donderdag 5 februari 2009

De Filippijnen, op transport

Manila (Juliano Hotel)

Na een hele goede nachtrust en een kopje koffie op mijn kamer stapte ik om iets over tien de brandende zon in. We hadden afgesproken om samen te ontbijten voordat we op de bus naar Manila zouden stappen. Fly-the-Bus is een service van de Swagman resorts. Het is niet echt goedkoop maar wel heel gemakkelijk. Om twaalf uur zouden we richting de stad gaan waar meer dan elf miljoen mensen wonen.
Vanuit de bus kreeg ik voor het eerst het echte land te zien. En was het nieuw? Nee, meer een mix van wat ik allemaal al eerder in Azië had gezien. Vulkanen, rijstvelden, asfaltwegen en grote reclameborden. Maar wat wel echt anders was was dat alles wat je zag in het engels was. Heel sporadisch zag je wat in het “Tagalog”, zeg maar het officiële Filippijns.
Aangekomen bij de stadsgrens veranderde het beeld snel. Wat was dit een onoverzichtelijke armoedige bende. Krotten opgetrokken uit hout en betonblokken waren kris kras tegen elkaar aangebouwd zonder dat de buitenkant was afgewerkt. Ook het wegen netwerk was niet van deze tijd. De autosnelweg eindigde gewoon midden in de stad en ging over in smalle straten vol met stinkende en roet blazende Jeepneys.
Volgens Kees was het Swagman hotel in Manila te duur en we kwamen overeen om in de buurt naar een andere slaapplaats te zoeken. Een Australiër in de bus vertelde me dat hij net om de hoek in een veel goedkoper hotel sliep. We volgden hem op de voet. De “Slouch Hat Inn” was helaas vol en dus gingen we verder op zoek. Een klein bord in een smalle zijstraat vermelde “Juliano Hotel”. Omdat ik het niet al te moeilijk wilde maken liet ik Kees zijn vriendin de kamer inspecteren.
“OK”, vond Roxanne en zo namen we intrek in het kleine hotel. Negenhonderd Peso was veel geld voor deze kamer. Zelf had ik wel wat meer willen besteden maar soms moet je jezelf een beetje aanpassen aan je reisgenoten.

Nadat we onze spullen in de kamer hadden gelegd gingen we voor het eerst op stap in Manila en mijn eerste indrukken waren goed. Er was weinig te merken van de verhalen over hoe gevaarlijk het in Manila was. Nee, vergeleken bij Marokko was die een vriendelijke buurt. Natuurlijk waren er ook een paar onaangename zaken die op me af kwamen. De agressieve zonnebril verkopers en bedelende kinderen zijn minder aangenaam. Ik heb er na zoveel jaar geen gevoel meer bij maar ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die zomaar spontaan beginnen te huilen en geld te geven.
Ook de hoeveelheid en de intensiteit van het verkeer in minder dan bijvoorbeeld in Bangkok. Het grote verschil is echter dat hier veel meer vervuiling en lawaai is. Alles met wielen en een motor stoot een enorme hoeveelheid stof en vergif uit. Langzaam slenterend over de lange boulevard van Ermita en Malate genoten we van de langzaam ondergaande zon. Nee, Manila leek op het eerste gezicht best een aangename stad.

Kees ging niet al te snel op zijn nieuwe schoenen en ook Roxanne op haar dunne slippers was geen partij voor mijn hoge wandelschoenen. Voor vandaag wilde ik in ieder geval rustig aan doen en kijken of ik misschien een glimp kon opvangen van de “Malate Church”. Een oude kerk die dateert uit 1588. Het is intrigerend om te lezen hoe lang de Spanjaarden hier zijn geweest. Ik moet zeker eens in de geschiedenis duiken om te kijken of wij, als Hollanders, ook hebben geprobeerd deze eilanden in te pikken.

