donderdag 22 juli 2010

Thailand, op bekend terrein

Chantaburi (Gems Club Hotel)

Een route langs de grens van twee landen die officieel met elkaar in oorlog zijn bleek achteraf niet zo’n goed idee! In het begin ging het nog maar na ongeveer veertig kilometer was het toch op! Een geïmproviseerde wegversperring van dunne boompjes was een horde teveel. Een bordje in het Thais maakte ons duidelijk dat het leger de rest van de route had ingenomen en dat er geen burgers welkom waren.
Dus wij weer terug en na tweeënhalf uur waren we weer terug op de plaats waar we waren vertrokken. We moesten hier natuurlijk wel hard om lachen. We konden over onze schouder het hotel weer zien waar we vannacht hadden geslapen. Het weer was nog goed en mijn schoenen begonnen alweer droog te worden.
‘Recht toe, recht aan op Chantaburi af!’, dat was nu het plan.
De rest van het verhaal is hetzelfde als dat van gisteren. We hadden een beetje geluk en konden enkele buien ontwijken of op tijd schuilen. Totdat we bij de beruchte heuvel vlakbij Chantaburi kwamen. Het regent hier altijd! En zo ook vandaag. We aten een broodje en dronken wat koffie in de lome middagzon. Na dertig minuten begonnen we aan de laatste zeventig kilometer. En daar was de regen. Met bakken tegelijk! Mijn schoenen stonden opnieuw vol met water, ik begin er zo langzamerhand aan te wennen.

We waren alweer redelijk opgedroogd, met uitzondering van mijn schoenen, toen we het zonnige Chantaburi binnen reden. Onze eerste keuze, het “Kaseman Hotel”, was zoals gewoonlijk weer vol en we moesten op zoek naar een andere slaapplaats. Een stukje verderop in de straat is een jaar geleden het “Gems Club Hotel” geopend. Mijn eerste indrukken zijn minder dan die van Jack. Het is een aardig hotel voor de 690 Baht per nacht maar op mijn kamer schoot alles net een beetje te kort. Maar klagen helpt niet dus laten we het maar voor wat het was. Het blijft wel een goede reserve als we geen slaapplaats in Chantaburi kunnen vinden.
Een prettige avond met Jim, koude biertjes en heerlijk eten. Een ontmoeting met een landgenoot en zijn gezin, zijn dochters zijn in Tiel geboren en dat is een steenworp van mijn woonplaats. Met nog een korte etappe voor de boeg gingen we om half elf slapen want hier op het slaperige platteland sluit alles om tien uur.

woensdag 21 juli 2010

Thailand, inkorten en omrijden

Non Din Daeng (Non Thong Hotel)

Nu het einddoel was bereikt en we hadden bezichtigd wat we wilden zien veranderde de instelling van de motortrip. Eigenlijk wilden we gewoon weer terug naar Pattaya. De terugreis werd ingekort van vier naar drie dagen om verschillende redenen. We hadden genoeg van de regen en we wilden niet op een vrijdagavond in Chantaburi zijn. Chantaburi is namelijk vol in het weekend. De edelsteenmarkt trekt veel bezoekers en handelaars dus de hotels zitten dan altijd vol.

Na een kort overleg waren we het samen eens en ik had al een andere route op de computer uitgestippeld. Maar het werd nog beter! We namen de kortste weg naar Kantharalak en vandaar gingen we verder op de route die ik eerder deze week had uitgezet. En het was weer een mooie rit. Geloof het of niet maar we leren elke dag weer nieuwe dingen die we de volgende anders doen of zaken die we zeker niet meer veranderen.

We reden over stille wegen en genoten van een drankje hier en daar. Maar aan het einde hielden we het opnieuw niet droog. Het water stond weer in mijn schoenen en die gaan de volgende keer zeker niet meer mee! We zouden overnachten in een gehucht dat zeker twee hotels bezat, althans volgens de Garmin kaart. We hadden al eerder meegemaakt dat de hotels niet meer bestonden of zelfs onvindbaar waren.

Hier ging het goed. Het eerste hotel was een echte Thaise topper! Het leek nog het meest op een rij stallen zonder ramen. Jack nam nog de moeite om binnen in de kamer te gaan kijken en keurde het niet af. Het was zelfs “best goed” vond hij. Met de eerste druppels regen, van de bui in aantocht, op mijn overhemd reden we naar de tweede optie. En die keurden we allebei goed dus daar werd er overnacht. Eerst een koud biertje en wat relaxen, dan een koude douche en op zoek naar avondeten. Restaurant zijn er dun gezaaid dus belandden we op een markt naast de snelweg die dwars door het dorp loopt. De “Pad Thai” was van fenominabele kwaliteit met zelfs inktvis en garnalen er op!

Een ijsje toe en naar bed, nog één nacht in een vreemd hotel en dan zijn we weer in Pattaya.

dinsdag 20 juli 2010

Thailand, ‘ze smelten de kaarsen!’

Ubon Ratchathani (Padaeng Mansion)

Om zeven uur stond ik naast mijn bed en voor het eerst deze vakantie ging ook meteen de TV aan. Het wereldnieuws op CNN bracht de gebruikelijke rampen en oorlogen. Als je zo onderweg bent met de motor vergeet je de tijd en het lijkt ook dat de tijd stil staat. Er is voor even geen buitenwereld vol onnodige consumptieve verleidingen. Het is puur en zonder zorgen.
We zouden eerst op de motor een paar tempels aan de buitenkant van de stad bezoeken en daarna de laatste tempels rond ons hotel te voet doen. De stoffige en drukke stad was een heel ander beeld dan dat we de laatste dagen hadden gezien. Maar hier kwamen we voor! Het “Ubon Ratchatani Wax Festival”. In de tempels worden praalwagens gebouwd uit kaarsvet. Niet van dat goedkope spul zoals in de waxine lichtjes van de Blokker maar echte bijenwas! Dat spul is ook bij temperaturen van rond de veertig graden Celsius nog zo hard als een steen.
Ook hier geld dat de foto’s het verhaal moeten doen.

Wat Nong Plapak


Wat Phrathat Nong Bua


Wat Tha Wang Hin


En man, wat is het heet hier in die uithoek van Thailand. Je hoort vaak, sterk overdreven, verhalen over temperaturen van over de veertig graden maar het is moeilijk voor te stellen hoe heet dat is bij een luchtvochtigheid van bijna 98%. Ik voelde me langzaam afglijden en ook een korte verkoeling in een 7-11 kon het ongemakkelijke gevoel niet bij me wegnemen. Jack begreep het allemaal en na drie tempels gingen we richting hotel om in de koelte van de hotelkamer de hete middagzon te vergeten.
Aan het einde van de middag liepen we er nog even uit maar we konden geen praalwagens meer vinden. In een park was er een festival aan de gang waar we nog even op de rand van een stoep neervielen om de voorbij lopende massa te observeren. Maar het leek wel of wij de attractie van de dag waren.

De hitte van vanochtend was me teveel geweest en ik had eigenlijk helemaal geen zin in eten. Met de gedachte van gisteren in mijn achterhoofd dwong ik mezelf om toch maar wat te eten!
‘Je moet nu eenmaal eten!’
Met lange tanden gingen de stukjes kip en groente naar binnen, samen met een flesje water want ik had echt geen trek in een koud biertje.

Morgen beginnen we aan de terugtocht!
Copyright/Disclaimer