zaterdag 14 april 2007

Maleisië, Kuala Terengganu

Kuala Terengganu 14/04/2007

De busreis naar Kuala Terengganu ging bijna zoals gepland. Ik moest aardig wat tijd doden voordat ik uiteindelijk om kwart voor twee richting het bushokje ging. Daar zat ik dan in mijn eentje op de bus te wachten. Ik had het kenteken van de bus op een briefje gekregen dus het zou gemakkelijk genoeg zijn om de bus te herkennen. Om twaalf over twee scheurde de eerste bus van Transnational voorbij zonder te stoppen. Ik had een lichte twijfel maar nog niet al mijn vertrouwen in het busbedrijf verloren. Om tien voor half drie scheurde bus nummer twee voorbij en weer werd er niet gestopt. Gelukkig klopte het kenteken niet met mijn briefje. Toen het al na half drie was op mijn horloge begon ik te twijfelen. Had ik nu weer pech? Nog voordat ik noodplan 1 had bedacht kwam er een bus met piepende remmen naast het bushokje tot stilstand. Het was mijn bus! We reden weg en ik keek nog één keer over mijn schouder. Ja, het was echt zo. Ik zou hier waarschijnlijk nooit meer terugkomen omdat dit gewoon geen goede plaats is.
Het viel mij op dat de bus maar halfvol was en dat terwijl er bijna geen kaartjes meer te krijgen waren. Bij de eerste stop begreep ik waarom. Er kwamen vier mannen en twee vrouwen aan boord. Ze verkochten trajecten! En als een kort traject vol is kan die niet meer worden ingepast in een lang traject. De man die genoegen nam met de stoel aan het raam knoopte meteen een gesprek met mij aan. De gebruikelijke vragen. Waar kom je vandaan? Waar ga je heen? Hoeveel heeft die iPod gekost? En dat was het dan. Hij vertelde dat hij graag aan het raam zat zodat hij naar buiten kon kijken, hij had namelijk een hekel aan slapen in de bus. Dit was dan de eerste Aziaat die ik ontmoette die niet sliep in de bus. Tien minuten later was hij in diepe slaap en lag te snurken als een kettingzaag.
Twee en half uur zou de busreis duren volgens de man die mij het kaartje had verkocht. Dus half drie plus twee en een half uur is ongeveer vijf uur. Reken een kwartiertje meer dan zou ik om half zes toch wel zeker in het hotel zijn. De 158 kilometer werden gestaag minder en ik hield een oogje op de GPS hoeveel kilometer er nog was te gaan. Een stop om te plassen? De chauffeur mompelde wat in het Maleis en de man naast mij, die was gewekt door plotseling remmen van de bus, vertelde mij “twintig minuten”. OK, dan zou het zes uur worden. Niet dat ik echt haast had maar ik wilde wel graag de Formule 1 kwalificatie zien. Ik kocht drie kipkluiven die ik me goed liet smaken. Na 25 minuten nam ik mijn plaats weer in en was klaar voor het laatste gedeelte van de reis. De chauffeur stak nog een sigaret op en liep richting een hok naast het restaurant. Een ritueel ontvouwde zich voor mijn ogen. Eerst werden de handen gewassen en toen de mond twee keer gespoeld. Vervolgens werd het gezicht gewassen gevolgd door de onder en bovenarmen. Tenslotte werden de voeten gewassen. Hij verdween in het hok, dit was natuurlijk een gebedsruimte. Ruim tien minuten later stond hij weer buiten en trok zijn sokken en schoenen weer aan. De opgerolde broekpijpen bleven onaangeroerd. Hij zag eruit alsof hij zo op een wielrennersfiets zou stappen, ik moest wel lachen in mijzelf. Even later waren we weer op weg. We hadden precies een uur stilgestaan
Onderweg had ik veel mooie strandjes gezien en misschien moet ik zelfs wel mijn mening over de kust tussen Kuantan en Kuala Terengganu bijstellen. Ik denk nu dat het hier best leuk kan zijn als je met meer dan één bent en als je een auto huurt. Teveel van deze plaatsen komen plotseling voorbij en zeker in een expresbus en in mindere mate in een lokale bus is het moeilijk om op slag en stoot een beslissing te nemen of je hier wilt blijven of niet. Er zitten teveel praktische problemen aan. Bungalows kunnen vol zijn en/of er is weinig te eten in de buurt.
Bij aankomst in Kuala Terengganu zag ik een vriendelijk rustige stad. Een mooie sneeuwwitte moskee niet ver van het busstation. Ik had mijn geplande hotel snel gevonden en het voldeed aan al mijn eisen. Het “Seaview Hotel” voor RM 85 is een goede deal, vooral omdat ze gratis draadloos internet hebben in alle kamers. Het was ondertussen al half zeven. Snel ingeboekt door de overvriendelijke receptionist die waarschijnlijk een oogje op mij had. Volgens mij lonkte hij zelfs een beetje toen hij me RM 5 korting gaf. De kamer kostte dus maar RM 80. Snel wat te drinken kopen en relaxed de Formule 1 kijken in de lobby. Dat was meteen al een probleem. Ik moest zeker 500 meter lopen voordat ik een winkel/restaurant had gevonden waar ik een flesje water kon kopen. Zo slecht zou het hier toch niet zijn?
Later die avond stortte ik mijzelf in het nachtleven van Kuala Terengganu. De receptionist was ondertussen gewisseld en na mijn vraag waar ik een biertje kon drinken stuurde hij mij in een richting. Na ongeveer 700 meter begon ik toch wel twijfelen, ik wist bijna zeker dat hij mij in de verkeerde richting had gestuurd. Het was sowieso geen drukke stad maar hier werd het donker en er was geen levende ziel meer op straat te bekennen. Aan de eerste de beste voorbijganger stelde ik de vraag op nieuw en mijn idee werd bevestigd. Ik moest juist de andere kant uit. Na een paar honderd meter werd ik ingehaald door een brommer die een paar meter voor mij stopte, ik keek nog eens goed en het was diezelfde jongen die mij de goede weg had gewezen. Hij wilde mij een lift geven naar China town. Graag zelfs, even later scheurden we met zijn tweeën richting een koud biertje.
Ik vond mijn plaats in een klein Chinees restaurant waar iedereen voetbal zat te kijken. Ik sloot mij aan en genoot van mijn koude biertje, tot grote hilariteit van iedereen dronk ik uit de fles. Zij dronken uit glazen zo klein dat het glas van Piet “Malee” er zelfs weer een groot glas bij lijkt. Voor mij zat een man te slapen die eigenlijk opviel doordat hij enorm grote sportschoenen aanhad. Hij kon volgens mij onmogelijk omvallen, hij kwam altijd weer op zijn schoenen terecht. Elke keer als er een bord eten met een klap op tafel werd gezet schoot hij wakker en begon met de anderen aan tafel mee te prikken. Zodra het bord leeg was vertrok hij meteen weer naar dromenland. Over het eten gesproken, ik zag plotseling een bord friet langskomen! Ik kon mijn ogen niet geloven, ik had nu wel genoeg rijst op. De patat was heerlijk.
Later die avond slenterde ik rustig naar mijn hotel. Ik zou eens goed nadenken wat ik verder ging doen.

