zaterdag 12 mei 2007

Thailand, op weg naar Ayuthaya

Ayuthaya, 12/05/2007

Ik was niet helemaal fris toen ik vanochtend opstond. Adrie was natuurlijk al vroeg op maar Ars nam het er nog even van. Er stond vandaag niet erg veel op het programma. We zouden met de lokale busdienst via Suphanburi naar Ayuthaya gaan. Dit is niet echt ver maar de gemiddelde snelheid van de bussen ligt nu eenmaal niet erg hoog. Tel hier ook nog gemiddeld een half uur wachttijd bij dan ben je al gauw een dag onderweg. Vandaar dat ik altijd tijdens mijn reizen een verplaatsing als één dag tel. Soms heb je nog wat tijd over in de middag en dat is dan mooi meegenomen maar ik tel er nooit op. Na het ontbijt vroeg ik de eigenaar van het guesthouse een taxi voor ons te bellen. We liepen nog voor de laatste keer door de kamer om te zien of we niets vergeten waren en wachtte op de taxi die spoedig verscheen. Nu konden mijn gasten met hun eigen ogen zien hoe groot Kanchanaburi nu werkelijk is. De echte stad ligt namelijk een kilometer of zes van de brug. In de loop van de tijd zijn er allerlei guesthouses, hotels en restaurants in de buurt van de brug en begraafplaats gebouwd. Uiteindelijk zijn die twee wijken dan weer aan elkaar vastgegroeid. De toeristen verblijven dan ook meestal in de buurt van de brug en zien de stad alleen als ze naar het busstation gaan.De bus stond zoals gewoonlijk te wachten en wij namen plaats achterin. Dit in verband met de lengte en breedte van de westerlingen. Dit is ook de plaats waar normaal de monniken plaats nemen en af en toe zal je dan ook moeten verkassen. Maar vandaag gelukkig niet. De busreis verliep zonder problemen en het overstappen ging ook van een leien dakje. Ruim vier uur later stonden we in Ayuthaya.
Onderweg hadden we besproken wat we verder zouden gaan doen. We zaten nu op een schema van 2+2+2=6 dagen. Oorspronkelijk hadden we het over een week gehad en nu hadden we dus beslist om de trip met één dag in te korten. Mijn gasten waren vermoeid en hadden al héél veel gezien. Ook de warmte was nu een groot probleem geworden.
In het Ayuthaya guesthouse waren er nog twee kamers vrij en ik gaf Adrie de vrijheid van keuze. Naar boven op de 1e verdieping of op de begane grond achter de receptie. Uiteindelijk sliep ik op de 1e verdieping. Het was nog niet erg laat in de middag en het was ook nog niet zeker hoe we terug naar Pattaya zouden gaan. Met de trein of de bus. Uiteindelijk kozen we voor de bus dus ik hoefde niet naar het treinstation om uit te zoeken hoe laat de trein zou vertrekken. Ik was ondertussen wel aan een hamburger toe en wij genoten van een westerse maaltijd bij de McDonald. We hadden nog tijd om het één en ander te doen deze middag. Adrie verkoos de koelte van de airconditioning op de kamer en Ars liep met mij nog even door de stad. Ik liet hem nu een echte Thaise markt zien. Ars keek met een grote glimlach op zijn mond zijn ogen uit. Er lag van alles, dood en levend, gekookt en rauw. “Maar goed dat Adrie dit niet ziet”, zei Ars. “Ze zou geen hap meer eten als ze dit had gezien”. Uiteindelijk kwamen wij ook terug bij het guesthouse. Even liggen, knikten wij tegen elkaar.
De regen kwam ook hier weer aan het einde van de middag. We aten weer heerlijk Thais en wachtte dat het droog genoeg was om nog even naar de avondmarkt te lopen. Uiteindelijk liepen voor niets naar de markt, er waren door de regen alleen wat eettentjes geopend. De meeste handelaren waren thuis gebleven. “Het lijkt hier wel een getto met al die stalen rolluiken”, vond Adrie. Ja, het is hier wel anders dan in Pattaya! We aten van de kipkluiven die ik had gekocht en dronken een paar biertjes. Vanavond niet te laat naar bed. Morgen de tempels.

