donderdag 8 mei 2008

Indonesië, donkere wolken boven Surabaya

Surabaja (Garden Hotel)

Na de zware regenbuien van gisteravond en de onweersbuien die Surabaya teisterden in het midden van de nacht waren de donkere koppen aan de wolken deze ochtend geen verrassing. Om zes uur liep de wekker af en als eerste keek ik, met het slaapzand nog in de ogen, van de 10de of 12de verdieping over de grauwe daken van een nat Surabaya onder ons. Het verkeer komt langzaam op gang maar er is nog geen sprake van enige drukte.
Het is geen opwekkend beeld! Het is het troosteloze beeld van een Aziatische miljoenenstad die te snel en te ongecontroleerd gegroeid is tijdens de jacht op het grote geld. Ontelbare schreeuwende reclames onderbreken de grijze massa. Ik vraag me voor het eerst hardop af wat we hier eigenlijk komen doen.
Maar het is pas de eerste dag van wat een mooie en onvergetelijke reis moet worden. Depressieve gedachten kunnen we nu niet gebruiken dus stop ik die diep in mijn emoties weg. We lummelden een beetje ongemakkelijk rond in de kamer om wakker te worden. Het is wel weer even wennen om met iemand de kamer te delen. Niet dat het met mijn oude vriend Tettje een probleem is maar het is wel een grote verandering aan mijn eigen routines. Het delen en overleggen, daar moet ik even aan wennen.
Het hoofdkussen op mijn bed is veel te dun, er was vannacht ook geen extra exemplaar te vinden in een van de groezelige kasten dus moet ik daar later maar eens naar vragen. Het smalle eenpersoonsbed is ook erg onwennig waardoor ik een slechte nacht achter de rug heb, ook het zware snurken van mijn kamergenoot heeft me wat slaap gekost. Ik weet uit de mond van anderen dat ik zelf ook ‘s nachts flink tekeer kan gaan dus hoor je mij hier nooit meer over klagen.
Surabaya ligt, na een licht ontbijt van wat geroosterd brood met een gekookt ei, aan onze voeten klaar om ontdekt te worden. Na een vijftal minuten in het daglicht is het richtingsgevoel in mijn hoofd en de GPS in mijn hand gekalibreerd en kunnen we op pad naar een van de weinige bezienswaardigheden in deze miljoenenstad.
’s Avonds ziet de wereld er heel anders uit! Daglicht is je vriend in een vreemde en nieuwe omgeving. Overdag kan je je tenminste oriënteren. Al wandelend praten we samen over onze ervaringen van vorig jaar, de reis naar Saba, Brunei en Sarawak op Borneo.
Hoe moet je jezelf Surabaya voorstellen? Wel, neem een flinke schep Maleisië en voeg het verkeer van Saigon (Ho Chi Minh City) toe en stop het in de blender. Wat eruit komt is Surabaya, een drukke maar op het eerste gezicht toch een vriendelijke stad met enorm veel toeterend verkeer.

Bij de eerste stappen in Surabaya had ik meteen een goed gevoel. Mijn eerste indruk liegt er meestal niet om en die is meteen goed voor het stukje Indonesië waar we zijn gearriveerd. Langs het water van een smalle rivier, die zich als een slang door Surabaya slingert en een belangrijk oriëntatiepunt voor ons is, lopen we richting de Jembatan Merah, oftewel de Rooie brug.
De brug met een toepasselijke naam die het strijdtoneel was geweest voor heftige gevechten voor de onafhankelijkheid. Bloed kleurde de straten rood met het bloed van een Britse officier die werd vermoord door Indonesische vrijheidsstrijders die door je verslagen vijand, de Japanners, op het laatste moment waren bewapend. Voor de Nederlandse onderdanen, die de verschrikkelijke jappenkampen ternauwernood hadden overleefd, braken opnieuw gevaarlijke en onzekere tijden aan! De vrijheidsstrijd voor de republiek Indonesië.

