donderdag 21 januari 2016

Filippijnen: Getallen

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

Alweer een jaar verder? Het lijkt als de dag van gisteren dat ik het verhaal over dat nare getal 55 schreef.

Getallen? Als kind had ik al iets met getallen en jaartallen. Niet dat ik een rekenwonder ben, ik ben gemiddeld van gemiddeld en blink ècht nergens in uit. Maar die getallen die me vanaf mij eerste bewuste gedachten zijn bijgebleven zijn: 10, 12, 16, 18, 21, 40, 56, 65, 2000 en dan komt het grote oneindige.
Nog steeds loopt deze getallenreeks door mijn leven en ik denk regelmatig aan deze nummers. Later zijn er nog enkele getallen bijgekomen zoals 13, 15, en 73. Huisnummers waar ik  een gelukkig en onbezorgd leven heb geleid.

Dat eerste getal tien was eigenlijk een magisch getal omdat ik op 21 januari 1960 ben geboren. Die nul op het einde maakte 1970 het eerste magische getal omdat dat ook op een nul eindigde. Vanzelfsprekend was 1980 geen magisch getal omdat ik toen al verder was ontwikkeld en een jaartal met een nul op een einde werd nog maar een keer verder in mijn leven belangrijk.

Dat tweede getal, de twaalf was de leeftijd dat ik eindelijk de Dr. A.F. Philipsschool kon verlaten. De eerste stap naar de volwassenheid. Andere vrienden, andere vakken en een andere school die buiten de vertrouwde binnenstad lag. Elke dag op de fiets naar de oude Buys Ballot. Langs de ITO-school, de Hugo de grootschool, Körver de melkboer, een slager, van der Voorn de supermarkt en van der Pol de sigarenwinkel werden op weg naar school gepasseerd. Bij de scholen en de winkels die ik passeerde heb ik allemaal herinneringen. Goedkope rosé wijn uit de supermarkt van van der Voorn die we bij het tunneltje opdronken, waarna ik mijn maaginhoud in de gracht stortte.. Kussen met de meisjes van de huishoudschool. Bij van der Pol kocht ik tijdschriften over motoren. Een motorfiets was al vroeg in mijn jeugd mijn grootste droom, een logisch vervolg op een brommer.

Zestien was natuurlijk het getal voor een brommer! Wat ging dat laatste jaar langzaam, zeker omdat ik met goedkeuring van mijn grootouders al mocht oefenen op een oude witte Puch Maxi automaat. Op dat ding scheurde ik met een knalgele helm, een Nolan, door de Bommelerwaard. En ik maar denken dat ik onzichtbaar was en dat de politie me niets kon maken. Steeds het verhaal dat ik de brommer stiekem uit de schuur had meegenomen. Dat verhaal werd na enkele keren niet meer geloofd door de agenten. Dus het rijden op dat ding, die ik ondertussen voorzien had van zwarte safari camouflage en mijn “Daktari Puch” noemde, werd alleen maar spannender. Een aanrijding was meteen het einde voor mij en voor mij Daktari Puch. De brommer was haast dubbelgevouwen en het zou nog maar enkele maanden duren voordat ik legaal op een brommer mocht rijden.
In december werd de fietsenwinkel van “van Alphen” in de Gamerschestraat bezocht en werden mijn wensen bekeken. Eigenlijk waren er maar vier merken gangbaar. Kreidler, Zündapp, Tomos en de nieuwkomer op de markt Yamaha! Die laatste zou het vanzelfsprekend moeten worden. Yamaha vierde grootse triomfen in de motorracerij en al mijn helden op de tweewielers reden op een Yamaha. Een gele met als eerste bromfiets in Nederland voorzien van een schijfrem in het voorwiel.
Wanneer ik nu terugdenk kan ik me maar moeilijk inbeelden dat ik minder dan twee en een half jaar op dat ding heb rondgereden. Ik zie Japke nog op mijn, intussen zwart gespoten, Yamaha in haar witte Afghaanse schapenjas naar Bruchem rijden! Ik weet niet eens waar mijn Yamaha gebleven is! Was hij nu gestolen of heb ik hem 2e hands verkocht? Een zwarte vlek in mijn geheugen die misschien op latere leeftijd weer wordt ingevuld?