vrijdag 13 april 2007

Maleisië, Het strand van Cherating

Cherating 13/04/2007

Iets later dan gewoonlijk schoof ik aan voor mijn ontbijt. Dat was wel hetzelfde met uitzondering van een plakje kaas dat ik nog over had van twee dagen geleden. Mijn voet deed pijn! Ik had de blaar vanochtend voor de tweede keer moeten doorprikken en dat ik altijd een slecht teken. Ik liep als een oude soldaat met een steen in zijn schoen.
Eenmaal op het busstation keek ik nu anders naar de zwart-witte bussen, niet echt fleurig maar dat zijn nu eenmaal de kleuren van de staat Pahang. Ik keek eens goed rond en zag de bus naar Cherating/Chukai. Snel nog een flesje 100+ gekocht en wachten tot dat ik eindelijk, een dag te laat, uit Kuantan zou vertrekken. Het was onmenselijk heet in de bus zodat ik alweer na 5 minuten buiten stond. Mijn rugzak in de bus achtergelaten. Een groepje van drie jongens betraden de bus en gingen tactisch rond mijn rugzak zitten. Opgelet, zeker toen er één naar buiten kwam en een beetje om mij heen ging draaien. Waarschijnlijk hopend dat ik een gesprek met hem aanknoopte. Geen schijn van kans dus! Ik liep weer de bus in en gelukkig vertrokken we binnen een redelijke tijd. De verkoelende rijwind was erg welkom. Ik vroeg mij af of ik misschien verkeerd had gedacht. Ik weet het niet. Een nadeel van alleen reizen is nu eenmaal dat je je rugzak overal mee naar toe moet slepen. Je kan niet even naar het toilet terwijl je reisgenoot op de zaken let.
Ik zat diep in gedachten verzonken toen de chauffeur stopte en naar mij gebaarde dat ik er uit moest. Dit was het dan, “Cherating, een backpackers paradijs aan zee”. Ik had tijdens mijn omzwervingen al wat paradijzen gezien. De ene nog paradijselijke dan de anderen. Houten kralen en rastakrullen en maar discussiëren hoe slecht de wereld was die van iedereen een loonslaaf wilde maken. Een paar maanden later waren de meeste allemaal weer thuis en was het paradijs waarin ze hadden geleefd een droom uit een ver verleden. Net als in de film “The Beach”. Dit paradijs was anders, er waren hier heel weinig mensen en overal stonden bungalows die afgebroken werden. In één zin eigelijk: het was hier een zooitje.
Cherating bestaat uit een kruis van twee starten waaraan het eigenlijk allemaal gebeurd. In de niet gesloopte of in aanbouw zijnde gebouwen waren kleine winkeltjes en restaurantjes gevestigd. Een grote koelkast in elke opening met blikjes frisdrank die schreeuwden om gekocht te worden. Nog voordat ik een slaapplaats had gevonden wilde ik er zeker van zijn dat ik hier morgen weg kon. De “Travelpost” is dan de plaats om te zijn. Internet en buskaartjes, alles was snel geregeld en ik had een kaartje voor de bus van 14:15 uur morgen. De man vertelde me om zeker om twee uur bij de bushalte te zijn. Bedankt voor de tip, ik zit er al om kwart voor twee.
De eerste bungalows die ik probeerde vroegen meteen de hoofdprijs RM 130, en dat in het laagseizoen. Eigenlijk had ik niet echt veel zin om te lang rond te lopen, mede omdat de informatie in mijn LP al zo oud was. Het tweede bungalow park was totaal onbemand, de receptie en ook in het park zelf was niemand te vinden. Ik haalde mijn wenkbrauwen op en liep naar nummer drie. Het “Duyong Bungalow Park”, bungalows vanaf RM 30. Ik bekeek de bungalows en koos voor optie twee, een bungalow naast de zee maar ook naast het restaurant. Dat restaurant zou geen probleem zijn omdat het om elf uur zou sluiten.