Onderweg was het al snel duidelijk dat de mensen in Indonesië overwegend arm zijn. Ondanks die relatieve armoede, zoals in veel ontwikkelingslanden, blijven ze wel opgewekt en heel vriendelijk. Ze krijgen het met de week beter en die langzame verandering en uitzicht op een betere toekomst geeft hoop. En hoop doet leven. Ondanks deze verbetering in levensomstandigheden wordt er toch regelmatig een arm naar je uitgestrekt om te bedelen, oude gewoontes blijken ook moeilijk uit te bannen. In de ogen van de minder bedeelden lijken wij westerlingen toch nog steeds heel rijk! Ik denk kort en diep na over al de corruptie die, de afgelopen zestig jaar na de onafhankelijkheid, het land financieel heeft leeggezogen. Het vertrek van de Nederlanders en de onafhankelijkheid onder Soekarno en Hatta heeft veel Indonesiërs niet gebracht waar ze op gehoopt of verwacht hadden.

Wat maakt Indonesië nu precies Indonesisch? Met deze vraag in mijn achterhoofd struinen we door de straten van Surabaya. Zijn het de fietstaxi’s? Nee, die heb ik ook in Maleisië gezien en ik geloof zelf dat ze met de rondtrekkende Chinezen zijn mee gekomen. Het bevreemd me dat ik niets ècht Indonesisch zie. Wat ik wel duidelijk zie zijn de symptomen van een arm land. Recycling uit noodzaak! Niet uit financieel bejag of moreel besef. Nee, hier wordt alles gerecycled omdat het een synoniem is voor overleven.

En daar staat dan zomaar langs de weg een kraampje waar ze saté verkopen. Saté! Een van mijn meest favoriete voedsel en ècht Indonesisch, eigenlijk alleen door de pindasaus! Saté, Loek Stehman in Bar ‘t Torentje. Saté, met Bapao in de cafetaria van Henkie Patat in de Boschstraat. Herinneringen uit een ver verleden borrelen in me op. Ik ben zo gek op die pindasaus dat Gado-gado ook tot mijn favoriete voedsel behoort.
Als een kat op jacht naar een oplettende prooi sluipen we langzaam dichterbij en snuiven de slingers van rook op. Een dikke zware rook, de geur is een mix van kruiden en specerijen vermengd met de laatste restjes hout van de houtskool, bereikt onze neuzen en het water loopt me in de mond. Mijn gezond verstand verteld me meteen dat het niet zo’n goed idee is om die heerlijk ruikende bamboestokjes met gegrilde kip te proberen terwijl mijn reukorgaan me aanspoort om enkele van die stokjes met geroosterd vlees te bestellen. Mijn gezond verstand wint uiteindelijk en we vertrekken weer onverrichter zaken richting ons hotel. Een kans om van die geroosterde saté te proeven komt later deze reis zeker nog wel een keer voor.

Door smalle straatjes, onverzorgde perken en parken, en over onverharde paden belandden we op de Pasar Pabean, een overdekte markt waar de adembenemende geur van de dood hangt. Kokhalzend kijk ik om me heen terwijl ik de stank probeer te ontkennen en uit mijn hoofd te verbannen. Kippen, runderen en geiten werden hier geslacht. Het bloed wordt opgevangen en de andere lichaamseigen vloeistoffen stromen langzaam door een goot richting het riool. Een rioolsysteem dat nog door die slechte Belanda (Hollanders) is aangelegd. De stank overweldigd me en voordat ik over mijn nek ga verlaten we de hal van de dood. We hebben zelfs geen foto’s gemaakt omdat we onze neuzen en monden met de handen bedekten.
Er wordt maar weinig opgeslagen of gekoeld, de meeste geslachte dieren worden direct uit elkaar genomen. Alles wordt gebruikt! Buiten de slachterij kijk ik naar een grote kunststof teil gevuld met kippenvoeten, de nagels er nog aan. Trossen vlees hangen als vreemde vruchten aan haken hoog in de kramen. Fotografie wordt hier niet echt op prijs gesteld. Zodra de camera tevoorschijn komt verdwijnen de verkopers als kakkerlakken die door het zonlicht worden verrast.

