woensdag 30 mei 2007

Korea, het Hwaseong fort in Suwon

Suwon (Seoul), 30/05/2007

Het was mijn zesde dag in Korea en het werd tijd om de stad uit trekken. Ik heb na veel nadenken mijn strijdplan gewijzigd voor deze reis. Mijn nieuwe plan is om zo lang mogelijk in een goed hotel te blijven als mogelijk. Veel zaken kunnen per openbaar vervoer binnen een uurtje worden bereikt. Korea is niet zo’n groot land. Het is dan ook beter voor mij om dagtripjes vanuit een vast punt te maken dan elke keer een halve dag te verliezen aan een verplaatsing tussen twee plaatsen.
Met de Metro kun je vanuit het centrum van Seoul tot wel zestig kilometer naar de buitenwijken en aanliggende steden reizen. Zo ook naar Suwon, een stad met meer dan een miljoen inwoners. In het centrum ligt het UNESCO World Heritage “ Hwaseong fort”, een oud fort gebouwd tussen 1776 en 1800. Dat was ons doel voor vandaag. Maar niet voordat we het zoveelste deel uit het drama van het vliegticket naar Londen hadden meegemaakt. Al zichzelf verontschuldigend ging ik met Andy naar het kantoor van “Freedom reizen”. De creditkaart werd weer overhandigd en even later kwam Christine weer vol verontschuldigingen terug. De kaart werkte niet, niet voldoende saldo!
Dus gingen we nu eindelijk op weg naar Suwon. Andy deed wel een beetje vreemd en hij maakte zich duidelijk zorgen, zijn broer had hem verteld dat hij het geld op zijn rekening zou storten. Was dat wel gebeurd? Ik probeerde hem op zijn gemak te stellen en vertelde hem dat het soms wel twee dagen kan duren voordat het verwerkt is. Andy lachte zuur en geloofde hier weinig van. Hij stopte zijn oordoppen in zijn oren en deed net of hij zat te slapen. Nee, hij was gewoon oplossingen voor zijn problemen aan het zoeken. Struisvogelpolitiek?
Na drie kwartier in de metro stonden we op het bordes van het treinstation voor het enorme stationsplein. Een stad met meer dan een miljoen inwoners, en nog minder mensen die engels spreken. Een nieuw avontuur! Na een snelle blik op de kaart in mijn LP had ik de juiste richting te pakken en we waren onderweg naar ons doel. Het was heerlijk weer om te wandelen en in een rustig tempo liepen we richting het toeristen informatie centrum. Het “Anjo Hashido” werkte goed en we kregen meteen een kaart met veel informatie over het fort en de andere attracties in en om het fort. Er is veel te doen en te zien maar voor ons was alleen het fort belangrijk.
Nu konden we dus aan de bijna zes kilometer lange wandeling langs de muur beginnen. De muur is voor bijna 95% gerestaureerd en een magnifiek gezicht. We begonnen eerst aan een flinke klim naar de uitkijkpost op de heuvel. Er was nog niet zoveel te zien, toch viel ons op dat er enorm veel oude mensen op de bankjes zaten te genieten van de voorjaarszon. Zelf vond ik het maar koud, zo koud dat ik schoenen droeg in plaats van sandalen. Eenmaal op de top van de 135 meter heuvel hadden we een mooi uitzicht over een gedeelte van de stad en een flink stuk van de muur.
