zaterdag 21 april 2007

Maleisië, Het Koloniale Penang

Georgetown, Penang 21/04/2007

Met pijn in mijn kuiten die zo hard waren als beton stond ik op. Nou ja, ik probeerde uit bed te komen. De wandeling van gisteren had zeker zijn tol geëist en ik wist meteen dat ik vandaag rustig aan moest doen. Ik had toch niet al teveel plannen gehad voor vandaag. Mijn ontbijt smaakte uitstekend en ik voelde mij ook na het ontbijt goed. Daar gingen we dan de stad in zo net voor de middag. Het viel mij op dat het enorm rustig was in Penang. Later vond ik ook uit waarom dat zo was, op zaterdagmiddag en zondag de hele dag was bijna alles gesloten. Met uitzondering van de grote winkelcentra. Dus ook de plaatselijke VVV was dicht. Geen info, geen gratis kaarten, helemaal niets dus. Ik had er weinig trek in om de twee kilometer weer terug te lopen naar het hotel om de nieuwe, ik had de nieuwe versie alweer gekocht, Lonely Planet op te halen.
Het wolkendek in de verte werkte ook niet erg inspirerend, donkere wolken boven het eiland, dus ik zocht om iets anders te doen. De gratis veerpont van Georgetown naar Butterworth leek me wel geinig. Rustig in een verkoelende bries het water tussen de twee steden op en neer. Bij terugkomst vond ik het welletjes en begaf mij richting het hotel om er zeker van te zijn dat de regen mij niet zou overvallen. Al slenterend door “Little India” snoof ik de geuren en kleuren van een andere cultuur op, gecombineerd met Bollywood muziek die uit vele luidsprekerboxen schalde. Al die verschillende culturen maken Maleisië nu juist zo uniek. Alleen jammer dat de staatsgodsdienst er soms met geweld tussen wordt geperst.
Ik was een beetje lui en wilde eigenlijk alleen nog maar mijn kuiten de rust geven die ze verdienden. Onderweg passeerde ik een Giant supermarkt en ik maakte van de nood een deugd, eerst even voedsel inslaan voordat we naar het hotel gaan. Het is bijna een ongeschreven wet dat je meteen moet kopen als je de kans hebt in Azië, je weet namelijk nooit of je wel een tweede kans krijgt. Ik had dus een enorm breed assortiment Maleisische gerechten in poedervorm ingeslagen zodat ik voorlopig weer vooruit kan. Gelukkig had ik alles goed gepland, de regen kwam om half vier met bakken uit de hemel. Vanuit mijn hotelkamer op de 16e verdieping sloeg ik alles gade.
Nadat de straten weer waren opgedroogd gaf ik mijn zere kuiten nog een laatste afstraffing. Het liep alweer tegen zes uur en ik wilde van de late zon gebruik maken om nog wat mooie plaatjes te schieten. Het oude Georgetown is nu eenmaal magnifiek, je kan er uren in rondlopen en elke keer weer iets nieuws ontdekken. Natuurlijk nam ik deze keer weer een andere route. Ik kan het allemaal moeilijk vertellen dus kijk maar naar het bijbehorende uitgebreide fotoalbum.
Ik was al op terugweg toen ik voor de tweede keer deze week langs het “Kapitan Tandoori” restaurant kwam. Deze keer kon ik de verleiding niet weerstaan. Het volle restaurant adverteerde de kwaliteit van zijn Tandoori en de geur van de Tandoori oven rook zo goed dat ik wel naar binnen moest. Het menu was erg uitgebreid en ik was er nieuw. Snel bestelde ik een vegetarische bryani rijst met een kip tandoori. Hierna bleek dat de tandoori een combinatie gerecht was met een Naan brood erbij. Geeft niets, laat alles maar komen. Ik heb honger als een paard. En ik heb bijna al mijn bordjes leeg gegeten! Er was echt weinig meer over! De tandoori was zo mals en zo goed dat hij maandag, als mijn darmen het toelaten, weer op het menu staat. Voldaan slenterde ik weer terug naar mijn hotel. Ik was nog geen 200 meter van mijn hotel toen Pluvius opnieuw de kranen van de hemel opende, alleen waren er nu meer goden aan het werk en de bliksemflitsen schoten door de hemel.
Het maakte mij weinig meer uit. Mijn honger was gestild en ik voelde mij, een half uur na het eten, uitstekend. Weer vroeg naar bed en nu al vier dagen droog!