Na de met liefde en andere ontdekkingen van de volwassenheid doorspekte jaren op de brommer kwam eindelijk het getal achttien. Ik was al voorbereid en hyper gemotiveerd. In het afgelopen jaar hadden Erwin van Leeuwen en ik wel eens de motor van Erwin’s zus uit de schuur genomen om in de polder te gaan rijden. Op de lichtgele Honda 400f Four leerde ik de kracht van een grotere machine kennen. Ook ging ik wel eens met Ad van Beurden mee achterop door de polder maar dat ging me een beetje te snel op de Yamaha TZ350. Een twee cilinder tweetakt machine die eigenlijk gewoon een aangeklede racemotor was!
Op zaterdag 21 januari 1978 stapte in ik Zaltbommel op de trein naar Den Bosch. Met mijn gele helm in de hand en de leren handschoenen in mijn leren jas. Het was koud, winters, maar niet glad. Om iets voor elf stapte ik bij motorrijschool Hoessen, achter het station voor het eerst legaal op de motor. Het waren de jaren dat je eerst nog iemand achterop had die een set handels had om je tot stoppen te dwingen of uit gevaarlijke situaties te halen. Het was volgens mij een 500cc Honda V-motor met cardanaandrijving. Een oude mannenmotor maar dat maakte mij op dat moment weinig uit. Die eerste lessen door Den Bosch zijn me altijd bijgebleven. Onder de gouden draak door naar Vught waar we oefenden op de bekende parcoursen die door de examinatoren van het CBR werden gebruikt.
Mijn grootouders vonden een L-plaat zoals dat toen heette geen goed idee. Er gebied door een paar straten afgegrensd en daar mocht je dan van de burgemeester van Zaltbommel oefenen. Met een blauwe L-plaat naast de kentekenplaat. Mijn grootouders hadden donders goed in de gaten dat die Blauwe L achter de kentekenplaat werd verborgen en daarmee de grenzen voor het oefenen waren verdwenen!
Binnen drie maanden stond ik als examenkandidaat met mijn helm en de afrijdmotor, een motor speciaal om examen te doen, op de parkeerplaats van “de IJzeren man” te wachten op de examinator. Het afrijden ging niet helemaal lekker maar voor mijn theorie was ik voor 100% zeker geslaagd. Na een kwartier werd ik gefeliciteerd door de examinator en enkele weken later kon ik op het gemeentehuis in Zaltbommel mijn rijbewijs ophalen. Ik had ook een voorlopig rijbewijs op zak dus ik kon eindelijk de wereld op twee wielen gaan verkennen.
Mijn eerste motor was een Kawasaki z650, een blauwe moordmachine die eigenlijk gevaarlijk snel was voor zijn tijd. Het was de tijd van supersnelle machines! Motoren die met gemak boven de 200 Km/u reden. Gelukkig heb ik nooit een ongeluk gehad maar ik ben er wel enkele keren dichtbij geweest! Binnen een jaar was mijn Kawasaki z650 verleden tijd! Ik vraag me nu nòg steeds af of het de hand van god is geweest die mijn leven heeft gered?
Iemand van school reed de Kawasaki aan gort tijdens een examenfeest. Ik kreeg zijn motor, een Yamaha XT500, en een geldbedrag als compensatie. Die Yamaha XT500 werd al snel verkocht aan mijn buurjongen, Ton de Leur, en van het geld kocht ik een Yamaha SR500 van Trudy van Leeuwen, inderdaad de zus van Erwin. Aan deze motor heb ik nog steeds de mooiste herinneringen! De eenvoud, het gewicht en de uitstraling. Het geluid dat je leek in te halen wanneer je in het donker over de Van Heemstrabaan naar huis reed!

Een en twintig, op 21 januari 1981 zou ik voor de Nederlandse wet volwassen zijn. Om dat feit kracht bij te zetten vierde ik mijn 21st verjaardag op “Legerplaats Seedorf” in Noord-Duitsland. Twee maanden daarvoor was ik opgeroepen voor de militaire dienstplicht en ik had het geluk dat ik op de “Rijinstructie Tilburg” mijn vrachtwagenrijbewijs kon gaan halen. Ondertussen had ik ook al mijn autorijbewijs en de gratis opleiding van de Nederlandse staat betekende dat ik mijn roze papiertje vol gestempeld zou krijgen.
Ik slaagde met vlag en wimpel voor mijn vrachtwagenrijbewijs en ik vertrok, nadat ik voor de VN in Libanon was afgewezen, vrijwillig voor een jaar naar Duitsland. Als ik dan toch in militaire dienst moest dan moest ik ook maar iets nuttigs doen. Dat eenentwintigste jaar van mijn leven is nog steeds een van de mooiste jaren geweest. Het was een schitterende zomer! Ik ging met de motor op en neer naar Duitsland en op vakantie naar Italië en Groot Brittanië. Ik was verliefd op die twee wielen!

Mijn leven ging na de militaire diensttijd stationair lopen! Er was werk, ik kocht een huis, er waren enkele vriendinnen die uiteindelijk niet verder met me wilden omdat ik een vrijbuiter was. Achteraf gezien kan ik ze geen ongelijk geven. Voor mij was het leven ook goed en ik genoot met volle teugen. Mijn grootmoeder, die me had opgevoed, was wel een beetje teleurgesteld maar aan de andere kant had ze ook waardering voor mijn zucht naar de vrijheid. Ze was allang blij dat ik niet was gaan varen op de koopvaardij!

En zo kwam ik ongemerkt bij het getal veertig, een getal dat als kind me erg tot mijn verbeelding sprak. Veertig! En dat zou samenvallen met het getal 2000! Niemand had het in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw over het millennium, 2000 was magisch, de 1 als begin van het jaartal zou voor 1000 jaar gewijzigd worden in een 2. En die twee werd vaak gebruikt in Science Fiction films en stripboeken die ik vroeger graag las. Ik ben opgegroeid met Star Trek, The Thunderbirds, TV 2000 en meer van die tijdschriften.
De mooie verhalen met al die technische vooruitgang ging minder snel dan in de film en op 31 december 1999 stond ik met Dean Barber en Tam MacKinly, en nog een handvol andere vrienden, in Princess Street in Edinburgh, Schotland. Een mooiere plaats om de eeuw en het millennium uit te zwaaien kon ik me op dat moment niet voorstellen. Het was een haast filosofische ervaring. Het was ook een keerpunt in mijn leven.
In de drie jaren voor het begin van het nieuwe millennium was er veel gebeurd! Ik was mijn grootmoeder verloren en daarna in een depressie geraakt. Door die depressie verloor ik ook mijn werk. Ik moest vluchten, en die vlucht bracht me voor drie maanden naar Australië. Die vrijheid in 1998 veranderde mijn leven! In 1999 vertrok ik voor negen maanden naar Azië en de toon voor de rest van mijn leven was gezet.
Elke keer dat ik een datum schreef en eindigde met 2000 dacht ik aan veertig. Ik was veertig! Mocht ik geluk hebben en nog steeds het gemiddelde van de Nederlanders vertegenwoordigen zou ik over 38 jaar dood zijn. M.a.w., ik was over de helft en vanaf nu ging het alleen nog maar bergafwaarts! Mijn grootste nachtmerrie was om na een werkzaam leven te sterven voordat ik meer van de wereld had gezien. Er was nog zoveel te zien en dat was meer waard dan al die materialistische zaken waar iedereen zich letterlijk voor kapot werkte.  En dat zou ik niet laten gebeuren!
Ik verkocht in 2001 mijn huis en van dat geld heb ik de wereld kunnen zien. Ik ben nog veel op reis en zeker niet van plan om te stoppen. Misschien wat rustiger aan gaan doen maar zeker niet stoppen.