Hier wordt op het eerste gezicht niets per kilo verkocht maar meer per reep, of per stuk, ik zie tenminste maar heel weinig weegschalen. Een fascinerend beeld waar ik niet snel genoeg van kan krijgen. Kruiden en specerijen afgewisseld door groenten en keukengerei. Oude vrouwen die 365 dagen per jaar knoflook zitten te pellen en de tenen naar grootte sorteren. Enorme blokken geperste tamarinde, asem in het bahasa, staan uitgestald langs de smalle paden. Bakken vol met ongebakken kroepoek, in alle smaken en soms andere kleuren. Citroengras en kruidnagelen, zwarte peper en grote gemberwortels, alles is hier te koop. Ik ben wel op bekend terrein want de Indonesische keuken heeft weinig geheimen meer voor mij. Het is een indrukwekkend schouwspel en zeker anders dan de vele markten die ik in het verleden heb bezocht.
Die specerijen zijn vaak lokaal maar ook veel specerijen zijn door de Arabische zeevaarders ver de archipel in gebracht op zoek naar handel en rijkdom. Samen met de koran en de islam. Bij volkeren die afhankelijk zijn van beperkte landbouw en visserij is het niet moeilijk een nieuw geloof te slijten. Wanneer deze arme mensen het er maar ook een beetje beter van krijgen lopen ze al snel mee. Het gevolg is dat Indonesië nu het land is met de grootste islamitische bevolking in de wereld. Toch zijn ze hier in Indonesië, en met name oost-Java, niet helemaal in de islam opgegaan. In oost-Java gaan we later tijdens deze reis nog de overblijfselen van het Hindoeïsme en het Boeddhisme bezoeken.

Op de GPS ziet het er allemaal heel gemakkelijk uit dus nemen we een onverwachte afslag die ons wat verder weg brengt van de meest belopen paden. En dan wordt het echt mooi. De oude koloniale architectuur uit de glorietijd van de VOC. Wat moet het er hier in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw mooi hebben uitgezien! Ik vraag me af of die Belanda echt zo slecht zijn geweest voor de inheemse bevolking. Uitbuiting heeft tenslotte ook binnen de Nederlandse landgrenzen plaats gevonden!
Ik geniet van die oude gevels die door achterstallig onderhoud een extra dimensie hebben gekregen. Bij het passeren van zo’n oud bakstenen pand werp ik een blik door een openstaande deur naar binnen. Dat blijft niet onopgemerkt! Binnen enkele seconden staat er een man gekleed in een traditionele sarong. Hij nodigt me met een soepel handgebaar uit om een kijkje in het huis te nemen.
Ik wil dat niet afslaan en ik ben ook erg benieuwd hoe die oude opslagloodsen er tegenwoordig van binnen uitzien. Bouwkundig is er binnen en buiten maar weinig veranderd. Hier en daar is er een elektrische kabel op de muur gespijkerd die zonder uitzondering eindigt in een dubbel stopcontact. Een kaal doorzichtig peertje strooit 15 watt licht door de donkere ruimte.
We wisselen enkele woorden, half Bahasa, half Belanda, de man is zichtbaar trots dat hij zich nog enkele woorden van de verslagen kolonialist kan herinneren, de uitnodiging om thee te drinken sla ik maar af. We worden als Belande wel getolereerd maar nog steeds niet geaccepteerd. Tettje staat buiten op me te wachten en de vermoeidheid maakt zich langzaam meester van mijn lichaam en geest. Hoewel het pas de eerste dag is van onze reis in Indonesië hebben we toch al veel indrukken op gedaan.

