vrijdag 19 maart 2004

Maleisië: Welkom Jeff

The World's Hottest Race

Kuala Lumpur (Hotel Fortuna (202), vrijdag 19 maart 2004

De buren waren weer luidruchtig en deze keer kon ik ze zelfs op enkele minuten verstaan. Het zijn devote islamitische Arabieren die zich helemaal loslaten in het islamitische Maleisië met prostituees en alcohol.
Voor een hypocriet telt: ‘Wat niet weet, wat niet deert!’
Ik kan niets anders doen dan opstaan en proberen me niet te ergeren aan de luidruchtige buren. Het is nog geen middernacht!
ZelfportretElectronica Ik voel me zo laat op de avond nog opgewekt en uitgerust. Ik ben erg blij met mijn “Sony DSC-P10 Digitale Camera”. Er is een nieuw hoofdstuk in de (digitale) fotografie begonnen nu ik niet meer hoef te wachten tot de films ontwikkeld en afgedrukt zijn. Nu gaan de foto’s van een SD-geheugenkaartje rechtstreeks naar de Acer laptop.
En dat terwijl ik naar mijn eigen muziek luister op de iPod. Ik denk dat de radio zijn langste tijd heeft gehad nu je 24/7 naar je eigen, al dan niet van het internet geplukte, muziek kan luisteren.
Zodra het rustig is kruip ik weer tussen de lakens. Het “Hotel Fortuna” is een prima hotel net achter Bukit Bintang waar het een stuk rustiger is!
Ook op deze tweede ochtend in Kuala Lumpur eet ik mijn ontbijt in mijn gebruikelijke luxe broodjeszaak. Een soort “Délifrance” alleen in een Aziatische stijl. Ik geniet van een broodje met een magnetron omelet vergezeld van een sterke zwarte Maleisische koffie en de lokale krant vol met nieuws over de verkiezingen. Het is voor een in een democratie opgegroeide westerling vreemd dat er over de gewonnen verkiezingen in Maleisië in de kranten wordt geschreven.

Maleisië heeft een constitutionele monarchie met een parlementair stelsel. Het land bestaat uit dertien deelstaten; elf liggen er in West-Maleisië en twee op Oost-Maleisië. De deelstaten hebben eigen staatshoofden. Negen worden geleid door een sultan. De andere deelstaten staan onder leiding van een gouverneur. De sultanaten zijn: Johor, Selangor, Perak, Pahang, Kelantan, Terengganu, Kedah, Perlis en Negeri Sembilan.

De regering streeft naar harmonie tussen de drie grootste bevolkingsgroepen. Daarom heeft de politiek sinds de onafhankelijkheid in het teken heeft gestaan van coalitievorming op brede etnische basis. Dit leidde tot politieke coalities waarvan de grootste Maleisische partijen, de UMNO (United Malays National Organisation), de MCA (Malaysian Chinese Association) en de MIC (Malaysian Indian Congress) de belangrijkste componenten vormen.
Deze coalitie, de Barisan Nasional, beschikt sinds de onafhankelijkheid in 1957 over een meerderheid in het parlement. De premier is tot op heden altijd van het UMNO.

De winnaar staat sinds 1957 bij elke verkiezing bij voorbaat vast!

Op deze vrijdagochtend heb ik mijn kaartje voor een bezoek aan de brug alweer op zak. Ik kan het gewoonweg niet beschrijven. Die rit in de lift naar de 45ste verdieping is een ongelofelijke rit naar de hemel. Eenmaal op de brug zie je steeds weer wat anders onder je. De stad komt als het ware onder je tot leven en het uitzicht vanaf 170 meter hoogte veranderd keer op keer. 20 minuten later sta ik weer in de kelder van het “Suria KLCC” winkelcentrum.
Ik bedenk de zo lang mogelijkst durende weg, om tijd te doden, naar het “Stesen Sentral” in Kuala Lumpur. Ik moet Jeff gaan ophalen deze middag. Hij vliegt met “Air Asia”, een nieuwe budget luchtvaartmaatschappij die vanuit Kuala Lumpur opereert.
Na een wandeling door het immens grote winkelcentrum, een bezoek aan een enorme elektronica winkel en een outdoor store stap ik op de LRT onder het “Suria KLCC”. Deze metro is heel bijzonder! Alle treinen en seinen zijn computer gestuurd! Er komen geen machinisten en treinverkeersleiders aan te pas. Geen machinist op de bok van de trein maakt de plaats vooraan in de trein een heel bijzonder plaatsje om mee te rijden. Je waant jezelf machinist voor een moment!
Het zijn vijf haltes naar het “Stesen Sentral” dus het is in principe te ver om te wandelen. Helaas komt daar ook nog bij dat Kuala Lumpur eigenlijk geen stad is om te wandelen. Er lopen enkele brede autosnelwegen kris kras door de stad zonder veilige mogelijkheden om die over te steken. Een taxi of de drukke snelweg oversteken met gevaar voor eigen leven zijn de enige opties. Of een kilometer of tien omlopen onder de brandende tropische zon. Dat is natuurlijk ook geen optie.
Het mooiste punt van deze reis met de metro naar het “Stesen Sentral” is wanneer je na het ondergrondse station “Masjid Jamek” plotseling boven de grond komt. De flits zonlicht die je verblind wanneer je de tunnel verlaat. Enkele seconden ben je verblind en gedesoriënteerd waarna je het “LRT station Pasar Seni” binnenrijd. Bij de volgende halte, “KL Sentral” moet ik er uit.
KLIA Ekspres Het loopt op rolletjes. In de aankomsthal zijn de eerste restaurants al geopend waar ik met een goed uitzicht op de uitgang van de passagiers, die met de snelle trein van KLIA naar de stad zijn gekomen, rustig in de koelte een bakkie koffie kan drinken.
Toeristen hebben verschillende mogelijkheden om van de KLIA luchthaven in de stad te komen. Natuurlijk zijn er de onbetrouwbare slechte en oude Proton Saga taxi’s. De oplichting door de Maleisische taxichauffeurs is eerder een zekerheid dan een mogelijkheid. Bussen zijn ook populair omdat ze een kwart kosten van een treinkaartje. De “KLIA Ekspres” is het paradepaartje van de lokale overheid. Zo’n luxe en snelle trein is in Zuidoost-Azië nog nooit vertoont!
Ik heb de tijd goed ingeschat en ik heb mijn laatste slokje koffie nog niet doorgeslikt en ik zie Jeff al in de verte aankomen. Ik ben blij hem te zien.
Petronas Torens
In een mum van tijd zijn we met de monorail in het hotel en Jeff installeert zich in zijn kamer. Hij is duidelijk onder de indruk van wat hij allemaal om zich heen ziet. Ik ben van mijn kant blij dat ik hem dit allemaal kan laten zien.
Het eerste waar we aan toe zijn is een koud biertje en dat is eigenlijk de lijn van zijn bezoek aan Kuala Lumpur vanaf dit moment. We kijken wat rond in de stad en hebben een goede avond in de Ierse pub. Er was namelijk rugby op tv. Het werd vanzelfsprekend erg laat en het kijkglas bleef goed gevuld.