Nadat we een kilometer of drie hadden afgelegd en al een paar poorten en andere bouwwerken hadden bekeken werd het toch wel tijd om wat te eten. Op zo’n moment heb ik eigenlijk geen trek in een maaltijd in een restaurant, iets kleins uit een supermarkt met een flesje cola is wel genoeg voor mij. Ook Andy zag hier wel wat in want hij zat maar aan zijn budget voor de laatste twee dagen te denken. Een soort driehoekige sushi met tonijn er in smaakte voortreffelijk. We maakten de wandeling af en gingen weer richting Seoul. Maar, nu waren er twee mogelijkheden met vervoer. Een man wees mij naar de trein terwijl een ander Andy naar de Metro verwees. Gelukkig konden we dit met ons eigen gezond verstand oplossen zonder ook maar een persoon te kwetsen. Eerst maar naar het toilet ☺. De reis terug verliep voorspoedig en eerlijk gezegd had ik niet anders verwacht in het efficiënte Korea!
Bij aankomst in Seoul was het weer tijd voor het volgende deel in de soap die mij zo ondertussen ook wel begon te vervelen. Gelukkig nam hij wel wat van mijn adviezen aan maar uiteindelijk wilde hij gewoon zijn eigen ding doen. Misschien had ik al eerder moeten zeggen, “Zoek het zelf maar uit”! Maar ja, je wil nu eenmaal iemand helpen als hij in de problemen zit. Gelukkig had hij wel in de gaten dat hij er niet op moest rekenen om van mij geld te lenen. Op dat gebied moet iedereen het maar voor zichzelf uitzoeken, is mijn filosofie. Ik kon mijn ogen niet geloven toen Christine deze keer terugkeerde met een glimlach breder dan ooit tevoren. Het was gelukt! Hiep, hiep, hoera! De soap was over en de laatste twee dagen zou ik niet meer naar het reisbureau gaan in de ochtend.
Iedereen was blij dat het uiteindelijk toch gelukt was, alleen bood zich nu een ander probleem aan. Andy had zijn restbedrag zo klein gelaten dat hij nu nog ongeveer acht euro per dag te besteden had. Ik werd er moe van. Hij wilde niet gaan avondeten maar een Snickers reep en een bekertje fruit yoghurt zou genoeg zijn voor vanavond. Met hondenogen keek hij mij aan. Nee, jammer maat! Ik betaal geen avondeten voor je, ik had er wat bij willen leggen maar dan had hij met een eenvoudige maaltijd genoegen moeten nemen. Ik zat dus alleen te eten terwijl hij op jacht was naar een pinautomaat om zijn creditkaart opnieuw te proberen, alleen was hij niet zeker van zijn PIN.
Toen hij onverrichterzake terugkeerde kocht ik een ijsje voor hem en hij was oprecht dankbaar. Hij nam afscheid en ging terug naar zijn GH. Nu was het ook tijd voor het laatste gratis advies van de dag: “Probeer geld op te nemen met je creditkaart in je GH”. Normaal willen ze dit niet in verband met het risico en de provisie. Nee heb je, en ja kan je krijgen. Welterusten, ik hoor morgen wel hoe het is gegaan.
Een laatste korte wandeling om de gefrituurde dumplings en noedelsoep te laten zakken en dan terug naar het hotel. Morgen heb ik een zware dag voor de boeg maar daarover meer in het volgende verhaal.

