woensdag 16 maart 2005

Maleisië, weer in Kuala Lumpur

Kuala Lumpur, 16/03/2005


Erg vreemd dat ik na al die goede nachten nu een slechte nacht had. Ik kon de slaap maar slecht vatten en eenmaal in slaap begon het dromen. Ik droomde van een oude schoolmaat die nog niet zo lang geleden was overleden, Wilrie Stevens. We speelden weer aan de rivier en liepen over de spoordijk. Ook zijn vader en moeder kwamen in het verhaal voor, mijn ouderlijk huis aan de Nonnenstraat lag gedetailleerd op mijn netvlies.
Eerst pakken dan eten was het motto. Met veel pijn en moeite verdwenen de over de grond liggende stukken bagage in mijn rugzak. Ik kwam tot de conclusie dat ik toch wel heel veel wierrook had gekocht. Een paar keer werden dozen en pakken verplaatst totdat uiteindelijk de ritssluiting zonder al te veel kracht dicht ging. In Kuala Lumpur komt er meestal toch niets bij.
Klaar met pakken in de ochtend nam ik het besluit om niet helemaal naar het “Discovery Café” te lopen voor het ontbijt. Volgens Mr. Au kon ik een stukje verderop in de straat ook terecht. Café 1151 zag er vanaf de buitenkant mooi uit en ook het interieur was smaakvol. Eigenlijk was alles er mooi en goed behalve het eten. Hier zou ik zeker nooit meer terugkomen. Het halfrauwe ei in combinatie met ijskoude witte bonen in tomatensaus was geen winnaar.
Omdat ik regelmatig naar de watertuin had zitten kijken had mevrouw Au een paar van die drijvende vetplantjes in een fles halfvol gevuld met water gedaan. Deze kon je leuk in een schaaltje op je kamer zetten.
Ik bedankte iedereen voor mijn plezierige verblijf en stapte bij de eigenaar van het hotel in de Volvo die mij naar het busstation van Melaka bracht. Een beetje onbekend kocht ik twee kaartjes voor de bus. Ik betaal graag het dubbele voor lange reizen in de bus. Je hebt dan twee stoelen naast elkaar en je kan je kwetsbare bagage mee de bus in nemen. Helaas was de bus van “KKKL” een super-de-luxe. Nou helaas, gelukkig. In deze bussen zijn er maar drie stoelen in een rij. Twee aan de chauffeurzijde en één aan de andere kant. IK had nu twee brede leren fauteuils tot mijn beschikking en dat terwijl één enkele ruim voldoende zou zijn geweest.
In Kuala Lumpur zag ik dat wij niet ver verwijderd waren van de monorail. Ik kon natuurlijk blijven zitten en vanaf het “Puduraya busstation” lopen naar mijn hotel maar met de monorail zou het zeker comfortabeler zijn. De chauffeur vond het geen probleem en stopte met de bus onderaan de trap van een monorail station. Een kwartiertje later lag ik op mijn bed in het “Fortuna Hotel”.

Na niet al te lang naar het plafond te hebben gekeken en een kopje koffie te hebben gedronken ging ik naar het “Suria KLCC” om mijn toegangskaartje voor de race te kopen. Ook na al die keren is het weer een ongelofelijk gezicht om die twee torens voor je te zien opdoemen. Een bovenaardse schoonheid in het midden van een wereldstad. Natuurlijk stond in het hart van het winkelcentrum de “Sauber Petronas” stand met daarnaast de balie waar de kaartjes voor de race werden verkocht.
“Één kaartje voor het talud E alstublieft?”
“I’m sorry, sold out”, antwoordde het meisje.
“Sold out?”, vroeg ik verbaasd.
“Yes, sold out.”
Dit was heel vreemd, ik zit namelijk altijd op een heuvel met naam E en daar kunnen duizenden mensen zitten. Met andere woorden, het is onmogelijk dat die op de woensdag voor de race al is uitverkocht. Ik had een tweede optie en ging die dan maar proberen. Met de Metro naar het “Sentral Stesen” en daar nog maar eens vragen. En mijn gevoel was goed geweest. Binnen vijf minuten had ik een kaartje voor vak E en een retour voor de trein/bus naar het circuit op zak. Samen RM 155, ongeveer € 35,-.
Voldaan ging ik weer terug naar mijn hotel, opdracht nummer één was volbracht. Onderweg dacht ik na waarom er mij was verteld dat het was uitverkocht en ik kon maar één verklaring vinden voor het gedrag van de verkoper. Er werden waarschijnlijk geen goedkope kaartjes meer verkocht in het KLCC! Het is tenslotte een toeristentrekpleister en de toeristen die hier komen hebben geld genoeg om de dure kaartjes te kopen. Ze weten namelijk niet de weg en gaan dan voor de gemakkelijkste oplossing.
Ik ging na aankomst bij het “Bukit Bintang monorail station” meteen inkopen doen. Van die voorverpakte sandwiches van de 7-11 zijn heerlijk en niet al te duur. Dat is ook een voordeel van een wat duurder hotel! Grote tv met satellietkanalen, gratis koffie en een kleine koelkast.
De avond brak aan en ik liep langzaam door de warme avondlucht naar “Betaling Street”, zeg maar China town. Ik werd er warm onthaald door de medewerkers en de eigenaar van het Chinese restaurant waar ik altijd kom. Een grote Tiger, een grote gemengde sate en een sizzling chicken met mee goreng. Laat het eten maar beginnen! En het was heerlijk. Ik was wel vermoeid na die slechte nachtrust en die lange dag, het heerlijk eten en de drie grote Tiger bier maakten het compleet. Nog voor twaalf uur zat ik in de taxi naar mijn hotel. Morgen rustig aan.

dinsdag 15 maart 2005

Maleisië, toch nog wat gezien!