donderdag 18 maart 2004

Maleisië: Slenteren door Kuala Lumpur

do 18 mrt 2004 20:24:16

Kuala Lumpur (Hotel Fortuna (202), donderdag 18 maart 2004

Deze donderdag begint goed en slecht tegelijker tijd. Ik wilde op deze ochtend met een spijker in mijn kop om een andere kamer gaan vragen. Dat zal alleen niet zo gemakkelijk zijn! Het is Formule 1 weekend en het hotel is zo goed als zeker al weken volledig volgeboekt.
Er is twijfel door die verdomde herrie van de buren die ik in Pattaya al maanden aan het bevechten ben. Ik ben kwaad op mezelf en kan maar niet bevatten en accepteren dat ik dit niet kan veranderen. Uiteindelijk geef ik de kamer nog een tweede kans in hoop dat de herrie makende buren vandaag vertrekken of erg vermoeid raken en ’s avonds vroeg gaan slapen.
Het gevoel van de eenzaamheid lijkt ook weer te hebben toegeslagen. Het is vreemd dat je in een dorp als Mersing geen eenzaamheid voelt en in de drukte van een wereldstad als Kuala Lumpur wordt overvallen door de eenzaamheid! Vorig jaar was ik hier met William en ik mis hem wel een beetje. Morgen zal Jeff komen, dan heb ik een tenminste een vriend hier en alles zal bijna weer normaal zijn. Vandaag heb ik in ieder geval een volgepakt programma!
Na de bekende bekers Nescafé oploskoffie op de kamer ga ik op pad. Als eerste ga ik op zoek naar een ontbijt en daarna met de lift omhoog door de torens op weg naar de brug tussen de twee Petronas torens.
Ook in de omgeving van “Jalan Sultan Ismael” wordt er gebouwd alsof er geen einde aan kan komen. Laagbouw maakt plaats voor hoogbouw en maandelijks verschijnen er nieuwe hotels en winkelcentra. Ik kan hier met mijn ogen dicht lopen maar ik geniet van elke stap en elk moment in Kuala Lumpur.
In de kelder van het “Suria KLCC”, het winkelcentrum onder “de Petronas Torens”, zoek ik mijn plaatsje aan het virtuele raam van een bakkerij. Tegenover in de kiosk heb ik al een Engelstalige krant gekocht. Onder het genot van een (magnetron) omelet en een grote cappuccino lees ik het laatste nieuws uit Zuidoost-Azië en kijk af en toe op naar de eindeloze stroom mensen die voorbij trekt op weg naar de torens boven me waar ze voor de nationale oliemaatschappij van Maleisië werken.
Als eerste wil ik een kaartje gaan halen voor mijn bezoek aan de brug. Bij de loketten voor de kaartjes staat de gewoonlijke rij mensen te wachten. Het is geen probleem maar het lijkt elke keer dat ik hier ben weer drukker te worden. Veel kaartjes voor een bezoek aan de brug tussen de twee torens worden tegenwoordig opgehaald door medewerkers van vier en vijf sterren hotels om de rijke gasten mee te verrassen die dan hun dankbaarheid weer tonen door een stevige fooi te geven.
Wij hebben al langer het idee dat veel van die kaartjes in de vuilnisbak verdwijnen en daarmee anderen potentiële bezoekers worden gedupeerd. Wanneer gaan ze hier invoeren dat je maximaal vier kaartjes per persoon mag vragen? Het aantal mensen dat per dag naar boven kan is tenslotte beperkt!
Zonder een probleem bemachtig ik een kaartje voor het bezoek van kwart voor elf. Dat is een heel mooie tijd! Dan kan ik eerst nog een beetje in de koelte van het enorme winkelcentrum bijkomen en na mijn bezoek aan de brug kan ik in het KLCC gaan lunchen voordat ik verder ga met mijn opdrachten.
Het is vandaag de 17e keer dat ik de lift naar boven neem en ik krijg het gevoel dat de vrouw die de lift bediend mij herkend van een vorige keer. Verontschuldigend glimlach ik naar haar onderzoekende blikken. Ze voelt zich betrapt en glimlacht verontschuldigend terug. Ik weet dat het belachelijk klinkt maar deze twee enorme torens zijn onmogelijk met woorden te beschrijven.
Petronas Torens
Ze zijn van een ongekende architectonische schoonheid in roestvast staal en glas. Islamitische symbolen verweven tot een oogverblindende constructie. Je moet het hebben gezien om het te kunnen begrijpen. En dan wanneer het donker is worden ze nog meer betoverend. Wat ben ik elke keer dankbaar dat ik ze mag aanschouwen!
Na de brug tussen de twee torens te hebben bezocht is ook de verkoopbalie voor de “Grote Prijs van Maleisië Formule 1” in de kelder van het KLCC geopend. Het is moeilijk te geloven maar ze hebben precies de toegangskaartjes voor de race van zondag die ik op het oog heb! Voor een schijntje vergeleken bij de Europese prijzen koop ik twee kaartjes! Voor nog geen € 25,- per persoon zijn we zondag aanwezig bij het grootste autosport spektakel ter wereld. Het is nog niet eens twaalf uur en ik heb bijna alle taken voor vandaag alweer uitgevoerd zonder dat ik de koelte van het “Suria KLCC” winkelcentrum heb moeten verlaten.
Nu nog even de combi-kaarten ophalen voor de bus naar het circuit in het "Sentral Stesen" en ik ben klaar voor vandaag. Maar zover is het nog niet! Op de eerste verdieping van het “Suria KLCC” is een foodcourt met ontelbare heerlijkheden uit heel Azië! Ik moet altijd even rondlopen voordat ik mijn keuze kan maken. Er is teveel om uit te kiezen.
Uiteindelijk wordt het een gemengde Chinese maaltijd met veel groenten en kip, ik ben tenslotte geen vegetariër. De bekende 100+ frisdrank komt deze keer uit een blikje en is ijskoud. Ook hier kan je alleen maar lachen om de prijzen! Voor ongeveer drie euro zit ik helemaal vol. Met een ijsje in de hand slenter ik weer terug naar het Hotel Fortuna.
Het is toch wel erg warm en benauwd geworden, ik weet dat er straks aan het einde van de middag een regenbui komt. Kuala Lumpur ligt in een dal tussen twee heuvelruggen waar zich gedurende de warme vochtige dag een stevige onweersbui ontwikkeld. Bijna elke dag is het raak en de inwoners van Kuala Lumpur hebben zich er helemaal op ingesteld.
Met de monorail ga ik van het “Bukit Bintang Stesen” naar het “Sentral Stesen”. Het is in het nieuwe treinstation ongelofelijk druk. Goedkoop en goed openbaar vervoer is belangrijk in Kuala Lumpur en wordt steeds belangrijker. Auto’s zijn in Maleisië voor de rijken en voor de mensen op het platteland.
Het zoeken naar de plaats waar de combibuskaarten worden verkocht is moeilijker en duurt ook langer dan ik heb verwacht. Wie ik ook aanspreek van het officiële personeel in het nieuwe centraal station van Kuala Lumpur, niemand heeft een idee waar ik naar op zoek ben. Gelukkig ben ik hier niet voor de eerste keer dus ga ik naar de plaats vanwaar de bussen naar de KLIA luchthaven in Sepang vertrekken. De zaken zijn zo gedaan en ik krijg de informatie en de aanwijzingen waar ik de kiosk voor de combibuskaarten kan vinden.
RM 20 ( € 3,80) per kaartje voor de vijftig kilometer heen en terug naar het “Sepang F1 Circuit”. Er wordt me nadrukkelijk verteld dat er speciale bussen rijden en dat we niet in de reguliere bussen naar de luchthaven moeten stappen. Dat lijkt mij in ieder geval logisch maar dat zal niet voor elke andere simpele ziel vanzelfsprekend zijn.
Mijn taken voor vandaag zitten er op en de rest van de dag zal ik me rustig houden in KL. De stilte voor de storm van het “Formule 1 weekend” in Maleisië.
Het is koel en rustig op de hotelkamer, tijd om wat te schrijven en wat te lezen. Halverwege de middag leg ik mijn hoofd voor een moment op mijn hoofdkussen. Het is nog steeds rustig bij de buren en ik slaap een paar uur. Mijn missie voor vandaag is in ieder geval geslaagd.
Central Market, Jalan Hang Kasturi De avond breng ik door met wat rondslenteren door de stad. De aanblik van een wereldstad veranderd als je het meeste al hebt gezien. Als je niet bekend bent met de stad kan je nog op ontdekking uit gaan. Ik ken het centrum van KL zo ondertussen van binnen en buiten. Er schiet voor mij weinig meer over dan een overheerlijke Indiase Islamitische maaltijd bij “Restoran Yusoof Dan Zakhir”, beter bekend in de volksmond als “Yusoof” tegenover de oude “Central Market”.
In het restaurant is het 24/7 druk en dat is tevens de bevestiging voor de kwaliteit van het voedsel. Het is nog vroeg op de avond dus drink ik na het eten nog een paar biertjes in Chinatown. Het lijkt me vandaag drukker dan gisteren! Aan het tafeltje naast me zitten de mensen van de Nederlandse tv. Ik moet toegeven dat ze veel magerder zijn dan ze op tv er uit zien. Olaf Mol heeft het hoogste woord en enkele blondines hangen aan zijn lippen.
Masjid Jamek Kuala LumpurMasjid Jamek Kuala LumpurMasjid Jamek Kuala Lumpur Mijn plan om met de ondergrondse naar het “Suria KLCC” te gaan voor een kopje koffie gaat niet door. Het is een heerlijke zwoele avond en ik voel me weer fit. Die enkele uurtjes op bed vanmiddag hebben me goed gedaan. Ik kies ervoor om te gaan wandelen en passeer aan de rivier de “Masjid Jamek”. Overdag al mooi maar ’s avonds in de verlichting is het net een gebouw uit de sprookjes van duizend-en-een-nacht.
‘De Efteling in het echt!’, zeg ik altijd.
Na de beker koffie op de trap achter het Suria KLCC, en de Petronas Twin Towers, zoek ik mijn bedje op en verheug me op het weerzien met Jeff morgen. Ik kijk er naar uit om niet meer alleen te zijn in deze wereldstad.