Met elke stap lopen we verder van de rijkdom richting de armoede. Ik twijfel of het wel een goed idee is geweest om van de gebaande paden af te wijken. Ik laat Tettje niets merken dat ik met elke stap een beetje onzekerder wordt. De straten afgebeeld als gekleurde strepen op het kleine scherm van mijn GPS houden dezelfde kleur maar de toplaag in de werkelijkheid veranderd in een hindernisbaan met verspreide plassen water.
Een monotoon gezang trekt onze aandacht. Het gezang komt uit een openstaande deur met daarachter een donker hok zonder enige verlichting. Mijn ogen hebben even tijd nodig om van het felle zonlicht over te schakelen naar de duisternis. In de ruimte wordt langzaam een middeleeuws tafereel zichtbaar. Er hangt veel stof in de lucht en het stof vormt een vieze smaak in mijn mond. Mijn nieuwsgierigheid wint van de vieze smaak.

Zodra ik ben opgemerkt staat er een kleine Indonesiër naast me en vraagt in slecht engels wat ik kom doen. Niet geheel ongastvrij maar toch met voldoende druk om ons zo snel mogelijk door te lopen. Ik ben beland in pakhuis met een reparatie werkplaats voor jute zakken. Hier speelt zich iets af dat niet voor ieders ogen bestemd is. Nadat ik hem uitgebreid bedankt heb draait hij zich om en loopt weg. Mijn camera flitst één keer en de mannen en vrouwen in de donkere ruimte zijn voor enkele seconden blind. Wanneer het zicht bij hen weer terugkeert zijn wij al verdwenen.
Buiten op het kleine beeldscherm van mijn camera bekijk ik, samen met een nieuwsgierige Tettje, het resultaat. Een sweatshop, waar onder de meest erbarmelijke omstandigheden die je je kan voorstellen mannen en vrouwen kretek sigaretten rokend in een wolk van hoogst ongezond stof voor een paar cent per stuk jute zakken zitten te repareren.

Dat zingen komt nog een keer terug en deze keer zit een groep jonge vrouwen in een goed geventileerde en verlichte ruimte boeken in elkaar te lijmen. Niet zomaar een boek! Het is de Koran!
‘As Salam Alaikum’, zeg ik tegen de groep vrouwen die me giechelend en verbaasd aankijken.
‘Wa Alaikum Salam’, hoor ik een zware mannenstem achter me zegen.
‘Are you a muslim?’
Ik schud met mijn hoofd en de man kijkt me teleurgesteld aan.
‘We make koran for the masjid!’, lacht hij me tandeloos en vol devotie toe.
Ik lach vriendelijk terug en maak enkele foto’s. Dit is dan toch wel het andere uiterste in werkomstandigheden. Hoewel ik politiek en geloof altijd probeer te vermijden tijdens het reizen krijg ik toch de indruk dat het geloof hier hand in hand loopt met de macht over de burgers.

De tijd is erg snel gegaan en rond half een gaan we weer de terugweg aan richting het hotel. De vermoeiende reis en de slechte nachtrust van de afgelopen nacht heeft zijn tol geëist, het zeer vroeg opstaan heeft daar natuurlijk nog een schepje bovenop gedaan. Tettje doet zijn dutje in de middag terwijl ik de foto’s van deze ochtend bewerk en mijn verhalen schrijf.

De stad lijkt na ons eerste uitstapje niet erg uitnodigend en enorm uitgestrekt, openbaar vervoer is er wel maar erg ingewikkeld. Er zijn weinig terrassen en eetstalletjes op avondmarkten waar de mensen samenkomen. Hier gebeurd alles in de enorme geairconditioneerde winkelcentra. Dus opnieuw naar de foodcourt die we gisteren hebben gevonden is dus onze keuze voor de avondmaaltijd. Het eenvoudige eten smaakt ons weer goed en ik schiet met plezier een plaatje van mijn bord.

