vrijdag 6 oktober 2017

Filippijnen: Warmte

San Antonio (Pilar) Mamsi House, vrijdag 6 oktober 2017

Na ruim een week in de warmte krijg je langzaam het gevoel dat je aan het tropische weer gewend bent. Je lichaam beseft nu dat je geen koorts hebt, dat de snelheid van je vloeistofwisseling moet worden opgevoerd en dat je minder voedsel als brandstof nodig hebt om je lichaam te verwarmen. Mijn voedsel inname is geminimaliseerd en mijn korte broek zit niet meer zo strak als bij ons vertrek.
Toch blijf je als Europeaan instinctief dicht in de buurt van een langzaam heen en weer zwaaiende ventilator! Mijn neus is al verstopt en ik wordt ’s nacht regelmatig wakker van de kou. Het is en blijft heel verraderlijk om ook met de ventilator aan te gaan slapen!
Om half vijf wordt ik alweer wakker. De hemel achter het raam boven het gegalvaniseerde golfplatendak van de buren veranderd langzaam van zwart naar staalblauw en de zon komt straks weer boven de horizon om de lucht op te warmen. Deze eerste vroege uren is het genieten van de koelte van de nacht. Drie en twintig graden Celsius volgens het weerbericht.
Buiten het huis komt het dorp ondanks het vroege tijdstip tot leven. Tricycles, brommers en fietsen rijden af en aan. Leeg heen naar het strand en met volle manden vis terug naar de dorpen in de omgeving. Een beproefde manier van overleven. Een eerste audio versterker laat zich gelden in het dorp, of je het leuk vindt of niet maar je wordt verplicht mee te luisteren naar de zoete klanken van Amerikaanse evergreens.
Ontbijtje
Een eerste en een tweede beker zwarte koffie voordat het ontbijt wordt geserveerd. Gebakken eieren met knakworsten van een kwaliteit die in Nederland voor eeuwig in de winkel zouden blijven liggen. Ik klaag niet, ik roei met de riemen die ik heb en honger maakt rauwe bonen zoet. Ik maak me op voor een hele lange dag van lezen en schrijven, nooit ver weg van de verkoelende ventilator.
Op de achtergrond speelt de, tijdens de vorige reis meegebrachte, transistorradio het radiostation MOR 93.9 Legaspi ook zoete muziek met hier en daar al een kerstplaatje. “Rudolph the red nose raindeer" en “I wish you a merry, merry Christmas” zijn ook dit jaar alweer vroeg populair.
En dan klinkt onverwacht uit het niets, een schreeuw als in een doodstrijd, van de discjockey. De transistorradio zwijgt en de ventilator naast met bed valt stil. Dat de stroom hier uitvalt heb ik wel vaker meegemaakt maar die schreeuw op de radio is nieuw voor me! Lyka komt naar onze kamer, “VIP One”, en legt uit wat er aan de hand is. Voor een moment speelt in mijn hoofd het atoomoorlog scenario tussen Noord-Korea en de Verenigde Staten van Amerika. Gelukkig blijkt het minder erg!
De discjockey kon nog net op tijd aan de luisteraars doorgeven dat de radiozender op elk moment uit de lucht kon gaan in verband met werkzaamheden aan het interprovinciale elektriciteitsnetwerk. De hele provincie zou tot vanavond zes uur zonder elektriciteit zitten!
Verbaasd staar ik nog steeds naar de stilgevallen ventilator, mijn beste vriend in de warme tropen van Azië. Het is nog geen tien uur in de ochtend en het lijkt nu wel een heel lange dag te worden. Alles wat mijn dag onder normale omstandigheden enigszins draagbaar maakt wordt gevoed door elektriciteit. Mijn Kobo ereader, mijn MacBook en mijn ventilator. Ik realiseer me hoe afhankelijk we zijn geworden van onnatuurlijke bronnen van energie. Hoe onze samenleving verslaafd wordt gemaakt aan zaken waar we best buiten kunnen. Energiebesparing? Verbied dan die miljoenen mobiele telefoons die allemaal moeten worden opgeladen! Vijftien jaar geleden konden we toch ook zonder? En wat dacht je van twee dagen met temperaturen van boven de dertig graden? Heel Nederland gaat op zoek naar mobiele airconditioners, of ze nu werken of niet. Het is tenslotte de suggestie die het volk afkoelt en de zakken vult van de fabrikanten en energie leveranciers.