woensdag 17 maart 2004

Maleisië: Naar Kuala Lumpur

De bus naar Kuala Lumpur

Kuala Lumpur (Hotel Fortuna (202), woensdag 17 maart 2004

Vandaag is het na mijn avonturen aan de oostkust weer een reisdag. Gelukkig is het in de kamer naast me rustig en buiten schijnt de zon. Ik moet niet al teveel van die regenachtige dagen achter elkaar hebben want daar wordt ik erg depressief van. Het is vandaag in ieder geval een dag zonder haast! Mijn zitplaatsen op de bus zijn geboekt en het hotel in Kuala Lumpur is gereserveerd voordat het internet in Mersing plat ging. Ik heb alleen spijt van die taxi, ik kan alleen maar hopen dat hij niet komt opdagen.
Twee bekers oploskoffie en dan snel mijn rugzak(ken) inpakken. Je zou verwachten dat je op een bepaalt moment genoeg krijgt van elke dag je rugzak in- en uitpakken, en dat is ook zo. Vooral bij het ongemakkelijke model rugzak dat ik heb waarbij je alles op elkaar stapelt in het bovenste compartiment. Hoewel ik een redelijk opgeruimd persoon ben komt het toch nog wel eens voor dat er wat niet zit op de plaats waar het zou moeten zitten. Dan arriveert de frustratie en kan de hele rugzak op het bed binnenstebuiten worden gekeerd. Mijn rugzak is niet slecht door de twee enorme zijzakken. Die zou ik direct missen wanneer ze zouden verdwijnen!
Mijn twee rugzakken staan broederlijk klaar naast de deur van mijn hotelkamer wanneer ik naar buiten ga om te gaan ontbijten. Het is erg rustig op straat en op de gewoonlijke plaatsen die ik bezoek wordt ik begroet als een vaste klant. Broodjes, een Engelstalige krant en het ontbijt bij “H & H Kitchen”. Deze keer wijkt mijn bestelling enigszins af van de voorgaande dagen.
Ik bestel vandaag vier gebakken eieren in plaats van twee. Verbaasde gezichten kijken me aan maar de eieren worden geserveerd zonder een vraag. Het wordt alleen maar vreemder voor ze wanneer ik ook nog eens drie bananen bestel in plaats van de gewoonlijke eenzame banaan. Met enkele onhandige bewegingen prepareer ik de broodjes gebakken ei en verpak ze weer terug in het plastic zakje voor onderweg in de bus.
Het kwartje is gevallen en de uitbaters van “H & H Kitchen” begrijpen dat hun “vaste” klant vandaag zal vertrekken. Omdat er ook op deze ochtend weer veel westerlingen de weg naar hun restaurant hebben gevonden willen ze niet dat ik betaal voor het ontbijt. Ik voel me daar ongemakkelijk bij en weet ze gelukkig toch te overtuigen om mijn geld aan te nemen. Na een uitbundig en ook een beetje emotioneel afscheid verlaat ik met lood in de schoenen voor de laatste keer het “H & H Kitchen” restaurant in Mersing.
‘Wachten is wachten, waar je ook bent!’, zeg ik altijd.
Persoonlijk wacht ik zo liefst mogelijk zo dicht mogelijk bij het punt van vertrek om daarmee het aantal mogelijkheden dat mijn vertrek kan frustreren aanzienlijk afneemt. Het geeft me rust en het maakt tenslotte niets uit waar je moet wachten. Wachten is wachten, waar je ook bent!
Ik ben veel te vroeg voor de geserveerde taxi. Met een ongemakkelijk gevoel loopt ik zwaar bepakt door de brandende ochtendzon naar de parkeerplaats vanwaar de bus naar Kuala Lumpur zal vertrekken. In de hoop dat de chauffeur van de gereserveerde taxi me onderweg niet zal herkennen. De bus van “Transnasional” staat al met een draaiende motor te wachten.
De chauffeur merkt mij meteen op en helpt mij met het afnemen van mijn, nu toch wel heel zwaar geworden, rugzakken. Ik probeer te voorkomen dat mijn rugzak onderin de buik van het beest moet, er zitten namelijk enkele breekbare dingen in. Tevergeefs, het is een regel van het vervoersbedrijf dat alle grote stukken bagage onderin vervoerd moeten worden in verband met de veiligheid van de andere passagiers. Uiteindelijk geef ik maar toe, ondanks dat ik een lege stoel naast me zal hebben in de bus!
De bus naar Kuala Lumpur Een laatste foto van Mersing, met de zee op de achtergrond, voordat ik in de koelte van de airconditioning van de bus verdwijn. Dan begint het wachten op het vertrek! Mijn boek komt tevoorschijn en ik dood de tijd met lezen. Af en toe kijk ik op uit mijn boek en kijk op mijn horloge. Met elke kwartier dat verstrijkt verschijnen er meer mensen in de bus en komt het tijdstip van het vertrek naar Kuala Lumpur dichterbij.
Er komt een groep Vietnamese bouwvakkers in de bus. Ik heb ze gefascineerd gadegeslagen wanneer ze alles wat ze bij zich hebben in de bagageruimte laten verdwijnen. Rijst koker, ventilatoren, potten en pannen, een opgerold matras en nog meer van dat huishoudelijk spul.
Waarschijnlijk sjouwen ze heel hun hebben en houden mee van bouwplaats naar bouwplaats, kris kras door Maleisië. Zij spreken geen Maleis en de chauffeur spreekt geen Vietnamees. Nieuwsgierig en vol interesse kijk ik wat er gaat gebeuren. Ze laten hun vervoerbewijzen zien en wachten in een respectvolle stilte.
Maleisiërs, en met name de moslims, zijn vaak niet het vriendelijkste behulpzame volk. Uitbuiting is meer de taal die ze begrijpen en spreken. De Vietnamezen zitten allemaal bij elkaar op de verkeerde stoelen. Er wordt snel een stoelendans uitgevoerd en alle problemen lijken opgelost.
Vanuit een ooghoek heb ik al enkele keren opgemerkt dat de chauffeur zenuwachtig door de bus loopt waarna hij weer naar buiten gaat om een sigaret te roken met zijn collega’s. We zijn al ruim een kwartier voorbij de geplande vertrektijd wanneer ik begrijp wat die chauffeur aan het doen is. Hij telt de koppen in de bus!
Voordat hij gaat tellen kijkt hij paniekerig en onzeker op een stuk papier dat hij in zijn handen heeft. Dan valt bij mij het kwartje! Hij heeft een passagier te weinig in de bus omdat ik twee kaartjes heb gekocht. Met het schaamrood op de kaken laat ik hem in het passeren de twee vervoersbewijzen zien waarna hij, zonder een woord te zeggen, als een stier de bus uitstapt en de luiken aan de zijkant sluit. Hij kijkt nog een keer kwaad over zijn schouder naar mij voordat hij de bus in de eerste versnelling zet en in beweging komt.
Binnen tien minuten zijn alle gordijnen in de bus dicht geschoven en is iedereen, met uitzondering van de chauffeur en ikzelf, in diepe slaap. Een zwart hoedje voor me probeert ook het gordijn naast mijn stoelen dicht te schuiven. Hij heeft problemen met het zonlicht! Nou, jij bent geen islamitische vampier en ik heb voor twee zitplaatsen betaald dus het gordijn blijft open! Ik hou ervan om tijdens een busreis naar buiten te kijken! Mompelend in zichzelf in het Maleis zoekt hij een andere zitplaats in de bus.
Dat blijkt voor hem moeilijker dan verwacht. We zijn in islamitisch Maleisië en dan kun je als man niet zomaar ergens gaan zitten. Zo mag je niet naast een vrouw gaan zitten en geen enkele weldenkende andere Maleisische man zit te wachten op een zwart hoedje naast hem! Ik moet in mezelf lachen om deze, in mijn ogen, achterlijke regel. Wanneer hij enkele minuten later onverrichter zake weer op de stoel voor mij plaatsneemt heeft hij toch een laatste wapen, om wraak op de kafir (ongelovige) te nemen, in handen. Zijn stoel gaat helemaal achterover en ontneemt mij alle comfort voor deze lange reis naar Kuala Lumpur.
Mijn verwachtte reactie blijft uit en gelukkig is dat platliggen toch niet zo comfortabel voor hem als ik had verwacht. Hij kijkt voor een laatste keer kwaad over zijn schouder naar mijn brede glimlach en zet zijn stoel weer wat meer rechtop. Zwarte hoedjes, meer dan de helft van de Maleisische bevolking moet ze niet! Zij zijn het zand in de economische motor van Maleisië! Zeker aan de oostkust van het schiereiland.
De reis verloopt voorspoedig en we stoppen een enkele keer om passagiers op te pikken of af te zetten. Ook word er onverwacht een tweede chauffeur opgepikt die onafgebroken in de deuropening staat te roken, totdat hij achter in de bus gaat liggen slapen. De Vietnamezen achter mij zijn ook direct na het vertrek in een diepe slaap geraakt.
Het geluid van de sissende pneumatische remmen wekt me en een snelle blik op mijn horloge verteld me dat ik ook bijna twee uur in dromenland ben geweest. Het is tijd voor de eerste, en misschien wel laatste, toiletpauze die aanzienlijk korter zal zijn dan normaal. Het onnodig wachten op “passagier X” heeft veel kostbare tijd gekost die zal moeten worden ingehaald. Gelukkig heb ik alles onder controle! Ik eet met tegenzin een broodje met ei en neem enkele flinke slokken van mijn flesje 100+. Het zwarte hoedje komt als laatste, veel te laat, in de bus terug maar niemand zegt wat. Het gevoel bekruipt me dat niemand wat durft te zeggen omdat hij lid is van de gerespecteerde “Zwarte Hoedjes stam”. Dit is mijn moment om toe te slaan!
Ik tik hem op de schouder en wijs nadrukkelijk en theatraal naar mijn horloge. Hij is zichtbaar verbaasd dat er iemand tegen hem in opstand durft te komen. De rest van de passagiers glimlacht tevreden naar me en een van de passagiers steekt zelfs zijn duim op als teken van goedkeuring. Tien minuten later is iedereen weer in diepe slaap en rijd de touringcar door het gifgroene jungle landschap van het zuiden van Maleisië.
Het is nu de eerste keer dat ik mijn nieuwe I-pod aan een èchte test kan onderwerpen. En ik kan je na tien minuten al zeggen dat het één van de beste dingen is die ik op mijn reizen kan meenemen. Ik geniet meer dan drie uur onafgebroken van mijn favoriete muziek terwijl ik naar buiten kijk en het Maleisische tropenlandschap in mij op neem.
Wanneer ik in de verte de "Petronas Towers" en de "Menara Tower" aan de horizon zie opdoemen ben ik verheugd om weer in KL te zijn. “Kee El”, is de afkorting die iedereen in Maleisië gebruikt voor Kuala Lumpur. Net na een tol station stopt de bus op de vluchtstrook en de Vietnamezen worden half slapend met hun hele handel in de berm van de autosnelweg afgezet. Een kort telefoontje van de buschauffeur en we rijden weer verder het centrum van KL in. Dat er iets niet klopt is wel duidelijk! De twee chauffeurs schreeuwen gemeen en achterbaks lachend naar elkaar in het Maleis. Dit ruikt naar de misdaad, of beter gezegd de minachting van een ogenschijnlijk superieur volk naar de lager geplaatste Vietnamese bouwvakkers.
Tijdens de laatste stop heeft de chauffeur mij gevraagd waar ik moet zijn in Kuala Lumpur. Kuala Lumpur heeft enorm veel busstations en de bekendste is “Pudu Sentral” midden is het toeristisch centrum van deze moderne wereldstad. Bij het horen van “Bukit Bintang” glimlacht de chauffeur, dat is dan geregeld. Op de afgesproken plaats verlaat ik de bus en met mijn twee rugzakken loop ik licht omhoog “de Sterrenheuvel”, wat de letterlijke vertaling is van Bukit Bintang, op. Vanachter het raam van de langzaam wegrijdende bus zwaait een jonge vrouw getooid met een hoofddoek me verlegen na. Dat is ook Maleisië, de islam kan hier heel menselijk en vrij zijn. Dit land heeft een gouden toekomst wanneer de “Zwarte Hoedjes stam” haar macht heeft verloren!
De korte wandeling is best wel lekker na een hele dag in de bus te hebben gezeten. Het “Hotel Fortuna” is niets veranderd. De receptionist herkend mij meteen en begroet mij als een oude vriend, dat strijkt toch wel een beetje je ego. Ik begroet de rest de hele staf van het hotel en nadat ik de formaliteiten heb afgewikkeld ga ik naar mijn kamer.
Gelukkig krijg ik de kamer waar ik naar gevraagd heb. Ik slaap graag in kamer 202 om de volgende redenen. De kamer ligt aan het einde van de gang en aan de achterkant, dat is aanzienlijk rustiger slapen dan in een kamer dichter bij de lift en aan de voorkant. De kamer ligt ook precies in het verlengde van een steeg tussen twee hotels aan de straat “Bukit Bintang”. En laat die straat vorig jaar een gratis wifi-netwerk voor de toeristen hebben gekregen. Met een beetje meubels heen en weer schuiven zou ik de komende week zo maar gratis, en hopelijk, goede wifi hebben.
De duisternis is al ingevallen wanneer ik het hotel weer verlaat. De neon knippert en probeert de toeristen te lokken. Met een glimlach passeer ik het bordje “Remy’s”, een hostel waar ik niet zo lang geleden goede tijden met Kris heb beleefd. Een enorme gouden M weerspiegelt in de groene glazen gevel van het “Lot 10” winkelcomplex.
Zoals alle steden veranderd ook Kuala Lumpur elk jaar. Er is nu een Ierse pub op de hoek schuin tegenover het hotel. De grootste schok krijg ik echter wanneer ik in China Town arriveer. De vroegere ò zo gezellige avondmarkt is nu een overdekt toeristenmonster geworden.Een van de belangrijkste straten is afgesloten wegens een renovatie, alles wordt met een waas van kitsch overgoten. Onbegrijpelijk!!! Één van de belangrijkste toeristen weekeinden van het jaar en het centrum is gewoon afgesloten.
Gelukkig is mijn favoriete Chinese restaurant gewoon open en ik word begroet door mijn oude vrienden, Mr. Lee ziet er nog steeds gezond uit. Ik neem een stoel aan een tafel op het geïmproviseerde terras en bestel een fles bier voordat ik naar de menukaart kijk. Ik laat mij de grote fles Tiger Beer goed smaken. Na een snack en nog een biertje, schiet het avondeten erbij in en ga ik terug naar mijn kamer. Het zal morgen een drukke dag worden!
17 maart betekend “St. Patrick’s Day”, de officieuze nationale feestdag van Ierland, en dat is geen goed moment om in een hotel tegenover een Ierse pub te slapen. Als door een onzichtbare kracht wordt ik naar de Ierse pub getrokken. Het is er heel gezellig en met een goede mix van toeristen en motorsport fans drink ik een paar bier, waarvan enkele teveel. Dat zal morgen wel weer een rustige drukke dag worden!