Morgen staan we iets later op omdat we niet echt veel te doen hebben. Surabaya is geen stad die bol staat van de monumenten of bezienswaardigheden.

woensdag 7 mei 2008

Indonesië: Voor het eerst over de evenaar

De Airbus A320 staat klaar om ons naar Kuala Lumpur te brengen

Surabaja (Garden Hotel), woensdag 7 mei 2008

Al heel erg vroeg in de ochtend worden de eerste stappen gezet voor onze reis richting Indonesië. Het is nog donker wanneer de bus zijn weg door het ochtendgloren richting de luchthaven van Bangkok zoekt. We zijn opgewekt en we hebben er allebei veel zin in. Het overstappen in Kuala Lumpur is geen probleem, het verschil in prijs tussen AirAsia en Thai Airways is zo groot dat de besparing voor het retour ticket bijna voor de eerste week betaald.
Tettje klaar voor het vertrekDe Airbus A320 staat klaar om ons naar Kuala Lumpur te brengen Het loopt allemaal op rolletjes en voordat we ècht wakker zijn zitten we alweer in het café naast de vertrekhal van het KLIA-LCCT in Kuala Lumpur. Koffie met een broodje en de Lonely Planet van Indonesië in de hand. Het is nu voor het eerst dat ik ècht een serieuze blik waag in de LP en een begin maak met de planning voor de eerste week van onze reis.
Het begin van onze reis door Indonesië ziet er op papier gemakkelijk uit en binnen een half uur is de eerste week ingevuld en half gepland, het reisboek kan weer dicht. Tettje heeft nu zelf ook leesvoer over de reis bij zich en dat maakt het voor mij allemaal een beetje gemakkelijker. Ik hoef nu niet vier weken de kar te trekken. Tettje voert nu zelf ook plannen, ideeën en bestemmingen aan.
Surabaya ligt al verborgen onder een deken van duisternis wanneer de Airbus A-320 iets voor zes uur in de avond land op de Juanda Surabaya luchthaven. Er valt bij de aankomst een last van mijn schouders en ik feliciteer Tettje uitgebreid met zijn eerste passage over de evenaar. Daar drinken we later vanavond nog wel een biertje op. Het is hier in Surabaya om half zes ’s morgens licht en om half zes ’s avonds weer pikkedonker. Dat is wel even wennen, en het houdt in dat je de dag vroeg moet beginnen.
Visa on Arrival in Indonesia Het was niet traumatisch maar ik had wel mijn bedenkingen of het visa bij aankomst gemakkelijk zou gaan. Had de zaak “Wilders met zijn film Fitna” hier wat veranderd voor de Nederlandse toerist? Nee dus, het ging efficiënt en snel, na de betaling van de 25 Amerikaanse dollars per persoon zit er weer een grote sticker in mijn paspoort.
Tijdens het wachten op vier Iraniërs, die uitgebreid door de immigratie worden gecontroleerd, heb ik ook nog de mogelijkheid om wat vragen te stellen aan de Engelsman achter ons die hier voor zaken is. De meeste vragen die ik stel worden snel en duidelijk beantwoord, wat onze reis naar ons gereserveerde hotel aan de rand van de binnenstad van Surabaya een stuk gemakkelijker maakt.
Vanuit de taxi bekijken we de eindeloze stoet kleine rokende tweetakt brommertjes. Ze schieten snel als vissen door het water links en rechts door het verkeer langs ons heen, ze zijn te snel om ze in je op te nemen maar snel genoeg om je te ontwijken. Onze chauffeur kan er trouwens zelf ook wel wat van. Wanneer dit de gebruikelijke manier van rijden is in Indonesië dan zullen we de komende weken nog wel een paar keer flink schrikken.