In het dorp is er geen enkel spoor van paniek te bekennen, hun wereld draait gewoon door, ook zonder elektriciteit. Niet langzamer of sneller, gewoon anders, maar hun wereld draait gewoon om het overleven van weer een door god geschonken dag. Dunne slierten rook trekken door de stilstaande lucht in de straten. Er worden tientallen kleine houtskool vuurtjes opgestookt om rijst te koken nu de elektrische rijstkokers onbruikbaar zijn geworden. Er is geen zuchtje wind. Het lijkt dat ook de winden boven zee door elektriciteit worden aangewakkerd zijn gaan liggen.
Ik ga weer rustig op het bed liggen. Met mijn ogen open kijk ik recht omhoog naar het plaatstalen dak. Ik voel de warmte in de vorm van infrarood straling op mijn huid, die nu nat is. Geen zweetparels maal egaal bezweet alsof in ben ingesmeerd met een dun laagje zweet. Het zweet kleeft, het water verdampt en de lichaamsoliën en zouten blijven achter op mijn huid. De concentraties nemen toe met elke seconde die verstrijkt en elke druppel water die verdampt.
Een koude douche zou welkom zijn!
Helaas werken de grote drukpompen van de watermaatschappij ook op elektriciteit. Daarmee is ook de kans op een verkoelende douche voor me verkeken. Met een ruk kom ik omhoog. Ik ben alleen, de andere drie zijn de warmte in het huisje ontvlucht en zoeken elders verkoeling. Koffie dan maar, ik heb wel eens gelezen dat een warme drank ook verkoelend werkt in de tropen.
Terwijl ik een Albert Heijn Perla koffiepad tevoorschijn haal uit de doorzichtige plastic voorraadbus kijk ik naar de koelkast waarop de koffiebus staat. Daarbinnen is het nog koel. Ik ben te groot òf de koelkast is te klein. Dit ongemak zal ook daar niet worden opgelost. Een ander ongemak kan wel ontstaan! Het ontdooien van het weinige opgeslagen vlees in het vriesvak. Mijn bacon in het bijzonder baart me zorgen.
Zodra ik de koelkast open zie ik het water al uit het vriesvak druppelen. Het druppelt langzaam in de kleine trechter aan de achterzijde van het interieur. Twee keer per week het vriesvak ontdooien is het advies van de fabrikant. Ik sta er nooit meer bij stil maar de luchtvochtigheid is in de tropen zo groot dat er ècht na drie/vier dagen al een dikke laag ijs in het vriesvak is gevormd. Mijn bier is nog goed op temperatuur dus sluit ik weer snel de deur.
De warmte begint steeds zwaarder te drukken en het besef dat er geen ontsnappen mogelijk is knabbelt aan mijn geestelijke vermogens. Mijn oog valt op een rieten waaier, zo een die je voor € 0,99 bij de Xenos koopt, naast de houtskoolbrander en ik hoef er niet lang over na te denken. Het zou mogelijk mijn ontsnapping uit deze warmte kunnen zijn.
Ik ga weer op het bed liggen en met mijn rechter arm, met behulp van de zojuist gevonden waaier, fabriceer ik een kunstmatige wind. Heerlijk verkoelend! Zo kom ik de dag wel door! Tenminste, dat dacht ik! Na een kleine vijf minuten verhuisd de waaier naar mijn andere hand. De kunst is: voldoende wind maken om verkoelend te werken met zo min mogelijk inspanning om het niet warm te krijgen. Mijn rustende arm doet pijn. Niet gewend aan deze repeterende beweging. Na enkele minuten wissel ik weer van hand en kom tot de conclusie dat deze oplossing ook niet zaligmakend is. Nu zijn mijn beide armen verzuurd en liggen verlamd naast me op het matras.
Ik staar naar het plafond dat er niet is, in het niets, terwijl mijn oververhitte hersenen tevergeefs zoeken naar een verkoelende oplossing. Een zonnesteek moet je niet onderschatten. Als een geschenk uit de hemel ploffen er grote waterdruppels op het plaatstalen dak. Als het geroffel op een kleine trommel klinken de druppels als de slagen van de drumsticks op het strakke vel. Een blik naar rechts laat me ook de grote druppels zien! Snel mijn zijden boxershort aan en naar buiten om optimaal gebruik te maken van de verkoelende regen.
