zondag 5 juni 2011

Indonesië: Voorbereiding

Jakarta (Batavia Hotel (909))

De slechte ervaring van gisteren was in mijn dromen achter gebleven. Hoe kan het ook anders want als ik te lang stil bleef staan bij alle ellende die ik meemaak dan was het niet leuk om op reis te zijn.
We stonden niet al te vroeg op en bij het ontbijt wisten ze al dat ik graag kaas op mijn brood leg. Een omelet met groenten en een kopje thee. Na het ontbijt gingen we dus op pad naar het Gambir trein station omdat daar vandaan de treinen naar het oosten vertrekken.
Een korte wandeling naar Jakarta Kota en dan voor een paar centen met de Transjakarta naar de Monas, de laatste erectie van Soekarno zoals het spottend wordt genoemd. Na een korte wandeling door het enorme park dat er omheen is aangelegd kregen we in het kantoor van de spoorwegmaatschappij de informatie die we zochten.

De keuze was niet eenvoudig! Twee treinen naar Bandung of een trein naar Cilicap die om 06:30 vertrok. Wel erg vroeg maar de reis zou een kleine negen uur in beslag nemen. Onder het genot van een doughnut en een kop koffie bespraken we de mogelijkheden. We kiezen voor het laatste! Althans voor nu. 05:00 opstaan, en snel in alle vroegte met de taxi naar het station. Eerst kaartjes kopen en dan snel wat te eten zoeken, noodpakketten staan op stand-by en ik geloof dat Lyka het ook leuk begint te vinden.
Na een week van mie en rijst was het tijd voor een hamburger met friet. En die smaakte uitstekend en vulde me tot aan de rand.

Gelukkig hebben ze wel internationle tv kanalen en met een koud biertje in de hand genoot ik van de Moto2 en MotoGP terwijl Lyka de internetstick tot het uiterste uitrekte.
Er was ook voor het eerst regen! De regen kwam met bakken uit de hemel terwijl in de hal van onze verdieping het planfond door het vele water omlaag viel. Ook toen we gingen eten vielen er nog druppels maar de band van de bruiloft speelde een vrolijk deuntje. Nog één keer gaan we morgen eten bij Roberto Resto. Nog één keer gaan we morgen deze verdomde drukke en verschrikkelijke stad in. Nog één keer gaan we boodschappen doen en dan gaan we hopelijk de rust en de vrede opzoeken.

zaterdag 4 juni 2011

Indonesië: Jakarta, een verschrikkelijke stad!

Jakarta (Batavia Hotel (909)), 4 juni 2011

Met een slechte nasmaak van gisteren in mijn mond gingen we opnieuw op pad in Jakarta. Ik moest nu eenmaal niet paranoïde worden na één slechte ervaring in de trein. Maar ik moest steeds op teveel zaken letten omdat mijn Lyka onbevangen en onbezorgd door de menigte van Jakarta stapte. Ze verdween steeds uit beeld om zoveel mogelijk de zon te ontwijken.
Tot het moment dat ik haar uit het oog verloor. En dat was een slecht gevoel, en zeker nu ik het toch wel met Jakarta had gehad. Ik zag haar niet meer en ik had geen idee of ze voor me of nog achter me liep. Steeds als ik een witte pet zag dacht ik dat het Lyka was maar het was steeds een kleine Indonesiër met een snor en sigaret in zijn mond.