Ik genoot van een korte wandeling over het strand en de steen in mijn schoen was kleiner geworden. Nu lekker uitrusten en een beetje eten en verhalen schrijven.
Dat beetje eten was uit de hand gelopen. Ik begon met een noedelsoep en in de verwarring van het bestellen dacht de bediende, die weinig Engels sprak, dat ik ook een Kantonese noedels had besteld. Nou ja, laat maar staan. Ik weet uit ervaring dat ze het toch niet terugnemen en als ze het terugnemen dat je het gewoon moet betalen. Achteraf gezien was het niet eens zo slecht. Het vreemde was dat ik nog steeds een leeg gevoel had en voor de zekerheid bestelde ik nog een “Sizzling Chicken” met rijst. Ik had de afgelopen dagen zo vaak het toilet bezocht dat ik het gevoel had dat ik helemaal leeg was, één biertje kon geen kwaad.
Een avondwandeling door het dorp om het eten te laten zakken en dan naar bed. Het dorp was om 20:30 uur al helemaal uitgestorven. Ik ontdekte ook dat er twee hele luxe resorts zijn maar die liggen niet aan de kust. Het is een publiek geheim dat veel Maleise mannen incognito met hun minnares naar luxe resorts gaan. Een paar uur van KL is de kans dat je een bekende tegenkomt wel heel klein.
Eenmaal in mij hutje aangekomen probeerde ik de slaap te pakken. Dat viel tegen! Zeker omdat ik had uitgeslapen vandaag. De aircontioner, die het lawaai van een vertrekkend vliegtuig maakte, hielp ook niet echt mee. Korte slaapjes die werden afgewisseld met het omdraaien op de andere zijde. Uiteindelijk werd ik wakker van de kou, ik voelde het puntje van mijn neus en die was inderdaad koud. Dan maar de airco uitzetten. Half vier op mijn horloge! Ik ging opnieuw op mijn bed liggen en probeerde te slapen. Een ander probleem had zich aangekondigd in de vorm van een basdrum die door het dorp denderde. Ergens waren er nog backpakkers aan het relaxen op techno muziek. Uiteindelijk bleek dit erger dan de airco, ik zette die dan ook snel weer aan alleen een paar tandjes lager. Mijn fotocamera liep af om 07:30 en ik bleef lekker nog even liggen.
Een korte koude douche en dan ontbijt. Jammer dus, het restaurant serveerde geen ontbijt en ik moest twee kilometer lopen om wat te eten te vinden. Dan maar pakken en op weg. Ik zou de bus van 14:15 hebben dus er was tijd genoeg. In mijn gesprek met een lokale bewoner kreeg ik te horen dat het hier bergafwaarts gaat. Het is meer dan gehalveerd in de laatste vijf jaar en het (hoog)seizoen telt nog maar twee maanden. Ik vertelde hem mijn mening en hij kon mij geen ongelijk geven hoe graag hij dat ook had gewild. Het ontbijt was om te janken en zeker overprijsd. Het lijkt wel of ze hier de Thaise mentaliteit hebben, als het minder wordt dan maak je het gewoon duurder. De omzet blijft dan gelijk, althans voor vandaag. Morgen is weer een dag.
Ik denk dat mijn mening over Cherating wel duidelijk is, sla deze plaats gewoon over. Er zijn veel betere plaatsen en veel betere stranden.
Nu op weg naar Kuala Terengganu.