De weg is verlaten en ik ben de enige levende ziel die in de verre omtrek zichtbaar is. De lucht is blauw en er is geen wolk aan de lucht. Toch regent het! “Een Chinese bruiloft”, noemen ze dat verschijnsel hier in de Filippijnen. De weg wordt niet eens nat van de regen, zo warm is het beton, het water is al verdampt voordat de volgende druppel op dezelfde plaats neervalt. De weinige waterdruppels die mijn lichaam raken zijn ook warm. Een warme regen zonder enige verkoelende werking. Het bladerdak van de enorme mangobomen is bewegingsloos als op een schilderij. Het tikken van de waterdruppels op het dak verstomd, de wind blijft weg en mijn lichaamstemperatuur loopt snel op in de brandende zon.
Het bed lijkt me toch maar weer de beste oplossing. De rieten waaier ligt nog op het matras en ik onderneem een nieuwe poging. Ver kom ik niet. Met een onbeschrijfbaar geluid, ergens tussen een plof en een klik, begint de ventilator aan het voeteinde van het bed te draaien. Buiten komen ook de geluidsversterkers met hun grote speaker boxen weer tot leven.
“Yes Sir, I can Boogie, Boogie Woogie, If you play a different Song”
Ervaring heeft me geleerd niet te vroeg te juichen. Wanneer na enkele minuten de ventilator nog steeds draait lijkt het er op dat ik deze uren in de wurgende hitte ook weer heb overleeft. “It’s more Fan in the Philippines!”

zaterdag 30 september 2017

Filippijnen: Lege planken

San Antonio (Pilar) Mamsi House, zaterdag 30 september 2017

Dan weet je dus dat je lichaam helemaal van slag is! Terwijl de sporen alcohol nog nagalmen in mijn lichaam ben ik om kwart voor vijf klaarwakker. Buiten is er een wedstrijd hanen kraaien aan de gang die het eerste zonlicht verwelkomt. Zaterdag, de eerste èchte dag van ons familiebezoek aan de Filippijnen! Naast me ligt Lyka ook ongemakkelijk te draaien op de gestoffeerde planken die ze matras noemen. Zij heeft geen slok bier gedronken maar gaat ook gebukt onder een jetlag.
Pancit Canton als ontbijt
De eerste, zelf uit Nederland meegebrachte, kop koffie wordt gezet en het ontbijt wordt voor me bereid. Pittige Pancit Canton met twee gekookte eieren. Er is maar heel weinig in huis en daar moeten we het voor nu maar mee doen! Het advies van Dokter Barek om tijdens mijn verblijf in de Filippijnen een kilo of tien af te vallen zal op deze manier zeker geen probleem zijn!
Samen met mamsi en Lyka maken we een boodschappenlijst waar je zelfs in Nederland bang van zou worden. Haar huisje heeft alleen maar lege planken op het moment dat wij arriveren. Niet dat dat een probleem is maar de dagelijkse boodschappen kosten hier net zoveel, en soms wel meer, dan in Nederland. Ja, jullie lezen het goed! Ik denk zelfs dat de dagelijkse boodschappen in het algemeen in Nederland nog wel eens wat goedkoper zouden kunnen zijn. Elke keer wanneer ons wat te binnen schiet zeggen we het hardop waarna Lyka het op de boodschappenlijst zet. Gemengd in het Nederlands, Engels en Tagalog (Filippijns), in de winkel kijk ik wel wat we voorlopig even over moeten slaan. Het bier voor de belangrijkste bezoeker staat vanzelfsprekend helemaal bovenaan!
‘Zorg ervoor dat je meester het goed heeft dan krijg je het zelf vanzelfsprekend ook goed.’
Tricycle
Al voor acht uur zitten mamsi en ik, samen met drie anderen, in een tricycle op weg naar de markt en winkels in Pilar. Oude mensen in het zijspan, kinderen op het dak en de lange buitenlander achterop de buddyseat bij de chauffeur. Ze proberen het als “de beste plaats” aan me te verkopen maar ik weet wel beter. Opgevouwen onder het veel te lage dakje kijk ik de zestien kilometer naar het beton van de steeds slechter wordende weg. De aankomst is een verlossing voor deze passagier!
Ook in Pilar lijkt het alsof de tijd hier heeft stilgestaan. De tandloze dorpsgek rent nog steeds rond door de hoofdstraat en vraagt iedereen om geld dat hij vanzelfsprekend van niemand krijgt. De straten zijn aan weerszijden behangen met werkeloze Filipinos die het druk hebben met het niets doen. Een geliefde nationale bezigheid.
