donderdag 20 november 2003

Australië, Vissen en voedsel

Perth, 20/11/2003

De laatste twee dagen voordat ik mijn beslissing voor de westkust zou nemen hing ik nog wat rond in Perth en Freemantle. Ik wilde nu genieten van de rust en het eten dat hier uit vele landen werd geserveerd. Ik bezocht restaurants en trendy café’s af en toe met live muziek. Alhoewel ik vaak Aziatisch voedsel eet viel ook hier mijn keuze meestal op de Aziatische keuken. Ik at een heerlijke curry noedels uit Maleisië, kippesaté uit Indonesië en Singapore noedels. Als een uitzondering op de regel genoot ik van een kangoeroe steak uit Australië. Het eten is in Australië van een hoge kwaliteit en ook nog redelijk geprijsd. Een waar hemelse ervaring voor iedereen die van eten houd. Drink dan ook nog de goede Australische wijnen en je geluk kan bijna niet meer op.
De eerste dag zou een dag met een toeristisch tintje worden. Ik zou de hele reis naar AQWA ondernemen. Eerst met de trein en daarna met de bus. De heenreis ging voorspoedig. Ik kwam al snel tot de ontdekking dat een treinkaartje ook voor de bus geldig is. Eigenlijk is het voor heel Perth geldig als je maar binnen twee uur weer uitstapt. Goed geregeld dus, geen gezeul met strippenkaarten.
Bij aankomst in Hillary's Boat Harbour moest ik een stevig stukje stappen naar het aquarium. Het lag natuurlijk aan het einde van de pier. Eerst naar het restaurant voor een kopje koffie! Nadat ik mijn koffie had gedronken ging ik het aquarium binnen. Het bleek niets bijzonders te zijn. De tunnel onder het aquarium was een grote cirkel. Er waren maar een paar vissen te zien en het voeren van de haaien ging volgens mij niet door. Ik had het aan de oostkust beter gezien. Ik hing nog wat rond en bekeek de zeeleeuwen. Daarna besloot ik om terug te gaan.
De terugreis was wat avontuurlijker. De buslijnen hebben hetzelfde nummer als ze op een neer een route rijden. Op zich niets bijzonders want in Bangkok hebben ze hetzelfde systeem. Je weet aan welke kant je van de weg moet instappen. In Perth echter stopt de bus maar bij één bushokje. Het nummer is gelijk dus je weet eigenlijk niet wat de eindbestemming is. Er is ook geen eindbestemming want de bussen rijden in een rondje. Voordat ik uiteindelijk op een bus kon stappen was er al heel wat tijd verstreken. Twee bussen per uur dus. De chauffeur van de eerste bus had mij verteld dat ik beter de volgende kon nemen omdat die mij ook op een treinstation zou afzetten. Het zou mij zeker vijftien minuten schelen. OK, ik wacht dus op de volgende bus. Die chauffeur vertelde mij dat ik beter de volgende bus kon nemen. Die ging naar een ander station waar ik een betere aansluiting met de trein zou hebben. Ik stond nu in dubio want waarschijnlijk kwam diezelfde buschauffeur weer terug. Ik nam dus de tweede bus en vroeg de chauffeur mij te waarschuwen als ik uit moest stappen. Ondertussen had ik een gezin Japanners achter mij aan die in de veronderstelling waren dat ik het allemaal wel zou regelen. Nu begon het ook nog te regenen.
Op het signaal van de buschauffeur verliet ik de bus met het Japanse gezin in mijn kielzog. Een wachtend persoon in het bushokje kreeg de volgende vraag voorgeschoteld. “Eh, excuseert u mij, waar zijn de treinen”? Er zijn hier helemaal geen treinen! Geen treinen? Nee, het station is een paar haltes verderop, U hebt net de bus gemist! Daar gaat hij! Dat was dus de bus waar ik net was uitgestapt. Ik vloekte bij mijzelf en de Japanners die naast mij stonden keken mij vol onbegrip aan. Uiteindelijk kwam er weer een bus. Met diezelfde chauffeur natuurlijk die mij de raad had gegeven om een bus later te nemen. Ik zei niets en nam plaats. Het kaartje was immers nog steeds geldig. Veel later als gepland zat ik weer in de trein naar de city. De Japanners hadden mij het honderdvoudige "Thank You", inclusief het buigen toegeworpen. Ze waren blij dat het allemaal goed was afgelopen. Als het vanzelfsprekend is dat je al die talen beheerst sta je er niet bij stil hoe moeilijk het is als je geen talen beheerst. Het was nu wel erg laat toen ik op het centraal station arriveerde.
Ik deed snel nog wat boodschappen en ging lekker naar mijn kamer. Ik had die avond nog een afspraak met oude vrienden. Het was leuk om ze weer te zien na een lange tijd. Twee jaar is tenslotte niets. Ze pikten mij op bij mijn guesthouse en namen me mee naar een trendy restaurant waarvan er veel zijn in Perth. We aten en dronken en praatte over van alles en nog wat. De avond was te snel voorbij. Ik wilde nog een laatste biertje voor het slapen gaan en ging nog de stad in. Ik slenterde door Northbridge, een soort rosse buurt maar toch anders. Ik kwam uiteindelijk in een bar terecht waar een band disco en funk speelde. Alle gouwe ouwe van de jaren zeventig passeerden de revue. Ik zong uit volle borst mee, dronk een paar bier en danste wat op de plaats.