dinsdag 16 maart 2004

Maleisië: Regen

ma 15 mrt 2004 15:37:58

Mersing (Embassy Hotel (C8), dinsdag 16 maart 2004

Het gedonder en de bliksem wekt mij om zes uur in de ochtend. Ik ben niet de enige die door het noodweer wordt gewekt. De kamer naast mij is nu ook bezet, en wel door zes personen. Zodra de eerste buur de douche gebruikt is het slapen voorbij. De warmwaterleiding maak zoveel kabaal dat het lijkt dat ik naast een startbaan sta waar een 747 het luchtruim kiest.
Dan eerst maar een bakkie koffie. Een heerlijk bakkie op de kamer, met een glimlach kijk ik naar het borrelende water in mijn grijze “Australische Outback Beker”. Een souvenir van een andere reis niet zo lang geleden. Kan ik iedereen aanraden zo'n 220 Volt dompelaar van de ANWB!
Nadat de zesde jumbojet is opgestegen word het weer wat rustiger in mijn kamer. Buiten valt de regen gestaag op het natte asfalt. In de grote plassen zie ik die enorme tropische waterdruppels vallen. Geloof me? Je hebt nooit echte regen gezien totdat je met de regentijd of een tropische storm heb meegemaakt.
Mensen vragen mij vaak wat de beste maanden van het zijn om naar Maleisië te bezoeken.
‘Overdag!’, antwoord ik dan steevast.
Ze kijken mij dan vreemd aan omdat ik weet dat het in een land met een tropisch regenwoud elke dag van het jaar kan regenen. Een groter contrast met de mooie zonnige dag van gisteren kan er niet zijn. Voor een moment heb ik medelijden met de mensen die gisteren in mooi weer van onze boot zijn gestapt en die nu waarschijnlijk ook teleurgesteld vanuit hun kamer naar de tropische regen zitten te kijken.
Ik heb verder geen plannen voor vandaag, ik kan ook niet meer slapen. Ik schuif een stoel voor het raam en met mijn boek in mijn hand kijk ik af en toe naar buiten. Ik heb geen idee wat het weer vandaag voor me in petto heeft maar ik weet uit ervaring dat wanneer het ’s morgens regent aan de kust in Maleisië het meestal de hele dag blijft regenen. Ik heb het al eens eerder vermeld: Wanneer ik op reis ben maakt het voor mij niets uit waar ik ben of waar ik slaap. Er is maar een datum in de nabije toekomst voor me belangrijk. Dat is “zaterdag 20 maart”! Jeff komt over uit Pattaya om samen met mij de Formule 1 race te bezoeken in Sepang.
Het is tijd om te gaan ontbijten, ook wanneer de regen nog met bakken uit de hemel komt. Ik pak mijn paraplu, die ik Singapore van de chinees achter de receptie heb gekregen, en stap de regen in. Ik voel de ogen van de op de bus wachtende medepassagiers van gisteren. Zij kunnen niets anders doen dan wachten tot hun bussen vertrekken en kijken naar de regen.
Ik ben op weg naar de bakker en het zo ondertussen vertrouwde “H & H Kitchen” restaurant voor mijn ontbijt. Een Engelstalig krantje erbij en de regen deert mij niet. Ik ben wel blij dat ik gisteren de bootreis niet heb uitgesteld tot vandaag. Dat zou een regelrechte ramp zijn geweest.
Broodje, gebakken eitje, kopje koffie, Diet Coke, krantje en een banaantje. Mijn ontbijt is ook op deze regenachtige ochtend weer een succes. Ondertussen heb ik ook wat zitten nadenken. Zes uur in de bus morgen! Met god weet wie er naast je komt zitten? Staan er tientallen magere mensen naast de bus op het vertrek te wachten en ik zit altijd naast die dikke die met zijn vette arm over de leuning heen hangt! Een buskaartje naar Kuala Lumpur kost iets meer dan twee euro. Ik ga de stoel naast die van mij voor de rit naar Kuala Lumpur ook boeken!
Na het ontbijt loop ik door de, ondertussen iets lichter geworden, regen naar het reisbureau. Ook hier zitten er enkele bekende gezichten van gisteren op een bus te wachten. De stoel naast de door mij gereserveerde zitplaats is nog vrij en het kaartje is zo geboekt en geprint. Zo, dat was het dan voor vandaag.
Het regende de hele dag. Ik loop er nog één keer uit om mijn e-mail te controleren maar het netwerk in Mersing is down. Onverrichter zaken ga ik weer terug naar het hotel, met uitzondering van een taxi die ik reserveer om mij de volgende dag om tien uur s'ochtends op te halen om naar de vertrekplaats van de bus te brengen. De bus zal om twaalf uur vertrekken. Dat is dus ruim genoeg om op tijd te zijn.

