zaterdag 20 oktober 2007

Maleisië, de dag voor de race

Kuala Lumpur, 20/10/2007



Voor het eerst sinds ik uit Thailand was vertrokken had ik een goede nachtrust. Net voor twaalf uur stapte ik uit bed en genoot van een koffie en een hete douche. De douche in kamer 605 is niet zo goed meer. Het duurt namelijk erg lang voordat er eindelijk warm water is. Misschien komt dit door de renovatiewerkzaamheden? De volgende keer hoop ik dat het beter is. Voor het eerst kon ik ook weer mijn verhalen, foto’s en films naar het internet opladen. Het koste mij ongeveer twee uur in totaal voordat het hele karwij was geklaard. Om kwart over twee stapte ik onder een donkergrijs wolkendek naar buiten.
Ik had niet veel te doen vandaag. Eten, op zoek naar wat extra clips voor mijn GPS en een kaartje kopen voor de race van morgen. Nog voordat ik arriveerde bij het “Suria KLCC” kwamen de eerste erg grote druppels al naar beneden. De lucht was egaal staalgrijs en voorspelde weinig goeds. De regen zou voor een langere periode op ons neerdalen. De clips werden op het eerste adres in het KLCC gevonden. Daar was ik dus al erg blij mee.
Ik nam de “Putra Lijn” naar het “Sentral Stesen” en ook het toegangsbewijs voor de race van morgen was binnen tien minuten gekocht.
Buiten daalde de regen nog steeds neer en er zat niets anders op dan met de “Putra lijn” terug te keren naar het “Suria KLCC”. Ik had alweer trek en onderweg in de metro bedacht ik wat ik zou gaan eten. Zou ik gaan voor de Doner Kebab of zou ik voor de rijst met bijgerechten kiezen? Één blik in de vitrine bij de rijstgerechten was voldoende om te bestellen. Rijst met vis in zoetzure saus, inktvis in pittige saus met stinkbonen (smelly beans) en broccoli.
Zelfs na de late lunch regende het nog vol op en ik wilde niet langer wachten om terug te gaan naar mijn hotel. De regen was ondertussen wel overgegaan in een stevige motregen. Nat tot op het bot arriveerde ik in het hotel. Vanavond zou ik nog een paar biertjes drinken met de “Taxi-gang”. Colin, Gary and Paul houden niet zo van lopen en rijden altijd met de taxi van A naar B. Zelf loop ik graag omdat je dan veel meer kan zien. We hadden afgesproken in de “Finnigan’s Irish Pub” op de hoek om de wedstrijd Everton-Liverpool te kijken en daarna zouden we wel zien wat het zou worden. Die Ierse Pub is niet de goedkoopste en na de wedstrijd gingen we meteen naar China Town.
Saté was het hoofdgerecht voor drie van ons en eigenlijk had ik geen trek meer. Drie biertjes hadden we gedronken toen het tijd werd om naar huis te gaan. Er was vanavond tenslotte de allerbelangrijkste kwalificatie voor de grote prijs van Brazilië Formule 1. Ik voelde mij ook niet 100% en verlangde naar mijn bed. Ik had weer die zeurende pijn in mijn dikke darm, de rit terug naar het hotel was zelfs ongemakkelijk en pijnlijk. Ik hoop dat een goede nacht slaap de problemen oplost.

vrijdag 19 oktober 2007

Maleisië, ben ik illegaal in Maleisië?