Opportunisme is hier het motto. Snel een onverwacht klusje en een kilo rijst is weer binnen. De lokale economie in deze kleine havenstad, of beter gezegd “havendorp”, is zo klein dat het geld maar rond blijft gaan totdat het is het helemaal in het niets is opgelost. Hier op het platteland zie je ook de muntjes van “Php 5 cent”! Dat zegt jullie waarschijnlijk weinig dus reken ik het maar even om, een muntje van € 0,0009. Ik moet er ook even goed naar kijken maar er gaan meer dan 1.000 muntjes in een Euro!
Op weg naar de markt loop ik met mamsi door de steeg van de dood. Ik weet de echte naam niet maar je kan de doordringende geur van de dood gewoon proeven. Links en rechts van me worden dagelijks varkens geslacht op een manier die in Nederland het nieuws zou halen en een week later in de tweede kamer zou worden besproken.
Dichter bij de zee wordt dagelijks de vers aangevoerde vis gesorteerd, gewogen en in piepschuimen boxen verpakt voor de beter bedeelden in de steden. Een kleine ijsfabriek zorgt voor het geschilferde ijs dat de verse vis goed moet houden tijdens het transport. Tientallen katten en schurftige honden wachten op hun kans. Een smakelijk toegeworpen stukje slachtafval of een gestolen stukje vlees of vis wanneer de inpakkers niet goed opletten.
Als eerste gaan we de groenten kopen. Ook een onvergetelijke ervaring! Mamsi heeft overal haar eigen leveranciers, vaak een verre neef of een nicht, en daar stormt ze zonder verder om zich heen te kijken naar toe. Onderweg staren honderden ogen de blanke man na. Die komen hier namelijk niet zo vaak. Hier in Pilar is niets te zien èn niets te doen, er is niet eens een hotel of een andere instelling waar een toerist veilig zou kunnen overnachten. De veerboot naar het volgende eiland in de Filippijnse archipel is het enige dat een buitenlandse toerist zou kunnen aantrekken.
Het aanbod van de groenteman is niet erg breed maar dat kan je ook niet verwachten, een kilo diepvrieskip is hier goedkoper dan een kilo groenten of fruit! De paksoi en Chinese kool vallen bij mij altijd in de smaak dus die worden gekocht in de eenheden van “one fourth”, 250 gram of ouderwets gezegd: ‘een half pond’.
Terwijl wij staan te kopen sluiten een tiental gebruinde mensen aan bij de kraam. De armoede is duidelijk zichtbaar. Goedkope teenslippers, veel te grote korte broeken en kapotte t-shirts met opvallende spelfouten. Ik herinner me het shirt nog van “David Backham”, nummer 7! Er wordt breeduit naar me gelachen en een gaaf gebit is net zo zeldzaam als een echte Rembrandt op het Waterlooplein.
De “Empire Bakery” heeft in de afgelopen twee jaar wel een metamorfose ondergaan. De tegenhanger van de landelijke supermarktketen kan nog steeds op veel plaatselijke klandizie rekenen. Er heeft een uitbreiding aan de achterkant van de winkel plaatsgevonden en de paden tussen de stellingen zijn nu ook op een breedte dat ik me geen zorgen meer maak dat ik er een omverstoot en daarmee een dominosteen effect in de winkel veroorzaak. Ik vraag me af of het assortiment is uitgebreid, ik denk het niet.
Logistiek is hier op het platteland van de Filippijnen het grote toverwoord. Het komt vaak genoeg voor dat de opslagloodsen in Manilla en Sorsogon vol liggen met goederen maar dat ze het niet voor elkaar krijgen om het naar de winkels van bestemming te sturen. Enkele weken zonder basis producten is in deze uithoek van de Filippijnen echt geen uitzondering! En dat terwijl de 7-11 nooit zonder zit, die hebben het wel allemaal goed geregeld.
We lopen samen de boodschappenlijst af en de boodschappenmand vult zich gestaag met boodschappen die de rest van het jaar maar heel sporadisch kunnen worden gekocht. Het is alweer ruim een maand geleden dat ik de laatste ondersteuning voor mijn schoonfamilie met Western Union naar mamsi heb gestuurd. Het beeld van de lege planken in het kleine huisje verschijnt in mijn hoofd.
Nadat we hebben afgerekend verlaten we de “Empire Bakery” en gaan we verder naar de tweede supermarkt, “LCC Market Savers”. Hier verkopen ze weer boodschappen die de “Empire Bakery” niet kan bemachtigen of veel duurder in de schappen legt. Opnieuw vullen we een mand met boodschappen.
