zaterdag 7 februari 2009

De Filippijnen, Intramuros

Manila (Slouch Hat Inn)

Vandaag was mijn eerste echte dag in de Filippijnen. Ik kon de dag invullen naar mijn eigen wensen. Natuurlijk was ik al vroeg wakker en in de kamer naast me lagen Kees en Roxanne nog op één oor. Zij hadden weinig anders te doen dan wachten totdat de nachtbus naar Sorsogon zou vertrekken. Mijn rugzak was heel snel gepakt en met een goed humeur was ik op weg naar mijn nieuwe kamer in de “Slouch hat”.
“Goodmorning”, klonk het vriendelijk vanachter de bar toen ik het restaurant/receptie van het kleine hotel binnen stapte.
De sleutel van kamer 205 lag al klaar en werd me overhandigd. Ik liep maar meteen door naar boven om mijn rugzak voor mijn ontbijt in de kamer te leggen. En deze kamer was inderdaad een stuk beter dan waar ik de afgelopen twee nachten had geslapen. Een kingsize bed en een stapelbed stonden tegenover elkaar in de familyroom en ik had zelf de keuze waar ik wilde slapen. Ik had zelfs de bunkhouse optie van een backpackers! Er was ook een kleine keuken waar ik ‘s morgens een kopje koffie kon maken en een flinke douche waar verschrikkelijk heet water uit de kraan kwam. Ik zou hier dus vijf nachten met plezier blijven.

Mijn gebruikelijke ontbijt van eieren met spek en worstjes smaakte me uitstekend. Het vroeg naar bed gaan en vroeg opstaan was ook een goed plan. Mick voegde zich om half elf bij me aan tafel en bestelde ook een flink ontbijt. Nadat we de borden hadden geleegd gingen we samen op pad naar Intramuros, maar wel met een flinke omweg! Terwijl ik gisterenavond door de “Rough Guide” van de Filippijnen ging viel het me meteen op dat bijna alle toeristische bezienswaardigheden in Manila op maandag gesloten zijn. Komende maandag zou dus de ideale dag zijn om “Corregidor” te bezoeken.
Ik had gisteravond aan de bar uiteenlopende informatie gekregen van verschillen bezoekers. Allemaal in de trant van “ik heb gehoord” en “er is mij verteld”. Er zat dus niets anders op om gewoon zelf naar het kantoor van de reisorganisatie te lopen en een kaartje te kopen voor maandag.
Samen met Mick struinde ik over de smerige boulevard langs de baai van Manila. Het is hier niet echt gevaarlijk maar gewoon smerig en je wordt vooral lastig gevallen door bedelaars. Zelf kijk ik gewoon door ze heen en meestal geven ze het dan ook meteen op. Het is te begrijpen dat mensen zich onveilig voelen door het aandringen van deze bedelaars. Aangekomen bij het kantoor van Sun Cruises bleken er nog voldoende plaatsen te zijn en Mick vond de prijs van 1900 Peso een beetje te gortig. Kan ik me wel voorstellen maar ik kom nu eenmaal niet elke week in Manila en dit was iets dat ik zeker niet wilde missen.
Mijn zaken waren gedaan en nu moesten we de vier kilometer weer terug lopen om via het Rizal Park in Intramuros te komen. We keken elkaar aan en wisten meteen dat we niet weer langs de bedelaars wilden lopen en kozen voor een pad door de drukke straten van Manila. En dat bleek gelukkig een goed idee want na een half uurtje begonnen mijn darmen te rommelen. Normaal kan ik het nu weer een tijdje ophouden maar deze keer liep de druk wel erg snel op! Een modern winkelcentrum bracht uitkomst. De toiletten waren niet helemaal standaard maar ik heb ze wel eens slechter gezien. Mijn darmen vloeiden leeg en het zien van de bruine vloeistof stemde me niet blij! Ik was wel blij dat ik zelf toiletpapier bij me had want daar ontbreekt het meestal aan in Azië.
Na een lunch van spaghetti met kipfilet bij sbarro gingen we dan dus eindelijk de oude binnenstad van Manila bekijken. Het was een aangename verrassing om een mooi groen park te betreden naast Ermita en midden in de luchtvervuiling.