Kuala Lumpur, 19/10/2007


Half zes op, half zeven op pad, om half acht in het treinstation en om half negen in de trein.
Zo zag het schema er voor deze ochtend uit.
Slap en moe lag ik met open ogen nog een twintig minuten op bed naar het plafond te staren nadat ik de wekker had uitgezet. Douchen, een koffie en op pad. Mijn rugzak was snel gepakt en om iets voor half zeven stond ik in het donker buiten mijn hotel. Ondanks de aanwijzingen van anderen was ik eigenwijs en koos ervoor om uit te stappen in het “Oultram Park MRT station”. Ik logde mijn GPS in en zocht naar het “KTM-Malaysia Station”, 675 mtr verscheen op het LCD scherm. Dat is niet te slecht!
Het was inderdaad niet te ver en een aangename wandeling in de richting zoals ik het mij herinnerde van de vorige keer. Vijf over zeven, een half uur voor op mijn schema, arriveerde ik bij het station en ik was blij dat het eerste gedeelte zo goed was verlopen. Ik trilde van de lage bloedsuikers en stilde de honger snel met twee boterhammen en een 100+. Het werd tijd om de buurt te verkennen. Er zat een andere buitenlander in de stationshal maar die was net zo behulpzaam als een dove in het donker. De loketten zouden één uur voor vertrek opengaan en de immigratiedienst was aan de andere kant van het grote ijzeren schuifhek op het perron. De belangrijkste zaken waren nu bekend en ik plaatste mezelf weer op de banken met een krant om de tijd te doden.
Het loket ging open en ik kocht voor SGD 34,- een enkele reis 2e klas Singapore-Kuala Lumpur. Dit is niet goedkoop! Als je goedkoper wil dan kan je beter een bus nemen. Nadat ik het kaartje had gekocht duurde het niet lang totdat het ijzeren schuifhek op een kier werd gezet en de passagiers naar binnen mochten. In tegenstelling tot Nederland zijn alle kaartjes hier voor een genummerde stoel in de trein. Wagon “T” en stoel “10A” waren mijn plaats. Ik zocht mijn plaats op en kwam tot de teleurstellende conclusie dat ik niet in de rijrichting zou kijken. Dat was jammer, én ik had er nog zo om gevraagd. Naarmate de vertrektijd dichterbij sloop begreep ik al dat de trein niet vol zou zijn. Ik nam mijn plaats in op een andere stoel met een prima uitzicht achter een hele schone ruit.
De trein schokte en tien minuten later dan gepland reden we het “KTM-Malaysia Station” uit. Het verbaasd mij nog altijd dat Singapore zo groen is. De planning van de gebieden voor het wonen en de industrie is wel doordacht en groen viert de boventoon. Dat is in Bangkok wel anders. We reden langzaam richting de “Causeway” alwaar de paspoorten zouden worden afgestempeld. De eerste stop aan de kant van Singapore ging efficiënt en snel. We kropen over de “Causeway” en stopten in het station van “Johor Bahru”. Ik wachtte tevergeefs op de aankondiging van de conducteur wat nu te doen. Er gebeurde niets! Ik begon mij zorgen te maken en zag mezelf al achter de tralies in Maleisië omdat ik illegaal in het land was. Een oudere man voor mij stelde mij gerust en vertelde dat de Immigratieofficiers door de trein liepen om de paspoorten af te stempelen. Ik was gerustgesteld en toe de trein weer schokkend op gang kwam keek in naar het veranderde landschap. Maleisië ziet er vanuit de trein heel anders uit.
Nadat we al een uur verder waren en een paar keer waren gestopt zat ik nog steeds met mijn paspoort in mijn hand. Ik vroeg aan de man voor me of dit normaal was. Misschien zijn ze je vergeten, ik was inderdaad de enige blanke in de trein. “We zien wel”, dacht ik bij mezelf.
De treinreis in net zo saai als de busreis. Het enige verschil is dat je nu door de oliepalmplantages rijdt in plaats van langs de oliepalmplantages. Het werd zo saai dat ik ondanks het gevecht tegen de slaap een paar keer een hazenslaapje nam. Ik was dan ook heel erg vermoeid en was blij dat we het “Sentral Stesen” van Kuala Lumpur binnenreden.
Ik stierf van de honger en omdat ik geen Maleisische Ringgit bij mij had kon ik ook geen eten kopen in de trein tijdens de zeven uur durende reis naar Kuala Lumpur. Nu werd het nog erger! De eerste twee PIN automaten weigerden mijn bankkaart. De derde spuugde 1000 RM uit en een zucht van verlichting vloog de aankomsthal. Snel met de monorail naar het “Fortuna Hotel” waar mij een warm onthaal te wachtten stond. Mijn kennissen uit Pattaya waren ook al gearriveerd en hadden een boodschap voor mij achtergelaten. Voor de eerste keer kon ik nu mijn e-mail controleren en snel even kijken naar het laatste nieuws. Een snelle douche en even liggen en TV kijken.
De man van “Quatar Airways” stond niet op de afgesproken plaats en met de drie jongens uit Pattaya ging ik op pad naar het “Yussoof Restauran”. Een oude bekende en een uitstekende plaats om te eten. Ze waren onder de indruk van het eten maar nog meer onder de indruk van de prijs. Mijn eten RM 10,80 inclusief een blikje frisdrank. De avond werd afgesloten op het terras bij Mr. Lee in Chinatown. Ik kon wel merken dat de jongens iets meer van de barretjes hadden verwacht. Ik hoop dat Henk dit probleem niet heeft in januari. Om half één stapte ik met een plastic tas vol eten het hotel binnen. Ik wist zeker dat ik geen moeite zou hebben om in slaap te vallen. Ben ik nu echt illegaal in Maleisië?

donderdag 18 oktober 2007

Singapore, toch nog wat gezien.