Zodra we klaar zijn met het winkelen voor vandaag trommelt mamsi een tricycle op die we helemaal alleen voor ons charteren. De twee kratten bier gaan op het dak, de jerrycans met drinkwater achterop en mamsi wurmt zich met de volle doos van “Empire Bakery” en twee volle boodschappentassen, een van de Albert Heijn en de ander van de HEMA, in de zijspan.
Ik klim weer achter de motorrijder op de buddyseat en schokkend en stotend gaan we gebukt onder de zware last van de gekochte boodschappen weer op huis aan. Deze tricycle chauffeur is wat ruwer dan de vorige! Hij heeft duidelijk meer haast en ik moet dat bekopen met een pijnlijk hoofd. Door de abrupte stuurbewegingen en de slechte weg slaat mijn hoofd om de tien seconden tegen het stalen dak of een onderdeel daarvan. Ik voel de bulten met mijn vrije hand opkomen. Maar niet voor lang, het is veiliger om me met twee handen vast te houden.
Het einde van de rit voelt als een verlossing. De motorrijder sjouwt de boodschappen naar binnen en ik overhandig hem de afgesproken Php 120, zeg maar twee euro, voor zijn verleende diensten. Dat mag voor jullie dan wel niet veel lijken maar voor het gezin van de chauffeur betekend het drie kilo rijst of een kilo vlees. Het is in ieder geval een budget om een gezin van vier à vijf personen en dag van eten te voorzien.
De lege planken van mamsi worden weer gevuld, het is nog geen negen uur in de ochtend en we hebben er al, voor mijn gevoel tenminste, een hele dag opzitten. Ik trek wat luchtige kleding aan terwijl Lyka een kopje koffie voor me zet. Mamsi probeert in haar hoofd uit te rekenen hoeveel we vandaag hebben uitgegeven. Mij maakt het weinig uit, in Nederland moeten we ook eten. Woensdag gaan we weer want verse zaken zoals vlees en groenten zijn in deze hitte, ook in de koelkast, niet lang goed te houden.
Speklap met paksoi
’s Avonds kookt mamsi voor ons een speciale welkoms maaltijd. Speklappen met Hollandse “Karbonade kruiden” (Verstegen) met heerlijke paksoi en rijst. Het is een feestmaal en iedereen aan tafel zit met een brede glimlach te genieten. Helaas zijn we het beloofde mango ijs vergeten! Dat stond niet op de boodschappenlijst dus ik was mijn handen in onschuld. Volgende week dan maar. Een koffie en twee kleine biertjes om de maaltijd af te ronden en nog voor negen uur liggen we allemaal op bed. Het is een lange dag geweest.
Teentjes knoflook per stuk
Teentjes knoflook per stuk verpakt en verkocht, gewoonweg omdat een heel bolletje knoflook voor deze arme mensen teveel kost!

vrijdag 29 september 2017

Filippijnen: Op de plaats van bestemming

San Antonio (Pilar) Mamsi House, vrijdag 29 september 2017

Om kwart voor zes schuift Lyka de gordijnen van onze hotelkamer open als teken dat de nacht er op zit. Zo werkt dat nu eenmaal wanneer je getrouwd bent! Niet dat ik nog in diepe slaap verkeerde maar een half uurtje langer had me best kunnen bekoren. We hebben tenslotte geen haast. Met een beschaafde drang wordt ik uit bed gejaagd en met de opdracht voor een ontbijt naar de gouden bogen gestuurd. Wat kan ik er aan doen? Jetlag 2.0 bij mijn vrouw terwijl ik me al redelijk aangepast voel aan de fIlippijnse biologische klok.
Bij MacDonald’s slaat de vlam in pan wanneer ik me om iets over zes uur aan de counter meld voor een bestelling! Bij de jonge keukenbrigade slaat de angst op het hart en ze duiken weg als kleiduiven op een schietwedstrijd. Een manager herkend het probleem en jaagt zijn personeel terug naar de rij computer gestuurde kassa’s op de counter.
Om de meisjes gerust te stellen maak ik eerst een grapje, bestel daarna in het meest zuivere engels dat ik op dit vroege tijdstip kan uitspreken een ontbijt voor twee en besluit met een nieuw grapje over de onzekerheid bij de binnenkomst van een blanke. Iedereen achter de kassa gniffelt omdat ze de waarheid in mijn woorden herkennen.