woensdag 19 november 2003

Australië, Perth

Perth, 18-19/11/2003

Nadat ik mijn reisplannen van het ene op het andere moment had veranderd kwam de extra rust in Sydney mij goed uit. Ik sliep veel en ruste de hele dag. Ik kwam niet verder dan een dagje shoppen. Ik had nog een tentoonstelling willen bezoeken in de stad. De dag die ik ervoor uitgekozen had bleek een ramp. De treinen gingen niet op tijd waardoor ik anderhalf uur later in de stad aankwam dan gepland was. Het mooie weer dat voorspeld was kwam ook niet opdagen. In plaats daarvan kwam er regen. Ik was op tijd richting Asquith gegaan omdat ik een slecht voorgevoel had over de treinen. En dat voorgevoel bleek juist te zijn geweest. Ik deed er ruim een uur langer over om thuis te komen. Een lange dag dus, en niets gezien. Ondertussen had ik de avond ervoor een vliegticket besteld via het internet om naar Perth te vliegen. AUS$ 149.- voor een enkele reis. Erg goedkoop dus. Ik kijk er echt naar uit om Perth te zien alhoewel het er koud zal zijn. 17 graden is erg koud voor mij.
Ik was de avond voor het vertrek vroeg naar bed gegaan. Om kwart over tien lag ik in bed. Ik had een paar biertjes gedronken in de hoop dat die me zouden helpen om in slaap te komen. Niet dus! Zoals altijd kon ik niet slapen. Je kunt het de opwinding noemen maar ik geloof daar niet meer in. Ik vindt het wel leuk om op pad te gaan maar ik heb dat al zovaak meegemaakt dat ik het geen opwinding meer kan noemen. Om kwart over vier keek ik op mijn horloge en besloot maar om op te staan. Dat laatste kwartier zou ook niets uitmaken. Ik moest de trein van kwart over vijf halen om op tijd zijn voor mijn vlucht. De eieren met spek spoelde ik weg met een sterke koffie en controleerde voor de laatste keer of ik niets had laten liggen. Ik had gisteren al gepakt om deze ochtend zo weinig mogelijk werk te hebben.
Het regende een beetje toen ik het huis verliet. In het pikkedonker liep ik naar het station waar ik niet alleen was. Op elk station stapte wel iemand in of uit. Niet dat trein volliep om half zes in de ochtend. De aansluiting op het centraal station van Sydney was geen probleem en ik zat al snel in de trein naar de luchthaven.
Daar was het wel druk! De eerste vlucht is de goedkoopste en makkelijker, dan met vroeg opstaan, kun je geen geld verdienen. De ticketloze luchtvaartmaatschappij is erg efficiënt. Alleen even je naam of de code die je per e-mail hebt ontvangen aan de baliemedewerker geven en je boarding pass wordt geprint. Nadat ook deze keer mijn schoenen door het röntgen apparaat waren gegaan was ik snel aan boord van de 737-700.
Nadat we waren opgestegen had ik snel de tijd op mijn horloge aangepast aan die van Perth. Even de oogjes toe in het vliegtuig. Ik werd uit mijn hazenslaapje gewekt door een stewardess die vroeg of ik iets te drinken wilde. Een koffie graag", antwoordde ik. "Dat is dan $2.50". Voor deze prijs voor een vliegticket zit er ook helemaal niets bij. Alles wat extra is moet worden betaald. Ik heb om vijf uur in de ochtend ( Perth tijd ) toch nergens zin in. Ik praatte wat met mijn buurman als hij niet sliep en kneep zelf ook nog een paar keer mijn ogen dicht.