Hoe ik als kind aan het getal 56 kwam is minder mysterieus dan het op het eerste gezicht lijkt. Als kind woonde ik 13 jaar lang in mijn geboortehuis op Nonnenstraat 56. Die 56 was dus gewoon puur toeval. Was ik in een huis ernaast geboren dan was dat getal 54 òf 58 geweest.
Maar 56 leek me als kind een ongelofelijke hoge leeftijd die zo ver in de toekomst lag dat ik vaak lag te dagdromen hoe de wereld er dan uit zou zien. 2016 was een jaartal in de volgende eeuw! Met vliegende auto’s en vreemde hoge woontorens! Tenminste, zo zag het er op de tv en in SF stripboeken uit!
En vandaag ben ik dus die 56 jaar oud, of beter gezegd, jong! Bijna 50 jaar later is er maar weinig van het in het verleden geschetste toekomstbeeld bewaarheid. De wereld is voor mijn gevoel sindsdien alleen maar slechter geworden en wordt alleen nog maar slechter. Ik ben zeker geen doemdenker maar de signalen voor de wereld zoals wij die in de vorige eeuw kenden staan wel op rood of oranje.
Het enige voordeel van deze leeftijd is eigenlijk dat 56 het nieuwe 46 is! Ik mag dan wel tien jaar ouder zijn maar de mensen om me heen gedragen zich veel jonger dan dat ik me van vroeger kan herinneren. Vroeger was je ècht oud wanneer je 56 was. In het heden voel ik me nog steeds veel jonger dan ik in werkelijkheid ben, alleen mijn spiegelbeeld kan mijn ware leeftijd niet verbergen.
Helaas is ook de realiteit van de oneindigheid van het leven tot me doorgedrongen. Om me heen sterven vrienden, bekenden en jeugdhelden. De wereld die ik de afgelopen 56 jaar om me heb heen verzameld en opgebouwd brokkelt langzaam af totdat ikzelf aan de beurt ben. Die zekerheid beangstigd me niet omdat ik al heel lang geleden, samen met Kris in China, heb geaccepteerd dat je nooit alles zal kunnen zien, plaatsen kunnen bezoeken, boeken lezen en nieuwe vrienden ontmoeten.
De cirkel zal weer altijd en onvermijdelijk weer rond worden. Geboren - Leven - Sterven.

Het getal 65 was heel lang magisch omdat dat getal lag vastgelegd in de “Algemene Ouderdoms Wet”. De naoorlogse kabinetten durfden onder geen enkel beding aan dit getal te tornen. Het was in de nieuwe tijd, in het nieuwe millennium dat die nieuwe politici de wet gingen aanpassen. Politici met geen aandacht voor de wil van het volk. Politici die de democratie als werktuig zien. Beloven is stemmen winnen en beloften breken heeft geen directe gevolgen. Het magische getal 65 is nu volgens de website www.mijnoverheid.nl voor mij persoonlijk 67 geworden. Maar wel onder voorbehoud! Het kan nog hoger uitvallen met als direct gevolg dat er veel arbeiders nooit een euro zullen terugzien van al hun betaalde AOW premie.
De verhalen die ik heb moeten aanhoren over de VUT, het pre-pensioen en de gebroken pensioenen. Alsof 10.000 + 10.000 plotseling nog maar 12.500 is? Al deze onrechtmatige diefstallen van de gewone man in de straat deden mij besluiten om op mijn 41ste te stoppen met werken. Ik was gelukkig in de positie om voor mezelf te zorgen. En tot op de dag van heden heb ik daar nog geen moment spijt van gehad. Het huis dat ik in 2001 heb verkocht is op dit moment nog maar 60% waard van waar ik het voor heb verkocht. Ik ben er op tijd uitgestapt en heb al veel gezien en genoten. En ik hoop nog lang te kunnen genieten!

Vorige week kwam er onverwacht nog een getal voorbij! 250.000, twee honderd en vijftig duizend bezoekers op mijn weblog. Ik had dat nooit kunnen dromen toen ik mijn eerste verhaal naar blogger stuurde vanaf een hotelkamer in Singapore, ruim negen jaar geleden, dat mijn verhalen en foto’s zoveel mensen zou kunnen interesseren en motiveren.

Daarom wil ik langs deze weg al mijn lezers bedanken voor hun bezoeken aan mijn weblog, de felicitaties voor mijn zes en vijftigste verjaardag en de vele berichten aan mij en mijn vrouw via Faceboek.

Vrienden, bekenden en onbekenden, allemaal hartelijk dank.


