woensdag 8 juni 2011

Indonesië: Een oud Hollands Fort

Cilacap (Dafam Hotel (voorheen Grand Hotel)(130))

Hollands glorie over alle wereldzeeën! Een oud fort aan de ingang van de haven van Cilacap, het oude Tjilatjap, was ons doel voor vandaag.
Om ietsjes over achten werd er zachtjes op de deur geklopt en er stond een medewerker van het hotel voor de deur met het ontbijt. En dat was de eerste verrassing voor vandaag! Ik schoot snel een onderbroek aan en Lyka verdween weer onder de lakens. De ober plaatste de borden met één oog op de tafel naast de tv terwijl zijn andere oog door de hele kamer ging. De rijst met kroepoek en een soort dunne jus met een half gekookt ei en een stuk tofu smaakte me uitstekend.

Nog even liggen en dan onder de douche en snel op pad. En toen kwam de tweede verrassing uit het niets! Een pijnscheut die tranen in mijn ogen bracht en een kramp in mijn darmen die door merg en been ging. Én een bruine streep van zeker dertig centimeter lang op het witte onderlaken. Ik heb me zelden zo vies en ongelukkig gevoeld!
Nadat ik de grootste rotzooi zelf had opgeruimd moest ik de schoonmakers er wel bij halen zodat de lakens zo snel mogelijk in het water verdwenen. Met een slecht gevoel in mijn lichaam en schoongespoeld door het warme water gingen we een half uurtje later op pad. In alle stilte, want er was niet veel te bepraten.

We kozen de kortste weg naar het strand en vandaar zouden de waterlijn volgen tot aan het fort.

De stranden zijn hier in Cilacap zwart, vulkanisch zand. Dat ziet er voor ons heel vreemd uit en ook de hoeveelheid vuil zal zeker menige toerist versteld doen staan. Maar voor de plaatselijke bevolking is onze fascinatie voor het strand en de zon zeker net zo vreemd.

Enkele mooie plaatjes voordat we bij het “Benteng Pendem” aankwamen.

Het fort moet lang vergeten zijn geweest voordat er een lokale bestuurder op het idee kwam om er een attractie van te maken. Alleen het fort moet niet voldoende zijn geweest want er is een heel attractiepark omheen gebouwd inclusief een dinosaurus!

De Rp. 4000 (€ 0,32) entree zou zeker niet voldoende zijn om de twee cassières in leven te houden! Maar wij begonnen aan een toch terug in de Hollandse geschiedenis met als oudste punt 1873.
Ik kan niet veel vinden over het fort maar hier is nog wat meer te lezen!
Ik vond het erg interessant en het is te hope dat de Indonesische regering ook de waarde van dit stukje geschiedenis inziet! Mooi plaatjes uit een in steen bevroren leven.

Ik probeer me voor te stellen hoe een soldaat uit Nederland zich hier moet hebben gevoeld zo ver van huis omringt door vele gevaren en mooie kleine Javaanse vrouwen.
Het wordt nu ook weer tijd om wat te gaan lunchen de koelte van de kamer op te gaan zoeken. Ook hier aan de kust loopt het kwik flink op maar het haalt het zeker niet bij de zinderende hitte van de vervuilde lucht van Jakarta.

Wegens mijn ongemak van deze ochtend wordt het een KFC en niet al te veel. Ik voel me niet ziek alleen maar wat ongemakkelijk.

Na het eten krijg ik nog een oude becak in het donker voorgeschoteld en ik kan de verleiding niet weerstaan.

En de laatste is wel bijzonden en een erfenis uit Holland. Hier gaat het nog gewoon per ons!

dinsdag 7 juni 2011

Indonesië: Er is niets zo veranderlijk als een mens!

Cilacap (Dafam Hotel (voorheen Grand Hotel)(130))

Ik kan het zelf ook moeilijk geloven maar na een slechte nacht gevuld met dromen over dieven en moordenaars stond ik depressief op. Vandaag zou alles mis gaan, daar was ik 100% van overtuigd! Er was zelfs tot me gesproken door ongure personen die op personages uit de “Pirates of the Caribbean” leken. Rotte tanden en een slechte adem die naar kretek, garam, rook.
In de badkamer keek ik mezelf recht in de ogen en vroeg me af of ik nog wel op reis wilde zijn.
‘Was dit dan het einde?’
‘Bleven alle onbezochte plaatsen een droom en zou ik veranderen in een leunstoeltoerist die al zijn kennis over verre vreemde landen op het internet had vergaard?’
‘Of was het maar een korte tegenslag en zou alles morgen weer anders zijn?’
Lyka was ondertussen ook bij kennis en in een recordtijd van dertien minuten waren we wakker, gewassen, aangekleed en ingepakt. Snel uitchecken en met de taxi naar het Gambir Stesen niet ver van de Monas. In de taxi voelde ik me meteen beter. De kilometers op de GPS naar onze bestemming werden snel minder en alles leek op rolletjes te gaan.
De taxichauffeur begon wat te brabbelen waar ik geen woord van kon verstaan. Het kon me niets schelen want het was een “Blue Bird Taxi” en die gingen altijd op de meter en stonden heel betrouwbaar te boek. Het was 05:33 en we waren op het station waar het al aardig druk begon te worden. Omringd door beveiligings-personeel en niet door straatdieven en moordenaars.
Als eerste scoorden we de kaartjes voor de trein van Jakarta naar Cilacap, een treinreis van ruim 400 Km die zo’n acht uur in beslag zou nemen. De kaartjes kosten Rp. 165.000 (€ 13,22) per persoon in de eerste klasse. Dat lijkt misschien veel maar het is wel de moeite waard. Een koffie en een warme chocolademelk voor mijn Lyka en om 05:55 stonden op perron 4 te wachten op onze trein.