vrijdag 20 april 2007

Maleisië, Een kleine week Penang

Georgetown, Penang 19/04/2007

Het einde van de reis komt nu snel dichterbij. Ik zit alweer in de laatste week.
Ik was natuurlijk zo fit als een hoentje toen ik vanochtend wakker werd. Een droge avond met veel slaap kan natuurlijk niet slecht voor je zijn! Ik was lui en bleef nog een half uurtje liggen waarna ik mij heerlijk douchte en voor mijn ontbijt weer eens naar de McDonalds ging. Mijn darmen voelden al een stuk beter en nu was het zaak om niet te snel weer terug te gaan naar het buitenlandse eten. Nog twee dagen had ik mij voor genomen. Dat zou moeten lukken.
Nadat ik alles had afgehandeld wat er op de agenda stond werd het tijd om naar het busstation te gaan. De manager van het hotel keek verbaasd om mij weer te zien en nadat ik mijn verhaal had gedaan namen we met een grote glimlach voor de tweede keer afscheid in tien dagen. Nu kom ik echt pas terug in oktober riep ik nog terwijl de deur zich achter mij sloot.
Op het station snel een flesje water gekocht en vier bananen, daar zou ik het tot vijf uur vanmiddag mee moeten doen. Ik was zeker een half uur te vroeg op het perron omdat ik zeker de bus niet wilde missen. Deze keer had ik geluk, ik kon met de bus van half twaalf mee. Dat scheelde me weer een half uur dacht ik nog. Maar uiteindelijk reden we pas om vijf voor twaalf het busstation uit.
Er waren nog veel anderen aan boord gekomen en de bus was bijna vol. In de dubbele stoelen naast mij ploften twee Engelse volbloed meiden neer die onafgebroken chocolade zaten te eten en aan elkaar te plukken en te elkaar te zoenen. Ze hadden geen enkel oog voor de overige passagiers.Ik heb niets tegen lesbiennes maar laat ze in ieder geval even er over nadenken dat ze in Maleisië te gast zijn en dat de normen en waarden hier anders liggen.
Tegen de tijd dat we in Butterworth arriveerden viel de regen met bakken uit de hemel en bij het oprijden van de brug was Pulau Pinang niet eens zichtbaar! Een goede start is het halve werk, morgen is het gewoon weer goed weer. Aan de overkant van de brug ging de bus in een richting die ik niet had verwacht. Nu bood zich weer een ander probleem aan: De “KOMTAR busterminal” is niet meer voor lange afstand bussen. Dus daar stond ik dan, tien kilometer van de stad terwijl het regende en geen kennis had van het openbaar vervoer. Een medereiziger vertelde mij dat ik voor RM 15 wel een taxi kon nemen naar de stad. Daar had ik geen probleem mee en ik liep op de kluit taxichauffeurs af die onder een dak stonden van vele gekleurde paraplus. Ze wilden niet lager gaan dan RM 25, daarmee was voor mij de kous af en ik besloot te wachten op de bus die mij voor RM 2 naar de stad zou brengen.
Het bleek uiteindelijk maar RM 1,20 te zijn toen de bus na 45 minuten arriveerde. Zuur keken de taxichauffeurs toen ik overdreven vriendelijk naar ze zwaaide en instapte. Het hotel dat mij was aangeraden door Arno zag ik vanuit de verte al opdoemen. Ik vroeg aan de chauffeur of hij mij er even uit wilde laten en dat was natuurlijk geen probleem. Het belangrijkste was dat ik mijn hotel had gehaald zonder problemen met mijn spijsvertering. De verleiding was groot want ik voelde mij alweer enorm goed. Maar toch was ik sterk en at een hamburger die me zeker geen problemen zou geven. De koude frisdrank liet ik ook achterwege en genoot van een warme zwarte thee. Ik liep een rondje door het oude Georgetown in het donker en keek met hongerige ogen naar de verleidelijk lekker uitziende Dim Sum. Nee, morgen misschien als alles weer OK is. Om half elf lag ik alweer tussen de lakens, morgen de eerste dag met excursies!