donderdag 12 april 2007

Maleisië, Op weg naar Pekan deel 3

Kuantan 12/04/2007

Om ongeveer dezelfde tijd als gisteren liep ik weer naar het lokale busstation. Ik dacht bij mijzelf wat voor een ongelofelijk geluk ik tot nu had gehad met het weer. Een avond regen in KL was al de regen die ik had gezien, en het was toch nog een beetje regenseizoen. Al liep het wel tegen het einde van het regenseizoen. Ik kocht mijn vertrouwde flesje 100+ en zocht een plaatsje in de bus. Tijdens de rit gebeurde er weinig en ik keek voor de tweede keer naar de uitbreidingswerkzaamheden van de A3 of de A2? Dat maakt weinig uit als je zelf niet rijdt. Ik bleef deze keer zitten tot aan het busstation omdat het volgens mijn plannen een rondje Pekan zou worden.
Bij aankomst viel mij meteen op dat het enorm rustig was, er waren maar heel weinig mensen op straat en in de verte waar het wel wat drukker leek zou de markt wel eens kunnen zijn. En daar had ik gelijk in! Van overal klonk het “goodmorning" en klonk er hard lachen en geschreeuw in het Maleis. Markten zijn overal in de wereld een afspiegeling van de bevolking. Zeker in Azië is er genoeg te zien en te beleven. Ook nu Albert Heijn en Willem Groenewoud al het exotische voedsel per 747 laten aanvoeren en wij het meeste kennen uit onze eigen winkels.
Iedereen wilde meteen zijn beste beentje voorzetten en mij de koopwaar laten zien en vooral zichzelf laten fotograferen met de grootste vis of halve koe. Zelfs de verkoper van de kippen liet mij een exemplaar zien. Maar een kip is nu eenmaal een kip. Van Sydney tot Amsterdam kan ik er weinig verschil in ontdekken. De verkoper was wel een beetje teleurgesteld toen ik de markt verliet zonder een foto van hem te hebben gemaakt.
De eerste stop was een open museum tegenover het hoofdmuseum. Gratis entree en dat laat een Hollander zich niet ontnemen. Een verzameling van kleine houten bootjes onder een lekkend betonnen dak. Waarschijnlijk was dit museum ooit gebouwd met een subsidie van de regering uit KL om hun goede wil te tonen. Best interessant maar ik zou er niet voor omrijden. Het was wel even lachen toen de museummedewerker ontwaakte uit een diepe slaap en mij voor zich zag staan. Met grote rooddoorlopen ogen keek hij me aan. Ik gebaarde dat hij verder kon slapen en hij naam mijn raad met beide handen aan. Welterusten.
De tweede stop was het “bijzondere museum” gewijd aan de nog levende Sultan van Pahang. Het “Muzeum Sultan Abu Bakar” is ondertussen verhuisd van het oude hoofdgebouw naar een nieuwbouw links van het geheel. Wel erg jammer omdat het oude gebouw nu aan zijn lot wordt over gelaten en zeker zeer snel in verval zal raken en dan voor altijd verloren zal gaan. Zou dit een voorbeeld zijn van het verval van de plaatsen aan de oostkust? Er is al zo weinig te zien en dan zou je daar toch goed voor zorgen? Of is het gewoon geldgebrek en/of te weinig interesse voor het geheel? Ik weet het niet. Eenmaal binnen bleek 25% van de verlichting niet te werken en met mijn slechte ogen hoefde ik dan niet eens een poging te wagen om de bordjes te lezen. Een verdieping vol met foto’s en tekeningen van voorouders aangevuld met gebruiksvoorwerpen van de Sultan. Ik wilde er niet te snel doorheen lopen om de mensen in de entree de indruk te geven dat ik er maar niets aan vond. Ook al was de entree slechts RM 1. Eenmaal klaar liep ik geruisloos en onopvallend richting de uitgang. De vrouw achter de kassa was echter onverbiddelijk, er was ook nog een tweede