zondag 17 januari 1999

Thailand: Met de trein naar Phitsanulok

New Sukhothai (Friend House), 17 januari 1999

Vandaag vertrekken opnieuw vroeg in de ochtend, maar deze keer gaan we richting het station om met de trein naar Phitsanulok te reizen. Een korte wandeling naar een klein voetveer, overtocht zes cent, en we staan aan de andere kant van de rivier niet ver van het treinstation. Nu rijden er in Thailand voldoende treinen maar de regelmaat waarmee ze rijden is heel anders dan dat wij in Nederland gewend zijn. Eigenlijk zit er helemaal geen regelmaat in. Soms zitten er maar tien minuten tussen twee treinen en dan vertrekt de volgende weer drie uur later.
Ayuthaya-Pitsanulok
Marieke koopt voor ons de treinkaartjes en wanneer ik haar niet met gepast kan terug betalen voel ik die wrijving weer. Ik verontschuldig me en loop snel door mijn papiergeld en een handje vol met muntjes. Ik heb gewoon geen gepast geld! Mijn ervaring is na een dag buiten Bangkok dat een briefje van 100 baht, zeg maar vijf gulden, al groot geld is voor deze eenvoudige mensen op het platteland. Deze patstelling kan nooit lang goed gaan! Ik heb het gevoel dat mijn reisgenoot in een emotionele achtbaan zit. Misschien is het voor beiden beter wanneer we deze week uit elkaar gaan.
Wachten op de trein
Tijdens het wachten op de trein, die natuurlijk een half uur te laat is, loop ik wat rond en probeer de situatie zo goed mogelijk te beoordelen. Ik kan er geen touw aan vastknopen! In de trein zitten we apart! Een stuk uit elkaar. Marieke wijst me een zitplaats aan en loopt verder naar haar eigen plaats. Het mag in Thailand allemaal een beetje primitief zijn maar de zitplaatsen in de trein zijn genummerd en het nummer dat op jouw kaartje staat is jouw zitplaats.
Tijdens de vijf en half uur durende treinreis begon ik redelijk trek te krijgen. Het kleine westerse ontbijt in een van de tienduizenden guesthouses in Thailand is niet voldoende voor een gezonde Nederlandse man om de dag door te komen. Het is net genoeg om je tot de volgende voedselverkoper te brengen!
Voedselverkopers lopen in een lange optocht onafgebroken door de trein op en neer. Sommige verkopers verdwijnen en stappen over op een tegemoet komende trein om zo weer richting huis te gaan. Sommige verkopers worden onderweg bevoorraad en nieuwe verkopers komen op de trein. Het gaat allemaal even gemoedelijk en het heeft er helemaal van weg dat ze elkaar niet beconcurreren of in de weg lopen. De ene verkoper van geroosterde kipkluifjes wordt vervangen door de andere verkoper van dezelfde etenswaar.
Het eten van die ene verkoper ruikt nog beter dan de witte bakjes van de ander. Ik ben ook nog te bang om iets van een verkoper langs de weg, of in dit geval, in de trein, te eten en erg ziek te worden. De reisgidsen staan vol met adviezen over het niet eten van stalletjes langs de weg. Ons gestel zou daar niet op ingesteld zijn. Ik sla een zucht van verlichting wanneer ik de balletjes rijst van gisteren herken.
Ik bestel er nu maar twintig, ik weet tenslotte dat ze me goed zullen smaken en ik ben er gisteren niet ziek van geworden. Het ritueel is haast hetzelfde als dat van gisteren. De vrouw knipt de balletjes met een schaar los van de streng en laat ze behendig in een doorzichtig plastic zakje vallen, alleen deze keer ontbreekt de gember. Ook is de prijs wat hoger! Ik vraag me af of dat komt omdat ik een wit gezicht heb of dat we nu in de trein zitten. Ondertussen heeft Marieke zich bij me gevoegd omdat de trein steeds leger raakt. Ze vind het nog steeds niet zo’n goed idee om in de trein te eten. Dus eet ik alleen in stilte.