Jielus en Lyka



Macau 2011

vrijdag 1 januari 2016

Nieuwjaar met een melkkoe (Deel 3)

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

Steef zijn kwaadheid was alweer verdwenen toen de mini-bus met een schok op de zandweg voor het huisje van zijn meisje tot stilstand kwam. Steef was geen man die lang kwaad was want zijn moeder had hem geleerd dat hij met lang kwaad zijn zichzelf het meest schaadde. Die ander waar hij lang kwaad op bleef dacht er al lang niet meer aan! De schuifdeur gingen open en de hele optocht schoonfamilie verdween in het kleine vervallen huisje. Steef bleef met zijn bagage en de chauffeur achter.
‘Tip? Tip?’, fluisterde de chauffeur verwachtingsvol toen hij de twee koffers van Steef achter het busje op het zand had geplaatst.
‘Neem een andere kapper!’, fluisterde Steef de chauffeur lachend toe die hem onbegrijpend aankeek.
De chauffeur begreep snel dat er bij Steef niets meer te halen viel en maakte zich uit de voeten. Steef bleef alleen achter met zijn twee koffers in een enorme stofwolk op het platteland van de Isaan. Hij keek eens goed om zich heen. Er was niets te zien. Een oud vervallen huisje, rijstvelden doorsneden met rijen suikerpalmen en af en toe een klein bamboe hutje met een rieten dak voor de boeren om te schuilen voor de regen en de brandende middagzon. Hier op het platteland bestaat er maar een klok! De zon. Wanneer het licht wordt gaan de hanen kraaien en is het tijd om op te staan en aan het werk te gaan. Zodra de zon haast recht boven de rijstvelden staat is het tijd om te slapen om de hitte van de middagzon te ontwijken. Zodra de lucht oranje kleurt ga je naar huis om te eten en te slapen. Het ritme van het leven van een arme rijstboer in de Isaan.
Steef slenterde met zijn koffers naar het kleine huisje waar de meesten van zijn schoonfamilie alweer lagen te slapen. Thai en slapen? Wat bezielt die mensen toch om de meeste tijd van hun leven met hun ogen dicht door te brengen? Er was het een en ander in het huisje verandert. Het viel Steef meteen op. De roze koelkast stond nog op dezelfde vertrouwde plaats. Steef opende nieuwsgierig de deur en tot zijn grote verbazing lagen er twaalf kleine ijskoude flesjes Singha bier en een voorraadje van zijn geliefde ham en eieren op hem te wachten. Hij opende meteen een flesje met de vertrouwde opener die aan een stuk touw aan de deurhandel van de koelkast bungelde en nam een flinke slok. Zo, dacht Steef. Ik ben weer thuis en we gaan eens heerlijk vakantie vieren!
In een schuur achter het huis kwam een oude diesel kwam rochelend op gang en het geluid kwam langzaam dichterbij. Het leek wel of er een handvol lagerkogels door de motor heen werden geschoten. Het kon Steef niet van zijn idee afbrengen dat hij nu eerst een ijskoud biertje ging drinken op de veranda van het huisje. Verblind door het scherpe zonlicht buiten had Steef niet meteen in de gaten dat de oude donkerblauwe Isuzu pick-up truck voor het huisje op hem stond te wachten. Zijn meisje riep iets dat hij niet verstond. Toen hij eindelijk zijn zonnebril had gevonden zag hij door de donkere glazen van zijn zonnebril dat de cabine al vol zat en dat hij plaats moest nemen achter in de laadbak van de pick-up truck. Steef aanvaarde zijn zitplaats met een gevoel voor romantiek. De romantiek van het platteland van de Isaan, de romantiek van het tegenovergestelde van Nederlandse gebruiken. De romantiek van het reizen gegoten in afzien en diepe ellende. Niet veel mensen zouden dit zonder te vloeken hebben geaccepteerd! Maar niet Steef, de romantiek van Thailand had hem alweer helemaal in haar macht.
Steef zag de alcoholische broer van zijn meisje aan de zijkant van het huisje op een stoel in de schaduw zitten. Zijn hoofd schudde als van een mens met de zwaarste vorm van Parkinson. Alleen in dit geval was de zoveelste fles Lao Khao verantwoordelijk, deze man zou zich zonder enige twijfel op zeer jonge leeftijd dood drinken en het kon niemand wat schelen.
‘Up to Buddha!’, zeggen ze hier en daarmee zijn ieders en tegelijk alle problemen opgelost want de oorsprong en oplossing van alle problemen worden gestuurd door de Boeddha!