maandag 15 maart 2004

Maleisië: Naar de eilanden

ma 15 mrt 2004 15:37:58

Mersing (Embassy Hotel (C8), maandag 15 maart 2004

Het is geen wonder dat ik op deze maandagochtend pas om tien uur uit mijn bed kom. Na de gezellige zondagavond is mijn hoofd hol en de geluiden rollen galmend door mijn lege schedel. Mijn darmen gaan tekeer als een oude versnellingsbak en ik zweet al peentjes voordat ik wat het ondernomen. Heb ik toch weer een paar flessen bier teveel gedronken! Ik roep al tijden dat ik moet gaan minderen maar het komt er nooit van. Het is gewoon altijd te gezellig wanneer je op reis bent.
Na een voorzichtig kopje Nescafé oploskoffie loop ik naar de bakker om toch maar wat van die zoete broodjes te proberen. Elke ochtend een broodje vette gefrituurde kip met friet is ook geen aantrekkelijke gedachte. Een zakje van zes zachte half zoete witte bolletjes kost me 35 eurocent.
‘Dat zal ondertussen in Nederland wel wat meer kosten’, zeg ik tegen mijzelf.
Gisteren tijdens de lunch heb ik gebakken eieren gezien. Twee broodjes gebakken ei, met veel zout want dat is belangrijk in de tropen, is dan ook mijn ontbijt voor vandaag. Een banaan en een "Diet Coke” maken mijn ontbijt bij “H & H Kitchen” compleet. Na een kopje sterke Maleisische koffie zonder suiker voel ik me weer aardig goed en vind het geen slecht idee om te kijken of ik misschien vandaag ook nog naar het eiland kan. Een paar uur lekker lui op een schommelende boot hangen lijkt mij een goed idee om de maandagmiddag mee door te brengen.
Speedboten liggen er voldoende op passagiers te wachten, maar dat is niet wat ik zoek, ik wil met een “Slowboot” naar Pulau Tioman. Eenmaal een beschikbare veerdienst gevonden koop ik de twee kaartjes die samen het retourtje naar Pilau Tioman vormen. Naarmate de vertrektijd nadert worden de wachtende medepassagiers steeds ongeduldiger. Zij moeten waarschijnlijk nog wennen aan het Aziatische tempo? Een verdwaalde zenuwpees gaat naar het loket en vraagt met een te luide stem wanneer die boot nu eindelijk eens vertrekt. Welke boot? Er is in de hele omgeving nog geen boot te zien!
Veerboot naar Pulau Tioman Ik heb gisteren al gezien dat de langzame veerboot een uur later vertrok in verband met de waterstand. Laag water dus! Ik volg geïnteresseerd wat er allemaal gaat komen. Het doet de man van de veerdienst absoluut niets dat hij door wel tien toeristen tegelijk met een verheven stem word aangesproken en tot een uitleg word gesommeerd.
‘Boat come in ten minutes, sure’, zegt hij met een grote rustgevende Maleise glimlach op zijn gezicht.
Tien minuten later speelt hetzelfde tafereel zich nogmaals af. En nog een keer, en nog een keer. Tot uiteindelijk in de verte, langzaam, de contouren van een grotere boot zichtbaar word.
Opgelucht, en in een recordtijd, gaat iedereen aan boord en kan de boottocht beginnen. Dus niet, eerst moest er nog een kubieke meter dieselolie worden ingenomen. Één uur en dertig minuten later word er eindelijk aan de overtocht naar Pulau Tioman begonnen. Mij heeft het op geen enkele manier geschaad. Heerlijk heen en weer wiegend, op een schaduwrijke plaats aan het buitendek, heb ik de hele voorstelling bekeken. Ik hou van die boottochten. Lekker niets doen, een beetje met medepassagiers kletsen en wat om je heen kijken. Het klotsende zeewater tegen de romp werkt erg rustgevend.
Open zee Langzaam word een eiland groter aan de horizon. Enkele passagiers, waaronder ik zelf, denken dat we er al zijn. Dus niet! We varen verder richting een puntje aan de horizon. “Land in zicht!”, schreeuw ik in mijn gedachten en neem nog maar een slokje van mijn flesje, langzaam warmer wordende, drinkwater.
Vissersboten op zeePulau TiomanPulau TiomanEnorm resort Het moet echt een mooi eiland zijn geweest voordat het massatoerisme hier neerstreek! Ondanks de enkele enorme resorts, en ook de kleinere lijkt het me een prima plaats om een paar dagen te luieren. "De volgende keer", beloof ik mezelf, hoewel ik niet zo van eilanden hou.
Ik begin mij nu wel zorgen te maken. Het is al half vier en we zijn nog geen enkele keer gestopt om passagiers van de boot te laten. Om vier uur gaat mijn speedboot terug naar Mersing, vanaf de andere kant van het eiland wel te verstaan. Dan moet dat afmonsteren van de passagiers wel heel erg snel gaan!
Om kwart voor vier verlaten de eerste passagiers de veerboot. Zij stappen over op een paar kleinere bootjes die al liggen te wachten. Dat lijkt me aanzienlijk sneller te gaan dan aanleggen aan de gammele steiger. Aan een voorbij lopend bemanningslid merk ik op dat ik met de speedboot mee terug naar het vaste land zou gaan. Verbaasd kijkt hij me aan en loopt verder.
Panuba Inn Resort Om vijf voor vier verlaten er weer enkele passagiers de boot en ik begin hem nu wel te knijpen. Ik heb weinig trek om op het eiland een nacht zonder enige vorm van bagage door te brengen. Ik spreek hetzelfde bemanningslid weer aan en hij verzekerd mij dat alles onder controle is. Ja ja, dat zal wel! Ondertussen varen we rustig door het heldere smaragd groene water op weg naar de volgende plaats waar enkele passagiers van boord gaan. Vijf over vier!! Ik heb het niet meer en ga naar de brug. Ik heb de deur nog niet opengeschoven of de kapitein zegt in perfect Engels dat hij via de marifoon de speedboot heeft gemeld om op mij te wachten. Ik slaak een zucht van verlichting wanneer ik een tiental minuten later de op mij wachtende speedboot naar Mersing zie liggen.
Er zijn een paar blanken aan boord die niet kunnen lachen wanneer ik aan boord van de speedboot kom. Zij hebben tenslotte 25 minuten op mij moeten wachten. Met zure gezichten vol onbegrip kijken ze mij aan. Ik lach schuchter en ga achterin zitten bij de loeiende tweetakt motoren.
Dan wordt het allemaal nog gênanter. De speedboot gaat precies dezelfde route terug en stopt bijna op dezelfde plaatsen om een paar passagiers op te pikken waar de slowboot mensen heeft afgezet. Deze mensen hebben dus onnodig een half uur op mij moeten wachten! Hé, wacht eens even? Waarom heeft die slimme kapitein mij niet op de eerste pier afgezet? Het is niet slim van hem geweest om mij helemaal mee te nemen naar het einde van zijn route!
600 Pardenkrachten Iedereen is aan boort en de oversteek naar het schiereiland kan beginnen! Oordoppen in en genieten. Het gehuil van de 600 paarden deert mij niets terwijl de andere passagiers zo ver mogelijk wegkruipen van de huilende 18 cilinders tweetakt die met plezier enorme hoeveelheden superbenzine verbranden. Er is helaas geen schaduw aan boord van de speedboot en de namiddagzon maakt me loom.
Open zee Ik voel me nu een stuk rustiger en langzaam vallen mijn ogen dicht. De warme zon, het schommelen van de boot op de golven en het monotone gezoem van de motoren wiegen mij langzaam in slaap. Ik schrik wakker wanneer de boot abrupt snelheid verminderd. We varen langzaam de rivier op. De schemer is in aantocht en dat gaat erg snel zo dicht bij de evenaar.
Er is geen hartelijk afscheid van mijn medepassagiers aan de pier. Enkele hebben hun aansluitende bus naar KL of Singapore gemist en om de een of andere onduidelijke reden geven ze mij daar de schuld van. Het deert me weinig. Iedere doorgewinterde reiziger in Zuidoost-Azië weet dat je voldoende tijd tussen aansluitend vervoer moet inplannen.
Ik slenter richting mijn hotel terwijl de met zware rugzakken behangen gefrustreerde medepassagiers voorbij snellen om een bed voor nacht veilig te stellen. Ik heb een bed dus ik heb geen haast, ik heb enkel trek in een ijskoud Tiger biertje om een heerlijk einde aan deze mooie dag te maken.
Het restaurant onder het hotel is op maandagen gesloten en ik ben genoodzaakt om ergens anders te eten. Waarom niet bij “H & H Kitchen”? Buiten voor het hotel staan enkele blanken versuft om zich heen te kijken op zoek naar een restaurant in het donker. Ook zij zijn verrast door het bordje “GESLOTEN” op het rolluik van het restaurant. Onder normale omstandigheden zou ik ze hebben geadviseerd waar ze wat zouden kunnen eten. Sinds die onvriendelijke blikken eerder op de dag laat ik ze maar zwemmen in hun onzekerheid en onwetendheid.
De eigenaar van “H & H Kitchen” staat al te zwaaien zodra ik op de eerste trede stap naar het restaurant. Ik neem een blikje frisdrank uit de grote koelkast en zoek een plaatsje in het half gevulde restaurant.
‘Nasi?’
‘Eh, ja graag, maar niet zoveel’,antwoord ik.
Ik wijs wat gerechten aan in de vitrine die schepje voor schepje rond de witte rijst in het midden op mijn bord worden gelegd. Dat ziet er weer heerlijk uit. Ik leeg mijn bordje en eet de gebruikelijke banaan als toetje. Het afrekenen is ook een waar genoegen. Elke keer wanneer ik hier weer terug kom voor een maaltijd krijg ik meer korting. Een prima klantenbinding.
De vele westerlingen die mij tijdens hun passeren zien zitten in het restaurant lijken op één of andere manier gerustgesteld en nemen ook plaats. Enkele herkennen me en proberen oogcontact te maken. Misschien hebben ze nu in de gaten dat ik helemaal niets te maken had met de vertraging vanmiddag. Het restaurant loopt langzaam vol terwijl de vitrine langzaam leger wordt! Meer business voor mijn vrienden dus. En dat wordt beloond! Mijn laatste maaltijd kost me iets meer dan een euro. Misschien heeft het iets te maken met de broodjes die ik na het ontbijt achterlaat voor de eigenaar.
Ik hou het droog op deze avond! In het islamitische restaurant wordt er absoluut geen alcohol geschonken en in het gesloten restaurant onder het hotel kan ik ook niet terecht! Dus na een lekker kopje thee en een half uurtje lezen doe ik het licht uit.