Op de luchthaven was er al een misverstand geweest over het hotel. Mijn papieren hebben het over het “Garden Palace Hotel” en de chauffeur heeft het over het “Garden Hotel” Nu geloof ik liever mijn eigen reservering dan een taxichauffeur in een vreemd ver land maar ik dit geval blijkt de taxichauffeur toch gelijk te hebben. Hoe zit de zaak dus in elkaar?
Het “Garden Palace Hotel” is een 4/5 sterren hotel met een 3 sterren vleugel met de naam “Garden Hotel”. Zelfde blok, zelfde management alleen een andere wat oudere vleugel. Ik was standvastig en wilde in de vier sterren vleugel verblijven, in het hotel met de naam die op mijn reservering stond. Aan de andere kant zie ik toch ook mijn ongelijk in. Vanzelfsprekend blijft er niets anders voor mij over dan me verontschuldigen bij de manager en we zijn allang blij dat we het tweepersoons bed kunnen omzetten in twee eenpersoons bedden, zonder extra kosten. De kamer is oké voor die prijs en zo kan ik dus het "Garden Palace Hotel” in Surabaya aanbevelen. We gaan snel weer op weg om wat te eten en we lopen in het donker totaal verloren. Een pinautomaat is het eerste dat we nodig hebben! We lopen steeds de verkeerde kant op! We vragen de lokale bevolking naar een pinautomaat en die stuurt ons alle kanten van de windroos op totdat we worden overvallen door een zware regenbui. Dat wordt schuilen en wachten. Het is onaangenaam rustig en donker op straat.
Een dronken man, in een streng islamitisch land, valt ons de hele tijd lastig met vragen waarvoor je een kind een draai om zijn oren zou geven. In dit geval zijn alle vluchtwegen door het gestaag neerdalende hemelwater versperd. Negeren en zwijgen, en hopen dat hij in de neerstromende regen verdwijnt.
10.000 Rupia Indonesia 200510.000 Rupia Indonesia 20051.000 Rupia Indonesia 20001.000 Rupia Indonesia 2000 Tijdens het in het niets staren ontdekken mijn ogen in het onderbewustzijn een goed verstopte ATM-machine van een Indonesische bank en ons geluk houdt daar gelukkig niet op! De ATM heeft het Cirrus symbool op de voorkant staan en niet veel later staan Tettje en ik beiden met een kleurrijke bundel Indonesische Rupiah in ons hand.
Het geld is kleurrijk maar de afgebeelde moslims zien er niet erg vriendelijk uit. Het is ons meteen duidelijk dat toeristen in het streng islamitische Indonesië eigenlijk niet welkom zijn. Ze worden getolereerd omdat ze geld, veel geld, komen brengen! En wanneer de kaffers geld komen brengen behoeft de lokale bevolking minder te werken.
De dansende regendruppels, in het licht van de koplampen van de auto’s op de weg, worden kleiner en het duurt niet lang voordat wij de dronkaard ontvluchtten. Drie maal is scheepsrecht en daar staan we dan voor de uitnodigende deuren van een enorm winkelcentrum. “Foodcourt op de vierde verdieping”, schreeuwden de uithangborden rond de roltrappen.
In een met fel TL licht en formica meubilair hebben we snel gekozen. Een Nasi Goreng voor Tettje en een Mee Goreng en Gado-Gado voor mij. Het geserveerde eten is heerlijk en ik voel me van binnen warm worden. Tegelijk stromen de krachten langzaam uit mijn lichaam na deze lange dag. We hebben een goed gevoel bij deze plaats en het duurt niet lang en we liggen op één oor. Morgen staan we om zes uur op en gaan voor het eerst de stad in.