We kwamen steeds dichterbij en buiten leek het weer nog goed. Zou het dan toch nog meevallen? Vroeg ik mezelf af. Om kwart over negen waren we nog niet geland. Ik begreep er geen snars van. Ik vroeg aan mijn buurman hoe laat het was. Tien voor half negen. Tien voor half negen? Ja, er is drie uur tijdsverschil met Sydney, in het westen doen ze niet aan zomertijd. Ik moest hier wel om lachen. Dan nog maar een klein uurtje de oogjes dicht. Toen de daling werd ingezet was het wolkendek alweer gesloten. Het kleine vliegtuig vocht tegen de sterke wind en werd heftig heen en weer geslingerd. Iedereen was muisstil in het vliegtuig. Kylie Minogue zong haar nanana na na nanana op de achtergrond en zodra we veilig geland waren kwamen de passagiers weer tot leven.
Perth, eindelijk. Een vriend van me had de avond tevoren aangeboden om me op te halen en dat was een groot voordeel. De eerste keer dat je op een nieuwe luchthaven aankomt is altijd een beetje zoeken. Hij stond als afgesproken buiten op me te wachten. We reden de stad in die duidelijk iets anders uitstraalde dan de andere steden die ik in Australië heb bezocht. Hij bracht me naar het hostel dat ik in de LP had uitgezocht en dat leek op het eerste gezicht goed genoeg voor mij. Ik gooide mijn bagage in mijn tweepersoons kamer en regelde het papier werk met de receptie. We reden wat rond door Perth en Jerry liet me wat van de toeristische plaatsen zien. We hadden lunch samen en namen vroeg in de middag afscheid. We spraken af om die avond nog wat met zijn drieën te drinken in een Ierse Pub.
Het hostel, “The Shiralee”, waar ik mijn intrek had genomen leek op het eerste gezicht niet slecht. De vrouw van de manager beloofde me een kamer met een tweepersoons bed voor de volgende nacht. Ook mocht ik gratis gebruik maken van de internet faciliteiten zolang het maar geen uren was en ik geen betalende klanten ophield. De manager zelf draaide dit onmiddellijk terug. Ik kon een kamer krijgen met een tweepersoons bed maar die zou dan wel $50 kosten! Internet diende ten alle tijden betaald te worden! Met een minimum van twee dollar! Dit gaf me geen goed gevoel. Het algemene gevoel dat ik kreeg in dit hostel was dat de manager wel probeerde te helpen maar alles had een prijs. $10 voor een sleutel! De sleutel werd uit een plastic box gevist waar ze netjes in kleine vakjes zaten. Op kamernummer gerangschikt. Het moeten er minimaal 7 in elk hokje zijn geweest. De sleutel die mij werd overhandigd had geen sleutelhanger. Ik kreeg echt het gevoel dat ze liever hadden dat ik elke dag een sleutel verloor. Ik dronk op mijn kamer een kopje koffie en begon het briefje te lezen met de huisregels. Ik vond die huisregels ook niet echt vriendelijk.