Schitterend aangeklede meisjes bevolkte het kerkterrein, oftewel kerkhof, en stonden te wachten totdat de bruid in een limousine zou arriveren. Ik vroeg beleefd of het in orde was om achter in de kerk plaats te nemen en gelukkig was dat geen probleem. Mijn Christelijke geloofsovertuiging is een stuk minder geworden sinds ik naar de zondagsschool ging maar dit spektakel wilde ik in dit zwaargelovige land niet missen. En het was de moeite waard! Buiten stond een speciale Jeepney voor de gasten en dat maakte de hele middag nog beter.

Er was een geknor in mijn maag en nu was het tijd om eens echt Filippijns te eten. Gewoon in een klein restaurant langs de weg zoals we in Azië gewend zijn. Ik koos een groente en een vleesgerecht. Varkensvlees! Dat is hier gemakkelijk te verkrijgen wegens het ontbreken van de moslims.
Ik vond het eten allemaal een beetje flauw van smaak. Het miste echt de kruiden en specerijen die het eten uit het verre oosten zo bekend hebben gemaakt. De gerechten, en ook de rijst, waren koud. Dat is normaal in deze omstreken maar de rijst moet wel warm zijn omdat je zo een lauw mengels krijgt dat de smaak versterkt. Morgen zien we wel verder wat er allemaal te krijgen is.

De avond werd afgesloten in de “Slouch Hat Inn” waar we een paar biertjes dronken. Het werd niet al te laat want morgen moeten we vroeg op. We gaan op pad naar Makati om een visum voor Roxanne te regelen.

woensdag 4 februari 2009

De Filippijnen, vroeg naar bed

Angeles City (Swagman Resort)

Ik heb de afgelopen nacht geen oog dichtgedaan. Vraag me niet waarom want dat weet ik zelf niet. We hadden vanochtend om negen uur afgesproken om samen te ontbijten. Ook op de menukaart van het “Swagman Resort” viel me meteen op dat de prijzen voor het eten ook duidelijk hoger liggen dan in Pattaya. De kwaliteit leek me ook wat minder nadat mijn “Aussie Breakfast” was geserveerd. Het smaakte me desalniettemin toch goed en met een goedgevulde buik gingen we op pad om Donna, een vriendin van Roxanne, te gaan bezoeken.

Maar het eerste agendapunt voor vandaag was eigenlijk het zoeken naar een ander hotel voor de laatste dagen van onze korte reis. Kees had tijdens zijn bezoek aan Angeles nog wat meer visitekaartjes verzameld en zo gingen we op weg naar de andere kant van de strip. Kitsch heerst en bij het zien van het “Hotel Amsterdam” verscheen er een brede lach op mijn gezicht. Zelfs de ongekroonde koningen van de kitsch, de Chinezen, zouden hier nog trots op zijn geweest.

Bij het hotel op het visitekaartje aangekomen bleek het boven een disco te zijn en daar had ik dus helemaal geen trek in. De afstand naar Field Avenue was ongeveer gelijk aan die van het Swagman Resort dus daar was ook geen voordeel in te behalen. Het kan dan wel een paar honderd Peso goedkoper zijn maar het was zeker zo ver van de “Strip” als het “Swagman Resort”.
Een beetje wijzer gingen we op pad naar de vriendin van Roxanne. Donna heeft een klein winkeltje aan een verlaten straat in Angeles. Het is een buurtwinkeltje waar de mensen snel een flesje frisdrank, een ijsje of een kom instant noedels kopen. Het was een emotioneel weerzien tussen de vriendinnen en Kees en ik zaten er maar een beetje bij. Het was nog veel te vroeg om bier te drinken en na een half uurtje namen wij dus afscheid. De meiden gingen samen op pad en ik ging samen met Kees naar een Shopping Mall niet ver van Fields Avenue.

