zondag 3 november 2024

Thailand: Een kilometer per minuut

Mekong rivier
Nong Khai (Pikul Apartment Hotel) 26), zondag 3 november 2024

Ondanks het harde matras heb ik toch prima geslapen. Gelukkig is het in alle hotels waar we hebben geslapen tot nu toe ’s nachts rustig. Mijn biologisch uurwerk loopt een kwartier voor waardoor ik weer om kwart voor zes naast het bed sta. De koffie zetten is een routine die ik ondertussen met mijn ogen dicht kan doen. Het eerste slokje smaakt altijd uitstekend en is opwekkend.
Daarna duik ik in mijn foto’s en verhalen om te concluderen dat ik alweer aardig achter begin te lopen. Ik heb nog steeds de beste voornemens maar na enkele drukke dagen met meer dan 150 foto’s per dag geeft we veel werk. Ondanks alle goede voornemens wil ik niet elke dag alleen maar motorrijden en daarna achter mijn MacBook kruipen. Af en toe wil ik ook wat ontspannen met een stukje TV, wandelen in de omgeving van het hotel of even ontspannen lezen.
Vandaag hebben we ruim 203 kilometer voor de wielen en ik wil op tijd in Nong Khai zijn zodat ik om twee uur de mogelijke ontknoping van de MotoGP in Sepang Maleisië kan zien. De ervaring van de afgelopen dagen heeft me geleerd dat we gemiddeld een kilometer per minuut rijden. Tel daar een uur of anderhalf aan pauze’s en de lunch bij op dan kom je uit op een kleine 300 minuten dus ongeveer vijf uur na ons vertrek uit Sakon Nakhon moeten we bij het Pikul Hotel in Nong Khai arriveren.
Lyka wordt om zeven uur gewekt en in alle rust genieten we samen van de koffie en het bezoek aan het toilet. Onze spijsvertering is weer goed en regelmatig, dat is ook geruststellend! Het lijkt dat onze bagage steeds minder wordt ondanks we niets kwijt raken. Het zal wel slimmer inpakken zijn!
Zonnebrand op mijn gezicht Alles wordt vastgesjord op de bagagedrager achterop de motor en daarna wordt mijn neus ingesmeerd met zonnebrand, net als de bovenkant van mijn handen ontvangen die vandaag weer vijf uur brandend tropisch zonlicht. Dat zijn tropenuren zonlicht! Om iets voor acht rollen we de parkeerplaats af uitgezwaaid door de nachtwaker van het hotel die het toch wel heel bijzonder vind dat een Nederlander en een Filipijnse zijn land op de motor doorkruisen. Hij toont zijn respect voor onze onderneming.
Het PTT tankstation is snel gevonden. De tank wordt gevuld en betaald met een briefje van duizend baht. Dat is mijn eerste kleingeld dat ik terug krijg en dat ik echt nodig heb! Daarna naar de 7-11 voor twee tosti’s en een banaan, ook weer betaald met een biljet van duizend baht. Opnieuw stop ik een stapel kleine Bankbiljetten aan de buitenkant van de bundel. Ik zit weer goed in mijn kleingeld en dat is belangrijk op het platteland van Thailand. Ik kan me nog goed herinneren dat ik in een ver verleden op het platteland nog briefjes van tien baht kreeg terwijl heel Thailand al met muntjes van tien baht betaalde.
Pauze langs de lelijke snelweg De eerste achtenzeventig kilometer gaan over een lelijke snelweg. Er is helaas geen andere weg in westelijke richting, er stromen in dit gebied teveel riviertjes en bruggen zijn kostbaar. De arme lokale bevolking laten omrijden is goedkoper. We zijn genoodzaakt om een keer te pauzeren langs deze lelijke en gevaarlijke weg. Het verkeer raast langs on heen en ik voel me hier niet echt op mijn gemak. We staan hier dan ook niet lang! Nog een klein uur en we gaan eindelijk de binnenwegen op.
Die binnenwegen zijn gelukkig minder druk maar er is nog iets aan de hand. We zitten nu hoog in het noorden tegen de grens met Laos aan en daar gebeurt weinig tot niets. In de geschiedenis van Thailand komt er dan ook weinig of helemaal niets uit deze hoek. Alles hier is redelijk nieuw en oude gebouwen of ruïnes ontbreken volledig. We stoppen langs de weg net voor een dorp en wij vangen veel bekijks. Een blanke in deze hoek is zeldzaam en dan ook nog op een motor uit Chonburi is wel heel bijzonder.