Enkele voorbeelden:
Als je langer wilt blijven betaal dan de avond ervoor voor 8.00 PM. Als je te laat bent met betalen geven we je bed weg!
Geen voedsel of dranken mogen er in je kamer worden bewaard of geconsumeerd!
Wij hebben een horecavergunning. Wij verkopen alcohol aan onze gasten. Het is dan ook ten strengste verboden om alcohol mee te brengen in het hostel. Het is ook bij de wet verboden om alcohol mee naar buiten te nemen.
Overtreding van één der regels leid tot onmiddellijke verwijdering uit onze hostel. Er vindt geen restitutie plaats voor de reeds betaalde nachten!

Ik vindt de meeste van die regels toch wel erg streng.

Perth is een vriendelijke stad met een aangename Europese sfeer. Het groen is er anders, meer aangelegd met rijen bomen en kleine parken. Nadat ik heerlijk Maleis had gegeten in “Han’s Cafe” ging ik naar “Rosie O'Grady”. Alweer een Ierse pub met diezelfde naam? Het was er aangenaam warm binnen en het bier was "on special". $4.50 voor een pint is niets te duur. Terwijl ik zat te wachten in de Pub keek ik naar buiten. Er waaide een stevige koude wind die de bomen heen en weer slingerde. Het regende af en toe. Het leek net Amsterdam in de herfst. Ik kreeg een klein beetje heimwee. Mijn vrienden Jerry en Pen maakte het tot een gezellige avond. Met een voldaan gevoel zocht ik mijn slechte kamer op.
De volgende dag slenterde ik wat door de stad en bezocht het Western Australian Museum. Een groot en interessant museum. Een grote verscheidenheid aan onderwerpen maakt dat iedereen hier wel iets van zijn gading vindt.
De grote meteorieten die buiten liggen en de dode haai, een van de twaalf ooit gevonden, vond ik zelf interessant. De haai ligt in een enorme glazen bak buiten die gevuld ik met methanol. No Smoking dus! Een ijzeren meteoriet van ruim 800 kilo ligt buiten weg te roesten. Hij is gevonden midden in de woestijn. Je moet er niet aan denken dat je er zo een op je dak krijgt.
Tijdens mijn omzwervingen door de stad passeerde ik het hostel dat ik eerst links had laten liggen. Vragen kost niets. Ik ging naar de receptie die zich in een grote voorkamer bevond. Een vriendelijke dame beantwoorde mijn vragen en gaf me een rondleiding door het gebouw. De suite aan de achterkant was drie maal zo goed als mijn kamer in de Shiralee en kostte vijf dollar minder per nacht. Ik boekte de kamer met de mededeling dat ik morgen zou terugkomen. Mijn aanvangsdatum voor een tour zou bepalen hoeveel nachten ik zou blijven. Ik was er nu zeker van dat ik een tour wilde doen. Door het koude weer koos ik er voor om eerst naar het zuiden te gaan. De trip afsluiten in het tropische en warme noorden zou het hoogtepunt van mijn bezoek aan Western Australia worden. Ik had ondertussen een magazine opgepikt in het “Cockney Café”. Ik gebruikte hier elke ochtend mijn ontbijt. Lekker, bacon and eggs met witte bonen in tomatensaus. Een stevig ontbijt. Dit ontbijt hield me op de vlakte tot de middag snack. Lunch werd steevast overgeslagen. In een magazine stonden enkele feiten over WA die ik jullie niet wil onthouden.

Wist je dat West Australië ..........

· groter is dan west Europa.

· een bevolking heeft van ongeveer 2 miljoen, waarvan 1.2 miljoen in en om Perth.

· ruwweg 1/3 van Australië beslaat.

· thuis is van de oudste bekende levende organismen op aarde.

· de meest afgelegen hoofdstad ter wereld heeft, Perth.

· was ontdekt door de Nederlanders in 1616. Ongeveer 250 jaar voordat Kapitein Cook voet aan land zette in Botany Bay.