zondag 14 maart 2004

Maleisië: AIDS

zo 14 mrt 2004 16:56:54

Mersing (Embassy Hotel (C8), zondag 14 maart 2004

Op deze zondagochtend sta ik uitgerust op, ik heb heerlijk uitgeslapen! Morgen ga ik dus naar de eilanden, dat betekend dat ik zeker nog twee nachten in “Mersing” blijf. Na mijn douche ga ik op zoek naar een plaats waar ik kan ontbijten.
Verkiezingen zijn in aantocht Opgewekt stap ik het zonnetje in. Het dorp is niet zo groot en met het kleine kaartje in mijn Lonely Planet kan ik haast niet verdwalen. Het hele dorp is behangen met posters en vlaggetjes. Het is verkiezingstijd. Niet dat Maleisië een echte democratie is maar voor de buitenwereld worden er toch een soort van schijnverkiezingen gehouden. Maleisië is een, in de grondwet vastgelegd, islamitische staat. Er zijn regelmatig verkiezingen en er heerst een stemplicht met straffen die niet al te licht zijn. Het zal dus meteen duidelijk zijn dat de ruim 60% islamieten deze verkiezingen altijd winnen en al vanaf 1965 onafgebroken aan de macht zijn.
Ik loop wat rond en neem zoveel mogelijk van het dorp Mersing in me op. Ik kom van alles tegen behalve een plaats waar ik (westers) kan ontbijten. De plaatselijke banketbakker verkoopt alleen de voor Azië zo normale mierzoete broodjes en daar hou ik nu eenmaal niet zo van.
Vervuiling langs het strandVervuiling langs het strandOostkust Maleisië Aangekomen aan de stranden van de Zuid-Chinese Zee schrik ik van de enorme hoeveelheden afval! Ik slenter langs de boulevard, langs de modder/zand vlaktes vol met drijfvuil. Vol onbegrip kijk ik naar die rotzooi. Ik weet dat ze hier in Azië alles maar in de rivieren en de zee gooien omdat het dan vanzelf wegspoelt maar deze hoeveelheden onverteerd afval tussen het drijfhout baart me wel zorgen.
Onderweg informeer ik ook maar meteen naar de mogelijkheden om hier weer weg te komen. Nadat ik uitvoerig ben geïnformeerd koop ik gelijk een buskaartje bij het reisbureau voor mijn busreis naar Kuala Lumpur. Het kan maar gebeurd zijn, dan hoef ik me daar geen zorgen meer over te maken. Zo’n bus naar KL, zoals ze hier Kuala Lumpur noemen, kan zo maar in een klap vol zijn geboekt. Dat hangt helemaal af van de hoeveelheid toeristen die van de eilanden komen.
Veerboot naar Pulau Tioman Tegenover het reisbureau ligt de de pier waar de boten vertrekken naar Pulau Tioman. Ik slenterde die kant op om eens te zien wat daar allemaal gebeurde. En daar zitten ze! Het vreemde stel. Op weg naar het “Tioman” eiland, verdwenen zonder afscheid te nemen? Dat zet je toch wel aan het denken. Misschien hebben ze toch wel wat te verbergen.
Ondertussen begrijp ik nu ook waarom het afgelopen weekend zo druk was geweest. Er wordt mij verteld dat er een week schoolvakantie voor Singapore en Maleisië is begonnen. En natuurlijk zijn er schoolreisjes naar de eilanden. Na een uur te hebben rondgelopen en geen enkele acceptabele ontbijt plaats te hebben gezien komt de KFC als winnaar uit de bus voor een ontbijt. Een broodje gefrituurde kip met wat dikke friet.
Bakkie bij de aircon Gezien het feit dat mijn achillespees nog een beetje opspeelt besluit ik om na het ontbijt maar een kopje koffie op mijn kamer te gaan drinken en wat te gaan rusten in de verkoelende airconditioning. Het begint, ondanks het verkoelende zeebriesje, alweer aardig warm te worden.
Maleis voedsel Na een anderhalf uurtje rust en ontspanning op mijn hotelbed wil ik toch nog wat gaan doen vanmiddag. Ik wil nog een Maleisische lunch zoeken en genieten van de heerlijke gerechten uit de Maleisische keuken. De Maleisische keuken is een vreemde keuken! Met Thailand in het noorden zou je verwachten dat er wel enkele Thaise invloeden zouden zijn. Maar dat is verrassend niet zo!
Er zijn enkele oorzaken die je als westerling niet meteen zou verwachten.
De eerste oorzaak is dat de meest zuidelijke provincies van Thailand geannexeerde islamitische sultanaten zijn. Daar neigt de keuken dan ook veel meer naar het zuiden dan naar Thailand in het noorden.
De tweede oorzaak is dat de Maleisische, en Indonesische, keuken sterk zijn beïnvloed door de Arabische en Indiase handelaren die met hun wankele scheepjes de westkust van het schiereiland afvoeren om handel te drijven. De kruiden en specerijen uit het noorden werden verhandeld en vermengden zich met de kruiden en specerijen van de Indonesische archipel. Zo ontstond er een keuken met het beste uit twee werelden
In een soort winkel- annex boekingskantoor laat ik me de verlate lunch goed smaken in een restaurant genaamd “H & H Kitchen”. Indonesische varianten deze keer? Er zijn veel Indonesische immigranten in Maleisië omdat de standaard van het leven hier hoger is dan in Indonesië. Vanzelfsprekend ligt het salaris in Maleisië ook veel hoger. Ik weet ook niet waarom, maar aan de oostkust van Maleisië lijkt het voedsel hoofdzakelijk Indonesisch en niet Maleisisch.
Oké, telor is telur, een kippenei, maar dan toch. Ze noemen het wel Maleisisch voedsel! Maar wat is dan de èchte Maleisische keuken en wat zijn de meest bekende Maleisische gerechten. Ik moet dat maar eens gaan uitzoeken op mijn ontdekkingstocht door deze bijzondere verzameling Sultanaten.
Ik geniet van de enorme tegenstellingen in smaken op mijn bord. Er is zoet en zout, er is pittig en lichtbitter, eigenlijk ligt er alles op mijn bord behalve varkensvlees, dat is verboden in een islamitisch land! Gelukkig serveren de Chinezen het wel.
Geen geweldAIDS Mijn middagwandeling zal een rondje dorp worden. En dat gaat gelukkig goed. Ik maak een flinke tocht rond het dorp. Wat mij meteen opvalt is dat de meeste winkels op zondag gesloten zijn. Ook veel restaurants zijn niet open. Vreemd, in Azië is meestal alles 24/7 open! En in de islamitische wereld is vrijdag de heilige dag.
Maleisië is een gematigd islamitisch land waar ook nog de geesten van het land, de zee en het bos worden vereerd om goede oogsten en goede vangsten te krijgen. En dat terwijl ze elke dag schreeuwen dat hun Allah de grootste is. De enorme borden van de overheid langs de weg liegen er niet om. Zo roepen om het afzweren van geweld en voorzichtig te zijn met AIDS. In een land waar homoseksualiteit zwaar wordt gestraft wordt er tegelijkertijd openlijk voor de gevaren gewaarschuwd.
Vissersboten op de rivier Het schiereiland Maleisië is op de breedste plaats ruim driehonderd kilometer breed. De kusten bestaan hoofdzakelijk uit modder- en zandplaten. Natuurlijke diepzeehavens zijn er niet dus wijken de vissersboten vaak uit naar de korte, brede en ondiepe rivieren waar het brakke water een uitstekende kraamkamer is voor alle heerlijkheden die de zee te bieden heeft. Aan de rivier heerst er altijd een drukte vanjewelste.
Netten reparerenNetten repareren In de schaduw, onder een afdak, zit een groep mannen visnetten te herstellen. Er klinkt Maleisische muziek uit de transistorradio en af en toe zingen de mannen een stukje mee. De islam aan de oostkust is een andere islam dan die aan de westkust waar het overgrote deel van de Chinese en Indiase Maleisiërs woont. De slechte naam van de islam is in dit geweldige land zeker niet op zijn plaats. Hier zingt de bevolking mee op populaire muziek op de radio
Oude visserboten Water is altijd inspirerend en water is de eerste vereiste voor het vestigen van een nieuwe beschaving! Ik kijk voor de laatste keer naar het tij en de oude en nieuwe houten boten in, en onder, het water. Tijd om weer te gaan rusten want mijn achillespees speelt opnieuw op. Vandaag zal ik niet veel meer lopen.
Zondagavond betekend ook in Maleisië Engels voetbal kijken. In het restaurant onder het “Embassy Hotel” zit een grote groep Chinese Maleisiërs te gokken op de uitslagen van die avond. Ik heb nog nooit zoveel geld op een tafel midden in een restaurant zien liggen! Zelf heb ik op het internet vijf euro ingezet op een van de wedstrijden van vandaag. Met een kleine weddenschap is het kijken naar de wedstrijd spannender.
De stalen rolluiken zijn naar beneden getrokken maar de onderste halve meter blijft open. Waarschijnlijk om te zien wanneer de moslim politie arriveert en om een fris briesje te laten waaien om de verhitte Chinezen wat af te koelen. Ik drink rustig mijn Tiger biertjes en geniet van de voetbalwedstrijd.
Totdat het nieuwe Carlsberg meisje binnenkomt. Gisteren was het een ouwe taart van in de veertig, nu is het een fris jong Chinees meisje met een heerlijke verleidelijke glimlach. Bulat merkt meteen mijn blikken op!
‘Dat is de negentien jarige dochter’, zegt hij.
‘Haar moeder heeft gisteren waarschijnlijk voor haar ingesprongen’.
Onze ogen volgen haar sierlijke bewegingen. We kijken elkaar aan met een stoute glimlach en glinsterende ogen. Vanaf het moment dat ze binnen kwam begon ze zo overdreven met haar kont te draaien dat ik er bijna zeeziek van werd. Ik kon mijn ogen gewoon niet van haar af houden. De Chinezen gokkers zagen het niet. Zij waren duidelijk teleurgesteld dat Manchester United verloor. En natuurlijk ook omdat zij dan tegelijk hun geld verloren.
Samen met Bulat en de saté Tijdens mijn laatste biertje is Bulat plotseling verdwenen. Bulat is vanavond mijn drinkmaat in dit dorp waar geen enkele toerist langer dan een nacht verblijft. Ik heb geen idee waar hij plotseling gebleven is. Ik maak mijn glas leeg en op het moment dat ik de serveerster wil roepen om te betalen komt Bulat weer binnen. Breed glimlachend en met zijn handen vol met plastic tassen.
Er word wat Maleis, of misschien een Chinees dialect, heen en weer geschreeuwd. Voordat ik weet wat er gebeurd staat onze tafel vol met heerlijke stokjes saté. Nou Bulat, dat had je nu ècht niet moeten doen! Ik bestel nog een bier voor mijzelf en een Guinness Stout voor Bulat. Saté ajam (kip) en saté kambing (geit). Heerlijk gewoon.
De kok heeft het druk Uit de keuken bestelde ik een Singapore Noedels omdat ik na de koude biertjes en de stokjes saté toch wel trek heb gekregen.
Het is gezellig De Chinezen vinden het heerlijk dat er een buitenlandse toerist het naar zijn zin heeft in Maleisië. Ik moet meer dan een biertje afslaan omdat ik er nu echt meer dan genoeg op heb. En er staat nog een voetbalwedstrijd op het programma. De berg geld op de tafel groeit gestaag maar het is voor mij nu echt tijd om mijn bedje op te gaan zoeken. Ik ben vol en wil slapen, hoe gezellig het ook nog is.
Aids in Maleisië Voor de tweede keer vandaag wordt ik aan AIDS herinnert. AIDS kent geen grenzen en AIDS kent geen geloofsovertuigingen. Een keer fout en je bent tot aan je dood besmet. Ook deze jongen! Bulat gaat niet in details maar dat maakt de foto niet schrijnender. Verstoten uit zijn eigen kampong, zonder enige kans op hulp van de Maleisische overheid, brengt hij zijn laatste dagen in eenzaamheid door in het schemerlicht van een Chinees Boeddhistisch altaar. Uit angst voor besmetting. De angst uit onwetendheid. De Chinezen accepteren hem, maar ze blijven wel uit zijn buurt!

Half dronken en erg vermoeid ga ik slapen. Morgen een boottocht naar de eilanden?

zaterdag 13 maart 2004

Maleisië: Fotoloos

Sony DSC-P10 Digitale Camera

Mersing (Embassy Hotel (C8), zaterdag 13 maart 2004

Het oorspronkelijke idee was een paar dagen in Johor Bahru te verblijven. Mooi niet dus, ik zag Johor Bahru alleen vanachter een venster in de bus op weg naar het JB Express Busstation, “Larkin Sentral”.