Klaar voor vertrek
De weg vinden naar je bestemming van de dag is op zich zelf al een avontuur. Het vragen naar de weg en de manier om daar zo snel mogelijk te komen. Iedere stad heeft namelijk enkele busstations. Je komt aan in busstation A en moet naar busstation B om je aansluiting te vinden. Tussen de busstations heerst een levendige handel van taxi’s, Tuk-Tuk’s, trishaw’s en stadsbussen. We horen van een voorbijgaande medereiziger dat er een stadsbus rond rijd en dat die bus angstvallig word verzwegen voor de toeristen, bus nummer 1 zou het moeten zijn.
Navraag aan een voorbijganger helpt niets en de groep toehoorders, nieuwsgierigen en taxichauffeurs groeit met elke minuut die verstrijkt. Het duurt niet lang of een witte bus met een groot bord “1” achter de voorruit verschijnt op de aangewezen plaats voor het station. We stappen snel in en laten een groep verbaasde taxichauffeurs achter.
Ik heb intussen ook al mijn eerste Thaise woorden geleerd. Satani rot meh, “busstation”. We verwisselen van bus, die zijn echt heel goedkoop, in het volgende busstation en gaan weer verder naar Nieuw-Sukhothai. Net voordat we aankomen in Nieuw Sukhothai verteld Marieke dat ze besloten heeft om alleen verder te gaan. Ze wil overmorgen alleen naar Chiang Mai vertrekken. Wat er tussen ons is gebeurd stoort haar emoties en staat haar gevoelens in de weg. Erg jammer, in de paar dagen dat we samen zijn geweest heb ik erg van ons samenzijn genoten.
Nieuw Sukhothai is geen aantrekkelijke stad. De betonnen blokkendozen, shophouses, die zo kenmerkend zijn voor dit werelddeel zijn ruim in de meerderheid. Met de Lonely Planet in de hand gaan we op zoek naar een guest house, er is maar weinig keuze. Of ze zijn vol, of smerig, of een combinatie van die twee. De keuze is aan Marieke, mij maakt het allemaal niet zoveel uit.
We nemen uiteindelijk onze intrek in het "Friend house”, net over de rivier aan de weg naar het “Oud Sukhothai”. Een rij vieze kamertjes in de Thaise bungalowstijl, die me het meest doet denken aan een rij schuurtjes in een volksbuurt, met insecten als kamergenoten en een restaurant waar je absoluut niet wil eten. Het is maar voor twee of hooguit drie nachten, wat maakt het dan ook uit? Heel veel, ik neem me meteen voor om nooit meer in zo’n primitieve plaats te slapen tenzij het ècht niet anders kan.
Tijdens het avondeten en het drinkgelag daarna, met veel zoete Mekong Whisky gemixt met cola, verbeterd de relatie tussen ons. We praten veel en openhartig over ons verleden en onze gevoelens.
Het is onbegrijpelijk gemakkelijk om bij een wildvreemde je hart uit te storten. Maar wanneer het tijd is om naar bed te gaan ben je toch weer alleen. Half aangeschoten door de Mekong Whisky zie ik een surrealistisch beeld van mijn kamer.
Jezus, wat is het smerig hier! Het door de Thaise aarde rood gekleurde leidingwater heeft lange rood/oranje strepen achtergelaten op de lichtgeel geverfde muur in de badkamer alsof iemand een fles tomatenketchup leeg heeft laten lopen. Ik kijk nog eens goed rond en ontdek dat de onderkant van de met zink beklede houten buitendeur vijf centimeter is weggerot. Ik besluit die avond terstond, voor de eerste keer deze reis, om het douchen maar een dagje over te slaan. Ik heb het idee dat ik er smeriger onderuit zou komen dan dat ik eronder zou stappen. Het klinkt misschien vreemd, lekker niet wassen! In de tropen zweet je heel veel maar het is een heel ander soort zweet. Je stinkt namelijk niet! Het is meer zoals sportzweet en niet werk/stresszweet.