Het was er erg druk en gezellig. Dit park is opgedragen aan “José Protasio Rizal Mercado y Alonso Realonda” zeg maar de “vader van de Filippijnen”. Mooi groen en bezaaid met beelden. Aan de grens van het park liggen ook nog een paar bijzondere tuinen. Zo is de plaats waar José Rizal is gefusilleerd omgetoverd tot een monument met een schitterende bronzen beeldengroep.
Er zijn ook nog een paar vreemde tuinen aangelegd, wij bezochten de Chinese tuin die we voor 5 Peso konden bezoeken (1 Euro = 60 Peso). Voor deze kleine prijs konden we het natuurlijk niet laten. En we hadden geluk! Er was een kleine groep bezig met een amateur film op te nemen. De held was erg interessant maar wat veel mooier was was het kleine meisje dat belaagd zou worden door de schurk. Natuurlijk mocht ik een paar foto’s schieten van de helden. Mick vond het prachtig en moest op de foto met de hoofdschurk.

Het werd al redelijk laat toen we eindelijk aankwamen bij het hoofddoel van deze dag. Intramuros! Bij het zien van de muur en de oude gebouwen moest ik meteen aan Macau denken. Je bent in Azië maar met zuid-Europese gebouwen. Heel vreemd! Via smalle straten kwamen we boven op de muur terecht en kregen een goed uitzicht op de omgeving. In 1898 kwamen de Filippijnen in handen van de Verenigde Staten van Amerika via de Spaans-Amerikaanse oorlog. Zelf wist ik niet dat het had bestaan maar zo waren de Amerikanen dus in de Filippijnen beland. De stadsgracht werd dichtgegooid en wat was de juiste bestemming voor de mooie open plaats midden in de stad? Juist, er werd een golfbaan aangelegd die nu nog steeds in gebruik is.
Mick had best wel zin om nog een balletje te gaan slaan maar mijn doel was de San Agustine kerk met het bijbehoren klooster. Mick merkte grappig op dat hij nerveus werd bij dingen die ouder dan tweehonderd jaar zijn. Dat zit in het bloed van de Australiërs. Hij was niet zo cultuur man maar na kort aandringen vond hij dat de kerk toch maar een kans moest krijgen. Na onze rondgang was hij blij dat hij mee naar binnen was gegaan. Natuurlijk heeft de katholieke kerk ook hier veel rijkdommen temidden van al die armoede. Al die spirituele kunst in donkere zalen maakt wel indruk op je.

De dag werd afgesloten met een paar biertjes in de Casa Manila. Het was een mooie dag geweest. Het avondeten schoot erbij in en ik lag al vroeg op bed. Er was wel een nieuwe bezoeker bij de ploeg gekomen. Wes Brown uit Buffalo, New York. Morgen ga ik met hem op pad in de wereldstad Manila.

vrijdag 6 februari 2009

De Filippijnen, Manila een wereldstad

Manila (Slouch Hat Inn)