De broodjes met ei en een platgeslagen worstje smaken uitstekend, ook de in Nederland wat minder bekende hashbrown’s gaan er goed in! Maar het belangrijkste op deze eerste ochtend in de Filippijnen is de prima koffie die MacDonald’s tegenwoordig in heel Azië serveert! Starbuck’s mag dan wel de bekendste, en de duurste, zijn maar de koffie van Ronald MacDonald doet er tegenwoordig niets voor onder.
De eerste trek van mijn vrouw is gestild en daarna wordt vanzelfsprekend de hogere god van het Facebook aangesproken. Zodra haar lichaam en haar geest zijn verzadigt heb ik weer tijd voor mezelf. Ik duik op het verhaal van onze vertrekdag en het verbaasd me dat het zo gemakkelijk uit mijn geest tevoorschijn komt.
Slok na slok verdwijnt de koffie en zodra mijn beker leeg is wordt het tijd om de gratis beker koffie in het restaurant te gaan gaan halen. Ik schaam me daar helemaal niet voor en ik heb het ook niet bedacht. Zonder enige schaamte presenteer ik het bonnetje aan de manager die zelf zonder enige twijfel twee nieuwe bekers koffie inschenkt. Zo gemakkelijk kan het hier dus gaan. Een gratis tweede beker koffie voor de oudere generatie! De klok tikt langzaam de seconden weg en mijn verhaal neemt langzaam haar definitieve vorm aan.
Zodra ik klaar ben met de eerste ruwe versie heeft het weinig nut meer om nog op de kamer te blijven. Het is iets over negen en ook mijn echtgenoot is klaar voor de derde, en laatste, etappe naar haar geboortegrond. Met onze drie drie koffers, twee rugzakken en wat kleinere handbagage dalen we af naar de receptie.
De bekende handelingen voor het uitchecken worden verricht en niet veel later staan we met onze bagage op de stoep van het hotel langs de straat. Gehuurde taxi’s rijden voorbij en de eerste lege stopt direct zodra hij mijn handsignaal heeft opgemerkt.
‘Terminal 3?’
Het is geen probleem. Lyka zit al in de airconditioning terwijl ik het laden van onze bagage in de taxi overzie. De Filippijnen is nog een arm en ruw, en soms ook onbetrouwbaar, land dat haar sporen in de vakantie industrie nog moet verdienen. Het blijft opletten! De Php 47 wordt ruimschoots aangevuld naar Php 120, twee euro, voor de korte rit van het hotel naar de luchthaven en daar staan we al naast de vertrekhal.
Ook hier leren ze snel om de passagiers en bagagestromen in goed geoliede en logestieke banen te leiden! We kunnen direct inchecken aan een moderne computergestuurde zuil en met weinig oponthoud zijn we ook van onze drie koffers verlost. Omdat het een binnenlandse vlucht betreft lopen we na de röntgen controle van onze handbagage zo naar de terminal voor binnenlandse vluchten. Op deze manier besteden de passagiers meer geld in de terminal dan dat ze lang moeten wachten in de vertrekhal èn tegelijker tijd op hun bagage moeten letten!
In de terminal lijkt het alsof de airconditioning is uitgezet òf defect is. Het ligt zeker niet aan ons want ik hoor in vele Europese talen om eens heen klagen over de drukkende vochtige warmte. We maken ook maar direct gebruik van de mogelijkheid om sim-kaarten voor ons verblijf aan te schaffen. We weten dat het mobiele internet buiten de steden erg slecht is maar een mogelijkheid om te testen hebben we niet.
De afwezigheid van de “Globe” verkoper werpt ons direct in de armen van de “SMART” verkoopster! Een meisje zo klein en iel dat ik een stoot adrenaline door mijn lichaam voel gaan wanneer ze me aankijkt. Rond de een meter vijftig en een kilo of vijfendertig schat ik! Met een klantvriendelijkheid die in Nederland al heel lang niet meer vanzelfsprekend is beantwoord ze al mijn vragen. Het is me allemaal duidelijk en bij terugkomst in het koffiehuis geef ik Lyka de opdracht om onze telefoons van nieuwe sim-kaarten te gaan voorzien. Zij spreekt een beetje Tagalog, de lokale taal, en dat zou eventuele misverstanden gelijk uit de wereld helpen.
Een klein kwartier later zitten we simultaan te testen of de 3G verbinding ons geeft wat SMART heeft beloofd. Vijf en twintig euro mag dan wel geen enorm bedrag zijn voor twee maanden internet op je telefoon maar je bent toch ook blij wanneer ze doen wat ze beloven.