Voor het slapen gaan ruim ik nog even wat spullen op die ik wil bewaren en schrijf de gebeurtenissen van vandaag in mijn dagboek. Wanneer ik het treinkaartje nog eens goed bekijk valt het me op dat we helemaal geen vaste genummerde zitplaatsen hadden. Het was vrij zitten! Dat valt me koud op mijn dak en ik kan niet geloven dat we na zo’n gezellige avond zo ver van elkaar staan. Ik verwacht dat ik morgen wel zal uitvinden hoe we er ècht voor staan.

zaterdag 16 januari 1999

Thailand: De eerste echte cultuur

Ayuthaya (Ayuthaya GH), 16 januari 1999

Veel later dan gepland kom ik van het slechte matras omhoog. Schud mijn hoofd en zoek automatisch naar de fles water die naast mijn bed moet staan. Boven mij draait een plafondventilator trouw zijn rondjes. Een slok lauw water, die slecht smaakt, en dan naar het toilet. Het koude water brand op mijn gezicht. De derde kater in de eerste week, dat moet dus ook veranderen.
Merry V Guest House
Mijn rond het bed uitgestalde spullen verdwijnen zonder enige vorm van orde of logica in mijn rugzakken. Ik trek de veters aan, druk de sluitingen, rits de ritssluitingen dicht en ben bijna klaar om op pad te gaan. Een laatste blik rond de kleine kamer is de belangrijkste handeling handeling van de dag. Zorg dragen dat je niets van je uitrusting achterlaat. Je zal verbaasd staan over wat mensen zoal vergeten door de haast om op tijd te vertrekken.
Beneden zit het restaurant al vol. Veel mensen maken zich klaar voor een dag Bangkok, een dag niets doen of een vertrek naar de volgende bestemming. Verbaasd kijk ik naar de vreemde kleren en haardrachten. Ook op de tafels staan allerlei vreemde gerechten die ik nooit had verwacht. Het lijkt dat je verblijf in een vreemde nieuwe omgeving ook je eetgewoonten veranderd. Yoghurt met een banaan in schijfjes voor ontbijt? Geef mij maar de twee gebakken eieren met een paar sneetjes toast. Het enige waar ik nog aan moet wennen is de Nescafé die hier in Thailand tot de god van de ochtend is gepromoveerd maar thuis in Nederland wordt verguisd.
Marieke zit in haar reisgids te lezen en is daar zo druk mee bezig dat ze me niet opmerkt wanneer ik van de trap kom. Pas wanneer ik de stoel verschuif om plaats aan tafel te nemen kijkt ze verbaasd en geërgerd op. Een vreemd gevoel bekruipt me, ik kan het niet plaatsen maar ik voel een spanningsveld tussen ons.
Na een comfortabele reis van een uurtje of twee in een minibus is onze eerste halte Ayuthaya. Ik heb nog steeds het gevoel dat er iets aan de hand is, de stilte tussen ons valt gewoon op. De bulderende lach van Marieke blijft stil.
Bij aankomst in Ayuthaya blijkt het busstation midden in de oude stad te liggen. Het is maar een korte wandeling naar het straatje waar zich de meeste guesthouses bevinden in de oude stad. Marieke heeft onderweg in de minibus al een guest house gekozen en dat gaan we als eerste proberen. Ik was veel te druk bezig met het naar buiten kijken en het in me opnemen van de nieuw te ontdekken wereld. Ik vind het wel lekker dat Marieke het initiatief neemt, het geeft mij de mogelijkheid om mijn energie aan al dit nieuws te besteden.
Het Ayuthaya GH is een mengsel van steen en teakhout gebouwd aan het einde van wat een doodlopende weg lijkt. Alles is voor mij weer even nieuw en ik geef toe dat ik zelfs een beetje verlegen ben in al die nieuwe situaties. Schoenen en sandalen buiten laten is een van de nieuwe regels waar ik aan moet wennen. Er is ook een eerste tegenslag, geen een-persoons kamers! De enige kamer die nog vrij is blijkt een prijzige super de luxe kamer met een privé badkamer en een groot tweepersoonsbed.