Kwart over zes was wel een beetje vroeg voor deze ochtend maar het was ook heel erg belangrijk dat we al vroeg op pad gingen. Vandaag moesten we vroeg op om op tijd bij de Thaise ambassade zijn om een visum voor Roxanne te regelen.
Ik stond al naast mijn bed toen Roxanne om half zeven op de deur klopte om te zien of ik al wakker was. Op tijd is op tijd! En dat is voor mij ‘s morgens nooit een probleem. Zeker niet na het zien van mijn kamer gisterenavond. Bij terugkeer in het hotel schakelde ik het licht aan en tot mijn afgrijzen waren de muren bevolkt met kakkerlakken. Niet van die hele grote maar toch voldoende om me een onbehagelijk gevoel te geven.
“Nog maar twee nachtjes”, dacht ik bij mezelf en wist ook meteen dat ik in dit hotel nooit meer zou terugkeren.
Het ontbijt van gebakken eieren met dunne toast en slappe koffie begon me nu tegen te staan. Mijn McDonald’s ontbijt was altijd beter dan dit en ik zou eens gaan kijken of er hier niet één in de buurt zat.
De angst voor de langste weg van de taxi was nu niet aanwezig omdat Kees een vaste prijs had afgesproken. Met z’n drieën gingen we op pad door het ontwakende Manila. Na een ritje van een kwartier of drie stonden we om acht uur op de stoep van de Thaise ambassade. Het bronzen bord naast de deur vermelde dat de ambassade om half tien open zou gaan. Wat te doen?
“Starbucks”!
Natuurlijk, want daar kon ik een fatsoenlijke kop koffie met een scone kopen.
Makati is het business district van Manila met veel westerse eethuizen en luxe winkels. De Starbucks was dan ook maar vijf minuten lopen. Met een goede kop koffie en een bananen-kaneel scone viel ik in de zachte fauteuil naast het raam. Gratis internet en een iPhone, de tijd vloog om. Kees en Roxanne hadden geen behoefte aan een opkikker die strak stond van de cafeïne. Zij waren zenuwachtig over wat ze te wachten stond bij de aanvraag voor een visum.
Bij terugkeer in de ambassade waren we de enige gasten. We hadden toch wel enkele bezoekers verwacht maar het was en bleef eng leeg. Er moest natuurlijk heel wat worden nagevraagd want ze waren op zoek naar de goedkoopste oplossing. Uiteindelijk werd het een single entry toeristen visum dat voor twee maanden geldig was. Opgelucht stapten we het warmer wordende Manila in.
Kees opperde het idee om onze buskaartjes te gaan kopen want je wist nooit hoe druk het zou zijn op de dag van vertrek. Dat was een goed idee! Zelf koos ik er voor om wat te gaan lopen en wat van de stad te gaan zien. Na een half uur waren mijn reisgenoten het zat en wisten de weg niet in deze wereldstad. Ook Roxanne was niet bekend met de buurt waar we ons in bevonden.
Het had me niets uitgemaakt om met een taxi of met de trein te gaan maar persoonlijk genoot ik van wat ik allemaal te zien kreeg. Het hoe of waarom niet is me nog steeds niet duidelijk maar na een hele lange wandeling kwamen we uiteindelijk bij het busstation aan.
Hier veranderde onze plannen. Kees en Roxanne wilden zo snel mogelijk naar Sorsogon terwijl ik nog wel zeker een dag in Manila wilde blijven. Ik had er geen problemen mee dat Kees verder ging en mij achter liet. Ik zou me wel redden. Zij kozen voor de dagbus die morgenvroeg, zaterdagochtend, zou vertrekken.
Dat was dus geregeld en ik wist nu ook waar ik aan toe was. Met de trein gingen we terug naar Ermita waar de twee totaal aangeslagen hun bed opzochten. Ik ging op zoek naar wat te eten in een groot winkelcentrum aan de rand van Malate. De spaghetti smaakte me uitstekend en ik keek alweer uit naar de Filippijnse maaltijd die ik vanavond zou nuttigen.

Bij terugkomst in het hotel bleken de plannen alweer gewijzigd. De dagbus was omgewisseld voor de dagbus en ze zouden nu aan het einde van de middag naar Sorsogon vertrekken. Ik wist het ondertussen ook 100% zeker. Ik zou morgen naar de “Slouch Hat” verkassen. Ik had ook meteen van deze mogelijkheid gebruik gemaakt om een nieuwe kamer te boeken. De kamer 205 in de “Slouch Hat” was dan wel twee keer zo duur maar hij was zeker drie keer zo goed.
De avond brachten we opnieuw door in de “Slouch Hat” en daar liep ik een kleine Australiër genaamd Mick tegen het lijf. De afspraak was snel gemaakt, morgen zouden we het oude stadscentrum, “Intramuros”, gaan ontdekken. Morgen ontbijten, verkassen en afscheid nemen.

donderdag 5 februari 2009

De Filippijnen, op transport

Manila (Juliano Hotel)