Singapore, 18/10/2007

Na alle problemen met mijn laptop kan ik de draad weer oppakken en verder vertellen over mijn korte trip naar Singapore en Maleisië.
Maar eerst wil de mensen van het Service Center hartelijk bedanken voor hun goede afhandeling van mijn probleem. Meer konden ze echt niet doen en eigenlijk heb ik gewoon een nieuw hart voor mijn computer gekregen ondanks het feit dat de laptop al meer dan vier maanden uit de garantie was. Ik vertrouw er op dat hij nu weer goed is en dat hij zeker nog een jaar of twee mee zal gaan.

Dus na de stressvolle woensdag moest ik toch een beetje tot rust komen en ik koos ervoor om mezelf maar eens op een heerlijke Indiase maaltijd bij het “Kansama restaurant” te trakteren. En het was heerlijk, maar helaas had ik na de problemen niet echt veel trek en ook het bijbehorende biertje smaakte mij van geen kant. Wat wel leuk was dat ik aan de praat raakte met mijn tafelgenoot en die bleek voor “Quatar Airways” te werken. We kletsten over reizen en eten natuurlijk en later in het gesprek bleek dat hij op vrijdagavond in KL zou zijn. We spraken af en alles klopt neem ik hem vrijdagavond mee naar een goed Maleisisch restaurant. Ik lag dus al vroeg op bed omdat ik eigenlijk wilde proberen om wat van de slechte nachten slaap in te halen.

Nadat ik op donderdag mijn laptop opnieuw had ingeleverd kreeg ik na een uurtje te huren dat het wel tot vier uur ’s middags zou kunnen duren voordat de laptop klaar was. Ik had natuurlijk geen trek om de hele dag daar te blijven hangen en besloot om toch nog maar wat te gaan bezoeken.
Mijn keuze viel uiteindelijk op de “Changi Chapel”. Ik heb ik de afgelopen maanden heel wat plaatsen bezocht die ook met deze plaats te maken hebben. Zo werden de meeste gevangenen na een kort verblijf in “Changi Prison” naar de dodenspoorweg (brug over de rivier de Kwai) gestuurd om daar te werken. De meeste kwamen nooit meer terug! Maar ook naar andere uithoeken werden de POW’s (Prisoner Of War) gestuurd om onder onmenselijke omstandigheden te werken.
Om er te geraken had ik aanwijzingen gekregen van een baliemedewerkster in het service center, erg eenvoudig allemaal. Tegen de tijd dat ik in het “Bedok interchange busstation “ was gearriveerd had ik een goed gevoel over mijn computer en met dat gevoel was ook de trek weer teruggekeerd. Het eten in het “hawkercentre“ zag er fantastisch uit en voor de tweede keer in twee dagen zei ik nee tegen McDonalds. Mijn spijsvertering is nu OK en dat scheelt heel erg veel! Mijn witte rijst met twee soorten groenten en vis was heerlijk en voldaan stapte ik op de volgende bus die mij voor de deur van het museum en kapel zou afzetten.
Als geheel stelt het allemaal niet zoveel voor, het zijn allemaal kopieën voor zover ik heb begrepen. De originelen staan op een stuk land dat verboden is voor onbevoegden. Later zal ik proberen dit verder uit te zoeken. Wat wel meteen opviel was de drukte in dit kleine museum. Schoolbussen gevuld met kinderen en toeristen in ongeveer gelijke aantallen. De stilte in het museum was om te snijden, iedereen leefde mee met wat hier ruim zestig jaar geleden was gebeurd. De verhalen van soldaten, lokale politie en de gewone bevolking zijn hartverscheurend. Waarom wordt dit allemaal in Nederland vergeten of weggestopt? Het meest indrukwekkende van de dag was toch wel de korte mis door het “Leger des Heil” inclusief de kornetspeler.
Doordat de reis van en naar deze uithoek van het eiland lang had geduurd was het ook zo weer tijd om mijn computer op te halen. Daar stond hij dan, zo goed als nieuw en hij was helemaal nagekeken. Ik bedankte de medewerkers en beloofde om ze nog eens te emaillen over de avonturen van mijn MacBook. Ze hadden ook al gekeken op mijn weblog maar waren teleurgesteld dat het niet in het Engels was.
De avond was gewoon en ik was toch wel moe. Één Mee Goreng en drie bier was mijn avondmaaltijd, en dat was voldoende. Ik lag al voor half elf op bed en dacht aan de korte nacht die er voor mij lag. Morgen om half zes op. Welterusten.

Copyright/Disclaimer