Melaka, 15/03/2005

Uiteindelijk bleek het de juiste beslissing om in Melaka te blijven. Ik had het een tweede kans gegund en die was goed uitgepakt. De hele combinatie van mijn hotel, de cafés en de nieuwe mensen die ik had ontmoet gaven mij het gevoel dat ik hier zeker nog wel een keer zou terugkeren.
Vandaag zou ik er vol tegen aan gaan en eens serieus gaan rondkijken op de “Bukit St. Paul” en het “Stadhuys” gaan bezoeken. Het “Stadhuys”, gebouwd tussen 1641 en 1660 door den Hollanders, is het oudste Nederlandse gebouw in het verre oosten. En het is een schitterend gebouw. Een niet al te indrukwekkende collectie probeert het mooie gebouw wat op te vijzelen maar zelfs als het leeg stond zou het nog mooi zijn. Nu zijn alle gebouwen op het plein rood geschilderd. Volgens Patrick waren vroeger alle gebouwen wit geschilderd. De reden dat ze nu rood waren kwam van de Engelsen. De lokale bevolking had zo’n hekel aan die Engelsen dat elke keer als ze langs het gebouw liepen er tegenaan werd gespuugd. De lokale bevolking kauwde “betelnoot” en spuugde de rode vloeistof tegen de witte muren. Het schoonmaken was steeds zo’n groot karwij dat de lokale bestuurders maar beslisten om alle gebouwen aan het plein rood te schilderen.
Na dit stukje Hollandse geschiedenis waren nu de voorgangers aan de beurt in de vorm van de St. Paul’s kerk op de bukit St. Paul. Al in 1521 bouwde een Portugese kapitein een kapel op deze heuvel met een uitzicht op de straat van Melaka. Natuurlijk staan alleen nog de muren overeind maar eenmaal binnen is de collectie oude grafstenen erg interessant. Er is een grote Nederlandse collectie.
Het was een heerlijke informatieve middag geweest. Terug in mijn hotel kon ik de wierrook onder aan de trap al ruiken. Ik had een grote hoeveelheid ingekocht in een Indiase winkel. Mijn kamer rook heerlijk en het was net of ik een Sikh tempel binnenstapte.
Morgen zou ik al vroeg vertrekken en werd het dus tijd om afscheid te nemen van mijn nieuwe vrienden. Ik maakte er wel een rustige avond van. Ik ben benieuwd wat mij in Kuala Lumpur te wachten staat?

maandag 14 maart 2005

Maleisië, de Portugese nederzetting

Melaka, 14/03/2005

Het uitslapen bevalt mij uitstekend en de rust van het hotel is ook een plus. Mr. Au en zijn vrouw zorgen goed voor mij. De was wordt gedaan en mijn kamer is gewoon perfect, misschien zijn alleen de handdoeken een beetje aan de kleine kant.
Ik zal het verhaal van het ontbijt maar overslaan want dat weten jullie zo ondertussen wel.
Mijn spijsvertering was wel weer op hal geslagen en het nemen van de antipeppillen was nu een verplichting. Te veel bier en te weinig vast voedsel zou hier wel eens aan de basis kunnen liggen van dit probleem.
Nadat ik mijzelf zo goed mogelijk had geleegd ging ik op pad voor een lange wandeling. Het weer zag er goed uit en van regen was er zeker geen sprake.
Net na de middag ging ik op weg naar de “Bukit Cina”, de grootste Chinese begraafplaats buiten China. Al sinds 1500 worden hier de overledenen van de Chinese immigranten begraven. De heuvel (bukit) ligt aan de rand van de oude stad en bleek best interessant om te bezoeken. Er liggen meer dan 12.000 mensen begraven!
Eenmaal aan de andere kant aangekomen kon ik rechts of linksaf. Ik koos voor links en wilde de “Portugese nederzetting” wel eens bezoeken. De Lonely Planet gaf aan dat het drie kilometer buiten de stad lag en die afstand was te belopen. De hemel was niet meer zo blauw als vanochtend maar hij stond zeker niet op regen. Eenmaal bij de “Portugese nederzetting” aangekomen wachtte mij een grote teleurstelling. Het was meer een grote parkeerplaats met een welkomsboog ervoor. De waterkant was één grote moddervlakte en er was geen één winkel of restaurant open. Eigenlijk ook wel te begrijpen want als in het centrum al niets te doen was waarom zou het dan hier druk zijn?
Ik ging terug op weg naar het oude centrum en zag de wolken nu sneller en sneller aan de hemel verschijnen. Ze kwamen niet aangedreven maar bouwden zich gewoon op uit het niets. De lucht werd dreigender en dreigender. Gelukkig geraakte ik droog terug in het hotel. Ik was nog geen tien minuten op mijn kamer toen de regen kwam. Eerst waren het slagen op een snaartrommel die overgingen in het afvuren van een mitrailleur. Na al die tijd verbaasd het mij nog altijd met welke kracht de regen kan neerkomen in de tropen.
Twee biertjes, dat was alles vanavond. Het eten ging wel goed naar binnen en ik verplichtte mezelf tot een paar extra gerechten om zo weer de darmen te vullen. Ik zou natuurlijk weer heerlijk slapen. Morgen is mijn laatste dag en de wandeling van vandaag heeft mij nieuwsgierig gemaakt naar de andere bezienswaardigheden.
Copyright/Disclaimer