vrijdag 11 mei 2007

Thailand, Kanchanaburi

11/05/2007

We waren alweer op de vierde dag en dus over de helft van onze trip door Thailand.
In Kanchanaburi is niet echt veel te zien dus we hadden afgesproken om maar wat later op te staan. Het programma werd 180 graden omgegooid en dus zouden we het eerst naar de brug gaan. We zouden een beetje rondkijken en om een uur of half twaalf zouden we dan de trein over de brug zien rijden.Adrie had het vandaag niet meer. Ze was kapot en door de hitte bevangen, dit was erg lastig want het laatste wat ik wil is de hele dag met taxi’s van het ene naar het andere punt. Afgezien van de kosten wil ik natuurlijk ook de lichaamsbeweging niet missen. Voor Ars was het ook een dilemma want hij wilde Adrie niet alleen laten maar aan de andere kant wilde hij ook lopen want, “Zo zie nu eenmaal meer”. Was zijn motto.
We stonden nog in het restaurant toen Marco met de brommer de hoek om kwam. Een geschenk uit de hemel voor Adrie want hij bood meteen aan of hij haar even naar de brug moest brengen. Ze nam dit aanbod met beide handen aan. Ars en ik arriveerde een kwartiertje, ongeveer anderhalve kilometer tot de brug, later en keken rond of we Adrie ergens zagen. En ja hoor, daar zat ze onder een boom met een lekker sigaretje tegen een Engelse vrouw te klagen over de warmte. En het was niet eens erg warm, het was normaal. Samen met Ars liep ik rond bij de brug, we bekeken een maquette en een paar oude locomotieven die bij de bouw zouden zijn gebruikt.
De trein was op tijd en we keken rustig hoe de brug leeg liep en de trein langzaam over de brug reed. Zo. Dat was dat. Het tweede op de agenda stond het JEATH museum wat in een gebouw vlak bij de brug is gevestigd. Er is hier niet echt veel te zien want het is maar een samengeraapt zooitje van oude spullen waarvan 70% niets met de oorlog te maken heeft. Bijvoorbeeld de miss Thailand hall met muurschilderingen van de deelneemsters? De warmte was Adrie nog steeds teveel en ook hier ging ze even rustig in de schaduw zitten genieten.
Het was nog geen één uur en we waren al aan het laatste deel van vandaag toe. De twee Kuijnen wilden met de taxi en ik wilde de drie kilometer wandelen. Ik hield een taxi aan en we kwamen een prijs overeen. Ik vertelde Ars en Adrie waar ze uit de taxi moesten stappen en op mij wachten. Ik zag ze zwaaiend in de verte verdwijnen.
Ze zaten precies waar ik het verwacht had op een terrasje op mij te wachten. We rustte nog even en gingen toen richting de begraafplaats van de oorlogsslachtoffers. We zochten in alle stilte naar de Nederlandse graven. Om ons heen was het druk. Veel toeristen maken hier een stop, ook de dagjesmensen uit Bangkok zijn hier vaak te vinden. We stonden even stil bij de slachtoffers en vervolgden onze wandeling terug naar het guesthouse. Ondertussen had ik alweer stevige trek en met de Kuijnen kun je overal stoppen om te eten. Zo ook nu toe we stopten bij een restaurant dat was gekoppeld aan een kookschool. De “Pad Thai”, zeg maar Thaise Bami, werd nu geprobeerd en door beide goed bevonden. Zo, weer wat geleerd over het eten.
Het was alweer half drie toen de terugweg aanvaarden naar het guesthouse. Ik wilde nog wel zwemmen in de Kwai en ook Ars vond dit een goed idee. Adrie verlangde naar de airconditioning van de slaapkamer.
Heerlijk gezwommen en nog geen bier gedronken. We wilden hier namelijk mee wachten totdat het avond was. Marco had voor ons, en speciaal voor mij, een heerlijk voorgerecht in voorbereiding. Hij zou gerookte zalm en boursin kaas voor ons meebrengen. Als extraatje had hij er ook nog een hard gedroogd worstje erbij gesneden. Dat was smikkelen met kleine harde broodjes en croissantjes!
We zaten heerlijk op de ponton toen de dames van het restaurant de zeilen naar beneden kwamen doen. De lucht zag er wel dreigend uit maar de meeste hadden zeker geen regen verwacht. Ik de verte verdwenen de bergen en ook de jungle loste langzaam op in een grijze lucht. En daar was toen de regen. Zoals in Nederland nog nooit gezien. Met bakken kwam het uit de hemel. Het regende een uurtje of zo en de rivier was inmiddels zeker tien centimeter gestegen. We brachten de hele avond door op het ponton met zijn vieren. Toen Adrie naar bed was bleven Ars en ik nog even zitten om op hoog niveau met elkaar te praten. Veel flessen bier later gingen wij uiteindelijk ook naar bed. Morgen gaan we met de bus naar Ayuthya waar we dan de tempels gaan bekijken.