dinsdag 29 mei 2007

Korea, een tweede poging

Seoul, 29/05/2007

Daar gingen we dan voor de tweede poging naar de Seodaemun gevangenis, maar niet voordat we een vervolg hadden gehad van de soap over de aankoop van het vliegticket van Andy. Er moest namelijk worden afgezegd en dat vond hij een beetje moeilijk, waarschijnlijk omdat hij zich zou schamen dat hij geen geld had. Ik legde hem rustig uit dat niet op komen dagen nog veel erger is. En uiteindelijk stemde hij er mee in en samen liepen we eerst naar “Freedom Tours”. De overvriendelijk Christine kon het allemaal wel begrijpen nadat Andy had uitgelegd dat hij o geld zijn broer zat te wachten. Zo dat was een sprankelend begin van de dag.
Andy zat er al zover doorheen dat hij de twee kilometer naar de gevangenis niet wilde lopen maar liever met de metro ging. OK, ik ben gemakkelijk. Dan maar met de metro. Er blies sowieso een erg frisse wind en het dragen van schoenen in plaats van sandalen bleek al een goede keuze te zijn geweest. Daar stonden we dan voor de poort van de gevangenis omgeven door schoolkinderen.
Eenmaal binnen vonden wij het bijbehorende museum, in een nieuw gebouw, wel een beetje schokkerend. De schoolkinderen hadden er helemaal geen problemen mee om de martelingen en andere misdaden tegen de mensheid te zien. Het zette mij wel aan het denken. Ik herinnerde mij de schoolreisjes met de lagere school naar de diverse dierentuinen en pretparken. Hier gaat het anders, hier gieten ze de historie en glorie van je land al met de paplepel in. Geschiedenis staat bovenaan.
We volgden de aangegeven route door de gevangenis en bekeken het één en ander. Het meeste was in het Koreaans en Chinees uitgelegd, twee talen die wij niet beheersten. Het was op zich toch wel de moeite waard geweest. Vooral de lieve kinderen die met veel discipline het “Hello, what is your name”? en het “Hello, where you come from? Oefenen op echte buitenlanders. Ze willen ook allemaal met je op de foto en geven snoepjes. Was het in Nederland nog maar zo! Ik zal wel ouderwets zijn geworden?
Nu werd het tijd voor een stevige wandeling over de berg aan de overkant van de gevangenis. Dit zag er dus niet goed uit! We voelden druppels water en er was regen voorspeld. Ik wilde hier eigenlijk niet aan denken, vooruit met de geit. Daar gingen we dan de steile steeg omhoog. Nog geen tweehonderd meter verder stonden we op een grote bouwplaats waar ze zeker vier torenflats aan het bouwen waren. Nadat we de eerste hindernis waren gepasseerd stonden we nu voor een helling die er mocht wezen. Het schouwspel voor onze ogen liet onze monden open vallen. Een oud vrouwtje liep schoorvoetend naar beneden, alleen dit schouwspel en de gedachte dat ze ook weer omhoog moest deed ons verbazen. In Nederland zitten zulke mensen in verzorgingstehuizen.
Daar was de poort naar de tempel, het gehele dorp maakte onderdeel uit van de tempel. Het druppelen van de regen was nu overgegaan in een motregen, maar wel een dikke. Langzaam zagen wij de hoogbouw in de verte vervagen en tenslotte verdwijnen. Het had nu geen zin meer om terug te gaan! We zouden de wandeling afmaken. We klommen hoger en hoger en kregen steeds meer van het echte leven in Korea te zien. Overal zagen we de traditionele “Kimchi” potten. Hier maken de mensen het zelf nog op de ouderwetse manier. Tempels en kleine altaren zagen we nu rond ons. Er zaten mensen te mediteren, op trommels te slaan of gewoon te picknicken, en dat op een berg midden in de stad tijdens een bui motregen. Het was gewoon ongelofelijk om te zien hoeveel fitte oude mensen hier nog rondlopen. Ik had nu het “Hallo” onder de knie en in mijn beste Koreaans zei ik dan ook elke keer, “Anjo Hashido”. Dat werd dan steevast met een brede glimlach en een “Anjo Hashido” beantwoord. Het was een mooie wandeling, alleen jammer van het weer.
Eenmaal beneden onder aan de berg was het nog te vroeg om terug naar het hotel te gaan. Na overleg met Andy, gisteren had ik nationale schatten nummer 2 en 3 gezien, kwamen we overeen om naar nationale schat nummer één, de “Namdaemun” poort, te lopen. Onderweg kochten wat te lunchen en we lieten het ons goed smaken. Het was tenslotte koud, althans voor mij. Om nog wat meer tijd te doden slenterden we wat rond over de markt die net achter de poort ligt. Maar ja, als je niets wil kopen dan is shoppen eigenlijk niet zo leuk
Op de terugweg kwamen we uiteindelijk weer langs het reisbureau en wij natuurlijk weer naar binnen. Het was deel veel van de soap. Geen geld betekende geen ticket. Andy zat nu zo in de put dat hij meteen na het avondeten weer naar zijn kamer ging, zelf liep ik weer de stad in om de “Namdaemun” poort in het donker te fotograferen. Dat was inderdaad een schitterend gezicht. Om half tien ging het winkelpersoneel naar huis en het was heel druk op straat. Het werd nu voor mij tijd om te gaan slapen, morgen weer een deel van de soap en daarna richting Suwon om het “Hwaseong” fort te gaan bekijken.