Hier beginnen zich de eerste problemen te openbaren. Hoe slaap je met een wildvreemde in één kamer? En nog moeilijker, hoe, in een tweepersoonsbed? De vragen over privacy gaan de boventoon voeren in deze situatie. We nemen uiteindelijk de kamer, min of meer omdat we geen andere keuze hebben, en de stilte hangt in de lucht als teken voor de zichzelf aankondigende problemen.
De rugzakken worden in stilte uitgepakt en de diverse persoonlijke onderdelen van de bagage duidelijk gescheiden uitgestald op de tafeltjes en stoelen in de kamer. De eerste dag samen is niet zoals ik me had voorgesteld. Marieke is een beetje te dominant en ik te bang om haar in deze vroege stage van mijn reis los te laten en alleen verder te gaan.
Na een snelle simpele lunch gaan we uit elkaar. We hebben even wat ruimte nodig. Ik huur een fiets bij het Ayuthaya GH en trek er, met een gekopieerd kaartje van de oude stad dat ik van de eigenaar van het guest house heb gekregen, alleen op uit.
Wat Lokayasutharam
Het wordt een onvergetelijke eerste ontmoeting met de eeuwenoude tempels van Thailand. Ayuthaya was de koninklijke hoofdstad van Siam van 1350 tot 1767. Voordat het de hoofdstad van Siam werd was het een Khmer grenspost. De oude naam “Ayodhya” is dan ook vanuit het Sanskriet gekomen en betekent, ontoegankelijk of onverslaanbaar. De Ayuthaya periode wordt vaak gezien als de gouden periode van Siam. Geschiedenis werd hier geschreven en de kunst en handel bloeiden hier als nooit tevoren.
Drieëndertig koningen heersten over Ayuthaya voordat het door de Burmezen werd veroverd. Op haar hoogtepunt was het een handelspost voor de Portugezen, Fransen, Engelsen, Chinezen, Japanners en Nederlanders. Aan het einde van de 17e eeuw was de bevolking van de stad gegroeid tot meer dan een miljoen en een ieder die de stad gezien had vertelde dat het de meest roemrijke stad was die ze ooit hadden gezien. Mooie oude tempels en Boeddha beelden, vele eeuwen oud en vaak bedoven onder bloemen en andere offers.
Wat Mahathat
Wat Chai WattanaramWat Mahathat Wat Yai Chai Mongkon
Wat Yai Chai Mongkon
Ik fiets rustig door het oude dorpje/stadje dat eigenlijk een groot museum is. Het links rijden blijkt niet zo moeilijk, het drukke verkeer dat van alle kanten op je af komt is soms wel een beetje angstaanjagend maar ze gedragen zich heel netjes.
Wat Chai Wattanaram
De rust van het Wat Chai Wattanaram, een park met een groen gazon en tientallen eeuwenoude monumenten, waar je kan wegdromen over wat zich hier honderden jaren geleden heeft afgespeeld. Wat Phanan Choeng, een tempel uit de 14e eeuw waar een 19 meter hoge Boeddha je vanuit de hoogte aankijkt. De tempel is een bedevaartsoord en wordt dagelijks door vele honderden mensen bezocht.
Wat Phananchoeng
In Wat Phanan Choeng gebeurt er iets wat ik heel vreemd vond en niet kan verklaren. In het begin van je reis kopen velen meteen aardig wat souvenirs, persoonlijk was ik meteen verknocht aan die kleine Boeddha amuletten die je in een medaillon kan laten plaatsen en aan een ketting draagt. Haast iedere Thai is behangen met die amuletten voor geluk en bescherming. Ik ben natuurlijk nog een leek op dit gebied. Maar schoonheid herken je meteen, het grijpt je en laat je niet meer los. Mijn oog viel op een klein amulet van klei.
Een monnik achter de vitrine vroeg me in opvallend goed Engels wat ik vond van het Boeddhisme. Ik heb me nog geen mening kunnen vormen en ik bezit ook niet de kennis om al een mening te hebben, maar ik zou die kennis zeker verwerven in de lange tijd die ik nog te gaan heb in Thailand.