Wat Ban Don Khilek TaiWat Ban Don Khilek Tai We passeren een van de weinige tempels die wat foto’s waard zijn en nemen meteen maar een drinkpauze. Nog voor mijn eerste slok water staat er al een man bij ons die in een onverstaanbare taal tegen ons begint te ratelen. Het Bangkok Thais kan ik met mijn beperkte kennis nog wel wat van maken maar van dit Laotiaanse dialect heb ik geen kaas gegeten. Vriendelijk glimlachen, af en toe goedkeurend knikken en een ‘Uhh’ geluid maken. De man is zichtbaar op zijn gemak en tevreden gesteld. We kleden ons weer aan en vervolgen de rit naar Nong Khai en hopelijk een restaurant langs de weg. Het is tenslotte alweer half twaalf geweest.
Restaurant langs de wegPad Krapow Moo In een moderner restaurant dan we gewend zijn laten we ons de zoveelste variatie op de Pad Krapow Moo goed smaken. Het (drink)water met ijsklontjes erbij blust de chilipepers niet. Mijn lippen gloeien nog wanneer mijn bordje leeg is. Morgenvroeg een “Burning Sensation!” Dit is wel belangrijk om te weten! In de Isaan gebruiken ze nog meer chilipepers dan in Bangkok. Het is niet aan te raden om te zeggen dat je goed pittig kan eten. Dat betekend hier dat het zo pittig is dat je vork en lepel er slap van gaan hangen.
Pikul Apartment Hotel 26 Ik zwaai de deur van kamer 26 open en ik bespeur een spoor van een herinnering in mijn gedachten. De naam “Pikul Hotel” zegt me op het eerste gezicht niets maar ik denk dat ik hier in het verleden wel eens heb geslapen. De kamer is groot maar helaas is de TV erg oud, zonder HDMI, en het matras is weer harder dan verwacht. Jammer voor Lyka want die wil ’s avond graag wat TV kijken.
Mekong rivierDe verlaten boulevardDe slangen van de Mekong rivier Ik ben echt moe, ik kan gerust zeggen ‘doodop’, maar ik wil zeker niet gaan slapen. Een middagdutje is lekker maar ik ben altijd bang dat dat ten koste van mijn nachtrust gaat. Onze contanten zijn bijna op en met de wetenschap dat er een ATM op loopafstand van ons hotel is besluit ik om een rondje te gaan lopen. De ATM is snel gevonden en de contanten in mijn portemonnee geven me ook weer rust en zekerheid. Hoewel ik vaker in Nong Khai ben geweest kan ik niet zeggen dat ik ook maar een klein ding herken. Zelfs de rivier en de boulevard zien er voor mijn gevoel anders uit dan tijdens mijn vorige bezoeken.
Boulevard Nong KhaiFish & ChipsPork ChopEten aan de rivier Ik heb vanmiddag de menukaart van “Macky's Riverside Kitchen” bekeken en de beslissing was snel gemaakt. We gaan heerlijk westers eten aan de rivier. Een mooiere omgeving kan het toch niet? Het eten smaakt ons uitstekend en we zijn het er samen over eens dat het de juiste beslissing is om hier te gaan eten. Vanaf morgen gaan we weer Thais eten tot er zaterdag of zondag weer pizza op het menu staat.
Boulevard Nong Khai Dat het ook in Nong Khai erg rustig is mag blijken uit deze foto! Het is 19:52 en er loopt geen levende ziel op straat, laat staan een buitenlandse toerist. Links en rechts hoor je nu ook hier, ver van Bangkok, de geluiden dat de toeristenindustrie zelf ook niet meer kan geloven dat het hoogseizoen op het punt staat te beginnen. De boekingen blijven achter en de toeristen die gewoon binnenlopen en vragen naar een kamer ontbreken volledig.
Er is teveel oorlog, ellende en onzekerheid in de wereld! Geld wordt schaars en economisch gezien hoeven we ook geen feest de komende jaren te verwachten. Alle kosten stijgen en de man inde straat betaald meer en meer voor de dagelijkse dingen. Vakantie is een van de eerste uitgaven waar je op bezuinigd. Al deze onzekerheid bij elkaar opgeteld maakt dat het massatoerisme in het inzakken is. Nong Khai, de springplank naar Laos is letterlijk leeg!