Om Lyka bij het reizen te betrekken, en ook om haar wat te leren, is ze in het bezit van onze instapkaarten. Ik laat het gewoon aan haar over en zie wel waar we stranden. We zoeken een plaatsje bij Gate 117 en wachten op wat er gaat gebeuren. Facebook neemt over en van enig sociaal contact tussen ons is geen sprake meer. De klok loopt naar het tijdstip dat we toch ècht aan boord van het vliegtuig zouden moeten gaan en er staat nog steeds een rij passagiers te wachten voor een andere bestemming.
Ik ontwaak haar uit haar Facebook trance en vraag of we hier wel goed zitten. Ze knikt bevestigend, ik vraag me af of ze mijn vraag wel heeft gehoord, en ze gaat verder met haar communicatie op Facebook. Over mijn schouder zie ik dat de slurf van Gate 117 nog steeds slap naar beneden hangt. En snelle blik op mijn horloge en het angstzweet breekt me bijna uit. Zonder dat Lyka het opmerkt ga ik toch zelf maar eens vragen wat er aan de hand is.
‘Legaspi?’, vraag ik.
‘Ja, die zijn al aan het boarden aan gate 134A!’, antwoord ze vriendelijk.
Als een razende Roeland loop ik zo snel als mijn manke enkels me kunnen dragen terug naar de Facebook verslaafde. Verbaasd kijkt ze op. Nadat ze heeft begrepen wat er aan de hand is gaan we op zoek naar Gate 134A, en die ligt vanzelfsprekend niet naast Gate 117!
Twintig minuten voor het geplande vertrek van het vliegtuig naar Legaspi overhandigd ze onze instapkaarten in een leeg aquarium, zoals ik de glazen wachtruimte op vliegvelden altijd pleeg te noemen, aan een verbaasde medewerkster van Cebu Pacific. Met een bezweet en rood aangelopen hoofd kijk ik naar de kleine monitor waar een rood kruis op verschijnt wanneer een van onze instapkaarten wordt gescand.
Het zweet van de inspanning wordt vermengd met het zweet van de angst. De andere instapkaart wordt langs de scanner gehaald en opnieuw verschijnt er een groot rood kruis. Precies op het moment dat ik mijn pleidooi, doorspekt met duizend smoesjes en verontschuldigingen, wil beginnen schakelt het meisje over op het toetsenbord van de terminal en tot mijn grote opluchting verschijnt er een groene V, als in aangevinkt, op het scherm. Ik kan zonder mijn bril niet lezen wie er is goedgekeurd maar ik ga er toch wel van uit dat ze ons beide aan boord laat. Niet veel later verschijnt er ook een tweede grote groene V op de monitor en het meisje maakt een galant armgebaar, met een lichte buiging, dat we door kunnen lopen naar de gereedstaande bus.
Als laatste betreden we de Airbus A310 met als bestemming Legaspi. De spanning is alweer verdwenen want ook dit probleem hebben we weer overleefd. We zijn nu ongeveer 42 uur onderweg en we kijken uit naar het einde van deze vermoeiende heenreis. Gelukkig hebben we straks in de Filippijnse jungle voldoende tijd om uit te rusten!
De vlucht van slechts 65 minuten begint aan haar tweede segment, de daling naar het vliegveld van Legaspi, voordat we realiseren dat de eerste al is begonnen. Het is zwaar bewolkt en dat komt niet als een verrassing. De weerberichten zijn niet al te best. Zware onweersbuien afgewisseld met regen. Donkergrijze wolken, afgewisseld door haast zwarte wolken met hier en daar een pluk maagdelijk wit, schuiven gehaast langs de ramen van het kleine vliegtuig. Er valt weinig te zien en de Mayon vulkaan heeft geen zin om ons te begroeten. Dat is erg jammer want het beeld van die eenzame vulkaan aan de horizon is een indrukwekkende ervaring.
Mamsi staat al te zwaaien wanneer wij nog aan de lopende band staan om onze bagage op te vangen. Onze koffers lijken ook deze laatste geseling goed te hebben doorstaan! Het welkom is vriendelijk en ik ontdek veel emotie in de ontmoeting tussen mijn vrouw en haar moeder. Stel je maar eens voor om steeds bijna twee jaar van huis te zijn?