Nadat ik mezelf op een redelijk tijdstip uit mijn bed heb gesleept sta ik onder de douche het slaapzand uit mijn ogen te wassen. Zeven uur is erg vroeg vergeleken met de tijden die ik eerder deze week ben opgestaan. Ik ben er wel 100% zeker van dat ik vandaag zal vertrekken!
Terwijl ik mijn haar droog wrijf kijk ik naar de georganiseerde puinhoop, mijn bagage, op en om mijn bed. Inpakken is een fluitje van een cent. Binnen tien minuten staan mijn twee rugzakken recht op tegen de muur. Er ligt niets meer om mij heen waar het niet thuishoorde en mijn spullen zitten allemaal op een plaats waar ik ze meteen kan pakken wanneer dat nodig is.
Ik grijp mijn laptop en ga voor de laatste keer met de ondergrondse op weg naar het internetcafé aan Orchard Road. Ik weet tenslotte niet wanneer ik de volgende kans heb om mijn e-mail te bekijken. Het ontbijt schiet er op deze mooie ochtend bij in want ik moet voor twaalf uur uit mijn kamer zijn. De Chinees achter de receptie herinnert mij er ook nog een keer aan op het moment dat ik hem passeer. Gelukkig ben ik om kwart over elf alweer terug.
Voordat ik mijn rugzakken uit mijn hotelkamer haal heb ik nog snel twee pakketten sandwiches en een flesje 100+ bij de 7-11 op de hoek gekocht. Dat moet voldoende zijn totdat ik over de grens ben. Ik neem afscheid van de behulpzame Chinees achter de receptie en loop naar buiten, de drukkende warmte in. Ik heb meteen een taxi, dus het zit me best wel mee.
‘Het busstation aan de Victoria Street graag’, zeg ik terwijl ik instap.
Aangekomen bij het openlucht busstation schrik ik enorm van wat ik zie. Er staat een lange rij van minimaal 300 personen te wachten op de bus naar het “Larkin Busstation” in Johor Bahru aan de overkant van het water in Maleisië. Om de tien minuten stopt er een bus en stappen er een stuk of vijftig personen in voor de reis naar Kota Bahru. Ik twijfel en speel voor een moment met het idee om naar het hotel terug te gaan en opnieuw intrek te nemen in mijn vertrouwde kamer. Maandag maar verder reizen?
‘Waarom zou ik mijn vertrek uitstellen?’, vraag ik mezelf hardop af.
Er zijn geen goedkope vluchten van Singapore naar Kuala Lumpur! Je moet wel met de bus! Een andere optie, met de taxi, is ook snel uit het zicht. Ze vragen woekerprijzen, tot wel drie maal de normale prijs. Er zijn namelijk maar weinig taxi's die een vergunning hebben om buiten het centrum te mogen opereren.
Een andere optie is met de MRT naar Kranji en daar op een bus stappen naar Johor Bahru. De receptionist heeft mij verteld dat het de beste keuze is op een zaterdag. Ik loop met volle bepakking naar het dichtstbijzijnde station van de MRT, het zweet gutst van mijn rug en mijn shirt kleeft aan mijn lichaam. De rit van het “Bugis MRT station” naar het "Kranji MRT station” begint in een overvolle trein van de metro in Singapore.
De kou van de airconditioning in de trein bijt in mijn natte lichaam. De menigte neemt bij elke halte langzaam af en begint zich weer op te bouwen wanneer we dichter bij “Kranji MRT Station”komen. Singapore is veel groter en groener dan je zou verwachten! Er zijn zelfs open weiden en hier en daar plukken jungle. Als een vredige kudde schapen verlaten we de trein. Ik loop met de stroom mensen mee en voordat ik het weet zit ik voorin de gele bus naar het busstation van Johor Bahru. Beter zelfs, naar het “Express busstation” van Johor Bahru.
Onderweg klets ik wat met een medepassagier die mij het loket gaat wijzen waar ik mijn kaartje naar Mersing kan kopen. Dat scheelt me tijd voor het zoeken! Opnieuw een beetje geluk dus. Dat beetje geluk kan in goed gebruiken. Ik kom om kwart voor twee aan in het enorme busstation. “Larkin Sentral” is de zuidelijkste punt van een zeer uitgebreid netwerk van bussen in alle afmetingen. Ze gaan zo ver als Hat Yai in Thailand met een “Super VIP Bus”, tot een boemelbusje naar een dorp tien kilometer verderop waar nog nooit iemand van heeft gehoord. Bussen komen en gaan met als gevolg een in- en uitgaande file. En dat het er erg druk is op deze zaterdag is vanzelfsprekend.
Ik had gehoopt dat ik een bus van twee uur kon nemen. Bijna goed! Ik heb de bus van half drie en ik heb het kaartje voor de voorlaatste zitplaats. Het geluk lijkt opnieuw aan mijn zijde. De bus ziet er van binnen en buiten goed uit en de reis zal volgens het schema drie uur duren. "Maak er maar vier van", denk ik nog bij mijzelf. Ik heb al wat ervaring met busreizen in Zuidoost-Azië.
Het is nu ook het juiste moment om mijn laatste sandwich naar binnen te werken. Terwijl ik zit te eten aanschouw, en geniet, ik van het gewijzigde uitzicht. Het is hemelsbreed maar vijf kilometer naar Singapore maar het verschil tussen Singapore en Maleisië is niet in een afstand uit te drukken.
Sinds 9 augustus 1965 zijn Singapore en Maleisië officieel van elkaar gescheiden. Dat is heden ten dage nog steeds een gevoelig punt in Maleisië! Singapore is een eerste wereld land geworden en Maleisië balanceert nog steeds op de rand van de derde wereld. Singapore had Lee Kuan Yew, Maleisië had Dr Mahathir, beiden staatshoofden van het eerste uur die lang en veelal met strenge hand hun land hebben geleid. Het is een doorn in het oog van de islamitische Maleisiërs dat hun afvallige buurman zich zo veel beter heeft ontwikkeld.
Volgens de kenners heeft de islam hier veel aan bijgedragen! De ongeveer 60% van de Maleisische bevolking is moslim en dat opgeteld met een stemplicht geeft een islamitische regering die al sinds mensenheugenis aan de macht is. Ze zullen best wel enkele dingen goed hebben gedaan maar wanneer ik om me heen kijk zie ik toch de voor de islamitische landen zo typerende gepaste armoede.
Er zitten opvallend weinig blanken in de bus. Drie om precies te zijn. Een ander stel en ikzelf. Het is een vreemd stel? Een oudere man met een grijze baard en een jong meisje, halverwege de twintig schat ik. Ik vraag mij af wat de relatie zou zijn. Vader en dochter? Een verliefd paar? Òf iets ertussen in?
De bus neemt ons mee over slingerende wegen. Eindeloze oliepalm plantages afgewisseld met rubberplantages en jungle, èchte dichte jungle! Kamerplanten, herinneringen uit mijn jeugd, staan hier huizenhoog langs de weg. Af en toe slingert er een aap door de boomkruinen. Er zitten ook heel wat apen langs de kant van de weg. Genietend van het voedsel dat de automobilisten uit het raam hebben gegooid. Je moet het gezien hebben om het te geloven.

En dan stopt de bus drie en een half uur na het vertrek in Mersing.

Het vissersdorp ziet er op het eerste gezicht vriendelijk uit. Ik zeg nadrukkelijk vissersdorp omdat deze nederzetting pas een bestaansrecht heeft gekregen toen het toerisme het “Tioman eiland” (Pulau Tioman) voor de kust heeft ontdekt.
Nog voordat we op het busstation zijn gearriveerd heb ik het "Embassy Hotel”, vanuit de bus in het voorbij rijden, al gezien. Ik heb gisteren al besloten dat ik daar zou slapen. Ik kom als laatste uit de bus en gooi de onderweg heel wat zwaarder geworden rugzak voorzichtig op mijn rug. Ik kan merken dat er een paar kilo boeken bij is gekomen. Het vreemde stel heeft waarschijnlijk hetzelfde idee als ik. Ze lopen vlak achter mij op weg naar het hotel. Ik neem onverwacht een kortere weg en sta als eerste aan de receptie.
‘Een dubbel met aircon graag?’
‘Dat is dan RM 45’,zegt de vrouw, inclusief hoofddoek, vanachter de receptie.
‘Kan ik even in de kamer kijken?’, vraag ik op mijn beurt.
‘Natuurlijk, hier is de sleutel van kamer C8’, en ze overhandigt mij de sleutel.
Ik volg de richtingbordjes in het gangen- en trappenstelsel naar de derde verdieping. De inrichting en luxe van de kamer in combinatie met de prijs per nacht is acceptabel. Het is goed genoeg voor een paar nachten. Schoon, fris en aan de achterkant van het gebouw. Dan kan ik hopelijk ook goed slapen.
Mijn rugzakken blijven achter op de kamer en eenmaal weer beneden blijkt dat het vreemde stel ook al is ingeboekt. Twee kamers? Nu wordt het nog vreemder!
‘Eerst een koud biertje!’, denk ik hardop in mezelf.
De mannelijke zijde van het vreemde stel vind dit ook een goed idee. Een minuut later zitten we met zijn tweeën aan een tafel in het restaurant onder het hotel aan een grote ijskoude Tiger bier. Ik wil natuurlijk graag weten hoe het nu zit tussen die twee! Het meisje voegt zich bij ons voordat ik een antwoord op mijn brandende vraag heb gekregen. Ze besteld ook een biertje en begrijpt al snel waar wij het over hebben. Nou daar gaan ze dan.
Ze zijn vreemden voor elkaar en hebben elkaar op het “Express Busstation” in Johor Bharu ontmoet. Eenmaal te weten gekomen dat ze dezelfde bestemming hadden hebben ze besloten om een stukje samen te gaan reizen. Niets bijzonders dus. Gewoon een nieuwe reisgenoot gevonden om enkele momenten van eenzaamheid te bestrijden.
De man is erg vriendelijk en vrolijk van aard. Hij maakt voortdurend grappen en ons gesprek gaat langzaam richting zijn doel in het leven. Hij zegt het niet direct maar hij doelt op het overleven van een bomaanslag in Londen in het begin van de jaren zeventig. De IRA waarschijnlijk. De bomaanslag heeft hem invalide gemaakt. Hij is er zich sindsdien wel bewust van hoe kostbaar het leven eigenlijk wel is. Reizen en ontdekken is sindsdien het doel in zijn leven. Een levenslang staatspensioen zorgt voor de benodigde financiën.
Het meisje is halverwege de twintig en wilde wat meer van de wereld zien. Ze heeft al haar spaarcentjes opgenomen en heeft een vervelende zinloze baan achter gelaten. Ze is naar Azië vertrokken omdat het haar wel gaaf leek. Ik moet eerlijk zeggen dat ik haar een beetje kwetsbaar vond. Ze geeft duidelijk van die aanwijzingen dat ze een “aanklamper” is.
Een “aanklamper” is een persoon die alleen op reis gaat en al in de trein op weg naar de luchthaven een reisgenoot heeft gevonden. Ze blijven nooit lang alleen en reizen als een soort parasiet mee met een andere reiziger. Ze blijven totdat ze worden weggestuurd, ze zullen haast nooit uit zichzelf afscheid nemen. Het zijn van die mensen die altijd een ander aanklampen om maar niet alleen te zijn. Nou ja, wat kan het mij ook schelen, ik zorg wel dat ik bij haar uit de buurt blijf. Ik heb er in ieder geval geen zin in hoe aantrekkelijk het ook lijkt. Een bed delen kan altijd nog. De Bon Jovi tatoeage net boven haar billen verteld mij genoeg.
Na de bieren gaan we ieder onze eigen weg. Zij zoeken een restaurant aan zee op om wat vis te gaan eten. Ik drink nog een paar bier en eet Chinees in het restaurant onder het hotel. Een beetje lol trappen met de lokale bevolking en dan vroeg naar bed.
Sony DSC-P10 Digitale Camera Op mijn kamer wordt ik geconfronteerd met een minder leuk aspect van deze reisdag. Er blijken geen foto’s te zijn gemaakt! Hoewel ik de gelukkige eigenaar ben van een digitale camera, een “Sony Cyber-shot DSC-P10”, denk ik af en toe nog steeds als de eigenaar van een camera met een filmrolletje, elke foto die je neemt kost geld!
Gelukkig kan ik met deze digitale camera net zoveel foto’s nemen als ik wil, tenminste, totdat het geheugen kaartje vol is. Morgen moet ik me er op instellen om weer foto’s te gaan maken!