20/04/07

“Wat kan ik allemaal gaan doen?”, was de vraag die al zittend aan het ontbijt door mij heen ging. Ik genoot van de gebakken eieren met kippenham en witte bonen in tomatensaus. Ik had zelfs een heuse Maleise koffie erbij. Ik had het niet meer. Je moet nu eenmaal goed eten vertelde mijn grootmoeder mij altijd. Ik had natuurlijk al in de LP gekeken wat de mogelijkheden waren. Laat ik het maar meteen groot aanpakken dacht ik bij mijzelf. De weersverwachting was niet al te best, onweer in de middag, dus laat ik maar iets doen wat meteen de hele ochtend en het begin van de middag in beslag zal nemen.
De “Kek Sok Li” tempel en “Penang Hill”. De twee lagen op dezelfde route en dat zou dus niet veel reistijd tussen de twee geven. Het gehachel met de taxichauffeurs was ik zo zat dus ik besloot om maar op avontuur te gaan met de bus. De taxichauffeur vroeg RM 75, ik was aan de voet van “Penang Hill” voor RM 1,40. Ik ben niet zuinig maar tel uit je winst. Op weg naar de kabeltrein van “Penang Hill” passeerde ik een Chinese tempel, snel een foto gemaakt omdat ik de veronderstelling was dat de “Kek Sok Li” tempel na de heuvel zou komen. De rit omhoog was spectaculair zeker als je weet dat we meer dan 750 meter omhoog gingen en één keer moesten overstappen. Eenmaal boven viel het uitzicht tegen omdat het erg mistig was, jammer. Ik kan het altijd nog een keer overdoen als ik weer in Penang ben!
Spelend met mijn GPS ontdekte ik dat er een pad naar beneden ging, ik had al grapjes gemaakt tegen Australische medepassagiers dat ik naar beneden zou lopen. Ze moesten er allemaal hard om lachen. Maar nu werd het plan plotseling werkelijkheid, 750 meter dalen over 5200 meter lopen. Een stijgingspercentage van ruim 14 % gemiddeld!!!! En dat heb ik geweten. Ik kocht nog een flesje water en begon aan de afdaling. Het was in het begin niet zo zwaar maar na een kilometer of twee begon ik de knietjes toch wel te voelen. “Arno: Jij had dit zeker een mooie wandeling gevonden!” Ik nam de tijd en genoot in rust van de natuur die aan mij voorbij ging. De laatste anderhalve kilometer werd het echter anders. Een onverhard pad liep naar een trap, en aan die trap leek geen einde te komen. De GPS rekent horizontaal! Dus 100 meter lopen wordt dan 500 treden ongeveer. Het was gewoon erg zwaar en er was geen weg meer terug. Eenmaal beneden aangekomen in de botanische tuinen voelde ik mij trots dat ik het had gedaan. Mijn blaar was verleden tijd en ik kon gelukkig weer goed lopen.
Toen ik terug was bij het hotel had ik alweer ruim 15 kilometer gelopen. Ik moest even liggen omdat mijn benen gewoon trilden van de krachtinspanning van vanmiddag. Liggend op mijn bed hoorde ik de moskee alweer roepen en ik vroeg mij af of de vrijdag in Penang ook zo rustig zou zijn als aan de oostkust. Nadenkend over deze zaak besloot ik toch maar om mij snel te douchen en er weer op uit te trekken. Een soort verkenning voor wat ik morgen ging doen. Ik liep de warme avondzon in en genoot van het leven in China Town, ik liep langs het water en at overheerlijke “Dim Sum” in het “Yong Pin Dim Sum” restaurant. De verleiding was te groot geweest! “Kris: Dim Sum in Georgetown, je weet het éh?” Dinsdag nog een keer terug naar het restaurant, dat staat als een paal boven water. Om half tien kwam ik alweer aan op mijn kamer, de derde droge avond en voel mij met de dag beter. Misschien morgenavond een biertje bij het voetballen? Morgen in ieder geval een ontdekkingstocht door het oude “centrum van Georgetown”.

woensdag 18 april 2007

Maleisië, De jungletrein naar het “Taman Negara”