En die zou pas om tien over half zeven arriveren. Elastieke tijd noemen ze dat hier. Het kan op tijd zijn maar ook uitlopen. De computer vult de stoelen van 1A omhoog op en ik had al snel door, ook een klein beetje ervaring, dat de achterste wagons leeg waren. Een kort gesprek met één van de stewards en wij konden een wagon naar achteren waar de meeste stoelen leeg waren.

Jakarta verdween met haar krottenwijken en onmogelijk druk verkeer achter ons en langzaam werd het groener. De oneindige rijstvelden en terrassen van de noordkust van Java gaven me innerlijke rust en van binnen klaarde het ook op.
Vanaf Cirebon kwamen de heuvels en een eerste blik op de Gunug Sari fleurde me helemaal op. Dit was het Indonesië zoals ik me herinnerde van drie jaar geleden.

De trein deed een 180 graden in Kroya en zo duurde de laatste honderd kilometer net zo lang als de eerste driehonderd! Eenmaal in Cilacap stopte de trein op een station dat niet vermeld was op de GPS. Maar het goede nieuws was dat we een klein winkelcentrum hadden gezien met een “Papa Ron’s Pizza” restaurant. Het gewoonlijke leger met de Becak’s stond al te wachten en het duurde langer dan normaal voordat ze door kregen dat er bij deze bule (buitenlander) niets te halen viel. Het was wel lachen dat nadat ze bij mij bot hadden gevangen in het Indonesisch tegen Lyka begonnen te kakelen. En de kleine haalde gewoon haar schouders op en liep langzaam door.
Een stukje lopen op goed geluk richting de kleine groep hotels die op mijn GPS vermeld werden. De eerste de beste was ook meteen raak! Het Grand Hotel is recent overgenomen door de “Dafam Hotel Group” en bevind zich midden in een ingrijpende metamorfose. Een renovatie die zijn weerga niet kent en terwijl de verbouwing in volle gang is gaat de verhuur van de nog beschikbare kamers gewoon door. Een gedateerde standaard kamer in een drie sterren hotel voor Rp. 150.000 (€ 12,04) kan je natuurlijk niet aan je voorbij laten gaan! En er is zelfs een zwembad!
Na de betaling vroeg de receptioniste hoe laat we het ontbijt geserveerd wilden hebben. Ook nog inclusief een ontbijt, dat was helemaal een koopje. En het ontbijt wordt ook nog op de kamer geserveerd omdat het restaurant nog niet open is. Het verblijf in Cilacap zal zeker onvergetelijk zijn.

Na een paar uurtjes rust gingen we op zoek naar het “Papa Ron’s Pizza” restaurant. En dat was maar goed ook want we zagen onderweg geen enkel restaurant waar we zouden kunnen of willen eten. Een vergeten stad met meer dan 200.000 inwoners. Toeristen zijn hier net zo zeldzaam als ijsberen in de Sahara.
De pizza’s smaakte uitstekend en wij waren klaar voor de nacht.

Om iets over acht deed ik het licht uit. Deze verplaatsing zat er op en mijn slechte gevoel was helemaal verdwenen. Soms heb ik gewoon iemand of iets nodig om me over het dode punt te trekken! Morgen gaan we het enige bezienswaardige punt van deze slaperige stad bezoeken.

maandag 6 juni 2011

Indonesië: Wajang poppen

Jakarta (Batavia Hotel (909))

Was dat maar waar! Na alle opschudding, en uitrusten gisteren, konden we vandaag eindelijk nog een keer op pad om wat te gaan zien. Maar helaas is Indonesië over het algemeen alles op maandag gesloten. Ik had gewoon wat beter moeten lezen en iets meer moeten nadenken voordat ik de zondag als rustdag had gekozen. Gedane zaken nemen geen keer en dus gingen we ze ver mogelijk als we konden winkelen.
Een redelijk luxe winkelcentrum met een bank zou voldoen want we wilden wat te eten voor onderweg kopen en eindelijk geld wisselen. Dat eerste was niet moeilijk in de goed gevulde supermarkt met een uitstekend assortiment. Geld wisselen was onmogelijk! Ja écht! De banken wisselen alleen geld als je er een rekening hebt! Ik stond er ook versteld van en de assistend bankdirecteur kwam persoonlijk in accentloos Engels uitleggen wat de mogelijkheden waren. Geen dus! Er zit dus niets anders op dan te pinnen de komende weken. De winst van de Rabobank zal wel toenemen want het grootste bedrag war je kan opnemen is Rp. 1.500.000 (€ 126,-) per dag.
Dan eerst maar een koffie met een doughnut bij J-Co, een keten van luxe zaken die het deeg en de koffie tot een kunst hebben verheven.

Voorbereiden en rusten, een koud biertje voor het eten en écht voor de laatste keer naar “Roberto Resto” waar de bekende gerechten bestelden en uitgebreid afscheid namen van de manager en het personeel. Ze zullen ons wel missen!

En zo kwam er een einde aan ons verblijf in Jakarta. En mochten er nog mensen zijn die zich afvragen waarom ik er voor heb gekozen om hier zo lang te blijven. Reizen in het weekend is nooit slim en aankomen op een vrijdag in een grote stad ook niet. Bogor en Bandung heb ik wel onderschat! De eerste is gemakkelijk in een dagtocht vanuit Jakarta te doen en de tweede heeft eigenlijk niets te bieden. Bandung wordt alleen genoemd als aankomststation voor de treinreis Jakarta - Bandung. Maar ook dat is een keuze! Er gaan namelijk twee spoorlijnen naar toe, en dat zoeken we de volgende keer wel uit!
Copyright/Disclaimer