Kunst in de tempelmuurKunst in de tempelmuurPikul Apartment HotelPikul Apartment Hotel Op de muur van de tempel aan de andere kant van de straat zijn mooie gekleurde kleitabletten aangebracht. Een heerlijk stukje kunst in dit van nature artistieke land. Of het nu om kunst of muziek gaat, de Thai zijn een heel artistiek volk.
Wanneer ik in de duisternis de parkeerplaats oploop van het Pikul Hotel weet ik het zeker. Ik heb hier in het verleden al een keer geslapen. Ik weet het nu echt honderd procent zeker maar ik heb alleen geen idee wanneer dat moet zijn geweest! Mijn dag zit er op en ik wil het liefst slapen. Ik ben doodvermoeid van het motorrijden. Het vergt het uiterste van mijn concentratie en daarom is het ook belangrijk dat ik voldoende slaap krijg. Welterusten.

zaterdag 2 november 2024

Thailand: Tussen de rubber plantages

Ruwe rubber

Sakon Nakhon (L.P.Mansion) 114), zaterdag 2 november 2024

We hebben de afgelopen nacht in Mukdahan ook weer goed geslapen. We zijn in het uiterste noordoosten van Thailand en hier is het niet zo heel erg druk. Een verdwaalde toerist, zoals wijzelf, is al erg zeldzaam. Het is om acht uur in de ochtend heerlijk rustig in de stad en rondom ons hotel.
Riverfront Hotel Mukdahan ontbijtRiverfront Hotel Mukdahan ontbijt Het ontbijt, dat bij de prijs van de overnachting is inbegrepen, is in buffetvorm en ik moet eerlijk zijn dat de afwisseling van de gewoonlijke tosti’s van de 7-11 op deze rustige ochtend welkom is. Voordat we gaan opscheppen genieten we van het uitzicht over de Mekong rivier en zien een vliegtuig landen op de kleine luchthaven van “Savannakhet Airport” aan de andere kant van het langzaam stromende water.
Riverfront Hotel Mukdahan ontbijtRiverfront Hotel Mukdahan ontbijtRiverfront Hotel Mukdahan ontbijtRiverfront Hotel Mukdahan ontbijt Wij zijn onderweg met weinig tevreden en genieten van het eenvoudige ontbijt. De (kip)knakworstjes en het gebakken ei smaken me prima. Ik laat alleen de zoete gele Thaise margarine voor wat het is. De koffie in het hotel is zoals ik heb verwacht! Een grote ketel Nescafé oploskoffie die ze niet eens in een Thaise gevangenis aan de man kunnen brengen. Gelukkig heb ik zelf een drinkbeker verse Nederlandse koffie gezet voordat we gingen ontbijten.
We bepakken de motor samen. Dat nu een goed teamwork is want we weten beiden wat, en wanneer, we moeten doen om de twee rugzakken, en de rest, veilig vast te zetten op het bagagerek. Op weg naar de eerste stop voor vandaag gooi ik de branstoftank tot aan de rand vol waarna ik de aanwijzingen op mijn oude Garmin Oregon 400t volg.
Wat Roi Phra Phutthabat PhumanoromWat Roi Phra Phutthabat Phumanorom We hebben gisteren de enorme Boeddha van “Wat Roi Phra Phutthabat Phumanorom” al van verre gezien. Ook vanuit de hotelkamer konden we een glimp opvangen van het Boeddhabeeld op een heuvel.
Rond de Boeddha is een cordon van politie voertuigen gestationeerd. Dat ik een teken dat er vandaag een hoogwaardigheidsbekleder op bezoek komt. We zijn enigszins verbaasd dat wij mogen doorrijden naar de parkeerplaats terwijl enkele Thai worden gesommeerd hun pick-uptruck om te draaien en de heuvel weer te verlaten. Zou het zijn omdat ze verrast en blij zijn blanke toeristen hun witte Boeddha komt bezoeken?
We maken enkele foto’s op het tempelterrein maar de drukte laat ons ongemakkelijk voelen. Ik bedank bij de wegversperring uitgebreid de agent van politie die ons doorliet en mijn kennis van de Thaise taal maken hem zichtbaar blij. We gaan nu op weg naar Sakon Nakhon!