De oude pick-up kwam schokkend op gang en reed de zandweg op. Een weg met gaten en kuilen waar je een Thaise olifant in kan verbergen! De zuigende werking van de open laadbak omgaf Steef in een dikke wolk rood stof vermengt met de onverbrande zwarte koolstof uit de rook van de pick-up. Het deerde Steef niet, ook dit hoorde bij de romantiek van het Thaise platteland.
Een eindje verderop passeerden ze een mooi nieuw wit huisje dat Steef nog niet eerder had opgemerkt. Voor het huisje in de kleine groene tuin zwaaide een kleine grijze man naar de passerende pick-up truck. Steef zwaaide terug totdat de kleine man met het huisje door de enorme rode stofwolk was verzwolgen. Hij moest niet vergeten straks aan zijn meisje te vragen wat het verhaal achter die man is. Misschien was het wel een bondgenoot en kon Steef hem dagelijks bezoeken.
Daar was eindelijk het verlossende asfalt, zo vlak als een biljartlaken. Het stof bleef achter boven de zandweg en Steef kon eindelijk ongestoord om zich heen kijken. Niet dat het uitzicht zoveel anders was dan om het huisje van zijn meisje, maar toch. Een grote waterbuffel, een trekdier voor op de rijstvelden die nu snel werden verdrongen door rode Chinese tractoren, rolde zich rustig in een ondiepe modderpoel tussen de jonge rijst. Het enorme bruine beest was nu door de modder muisgrijs geworden. Een witte reiger pikte de insecten van zijn dikke huid. een romantisch beeld uit het verleden.
Nog een paar jaar, dan kon Steef met pensioen en zou hij hier ook een huisje op het land van zijn schoonouders bouwen. Steef zou de dagen vullen met bier drinken en ….? Ja, wat eigenlijk nog meer? Hobby’s had Steef nooit gehad. Ja, hij had voor zijn moeder gezorgd, er was de biljartclub in het plaatselijk café en de visclub maar daar kon hij hier niet veel mee. Hij moest maar eens diep gaan nadenken over een hobby om de tijd in Thailand mee door te brengen. Met alleen bier drinken zou hij snel achter zijn zwager aan in het crematorium van de tempel eindigen, en daar had hij ècht geen trek in.
Steef realiseerde zich op dat moment dat hij geen idee had waar ze naar toe gingen en wat zijn schoonfamilie van plan was. Er was hem niets gevraagd en er was hem niets verteld voordat hij achter op de pick-up truck plaats nam! Lang kon hij er niet over nadenken! De pick-up stopte langs de weg en de cabine stroomde leeg. Twee tafels werden aan elkaar geschoven en iedereen nam plaats op kleine blauwe lage plastic krukjes. Voor Steef was er een plaatsje naast zijn meisje vrij gehouden. Kleine restaurantjes als deze vindt je op de meeste plaatsen in Thailand. Een menukaart is er niet dus toeristen laten deze restaurantjes vaak voor wat ze zijn. Pas wanneer ze enkele gerechten uit hun hoofd kunnen opzeggen strijken ze hier neer. Maar Steef was met zijn schoonfamilie en die konden alle klassieke Thaise gerechten in hun slaap opnoemen.
Er werd eten besteld en toen Steef aan de beurt was zei hij trots: ‘Khao Pad Kung Kai Dao?’
De serveerster knikte goedkeurend naar Steef en ging naar de keuken.
‘Laat het nu voor iedereen duidelijk zijn dat ik geen toerist in Thailand meer ben! Thailand is mijn tweede thuisland!’, sprak Steef terwijl de rest van de mensen aan tafel hem aankeek alsof hij net zijn verstand had verloren.
Twee flessen koud water en een grote fles Beer Leo verschenen op tafel met een half dozijn glazen. Er werd ingeschonken en er werd gedronken. Zijn schoonfamilie besteedde geen enkele aandacht aan hem! Steef had toch op zijn minst wel enkele goedkeurende blikken verwacht nadat hij zelf in het Thais zijn eten had besteld. De serveerster verscheen met de eerste schalen en zijn schoonfamilie doken op het geserveerde voedsel als gieren op een vers karkas.
Steef moest nog even wachten totdat hij aan de beurt was. Zo gaat dat namelijk in Thailand. Het eten dat klaar is in de keuken wordt direct geserveerd en je kan meteen eten. Wachten totdat iedereen aan tafel zijn eten heeft gekregen is onmogelijk omdat dan drie kwart van de tafel met koud eten zit op een ander zit te wachten.