Kota Bharu 17/04/2007

Ik had gelukkig weer eens een nachtje goed geslapen en had gisterenavond over alles nog een keertje goed nagedacht. Mijn plan was klaar. Vandaag was een dagje rusten en wandelen, wat boodschappen doen maar vooral rusten. Morgenvroeg moet ik om vijf uur uit bed. De eigenaar van het GH brengt mij naar het station vanwaar de trein om 06:20 vertrekt naar Jerantut. Een hele dag in de trein kijken naar het voorbijglijdende landschap.
Mijn vroege wandeling deed ik nu een keer met een persoon uit België, Tim. Een jongen die al een paar maanden op pad was en onder andere Nieuw Zeeland had bereisd, maar zijn verhalen over Taiwan vond ik zeker interessanter omdat dat een bestemming is die ook op mijn verlanglijstje staat. Zo praat je over de eenzaamheid en zo praat je in het Nederlands met een Vlaming.
In de middag ben ik maar weer gaan wandelen om te kijken hoe mij blaar zich houd. En dat was goed! Ik had al gemerkt dat ik in mijn schoenen geen enkel probleem meer had maar nu ook mijn sandalen goed begonnen aan te voelen was ik meer op mijn gemak, er zou tenslotte nog genoeg gelopen worden in de laatste week op Penang.
s’Avonds werd het later dan gepland omdat ik samen met Tim op een terrasje bij een Chinees restaurant belandde. We praatte over reizen in het algemeen en hoe België zou zijn bij zijn thuiskomst over een paar maanden. Hij vertelde ook nog meer interessante verhalen over Taiwan. Dat is zeker een bestemming voor de toekomst. Net voor twaalf uur kwamen we terug bij het GH. We moesten voor twaalf terug zijn anders gaat de deur op slot! Ik had belooft om nog even een DVD voor hem te branden met zijn foto’s. Dan kon hij zijn geheugenkaartje legen! Na een paar pogingen en hardware errors kwamen we erachter wat het probleem was, zijn DVD was DVD+ en mijn brander accepteert alleen DVD-. Ik ging dus (te) laat slapen.




