.
“Ik heb de laatste kamer net verhuurd, maar er zijn enkele andere goede hotels in de buurt.”
“Ze zijn wel wat duurder en U moet een taxi nemen om er te geraken, maar zij hebben zeker nog plaats”, stelde hij mij gerust.
Daar stond ik dan! Ik hoorde in mijn gedachten mijzelf een honderd keer advies geven aan anderen, “In het geval van een bed twijfel nooit maar sla meteen toe, voordat je het weet slaap je op straat.”
En nu zat ik zelf in dat schuitje.
“Wat nu?”
Uiteindelijk besloot ik om maar de trein naar de luchthaven te nemen en daar te overnachten. Gewoon met je hoofd op de rugzak en zo wachten tot zeven uur ’s avonds mijn vlucht naar Amsterdam zou vertrekken.
En zo gezegd, zo gedaan. Er heerste een drukte van jewelste op de perrons en ik kon met moeite op tijd de trein betreden. Eenmaal binnen slaakte ik een zucht van verlichting. Ik was aan het laatste hoofdstuk van deze dramatische reis begonnen.
Echter de grootste tegenslag moest nog komen!
Eenmaal op de luchthaven zocht ik naar redelijke plaatsen om te slapen. Een doodlopende gang met niet teveel licht zou het wel doen. Ik kon er helaas geen één vinden en de tweede optie was een rij stoelen midden in de goed verlichte vertrekhal.
Net voordat de winkels zouden sluiten werd het tijd om wat eten en drinken in te slaan voor de nacht. En hier kreeg ik de schrik van mijn leven. Ik was mijn kleine portemonnai kwijt en mijn zak was open. Ik was gerold! Waar? Wanneer? Wat nu? De stoot adrenaline ontwaakte mijn lichaam en mijn hersenen gingen in overdrive. Mijn gedachten werden nu automatisch gevormd in de stand “overleven”.
“Eerst bellen en blokkeren”, schoot mij meteen te binnen.
Ik belde mijn broer in Nederland en hij zorgde ervoor dat mijn Creditcard werd geblokkeerd.
“Aangifte doen”, was de tweede gedachte.
De politiepost was nog open en een half uur later stond ik weer buiten met een Proces Verbaal in de hand.
Nou, daar zat ik dan met mijn problemen die waren voortgekomen uit valse zuinigheid. Dit zou mij nooit meer overkomen, nam ik me voor.
Ondertussen waren de winkels dicht en de vierentwintig Euro die nog in mijn notitieboekje zaten waren nutteloos. Ik had honger en dorst en geld maar alles was waardeloos. Totdat ik nog een koffietent zag waar ze aan het schoonmaken waren. Gelukkig kon ik de vriendelijke dikke Spaanse dame er van overtuigen dat ik een slachtoffer was geweest en zij gaf mij twee flesjes water en twee “Muffins”. Ik gaf haar tien Euro want ik was al blij genoeg dat ik nog wat te eten en te drinken had. De overgebleven veertien Euro zou voldoende moeten zijn om morgen de dag door te komen.
Ik heb niet veel geslapen maar alle hazenslaapjes bij elkaar hadden toch de grootste vermoeidheid bij me weggenomen. Wachten en rondlopen, wat eten en drinken en eindelijk kon ik naar het vliegtuig. Ik kan onmogelijk alle gedachten die ik heb gehad opschrijven, maar één ding was zeker. Ik had weer veel geleerd en die kennis had me een stuk wijzer en kennis rijker gemaakt.
Schiphol kwam als een verlossing en ik was blij dat mijn goede vriend William me kwam ophalen. Hij was ook heel nieuwsgierig wat er allemaal was gebeurd. Met een biertje in de hand hebben we er samen in een bar op Schiphol hartelijk om gelachen. Deze reis was nu voorbij maar wat er was gebeurd zal me nog lang bezig houden.
Copyright/Disclaimer