Steef lacht in zichzelf over een voorval dat hij lang geleden in Khorat had meegemaakt. In een restaurant had hij het voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht tegelijkertijd besteld. Met als direct gevolg dat als eerste het ijsje, dat vanzelfsprekend als nagerecht was bedoeld, als eerste werd geserveerd. Samen met de koffie! Toen Steef de serveerster daarop attent maakte dat dat niet kon had ze Steef met grote ogen en een vreemd gezicht aangekeken. Zonder een woord te zeggen was ze weer van de tafel weggelopen. Dus het ijsje werd het voorgerecht en het voorgerecht het nagerecht. Steef wist sindsdien dat je altijd gang voor gang moet bestellen in Thailand. Dat vinden ze hier in Thailand helemaal niet erg.

Steef liet zijn blikken over de borden van zijn schoonfamilie gaan. De witte rijst was duidelijk maar wat er nog meer op tafel stond zou zelfs de maag van een Hollandse geit overstuur maken! Er stond een grote schaal met Som Tam, een salade van groene papaja met knoflook, vissaus, suiker, groene tomaten, pinda’s, chilipepers en nog veel meer. Het smerigste vond Steef wel de gefermenteerde krab òf vis die er in ging. De aanblik van het doorzichtige emmertje met die verrotte zwarte krabben was voor Steef al voldoende om te kokhalzen. En de geur! Stel je voor? Het ruikt als het lekwater van een vuilniswagen die op een tropische zomerdag een hele middag in de brandende zon heeft gestaan. En als klap op de vuurpijl is het gerecht zo pittig dat de volgende ochtend de tranen je opnieuw in de ogen schieten waneer je op de pot zit! En toch zat zijn familie te genieten van dit voor veel Nederlanders vreemde gerecht.
Daarnaast stond nog zo’n voor Nederlanders onbegrijpelijk gerecht. Een schaal met rauwe reepjes varkenslever aangemaakt met chilipepers, knoflook, limoen, citroengras en nog wat meer. Het was zo pittig dat de chilipepers alle bacteriën in het gerecht doodden. Kun je je indenken wat dat spul in je maag doet! Steef had het één keer per ongelijk geprobeerd. Toen hij nog niet wist wat het was en ook een beetje teveel van het Singha bier had geproefd. Eens maar nooit meer!
En daar was de Thaise nasi goreng met garnalen voor Steef! Het zag er fantastisch appetijtelijk uit en Steef was al aan het eten toe hij besefte dat ze het bestelde gebakken ei op het gerecht waren vergeten. Precies op dat moment arriveerde de serveerster met een gebakken ei op een klein schoteltje. Steef moest om zichzelf lachen! Man, dìt was het èchte leven! Dìt was wàt hij wilde wanneer hij eindelijk gestopt was met werken!
Voor het eerst in zijn leven bekroop hem de gedachten dat hij ook ontslagen zou kunnen worden op de fabriek. Het vreemde was dat de gedachte hem niet beangstigde. Hij pelde met zijn onhandige dikke worstvingers nog een garnaal en liet die met een golf Beer Leo in een donker gat verdwijnen. Misschien zou hij de oude van Rijn kunnen vragen of ze hem in plaats van iemand met een gezin zouden kunnen ontslaan? Dan kon hij al eerder naar Thailand. Zijn pensioen zou dan wel wat minder zijn maar de ontslagvergoeding zou aan de andere kant misschien wel voldoende kunnen zijn voor een eenvoudig huisje op het Thaise platteland. Hij schudde met zijn hoofd om de foute gedachte kwijt te raken. Met opzet werkeloos raken en dan met een uitkering naar Thailand vertrekken? Zijn oude moeder zou zich in haar graf omdraaien! Zo was Steef niet opgevoed! Nee, hij zou werken totdat hij een receptie in de kantine van de fabriek kreeg en voor de laatste keer zijn met kleurige slingers versierde garderobekast leeg maakte!
De schalen, borden, kommen en flessen waren leeg en het was tijd om af te rekenen en dat was Steef het meest plezierige moment van de maaltijd. De rekening kwam en nadat alle zes personen van de familie de rekening hadden gecontroleerd, voor de flauwekul want ze kunnen geen van allen rekenen, kreeg Steef hem in handen. Het hele feestmaal inclusief het bier had omgerekend nog geen vijftien euro gekost. Wat hield Steef toch van Thailand! Haar heerlijke gerechten en haar eenvoudige bevolking.
De zitplaatsen werden weer ingenomen en vol en voldaan reed de oude pick-up naar de volgende bestemming. Steef kon zich wel voor zijn kop slaan! Door het genot van de overheerlijke maaltijd was hij helemaal vergeten aan zijn meisje te vragen waar de rit naartoe ging. Hij was meegevraagd omdat hij de enige in het gezin was met geld in zijn zak, zo dom was Steef nu ook weer niet. Maar Steef had zich tijdens de elf uur durende vliegreis van Amsterdam naar Bangkok wel voorgenomen om zich niet meer te laten leegzuigen, figuurlijk dan.
Buriram verscheen en het werd steeds drukker. Steef had de stad in de laatste jaren enorm zien veranderen! De stad was groter geworden en alle grote winkels en restaurantketens hadden nu een filiaal in Buriram. Aan de ene kant was Steef daar niet blij mee want hij hield van het eenvoudige provinciale karakter. Aan de andere kant kon hij ook enorm genieten van zijn uitsmijter ham/kaas voor het ontbijt. Hij hield van het Thaise eten maar zijn wortels waren toch in Nederland ontwikkeld. Een varkenskarbonade met gebakken aardappelen, boontjes en jus òf een bordje met blokjes kaas en harde worst aan het einde van een warme dag bij een ijskoud biertje op de veranda voor het huisje waren toch ook niet fout?
Nee, Steef had het in de loop der jaren alleen maar meer naar zijn zin gekregen in Thailand.

woensdag 30 december 2015

Nieuwjaar met een melkkoe (Deel 2)