Morgen zou ik verhuizen. Vroeg op en wegwezen als de gesmeerde bliksem.

dinsdag 11 november 2003

Australië, eenzaamheid

Sydney, 11/11/2003

De tweede goede nachtrust op een rij was opnieuw een welkome. Ik raakte zo langzaam gewend aan het rondslepen met mijn bagage. Ik herhaalde rituelen zoals het drinken van mijn kopje koffie s'morgens en het smeren van een paar boterhammen voor die dag. Ik had een leuke dag voor de boeg met een redelijk aantal kilometers en zandweg op weg naar White Cliffs.
Hoe anders zou het lopen. Ik reed eerst nog even een rondje door het dorp om ijs te kopen voor in mijn koelbox en het "Titanic monument" te bezoeken. Ik zie jullie denken. "Titanic monument" in Broken Hill? Dat ligt bijna 400 km van de dichtstbijzijnde zee af! Inderdaad, ik was dus ook heel nieuwsgierig wat hier de achterliggende gedachte was. Nadat ik geïnformeerd had was het mij duidelijk waarom hier een monument was voor een schip dat vergaan was meer dan 10.000 zeemijlen van hier. Bijna iedereen heeft wel één of andere film gezien die over het ongeluk met de Titanic ging. Iedereen die een film gezien heeft weet dat er een orkest aan boord was die bleef spelen tot het bittere eind. Nou, die band kwam uit Broken Hill. Een simpel antwoord op een moeilijke vraag. Ik schoot wat foto's en ging op weg naar Menindee.
Hier wilde ik de oude scheepswerf bezoeken. Nog zoiets, een scheepswerf in het midden van een droge wildernis. Menindee is gesticht als haven om het erts en de koper vanuit de buurt, er waren verschillende mijn dorpen, naar de zeehavens te vervoeren. De Darling rivier was begaanbaar voor de scheepvaart en dus een goedkope manier om het metaal te vervoeren. Pas veel later kwam er een spoorlijn naar Adelaide en Port Agusta. In de 112 km tussen Broken Hill en Menindee veranderde er wat in mij.
Ik luisterde naar het krakkemikkirege AM radiostation en raakte meteen in trance. Deze ging over in een aanval van eenzaamheid. Ik was nu bijna een week alleen onderweg en de stilte begon nu aan me te vreten. Ik werd onzeker. Wilde ik dit eigenlijk wel? Wilde ik wel alleen zijn? Ik wist het zelf niet meer en het was net of mijn gedachten in een blender zaten die op volle toeren draaide. Ik nam nog een foto van een bord langs de weg dat aangaf dat je de klok 30 minuten vooruit moest zetten. Weer een tiental kilometer en ik nam een foto van een hagedis die de weg overstak en in de berm bleef zitten. Een vreemd dier met twee voorkanten, zo leek het. Bij de tijd dat ik in Menindee aankwam kon die werf me gestolen worden. Ik wilde zo snel mogelijk naar White Cliffs en onder de mensen zijn. Nog eens 146 km zandweg. Twee en een half uur gerammel en de leegte van de "Outback". Hier raakte ik nog meer in de war en tegen de tijd dat ik in Wilcannia was wist ik het zeker. Ik zou tegen alle regels in naar Perth rijden. Nog een nachtje in Broken Hill en dan langzaam door naar Perth. Ik passeerde de afslag naar White Cliffs en begon hard op te lachen. Ik ging naar Perth. Nog geen vijftien kilometer verder sloeg de twijfel opnieuw toe. Het was toch onverantwoord om tegen de regels in van het verhuurbedrijf naar Perth te gaan? Ik stopte langs de weg en stapte uit. Ik at een boterham en probeerde na te denken. Ondertussen had mijn geur zoveel vliegen aangetrokken dat ik bang was om nog maar een hap te nemen. Ik smeet mijn half opgegeten boterham in de berm en keek voor me uit de oneindige verte in.