donderdag 10 mei 2007

Thailand, De brug over de rivier de Kwai

Bangkok-Kanchanaburi, 10/05/2007

Om kwart voor zes liep de wekker in mijn camera af en als een pijl uit de boog sprong ik uit bed. Een snelle douche en de kamer aan een laatste onderzoek onderwerpen. Ik had niets vergeten en schakelde de aircon uit. Beneden zaten de Kuijnen al te wachten en Adrie had al genoten van haar eerste sigaretje van de dag. Langzaam liepen we naar de pier waar we de boot zouden nemen naar de overkant van de rivier. Op dit uur kom je al veel mensen tegen. Dronkaards op weg naar huis, taxichauffeurs op zoek naar hun eerste klanten en gewone mensen op weg naar hun werk. Zoals verwacht was de poort nog niet open en we waren genoodzaakt om even te wachten op het bankje naast de poort.
Binnen tien minuten opende een slaperige man de poort en wij volgden hem naar het ponton vanwaar wij de boot zouden nemen. De boot was al in aantocht toen Adrie aan Ars vroeg, “waar zijn de broodjes”? Ars keek haar aan en antwoordde, “die heb jij toch”! “Nee”, antwoordde Adrie met een hoog stemmetje waar een paniek in te horen was. Ik keek dit rustig aan en koos snel eieren voor mijn geld. Ik keek naar de boot en twijfelde geen moment. Een snelle korte sprint over honderd meter en ik had het brood weer in bezit. De twee mensen die naast het brood op het bankje zaten te wachten keken mij verbaasd aan, gelukkig zijn de Thai niet zo gek op brood. Een snelle sprint terug en ik was op tijd voor de boot. Adrie had van de zenuwen nog maar een sigaretje opgestoken. Ik stond te rillen als een rietje en zag sterren voor mijn ogen, zo’n inspanning op de nuchtere maag is niet slim als je suikerziekte hebt. Maar een dag zonder brood in de trein is ook geen prettig vooruitzicht.
Ik kocht drie kaartjes op de boot en werd medegedeeld dat de halte “Rot Fai” van het treinstation niet meer bestond. Ik kon dit moeilijk geloven en er waren dan ook frustraties bij mij en de medewerkster van de veerdienst. “Eind goed al goed” toen we van de boot afstapte bij de volgende halte. Een verpleegster die alles had aanschouwd zette ons op het rechte spoor naar het trein station. Deze dag was al goed begonnen.
We moesten nu ruim een uur wachten voordat de ochtend trein naar “Nam Tok” zou vertrekken. Ook in Thailand veranderen de schema’s van het openbaar vervoer jaarlijks. Ik weet nu ook dat we een half uur extra in bed hebben de volgende keer.
Tien minuten voordat de trein zou vertrekken reed hij voor op het perron waar wij zaten te wchten. Ik gaf de Kuijnen instructies waar ze moesten gaan zitten en dat was het voor vandaag, gewoon rustig blijven zitten en genieten van het schouwspel dat zich buiten afspeelde. Het is een hele langzame trein die bijna om de paar kilometer stopt.Op één van die kleine stations stond een grote, in gele shirts gestoken, groep kinderen met begeleiders te wachten op de trein. De kinderen waren duidelijk opgewonden en mijn eerste indruk was dat ze op schoolreis gingen. In mijn gedachten schoten een paar herinneringen over mijn eigen schoolreisjes van de lagere school. Je gaat nu eenmaal meer nadenken over het verleden naarmate je ouder wordt. De nieuwe passagiers klommen aan boord en begonnen een plaatsje te zoeken in de trein die al aardig vol was. Het was een Thaise feestdag vandaag, “ Farmers day” de dag van het zaaien of zo, veel scholen waren net begonnen na de nieuwjaarsvakantie en hadden gekozen voor een uitstapje. Uiteindelijk na veel heen en weer geloop namen ze plaats in onze wagon. Het duurde niet lang voordat we in de gaten kregen waarvoor ze op pad waren. “Het oefenen van de Engelse taal”. Gelukkig wordt er nu ook in Thailand