maandag 5 mei 2008

Indonesië, een gordel van smaragd

Zaltbommel

Als er één land is dat vroeger tot mijn verbeelding sprak dan was het wel Indonesië. Het mysterieuze stuk Nederland aan de andere kant van de wereld. Het was één van de weinige kolonies die we nog hadden aan het begin van de tweede wereld oorlog. De tweede wereld oorlog die de politieke verhoudingen in de wereld voorgoed zou veranderen. Een golf van onafhankelijkheden rolde over zuid-oost Azië.
De Japanners maakten een eind aan het Nederlands-Indië zoals wij dat kenden en zeer belangrijk was voor de Nederlandse economie. De Nederlanders werden door de Japanners opgesloten in kampen en de Indonesiërs verwelkomden de Japanners als bevrijders. Het rommelde al langer in de oude kolonie.
Op 17 augustus 1945 roepen de nationalistische vrijheidsstrijders onder leiding van Soekarno en Hatta de Republiek Indonesië uit, die vanzelfsprekend niet door Nederland wordt erkend. Nederland voelt zich verraden door de Britten en bestolen door de Indonesiërs. Het gevolg is een bijna vijf jaar durende oorlog tussen de nieuwe orde en de oude overheersers. Meestentijds heeft deze oorlog het karakter van een guerrilla oorlog, maar twee keer - in 1947 en 1948 - gaat Nederland in het offensief: de zogenaamde Politionele Acties. Op 27 december 1949 draagt Nederland na een te lange en ongelijke strijd de soevereiniteit over aan de nieuwe regering van Indonesië.
In Nederland wordt in de geschiedenisboekjes alleen de onafhankelijkheidsdatum van 27 december 1949 gehanteerd. In 2005 maakt minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken eindelijk bekend dat Nederland de officiële datum van de zwaar bevochten onafhankelijkheid van het Indonesische volk op 17 augustus 1945 zal erkennen.
In Nederland, dat zelf gebukt ging onder de bezetting van een Duitse agressor, was door de beperkte communicatie, tussen de kolonie en het moederland, maar weinig bekend over de oorlog in het oosten en de verschrikkingen van de Japanse bezetting. In Nederland zagen velen de afvoer van de Joodse medeburgers maar het dagelijkse leven in de eerste jaren van de bezetting kabbelde langzaam voort.
Het is vreemd dat we van alles leren in de geschiedenislessen maar dat wanneer ik nadacht over wat we hebben geleerd over Nederlands-Indië de verfilming van de “De Stille Kracht” van Louis Couperus het eerst in me opkomt. Ook bij de lessen Nederlandse literatuur komen er maar weinig boeken ter sprake die gaan over onze verloren kolonie. Was het een gevoel van schuld of een vorm van ontkenning van de gruweldaden die we na de oorlog hebben begaan? Is Nederlands-Indië opzettelijk uit onze geschiedenis gewist en heeft de tijd langzaam de deken van geheimzinnigheid rond deze periode van de stoffige feiten weggetrokken?
Het overgrote deel van de Nederlandse bevolking kwam pas in aanraking met het voormalige Indonesië toen vanaf 21 maart 1951 de eerste boot met Molukse vluchtelingen in Rotterdam arriveerde. Nederland zat in de wederopbouw en de eerste tekenen van herstel en verbetering van de leefomstandigheden werden bij een brede laag van de bevolking voelbaar.
Mensen die van huis en haard waren verdreven en thuis kwamen in een vaderland waar helemaal niets aan hun altijd groene land ver over de evenaar herinnerde. Boot na boot volgde en een haast niet opneembare stroom donkere vluchtelingen mengde zich tussen de melkwitte bevolking.
Bij aankomst in het koude en kille Nederland stond hun nog een grote tegenslag te wachten. Nederland had Indonesië belooft dat ze de oude KNIL soldaten zou ontwapenen, m.a.w. ontslaan uit de actieve dienst met alle gevolgen van dien. Ze waren nu verraden door hun werkgever en beschermer, overgebracht naar een ver vreemd koud land zonder werk en mochten volgens de wet ook niet werken. Weggestopt in diverse kampen, vaak overblijfselen uit de tweede oorlog, verspreid over het land werden ze min of meer aan hun lot overgelaten. De betrokken partijen gingen er toch van uit dat de detachering in Nederland maar van tijdelijk aard was en hooguit enkele maanden zou duren voordat ze weer terug op transport gingen naar de Republik Maluku Selatan (RMS).
Helaas voor de Indonesiërs die naar Nederland waren gelokt, maar gelukkig voor ons, is dit nooit gebeurd. Langzaam werden de donkere mensen in onze witte samenleving opgenomen. Met die vreemde vogels waren er ook vreemde groenten, fruit, kruiden en gerechten naar ons land gekomen. Nederlanders leefden in een relatieve welvaart en na het einde van de tweede oorlog rolde er een golf van grote veranderingen over de hele wereld. De “Rock & Roll” deed zijn intrede en vrouwen kregen meer rechten en vrijheden. Er was een nieuwe samenleving uit de as van de vernietiging van de tweede wereldoorlog opgerezen.
Toen het werkverbod voor de Indonesiërs eindelijk werd opgeheven werden er exotische zaken zoals pinda's en Nasi Goreng in ons land geïntroduceerd. De eerste Indonesische restaurants werden geopend en de rest van de opmars van de Indonesische gerechten en gewoonten is bij jullie bekend. Ik weet nog goed dat we aan het begin van de jaren zeventig een voorzichtige vorm van Nasi Goreng op tafel kregen. Maar niet voor mijn vader! Die hield angstvallig vast aan zijn varkenskarbonade met andijvie en aardappels, vanzelfsprekend verdronken in een plas met water aangelengde jus.
De Nederlandse regering heeft wel haar verantwoordelijkheid van zich afgeschoven voor deze groep en bij de eerste generatie was daar na 25 jaar veel wroeging over ontstaan. Dit leidde tot vijf zinloze kapingsacties waarbij zinloos bloed werd vergoten en levens verloren gingen.
1. De treinkaping bij Wijster vond plaats op 2 december 1975 bij het dorp Wijster (Nederlandse provincie Drenthe).
2. Vanaf 4 december 1975 was er de bezetting van het Indonesische consulaat in Amsterdam.
3. De treinkaping bij De Punt begon op 23 mei 1977 om negen uur 's morgens.
4. Tegelijkertijd de gijzeling van een lagere school in Bovensmilde.
5. Op 13 maart 1978 vielen drie Zuid-Molukkers het provinciehuis van Drenthe in Assen binnen.