Luchtspiegelingen in de oneindige verte sneden de eenzame bomen doormidden. Ik sloeg het aanzwellende leger van vliegen die in mijn neus en oren kropen van mij af. Ik had er genoeg van! Ik wilde niet langer alleen zijn! Ik ging terug naar Sydney. Mijn besluit stond vast. Ik stapte in de auto en probeerde te berekenen hoe lang ik er over zou doen om in Sydney te komen. Ik zou er om half een s'nachts aankomen. Geen probleem, de vlam in de pijp en gaan.
Ik draaide de auto en reed Sydney tegemoet, negen uur rijden ongeveer. Naarmate ik dichter bij Sydney kwam werd de eenzaamheid minder. Ik vond het best wel lekker om zo te rijden. Ik had een doel en ik wist hoe laat ik ongeveer in Sydney zou zijn. Ik raakte weer in die trance. De weg gleed onder me door zonder dat ik mij realiseerde dat de tijd ook onder mij doorgleed. Ik wisselde om het uur een cd en luisterde soms op het uur naar het nieuws. Er is hier altijd weinig nieuws gedurende de dag. Het westelijk halfrond is nog in diepe slaap en de Pacific bevat te weinig land of mensen om ook maar een beetje nieuws voort te brengen. Het enige wat je hoort is wat lokaal nieuws. Een gestolen vrachtwagen is terug gevonden en Pauline Hanson is vrijgelaten. In één van de weinige momenten dat ik naar de radio luisterde hoorde ik Pussycat. Mississippi, een wereldhit gescoord door een Limburgse band. Ik weet nu ook dat ze zeventien albums hebben gemaakt. Zeventien? Ik herinner mij alleen maar die ene hit. Mississippi. Het werd nu ook tijd om mijn familie te laten weten dat ik onderweg was en dat ik laat die avond zou arriveren. Ik belde met mijn tante en zij was heel verbaasd. "Maak u maar geen zorgen, alles is OK", hoor ik mezelf nog zeggen. Ik vertel morgenochtend wel wat er gebeurd is. Ze zou wel wakker zijn als ik thuis kwam. Kilometer na kilometer reed ik door het landschap. De zon ging onder en het toch al rode landschap werd zo rood als bloed. De duisternis maakte de wereld veel kleiner. Ik zocht een andere auto waar ik zo lang mogelijk achter bleef rijden. Mijn voorganger leidde mij over de onbekende weg van dorp naar dorp. Een goudgele bijna volle maan kwam langzaam op en dompelde het landschap in een spookachtig wit licht. Ik had geen gevoel voor tijd meer. Ik was een robot die op weg was. Ik bleef wel alert. Als ik ook maar één keer het gevoel had gehad dat ik slaperig werd was ik meteen gestopt en gaan slapen in één van die grote oude hotels. Het was gewoon aftellen, 350, 300, 250, 200 en 150 kilometer. Hier op de toppen van de "Great Dividin Range" werd ik geconfronteerd met mist. Dikke mist! Een grote vrachtwagen kroop voor mij de helling op. Ik haalde hem in en besefte dat het niet zo'n goed idee was geweest. Ik zag geen hand voor mijn ogen en had geen idee waar de weg heen ging. Ik reed zo langzaam dat de vrachtwagen mij weer inhaalde. Ik besloot om achter hem te blijven rijden. Hij loodste mij veilig over de bergen en aan de andere kant nam ik afscheid van hem door links en rechts een paar keer met mijn richtingaanwijzers te knipperen. Hij begreep wat ik bedoelde en knipperde twee keer met zijn groot licht. Bedankt. Om kwart voor twee reed ik licht vermoeid maar voldaan het erf op in Asquith. Mijn tante keek door de gordijnen en meteen daarna ging het licht aan. We begroeten elkaar en ik haalde snel mijn bagage uit de auto. Één biertje en dan slapen. Morgen de auto terug brengen en dan een paar dagen rusten.

Broken Hill - Menindee - Wilcannia - Cobar - Nyngan - Trangie - Dubbo - Wellington - Orange - Bathurst - Lithgow - Hornsby - Asquith - Sydney = 1298 km. + 1798 km. = 3096 km. totaal
Copyright/Disclaimer