Jerantut 18/04/07

Ik was dus niet echt 100% toen mijn camera om vijf uur nare piepgeluiden begon te maken. Een koude douche bracht mij snel weer terug naar de werkelijkheid. Ik moest verdomme nog pakken en ik moest wat eten want van binnen leek het wel een betonmolen. Zelfs na opnieuw antipoeptabletten te hebben geslikt. Snel een boterham met kaas en een paar slokken water. Om tien voor half zes liep ik stil de trap af. De vrouw van de eigenaar stond mij al op te wachten en het zien van mijn persoon was voldoende om haar man te gaan wekken. Misschien had hij niet verwacht om mij om half zes beneden te zien. Zo slecht kon ik er gisteren toch niet hebben uitgezien?
In stilte reden we in de gammele auto naar het treinstation dat pakweg een kleine acht kilometer van het GH vandaan is. In het restaurant van het kleine stationnetje zat nog een wit gezicht te wachten. Hij zou dezelfde trein nemen. Later bleek uit zijn verhalen dat zijn grootvader een ingenieur was geweest die had meegewerkt aan enkele bruggen van het traject. Voor hem had de reis dus ook sentimentele waarde. Ik dronk een kop zwarte koffie en na een paar slokken realiseerde ik mij achteraf dat die koffie misschien wel een slecht idee was geweest. Gelukkig stond de betonmolen in mijn buik weer stil.
De kaartjesverkoper kreeg het maar niet voor elkaar om een kaartje geprint te krijgen. Waar het vroeger vrij zitten was heeft de invoering van de computer er nu voor gezorgd dat iedereen een genummerde zitplaats krijgt. Uiteindelijk, twee minuten voordat de trein zou vertrekken, gaf hij het op. De trein stond al klaar naast het perron! Ik stond ondertussen alweer te zweten als een otter want ik kon mij niet veroorloven om deze trein te missen. Hoe zou ik in hemelsnaam terug moeten komen in het GH op dit uur? Hij printte een ander kaartje uit en ik kreeg RM 2 van hem terug. Zijn verhaal begreep ik in de verste verte niet maar ik zat twee minuten later in ieder geval in de trein op weg naar Jerantut.
Langzaam kwam de trein op gang en gleed de donkere nacht in. De trein was nu veel luxer als ik mij kon herinneren van zeven jaar geleden. Airconditioning en mooie verlichting. Ik had dus wat tijd te doden tot dat de zon op kwam en het schouwspel buiten zou beginnen. Ik maakte van de mogelijkheid gebruik om snel een hazenslaapje te doen. De zon kwam op en de grauwe donkere nacht maakte plaats voor een groene jungle in wel duizend tinten groen. Rustig achterover en genietend van de muziek op mijn iPod keek ik naar wat er zich buiten afspeelde.
Eerst waren het de rubber plantages gevolgd door palmolie plantages. Toe kwam de jungle, doorsneden met bruine rivieren en stroompjes. Het is moeilijk te omschrijven wat je allemaal ziet maar het is nog steeds de moeite waard. Tegen twaalf uur, na zo’n vier en een half uur jungle, begon ik te twijfelen aan mijn strijdplan. Wat zou ik gaan doen in Jerantut? Precies hetzelfde als zeven jaar geleden. Wat zou ik morgen gaan zien in het “Taman Negara”? Precies hetzelfde als vandaag, jungle en bruine rivieren. Wat zou een logisch vervolg zijn? Zorgen dat je zo snel mogelijk in Penang komt. Ik had ondertussen een blik in de LP geworpen en het was mij duidelijk geworden dat daar nog veel te zien was. Dat zou dus wel met de bus moeten zijn vanuit Jerantut.
Toen de trein eenmaal arriveerde was ik nog zekerder van mijn zaak. Het oude platform had inmiddels plaats gemaakt voor een heus station met een overdekt perron. Op weg naar het busstation zag ik allemaal nieuwe gebouwen en ook fastfood restaurants, en vroeger kon je nog geen broodje kopen. Ik had snel een kaartje voor de bus van kwart voor drie. Dat betekende dus één uurtje wachten. Alles is beter dan ik de brandende zon dus streek ik neer in de KFC. Voordat ik richting de bus ging moest ik wel nog even naar het toilet, de betonmolen was gaan draaien en ik verzeker jullie dat het geen prettig gevoel was. De eerste lading was dan ook een hoeveelheid waar een koe jaloers op zou zijn geweest. Het zweet stond dik op mijn voorhoofd en ik voelde mij niet goed. Misschien was het toch beter om hier te blijven met zo’n probleem? Ik analyseerde mijn probleem en kwam tot de conclusie dat het wel een kleine voedselvergiftiging moet zijn geweest, zuivelproducten hadden namelijk een negatief effect. Een regel is dat je bij een verdenking van voedselvergiftiging nooit melk/yoghurt of kaas eet. Die versterken de problemen alleen maar, en zo ook bij mij. Mijn brood en kaas gingen dan ook meteen in de afvalbak.
Om vijf over half drie stond ik klaar voor de bus en gelukkig kwam die snel. We mochten alleen niet instappen omdat er een probleem was. De airconditioning van de bus was kapot. Alles reizigers aan boord verlieten de bus en gingen buiten in de weinig aanwezige schaduw staan te wachten wat er zou gaan gebeuren. De bus van kwart voor drie werd verwijderd uit het schema en we konden allemaal mee met de bus van vier uur. Dus nog een uurtje wachten. Ik legde mijn rugzak in het kantoortje van de busmaatschappij en liep wat rond totdat de molen weer op volle toeren draaide. Dus ik wederom weer naar de KFC waar ik ondertussen een graag geziene gast (op het toilet) was geworden. Opnieuw een boodschap waarvan ik jullie de details deze keer maar zal onthouden. Ik voelde mij nu heel slecht! Ik durfde niet te drinken en zeker niet te eten. Het zweet gutste uit mijn lichaam, een kleine stroom verdween achter in mijn broek en mijn overhemd en broek waren kletsnat. Opnieuw twijfelde ik of ik wel aan boord van die bus zou gaan. Er waren hier genoeg goedkope plaatsen om te overnachten, maar in mijn achterhoofd verlangde ik naar de luxe van het “Fortuna Hotel” in Kuala Lumpur.
Eenmaal in de bus met een reis van drie en een half uur voor de boeg begon ik mij beter te voelen. De airconditioning koelde mijn oververhitte lichaam af totdat de normale temperatuur weer was bereikt. Ik nam een paar slokjes water en dat deed mij goed. De busreis op zich was niet noemenswaardig, alleen dat we naar een ander busstation gingen dan Puduraya, “Pekerliling” of zo iets. Gelukkig was de “KL Monorail” recht voor het station en dat verlichtte de tocht naar mijn hotel. Ik zou er niet aan moeten denken om nu een paar kilometer te moeten lopen met mijn rugzak. De receptionist in het Fortuna Hotel was verbaasd om mij te zien, terwijl hij mij inboekte vertelde in wat er allemaal was gebeurd in de laatste week. Hij moest er wel een beetje om lachen.
Ik had nu nog maar twee dingen te doen en het was al over half acht. Eerst een buskaartje voor morgen kopen en dan wat eten. Beide gingen van een leien dakje. Om kwart voor negen liep ik weer het hotel in met een buskaartje voor de reis naar Penang in mijn zak en een Big Mac menu in de hand. Na het douchen ben ik niet eens meer de stad in gegaan. Ik was kapot, 15 uur was ik onderweg geweest en had ruim 340 kilometer afgelegd in de trein en 544 kilometer in totaal. Welterusten!
Copyright/Disclaimer