Hij verteld me dat hij zich ervan bewust is dat ik al een hoge graad van verlichting heb bereikt! Hij heeft voor mij dan ook een speciaal amulet! Hij verlaat de kleine winkel en komt een paar minuten later terug met een mooi messing kleurig amulet. Geld wil hij er niet voor hebben, een offer voor de tempel word wel op prijs gesteld.
Een moeilijk punt voor een verse wereldreiziger uit Nederland. Is het een verkooptruc of oprechtheid? De westerling met zijn gezonde wantrouwen en vooroordelen is snel uit balans gebracht. Ik ben ondertussen op de hoogte van de prijs van die klei amuletten en beslis zonder een aanwijsbare reden dat het dubbele van de gewone verkoopprijs zeker op zijn plaats is. Mijn papiergeld verdwijnt geruisloos in een grote aardewerken vaas naast de vitrine en ik word door de monnik naar de tempel ingeleid.
Het is een enorm en indrukwekkend gebouw. Een explosie van van kleur omgeven door goud. Ècht goud! Bladgoud is overal! Nadat ik van mijn goedkope sandalen ben ontdaan wordt ik in stilte naar binnen geleid. In de enorme ruimte waar de grote Boeddha op een voetstuk zit leid de monnik mij naar een van de hoeken waar ik op mijn knieën voor een monnik in een oranje gewaad moet gaan zitten.
De oude monnik zit op een koffietafeltje en moet zeker één of andere hoge priester zijn. Na een kort gesprek in het Thais tussen de twee in oranje gehulde mannen knikt de oude monnik met een vriendelijke glimlach naar mij. Er word door de monnik voorgedaan hoe ik mijn handen moet vouwen en ook hoe ik moet buigen voordat ik het wist was ik gezegend door de hoge priester.
Tenminste, daar leek het op. Een kwast werd gedoopt in een bak met water waar van die gouden snippers in dreven. Een paar slagen met de natte kwast en het water reinigde mij van mijn weinige zonden. Ik was weer rein en puur! Een al met al indrukwekkende ceremonie. Het viel mij wel op dat in het halfuur dat ik in de tempel verbleef na de reiniging niemand anders het ritueel onderging. Misschien is het toch iets speciaals geweest.
Vermoeid en voldaan, ik heb zeker dertig kilometer gefietst onder een brandende tropenzon, vind ik vroeg in de avond de weg terug naar het guest house. Ik heb ondertussen een stevige trek maar ben ook bevreesd voor wat er allemaal langs de weg wordt verkocht. De geur van eten hangt overal in de lucht en trekt me met tientallen onzichtbare handen naar een van de kraampjes langs de weg. Bij een kraampje probeer ik één van de vele snacks die de Thais de hele dag eten. Het zijn balletjes zo groot als spruiten die als een enorm kralensnoer op een houtskoolvuur worden geroosterd.
De lokale venter met zijn fiets en zijspan doet goede zaken en dat geeft mij vertrouwen in de kwaliteit van het eten. Er staan zeker tien klanten te wachten om te worden geholpen. Wachtende op mijn beurt probeer ik uit te vinden hoe ik kan uit leggen wat ik wil en wat het kost. Ik spreek natuurlijk nog geen woord Thais, waaruit de balletjes bestaan blijft dan ook een verrassing. Ik open en sluit twee keer mijn rechter hand terwijl vele nieuwsgierige ogen mijn handelingen volgen.
Tien balletjes met de bijbehorende rauwe witte kool, wat ingelegde gember en veel spaanse pepers gaan in een plastic zakje. 20 Baht! Gewoonweg heerlijk! De eenvoud van een mengsel van rijst en vet varkensvlees. Een balletje, een stukje rauwe wittekool, een stukje ingelegde gember en voorzichtig met die hete pepers.