Na een minuut of vijftien had ik het niet meer en moest diep nadenken wat nu het slimste was om te doen. Nog voordat ik een antwoord had gevonden zag ik haar staan met de rug tegen de muur terwijl ze haar hiel bekeek. De nieuwe sandalen hadden blaren gemaakt en zuur vroeg ze om een pleister.
Misschien reageerde ik iets te kwaad maar ik had het niet meer en ik was heel ongerust geweest. Met een manende vinger maakte ik haar duidelijk om nooit meer bij me weg te lopen in een onveilige grote stad als Jakarta. Haar Filippijnse temperament kwam ook naar boven en het werd een botsing tussen culturen en ego’s.
In stilte liepen we samen weer richting het hotel toen ik in mijn ooghoek een jongen van een jaar of tien ons van achteren zag benaderen. Als een dief in de nacht sloop hij dichterbij. Aan zijn blikken kon ik zien dat er waarschijnlijk nog een tweede in het spel aanwezig was. En ja hoor, een veel jongere jongen op blote voeten volgde de stille bevelen van zijn oudere makker op. Lyka zag niets van dit en liep onverstoord door.
Ik stopte plotseling en de twee hielden ook meteen hun in. Nadat ik weer versnelde om bij Lyka te komen zag ik dat ze de afstand tussen ons ook snel kleiner hadden gemaakt. Een stukje verderop stopte ik, draaide me om en liep recht op ze af. De kleine keek verbaasd naar de grote die ook niet goed wist wat er aan de hand was. Als aan een lijntje draaiden de twee zich om en liepen zonder achterom te kijken voor me uit.
In een snelle vloeibare beweging draaide ik me weer om en ging richting Lyka die nu wel een gat van een paar honderd meter had geslagen. Gelukkig keek ze achterom en zag dat ik een flink eind achter haar liep. Ondanks dat ik met een stevige pas richting mijn meisje was gelopen hadden de twee straatdieven me toch weer bijna ingehaald maar bleven toch op een veilige afstand.
Lyka keek me verbaasd aan terwijl ik een taxi wenkte. De Blue Bird taxi schakelde zonder een vraag de meter aan en bracht ons naar het hotel. Terwijl we wegreden keken de twee me recht in de ogen en maakten obscene gebaren. God weet wat ze plan waren maar wij waren in ieder geval in veiligheid en ik had het helemaal met Jakarta gehad!
Natuurlijk zet het je allemaal aan het nadenken maar het is frappant dat het hier Marokkaanse taferelen zijn. Ik ben in veel landen geweest, ook waar er armoede heerste, maar ik beng bang dat ik moet concluderen dat de aanhangers van de Koran de meest vrome dieven op de planeet zijn. En als het om het sjaria rechtssysteem gaat dan mogen ze van mij alle klauwen afhakken van die dieven. Met weemoed denk ik aan de arme Indiërs in Kolkata die ook bedelden maar altijd vriendelijk waren.
Eenmaal terug in het hotel liet ik het maar van me afglijden en we gingen terug naar de orde van de dag. Het was weer een leuk om zelf de was te doen. Terwijl de badkuip vol liep met warm water en de vuile onderbroeken, overhemden, sokken en een korte broek langzaam verdwenen terwijl het waspoeder oploste. Mijn voeten masseerden het vet en vuil uit de kledingstukken terwijl ik een veredelde regendans in de halfgevulde badkuip uitvoerde. Dertig minuten laten intrekken en uitspoelen, de voorwas was gedaan.
Nogmaals het ritueel herhalen en dat was de hoofdwas. De kamer werd overspoeld met drogende kleding want er waren geen waslijnen voor handen. Lekker uitrusten en tv kijken, sport en een film. Bami Goreng net als gisteren. Nog twee dagen en dan gaan we verder richting het oosten. Het beloofde land.

vrijdag 3 juni 2011

Indonesië: Een dagtochtje naar Bogor

Jakarta (Batavia Hotel (909))

En nu we ook meteen gewend zijn aan Jakarta kan ik me ook goed voorstellen hoe Bogor er uit zal zien. Geen plaats om enkele dagen door te brengen om een park en een fabriek waar gongs worden gemaakt te bekijken. Dus al vroeg besloten we om maar voor een dag naar Bogor te gaan.

Ik koos voor de Ekonimie trein die een astronomische prijs van Rp. 2000 (€ 0,16) kostte voor de trip van ruim vijftig kilometer. Natuurlijk is dit de trein voor de laagste bevolking maar ondanks mijn traumatische ervaring in een ander moslim land wil het nog niet zo zijn dat ik geen enkele moslim meer vertrouw.

Met de deuren open en een frisse wind van zee verlieten we het Jakarta Kota station. Mijn buurman ging ook de hele weg naar Bogor en tijdens de reis, die bijna twee uur duurde, kletsten we over koetjes en kalfjes terwijl we naast elkaar op de treeplank zaten.

Bij aankomst in Bogor kon ik geen verschillen ontdekken met Jakarta. Een andere grote stad met een moordend druk verkeer dat onafgebroken een zwarte stinkende ook uitstoot.
Non stop klinkt het: ‘Hello Misterrrrrrrrrr!’, en iedereen wil je wat verkopen of je in een taxi leiden.
Op weg naar de botanische tuinen van Bogor passeren we enkele kerken die zijn overgebleven uit de Hollandse tijd.