Op de terugweg kopen we de grote geschenken waarvoor we samen lang voor hebben gespaard. Het is nu eenmaal beter om iets te kopen waar ze echt wat aan hebben dan zomaar geld te sturen of een koffer vol met rotzooi uit Nederland mee te slepen. Goedkope Chinese rotzooi hebben ze hier ook in overvloed!
De koelkast en platte TV zijn aardig wat goedkoper dan hun soortgenoten in Nederland! Het zijn de bekende Koreaanse merken LG en Samsung. Het prijsverschil noemen we in Nederland belasting en verwijderingsbijdrage! Het idee achter belasting vindt ik nog steeds niet onaardig maar de uitvoering in Nederland is me wel wat te ver doorgeschoten!
De twee grote huishoudelijke apparaten krijgen een plaatsje in de gehuurde minibus en daarna gaan we linea directa naar een restaurant. Het broodje ei en worst van acht uur geleden is nog maar een vage herinnering en we kunnen alle vier wel een hapje gebruiken! Het lijkt dat het geserveerde eten in de afgelopen twee jaar veel is verbeterd. Het kan natuurlijk ook aan mij liggen nu ik voor de afwisseling weer eens haast stress vrij Nederland heb kunnen verlaten.
Op weg naar het vissersdorp waar mijn vrouw is geboren vecht ik tegen de opkomende slaap. De heerlijke noedelsoep met rundvlees heeft me rozig gemaakt en knikkebollend probeer ik zoveel als mogelijk van de laatste etappe van deze lange reis in me op te nemen. De enige weg, een zeer drukke tweebaansweg, naar het zuiden slingert als een slang door de groene jungle van Luzon. De armoede van de bewoners kruipt stroperig de weg op. Het is geen prettig gezicht maar het is de realiteit. De mensen nemen het gelaten zoals het komt en geloven vast in de liefde van Jezus Christus.
De weg naar San AntoinioDe weg naar San Antoinio
Bij aankomst ligt het dorp er nog even vredig bij zoals we het ruim achttien maanden geleden verlieten. Er heerst rust, er is weinig verkeer en een stukje verderop speelt een groep jongens basketbal op de weg. Beelden uit een ver verleden voor Nederlandse begrippen. In Nederland heeft het internet, videospelletjes, de mobiele communicatie en de oneindig saaie tv de interesses van de jeugd over genomen. Het is er volgens mij niet beter op geworden.
Als eerste worden er een paar flesjes bier voor mij gehaald en bij gebrek aan koud bier in de lokale winkel wordt er ook een zakje bevroren water gekocht. Ouderwets, op koloniale wijze sip ik aan het kleine glas bier waarin twee stukken ijs drijven. Thailand, alweer bijna twintig jaar geleden, herinneringen komen langzaam boven in het hoofd van deze oude romantische gek.
De vermoeidheid glijd weer van me af en de nieuwe tv moet ook worden aangesloten en getest. Na wat Filippijnse beelden, in een taal waar ik geen touw aan kan vastknopen, houdt Lyka het voor gezien. Ze is aan het einde van haar latijn en zoekt ons harde bed op. Samen met mamsi kijk ik in stilte de eerste aflevering van “Westworld”. Een SF-serie lichtjes gebaseerd op een boek van Michael Crighton. Dan slaat de vermoeidheid ook bij mamsi toe en verontschuldigend zoekt ze ook haar matras op.
Dat matras ligt op de grond want het bed is aan ons afgestaan. Zodra ik alleen ben schakel ik naar een ander tv-programma op mijn USB-stick. “De stille kracht”, de bekende tv-serie uit 1974, met Pleunie Touw. Buiten is het stil maar er scharrelt iets dat wij in de moderne wereld niet meer kunnen horen. Een gekko klikt, een hond huilt en een gekwelde geest zweeft over de met dun vloeibaar maanlicht overgoten rijstvelden. Hier in de Filippijnse jungle, op het platteland van Luzon, tikt de eeuwenoude klok van de cultuur, langzaam opgewonden door de geesten van de natuur.
Bij hoge wijze van uitzondering schenk ik op deze eerste avond een borrel uit de maagdelijke fles Jameson Ierse Whiskey. Hoewel mijn neus op de eerste dag verstopt is door de lange vlucht ruik ik het bouquet, ‘Bucket’, in het engels, van de godendrank. Mijn vingers dansen over het toetsenbord en mijn gedachten staan in overdrive. Wat kan het simpele leven toch mooi zijn!
Copyright/Disclaimer