De Isaan, en zeker het uiterste noordoosten van Thailand, is berucht om haar lelijke en gevaarlijke wegen. In een opwelling om het overwegend agrarische noordoosten van Thailand ook mee te laten genieten van de economische voorspoed zijn er honderden miljoenen euro's in de infrastructuur geïnvesteerd. Niet dat de lokale bewoners daar iets aan hebben want in de Isaan betekend betere wegen harden rijden met de oude voertuigen met meer dodelijke verkeersongevallen als gevolg.
Ondanks mijn natuurlijke afkeer voor deze snelwegen in Thailand moeten we een pauze houden op de vluchtstrook. Het is zeker nog een uur rijden naar de afslag die ons over binnenwegen naar Sakon Nakhon zal brengen. Hopelijk rustige wegen want dat is in het noordoosten van Thailand geen zekerheid.
Overladen vrachtauto’s en pick-uptrucks passeren ons met duizelingwekkende snelheid terwijl we in de schaduw van een tamarindeboom onze billen wat rust geven. Mijn koffie smaakt niet en het is gewoonweg gevaarlijk om hier een pauze te houden. Sneller dan gewoonlijk klimmen we weer op het zadel om ze snel als mogelijk de AH12 te verlaten.
Zodra we op rustige binnenwegen komen, die ons door vaak half verlaten dorpen leiden, gaan we richting een provinciale weg genummerd 4001. En dan vult de zurige specifieke geur van ruwe rubber onze neuzen. Rubber is een populair gewas in het verlaten noordoosten van Thailand. Op de rubberplantages werken hoofdzakelijk goedkope arbeidskrachten uit Laos en Cambodja.
Ruwe rubberRuwe rubber Op een open veldje langs de weg wordt de ruwe rubber opgekocht voor een kiloprijs. De koper vervoert de ruwe rubber naar een verwerker die natuurlijk een hogere prijs betaald. Dat is het agrarische verdienmodel in Thailand waarin iedereen een graantje meepikt en elke avond rijst voor zijn gezin op tafel zet. Hier wordt niemand rijk van maar het is genoeg om van te leven.
Rubber bomenRubber bomenRubber bomen Niet zo erg veel verder passeren we een rubberplantage in gebruik. In de bast wordt door een rubbersnijder aan de onderkant van het litteken een smal stukje van de boomschors gesneden. De sappen uit de bodem op weg naar het bladerdak van de boom kunnen niet verder omhoog en vormen een stroom wit rubbersap. Dit sap werd vroeger in halve kokosnotenschalen opgevangen, tegenwoordig is er een plastic variant, na het opstijven worden de balletjes geoogst. Heel interessant om weer eens te zien hoe divers de natuur om ons heen is.
Plaspauze Na ruim drie kwartier na de laatste pauze zoeken we een plaatsje in de schaduw waar een tiental minuten onze billen kunnen laten rusten. Lyka heeft me onderweg al laten weten dat ze nodig een toilet wil bezoeken. We kiezen vaak voor een tempel langs de weg omdat die tegenwoordig vaak over nette toiletten beschikken.
Bij de “Sri Boon Reuang Temple” is er voldoende schaduw en schone toiletten voorhanden. Het is heerlijk weer en de weg met nummer 2287 waar we over rijden is heerlijk rustig. Er is weinig cultuur te zien maar het landschap is licht glooiend en hier en daar rijden we door de koele bossen. Ik geniet van de laatste slokken Hollandse koffie die ik al enkele uren eerder heb in het hotel heb gezet.
Brug bij Ban Na LakStille wegen Oud en nieuw ontmoeten elkaar over een smalle rivier. Een oude stalen hangbrug, net sterk genoeg voor voetgangers en mensen op een brommertje wordt vervangen door een betonnen hangbrug waar je met een niet al te zwaar beladen pick-uptruck overheen kan rijden. Het budget voor dit jaar zal wel op zijn want er is al lang geen “werk in uitvoering” meer!
Heerlijk rustige wegen in de Isaan en een stralend blauwe lucht. Wat kan een eenvoudig leven op de weg toch mooi zijn!
Pagode van Phrathat KET KaeoPagode van Phrathat KET KaeoPagode van Phrathat KET Kaeo De “Pagode van Phrathat KET Kaeo” presenteert zich precies op het juiste moment! We zijn weer aan een pauze toe. Het park rond de pagode is goed onderhouden maar toiletten ontbreken. In de reliëfs van het stucwerk van de pagode zijn taferelen van de natuur, en natuurlijk ook olifanten, gemaakt. De olifant is het nationale symbool van Thailand! De combinatie van verweekte kleuren verf en de taferelen zijn ontroerend. Ik noem dit altijd “decay beauty”!