Natuurlijk is er naast de “Kathedraal van Bogor” een moskee gebouwd en de kerk is alleen op zondag open.

Dat klinkt vreemd na de opmerking van mijn meisje dat het huis van god altijd open is.
Voor de tuinen is het een kleine markt waar van alles aan de man wordt gebracht wat absoluut zinloos is. Maar ja, ze proberen ook maar wat geld te verdienen en gelukkig kan ik er nog om lachen.

In de tuinen is het rustig. Auto’s met de beter bedeelden rijden door het park terwijl ze gekoeld worden in hun stalen dozen. Snel eruit voor een foto! En dan weer verder zonder een enkel respect voor de voetgangers. Ook hier geld dat een persoon met een auto hoger op de maatschappelijke ladder staat dan een voetganger.

Er zijn enkele zaken die ik graag in de tuinen wil zien. De eerste is een monument voor een vrouw van “Sir Stamford Raffles”. Dat monument staat net binnen de poort en we hoeven niet ver te zoeken. Helaas weten ook de open busjes zich ook zo te positioneren dat het haast onmogelijk wordt om een redelijke foto te maken.

Ik verwachtte dat we rond het “Istana Bogor” zouden kunnen lopen maar de residentie van de oude gouverneurs en presidenten van Indonesië is een eiland binnen de tuinen met een eigen ingang aan de noordzijde. Dus we moesten weer terug naar af om ook aan de andere kant van de tuinen te kunnen komen. Het was er duidelijk minder warm dan in Jakarta dat op haar beurt ook nog wel meevalt omdat er rond deze tijd van het jaar een stevige oostelijke wind waait.

De beter bedeelde jeugd gaat met vrienden het park in om foto’s te maken terwijl ze hun favoriete popsterren imiteren. Ik hielp ze maar een handje en ze waren er echt blij mee.

Het kleine kerkhof in de tuinen is ook nog interessant! Er liggen veel vrouwen van notabelen begraven. Een doodgeboren kind en een gouverneur generaal, maar voor mij het vreemdste monument is toch wel een in rood wit blauw tegeltjes monument voor een Hollander die bekeerd is tot de Islam.

Het is ook het laatst geplaatste monument voor zover ik het kon bekijken. En daarom misschien wel weer een stempel van de moslims op alles dat 100% Hollands en dus van de bezetter is.
Op de terugweg naar het station wilden we nog een fabriek voor koperen gongs bezoeken maar die schoot er toch bij in. Het gebrek aan restaurants, ik sta er zelf ook van te kijken, bracht ons weer voor de lunch bij KFC. En ik haat dat restaurant, maar trek wint nu eenmaal van een mening.

De lucht begon te betrekken en er hing regen in de lucht. Met 345 onweersbuien per jaar weet je waar je in Bogor aan toe bent. Dus we gingen meteen op het station aan om een trein terug naar Jakarta te nemen. Onderweg zag ik nog een oude waarschuwing in het Nederlands.

Na een kleine twee uur stapten we weer veilig op het Jakarta Kota uit en gelukkig was mijn slechte gevoel geen waarheid geworden. In de trein werden we steeds gevolgd door een paar ongure personen. Na drie keer verkast te zijn kwamen ze weer bij ons staan en deze keer stapte ik gewoon op ze af en ging strak tegen ze aan staan. Een vrouw die goed Engels sprak waarschuwde me voor zakkenrollers. Daar wist ik natuurlijk wel van maar wat moet ik tegen drie of vier van die gasten beginnen. Toen de trein tot stilstand kwam maakten we ons snel uit de voeten en liepen tegen de stroom in langs de ambtenaren die de treinkaartjes controleerden. Ik heb geen idee waar ze het over hadden maar tegen de tijd dat ze klaar waren stonden wij al aan de andere kant van het hek.
Voor de vierde keer aten we bij “Roberto Resto” en deze keer bespraken Lyka en ik dat we ook de overgebleven dagen bij dit restaurant zouden eten. Het is goed en niet al te duur. Er staan nog voldoende gerechten op de kaart die we willen proberen dus het zal ook niet gaan vervelen. Nog drie dagen te gaan waarvan er één een rustdag zal zijn.
Copyright/Disclaimer