maandag 28 mei 2007

Korea, op maandag gesloten

Seoul, 28/05/2007

We hadden de beste bedoelingen voor vandaag en we zouden het ook een beetje rustig aan doen. Maar voordat we stad in zouden lopen moest er eerst een ticket worden geregeld voor Andy. Hij had een beetje problemen met het geheel en ik had de indruk dat hij het niet allemaal kon verwerken. Uiteindelijk na lang heen en weer gedraai was het geregeld. Een vlucht voor woensdag met Cathay Pacific naar Londen. We zouden later die dag terugkeren om te betalen. Andy moest nog geld wisselen en het één en ander regelen. Het zou allemaal wel goed komen.
Nu konden wij op weg naar de “Seodaemun gevangenis”. We liepen natuurlijk dit kleine stukje door de stad om de sfeer op te snuiven, en dat gebeurde ook. Al van ver konden we luidsprekers horen die in het Koreaans wat probeerden te verkopen of te vertellen. Het bleek het laatste te zijn. Een groep met spandoeken en heel gemotiveerde spreker brachten hun ideeën naar buiten. Ik herinnerde mij een verhaal dat de lente het seizoen bij uitstek is om te demonstreren. Oproerpolitie en traangas vullen dan de straten in het centrum van Seoul. Het leek mij allemaal niet zo’n vaart te lopen en de oproerpolitie die op twintig meter afstand de zaak in de gaten stond te houden keek rustig om zich heen. Een tweehonderd meter verder op was er nog een demonstratie en nu begon ik toch wel een beetje op te letten. Waarschijnlijk kunnen jullie je ook wel van die beelden herinneren van de demonstraties in Korea?
Met een flinke pas erin liepen we verder naar de gevangenis. Seoul is een gemakkelijke en overzichtelijke stad, leg daar de overal gratis verkrijgbare plattegronden bij en je kan bijna niet verdwalen. Wij liepen dus ook recht naar de gevangenis. Maar, eenmaal bij de poort gebeurde waar ik even te voren bang voor was geweest. Op maandag gesloten! De DMZ op maandag gesloten! En volgens mij is bijna alles in Korea op maandag gesloten.
Wat nu? We waren al aardig richting twaalf uur dus de stad uit gaan was geen optie. Ik had nog wat elektronica nodig dus ik stelde voor om naar één van de grote computer/elektronica markten te gaan. Dat was zo beklonken. Met de ondergrondse was dit al een avontuur op zich omdat het zich buiten het (toeristen) centrum bevindt. Op zich viel het allemaal wel mee, maar ik ben natuurlijk wel wat gewend in Singapore. Ik kocht eerst nog wat oplaadbare batterijen en toen werd het tijd voor de lunch. Ergens achter in een hoek van de kelder bevond zich een kleine foodcourt die duidelijk aleen bedoeld was voor de mensen die daar werken. Vriendelijk werden we overal naar binnen gewuifd maar op mijn verzoek kozen we een restaurant met plaatjes. Aanwijzen is nu eenmaal gemakkelijker dan Koreaans lezen dacht ik. Maar dat viel reuze tegen. De serveerster keurde twee keer mijn bestelling af en dus kozen wij maar voor de oude vertrouwde Tolsot Bibimbap en die smaakte weer uitstekend. Na het eten kocht ik nog een nieuwe batterij voor mijn camera en toen zat voor mij de dag er op.
Ondertussen had Andy al zijn Japanse Yen gewisseld en hij zou de rest uit de ATM halen. Maar dat was een probleem want hij wist zijn pincode niet helemaal zeker meer. Hij is een beetje een warhoofd denk ik maar. Uiteindelijk kon ik hem overhalen om een gedeelte van zijn vliegticket met de creditkaart te betalen. Daar had hij zelf niet aan geacht en hij vond het een goed idee. Helaas voor Andy stond er niet genoeg geld meer op zijn rekening. Wat nu? Hij verontschuldigde zich en ging terug naar zijn GH om te emaillen naar zijn broer zodat die wat geld op zijn rekening kon storten.
We namen afscheid en ieder ging zijn weg. Ik was wel een beetje opgelucht want met de stress van anderen heb ik liever niets te maken. Wat zou ik dan verder gaan doen. “Tapgol Park” had ik gezien in de Lonely Planet. Dit was tien minuten lopen van mijn hotel en had twee cultuurschatten van de hoogste categorie. Namelijk nummer twee en drie. Het was duidelijk minder druk dan op de zondagmiddag, toch was het nog aardig druk in het park. Veel oudjes genoten van de voorjaarszon. Het park is genoemd naar de marmeren pagode uit 1465. Deze wordt nu tegen invloeden van buitenaf beschermd in een glazen huis. Wel mooi, maar het is slecht te zien. Een andere prominent in dit park is Son Pyong-hui , hij wordt door velen gezien als één van de stichters van de republiek Korea. Het verhaal is uitgebeeld op een muur waar elk muur reliëf een stukje van het verhaal verteld. Ze zijn hier wel heel vaderlandslievend!
s’Avonds heb ik rustig aan gedaan en ik ben nu blij dat ik na vier dagen zonder bier weer goed kan slapen. Morgen gooien we de rit naar de gevangenis in de herhaling en voegen daar dan nog een mooie wandeling door de heuvels aan toe.
Copyright/Disclaimer