verdieping met zwaarden, kleding, bestek, waterverfbakjes, een oude breimachine. Hé, mijn tante Sjaan uit Den Helder had vroeger ook zo’n ding. In mijn gedachten ging ik terug naar die heerlijke zomervakanties in Den Helder. Ik herinnerde mij hoe ik vroeger in bed lag te luisteren naar het ritmisch ratelen van de machine. Soms denk ik zelf dat ik mijn reisdrang te danken heb aan deze zomers. Misschien zijn het er maar vier of vijf geweest, maar dat ze van positieve invloed zijn geweest staat als een huis. Misschien kom ik hier later nog wel een keer op terug. Nu verder naar de moskeeën!
De eerste moskee die je tegenkomt is de sneeuwwitte “Masjid Abdullah”, mooi en hij steekt zeker af tegen de armoedige huizen met verroeste golfplaten daken die je overal ziet. Daarnaast ligt de “Masjid Abu Bakar” met zijn gouden koepels die fel schitteren in de ochtend zon. Ook mooi maar meer intrigerend was het kleine kerkhof naast de witte moskee. Kleine paaltjes die op betonnen wandelpaaltjes van de ANWB lijken, en op sommige graven staan er nog andere voorwerpen. Planten, vazen en op één graf twee grote theeketels. Ik vroeg mij af wat het verhaal hierachter zou kunnen zijn. Misschien had de persoon vroeger een theehuis gehad?
Nu werd het een stevig stukje wandelen om bij de volgende attractie te komen. Tijdens de wandeling passeerde ik opnieuw het “Chief’s resthouse”. Het was inderdaad een schitterend gebouw, jammer dat ik daar niet had kunnen slapen gisteren. Ondertussen had ik ook ontdekt dat mijn LP van 2004 was. Er was natuurlijk al het één en ander veranderd in het dorp. Het “Istana Leban Tunggai” was volgens de gids een aantrekkelijk paleis geheel opgebouwd van hout. Zelf vindt ik het Chief’s resthouse mooier maar late we het er maar op houden dat het persoonlijk is.
Ik liep nog een paar honderd meter verder toen ik bij de muur van het huidige en door de Sultan bewoonde paleis aankwam. Whow, kon het niet een beetje minder. Ik kan moeilijk een schatting maken hoelang die muur is maar dat het een flinke duit heeft gekost is zeker. Verder dan de muur en de groteske ingang komt geen enkel levende ziel die daar niets heeft te zoeken. Mijn GPS gaf aan dat ik weer linksaf zou moeten slaan om op de hoofdweg uit te komen die mij terug zou brengen naar Kuantan.
Nog voor één uur zat ik alweer in de bus op weg naar Kuantan. Mezelf afvragend wat te doen die middag, ik wilde weer niet slapen, kwam ik op het idee om maar te gaan lopen. Er was een splitsing van de wegen. Er was de nieuwe weg die ik met de bus aflegde en een oude weg die dwars door de jungle liep. Mijn GPS gaf aan dat het een kleine 16 kilometer was. Ik had de beslissing snel genomen. Ik drukte op de bel toen we de splitsing naderde, de chauffeur van de bus probeerde mij in het Maleis nog over te halen om te blijven zitten maar zijn poging bleef vruchteloos. Hoofdschuddend keek hij mij na toen ik uit de bus stapte. Het was een prettige wandeling die mij helaas een grote blaar opleverde. Maar toch, ik had een voldaan gevoel toen ik om half vijf mijn hotel binnen stapte.
Alles ging tot nu toe naar wens, alleen mijn spijsvertering begon een beetje op te spelen alhoewel ik niet echt veel bier dronk. De wilde poep tijdens mijn wandeling was onvermijdelijk en ik moet nu een beetje op mijn dieet gaan letten. Het laatste dat ik wil is weer aan de antipoeppillen. Morgen een tussenstop in Cherating en na een middag relaxen op het strand gaan we richting Kuala Terengganu.
Copyright/Disclaimer