aandacht besteed aan het leren van een tweede taal. Adrie was al snel in gesprek en ook tegenover mij namen verschillende kinderen plaats om te oefenen. Het was erg schattig, sommige van de kinderen hakkelde van de zenuwen maar nadat ik ze met een grapje gerust had gesteld ging het meestal beter. “What is your name”? “Where do you come from”? En nog een paar meer vragen werden steeds herhaald. We praten wat en later voegde de lerares zich bij hen. Ik stelde het gratis boekje over de Burma spoorweg beschikbaar omdat dit in het Engels en Thais was. Mooi leermateriaal. We werden beloond met mandarijntjes en melk met een fruitsmaakje.
De tijd vloog om en al snel stonden we met de trein voor de brug over de rivier de Kwai. Hier werd het even te brutaal. Een vertegenwoordiger van een reisbureau kwam de wagon binnen en sommeerde ons te verkassen. Toen ik vroeg wie hij was keek hij verbaasd en antwoordde met, “dit is een speciale wagon”. Hij liet mij ook een velletje met handgeschreven stickers zien. Een tweede man kwam op ons af en wilde de kaartjes zien. Ars overhandigde de kaartjes en opnieuw was het, “dit is een speciale wagon”. En of wij even wilde verkassen. De trein was nu al vol en wij zouden dus onze goede plaatsen moeten opgeven en ergens gaan zitten waar we niets zouden zien. Een mondvol Thais van mijn kant en de twee dropen af. Het duurde niet lang voordat de twee met de conducteur verschenen. Onder tussen waren de toeristen in de trein en wezen naar onze plaatsen. Hup, “oprotten, en ga maar ergens anders zitten”!, snauwde ik geïrriteerd. Ik vertelde de conducteur, wat hij al wist, dat wij vanaf 07:45 op deze plaatsen zaten en dat ik mij niet door dagjestoeristen zou laten wegjagen. Ik keek op onze kaartjes en er was geen wagonnummer of plaatsnummer op afgedrukt. Wij stonden dus volledig in ons recht. De conducteur wist dit en met een vinger voor zijn mond gebaarde hij dat ik mijn mond moest houden. De drie verdwenen en dat was het einde van het verhaal. De twee Russische mutsen tegenover mij zaten na een kwartier al te slapen.Dat was opgelost maar het had de reis wel een bittere bijsmaak bezorgt. De Kuijnen genoten van de brug en de dodenspoorweg. Bij het eindpunt kocht ik snel twee geroosterde kippenpoten en Adrie had twee pannenkoeken zodat we het tot Kanchanaburi wel zouden uithouden. Ze waren wel vermoeid van de dag niets doen en af en toe vielen de oogjes dicht. Ik rookte de vredespijp met de conducteur en elke keer als hij langskwam groette hij mij met een saluut aan de rand van zijn pet en een brede glimlach.
Daar was het dan uiteindelijk na een treinreis van ruim 350 kilometer in zeven uur, Kanchanaburi. Ik schoot snel wat foto’s van de Kuijnen en we gingen op zoek naar een guest house. Adrie was heel moe en kwam niet meer vooruit. Ik had een GH op het oog gehad maar dat bleek al gauw te ver weg. Een taxi voor Adrie was ook geen optie want ik wist zelf niet waar we heen gingen. Heel langzaam kwamen we bij het Mr. Tee GH. Dezelfde plaats waar ik vier maanden geleden met Henk en Dean had geslapen. Ik liet Adrie de kamers controleren en die keurde ze goed. “Niet slecht”, dacht ik nog.
Eenmaal in de kamers geïnstalleerd ging Adrie even liggen en Ars en ik genoten van een koud biertje. Het is er prachtig. Je zit op een drijvend ponton met een uitzicht op de jungle en de brug. Ars en ik kwamen alleen nog van de plaats om naar het toilet te gaan en het werd een fantastische avond. Ik bestelde een breed assortiment gerechten met als hoogtepunt voor Ars een gebakken “Red Snapper” in zoetzure saus. Het werd later dan gepland maar dat maakte weinig uit, we waren op vakantie.
Copyright/Disclaimer