Stille wegenWat Ban Na Oi De wegen blijven heerlijk rustig en het rijden op mijn oude motor is ook heel rustgevend. Dit zijn momenten die ik tot mijn laatste adem in mijn herinneringen zal koesteren. We zijn niet ver meer van onze bestemming voor vandaag wanneer we van een afstand al “Wat Ban Na Oi” kunnen zien.
De enorme witte Boeddha, met veel gouden ornamenten, torent hoog boven alle gebouwen rond het tempelterrein uit. We zijn vermoeid en willen graag naar ons hotel voor de nacht. Een korte stop op de parkeerplaats van het benzinestation naast de tempel is voldoende om enkele foto's te maken. We blijven zelfs in het zadel zitten, tijdens het maken van onze herinneringen, van mijn oude trouwe stalen ros!
L.P.MansionL.P.Mansion 114 De eerste aanblik van het “L.P. Mansion” is goed te noemen. Een typisch Thais hotel voor rond de vijftien euro per nacht. De kamer, het draadloze internet, is voldoende om ons door de avond te loodsen.
Nong HanNong Han Voor het douchen willen we nog wandelen naar het “Nong Han Lake” met daarin het “Don Sawan Sacred Island”. De weg er naar toe is eenvoudig, allemaal rechtdoor, helaas is het meer helemaal vol gegroeid met de “waterhyacint”! De plant komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika komt maar is tegenwoordig ook een plaag in veel andere delen van de wereld!
We zijn blij dat we onze bilspieren kunnen masseren met een romantische wandeling aan de oever van het meer. We passeren wel enkele afsluitbare hekken tijdens onze wandeling langs het meer. Links is het water en rechts zijn er veelal droogstaande visvijvers waar zoetwatervis voor consumptie wordt gekweekt. Dit is het echte Thailand en een zoetwatervis van de grill is in Thailand nooit te versmaden.
VisvijversOver het hek klimmen We worden gepasseerd door een wandelende Thai die er een flink tempo in heeft. We maken enkele foto’s van de zonsondergang en de man is al uit het zicht verdwenen. We halen onze schouders op en slenteren rustig verder. We stoppen nog even bij de lege viskweekbakken en we realiseren ons dat dit niet zomaar een bedrijf is. Voor mij heeft het wat weg van een overheidsterrein waar we misschien helemaal niet welkom zijn in het weekend. Het hele terrein ligt er uitgestorven bij, er is geen andere levende ziel dan ons twee te bekennen!
Alle hekken van de uitgangen zijn afgesloten en er zit niets anders op dan uit te breken door over een hek te klimmen. We moeten er samen heel hard om lachen!
Op de terugweg naar het hotel passeren we een klein restaurant dat wat hipper lijkt dan de meeste restaurants in het noordoosten van Thailand. Ik glip naar binnen om naar de openingstijden te informeren en we moeten voor acht uur vanavond komen eten want dan gaat de deur op slot.
Taste RestaurantGebakken rijst bij Taste RestaurantVaekensvlees in sojasaus bij Taste Restaurant Het douchen voor het eten schiet erbij in en onze magen vullen heeft een grote prioriteit. Er is maar een tafel bezet wanneer we om kwart voor zeven het “Taste Restaurant” in Sakon Nakhon betreden. De kaart is hoofdzakelijk in het Thai met hier en daar een uitleg in het Engels.
Er staan wat gerechten op die niet typisch Thais zijn. Lyka gaat voor de bekende gebakken rijst “Khao Pad” en ik kies een “Varkensvlees in sojasaus”. Het belangrijkste is dat het bier ijskoud is. Beer Leo staat hier niet op het menu dus drinken en we het extra bittere “Singha Beer”. Het is wat duurder maar dat proef je ook!
Wat Roi Phra Phutthabat PhumanoromWat Ban Na Oi Tijdens het eten van het zeer smakelijke, en erg malse, varkensvlees dwalen mijn gedachten af naar de twee enorme witte Boeddha’s waar we de rit van vandaag zijn begonnen en hebben afgesloten. Enorme witte Boeddha’s die worden aanbeden door tienduizenden inwoners van Noord-Thailand.
Copyright/Disclaimer