vrijdag 12 maart 2004

Singapore: Afscheid

vr 12 mrt 2004 20:59:40

Singapore (Shing Hotel (414), vrijdag 12 maart 2004

Pfff, alweer vrijdag. Vandaag is het ècht mijn laatste dag in Singapore! Ondanks dezelfde routine als de afgelopen dagen lijkt het er nu echt op dat de moesson voorbij is getrokken en het droge seizoen eindelijk is aangebroken. Het ziet er zelfs vreemd uit wanneer ik de gordijnen open en de strepen van de dikke regendruppels niet zitten waar ze voor mijn gevoel horen te zitten. Een waterig zonnetje probeert door het dikke laaghangende wolkendek heen te dringen.
Een glimlach vestigt zich op mijn mond en ik heb er vandaag zin in! Dit is het moment waar ik op heb gewacht! Mijn depressieve gevoelens zijn samen met de regen verdwenen. Nu weet ik het zeker, dit is mijn laatste dag in Singapore, morgen trek ik het Maleisische schiereiland in.
Nu ik heb besloten dat dit ècht mijn laatste ochtend in Singapore is loop ik fluitend met de krant onder mijn arm naar het Indiase restaurant om de hoek van het hotel voor het ontbijt. Zij zijn net zo verbaasd als ik wanneer ik de donkere koele geairconditioneerde ruimte binnenstap.
Mijn ogen wennen langzaam aan het schemer en er verschijnen steeds meer mensen in vreemde kleurige kleding en gewaden op mijn netvlies. Het restaurant zit haast helemaal vol! Met een opgedrongen vriendelijkheid wordt ik door een ober aan een arm naar een lege tafel aan het raam geleid, zo ver mogelijk bij de andere gasten vandaan. Een kan zwarte koffie verschijnt op tafel en de breed lachende ober vraagt of ik het ontbijtbuffet wil gebruiken. Een vreemde vraag! Maar ja, ik bevestig zijn vraag dat ik gebruik van het ontbijtbuffet wil maken.
Nadat hij enkele onleesbare tekens op een papiertje heeft geschreven en dat papiertje onder een vaasje met plastic bloemen heeft geplaatst maak ik aanstalten om op te staan om mijn ontbijt samen te stellen aan het buffet. Zijn grote zware hand op mijn schouder voorkomt dat ik op kan staan, begeleid door een brede glimlach die zijn fantastische witte gebit toont.
Vandaag wordt ik, waarschijnlijk door de drukte in het restaurant, bedient door een ober in smetteloos wit. Een snelle blik op het papiertje verteld me dat de prijs voor het ontbijtbuffet nog steeds S$ 5,- (€ 3,25) is en dat bevalt me wel. De gebakken eieren zijn nu wel vers en ook de kikkererwten in de tomaten-kerriesaus smaken me beter dan aan het begin van deze week. Twee geroosterde boterhammen maken het ontbijt compleet.
Ik ben nog niet op pagina drie van “The Straits Times” wanneer een bekende geur mijn neus prikkelt. Ik weet dat mijn kleren niet schoon meer zijn maar dat mijn deodorant niet meer werkt baart me meer zorgen. Voorzichtig, en onopvallend, til ik mijn rechter- en linkerarm op om onder mijn oksels te ruiken. Hmmm, ik ruik wel wat maar ik ben er zeker van dat ik de de geur niet verspreid.
Ik kijk eens goed om me heen om te zien waar de okselgeur vandaan kan komen. Dan valt het kwartje! Het gemengde gezelschap aan de andere tafels verspreid de kenmerkende geur waar India en de buurlanden bekend om staan. Met elke hap van mijn geroosterde brood wordt het moeilijker om deze door te slikken. De geur wordt met elke teug adem sterker en onaangenamer. Ik beng bang dat ik de borden op deze laatste ochtend in het Indiase restaurant niet leeg krijg.
Na het ontbijt ga ik, via een korte stop op mijn hotelkamer, op weg naar “Sun Tech City” waar dit weekend een enorme computerbeurs wordt gehouden. Singapore is het toppunt van de consumenten elektronica en met name alles wat met computers te maken heeft. Wanneer het in “Sun Tech City” niet te koop is dan is het waarschijnlijk nog niet uitgevonden.
In Singapore staan enkele enorme elektronica winkelcentra. “Sim Lim Square” en “Funan IT” zijn de bekendste en altijd gevuld met toeristen die uit zijn op een koopje. Daar is van alles te koop maar het meeste bestaat uit grijze import zonder enige garantie. Het blijft dus goed opletten bij een aankoop en een test voor het afrekenen is aan te bevelen!
Oude shophousesOude shophouses Voordat ik te voet bij “Sun Tech City” arriveer passeer ik eerst nog enkele fantastische architectonische juweeltjes. Ik hou van die oude “Chinese Shophouses”. De meeste zijn gebouwd rond 1900. De huizen zijn bijna allemaal naar hetzelfde eenvoudige ontwerp gebouwd.
Op de begane grond is een open ruimte beschermd door een stalen harmonica hekwerk met daarachter (teak)houten schuifdeuren. Bijna elk huis van de Chinese immigranten had een winkel op de begane grond vandaar de naam “Shophouse”. Het hele gezin woonde achter de winkel en op de eerste verdieping werd er geslapen. Het is nog steeds geen uitzondering in deze pandjes dat er een oude sigaretten rokende Chinees om tien uur ’s avonds in zijn winkel TV zit te kijken en de winkel sluit wanneer de TV uit gaat.
Oude shophouses Het is een beetje treurig om te zien dat een winkel schitterend is gerestaureerd terwijl de buurman een bouwval is. Singapore is het enige eerste wereld land in Zuidoost-Azië en dat heeft zijn tol geëist op het personeelsbestand van het land. Gekwalificeerde handwerklieden zijn moeilijk te vinden en schreeuwend duur. Haast alle kinderen gaan naar universiteiten en hoge scholen om werk te vinden in de dienstensector van Singapore.
Bouwvakkers worden ingevlogen uit India en Bangladesh. Zonder enige opleiding (ver)bouwen zij Singapore onder toezicht van hoogopgeleide aannemers naar een nog modernere staat. Deze bouwvakkers worden enorm beschermt door de overheid die zich realiseert dat er zonder gastarbeiders in de bouw geen vooruitgang meer is voor Singapore. Aan de andere kant is de overheid ook heel erg streng! Twee weken geen werk meer, dat wordt gecontroleerd op de wekelijkse werkstaten die de aannemers wekelijks moeten inleveren, en je wordt geacht Singapore vrijwillig te verlaten. Voor illegalen zijn ze in Singapore niet zachtzinnig!
Staat dit Nederland in een niet al te verre toekomst ook te wachten? Een bevolking die niet wil zweten en hun handen vuil maken?
The Gateway Oude en nieuwe gebouwen leven zij aan zij in het mooie Singapore! Een van die nieuwe gebouwen is het “The Gateway”. Het uit glas en metaal opgetrokken gebouw lijkt twee dimensionaal. Er is geen diepte in te ontdekken. Omringt door toeristen maak ik enkele foto’s van dit iconische bouwwerk.
In het enorme internationale beurs- en congresgebouw kijk ik mijn ogen uit! Hier zie je computers en randapparatuur die je pas over twee jaar in Nederland in de winkel kan vinden. Daartegenover staan ook de prijzen, hoge prijzen, zelfs voor een land als Singapore. Ik heb mijn volgende laptop gezien en wat belangrijker is, ik heb de scanner gevonden waar ik al langer naar op zoek was. Nergens te krijgen en ineens loop ik er tegen aan. Uiteindelijk laat is de scanner maar liggen. Ik heb al genoeg (zware) elektronica in mijn rugzak.
In de ondergrondseIn de ondergrondse Vanaf “Sun Tech City” loop ik helemaal ondergronds naar de rand van het centrum. Ondergronds is het koel, veilig en schoon. Dit is het Singapore dat de stadstaat graag wil uitdragen naar de rest van de wereld. Ik kijk mijn ogen uit! Groepjes vrienden en vriendinnen zitten hier te praten, met elkaar dansen, op niet te luide muziek, of gewoon te picknicken. Een goede opvoeding begint jong, en daar ontbreekt het in Singapore niet aan.
Esplanade - Theatres on the Bay Eenmaal weer in de buitenlucht begin ik afscheid te nemen van Singapore. “The Durian” is en blijft een verbluffend gebouw, zeker in de avond! Het is een schouwburg en concertzaal, je moet het gezien hebben wanneer je ooit een bezoek brengt aan Singapore.
De Merlion Na het afscheid van de nieuwe “Merlion” ga ik richting de “Quay’s" voor een laatste pint cider. Ik heb vanmiddag erg laat geluncht en geen trek in de avondmaaltijd. Na in mijn eentje een paar cider’s te hebben gedronken in de "Penny Black" pub besluit ik dat het tijd is om te gaan slapen. Om de hoek, op weg naar de ondergrondse, verwen ik mijzelf met een Big Mac en ik heb zelfs echte mayonaise bij mijn patat.
Misschien werkt het niet In het MRT station staan twee verkoop automaten waarvan er een mogelijk defect is.
En zo staat het ook op het briefje: ‘Misschien doet ie het niet.’
Dit kan alleen in het correcte en gereguleerde Singapore! Morgen moet het dan echt gaan gebeuren! Ik ga verder naar het noorden!
Copyright/Disclaimer