Wat Yai Chai Mongkon Deze eerste dag buiten Bangkok is uiteindelijk een heel bijzondere geweest, de eerste ontmoeting met “de echte Thaise bevolking”, die zo vriendelijk en trots zijn dat je van zo ver bent gekomen om hun land te zien. Ik heb in één dag al zoveel gezien dat ik denk dat ik in een “scenic overload” ben geschoten.  Hoeveel kilometer ik precies heb gefietst en hoeveel foto’s ik vandaag heb gemaakt is niet te schatten. Ik heb aan de lopende band foto’s gemaakt en denk bij mijzelf, ik bekijk het allemaal wel als ik weer thuis in Nederland ben!
Marieke blijkt een beetje gehaast, persoonlijk had ik nog wel een dagje langer in Ayuthaya willen blijven dan deze halve dag maar ik heb ook geen zin om alleen achter te blijven. Marieke is namelijk op weg naar Laos en heeft deze plaatsen allemaal al meer dan eens bezocht. Het kan ook nog wat van die gejaagdheid zijn geweest die ons in de westerse wereld wordt opgedrongen.
Het moet ook voor haar een beetje onwennig aanvoelen om met een vreemde kerel op pad te zijn en je tijd en privacy te delen. Dat terwijl je juist alleen op reis bent gegaan voor de rust en om met niemand rekening te hoeven houden. Maar ja, mensen zijn nu eenmaal kuddedieren! En steeds hangt die haast zichtbare spanning tussen ons in de lucht.

vrijdag 15 januari 1999

Thailand: Een boottocht over de Klongs

Bangkok (Merry V Guest House), 15 januari 1999

Na twee dagen achter elkaar door Jan te zijn uitgenodigd voor een boottocht over de rivier gaan we met zijn vieren op pad. Ondertussen heeft een Noors meisje , Mina, zich bij ons aangesloten. Een vreemd kind. Ze is best aardig maar voegt niets toe aan onze groep. Ik heb de indruk dat ze een beetje zoekende is, zoals zovelen van de mensen die alleen op reis zijn.
Autosloperij in de stadLongtailboot
Jan voert ons door de drukke straten en smalle steegjes van Bangkok. Eenmaal aangekomen bij de rivier begint Jan in het Thais met de eerste de beste kapitein van een lange smalle boot, met een enorme motor achterop, te onderhandelen over de prijs voor een ritje over het water van een uurtje of twee. Het gaat ons twaalf gulden vijftig per persoon kosten. Een astronomisch bedrag in de belevingswereld van de gemiddelde Thai.
Met ongeloof in mijn ogen staar ik naar het tafereel. Jan heeft dus voor ons een “longtailboot” gehuurd die ons twee uur over de klongs (kanalen) van Bangkok zal varen. Geen drijvende markt, geen toeristenval, maar gewoon varen en een paar tempels bezoeken en misschien de wereldberoemde "Snake Show".
We razen met een enorme vaart, vergezeld van veel lawaai, al snel van de grote rivier af. De kanalen die de zijtakken van de rivier vormen worden steeds smaller. Het bloedvatenstelsel van Bangkok met de rivier als hoofdslagader. Het Venetië van Thailand. Wij kijken naar het echte leven van de mensen langs de waterkant. Het leven aan een rivier die nog ècht een levensader is voor veel inwoners van Bangkok.
Torens aan de rivierGammele houten huizenJungle in de stadVaren op de Klong
Het water lijkt enorm vervuild, maar ik ben zelf aan een rivier geboren en kan meteen inschatten dat het om enorme hoeveelheden slib gaat die door de rivier naar zee word afgevoerd. Samen met veel organisch materiaal. De hoeveelheid plastic valt me eigenlijk best wel mee.
Wat ArunWat ArunWat Arun
We krijgen ook een kleine teleurstelling te verwerken. “Wat Arun” staat wegens een restauratie in de steigers. Ik besef me dat ik waarschijnlijk nog lang genoeg in de buurt zal zijn om de tempel ook zonder steigers te kunnen zien. Het is uiteindelijk een geslaagd uitstapje dat een diepe indruk op ons heeft achter gelaten. Na de trip gaan we ieder ons eigen weg.