Net zoals overal in Azië liggen armoede en overvloed hier naast elkaar. In het grote winkelcentrum zagen we winkels vol met goederen, onbereikbaar voor de gemiddelde Filippino, in goed gekoelde galerijen afgewisseld met Westerse restaurants. Ik zal eerlijk zijn dat de Amerikaanse invloeden nog duidelijk zichtbaar zijn. Het was niet echt druk maar er waren genoeg oude/jonge stelletjes aanwezig.
Voor mij persoonlijk was het een uitgelezen mogelijkheid om toch maar een nieuwe reisgids over de Filippijnen aan te schaffen. Mijn Lonely Planet was twaalf jaar oud en dus echt niet meer van deze tijd. De Lonely Planet wordt in mei van 2009 vernieuwd dus ging ik op zoek naar de Rough Guide. Ik had er al eens eerder één gekocht maar dat was me niet bevallen. Nu had ik geen andere keuze. Boeken zijn hier 25% goedkoper en dat verzachte de pijn. Het belangrijkste was dat ik nu in ieder geval een idee had over wat ik allemaal kon doen op de Filippijnen.
Na een kleine maaltijd en een goede kop koffie werd de rest van de middag aan het zwembad doorgebracht. Ik had het hier best naar mijn zin! Maar ja, waar in Azië heb ik het niet naar mijn zin? Later op de middag kreeg Kees een telefoontje dat we weer naar het kleine winkeltje moesten komen en daarvandaan zouden we verder de stad in trekken. Helaas was er bij aan komst niemand aanwezig en waren gedwongen om ergens anders bier te drinken. Omdat iedereen hier engels spreekt is het heel eenvoudig om contact te maken met de lokale bevolking en verder door te dringen in het echte leven van de mensen.
We hadden gesprekken over koetjes en een oudere dikke man herkende Kees van een vorig bezoek. De tijd vloog om en uiteindelijk verschenen Donna en Roxanne. Er was nog een derde meisje bij het gezelschap en die bleek op zoek te zijn naar een westerse man. Helaas voor haar was ze niet mijn type, de lucht was dus snel tussen ons geklaard.
Met de hele groep belandden we op een terrasje voor een 7-11. Ik weet dat ik altijd heb gezworen om nooit voor een supermarkt bier te drinken maar dat geld alleen als ik niet op reis ben! Ik was nieuwsgierig naar de grote flessen bier die op de tafel naast ons stonden. De meisjes legden mij giechelend uit dat het erg zwaar bier was dat ik niet moest onderschatten.

Dat hadden ze dus niet tegen een dove gezegd! Ik overhandigde ze een briefje van duizend Peso met de vermelding dat ze maar voor ons allemaal wat te drinken moesten kopen en ook een paar zakken van die heerlijke tortilla chips in verschillende smaken mochten niet ontbreken. Vergeet voor mij niet een grote fles van dat Red Horse Beer! Daar zaten we dan naast de parkeerplaats van de Jeepneys voor de supermarkt te drinken.
Het bier was inderdaad sterker dan ik had verwacht! Ook mijn vermoeidheid speelde me nog parten. Na twee van die kanjers ging het kaarsje langzaam uit en een Chili Hot Dog van de Jollibee maakte mijn avond compleet.

dinsdag 3 februari 2009

De Filippijnen, aankomst in een nieuwe wereld

Angeles City (Swagman Resort)

Aankomen in het donker is een vreemde gewaarwording. Net als bij mijn aankomst in Surabaya kon ik me absoluut niet oriënteren en ik had geen idee waar ik me bevond. Wat wel meteen duidelijk was was het feit dat Kees en zijn meisje samen net zoveel van Angeles wisten als ik alleen.
Ik was blind op Kees gaan varen en dus kwam ik geheel onvoorbereid aan op de Clark Airforce Base. Mijn eerste ervaring met de PIN automaat was ook meteen een hele goeie! Netjes gepind, een gedrukt papieren bewijs in de hand en géén geld! Daar stond ik dan. Zonder ook maar een Peso op zak en ook geen andere valuta bij de hand. Gelukkig stopte de taxi onderweg even bij een bank zodat we toch nog geld konden pinnen.