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

Daar stond het hele ontvangstcomité in de aankomsthal al op hem te wachtten. Steef had wel een flink ontvangstcomité verwacht maar het hele gezin inclusief de altijd dronken broer van zijn meisje was achterop de pick-up meegekomen naar de Suvarnabhumi luchthaven van Bangkok. Zijn meisje stond te zwaaien met haar armen van blijdschap alsof ze net de staatsloterij show had gewonnen. Haar altijd dronken broer keek lodderig uit zijn ogen en schudde heftig van de ontwenningsverschijnselen van de alcohol. De rest van het gezin keek naar Steef als een groep toeristen die voor het eerst in hun leven sneeuw zagen.
Steef liet zijn oude koffer en nieuwe roltrolley voor wat ze waren en omarmde zijn meisje, die ondertussen naar hem toe was gerend, innig en kuste haar overal waar hij zijn lippen kon plaatsen. Ze was er duidelijk niet blij mee en ze veegde haar gezicht meteen met een tissue droog. Een voor een liep de rest van het gezin langs Steef en schudde hem een slappe hand alsof ze hem condoleerden met het verlies van een dierbare.
De twee jongste leden van het gezelschap namen ieder een koffer voor hun rekening en zo ging de optocht langzaam richting de enorme parkeergarage van de luchthaven. Steef hand in hand met zijn meisje voorop en de rest in een optocht er achter. Steef had nog een verrassing voor ze! Hij was afgelopen jaar zonder dat zijn meisje het wist naar engelse les geweest en hij had zijn taalvaardigheid flink uitgebreid. Hij kon nu eindelijk wat met zijn schoonfamilie praten!
Voordat ze de aankomsthal verlieten werd Steef door zijn meisje en schoonmoeder voorzichtig naar een appelgroene ATM van de Thai Farmers Bank geleid. Vier smekende ogen keken hem aan en keken dan naar het kleine kleurenscherm van de geldautomaat. Steef had nog enkele duizenden Thaise baht overgehouden van zijn vorige vakantie en dat zou zeker voldoende moeten zijn voor de eerste paar dagen. Hij zou volgens zijn eigen plannen morgen voor de eerste keer in Buriram geld pinnen. Ze bleven onverzettelijk ingearmd naast hem voor de ATM staan. Een vrouwelijke houdgreep waaruit geen ontsnapping mogelijk was.
‘Wat maakt het ook uit’, dacht Steef en haalde zijn portefeuille tevoorschijn.
Tweeëntwintig ogen keken met hem mee! Steef zocht naar zijn pin-pas terwijl de rest een schatting probeerde te maken van de waarde van het stapeltje bankbiljetten in zijn portefeuille. Steef wist van de verhalen uit de bar dat hij zijn PIN-code goed moest afschermen voor de familie van zijn vriendin. Hij had genoeg verhalen gehoord over geplunderde Nederlandse bankrekeningen door de familie van de Thaise vriendinnen. 10.000 baht verscheen uit de automaat en Steef telde de tien biljetten na, samen met de elf gezinsleden.
Steef stopte het geld en zijn pin-pas in zijn portefeuille en draaide zich om. Er gebeurde niets! Het door zijn schoonfamilie gevormde kordon bleef staan en wist van geen wijken. Zijn meisje klopte hem op zijn schouder en wees zonder een woord te zeggen naar de gifgroene ATM achter hem. Steef controleerde snel of zijn pin-pas in zijn portefeuille zat en keek verbaasd op naar zijn vriendin die nog steeds naar de gifgroene ATM wees.
‘One more!’, sprak ze zakelijk.
‘Wat maakt het ook uit’, dacht Steef voor de tweede keer binnen drie minuten en haalde opnieuw zijn portefeuille tevoorschijn.
Het ritueel was een perfecte kopie van de eerste keer met als enige wijziging dat het familie kordon zich voor Steef opende als de Rode zee voor Mozes. Steef zuchtte en verlangde nu naar een koud Singha biertje. Het was een lange reis geweest en hij kon nog steeds niet bevatten dat je van elf uur stil in een smalle vliegtuigstoel zitten zo moe kon worden.
Steef schrok zich het leplazerus toen hij de vooruit gerende kinderen met zijn koffers bij een splinternieuwe Ford pick-up truck zag staan. Dat was iets was zijn meisje hem niet verteld had en Steef verwachtte dat hij een flinke aanbetaling zou moeten doen omdat de oude donkerblauwe Isuzu pick-up truck van zijn schoonvader in zijn ogen geen stuiver meer waard was. Hij keek opzij en schuin naar beneden waar zijn ogen de ogen van zijn meisje ontmoeten. Verbaasd en vragend keken haar ogen Steef aan. De hele familie nam plaats achter de nieuwe pick-up truck en Steef zwaaide met een zucht zijn roltrolley in de lege laadbak. Hij wilde zijn koffer ook in de laadbak slingeren toen het hem opviel dat zijn gehele schoonfamilie hem aan stond te kijken alsof hij gek was geworden.
‘Darling, mini-bus, not pick-up!’, sprak zijn meisje vermanend.
Steef keek op en keek daarna naar de nieuwe mini-bus die naast de pick-up truck geparkeerd stond. Een slaperig verbaasd hoofd verscheen precies op dat moment achter het raam. Een duivelse glimlach op het hoofd van de man in de mini-bus werd beantwoord met vreugdekreten van zijn schoonfamilie.
Even later verdwenen Steef zijn koffers achterin de mini-bus en zocht zijn schoonfamilie een plaatsje in het busje voor de zes uur durende reis naar Buriram. Papa en de dronken broer voorin, Steef en zijn meisje op de bank achter de chauffeur en de rest van de familie verdeeld over de overgebleven twee banken achter Steef. Iedereen had zijn plekje gevonden en de mini-bus was klaar om te vertrekken.
Dat wil zeggen, Steef moest eerst even wat geld geven om voor het parkeren in de garage te betalen. Steef zocht opzichtig voor de kat zijn snor door zijn portefeuille terwijl hij voor 100% zeker wist dat hij alleen briefjes van duizend baht op zich had. En een briefje van duizend baht aan zijn meisje geven met de 100% zekerheid dat hij niets meer daarvan terug zou zien ging hem op dit moment te ver.
Steef stak zijn vuist op met de duim richting zijn mond als teken dat hij eerst wat te drinken wilde kopen. Er is namelijk een 7-11 op de begane grond van de parkeergarage. Steef kocht daar altijd zijn eerste Singha voor in de taxi op weg naar Pattaya. De mini-bus kwam schokkend in beweging en slingerde zich over de krappe kurkentrekker weg naar beneden. De passagiers werden door elkaar geslingerd en Steef hoopte dat er niemand ziek zou worden. Reisziekte is een plaag in Azië! Het kotsen in bussen van de Thai is net zo normaal als het zoute water van de zee. Zes uur in de zure lucht van de kots zitten was geen optie voor Steef.