Na een hele goede nachtrust en een kopje koffie op mijn kamer stapte ik om iets over tien de brandende zon in. We hadden afgesproken om samen te ontbijten voordat we op de bus naar Manila zouden stappen. Fly-the-Bus is een service van de Swagman resorts. Het is niet echt goedkoop maar wel heel gemakkelijk. Om twaalf uur zouden we richting de stad gaan waar meer dan elf miljoen mensen wonen.
Vanuit de bus kreeg ik voor het eerst het echte land te zien. En was het nieuw? Nee, meer een mix van wat ik allemaal al eerder in Azië had gezien. Vulkanen, rijstvelden, asfaltwegen en grote reclameborden. Maar wat wel echt anders was was dat alles wat je zag in het engels was. Heel sporadisch zag je wat in het “Tagalog”, zeg maar het officiële Filippijns.
Aangekomen bij de stadsgrens veranderde het beeld snel. Wat was dit een onoverzichtelijke armoedige bende. Krotten opgetrokken uit hout en betonblokken waren kris kras tegen elkaar aangebouwd zonder dat de buitenkant was afgewerkt. Ook het wegen netwerk was niet van deze tijd. De autosnelweg eindigde gewoon midden in de stad en ging over in smalle straten vol met stinkende en roet blazende Jeepneys.
Volgens Kees was het Swagman hotel in Manila te duur en we kwamen overeen om in de buurt naar een andere slaapplaats te zoeken. Een Australiër in de bus vertelde me dat hij net om de hoek in een veel goedkoper hotel sliep. We volgden hem op de voet. De “Slouch Hat Inn” was helaas vol en dus gingen we verder op zoek. Een klein bord in een smalle zijstraat vermelde “Juliano Hotel”. Omdat ik het niet al te moeilijk wilde maken liet ik Kees zijn vriendin de kamer inspecteren.
“OK”, vond Roxanne en zo namen we intrek in het kleine hotel. Negenhonderd Peso was veel geld voor deze kamer. Zelf had ik wel wat meer willen besteden maar soms moet je jezelf een beetje aanpassen aan je reisgenoten.

Nadat we onze spullen in de kamer hadden gelegd gingen we voor het eerst op stap in Manila en mijn eerste indrukken waren goed. Er was weinig te merken van de verhalen over hoe gevaarlijk het in Manila was. Nee, vergeleken bij Marokko was die een vriendelijke buurt. Natuurlijk waren er ook een paar onaangename zaken die op me af kwamen. De agressieve zonnebril verkopers en bedelende kinderen zijn minder aangenaam. Ik heb er na zoveel jaar geen gevoel meer bij maar ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die zomaar spontaan beginnen te huilen en geld te geven.
Ook de hoeveelheid en de intensiteit van het verkeer in minder dan bijvoorbeeld in Bangkok. Het grote verschil is echter dat hier veel meer vervuiling en lawaai is. Alles met wielen en een motor stoot een enorme hoeveelheid stof en vergif uit. Langzaam slenterend over de lange boulevard van Ermita en Malate genoten we van de langzaam ondergaande zon. Nee, Manila leek op het eerste gezicht best een aangename stad.

Kees ging niet al te snel op zijn nieuwe schoenen en ook Roxanne op haar dunne slippers was geen partij voor mijn hoge wandelschoenen. Voor vandaag wilde ik in ieder geval rustig aan doen en kijken of ik misschien een glimp kon opvangen van de “Malate Church”. Een oude kerk die dateert uit 1588. Het is intrigerend om te lezen hoe lang de Spanjaarden hier zijn geweest. Ik moet zeker eens in de geschiedenis duiken om te kijken of wij, als Hollanders, ook hebben geprobeerd deze eilanden in te pikken.

Schitterend aangeklede meisjes bevolkte het kerkterrein, oftewel kerkhof, en stonden te wachten totdat de bruid in een limousine zou arriveren. Ik vroeg beleefd of het in orde was om achter in de kerk plaats te nemen en gelukkig was dat geen probleem. Mijn Christelijke geloofsovertuiging is een stuk minder geworden sinds ik naar de zondagsschool ging maar dit spektakel wilde ik in dit zwaargelovige land niet missen. En het was de moeite waard! Buiten stond een speciale Jeepney voor de gasten en dat maakte de hele middag nog beter.

Er was een geknor in mijn maag en nu was het tijd om eens echt Filippijns te eten. Gewoon in een klein restaurant langs de weg zoals we in Azië gewend zijn. Ik koos een groente en een vleesgerecht. Varkensvlees! Dat is hier gemakkelijk te verkrijgen wegens het ontbreken van de moslims.
Ik vond het eten allemaal een beetje flauw van smaak. Het miste echt de kruiden en specerijen die het eten uit het verre oosten zo bekend hebben gemaakt. De gerechten, en ook de rijst, waren koud. Dat is normaal in deze omstreken maar de rijst moet wel warm zijn omdat je zo een lauw mengels krijgt dat de smaak versterkt. Morgen zien we wel verder wat er allemaal te krijgen is.

De avond werd afgesloten in de “Slouch Hat Inn” waar we een paar biertjes dronken. Het werd niet al te laat want morgen moeten we vroeg op. We gaan op pad naar Makati om een visum voor Roxanne te regelen.
Copyright/Disclaimer