Mina was duidelijk geschrokken van de prijs, toch wilde ze niet terugkrabbelen. Ze zal wel op een heel scherp budget op reis zijn! Ze maakte geen problemen toen ze haar deel na afloop aan Jan moest betalen, maar het ging zeker niet van harte.
Wat op mij de meeste indruk heeft gemaakt in de eerste dagen is toch de rivier die dwars door Bangkok stroomt. Ik kan er niet genoeg van krijgen om voor een paar dubbeltjes met de “Chao Phraya River Express” de rivier op en neer te razen. Ontspannen kijken naar wat zich allemaal afspeelt langs en op de rivier.
Leven langs de rivier
Badende mensen, vissende mensen en spelende kinderen. Grote plukken waterhyacint die af en toe net drijvende perken lijken. Maar ook de enorme hoeveelheden mensen onderweg naar hun werk of op weg naar huis. Van, en op de boot springend om zo snel mogelijk op de plaats van bestemming te zijn. Op dit moment wist ik diep in mijn hart dat ik nog vele malen terug zou keren naar Bangkok.
De tijd vliegt om en de avond was al aangebroken dat we van Jan afscheid moesten nemen. Jan gaat morgen naar Cambodja voor een fotoproject. Een avond met veel gelach en koud bier. Ik vertelde Jan over mijn plannen en de route die ik van plan was om te gaan  afleggen.
“Zou je wat voor mij kunnen doen”, vroeg hij.
“Waarom niet”, antwoordde ik.
Jan begint meteen overijverig twee briefjes te schrijven in het Maleis. Stopt die briefjes in twee enveloppen, waarvan één vergezeld van een honderd dollar biljet, en plakt de enveloppen dicht. Het adres van de ontvanger erop waarna Jan mij de volgende mondelinge instructies geeft.
“Deze brief is voor een lief vrouwtje dat ik ken op een klein eilandje in Indonesië”, net buiten de kust van Sumatra”, begon hij.
“Ze gaat trouwen in april en dit geeft mijn felicitaties aan haar en haar aanstaande man, je kan haar niet missen, ze heeft een hazenlip”, vervolgde hij.
“Mocht je op tijd kunnen zijn voor die bruiloft dan moet je zorgen dat je er bent, dit is iets om niet te missen”, aldus de instructies voor de eerste brief.
“De tweede brief is voor een vriend van mij in Penang”, ook een plaats die ik van plan was om te bezoeken. “Je kunt hem vinden in het “.... guest house”, de naam ben ik vergeten. “Hij heeft één arm en ziet er gemeen uit, maar dat is hij niet”, vermelde hij geruststellend. Daar zit ik dan met mijn enveloppen, niet wetend of ik ooit maar in de buurt zou komen van die plaatsen. Ik zal het in ieder geval proberen.
Hete kerrie!
Na mijn korte verblijf in Bangkok heb ik ook geen enkel idee wat te verwachten van de rest van Thailand, ik zal wel zien. Marieke en ik kunnen het ondertussen goed met elkaar vinden en we besluiten om een tijdje samen te reizen. Dit ondanks het feit dat ik vond dat we de avond ervoor haast te ver waren gegaan. Ik heb het gevoel dat dit voorval ons nog wel eens zou kunnen opbreken. Ik vindt het goed idee om nog wat samen te reizen want ik ben er eerlijk gezegd nog niet klaar voor om alleen op pad te gaan.
Het is heerlijk verfrissend hoe gemoedelijk en eenvoudig het is om een reispartner te vinden als je alleen op pad bent in de weide wereld. De open verhoudingen tussen de verschillende mensen maakt dat alles een stuk eenvoudig wordt. Als je genoeg hebt van iemand dan zeg je dat gewoon.
“Het was leuk met je te reizen maar ik heb nu zin om alleen of met die en die verder te gaan”.
Het klinkt misschien erg oppervlakkig maar ik vindt het opluchtend openhartig. Natuurlijk probeer je om anderen niet te kwetsen, maar het is jouw reis en je moet (bijna) geen concessies doen aan derden. Jij moet elke dag plezier hebben in wat je doet en wat je van plan bent om te gaan doen.
Copyright/Disclaimer