Allemaal geschiedenis, bekend of onbekend!

Maar de huidige geschiedenis kent ook roerige tijden! Met argusogen houdt ik de berichtgeving uit Indonesië in de gaten. Nederland ruziet nog steeds met Indonesië over de mensenrechten. Het mag dan wel een islamitisch land zijn maar met zoveel verschillen eilanden, volken en politieke overtuigingen kan je niet over een volk praten.
Sinds Geert Wilders zijn film Fitna heeft gepubliceerd zijn er dagelijks protesten van conservatieve islamieten en aanvallen op Nederlandse belangen geweest. Ik ben niet echt bang uitgevallen. Ook al voert onze reis ons niet door echt dichtbevolkte gebieden, wij houden er wel rekening mee en wij zijn zeer op mijn hoede. Wij? Ja, wij, omdat Tettje zich na een probleem in Tibet, en een afgezegde reis, zich bij mij heeft gevoegd voor deze rondreis in oost-Java. Oost-Java omdat daar de sporen van de kolonisatie van Nederlands-Indië het beste voelbaar en zichtbaar zijn.

Dit zijn onze ruime plannen waar we met veel plezier van zullen en kunnen afwijken.

We komen aan in Surabaya (Anneke Grönlo) en verkennen de stad een dag of twee.


Dan is één van de hoogtepunten meteen aan de beurt: Bergbeklimmen in Bromo Tengger Semeru National Park.


Van hier gaan we oostwaarts en stoppen op een plaats of twee voordat we bij de De Ijen Krater komen.


Dan is het tijd voor een korte rust met strand en korte wandelingen in het Alas Purwo National Park.


Nu gaan we een lange reis van wel 600 Km maken naar de Borobudur en de Prambanan tempels.


Een relatieve korte trip brengt ons dan naar Semarang en Jepara, vanwaar we een bezoek gaan brengen aan het Marine National Park Karimun Jawa.


Vanaf hier is alles bepaald door hoeveel tijd we nog over hebben! Misschien nog een vulkaan of een strand? Het ziet er op papier in ieder geval uit als een mooie trip. Natuurlijk probeer ik dagelijks onze verhalen op het net te publiceren, het is natuurlijk afhankelijk van de beschikbaarheid van het internet.

Bronnen: Het Nationaal Archief en Wikipedia
Copyright/Disclaimer