In de 7-11 sloeg het hele gezin, inclusief de chauffeur, voldoende eten en drinken in om de eerste uren van de reis te kunnen doorkomen.
‘Ping!’, zei de kassa en 1.768 baht verscheen er in groene letters op het display. Steef probeerde zijn humeur in toom te houden maar kon niet voorkomen dat hij een beetje kwaad werd. Het was een lange reis geweest en het liefst was hij meteen met zijn meisje tussen de lakens gedoken.
‘De wolven! Die smerige wolven!’, vloekte hij zachtjes binnensmonds.
In de bus zat iedereen al te eten en te drinken toen Steef bij de mini-bus terug kwam en plaatsnam op de hem toegewezen stoel. De alcoholistische broer had een fles Lao Khao, een Thaise vorm van rijstwijn, te pakken en met een gezicht alsof hij terpentine dronk nam hij slok na slok om zijn verslaafde schokkende lichaam te verdoven. Steef keek achterom en achter hem laafden ze zich aan van alles en nog wat alsof ze maanden niets hadden gegeten. Dat zou zeker kotsen worden! Gelukkig had de cassière iedereen afzonderlijk een plastic tasje gegeven. Steef gaf als een stewardess in het vliegtuig een demonstratie wat er van ze verwacht werd wanneer ze onder het rijden misselijk zouden worden. Aan het kleine wachthuisje naast de slagboom werd het parkeergeld afgerekend en waren ze eindelijk op weg.
Binnen enkele minuten zoefden ze over de verbazingwekkend goede betonnen snelwegen van Thailand. Links en rechts van de snelweg lagen fabrieken waarvan de gevels de handelingen en fabricage die binnen werden verricht verborgen. Af en toe was er een engelse naam waarin verweven was wat er werd geproduceerd. Nog voordat de fabrieken plaats hadden gemaakt voor eindeloze rijstvelden lag de hele bus, de chauffeur en Steef uitgezonderd, te slapen. Steef had er spijt van dat hij maar een biertje had gekocht. Hij was namelijk bang dat hij om de tien minuten moest pissen.
Steef keek naar het voorbij glijdende landschap en dacht na over het begin van zijn vakantie. Hij had er zo naar uitgekeken maar nu hij in deze nieuwe mini-bus zat met de gehele schoonfamilie wolven om hem heen, en ongeveer 26.000 baht in zijn portefeuille, vroeg hij zich af of het wel een goed idee was geweest om naar Buriram te gaan. Had hij niet beter met zijn meisje in een mooi hotel in Pattaya kunnen blijven? Maar was het nu te laat om de plannen te veranderen? Moest de rit maar uitzitten en de komende dagen op de farm in de jungle doorbrengen? Het oorspronkelijke idee om door een verblijf op het Thaise platteland veel geld te kunnen besparen stond nog overeind maar het was wel in de eerste uren na zijn aankomst in Bangkok aan het wankelen gebracht. Misschien kon hij na een week samen met zijn meisje naar Pattaya gaan?
Steef werd wreed uit zijn gedachten gerukt door een onverwachte en levensgevaarlijke manoeuvre van de chauffeur. Die besloot namelijk op het laatste moment een afrit naar een benzinestation te nemen. De vrachtwagen die hij de pas afsneed toeterde als een bezetene om de chauffeur van de mini-bus kenbaar te maken dat hij reed als een gek.
‘Mai pen rai’ , mompelde de chauffeur in het Thais.
De bus kwam naast een pomp en tegenover een 7-11 tot stilstand en alsof er een schakelaar werd omgezet ontwaakte ieder lid van zijn schoonfamilie uit hun diepe slaap om naar het toilet te gaan. Steef bleef rustig zitten omdat hij nog geen druk had en om een moment van de rust om hem heen te genieten.
‘Thailand, het mooie Thailand en straks Buriram!’, sprak hij zachtjes in zichzelf.
Lang duurde de rust niet!
Zijn meisje was als eerste terug en vroeg: ‘Schatje, betaal je de taxi nu?’
Verbaasd als Steef was dacht hij automatisch, zo zat hij nu eenmaal in elkaar, waarom ook niet!
Toen zijn portefeuille tevoorschijn was gekomen klonk het uit de mond van zijn meisje: ‘Zes duizend!’
Steef zijn ogen gingen wijd open en er kwam haast stoom uit zijn oren!
‘Hoeveel?’, hakkelde Steef.
‘Zes duizend. Is een mooie mini-bus!’, sprak ze op een toon of dat veel verschil maakte.
Steef wilde het uitschreeuwen dat hij het daar niet mee eens was maar hield wijselijk zijn mond. Hij was nog geen twee uur in Thailand en was al acht duizend baht lichter! De pompbediende voegde zich bij het tweetal en bleef sprakeloos naast zijn meisje staan en keek Steef aan.
‘Wat wil hij nu weer?’, snauwde Steef tegen zijn meisje.
‘Geld voor de benzine!’, snauwde ze op haar beurt terug.
De sfeer was nu al verpest en Steef wilde het liefst weglopen. Een strelende zachte Thaise hand over zijn onderarm liet al zijn kwaadheid weer wegvloeien. Hij keek in haar ogen en zag dat het paradijs dat aan het einde van de busrit op hem wachtte. De pompbediende wees naar de display van zijn pomp en daar stond te lezen dat Steef 1.500 baht voor de brandstof moest afrekenen. Op dat moment nam Steef zich voor om niet meer bij te houden wat deze dag hem ging kosten. Die berekening zou alleen maar zijn bloeddruk verhogen en zijn vakantie plezier bederven.
De rest van de familie bleef onvindbaar totdat zijn meisje haar moeder achter de rood/groen/witte ruit van de 7-11 zag zwaaien als teken dat ze moesten komen.
‘Kom Steef?’, zei ze en trok hem mee aan zijn arm naar de kleine winkel.
Veel werd er niet besproken! Dat was ook niet nodig want de rest van de familie stond met kleine plastic tasjes in de hand op Steef te wachten die de inkopen voor het vervolg van de reis moest afrekenen. 1.489 baht stond er op de display en op dat moment brak er iets in Steef. Hij liep als een dolle stier op de koelkast af en greep zes ijskoude blikken Singha bier.
‘Dan kunnen die er ook nog wel bij!’, schreeuwde hij luid door de kleine kruidenierswinkel terwijl zijn gehele familie inclusief de cassière hem vreemd aankeken.
Met de pest in zijn lijf liep hij terug naar de mini-bus en ging in stilte naast zijn meisje zitten. Psssttt!!!!!! Daar ging het eerste blik open en Steef nam demonstratief een flinke slok. Niemand in de mini-bus schonk enige aandacht aan hem. Het leek wel of hij er niet was, of hij doorzichtig was! De bus kwam weer in beweging en een half uur later lag iedereen weer in diepe slaap. Uitgezonderd Steef en de chauffeur. Nog een paar uur en dan waren ze eindelijk in Buriram.
Waar ben ik aan begonnen?, was zijn laatste gedachte toen hij zelf na het legen van het laatste blikje bier zelf ook in slaap viel.
Copyright/Disclaimer