Omdat ik me niet op mijn gemak voelde had ik gisteren nog snel twee kamers geboekt bij het “Swagman Resort”. Het zag er op de foto’s allemaal redelijk uit en ook de prijs van 1530 Peso per nacht was redelijk. Bij aankomst bleek het ongeveer een kilometer van de “Strip” te liggen waar het allemaal gebeurd. Ik was in de veronderstelling geweest dat Kees het resort kende maar hij bleek alleen maar een visitekaartje te hebben opgepikt bij een reisbureau in de stad.
Het resort was niet zo goed als ik had verwacht maar ik moet er eerlijk bij vertellen dat me al was verteld dat de hotels in de Filippijnen onevenredig duur zijn vergeleken met de omringende landen. We smeten onze bagage in de kamers, die geen ramen hadden, en gingen meteen op pad om wat te gaan eten. Kees wist een restaurant en ik vond alles goed zolang ik maar wat warms binnen kreeg.
Aangekomen bij het “Margarita Station” kreeg ik meteen een beeld voorgeschoteld wat me hier te wachten stond. Een hele rij oude mannen zat vanachter kippengaas met een fles bier in de hand naar buiten te kijken. Nee, dit was niet Pattaya. Dit was dus een heel andere wereld die Angeles, oftewel “Fields Avenue” heet.
Tijdens het inkijken van de menukaart was ik een beetje verward. Er stonden naast de gerechten nummers geschreven en het was me niet helemaal duidelijk of dit nu de prijzen of de nummers van het gerecht waren. De cijfers waren onregelmatig en niet afgerond zoals je meestal gewend bent. Kees wist het antwoord ook niet en bij navraag keek de serveerster mijn verbaasd aan. Het waren de prijzen van de gerechten.
Nadat ik de anderhalve erg vette en gepaneerde varkenskarbonade, van een discutabele kwaliteit, met wat patat naar binnen had gewerkt werd het tijd om het nachtleven eens van dichtbij te gaan bekijken. Ik volgde Kees op de voet en het duurde aardig lang voordat we ergens naar binnen gingen. Kees wist hier namelijk ook niet de weg en had zich tijdens een vorig bezoek door zijn vriend laten leiden.
Ik had ondertussen wel zin in een koud biertje en zo stapten we als eerste een bar genaamd “The Roadhouse” binnen. Een klassieker volgens de berichten op het internet en om eerlijk te zijn moest ik wel heel erg hard lachen. De prijs van het bier ligt hier erg laag maar het geboden entertainment is ook duidelijk anders. Op een podium, bekleed met gegalvaniseerde platen, achter de bar stonden een stuk of tien meisjes gekleed in rode rokjes, witte overhemdjes en rode schoentjes te lijndansen op niet al te harde country en western muziek. De leeftijd lag erg laag en ik schat dat de oudste niet ouder dan een jaar of drieëntwintig was. De enkele heren die er binnen zaten leken allemaal al ruim de zeventig gepasseerd! Één biertje was dus genoeg en we gingen weer verder voor wat meer amusement.
We gingen weer terug de straat in om de tweede en tevens laatste bar van de avond te bezoeken. “The Doll-House” is een hele grote disco met zeker driehonderd dansende jonge meiden. Dat wel met de nadruk op jong, want dat zijn ze! Na een half uur was ik het wel met Kees erover eens dat de meiden in de Filippijnen veel mooier zijn dan in Thailand. Nu loopt er natuurlijk ook wel eens een wat mindere tussen maar van die horken zoals je wel eens in Pattaya op het podium ziet zijn hier heel ver te zoeken. Een korte blik door de groep buitenlanders die achter ons zaten bevestigde mijn eerste observaties. Hier in Angeles zijn het heel jonge meisjes en heel oude mannen.
Het was al over één uur toen ik mijn bed op zocht. Morgen zouden we een beetje gaan rondkijken.
Copyright/Disclaimer